Handeling

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarVergadernummerDatum vergadering
Tweede Kamer der Staten-Generaal2014-2015nr. 29, item 5

5 Regeling van werkzaamheden

De voorzitter:

Ik deel mee dat het lid Klein zijn aangehouden motie op stuk 32043, nr. 208 intrekt. 

Ik stel voor, morgen ook te stemmen over de moties zoals ingediend bij het notaoverleg over het MIRT. 

Ik stel voor, toestemming te verlenen tot het houden van wetgevings- c.q. notaoverleg met stenografisch verslag op maandag 8 december van 10.00 tot 22.00 uur van de algemene commissie voor Wonen en Rijksdienst over de wijziging van de Herzieningswet toegelaten instellingen volkshuisvesting (33966). 

Op verzoek van het lid Van Gerven stel ik voor, zijn motie 32563, nr. 46 opnieuw aan te houden. Dit betekent dat de in artikel 69, tweede lid, van het Reglement van Orde genoemde termijn van twee maanden voor deze motie opnieuw gaat lopen. 

Ik stel voor, toe te voegen aan de agenda het VSO Ctgb-besluit ten aanzien van het grondontsmettingsmiddel metam-natrium (27858, nr. 274), met als eerste spreker mevrouw Ouwehand van de Partij voor de Dieren. 

Overeenkomstig de voorstellen van de voorzitter wordt besloten. 

De voorzitter:

Het woord is aan de heer Albert de Vries. 

Mijnheer De Vries, u hebt twee verzoeken. Ik stel voor dat u ze een voor een doet. 

De heer Albert de Vries (PvdA):

Voorzitter. We beginnen met een rappel. Het gaat over de vragen die ik samen met collega Kuiken heb gesteld over de plotselinge wending in het tracé van 380 kV rondom Etten-Leur en Oosterhout. Die vragen zijn op 16 september gesteld. We hebben op 28 oktober een uitstelbericht gekregen. Daarin staat dat medio november het antwoord komt. Als ik goed op de kalender kijk, zie ik dat medio november ook voorbij is. De onrust in het gebied waar ik het over heb, neemt toe. Ik wil dus aandringen op een spoedige beantwoording van deze vragen. 

De voorzitter:

Ik stel voor dat we in plaats van "medio" zeggen dat volgende week dinsdag om 12.00 uur die antwoorden binnen moeten zijn. 

De heer Albert de Vries (PvdA):

Graag. 

De voorzitter:

Dan stel ik voor om het stenogram van dit gedeelte van de vergadering, inclusief mijn toevoeging, door te geleiden naar het kabinet. 

Daartoe wordt besloten. 

De voorzitter:

Het woord is opnieuw aan de heer De Vries. 

De heer Albert de Vries (PvdA):

Mijn volgende verzoek is wat bijzonder. Ik wil namelijk vragen om heropening van het wetgevingsoverleg Energie. Alle omstandigheden zijn ingewikkeld. De woordvoerder die bij dat overleg namens de Partij van de Arbeid het woord voerde, zit in Colombia. De stemmingen zijn morgen, maar wij hebben gekoerst op de variant dat wij samen met een andere partij in de Kamer een motie dusdanig konden wijzigen dat daarin ons standpunt goed tot uitdrukking zou komen. Dat is op het allerlaatste moment toch niet gelukt. Gelet op de heftige reacties in het noorden van het land hecht de Partij van de Arbeid eraan, de Kamer toch een uitspraak voor te leggen. De motie daartoe kunnen we alleen indienen als het wetgevingsoverleg heropend wordt. 

De voorzitter:

Dit is een ingewikkelde procedure. Het betreft een wetgevingsoverleg dat verband houdt met de begroting, dus de heropening moet morgen, voordat wij stemmen over de hele begroting. Omdat het een wetgevingsoverleg is en omdat het alleen gaat om het indienen van een motie en het uitdiscussiëren daarvan, stel ik voor dat we het regime volgen van een VAO. Ik moet ook nog opmerken dat de spreektijden onder de begrotingsspreektijden vallen als het overleg plenair plaatsvindt. 

Mijn voorstel is om het regime van een VAO te hanteren en dat betekent dat er per deelnemende partij een spreektijd geldt van twee minuten, met zeer beperkte mogelijkheden om te interrumperen. Er is immers al een wetgevingsoverleg geweest en de begroting is ook al plenair behandeld, dus ik probeer dat in de agenda in te passen. Ik zal tegemoetkomen aan mensen en partijen die niet meer beschikken over spreektijd. 

Mevrouw Agnes Mulder (CDA):

Het is een ongebruikelijke gang van zaken en de vraag van het CDA aan de PvdA-fractie is: worden de inwoners van Groningen en Drenthe hier nu daadwerkelijk beter van? Anders kunnen we ons dat debat besparen. 

De voorzitter:

Er ligt een verzoek voor en u kunt zeggen: ja, ik wil dit. Dan kunt u die vraag eventueel stellen in het debat dat nog volgt. Of u zegt: nee, dit wil ik niet. Dan kunt u die vraag stellen tijdens een kop koffie, maar niet in de regeling van werkzaamheden. 

Mevrouw Agnes Mulder (CDA):

Ik begrijp natuurlijk uw kritiek op deze vraag, maar de CDA-fractie acht die vraag heel erg relevant voor het wel of niet steunen van het debat. Misschien wil de heer De Vries die vraag straks meenemen in de beantwoording, ook al hoort dat misschien niet helemaal. Voor ons hangt daar toch van af of we het verzoek steunen. 

Mevrouw Klever (PVV):

De Partij van de Arbeid heeft maandenlang kunnen nadenken over eventueel in te dienen moties. Er is een plenaire behandeling geweest waarin moties ingediend hadden kunnen worden. Het had bij het wetgevingsoverleg gekund. Dat heeft de PvdA nagelaten en ik wil de heer De Vries nog even meegeven dat er binnenkort een debat plaatsvindt over het energieakkoord. Dat staat bovenaan de plenaire agenda. Ook bij die gelegenheid kunnen moties ingediend worden. Ik zie de toegevoegde waarde van een heropening van het debat niet, dus geen steun. 

Mevrouw Van Veldhoven (D66):

Ik ben kritisch op het heropenen van het debat hiervoor. Eigenlijk wil ik in lijn met de suggestie die net werd gedaan door de PVV een vraag stellen. Is het echt absoluut noodzakelijk dat we die motie nog kunnen betrekken bij de begrotingsbehandeling? Of is het een onderwerp dat we, hopelijk met de steun van de PvdA, in een snel in te plannen debat over het energieakkoord kunnen agenderen? Wellicht kan de heer De Vries daar eerst nog op reageren, voordat we een definitief oordeel geven. 

De voorzitter:

Omdat het de tweede keer is dat deze vraag aan de orde komt en omdat u daarvan uw steun laat afhangen, geef ik tussentijds heel kort het woord aan de heer De Vries, zij het alleen om antwoord te geven op deze vraag, en niet om in debat te gaan. 

De heer Albert de Vries (PvdA):

Wij willen morgen graag een motie in stemming brengen om naast de opvattingen die in andere moties zijn vastgelegd, heel duidelijk uit te spreken wat de Partij van de Arbeid vindt van het probleem van wind op land in het noorden. Wij dachten dat we dat samen konden gaan doen. Dat lukt niet. Daarom willen wij alsnog die motie indienen. Dat moet echt gebeuren en daar moet stemming over plaatsvinden op hetzelfde moment dat andere moties ook voorliggen. Anders krijgt men in het noorden van het land een verkeerde indruk van onze opstelling. 

De voorzitter:

Mevrouw Van Veldhoven, u hebt een vraag gesteld, u hebt een antwoord gekregen. Op basis van dat antwoord moet u toch echt een keuze maken. 

Mevrouw Van Veldhoven (D66):

Ja, maar dat is toch lastig. U trekt het terecht in de context van de begrotingsbehandeling en daar koppelt u ook een bepaald regime aan voor de behandeling van dit verzoek, namelijk twee minuten spreektijd en weinig gelegenheid voor debat of interruptie. Juist op dit onderwerp is dat in de breedte nog wel noodzakelijk. Daarom hebben wij het debat over het energieakkoord ook nog staan. Ik zou er wel de voorkeur aan geven ... 

De voorzitter:

Dat betekent dat u het verzoek niet steunt en dat u het doorschuift naar het energieakkoord. Dat is dan de conclusie van uw woorden. 

Mevrouw Van Veldhoven (D66):

Ik laat het nog heel even op mij inwerken. 

De heer Smaling (SP):

Het is inderdaad ongebruikelijk. Wij hebben geprobeerd om er uit te komen. De PvdA kan natuurlijk ook gewoon voor mijn motie stemmen. Dat is niet de richting. De heer De Vries is buitengewoon openhartig over de reden waarom hij dit verzoek doet. Daarom gaat de SP daar niet voor liggen. 

Mevrouw Van Tongeren (GroenLinks):

Ik vond het een goede suggestie van de PVV om het debat over het energieakkoord met steun van de PvdA snel in te plannen. Dat debat staat al heel lang op de rol, maar wordt al heel lang niet ingepland. Daar passen alle moties over windenergie heel goed bij. Ik begrijp de benarde positie. Ik zou daar iets aan willen doen, maar ik zou ook graag de steun voor dat plenaire debat willen. Dan heb je twee vliegen in één klap. 

De voorzitter:

Dat betekent dat u dit verzoek niet steunt. 

Mevrouw Dik-Faber (ChristenUnie):

Ik begrijp de positie van de Partij van de Arbeid, maar ik sluit mij aan bij vorige sprekers. Gesuggereerd is om de motie in te dienen bij het debat over het energieakkoord. Ik hoop op de steun van de Partij van de Arbeid om dat snel in te plannen. 

De voorzitter:

Dus ook u steunt het verzoek niet. 

De heer Leegte (VVD):

Op deze openhartige en charmante vraag kan ik natuurlijk geen nee zeggen. Het lijkt mij ook logisch om de motie te betrekken bij het WGO, dus steun. Ik zal u ontlasten, want ik zal zelf niet spreken tijdens het VAO als dat er komt. 

De voorzitter:

U ontlast er vooral de agenda van de Kamer mee en dus uzelf. 

De heer Dijkgraaf (SGP):

Als lid van een kleine fractie heb ik er begrip voor dat het indienen van moties niet altijd lukt, dus graag steun voor dit verzoek. 

Mevrouw Van Veldhoven (D66):

Er is steun van een meerderheid. Een belangrijk deel van de Kamer heeft geconstateerd dat wij graag de link zouden zien met het debat over het energieakkoord. Ik verzoek u om of vandaag of morgen aan de regeling van werkzaamheden toe te voegen het verzoek om het debat over het energieakkoord nog voor het kerstreces in te plannen. Dan reken ik op de warme steun van de Partij van de Arbeid. 

De voorzitter:

Ik stel voor dat wij dat morgen in de regeling van werkzaamheden aan de orde stellen, zodat u dat verzoek aan de Kamer kunt voorleggen. Dan zal ik ervoor zorgen dat de heropening van dit debat in het regime van het VAO morgen wordt toegevoegd. Ik vraag iedereen die daar een vraag wil stellen om zich in te schrijven voor het debat, zodat wij er enig inzicht in krijgen hoeveel tijd dat ongeveer in beslag zal nemen. 

Het woord is aan de heer Van Meenen. 

De heer Van Meenen (D66):

Voorzitter. Naar nu blijkt, is er sinds april van dit jaar een rapport beschikbaar op het ministerie van Onderwijs over privacy in het basisonderwijs. Dat rapport is op verzoek van het ministerie opgesteld, maar niet actief met de Kamer gedeeld. Sinds oktober staat het op de website van de rijksoverheid. Het rapport bevat een aantal zeer verontrustende conclusies. Mijn verzoek is om daarover met de Kamer te debatteren, voorafgegaan door een schriftelijke reactie van de staatssecretaris op de conclusies uit dit rapport van PricewaterhouseCoopers. 

De heer Rog (CDA):

Het CDA heeft vandaag vragen gesteld over het rapport. Waarom ligt het al zeven maanden in de kast en heeft de staatssecretaris die informatie niet met de Kamer gedeeld? Het is een belangwekkend rapport over de privacy van kinderen en het belang van ouders. Het CDA steunt van harte het verzoek tot een debat, maar wij wensen wel graag eerst beantwoording door de staatssecretaris van de schriftelijke vragen die wij vandaag hebben ingediend. 

De heer Bisschop (SGP):

Ik kan mij daarbij aansluiten. Dat betekent dat wij het debat daarover graag hebben, met daarbij de beantwoording van de vragen van het CDA en een reactie van de staatssecretaris. 

Mevrouw Ypma (PvdA):

Wij zijn door RTL4 en niet door de staatssecretaris gewezen op een rapport waaruit blijkt dat al ruim een halfjaar de gegevens van onze kinderen op straat liggen en voor commerciële doeleinden gebruikt kunnen worden. Wij vinden dat ernstig. Wij willen graag dat er per direct een oplossing komt. Wij willen van de staatssecretaris daarover een brief ontvangen. Die willen wij ontvangen voordat het debat wordt gevoerd dat de heer Van Meenen nu aanvraagt. Wij willen dus zowel een brief waarin de oplossing wordt aangedragen, als een debat waarin verantwoording wordt afgelegd over de politieke inschattingsfout waardoor dat rapport de Kamer niet is toegestuurd. 

De heer Voordewind (ChristenUnie):

Terecht wordt hierover een debat aangevraagd. De heer Rog en ook de ChristenUnie hebben daarover ik meen een uur geleden vragen gesteld. Het zou daarom prettig zijn als die vragen eerst worden beantwoord. We moeten maar even bekijken in welke vorm dat allemaal gebeurt, dus hetzij in de vorm van een brief, hetzij in de vorm van antwoorden op Kamervragen. We willen in ieder geval eerst de informatie boven tafel krijgen. Het is immers natuurlijk wel schokkend om te zien dat deze gegevens van deze kinderen zo op straat liggen en zo worden doorgesluisd naar die uitgeverij. 

De heer Beertema (PVV):

In hoeverre hiervan misbruik wordt gemaakt door allerlei commerciële partijen, moeten we nog bezien. Dit is echter wel verontrustend. Daarom steunt mijn fractie het debat, dat moet worden gevoerd nadat de vragen zijn beantwoord. Op die manier kunnen we de antwoorden meteen meenemen. 

Mevrouw Straus (VVD):

Ook de VVD vindt de bescherming van de gegevens van die leerlingen belangrijk. We willen graag eerst een brief en de antwoorden op de vragen van de collega's ontvangen. 

De voorzitter:

Mijnheer Van Meenen, u hebt de steun van een meerderheid van de Kamer voor het houden van een debat, dat we niet inplannen voordat de antwoorden op de schriftelijke vragen binnen zijn en er een brief is met daarin een reactie van het kabinet. In die brief moeten de vragen worden beantwoord zoals mevrouw Ypma die zojuist verwoordde. Ze staan er al in, mevrouw Ypma, dus u hoeft ze niet te herhalen. In dit geval is het wellicht verstandig om de griffier nog even te laten inventariseren of er nog aanvullende vragen zijn. Dan weten we zeker dat de brief die wordt gevraagd volledig is. Ik zal het stenogram van dit gedeelte van de vergadering doorgeleiden naar het kabinet en ik zal de griffier van de commissie vragen om de vragen te inventariseren die moeten worden beantwoord in de brief. Ik zal het debat toevoegen aan de agenda. Daarin heeft iedere fractie een spreektijd van vier minuten. 

De heer Van Meenen (D66):

Dank u zeer. 

De vergadering wordt enkele ogenblikken geschorst.