De voorzitter:
Waarde collega's! Bedankt voor uw geduld.
U heeft gesproken en u heeft het laatste en het beslissende woord, als
het gaat om de keuze van uw eigen voorzitter. De meerderheid van u, dus de
Kamer, heeft zich voor mij uitgesproken. Ik aanvaard mijn benoeming, voorzover
dit nog niet duidelijk was uit het feit dat ik hier ben gaan zitten.
Ik verzeker u dat ik mij zeer zal inspannen om mijn verkiezing tot uw
voorzitter in waardigheid waar te maken. Uw áller voorzitter: van voorstanders
en van tegenstanders, van vrouwen en van mannen, van paars en van de oppositie,
van leden van kleine en van leden van grote fracties, van breedsprakigen en
van collega's die weinig woorden nodig hebben, van collega's wier charme ligt
in hun vasthoudendheid of juist in hun beweeglijkheid, kortom, van u allen,
op welke wijze u ook te rubriceren bent, maar vooral van u allen persoonlijk;
daar kunt u van op aan.
De keuze van een nieuwe voorzitter heeft lang geduurd. Het vertrek van
de vorige bleef lange tijd in de lucht hangen, zodat er geen vacature was,
maar wel discussie, discussie over de vraag: wat te doen, als zo'n vacature
zou ontstaan? Toen dit laatste eenmaal het geval was, brandde de discussie
pas echt los. Welke conclusie mag daaruit getrokken worden? Ik houd het erop
dat het de Kamer zeer ter harte gaat wie haar voorzitter wordt. Dat is een
discussie waard en die discussie wordt terecht gevoerd.
Zonder vooruit te willen lopen op toekomstige discussies, zou ik uw speciale
aandacht willen vragen voor twee specifieke problemen, die ook de komende
jaren veel aandacht van ons zullen vragen.
In de eerste plaats: de afstand tussen volk en volksvertegenwoordiging.
Natuurlijk is dat een verantwoordelijkheid van ons allen afzonderlijk, als
gekozenen, maar ook van onze fracties, zowel binnenshuis als buitenshuis.
Ondanks alle pogingen de relevantie van ons werk voor Nederland
beter over te brengen op de bevolking, onze kiezers, blijft de opmerking "Waar
zijn zij in de Kamer toch mee bezig?", te veelvuldig weerklinken. Dat is niet
alleen slecht voor het imago van de volksvertegenwoordiging, maar op den duur
ook ondermijnend voor de werking van onze democratie.
Nu is veel van wat wij hier bespreken, zeer gecompliceerd en versimpeling
kan leiden tot misverstanden onder elkaar en frustratie in de besluitvorming.
Dat moge zo zijn, maar dat neemt niet weg dat wij ons meer zullen moeten inspannen
om verstaanbaar te zijn voor degenen die wij als collectivum vertegenwoordigen.
Het wekelijkse vragenuurtje was ook bedoeld om de directe band met de kiezers
te versterken door relevante dingen van alledag op een vast tijdstip kort
en bondig met elkaar en met de regering te bespreken. Maar ook hier zien wij
dat het Buitenhofjargon dikwijls in de kortste keren wordt omgezet in Binnenhofjargon,
wat de animo bij de kijkers om aan de buis te blijven zeker niet zal vergroten.
Dat is jammer. Ik denk dat wij op het gebied van de verstaanbaarheid veel
vooruitgang boeken, maar nog niet voldoende. Derhalve zal dit punt naar mijn
oordeel hoog op onze gemeenschappelijke agenda moeten blijven.
Het tweede punt is het wegwerken van het zogenaamde democratisch deficit
in Europa; de onvoldoende democratische controle op de Europese Unie. Daar
zit een element in dat het Europees Parlement regardeert en een groot element
dat de nationale parlementen regardeert. Dat zijn in zekere zin concurrerende
firma's. Als de competitie tussen die twee is uitgewoed, hebben wij dan het
democratisch deficit opgevuld of alleen een nieuwe verdeling van verantwoordelijkheden
bereikt? Ook hier geldt naast het versterken van het controle-element, de
absolute noodzaak van transparantie en relevantie voor de burger. Als dat
niet snel verbetert, komt er van het Europa van de burgers en dus van een
duurzaam en echt democratisch Europa weinig terecht. Dit punt staat hoog genoteerd
op de agenda van de intergouvernementele conferentie en wij zullen er als
Kamer hard aan moeten werken dat het ook dienovereenkomstig aandacht krijgt.
Waarde collega's. Ik had u niet beloofd het kort te houden, maar ik wil
het wel doen. Ik wil eindigen met een interessante quote van mijn voorganger,
genoteerd in de Kamerbode van vorige week, die luidt: "Kamervoorzitter is
de mooiste functie in de politiek, je hoort alles, je ziet alles, en iedereen
is aardig voor je." Daar gaan we dan! Ik dank u zeer.