Handeling

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarVergadernummerDatum vergadering
Eerste Kamer der Staten-Generaal2014-2015nr. 24, item 8

8 Stemmingen Taaleis Wet werk en bijstand

Aan de orde is de stemming in verband met het wetsvoorstel Wijziging van de Wet werk en bijstand teneinde de eis tot beheersing van de Nederlandse taal toe te voegen aan die wet (Wet taaleis WWB) (33975). 

(Zie vergadering van 10 maart 2015.) 

De voorzitter:

Ik geef gelegenheid tot het afleggen van stemverklaringen vooraf. 

Mevrouw Strik (GroenLinks):

Voorzitter. Dit wetsvoorstel brengt gemeenten in een onmogelijke positie. Het dwingt gemeenten om bijstandsgerechtigden te dwingen tot het volgen van scholing zonder dat zij het daarbij behorende scholingsbudget gegarandeerd krijgen. Daarmee is ook de onmogelijke positie van de bijstandsgerechtigden geschetst. Hun plicht om zich te scholen moeten zij betalen van hun bijstandsuitkering. Als dat niet lukt, worden zij nog eens fors gekort op de bijstandsuitkering. 

Kortom, het voorstel ondermijnt de decentralisatiegedachte en discrimineert en stigmatiseert migranten. Mijn fractie kan dit wantrouwen ademende voorstel daarom ook niet steunen. 

De heer Kok (PVV):

Voorzitter. In het debat van afgelopen dinsdag heeft de fractie van de PVV forse kritiek geuit op dit wetsvoorstel. Ten opzichte van het regeerakkoord van 2012 is dit wetsvoorstel dusdanig afgezwakt dat men zich in alle gemoede kan afvragen wat precies de toegevoegde waarde is om de al bestaande verplichting tot beheersing van de Nederlandse taal nog eens in een apart wetje nader te willen expliciteren. Onze fractie constateerde dat de facto sprake is van verbaal vertoon en onnodige regelzucht. Hiermee wordt ten principale het primaat van de maatschappij en ook van betrokkenen zelf miskend. Om de staatssecretaris desondanks een duw in de goede richting te geven en zo een urgente verplichting stringenter handen en voeten te geven, stemt de fractie van de PVV met de nodige aarzelingen en reserves in met dit wetsvoorstel, in de wellicht ijdele hoop dat dit kabinet uiteindelijk de immense noodzaak van beheersing van de Nederlandse taal ten volle onderschrijft en het begrip "eis" letterlijk neemt en niet alleen verbaal. 

De heer Kuiper (ChristenUnie):

Voorzitter. Onze fractie heeft niet deelgenomen aan het debat en daarom willen wij onze tegenstem nu graag verklaren. Wij hebben veel van dit beleid gedecentraliseerd. Eisen stellen aan de bijstand of toetreding tot de arbeidsmarkt ligt nu bij de gemeenten. Er zijn genoeg instanties die daar vorm aan geven. Daarom stemmen wij tegen deze wet. Wij zullen ook tegen de motie-Strik stemmen omdat die opnieuw iets wil optuigen van het Rijk naar de gemeenten. In beide gevallen stemmen wij dus tegen. 

De heer De Lange (OSF):

Voorzitter. Ik ben vorige week aan het debat begonnen met een positieve grondhouding. Echter, nadat ik de verdediging van het wetsvoorstel door de staatssecretaris zorgvuldig beluisterd heb, heb ik besloten om tegen te stemmen. 

De heer Elzinga (SP):

Voorzitter. Vorige week hebben wij gesproken over het wetsvoorstel dat de taaleis in de WWB wil verplichten. Ik heb er uitgebreid bij stilgestaan dat het in de ogen van de SP-fractie om symboolwetgeving gaat; symboolwetgeving die helaas niets helpt om het doel ook maar een stap dichterbij te brengen, namelijk het verkrijgen van een betere vaardigheid van de Nederlandse taal. Dat is belangrijk voor de integratie van iedereen en voor het kunnen meedoen in deze maatschappij. Het wetvoorstel voegt niets toe. Het geeft de mensen om wie het gaat geen nieuwe instrumenten in handen. Het is symboolwetgeving die beter had gepast bij het kabinet-Rutte I. Het hoort niet bij dit kabinet thuis. In ieder geval krijgt het niet de steun van onze fractie. 

De voorzitter:

Ik stel voor, te stemmen bij zitten en opstaan. Ik wacht even tot de heer Elzinga zit, zodat ik kan zien of hij wil zitten of opstaan. 

Daartoe wordt besloten. 

In stemming komt het wetsvoorstel. 

De voorzitter:

Ik constateer dat de aanwezige leden van de fracties van de PVV, de VVD, de PvdA, het CDA en de SGP voor dit wetsvoorstel hebben gestemd en de aanwezige leden van de fracties van de ChristenUnie, GroenLinks, de SP, D66, 50PLUS, de PvdD en de OSF ertegen, zodat het is aangenomen.