Handeling

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarVergadernummerDatum vergadering
Tweede Kamer der Staten-Generaal2010-2011nr. 102, item 6

6 Vragenuur

Vragen van het lid Hachchi aan de staatssecretaris van Buitenlandse Zaken over het bericht dat het budget voor noodhulp op is.

Mevrouw Hachchi (D66):

Voorzitter. De D66-fractie is voor ontwikkelingssamenwerking die mensen uiteindelijk voor zichzelf laat zorgen. Wij moeten de kwetsbaarste mensen op aarde steunen, uit een morele plicht maar ook uit eigenbelang. Iedere Nederlander is gebaat bij een stabiele, rechtvaardige en duurzame wereld.

Ontwikkelingssamenwerking betekent echter ook acuut bijdragen door Nederland aan noodsituaties. Bij natuurrampen en bij humanitaire crises moet de overheid niet alleen wijzen naar Giro 555 maar zelf ruimhartig noodhulp geven. Ik was dan ook blij te horen dat de staatssecretaris de hulp aan Somalië verhoogd heeft. Ik ben zelf net in de Hoorn van Afrika geweest en kan bevestigen dat directe noodhulp absoluut noodzakelijk is. Meer dan 10 miljoen mensen hebben dringend hulp nodig.

De staatssecretaris heeft verleden week gezegd dat het potje voor noodhulp leeg is. Daar moet een oplossing voor komen. Als er tussen vandaag en december een aardbeving of tsunami in Bangladesh of Sri Lanka plaatsvindt, moet daar geld heen. Dan mogen budgettaire beperkingen geen rol spelen. Deelt de staatssecretaris deze mening? Vindt hij dat het noodhulpbudget flexibeler moet zijn? Hoe zal hij er in de komende maanden voor zorgen dat Nederland – dat wij – mensen in een rampgebied niet de rug toe hoeven te keren?

Staatssecretaris Knapen:

Voorzitter. Het klopt dat de middelen die wij aan het begin van het jaar opzij hebben gezet voor calamiteiten successievelijk zijn uitgeput. Het is goed om hierbij twee dingen te onderscheiden. Ten eerste alloceren wij een groot aantal middelen aan organisaties, die vervolgens klaar staan om onmiddellijk te handelen. Dat zijn organisaties als het Central Emergency Respond Fund van de Verenigde Naties en het internationale Rode Kruis. Dan hebben wij zelf nog middelen die wij ad hoc kunnen inzetten wanneer zich rampsituaties voordoen. Er waren nogal wat noodsituaties dit jaar. Ik noem de situatie in Noord-Afrika in Libië, de Ivoorkust en in Tunesië. Ook noem ik de Hoorn van Afrika. Als wij wat wij hebben gereserveerd voor humanitaire hulp in brede zin over het hele jaar bekijken, dan is met de 10 mln. die vorige week beschikbaar is gesteld voor het Common Humanitarian Fund, mede op verzoek van mevrouw Ferrier, dat budget op. Betekent dat nu dat als zich een grote ramp voordoet, wij helemaal niets meer kunnen? Wij zullen dan naar bevind van zaken moeten handelen. Als de nood aan de man is, kunnen wij een aantal lopende uitgaven vertragen om wat middelen vrij te spelen. Dan kunnen zich ook nog "meevallers" voordoen. Ik noem zo'n "meevaller" die mevrouw Hachchi bekend voorkomt, namelijk het budget dat gereserveerd is voor Jemen. Dat hebben we opgeschort vanwege de politieke situatie. Op verzoek van onder meer mevrouw Hachchi wordt dat budget nu gericht op niet-gouvernementele organisaties in Jemen. De mate waarin dat niet lukt – daarom zette ik "meevaller" tussen aanhalingstekens – kan er bijvoorbeeld toe leiden dat wij extra middelen hebben voor het geval dat zich een ramp voordoet.

De voorzitter:

Mevrouw Hachchi, uw vervolgvraag.

Mevrouw Hachchi (D66):

De staatssecretaris verwijst terecht naar de veranderende wereld. De onrust in de Arabische wereld en de droogte in de Hoorn van Afrika zijn slechts voorbeelden. Die voorbeelden onderstrepen juist het belang van ontwikkelingssamenwerking en noodhulp. Dit kabinet bezuinigt – ik moet erbij zeggen: dankzij de gedoogpartner – ruim 800 mln. op ontwikkelingssamenwerking. We hebben al gezien dat er heel weinig ruimte is binnen de begroting. Is de staatssecretaris het met mij eens dat hij door die forse bezuiniging van ruim 800 mln. geen ruimte meer heeft om een ramp op te vangen? De staatssecretaris geeft een hoop toelichting over de fondsen, maar ik heb een duidelijke vraag: als er dit jaar nog een ramp plaatsvindt, kunnen wij die dan opvangen?

Nog een paar maanden en dan leven wij in 2012. Premier Rutte heeft vorige week gezegd dat extra bezuinigingen na 2012 mogelijk zijn. Wat betekent dit voor de ontwikkelingssamenwerking en de noodhulp? Blijft het budget voor 2012 overeind?

Staatssecretaris Knapen:

Ik vind het lastig om op dit moment vooruit te lopen op de begroting van volgend jaar. Ik kan wel ingaan op de verhouding tussen 2010 en 2011. In die zin deel ik de aanname van mevrouw Hachchi slechts zeer ten dele. Wij hebben inderdaad behoorlijk bezuinigd op ontwikkelingssamenwerking, maar wij hebben amper bezuinigd op humanitaire hulp. Voor humanitaire hulp was er in 2010 een budget van 266 mln., alles inclusief. Het budget in dit jaar is 251 mln. De reductie is dus zeer beperkt. Wij worden simpelweg geconfronteerd met het feit dat zich meer calamiteiten hebben voorgedaan. Het is nu september. Ik realiseer mij dat het orkaanseizoen nog voor de deur staat, maar ik wil er ook op wijzen dat je met betrekking tot al deze rampen wilt voorkomen dat je aan het eind van het jaar iets overhoudt van het budget, want de behoefte is groot. Vandaar dat ik, mede geïnstigeerd door de commissie en de reizen die zij heeft ondernomen en gegeven de afspraken en het overleg dat wij internationaal hebben gevoerd, heb gezegd dat het – in plaats van dit in kleine porties te doen – verstandiger is om deze 10 mln. nu beschikbaar te stellen voor het Common Humanitarian Fund. Voor de rest zou ik mijzelf moeten herhalen om aan te geven wat wij eventueel nog zouden kunnen doen als de nood zich voordoet.

De voorzitter:

Tot slot, mevrouw Hachchi.

Mevrouw Hachchi (D66):

Het gaat mij eigenlijk om geruststelling. Het artikel waarin duidelijk staat dat het potje leeg is, roept immers een vraag op. De staatssecretaris gaf zelf terecht aan dat het orkaanseizoen nog komt en dat de wereld verandert. De kans op een humanitaire crisis en op natuurrampen en klimaatverandering is groot. Als het potje leeg is, kunnen wij niets meer doen. Ik word graag duidelijk gerustgesteld door de staatssecretaris: als de komende maanden een ramp plaatsvindt, staat dit kabinet dan klaar om te helpen?.

Staatssecretaris Knapen:

Dat is zeer voorwaardelijk. Het hangt af van het type ramp, de locatie van de ramp en van wie er allemaal actief worden. Ik heb gezegd wat ik heb gezegd. Wat wij hebben gereserveerd, is op, maar dat neemt niet weg dat wij in geval van nood in staat moeten zijn om naar bevind van zaken te handelen. Dat zult u zelf thuis ook doen: als de wasmachine het begeeft, gaat u herschikken om ervoor te zorgen dat er weer gewassen kan worden.

De voorzitter:

Ik dank de staatssecretaris voor de antwoorden.