9 Behandelvoorbehoud EU-voorstellen over biologische productie en etikettering

Aan de orde is het VAO Behandelvoorbehoud inzake de EU-voorstellen over biologische productie en etikettering (AO d.d. 04/06). 

De voorzitter:

Ik heet de mensen op de publieke tribune en de mensen die op een andere manier dit debat volgen van harte welkom. De staatssecretaris van Economische Zaken — ik zou u haast vergeten — heet ik natuurlijk ook van harte welkom. Dank dat u er bent! 

Ik geef als eerste het woord aan mevrouw Ouwehand van de Partij voor de Dieren. 

Mevrouw Ouwehand (PvdD):

Voorzitter. Het is een uniek momentje: het CDA en de Partij voor de Dieren zijn het eens op een landbouwonderwerp. Wij zouden willen voorstellen dat de rest van de Kamer zich daarbij aansluit. We hebben drie moties om daartoe gelegenheid te geven. 

Motie

De Kamer, 

gehoord de beraadslaging, 

constaterende dat de Europese Commissie met een wetgevingspakket is gekomen dat de complete biologische wetgeving herziet; 

constaterende dat dit voorstel op veel bezwaren stuit, onder andere omdat het tal van gedelegeerde bepalingen bevat waarvan de uitwerking onbekend is, het produceren van zowel biologische producten als gangbare producten op hetzelfde bedrijf verboden wordt en nationale aanvullende regels onmogelijk worden gemaakt; 

van mening dat een geleidelijke verandering naar een gemeenschappelijke Europese regelgeving beter is dan een rigoureuze omslag in de wetgeving die het voortbestaan van veel biologische bedrijven bedreigt; 

verzoekt de regering, actief een coalitie te smeden met gelijkgezinde landen om de (nieuwe) Europese Commissie te verzoeken het voorstel in te trekken en met een nieuw voorstel te komen dat gericht is op het verbeteren van de bestaande regelgeving, 

en gaat over tot de orde van de dag. 

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door de leden Ouwehand en Thieme. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund. 

Zij krijgt nr. 5 (33920). 

Voor de Handelingen moet ik nog het volgende opmerken. U hebt vastgesteld dat het CDA u steunt. Het is hier echter niet aanwezig om dat te bevestigen noch te ontkennen. Dus dat u die opmerking hebt gemaakt, is voor uw rekening. 

Mevrouw Ouwehand (PvdD):

Dat blijkt uit het verslag uit het algemeen overleg. 

De voorzitter:

Dank u wel daarvoor. Gaat u verder. 

Mevrouw Ouwehand (PvdD):

De volgende motie. 

Motie

De Kamer, 

gehoord de beraadslaging, 

constaterende dat de Europese Commissie met een wetgevingspakket is gekomen dat de complete biologische wetgeving herziet; 

verzoekt de regering, de Kamer regelmatig te informeren over de voortgang van de onderhandelingen over deze wetgeving en de Kamer een indicatie te geven van het tijdspad met cruciale beslismomenten in de Raad, 

en gaat over tot de orde van de dag. 

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door de leden Ouwehand en Thieme. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund. 

Zij krijgt nr. 6 (33920). 

Mevrouw Ouwehand (PvdD):

En de laatste motie. 

Motie

De Kamer, 

gehoord de beraadslaging, 

constaterende dat de biologische sector gebruikmaakt van uitzonderingen op de wetgeving, zogenaamde derogaties; 

overwegende dat deze niet-biologische productiemethoden indruisen tegen de eigen biologische principes en uitgefaseerd dienen te worden, via het stimuleren van onderzoek en innovatie; 

verzoekt de regering, in overleg met de biologische sector te komen tot een plan van aanpak voor een volledige biologische productiewijze in alle sectoren, waarin deadlines worden afgesproken waarop de biologische sector geen derogaties meer nodig heeft; 

verzoekt de regering voorts, in de komende begroting rekening te houden met het vrijmaken van middelen voor de biologische sector voor het uitvoeren van dit actieplan, 

en gaat over tot de orde van de dag. 

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door de leden Ouwehand en Thieme. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund. 

Zij krijgt nr. 7 (33920). 

De heer Van Gerven (SP):

Voorzitter. Ik dien een drietal moties in. 

Motie

De Kamer, 

gehoord de beraadslaging, 

overwegende dat het invoeren van een volledige nieuwe biologische verordening leidt tot een lange periode van onzekerheid bij ondernemers; 

overwegende dat de sector vreest dat de voorliggende verordening de ontwikkeling in de biologische landbouw remt in plaats van stimuleert; 

verzoekt de regering, te bepleiten de oude richtlijn te verbeteren in plaats van een nieuwe verordening op te tuigen, 

en gaat over tot de orde van de dag. 

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Van Gerven. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund. 

Zij krijgt nr. 8 (33920). 

Motie

De Kamer, 

gehoord de beraadslaging, 

verzoekt de regering, er zorg voor te dragen dat inzake de biologische verordening geen enkele gedelegeerde of handelingsbevoegdheid wordt weggegeven aan de Commissie zonder expliciete toestemming van de Kamer voor die specifieke overdracht, 

en gaat over tot de orde van de dag. 

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Van Gerven. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund. 

Zij krijgt nr. 9 (33920). 

Motie

De Kamer, 

gehoord de beraadslaging, 

verzoekt de regering om in het Europese krachtenveld actief op zoek te gaan naar medestanders om zich gezamenlijk sterk te maken voor nuttige vernieuwing van de biologische regelgeving, die de goede zaken in de huidige regelgeving behoudt en die wel kan rekenen op steun vanuit de biologische sector, 

en gaat over tot de orde van de dag. 

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Van Gerven. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund. 

Zij krijgt nr. 10 (33920). 

Staatssecretaris Dijksma:

Voorzitter. Ik zal meteen beginnen met de motie op stuk nr. 6, van de leden Ouwehand en Thieme, die ik moet ontraden. In het debat heb ik er geen spoor van twijfel over laten bestaan dat zowel de Kamer, volgens mij geheel, alsook het kabinet het niet eens is met de voorstellen die er op dit moment liggen van de Europese Commissie. Die voorstellen wijzen wij op deze wijze af. Dit betekent dat wij zo veel mogelijk met gelijkgezinde landen op zoek zullen gaan naar mogelijkheden om de voorstellen te veranderen. Wij hebben op dit moment geen medestanders om de verordening af te wijzen en helemaal opnieuw te beginnen. Daarmee zouden wij ons ook buiten het onderhandelingsverhaal plaatsen. Tactisch is dat een onverstandige zet. Om die reden wil ik de motie op stuk nr. 5 afwijzen. 

Het gevraagde in de tweede motie van mevrouw Ouwehand en mevrouw Thieme, de motie op stuk nr. 6, heb ik in feite al toegezegd. In het debat heb ik de Kamer toegezegd dat ik de Kamer zeer regelmatig, het liefst via de brieven van de Landbouwraad, op de hoogte zal houden van de onderhandelingen. Zodra ik een indicatie heb over het tijdpad, kan ik via de brieven van de Landbouwraad daarvan een beeld geven. Ik had verwacht dat die toezegging heel helder was. Men mag die natuurlijk in een motie nog eens bevestigen, maar ik kwalificeer de motie op stuk nr. 6 als overbodig. Ik hoop dat in dezen mijn woord genoeg is. 

Mevrouw Ouwehand (PvdD):

Ik houd de motie voorlopig aan. Misschien kan ik de motie op zeker moment zelfs intrekken. 

De voorzitter:

Op verzoek van mevrouw Ouwehand stel ik voor, haar motie (33920, nr. 6) aan te houden. 

Daartoe wordt besloten. 

Staatssecretaris Dijksma:

De derde motie van mevrouw Ouwehand en mevrouw Thieme, de motie op stuk nr. 7, moet ik ontraden. In deze motie wordt de regering verzocht om in de komende begroting rekening te houden met het vrijmaken van middelen voor de biologische sector voor het uitvoeren van het actieplan. In het debat heb ik vastgesteld dat het voor de biologische sector heel goed zou zijn om toe te groeien naar een situatie waarin geen derogaties meer hoeven te worden aangevraagd. Met het eindbeeld zijn wij het dus eens. Vooralsnog vind ik het echter de verantwoordelijkheid van de sector zelf om dat te doen. Vorig jaar is er, met dank aan de heer Van Gerven, een belangrijk amendement aangenomen. Wij hebben daarna afspraken gemaakt, ook met Bionext, over het onderzoek. Daarmee is een fors bedrag gemoeid. Laat ons de komende jaren gebruiken om dat goed te besteden. Mede om die reden ontraad ik de motie op stuk nr. 7. 

Mevrouw Ouwehand (PvdD):

Ik ben benieuwd wat het oordeel van de staatssecretaris is als in het dictum het onderdeel wegvalt waarin gevraagd wordt om in de begroting middelen te reserveren. Dan spreken wij wel met elkaar af dat er een plan van aanpak moet komen om de derogaties daadwerkelijk te kunnen uitfaseren, in plaats van alleen maar een datum vast te stellen en vervolgens geen onderliggend plan te hebben. 

Staatssecretaris Dijksma:

Dat vind ik in eerste instantie de verantwoordelijkheid van de sector zelf. Wij moeten de derogaties per stuk beoordelen. Ik zal aanstonds iets zeggen over de motie die de heer Van Gerven over hetzelfde punt heeft ingediend. Ik vind het niet verstandig om nu als het ware de leiding over te nemen, want de sector zou heel goed zelf in staat moeten zijn om dit voor elkaar te krijgen. Ik blijf dus bij mijn oordeel. Ik ervaar de laatste opmerking van mevrouw Ouwehand als een handreiking, maar mijn bezwaren zijn breder dan alleen het punt van de financiële middelen. 

In de motie op stuk nr. 8, van de heer Van Gerven, wordt in feite hetzelfde gevraagd als in de motie op stuk nr. 5, namelijk het verbeteren van de oude richtlijn en het niet opstellen van een nieuwe. In feite moeten wij dan dus de gele kaart trekken. Ik ontraad deze motie. In het debat heb ik gezegd dat wij altijd nog kunnen besluiten dat wij het resultaat niet voor onze rekening nemen. Dat hebben wij met elkaar afgewogen. Als wij een dergelijk besluit willen nemen, zullen wij daar de Kamer natuurlijk bij betrekken. Ik zou het echter jammer vinden als wij onszelf nu al buitenspel zetten in de onderhandelingen. Ook de sector is daar niet mee geholpen. 

In de motie op stuk nr. 9, van de heer Van Gerven, wordt gevraagd om geen enkele gedelegeerde bevoegdheid of handelingsbevoegdheid weg te geven aan de Commissie zonder expliciete toestemming van de Kamer. Ik maak mij met de Kamer zorgen over het aantal gedelegeerde handelingen en de gedetailleerde wijze waarop door nu de Commissie een aantal zaken wordt voorgeschreven, maar op de in de motie geschetste wijze kan ik niet opereren. Op een gegeven moment zijn wij natuurlijk aan het onderhandelen. Ik vertel u vooraf wat mijn inzet is en u kunt mij daar nadien op aanspreken. Deze wijze van opereren is echter gewoon niet werkbaar, zeg ik heel eerlijk. Daar kan ik niet zoveel mee, dus ik moet de motie echt ontraden. 

De heer Van Gerven (SP):

Is het dan mogelijk dat de staatssecretaris, als zij aan het onderhandelen is, een soort voorbehoud maakt in de zin dat het parlement naderhand moet instemmen? Ik snap het dilemma natuurlijk wel, maar de staatssecretaris begrijpt mijn verzoek ook wel. 

Staatssecretaris Dijksma:

Dat er een parlementair voorbehoud komt, kan heel goed aan de orde zijn. Maar nogmaals, volgens mij is de volgorde zo dat wij vooraf onze inzet kenbaar maken. Daar praat u over mee. Als ik denk dat er een voorstel uitkomt waarvan mogelijkerwijs een meerderheid zal vaststellen dat het niet verstandig is, zou het verstandig zijn om misschien zelf alvast nee te zeggen. Dat is ook een optie. Een alternatief is, een parlementair voorbehoud te maken. Ook dat wil ik graag laten afhangen van de vraag hoe de onderhandelingen zich ontwikkelen. Wij mogen niet uitsluiten dat wij een succesvolle coalitie smeden om de boel aardig te verbouwen. Daartoe roept u mij op in uw laatste motie. Dan zou het weer jammer zijn om nee te zeggen. 

De heer Van Gerven (SP):

Ik begrijp de laatste opmerking van de staatssecretaris, maar is het bij dit soort onderhandelingen niet een soort algemene regel dat een minister of een staatssecretaris kan zeggen: dit is mijn inzet, daar ga ik voor, maar ik moet wel goedkeuring hebben van mijn parlement? 

Staatssecretaris Dijksma:

Dat kan. Het hoeft niet per se altijd, maar het kan worden ingezet. Ik heb daar op zich ook geen bezwaar tegen, alleen is mijn stelling: laten we het laten afhangen van hoe het hele verhaal zich ontwikkelt. Als ik het gevoel heb dat er mogelijk een uitkomst is die niet verstandig is of waar we over moeten spreken, dan zal ik dat zeker inzetten. Ik vind het op zichzelf een verstandige positie om een parlementair voorbehoud in te zetten als dat nodig is. Ik heb daar geen principieel bezwaar tegen. Het lijkt mij goed om dat tegen de Kamer te zeggen. Als het nodig is, zal ik dat ook zeker doen. 

Mevrouw Lodders (VVD):

Toch even een vraag. We hebben deze procedure niet wekelijks aan de hand. Volgens mij hebben wij in het AO vorige week de afspraak gemaakt — een brief ter vaststelling daarvan komt nog naar de Kamer — dat een en ander voorgelegd zal worden aan de Kamer voordat het eindresultaat er ligt. Dat hebben wij aan het kabinet gevraagd. Daar maken de gedelegeerde handelingen naar mijn mening deel van uit. Graag hoor ik van de staatssecretaris of ik dat juist heb begrepen. 

Staatssecretaris Dijksma:

Dat klopt. Dat is correct. Feitelijk zou je kunnen zeggen dat je daarmee materieel een parlementair behandelvoorbehoud hebt. Mijn voornemen is om een eindresultaat hier aan de Kamer voor te leggen. Ik acht het belangrijk om de Kamer gaandeweg de ontwikkelingen heel nauw betrokken te houden bij hoe het loopt. Er kan op enig moment een aanbod komen dat wij misschien wel zo goed vinden dat we het moeten pakken. Dan kunnen we elkaar snel genoeg vinden om misschien nog met de Kamer te spreken voordat de ultieme beslissing valt. Dat zou misschien nog beter zijn dan werken met een parlementair behandelvoorbehoud. We moeten even bezien wat praktisch is, maar materieel is het zo dat de Kamer daarover moet meebeslissen, dat lijkt me helder. 

Dan kom ik bij de laatste motie, dat is de motie van de heer Van Gerven op stuk nr. 10. Daar geldt hetzelfde voor als wat ik al zei bij de motie op stuk nr. 6 van de leden Ouwehand en Thieme: ik heb in het debat al toegezegd dat ik medestanders ga zoeken om te kijken naar wat goed is, ook voor de biologische sector. Als de heer Van Gerven een alternatieve manier van opschrijven heeft gevonden om te zeggen "je moet eigenlijk nu een gele kaart trekken" — dat is een beetje schimmig in de tekst die nu voorligt — dan zou ik de motie moeten ontraden. Anders zou ik de heer Van Gerven willen vragen om deze motie aan te houden, want de Kamer heeft van mij al gehoord hoe ik het wil aanpakken. Daar heb ik geen motie voor nodig. 

De heer Van Gerven (SP):

Er zat geen expliciete dubbele bodem in deze motie. Het was gewoon een aanmoediging voor de staatssecretaris. Gezien haar toezeggingen dat ze in die geest aan de slag gaat, houd ik de motie aan. 

De voorzitter:

Op verzoek van de heer Van Gerven stel ik voor, zijn motie (33920, nr. 10) aan te houden. 

Daartoe wordt besloten. 

De beraadslaging wordt gesloten. 

De voorzitter:

De stemming over de ingediende moties vindt plaats volgende week dinsdag. 

De vergadering wordt van 14.34 uur tot 14.40 uur geschorst. 

Naar boven