Regeling van werkzaamheden
De voorzitter:
Het woord is aan mevrouw Van Velzen.
Mevrouw Van Velzen (SP):
Voorzitter. Op 13 december vorig jaar heb ik schriftelijke vragen
gesteld aan de minister van Buitenlandse Zaken en de staatssecretaris van
Economische Zaken over een leverantie van tanks via Nederland aan Eritrea.
Deze doken vervolgens op in de VN-bufferzone in Ethiopië en zorgden daar
voor extra spanningen. Na meer dan zes weken zijn die vragen nog steeds niet
beantwoord. Ik verzoek de bewindslieden om de vragen nog deze week te beantwoorden.
De voorzitter:
Ik stel voor, het stenogram van dit gedeelte van de vergadering door te
geleiden naar het kabinet.
De voorzitter:
Het woord is aan de heer Pechtold.
De heer Pechtold (D66):
Voorzitter. Twee weken geleden heb ik mondelinge vragen aangemeld over
het standpunt van de regering over de nieuwe Amerikaanse strategie in Irak.
President Bush wil tot verbazing van iedereen opeens 21.000 soldaten extra
sturen. Mevrouw Clinton, een belangrijke kandidaat voor het presidentschap,
zei gisteren echter: nee, wij moeten er morgen uit. De vragen heb ik op verzoek
van de minister-president persoonlijk omgezet in schriftelijke vragen, met
zijn uitdrukkelijke toezegging dat de regering zorgvuldig en uitgebreid zou
antwoorden. Ik moet constateren dat dit niet is gebeurd. Veel vragen blijven
onbeantwoord en veel vage antwoorden roepen nog meer vragen op. Daarom vraag
ik u om de antwoorden op de vragen over Irak, binnengekomen op 24 januari
van dit jaar, op de plenaire agenda te zetten. De Kamer kan daar dan verder
over spreken in een debat met de regering.
De heer Ormel (CDA):
Ik heb de vragen en de antwoorden daarop van de regering ook gelezen en
ik heb daar een ander waardeoordeel over dan de heer Pechtold. Daar komt bij
dat de vaste commissie voor Buitenlandse Zaken aanstaande donderdag een procedurevergadering
heeft. Het lijkt mij dat de heer Pechtold dit punt daar aan de orde kan stellen.
De voorzitter:
Ik meen dat het gebruikelijk is om dit soort zaken in de procedurevergadering
te bespreken. Daarom stel ik voor om dat eerst te doen. Daarna kan de heer
Pechtold er eventueel plenair op terugkomen.
De heer Pechtold (D66):
In dat geval loop ik het gevaar dat ik met een kluitje in het riet word
gestuurd. Ik had vragen aan de minister van Buitenlandse Zaken gesteld. De
minister-president zou hier komen. Hij heeft mij opgebeld om mij clementie
vragen. Ik heb die getoond. Als tegenprestatie wil ik nu wel goede antwoorden.
Ik ben het ook niet eens met de heer Ormel, want vier vragen zijn volstrekt
niet beantwoord. Ik kan nu wel worden doorverwezen naar een procedurevergadering,
maar ik wil hier plenair over kunnen praten omdat het een belangrijk punt
is en omdat wij zien dat Amerika daar van dag tot dag nieuws over heeft. Zeker
gezien de gevoeligheden van de Nederlandse regering in het verleden, verdient
het onderwerp Irak gewoon een plenair debat. Ik vind niet dat ik moet proberen
om dat in een procedurevergadering te regelen.
De heer Ormel (CDA):
Het wordt een herhaling van zetten. Ik ben van mening dat een eventueel
besluit om over Irak te praten in de procedurevergadering van de vaste commissie
voor Buitenlandse Zaken behoort te worden genomen.
Mevrouw Peters (GroenLinks):
Mijn fractie steunt het verzoek van de D66-fractie. De kwestie-Irak en
het optreden van Amerika daarin zijn te veel wereldgeschiedenis en wereldpolitiek
en zijn dus een plenair debat in de Kamer waard.
De heer Van Bommel (SP):
Mijn fractie steunt het verzoek van de D66-fractie eveneens van harte.
De heer Van Baalen (VVD):
De VVD-fractie voelt er veel meer voor om het eerst in de procedurevergadering
te behandelen en te bekijken hoe wij het zullen behandelen in plaats van nu
uit de heup te schieten.
De voorzitter:
Inmiddels ondersteunen meer dan 30 leden het verzoek van de heer Pechtold.
Daarom stel ik voor, te voldoen aan zijn verzoek en na ommekomst van de formatie
een debat te organiseren.