Handeling

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarVergadernummerDatum vergadering
Tweede Kamer der Staten-Generaal2009-2010nr. 87, pagina 7344-7345

Aan de orde is het debat naar aanleiding van een algemeen overleg op 16 juni 2010 over het ontwerpbesluit tot wijziging van het Besluit financieel toetsingskader pensioenfondsen i.v.m. vaststelling van de parameters voor fondsen.

De heer Omtzigt (CDA):

Voorzitter. Mijn allerlaatste debat gaat over hetzelfde onderwerp als het debat waarmee ik de Kamer binnenkwam. De minister is mij voor geweest en heeft toegezegd dat het punt van het nabestaandenpensioen, dat ik samen met hem als collega zesenhalf jaar geleden behandelde, nu eindelijk zal worden geregeld. Dat is een zekere geruststelling. Het pensioenstelsel dient echter niet te worden beïnvloed door de waan van de dag die constant in Den Haag heerst. Geen enkel spoeddebat hebben wij met onze collega's de afgelopen jaren over de pensioenen gevoerd. Daar zijn wij best trots op.

Wij moeten echter wel kijken hoe wij het pensioenstelsel bewaren. De minister heeft een goede AMvB vastgesteld met een paar goede aanpassingen, maar nadat de overheid voor zeer veel zaken garant is gaan staan, is er op dit moment nog één grote bedreiging: de Europese kredietcrisis. Wij zijn overal garant voor gaan staan en moeten daar in de toekomst niet ook de Nederlandse pensioengelden voor gebruiken. Die zijn opgebracht door Nederlandse werkgevers en werknemers. Daarom dien ik de volgende motie in, als aansporing voor de huidige en de toekomstige regering.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat er in Europa grote sommen geld nodig zijn voor garanties en leningen aan financiële instellingen en soevereine staten;

van mening dat het Nederlandse pensioengeld opgebracht is door werkgevers en werknemers en uitsluitend bestemd is voor Nederlandse pensioenen;

verzoekt de regering, elke Europese stap die gaat in de richting van het oplossen van de kredietcrisis door het Nederlandse pensioengeld als garantie te gebruiken of (semi)gedwongen te beleggen, met kracht te blokkeren,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door de leden Omtzigt, Ulenbelt, Linhard, Blok, Sap, Ouwehand, Van der Vlies, Cramer en Tony van Dijck.

Zij krijgt nr. 146(30413).

Minister Donner:

Voorzitter. Bij een zo bijzondere motie, waarschijnlijk inderdaad de laatste die door de Kamer in de huidige samenstelling is ingediend, en dan ook nog een die zo breed is ondersteund, is de verleiding uiteraard groot om de aanneming van de motie te ontraden. Dan hebben wij tenminste nog iets om over te praten. De heer Omtzigt sprak van een aansporing voor de huidige regering en de komende regering. Ik hoop dat hij met mij hoopt dat wij deze materie nog onder de regering van Hare Majesteit Koningin Beatrix kunnen regelen. Pas daarna is er sprake van een nieuwe regering. Nu hebben wij alleen met een wisseling van kabinetten te maken.

Wat de substantie betreft: ik weet dat op dit moment de Europese Commissie een groenboek in voorbereiding heeft, met betrekking tot het beleid op het terrein van pensioenen. De inzet van Nederland, ook in de voorlichting, is tot dusverre heel duidelijk geformuleerd langs de lijnen die in de motie zijn verwoord. Derhalve denk ik dat ik de motie kan beschouwen als ondersteuning van het beleid en als een ruggensteun voor krachtdadig en wilskrachtig optreden van het kabinet, ook van het demissionaire kabinet, in Brussel.

Ik wil dat echter niet doen zonder te onderstrepen wat de heer Omtzigt heeft gezegd en in het bijzonder aan hemzelf de waardering te geven voor de wijze waarop het kabinet, ook in de periode waarin ik daarvan deel uitmaakte, heeft kunnen overleggen over de pensioenen. Het is een belangrijke verantwoordelijkheid. Het systeem heeft de afgelopen crisis grosso modo robuust doorstaan. Niet in de minste plaats is dat te danken aan de voortdurende aandacht en deskundigheid die er ook van de zijde van de Kamer, in het bijzonder van de heer Omtzigt, is geweest bij het controleren van de regering. Zijn opvolgers zullen een zware taak hebben om deze standaard te bereiken. De Kamer kan ervan uitgaan dat het kabinet in de tussentijd misbruik zal maken van de verminderde standaard.

De voorzitter:

Het begon zo goed, met een inleiding in het staatsrecht, maar dan eindigt het weer op deze wijze. Maar goed, ik dank de minister voor zijn beantwoording.

De beraadslaging wordt gesloten.

De voorzitter:

Om 15.00 uur staan wij eerst kort stil bij het overlijden van een Nederlandse militair. Daarna doe ik enkele mededelingen en vervolgens stemmen wij over de ingediende motie.

De vergadering wordt van 13.50 uur tot 15.00 uur geschorst.

De voorzitter:

Ik deel aan de Kamer mee dat de volgende leden zich alsnog hebben afgemeld:

De Roon en Blom.

Deze mededeling wordt voor kennisgeving aangenomen.

De voorzitter:

Wij staan nu stil bij het overlijden Voorzittervan een Nederlandse militair in Uruzgan. Ik verzoek de leden en de aanwezigen op de publieke tribune, voor zover mogelijk, te gaan staan.

Geachte medeleden, zaterdag 22 mei jongstleden hebben wij het droevige bericht ontvangen dat korporaal der eerste klasse Janzen van het 42ste pantserinfanteriebataljon Limburgse Jagers, gelegerd te Oirschot, samenmet een Franse kapitein en een Afghaanse tolk is omgekomen in Afghanistan. Onze gevoelens van deelneming gaan uit naar hen die hem dierbaar waren, familieleden, vrienden en collega's, zowel in Nederland als in Afghanistan. Ik heb samen met de voorzitter van de vaste commissie voor Defensie namens u allen onze deelneming aan de familie betuigd.

Ik verzoek u allen, uw plaats weer in te nemen.

Ontvangen is een bericht van het overlijden, op 16 mei jongstleden, van het oud-lid van de Tweede Kamer, de heer Peschar. De heer Peschar was lid van de Tweede Kamer voor de fractie van de PvdA van 16 september 1952 tot 1 februari 1968. Ik heb voorts ontvangen een bericht van het overlijden, op 31 mei jongstleden, van het oud-lid van de Tweede Kamer de heer Koetje. De heer Koetje was lid van de Tweede Kamer voor de fractie van het CDA van 30 juli 1986 tot 17 mei 1994. Namens de Kamer heb ik een bericht van deelneming aan beide families gezonden.

Op de tafel van de Griffier ligt een lijst van ingekomen stukken. Op die lijst staan voorstellen voor de behandeling van deze stukken. Als voor het eind van de vergadering daartegen geen bezwaar is gemaakt, neem ik aan dat daarmee wordt ingestemd.

Niemand heeft zich tot op heden aangemeld voor de regeling van werkzaamheden. Mijnheer Vendrik, u hebt een kans laten lopen en daar kunt u nu niets meer aan doen.