Handeling

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarVergadernummerDatum vergadering
Eerste Kamer der Staten-Generaal2011-2012nr. 34, item 5

5 Stemmingen

Aan de orde zijn de stemmingen in verband met het wetsvoorstel Wijziging van onder meer de Wet op het voortgezet onderwijs in verband met onderwijskwaliteit, onderwijstijd en vakanties (32640),

en over:

  • - de motie-Backer c.s. inzake vaststelling van een herzien beoordelingskader door de Inspectie van het Onderwijs (32640, letter G).

(Zie vergadering van 19 juni 2012.)

De voorzitter:

Ik heet de minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen van harte welkom in de Eerste Kamer.

Er is verzocht om hoofdelijk te stemmen over het wetsvoorstel en dat zullen we dus ook doen.

Ik geef gelegenheid tot het afleggen van stemverklaringen vooraf.

Mevrouw Dupuis (VVD):

Voorzitter. De kwaliteit van dit wetsvoorstel heeft in mijn fractie tot veel kritiek en tot grote twijfel geleid. Tot en met vanochtend hebben wij met dit wetsvoorstel geworsteld. Wij hebben zwaar ingezet met onze kritiek. Ons grootste knelpunt was de kwestie van de medezeggenschap. Hierin is de minister ons tegemoetgekomen. Wij zullen de veegwet, die erop gericht dient te zijn om de professionaliteit van de leraar het volle pond te geven, zeer kritisch volgen. Bij de overige punten leggen wij ons voorlopig neer, omdat naar onze mening het veld voldoende ruimte krijgt om deze punten naar eigen inzicht in te vullen en omdat nu rust nodig is. Wij stemmen daarom voor.

Mevrouw Linthorst (PvdA):

Voorzitter. Ook wij danken de minister voor de verduidelijking van de positie van de medezeggenschapsraad met betrekking tot de maatwerkuren. Daarmee blijven er nog twee bezwaren voor onze fractie liggen. Het eerste bezwaar is dat de minister met dit wetsvoorstel ingrijpt in de arbeidsvoorwaarden van leerkrachten. Dat is toch echt de verantwoordelijkheid en de bevoegdheid van werkgevers en werknemers. Het tweede bezwaar, dat voor ons het zwaarst weegt, is dat er geen extra middelen komen, noch voor het realiseren van de extra uren onderwijstijd, noch voor het op poten zetten van een verzuimbeleid. Wij vrezen dat het onderwijs hierdoor wordt opgezadeld met een onmogelijke opdracht. Mijn fractie kan die niet voor haar rekening nemen.

Mevrouw Lokin-Sassen (CDA):

Voorzitter. Mijn fractie is het met de heer Backer van D66 eens dat het dringend gewenst is dat thans helderheid aan de onderwijssector wordt gegeven. Dit wetsvoorstel geeft die helderheid. Voor de leerlingen legt het wetsvoorstel het wettelijke minimumaantal uren en dagen vast waarop zij onderwijs krijgen. Aan de rechten van de cao-partners wordt in geen enkel opzicht tekort gedaan. Het wetsvoorstel spreidt de werklast van leraren en garandeert hun een wettelijk aantal roostervrije dagen. Ten slotte verplicht het wetsvoorstel scholen om vooraf een plan op te stellen in geval van lesuitval door het jaar heen. Mijn fractie zal kortom voor het wetsvoorstel en tegen de motie-Backer stemmen.

De heer Backer (D66):

Voorzitter. Zo blijk je het eens te zijn en toch tot een verschillende conclusie te kunnen komen. Mijn fractie is tijdens het uitvoerige debat met de minister niet tot een ander inzicht gekomen. Wij vinden dat er gerede twijfels zijn over de rechtmatigheid, de handhaafbaarheid en de uitvoerbaarheid van het wetsvoorstel. Wij hebben gezegd dat het voor de minister in de rede zou liggen om het wetsvoorstel aan te houden of in te trekken. De minister zet het echter door. Dat betekent dat wij tegen zullen stemmen.

Voor de gedachte dat er iets verloren zou gaan als het wetsvoorstel zou worden afgestemd, hebben wij ook een oplossing. Wij delen de gedachte niet dat dit ernstig zou zijn. Daar gaat de motie over. Mocht dit wetsvoorstel, zoals ik zou wensen, worden afgestemd, dan zal ik iets aan de motie wijzigen. Een aantal overwegingen zal dan overbodig zijn, maar het dictum zal hetzelfde blijven. Ik hoop dat dit aan de orde zal komen.

De heer Smaling (SP):

Voorzitter. Het was vorige week een pittig debat, met zeer tegengestelde visies op dit wetsvoorstel. Dat is een goede zaak. Dit maakt het ook spannend. Daarvoor zijn we hier. Ondanks de welwillendheid die de minister zoals altijd heeft getoond, hebben wij te weinig beweging kunnen zien om onze mening over het wetsvoorstel te wijzigen. Zoals de heer Backer zojuist ook al zei, is het jammer dat de minister zichzelf niet in een positie heeft durven brengen om het wetsvoorstel aan te houden. Zoals ik vorige week betoogde, is het een kwestie van het ventiel even openzetten op een paar plekken in het wetsvoorstel. Dan kan er even wat lucht uit en krijgen we het veld weer mee. We moeten dingen niet op de vierkante millimeter proberen te regelen. Het lijkt mij ook dat dit de VVD moet aanspreken. Dan zouden we Kamerbreed tot een enigszins gerepareerd wetsvoorstel hebben kunnen komen. Nou ja, we moeten nog stemmen. We zijn niet eens zo ver verwijderd van een goed wetsvoorstel. Toch kunnen we er helaas niet in meegaan. De motie-Backer zullen wij steunen, maar hopelijk is dat niet nodig.

In stemming komt het wetsvoorstel.

Vóór stemmen de leden: Sörensen, Van Strien, Swagerman, Terpstra, De Vries-Leggedoor, Beckers, Van Bijsterveld, Brinkman, Bröcker, Dupuis, Duthler, Essers, Faber-van de Klashorst, Flierman, Frijters-Klijnen, Fred de Graaf, Machiel de Graaf, Marcel de Graaff, De Grave, Hermans, Hoekstra, Holdijk, Huijbregts-Schiedon, Van Kappen, Klever, Kneppers-Heijnert, Knip, Van der Linden, Lokin-Sassen, Martens, Popken, Van Rey, Reynaers, Schaap en Schouwenaar.

Tegen stemmen de leden: Sent, Slagter-Roukema, Smaling, Sylvester, Thissen, Vliegenthart, Vlietstra, Vos, Backer, Barth, Beuving, De Boer, Van Boxtel, Elzinga, Engels, Ester, Ganzevoort, Thom de Graaf, Ter Horst, Koffeman, Koole, Kuiper, Linthorst, Meurs, Nagel, Noten, Postema, Putters, Quik-Schuijt, Reuten, Ruers, Scholten en Schrijver.

De voorzitter:

Ik constateer dat het wetsvoorstel met 35 tegen 33 stemmen is aangenomen.

Dan gaan we nu over tot de stemming over de motie-Backer. Ik constateer dat de heer Backer deze motie ongewijzigd wil laten en dat geen van de leden nog een stemverklaring wil afleggen over de motie. De meeste leden hebben deze stemverklaring geïncorporeerd in hun stemverklaring over de wet zelf.

In stemming komt de motie-Backer c.s. (32640, letter G).

De voorzitter:

Ik constateer dat de aanwezige leden van de fracties van de PvdA, de SP, D66, GroenLinks, de ChristenUnie, 50PLUS en de PvdD voor deze motie hebben gestemd en de aanwezige leden van de PVV, de VVD, het CDA en de SGP ertegen, zodat zij is verworpen. De vertegenwoordiger van de OSF is niet aanwezig.