Regeling van werkzaamheden
De voorzitter:
Ik stel voor, toestemming te verlenen tot het houden van wetgevings- c.q.
notaoverleg met stenografisch verslag op:
maandag 30 oktober 2000:
- van 11.15 uur tot 23.00 uur van
de vaste commissies voor Justitie en voor Volksgezondheid, Welzijn en Sport
gezamenlijk over het wetsvoorstel Toetsing van levensbeëindiging op verzoek
en hulp bij zelfdoding en wijziging van het Wetboek van Strafrecht en van
de Wet op de Lijkbezorging (Wet toetsing levensbeëindiging op verzoek
en hulp bij zelfdoding) (26691);
maandag 27 november 2000:
De voorzitter:
Het woord is aan de heer Dittrich.
De heer Dittrich (D66):
Gisteren is er een algemeen overleg geweest met de minister van Justitie
over internationale kinderontvoeringen en toepassing van het verdrag terzake.
Ik zou graag het verslag van dat algemeen overleg volgende week voor een tweeminutendebat
op de plenaire agenda willen hebben, opdat ik een motie kan indienen.
De voorzitter:
Ik stel voor, met het verzoek in te stemmen. Indien mogelijk, zal het
worden ingepast in de agenda van volgende week.
Het woord is aan mevrouw Vos.
Mevrouw Vos (GroenLinks):
Voor- zitter! Gisteren heeft de minister van Buitenlandse Zaken publiekelijk
gemeld dat hij het niet verstandig vindt dat de oppositie in
Servië een tweede ronde van de presidentsverkiezingen boycot. Mijn fractie
is nogal geschokt door deze uitlating. Wij vinden het uitermate onverstandig.
Ik zou u willen verzoeken de minister van Buitenlandse Zaken te mogen interpelleren.
De heer Valk (PvdA):
Mijn fractie heeft zich ook gestoord aan deze uitspraak. Met collega Koenders
heb ik gisteren schriftelijke vragen hierover ingediend. Mevrouw Vos vraagt
om een interpellatie. Ik wil mij daartegen niet verzetten, maar ik leg de
suggestie voor om dat in het algemeen overleg morgenmiddag met de minister
van Buitenlandse Zaken in het kader van de Algemene Raad aan de orde te stellen.
De heer Hoekema (D66):
Ook mijn fractie vindt de uitlatingen van minister Van Aartsen heel onverstandig.
Het is van belang dat daarover deze week helderheid wordt gegeven. Nu hebben
wij morgen een goede gelegenheid om daarover te praten. Joegoslavië staat
op de agenda en zal ongetwijfeld uitgebreid aan de orde komen. Misschien is
het praktisch om daarop te mikken.
De heer Verhagen (CDA):
Ook de CDA-fractie heeft met stomme verbazing kennisgenomen van de uitlatingen
van de minister van Buitenlandse Zaken. Het is noodzakelijk om snel tekst
en uitleg van de minister te krijgen. Daarvoor kan een interpellatie dienen.
Er kan ook aansluiting worden gezocht bij het algemeen overleg ter voorbereiding
van de Algemene Raad, omdat daar het gecoördineerde EU-optreden aan de
orde is. Ik vind het wel noodzakelijk dat deze week een Kameruitspraak wordt
gedaan, indien daaraan op basis van het gewisselde behoefte is.
De heer Wilders (VVD):
De VVD-fractie geeft er de voorkeur aan het te bespreken bij het algemeen
overleg van morgen.
Mevrouw Vos (GroenLinks):
Ik geef de voorkeur aan een interpellatie vandaag, omdat dit met de grootste
spoed uit de wereld moet worden geholpen. Op dit moment vinden in Joegoslavië
grote acties plaats. Het is van belang dat de minister heel snel op zijn uitlatingen
terugkomt. Daarnaast wil ik de mogelijkheid hebben een motie in te dienen.
Er kan dan morgen over worden gestemd. Ik houd vast aan mijn verzoek om het
vanavond te doen. Het hangt natuurlijk wel af van de mogelijkheden van de
agenda.
De voorzitter:
Ik stel voor, aan het verzoek van mevrouw Vos te voldoen, ook gehoord
haar motivering.
De heer Van Middelkoop (RPF/GPV):
Voorzitter! Ik heb mij zo-even niet bemoeid met het verzoek van mevrouw
Vos, maar ik denk dat wij, als dit wordt geaccordeerd, vrijwel elke dag interpellaties
kunnen houden omdat men een motie wil indienen. Mijn verzoek aan u is om in
de commissie voor de Werkwijze der Kamer of het Presidium het fenomeen interpellatie
ter studie voor te dragen. Ik vind het heel vervelend om iedere keer "nee"
te zeggen. Vandaar ook dat ik net mijn mond heb gehouden. Ik vind overigens
dat wij dit onderwerp heel goed bij het algemeen overleg over de Algemene
Raad kunnen betrekken.
De voorzitter:
Dit is een meer algemeen verzoek. Ik zeg graag toe dat aan dit verzoek
zal worden voldaan en dat dit onderwerp in het Presidium aan de orde zal komen.
Ik constateer, dat mijn voorstel om de interpellatie toe te staan is aangenomen.
Er zal een nader voorstel worden gedaan over het tijdstip waarop de interpellatie
wordt gehouden.
Ik denk dat het goed is dat ik zeg dat de Kamer er zeer sterk rekening
mee moet houden dat de interpellatie vanavond wordt gehouden na de algemene
financiële beschouwingen en de behandeling van de begroting van Financiën.
Met het oog hierop stel ik voor, de behandeling van de Wijziging van de Algemene
Kinderbijslagwet (27095) af te voeren van de agenda van deze week, met verontschuldigingen
aan degenen die daarbij betrokken zijn. Ik zie dat de heer Harrewijn daar
met spijt mee kan instemmen.
Overeenkomstig het voorstel van de voorzitter wordt besloten.
Mevrouw Giskes (D66):
Voorzitter! Ongetwijfeld wordt een motie bij die interpellatie voorgesteld.
Ik neem aan dat daarover morgen wordt gestemd. Morgenavond vindt opnieuw een
interpellatie plaats. Mag ik aannemen dat de stemming over de bij die interpellatie
eventueel in te dienen motie gewoon volgende week plaatsvindt, ook gegeven
het feit dat het gaat om een brief uit 1995?
De voorzitter:
Ik stel voor, conform de veronderstelling van mevrouw Giskes te handelen,
in die zin dat zo nodig morgen na de lunchpauze wordt gestemd over moties
die worden voorgesteld bij de vanavond te houden interpellatie en dat zo nodig
volgende week dinsdag wordt gestemd over moties die worden voorgesteld bij
de interpellatie die morgen plaatsvindt.