Handeling

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarVergadernummerDatum vergadering
Tweede Kamer der Staten-Generaal2009-2010nr. 87, pagina 7347-7365

Aan de orde is de stemming over een motie, ingediend bij het VAO over het ontwerpbesluit tot wijziging van het Besluit financieel toetsingskader pensioenfondsen in verband met vaststelling van de parameters voor fondsen, te weten:

- de motie-Omtzigt c.s. over blokkeren van mogelijk gebruik van geld van Nederlandse pensioenfondsen ter bestrijding van de kredietcrisis (30413, nr. 146).

(Zie vergadering van Ledenheden.)

De voorzitter:

Ik constateer dat deze motie met algemene stemmen is aangenomen.

(geroffel op de bankjes)

De voorzitter:

Dit was de laatste stemming.

Nu gaan wij over tot het onderdeel van de geloofsbrieven met het oog op onze bijeenkomst morgen. Ik geef het woord aan de heer Jan de Vries, voorzitter van de commissie voor het onderzoek van de Geloofsbrieven, tot het uitbrengen van het verslag namens de commissie.

Mijnheer De Vries, deze keer zullen wij extra goed naar u luisteren, want die kans krijgen wij niet nogmaals.

De heer Jan de Vries:

voorzitter der commissie

Mevrouw de voorzitter. De commissie voor het onderzoek van de Geloofsbrieven heeft in het kader van de verkiezingen voor de Tweede Kamer der Staten-Generaal, zoals die gehouden zijn op 9 juni 2010, in de afgelopen dagen haar wettelijke taken en voorgeschreven werkzaamheden verricht. Van die werkzaamheden brengen wij vandaag verslag uit.

Allereerst heeft de commissie bepaald of de personen die door het Centraal Stembureau verkozen zijn verklaard, ook daadwerkelijk als lid van de Tweede Kamer kunnen worden toegelaten. Daarnaast heeft de commissie de processen-verbaal van de circa 10.000 stembureaus die Nederland telt, onderzocht. Deze processen-verbaal zijn op de dag van de verkiezingen opgesteld en geven inzicht in het ordelijke en rechtmatige verloop van de verkiezingen.

In het kader van haar werkzaamheden heeft de commissie op vrijdag 4 juni een delegatie van de verkiezingswaarnemers van de OVSE voor een gesprek ontvangen. Deze delegatie heeft vervolgens afgelopen vrijdag 11 juni gedurende enige tijd de controle van de processen-verbaal gevolgd. Over twee à drie maanden zal de OVSE-missie over haar bevindingen van deze Kamerverkiezingen rapporteren.

Ik zal nu eerst ingaan op het verloop van de verkiezingen, zoals dat uit de processen-verbaal is gebleken. Daarna ga ik in op de toelating van de gekozen verklaarde personen. De controle op het verloop van de verkiezingen via de processen-verbaal is voor de commissie slechts mogelijk door de inspanning van velen om het stemproces vlekkeloos te laten verlopen en daarover te rapporteren. Daarbij denken wij in de eerste plaats aan alle burgers – dat zijn er circa 50.000 – die de stembureaus bemensen, aan het personeel van de gemeentelijke afdelingen die bij de organisatie van de verkiezingen betrokken zijn en aan de hoofdstembureaus en aan het Centraal Stembureau. De commissie heeft grote waardering voor hun inspanningen en dankt hen allen hartelijk voor hun bijdrage aan onze democratie. Verder dankt de commissie de 50 ambtenaren van de Kamer die afgelopen vrijdag in deze zaal de feitelijke controle van de processen-verbaal hebben uitgevoerd. Omdat de tijdspanne tussen de verkiezingsdag en de dag van eerste samenkomst, dus morgen, van de nieuwe Kamer kort is, moet deze omvangrijke controletaak in korte tijd worden uitgevoerd. Gelukkig is dat dankzij de inzet van veel medewerkers van de Kamer ook ditmaal weer gelukt.

Uit de controle is de commissie gebleken dat er onvolkomenheden zijn geconstateerd die onze en ieders aandacht vragen en waaruit iedereen weer lering kan trekken voor de toekomst. Laat ik beginnen met de aanlevering van de informatie bij de Kamer. De commissie heeft enkele weken voor de verkiezingsdatum daarover een brief geschreven aan de hoofdstembureaus, die daarbij immers een scharnier- en voorbeeldfunctie vervullen. De overgrote meerderheid van de hoofdstembureaus heeft op een perfecte wijze gehoor gegeven aan het verzoek van de commissie en heeft de informatie ordentelijk aangeleverd. De commissie spreekt de hoop en de verwachting uit dat ook het hoofdstembureau Arnhem dit voorbeeld in de toekomst zal volgen. Fijnzinniger kon het niet, toch?

Dan is er een aantal kleinere onvolkomenheden of ergernissen die zich telkens weer voordoen en waaraan wij toch niet mogen wennen. Ik doel allereerst op de bereikbaarheid van de stembureaus naar afstand en toegankelijkheid, en dat laatste vooral voor kiezers met een lichamelijke beperking.

Verder wordt er vaak geklaagd over de inrichting van het stembureau, zoals over de gebrekkige verlichting en over de rommelige indruk, zoals in de stembureaus Den Haag 105 en 106. Tussen mensen die druk zijn met hun naaicursus of een cursus bloemschikken, en de materialen die zij daarvoor nodig hebben, bevindt zich ook nog ergens het stembureau. En in Rotterdam, stembureau 376, oefende gedurende een deel van de dag ook een drumband. Veel kiezers vragen om rust en privacy op het moment dat zij hun stem uitbrengen. Het is opmerkelijk in hoeveel processen-verbaal wordt gemeld dat kiezers in de stemhokjes hun stemgeheim niet optimaal gewaarborgd vinden. Zij willen gewoon dat er een gordijntje hangt en dat het stemhokje goed is ingericht.

Een aantal kiezers heeft ook geklaagd dat het touwtje waarmee het rode potlood in het stemhokje was bevestigd zo kort was dat de rechterzijde van het stembiljet niet makkelijk kon worden bereikt. Voorzitter, u begrijpt dat de commissie van mening is dat de inrichting van een stembureau van groot belang is.

Over de routes die de kiezers in het stembureau moeten afleggen, kan tevoren worden nagedacht. De gemeente Rotterdam heeft dat naar aanleiding van het verloop van de gemeenteraadsverkiezingen gedaan en dat heeft ook resultaat gehad. Ook andere gemeenten zouden er goed aan doen om van die ervaring te leren, zeker als zij meer stembureaus op één locatie inrichten. De commissie heeft verscheidene malen geconstateerd dat de uitslag van een stembureau om die reden Voorzitterook moeilijk controleerbaar is. In de stembureaus Den Haag 246 en 247 en 712 en 713, en in Amsterdam in de stembureau 027, 047 en 122, waren twee stembureaus op één locatie ingericht. Stembiljetten die waren uitgegeven door het ene stembureau werden vervolgens in de stembus van het andere stembureau gedeponeerd. Daardoor zijn waarschijnlijk geen grote fouten ontstaan, maar een sluitende controle wordt dan vrijwel onmogelijk.

De verzending van de kandidatenlijsten en de stempassen blijkt in een aantal gemeenten ook nu weer een probleem en geeft aanleiding tot klachten dat kiezers helemaal geen stempas hebben ontvangen, of zeer laat. Zoals de commissie al bij vorige gelegenheden heeft opgemerkt, blijft het uiteraard de verantwoordelijkheid van de gemeente om hiermee zorgvuldig om te gaan. Een gemeente zou ruim op tijd bekend kunnen maken op welk moment de stempassen worden verstuurd, zodat burgers actie kunnen ondernemen indien zij kort daarna nog geen stempas hebben ontvangen. De regeling dat kiezers in elk stembureau binnen hun gemeente kunnen stemmen, werkt op zich goed, maar heeft helaas ook weer een nadeel. Kiezers denken soms dat zij feitelijk in heel Nederland hun stem kunnen uitbrengen. Dat is uiteraard niet zo, en vooral stembureaus die zijn ingericht op treinstations worden geconfronteerd met dit misverstand.

De legitimatieplicht, die bij deze verkiezingen algemeen gold, blijft bezwaren oproepen bij een aantal kiezers, maar dat aantal neemt duidelijk af. In kleine gemeenten, waar de onderlinge bekendheid groot is, roept de legitimatieplicht wel enige irritatie op. De versoepeling wat de geldigheid van de identiteitsdocumenten betreft, heeft goed gewerkt. Ook merkt de commissie dat, nu alle kiezers zich in het stembureau moeten legitimeren, er een groot aantal kiezers is dat ook een legitimatie van de leden van het stembureau verlangt. In stembureau nummer 1 in Wijk bij Duurstede is geopperd dat dan toch ten minste een namenlijst en ook naambordjes van de leden van het stembureau zichtbaar zouden moeten zijn voor alle kiezers.

Ook de kiezerspas die nu algemeen wordt verstrekt, roept vragen op. Dit geldt in het bijzonder voor de regeling van de onderhandse volmacht, die op de achterzijde van de kiezerspas wel wordt toegelicht, maar door veel kiezers toch nog als onduidelijk wordt ervaren. Vooral het feit dat een onderhandse volmacht uitsluitend in de eigen gemeente van volmachtgever en volmachtstemmer mag worden uitgebracht, en uitsluitend gelijktijdig met de eigen stem van de volmachtstemmer, is voor veel kiezers zeer onduidelijk.

Een bron van fouten die makkelijk had kunnen worden voorkomen en waarover de commissie zich dan ook zeer heeft verbaasd, is veroorzaakt doordat stempassen telkens dezelfde kleurstelling hebben, met slechts een aanpassing van het logo naargelang de verkiezing waarvoor zij gelden. In vrij veel gemeenten hebben kiezers zich bij het stembureau gemeld met stempassen voor de gemeenteraadsverkiezingen van afgelopen maart, en zelfs met stempassen voor de laatste verkiezing van het Europees Parlement. Meestal is dit gelukkig door de leden van het stembureau tijdig opgemerkt en zijn deze kiezers niet op basis van die stempas tot de stemming toegelaten. Maar er wordt in de processen-verbaal van een tiental stembureaus melding gemaakt van het feit dat kiezers op basis van een dergelijke ongeldige stempas hun stem hebben uitgebracht. De commissie concludeert daaruit dat het niet is uitgesloten dat zij zelfs tweemaal hun stem hebben kunnen uitbrengen.

De stembiljetten waren ook ditmaal weer groot, te groot volgens vele kiezers, die deze stembiljetten onhanteerbaar vonden.

Over het feit dat de gemeenten ervoor dienen te zorgen dat elk stembureau bij aanvang van de dag over ruim voldoende stembiljetten moet kunnen beschikken, hoef ik, denk ik, geen opmerkingen te maken. Dat spreekt voor zich. Maar uit de processen-verbaal blijkt dat het op dit punt toch nog vaak mis gaat, bijvoorbeeld in Assen, stembureau 18 en Loenen, stembureau 6.

In een aantal stembureaus zijn kiezers op grond van een gebrek aan stembiljetten doorverwezen naar andere stembureaus. De commissie begrijpt dat dit kiezers zeer kan demotiveren en keurt deze gang van zaken dan ook af.

De grootte van de stembiljetten was ditmaal een belangrijker probleem, want het leidde in veel stembureaus tot overvolle stembussen. Er moest worden aangestampt. Dat is nog de minst nadelige oplossing. De commissie maakt zich namelijk veel meer zorgen over het feit dat de overvolle stembussen er in veel stembureaus toe hebben geleid dat de stembussen tussentijds zijn geleegd of dat de stembiljetten dan maar in een niet-afgesloten doos konden worden gedeponeerd.

Sommige gemeenten hebben hiervan kennelijk vast beleid gemaakt. In de gemeenten Delft en Apeldoorn wordt in vele processen-verbaal melding gemaakt van het feit dat de stembussen tussentijds zijn geleegd. De commissie acht het wenselijk dat de procedure die in deze gevallen is gehanteerd tegen het licht wordt gehouden en in de toekomst uiteraard wordt voorkomen, bijvoorbeeld door grotere of meerdere stembussen te gebruiken.

Wat nu is gebeurd, werkt immers slechts fouten en onzekerheden in de hand. Illustratief voor de mogelijke gevaren is het resultaat van stembureau 012 in Heerlen. In het proces-verbaal daarvan wordt zowel melding gemaakt van een afwijking van enkele tientallen stemmen als van het feit dat de stembus tussentijds is geleegd.

Tot slot het invullen van het proces-verbaal. De commissie heeft met grote tevredenheid vastgesteld dat alle gemeenten gebruik hebben gemaakt van het nieuwe proces-verbaal, dat ten opzichte van het oude model zeer sterk is verbeterd. Daarmee is echter nog geen optimale situatie bereikt. De huidige vormgeving van het proces-verbaal kan met de gebruikerservaring van deze verkiezingen nog eens kritisch onder de loep worden genomen en op onderdelen worden verbeterd.

Belangrijker is echter dat de gemeenten de leden van de stembureaus goed instrueren. Ook in dat opzicht is een geweldige verbetering te constateren. Maar helaas, er blijven uitzonderingen waarbij het proces-verbaal de vorm van een kladschrift heeft gekregen of heel gebrekkig is ingevuld zoals in Den Bosch, stembureau 20 en Delfzijl, stembureau 16. De invulling van de processen-verbaal was algemeen zwak in de gemeente Helmond. De commissie geeft die gemeente in overweging de instructie aan de leden van de stembureaus te verbeteren.

Tijdens de gisteren gehouden zitting van het Centraal Stembureau, waarbij de definitieve uitslag bekend is gemaakt, is nog een aantal bezwaren ingebracht. Die bezwaren betreffen allereerst de vaststelling van de uitslag door middel van de bij deze verkiezingen gebruikte ondersteunende software, in de tweede plaats het veronderstelde feit dat parlementsleden die in het verleden strafbare feiten zouden hebben gepleegd opnieuw worden gekozen, in de derde plaats dat mogelijk een aantal kandidaten een valse identiteit heeft opgegeven, en ten slotte de conclusie dat wij te maken hebben met een betrouwbare uitslag.

Ten aanzien van deze bezwaren is de commissie voor het onderzoek van de Geloofsbrieven van mening dat:

  • - het bezwaar ten aanzien van de verkiezingssoftware genoegzaam is weerlegd door de Kiesraad;

  • - ten aanzien van strafbare feiten het oordeel waar het mogelijke ambtsmisdrijven betreft aan de Kamer is die daarover op elk gewenst moment een oordeel kan geven, maar daartoe geen aanleiding heeft gezien of ziet;

  • - waar het misdrijven betreft de uitsluiting van het actief en passief kiesrecht wettelijk is geregeld en de commissie bij haar advisering over de toelating van de leden zorgvuldig aan deze wettelijke bepaling heeft getoetst en geen enkele aanleiding heeft gevonden tot een negatief advies;

  • - ten aanzien van een mogelijke valse identiteit de identiteit van alle leden zorgvuldig is getoetst;

  • - met betrekking tot de betrouwbaarheid van de uitslag de bevindingen van het Centraal Stembureau en de eigen bevindingen aan de commissie de vaste overtuiging geven dat hier sprake is van een betrouwbare uitslag.

Daarmee kom ik tot een conclusie. De commissie concludeert dat de geringe onregelmatigheden waarover ik heb gesproken de uitslag van de verkiezingen niet zouden hebben kunnen wijzigen. In navolging van het Centraal Stembureau concludeert de commissie dat de verkiezingen volgens de regels zijn verlopen. Er is dus geen reden om te twijfelen aan de juistheid van de door het Centraal Stembureau vastgestelde uitslag.

De commissie heeft vanuit deze overtuiging over de toelating van 150 leden kunnen beraadslagen. Daartoe zijn 150 geloofsbrieven in handen van de commissie gesteld. Verder is in handen van de commissie gesteld het proces-verbaal van de zitting van het Centraal Stembureau op 15 juni 2010 tot het vaststellen van de uitslag van de verkiezing van de leden van de Tweede Kamer der Staten-Generaal op 9 juni 2010. Uit de omstandigheid dat een aantal benoemd verklaarden reeds lid van de Kamer is, blijkt dat zij de vereiste leeftijd hebben bereikt, terwijl dit uit de stukken gevoegd bij de geloofsbrieven van de overige benoemden eveneens blijkt. Voorts blijkt uit de verklaringen van de benoemden dat zij geen betrekkingen bekleden welke onverenigbaar zijn met het lidmaatschap van de Kamer, terwijl aan de commissie ten aanzien van geen enkele benoemde van enige omstandigheid is gebleken waardoor hun Nederlanderschap in twijfel zou moeten worden getrokken. Verder is bij geen van de benoemden gebleken van enige omstandigheid ten gevolge waarvan zij op grond van artikel 54 van de Grondwet van de verkiesbaarheid uitgesloten zouden zijn.

De commissie stelt derhalve voor, als lid der Kamer toe te laten, nadat zij de eed respectievelijk de verklaring en de belofte hebben afgelegd:

  • M. Agema te Den Haag, N. Albayrak te Rotterdam, C.B. Aptroot te Wassenaar, K. Arib te Amsterdam, J.J. Atsma te Surhuisterveen, M. Azmani te Stegeren. F. Bashir te Zoetermeer, W.I.I. van Beek te Maarheeze, H.J. Beertema te Ouderkerk aan den IJssel, J.J.G. van Bemmel te Zoetermeer, M.A. Berndsen-Jansen te Burdaard, A.T.B. Bijleveld-Schouten te Goor, J.M. van Bijsterveldt-Vliegenthart te Schipluiden, P.J.M.G. Blanksma-van den Heuvel te Eindhoven, S.A. Blok te Den Haag, B.G. de Boer te Groningen. H. van Bommel te Diemen, L. Bontes te Hellevoetsluis, M. Bosma te Amsterdam, A. Bosman te Wichita Falls, Verenigde Staten, L.T. Bouwmeester te Almere, B.A.M. Braakhuis te Haarlem, H. Brinkman te Middenbeemster, J.H. ten Broeke te Haaksbergen, H.G.J. Bruins Slot te Utrecht, B.I. van der Burg te Bergschenhoek, M. Çelik te Rotterdam, M.J. Cohen te Amsterdam, C. Çörüz te Haarlem, M.H.P. van Dam te Utrecht, T.R. van Dekken te Groningen, I. Dezentjé Hamming-Bluemink te Numansdorp, T. Dibi te Amsterdam, A.P.C. van Dijck te Venlo, J.J. van Dijk te Amsterdam, E. Dijkgraaf te Rotterdam, K.H.D.M. Dijkhoff te Breda, S.A.M. Dijksma te Enschede, P.A. Dijkstra te Utrecht, J.R.V.A. Dijsselbloem te Wageningen, S.W. Dikkers te Haarlem, W.R. Dillen te Den Haag, J.H.A. Driessen te Den Haag, A.M.C. Eijsink te Den Haag, A. El Fassad te Utrecht, T.M.C. Elias te Den Haag, A. Elissen te Den Haag, K.G. Ferrier te Leusden, S.R. Fritsma te Den Haag, W. van Gent te Groningen, K. Gerbrands te Den Haag, H.P.J. van Gerven te Oss, S.M.J.G. Gesthuizen te Den Haag, D.J.G. Graus te Heerlen, V.A. Groot te Amsterdam, W. Hachchi te Haarlem, S. Van Haersma Buma te Voorburg, F. Halsema te Amsterdam, B. van der Ham te Amsterdam, M.I. Hamer te Maassluis, M.G.J. Harbers te Rotterdam, P.M.M. Heijnen te Den Haag, L.M.J.S. Helder te Venlo, J.A. Hennis-Plasschaert te Nederhorst den Berg, M.M. Hernandez te Kampen, Y.J. van Hijum te Laag Zuthem, E. Irrgang te Amsterdam, L. Jacobi te Wergea, T.M. Jadnanansing te Amsterdam, J.C. de Jager te Rotterdam, P.F.C. Jansen te Utrecht, L.W.E. de Jong te Maarssen, S. Karabulut te Amsterdam, J.F. Klaver te 's-Hertogenbosch, J.J. van Klaveren te Almere, J. Klijnsma te Den Haag, A. Klink te Rotterdam, C.J.E. Kooiman te Nieuwegein, W. Koolmees te Rotterdam, G.P.J. Koopmans te Velden, A.J. Koppejan te Zoutelande, W.R.F. Kortenoeven te Den Haag, F. Koşer Kaya te Den Haag, P. de Krom te Leidschendam, A.H. Kuiken te Breda, R.M. Leijten te Haarlem, W.J.H. Lodders te Zeewolde, A.W. Lucas-Smeerdijk te Bakkeveen, E. Lucassen te Zandvoort, A. Marcouch te Amsterdam, A. van Miltenburg te Zaltbommel, J.S. Monasch te Sneek, R. de Mos te Den Haag, A. Mulder te Den Haag, H. Neppérus te Voorschoten, A. Nicolaï te Amstelveen, C. van Nieuwenhuizen te Oisterwijk, H.J. Ormel te Hengelo (Gld.), C.A. Ortega-Martijn te Rotterdam, E. Ouwehand te Leiden, A. Pechtold te Wageningen, M. Peters te Den Haag, R.H.A. Plasterk te Bussum, A.A.G.M. van Raak te Amsterdam, J. Recourt te Noord (Aruba), E.G.M. Roemer te Sambeek (Boxmeer), R. de Roon te Almere, A. Rouvoet te Woerden, S. de Rouwe te Bolsward, M. Rutte te Den Haag, D.M. Samsom te Leiden, J.C.M. Sap te Amsterdam, A.H.M. Schaart te Wassenaar, E.I. Schippers te Baarn, A.G. Schouw te Dordrecht, J.E.J.W. Sharpe te Singeorgiu de Mures (Roemenië), A. Slob te Zwolle, P.E. Smeets te Sittard, M.C.A. Smilde te Eelde, M. Smits te Den Haag, J.F. Snijder-Hazelhoff te Wagenborgen, J.L. Spekman te Utrecht, C.G. Van der Staaij te Benthuizen, W.R.C. Sterk te Houten, G.A. Van der Steur te Warmond, F. Teeven te Amsterdam, M.L. Thieme te Maarssen, F.C.G.M. Timmermans te Heerlen, L. Van Tongeren te Amsterdam, M.M. Van Toorenburg te Rosmalen, A.S. Uitslag te Welsum, P. Ulenbelt te Leiden, E. Van der Veen te Nieuwegein, S. Van Veldhoven-van der Meer teRijswijk (Zuid-Holland), T. Venrooy-van Ark te Nieuwerkerk aan den IJssel, G.A. Verbeet te Amsterdam, G. Verburg te Woerden, M.J.M. Verhagen te Voorburg, K. Verhoeven te Amsterdam, R.A. Vermeij te Den Haag, R.A. Van Vliet te Nederweert, J.S. Voordewind te Amsterdam, L.G.J. Voortman te Utrecht, F.H.H. Weekers te Weert, E.E. Wiegman-van Meppelen Scheppink te Zwolle, G. Wilders te Den Haag, J.M.A.M. De Wit te Heerlen, A.G. Wolbert te Arnhem, E. Ziengs te Assen en H. Zijlstra te Utrecht.

Voorzitter. De commissie stelt de Kamer ten slotte voor om haar verslag ook aan de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties toe te zenden met het verzoek aandacht te besteden aan de gemaakte opmerkingen.

(geroffel op de bankjes)

De voorzitter:

Ik dank de commissie voor het onderzoek van de Geloofsbrieven. Ik dank haar voorzitter in het bijzonder en de medewerkers van de commissie voor het verslag en het zeer vele werk dat in korte tijd is verzet om dit verslag te kunnen maken.

Ik stel voor overeenkomstig de voorstellen van de commissie te besluiten en het volledige rapport als bijlage toe te voegen aan de Handelingen.

Daartoe wordt besloten.

(Het rapport is opgenomen aan het eind van deze editie.)1

De voorzitter:

Niet vandaag maar morgen zal de beëdiging van de nieuw samengestelde Kamer plaatsvinden.

Na een korte schorsing gaan wij aandacht besteden aan het feit dat wij vandaag voor het laatst in deze samenstelling bijeen zijn. Ik vind het buitengewoon gezellig dat de twee prinsesjes uit Twente hier ook aanwezig zijn op de publieke tribune, mevrouw Schreijer-Pierik. Als ik het goed heb begrepen zijn er ook prinsesjes uit Amsterdam aanwezig. Er zitten vandaag allerlei leuke jonge mensen op de tribune.

De vergadering wordt enkele ogenblikken geschorst.

De voorzitter:

Vandaag bent u voor het laatst in deze samenstelling bijeen. Met ingang van morgen komt er een einde aan de zitting van deze Kamer, die begon op 30 november 2006. Al op die eerste dag werd direct na de beëdiging een stevig debat gevoerd over een generaal pardon. Sommigen van u zullen morgen opnieuw beëdigd worden als Kamerlid en anderen treden morgen toe tot de vereniging van oud-leden. Voordat ik die laatste leden toespreek, wil ik met u een blik in de spiegel werpen en terugkijken, reflecteren op de afgelopen drieënhalf jaar.

In die periode hebben we lief en leed gedeeld, niet alleen op het persoonlijk vlak. Als leden van de volksvertegenwoordiging delen wij schokkende gebeurtenissen die de Nederlandse samenleving in het bijzonder raken. We hebben stilgestaan bij de slachtoffers van de aanslag op de koninklijke familie in Apeldoorn op Koninginnedag 2009 en bij de slachtoffers van de vliegtuigongelukken bij Schiphol en bij Tripoli. Internationaal denk ik aan de ramp die Haïti trof. Eerder vandaag hebben wij stilgestaan bij het omkomen van een Nederlandse militair in Afghanistan. Nederlandse militairen die in Afghanistan omkomen bij vredesmissies worden in deze zaal bij hun naam genoemd. Wij gedenken hen met diep respect voor hun grote inzet.

De Kamer heeft haar eigen functioneren aan reflectie onderworpen. Dat was geen navelstaarderij van enkele enthousiastelingen uit ons midden. Integendeel, de ramen werden juist opengezet. Het resultaat mag er zijn: een eigen toekomstagenda, een nieuwe stijl van hoorzittingen om meer zicht te krijgen op met name uitvoeringsvraagstukken, en, niet te vergeten, een hernieuwde discussie over het formatieproces. De nieuwe leden gaan met deze instrumenten kennismaken, waarbij zij zich wellicht niet realiseren dat zij nog maar net door deze Kamer ontwikkeld zijn. Een reflectieproces is overigens nooit af. De nieuwe Kamer zal vast op haar eigen manier wegen zoeken om bij te dragen aan de kwaliteit van het democratisch besluitvormingsproces.

Ik gebruikte zojuist de uitdrukking "de ramen opengezet". Ik herinner u eraan dat deze Kamer heeft besloten dat ook de procedurevergaderingen van commissies, die tot dan toe standaard achter gesloten deuren werden gehouden, in beginsel openbaar zijn. Besloten commissievergaderingen beginnen een zeldzaamheid te worden. Ze zullen nooit helemaal weg te denken zijn, er bereikt de Kamer tenslotte ook vertrouwelijke informatie. De vrees die bij sommige commissies bestond, is al snel overwonnen. Die vrees had overigens niets te maken met de angst voor camera's, een fobie die ik overigens zelden in dit gezelschap tegenkom. De vrees was meer dat we in het openbaar minder bereid zouden zijn om toe te geven aan de wensen van andere fracties. Daarmee is ook een doelstelling van de zelfreflectie gerealiseerd: een grotere transparantie van het parlementaire proces.

Terugblikkend zien wij dat langzaam maar zeker Europa geworteld is in dit parlementaire proces. Kamerbreed wordt aan de Europese component van onze besluitvorming steeds meer aandacht besteed. Op tal van manieren hebt u zich de afgelopen periode ook actief met Europa bemoeid. Soms bent u hierbij geholpen door externe factoren. Zo is de betrokkenheid van de Kamer bij de besluitvorming over het noodplan voor Griekenland extra vanzelfsprekend omdat we te maken hebben met een demissionair kabinet. Maar ook zonder die omstandigheid was de aanpak van deze crisis natuurlijk ondenkbaar geweest zonder een fundamenteel politiek debat in deze Kamer. In de volgende zittingstermijn zal de Kamer zich gesterkt weten door een aantal nieuwe bevoegdheden. Ik noem de zogenaamde gele- of oranjekaartprocedure. De Kamer heeft op eigen initiatief het behandelvoorbehoud afgedwongen. Europa is en blijft hoe dan ook een centraal deel van de Haagse politiek.

Gelukkig wordt in de Kamer ook vaak gelachen. Humor in het debat is onmisbaar. Ik denk aan de soms prachtige, ironische beeldspraken die u gebruikt of aan de momenten waarop een van u vastloopt in een eigen verspreking, waarvan de collega's weer dankbaar profiteren. Televisie en internet zenden die momenten uit. Mensen bewerken die beelden ook, wat soms tot hilarische filmpjes leidt. Hoewel de verleiding groot is, ga ik geen voorbeelden van dit alles noemen. De afgelopen weken zijn er weer heel wat van die fragmenten voorbijgekomen. U hebt ze dus allemaal kunnen zien.

Deze Kamer heeft er ook veel aan gedaan om ons werk dichter bij de burgers te brengen door vooral ouderen en jongeren aan te moedigen om ons te bezoeken. Beleidsmatig doet u dat soort voorstellen bij de ramingsbehandeling. In de praktijk nodigt u zelf groepen uit. Ieder jaar bij de presentatie van onze jaarcijfers publiceren de kranten de naam van de meestevragensteller. Als er zo'n lijstje zou bestaan van het kom-eens-bij-ons-langs-Kamerlid, denk ik dat mevrouw Schreijer-Pierik bovenaan zou eindigen. Zonder het educatieve karakter tekort te willen doen, is Twente-Den Haag de favoriete dagtocht.

U hebt samen in iets meer dan drie jaar en zes maanden veel werk verzet of in gang gezet. Ik heb het als een groot voorrecht ervaren dat ik uw vergaderingen mocht voorzitten. U weet dat ik dat, met dank aan u, met veel plezier heb gedaan, ook al was u niet altijd blij met mij, integendeel zelfs: te weinig spreektijd, te weinig interrupties, noem alle bekende ergernissen maar op. Eerlijk gezegd begrijp ik die ergernissen. U zit bij een debat vol adrenaline en u gaat ervan uit dat wat u wilt het beste voor Nederland is. Democratie is echter compromissen sluiten. Dat is allesbepalend. Bij die compromissen wordt door leden en door fracties water bij de wijn gedaan, voordat ze überhaupt tot stand kunnen komen. Dat vraagt van u waardering voor elkaars inzet, wederzijds respect en een niet aflatende inzet om burgers die een debat volgen, duidelijk te maken hoe u tot een compromis komt. Als dat proces helder verloopt, ben ik als voorzitter tevreden.

Mijn beste vrienden in dit huis waren hierbij de klok, het Reglement van Orde en bij hoge uitzondering – die telt dus niet mee – de hamer, en niet te vergeten, zo hoop ik, een goed humeur. Mocht ik u op het hoogtepunt van uw speech ooit hebben onderbroken, dan bied ik u daarvoor mijn welgemeende excuses aan. Ingrijpen doet een voorzitter "pour les besoins de la cause", voor het belang van de zaak.

Dan wil ik nu degenen onder u toespreken die de Kamer gaan verlaten.

Ik begin met de heer Cees Meeuwis. Amper 20 uur na uw beëdiging in september 2009 hield u uw maidenspeech over een kwestie die de gemoederen in de Kamer al 30 jaar bezighoudt: de medezeggenschap van pensioengerechtigden in besturen van pensioenfondsen. De laatste weken hebt u de minister van Verkeer en Waterstaat bevraagd over een vrij nieuw fenomeen: het sluiten van het luchtruim als gevolg van een aswolk. Ik wens u als wethouder in Breda veel succes! Het ga u goed!

(geroffel op de bankjes)

De voorzitter:

Mevrouw Patricia Linhard. In mei 2009 volgde u Jacques Tichelaar op. U verruilde het ondernemerschap in uw eigen goedlopende Amsterdamse modezaak voor een zetel in ons parlement. U hebt zich ingezet voor uw idealen op de terreinen ruimtelijke ordening, natuur, pensioenen en verkeer en waterstaat. Zo is op uw initiatief het project Amsterdam-Almere-Markermeer benoemd tot groot project. De Kamer zal hierdoor extra aandacht besteden aan de integrale uitvoering van dit complexe project. Het ga u goed!

(geroffel op de bankjes)

De voorzitter:

Mijnheer Hein Pieper. Tijdens uw maidenspeech in december 2008 hield u ons voor dat bestuurders niet alleen deskundig moeten zijn, maar vooral ook moeten laten zien dat zij volledig bij dat besturen betrokken zijn. Tijdens uw Kamerlidmaatschap hebt u uw betrokkenheid volledig getoond en bewezen. In de commissies voor VROM en voor LNV was u woordvoerder bij de begrotingsbehandeling. Daarnaast was u rapporteur van de voortgangsrapportage ecologische hoofdstructuur in de commissie voor LNV. Het ga u goed!

(geroffel op de bankjes)

De voorzitter:

Mevrouw Trix de Roos-Consemulder. Na bijna tien jaar gemeenteraadslid in Vlissingen te zijn geweest, kwam u in januari 2009 in de Kamer. In een interview met de Provinciale Zeeuwse Courant vertelde u een jaar later: "Ik ben geen politicus pur sang. Ik ben helemaal gelukkig als ik uit Den Haag kom en op zaterdag handtekeningen kan ophalen in de stad." Vrij vertaald: u manifesteert u liever in de lokale dan in de landelijke politiek. Zeer begaan bent u met het lot van mensen zonder dak of thuis, zoals u ze noemt. Hoe bescheiden en relativerend ook, u bent een vrouw om trots op te zijn. Het ga u goed!

(geroffel op de bankjes)

De voorzitter:

Mevrouw Chantal Gill'ard. Om te beginnen wil ik zeggen dat wij allemaal zo blij zijn dat u er vandaag weer bent, na een gedwongen afwezigheid van enkele maanden wegens ziekte.

(geroffel op de bankjes)

De voorzitter:

Deze tegenslag is extra wrang omdat u zich als Kamerlid vanaf 2006 juist inzette voor de verbetering van de gezondheidssituatie van anderen, in het bijzonder van vrouwen in ontwikkelingslanden, vrouwenrechten en veilig moederschap. In 2008 was u medeorganisator van een internationale conferentie over veilig moederschap, een van de millenniumdoelstellingen. Ondanks uw ziekte nam u eind vorig jaar nog deel aan een conferentie in Addis Abeba over ditzelfde onderwerp. Die conferentie was mede georganiseerd naar aanleiding van een door u ingediende motie. Ook was u in Nicaragua om daar te pleiten voor veilig moederschap. Tijdens werkbezoeken aan Pakistan en Afghanistan in 2007 en aan Ethiopië en Sudan in 2008 ging uw aandacht eveneens uit naar de kwetsbare positie van vrouwen in deze landen. Ik ben ervan overtuigd dat u zich op dit terrein ook buiten de Kamer zult blijven inspannen. Ik wens u succes, maar bovenal een goede gezondheid toe. Het ga u goed!

(geroffel op de bankjes)

De voorzitter:

Mijnheer Ed Anker. U hield u sinds het begin van uw Kamerlidmaatschap bezig met justitie en binnenlandse zaken. In het laatste jaar kwam daar de onderwijsportefeuille nog bij. Moeiteloos leek u zich nu eens hard te maken voor de rechten van kinderen van asielzoekers, dan weer voor het gebruik van Nederlandse producten tijdens representatieve diners. Menigmaal gaf u uw mening over het aantal spoeddebatten in de Kamer. Tijdens een regeling van werkzaamheden uitte u zelfs wel eens uw zorgen via twitter. Het is dan ook wel ironisch te noemen dat u uw maidenspeech hield tijdens – wat ik noem – een spoeddebat. Tot slot: u riep de parlementairehoffelijkheidsprijs in het leven. Zelf voldoet u ruimschoots aan de criteria om deze prijs eens in de wacht te slepen; extra jammer dat u nu vertrekt. Het ga u evenwel goed!

(geroffel op de bankjes)

De voorzitter:

Mevrouw Mei Li Vos. U bent sinds 1 maart 2007 lid van de Tweede Kamer. U had toen al naam gemaakt met de oprichting en het voorzitterschap van het Alternatief voor Vakbond. Sinds het begin van uw lidmaatschap hebt u zich ontwikkeld tot een felle debater en mede daardoor tot een veel geziene – en graag geziene – publieke figuur. Een van uw belangrijke verdiensten was het door de Kamer aangenomen initiatiefwetsvoorstel over ruimere formulering van het verbod om mededingingsafspraken te maken. Dit wetsvoorstel diende u in 2008 in, samen met de collega's Ten Hoopen van het CDA en Aptroot van de VVD. Het ga u goed!

(geroffel op de bankjes)

De voorzitter:

Mijnheer Paul Tang. In 2007 werd u Kamerlid. Bij uw aantreden had u de ambitie om uw kennis van de economie in te brengen in de politiek. Daar bent u naar mijn indruk uitstekend in geslaagd. Een enkele collega kwalificeerde uw betogen soms plagerig als "filosoferen", maar dat moet, denk ik, verklaard worden door het stijlverschil tussen economen en juristen. U bent een veelzijdig man: tijdens debatten haalde u vaak toepasselijke regels uit popsongs aan. U groeide op in Alkmaar, bent fan van AZ en ook een actief en een – naar mij is gezegd – verdienstelijk voetballer. Dat u werd geselecteerd voor het Kamerelftal is dan ook niet zo verwonderlijk. Van uw collega-voetballers hoorde ik wel dat u er af en toe wat moeite mee hebt om de bal aan een ander af te staan. U bent ook een actief Kamertwitteraar. Onlangs riep u de minister van Financiën op om het twitteren niet op te geven. U hoef ik dit niet te vragen. Het ga u goed!

(geroffel op de bankjes)

De voorzitter:

Mijnheer Eddy Bilder. Tijdens uw Kamerlidmaatschap vielen u verschillende typeringen ten deel. Naast betrouwbaar, authentiek en scherp bent u ook sober genoemd. Hoewel u graag wat meer met uw benen in de spreekwoordelijke modder had gestaan, hebt u zich met overgave op een aantal technische dossiers gestort. U hield u ook bezig met de gemeentelijke herindeling, waarbij uw ervaringen als wethouder van de gemeente Ermelo goed van pas kwamen.

U bent meerdere malen rapporteur geweest voor de vaste commissie voor Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit om de begroting kritisch te beoordelen. Mijnheer Bilder, binnenkort bent u weer baas over uw eigen agenda in uw geliefde Ermelo, waar u beter bekend bent onder de Engelse term "builder". Het ga u goed!

(geroffel op de bankjes)

De voorzitter:

Mijnheer Hugo Polderman. Vrij onverwacht kwam u in 2006 vanaf de kandidatenlijst in de kieskring Tilburg, de fractie van de SP versterken. U was bijzonder actief op het gebied van LNV waar u zich inzette voor paling, Natura 2000, antibioticagebruik in de veehouderij, het Europese zuivelbeleid, maar ook voor "de kleine oorlog van boer Kok", de zogenoemde "oormerkweigeraar". Daarnaast ken ik u als een actief deelnemer aan de hoorzitting prijsvorming in de agronutriketen. In het debat over genetisch gemodificeerde organismen legde u de ministers van LNV en VROM regelmatig het vuur na aan de schenen. Uw collega's verraste u met een glaasje gentechvrije melk. Uw fijnzinnige humor zal in dit huis node gemist worden. Het ga u goed!

(geroffel op de bankjes)

De voorzitter:

Mijnheer Paul Lempens. Na de verkiezingen in 2006 kwam de 25ste SP-zetel voor u beschikbaar. In een interview met de Kamerbode zei u eens: "als Kamerlid moet je de blik naar buiten gericht houden". Uit uw maidenspeech en ook uit latere debatten bleek dat u zich aan die woorden hield. Tijdens debatten over bijvoorbeeld sociale werkvoorziening werd duidelijk dat u intensief contact heeft met mensen en organisaties in Nederland, en vooral in de thuisregio Limburg, om de vinger aan de pols te houden en op die manier uw Kamerlidmaatschap vorm te geven. Nu verlaat u de Kamer, maar niet de politiek. U bent in maart dit jaar teruggekeerd in de gemeenteraad van Weert, waar u eerder al raadslid was. Ik wens u daarmee veel succes. Het ga u goed!

(geroffel op de bankjes)

De voorzitter:

Mevrouw Marianne Besselink. U bent sinds november 2006 lid van deze Kamer. U was al jong op het politieke pad. Als 18-jarige werd u in 1991 in Drenthe gekozen als jongste provinciale statenlid van Nederland. Daarna werd u bestuursadviseur van de burgemeester van Groningen en vervolgens directiesecretaris Stadsbeheer. Hier in de Kamer zette u zich vol overgave in voor de portefeuilles kenniseconomie, innovatie, onderzoek, hoger onderwijs, voortgezet onderwijs en lerarenbeleid. Een belangrijke leus van u was: "Je kansen moeten niet afhankelijk zijn van het gezin waarin je geboren wordt". Denkend aan gezinsvorming, mag ik u heel veel geluk wensen in de komende periode? Het ga u goed!

(geroffel op de bankjes)

De voorzitter:

Mevrouw Marianne Langkamp. Sinds november 2006 bent u lid van de Kamer, nadat u al een paar jaar medewerker en coördinator van de SP-fractie was geweest. De afgelopen tijd stond bij u vooral het kind centraal. Uw zorg ging niet alleen uit naar de groeiende wachtlijsten in de jeugdzorg; uw allereerste schriftelijke Kamervraag ging over groeiende wachtlijsten voor zwemlessen. U was mede betrokken bij het initiatiefvoorstel van mevrouw Kant over speelruimte voor kinderen. Met verve en overtuiging nam u deel aan de parlementaire werkgroep Toekomstverkenning jeugdzorg, de vergaderingen van de commissie voor de Werkwijze en het Presidium, waarvan u vanaf december 2006 plaatsvervangend lid was. Toen u ooit in een interview gevraagd werd wat "uw Janmoment" was – het gaat dan over Jan Marijnissen – zei u dat u de wandelingen met Jan langs de Hofvijver zo zou missen. U mijmerde daarbij samen over politieke vraagstukken en sloot de wandeling standaard af bij de haringkar met tweemaal twee haringen en een bekertje melk. Ik hoop dan ook dat u beiden binnenkort de Hollandse nieuwe weer eens goed bij de staart zult vatten. Het ga u goed!

(geroffel op de bankjes)

De voorzitter:

Mevrouw Samira Bouchibti, sinds 30 november 2006 bent u lid van de Kamer. Als woordvoerder jeugd- en gezinsbeleid sprak u onder meer over jeugdzorg, kindermishandeling, flitsscheidingen en opvoedingsondersteuning. Ik wil uw maidenspeech over eergerelateerd geweld op 8 maart 2007 niet onvermeld laten. Op enig moment zei u, nog niet aan het eind van uw warme en bewogen betoog: "Voorzitter. Ik ga bijna afronden, want het lampje brandt". Na afloop van uw inbreng merkte ik op: "Wij hebben in uw maidenspeech allemaal kennisgenomen van uw overtuiging en van de wijze waarop u die hier naar voren hebt gebracht. U bleek zelfs al kennis te hebben van het functioneren van het lampje!" Het ga u goed!

(geroffel op de bankjes)

De voorzitter:

Mijnheer Ton Heerts, ik moet als Voorzitter wel eens een blad voor de mond nemen, maar niet bij Ton Heerts. Tegen hem kan iedereen verfrissend openhartig zijn, maar houd er rekening mee dat hij dat ook tegen ons is. Na drieënhalf jaar gaat u de Kamer verlaten. Maar in die tijd stak u de handen wel uit de mouwen. U behartigde voor uw fractie een flink deel van de justitieportefeuille, en nog veel meer: BZK, VWS, SZW. Als het nodig was deed u de financiële beschouwingen er ook nog even bij. Mijnheer Heerts, u werkte hard, was betrokken en recht door zee. In dezelfde stijl heeft u nu de keuze gemaakt om u niet voor herverkiezing beschikbaar te stellen. U kiest voor uw persoonlijk leven, omdat dat nu voorrang heeft. Wij zeggen u gedag, maar ik ben ervan overtuigd dat dat niet voorgoed is, want u kunt natuurlijk nooit al uw energie kwijt bij – als ik het goed heb begrepen – de Apeldoornse Boys en FC Twente, al is de laatste kampioen! Het ga u goed!

(geroffel op de bankjes)

De voorzitter:

Mijnheer Ernst Cramer, tijdens uw Kamerlidmaatschap vanaf 2006 heeft u zich deskundig en actief ingezet op een omvangrijke portefeuille. Vooral in de spoordossiers profileerde u zich als een kenner. Het duizelde mij soms van de vaktermen: ERTMS, TLB1+ en zelfs de krokodil, blijkbaar geen ongebruikelijke verschijning op het spoor, passeerden de revue. Ook op het terrein van LNV was u actief, bijvoorbeeld met uw motie over de "combikip", een dier dat vervolgens regelmatig in Kamerdebatten voorbijkwam. U was ook lid van de commissie-De Wit. Met uw goede humeur en relativerende humor droeg u bij aan de goede sfeer. Met een kwinkslag, streng doch rechtvaardig, hield u als ondervoorzitter van de Kamer de vergadering bij mijn afwezigheid in de hand. Tussen de bedrijven door vond u ook nog tijd om uw belevenissen met het publiek te delen via uw weblog. Tijdens werkbezoeken haalde u soms halsbrekende toeren uit om er mooie foto's bij te kunnen zetten, zoals een open legervoertuig op het strand of een watertaxi op een onstuimige Waddenzee. Het is duidelijk: wij verliezen in u een kleurrijk Kamerlid. Het ga u goed.

(geroffel op de bankjes)

De voorzitter:

Mijnheer Jack Biskop, Kamerlid sinds november 2006. Als woordvoerder beroepsonderwijs maakte u zich sterk voor een wettelijk kader om voortijdig schoolverlaten tegen te gaan. Ook brak u veelvuldig een lans voor de REA-colleges, samenwerkende scholingsinstituten, die zich richten op het opleiden van jongeren met een forse beperking. U nam daarnaast samen met de heer Depla het initiatief om een parlementair onderzoek naar competentiegericht onderwijs in het mbo te laten uitvoeren. U was ondervoorzitter van de vaste commissie EZ en lid van de contactgroep-België. In de Kamer viel u niet alleen op door uw gedegen vakkennis, maar ook door zeer mooie vulpennen. Op Hyves vermeldt u dat u vulpennen niet alleen verzamelt, maar ze ook zo veel mogelijk gebruikt. We zijn benieuwd welke pennenvruchten we nog van uw hand te zien zullen krijgen. Het ga u goed!

(geroffel op de bankjes)

De voorzitter:

Mijnheer Jan Schinkelshoek, vanaf de eerste dag, 30 november 2006, zette u op overtuigende wijze het beeld van de bescheiden volbloed parlementariër neer. Tegelijkertijd schrok u er niet voor terug om u op de meest uiteenlopende beleidsterreinen te manifesteren: binnenlandse zaken, Nederlands-Antilliaanse Zaken, onderwijs en cultuur, de betrekkingen met België en Duitsland en recentelijk in de Tijdelijke commissie onderzoek financieel stelsel. Deze opsomming is nog niet volledig. Bij uw aantreden in 2006 stelde u zich ten doel een bijdrage te leveren aan het eerherstel van de Tweede Kamer. Niet alleen tijdens al uw optredens in deze Kamer, maar ook in de Commissie voor de Werkwijze en als plaatsvervangend lid van het Presidium.

Een motie van uw hand vormde het startsein voor de Stuurgroep Parlementaire Zelfreflectie. Daarmee hebt u een wezenlijke bijdrage geleverd aan de versterking van de Kamer. Dat proces is nog lang niet voltooid en ik hoop dan ook dat u erbij betrokken blijft vanuit welke positie dan ook. Het ga u goed!

(geroffel op de bankjes)

De voorzitter:

Mijnheer Hans van Leeuwen. U bent sinds de verkiezingen van 2006 lid van de Tweede Kamer. Daarvoor was u gemeenteraadslid in Leidschendam-Voorburg. Naast uw politieke werkzaamheden bent u actief beeldend kunstenaar. In de Kamer wist u uw beide passies goed te combineren. U voerde in de Kamer het woord over cultuur en ruimtelijke ordening. Ook was u lid van de Kunstcommissie van de Kamer. In de Kamerbode noemde u kunst een prima remedie tegen vastgeroest denken. Gelet op uw actieve levensstijl hoeven wij allerminst bang te zijn dat wij u ooit vastgeroest aan zullen treffen. Ik wens u een kleurrijke toekomst toe. Het ga u goed!

(geroffel op de bankjes)

De voorzitter:

Mevrouw Janneke Schermers. U bent sinds 2006 lid van de Tweede Kamer. Betrokkenheid bij mens en maatschappij waren een belangrijke drijfveer in uw leven, vertelde u toen u werd gekandideerd voor de Tweede Kamer. U was woordvoerder volksgezondheid, in het bijzonder voor die onderwerpen waar witte jassen bij betrokken zijn, zo zei u in menig voorstelrondje. In een notendop: ziekenhuiszorg, ketenzorg, verloskunde, bloedvoorziening, intensive care, geneesmiddelenbeleid en ambulancezorg. U zette zich in voor verhoging van de kwaliteit van de gezondheidszorg en voor de patiëntveiligheid. De medische bagage die u bij intrede in de Kamer meebracht, was zeer welkom. Die bagage zorgde menigmaal voor verduidelijking bij collega's en zelfs bij de verantwoordelijk minister. Het ga u goed!

(geroffel op de bankjes)

De voorzitter:

Mijnheer Paul Kalma. U had en hebt altijd invloed op het politieke debat. Dat was voor de aanvang van uw Kamerlidmaatschap al zo. Het is alsof het niet uitmaakt of u wel of niet persoonlijk in de Kamer aanwezig bent. Toen u in 2006 als Kamerlid aantrad, zei u dat u een bijdrage wilde leveren aan de vermindering van de vluchtigheid die de politiek soms kenmerkt. Het strikt afrekenen van de politiek op resultaat is naar uw mening een te beperkte taakopvatting voor een politicus. U hebt het u niet gemakkelijk gemaakt en de handen uit de mouwen gestoken. Soms handhaafde u eigen standpunten in weerwil van de opvattingen in uw omgeving. U gaf ook anderen de mogelijkheid om hun opvattingen duidelijk naar voren te brengen, onlangs nog door de verdediging van twee initiatiefwetsvoorstellen mee te helpen voeren: de voorstellen over het correctief en over het raadgevend referendum. U verlaat nu de Kamer, maar nogmaals: ik twijfel er niet aan dat uw mening in deze zaal nog vaak te horen zal zijn. Het ga u goed!

(geroffel op de bankjes)

De voorzitter:

Mijnheer Fons Luijben. Op 30 november 2006 werd u Kamerlid. Dit was een maand voordat u de pensioengerechtigde leeftijd zou bereiken. Ouderenbeleid, pensioen en AOW hadden uw bijzondere aandacht in de Kamer. In dit verband hebt u vragen gesteld over pensioenrechten van krijgsgevangenen en over verzekeraars die oudere automobilisten weigeren. Ook de AOW-partnertoeslag en het AOW-gat van Surinamers gingen u aan het hart; over dit laatste onderwerp ging uw eerste Kamervraag. Een van uw drijfveren was het rechtvaardigheidsgevoel dat u van huis uit hebt meegekregen, zo zei u eens. Ik dank u zeer voor de inzet en betrokkenheid die u in de Kamer hebt getoond. Het ga u goed!

(geroffel op de bankjes)

De voorzitter:

Mevrouw Rita Verdonk. Er liggen turbulente jaren achter u. Slechts weinigen in deze Kamer hebben zo aan den lijve ondervonden hoe onvoorspelbaar het politieke bedrijf kan uitpakken. Zelf citeerde u eens een opmerking van Gerrit Zalm aan uw adres: "Rita, het ene moment zit je boven in een boom, het andere moment lig je eronder!". Velen hadden het begrepen als u de handdoek in de ring had gegooid in september 2007. Maar u ging door, naar uw overtuiging gemachtigd door het overweldigend aantal voorkeursstemmen dat u in de Kamer gebracht had. Vanuit die eenmansfractie begon u uw eigen politieke beweging, waarmee u ook meegedaan hebt aan de verkiezingen van vorige week. Inmiddels heeft de kiezer weer gesproken en nu moet u toch de ring verlaten.

Klagen past niet bij u. U bent er een van "niet zeuren maar doen". Een persoonlijkheid die in het harde politieke bedrijf niet snel in het nauw zal komen. U deinsde er ook niet voor terug om in deze zaal op uw eigen manier te laten weten dat u een harde boodschap had aan het adres van politieke opponenten. Maar als complimenten op zijn plaats waren, gaf u ze óók. U bleef uzelf. In de pers wordt zelfs gesproken over "Riettweets", omdat u ook in het twitteren uw zo herkenbare eigen stijl hebt. Ik vermoed dat u andere kanalen zult vinden om uw boodschap voor het voetlicht te brengen. Het ga u goed!

(geroffel op de bankjes)

De voorzitter:

Mijnheer Pieter van Geel. Sinds 21 februari 2007 bent u voorzitter van de CDA-fractie in de Tweede Kamer. In de eerste twee kabinetten-Balkenende was u staatssecretaris van VROM. Tijdens de algemene beschouwingen van vorig jaar pleitte u naar aanleiding van de economische crisis voor bezuinigingen, voor een staatskas die weer gezond is, zodat toekomstige generaties niet met de schulden worden belast. U pleitte voor een duurzaam Nederland en een Nederland waar mensen, ook met een beperking, meedoen. Die opgave noemde u "operatie-Sophie".

Op uw weblog hebt u ook eens gepleit voor een "Bas van der Vliesnorm", een norm voor het voeren van een inhoudelijk en waardig debat in de trant van Bas van der Vlies. Zelf spreekt u graag in sporttermen. Het debat moet volgens u, maar ook volgens mij, niet op de man maar op de bal worden gespeeld. Al bij uw eerste algemene politieke beschouwingen deed u samen met Alexander Pechtold de oproep om in deze Kamer fatsoenlijk met elkaar om te gaan.

U bent voorzitter van de commissie voor de Inlichtingen- en Veiligheidsdiensten. Daarover doet u – behalve in het jaarverslag – nooit mededelingen. Maar het is ons niet ontgaan dat u de bijeenkomsten van de voorzitters van de commissies voor de inlichtingendiensten van de Europese Unie altijd met veel enthousiasme hebt bijgewoond. Dit enthousiasme bleek ook bij het bezoek dat de fractievoorzitters in 2007 aan de Nederlandse Antillen en Aruba brachten. Aanvankelijk vond u de reistijd lang, maar uw eindoordeel was: erg plezierig en interessant. Het grote verschil in cultuur tussen de zes prachtige eilanden viel u op. "De eilanden willen zelf bij het Koninkrijk blijven horen", zei u, en: "wij moeten een afscheiding niet willen, maar de relatie veranderen door meer nadruk op hun kansen te leggen". U bent een aimabel mens. Dat is niet alleen een feit, maar ook een politiek feit. Dat ga ik nu uitleggen. "Prettige man om mee te onderhandelen", zei Wouter Bos. "De samenwerking met hem is echt plezierig", zei een ander.

Tot slot nog iets over een van uw grote liefdes: het wielrennen. Waar het maar kan, springt u op de fiets om een rondje te rijden of liever nog om te klimmen langs haarspeldbochten in Italië en Zuid-Frankrijk. Een goede manier om je hoofd leeg te maken, maar ook om inspiratie op te doen, zei u zelf. Ik wens u namens ons allen fietstochten met veel inspiratie voor de toekomst toe. Het ga u goed!

(geroffel op de bankjes)

De voorzitter:

Mevrouw Ans Willemse-van der Ploeg. Na een korte periode in 1993/1994 en in 2006, bent u sinds 1 maart 2007 wederom lid van de Kamer. Met uw 71 jaar – wij kunnen het niet geloven – bent u het oudste Kamerlid. Ik zie dat u drie vingers opsteekt. Niets bijzonders volgens u: "Het is in de eerste plaats een voorrecht als je gezond mag blijven, maar verder kan ik het iedereen aanraden om door te werken. Maar je moet wel levenslang investeren in kennis, niet uitgaan van wat je in je jeugd geleerd hebt". Nog een citaat: "Ik vind ook dat de volksvertegenwoordiging een afspiegeling van de samenleving moet zijn en dus ook 65-plussers moet omvatten, net als 25-minners". Voorwaar uit het hart gegrepen, en zo waar.

Voor uw fractie was u vooral woordvoerder op het terrein van de ouderenzorg, verpleging en verzorging en welzijnsbeleid. U was dé deskundige op het terrein van de uitvoering van de Wet maatschappelijke ondersteuning. Met uw jarenlange ervaring in uw woonplaats Heiloo en uw vele functies in de genoemde beleidssectoren, wist u als geen ander waar u het over had. Het ga u goed! Ik hoop u hier nog heel vaak terug te zien.

(geroffel op de bankjes)

De voorzitter:

Mijnheer Nihat Eski, na uw eerste periode in de Kamer van 2002 tot 2006 werd u in december vorig jaar opnieuw lid van de Tweede Kamer. In uw maidenspeech deed u een oproep aan Nederlanders met een andere etnische achtergrond, om, in uw woorden, "verantwoordelijkheid te nemen, maar ook verantwoordelijkheid te dragen". De afgelopen maanden was u met name actief in de commissie voor Verkeer en Waterstaat waar u zich bezighield met het spoor, regionaal openbaar vervoer en het Europese transportbeleid. Geheel in tegenspraak met uw karakter kreeg u direct te maken met een koude bedoening: de problemen door het winterweer op het spoor. Met uw "comeback" in de Kamer dwong u de minister van Verkeer en Waterstaat recentelijk door de bocht op de overwegkruising in Didam. Dankzij uw motie worden de afspraken uit 1995 eindelijk uitgevoerd. Tot mijn spijt moeten wij nu weer afscheid van u nemen. Het ga u goed!

(geroffel op de bankjes)

De voorzitter:

Mijnheer Raymond Knops, u was Kamerlid van oktober 2005 tot december 2006 en vervolgens weer vanaf maart 2007. Uw Kamerlidmaatschap kwam niet uit de lucht vallen; u was al van jongs af aan politiek actief. U hield uw maidenspeech op 29 november 2005. Dat was een interessante, maar, tegen uw gewoonte in, ook lange speech, waarin u uitgebreid inging op uw voorganger uit Horst aan de Maas, die in 1866 lid van de Kamer werd. In de periode na uw maidenspeech maakten wij kennis met uw korte en krachtige inbrengen, vaak doorspekt met een prettige, droge humor. No-nonsense, recht door zee, dat typeert u. Bijzonder betrokken bent u bij het Defensiepersoneel op uitzending. Tijdens de werkbezoeken van de vaste commissie voor Defensie toonde u dat steeds weer, in onder meer Irak, Tsjaad en verschillende keren in Afghanistan. U stak daarnaast veel tijd in interparlementaire betrekkingen, onder andere in de NAVO-assemblee en de contactgroep Duitsland. Gistermiddag presenteerde de Kiesraad de officiële verkiezingsuitslag en nu moeten wij helaas toch afscheid van u nemen. Mijnheer Knops, veel dank voor al uw inspanningen. Het ga u goed!

(geroffel op de bankjes)

De voorzitter:

Mijnheer Rendert Algra, als ik zeg "Friesland en politie", weet iedereen over wie ik het heb: Rendert Algra. Uw Friese afkomst is hier al meer dan eens gememoreerd, maar wij kunnen, en u wilt, er niet omheen. U bent een Fries in hart en nieren, en dat hart zit op de juiste plaats, daarvan zijn wij allen overtuigd. Wij beseffen dat dit Friese hart zich soms niet anders kan uiten dan door zo nu en dan tegen de stroom in te roeien en de eigen overtuiging met opgeheven hoofd en rechte rug uit te dragen. U verkeerde al vanaf 2002 tot eind 2006 in ons midden en op 1 september 2009 kon u uw rentree maken in de Kamer. Helaas was dat, naar nu blijkt, slechts voor een korte tijd. In die korte tijd hebt u zich echter wederom verdienstelijk gemaakt op de terreinen politie en veiligheid, ICT en ook toerisme. Uw betrokkenheid bij het politieke leven wordt alom erkend. En het ziet ernaar uit dat u uw betrokkenheid in het maatschappelijk leven op vele terreinen blijft demonstreren.

Het is mij een groot genoegen dat ik de Kamer kan mededelen dat het Hare Majesteit de Koningin heeft behaagd om u te benoemen tot Ridder in de Orde van Oranje-Nassau. Mag ik u verzoeken naar voren te komen en u voor het spreekgestoelte op te stellen, zodat ik u de versierselen kan opspelden die behoren bij deze benoeming. Ik verzoek de leden mij toe te staan om zonder te schorsen daartoe tijdens de vergadering enige ogenblikken mijn stoel te verlaten.

(De bij de onderscheiding behorende versierselen worden door de Voorzitter opgespeld.)

(applaus)

De voorzitter:

"Fan dit plak ôf wol ik jo ek tige lokwinskje mei jo keninklike underskieding."

Mevrouw Lia Roefs, u stelde zich tijdens uw periode als Kamerlid zeer actief op als woordvoerder verkeer en vervoer en als ondervoorzitter van de commissie OCW. U deed dat collegiaal, altijd zoekend naar mogelijkheden tot samenwerking. Maar als het moest, kon u streng zijn. U wilde van dossiers altijd het naadje van de kous weten en rustte niet tot u de inhoud zelf haarfijn kon uitleggen. Een belangrijke mijlpaal was de motie-Roefs inzake het niet langer verplichten van openbare aanbesteding van het openbaar vervoer in grote steden. Het had wat voeten in de aarde, maar na uw oproep, afgelopen maart, aan de regering om het noodzakelijke wetsvoorstel "onverwijld" naar de Kamer te sturen, bereikte het wetsvoorstel ons op het nippertje. Helaas kunt u de behandeling niet meer zelf ter hand nemen, maar de wet gaat ongetwijfeld de geschiedenis in als de "wet-Roefs". Als inwoonster van Limburg hebt u zich ook hardgemaakt voor uw thuisregio. De Buitenring Parkstad Limburg, de tunnels in de A73, en de taxi's grensstreek zijn daar slechts een paar voorbeelden van. Mevrouw Roefs, wij gaan u missen, als Kamerlid maar vooral ook als collega. Het ga u goed!

(geroffel op de bankjes)

De voorzitter:

Mevrouw Corien Jonker, u bent met een kleine onderbreking bijna zes jaar Kamerlid geweest. U hebt zich vooral ingezet op het terrein van de homo- en vrouwenemancipatie. Uw waardevolle werk voor de Raad van Europa leidde ertoe dat u in 2009 het meest bereisde Kamerlid was. Uw inzet voor eerlijke verkiezingen en mensenrechten bracht u onder andere in landen als Albanië, Zuid-Ossetië, Armenië en Kazachstan. Als voorzitter van de vaste commissie SZW hebt u hectische en emotievolle overleggen meegemaakt, die u op kundige en rustige wijze leidde. U liet de regering daarbij niet met vage toezeggingen wegkomen. U gaat nu wat anders doen, omdat, zoals u het zo mooi omschrijft, u met passie in Den Haag hebt gewerkt, maar het "vuur moet blijven branden om te kunnen verwarmen". Het ga u goed!

(geroffel op de bankjes)

De voorzitter:

Mijnheer Jan Boelhouwer, sinds 2003 bent u, met een "intermezzo" van een jaar, voor de PvdA-fractie actief in de Tweede Kamer en in het Beneluxparlement. In de commissie V en W draaide u voor het complexe waterdossier uw hand niet om. Uw "referaten" op dit vlak: daar was door kabinet en collega's geen speld tussen te krijgen. De afgelopen maanden liet u zich met vergelijkbaar gemak horen in de luchtvaartdossiers en de grote projecten op het spoor. Mede door uw toedoen zijn veel werkbezoeken in Nederland afgelegd, om zicht te krijgen op de betekenis van het advies van de Deltacommissie voor verschillende regio's. U kon in debatten echter ook confronterend uit de hoek komen. Dan legde u een bommetje, zoals u dat zelf noemt. Aan regionale bestuurders die naar uw indruk hun "hand kwamen ophouden" in Den Haag, had u een broertje dood. U stelde hun altijd de vraag: "en wat draagt de provincie (of de gemeente) zelf bij?" U was ook actief lid van de commissie voor VROM. Beste Jan, wij nemen vandaag afscheid van een kritisch, aimabel en zeer gewaardeerd lid van de Kamer. Het ga u goed!

(geroffel op de bankjes)

De voorzitter:

Mevrouw Ine Aasted Madsen-van Stiphout, u maakte uw entree in 2002. Sinds die tijd bent u met enkele onderbrekingen Kamerlid geweest. Uw hart ligt bij het welzijn van de jeugd en meer specifiek bij het welzijn van kinderen met gedragsproblemen. Uw motto is "samen dingen mogelijk maken, die onmogelijk lijken". Dat is uw uitdaging. U bent een idealist en realist, die zich niet zomaar wil neerleggen bij zaken die niet goed gaan. Uw eerste Kamervraag betrof de belangen van verstandelijk gehandicapten en hun ouders. Dit onderstreept uw bevlogenheid waar het de belangenbehartiging van onze jeugd betreft. Maar ook de veteranen konden op u rekenen. Het afgelopen jaar hebt u zich ook ingezet voor het werk van het Beneluxparlement, als voorzitter van de Commissie Grensoverschrijdende Aangelegenheden. Het ga u goed!

(geroffel op de bankjes)

De voorzitter:

Mevrouw Laetitia Griffith, met een korte onderbreking verkeert u al sinds begin 2003 in ons midden. U hebt geen lange, ingewikkelde betogen nodig om uw politieke positie duidelijk te maken. Uw maidenspeech, over het Nederlandse drugsbeleid, omvatte amper 200 woorden. Alleen al daarmee stal u het hart van elke voorzitter.

Uw kwaliteiten bleven binnen en buiten de Kamer niet onopgemerkt: in 2004 werd u uitgeroepen tot het politieke talent van het jaar. Dat talent hebt u voortdurend ingezet voor de beleidsterreinen openbare orde en veiligheid, maar u hebt zich niet daartoe beperkt. U leverde ook een wezenlijke bijdrage aan de versterking van de parlementaire macht. Van uw collega Luchtenveld nam u de verdediging over van het initiatiefwetsvoorstel tot herziening van de Wet op de parlementaire enquête. Dit initiatief wist u samen met de toenmalige leden De Vries en Van de Camp en met de nog immer aanwezige collega Van der Staaij met succes door beide Kamers te loodsen. U hebt er nu voor gekozen nieuwe wegen in te slaan. Wij wensen u daarbij veel succes. Het ga u goed!

(geroffel op de bankjes)

De voorzitter:

Mevrouw Anja Timmer, sinds 2003 bent u, met een onderbreking van een jaar, actief voor de PvdA-fractie in de Tweede Kamer. U voerde het woord over de arbeidsmarkt, het homobeleid en het Koninklijk Huis. Daarnaast had het werken in de zorg uw bijzondere aandacht. In 2006 diende u in het kader van internationale kinderontvoering een initiatiefwetsvoorstel in dat ziet op verruiming van de rechtsmacht en verhoging van de strafmaat. Sinds mei 2009 bent u voorzitter van de vaste commissie voor EZ. Begin dit jaar leidde u een werkbezoek aan India dat in het teken stond van maatschappelijk verantwoord ondernemen en outsourcing. Naast uw voorzitterskwaliteiten kwam ook uw langdurige ervaring als verpleegkundige hier van pas wegens de fysieke gesteldheid van sommige van uw delegatieleden; ik kijk niet in het bijzonder naar de heer Van der Ham.

U zet zich ook in voor een heel andere zaak: voor de belangen van motorrijders. Ik wist van mevrouw Langkamp dat zij motorrijdster was. Dat was ook al een verrassing voor mij, maar u hebt mij op het laatst nog voor een grote verrassing gesteld. Ik heb het vannacht nog gecheckt per sms omdat ik het niet kon geloven. Als fanatiek motorrijdster ziet u dat er nog heel wat kan gebeuren om de Nederlandse snelweg motorvriendelijker te maken, en hopelijk ook veiliger. Het ga u goed en veilig!

(geroffel op de bankjes)

De voorzitter:

Mevrouw Naïma Azough, sinds 16 maart 2004 bent u lid van de Kamer. Daarvoor was u in 2002 enkele maanden lid van deze Kamer. Uw gedrevenheid, inzet en enthousiasme bleken onder meer toen u de initiatiefnota "Lekker lang leven. Plan van aanpak overgewicht bij kinderen" uitbracht. In 2006 diende u samen met de leden Smits en Rouvoet een initiatiefwetsvoorstel in over het tegengaan van discriminatie op grond van een handicap bij examens in het primair en voortgezet onderwijs. Het voorstel werd in 2008 ingetrokken nadat de inhoud was overgenomen in een wetsvoorstel van de regering. De laatste jaren bent u het gezicht van GroenLinks in justitie-, politie- en vreemdelingen- en asielzaken. Uw deskundigheid, uw inzet, uw betrokkenheid, uw relativeringsvermogen en uw collegialiteit hebben van u een gewaardeerde collega gemaakt. Ik twijfel er niet aan dat u zich in ook deze nieuwe fase in uw leven met veel enthousiasme zult blijven inzetten voor de samenleving. Het ga u goed!

(geroffel op de bankjes)

De voorzitter:

Mevrouw Margot Kraneveldt-van der Veen, u bent sinds 1 maart 2007 lid van de Tweede Kamer voor de PvdA-fractie. Daarvóór maakte u ook al ruim drie jaar deel uit van de Kamer. U zette zich in het bijzonder in voor het basisonderwijs, het speciaal onderwijs, kinderopvang, onderwijsachterstanden, schooluitval en onderwijstoezicht. U behoort tot de groep van Kamerleden die met succes een initiatiefwetsvoorstel door beide Kamers wist te loodsen. Het initiatiefwetsvoorstel, dat u samen met de leden Hamer en Dijsselbloem indiende, betrof het opnemen van een verplichting aan scholen om bij te dragen aan de integratie van leerlingen in de Nederlandse samenleving. Onlangs werd u medeverdedigster van een in 2005 door uw partijgenote Hamer ingediend initiatiefwetsvoorstel over het toelatingsrecht voor het bijzonder onderwijs. U was lid van het Presidium, van de Contactgroep Duitsland en van de commissie voor de Verzoekschriften en de Burgerinitiatieven. U bent een hoogvlieger, niet alleen in politiek opzicht. Binnen de Koninklijke Nederlandse Vereniging voor Luchtvaart bent u actief als schermvlieger, ofwel parapenter. We zijn benieuwd naar welke kant u uw vleugels nu zult uitslaan. Het ga u goed!

(geroffel op de bankjes)

De voorzitter:

Mijnheer Pieter Omtzigt, sinds 3 juni 2003 bent u lid van de Tweede Kamer. Uw eerste schriftelijke vraag dateert van 30 juni 2003 en ging over het nabestaandenpensioen. Ook uw maidenspeech betrof het onderwerp pensioenen, een onderwerp dat u na aan het hart ligt en waar u veel vanaf weet. Wij hebben op dit onderwerp ook veel samengewerkt, waarvoor alsnog mijn dank. Om die reden zou het ook niet bij die ene schriftelijke vraag blijven, tot verzuchting van menig departementsambtenaar. En ook uw collega's binnen de Kamer wist u met uw felle en kordate optreden tijdens vele algemeen overleggen en plenaire debatten het vuur na aan de schenen te leggen. Op de stelling van een journalist dat de portefeuille pensioenen maar saai was, antwoordde u ad rem: "De pensioenproblematiek is niet saai. Het is een toegepast probleem, waarvoor concrete oplossingen gevonden kunnen worden." Naast uw interesse voor pensioenen, hebt u een grote voorliefde voor reizen. Dit blijkt niet alleen uit het feit dat u uw studies hebt gevolgd in Engeland en Italië, maar ook uit het feit dat u namens de Kamer lid bent geweest van verschillende assemblees. Het ga u goed!

(geroffel op de bankjes)

De voorzitter:

Mevrouw Marjo van Dijken, sinds maart 2007 bent u lid van de Kamer; u was eerder lid van begin 2003 tot eind 2006. U hield zich onder meer bezig met het chronisch zieken- en gehandicaptenbeleid, de geestelijke gezondheidszorg, sportbeleid en het beleid inzake oorlogsgetroffenen. Voor het laatste onderwerp vertegenwoordigde u de Kamer nog onlangs bij de herdenking van het voormalige concentratiekamp Neuengamme. Voerde u het woord, dan wist u waarover u het had. Uw vlammende betogen, vaak vergezeld van een grote dosis lichaamstaal, zijn het memoreren waard. U doorspekte ze met voorbeelden uit het leven van gehandicapten, vaak over hun problemen in het openbaar vervoer en bij het parkeren. Furieus kon u reageren als uw voorstellen niet werden ondersteund. Dat bleek onlangs nog, toen de Eerste Kamer het hier met succes door u verdedigde initiatiefwetsvoorstel over het gratis parkeren voor gehandicapten in alle gemeenten, niet aanvaardde. Uw op 10 juni jongstleden bij de Kamer ingediende initiatiefnota "Onverantwoord ouderschap" onderstreept nog eens uw grote gedrevenheid en inzet als Kamerlid. Het ga u goed.

(geroffel op de bankjes)

De voorzitter:

Mijnheer John Leerdam, met u vertrekt een markant – ik las eerst "charmant", maar er staat "markant" – Kamerlid. U houdt van een grapje en u kunt er zelf ook tegen, en u paart humor aan grote inzet op vele beleidsterreinen. Als voorzitter van de commissie BZK trachtte u onbekommerd de commissie tot een team te smeden, kwam u op voor de rechten van de commissie, leidde u een minister die de confrontatie met de Kamer iets te veel dreigde te worden terug naar de vergadering en zong u na een hoorzitting met fel protesterende Friezen als beloning een Antilliaans lied omdat zij zo goed hadden meegewerkt aan een ordentelijk verloop. U was ook zeer actief in de commissie NAAZ. Mijnheer John Leerdam, nu heb ik nog niets gezegd over uw activiteiten op het terrein van onderwijs en cultuur, binnen en buiten de Kamer! En dat is toch welhaast uw handelsmerk. Daar begon u kort na uw aantreden in 2003 al mee, met de notitie "De kracht van kunst". Buiten de Kamer zette u toneelproducties op ter herinnering aan de onafhankelijkheid van Suriname en recentelijk voor de nagedachtenis van Prins Claus. Mijnheer John Leerdam, het ga u goed!

(geroffel op de bankjes)

De voorzitter:

De heer Luuk Blom is er niet, maar toch lees ik dit voor. Wij zullen hem de tekst toesturen. U bent sinds 30 januari 2003 lid van de Tweede Kamer. U begon als woordvoerder defensiematerieel, industriebeleid, toerisme, grensarbeid en sport. In uw tweede periode in de Kamer werd u woordvoerder Europa en u hebt ook deel uitgemaakt van de parlementaire onderzoekscommissie financieel stelsel. In uw maidenspeech, in april 2004, omschreef u zichzelf als "kort maar krachtig". Deze uitspraak typeert u: recht door zee, kernachtig en onomwonden. U was als Kamerlid een exponent van een politiek die dicht bij de burger staat. Op het Europadossier kwam dat goed van pas na het Nederlandse "nee" bij het referendum van 2005. U manifesteerde u in uw tweede periode als Kamerlid bovendien als een zeer actief lid van het Beneluxparlement. In dat parlement was u zelfs voorzitter van de Socialistische fractie. Daarnaast nam u regelmatig in Straatsburg deel aan de werkzaamheden van de Parlementaire Assemblee van de Raad van Europa. We zullen uw markante aanwezigheid missen. Het ga u goed!

(geroffel op de bankjes)

De voorzitter:

Mijnheer Jan Jacob van Dijk, met een onderbreking van een halfjaar bent u sinds 2002 lid van deze Kamer. In de Kamer was u zeer actief op het Europese terrein. Lissabon, structuurfondsen en alles wat met de interne markt te maken heeft, behoorden tot uw woordvoerderschap. U was daarnaast voorzitter van de commissie Europese wetgeving na de invoering van de Grondwet voor Europa en voorzitter van de commissie voor de subsidiariteitstoets. Op het onderwijsterrein maakte u zich onder meer sterk voor de leraren, de kleine scholen, goed bestuur, veiligheid en de vrijheid van het onderwijs (artikel 23 van de Grondwet). Onlangs diende u een initiatiefwetsvoorstel in over de aanscherping van het toezicht op nieuw bekostigde scholen. In een tijdschrift biechtte u onlangs op dat u jaarlijks voor € 2500 tot € 3000 aan boeken koopt. U haastte zich, erbij te vermelden dat u ze ook allemaal leest. Nu u afscheid neemt als Kamerlid, komt er in ieder geval wat meer tijd om uw boekenkast in te duiken. Veel dank voor uw inspanning. Voordat ik afsluit, wil ik zeggen dat ik immense bewondering heb gehad voor het feit dat u alles uit het hoofd deed. U weet niet wat u ziet, dames en heren: een kaartje. Je denkt als voorzitter: dit is zo klaar. Dat valt dan weer tegen. Maar het klonk als een klok. Er zat geen anakoloet in. Complimenten daarvoor. Het ga u goed!

(geroffel op de bankjes)

De voorzitter:

Mevrouw Nicolien van Vroonhoven-Kok, sinds mei 2002 bent u lid van de Tweede Kamer. Ik ken u vooral van het oefenen voor dat spelletje dat wij samen ooit gedaan hebben. Wij zaten toen samen achterin te oefenen. Dat was wel heel bijzonder, op de televisie. Mijnheer Van der Ham won. U hebt hier verschillende woordvoerderschappen gehad, waaronder justitie, economische zaken en cultuur. U behoort ook tot het selecte gezelschap van Kamerleden dat een initiatiefwetsvoorstel op zijn naam heeft staan. Samen met uw collega Arda Gerkens van de SP-fractie hebt u het wetsvoorstel Doorverkoop toegangskaarten met succes in de Kamer verdedigd. Ook maakte u deel uit van de Parlementaire Werkgroep Auteursrecht, die een rapport heeft uitgebracht over de toekomst van het auteursrechtbeleid. Daarnaast leverde u een actieve bijdrage aan de werkzaamheden van de IPC (Interparlementaire Commissie) van de Nederlandse Taalunie. Uw passie voor de kunst en cultuur kwam ook tot uiting in uw lidmaatschap hier, van de Kunstcommissie. Wij kennen u als deskundig, consciëntieus en betrokken en als iemand die vraagstukken graag integraal benadert. Met uw vertrek verliezen wij een goed Kamerlid met een beminnelijk karakter en grote collegialiteit. De tekst was eerst langer. Toen stond er dat u ook ruim gebruik hebt gemaakt van de regeling voor tijdelijke vervanging. Ik heb grenzeloze bewondering voor het feit dat u dit werk gedaan hebt met zo'n jong, opgroeiend gezin. Dat vind ik een voorbeeld voor ons allemaal, maar liefst vier kleine kinderen.

(applaus)

De voorzitter:

Heel goed dat u dat gedaan hebt. Dat hebben wij nodig. Een aanwinst voor de gemeente Den Haag, waar u sinds kort raadslid bent. Ik wens u daar veel succes. Het ga u goed!

(geroffel op de bankjes)

De voorzitter:

Mevrouw Antoinette Vietsch: sinds mei 2002 hield u zich in de Kamer bezig met volksgezondheid, gelijke behandeling bij arbeid en met het bouwbeleid. Antoinette de Bouwer, noemt men u ook wel. Bouwdeskundigen die u wilden informeren met het oog op een debat, vertrokken zelf wijzer dan zij gekomen waren, na een vaak zeer technisch bouwcollege van u te hebben gekregen. U was ook woordvoerder oorlogsgetroffenen en in die hoedanigheid hebt u met enkele collega's de Kamer onlangs nog vertegenwoordigd bij een herdenking in het voormalige concentratiekamp Neuengamme. Voorts was u voorzitter van de contactgroep Groot-Brittannië. Op 20 april jongstleden bood u mij het boekje "Quote 208" aan, als afscheidscadeau aan de Kamer. In dit boekje staan 208 citaten uit de verpleeghuiswereld. U wilt daarmee graag meer aandacht genereren voor de kwaliteit van de zorg voor mensen die in verpleeghuizen verblijven. U was een zeer grondig en deskundig Kamerlid, en verloochende terecht nooit uw wetenschappelijke achtergrond. Het ga u goed!

(geroffel op de bankjes)

De voorzitter:

Mijnheer Maarten Haverkamp, op 26 juli 2002 werd u, op 28-jarige leeftijd, lid van de Tweede Kamer. Maar u had al politieke ervaring opgedaan als lid van de gemeenteraad van Nederhorst den Berg en van Wijdemeren. In de Kamer hield u zich onder meer bezig met het politiebeleid, ICT, de luchtvaart en vooral de luchthaven Schiphol. De afgelopen twee jaar was u woordvoerder Buitenlandse Zaken. Ook bent u lid van de Nederlandse delegatie naar de Noord-Atlantische Assemblee. U kon op uw kennis uit uw eerdere woordvoerderschap luchtvaart terugvallen toen de zogenaamde "zwarte lijst" van vliegtuigmaatschappijen een rol ging spelen bij de voorbereiding van het werkbezoek van de commissie voor Buitenlandse Zaken aan Indonesië in oktober 2008. Een bezoek aan de Molukken bleek toen helaas niet mogelijk. Gezien uw achtergrond in de lokale politiek en uw huidige internationale parlementaire activiteiten blijft u actief in de politieke arena. Het ga u goed!

(geroffel op de bankjes)

De voorzitter:

Mijnheer Frans de Nerée tot Babberich, in 2002 werd u, tot uw eigen schrik, onverwachts gekozen tot lid van deze Kamer. Uw werkplek verhuisde van Brussel naar Den Haag. Doordat u bleef wonen in het Belgische Leefdaal werd u de eerste Nederbelg in de Kamer. Toeval of niet, uw maidenspeech ging over het nieuwe belastingverdrag met België! Al snel kreeg u de smaak van het Kamerwerk te pakken en bij de verkiezingen van 2007 stond u met volle overtuiging op een verkiesbare plaats. U werd algemeen financieel woordvoerder voor uw fractie en bleef dat gedurende uw hele Kamerlidmaatschap. De kennis en ervaring die u als financieel ambassaderaad in Washington en gedurende uw loopbaan bij het ministerie van Financiën en de permanente vertegenwoordiging van Nederland in Brussel had opgedaan, kwamen u uitstekend van pas. Tijdens uw loopbaan bent u een consequent pleitbezorger geweest van het op vrijwillige basis doorwerken door 65-plussers. U hebt op dat punt zelf het goede voorbeeld gegeven. Nu lijkt de tijd echter aangebroken dat u het iets rustiger aan kunt gaan doen. Het chocolaatje dat u mij gaf namens het CDA ter ere van Moederdag, was heerlijk. Het ga u goed!

(geroffel op de bankjes)

De voorzitter:

Mevrouw Krista van Velzen, u bent bij de verkiezingen van mei 2002 gekozen als Tweede Kamerlid voor de SP. U hield een korte, maar krachtige maidenspeech op 25 juni 2002. In de jaren daarna toonde u zich op het beleidsterrein van defensie een kritisch en betrokken Kamerlid. Die betrokkenheid was breed: zo stak u veel tijd en energie in het tot een oplossing brengen van de zaak-Spijkers. Bij de commissie voor LNV liet u zich ook niet onbetuigd. U vatte de koe regelmatig bij de hoorns. Eigenlijk ook niet zo gek voor iemand die als kind boswachter wilde worden. U bracht een tienpuntenplan voor de biologische landbouw in, stuurde de minister naar Brussel om te onderhandelen over de reistijden voor diertransporten en diende het initiatiefwetsvoorstel voor een verbod op de nertsenhouderij in. Uw strijd tegen dierenleed leverde u de predicaten Coole Bontgenoot 2007, Dierenbeschermer van het jaar 2007 en DierenbalSter van 2008 op! En dan Prinsjesdag. Daar keken wij altijd reikhalzend naar uit. Ik herinner me in ieder geval twee hoedjes nog heel goed: één met allemaal kleine JSF'jes erop en een hoedje in de vorm van een naar uw hoofd gemodelleerde autoband, waarmee u het belang van recycling onderstreepte. U kiest nu voor een wat rustiger periode in uw leven. Het ga u goed!

(applaus)

De voorzitter:

Mevrouw Liesbeth Spies, in mei 2002 kwam u tot uw verrassing in de Kamer. U neemt nu afscheid als vicevoorzitter van de CDA-fractie. Dat geeft blijk van een voortvarende politieke carrière. Dit hebt u bereikt door uw stijl van opereren: deskundig, degelijk, fatsoenlijk en sociaal. Binnen de Kamer hield u zich bezig met duurzaamheid. Die duurzaamheid heeft volgens u een directe link met het voor uw partij zo belangrijke uitgangspunt van rentmeesterschap. In 2003 leidde u een Kamerdelegatie tijdens een werkbezoek van de Kamer in Sint-Petersburg. Daarna was u vele malen voorzitter van de Kamerdelegatie tijdens de jaarlijkse klimaatconferenties. Die taak volbracht u met verve. Daarnaast zette u zich in voor werk en bijstand, armoedebeleid, zaken rond het Koninklijk Huis en was u een enthousiast lid van de Stuurgroep Parlementaire Zelfreflectie. U hebt in diverse interviews benadrukt dat uw gezin op de eerste plaats staat. Ook noemde u het belang van contacten buiten de Kamer, zoals het schoolplein. Uw gezin was en is uw echte wereld en sterkte ook uw relativeringsvermogen. U was zeer actief en betrokken in de politiek, maar u stelde daaraan ook grenzen en prioriteiten. Den Haag heeft u gelukkig niet opgeslokt. Het ga u goed!

(geroffel op de bankjes)

De voorzitter:

Mijnheer Jan de Vries. Wij hebben u de afgelopen jaren leren kennen als een bijzonder nauwgezet Kamerlid, kritisch, en met een bewonderenswaardige dossierkennis. U was woordvoerder op het gebied van onder andere volksgezondheid en voortgezet onderwijs. Kwaliteit, goed bestuur en menselijke maat zijn woorden die u in debatten kenmerken. U maakte zich zorgen over de schaalvergroting en fusietrend in de zorg. U interpelleerde met succes het kabinet over een bestuurlijke fusie van twee zorginstellingen en een woningbouwcorporatie. U gaf gehoor aan de klachten van ouders en leerlingen en maakte zich in het belang van de onderwijskwaliteit hard voor een minimale onderwijstijd. Als een van de eerste Kamerleden hield u een weblog bij. In dat opzicht was u een twitteraar avant la lettre! In uw vrije tijd besteedt u aandacht aan fotografie. Op uw weblog zijn enkele prachtige foto's van u te bewonderen. Om een goed fotograaf te zijn, zegt men wel, moet je goed kunnen kijken, met oog voor detail. De afgelopen jaren hebben uitgewezen dat u dat kunt, als fotograaf, maar zeker ook als politicus.

Het is mij een groot genoegen dat ik de Kamer kan mededelen dat het Hare Majesteit de Koningin heeft behaagd om u te benoemen tot Ridder in de Orde van Oranje-Nassau. Mag ik u verzoeken naar voren te komen en u voor het spreekgestoelte op te stellen?

(De bij de onderscheiding behorende versierselen worden door de Voorzitter opgespeld.)

(applaus)

De voorzitter:

Vanaf deze plaats mag ik u, in dit geval in het Nederlands, feliciteren met uw koninklijke onderscheiding. Dat is ook de vertaling van wat ik eerder tegen de heer Algra zei.

Mevrouw Arda Gerkens, sinds mei 2002 bent u lid van de Tweede Kamer. U vertelde in een interview dat u zich op de eerste dag in de Tweede Kamer klein voelde. U dacht: "Ik ben maar een gewoon meisje en nu zit ik opeens in de Kamer." U zei dat u besefte dat dit niet uw verdienste was, maar dat u het te danken had aan al die SP-stemmers. Ik zeg u nu dat u het waard was. Daar kan geen twijfel over bestaan. Het aantal onderwerpen waarover u het woord voerde, is te groot om op te noemen. Een kleine greep uit het recente verleden: u was woordvoerder ICT, justitie en cultuur. Naast uw lidmaatschap van vijf commissies was u ondervoorzitter van de algemene commissie voor Jeugd en Gezin en tweede ondervoorzitter van de Kamer. Mede op uw initiatief zijn door twee commissies werkgroepen ingesteld: de Parlementaire Werkgroep Auteursrechten en de parlementaire werkgroep ICT bij de overheid. Van beide werkgroepen was u voorzitter. Uw bijzondere belangstelling voor ICT blijkt ook nog uit uw lidmaatschap van het Strategisch Overleg Informatievoorziening. Vanaf september 2008 hebt u, als tweede ondervoorzitter, mij veelvuldig vervangen op deze stoel. Met veel plezier kweet u zich van deze bijzondere taak. U wordt alom gewaardeerd: om de deskundige wijze waarop u de vergaderingen hebt geleid, en, niet in de laatste plaats, om uw aimabele persoonlijkheid en collegialiteit. Uw vertrek is een verlies voor de Kamer. Het ga u goed!

(applaus)

De voorzitter:

Mevrouw Cisca Joldersma, in mei 2002 kwam u in de Kamer. U was onder andere woordvoerder hoger onderwijs en wetenschapsbeleid. Uw maidenspeech was gewijd aan de hbo-fraude en de beleidsmaatregelen Korte klap. Uw wens om meer maatschappelijk betrokken werk te doen, kwam tot uiting in de keuze voor de andere onderwerpen waarover u het woord voerde. Zo had u de geestelijke gezondheidszorg, tbs, maatschappelijke opvang, slachtofferhulp, reclassering, drugs en verslaving in uw portefeuille. Ook was u lid van de tijdelijke commissie Onderzoek tbs. U was daarnaast voorzitter van de werkgroep verwevenheid van onder- en bovenwereld. Politiek is voor u bouwen aan onze samenleving en zorgen dat het gesmeerd loopt. De vraag die u zichzelf voorhield, was: hoe kunnen we de zaken zo regelen dat mensen het best tot hun recht komen? Ik denk dat we kunnen concluderen dat u zich daar de afgelopen acht jaar met veel verve voor hebt ingezet. Veel dank daarvoor. Het ga u goed!

(geroffel op de bankjes)

De voorzitter:

Mijnheer Rikus Jager, acht jaar was u Kamerlid. De Groninger havens, wegen en toeristische trekpleisters wisten zich door u in dit huis krachtig vertegenwoordigd. Opvallend is uw betrokkenheid en medemenselijkheid, een luisterend oor, uitstekende eigenschappen voor de ondervoorzitter van de commissie voor de Verzoekschriften en de Burgerinitiatieven. In de vaste commissies voor Justitie en LNV was u woordvoerder. Staatssecretaris Albayrak vond in u een waardig opponent toen grootschalige ontslagen dreigden bij de Dienst Justitiële Instellingen. U diende in september 2006, samen met uw fractiegenoot Koopmans, de initiatiefnota Natuurbeleid; een onnodig groeiend ongenoegen, in. U haalde de relaties met de Vlaamse collega's en met instituten op het terrein van verkeer en waterstaat aan en u investeerde in de versterking van de Nederlands-Duitse betrekkingen. Dit gebeurde niet alleen als voorzitter van de contactgroep Duitsland, maar ook via uw uitgebreide netwerk in Duitsland. Sinds twee jaar bent u voorzitter van de vaste commissie voor Verkeer en Waterstaat. Met de u zo kenmerkende kalmte loodste u de commissie door woelige baren. Soms zelfs letterlijk, in een speedboot over de Waddenzee! Mijnheer Rikus Jager, het ga u goed!

(geroffel op de bankjes)

De voorzitter:

Mijnheer Bas Jan van Bochove, u bent lid van de Tweede Kamer sinds mei 2002. U was onder meer lid van de commissie-Dijsselbloem en voorzitter van de vaste commissie voor Onderwijs, Cultuur en Wetenschap. Ook uw band met de Nederlandse Antillen en Aruba was krachtig. Al in 2002 nam u deel aan het werkbezoek van de vaste commissie voor NAAZ aan Aruba en aan de Nederlandse Antillen. Aan dat werkbezoek wordt nog met nostalgie teruggedacht. U was ook woordvoerder bij de behandeling van de vele wetten in het kader van de staatkundige hervorming van de Nederlandse Antillen. U kende uw dossiers en schuwde het detail niet: tijdens een wetgevingsoverleg stelde u vast dat de cd-rom geen juiste weergave bleek te geven van de Nederlands-Antilliaanse landsverordeningen die golden op 15 december 2008. Daarmee bracht u de ambtenaren urenlang in verwarring. U bent een flexibel mens, zonder uw beginselen te verliezen, ook op het gebied van de volkshuisvesting. Ik doel natuurlijk op de politieke band met Staf Depla. Meestal was u het roerend met elkaar eens en verwees u zelfs naar elkaars inbreng. U bent zelfs samen een keer naar Engeland geweest om daar kennis te nemen van het volkshuisvestingsbeleid. Wij zullen u missen. Het ga u goed!

(geroffel op de bankjes)

De voorzitter:

Mijnheer Jan Mastwijk, "niet leuteren, maar poetsen!" Zo sprak u tijdens het debat over de begroting van LNV voor 2005. Dit bleek al tijdens uw maidenspeech op 11 december 2002, die u strikt beperkt hield tot het onderwerp op de agenda en die u ruim binnen uw spreektijd afrondde. Uw portefeuille in de Tweede Kamer sloot ook naadloos op dit motto aan. U hield zich bezig met tuinbouw, openbaar vervoer en ruimtelijke ordening. U probeerde daarbij tot oplossingen te komen, zoals bij de erfpachtkwestie rond Staatsbosbeheer op de Waddeneilanden en de Aziatische boktor. Als inwoner van Drenthe hebt u zich ook sterk gemaakt voor de belangen van het noordelijk deel van Nederland.

In de Kamer is met enige regelmaat met een knipoog verwezen naar uw haardos. U deed daar overigens zelf lustig aan mee. Of het nu ging over mobiliteit van ouderen, seniorenvervoer of een gebruiksvriendelijke OV-chipkaart voor ouderen, er was altijd wel een moment om het over uw haarkleur te hebben. Die overigens in schril contrast staat met uw verzameling Hard Rock Cafe-T-shirts en uw zelfgebrande cd's, zoals "Jan sings Robbie", waarop u covers van Robbie Williams zingt.

Tot onze spijt moeten wij afscheid van u nemen. Ik ga natuurlijk ook ontzettend de Salt & Vinegarchips missen. Mijnheer Jan Mastwijk, het ga u goed!

(geroffel of de bankjes)

De voorzitter:

Mijnheer Johan Remkes, u was voor de eerste keer lid van de Kamer van oktober 1993 tot augustus 1998. U verwisselde het ministerschap van BZK opnieuw met het lidmaatschap van de Tweede Kamer na de verkiezingen in 2006. U bent veelzijdig. Woordvoerder financiën – u drong aan op de herziening van de Successiewet van 1956, omdat u de belasting die men betaalt op erfenissen wrang en onrechtvaardig vond – mediabeleid en Nederlands-Antilliaanse en Arubaanse Zaken.

Met veel verve verkondigde u uw standpunt. U doet dat zeer minutieus. Tijdens elk overleg noteert u het antwoord van een bewindspersoon en de keer erop komen de papieren weer tevoorschijn. Is alles nu beantwoord, klopt het antwoord wel met dat van de vorige keer?

Over uw voorzitterschap van de commissie voor de Verzoekschriften en de Burgerinitiatieven heb ik maar één klacht gehoord: "hier heb ik niet eens tijd om mijn kopje thee op te drinken, zo snel staan wij weer buiten". Zakelijk, efficiënt en nauwkeurig. Een echte Groninger, recht door zee, betrouwbaar en geen liefhebber van gekonkel. En u weet, ik houd van Groningers.

De Caribische cultuur sluit niet echt aan bij uw Groningse nuchterheid. U hebt zich tijdens een Parlementair Overleg wel eens verbaasd over de gang van zaken. U omschreef uzelf eens als nurks en kort door de bocht; anderen noemen dat meer een pantser van verlegenheid en roemen uw loyaliteit en warmte.

U stelde uzelf ooit in de gemeenteraad van Groningen voor met de woorden: "ik rook shag, ik drink bier en ik ben lid van de VVD". Dat hebben wij geweten! Als een vergadering naar uw zin wat te lang duurde, kwam er ineens rook onder de vergadertafel vandaan. Van zware shag nog wel! Nu wordt u commissaris van de Koningin in Noord-Holland. Een mooie kroon op uw loopbaan. Ik wens u veel succes in Paviljoen Welgelegen. Het ga u goed!

(applaus)

De voorzitter:

Mevrouw Marleen de Pater-van der Meer, op 6 februari 2001 bent u beëdigd. In korte tijd wist u zich het werk bij de Kamer eigen te maken en daarop uw stempel te drukken. Zo werd u al in oktober 2001 voorzitter van de vaste commissie voor V en W. Vanaf 25 september 2003 bent u voorzitter van de vaste commissie voor Justitie. Het is ondoenlijk om op deze plek alle onderwerpen te noemen waarmee u zich in de afgelopen negen jaar hebt beziggehouden. Ik noem alleen arbeidszaken en integriteit overheid, personen- en familierecht, waaronder adoptie, en het beleid inzake prostitutie en mensenhandel.

Een van de hoogtepunten is ongetwijfeld uw door de Kamer aangenomen motie waarin u voorstelt om de topinkomens in de zorg aan een maximum te binden. Dat de bestrijding van mensenhandel uw bijzondere belangstelling heeft, moge onder andere blijken uit het feit dat u een van de drijvende krachten bent achter de internationale conferentie over mensenhandel die dit najaar hier in de Kamer zal worden gehouden. Een conferentie die u nu in een andere hoedanigheid zult bijwonen.

Als plaatsvervangend lid van het Presidium verving u mij regelmatig in de plenaire zaal. U deed dat met groot gemak. Uw aimabele persoonlijkheid, uw respectvolle omgang met anderen, uw gevoel voor humor, en uw joie de vivre kenmerken u.

Het is mij een groot genoegen dat ik de Kamer kan mededelen dat het Hare Majesteit de Koningin heeft behaagd om u te benoemen tot Ridder in de Orde van Oranje-Nassau. Mag ik u verzoeken naar voren te komen en u voor het spreekgestoelte op te stellen, zodat ik u de versierselen kan opspelden die behoren bij deze benoeming.

(De bij de onderscheiding behorende versierselen worden door de Voorzitter opgespeld.)

(applaus)

De voorzitter:

Graag wil ik u ook vanaf deze plaats van harte feliciteren met uw koninklijke onderscheiding.

Mijnheer Harm-Evert Waalkens, het biologisch veehouderschap en het Kamerlidmaatschap hebt u ervaren als twee totaal verschillende werelden. Toch hebt u zich als "Boer in Den Haag" bijna twaalf jaar lang een echte verbindingsofficier tussen stad en ommeland getoond. U was woordvoerder dierenwelzijn, veehouderij, biotechnologie, internationaal landbouwbeleid en ontwikkelingssamenwerking. U stelde zich op als belangenafweger en niet als belangenbehartiger. Tweemaal werd u benoemd tot dierenbeschermer van het jaar. In 2007 werd u voorzitter van de vaste commissie voor Europese Zaken. Memorabel was de door u geleide "roadshow" van publieksdebatten waarmee uw commissie door het land trok om "de burger" te betrekken bij de totstandkoming van het nieuwe Verdrag van Lissabon. In het circuit van voorzitters van Europacommissies, de COSAC, was u een activistisch voorvechter van een sterkere rol van nationale parlementen in de Europese Unie.

Tijdens uw Kamerlidmaatschap verbond u aan een aanzienlijk aantal initiatiefwetsvoorstellen uw naam. Zo nam de Eerste Kamer in februari van dit jaar uw initiatiefwetsvoorstel voor het verbod op seks met dieren en dierenporno aan. En recent stemde de Tweede Kamer in met het initiatiefwetsvoorstel van u en de heer Ormel over het verhogen van de maximale proeftijd voor misdrijven die de gezondheid of het welzijn van dieren benadelen. Vanuit uw persoonlijke motivatie voor internationale solidariteit en rechtvaardigheid was u onder andere waarnemer bij diverse presidentsverkiezingen. Steeds was uw inzet: agenderen en confronteren.

Beste Harm-Evert Waalkens, ik wens u allereerst veel plezier toe bij uw fietstocht naar Warschau met uw vrouw, en daarna geluk en succes in Finsterwolde.

Het is mij een groot genoegen dat ik de Kamer kan mededelen dat het Hare Majesteit de Koningin heeft behaagd om u te benoemen tot Ridder in de Orde van Oranje-Nassau. Mag ik u verzoeken, naar voren te komen en u voor het spreekgestoelte op te stellen, zodat ik u de versierselen kan opspelden die behoren bij deze benoeming.

(De bij de onderscheiding behorende versierselen worden door de Voorzitter opgespeld.)

(applaus)

De voorzitter:

Graag wil ik u ook vanaf deze plaats van harte feliciteren met uw koninklijke onderscheiding.

Mijnheer Jan ten Hoopen, in 1995 bent u beëdigd en na een onderbreking van drie jaar zit u sinds 2001 weer in de Kamer. Tijdens die onderbreking was u directeur van een bedrijf dat zich samen met bedrijven in ontwikkelingslanden richtte op duurzaamheid. Dit tekent u: u bent een bevlogen Kamerlid wiens ideaal gericht is op het tot volle ontplooiing brengen van het zelfstandig ondernemerschap. Het ondernemen zit u dan ook in het bloed. Uw vader en uw grootvader waren ondernemer. Zelf bent u ruim 22 jaar eigenaar geweest van een brood- en banketbakkerij. U hebt vele functies vervuld ter behartiging van de belangen van ondernemers. Zo stond u aan de wieg van de vorming van MKB Nederland en verwoordde u tussen 1990 en 1995 het ondernemersgeluid in de Sociaal Economische Raad.

Ook in ontwikkelingslanden acht u het stimuleren van het zelfstandig ondernemerschap van groot belang. Voortdurend hebt u geijverd voor een gelijke toegang van ontwikkelingslanden tot de markten van Europa en Noord-Amerika en gewaarschuwd voor "het spook van protectionisme". Informatie vergaarde u bij voorkeur in de praktijk. Zo waren er werkbezoeken aan China, Australië, Turkije, Ethiopië/Somalië en, recent, aan India.

Het politieke handwerk schuwde u evenmin. Maar liefst drie initiatiefwetsvoorstellen staan op uw naam: de Warmtewet, de wet Kraken en leegstand en de wijziging van de Mededingingswet. Velen kennen u daarnaast als een vertrouwd gezicht op deze stoel. Vanaf april 2004 bent u eerste ondervoorzitter van de Kamer. Ook deze functie vervulde u op kenmerkende wijze: het debat dienend, de inhoud centraal en erop gericht, de inbreng van elk lid tot zijn recht te laten komen. Daarvoor ben ik u ook persoonlijk bijzonder erkentelijk. Ik wens u alle succes in uw verdere carrière! Het ga u goed!

(geroffel op de bankjes)

De voorzitter:

Mijnheer Remi Poppe. Ik kijk even naar mijn tekst ... u had ook altijd lange teksten!

In 2006 werd u hier voor de tweede keer beëdigd, nadat u van 1994 tot 2002 ook al Kamerlid was geweest. U kwam in 1994 samen met Jan Marijnissen in de Kamer en u werd woordvoerder landbouw terwijl u, afkomstig uit het stedelijke Rijnmondgebied, niet echt iets met het platteland leek te hebben. U liet echter al snel zien dat u van alle markten thuis bent. U zette zich in voor wonen, defensie, verkeer, landbouw en ruimtelijke ordening, maar uw meeste aandacht ging uit naar het milieu. Uw grote zorg was asbest en u hebt uw parlementaire carrière dan ook toepasselijk afgesloten met de onlangs aangenomen motie over asbestinterventieteams. Ook op defensieterrein was u zeer actief. U was lid van de werkgroep-Cannerberg, die onderzoek deed naar de asbestverontreiniging in het voormalige NAVO-commandocentrum aldaar. Een recent bewijs van uw betrokkenheid bij het personeel van Defensie is het initiatiefwetsvoorstel zorgplicht veteranen dat eerder deze week mede door u is ingediend.

Kenmerkend voor u is uw voorbereiding op politieke debatten. U zit niet urenlang op kantoor stukken te lezen. Integendeel. De "Poppemethode" houdt in dat u graag en veelvuldig in het veld snuffelt en u voorbereidt met uw voeten in de klei. Zo weet u wat er écht leeft. U wordt door Jan Marijnissen "de kleine boef" genoemd, zo is mij gezegd. Ik kan mij daar inmiddels wel iets bij voorstellen. Voor een voorzitter van een vergadering bent u – ik druk mij parlementair uit – een uitdaging. U houdt van duidelijke taal en u schudt de boel graag op. Toch hebt u bij ons allen een plekje in het hart veroverd. Uw ongeduld komt voort uit passie voor het vak en uit uw oprechte zorg om bepaalde zaken en dat maakt u tot zo'n aimabel mens. Nu breekt de tijd aan om samen met uw vrouw te gaan genieten van uw vissersschuit. Wij zullen u missen. Schipper ahoi! Het ga u goed!

(applaus)

De voorzitter:

Mevrouw Agnes Kant. Vanaf uw beëdiging in mei 1998 maakte u naam als specialist op het terrein van de gezondheidszorg. U hebt in dat verband veel empirisch onderzoek verricht, waarbij uw wetenschappelijke achtergrond goed van pas kwam. U bent van huis uit immers epidemiologe. Wie herinnert zich niet de actie Stop Uitverkoop Thuiszorg? Een reclamespotje hierover won zelfs de Gouden Loekie. Vele publicaties hebt u het licht doen zien, zoals de rapporten Waar een rijk land arm in is, Alles kids? en Ongemakkelijke minnaars.

Uw vele schriftelijke en mondelinge vragen gaven u het stempel "Kampioen Kamervragen". Veel ervan waren gericht op het vragen van aandacht voor de ontmenselijking van de zorg, zoals u dat onlangs nog formuleerde. Met hart en ziel, gedreven, authentiek en met verschillende gemoedstoestanden en de bijbehorende lichaamstaal voerde u het debat.

Na het terugtreden van Jan Marijnissen in 2008 werd u gekozen als fractievoorzitter van de Socialistische Partij. Daarmee werd u het nieuwe politieke gezicht van de fractie. Kort daarna maakte u uw debuut in een fractievoorzittersdebat bij de algemene politieke beschouwingen. Alsof u deze rol al jaren vervulde, zo kruiste u over uiteenlopende onderwerpen de degens met uw politieke opponenten. U dwong daarmee respect en bewondering af.

Op 20 mei jongstleden heeft de Kamer een drietal initiatiefwetsvoorstellen van u, over de thuiszorg, aangenomen. Ik weet dat daarmee een droom van u in vervulling is gegaan. Ik zie het als een geweldig afscheidscadeau.

Ik wil u hartelijk danken voor de collegiale samenwerking de afgelopen jaren, in het Presidium en de Commissie voor de Werkwijze.

We zullen in de toekomst weer van u horen. U gaat weer actie voeren, kondigde u onlangs aan. Het ga u goed!

(applaus)

De voorzitter:

Mijnheer Kees Vendrik, vanaf 1998 zette u zich in voor een breed scala aan onderwerpen. Na woordvoerderschappen hoger onderwijs en zorg was u lange tijd financieel woordvoerder. Ook bent u woordvoerder milieu, energiebeheer en klimaatbeleid. Op welk beleidsterrein dan ook, uw stijl van politiek bedrijven werd altijd gekenmerkt door deskundigheid, passie, enorme inzet, vasthoudendheid en – zo zou ik vanuit mijn positie willen toevoegen – een enorme welbespraaktheid.

Vanuit de oppositierol hebt u regelmatig politieke successen geboekt. In 2002 nam u de verdediging over van een door Ab Harrewijn en Paul Rosenmöller ingediend initiatiefwetsvoorstel om ondernemingsraden inzicht te geven in de hoogte van inkomens van topkader, bestuurders en toezichthouders van de onderneming. Het voorstel, dat u samen met Gerda Verburg van de CDA-fractie verdedigde, werd in 2006 wet. In 2008 nam u opnieuw de verdediging over van een initiatiefwetsvoorstel van een collega: het door de heer Duyvendak ingediende voorstel over kolencentrales. De Kamer is nog vlak voor het begin van het verkiezingsreces met de plenaire behandeling van dit initiatiefwetsvoorstel begonnen.

Een opvallende rode draad in uw Kamerwerk was uw grote inzet voor de positie van mensen met een chronische ziekte of handicap. Op dit terrein hebben vele moties van uw hand en amendementen op belastingplannen het licht gezien.

U bent een van de weinige Kamerleden naar wie een effect is vernoemd. Het "Vendrikeffect" is welbekend onder arbeidsrechtjuristen, terwijl de "motie-Vendrik" alleszeggend is in kringen van open sourcesoftware.

Al direct na uw aantreden blonk u uit als "grootmeester van de interruptie". Dit parlementaire wapen is sindsdien door u vakkundig ingezet om de in uw ogen soms wat krappe spreektijd op te rekken.

Mijnheer Vendrik, dat we nog veel van u gaan horen staat voor mij wel vast! Het ga u goed!

(applaus)

De voorzitter:

Mevrouw Annie Schreijer-Pierik, met de slogan "er is geen leefbaar platteland zonder een gezond boerenverstand en daarbij staat Annie aan uw kant!" wist u zo veel voorkeurstemmen te behalen dat u in 1998 in de Kamer kwam. U bracht Twente naar de Kamer, niet alleen in woord, maar ook in daad. Gehuld in Twentse klederdracht was u een warm pleitbezorgster voor de positie van het platteland. Groepen plattelandsvrouwen mochten op uw enthousiaste onthaal in de Kamer rekenen. Zo haalde u de mensen naar Den Haag en bracht u Den Haag naar de mensen. Iedere avond keerde u terug naar uw boerenbedrijf om u niet té veel in het Haagse te verliezen; u bleef in contact met uw achterban.

Van 2004 tot eind 2008 was u voorzitter van de vaste commissie voor LNV. Om gezondheidsredenen moest u het voorzitterschap helaas opgeven, maar u was altijd bereid om als vervanger van de voorzitter van de commissie voor LNV op te treden. In die hoedanigheid hebt u de commissieleden een aantal malen begeleid naar de Grüne Woche in Berlijn, waar u een graag geziene gast was. Niet Frau Antje, maar Frau Annie werd daar op handen gedragen.

Netwerken is uw kracht en niet alleen in de Kamer. Zo was u tot voor kort de enige vrouwelijke commissaris bij een voetbalclub. Toen uw club, FC Twente, onlangs landskampioen werd, stortte u zich voluit in de festiviteiten.

In de Kamer kwam u op voor de positie van het boerenbedrijf en van het platteland. U wilde de ontwikkelingsmogelijkheden voor het boerenbedrijf behouden en deze niet te veel laten beperken door wetgeving vanwege natuur en milieu. U verdedigde het boerenbedrijf bij dierziektes als de varkenspest, mond- en klauwzeer en het BSE-virus. Toen Youp van 't Hek zich kritisch uitliet over varkenshouders, nodigde u hem direct uit op uw boerderij. Mevrouw Schreijer-Pierik, u gaat nu terug naar uw boerderij en uw gezin, maar weet dat de Haagse "stal" altijd voor u openstaat.

Het is mij een groot genoegen dat ik de Kamer kan mededelen dat het Hare Majesteit de Koningin heeft behaagd om u te benoemen tot Ridder in de Orde van Oranje-Nassau. Mag ik u verzoeken naar voren te komen en u voor het spreekgestoelte op te stellen, zodat ik u de versierselen kan opspelden die behoren bij deze benoeming.

(De bij de onderscheiding behorende versierselen worden door de Voorzitter opgespeld.)

(applaus)

De voorzitter:

Graag wil ik u ook vanaf deze plaats van harte feliciteren met uw koninklijke onderscheiding.

Mijnheer Jan Marijnissen, in mei 1994 betrad u, samen met Remi Poppe, het toneel van de landelijke politiek. Landelijk bekend was u al, als voorman van de SP, die ook toen al op lokaal niveau sterk vertegenwoordigd was. Mede door uw eigen toedoen sprak men van "de gewone worstenmaker uit Oss" die het Binnenhof betrad. U wilde als politicus gewone taal spreken. Korte, heldere zinnen, met eenvoudige en eenduidige woorden. Dat gold ook voor uw boodschap: helder en eenduidig.

U zwichtte nooit voor de verleiding om nuanceringen aan te brengen waarin u zelf niet geloofde. Dat maakte u tot een waarachtig spreker, die bij vriend en vijand respect afdwong. Niet voor niets was u in 2006 politicus van het jaar. Ik zou niet eerlijk zijn als ik niet zou vermelden dat in deze zaal ook wel eens woorden aan uw lippen ontsnapten die, om het positief te brengen, hier voor het eerst gehoord werden. Maar dat gebeurde gelukkig niet vaak.

Zoals gezegd was u al voordat u het Binnenhof betrad een politiek leider, leider van een beweging. Daar kwam in 1994 een Tweede Kamerfractie bij. Met Remi Poppe een een-tweetje, maar de groei zat erin, met als hoogtepunt tot nu toe een fractie van 25 leden in 2006. Als een trotse coach presenteerde u op televisie geen elftal maar 25 spitsen.

Dat coachen en stimuleren van andere Kamerleden beperkte zich niet tot de collega-Kamerleden van uw fractie, u gaf ook regelmatig hoorbaar feedback aan leden van andere fracties. En ik geloof waarachtig dat u dat niet altijd cynisch bedoelde. Ook bewindslieden ontkwamen niet altijd aan uw feedback. U stond steevast op het juiste moment achter het spreekgestoelte of achter de interruptiemicrofoon om welbespraakt en met veel beeldspraak uw standpunten uit de doeken te doen. Humor was u niet vreemd. Al in de eerste zin die u hier uitsprak, in mei 1994: "Mijnheer de Voorzitter. Wie had gedacht dat je hier je eerste toespraak houdt en dan meteen spreekt over asperges!"

Geachte heer Marijnissen, om gezondheidsredenen deed u in 2008 al een stapje terug en hebt u het fractievoorzitterschap neergelegd. Nu vindt u het tijd om definitief plaats te maken voor andere politieke talenten. Ik ben er zeker van dat wij in de toekomst nog veel van u zullen horen. Het zit in uw bloed om de maatschappij te willen beïnvloeden, vanuit een stellige overtuiging. Daarvoor hebt u het Kamerlidmaatschap niet nodig. Het ga u goed!

(staande ovatie)

De voorzitter:

En dan, nu toch echt: mijnheer Bas van der Vlies, nestor van de Tweede Kamer! Na 29 jaar verlaat u ons. U bent Kamerlid sinds 10 juni 1981, waardoor u hier 10.600 dagen uw karakteristieke geluid hebt laten horen. U bent veruit het langst zittende lid van allen die vandaag afscheid nemen.

In uw parlementaire periode bent u bekend geworden als een alom gerespecteerd Kamerlid. Robuust in uw opvattingen, op de Bijbel gegrondveste overtuigingen uitdragend, vriendelijk in de omgang. U hebt daarbij een reputatie opgebouwd als staatsrechtkenner en bewaker van de mores in de Tweede Kamer. U bent een voorvechter van het handhaven van fatsoensnormen in de Kamer, u staat bekend om uw passie voor hoffelijke debatten over de inhoud. Over het Kamerlidmaatschap hebt u opgemerkt dat dit tegelijk boeiend én vermoeiend is. Hoe veelomvattend het werk van een voorzitter van een kleine fractie kan zijn blijkt bijvoorbeeld uit het door uzelf geschreven artikel "Dagboek van een fractievoorzitter" in het Reformatorisch Dagblad van 30 januari 1987. In die week waren onder andere aan de orde de instelling van een parlementaire enquête naar overheidssubsidies in de bouw en het begrotingsdebat over sociale zaken. U merkt daarover op: "Ik heb bij beide punten slechts zeer beperkte spreektijd. Wat is het toch vervelend dat je zulke belangrijke zaken in luttele minuten moet afdoen als lid van een kleine fractie."

De waarde van het debat staat bij u hoog in het vaandel. In uw eigen woorden: "Het geeft voldoening als een goed debat wordt gevoerd, waarin eerlijk naar elkaar wordt geluisterd, aan het eind waarvan de goede beslissing valt. De beslissing die je hoopte. Dat is overigens ook nogal eens anders. Je kunt dankbaar op je inzet terugzien als het je gelukt is om het meest gewichtige dat er voor je is, je diepste intenties, op een voor iedereen begrijpelijke wijze over het voetlicht te hebben gekregen. Zodat het anderen ráákt en beïnvloedt. Omgekeerd werkt ook de ánder met zijn verhaal op jou in. Dat is een ongemeen boeiend proces." Een voorbeeld van een dergelijk debat was dat over de algemene politieke beschouwingen op 17 september 1997 met Kamerlid Jan Marijnissen. Tijdens een interruptiedebat over de varkenspest stelde Jan Marijnissen u de vraag waar in uw ogen de eigen verantwoordelijkheid begint en die van het kabinet, van de politiek en waar het Gods wil is. Het gaf u gelegenheid uw diepste overtuigingen over het voetlicht te brengen. De naar uw indruk oprechte belangstelling van een andersdenkende voor uw woorden deed u goed.

U hebt vele woordvoerderschappen vervuld. Passie en resultaten kenmerken uw betrokkenheid bij de beleidsterreinen Landbouw en bij Volksgezondheid. De zogenoemde "Gulden-Vliesregeling" als naam voor de bedrijfsovernameregeling voor jonge boeren spreekt daarbij boekdelen. Ook het "Mantelzorgcompliment", een geldelijke blijk van waardering, € 250 op jaarbasis, voor vrijwilligers in de zorg die geen geld voor hun inzet willen hebben, is aan uw initiatief te danken. In die gevallen zou je kunnen spreken van "een tandje erbij, minister", een wijze van spreken die u kenmerkt. Uw manier van oppositie voeren had concreet effect: een tandje erbij! Vele ministers en staatssecretarissen mochten aanmoedigingen in deze bewoordingen van u ervaren. U was in de periode 2007 tot 2009 – van begin tot eind – actief lid van de Stuurgroep Parlementaire Zelfreflectie. De reflectiepunten van de stuurgroep waren ook u een zorg.

Stoppen is voor u geen makkelijke beslissing geweest, na bijna 30 jaar Kamerlidmaatschap. Eigenlijk komt dit vertrek te vroeg voor u. U sprak het afgelopen jaar nog nadrukkelijk over uw voorlaatste begrotingsbehandeling. Het bleek de laatste te zijn. U neemt afscheid terwijl u nog met zichtbaar genoegen en in goede gezondheid uw Kamerwerk doet. U hebt uw dankbaarheid daarvoor vele malen uitgesproken.

Mijnheer Bas van der Vlies, met u verlaat een instituut en een innemende collega de Kamer. We zullen u missen. Ik wens u vele mooie jaren, met u en uw familie, in het u vertrouwde Maartensdijk.

Het is mij een groot genoegen dat ik de Kamer kan mededelen dat het Hare Majesteit de Koningin heeft behaagd om u te benoemen tot Ridder in de Orde van Oranje-Nassau. Mag ik u verzoeken, naar voren te komen en u voor het spreekgestoelte op te stellen, zodat ik u de versierselen kan opspelden die behoren bij deze benoeming.

(De bij de onderscheiding behorende versierselen worden door de Voorzitter opgespeld.)

(staande ovatie)

De voorzitter:

Graag wil ik u ook vanaf deze plaats van harte feliciteren met uw koninklijke onderscheiding.

Dan is nu het woord aan het in anciënniteit oudste vertrekkende lid, de heer Bas van der Vlies.

De heer Van der Vlies (SGP):

Mevrouw de voorzitter, geachte medeleden. Mij valt de eer te beurt, vanuit de grote groep vertrekkende Kamerleden het woord te mogen voeren. Ik doe dat niet namens hen, want ik ben tekortgeschoten in het sonderen van wat er leeft onder mijn collega's die met mij afscheid nemen. Als je namens de ander spreekt, behoort dat te gronden op afstemming. Dat is niet optimaal geschied. Dat verhindert mij echter niet, mevrouw de voorzitter, u namens hen allen hartelijk dank te zeggen voor uw vriendelijke en trefzekere woorden tot ieder van ons. U hebt dat heel persoonlijk ingekleurd, ieder persoonlijk en iets persoonlijks. Ik vind het bijzonder knap dat u dat voor ons hebt willen doen. Hartelijk dank daarvoor.

(applaus)

De heer Van der Vlies (SGP):

Mevrouw de voorzitter. Graag willen de gedecoreerden u verzoeken hun erkentelijkheid aan Hare Majesteit over te brengen voor het feit dat zij een koninklijke onderscheiding ontvingen. Ik spreek graag de oprechte wens uit dat het u allen gegeven mag zijn er getuige van te zijn dat zij, die gedecoreerden dus, hun onderscheiding in gezondheid en met eer nog vele jaren dragen.

Voorzitter, collega's. Ongetwijfeld zijn velen van hen die de Kamer verlaten, hier met gemengde gevoelens. Voor de een is het afscheid de consequentie van een persoonlijk genomen beslissing. Zelf nam ik na rijp beraad rond de jaarwisseling die beslissing. Toen ik ermee naar buiten kwam, kreeg ik in een mum van tijd heel veel gezelschap. Zo had ik dat dus niet bedoeld! Voor de ander is het een gevreesd gevolg van een zekere volgorde in kandidaatstelling. Een interne kwestie per partij dus. Voor de anderen waren het de kiezers die een abrupt einde maakten aan een geambieerd lidmaatschap van het parlement. Gemengde gevoelens dus, soms opluchting, maar vaker pijn en frustratie of diepe teleurstelling.

Zo gaat dat in de politiek. De werkelijkheid is immers nogal eens hard. Natuurlijk zeggen wij dan: de kiezers hebben altijd gelijk. De kiezers hebben het dit keer wel moeilijk gemaakt. Bovendien is de doorstroming in de Kamer opnieuw heel groot. De ingestelde en uitgevoerde zelfreflectie ziet aan zulk een grote doorstroming nadelen kleven. Het is aan de Kamer in nieuwe samenstelling om die nadelen zo goed mogelijk te retireren en te compenseren. De Kamer zal er trouwens goed aan doen, zelfreflectie tot een periodiek weerkerende uitdaging te rekenen. Mevrouw de voorzitter, u hebt daaraan terecht diverse woorden gewijd bij aanvang van dit gebeuren. Er zijn naar mijn overtuiging namelijk nog veel kansen op een kwaliteitsslag. Ik denk in dit kader aan de motie-inflatie – om maar geen zwaarder woord te gebruiken – en aan de veel te ver doorgeschoten spoeddebattencultuur. Er staan er nog heel wat op de agenda en wij hadden er zo'n haast mee, weet u nog?

Waarde medeleden. Volksvertegenwoordiger zijn is geen gewone baan. Het is een gewichtig ambt. Het is zeker moeilijk en zwaar en die verantwoordelijkheid kan drukken, maar het is ook een voorrecht om een plaats in het parlement te hebben mogen innemen. Daarbij horen dan wel gezag en vertrouwen. Gezag moet je verwerven door daadkracht, onkreukbaarheid en kwaliteit. Er zijn in dit kader nog meer trefwoorden te bedenken. Gezag kan bovendien zomaar te grabbel worden gegooid door gebrekkige of tekortschietende besluitvorming. Vertrouwen moet je verdienen. Vertrouwen komt te voet, maar kan snel te paard gaan. Te vaak waren wij de oorzaak ervan dat paarden op hol sloegen. Burgers moeten zich bij de politiek veilig en geborgen weten. Pijnlijke maatregelen zijn niet altijd te vermijden, maar het gaat daarbij wel om openheid, transparantie en oprechtheid. Het gaat er dan wel om, te tonen waarom iets gebeurt en wat het eraan verbonden toekomstperspectief is. Het gaat er ook om dat wij excelleren in hoogwaardige omgangsvormen en een respectvolle stijl. Het staatsrechtelijke kader waarin wij opereren en ons eigen reglement bieden voldoende waarborgen tegen degeneratie van het debat, mits wij de opgelegde en beproefde wijsheid van het verleden erin blijven onderkennen en respect tonen tegenover elkaar en niet in de laatste plaats tegenover de leiding van de vergadering. Naar mijn oprechte overtuiging kan en moet er op dit vlak een tandje bij. Een scherp debat moet kunnen, maar onze taal is warempel meer dan rijk genoeg om ons verre te houden van platvloersheid. Er wordt op ons gelet. Laat die verantwoordelijkheid toch zwaar wegen!

Onmisbaar voor een goed functionerend parlement en voor de parlementariërs individueel zijn allen die zich in fractieteams of vanuit de ondersteunende diensten beijveren om ons werk hier te vergemakkelijken en mogelijk te maken. Een welgemeend woord van dank en waardering in hun richting is in hoge mate op zijn plek.

(applaus)

De heer Van der Vlies (SGP):

Het karakter van hun werk is dat het veelal op de achtergrond wordt verricht. Het is onopvallend, maar ook toegewijd en attent, hartelijk en voorkomend. De Kamer drukte haar dank en waardering uit in de bijval en die is bij dezen overgebracht.

In de richting van de collega's die morgen weer deel uitmaken van de Kamer in nieuwe samenstelling, spreek ik de wens uit dat veel wijsheid mag worden ontvangen om ons land en volk verder te helpen. Eerlijk is eerlijk: we zullen het – de een wat meer en de ander wat minder of een beetje; wat mij betreft "een heel beetje" – gaan missen: de contacten, de mogelijkheden en moeilijkheden, de dilemma's, het debat, de samenspraak, de gemeenschappelijk gevonden oplossingen, het proces dat tot die oplossingen of oplossingsrichtingen leidt, het geboeid zijn door te delen in het parlementaire debat waarin – dat heeft mij heel vaak gefrappeerd – een volledige doorsnee klinkt van wat in onze samenleving leeft. In het debat heeft de een het over uitgangspunten zoals humaniteit, mensenrechten of andere oriëntaties en refereert de ander – daarbij hebt u mij vaak waargenomen – aan Bijbelse waarden en normen die voor iedereen zegenrijk zijn en die appelleren aan ons geweten. Dat weten wij van elkaar, zo kennen wij elkaar en zo respecteren wij elkaar. Laat dat zo mogen blijven, een parlement waardig.

Uit de grond van ons hart wensen wij u allen daarom alle goeds toe. In mijn christelijke overtuiging en traditie bestaat dat goeds ten diepste uit de zegen van God. Daarom hecht ik eraan, achterom ziende naar die 29 jaren, om de laatste woorden die ik in dit parlement spreek, echt uit de grond van mijn hart – en wie daarmee wil of kan instemmen, graag – te laten zijn: Soli Deo Gloria.

(applaus)

De voorzitter:

Mijnheer Van der Vlies, heel veel dank voor uw woorden.

We zijn nu gekomen aan het eind van deze vergadering. Ik nodig u allen, in het bijzonder onze vertrekkende collega's, uit om in de wandelgangen rond de plenaire zaal op informele wijze van elkaar afscheid te nemen. U kunt dan ook uw zes gedecoreerde collega's geluk wensen. Vanzelfsprekend geldt die uitnodiging ook voor de nieuw gekozen leden, voor zover zij aanwezig zijn, gasten van de vertrekkende leden en alle andere personen die werkzaam zijn in de Kamer.

Sluiting 17.38 uur