Handeling

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarVergadernummerDatum vergadering
Tweede Kamer der Staten-Generaal2014-2015nr. 37, item 3

3 Vragenuur: Vragen Kooiman

Vragen van het lid Kooiman aan de minister van Veiligheid en Justitie over het bericht dat zware luchtdrukwapens nog steeds makkelijk verkrijgbaar zijn. 

Mevrouw Kooiman (SP):

Voorzitter. Na het verschrikkelijke schietincident in Alphen aan den Rijn, waarbij Tristan van der V. zes mensen doodschoot met een vuurwapen waarvoor hij geen vergunning had, zijn de eisen terecht verscherpt. Je moet nu bijvoorbeeld lid zijn van een schietvereniging, het wapen en de eigenaar moeten geregeld worden gecontroleerd en er komt een psychologische test die moet worden afgelegd voordat je überhaupt met een vuurwapen mag schieten. Ik vind dit heel verstandig en ook nodig. Ik vind dit ook verstandig en nodig als het om luchtdrukwapens gaat. Dit zijn wapens die niet alleen exact lijken op vuurwapens, maar ook net zo zwaar en net zo dodelijk zijn als vuurwapens. EenVandaag demonstreerde afgelopen week dat je er gemakkelijk een hert mee kan doodschieten. Iedereen boven de achttien jaar kan via internet, dumpshops of wapenwinkels deze luchtdrukwapens vrij verkrijgen. Er zijn geen restricties en er is geen controle op de aanschaf. Ongelukken vinden nu al aan de lopende band plaats. In Zeist is een jongen net aan de dood ontsnapt, omdat hij door een luchtdrukwapen geraakt was. Vandaag is in Breda een bus beschoten. De ramen zijn er nu uit en er zijn gelukkig geen gewonden. Het is nu wachten op het moment dat het echt misgaat. De SP heeft de minister in 2011 al gevraagd om de lacune in deze wet op te lossen. In EenVandaag zag ik mensen namens schietsportverenigingen pleiten om dit gat op te lossen. Ook wetenschappers en collega's van het CDA en de PvdA zag ik pleiten voor een verbod op deze luchtdrukwapens. Ik heb maar één vraag aan deze minister. Kan hij ervoor zorgen dat vanaf vandaag alle luchtdrukwapens, die net zo krachtig en net zo dodelijk zijn als al die andere vuurwapens, vallen onder dezelfde Wet wapens en munitie? 

Minister Opstelten:

Voorzitter. Ik dank mevrouw Kooiman voor haar vragen. Ik moet zeggen, zij heeft een punt, laat daar geen enkel misverstand over bestaan. Ik was ook onder de indruk van de uitzending van EenVandaag over het neerschieten van groot wild. Het was schokkend om te zien. Ik kan niet nu direct ja zeggen op haar vraag. Ik kan wel zeggen — ik heb dat ook al gedaan in antwoord op haar schriftelijke vragen — dat ik volgend jaar de hele situatie van de zware luchtdrukwapens zal onderzoeken. Ik zal dan de schotkracht bekijken, de grenswaarde en de redenen waarom deze wapens in de tachtiger jaren uit de Wet wapens en munitie zijn gehaald. Ik zal daarnaast ook naar de handhaving kijken. We moeten een instrument hebben om te kunnen handhaven. Ik vind het urgent en zeg het volgende toe aan mevrouw Kooiman, omdat — ik herhaal dat — ik vind dat ze een punt heeft. Ik zorg ervoor dat ik het onderzoek in mei afgerond zal hebben en met conclusies naar de Kamer zal komen. Als we de luchtdrukwapens naar een andere categorie brengen, zal dit ook wetgeving betekenen. Ik zal daarop dan ook een antwoord geven. Voordat ik kan doen wat mevrouw Kooiman vraagt, of het nu wetgeving of het nemen van maatregelen betreft, hebben we een onderzoek nodig. 

Mevrouw Kooiman (SP):

Ik vind het fijn dat de minister aangeeft dat ik een punt heb en dat hij de mogelijkheid wil onderzoeken om het te gaan verbieden. Als deze minister dit werkelijk zo belangrijk vindt, kan hij nu al één ding doen en dat is een verbod instellen als het gaat om die zware luchtdrukwapens. Er zijn momenteel wapens in omloop die twee keer zo zwaar zijn als bijvoorbeeld het vuurwapen van de politie. Dat zijn onmogelijke situaties en dat is vragen om ongelukken. Die wil ik voorkomen en de minister ook, neem ik aan. Ik vraag hem dus om in ieder geval tot het onderzoek is afgelopen, te bekijken of die zware vuurwapens te verbieden zijn, en daarna nog te onderzoeken welke lichtere wapens er ook onder zouden kunnen vallen. 

Minister Opstelten:

Mevrouw Kooiman vraagt iets wat onmogelijk is, omdat de Wet wapens en munitie dat niet mogelijk maakt. Er zijn natuurlijk al grenzen; we kennen de wet allemaal. Die wet zullen we nog intensiever handhaven dan nu het geval is. Dat is lastig, want het gaat met name om wapens die vanuit het buitenland via internet in pakketjes binnenkomen en daardoor ook niet geregistreerd hoeven te worden. Ik zeg toe dat ik met grote inspanning het onderzoek zal doen en de grenswaarden en de schotkracht zal bepalen. Ik zal de Kamer daarover zo snel mogelijk informeren en de maatregelen nemen die het onderzoek uitwijst. Ik heb daarover goed overleg nodig met de verschillende spelers in deze situatie. Ook heb ik een internationale vergelijking nodig. Dit is de snelste route die ik kan bewandelen. 

Mevrouw Kooiman (SP):

Maar een onderzoek is nog geen verbod. Dat is precies het punt dat ik hier vandaag aan de kaak wil stellen. In 2011 bleek al uit onderzoek dat er een lacune in de wet zit. Professor Ferwerda zei dat ook in de uitzending. Ik vraag vandaag om een oplossing. Als de minister zegt dat de Wet wapens en munitie dit nu niet mogelijk maakt, vraag ik hem om het vandaag mogelijk te maken om in ieder geval de zware luchtdrukwapens te verbieden, die soms wel twee keer zo dodelijk zijn als een vuurwapen van de politie. 

Minister Opstelten:

Mevrouw Kooiman weet beter dan wie dan ook wat er mogelijk is, want zij kent deze situatie als geen ander. Ik heb haar in september ook geantwoord wat ik ging doen, namelijk een onderzoek in het komend jaar. Ik wil dat onderzoek nu intensiveren, gelet op de maatregelen die we hebben gezien en de urgentie om tot een bepaling te komen van de grenswaarden en de schotkracht, ook in internationale vergelijking. Ik zeg toe dat ik de processen parallel zal laten lopen. Dat betekent dat ik niet eerst het onderzoek afwacht en daarop vervolgens een reactie geef. Het betekent dat ik tegelijkertijd al bekijk welke maatregelen nodig zijn en de Kamer daarover vervolgens informeer. 

Mevrouw Kooiman (SP):

De minister zegt: we kunnen processen parallel laten lopen. Dat is een ingewikkeld woord voor én een onderzoek én daadwerkelijk iets kunnen doen. Ik vraag de minister: laat dan die parallelle actie zijn om die zware luchtdrukwapens nu te verbieden, dus de wapens die we allemaal niet willen en waarmee vandaag nog incidenten waren met een bus in Breda. Dan kunnen we slachtoffers voorkomen en hebben we daadwerkelijk een goed pakket om de Wet wapens en munitie te verbeteren. 

Minister Opstelten:

Ik moet inderdaad een aantal dingen tegelijk doen. Het is goed dat mevrouw Kooiman dit nog een keer in eenvoudige taal zegt. Ik moet onderzoek doen en eventueel de maatregelen nemen die op basis van onderzoek nodig zijn. Er is urgentie; daarover zijn we het eens. Ik kan echter niet sneller dan ik nu heb aangegeven. Ik kan ook geen dingen verbieden zonder wetgeving. In zo'n land leven we niet. Ik zeg wel dat er, natuurlijk binnen de marges, op handhaving wordt gelet en dat het heel belangrijk is dat we voornamelijk naar het buitenland kijken, dus naar de internetpakketjes waarvoor niet de registratieplicht noodzakelijk is die verder wel geldt. 

Mevrouw Gesthuizen (SP):

Dit verbaast mij een beetje, want drieënhalf jaar geleden wisten wij ook al wat wij nu weten. Ik leg de minister een prangende vraag voor. Als er een incident plaatsvindt met een luchtdrukwapen, waarbij iemand zwaargewond raakt of waarbij er misschien wel een dode valt, zou de minister dan ook zeggen dat hij het onderzoek rustig gaat afwachten en dat het niet kan? Dan zou deze minister toch zeggen: ik ga er vandaag nog met de Kamer over spreken en wij gaan het regelen? 

Minister Opstelten:

Zelfs in de situatie in Alphen aan den Rijn hebben wij wetgeving ingezet. Wij zijn meteen aan de slag gegaan, ook met onderzoek en gesprekken met alle partijen. Voor het handhaven heb je niet alleen de Kamer nodig, maar heb je alle partijen nodig. Je moet met de KNSA spreken, je hebt de politie en anderen nodig en je hebt wetgeving nodig. Ik heb mevrouw Kooiman op de vragen in september van dit jaar geantwoord dat ik volgend jaar met onderzoek zal starten. Ik geef er nu wat intensivering aan met een tijdsbeeld. Wij gaan een aantal dingen tegelijk doen. Dat kan ik. Ik ben er eerlijk in dat ik daarvoor sta. 

Mevrouw Berndsen-Jansen (D66):

Ik heb de minister horen zeggen dat hij een parallel traject loopt. Dat betekent dat hij nu al met maatregelen komt om de Wet wapens en munitie aan te passen. Ik begrijp dat er wat tijd nodig is. Is de minister bereid om iets te doen in het kader van voorlichting over dit soort ernstige wapens, die verwondingen of erger kunnen veroorzaken? Is de minister bereid om in Europa met zijn collega-ministers, in het bijzonder van Duitsland en België, te bespreken hoe je de illegale wapenimport naar Nederland een halt kunt toeroepen? 

Minister Opstelten:

Op beide punten kan ik bevestigend antwoorden. Ik vind voorlichting en informatie heel goed, ook bij de instanties die nu een rol spelen. Het is ook belangrijk om de internationale markt goed te kennen en er met de betrokken collega's het gesprek over te voeren. 

De heer Marcouch (PvdA):

Ik wil mijn collega Kooiman ondersteunen en wil wat duidelijkheid krijgen van de minister. Onze wetgeving zit zo in elkaar dat, als een tafelpoot of een honkbalknuppel gebruikt wordt als wapen, het een wapen is voor de wet. Dan treedt de politie op. Ik vraag de minister wat de politie en het OM kunnen doen als bekend is dat een luchtdrukwapen zodanig bewerkt of gemaakt is dat het hetzelfde kan als een vuurwapen. Kan de politie naar de handelaar of bezitter toegaan om dat ding in beslag te nemen en op te treden? Of zegt de minister dat er een hiaat in de wet is dat zo erg is dat wij de samenleving voorlopig, tot dat onderzoek in mei, niet kunnen beschermen? Dat duurt mij veel te lang. Ik wil een optredende overheid, een overheid die de samenleving beschermt tegen dit soort wapens. 

Minister Opstelten:

De wet wordt natuurlijk gehandhaafd. Deze uitzendingen zijn een impuls voor een strakkere handhaving. Het waren de Kamer en het kabinet in de tachtiger jaren die dit allemaal uit de wet hebben gehaald. Nu zitten wij met de situatie dat de schotkracht bij de wapens is toegenomen. Daarmee worden wij geconfronteerd en dat is een urgent probleem. Ik zeg toe dat in elke situatie waarin dat voorkomt, de politie en anderen zullen handhaven. De instanties die erover gaan, zal ik daarop aanspreken. In de kern ligt het probleem echter ergens anders, namelijk in de wetgeving. Die moet je op basis van onderzoek voorbereiden. Dat zal ik met urgentie doen. 

De heer Slob (ChristenUnie):

Ik vind mei eerlijk gezegd ook te lang duren. Misschien doen er zich straks situaties voor waarvan wij, terugkijkend naar nu, zeggen: hadden wij toch maar ingegrepen. Ik begrijp dat wetgeving heel belangrijk is, maar de wet biedt mogelijkheden om in te grijpen in heel specifieke situaties. Ik heb nog even naar de wet gekeken. In artikel 7 lid 2 staat bijvoorbeeld dat er ingegrepen kan worden door de minister in situaties waarin dringende, aan het algemeen belang ontleende, redenen bestaan. Volgens mij is er nu zo'n situatie. Dus u kunt volgens mij met de wet in de hand de zaak nu proberen te beheersen. Natuurlijk zal nader onderzoek dan aan moeten tonen of het echt noodzakelijk is en of er wellicht nog meer bij kan horen. U hebt volgens mij nu echter wel een wettelijk instrument in handen. 

Minister Opstelten:

Dat artikel ziet toe op de concrete situatie waarin je op dat moment kunt ingrijpen en daar ben ik natuurlijk ook toe bereid. Er zijn diensten die dat voor mij doen. Dat is belangrijk, evenals het punt van de voorlichting. Dat neemt niet weg dat in de kern de wetgeving van vroeger moet worden teruggenomen om te kijken of het een serieus punt betreft. Op basis daarvan heb ik onderzoek nodig. Ik doe dus beide. Ik maak maximaal gebruik van de wet en doe daarbij wat nodig is. Daarnaast verbeter ik de systematiek op basis van onderzoek en wetgeving. 

Mevrouw Helder (PVV):

Op het gevaar af dat ik wellicht enigszins een dubbele vraag stel, omdat ik snel van mijn werkkamer hiernaartoe moest komen, wil ik de minister graag het volgende voorleggen. Luchtdrukwapens die op echte wapens gelijken vallen al onder de Wet wapens en munitie. Dus ik zou graag van de minister horen dat hij die ook keihard gaat handhaven, gezien het gesignaleerde gevaar. Wat betreft de categorie overige is mijn vraag of de minister, in afwachting van het onderzoek, bereid is om te kijken of er iets van een noodwet gemaakt kan worden. 

Minister Opstelten:

Het is inderdaad een herhaling van zetten maar ik ben gaarne bereid om het nog een keer te vertellen. Op basis van de wet zal ik doen wat nodig is. Bovendien wijs ik erop dat men in de jaren tachtig vanwege de handhaving en de onduidelijke en ingewikkelde situatie rondom het vaststellen van grenswaarden, alle desbetreffende artikelen uit de wet heeft gehaald en men dus geen verlofplicht heeft toegestaan. We gaan nu kijken of een en ander nu kan en nodig is, maar daar heb ik dan wel onderzoek voor nodig, want anders lopen we in dezelfde val als die van uw collega's en mijn voorgangers in de jaren tachtig, hetgeen we moeten voorkomen. 

De voorzitter:

Mevrouw Helder, tweede vraag namens uw fractie. 

Mevrouw Helder (PVV):

Er is veel uit de wet gehaald maar er staat toch nog wel wat in. In de Wet wapens en munitie wordt met betrekking tot categorie IV gesproken van luchtdrukwapens die zodanig echt gelijken dat ze voor dreiging geschikt zijn. Die kunnen gewoon gehandhaafd worden. Is de minister bereid ervoor te zorgen dat dit ook gebeurt? 

Minister Opstelten:

Ik zal alle artikelen van de Wet wapens en munitie handhaven, dus ook op dit punt. In het geval echter waarover ook EenVandaag rapporteerde, gaat dat niet op en moeten we een categorie vaststellen ter zake van de grenswaarde en de schotkracht. Vastgesteld moet worden waar de norm ligt en waar die niet ligt; eronder en erboven moeten we het ook kunnen formuleren. Daar heb ik onderzoek voor nodig. 

De heer Oskam (CDA):

Die wapens vallen onder categorie IV van de Wet wapens en munitie. Dat betekent dat je ze thuis mag houden, behalve als je onder de 18 jaar bent. Als je ermee op straat loopt of je ermee gaat schieten op straat, dan is het gewoon strafbaar. Dus dat punt is getackeld volgens mij. Ik snap heel goed dat de minister een onderzoek wil om zijn wetgeving te veranderen, maar wat mij betreft kan het wel sneller. We weten wat de uitwerking is. We hebben het ook gezien bij EenVandaag. We hebben deskundigen bij de politie, portefeuillehouders Wet wapens en munitie. Het is een kwestie van die wapens opkopen, want die zijn vrij verkrijgbaar, om er vervolgens snel proeven mee te doen. Op die manier kunnen we veel eerder met de minister praten over een wetgevingstraject. Ik verneem hierop graag zijn reactie. 

Minister Opstelten:

Ik heb al aangegeven wat ik nodig heb om het traject goed te kunnen bewandelen. Ik ga daarbij uit van mei met een parallel traject waarin ik tegelijkertijd de maatregelen voorbereid waarvan het onderzoek uitwijst dat die nodig zijn. Het is van belang om dat niet achter elkaar te doen. Daarnaast zullen we alle instrumenten die de Wet wapens en munitie nu al biedt, volledig handhaven. 

De heer Van der Staaij (SGP):

Ook de SGP maakt zich hier grote zorgen over. Ik hoor dat de minister zegt dat er in mei een onderzoekstraject is en dat er daarna verder mee aan de slag wordt gegaan, maar dat ook nu al de mogelijkheden worden benut. Mijn vraag is wat dat laatste concreet betekent. Wat is datgene wat de minister nu al kan en wil doen om deze praktijk een halt toe te roepen? 

Minister Opstelten:

Ik heb dat, dacht ik, het duidelijkste gezegd tegen mevrouw Berndsen. Dat is natuurlijk voorlichting, alsmede een gesprek voeren met de instanties die daar een rol in spelen, zoals de politie, het Openbaar Ministerie en de KNSA, om de handhaving te intensiveren. Wat de wet nu al biedt? De heer Oskam gaf een voorbeeld dat we allemaal kennen. In een publieke omgeving mag je niet met een luchtdrukwapen worden gesignaleerd. Dat wordt gehandhaafd. Daarnaast is het internationale contact hier belangrijk, want waar komen ze vandaan? Ze komen uit België, ze komen uit Duitsland en ze komen via internet. Dat vergt een aanpak die niet morgen is gerealiseerd, maar waaraan we met elkaar hard moeten werken. Ik erken met de Kamer de urgentie van dit traject. 

De voorzitter:

Dank u wel voor uw antwoorden en voor uw komst naar de Kamer. 

Ik geef nu het woord aan de heer Verhoeven van de fractie van D66.