Handeling

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarVergadernummerDatum vergadering
Tweede Kamer der Staten-Generaal2008-2009nr. 86, pagina 6690-6693

Aan de orde is de aanbieding van de jaarverslagen over het jaar 2008 en de rapporten van de Algemene Rekenkamer bij de jaarverslagen.

Minister Bos:

Voorzitter. Al jaren proberen wij van Verantwoordingsdag een bijzondere dag te maken, niet alleen met betrekking tot alle informatie die die dag over de Kamer uitgegoten wordt, maar ook als het gaat om alle oordelen die die dag over het kabinet worden geveld. Dat geldt zeker ook in de manier waarop wij aandacht vragen voor het feit dat het in de politiek niet alleen hoort te gaan over wie de mooiste plannen weet te maken, maar minstens zozeer over wie er daadwerkelijk verantwoordelijkheid neemt en resultaten boekt, of niet. Vanuit die gedachte sta ik hier vandaag opnieuw om het financieel jaarverslag over 2008 aan te bieden. Maar niet heus. De Kamer heeft dit allemaal afgelopen vrijdag al gekregen en veel heeft hierover in de kranten gestaan. Vaak is al publiek gereageerd op wat ik de Kamer vandaag aanbied.

Enfin, zou Martin Bril zeggen, daar grimlach ik mij wel overheen. Het is ondertussen wel een illustratie van het feit hoe moeilijk wij het ook dit jaar weer hebben om van Verantwoordingsdag een zinnig moment in het parlementaire jaar te maken. Dat is ondertussen wel een belangrijke kwestie. Immers, wij vinden het allemaal belangrijk om burgers niet slechts hoogdravende plannen voor te leggen, maar minstens zozeer om tegenover hen verantwoording af te leggen over wat er met hun belastinggeld is gebeurd. Dat zeggen wij, jaar op jaar. Toch slagen wij er maar niet in om dat op een aansprekende en vooral ook politieke manier met elkaar te doen. Dit jaar doen wij het dus weer anders en volgend jaar zullen wij dat evalueren. Veel meer kansen om het goed te doen zullen wij onszelf niet gunnen, denk ik.

Krijgen wij het dit jaar met elkaar voor elkaar om het politieke debatten te laten zijn in plaats van boekhoudkundige debatten? Lukt het ons om de verleiding te weerstaan om van een debat dat over verantwoording zou moeten gaan een debat over de actualiteit van de dag te maken? Zijn wij in staat ons tot hoofdlijnen te beperken of verdwalen wij in details? Voordat er een misverstand ontstaat: ik spreek met deze opsomming niet zozeer de Kamer aan, als wel minstens zozeer mijzelf en mijn collega's. Dit in de wetenschap dat wij met elkaar het volgende jaar een heel moeilijke knoop door te hakken hebben als het ons ook dit jaar weer niet lukt.

Ik maak ten slotte een enkele opmerking over het jaar dat achter ons ligt. In onze politieke democratie verleent de Kamer, het parlement, als hoogste orgaan aan ons, het kabinet, toestemming om bepaalde verplichtingen aan te gaan en uitgaven te doen. Wij geven vervolgens redenen waarom wij dat willen en schetsen de doelstellingen die wij daarmee nastreven. Vervolgens leggen wij na afloop verantwoording af over of het inderdaad allemaal zo is gelopen.

Het jaar 2008 was een heel bijzonder jaar. Juist bij de allergrootste uitgaven, bijvoorbeeld de overname van de Nederlandse activiteiten van ABN AMRO en Fortis voor een kleine 17 mld., was er geen sprake van toestemming vooraf door het parlement, waar dat wel wettelijk vereist was. Het kabinet, in het bijzonder ikzelf, overtrad daarmee de wet. Juist omdat wij niet vooraf toestemming konden vragen, is het belangrijk dat wij achteraf zo goed mogelijk verantwoording afleggen. Om die reden gaan wij in het financieel jaarverslag uitgebreid in op de manier waarop wij geïntervenieerd hebben in de financiële sector en op de risico's die daarbij komen kijken. Onze conclusie is helder, maar ook daarover gaan wij graag het debat aan: de manier waarop wij hebben ingegrepen bij banken en verzekeraars brengt risico's met zich mee voor de belastingbetaler; niet ingrijpen zou echter veel grotere risico's met zich hebben meegebracht. Niet alleen voor die banken en verzekeraars, maar voor het hele financiële systeem en daarmee voor de hele economie, voor spaarders, ondernemers, voor heel veel gewone mensen die erop moeten kunnen rekenen dat hun geld in veilige handen is. De Kamer heeft gelukkig voor die afweging steeds begrip getoond. Daarvoor ben ik dankbaar. De Rekenkamer toont dat begrip deze week ook. Daarvoor is mijn dankbaarheid zo mogelijk nog groter. Het neemt natuurlijk niet weg dat wij de risico's voor de belastingbetaler zo snel mogelijk omlaag zullen moeten brengen, enerzijds door ons zo snel als verantwoord mogelijk weer los te maken van de financiële instellingen waar wij nu financieel bij betrokken zijn, anderzijds door financiële markten in de toekomst zo te ordenen dat de belastingbetaler nooit meer deze rekening hoeft te betalen.

Voorzitter. Nederland maakt economisch een heel moeilijk jaar door. Daar komen wij echt wel weer uit. Niemand weet precies wanneer en hoe snel, maar wat wij wel weten is dat wij ook dan nog een rijk en welvarend land zullen zijn. Dat doet niets af aan het feit dat de crisis pijn doet en ons voor onverwachte vragen stelt. De wereld ziet er inmiddels heel anders uit dan wij aan het begin van deze kabinetsperiode dachten of zelfs vorig jaar op Prinsjesdag. En dus veranderen wij doelstellingen, passen wij uitgavenkaders aan, veranderen wij begrotingsregels, investeren wij in crisisbestrijding en nemen wij nu al besluiten om de schatkist , zo gauw als dat kan, op orde te brengen. Halverwege de rit veranderen wij daarmee doelstellingen en spelregels. Dat maakt verantwoording moeilijker, maar ook des te noodzakelijker. Ik hoop het komende jaar daarbij wederom op een constructieve samenwerking met u allen te mogen rekenen.

Mevrouw Stuiveling:

Voorzitter, leden van de Tweede Kamer, minister Bos. Met genoegen bied ik in aansluiting op de aanbieding van de jaarverslagen door minister Bos de rapporten van de Algemene Rekenkamer aan bij die jaarverslagen van de ministeries, de begrotingsfondsen en het financieel jaarverslag van het Rijk over 2008.

Ze komen dadelijk naar u toe, maar ik laat ze alvast zien.

(Toont cassette met de rapporten van de Algemene Rekenkamer.)

Mevrouw Stuiveling:

Ze zitten alle 28 in deze doos. Wij hebben er namelijk – alsof het niet genoeg was! – nog drie rapporten aan toegevoegd en wel de zevende editie van onze reeks Staat van de beleidsinformatie, ons rapport bij de Nederlandse lidstaatverklaring 2008, waarin verantwoording wordt afgelegd over de besteding van Europese middelen in Nederland en het rapport over de kredietcrisis 2008/2009, met daarin een overzicht van de maatregelen die zijn genomen in het laatste kwartaal 2008 en het eerste kwartaal 2009.

Het is helaas niet gelukt om onze bevinding en oordelen tot twitterformaat terug te brengen, maar ik hoop met een toelichting op hoofdlijnen wel binnen de maximaal toegestane duur van één YouTube-filmpje te blijven. Mijn toelichting bestaat normaliter uit het drieluik beleidsinformatie, bedrijfsvoering, rechtmatigheid. Aan deze volgorde houd ik vast, maar ik kan het daar dit jaar niet bij laten.

Zoals bekend bereikte in het laatste kwartaal van 2008 het virus van de kredietcrisis ook Nederland. Iedereen zal begrijpen dat de gevolgen daarvan voor de rijksfinanciën zich ook tot ons werk uitstrekken. Met ons oordeel over de verantwoording over die uitzonderlijk gebeurtenissen zal ik mijn toelichting afsluiten, al zei de minister reeds dat wij begrip hebben getoond. Ik presenteer u dus vandaag, hopelijk als uitzondering, een vierluik.

Beleidsinformatie. In 2000 hielden wij in de Kamer de Verantwoordingsdag ten doop. Het systematisch kijken naar niet-financiële beleidsinformatie stond toen in de kinderschoenen. De verwachtingen waren zeer hoog gespannen en ook toen al probeerde ik die verwachtingen enigszins te dempen. Ik citeer: "Deze verantwoordingsdag is een startschot voor een marathon die de departementen en u moeten lopen. Wie echter denkt dat de finish vandaag al in zicht is, moet ik enigszins ontnuchteren: jaarlijkse verantwoordingen over geld én beleid kunnen niet zonder goede begrotingen in concrete beleidsdoelen worden uitgedrukt." Een waarheid als een koe, die vandaag de dag nog niets aan geldigheid heeft ingeboet.

Wij zitten middenin een verantwoordingsexperiment, een tussensprint in de marathon. U wilt een beter bruikbare verantwoording, met meer focus op politieke prioriteiten. Bij dit experiment, dat loopt bij zes jaarverslagen, zien wij de relatie vervagen tussen het beleidsdoel en het geld dat daarmee verbonden is. Dat is echter wel de kern van uw budgetrecht! U stemt bij het aannemen van de begroting in met de besteding van een bepaald bedrag aan een bepaald doel. Doel en geld zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden. De kwaliteit van die relatie en daarmee de mogelijkheden van de Kamer om haar budgetrecht ten volle uit te oefen, baren ons dus zorgen. De stand van zaken in de niet-experimentele jaarverslagen is dat u meer beleidsinformatie hebt gekregen dan vorig jaar, maar u hebt er minder aan. Ministers leggen namelijk vaker dan vorig jaar uit dat zij geen concrete informatie over hun doelstellingen kunnen geven. Ook is er minder informatie beschikbaar over wat er met bestede middelen is gerealiseerd. Al met al is de bruikbaarheid van de informatie voor u dus afgenomen.

Van een derde van de doelen was niet te achterhalen welke activiteiten ervoor worden verricht en van twee derde van de doelen waarvan dat wel te achterhalen was, was niet duidelijk of die prestaties ook het doel werkelijk dichterbij hadden gebracht.

Een soortgelijke conclusie trekken wij in de Staat van de beleidsinformatie, waarin wij vier kabinetsprioriteiten onderzochten. Uw informatiepositie bij bijvoorbeeld vernieuwing van de rijksdienst achten wij beperkt. Wij constateren overigens tegelijkertijd dat u ook zelf meewerkt aan het inperken van uw informatiepositie, bijvoorbeeld door akkoord te gaan met de decentralisatie van het armoedebeleid zonder dat op dat moment duidelijk is welke informatie daarover daarna nog voor u beschikbaar komt. Kortom: de marathon is nog geen gelopen race.

Ik kom dan bij het tweede luik: de bedrijfsvoering. Er is, meen ik, een roep om informatie op één A4'tje aan u te geven. Eén A4'tje lukt niet, maar wij hebben de informatie over de bedrijfsvoering van de departementen per departement weten samen te vatten op twee A4'tjes. Wij hebben namelijk een kwaliteitskaart bedrijfsvoering ontwikkeld. Een introductie van een noviteit, niet alleen in Nederland, maar ik ken het ook niet van mijn collega's.

Per departement is een soort röntgenfoto gemaakt van de bedrijfsvoering, waardoor wij nu weten hoeveel kritische en relevante bedrijfsvoeringdomeinen er eigenlijk zijn. Daarop staan in pop-ups de onvolkomenheden geduid. Zo kunt u snel zien waar het goed gaat en waar een eventueel probleem gelokaliseerd is. Dit instrument draagt daarmee ook bij aan transparantie en biedt mogelijkheden voor het trekken van vergelijkingen.

Ook hebben wij een tweede kaart gemaakt, waarop staat welk begrotingsartikel door een eventuele onvolkomenheid wordt geraakt. Met deze diagnose kunt u optimaal gebruik maken van uw budgetrecht. Het was ons namelijk altijd een doorn in het oog dat wij wel konden aangeven hoeveel onvolkomenheden er waren, maar niet hoeveel er eigenlijk maximaal per departement zouden kunnen zijn.

Dat kunnen wij nu wel. Bij elkaar kent de rijksdienst in 2008 zo'n kleine 1500 bedrijfsvoeringdomeinen en daarmee potentieel evenzoveel kansen op een onvolkomenheid in de bedrijfsvoering. Je moet er natuurlijk niet aan denken: 1500 onvolkomenheden zou een nachtmerrie zijn. Als wij echter aannemen dat de bedrijfsvoering redelijk op orde is bij een aantal onvolkomenheden onder de 5%, leidt een aantal onder de 75 tot een heel redelijke conclusie over de bedrijfsvoering.

Wij constateren gelukkig in 2008 62 onvolkomenheden in de bedrijfsvoering van het Rijk. Daaraan kunnen wij dit jaar voor het eerst de conclusie verbinden dat de bedrijfsvoering van het Rijk voor ruim 95% op orde is. Dat lijkt ons een redelijke score.

De 62 onvolkomenheden, overigens een lichte verbetering ten opzichte van vorig jaar, zijn echter niet mooi over de departementen verspreid. Ik noem het ministerie van Defensie, waar wij twee jaar geleden een bezwaaronderzoek zijn gestart. De onvolkomenheden daar zijn nog niet weggewerkt. Er moet nog veel verbeteren, maar er gloort licht aan het eind van de tunnel. Wij gaan niet door met ons bezwaaronderzoek. Dat is niet meer nodig.

Bij het ministerie van Financiën, meer in het bijzonder de Belastingdienst, zijn wij vorig jaar vanwege de structurele problemen aldaar een bezwaaronderzoek gestart. De cultuur van de Belastingdienst blijkt vooral gericht te zijn op het oplossen van problemen en wat minder op het voorkomen van problemen. Aan dat laatste wordt inmiddels hard gewerkt. Toch hebben wij besloten het bezwaaronderzoek met een jaar te verlengen.

Het ministerie van Justitie. Het inkoopbeheer van het ministerie, waaronder begrepen de naleving van Europese aanbestedingsregels, is al enige jaren niet op orde. Ieder jaar worden verbeteringen aangekondigd, maar wij zien daarvan te weinig resultaat. Daarom heeft de Algemene Rekenkamer dit als ernstige onvolkomenheid aangemerkt en besloten om een bezwaaronderzoek te starten naar de dieperliggende oorzaken.

Het ministerie van VROM. Over 2007 was de financiële functie, oftewel de aandacht voor financiële processen, een onvolkomenheid bij het ministerie van VROM. In 2008 zijn wel verbetermaatregelen getroffen, maar niet volledig gerealiseerd. Realistische tijdpaden hanteren en die bewaken, interne regelgeving ook naleven, het kost VROM allemaal moeite. Het ministerie van VROM kampt in onze ogen met een cultuurprobleem waarnaar het nog maar eens goed moet kijken. Mede omdat het om hardnekkige problemen gaat waarop wij al vanaf 2004 wijzen, hebben wij het dit jaar aangemerkt als ernstige onvolkomenheid.

In de categorie hardnekkig valt overigens ook het ministerie van Buitenlandse Zaken, met vier vijf jaar oude onvolkomenheden. Daarmee doe ik het luik "bedrijfsvoering" dicht en stap ik over naar het derde luik: "rechtmatigheid".

Met de Europese verkiezingen in zicht begin ik met het beheer en de rechtmatigheid van Europese gelden in lidstaat Nederland. Lidstaat Nederland geeft sinds twee jaar deze verklaring uit over beheer en rechtmatigheid van de besteding in Nederland. Dit jaar is de lidstaatverklaring verder vervolmaakt. Dat gaat wat ons betreft de goede kant op. Ons oordeel over de verklaring is positief. Wel blijven wij hopen dat de verklaring zich ook over de afdrachten naar Europa zal gaan uitstrekken.

De rechtmatigheid in Nederland is, even afgezien van een van de maatregelen in het kader van de kredietcrisis, nog steeds op hoog niveau. 24 van de 28 jaarverslagen voldoen aan de eisen die de wet stelt. Vier voldoen niet. Dat is meer dan vorig jaar, toen het er één betrof. Daarmee wordt bedoeld dat onrechtmatigheden en fouten samen de gestelde grens op jaarverslagniveau te boven gaan. Bij Financiën is de oorzaak voor de hand liggend: de kredietcrisis. Bij Volksgezondheid wordt het probleem in 2010 opgelost. Minder incidenteel is het probleem bij de jaarverslagen van VROM en WWI, waar wettelijke grondslag en subsidieverstrekking niet in de juiste volgorde worden afgehandeld. De jaarverslagen van Volksgezondheid, VROM en WWI samen zouden echter ons ongekwalificeerd goedkeurend oordeel over het financieel jaarverslag van het Rijk 2008 niet in gevaar kunnen brengen; de uitgaven in het kader van de kredietcrisis potentieel wel.

Tot slot het vierde luik. De teller aan uitgaven van de rijksrekening en maatregelen in het kader van de kredietcrisis stond eind 2008 op ruim 38 mld. Dat is 16% van de rijksbegroting en ruim zesmaal onze afdracht aan Europa. Kortom, een enorm bedrag. Bij één maatregel werd voorbijgegaan aan de verplichtingen van de Comptabiliteitswet. De minister van Financiën – hij zei het zelf ook – volgde bij de verwerving van Fortis en ABN AMRO van 23,3 mld. niet de zogenaamde voorhangprocedure, waardoor u vooraf geïnformeerd zou zijn. Normaal had dit zonder enige twijfel tot bezwaar van de Algemene Rekenkamer geleid. Wij beseffen echter dat het kabinet in moeilijke omstandigheden ingrijpende maatregelen heeft moeten nemen. Wij hebben dan ook, in aanmerking genomen de omstandigheden, omdat de Staten-Generaal al had ingestemd met de gang van zaken en gezien de wijze waarop de minister van Financiën zich hierover in zijn jaarverslag zelf heeft verantwoord en dat ook hier vandaag nog opnieuw heeft gedaan, besloten om af te zien van het maken van bezwaar en te volstaan met het plaatsen van een kanttekening, die geacht wordt onderdeel uit te maken van ons goedkeurende oordeel over het financieel jaarverslag van het Rijk 2008. Voor de geschiedschrijving dus.

Mevrouw de voorzitter. Er valt nog veel meer te vertellen en toe te lichten. Wij verheugen ons op de vele commissievergaderingen waarvoor wij inmiddels zijn uitgenodigd om dat te doen. Het doet mij genoegen dat ik vandaag voor de tiende keer door u in de gelegenheid wordt gesteld, onze rapporten en ons oordeel over de rijksrekening op Verantwoordingsdag te kunnen aanbieden, uiteraard met dit overzichtelijk affiche dat ik nu in mijn hand heb.

De voorzitter:

Ik dank de minister van Financiën en de president van de Algemene Rekenkamer voor de aangeboden stukken inzake de verantwoording over de Rijksbegroting 2008. Het is toe te juichen dat in samenwerking met de Kamer een verdere verbetering van het verantwoordingsproces tot stand is gebracht. De stukken van het kabinet, de jaarverslagen en het financieel jaarverslag van het Rijk zijn ruim tevoren, vanaf afgelopen vrijdag, ter beschikking gesteld aan de Kamer zodat de Kamerleden zich goed kunnen voorbereiden op het verantwoordingsdebat. Nieuw daarbij is dat dit jaar ook de brief van de minister-president, zonder embargo, afgelopen vrijdag bij de stukken was opgenomen. Ook de Algemene Rekenkamer heeft eerder dan gebruikelijk, namelijk gistermiddag, de stukken aan de Kamer gezonden.

Ik maak de Kamer overigens erop attent dat in het kader van het verantwoordingsproces hedenmorgen de Jaarrapportage 2008 Regeling grote projecten door de commissie voor de Rijksuitgaven aan de Kamer is aangeboden. Eerder heeft de Kamer besloten om het plenaire debat over de verantwoording te voeren op donderdag 28 mei 2009. De weken na het plenaire debat zullen de vaste commissies de stukken behandelen. De afrondende besluitvorming over de jaarverslagen en de slotwetten is voorzien in de laatste vergaderweek voor het zomerreces.

Zoals gebruikelijk zullen de rapporten van de Algemene Rekenkamer de leden van de Kamer zeer behulpzaam zijn bij de beoordeling van het gevoerde beleid in 2008. Ik wens de Kamer veel succes bij het belangrijke werk dat haar de komende weken te wachten staat bij de behandeling van de stukken die vandaag zijn aangeboden.

De vergadering wordt van 13.23 uur tot 13.30 uur geschorst.