Handeling

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarVergadernummerDatum vergadering
Tweede Kamer der Staten-Generaal2010-2011nr. 102, item 4

4 Vragenuur

Vragen van het lid Kuiken aan de minister van Veiligheid en Justitie over het tekort aan politievrijwilligers.

De voorzitter:

Ik heet de minister van Veiligheid en Justitie welkom.

Mevrouw Kuiken (PvdA):

Voorzitter. Een doekje voor het bloeden, dacht ik toen ik het bericht in de krant las dat de minister van plan is om maar liefst 5000 vrijwilligers op te leiden. Er is niets mis met vrijwilligers, maar waarom niet eerst de 3000 gewone agenten die het kabinet had beloofd? Waarom wordt geïnvesteerd in vrijwilligers terwijl toegezegd is dat we eerst die agenten zouden krijgen? Wij maken ons ook zorgen over de kwaliteit van en de veiligheid voor deze vrijwilligers. De opleiding wordt namelijk gehalveerd en het takenpakket uitgebreid. Het lijkt erop dat de minister voor een dubbeltje op de eerste rang wil zitten ten koste van de veiligheid van deze mensen, maar ook van die van de mensen op straat.

Mijn vragen zijn daarom de volgende. Waarom niet eerst 3000 extra gewone agenten voordat we gaan investeren in vrijwilligers? Vrijwilligers zijn zeer waardevol, maar is de minister met ons eens dat zij geen vervanging kunnen zijn van gewone agenten? Hoe gaat de minister de kwaliteit van en de veiligheid voor deze mensen waarborgen? Is dat nog te doen, aangezien hij van plan is om de opleiding van deze vrijwilligers met de helft te verkorten? Heeft de minister wel voldoende capaciteit om de extra vrijwilligers op te leiden? Hoeveel geld is daarmee gemoeid? Tot slot heb ik een heel simpele vraag over iets waar in de media ook onduidelijkheid over bestond. Kan de minister ons uitleggen wat het verschil is tussen een vrijwilliger en een voluntair en wat hun takenpakket binnenkort wordt?

Minister Opstelten:

Mevrouw de voorzitter. Ik dank mevrouw Kuiken voor haar heldere vragen. Ik zal deze direct langslopen.

De eerste vraag. Waarom niet eerst die 3000? Er kan van alles van mij gezegd worden, maar niet dat ik niet duidelijk ben en niet dat ik niet altijd hetzelfde zeg op dat punt. De Kamer kan in de volgende vier jaar rekenen op 49.500 operationele dienders. Ik heb het vaker uitgelegd, die 3000 agenten zitten daar ook in.

De tweede vraag. Vrijwilligers zijn inderdaad geen vervanging. Vrijwillige politie is totaal iets anders. Ik vind het fijn dat deze vragen zijn gesteld, want ik kan het daarom duidelijk aangeven.

De derde vraag, over het waarborgen van de kwaliteit. Bij de opening van het academisch jaar heb ik bij de NPA gezegd: de NPA gaat volgend jaar vrijwillige politie opleiden. Wij gaan voor dat percentage vrijwillige politiemensen, namelijk 10% van de totale sterkte daar boven op. Het is iets totaal anders dan de andere, professionele politiemensen.

De vierde vraag betrof de opleiding. Ja, de NPA kan dat aan en zal dat ook waarmaken. Daarvoor zijn budgetten gereserveerd.

Het vijfde punt betrof het budget. Nu is er binnen de korpsen 3 mln. van het totale politiebudget gereserveerd voor de vrijwillige politie. Ik wil terughalen wat een paar jaar is verslonsd en nieuw elan geven aan de vrijwillige politie. Dat is goed voor de maatschappelijke relatie. Ik wil de burgers een impuls geven en de mensen die dat kunnen en willen daar een rol in geven. Het bedrag zal oplopen van 3 mln. naar 12 mln. Dat kan binnen het politiebudget. Er is geen onderscheid; over de posities en de taken hoeft geen verschil van mening te zijn. Binnen de afspraken die wij met de politiebonden hebben gemaakt over voluntairen, boa's et cetera gaan wij ordelijk te werk. Ik zal eerst in een brief beschrijven wat mijn inzet is en ik zal keurig overleg plegen. Niemand krijgt een functie die niet past bij de opleiding die hij heeft gekregen. In het politieonderwijs komen kortere opleidingen; dat is duidelijk. De opleidingsduur gaat terug van drie naar één jaar.

Dat zijn de antwoorden op de vragen die mij zijn gesteld.

De voorzitter:

Minister, het is de bedoeling dat u in twee minuten antwoord geeft.

Minister Opstelten:

Dat is moeilijk als ik zeven vragen krijg.

De voorzitter:

Maar u bent daar zo goed in, dat het u vast gaat lukken.

Minister Opstelten:

Jazeker. Ik kan met "ja" en "nee" antwoorden, maar dan moet ik weer een brief schrijven.

Mevrouw Kuiken (PvdA):

De hamvraag blijft: waarom komen er niet gewoon 3000 extra agenten? Wij – ik, de minister en de mensen op straat – willen blauw op straat zien, maar niet doordat de minister kiest voor vrijwilligers. Je kunt niet voor een dubbeltje op de eerste rang zitten.

Minister Opstelten:

Met mevrouw Kuiken en andere Kamerleden heb ik dat debat al vaak gevoerd, onder andere een jaar geleden. Ik heb toen een- en andermaal gezegd wat de positie is. Er komen 3000 dienders bij, die er anders niet geweest waren. De afspraak is dat er 49.500 operationele politiemensen zijn, op wie men kan rekenen. Dat heeft tot gevolg gehad dat er nu geen korpsen meer onder toezicht staan. Er zijn onder de korpsen afspraken gemaakt over de sterkte. Men weet waar men aan toe is. Het is niet meer en ook niet minder.

Mevrouw Kuiken (PvdA):

De minister heeft lang nodig om te antwoorden, maar ik constateer dat hij zijn belofte van 3000 agenten erbij niet waarmaakt. Nu trekt hij weer geld uit voor vrijwilligers. Ik denk: doe dat nu niet! Over de kwaliteit van de vrijwilligers zegt hij bovendien dat het allemaal wel een onsje minder kan en dat hij de boel wil halveren. Kortom: hij wil voor een dubbeltje op de eerste rij zitten, ten koste van de veiligheid van de agenten en de mensen op straat.

Minister Opstelten:

Ik neem afstand van de uitdrukking "voor een dubbeltje op de eerste rij zitten". Dat is totaal niet waar. De gemaakte afspraken gaan niet over de operationele sterkte, maar over een extra impuls, een nieuw elan bij de vrijwillige politie. Dat was een beetje ingezakt. Voor de kwaliteit is het juist beter om een intensievere opleiding te volgen die korter duurt en op maat gesneden is voor de functie van de vrijwillige politie. Verder is er grote belangstelling in het land om hieraan mee te doen.

Mevrouw Kuiken (PvdA):

Kan ik dan concluderen dat het laatste woord hierover nog niet is gesproken? Er is nog heel veel onduidelijkheid, zowel over de keuze voor vrijwilligers in plaats van gewone politieagenten, als over de kwaliteit en de wijze waarop zij hun taken moeten uitvoeren. Wij zijn immers ook verantwoordelijk voor hun veiligheid.

Minister Opstelten:

Ik sta voor wat ik gisteren heb gezegd en ik sta voor wat ik nu zeg. Er is geen enkel risico voor de geboden kwaliteit. Niemand krijgt een taak of functie waarvoor hij niet adequaat is opgeleid of uitgerust.

De heer Van Raak (SP):

Politiewerk is geen vrijwilligerswerk. Het is goed dat de minister erkent dat er duizenden agenten te weinig zijn. Dat kun je echter niet oplossen met vrijwilligers. Die mensen zullen in de praktijk gevaarlijk werk gaan doen. Zij gaan surveilleren op straat en nooddiensten draaien en zullen te maken krijgen met criminelen en geweld. De minister kan het ontkennen, maar in de praktijk zal dit wel gebeuren. Minister: het is niet eerlijk. Het is niet eerlijk voor de vrijwilligers die werk moeten gaan doen waar ze niet goed op zijn voorbereid. Het is bovendien niet eerlijk voor al die agenten die elke dag keihard werken en nu te horen krijgen dat hun werk ook gedaan kan worden door amateurs.

Minister Opstelten:

Hiervan neem ik ook afstand. Ik zeg niet dat er te weinig politieagenten zijn. Er zijn 49.500 operationele politiemensen. Wij voldoen bovendien aan een impuls in de samenleving. Er is daarenboven namelijk vrijwillige politie. Wat de heer Van Raak zegt is gewoon een diskwalificatie van de vrijwillige politiemensen die nu daadwerkelijk hun functie uitoefenen. Ik geef daar opnieuw elan aan en doe dat zorgvuldig en rustig. Ik heb dit aangekondigd en nu leidt dat ineens tot grote kritiek. Ik had gedacht dat ik hier met gejuich zou worden ontvangen. Het is niet anders, maar ik leg mij daar niet bij neer.

De heer Çörüz (CDA):

De CDA-fractie ondersteunt de minister. Het is heel goed dat er vrijwillige politie is en bovendien erbij komt. Ik wil de minister vragen naar en deelgenoot maken van een punt van zorg. De volgende zorgen bereiken mij namelijk uit het veld. Het aantal aspirant-politiemensen dat naar school moet – en dat zijn er dit jaar 1800 geloof ik – stagneert volgens mijn gegevens. Klopt dit beeld? Is het zo dat wij die 1800 misschien niet gaan halen, omdat korpsbeheerders en korpschefs nadere eisen stellen? Ik zou vandaag graag de geruststelling van de minister in dit verband willen horen.

Minister Opstelten:

Ik kan de heer Çörüz geruststellen, want ik kan bevestigen dat ik gisteren tegen de leiding van de NPA heb gezegd dat die 18.000 er komen. Pardon, laat ik niet overdrijven, ik bedoel 1800. In het eerste geval zou ik mevrouw Kuiken ook niet meer horen over dit punt. Ik heb dus gevraagd of het getal van 1800 afgesproken is en er werd geknikt. Dat betekent wel dat ik, mijn mensen en de korpsbeheerders er elke dag weer bovenop moeten zitten om dit voor elkaar te krijgen, maar ik sta ervoor.

Mevrouw Berndsen (D66):

Ik vind, met alle respect, dat de minister er toch een beetje een rommeltje van maakt. Er zijn toezichthouders. Er zijn handhavers. Nu komt de minister weer met meer politievrijwilligers en ondertussen kost dit allemaal geld. De minister zegt dat het tot 12 mln. kan kosten, maar ten koste waarvan gaat dit dan? De minister zegt dat het binnen het politiebudget gaat, dus dit geld kan dan niet uitgegeven worden aan politiemensen.

Minister Opstelten:

Mevrouw Berndsen weet als geen ander dat de vrijwillige politie uit het politiebudget betaald wordt. Het is een tijdje ingezakt, maar vroeger was het ook 10% uit het politiebudget. Als ik dit nu weer gewoon op het niveau wil terugbrengen waar het thuishoort, betekent dit dat het ook kan. Binnen het totale budget is daar ruimte voor en ook binnen het opleidingsbudget van de NPA. Natuurlijk hebben wij dit bekeken, anders had ik die uitspraak gisteren niet gedaan.