Handeling

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarVergadernummerDatum vergadering
Eerste Kamer der Staten-Generaal2006-2007nr. 9, pagina 372-373

Aan de orde zijn de stemmingen in verband met het wetsvoorstel Wijziging van de Elektriciteitswet 1998 en van de Gaswet in verband met nadere regels omtrent een onafhankelijk netbeheer (30212),

- over:

- de motie Doek c.s. inzake inwerkingtreding van het wetsvoorstel Splitsing van energiebedrijven (30212, H).

(Zie vergadering van 14 november 2006.)

De voorzitter:

Ik geef gelegenheid tot het afleggen van stemverklaringen vooraf over de motie.

De heer Kox (SP):

Voorzitter. In het vorige debat heb ik aan met name de VVD-fractie beloofd om goed na te denken over deze motie en hierover nog een nachtje te slapen. Ik noemde deze motie, naar analogie van een destructief amendement, in positieve zin een destructieve motie, namelijk iets wat het oorspronkelijke vernietigt. Ik heb begrepen dat zo'n destructieve motie een heel constructief gevolg gaat hebben, in die zin dat een splitsingswet geen splitsingswet gaat worden. Als de Kamer zo creatief is om het constructieve en destructieve aspect met elkaar te verbinden, zeker als het resultaat iets is wat ik steeds heb gewild, kan ik mijn steun aan deze motie niet onthouden. De SP-fractie zal dan ook met graagte vóór deze motie stemmen.

De heer Schouw (D66):

Voorzitter. De D66-fractie kan van harte instemmen met deze motie. Ik kan deze motie ook niet los zien van dit wetsvoorstel. De D66-fractie vindt dat er in het debat van vorige week een buitengewoon innovatieve package deal tot stand is gekomen, dat wil zeggen een interessant energiepakketje, tussen fervente voorstanders van dit wetsvoorstel en twijfelaars over dit wetsvoorstel. Ik wil met nadruk zeggen dat dit wetsvoorstel wat de D66-fractie betreft absoluut geen poldercompromis of iets dergelijks is. De doelen van de wet worden voor 100% gerealiseerd. Als energiebedrijven niet meewerken aan de politieke wensen van het parlement, hangt splitsing hen als het zwaard van Damocles boven het hoofd. De minister heeft dat vanmorgen in een brief bevestigd.

De heer Doek (CDA):

Voorzitter. Ik kan kort zijn. De CDA-fractie meent dat deze motie goed de randvoorwaarden aangeeft voor een besluit tot inwerkingtreding van de wet met betrekking tot het splitsingsbesluit. De CDA-fractie dankt de regering voor haar brief van 17 november 2006 waarin de regering aangeeft deze motie overeenkomstig het dictum te zullen uitvoeren. Mijn fractie zal uiteraard voor de motie stemmen. Indien deze motie wordt aangenomen, zal onze fractie ook instemmen met het wetsvoorstel.

De heer Ketting (VVD):

Voorzitter. Voor mijn fractie was deze motie niet zo hard nodig. Zij heeft haar wel meeondertekend om de vier betrokken bedrijven duidelijk te maken dat, nu de beide Kamers zo overduidelijk en vrijwel unaniem hebben gesproken, het moment van "geen woorden, maar daden", is aangebroken, om de doelstellingen van de wet voortvarend te verwezenlijken. Bij gebreke daarvan vertrouwt mijn fractie op de toezegging van de minister dat hij het zwaard van Damocles, dat wil zeggen wettelijke splitsing, terstond zal hanteren, zoals hij dat heden schriftelijk aan de Kamer heeft bevestigd. Ik citeer: "De VVD heeft mij gevraagd om, zodra ik zie dat dat gevaar zich voordoet, onverwijld met de Kamer in overleg te treden en het KB te slaan." Mijn fractie zal daarom deze motie steunen.

Mevrouw Sylvester (PvdA):

Voorzitter. De fractie van de PvdA is tevreden met de uitkomst van het debat van de afgelopen week. Wij danken de minister voor de constructieve wijze waarop hij het debat heeft gevoerd. Met de motie die wij samen met de CDA-fractie hebben ingediend en die breed werd ondersteund in deze Kamer, vinden wij dat onze bezwaren voldoende worden ondervangen. In de motie wordt aandacht besteed aan het in publieke handen houden van de netten, de risico's op grond van de cross-borderleases, de juridische bezwaren en het ontbreken van een EU-richtlijn. Hetgeen deze wet regelt, namelijk introductie van de vette netbeheerder en versterking van de Directie Toezicht Energie, heeft voor ons de doorslag gegeven.

De PvdA is voorts tevreden over de brief die de minister op 17 november 2006 aan de Kamer heeft gezonden naar aanleiding van het debat. In deze brief wordt bevestigd dat de motie overeenkomstig het dictum zal worden uitgevoerd. Dit alles gezegd hebbende, zal het geen nieuws zijn dat de PvdA-fractie voor de motie zal stemmen. Als de motie wordt aangenomen, zal mijn fractie ook voor het wetsvoorstel stemmen.

Er is gesproken over een zwaard van Damocles. Wij kijken daar iets anders tegenaan. Een belangrijke reden voor de PvdA-fractie om voor het wetsvoorstel te stemmen, is de hoop dat na het aannemen ervan sprake zal zijn van rust en er een einde zal komen aan de zorgelijke toon van het debat tussen voor- en tegenstanders. De PvdA-fractie hoopt dat de sector zich kan concentreren op hetgeen waarvoor deze in het leven is geroepen, namelijk het leveren van energie, en dat toekomstige overleggen tussen de minister en de sector een constructief karakter zullen hebben. Daar is ons land bij gebaat.

In stemming komt de motie Doek c.s. (30212, H).

De voorzitter:

Ik constateer dat deze motie met algemene stemmen is aangenomen.

Ik geef gelegenheid tot het afleggen van stemverklaringen vooraf over het wetsvoorstel.

De heer Kox (SP):

Voorzitter. De fractie van de SP vond het voorliggende wetsvoorstel slecht en veel te ver gaan. Het verregaande effect is er op miraculeuze wijze uitgehaald door de Eerste Kamer, waarvoor mijn complimenten. Wij blijven echter nog steeds met een slechte wet zitten. De unanimiteit van deze Kamer over de motie, werd door de stemverklaringen meteen al enigszins vervluchtigd. De tegenstellingen liggen al op tafel. Dat komt doordat dit wetsvoorstel slecht was en nog steeds slecht is. Met onze steun aan de motie, hebben wij betuigd dat wij het verregaande deel eruit wilden halen. Slecht blijft echter slecht. Daarom zullen wij tegen het wetsvoorstel stemmen.

De heer Ketting (VVD):

Voorzitter. Mijn fractie constateert met instemming dat dit wetsvoorstel vrijwel unaniem zal worden aangenomen. Daarmee heeft deze Kamer, zoals ook de Tweede Kamer heeft gedaan, een breed gedragen politieke beslissing genomen die voor de regering de opdracht inhoudt de implementatie van de wet voortvarend tot stand te brengen ter borging van het publiek belang van het netwerk, het tot stand brengen van financiële transparantie, splitsing van activiteiten bij de geïntegreerde elektriciteitsbedrijven en het ontwikkelen van de markt ten gunste van de consumenten, burgers en bedrijven. Mijn fractie zal instemmen met dit wetsvoorstel.

In stemming komt het wetsvoorstel.

De voorzitter:

Ik constateer dat de aanwezige leden van de fractie van de SP tegen dit wetsvoorstel hebben gestemd en die van de overige fracties ervoor, zodat het is aangenomen.

De vergadering wordt enkele ogenblikken geschorst.