Handeling

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarVergadernummerDatum vergadering
Tweede Kamer der Staten-Generaal2016-2017nr. 102, item 13

13 Misstanden in een bokkenmesterij

Aan de orde is het dertigledendebat over misstanden in een bokkenmesterij. 

De voorzitter:

Aan de orde is het dertigledendebat over misstanden in een bokkenmesterij. Er zijn zes deelnemers aan dit debat. De eerste spreker van de zijde van de Kamer is mevrouw Ouwehand van de fractie van de Partij voor de Dieren. Zij heeft, net als iedereen, drie minuten spreektijd. 

Mevrouw Ouwehand (PvdD):

Voorzitter. Bokjes zijn de wegwerpartikelen van de melkgeitenhouderij, de onzichtbare slachtoffertjes van geitenmelk en geitenkaas. Net als een koe begint een geit niet zomaar uit zichzelf met melk geven. Dat proces komt op gang als ze een jong heeft geworpen, zoals dat gaat bij alle zoogdieren. Zo'n dier wil dan ook zorgen voor haar jong en het jong zogen. Maar in plaats van dat de geit na de geboorte haar lam mag zogen en verzorgen, wordt haar jong direct bij haar weggehaald en, als het een bokje is, op transport gezet naar Zuid-Europa of afgevoerd naar een bokkenmesterij. Dankzij vrijwillige inspecteurs van Eyes on Animals is onlangs in beeld gekomen wat dat eigenlijk betekent voor de bokjes en voor de overtollige geitjes, die er ook zijn. In zo'n mesterij is het de bedoeling dat de dieren in vijf tot zes weken worden vetgemest voor de, veelal onverdoofde, slacht. Maar de jonge dieren zijn zo ziek, door de stress en doordat ze niet eens de biest van hun eigen moeder konden drinken, dat meer dan 20% doodgaat voordat ze die vijf of zes weken oud zijn. Dat percentage kan oplopen tot wel 66%: twee derde! Als twee derde van de bokjes in de mesterij letterlijk binnen een paar weken dood is van ellende, mogen we ervan uitgaan dat het voor de resterende dieren hooguit ietsje minder ellendig was. De dieren lopen een groot risico op virussen, die pijnlijke zweren kunnen veroorzaken, waardoor ze niet meer goed kunnen eten of lopen. 20% tot 40% bezwijkt, maar in alle gevallen is het een drama om als bokje ter wereld te komen in de melkgeitenhouderij. 

Er worden in Nederland per jaar zo'n 80.000 overtollige bokjes afgevoerd naar bokkenmesterijen of op transport gezet. Als 20% tot 40% doodgaat vanwege de manier waarop ze direct na de geboorte worden behandeld, dan gaat het om 16.000 tot 32.000 dieren per jaar. De Partij voor de Dieren vindt dat onacceptabel en moreel volstrekt onverantwoord. Is de minister dat met ons eens? 

De minister schrijft dat de NVWA in maart 2017 met inspecties is gestart. Hij schrijft dat in voorgaande jaren dergelijke situaties met veel zwakke of dode dieren niet zijn aangetroffen. Dat verbaast zeer. Eerst is er niks aan de hand en opeens zijn de sterftecijfers 20% tot 66%. Of is er lange tijd niet geïnspecteerd en komt dat nu pas op gang, nu de publieke schijnwerpers op het lot van de bokjes staan? De minister schrijft dat situaties zoals aangetroffen door Eyes on Animals, waarin dieren de benodigde zorg wordt onthouden, niet mogen voorkomen. Dat klinkt mooi, maar waarop handhaaft de NVWA dan precies? Wordt er daadwerkelijk ingegrepen? Of is het een kwestie van boetes en waarschuwingen? Als het kabinet suggereert dat die situaties echt niet meer gaan voorkomen, dan wil de Partij voor de Dieren weten hoe het dat concreet gaat regelen. 

Geschrokken van de ophef heeft het ministerie een gesprek met de sector georganiseerd. Dierenwelzijnsorganisaties waren niet uitgenodigd. Het moet resulteren in een plan van aanpak, maar de oplossingsrichtingen die het kabinet schetst, lijken niet ingegeven door een doorwrochte visie op dierenwelzijn. Het doet sterk denken aan de rapporten van de Rabobank in 2011 waarin werd gewaarschuwd voor de imagoschade voor de sector als niet goed genoeg op het welzijn van de bokjes zou worden gelet. Dat is iets anders dan daadwerkelijk het welzijn van de bokjes ter harte nemen. De Partij voor de Dieren wil een landelijke stop op de melkgeitenhouderij en een plan van aanpak dat daadwerkelijk recht doet aan de intrinsieke waarde van deze dieren. 

De heer Graus (PVV):

Mijnheer de voorzitter. Het gaat over misstanden in de bokkenmesterij. We staan hier vrijwel iedere maand vanwege misstanden. De toenmalige staatssecretaris — hij is er niet meer — benadrukte dat dergelijke situaties, waarin dieren de benodigde zorg wordt onthouden, niet mogen voorkomen. Dat is een uitspraak namens de regering. Nu wil ik deze minister het volgende vragen. Op 15 juli 2017 heeft een gesprek plaatsgevonden tussen het ministerie van EZ en alle vertegenwoordigers van de geitensector: melkgeitenhouders, bokkenmesters, zuivelorganisaties, handelaren en naar ik heb begrepen ook dierenartsen. Heeft dat wel echt geleid tot het besef dat er iets moet gebeuren? 

Ook wil ik de minister het volgende vragen. Keer op keer blijkt dat de hele interne ketenbewaking eigenlijk faalt. We hebben het pas nog gezien bij de fipronilaffaire, maar het geldt ook bij paardenvlees, garnalen en noem maar op. Het klopt allemaal vaak niet. Wij vinden dat je nooit een slager zijn eigen vlees moet laten keuren. Dat moet echt het monopolie zijn van de overheid. Wij zijn er dus tegen en we willen dat de overheid de volledige regie daarover in handen gaat nemen. Dan zul je zien dat de goeden niets te vrezen hebben en de hufters uit de maatschappij worden gehaald. 

Ik hoop ook dat de minister sneller over laat gaan tot het sluiten van bedrijven. Kijk naar minister Weyts in België. Wantoestanden in een slachthuis? Slachthuis dicht. Vorige week weer wantoestanden? Slachthuis dicht. Daar moeten wij van leren! Die Belgen gaan ons nog voorbij. 

Al bijna elf jaar dien ik eigenlijk consequent en consistent dezelfde moties in, die deze ellende hadden kunnen verminderen en met een aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid hadden kunnen voorkomen, althans een deel daarvan. Je kunt nooit alles voorkomen en dat verwacht ik ook niet van deze minister, want zolang als de homo sapiens bestaat, zal er dierenellende plaatsvinden. Je kunt inderdaad niet, zoals minister Verburg ooit tegen me zei, achter iedere muur en iedere boom een inspecteur zetten. Maar ik heb gevraagd om een kwalitatieve en kwantitatieve verhoging van de NVWA. Die motie is dankzij de Kamer aangenomen. Minister, ga die alstublieft snel uitvoeren, zodat dat op orde komt. 

NVWA'ers blijken vaak niet op de hoogte te zijn van wetten en het toepassen daarvan. Ik heb dat ook in een vorig debat aan u gevraagd. Het ontbreekt volledig aan kennis inzake de herkenning van dierenmishandeling. Mijn motie daarover heeft het helaas niet gehaald, maar zowel dierenartsen als NVWA'ers als dierenpolitiemensen moeten weten hoe ze dierenmishandeling kunnen herkennen. Of is een hematoom, een bloeduitstorting, ontstaan door een gevecht tussen twee dieren? Dat valt allemaal te herkennen. Dokter Van de Goot kan daar als forensisch arts heel goed les in geven. We moeten keihard optreden tegen voedselhufters en voedselmaffia en bij overtredingen die geconstateerd worden aangaande het I&R-systeem en misbruik van geneesmiddelen. Ik heb al vaker de relatie aangehaald tussen dierenmishandeling en huiselijk geweld en andere criminele activiteiten. "Ondermijning" noemen ze dat ook wel bij de politie. 

Tot slot vragen wij altijd om hoge boetes die in relatie staan tot het delict, gevangenisstraffen voor de betrokken dierenbeulen en verantwoordelijken, sluiting van het bedrijf, een levenslang houdverbod, een betere samenwerking met de NVWA en de dierenpolitie, en bestuursrecht in synergie met strafrecht. 

Tot slot nog iets wat ik een paar uur geleden ook heb aangehaald tijdens het debat met de minister van Veiligheid en Justitie. Er zijn wantoestanden geweest bij een slachthuis in Woerden. Daar is een dierenarts mishandeld. Als dat allemaal klopt, werken die slachters er nog? Want als je zo met mensen omgaat, kun je onmogelijk goed met dieren omgaan. En als je in België zo met dieren omgaat, kun je onmogelijk goed met mensen omgaan. Dus die mensen moeten uit de maatschappij worden gehaald. 

De heer De Groot (D66):

Mijnheer de voorzitter. We staan hier vanwege een ernstig incident in de bokkenmesterij. Voor de fractie van D66 is van belang wat we hiervan kunnen leren. Welke problematiek zit er nou achter dit incident? Een vergelijkbare problematiek speelt immers ook in andere sectoren. Denk aan kalveren en stiertjes in de melkveehouderij en aan het doden van haantjes in de kippensector. Daarom kijk ik even breder. 

Vrijdag opent Kipster zijn deuren. Dit bedrijf heeft een oplossing voor het in de shredder doen van de haantjes en voor het dumpen van soepkippen op de Afrikaanse markt. En de kippen eten alleen nog maar restproducten. Dit laatste is natuurlijk een prachtig voorbeeld van kringlooplandbouw. Kipster neemt de verantwoordelijkheid voor het gehele productiesysteem. De vraag is nu: doet ook de geitenhouderij dit? Er is een duurzame geitenzuivelketen, duurmelken is de gangbare praktijk en op een derde van de bedrijven groeien de bokken op bij de geitenhouder zelf. Prima. Wat de fractie van D66 betreft, heeft het afmesten van bokken bij de fokker de voorkeur boven een gespecialiseerde vetmesterij: minder vervoer, minder medicijnen en minder uitval op de bokkenmesterij. Maar als geitenbokjes dan toch doorgaan naar een bokkenmesterij, weet een geitenhouder dan wat er met de bokjes gebeurt die daarheen gaan? Krijgt hij gegevens over het medicijngebruik? Hoe gezond zijn de dieren? En wordt hij daar eventueel ook voor beloond? 

Voor zover ik weet, luidt het antwoord op deze vragen nee. Nu ligt de sector onder een vergrootglas. Hij is sinds het jaar 2000 in omvang verdrievoudigd. De sector had te maken met de Q-koorts, die talloze mensen heeft geraakt, en recentelijk ook met een moratorium in twee provincies vanwege een vermoedelijke relatie tussen geitenhouderij en gezondheid. De vraag is dan ook of de sector onder het vergrootglas van de NVWA ligt. Hoeveel controles verricht de NVWA per jaar in de bokkenmesterij? Wat is volgens de minister het uitvalpercentage in de bokkenmesterij? 

Tot slot. Met een goede aanpak van dit incident kan de geitenhouderij zelf laten zien dat ze verantwoordelijkheid kan nemen in de volle breedte. Daarom mijn vraag: is de minister bereid om samen met de geitensector op korte termijn een plan te maken, zodat de geitenhouder de verantwoordelijkheid kan nemen voor de gezondheid en het welzijn van de bokken? 

Mevrouw Ouwehand (PvdD):

Ik ben een beetje verbaasd over de vragen van D66. Het kabinet heeft een brief geschreven waarin nog ergere cijfers stonden dan bij de Partij voor de Dieren bekend. In veel bokkenmesterijen is het sterftepercentage hoger dan 20%. Het kan oplopen tot wel 66%. Die cijfers zijn al bekend. Het kabinet schrijft ook dat het al met de sector in gesprek is over een plan van aanpak. Het vervelende daaraan is dat wij zien dat er geen dierenwelzijnsorganisaties zijn uitgenodigd. Dat doet sterk denken aan waar de Rabobank de sector al in 2011 voor waarschuwde: neem nou een paar maatregelen, want de imagoschade gaat je veel meer kosten dan het treffen van een paar maatregelen om het welzijn van de bokjes te verbeteren. Er moet natuurlijk wel oprecht vanuit het welzijn van de dieren worden geredeneerd en niet vanuit imagoschade van de sector, toch? Op welke manier zit D66 hier nu in het debat? 

De heer De Groot (D66):

Waar het om gaat is dat de sector bokken niet als een bijproduct of een lastig afvalproduct beschouwt. Dit is net als bij de haantjes bij de kippen en de kalveren in de melkveehouderij. Die horen gewoon bij de bedrijfsvoering van de boer. Dat betekent dat je als individuele boer ook de verantwoordelijkheid moet nemen voor de dieren die je niet direct op je bedrijf kunt verwaarden. Je moet dit niet zien als kostprijsverhogend of vanuit het idee dat je daar nog een ruimte voor nodig hebt. Dat mag allemaal waar zijn, maar dit hoort er gewoon bij. Nu heeft de minister inderdaad gezegd dat hij met de sector in gesprek is. We zijn inmiddels een paar maanden verder. Ik wil dat plan nu eigenlijk weleens zien, ook gezien het feit dat de sector nu echt volop in de belangstelling staat. Kom nu met dat plan. Neem die verantwoordelijkheid. En stel de geitenhouder in staat om ook goed voor de bokjes te gaan zorgen. Dat is mijn vraag aan de minister. Dat plan zou ik nu weleens willen zien. 

Mevrouw Ouwehand (PvdD):

Maar, voorzitter, daarom staan wij hier. Wij hebben een eerste gesprek gehad. Het kabinet heeft geschreven dat het plan van de sector in september komt, dus dat loopt nu allemaal. Het is nu aan ons om het kabinet mee te geven wat de grondbeginselen van dat plan moeten zijn. Ik ben echt verbaasd dat D66 het alleen maar over de sector heeft. Dan kunnen we net zo goed naar huis. Dan hebben wij hier geen enkele verantwoordelijkheid meer. Vindt D66 niet ook dat het plan van aanpak in elk geval aan een aantal voorwaarden moet voldoen, namelijk dat het daadwerkelijk gaat om het welzijn van de dieren en dat hun intrinsieke waarde wordt gerespecteerd? Dat moeten de uitgangspunten van dat plan zijn. 

De heer De Groot (D66):

Natuurlijk stelt het plan dat er gaat komen, het welzijn en de gezondheid van die bokken centraal. Anders hoef je niet met een plan te komen. Het is duidelijk dat dat het doel is. Voor de manier waarop dat gebeurt, heb ik vertrouwen in de minister en de sector. Die moeten dat samen doen. Wij gaan hier niet het plan tot in detail voorschrijven. Daar geloof ik niet in. Dat lijkt mij niet verstandig. 

De heer Grashoff (GroenLinks):

Ik hoor de heer De Groot, terecht, heel kritische vragen stellen aan de minister. Hij laat ook iets doorklinken van een opvatting, maar zou hij wat explicieter kunnen zijn? Is de heer De Groot het met mij eens dat de huidige bokkenmesterij onhoudbaar en onacceptabel is en dat daar iets aan moet gebeuren, als het niet in overleg kan met de sector dan maar via regelgeving? 

De heer De Groot (D66):

Je kunt daar nu al heel stoere praat over houden, maar ik denk dat de sector nu aan zet is. De sector moet laten zien dat hij die verantwoordelijkheid neemt. Nogmaals, gelet op de context van de geitenhouderij, de sterke groei, Q-koorts en het moratorium, is het nu ook echt tijd dat ze het laten zien. Anders loop je inderdaad het risico dat je in een politieke dynamiek verzeild raakt waardoor je wordt opgezadeld met regels die de bedrijfsvoering alleen maar moeilijker maken, en niet per se duurzamer. Ik noem fosfaat in de melkveehouderij als voorbeeld. Er is maar één les die we kunnen trekken uit de omgang die de Kamer in de laatste jaren heeft gehad met de intensieve veehouderij. Hoe sneller de sector zelf aan het roer gaat staan, alle issues oppakt en met oplossingen komt die ook oplossingen zijn, hoe beter ze uit de wind blijven. Er is maar één raad aan de sector: blijf hier weg. 

De heer Grashoff (GroenLinks):

Volgens mij staan we hier in dit huis niet als adviseurs en raadgevers van een sector, maar als de vertolker van een maatschappelijk gevoelen over wat wel en niet kan, als wetgever en als controleur. Dat is een andere positie. Mijn vraag aan de heer De Groot is en blijft: is hij bereid om er samen met mij voor te zorgen dat, niet goedschiks dan kwaadschiks, de regels zodanig worden gesteld dat de sector fatsoenlijk omgaat met zijn dieren, hier en op andere terreinen? Dat in plaats van deze benadering, waarvan ik een gevoel krijg van pappen en nathouden. 

De heer De Groot (D66):

We hebben het plan nog helemaal niet gezien. Laten we daar eerst naar kijken. Ik denk dat GroenLinks en D66 wat betreft de doelen van het plan, namelijk dat dierenwelzijn en de gezondheid van de bokken centraal staan, volledig overeenstemmen. Laten we kijken waar de sector mee komt. Laten we bekijken of dat voldoende is. Daarom vraag ik de minister om op korte termijn nu echt met dat plan te komen. Dat gaan we beoordelen. We zeggen niet op voorhand: we trekken allerlei middelen uit de kast. 

De heer Graus (PVV):

Ik hoorde mijn collega De Groot praten over "een incident", maar het begint bijna een structureel probleem te worden, zoals ik in mijn betoog zei. Bij alle negen gecontroleerde bokkenmesterijen was er sprake van een hoog sterftecijfer — mevrouw Ouwehand is ook goed geïnformeerd: ik heb het hier ook staan — van meer dan 20%, met een uitschieter tot 66%. Die gegevens zijn ons toegezonden, dus het is al onderzocht. Ik wil daar een reactie op hebben, omdat u het over "een incident" had. Dit is echt een structureel probleem. En wat moet er volgens u gebeuren als mensen, slachthuizen of veehouders dieren verwaarlozen, ze de benodigde zorg onthouden, ze mishandelen, ze martelen of noem maar op? 

De heer De Groot (D66):

Of het een incident is? De aanleiding voor dit debat is een incident. De Kamer reageert vaak op een incident. Iets is in de pers naar buiten gekomen, met afschuwelijke beelden, en vervolgens gaan we debatteren. Ik vind dat zelf niet optimaal, omdat we het er eigenlijk over moeten hebben hoe we de sector in een systeem kunnen zetten waarin ondernemers vanzelf duurzaam en diervriendelijk gaan produceren. De aanleiding voor dit debat is een incident. Daarom spreek ik erover. Ik vraag nog een keer naar de cijfers en de controles van de VWA, omdat de bokkenmesterij, als we afgaan op die cijfers, inderdaad geen best trackrecord heeft. Wat de fractie van D66 betreft heeft, zoals ik ook heb gezegd, het veruit de voorkeur dat de geitenhouder de bokjes zelf afmest. 

De heer Graus (PVV):

Ik vroeg nog wat er moet gebeuren. Ik probeer er namelijk steun voor te krijgen dat mensen die hufterig gedrag naar dieren toe vertonen, worden opgepakt en netjes in de gevangenis worden gegooid. Het zijn weerloze wezentjes. Deze mensen moeten een levenslang verbod krijgen op het houden van dieren, met een boete die in relatie staat tot het delict. Daar had ik graag een reactie op gehad van D66. Dat is ook een partij die voor fatsoen staat. 

De heer De Groot (D66):

Voor zover mij bekend is er door de minister van Justitie een voorstel naar de Kamer gestuurd om verder te gaan met straffen en een houdverbod, de middelen die u noemt. Daar staan wij positief tegenover. Wij moeten afwachten hoe dat verder zijn beslag zal krijgen. Het is een brief die verder moet worden uitgewerkt. 

De heer Grashoff (GroenLinks):

Voorzitter. De afgelopen maanden hebben weer eens aangetoond dat er, zacht uitgedrukt, nogal wat te doen is rondom dierenwelzijn. Zo kregen we afschuwelijke beelden te zien van Belgische slachthuizen waar dieren werden mishandeld. We kregen afschuwelijke beelden te zien van veel te veel stalbranden, omdat de brandveiligheid niet op orde was. Daar gaan we apart nog verder over doorpraten. En vandaag voeren we een debat over een bokkenmesterij in Noord-Brabant naar aanleiding van — u raadt het — afschuwelijke beelden. 

De fractie van GroenLinks is de afschuwelijke beelden uit de intensieve veehouderij spuugzat. Het is natuurlijk goed dat de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit direct heeft ingegrepen nadat ze was getipt. Het is goed dat de NVWA er bovenop zit. De voormalige staatssecretaris spreekt in zijn brief aan de Kamer van een indringend gesprek dat heeft plaatsgevonden met de geitensector. Mijn vertwijfelde vraag aan deze minister is: is een indringend gesprek genoeg? 

In de intensieve veehouderij — even iets breder uitzoomend — blijven wij met de regelmaat van de klok geconfronteerd worden met zaken die, of ze al dan niet formeel mogen, niet door de beugel kunnen. Waarom vinden we het normaal dat in de pluimveehouderij alle haantjes na één dag worden vernietigd? Waarom blijven we praktijken houden van het afknippen van staarten en het afbranden van snavels? En dat terwijl op al deze aspecten de alternatieven er zijn. Voorlopers tonen aan dat het kan, met inderdaad als nieuwste — de heer Groot noemde het terecht — het Kipsterinitiatief. Wat is er toch mis met het moreel kompas in de dierhouderij? 

Terug naar de bokken. Op sommige bokkenmesterijen overlijden twee op de drie bokken voortijdig. Dat is een bizar hoog getal. Maar is een sterftepercentage van circa 20% dan normaal? Ik vind dat ook een volstrekt onacceptabel getal. Is de minister dat met mij eens? Als een tak in de dierhouderij dit soort consequenties heeft, dan zijn wij eigenlijk de discussie voorbij of er bewust dieren niet goed behandeld worden. Dan deugt het systeem structureel niet. Is de minister dat met mij eens? 

Als je bokjes uit verschillende geitenhouderijen op zeer jonge leeftijd bij elkaar zet met risico's van dierziekten, als je jonge bokjes na de geboorte al snel op transport zet, in binnen- of buitenland met lange transporten van meer dan 100 kilometer, als je bokjes door een te korte zoogtijd geen immuunsysteem laat opbouwen, ja, dan vraag je erom. Ik refereer nog maar eens aan het rapport uit 2004 alweer dat heet Naar een veestapel met meer natuurlijke weerstand. Daar is weinig mee gebeurd. 

Deze bokjes zijn inderdaad een restproduct van de geitenmelkerij. Je wilt er zo snel mogelijk vanaf, maar en passant graag nog wel zo veel mogelijk geld aan verdienen. En dat staat naar zijn aard garant voor een slordige en respectloze behandeling van dieren. Als je geiten houdt, heb je ook de verantwoordelijkheid voor de jonge bokken. Wat ons betreft blijven die dus op de melkgeitenbedrijven. Bij voorkeur worden ze daar op een verantwoorde manier verder gemest en wordt de bokkenmesterij als aparte bedrijfstak gewoon gestopt. 

Ik wil heel graag van de minister een reactie op de vraag of het mogelijk is om zodanig met de sector te overleggen, dan wel via regelgeving te bereiken dat deze praktijken stoppen. 

Mevrouw Lodders (VVD):

Voorzitter. Vandaag spreken wij over de misstanden in de bokkenmesterij. We hebben de beelden allemaal gezien. En laat ik daar helder over zijn: dit kan en mag niet gebeuren. Als veehouder dien je goed voor je dieren te zorgen. Dat dit in dit voorbeeld voor deze veehouder niet vanzelfsprekend was, is ontzettend schrijnend. De bokkenmesterij is onderdeel van de Nederlandse geitenhouderij en de beelden zijn zeker niet representatief voor de hele sector. De geitenhouderij is een jonge sector die zich wil ontwikkelen naar een sector die toekomstbestendig is en waar op een verantwoorde manier voedsel wordt geproduceerd. Dat hier nog stappen te zetten zijn is duidelijk. Dat onderkent de sector zelf ook. Ik ben dan ook positief over de initiatieven die zij genomen heeft om te werken aan een toekomstvisie. Het afmesten van de jonge bokjes, maar ook een aantal andere onderwerpen zullen hier onderdeel van moeten zijn. Ik heb begrepen dat het ministerie hierbij actief betrokken is en in gesprek is met vertegenwoordigers uit de gehele geitensector. Kan de minister aangeven wanneer de Kamer een plan van aanpak van de sector kan ontvangen? 

Ik ben vaak kritisch op de NVWA en recent hebben we nog een stevig debat met elkaar gevoerd. Maar ik kan, zeker ook naar aanleiding van de brief, niet anders dan constateren dat de NVWA haar werk in dezen goed heeft gedaan. Ze had de bokkenmesterij al in het vizier. Ze heeft actief gecontroleerd, waar nodig handhavend opgetreden en in schrijnende gevallen zelfs bestuursrechtelijk en strafrechtelijk opgetreden. En zo hoort het! 

Het is goed dat misstanden gemeld worden en dat de toezichthouder optreedt, maar in dit geval wil ik ook een ander aspect benoemen. Het beeldmateriaal waarnaar verwezen is, is op een onrechtmatige wijze verkregen. Dit voorbeeld staat niet op zich en dat baart mij ook zorgen. Kan de minister aangeven wat de verhouding tussen de NVWA en organisaties als Eyes on Animals is en hoe wordt omgegaan met het onrechtmatig verkrijgen van beeldmateriaal? Hebben deze organisaties vrij spel? Graag een reactie van de minister. 

Mevrouw Ouwehand (PvdD):

Voorzitter, ik bewaar mijn interruptie op de stelling van mevrouw Lodders dat deze beelden onrechtmatig zijn totdat de minister heeft gereageerd, want ik weet toevallig dat het anders zit. 

Mijn vraag gaat over de woorden die mevrouw Lodders uitspreekt, namelijk dat het onacceptabel is maar dat er wordt gewerkt aan een plan van aanpak en dat de NVWA gelukkig goed heeft opgetreden. Ik heb daar vragen over aan het kabinet gesteld. Het kabinet zegt: let op, het mag niet voorkomen dat dieren zo zwak zijn dat ze doodgaan. Maar de vraag is dan wel: hoe handhaaft de NVWA dan? Wat weet mevrouw Lodders over de manier waarop de NVWA heeft ingegrepen? Dat is mij niet helemaal duidelijk, want uit de brieven van het kabinet maak ik op dat de sterftecijfers de komende tijd nog zeker rond de 20% zullen liggen. Dat betekent dus dat de situatie niet zal veranderen. Wat stelt het optreden van de NVWA dan precies voor? 

Mevrouw Lodders (VVD):

In de Kamer hebben we heel vaak een debat over het functioneren van de NVWA en ook de VVD-fractie is daar met regelmaat heel kritisch op. Maar als ik de brieven van het kabinet goed lees en goed beoordeeld heb, dan maak ik daaruit op dat de NVWA de bokkenmesterij in het vizier had. De NVWA heeft niet alleen naar aanleiding hiervan opgetreden en controles doen plaatsvinden, want de NVWA was daarvoor ook al bezig met de bokkenmesterij. In het geval van dit incident lag dat nog anders maar daarna niet. Het is dus niet zo dat deze beelden ervoor gezorgd hebben dat men is gaan nadenken of men bij de bokkenmesterij moest gaan kijken. Nee, men had de bokkenmesterij al in het vizier. En dat mag ook een keer gezegd worden. 

Mevrouw Ouwehand (PvdD):

Allemaal mooi en aardig, maar mijn vraag is: waar handhaaft de NVWA dan precies op? We weten nu uit de cijfers dat op veel bedrijven — let op: veel bedrijven! — het sterftepercentage hoger is dan 20%. Soms is het wel 66%. De NVWA komt aan bij zo'n bokkenmesterij en wat dan? Wat doet de NVWA? Wat weet mevrouw Lodders over het optreden van de NVWA? Mijn indruk is dat er waarschuwingen en boetes worden gegeven en niet dat zo'n bedrijf wordt stilgelegd. Men doet dat, terwijl die bokken daar sterven, puur door de manier waarop ze worden gehouden. Ze worden weggehaald bij hun moeder, mogen niet drinken en worden in een bokkenmesterij gezet. Die situatie zorgt ervoor dat ze doodgaan van ellende. Wat doet de NVWA op het moment dat ze daar aankomt? 

Mevrouw Lodders (VVD):

Ik denk dat de handhaving thuishoort bij de NVWA. Ik denk niet dat wij hier met elkaar het debat moeten voeren over hoe de NVWA handelt op het moment dat zij op een bedrijf, welk bedrijf dan ook, komt. Waar het mij om gaat, is dat ik in de brief van het kabinet heb gelezen dat er gecontroleerd is en dat er handhavend is opgetreden. In de brief staat verder dat de situatie in enkele bedrijven zelfs dusdanig schrijnend was dat er zowel strafrechtelijk als bestuursrechtelijk is opgetreden. Dat leidt in ieder geval tot mijn constatering dat de NVWA daar op een adequate manier bezig is. Als het gaat om de bokkensterfte, is het terecht dat mevrouw Ouwehand wijst op de excessen in de bokkenmesterij. Dat is overigens niet de hele geitenhouderij, merk ik nog maar eens op. Dat is niet acceptabel, zoals de sector zelf ook terecht heeft geconstateerd. Het is een snel groeiende sector, die bezig is met een toekomstvisie, waarvan al dit soort elementen onderdeel zijn. Ik heb gevraagd naar het plan van aanpak. Ik heb volgens mij ergens gelezen, of ik heb het gehoord in de gesprekken die ik met de sector heb gevoerd, dat wij dat op niet al te lange termijn kunnen verwachten, maar ik hoor graag een concrete datum. 

De heer Grashoff (GroenLinks):

Ik hoor met stijgende verbazing het pleidooi van de VVD rond onrechtmatig verkregen beelden aan. Wat wil mevrouw Lodders nou eigenlijk? Had zij liever gewild dat wij deze signalen van gruwelijke misstanden helemaal niet hadden gehad en dat we het allemaal een beetje toegedekt hadden? Of hoe zit het eigenlijk? 

Mevrouw Lodders (VVD):

Daar ben ik heel helder in. Ik ben mijn betoog begonnen en geëindigd met te stellen dat het heel belangrijk is dat signalen gemeld worden. Maar ik maak me terecht, denk ik, ook zorgen als beelden onrechtmatig verkregen worden. Ik ben ook erg nieuwsgierig naar de relatie tussen de NVWA en organisaties die met dat soort beelden komen. 

De heer Grashoff (GroenLinks):

Voorzitter ... 

Mevrouw Lodders (VVD):

Het kan toch niet zo zijn, zo merk ik nog op in de richting van de heer Grashoff, dat wij organisaties vrijpleiten die op onrechtmatige wijze beelden verschaffen? Maar nogmaals, buiten kijf: misstanden moeten worden gemeld. 

De heer Grashoff (GroenLinks):

Een hele interessante discussie. Ik denk dat het overgrote deel van beelden van afschuwelijke misstanden, of het nou om dieren gaat of om mensen, op onrechtmatige wijze verkregen wordt, omdat de wet- en regelgeving nu eenmaal zodanig is dat je op particulier terrein dit soort beelden niet mag maken. Ik vraag me dus toch af of mevrouw Lodders de juiste prioriteiten stelt, en ik vraag me echt af hoe de VVD eigenlijk in deze wedstrijd zit. 

Mevrouw Lodders (VVD):

Het is heel duidelijk welke prioriteit wij stellen. Ik ben niet voor niets mijn betoog begonnen met dierenwelzijn en het afkeuren van de gang van zaken in deze situatie en bij dit voorbeeld. Helaas voldoen ook een aantal andere bedrijven in de bokkenmesterij daaraan. Dat kunnen we niet accepteren, dat mogen we niet accepteren en daartegen moeten we optreden. 

Dank u wel. 

De voorzitter:

Dank u wel. De laatste spreker van de zijde van de Kamer is de heer Hijink van de fractie van de SP. 

De heer Hijink (SP):

Voorzitter. Ik denk dat iedereen begrijpt dat een geit alleen maar melk geeft als zij eerst een jong heeft gekregen. Ik denk dat iedereen ook begrijpt dat er niet alleen nieuwe winstgevende geiten worden geboren maar ook jonge bokjes, die geen melk gaan geven. Het is allemaal geen hogere wiskunde. Net als bij koeien is het vervolgens de vraag hoe we zo zorgvuldig en fatsoenlijk mogelijk met deze dieren omgaan. Is het eigenlijk wel nodig dat dieren ieder jaar opnieuw lammeren op deze wereld zetten? 

De beelden van Eyes on Animals hebben terecht voor grote verontwaardiging gezorgd. Ze maken duidelijk dat de bokjes, die economisch onrendabel zijn, door sommige bedrijven als grofvuil worden behandeld. Pasgeboren geiten worden vaak direct bij hun moeder weggehaald. Ze missen daardoor de cruciale voedingsstoffen en antistoffen uit de biest, de eerste moedermelk. De bokjes worden afgevoerd, met bokjes van alle andere bedrijven samen in stallen gestopt en vervolgens binnen een paar weken geslacht — als ze al niet vroegtijdig doodgaan. Want in veel van de bedrijven gaat 20% en soms meer dan 20% van de bokjes dood nog voordat ze überhaupt het slachthuis bereiken; mevrouw Ouwehand heeft het allemaal benoemd. 

Als excuus wordt vanuit de sector gezegd dat het mesten van bokjes weinig lucratief is. Maar dat kun je natuurlijk alleen stellen als je de verzorging van bokjes los ziet van de productie van geitenmelk. Dan is het een keuze om geen geld in te zetten voor de goede verzorging van deze pasgeboren bokken. De vraag die we moeten stellen, is welk nut het heeft om een sector in de landbouw te faciliteren die voor zo veel levende bijproducten zorgt; alleen het woord al, "bijproducten". Welk doel, behalve financieel gewin, dienen de uitbreiding en schaalvergroting die we de afgelopen jaren in de sector hebben gezien? We kennen de gevolgen voor de omgeving, waar omwonenden een vergrote kans hebben om ziek te worden. We kennen de gevolgen voor het milieu. En nu kennen we ook de miserabele omstandigheden waarin een deel van deze overtollige bokjes moet leven. Tel al die bezwaren nou eens bij elkaar op, en je hebt redenen genoeg om de geitenhouderij te begrenzen, de aantallen te beperken, de risico's te verkleinen en meer eisen te stellen aan het welzijn van deze dieren. Is de minister bereid om dat te gaan doen? 

De voorzitter:

Dank u wel. De minister kan meteen antwoord geven. Het woord is aan hem. 

Minister Kamp:

Voorzitter. Ik denk dat de meest essentiële opmerking die gemaakt is door een van de woordvoerders, zonder iets af te doen aan de andere woordvoerders, de opmerking is waar mevrouw Lodders mee begon. Mevrouw Lodders zei: als veehouder dien je goed voor je dieren te zorgen. Zo simpel is het. Als veehouder dien je goed voor je dieren te zorgen. 

Ik zal ingaan op de punten die naar voren zijn gebracht, maar misschien is het goed om even een paar cijfers te noemen, zodat we kunnen plaatsen waar het over gaat. We hebben in Nederland ruim 500 bedrijven waar melkgeiten worden gehouden. Op die bedrijven zijn zo'n 350.000 melkgeiten. De praktijk was om ieder jaar die melkgeiten te laten lammeren. Dat is nu niet meer de praktijk: de dieren gaan langer door met melk geven en er wordt minder vaak gelammerd. Jaarlijks zijn er ongeveer 150.000 lammeren op die 350.000 melkgeiten. Dat betekent dat er 75.000 bokjes zijn. Het is niet zo, zoals mevrouw Ouwehand zegt, dat een deel van die bokjes naar Zuid-Europa gaat en een deel naar de mesterijen in Nederland. Het vervoeren van die bokken naar Zuid-Europa is voorbij, omdat de regels voor het transport zijn aangescherpt. Als gevolg daarvan worden ze niet meer vervoerd naar Zuid-Europa. De dieren worden in Nederland gemest, vervolgens worden ze geslacht en gaan ze als karkassen naar Zuid-Europa toe. Dat is de huidige praktijk. Van het aantal dieren dat ik heb genoemd, die 75.000 bokjes, blijft een deel bij de geitenhouders. Een ander deel gaat naar de mesterijen toe. Dat zijn aparte bedrijven, waar alleen die bokjes naartoe gaan. Ik zal zo wat meer zeggen over die bedrijven. 

Ik heb geen zicht op al die 75.000 bokjes op dit moment en ik wil dat wel hebben, gelet op wat er in die sector gebeurt. Op het moment zijn er nog zo'n 17.000 beesten die ik niet kan traceren. Dat komt doordat de registratie nog niet perfect is. Ik zal eraan gaan werken om die registratie zo snel mogelijk op orde te krijgen, zodat we weten hoe het met die bokjes zit en waar ze naartoe gaan. Zo kunnen we goed volgen wat er gebeurt. Want ik wil gewoon heel goed volgen wat er gebeurt, niet met steekproeven of zo, maar ik wil dat er per bedrijf gekeken wordt wat er met die dieren gebeurt. "Per bedrijf" zeg ik. Er zijn in totaal elf bokkenmesters in beeld. Dit is ook aan de Kamer geschreven. Bij die elf bokkenmesters die in beeld zijn, zijn 35.000 bokjes aangevoerd. Verder zijn er een aantal bokjes gebleven op de melkgeithouderij. Daarnaast heb je nog die 17.000 waar ik het net over had. 

Maar bij die 35.000 die naar die bedrijven zijn aangevoerd, liggen de sterftecijferpercentages verontrustend hoog. Onacceptabel hoog. Er moet goed voor die dieren gezorgd worden. En als je ziet wat de sterftecijfers zijn, wordt er meestal niet goed voor die dieren gezorgd. Dat is dus heel ernstig en reden om er bovenop te gaan zitten. Het kan heel goed, goed voor dieren zorgen. Er is ook een bedrijf waar die bokken worden gemest waar het sterftecijfer 2% is. 2% is dus ook wat je kunt bereiken, als je het met liefde voor het dier op een goede wijze doet, zoals je dat mag verwachten van een goede veehouder. 66% is natuurlijk volstrekt onacceptabel, maar ook 20% is niet nodig. Bij bokkenhouders waar controles zijn geweest en waar is opgetreden, is gebleken dat het sterftecijfer teruggebracht kan worden naar 12%. Ik denk dat het nog verder teruggebracht kan worden. Dat zal nu per bedrijf moeten gebeuren en wij zullen daar bovenop moeten zitten. 

We hebben elf bokkenmesterijen in beeld, maar dat beeld is misschien niet compleet. Ik moet dat uitzoeken, want ik wil het compleet hebben. Ik wil per bedrijf volgen wat er gebeurt. Dat is niet nieuw. Wij zijn daar vanuit de NVWA in 2016 mee begonnen. Voor maart 2017, maanden voor deze gruwelijke uitzending bij Hart van Nederland, waren er al inspecties bij alle in beeld zijnde bokkenmesterijen. Wij hebben vastgesteld dat er bij drie van de elf die we kenden geen bokken meer aanwezig waren en bij de andere acht wel. We hebben daar een aantal dingen geconstateerd die niet goed zijn. Vervolgens is er concreet opgetreden tegen drie van die bedrijven. Daar is strafrechtelijk opgetreden dan wel strafrechtelijk optreden in voorbereiding. Ook is er bestuursrechtelijk opgetreden. Strafrechtelijk en bestuursrechtelijk optreden kan allebei apart. In de Wet dieren is vastgelegd dat als je dieren niet goed verzorgt, het bestuursrecht niet aan de orde kan zijn, maar dat dan meteen het strafrecht aan de orde komt. Dat doen wij dus ook. Zodra wij vanuit de NVWA merken dat de Wet dieren op dat punt wordt overtreden, wordt er een proces-verbaal opgemaakt dat dan naar het Openbaar Ministerie gaat. Alle andere regels zijn via het bestuursrecht te handhaven. We kunnen een last onder dwangsom en een last onder bestuursdwang opleggen. Een last onder dwangsom betekent dat als tegen een bedrijf iets niet doet wat wel moet gebeuren, het een dwangsom krijgt. Een last onder bestuursdwang betekent dat als een bedrijf iets doet wat niet mag en niet voldoet aan de eisen, wij vervolgens de maatregelen laten nemen die genomen moeten worden en de rekening bij het bedrijf neerleggen. Ik wil die combinatie van bestuursrecht en strafrecht per bedrijf optimaal toepassen, omdat ik vind dat wat er nu gebeurd is onacceptabel is en dat daar krachtig tegen opgetreden moet worden. 

Ik ben nu aan het reageren op wat er gebeurt, maar ik vind dat we het moeten voorkomen. Woordvoerders gaven dat ook aan, in het bijzonder de heer De Groot. Ik ben dat zeer met hem eens en met de anderen die dat zeiden en die een plan van aanpak willen vanuit de sector zelf. Ik vind ook dat dat moet gebeuren. Wij hebben met de sector daarover gesproken naar aanleiding van onze bevindingen. Dat gesprek heeft op 15 juni plaatsvonden. Dat was na de uitzending van Hart van Nederland, maar ik heb mij ervan vergewist dat de afspraken voor dat overleg op 15 juni daarvoor al waren gemaakt. Dat was het vervolg van wat vanaf maart dit jaar is gebeurd met al die controles per bedrijf. Op grond van wat we daar vastgesteld hebben, hebben wij de keten bij elkaar gehaald en er op 15 juni mee gesproken. De keten heeft aangegeven dat zij heel goed begrijpen dat zij als keten verantwoordelijk zijn voor wat er met de dieren gebeurt. Je kunt niet sommige dieren gebruiken en andere dieren niet en die dan maar op de een of andere manier laten verdwijnen. Nee, je bent verantwoordelijk voor alles wat er in die keten gebeurt, voor al die dieren. De sector voelt die verantwoordelijkheid ook. Zij zijn nu in gesprek over een plan waarmee ze duidelijk kunnen maken dat alle dieren de zorg krijgen die een goede veehouder gehouden is om aan zijn dieren te geven. Ik zal dat plan afwachten. Ik ben daarover met hen in gesprek. Ik zal dat plan kritisch bekijken. Ik moet echt de overtuiging hebben dat met het toepassen van dat plan en het naleven van wat er in dat plan staat ook wordt bereikt wat er bereikt moet worden. 

Behalve de sancties die ik net heb genoemd, het bestuursrecht en het strafrecht, is er nog een andere sanctie mogelijk, namelijk wat er in de keten zelf kan worden gedaan. Als je niet voldoet aan wat er in het plan van aanpak komt te staan, kan de situatie ontstaan dat je je melk niet meer af kunt zetten, dat die melk niet meer afgenomen wordt in de keten. Dat is natuurlijk voor een bedrijf iets waar het ook niet mee uit te voeten kan. Ik geloof dus dat het met dat plan van aanpak, met de eigen sancties die men kan treffen en met de sancties die wij kunnen treffen mogelijk is om de zaak onder controle te krijgen. Dat we ons best moeten doen om die zaak onder controle te krijgen, daar ben ik geheel van overtuigd. 

De heer Graus (PVV):

Ik dank de minister in elk geval voor wat hij van plan is om te doen. Hij pakt het echt serieus op en dat doet mij deugd. Ik heb wel een vraag aan hem. Staatssecretaris Van Dam, de toenmalige staatssecretaris, heeft ons ook geschreven dat het een ernstige zaak was: onthouding van zorg de dood tot gevolg hebbende. Dat is eigenlijk een soort marteling. Dat is echt zware dierenmishandeling. Is de minister het met mij eens dat de vraag is of je, als je in staat bent geweest om zelfs uitschieters tot 66% van die kleine weerloze diertjes op die manier om zeep te laten gaan, het wel waard bent om dierenhouder te zijn? Want die mensen veranderen niet. Er zijn onderzoeken naar gedaan: een dierenbeul is en blijft een zieke idioot en dat is een recidivist. Er is geen enkele dierenbeul, waar ook ter wereld, die geen recidivist bleek te zijn. 

De voorzitter:

Dank u wel. 

De heer Graus (PVV):

Is de minister met met mij eens dat zulke mensen helemaal geen dieren meer moeten houden? Die moeten geen tweede kans krijgen! 

Minister Kamp:

Ik weet dat de heer Graus van mening is dat er een houdverbod moet kunnen zijn. Mijn collega van Veiligheid en Justitie heeft al gezegd dat hij op dit moment een onderzoek instelt naar een houdverbod in de strafrechtelijke sfeer. 

De heer Grashoff (GroenLinks):

Ik ben op zich blij met de duidelijke en stevige taal die de minister hier uit. Waardering daarvoor. Wat me wel opvalt, is dat hij ook zegt: we hebben stevig met die sector gesproken en die voelt zich verantwoordelijk. Zou de minister eens kunnen reflecteren op het feit dat die sector zich allang verantwoordelijk had kunnen en moeten voelen, voordat dat gesprek plaatsvond, voordat er maatschappelijke druk ontstond en voordat de overheid bestuursrechtelijk en strafrechtelijk ging ingrijpen? Wat is er mis met het zelfkritische vermogen in die sector? 

Minister Kamp:

Dat vind ik een relevante vraag. De praktijk was dat de dieren naar Zuid-Europa gingen. Daartegen hebben we opgetreden met regels. Het gevolg daarvan is dat ze hier blijven. Dat betekent dat het een nieuwe ontwikkeling is. Er is ook maar een klein aantal bedrijven dat dit doet. We hadden er elf in beeld en acht functioneerden nog. Van die acht zitten er op dit moment drie in een circuit voor of strafrechtelijke of bestuursrechtelijke aanpak of allebei. Ieder bedrijf is bezocht. We blijven die bedrijven ook bezoeken. De 17.000 beesten, jonge bokken, die ik op dit moment niet in beeld heb, wil ik ook in beeld hebben. Daar zal ik dus werk van maken. Als de heer Grashoff zegt dat als er goed voor het vee was gezorgd helemaal niet was gebeurd wat hier is gebeurd, ben ik dat met hem eens. Daarom is het nodig dat die sector zich heel goed bezint op wat hier is gebeurd, op de stand van zaken op dit moment, op wat er moet gebeuren en op hoe ervoor gezorgd kan worden dat het ook gebeurt. Ik zal dat plan van aanpak afwachten en ik zal daar heel kritisch naar kijken om te bezien of dat stevig genoeg is om te bereiken dat ze doen wat mevrouw Lodders zegt, namelijk als veehouder gewoon goed voor hun dieren zorgen. 

De heer Grashoff (GroenLinks):

Ook met dit antwoord kan ik uit de voeten. Blijkbaar hebben we gezamenlijk de meer filosofische zorg wat er nu eigenlijk aan de hand is in zo'n sector dat het niet vanzelf goed gaat, maar dat dat altijd via de overheid moet. Het voorbeeld dat de minister noemt, illustreert dat volgens mij. Eerst was er de praktijk van een afschuwelijke transportafstand voor jonge levende dieren. Daar wordt wederom via de overheid een stokje voor gestoken. De ene misstand wordt dus eigenlijk vervangen door de andere misstand, waarna de overheid weer kan ingrijpen. Ik blijf het een trieste aangelegenheid vinden. 

Minister Kamp:

Ik ken heel veel agrariërs en heel veel veehouders. Ik heb in de acht jaar dat ik wethouder was in een gemeente waar veel veehouders waren iedere week zo'n agrarisch bedrijf, meestal een veehouder, bezocht. Mensen hebben in de regel liefde voor hun dieren. Die zorgen goed voor hun dieren. Maar als dat niet gebeurt in een bepaalde sector, of in een bepaalde sector bovendien nog meer gebeurt dan in andere sectoren, dan is het de taak van de overheid om dat zo snel mogelijk te onderkennen en daar dan ook tegen op te treden. Maar het uitgangspunt is dat veel veehouders voldoen aan wat mevrouw Lodders zei, namelijk goed voor hun dieren zorgen. Ik weet dat dat zo is en als dat niet zo is, overtreden ze de wet en dan zullen we ook tegen hen optreden. 

De heer De Groot (D66):

Ik heb twee opmerkingen. De eerste is: de minister gebruikte in relatie tot het plan van de sector de term "afwachten" tot twee keer toe. Ik denk dat het daar nu te laat voor is. We hebben het over 15 juni. Het is bijna 15 september. Is de minister bereid concreet toe te zeggen wanneer hij dat plan zal sturen naar de Kamer? Wil hij in die zin de sector ook een deadline meegeven? Dat is een. Twee: is een onderdeel van dat plan ook het stimuleren van het vetmesten van de bokjes door de geitenhouder zelf? Op die manier kunnen we de gespecialiseerde bokkenhouders de wind uit de zeilen nemen. 

Minister Kamp:

Eerst die deadline. Ik vind dat geen onredelijk verzoek van de heer De Groot. Wij hebben in maart van dit jaar vastgesteld dat er ernstige problemen waren. Het is nu september. Het lijkt mij dat wij nog in het derde kwartaal van dit jaar moeten zien dat we dat plan van aanpak hebben. Het is niet zo dat we af zitten te wachten — we zijn met de sector indringend in gesprek — maar ik denk dat het inderdaad zo moet zijn dat we daar druk op zetten. Ik moet zo snel mogelijk een goed plan van aanpak hebben. Ik denk dat de sector zich dat ook bewust is. Dit debat zal daar zeker ook aan bijdragen. Ik zal mijn best doen om nog in het derde kwartaal van dit jaar daarmee te komen. Kan ik dat nog doen? Dat zal krap worden, want dan heb ik nog een week of twee. 

De voorzitter:

Dat is een makkelijke toezegging zo! 

Minister Kamp:

Ik denk dat ik dat iets te gemakkelijk heb gezegd. Laat ik zeggen dat ik het binnen een week of zes toch wel voor elkaar moet hebben. 

De voorzitter:

Anders komt u gewoon even terug. 

Minister Kamp:

Zo is het. 

De heer De Groot (D66):

Dank u wel. Er is altijd een minister, natuurlijk. Dan had ik nog een vraag gesteld over de inhoud van het plan. 

Minister Kamp:

Bij dat bedrijf waar het heel goed gaat met die jonge bokken, waar maar 2% uitval is, is het ook niet zo dat die bokken op die melkgeitenhouderij zelf opgroeien. Al die bokjes van dat ene bedrijf — het is maar een klein bedrijf — gaan naar een aparte bokkenmesterij. Die blijven dus bij elkaar, zonder dat er allerlei dieren bijgevoegd worden. En ook daar gaat het goed. Dus ik weet niet precies wat ze het beste kunnen doen in die sector. Ze hebben zelf veel meer verstand van die geiten dan ik. Ze mogen met hun voorstellen komen en met hun argumenten. Ze mogen mij uitleggen waarom ze denken dat dat voldoende is en dat het goed is, en ik zal dat kritisch bekijken. 

Mevrouw Ouwehand (PvdD):

Volgens mij had de staatssecretaris al beloofd dat het plan in september zou komen, maar als deze minister dat plan in zes weken nog stuurt … We kijken er erg naar uit. Ik heb een aantal vragen. Heeft de minister zicht op de welzijnsimplicaties die nu, zoals we hebben kunnen lezen in de brief van 5 juli, door de sector worden geschetst? Want duurmelken klinkt welzijnsvriendelijker dan het is. Dat betekent dat de geit gewoon twee tot drie jaar wordt uitgemolken. Weet de minister wat dat voor het welzijn van de geiten betekent? Kan de minister inzichtelijk maken waar de NVWA precies op handhaaft? Want we horen steeds dat er wordt gehandhaafd, maar waarop is dat precies en wat zijn dan de daadwerkelijke sancties? En sluit de minister uit dat de transporten van bokjes naar andere landen ooit weer worden hervat? We hebben eerder gezien dat de transporten van jongere kalveren zijn stilgelegd. Daar waren we blij mee, maar die zijn nu toch weer opgestart. Het is mooi als dat met de bokjes niet meer gebeurt, maar graag ook de garantie dat het ook niet meer gaat gebeuren. 

Minister Kamp:

Transport is niet verboden, maar is aan strenge voorwaarden verbonden. Als gevolg van die strenge voorwaarden is het nu zo dat de beesten in Nederland blijven. Als men gaat transporteren, dan heeft men zich aan die regels te houden. Als men dat doet, dan mag dat. 

Waar handhaaft de NVWA op? We hebben een heleboel regels. Een deel van die regels is strafrechtelijk beschermd. Een ander deel van de regels is bestuursrechtelijk beschermd, voor wat betreft de uitvoering. Al die regels handhaaft de NVWA. Die gaat dus naar dat bedrijf toe, die stelt vast wat daar de situatie is, die houdt dat vervolgens naast de regels en bij overtreding van die regels wordt er strafrechtelijk of bestuursrechtelijk of allebei opgetreden. Ik heb mij ervan vergewist dat er bij drie van de acht bedrijven die op dit moment nog bokken mesten, sprake was van overtreding van regels en dat er bij al die drie bedrijven nu krachtig opgetreden wordt. 

De laatste vraag van mevrouw Ouwehand is of ik weet hoe het zit met de welzijnsaspecten van de melkgeiten, als je geiten die ieder jaar lammeren vergelijkt met geiten die langer melk geven en pas na enkele jaren weer lammeren. Ik heb nu geen gegevens ter beschikking waardoor ik het welzijn van geiten in beide situaties kan vergelijken. 

Mevrouw Ouwehand (PvdD):

Dank. Ik heb het punt gemaakt dat het ministerie de sector heeft uitgenodigd om te werken aan een plan van aanpak en dat er geen dierenwelzijnsorganisatie bij is betrokken. Laat ik het voorzichtig zeggen: wij maken ons zorgen over de integrale dierenwelzijnsblik op de plannen. Vindt de minister het belangrijk dat niet alleen naar het welzijn van de bokjes wordt gekeken maar ook naar dat van de geiten? 

Wat de handhaving door de NVWA betreft kan ik mij voorstellen dat de minister dat nu niet paraat heeft. Maar is hij bereid om toe te zeggen om bij het plan van aanpak inzichtelijk te maken waar de NVWA dan precies op heeft gehandeld? Ik ben echt benieuwd. Als dieren structureel zo ziek zijn dat ze tegen de dood aanhangen, is dat dan voor de NVWA reden om de dieren in beslag te nemen of om het bedrijf stil te leggen? Ik wil concreet weten op welke gronden en hoe er dan wordt ingegrepen. Ik kan mij voorstellen dat de minister dat nu niet kan ophoesten, maar ik denk wel dat het belangrijk is om daar zicht op te hebben als wij het plan van aanpak bespreken. Kan dat inzichtelijk worden gemaakt als het plan van aanpak naar de Kamer komt? 

Minister Kamp:

Ik kan per bedrijf aangeven wat er gebeurt. Dat is het punt niet. Ik kan per bedrijf aangeven wat daar aan overtredingen is vastgesteld, wat er vervolgens al strafrechtelijk is gedaan, op welke punten een bedrijf strafrechtelijk nog in overtreding is en wat wij bestuursrechtelijk aan het doen zijn. Maar ik geloof niet dat het in dit debat erover gaat om per individueel bedrijf dit soort details met elkaar te wisselen. Het gaat erom dat er iets is geconstateerd is waarvan de Kamer zegt: wij willen met de minister spreken over wat er aan de hand is en wat wij daaraan gaan doen. 

Ik geloof dat ik u helder heb gemaakt dat wij per bedrijf nu controles en hercontroles gaan uitvoeren en dat er tegen iedere overtreding van de regels wordt opgetreden, strafrechtelijk, bestuursrechtelijk of allebei. Dat is het antwoord dat ik u erop kan geven. Ik heb die gegevens ter beschikking, maar ik denk dat in dit debat déze informatie voor u relevant is. 

De voorzitter:

Nou, heel kort. 

Mevrouw Ouwehand (PvdD):

Voorzitter, heel kort. De vraag is natuurlijk de volgende. Als het sterftepercentage nu, laten wij zeggen, 20% is, als 20% van de dieren de slachtleeftijd niet haalt en als dat niet verandert, dan handhaaft de NVWA toch niet op het simpele gegeven dat de dieren zo ziek zijn en geen zorg hebben? 

Minister Kamp:

Het is niet zo dat ik tevreden ben als 20% van de jonge bokjes doodgaat. Absoluut niet. Wij hebben vastgelegd dat de dieren gerespecteerd moeten worden om hun intrinsieke waarde en dat er goed voor de dieren gezorgd moet worden. Dat hebben wij in regels vastgelegd en die regels moeten nageleefd worden. Wij moeten via de handhaving ervoor zorgen dat die regels nageleefd worden. Wij hebben vastgesteld met elkaar dat dat in deze sector niet het geval is, dus treden wij op. Ieder bedrijf wordt gecontroleerd. Zo nodig wordt ieder bedrijf gehercontroleerd. Uit die controles is al gebleken dat het gewoon goed kan als je het wilt, dus ik leg mij niet neer bij die 20%. Ik wil het ook niet alleen maar laten bij controles en hercontroles en achteraf reageren. Ik wil dat vooraf de problemen voorkomen worden. Daarom wil ik een plan van aanpak hebben. Dit waren de algemene opmerkingen. Ik kijk nu even of er nog aanvullende vragen zijn van de verschillende woordvoerders die ik moet beantwoorden. 

Ik heb dus tegengesproken wat mevrouw Ouwehand zegt, namelijk dat er, omdat men geschrokken was van de uitzending, een gesprek is georganiseerd. Ik denk dat het goed is dat wij ons dat realiseren. Ik stel ook op prijs wat mevrouw Lodders daarover heeft gezegd. De NVWA was hier tijdig mee bezig. Die heeft onderkend wat hier aan de hand was en die is opgetreden. Zelfs het gesprek waar mevrouw Ouwehand het over heeft, was al voor die uitzending georganiseerd. Daar heb ik mezelf van vergewist. Een landelijke stop op de melkgeitenhouderij ben ik niet van plan. Bij de consumenten is veel vraag naar geitenmelk. Ik denk dat het aan de melkveehouders is om op een verantwoorde manier aan die vraag te voldoen. Daar spreken we vanavond over. Op de overige punten van mevrouw Ouwehand ben ik ingegaan. 

De heer Graus heeft een probleem geschetst dat hij ernstig neemt. Ik heb in zijn richting aangegeven dat hetzelfde voor mij geldt. Hij zegt dat de overheid de regie moet nemen. Ik vind dat de sector zelf de goede dingen moet doen. De bedrijven moeten zelf de goede dingen doen en de sector moet dat organiseren. Daar hebben ze een eigen systeem voor. Ze kunnen ook hun eigen sancties toepassen. Ik heb het nodige gezegd over het plan van aanpak. Ik heb verteld hoe daaraan gewerkt wordt, wanneer dat er moet zijn en waaraan dat moet voldoen. 

De heer Graus sprak ook over strenge straffen. De mogelijkheid om streng te straffen is absoluut aanwezig. Als er strafrechtelijk wordt opgetreden, kan er gevangenisstraf worden gegeven. Als er bestuursrechtelijk wordt optreden, zijn boetes tot een bedrag van €810.000 mogelijk, of zelfs nog meer als de omzet van een bedrijf heel hoog is. Het gaat erom dat het in de praktijk ook ingevuld wordt. Daarom is het goed dat de NVWA bij ieder bedrijf waar ze die overtredingen constateert haar werk goed doet, een rapport opmaakt en ervoor zorgt dat het op de goede manier bij het Openbaar Ministerie terechtkomt. Als het bestuursrechtelijk wordt afgedaan moeten de handhavers RVO en NVWA zorgen voor een goede strafrechtelijke afdoening. Daar zal ik op toezien, omdat ik dat met de heer Graus van groot belang vind. 

Het laatste punt van de heer Graus ging over de wantoestanden bij een slachthuis. Daar is in de pers over geschreven. In de pers is gemeld dat zich op 1 september een incident zou hebben voorgedaan bij een slachthuis in Montfoort. Ik denk dat dat het slachthuis is waar de heer Graus over spreekt. Daar zouden meerdere medewerkers van het slachthuis bij betrokken zijn. Die dag was er een dierenarts van de NVWA in het slachthuis, maar die heeft niet kunnen constateren wat buiten het slachthuis plaatsvond. Ik heb begrepen dat de betrokkene die daar mishandeld zou zijn daar aangifte van heeft gedaan. Het is nu aan de politie om te beoordelen of daar onderzoek naar moet worden gedaan. Misschien zijn ze daarmee bezig. Het is vervolgens ook aan het Openbaar Ministerie om, als er een proces-verbaal van de politie komt, over een vervolgactie te beslissen. Daar ga ik niet over. Maar ik kan wel vaststellen dat er aangifte is gedaan en dat dat in onze rechtsstaat een vervolg krijgt. 

De heer Graus (PVV):

Ik had de betrokken dierenarts vanmiddag al laten weten dat dat mogelijk het antwoord zou zijn. Dat begrijp ik ook, want het wordt allemaal onderzocht. Er is inderdaad aangifte gedaan. Maar als het allemaal waar is wat de dierenarts zegt — die dierenarts blijkt al een paar keer eerder gelijk te hebben gehad en heeft zelfs gelijk gekregen van de regering bij een ander dossier — dan moeten de slachters die hierbij betrokken zijn gewoon eruit worden geschopt. Want die moet je ook niet meer met dieren laten omgaan. Daar moet echt een einde aan komen. Dat is ook het punt waar ik naartoe wil. Dat houdverbod moet een levenslang houdverbod zijn. Een dierenbeul is gek in zijn hoofd. Daar beter je niet van. Je wordt niet op een gegeven moment geen dierenbeul. Je bent een dierenbeul of je bent het niet. Die mensen moet je niet laten omgaan met weerloze dieren. De minister verwees al naar zijn collega van Veiligheid en Justitie. Ik wil graag een houdverbod, maar dat moet wel een levenslang houdverbod worden. En ze moeten ook een berufsverbot krijgen. Dat klinkt ook lekker, hè, een berufsverbot. Dat moeten ze krijgen. Want dadelijk hebben wij die Belgische slachters die koeienlevers hebben zitten opensnijden hier in Nederland. Er moet dus op Europees niveau een berufsverbot komen. 

Minister Kamp:

Ik heb het nodige gezegd over het houdverbod. De heer Graus heeft daar uitgesproken opvattingen over. We zullen zien waar de minister van Justitie mee komt. Dat zal ongetwijfeld ook weer de aandacht krijgen van de heer Graus en andere woordvoerders in de Kamer. Ik verwacht dat er dan ook weer een debat over zal worden gevoerd. 

Wat moet er gedaan worden tegen degenen waartegen aangifte is gedaan van mishandeling? Degene die aangifte heeft gedaan, was ook een dierenarts. Er was op dat moment een dierenarts van de NVWA in het gebouw aanwezig, maar die heeft niet gezien wat er buiten dat gebouw gebeurde. Er is door degene die mishandeld zou zijn, aangifte gedaan. Dat betekent dat er een strafrechtelijk onderzoek, en eventueel een vervolging, in beeld komt en overwogen moet worden. Ik kan geen uitspraken doen over dat circuit, want daarover wordt mij geen informatie gegeven. Het incident dat door de heer Graus is genoemd, is mij bekend. Als er maatregelen genomen moeten worden tegen de betrokkenen, dan is het aan het Openbaar Ministerie om die uit te spreken en uit te laten voeren. 

Ik denk dat ik de heer De Groot op zijn wenken heb bediend. Hij wil dat de sector, de bokkenmesterij, onder het vergrootglas van de NVWA komt te liggen. Dat is het geval. Hij vroeg wat de uitval is. We hebben de percentages gegeven, maar we hebben inmiddels ook gemerkt dat die percentages dalen. Het gaat mij niet zozeer om percentages. Het gaat mij erom dat je goed voor de dieren zorgt. Die percentages zijn een indicatie daarvan, maar zeggen niet alles. 

Wil ik samen met de sector een plan maken? Ik denk dat de heer De Groot het een goede aanpak vindt als ik de sector aanspreek op zijn eigen verantwoordelijkheid. We kunnen erover spreken, maar de sector moet zelf met een plan komen dat ik vervolgens zal beoordelen. Ik denk dat de heer De Groot het met mij eens is dat dat de weg is die we moeten inslaan. 

De heer Grashoff vroeg of een indringend gesprek genoeg is. Ik denk het niet. Ik denk dat er meer moet gebeuren. Ik heb ook geschetst wat we doen. Wat mij betreft is 20% niet normaal. Hij zegt dat deze praktijken moeten stoppen en dat ben ik met hem eens. 

Ik heb mevrouw Lodders een aantal keren aangehaald. Zij vroeg ook naar het plan van aanpak. Mijn medewerkers weten meer dan ik. Zij hebben mij gezegd dat we er nog steeds aan werken om datgene wat de staatssecretaris heeft toegezegd, namelijk om voor 1 oktober met een plan van aanpak te komen, voor elkaar te krijgen. Ik heb iets meer tijd gevraagd dan eigenlijk nodig was, zes weken, maar ik zal proberen om er nog voor 1 oktober mee te komen. 

Mevrouw Lodders zei dat het beeldmateriaal onrechtmatig is verkregen. Wat doe je daartegen? Van de bedrijven die we in beeld hebben, hebben we er acht gecontroleerd. Bij drie van die bedrijven hebben we vastgesteld dat er krachtig opgetreden moet worden in de strafrechtelijke of bestuursrechtelijke sfeer. Dat is mijn eerste prioriteit. Daar ben ik mee bezig. Ik wil dat niet gelijkstellen met het onrechtmatig verkregen beeldmateriaal. Je mag niet zonder toestemming op het erf van iemand komen om daar opnames te maken. Daar zijn ook regels voor. Degene van wie het bedrijf is betreden en bij wie dit soort dingen is gebeurd, kan aangifte doen. Daar zal tegen opgetreden moet worden, maar ik laat dat punt voor nu even liggen. 

Mevrouw Lodders vroeg hoe de relatie is tussen Eyes on Animals en de NVWA. Dat weet ik niet precies. De NVWA krijgt heel veel informatie aangereikt en die informatie moet op waarde beoordeeld worden. De vraag of informatie wel of niet op een rechtmatige manier is verkregen, is natuurlijk relevant. Maar ook als informatie niet op een rechtmatige manier is verkregen, dan verwacht ik niet van de NVWA dat zij er geen acht op slaat en zich met andere dingen gaat bezighouden. Als het op grond van dat materiaal nodig is om dingen te doen, dan moet dat gebeuren. Beide dingen moeten gebeuren: we moeten ervoor zorgen dat iedere veehouder goed voor zijn dieren zorgt en we moeten ervoor zorgen dat er geen onrechtmatige dingen gebeuren op de erven van boeren, zoals het zonder toestemming binnentreden van stallen om opnames te maken. 

Mevrouw Ouwehand (PvdD):

Ik kan mij voorstellen dat de minister dit nu niet paraat heeft, maar het lijkt mij goed als het kabinet nog een keer in de richting van mevrouw Lodders bevestigt dat Eyes on Animals een vrijwillige inspectieorganisatie is die zich altijd bekendmaakt aan de betreffende boer door aan te kloppen of aan te bellen. In dit geval heeft zij de NVWA ingeschakeld en gezegd: we hebben een situatie aangetroffen waar jullie echt even naar moeten komen kijken. Eyes on Animals heeft samengewerkt met de NVWA om dit soort toestanden in de veehouderij onder de aandacht te brengen van de inspecties. Ik kan me dus voorstellen dat de minister dat niet paraat heeft en even moet uitzoeken hoe dat in dit geval is gegaan. Maar ik zou het wel op prijs stellen als de onterechte beschuldiging die mevrouw Lodders aan het adres van Eyes On Animals heeft gedaan, ook formeel van de zijde van het kabinet wordt rechtgezet. 

Minister Kamp:

Ik dank mevrouw Ouwehand voor haar vriendelijke bejegening van mij. Ik wil niet suggereren dat ik ter zake over de kennis van zaken beschik zoals zij die heeft. Maar ik heb wel goed geluisterd naar mevrouw Lodders. Als beeldmateriaal onrechtmatig verkregen is, vindt zij dat dat niet kan en dat daar ook tegen moet worden opgetreden. Die stelling van mevrouw Lodders kan en wil ik niet tegenspreken. 

Mevrouw Lodders (VVD):

Ik heb behoefte om dat nog een keer te verduidelijken. Aan de hand van het incident dat we vanavond bespreken, heb ik dit aangehaald. Ik vind dit namelijk zorgelijk. Er zijn ook mensen die zich daarover zorgen maken. Volgens mij kan het niet zo zijn — dat hoor ik de minister ook zeggen — dat de ene onrechtmatigheid de andere onrechtmatigheid vergoelijkt of vrijpleit. Dat punt wil ik in ieder geval geadresseerd hebben. Ik wil er ook geenszins voor pleiten dat de NVWA beelden, die onrechtmatig verkregen zijn, naast zich neer zou moeten leggen. Integendeel, ze moet optreden, want ze moet elk signaal serieus nemen. Wel had ik de behoefte om niet alleen dit incident te adresseren maar om dat breder te doen, want we zien het vaker. Dat is de reden dat ik het naar voren heb gebracht. 

Minister Kamp:

Dat is me duidelijk. Ik zeg niet dat ik de ene onrechtmatigheid van dezelfde orde van grootte vind als de andere onrechtmatigheid. Ik vind wel dat op iedere onrechtmatigheid een adequate reactie moet volgen. Ik zal daar ook mijn best voor doen. 

Ik zal niet verder ingaan op hetgeen de heer Hijink naar voren heeft gebracht. Dat komt omdat ik dat in hetgeen ik tot nu toe gezegd heb, gedaan heb. Hij heeft die punten ook aan de orde gesteld, en duidelijk gemaakt hoe hij erover denkt. Hij heeft me ook nog gevraagd of het wel nodig is om ieder jaar te lammeren. Dat is dus niet nodig. Eigenlijk is dat gebleken bij de Q-koorts. Toen die achter de rug was, waren er een aantal dieren die niet mochten lammeren. Toen bleek toch dat die een langere periode melk konden geven. Toen is het op gang gekomen dat melkgeiten niet ieder jaar gingen lammeren, maar dat daar een langere periode werd doorgemolken. Dat in aanvulling op wat ik al eerder naar voren heb gebracht. 

De voorzitter:

Tot zover deze termijn. Is er behoefte aan een tweede termijn? Die is er in ieder geval bij de eerste spreker, mevrouw Ouwehand. Het woord is aan haar. Zij heeft één minuut. 

Mevrouw Ouwehand (PvdD):

Voorzitter. 

Motie

De Kamer, 

gehoord de beraadslaging, 

constaterende dat bokjes die geboren worden in de melkgeitenhouderij vrijwel altijd direct na geboorte van de moeder worden gescheiden en in de meeste gevallen worden afgevoerd naar bokkenmesterijen; 

constaterende dat bij veel bokkenmesterijen de dieren zo ziek zijn dat meer dan 20% sterft voordat zij de slachtleeftijd van 6 weken hebben bereikt, en dat dit percentage wel kan oplopen tot 66%; 

constaterende dat het kabinet in overleg met de sector werkt aan een plan van aanpak; 

spreekt uit dat zowel de percentages als de daadwerkelijke aantallen bokjes die te kampen hebben met een zeer slechte gezondheid of zelfs sterft, onacceptabel hoog zijn; 

spreekt uit dat maatregelen om ziekte en sterfte onder bokjes te voorkomen uit moeten gaan van de intrinsieke waarde van het dier en zowel het welzijn van de bokjes als dat van de geiten moeten dienen; 

verzoekt de regering een plan van aanpak op te stellen waarin concrete doelen worden gesteld voor het voorkomen van ziekte en sterfte onder bokjes en waarin het welzijn en de intrinsieke waarde van zowel de geiten als hun jongen voorwaardestellend zijn, 

en gaat over tot de orde van de dag. 

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door de leden Ouwehand en Hijink. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund. 

Zij krijgt nr. 933 (28286). 

Mevrouw Ouwehand (PvdD):

Een tweede, korte motie. 

Motie

De Kamer, 

gehoord de beraadslaging, 

verzoekt de regering in afwachting van de uitkomsten van aanvullend onderzoek, zorg te dragen voor een landelijk moratorium op de bouw en de uitbreiding van geitenstallen, 

en gaat over tot de orde van de dag. 

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door de leden Ouwehand en Hijink. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund. 

Zij krijgt nr. 934 (28286). 

De heer Graus ziet af van zijn spreektijd, evenals de heer De Groot. De heer Grashoff gaat wel het woord tot ons richten. 

De heer Grashoff (GroenLinks):

Voorzitter. 

Motie

De Kamer, 

gehoord de beraadslaging, 

constaterende dat uit Identificatie & Registratie (I&R) data-analyse van 2016 blijkt dat op vrijwel alle bokkenmesterijen sprake is van een hoog sterftecijfer; 

overwegende dat het sterftecijfer op bokkenmesterijen hoog is doordat verschillende bokjes uit verschillende geitenhouderijen in bokkenmesterijen bij elkaar worden gezet, terwijl het immuunsysteem onvoldoende is ontwikkeld; 

constaterende dat al een fors deel van de melkgeitenbedrijven laat zien dat bokken op het primaire bedrijf kunnen worden afgemest; 

verzoekt de regering te onderzoeken welke mogelijkheden er zijn om via wet- en regelgeving af te dwingen dat bokken op het eigen bedrijf kunnen opgroeien, en hiertoe over te gaan, indien de sector dit niet zelf wil of kan bewerkstelligen. 

en gaat over tot de orde van de dag. 

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Grashoff. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund. 

Zij krijgt nr. 935 (28286). 

Motie

De Kamer, 

gehoord de beraadslaging, 

constaterende dat sinds 2000 het aantal geiten in Nederland bijna is verdriedubbeld naar 500.000 geiten in 2016 en nog steeds snel verder groeit; 

overwegende dat een voortgaande groei van het aantal geiten in Nederland leidt tot extra fosfaatemissie en andere milieu- en gezondheidsrisico's; 

overwegende dat de provincies Noord-Brabant en Gelderland een tijdelijke bouwstop hebben afgekondigd voor geitenhouderijen vanwege toenemende gezondheidsrisico's in afwachting van landelijke maatregelen; 

verzoekt de regering door middel van dierrechten of andere gelijksoortige maatregelen de groei van de geitenhouderij te begrenzen en hierover de Kamer voor 1 februari 2018 te informeren, 

en gaat over tot de orde van de dag. 

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Grashoff. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund. 

Zij krijgt nr. 936 (28286). 

Mevrouw Lodders en de heer Hijink zien af van hun spreektijd. Dan zijn we klaar met de tweede termijn van de Kamer. We wachten even vijf minuten en dan gaan we luisteren naar de becommentariëring door de minister. 

De vergadering wordt van 21.31 uur tot 21.36 uur geschorst. 

Minister Kamp:

Voorzitter. In de eerste motie van mevrouw Ouwehand en de heer Hijink, op stuk nr. 933, wordt de regering gevraagd om een plan van aanpak op te stellen. Dat ben ik niet van plan. Ik denk dat de sector zelf met een plan van aanpak moet komen. Ik zal daar dan kritisch naar kijken. Ik zal wel de suggesties die mevrouw Ouwehand en de heer Hijink hebben gedaan, laten meenemen in het voorbereiden van zo'n plan van aanpak. Ik ontraad de Kamer echter een uitspraak dat de regering een plan van aanpak moet opstellen. De motie op stuk nr. 933 wordt dus ontraden. 

In de motie op stuk nr. 934 vragen mevrouw Ouwehand en de heer Hijink aan de regering om in afwachting van de uitkomst van aanvullend onderzoek zorg te dragen voor een landelijk moratorium op de bouw en uitbreiding van geitenstallen. Ik ben daar niet toe bereid. Misschien kan ik gelijk even de motie op stuk nr. 936, van de heer Grashoff, erbij pakken. Daarin wordt gevraagd om door middel van dierrechten of andere gelijksoortige maatregelen de groei van de geitenhouderij te begrenzen. Ook dat ben ik niet van plan. Op dit moment doet in bepaalde delen van het land de situatie zich voor dat de overheid tot de conclusie kan komen dat er geen uitbreiding van de melkgeitenhouderij kan plaatsvinden. Daar hebben ze verschillende invalshoeken voor. Vanuit het oogpunt van volksgezondheid kunnen ze het voorzorgsprincipe toepassen en dan om die reden optreden. Ze kunnen ook op grond van de milieu- en de omgevingswetgeving optreden. We hebben gezien dat zowel in Brabant als in Gelderland door de provinciale overheden een stop is afgekondigd. Ik denk dat dat op dit moment de aangewezen weg is. Daarom ontraad ik de motie op stuk nr. 934 en de motie op stuk nr. 936. 

In de motie op stuk nr. 935 van de heer Grashoff wordt de regering verzocht om te onderzoeken welke mogelijkheden er zijn om via wet- en regelgeving af te dwingen dat bokken op het eigen bedrijf kunnen opgroeien. Ik wil dat niet onderzoeken omdat wij die mogelijkheid al in beeld hebben gehad en daarnaar hebben gekeken. Het blijkt dat daar zowel op Nederlands, nationaal niveau als op Europees niveau juridische belemmeringen voor zijn. Het gaat dan om de noodzakelijkheid om dat te doen en ook om de proportionaliteit van die maatregel. Wij denken dat er niet voldoende juridische basis is om dit te kunnen doen. Daarom wil ik dat onderzoek dus niet instellen. Maar dat betekent niet dat dit niet een van de dingen is die natuurlijk aan de orde komt als dat plan van aanpak moet worden gemaakt. Het gaat er niet om precies te zeggen wat er op welke manier met die jonge bokjes moet gebeuren. Het gaat erom dat een veehouder zijn dieren goed moet verzorgen. Dat moet ingevuld worden. We zullen zien, wanneer het plan van aanpak er is, welke invulling de sector daaraan wil geven. Dan zullen we die beoordelen. Ik ontraad dus ook de motie op stuk nr. 935. 

De voorzitter:

Dat lijkt me allemaal helder. Er is nog één korte vraag van mevrouw Ouwehand. 

Mevrouw Ouwehand (PvdD):

Ik ben een beetje verbaasd dat de minister de eerste motie zo stellig ontraadt. Ik las in de eerdere brief wel dat de sector met een plan van aanpak komt, maar ik ging er ook een beetje van uit dat het kabinet zich ook wel verantwoordelijk wilde voelen voor de resultaten daarvan. Begrijp ik nu goed dat het plan van aanpak waar de sector mee komt, volledig vrijblijvend is en dat het kabinet zich niet gaat verbinden aan daadwerkelijke resultaten voor de bokjes? 

Minister Kamp:

Zeker niet. Het gaat uiteindelijk om het resultaat en niet om het middel. Dat plan van aanpak moet dus bereiken wat wij vinden dat er moet gebeuren. Het moet ervoor zorgen dat ook voor jonge bokjes in de geitenhouderij de situatie zo wordt dat dieren door een veehouder netjes en goed behandeld worden. Dat moet bereikt worden met dat plan van aanpak. Wij zijn daarover indringend met de sector in gesprek. De sector begrijpt dat ook heel goed. De sector komt met een plan van aanpak en wij zullen dat bekijken. Als dat plan van aanpak niet voldoet, zullen we kijken wat we vervolgens moeten gaan doen. Maar het is nu belangrijk om onze energie erop te richten dat de sector doet wat hij moet doen, namelijk gezamenlijk zorgen dat er in de keten van de melkgeitenhouderij goed wordt gezorgd voor de dieren, inclusief de bokjes. 

Dank u, mijnheer de voorzitter. 

De voorzitter:

Helder. Tot zover dit debat. Dank aan de minister voor zijn aanwezigheid. 

De beraadslaging wordt gesloten. 

De voorzitter:

Op dinsdag 26 september — dat is over twee weken — stemmen wij over de moties.