Handeling

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarVergadernummerDatum vergadering
Tweede Kamer der Staten-Generaal2011-2012nr. 89, item 8

8 Aanpassing langstudeerdersmaatregel

Aan de orde is de behandeling van:

  • - het wetsvoorstel Wijziging van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek omdat het wenselijk is de langstudeerdersmaatregel voor gehandicapten, chronisch zieken en deeltijdstudenten aan te passen (33259).

De voorzitter:

Ik heb begrepen dat we dit onderwerp misschien snel moeten afwerken tot en met stemmingen. We zullen dat straks horen van mevrouw Lucas.

Het woord is aan de heer Jasper van Dijk.

De algemene beraadslaging wordt geopend.

De heer Jasper van Dijk (SP):

Voorzitter. Dat zou mij helemaal niet slecht uitkomen, want om 15.30 uur moet ik naar een procedurevergadering, maar dat terzijde.

De voorzitter:

U reageert volgens mij op iets anders dan waar ik op doel, maar dat maakt niet uit. Begint u maar aan uw betoog.

De heer Jasper van Dijk (SP):

Voorzitter. We spreken over een spoedwet in verband met de langstudeerboete. De staatssecretaris regelt hiermee, onder andere in het Profileringsfonds, een tegemoetkoming voor deeltijders die door bijzondere omstandigheden in de problemen komen, bijvoorbeeld door een handicap of ziekte of omdat de opleiding onvoldoende studeerbaar is. Hiervoor zou voor vijf jaar 10 mln. beschikbaar zijn. In beginsel staat de SP positief tegenover deze wijziging. Daarom hadden wij aanvankelijk geen opmerkingen en zou het wetsvoorstel als hamerstuk kunnen passeren. Nadere bestudering gaf ons echter aanleiding om toch om behandeling te vragen. Wij zijn van mening dat het voorstel verbeterd kan worden. Het gaat er dus niet om, het voorstel te blokkeren, maar om het te verbeteren.

Met dit spoedwetsvoorstel wordt beoogd om studenten voor onevenredige gevolgen van de langstudeerboete te compenseren. De vraag is of dit afdoende gebeurt. Mijn bezwaren luiden als volgt. Met de huidige regeling wordt de verantwoordelijkheid voor compensatie afgeschoven op de instellingen. Het zou beter zijn als deze verantwoordelijkheid bij de overheid ligt. Instellingen hebben immers veel vrijheid om te bepalen hoe zij het profileringsfonds inzetten. Daarmee wordt onzeker of studenten adequaat door instellingen worden geholpen. Hoe voorkomt de regering dat als gevolg hiervan een ongelijke behandeling van studenten door verschillende instellingen ontstaat? Dit zou een zeer onwenselijke situatie opleveren.

De SP is van mening dat zo veel mogelijk aan deze bezwaren tegemoet moet worden gekomen. Het is nu onzeker of de student wel adequaat wordt geholpen. Daarom heb ik een aantal voorstellen in de vorm van amendementen ingediend. Zo heb ik een amendement met een hardheidsclausule gemaakt. Hiermee krijgen deeltijdstudenten de garantie dat zij voldoende worden gecompenseerd als zij aan de criteria van het spoedwetsvoorstel voldoen. Ook voor studenten met een handicap of ziekte heb ik een amendement met een hardheidsclausule opgesteld.

Een ander, meer algemeen amendement bevat het verzoek om naar de werkelijke studieduur van de deeltijdstudent te kijken. Een deeltijdstudie duurt immers vaak langer dan een voltijdstudie. Door hen als voltijdstudent te beschouwen, worden deeltijders onterecht getroffen. Daarom heb ik een amendement ingediend om de werkelijke studieduur van de deeltijdstudent plus één jaar als uitgangspunt te hanteren, voordat zij langstudeerder worden.

Het is bekend dat de SP geen voorstander van de beruchte langstudeerboete was en is. Het verheugde mij dan ook om te zien dat deze studieboete werd geschrapt in het Catshuisakkoord. In het Kunduzakkoord wordt de langstudeerboete echter gehandhaafd.

Mevrouw Schouten (ChristenUnie):

Ik heb een vraag over de twee amendementen voor een hardheidsclausule, die de heer Van Dijk heeft ingediend. Het idee daarachter is sympathiek; ik kan mij voorstellen waarom hij daartoe komt. De kernvraag is echter of vijf keer 10 mln. voldoende is om deze hardheidsclausule te kunnen garanderen. Heeft de heer Van Dijk daarnaar gekeken en, zo ja, is hij van mening dat die vijf keer 10 mln. voldoende is?

De heer Jasper van Dijk (SP):

Wat betreft mijn amendement over een hardheidsclausule ga ik daar wel van uit. Ik vermoed dat de staatssecretaris straks zal zeggen dat zijn wetsvoorstel voldoende is. Mijn amendement voor een hardheidsclausule geeft nog een extra garantie dat de student daadwerkelijk aanspraak op compensatie kan maken. Dan is daar vijf keer 10 mln., gedurende vijf jaar, voor beschikbaar. Ik hoop dat dit voldoende is.

Mevrouw Schouten (ChristenUnie):

De heer Van Dijk heeft twee amendementen over een hardheidsclausule ingediend. Ik heb het ook over het amendement over chronisch zieken en gehandicapten. Het lijkt mij wonderlijk als de heer Van Dijk van tevoren kan inschatten hoeveel studenten chronisch ziek of gehandicapt zijn en zich bij een instelling melden, en dat hij kan inschatten welk bedrag daarmee gemoeid is. Is hij niet bang dat juist door zijn amendement over een hardheidsclausule bij deeltijdstudenten, een soort verdringingseffect voor chronisch zieken en gehandicapten optreedt als er niet meer geld bijkomt? Anders kun je beide amendementen namelijk niet waarmaken.

De heer Jasper van Dijk (SP):

Volgens mij hebben mevrouw Schouten en ik in het algemeen overleg over deeltijdstudenten hierover allebei al onze zorgen geuit. Het profileringsfonds is prachtig, klinkt goed, maar hoeveel geld zit erin? Dat is een substantiële vraag. Wat mij betreft, moet er voldoende budget in het fonds zitten om studenten adequaat te kunnen helpen. Er is dus budget voor beschikbaar, bovenop het budget dat er al is. Als er nog extra geld nodig is, vind ik dat wij daar gezamenlijk een goede dekking voor moeten vinden.

Mevrouw Schouten (ChristenUnie):

Dat vind ik ook, maar ik wel eerst van de staatssecretaris weten of hij van mening is dat er voldoende middelen beschikbaar zijn. Dank voor deze toelichting.

De heer Jasper van Dijk (SP):

Oké, ik dan dus al een beetje rekenen op de steun van de ChristenUnie, maar nog niet helemaal. Zo interpreteer ik het. Ik zie dat de heer Van der Ham wil reageren. Hoe zit het met de steun van D66?

De voorzitter:

Eén zwaluw maakt nog geen zomer.

De heer Van der Ham (D66):

Wat een mooi spreekwoord.

De voorzitter:

Ik ken er zoveel.

De heer Van der Ham (D66):

Noemt u er dan nog eentje, anders bluft u, voorzitter.

De voorzitter:

Lest best, maar dat is niet goed voor uw karakter.

De heer Van der Ham (D66):

Precies. De heer Jasper van Dijk heeft, net als wij, gezien dat de langstudeerboete werd afgevoerd in het Catshuisakkoord. Tegelijkertijd werd er ook een sociaal leenstelsel ingevoerd. Heeft hij dat ook gezien? Is hij daar ook zo positief over?

De heer Jasper van Dijk (SP):

Nee, dat deel heb ik niet gezien.

De heer Van der Ham (D66):

U hebt eroverheen gekeken, neem ik aan?

De heer Jasper van Dijk (SP):

Ja. Nee, ik heb dat natuurlijk ook gezien. Ik zal de heer Van der Ham wat verklappen: politiek is keuzes maken. Ik was verheugd over het feit dat het CDA en de VVD hadden besloten om de langstudeerboete te schrappen. Daar stond echter een sociaal leenstelsel tegenover en dat zou niet mijn keuze zijn.

De heer Van der Ham (D66):

U zegt: politiek is keuzes maken. Politiek is echter niet selectief winkelen. Je moet natuurlijk wel ergens het geld vandaan halen. Ik zal zo in mijn verhaal een pleidooi houden voor het zo snel mogelijk afschaffen van de langstudeerboete. Het is een onding. Ik pleit er dan wel voor om een sociaal leenstelsel in te voeren, waarmee je dit ook kunt betalen. De Partij van de Arbeid heeft ooit ingevoerd dat de tweede studie extra duur werd. Dat kunnen we dan ook meteen afschaffen. Zo wordt het weer gelijkgetrokken. Dan kunnen we dit allemaal betalen en kunnen we dit bij wijze van spreken in september invoeren. Dat zou toch een mooie deal zijn met de SP?

De heer Jasper van Dijk (SP):

Voor het afschaffen van de langstudeerboete zou het een goede deal zijn. Het "sociaal schuldenstelsel" dat de heer Van der Ham ervoor in de plaats wil stellen, zal ik echter niet steunen. Dan vraagt de heer Van der Ham natuurlijk hoe het met de dekking zit. Lees het sociaal alternatief van de SP. Hierin wordt de langstudeerboete geschrapt en daar staat een heel solide dekking tegenover, met een nette stempel van allerlei gezaghebbende instanties. Ik stel dus voor dat de heer Van der Ham de SP steunt. We zijn het erover eens dat de langstudeerboete weg moet. Laten we daar eens mee beginnen. Daarnaast wil ik ook af van het collegegeld voor de tweede studie.

De heer Van der Ham (D66):

Het CPB zet heel veel stempels en bekijkt of alles klopt bij het =-tekentje. De keuzes van de SP zijn echter niet altijd de onze en zijn juist voor jongeren niet altijd even positief. Wat dat betreft komen we er nog niet uit. In ieder geval is het belangrijk om te horen dat de heer Jasper van Dijk heeft gezien dat er niet alleen maar mooie dingen stonden in het Catshuisakkoord, maar dat er ook een sociaal leenstelsel tegenover stond.

De heer Jasper van Dijk (SP):

Het sociaal leenstelsel dat door D66 wordt gesteund, is buitengewoon slecht voor jongeren. Ik constateer dus dat de SP op dit punt beter is voor jongeren dan D66.

De SP zou de beruchte studieboete liever schrappen. Wie weet komt dat nog wel na de verkiezingen aan de orde. Je weet het maar nooit. Er is ook nog een rechtszaak bezig van diverse studentenorganisaties. Die wacht ik met belangstelling af.

Zeker voor deeltijdstudenten pakt de langstudeerboete nadelig uit. Met mijn voorstellen wordt dit probleem enigszins opgelost. Ik hoop op steun, want daarmee zorgen we in ieder geval dat het doel van deze spoedwet maximaal wordt behaald.

Mevrouw Lucas (VVD):

Voorzitter. Ik houd het kort, want wat de VVD betreft, had dit een hamerstuk kunnen zijn. Ik vind het jammer dat niet het hele wetsvoorstel kan worden behandeld, maar dat is de politieke realiteit van vandaag. We kunnen instemmen met deze spoedwet, die tegemoetkomt aan de wens van de Eerste Kamer tot een oplossing voor deeltijdstudenten die onterecht gedupeerd kunnen worden door de langstudeerregeling. De oplossing via het Profileringsfonds vinden wij de juiste. Niet alle deeltijdstudenten zullen namelijk per definitie onterecht in de problemen komen. Via het Profileringsfonds kunnen de instellingen en de medezeggenschapsraad maatwerk leveren.

Nu we dit wetsvoorstel toch behandelen, wil de VVD van de gelegenheid gebruikmaken om ook het amendement over collegegeldvrij besturen opnieuw in te dienen. Deze was al ingediend bij het wetsvoorstel Studeren is investeren, maar dat voorstel is niet besproken. Met het amendement wordt het voor studenten mogelijk gemaakt om zich uit te schrijven als zij fulltime een bestuursjaar doen, geen onderwijs volgen en een bestuursbeurs willen ontvangen. De bepaling in de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek die studenten verplicht om ingeschreven te staan bij een instelling om die bestuursbeurs te kunnen ontvangen, wordt omgezet in een kan-bepaling, niet meer en niet minder. Het is dus aan de instelling om te besluiten of zij gebruik wil maken van deze ruimte die in de wet wordt gecreëerd. Het is aan de student om straks te bepalen of hij liever ingeschreven blijft staan of niet.

Mevrouw Jadnanansing (PvdA):

Ik heb een vraag aan mevrouw Lucas over dit voorstel. Er is heel veel ruis ontstaan in de wandelgangen. Een aantal studenten heeft gezegd: dit voorstel is enerzijds goed voor een bepaalde groep studenten, maar anderzijds worden hierdoor ook studenten gedupeerd doordat alles uit hetzelfde Profileringsfonds moet komen. Zou mevrouw Lucas die ruis kunnen wegnemen?

Mevrouw Lucas (VVD):

Ja, dat is eigenlijk heel gemakkelijk. De aanspraak op het Profileringsfonds wordt er niet anders van. Die studenten maakten nu ook al gebruik van een bestuursbeurs, alleen werden zij verplicht om ingeschreven te staan, waardoor zij ook collegegeld moesten betalen. Met dit amendement wordt geregeld dat ze niet meer ingeschreven hoeven te staan en nog steeds diezelfde bestuursbeurs kunnen ontvangen als zij met de instelling daarover een convenant sluiten. Hiermee wordt de druk op het Profileringsfonds echter niet groter gemaakt. Het gaat om hetzelfde beslag.

Ik heb samen met collega Jadnanansing een amendement ingediend om een foutje in deze spoedwet te herstellen. De reparatie voor studenten die twee bacheloropleidingen doen waarvan de eerste niet bekostigd is, waardoor zij voor de tweede bacheloropleiding niet het instellingscollegegeld hoeven te betalen, is ten onrechte niet met terugwerkende kracht tot 1 januari 2011 geregeld, terwijl de staatssecretaris dit wel eerder heeft toegezegd in zijn beantwoording van de Kamervragen die collega Jadnanansing en ik hierover hebben gesteld. Met dit amendement wordt geprobeerd dit foutje te herstellen.

Mijn laatste verzoek is om, als het mogelijk is, nog deze week te stemmen over dit wetsvoorstel, opdat de Eerste Kamer iets meer tijd heeft voor de behandeling van deze spoedwet.

De heer Klaver (GroenLinks):

Voorzitter. Het gaat hier om de reparatie van een maatregel die ik liever nooit had gezien: de langstudeerboete. Ik denk niet dat dit een goede of effectieve maatregel is. Deeltijdstudenten deze boete opleggen is al helemaal een slecht idee. Vandaar dat deze reparatie zo snel mogelijk moet worden uitgevoerd. Juist de benodigde snelheid heeft mij er eerder toe gebracht om geen debat aan te vragen over dit voorstel. Ik hoop dat de behandeling zo spoedig mogelijk is afgerond, zodat de reparatie gelijktijdig met de invoering van de boete plaatsvindt.

De oplossing is niet erg elegant. Het begrip "studeerbaarheid" in de regeling is te weinig verhelderend. Studeerbaarheid is namelijk een beoordelingscriterium voor opleidingen en is een onderdeel van het accreditatie- of visitatieproces. Deeltijdstudies met een goede spreiding van studieonderdelen, afgestemd op de wens van deeltijdstudenten, zijn in het kader van deze reparatiewet "minder studeerbaar". Betekent dit in de ogen van de staatssecretaris dat deeltijdopleidingen kritisch beoordeeld moeten worden door de visitatiecommissies? Komen deeltijdopleidingen met een studielast van 50% nog door de accreditatie?

Ik kom op het beschikbare budget. Er komt 10 mln. beschikbaar voor de aanvulling van de Profileringsfondsen. De staatssecretaris is er zo zeker van dat hij de juiste inschatting heeft gemaakt, dat hij zich nu al bereid toont om er iets bij te doen als het te weinig blijkt te zijn. Hoe moet de volgende staatssecretaris straks uitvechten met instellingen of 10 mln. genoeg was? Ook is het de vraag hoe beperkte middelen de verhoudingen tussen instellingen en studenten belasten. Hoe moeilijk wordt het straks om onstudeerbaarheid aan te tonen? Krijgt de deeltijdstudent die naar eer en geweten op halve kracht heeft gestudeerd, straks een compensatie omdat de instelling met de kennis van nu vindt dat het ook wat sneller had gekund?

Ik stel graag de verhouding met de andere bestemmingen van de Profileringsfondsen aan de orde. Medio 2012 zou de staatssecretaris de jaarrekeningen ontvangen en de werkelijke hoogte van de Profileringsfondsen kennen. Zijn de gegevens inmiddels binnen? Komt het uitgegeven bedrag ongeveer overeen met het bedrag dat beschikbaar is? Het is niet acceptabel als zou blijken dat instellingen misbruik maken van hun beleidsvrijheid en veel te weinig geld aan studenten uitkeren. Ik heb signalen ontvangen die hierop wijzen.

Zoals de staatssecretaris in zijn brief opmerkte, leidt deze interimmaatregel ertoe dat deeltijdopleidingen minder flexibel en minder in deeltijd zullen worden aangeboden. Maakt de staatssecretaris afspraken met de instellingen over het tempo en de mate waarin de studeerbaarheid van bestaande opleidingen wordt aangepast? We moeten er immers voor waken dat deeltijdstudenten niet het slachtoffer worden van de rigiditeit die de tussenoplossing zou kunnen bieden. Laten wij daarom na de verkiezingen voortvarend aan de gang gaan met een permanente oplossing en de werking van de tussenoplossing nog eens evalueren.

De heer Van der Ham (D66):

Voorzitter. Ook ik zal het kort houden. D66 was geen voorstander van de langstudeerboete en is dat nog steeds niet. Vandaag houden wij ons wel bezig met een wetje om iets van de neveneffecten van dat rare monstrum bij te werken. Er worden wat gifpunten van de draak afgeslepen en dat is goed. De gehandicapten en de deeltijders worden in het spoedwetje dat nu voorligt, wat meer ontzien. Die bijstelling kan dus op steun van D66 rekenen.

Ook de amendementen die zijn ingediend, bijvoorbeeld het amendement van de leden Lucas en Jadnanansing en een aantal amendementen van de heer Jasper van Dijk, hebben onze grote sympathie. Zo zullen wij bijvoorbeeld zeker goed naar de hardheidsclausule kijken. Die vinden wij ook goed.

Mevrouw Lucas (VVD):

Ik heb een enorme fout gemaakt. Ik heb bij het indienen van het amendement over het collegegeldvrij besturen vergeten te vermelden dat het natuurlijk ook is ingediend namens de heer Boris van der Ham van D66.

De voorzitter:

Het is goed te maken, namelijk door het indienen van een gewijzigd amendement.

De heer Van der Ham (D66):

Nee, het staat eronder.

De voorzitter:

Oh, het staat er inmiddels onder.

De heer Van der Ham (D66):

Ik was nog niet eens bij dat puntje. Mevrouw Lucas, u hoeft zich geen zorgen te maken. Aan uw liefde op dat punt twijfel ik geen moment. U hoeft dat niet uit te spreken.

De voorzitter:

Gaat u maar gauw door, mijnheer Van der Ham, want dit is allemaal zo persoonlijk.

De heer Van der Ham (D66):

Voorzitter. Het lijkt ons zinnig om het collegegeldvrij besturen even goed te regelen. Dat kan op dit moment, en wellicht ook op een ander moment, maar laten wij het nu gewoon doen. Dat lijkt mij wel zo pragmatisch. Wij kunnen dat bij deze wetsbehandeling betrekken.

Ik ga nog kort in op de langstudeerboete. Eerder is al opgemerkt dat de Kamer al heeft bekeken of de langstudeerboete nu wel zo verstandig is. D66 vond deze boete niet verstandig en heeft er dan ook tegen gestemd. Wij hebben echter ook gezien dat deze boete in de voorlopige plannen van het vorige kabinet sneuvelde ten gunste van een sociaal leenstelsel. Er zit nu een demissionair kabinet. Helaas kunnen wij de langstudeerboete op dit moment niet afschaffen. Wetstechnisch gezien, is de tijd immers te kort om de desbetreffende wet voor het komende studiejaar in te trekken. Dat lukt de Kamer gewoon niet, de partijen die bij elkaar hebben gezeten dus ook niet. Dat is erg zonde. Dat komt door het gedraal in het Catshuis en de val van het kabinet. Daar kunnen we niet zoveel aan doen.

D66 zou het wel heel goed vinden als de Kamer het demissionaire kabinet de opdracht zou geven om een uitgroeimodel voor de langstudeerboete, een ingroeimodel voor het sociaal leenstelsel en een model voor het afschaffen van het extra collegegeld voor de tweede studie te ontwikkelen. Als wij die zo snel mogelijk op tafel hebben, kunnen wij ze wellicht nog bij de verkiezingscampagne betrekken, maar zeker bij de formatie die daarop volgt. Veel partijen in dit parlement zijn voorstander van het sociaal leenstelsel. Niet alleen D66, maar ook de VVD, GroenLinks en de Partij van de Arbeid zijn daar namelijk voor. Hoe het nu precies met de ChristenUnie zit, weet ik niet precies. Als wij die op tafel hebben, dan hebben we in ieder geval een uitgewerkt plan. Dan zijn we zo snel mogelijk van het onding, het monster van de langstudeerboete, af en kunnen we een ander, beter model invoeren.

Mijn vraag is dus of de staatssecretaris dat technische model alvast wil uitwerken. Als hij het niet uit zichzelf doet, zal ik daarom vragen in een motie.

Mevrouw Schouten (ChristenUnie):

Als ik het betoog van de heer Van der Ham hoor, lijkt de wens de vader van de gedachte te zijn. Hij spreekt over de reden waarom in het Lenteakkoord niet is gekozen voor de invoering van een sociaal leenstelsel ten gunste van de afschaffing van de langstudeerboete. Nu kan ik uit betrouwbare bron zeggen dat dit niet de reden is dat die keuze niet is gemaakt. Het onderwerp is gewoon controversieel verklaard, onder andere omdat mijn fractie moeite heeft met het sociaal leenstelsel. Ik wil hier dus voor de duidelijkheid en voor de Handelingen opmerken dat de interpretatie van de heer Van der Ham niet de juiste is.

De heer Van der Ham (D66):

Ik vrees dat mevrouw Schouten niet goed heeft geluisterd. Dat heb ik niet gezegd. Ik zeg dat het afschaffen van de langstudeerboete op dit moment, wetstechnisch gezien heel lastig is. Zelfs al zouden wij daar met zijn allen voorstander van zijn, dan nog is het technisch niet mogelijk. Dit moet natuurlijk wel gedekt worden. Daarover verschillen onze fracties van mening. Mijn fractie is van mening dat dit bijvoorbeeld kan worden betaald uit de invoering van een sociaal leenstelsel. Daarvoor is niet gekozen, want dan was dit wel opgenomen in het Lenteakkoord.

Mijn punt is dat ik zie dat een aantal fracties, CDA en VVD, al van plan was om het sociaal leenstelsel in te voeren en tegelijkertijd de langstudeerboete af te schaffen. Ik had het mooi gevonden als dat er was uitgekomen en ik denk dat meer fracties daarvan voorstander zouden zijn geweest. Ik kijk bijvoorbeeld naar de fracties van de Partij van de Arbeid en van GroenLinks. Als zo veel partijen van mening zijn dat dit een goede uitruil zal zijn, ook financieel, lijkt het mij goed dit alvast uit te werken opdat het technisch klaar ligt. De regering hoeft daarover geen mening te hebben, want zij is demissionair, maar dan is technisch al uitgedokterd hoe je dit goed en snel kunt invoeren. In september zullen die onderzoeken wel klaar zijn en zullen de verschillende modellen wel op tafel liggen. Ze kunnen dan nog worden meegenomen in de verkiezingscampagnes. Wij kunnen elkaar daarop bestrijden en daarna kan het worden meegenomen in een mogelijke formatieronde. Dan maken wij een beetje tempo en dat is goed.

Mevrouw Schouten (ChristenUnie):

Met het risico dat ik voor de staatssecretaris spreek: volgens mij ligt die uitwerking al in het wetsvoorstel Studeren is investeren. Waarom doet de heer Van der Ham dan zo moeilijk? Ik ga ervan uit dat wij D66 kunnen houden aan de afspraak voor 2013, namelijk dat het sociaal leenstelsel niet zal worden ingevoerd en dat een later kabinet eventueel kan bezien wat met dit onderwerp wordt gedaan.

De heer Van der Ham (D66):

Dat latere kabinet komt na 12 september. Naar mijn mening moeten dan allerlei zaken op tafel liggen waarover wij snel een besluit kunnen nemen. Wat er dan wordt besloten, is inderdaad aan een volgend kabinet. Dat al die dingen worden uitgewerkt, lijkt mij heel logisch.

Mevrouw Schouten heeft gelijk als zij zegt dat het sociaal leenstelsel voor de masterfase klaar is, maar het is nog niet klaar voor de bachelorfase. Dat heeft zij niet helemaal juist gezien. Het model om te komen tot het afbouwen van de langstudeerboete is wel genoemd in het Catshuisoverleg maar nog niet uitgewerkt. Als het er is, breng het dan op tafel, want dan kunnen wij het meenemen in onze verkiezingscampagnes. Zo niet, werk het verder uit want dan hebben wij dat al op papier staan. Wij moeten een beetje tempo maken.

Mevrouw Jadnanansing (PvdA):

Ik ben net als de heer Van der Ham tegen de langstudeerboete. Was er in dat mooie Kunduzoverleg niet een moment waarop dit kon worden geregeld? Waarom wachten en het overlaten tot een later moment?

De heer Van der Ham (D66):

Daarvoor zijn twee redenen. Het kost geld om de boete af te schaffen. Wij zouden dit bedrag prachtig kunnen dekken door de invoering van een sociaal leenstelsel. De fractie van D66 is daarvan voorstander en dat geldt naar mijn mening ook voor de Partij van de Arbeid. Bovendien is het heel lastig om kort voor de start van een nieuw collegejaar zoiets af te schaffen. Het moet hier worden afgeschaft door middel van een wetstekst, het besluit moet vervolgens langs de Eerste Kamer. De tijd is behoorlijk krap. Dit is dus bijna een praktische reden waarom dit niet kan. Dit ligt echter niet aan ons, maar is een gevolg van het oponthoud in het Catshuis en de val van het kabinet.

Mevrouw Lucas (VVD):

De heer Van der Ham is altijd heel creatief, dat weten wij allemaal, en dit is ook weer een erg creatief voorstel. Volgens mij vraagt hij hier echter gewoon wat hulp bij het opstellen van zijn verkiezingsprogramma. Eigenlijk vraagt hij de staatssecretaris om de financiële onderbouwing te geven van het verkiezingsprogramma van D66. Ik vind het creatief, maar dit is toch vooral een wat rare manier van werken.

De heer Van der Ham (D66):

Dit zal staan in ons verkiezingsprogramma, dat kan ik vast verraden. Dat zou ook niet helemaal gek zijn, want wij hebben dit wel vaker in debatten bepleit. Het gaat mij nu om het gezamenlijk optrekken in de Kamer. Eerst was mevrouw Lucas vóór de invoering van de langstudeerboete, maar op dat punt is ze 180 graden gedraaid in het akkoord dat VVD, CDA en PVV wilden sluiten. Maar zij is wel in de goede richting gedraaid, heel goed dat zij dat heeft gedaan. Ik hoop dat het idee van de uitruil, dat wij bepleiten en dat straks waarschijnlijk ook in ons verkiezingsprogramma staat, ook door VVD, Partij van de Arbeid en GroenLinks zal worden omarmd; dan kunnen we namelijk een beetje snel zakendoen. Wij zijn er in ieder geval wel van overtuigd.

Mevrouw Lucas (VVD):

Volgens mij ben ik niet gedraaid. Ik heb altijd eerlijk gezegd dat wij liever een sociaal leenstelsel hadden gezien. De feiten waren anders, maar wij zijn niet gedraaid. Het feit blijft staan dat meneer Van der Ham gewoon zijn eigen huiswerk moet gaan doen, en niet alleen maar mooie praatjes moet verkopen, maar dit ook even moet gaan doorrekenen, met een rekenmachine erbij.

De heer Van der Ham (D66):

Nee hoor, want nogmaals, het kan al heel goed samenlopen. Kijk naar het Catshuisoverleg, waarin is aangetoond dat bij de gelijktijdige afschaffing van de langstudeerboete het sociaal leenstelsel kan worden ingevoerd. Dat werk heeft mevrouw Lucas dus al gedaan. Ik zou zeggen: breng dit naar de Kamer, zorg ervoor dat dit model klaarligt om uit te werken. Het idee hebben we dus al, dat huiswerk hoeven we niet meer te doen. Eigenlijk herinner ik mevrouw Lucas aan het werk dat al is gedaan. Dat willen wij zo snel mogelijk op tafel krijgen en dat moeten wij zo snel mogelijk gaan uitvoeren. Ik assisteer haar dus eigenlijk bij haar huiswerk.

De heer Jasper van Dijk (SP):

Voorzitter. Ik heb wel vaker het idee dat het Kunduzakkoord gewoon een uitwerking is van het D66-verkiezingsprogramma ...

De heer Van der Ham (D66):

Dank u wel!

De heer Jasper van Dijk (SP):

... dus wat dat betreft wordt er al heel wat geassisteerd.

Ik was nogal geïntrigeerd door de ietwat strenge interruptie van mevrouw Schouten. In feite zei zij eventjes tegen de heer Van der Ham dat hij toch niet in 2013 aan een sociaal leenstelsel mag beginnen. Ik ben dat, politiek gezien, helemaal met haar eens. Ik constateer dus een breed draagvlak voor het afschaffen van die langstudeerboete, maar niet voor dat sociaal leenstelsel. Moeten we ons best dus niet doen om dat zo snel mogelijk te regelen? Als de heer Van der Ham daar nou eens een motie over maakte, zo snel mogelijk een plan maakte om die langstudeerboete af te schaffen, met een alternatieve dekking, zou hij mijn steun erbij krijgen.

De heer Van der Ham (D66):

Ik ben er groot voorstander van om zo snel mogelijk van die langstudeerboete af te stappen. En als daar een goede dekking tegenover staat, ben ik zeker van plan om daarvóór te stemmen. Maar dan moet er wel een goede dekking zijn, en ik weet niet of die vanuit het vak van de SP gaat komen. Maar met de afspraken die nu zijn gemaakt in het Lenteakkoord, zijn er prachtige plannen gekomen voor het onderwijs, zoals die met betrekking tot het passend onderwijs. Daar houden wij ons aan. Na 12 september komt er natuurlijk een nieuw kabinet. Ik constateer dat de Partij van de Arbeid, GroenLinks, de VVD en D66 het sociaal leenstelsel steunen. Ik zie dat het CDA in principe akkoord was met de invoering van een sociaal leenstelsel bij de onderhandelingen tussen CDA, VVD en PVV in het Catshuisoverleg. Ik zie dus een verbreding. Laten we een en ander zo snel mogelijk materialiseren. Het kan dat mevrouw Schouten daar na 12 september niets van wil weten, maar we gaan nu wel de verkiezingen in. Na 12 september kunnen er natuurlijk aanpassingen worden gedaan aan wat dan ook – dat is wel meer bediscussieerd binnen het parlement – maar wel binnen de gemaakte financiële afspraken; dus niet over de 3% en dat soort zaken, dat is heel helder.

De heer Jasper van Dijk (SP):

Als ik mevrouw Schouten goed heb beluisterd, meen ik dat zij daar toch iets anders in zat. Volgens mij moet u dus een beetje oppassen, want er is een soort afspraak gemaakt dat er in 2013 geen sociaal leenstelsel moet komen; dat is controversieel, dus daar beginnen we niet aan. Het is misschien een beetje raar dat ik het moet doen, maar ik zou dus zeggen: pas nou op dat dat Kunduzbouwwerk niet uit elkaar valt voordat u dat zelf wil.

De heer Van der Ham (D66):

Als ik mevrouw Schouten goed heb verstaan, zei zij dat dit aan een volgend kabinet is. Ja, dat is inderdaad aan een volgend kabinet, maar dat volgende kabinet zit er wel na 12 september.

De heer De Rouwe (CDA):

Voorzitter. Ik stel vast dat er een Lenteakkoord is van vijf partijen, een vijfpartijenakkoord, met daarin een afspraak over 2013: doorgaan met het verhoogde collegegeld en niet doorgaan met afnemende studiebeurzen. Staat de heer Van der Ham daar nog steeds achter?

De heer Van der Ham (D66):

Wij gaan de verkiezingen in en dan is het van groot belang dat wij aangeven waar de verschillen tussen de politieke partijen zitten. En de CDA-fractie is inderdaad een groot voorstander van de langstudeerboete. De CDA-fractie heeft verder ook ingestemd met de verhoging van het collegegeld voor de tweede studie. D66 zit hier anders in en op het moment dat hierover weer afspraken worden gemaakt, zullen wij alles proberen om dat soort negatieve zaken voor studenten te ontmantelen. Daar gaan de verkiezingen straks over. Zolang er geen afspraken zijn gemaakt die op een meerderheid in de Kamer kunnen rekenen, staat het lenteakkoord. Dat zeggen alle partijen, waaronder zowel het CDA als D66.

De heer De Rouwe (CDA):

In het lenteakkoord staat de afspraak dat de verhoging van het collegegeld onveranderd blijft en dat er in 2013 geen sociaalleenstelsel wordt ingevoerd. Ik vroeg alleen maar of D66 nog steeds achter deze afspraak staat.

De heer Van der Ham (D66):

Daar heb ik al antwoord op gegeven.

De heer De Rouwe (CDA):

Ik stel vast dat het allemaal bravoure was toen de heer Van der Ham de afgelopen tien minuten verkondigde dat hij "werk wil maken van", "dingen wil regelen" en dat "staatssecretaris nu al aan de slag moet." De afgelopen weken was D66 namelijk muisstil. Alles wat de heer Van der Ham zei, was voor de bühne. Het was allemaal bravoure, want toen het erop aankwam, was de heer Van der Ham stil. Hij zou consequent hetzelfde standpunt moeten uitdragen en niet moeten weglopen voor wat hij eerder heeft gezegd. Het maakt op mij een uitermate glibberige indruk.

De heer Van der Ham (D66):

Het is interessant dat de heer De Rouwe dat zegt. Ik merk dat hij een beetje kriegelig wordt en dat heeft er vast mee te maken dat het voor hem heel moeilijk is om uit te leggen waarom zijn partij voorstander is van de langstudeerboete en extra collegegeld voor de tweede studie. D66 is daarvan een groot tegenstander en zoals een onderwijspartij betaamt, proberen wij dat soort negatieve zaken zo snel mogelijk van tafel te halen. Als wij meer zetels krijgen dan wij nu al hebben, zullen wij ons daar natuurlijk hard voor maken. Wij schaffen de democratie niet af! Totdat er een meerderheid is voor ons standpunt, staan natuurlijk de afspraken van het lenteakkoord. Maar een volgende meerderheid kan dat natuurlijk corrigeren. Dat zal de heer De Rouwe straks in de verkiezingscampagne ook proberen. Doet hij dat niet, dan zouden de verkiezingen nergens meer over gaan.

Er valt nu weer wat te kiezen. Als u het collegegeld wilt verhogen, moet u op het CDA stemmen. Als u vindt dat de langstudeerboete moet blijven bestaan, dan moet u op het CDA stemmen. Als u vindt dat die twee zaken moeten worden afgeschaft, moet u op D66 stemmen.

De heer De Rouwe (CDA):

Dank voor de reclamezendtijd die de heer Van der Ham het CDA schenkt. Het gaat mij echter om wat voor politicus de heer Van der Ham is wanneer hij nu een heel verhaal houdt over wat er allemaal moet worden geregeld, terwijl hij de afgelopen weken, toen er echt zaken werden gedaan, helemaal niets heeft weten te regelen. Het is echt mosterd na de maaltijd om nu opeens de staatssecretaris met heel veel stoom en kokend water aan het werk te zetten. Toen deze onderwerpen de afgelopen weken aan de orde waren, stond hij gewoon met de armen over elkaar.

De heer Van der Ham (D66):

Ik begrijp niet wat de heer De Rouwe allemaal zegt, gezien wat er allemaal voor het onderwijs is binnengehaald. Het is wat mij betreft heel mooi dat de ChristenUnie, GroenLinks en D66 ervoor hebben gezorgd dat de plannen voor zorgleerlingen teruggedraaid zijn. De heer De Rouwe wilde namelijk honderden miljoenen op die kinderen bezuinigen. Dat waren CDA-plannen! Door de ChristenUnie, GroenLinks en D66 is dat nu allemaal teruggedraaid. Wij hebben dus zeker niet met onze armen over elkaar gezeten. Er zijn heel veel plannen gecorrigeerd, plannen die met name het CDA de afgelopen jaren heeft verdedigd. Ik ben daar zeer trots op.

Op een aantal punten ben ik het van harte met het CDA eens, maar dat geldt niet voor het collegegeld en de tweede studie.

De voorzitter:

Dit is toch zeker geen verkiezingsdebat? Voor je het weet wordt dit een onderdeel van uw campagne.

De heer Van der Ham (D66):

Wij spreken vandaag over een wetsvoorstel dat alles te maken heeft met de langstudeerboete. En daar zijn wij het dus niet mee eens. Die boete moet dan ook zo snel mogelijk van tafel. Wij doen dat door te kiezen voor een sociaal leenstelsel.

De voorzitter:

Dat was mij niet ontgaan.

Mevrouw Jadnanansing (PvdA):

Het is een goede zaak dat de staatssecretaris, weliswaar onder druk van het parlement, uiteindelijk heeft ingezien dat de deeltijders een tegemoetkoming dienen te krijgen voor het feit dat zij een langstudeerboete voor hun kiezen krijgen, en dat hij heeft ingezien dat de overschrijding van de studieduur inherent is aan een deeltijdstudie. Het is ook prijzenswaardig dat de staatssecretaris, eveneens op aangeven van het parlement, een dergelijke tegemoetkoming in een apart wetsvoorstel vastlegt en een en ander met spoed wil invoeren. De kern van het wetsvoorstel houdt in dat de deeltijders een financiële tegemoetkoming kunnen claimen ten laste van het profileringsfonds. Daarvoor wordt 10 mln. per jaar vrijgemaakt.

Ik ben ook voor een spoedige behandeling, maar het moet wel zorgvuldig gebeuren. Ik heb een aantal vragen. Tot op heden is niet gedetailleerd en gedocumenteerd aangetoond dat het bedrag van 10 mln. voldoende is om aan alle rechtmatige claims te kunnen voldoen. Mij bereiken bovendien berichten dat het profileringsfonds reeds zwaar onder druk staat, bijvoorbeeld als gevolg van een toename van aanspraken op het fonds en de omstandigheid dat veel instellingen het afgelopen jaar het budget van hun profileringsfonds hebben verlaagd, in sommige gevallen zelfs met 50%, zo wordt mij verteld. Daarom verzoek ik de staatssecretaris om een heldere en goed gedocumenteerde onderbouwing van het bedrag van 10 mln. en de criteria en procedures op basis waarvan dat bedrag vervolgens aan de respectievelijke instellingen wordt toegedeeld.

Voorts ben ik van mening dat de staatssecretaris in het onderhavige wetsvoorstel moet opnemen dat, indien blijkt dat het bedrag van 10 mln. niet voldoende is om alle claims te kunnen voldoen, zijn ministerie de ontstane tekorten aanvult.

Verder is niet helder wat precies de procedure is om een claim uit het fonds snel, efficiënt en effectief uitbetaald te krijgen. Ik maak mij daarover grote zorgen. Als het ten onrechte is, roep ik de staatssecretaris ertoe op om mij ervan te overtuigen dat de belangen van de deeltijders gewaarborgd zijn en dat de student in het uiterste geval zijn of haar claim aan een onafhankelijk orgaan kan voorleggen. In dit verband wijs ik de staatssecretaris erop, wellicht ten overvloede, dat mijn zorg niet denkbeeldig is, gelet op de lopende procedure bij de rechtbank hier in Den Haag van het ISO en anderen tegen de Staat der Nederlanden over de rechtmatigheid van de langstudeerboete. De staatssecretaris zal het met mij eens zijn dat studenten moeten studeren en niet noodgedwongen hun reeds schaarse tijd moeten steken in procederen wegens onduidelijke en onrechtvaardige wetgeving.

Voorzitter: Bosma

Mevrouw Schouten (ChristenUnie):

Voorzitter. Ik sta niet op de sprekerslijst, maar ik had mij wel ingeschreven.

Ik dank de staatssecretaris voor het toesturen van de spoedwet. Wat ons betreft moet het voorstel ook spoedig worden behandeld. Wij hebben nog een aantal vragen. Die zijn hier al wel gesteld, maar de kern van de vragen is: lost dit wetsvoorstel het hele probleem nu op dat er ligt met de deeltijders? Het gaat met name om het punt van de verdringing. Ik had het er zojuist al over toen ik de heer Van Dijk interrumpeerde. Bij de invoering van de langstudeermaatregel is het amendement-Rouvoet aangenomen, waarin chronisch zieken en gehandicapten tegemoet gekomen en gecompenseerd worden vanuit het compensatiefonds. Heeft de staatssecretaris er zicht op of die groep straks niet in de verdrukking komt als wij ook deeltijders gaan compenseren uit het compensatiefonds?

De instellingen moeten straks misschien wel lastige keuzes gaan maken. Ziet de staatssecretaris niet het probleem dat hij een en ander misschien op de instellingen gaat afschuiven, zodat zij voor moeilijke dilemma's komen te staan? Is het ook niet beter, zo vraag ik de staatssecretaris, dat daarover een duidelijke uitspraak van de Kamer komt?

De heer Jasper van Dijk (SP):

Dit is wat mevrouw Schouten zojuist aan mij vroeg. Ik hoop dat zij dezelfde wens heeft als de SP, namelijk dat wij beide groepen goed bedienen. Ik wil ze niet tegen elkaar uitspelen. Mocht er extra budget nodig zijn, dan is het toch het mooiste dat wij beiden zoeken naar een oplossing daarvoor?

Mevrouw Schouten (ChristenUnie):

Ik zei daarnet al duidelijk in het interruptiedebatje met de heer Van Dijk dat wat mij betreft beide groepen moeten worden tegemoetgekomen. Ik heb er geen zicht op of die vijf keer 10 mln. voldoende is om beide groepen tegemoet te komen. Dat was mijn vraag aan de heer Van Dijk, die ik nu via de voorzitter ook aan de staatssecretaris stel. Ik heb daar geen onderbouwing van gezien. Ik heb daar geen cijfers over. Ik ga ervan uit dat de staatssecretaris die wel heeft. Ik wacht zijn antwoord af. Ik zag de staatssecretaris bij de interruptie van de heer Van Dijk al knikken en ga er dus vanuit dat hij daar wel over nagedacht heeft en dat hij ons wel een onderbouwing daarvan kan geven. Ik wacht het maar even af. Wat ons betreft wordt er op dit punt aan beide groepen tegemoet gekomen.

De heer Jasper van Dijk (SP):

Dan geef ik nog even een klein kattebelletje aan de staatssecretaris, via mevrouw Schouten. Ik weet nog dat hij in het algemeen overleg zei dat die vijf keer 10 mln. gedekt werd uit een meevaller in de referentieraming. Ik vraag nu alvast of daar misschien nog wat ruimte in zit, voor het geval dat nodig mocht zijn.

Mevrouw Schouten (ChristenUnie):

Voorzitter. Die vraag geef ik dan graag via de voorzitter door aan de staatssecretaris.

Ik heb ook nog een vraag over de manier waarop de middelen verdeeld worden over de instellingen. Het kan zijn dat een instelling meer deeltijders heeft dan een andere instelling. Wordt daar rekening mee gehouden bij de verdeelsleutel, zodat niet de ene pot een overschot heeft en de andere pot een tekort?

Tot slot nog een vraag over de structurele situatie. Het wordt voor deeltijders best lastig om straks nog te kiezen voor een deeltijdstudie. De druk is hoog. Vaak zijn dit mensen die een gezin en een baan combineren met een studie. Als daar straks onvoldoende middelen tegenover staan en zij ook nog geraakt worden door de langstudeermaatregel, dan wordt het adagium van het Leven Lang Leren een loze belofte. Ik wil graag weten van de staatssecretaris of deze maatregelen misschien een remmend effect hebben op het aantal aanmeldingen van de deeltijdopleidingen en of hij eventueel bereid is om dat te monitoren.

De voorzitter:

Dan gaan we nu luisteren naar de staatssecretaris.

Staatssecretaris Zijlstra:

Voorzitter. Er ligt een apart wetsvoorstel voor ons voor deze aanpassingen op de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek. Het debat daarover hebben we op een aantal onderdelen al heel vaak gevoerd hier in de Kamer. Ik doel op de langstudeermaatregel. Ik zeg hier nogmaals dat het geen boete is. Het betreft een verhoogd wettelijk collegegeld. Je mag er langer over doen, maar dan betaal je meer. Dat is ook de logica achter dit voorstel: aan studenten, die langer gebruik maken van overheidsvoorzieningen waar de overheid langer kosten voor maakt, wordt op een gegeven moment gevraagd om zelf een hogere eigen bijdrage te leveren. Daar hebben we het vaak met elkaar over gehad.

Een aantal zaken komt naar voren. De heer Van Dijk zegt dat de verantwoordelijkheid bij de overheid zou moeten liggen. Dat vindt het kabinet niet. De brief die ik al eerder aan de Kamer heb gestuurd over deeltijdstudies, ging ook over dit aspect. In die brief staat dat er geen sprake is van een structureel probleem van deeltijders. Als dat wel het geval was, dan zou de overheid naar onze mening daar iets aan moeten doen. Wij hebben in dezelfde brief geconstateerd dat er in individuele gevallen wel degelijk sprake kan zijn van wat in een motie van de heer Ganzevoort uit de Eerste Kamer "disproportionele gevolgen" is genoemd. Als je individuele gevallen tegemoet wilt komen, moet je het profileringsfonds gebruiken, omdat dit juist is ingericht om individuele gevallen tegemoet te komen en om ze individueel te wegen.

Hoe voorkomt de regering een ongelijke behandeling? Dat was een vraag van de heer Van Dijk en van anderen. Dat doet de overheid door dit wetsvoorstel. Ik had eigenlijk twee routes voor ogen. Of een convenant sluiten met de hoger onderwijsinstellingen en zeggen: u krijgt het geld, maar kunnen wij met elkaar afspreken dat u het hieraan uitgeeft? Dat had aan hogescholen en universiteiten de vrijheid gegeven om het wel of niet te doen. Met dit wetsvoorstel is het een wettelijk afdwingbaar recht voor studenten geworden, althans als het wetsvoorstel wordt aangenomen door beide Kamers. Dat betekent dat studenten op dat moment ook recht op bezwaar en beroep hebben, zeg ik tegen mevrouw Jadnanansing. De gronden waarop dat kan, zijn dan duidelijk. Dan kan men een aanvraag indienen. Die wordt individueel getoetst. Als een student het niet eens is met het oordeel van de instelling, kan de student in eerste instantie bij de instelling bezwaar aantekenen. Als dat tot niets leidt, terwijl de student nog steeds vindt dat de argumenten niet valide zijn, kan de student naar het College van bezwaar en beroep. Dus er is gewoon beroep mogelijk via wetgeving.

De heer Van Dijk heeft het ook gehad over een langere studietijd die voor deeltijders wordt gehanteerd. Er is wettelijk geen langere studietijd voor deeltijders. Dat is het hele probleem. Dat is ook de uitgebreide discussie die wij hebben gehad over de vormgeving van deeltijd voor de toekomst. Daarover hebben wij een AO gehad, dus ik kan nergens op baseren dat de studie van deeltijders langer duurt en dat daar dan een jaar bovenop komt. Volgens de wet is een deeltijdstudie namelijk niet anders dan een voltijdstudie, met uitzondering van het feit dat er wel of geen studiefinanciering wordt gegeven. Die discussie hebben wij uitgebreid gehad. Daarover bestaan verschillende meningen. Vrij breed was de Kamer van mening dat aan die structurele situatie voor de toekomst iets moet worden gedaan, maar daarover hebben wij het nu niet.

Op het Catshuisakkoord is de heer Van der Ham ook nog uitgebreid ingegaan. Daar kom ik zo nog op.

Wat een sociaal leenstelsel versus een langstudeermaatregel betreft, ik ben als lid van het kabinet gewoon gehouden aan de uitvoering van die zaken die de Kamer heeft afgesproken. Op dit moment zijn dat de afspraken uit het vijfpartijenakkoord. Daarvan heeft het kabinet gezegd die uit te voeren. Ik constateer dat daarin niets staat over een sociaal leenstelsel, dus ik ga dat ook niet doen, want wij zijn slechts uitvoerders van het beleid dat door uw Kamer in meerderheid wordt vastgesteld.

De heer Jasper van Dijk (SP):

Het onderscheid tussen voltijd- en deeltijdstudenten mag er wettelijk misschien niet zijn maar wij weten allemaal dat het er feitelijk wel is. De duur van deeltijdstudies is vaak anders dan de duur van voltijdstudies. Daar gaat het mij om. Daar zijn ook registratiesystemen voor, met allerlei moeilijke afkortingen zoals CRI en HO. Daarin wordt dat onderscheid gemaakt. Dus het is geen kwestie van niet kunnen. Het is een kwestie van niet willen. Als u zegt dat u best onderscheid wilt maken tussen voltijdstudies en deeltijdstudies, dan valt daaraan een mouw te passen. Daar ben ik van overtuigd.

Staatssecretaris Zijlstra:

Als de heer Van Dijk het niet erg vindt, wil ik als lid van het kabinet toch graag de wet uitvoeren en mij daaraan houden. Met datgene waarop de heer Van Dijk doelt, heeft hij een punt; dat is ook waarom wij de voorliggende maatregel indienen. Wij zien namelijk soms in de praktijk dat een student door de vormgeving van een deeltijdstudie niet in staat is om die studie af te ronden binnen de C+1-periode. Dat komt dan doordat tentamens bijvoorbeeld in een zodanige volgorde worden aangeboden dat je als student nadat je het hele programma hebt doorlopen al over de studietijd heen bent. Daaraan komen wij in individuele gevallen tegemoet met deze regeling. Dat is iets anders dan een wettelijke regeling waarbij je op basis van de wettelijke definities van deeltijd moet acteren.

Dus op het eerste deel van de vraag van de heer Van Dijk antwoord ik dat ik niet anders kan, want de wet is nu eenmaal de wet. Anders moeten wij een aparte definitie van het begrip "deeltijd" in de wet opnemen. Ik ben het met de heer Van Dijk eens dat de praktijk soms een andere is. Daarom ligt dit voorstel ook voor. In een brief over deeltijd en ook in dit wetsvoorstel hebben wij gezegd dat wij wel degelijk in individuele gevallen de mogelijkheid aan deeltijders moeten geven voor een tegemoetkoming omdat het onredelijk is om van hen een verhoogd wettelijk collegegeld te vragen als zij er zelf niets aan kunnen doen dat zij over de studietijd heen gaan door de vormgeving van de studie.

De heer Jasper van Dijk (SP):

Dan zijn wij het in de praktijk dus helemaal met elkaar eens. Daarvoor heb ik twee voorstellen gedaan. Ik hoop daarop straks uw reactie te horen.

De heer Van der Ham (D66):

Ik had natuurlijk wel een beetje verwacht dat de staatssecretaris zou reageren dat hij dit niet gaat uitwerken, maar dan heb ik toch een paar vragen aan hem. Je kunt het altijd proberen; dat moeten wij in dit huis ook af en toe doen. Je weet maar nooit hoe een koe een haas vangt, om er maar even een ander spreekwoord bij te halen.

Ik vraag de staatssecretaris om op twee constateringen te reflecteren. Constateert hij met mij dat in deze Kamer door PvdA, GroenLinks, D66 en de VVD vanuit hun partijstandpunten wordt gepleit voor een sociaal leenstelsel? In de tweede plaats constateert hij met mij dat het technisch gezien gewoon niet in de rede ligt om een langstudeerboete te handhaven als je zo'n sociaal leenstelsel zou invoeren. Immers, het lang studeren wordt dan al via zo'n sociaal leenstelsel tegengewerkt. Kan de staatssecretaris daarop eens reflecteren?

Staatssecretaris Zijlstra:

De heer Van der Ham loopt al wat langer mee in de Kamer. Hij weet dus precies hoe het werkt met een demissionair kabinet. Zo'n kabinet voert staand beleid uit. Wij verkeren met het vijfpartijenakkoord eigenlijk in een heel unieke situatie. Wij moesten immers de begroting voor 2013 "redden", om te voorkomen dat wij te maken zouden krijgen met een veel hogere rente op de staatsleningen. De heer Van der Ham kent dat hele verhaal. Het basisprincipe blijft echter hetzelfde, ook in deze situatie. Wij voeren staand beleid uit. Het staand beleid in dit verband is het wettelijk verhoogd collegegeld in de langstudeerdersmaatregel. Daarmee gaat het kabinet dus gewoon door. Ook in het vijfpartijenakkoord staat niets wat mij ertoe brengt om iets anders te doen. Ik luister naar bijdragen uit de Kamer. Ik kan aan de hand daarvan ongeveer bedenken wat er misschien in verkiezingsprogramma's van de partijen komt te staan. Het is echter volgens mij de verantwoordelijkheid van de partijen om dat in hun verkiezingsprogramma te schrijven. Daarna gaan we met zijn allen naar de kiezer. Die doet een uitspraak. Vervolgens bekijken we of er een meerderheid voor een bepaald voorstel is te vinden. Ik ben dus niet van plan om nu al een onderzoek op te zetten naar het afschaffen van de langstudeerdersmaatregel, de invoering van een sociaal leenstelsel en tweede studies. Dat is namelijk voor het kabinet nu niet aan de orde. Ik begrijp uit de woorden van de heer Van der Ham dat D66 een en ander in het verkiezingsprogramma wil opnemen. Dat heeft D66 dan dus uiteraard uitgebreid bestudeerd, uitgewerkt en uitgedacht. Dat hoef ik dus niet meer te doen. D66 kan dat op 13 september zo op tafel leggen en aan andere partijen overhandigen.

De heer Van der Ham (D66):

Ja. Ik had al tegen de heer De Rouwe gezegd dat hij van harte is uitgenodigd om hiervan kennis te nemen. Mijn vraag aan de staatssecretaris was echter veel simpeler. De langstudeerboete is ooit om een financiële reden ingesteld. Men wilde er ook het lang studeren mee tegengaan. Korter studeren wilde men dus met een boete afdwingen of in ieder geval wilde men lang studeren met zo'n boete beperken. Is de staatssecretaris het met mij eens dat van een sociaal leenstelsel dezelfde werking uitgaat? Ook daarin is sprake van een financiële prikkel om de studie zo bondig mogelijk te houden en zo snel mogelijk de studie af te ronden. Is de staatssecretaris het met mij eens dat een langstudeerboete én een sociaal leenstelsel eigenlijk dubbelop is? Ik volg dus gewoon de redenering waarmee de staatssecretaris het wetsvoorstel verdedigt en uitvoert. Op grond daarvan zou je kunnen zeggen dat het sociaal leenstelsel ongeveer dezelfde werking heeft. Het in stand houden van beide regelingen zou overbodig zijn. Is de staatssecretaris dat met mij eens?

Staatssecretaris Zijlstra:

Over het in stand houden of het invoeren van nieuwe stelsels ga ik niet. Dat is niet aan mij. Ik geef de heer Van der Ham wel het volgende mee. Aan de langstudeerdersmaatregel ligt uiteraard mede een financieel argument ten grondslag. Een financiële prikkel zal er naar onze mening toe leiden dat studenten sneller afstuderen. Er zijn verschillende soorten financiële prikkels. De langstudeerdersmaatregel staat echter. Het is aan een nieuw kabinet om op dit punt eventueel nieuw beleid te ontwikkelen. Dat is niet aan mij.

De heer Van der Ham (D66):

De staatssecretaris zegt dat er verschillende varianten van financiële prikkels zijn. Ik constateer dat volgens hem het sociaal leenstelsel zo'n variant is. Wij zijn het eens op dat punt.

Staatssecretaris Zijlstra:

Ik zeg nogmaals dat eerst het woord aan de kiezer is. Na de verkiezingen moeten de verschillende partijen hierover oordelen.

Ik ga door met het reageren op de vragen die de heer Van der Ham stelde. Het Lenteakkoord is voor het kabinet de modus operandi totdat er een nieuw kabinet is. Wij voeren de afspraken uit die in het Lenteakkoord zijn opgenomen. Dat doen wij totdat er een nieuw kabinet is. Zo'n kabinet heeft mogelijk andere afspraken gemaakt. Ik ga dus niet preluderen op wat een nieuw kabinet, van welke kleur dan ook, eventueel zou kunnen gaan doen. Dat zou in strijd zijn met die afspraken.

De heer Van der Ham had het ook nog over mooie dingen voor het onderwijs in het Lenteakkoord. Wij moeten ons wel aan de feiten houden. De inhoud van het potentiële Catshuisakkoord zou voor het onderwijs in financieel opzicht beter zijn geweest dan de inhoud van het Lenteakkoord. Laten wij dat vaststellen. Ik kom bij mevrouw Lucas en het amendement over collegegeldvrij besturen. Die discussie hebben wij al vaak gehad. Ik verzoek mevrouw Lucas en de heer Van der Ham, als indieners van het amendement, om dat amendement nu in trekken en opnieuw in te dienen bij het binnenkort ook te behandelen voorstel rond de ov-studentenkaart. Ik doe dat verzoek, omdat het wetsvoorstel dat nu voorligt een spoedwetsvoorstel is dat heel snel door deze en de Eerste Kamer moet. De Eerste Kamer heeft echter heel nadrukkelijk aangegeven alleen over dit aspect te willen praten. Ik wil eerlijk gezegd het risico uitsluiten dat, als ik met een wetsvoorstel naar de Eerste Kamer ga waar als gevolg van een amendement van de Tweede Kamer een nieuw aspect is ingebracht, namelijk het collegegeldvrij besturen – in de Eerste Kamer heeft men daar ook nog een mening over – dit tot vertraging in de Eerste Kamer leidt en wij daardoor 1 september niet halen. Het amendement was ook al aangekondigd in het kader van het wetsvoorstel Studeren is investeren. Ik heb al een nota van wijziging naar de Kamer gestuurd over Studeren is investeren. Daarmee staat dat wetsvoorstel overigens nog steeds overeind. Wij gaan dat binnenkort behandelen. Ik verzoek de indieners om het dan te doen.

Mevrouw Lucas (VVD):

Het gaat ons er niet om deze spoedwet vertraging te laten oplopen. De staatssecretaris stelt terecht dat er nog een mogelijkheid komt. Ik trek het amendement hierbij in. Wij dienen het opnieuw in bij het volgende wetsvoorstel, maar onze intentie blijft ongewijzigd.

De voorzitter:

Het amendement-Lucas (stuk nr. 5) is ingetrokken.

Staatssecretaris Zijlstra:

Mevrouw Lucas is zoals altijd zeer consistent. Ik maak mij dus geen enkele zorg wat dit betreft. Ik zie dat amendement terug bij de volgende wetsbehandeling.

De heer Klaver van GroenLinks vraagt of de studeerbaarheid moet worden beoordeeld door de Visitatiecommissie. Nee, dat was ook de discussie zojuist met de heer Van Dijk. De vraag was in hoeverre de vormgeving van het programma dusdanig is dat het voor de deeltijdstudent reëel is dat hij of zij binnen C plus 1 kan afstuderen. Dat is niet te bepalen door de NVAO, maar door de instelling, want anders zouden wij de NVAO daar weer bij moeten zetten. Ik kom dadelijk bij de vraag van de heer Van Dijk over de hardheidsclausule, want in dat kader krijg je een soort rol, in dat geval voor DUO, waardoor het naar onze mening een ongewenst complex zou worden. De NVAO heeft echter betrekking op een andere situatie.

Een vraag die door meer leden is gesteld, is of de 10 mln. voldoende is. Dat bevestig ik, want anders had ik waarschijnlijk een ander bedrag ingediend. Waar is dat bedrag op gebaseerd? Onder andere op het feit dat het een overbruggingsmaatregel is. Wij verwachten namelijk dat een aantal zaken gaat plaatsvinden. Dat zien wij in de praktijk ook. Een aantal deeltijdopleidingen wordt gecomprimeerd. Het programma dat nu soms automatisch in tijd halveert of verdubbelt, wordt meer in elkaar gedrukt. Dat zal ertoe leiden dat meer studenten de mogelijkheid krijgen om op tijd af te studeren. Studenten hebben ook niet altijd recht op een volledige vergoeding. Je krijgt alleen een verhoging van het collegegeld naar rato van de overschrijding. Als je een half jaar later klaar bent, dan hoef je ook maar de helft van het wettelijk collegegeld te betalen. De systematiek is hetzelfde als met het normale collegegeld. Je betaalt voor een heel jaar, maar als je gedurende dat jaar afstudeert, dan krijg je het restant van het collegegeld terug. Dat geldt voor het normale collegegeld, maar ook voor het wettelijk verhoogd collegegeld.

We moeten ook naar de hoogte van het bedrag kijken. De huidige cijfers zijn overigens inderdaad van 2008, zoals de heer Klaver opmerkt. Hij vraagt wanneer de nieuwe cijfers over het Profileringsfonds komen. Op 1 juli moet men de jaarverslagen indienen. Wij moeten die beoordelen. In het najaar komen dan de nieuwe cijfers. Ik heb ze nu nog niet en moet dus uitgaan van de cijfers van 2008. Er was toen sprake van 15 mln. aan uitkeringen uit het Profileringsfonds voor voltijders, 15 mln. voor meer dan 500.000 voltijd studenten. Daar komt vervolgens 10 mln. bij voor ongeveer 13.000 deeltijdstudenten. Ik denk dat dit wel aangeeft dat het een buitengewoon substantieel bedrag is. De regering vindt de studeerbaarheid een reëel punt. Als straks in de praktijk blijkt dat het water over de kant loopt, staat de deur bij mij open, zoals ik in de Eerste Kamer heb aangegeven, om te discussiëren over de vraag waardoor dat komt. We willen namelijk voorkomen dat de druk op andere groepen – mevrouw Schouten refereerde daaraan – dusdanig toeneemt door een verkeerde inschatting. We verwachten dit overigens niet; we verwachten dat dit weleens heel ruim kan zijn. Maar mocht dit het geval zijn, dan staat mijn deur open. Het verschil tussen 10 mln. voor 13.000 studenten tegenover 15 mln. voor 500.000 studenten lijkt mij toch substantieel te noemen.

Mevrouw Jadnanansing heeft gevraagd of het bedrag voldoende is. Daarop ben ik ingegaan. Daaraan gerelateerd is de vraag of anderen erdoor onder druk worden gezet.

Of de budgetten zijn gedaald, moet blijken uit de jaarverslagen. Dat laat onverlet dat men, waar sprake is van een wettelijk afdwingbaar recht, via bezwaar en beroep iets kan afdwingen bij instellingen. Het is niet zo dat instellingen gewoon maar kunnen verlagen en bij wijze van spreken naar 0 kunnen gaan. Ze kunnen daar niet mee wegkomen. Zo simpel is het niet; dat zou ook niet goed zijn.

Mevrouw Schouten en mevrouw Jadnanansing hebben gevraagd hoe het bedrag wordt toegedeeld. We kijken naar de aanwezigheid van deeltijdlangstudeerders op dit moment. Pro rato vindt de verdeling over instellingen plaats, juist om te voorkomen dat sommige instellingen in de handen wrijven terwijl andere zeggen niet genoeg te hebben. Daarbij ligt de verantwoordelijkheid natuurlijk nog altijd bij de instellingen om te kijken of er winst te halen is in de vormgeving van hun programma. Met name in het wo worden stappen gezet op dat terrein, omdat die winst daar ook duidelijk te halen is.

Mevrouw Schouten heeft een vraag gesteld over het amendement-Rouvoet. Dat amendement is ingediend zonder dat er extra financiële middelen voor het Profileringsfonds beschikbaar zijn gesteld. Omdat het een grotere groep betreft, hebben wij dat hierbij niet willen doen. Daarom hebben wij de 10 mln. er tegenover gezet, want anders zouden we te veel verdringing krijgen. Het amendement-Rouvoet is gewoon in werking. Studenten doen in de praktijk een beroep op die gronden.

Mevrouw Schouten vroeg of er geen sprake is van afschuiven op instellingen en of een duidelijke uitspraak van de Kamer daarbij helpt. Ik gaf aan het begin al aan dat het een verantwoordelijkheid is van de overheid op het moment dat sprake zou zijn van een structureel probleem. Er is echter sprake van individuele situaties. Die moeten individueel gewogen worden. De instellingen spelen daarbij een rol. Als we dat hier of via DUO moeten doen, maken we het erg complex. Een uitspraak van de Kamer heb ik inderdaad nodig, namelijk het aannemen van dit wetsvoorstel. Daarmee is het wettelijk geborgd en wordt het een afdwingbaar recht.

De heer Jasper van Dijk vroeg in het kader van de meevaller bij de referentieraming of er nog meer in de pot zit. In het Lenteakkoord raakt OCW in een keer 100 mln. kwijt van die meevaller. De pot is dus leeg.

De heer Jasper van Dijk (SP):

Ik citeer wat de staatssecretaris in het AO over deeltijdonderwijs heeft gezegd: "Het geld is afkomstig uit de referentieraming voor het hoger onderwijs. Die verandert per jaar." Het zou dus zomaar anders kunnen zijn volgend jaar en het jaar daarop.

Staatssecretaris Zijlstra:

Een referentieraming verandert elk jaar. Dat is soms goed nieuws en soms slecht nieuws. Hoe de verandering zal zijn voor het volgende jaar, zal ik op dat moment moeten bezien. Het kan ook een tegenvaller zijn. Het was nu een meevaller omdat het aantal studenten minder groeide dan verwacht. Daardoor houd je geld over. Maar als er volgend jaar meer studenten instromen, heb je meer kosten met hetzelfde budget, een tegenvaller dus.

De heer Jasper van Dijk (SP):

Dan heeft de staatssecretaris zelf ook een probleem.

Staatssecretaris Zijlstra:

Mocht ik dan nog in functie zijn, zal ik ongetwijfeld in discussie gaan over de vraag hoe wij dat moeten oplossen. Ik kan echter niet voorzien hoe de referentieraming voor volgend jaar eruitziet. In de referentieraming van dit jaar zat een meevaller. Wij waren net op tijd met dit wetsvoorstel, want de rest is voor andere doeleinden gebruikt, namelijk het repareren van de rijksbegroting. Dat is ook niet onbelangrijk.

Mevrouw Schouten vroeg terecht hoe het met een leven lang leren zit. Die discussie hebben wij gevoerd in het algemeen overleg over deeltijdstudies van anderhalve maand geleden. Wij zien al tien jaar een significante daling van het aantal deelnemers aan deeltijdstudies; ruim een halvering in tien jaar tijd. Ik heb de analyse van de regering met de Kamer gedeeld en die houdt in dat de huidige vormgeving van deeltijdonderwijs, aanbodgericht, niet meer voldoet. Dat blijkt ook uit allerlei studies en daarom hebben wij voor de langere termijn gezegd: wij willen opschuiven in de richting van vraagfinanciering. Dat moeten wij allemaal nog uitzoeken en over de uitwerking daarvan komen wij nog met de Kamer te spreken, maar dat is de principerichting die wij hebben ingezet. Daarmee hopen wij de deeltijddeelname aanzienlijk te verbeteren. Een dergelijke ontwikkeling zien wij ook in andere landen. Wij zijn net dat pad ingeslagen. Daarom hebben wij ook deze overgangsmaatregel nodig, omdat deeltijders in de tussentijd in individuele gevallen toch een probleem kunnen hebben. Daarom nemen wij deze maatregel.

Ik kom op de amendementen. Mevrouw Lucas heeft haar amendement op stuk nr. 5 net ingetrokken; dank daarvoor. Het amendement van de heer Van Dijk op stuk nr. 6 gaat over een hardheidsclausule. Ik begrijp dat dit een hardheidsclausule van de bewindspersoon zou inhouden. Daar zit ik niet op te wachten, omdat dit een geheel nieuwe toevoeging zou zijn aan de organisatie van het profileringsfonds. Het ligt namelijk bij de instellingen, niet bij een bewindspersoon. Stel dat alles wat uiteindelijk door het college van bezwaar en beroep is afgewezen, wordt voorgelegd aan de verantwoordelijke bewindspersoon met de mededeling: ach, kunt u hier niet iets aan doen? Dan heb je het eigenlijk over gevallen die conform wet- en regelgeving niet in aanmerking komen voor een uitkering uit het profileringsfonds, maar wordt de bewindspersoon gevraagd om over het hart te strijken. Het mooie aan de vormgeving van het profileringsfonds is wat mij betreft dat helder is wanneer wel en wanneer niet wordt uitgekeerd, en dat de afweging over een individuele uitkering bij de instellingen wordt gemaakt en voor beroep en bezwaar ontvankelijk is.

Naar mijn mening is dat terecht als zich de volgende situatie voordoet. Een student, of het nu een deeltijder of een voltijder is, doet een beroep op het profileringsfonds omdat hij of zij zes maanden ziek is geweest. Het maakt uit of die zes maanden midden in het studiejaar vielen of dat een deel daarvan in de zomervakantie viel, toen er geen studieactiviteiten waren. Dan is het terecht dat studenten misschien niet dezelfde uitkering krijgen. In de zomer is het niet minder vervelend voor de betreffende student – ziek zijn is natuurlijk niet leuk – maar een uitkering op basis van het profileringsfonds gaat over daadwerkelijk opgelopen studievertraging. Daar kunnen verschillen in zitten. Hetzelfde geldt bijvoorbeeld voor het geval dat je eerder afstudeert, want dan kun je geld terugkrijgen. Wij vinden de hardheidsclausule dus niet nodig. Sterker nog, ik ontraad het amendement.

Ik ga verder met de motie van de heer Van Dijk op stuk nr. 7.

De voorzitter:

Dat moet het amendement op stuk nr. 7 zijn.

Staatssecretaris Zijlstra:

Sorry, voorzitter.

Het amendement gaat over de werkelijke studieduur van een deeltijdopleiding. Ik heb daarover net een discussie gevoerd met de heer Van Dijk. Ik ontraad dit amendement, omdat de wettelijke studieduur gewoon hetzelfde is. Met dit wetsvoorstel is er oog voor de individuele praktijk, maar er is geen grond om het te doen zoals de heer Van Dijk wil. Dan moeten wij namelijk de gehele WHW aanpassen en daarin een aparte bepaling over deeltijders opnemen. Dan zou het kunnen, maar die exercitie gaat veel verder dan het voorliggende spoedwetsvoorstel. Om die reden ontraad ik ook het amendement op stuk nr. 7.

Voor het amendement van de heer Jasper van Dijk op stuk nr. 8 over een hardheidsclausule, geldt hetzelfde als voor het amendement op stuk nr. 6. Wat het kabinet betreft moeten we dit niet doen.

Ik dank mevrouw Lucas en mevrouw Jadnanansing voor het indienen van hun reparatieamendement. Het was inderdaad een fout. In de toelichting staat dat we het met terugwerkende kracht doen, maar dat staat niet in de uitvoeringsbepaling. Dat is slordig. Mijn excuses daarvoor. Dat had niet mogen gebeuren. Ik laat dit amendement aan het oordeel van de Kamer, maar ik zou het goed vinden als de Kamer hiervoor zou stemmen. Laat ik het maar zo uitspreken. Hiermee ben ik aan het einde van mijn beantwoording.

De voorzitter:

Bestaat er behoefte aan een tweede termijn? Ik zie veel mensen nee schudden. De heer Jasper van Dijk staat echter alweer bij het spreekgestoelte.

De heer Jasper van Dijk (SP):

Voorzitter. Een korte reactie op de staatssecretaris. We verschillen van mening. De staatssecretaris heeft geen behoefte aan een hardheidsclausule, mijn fractie wel. Dat spreekt voor zichzelf. Ik vind het juist wel goed dat de staatssecretaris in laatste instantie kan beslissen, mocht er een geschil zijn tussen instelling en student. Laten we ervan uitgaan dat het in de meeste gevallen goed gaat. In laatste instantie hebben we echter dan toch de Staat die kan beslissen. Dat geldt voor de amendementen op stuk nr. 6 en stuk nr. 8.

Mijn amendement op stuk nr. 7 gaat over het rekenen van de feitelijke duur van de deeltijdstudie. De staatssecretaris wil dit niet omdat dit geen wet zou zijn. Dat vind ik wel jammer. Waar een wil is, is een weg. De twee studievormen verschillen in lengte. Er is een register waarin dit is opgenomen. Als het niet via de wet kan, kan het via een regeling of via een AMvB. Ik ben ervan overtuigd dat dit te doen is.

Het goede nieuws van vandaag is dat er volgend jaar zeker geen sociaal leenstelsel komt. Dat mag D66 ook niet meer willen. Uitstekend. Vooruit, dat is een grapje. Ik ben het ten principale wel met de heer Van der Ham eens. Hij zegt dat er allerlei nieuwe voorstellen kunnen komen zodra er een nieuw kabinet is. Ik hoop niet dat er een sociaal leenstelsel komt. Dat mag duidelijk zijn. Daarvoor heb ik weer allerlei andere alternatieven. Ik ben het ook niet eens met de staatssecretaris die zei dat dit beleid staand beleid is tot er een nieuw kabinet komt. Ik wil deze uitspraak iets verfijnen: dit beleid is staand beleid, maar kan ook door een nieuwe Tweede Kamer, door bijvoorbeeld een nieuwe "herfstcoalitie", veranderd worden. You never know.

De heer Van der Ham (D66):

Wij zijn het er toch over eens dat het hoge collegegeld voor de tweede studie en de langstudeerboete zo snel mogelijk moeten worden afgeschaft. Als er in de Kamer hiervoor een meerderheid zou zijn en er op basis hiervan een kabinet gevormd kan worden, zou dat heel mooi zijn.

De heer Jasper van Dijk (SP):

Daarnaast moet er ook een degelijke dekking zijn. We moeten zo snel mogelijk af van dat torenhoge collegegeld voor een tweede studie en van de langstudeerboete. Ik ben ervan overtuigd dat we dit nog eens zullen regelen.

Staatssecretaris Zijlstra:

Voorzitter. De heer Van Dijk zegt dat hij de hardheidsclausule wel belangrijk vindt. Ik heb het amendement ontraden. Als extra argument herhaal ik wat ik ook tegen mevrouw Lucas en de heer Van der Ham heb gezegd. Als de Kamer een hardheidsclausule zou inbouwen, is dat een wezenlijke verandering van de vormgeving rondom het Profileringsfonds. Een spoedwetsvoorstel, met een specifiek doel, wordt dan vermengd met iets veel breders. Ook dan lopen we het risico dat de Eerste Kamer zegt: daar zijn we niet zo van gediend. Inhoudelijk ben ik het niet eens met wat in dit amendement staat. Ik zou echter graag het risico uitsluiten dat de toezegging van de Eerste Kamer om dit met gezwinde spoed te behandelen, geweld wordt aangedaan omdat de Tweede Kamer aanvullende punten inbrengt, maar daar gaat zij over, niet ik. Dat geef ik de heer Van Dijk toch maar mee. Dat geef ik ook in overweging aan de andere partijen, mocht het toch in stemming worden gebracht.

De heer Jasper van Dijk (SP):

Ik vermoed dat dit laatste het geval is. De staatssecretaris heeft het volste recht om mijn amendement te ontraden, maar zijn argument is niet heel sterk. De Eerste Kamer is heel goed zelf in staat om die hardheidsclausule te beoordelen. Juist een meerderheid van de Eerste Kamer heeft gezegd: regel het goed voor die deeltijdstudenten. Maak het ook niet groter dan het is; dat geef ik mee aan de Tweede Kamer.

Staatssecretaris Zijlstra:

Ik ga hier toch nog even op in. De Eerste Kamer is altijd erg gespitst op de uitvoerbaarheid van wetgeving. Dat is ook de rol van de Eerste Kamer. Ik zou nog niet weten hoe we dit moeten uitvoeren. Als ik dan met de Eerste Kamer een discussie voer over de uitvoerbaarheid, is er dus een potentieel probleem met de Eerste Kamer. De heer Van Dijk wil dit soort zaken, maar de argumentatie is inhoudelijk niet goed; daarom ontraad ik dit amendement. Ik zie nog niet hoe aan de uitvoering vorm moet worden gegeven. DUO en allerlei andere instellingen moeten daar namelijk oordelen over vellen. Ook om die reden ontraad ik het dus. Het voorstel is om het Profileringsfonds zo snel mogelijk in te zetten als een middel om individueel tegemoet te komen aan deeltijdstudenten en aan chronisch zieke en gehandicapte studenten. Dat zou ik niet in gevaar willen brengen. De gehele optelsom leidt tot mijn volgende oordeel over het amendement: ontraden, ontraden en nog een keer ontraden.

Dan ga ik in op de herfstcoalitie en op het sociaal leenstelsel in 2013. Ik zeg het nog een keer helder: dit kabinet voert het beleid uit dat in het vijfpartijenakkoord, het Lenteakkoord, is afgesproken. De afspraak die daarbij is gemaakt, is helder. Het is een afspraak die deze partijen hebben gemaakt en die blijft na de verkiezingen overeind totdat er een nieuw kabinet is. Mochten deze vijf partijen na de verkiezingen geen meerderheid meer hebben in dit huis, dan zien we op dat moment wel hoe de werkelijkheid is. Dat zeg ik de heer Jasper van Dijk na. Democratie werkt nu eenmaal met meerderheden. Het kabinet gaat gewoon door met het uitvoeren van de afspraken die de partijen hebben gemaakt totdat een meerderheid van de Kamer het kabinet een andere opdracht meegeeft.

De heer Van der Ham (D66):

Het is heel belangrijk dat de heer De Rouwe zich goed realiseert dat dit dus democratie is.

De voorzitter:

De heer De Rouwe nog even, en dan stoppen we er echt mee.

De heer De Rouwe (CDA):

Dat is heel goed, voorzitter.

De heer Van der Ham roept hier met grote woorden dat er nu gewerkt moet worden en dat wij de komende tijd nog allemaal dingen kunnen wijzigen. In de tweede termijn staat hij vervolgens met lege handen. Dan dient hij geen moties in omdat hij weet dat hierover afspraken gemaakt zijn en daar loopt hij een beetje glibberig bij weg.

De heer Van der Ham (D66):

Ik constateer ook dat de heer De Rouwe al precies had ingestemd met hetgeen ik nu heb voorgesteld, namelijk het invoeren van het sociaal leenstelsel en het afschaffen van de langstudeerboete. Ik herinnerde hem daar graag even aan. Ik hoop dat wij in de toekomst wel zaken kunnen doen.

De voorzitter:

Dat vind ik een fantastisch einde van dit debat. Ik geef het laatste woord aan de staatssecretaris.

Staatssecretaris Zijlstra:

Ik constateer dat de campagne kennelijk begonnen is.

Ik wil mij aansluiten bij het verzoek van mevrouw Lucas om geen tijd te verliezen en nog deze week te stemmen over het wetsvoorstel, zodat het onmiddellijk naar de Eerste Kamer kan gaan.

De voorzitter:

Sterker nog, wij moeten morgen stemmen over deze spoedwet, want deze stemming is reeds ingeboekt. Dat plezier doen wij u dus graag, staatssecretaris. Ik dank u voor uw aanwezigheid en uw deelname aan het debat.

De algemene beraadslaging wordt gesloten.

De voorzitter:

Over het wetsvoorstel zal morgen worden gestemd.

Sluiting 16.37 uur.