25 Bankentoezicht

Aan de orde is de behandeling van: 

  • - het wetsvoorstel Wijziging van de Wet op het financieel toezicht en enige andere wetten in verband met Verordening (EU) Nr. 1024/2013 van de Raad van 15 oktober 2013 waarbij aan de Europese Centrale Bank specifieke taken worden opgedragen betreffende het beleid inzake het prudentieel toezicht op kredietinstellingen (PbEU 2013, L 287) (Uitvoeringswet verordening bankentoezicht) ( 34049 ).

De voorzitter:

Ik heet de minister van Financiën van harte welkom. 

De algemene beraadslaging wordt geopend. 

Mevrouw Aukje de Vries (VVD):

Voorzitter. Het Europese bankentoezicht is een belangrijke stap in het kader van de Europese bankenunie. Het doel is een effectief Europees bankentoezicht om een herhaling van de laatste financiële crisis te voorkomen en om ervoor te zorgen dat de belastingbetaler niet meer opdraait voor het redden van falende banken. Goed en effectief toezicht is dus cruciaal. Dubbel toezicht moet echter worden vermeden, want de toezichtskosten lijken af en toe wel zelfrijzend bakmeel. Op nationaal niveau is door een VVD-amendement de maximale stijging beperkt. Op Europees niveau heb je datzelfde risico en de VVD wil daarom kijken naar twee zaken: dubbel toezicht en controle op het ECB-toezicht. 

Dubbel toezicht leidt tot extra administratieve lasten en onnodige toezichtskosten. De minister geeft aan dat de AFM geen toezichttaken kan behouden die expliciet en exclusief bij de ECB zijn belegd op grond van de verordening. Toch lijkt de AFM een rol bij taken te behouden, bijvoorbeeld bij vergunningen en bestuurderstoetsingen. Waarom is dat het geval? In de nota van wijziging is een schakelbepaling opgenomen waarin wordt verduidelijkt dat de ECB bevoegd is en DNB in die gevallen niet. Waarom is er niet een dergelijke schakelbepaling opgenomen voor de AFM? Er lijkt te worden gewerkt aan een memorandum of understanding tussen de ECB en de AFM. Kan de minister aangeven of dit er gaat komen? Is het uitgangspunt dat bij twijfel de bevoegdheid bij de ECB ligt? De VVD wil, als het ECB-toezicht twee jaar duurt, bezien hoe het zich in de praktijk ontwikkelt en of er dan dubbelingen zijn. Wij willen hier dan graag een evaluatie van hebben. Is de minister bereid om dat te doen? 

Ik zei al dat goed en effectief toezicht cruciaal is en dat onnodige toezichtskosten moeten worden vermeden. In de afgelopen jaren zijn de toezichtskosten verdrievoudigd. DNB constateerde eerder dat de rapportagelast van banken met ongeveer 250% toeneemt. Dit kan niet zonder administratieve lasten. Is de minister bereid zich op Europees niveau in te zetten voor redelijke toezichtskosten, een verantwoorde stijging, maar ook een prikkel tot kostenbeheersing op dat punt? De nationale parlementen krijgen ook informatie over het ECB-toezicht. Wat is hier allemaal in opgenomen? Kan een jaarlijks overzicht van die totale kosten worden gegeven? In Nederland hebben wij op dit moment adviserende kosten als het gaat over de toezichtskosten. Wij zijn benieuwd hoe dit op Europees niveau is geregeld en of het een mogelijkheid is om dat op Europees niveau in te zetten. 

Bij het ECB-toezicht lijkt er een controlegat te zijn voor de doelmatigheid, de doeltreffendheid en daarmee ook voor de kwaliteit van het toezicht. De VVD vindt dit niet wenselijk. In Nederland heeft de Rekenkamer daarin een rol. Welke informatie en mogelijkheden hebben het Europees Parlement en de Tweede Kamer straks om de kwaliteit en de doelmatigheid te controleren? Welke mogelijkheden heeft de Europese Rekenkamer straks? Is de minister bereid om zich voor meer bevoegdheden van die Europese Rekenkamer in te zetten? 

Ik vervolg met de lengte van het vergunningstraject. Meer nieuwe toetreders in de bankensector zijn wat ons betreft nodig om de concurrentie te vergroten. De ACM heeft recentelijk naar de toetredingsdrempels gekeken en geconcludeerd dat het vergunningstelsel in Nederland onnodig streng is. Er is onder meer gekeken naar de duur van het vergunningstraject. De minister heeft daarom Actal gevraagd daarnaar te kijken. De VVD is verbaasd dat in dit wetsvoorstel de termijnen nu juist opgerekt en verdubbeld worden. Wij zijn benieuwd wat volgens de minister hiervan op dit moment nut en noodzaak zijn. Wij overwegen op dat punt een amendement. Waarom juist een verdubbeling van de termijnen? Het is al een heel lange periode. Waarom wacht de minister het Actal-onderzoek niet af? Dan een laatste punt over het single rule book. De VVD vindt het vanuit het oogpunt van een gelijk speelveld en concurrentie teleurstellend dat er niet echt sprake zal zijn van een single rule book voor de banken. Uiteindelijk moet dat er wat ons betreft wel komen. Wij zijn benieuwd hoe de ECB toezicht gaat houden op de koppen op nationale wetgeving, zoals het Nederlandse beloningsbeleid en de eenzijdig verhoogde leverage ratio. In een brief heeft de minister de Tweede Kamer onlangs bericht hoe hij de eenzijdige verhoging van de leverage ratio wil invoeren. Wij zijn benieuwd hoe de ECB die brief gaat handhaven. 

De heer Tony van Dijck (PVV):

Voorzitter. Nederland, de Nederlandsche Bank, houdt geen toezicht meer op de grootste zeven banken van dit land. Wij zijn daarmee buitenspel gezet. Niet alleen DNB is buitenspel gezet, maar ook het parlement en zelfs deze minister. Niemand houdt immers controle op het toezicht. Niemand ziet erop toe hoe de ECB functioneert en wat de kwaliteit van het toezicht is. De Europese Rekenkamer mag alleen kijken naar de bestedingen. Wij hebben net een hoorzitting gehad en toen gingen de bestedingen over potloden en pennen. De ECB geeft straks een verklaring van geen bezwaar af of een bankvergunning voor een bank die zich in Nederland wil vestigen. Daar gaan wij niet meer over. Wij mogen daar niets van vinden. De ECB in Frankfurt is de baas en bepaalt. Maar als het fout gaat, zijn het de banken en dus de consumenten die mogen betalen. Wij hebben niets te zeggen over de zeven grootste banken van Nederland, met een balanstotaal van bijna 2.200 miljard, drieënhalf maal groter dan ons bbp. De PVV vindt dat risky business, maar de kater zal later volgen. 

De PVV was altijd tegen deze volgende stap van Europese integratie. Stap voor stap dragen wij alles over aan Brussel en Frankfurt. Wij hebben niets meer te zeggen. Wij mogen ons niet eens meer afvragen wat goed is voor Nederland. Het moet zijn: wat is goed voor Europa? Klaas Knot bevestigde dat beeld vorige week in een hoorzitting. Hij zei letterlijk: "Ik zit daar niet in die ECB-board voor het Nederlandse belang, maar louter en alleen voor het Europese belang". Zo is het geregeld in de statuten. Einde oefening: Nederland bestaat niet meer. De Europese Unie zal en moet samensmelten tot één geheel, als het niet goedschiks gaat, dan maar kwaadschiks. Als het de politiek niet lukt, doen wij het wel monetair via de ECB of budgettair via het sixpack of het bankentoezicht. Daarmee is de bankenunie een voldongen feit. 

Toch heb ik een aantal vragen. Waarom gaan de toezichtskosten van DNB niet naar beneden voor de banken, nu zo veel taken door de ECB worden overgenomen? De kosten, zo zien wij, gaan alleen maar omhoog. De sector gaat bijna 50 miljoen meer betalen in plaats van minder. Kan de minister dit verklaren? Waarom wordt het personeelsbestand van DNB niet ingekrompen? Er gaan tenslotte heel veel toezichttaken naar Frankfurt. Wie controleert de kwaliteit en de effectiviteit van het toezicht bij de ECB? De Algemene Rekenkamer geeft aan dat de Europese Rekenkamer geen inzage heeft in dossiers en de achterliggende besluitvorming. De Europese Rekenkamer heeft alleen controle op de bestedingen en de bedrijfsvoering, maar niet op de effectiviteit van het toezicht. Gaat de minister dit controlegat dichten? 

Tot slot. De Nederlandse banken moeten de komende vier jaar 4 miljard overmaken ten behoeve van de bankenunie. Kan de minister garanderen dat deze kosten niet worden doorberekend aan de consument en dat dit niet ten koste gaat van de toch al belabberde kredietverlening aan het mkb? 

De heer Merkies (SP):

Voorzitter. De komst van het gezamenlijke Europese bankentoezicht kan iets goeds inluiden. Het internationale karakter van banken maakt dat je goede afspraken moet maken over het toezicht. Wij hebben ons daarom altijd fel verzet tegen het principe van home country control, waar je het toezicht alleen voert vanuit het land waar het hoofdkantoor is gevestigd, in tegenstelling tot host country control. Een berucht voorbeeld van home country control was Icesave Landsbanki dat een bijkantoor had in Nederland. De IJslandse bank hield het toezicht en Nederland kon alleen maar toekijken. Over het toezicht op bijkantoren, als het gaat om de kleine, niet-significante banken — dat vind ik altijd een aparte term, alsof ze er niet toe doen — meldde de minister in de schriftelijke beantwoording dat de toezichthouder van het thuisland niet langer expliciet goedkeuring hoeft te verlenen voor de opening van een bijkantoor en de verlening van grensoverschrijdende dienstverlening. De goedkeuring is een gegeven, tenzij de toezichthouder expliciet bezwaar maakt. Dat verbaasde mij omdat dit een achteruitgang is ten opzichte van de situatie in het verleden. Nu zou Icesave Landsbanki niet eens meer toestemming hoeven vragen in IJsland, want dat zou een gegeven zijn. Het gaat nog verder. De toezichthouder van het gastland mag niet langer voorwaarden stellen aan de opening van een bijkantoor en de grensoverschrijdende dienstverlening. Ook hier vraag ik mij af wat er is misgegaan. Als Icesave zich hier gaat vestigen, wil je toch juist dat Nederland voorwaarden kan stellen om mensen te beschermen? Wat hebben we geleerd van het debacle van Icesave? 

Met het toezicht op de Europese bankensector is een enorm publiek belang gediend. Een goede controle op het financieel toezicht is daarom van levensbelang. In Nederland is meer dan twintig jaar strijd gevoerd om inzicht te krijgen in de boeken van de Nederlandsche Bank. Dat zou niet nodig zijn, zo werd er gezegd. De Nederlandsche Bank wist immers waar hij mee bezig was. Zelfs toen alles misging wat er kon misgaan op het gebied van financieel toezicht, hield de Nederlandsche Bank de boeken angstvallig gesloten. Niet alleen werd het werk van een parlementaire enquêtecommissie hierdoor bemoeilijkt, ook de Algemene Rekenkamer kreeg de deur voor zich dichtgegooid. Anderhalf jaar geleden heb ik de minister nog gecomplimenteerd — hij zei toen dat hij er even goed voor ging zitten — omdat het allemaal geregeld leek met een aanpassing van de wet op het financieel toezicht, maar nu begint het hele verhaal weer opnieuw. De invoering van het SSM, het Europese bankentoezicht, leidt er namelijk toe dat onze Algemene Rekenkamer geen onderzoek meer kan doen naar het functioneren van het toezicht op de grote Nederlandse banken. Dat stelt de AFM vast in haar brief die zij gisteren aan de Kamer stuurde. Maar ook de Europese Rekenkamer kan het niet, schrijft de AFM in haar brief. Het kan toch niet zo zijn dat de mogelijkheid om het toezicht te controleren op deze manier zomaar verdwijnt? Ik heb de minister vandaag een brief hierover gevraagd. Ik weet dat hij zich er hard voor wil maken om dit controlegat te dichten, maar ik hoop dat dit tot meer leidt dan een doel waar je idealiter naar toe wilt bewegen. Is de minister het met mij eens dat dit een essentiële, keiharde voorwaarde is waaronder het toezicht kan bestaan? De minister schrijft in de brief die wij zojuist kregen, dat er ook andere controlemechanismen zijn, zoals het doen van verslag over de taakuitoefening. Het is prima dat er een verslag wordt gemaakt, maar dat volstaat toch niet als controlemechanisme? Hebben we er dan niets van geleerd dat we de Nederlandsche Bank altijd maar zijn gang lieten gaan, zonder dat er enige partij was om hem scherp te houden? De Nederlandsche Bank zou het allemaal wel weten. Hebben we niets geleerd van de kredietcrisis, van alle fouten die zijn gemaakt bij ABN AMRO, Icesave, DSB en SNS, de Libor-affaire en ga zo maar door? Het "geloof ons maar op onze blauwe ogen"-tijdperk zouden we toch inmiddels achter ons gelaten moeten hebben. Hoe ziet de minister zijn eigen rol als minister? Welke verantwoordelijkheid draagt hij straks nog als het gaat om de banken in Nederland? Als hij straks nog enige verantwoordelijkheid draagt, hoort daar dan niet bij dat hij zich volledig kan laten informeren? In dit verband wil ik graag van de minister weten waarom in de nota van wijziging is opgenomen dat het overleg met de minister van Financiën over de te nemen tijdelijke maatregelen is komen te vervallen. De reden zou zijn dat de ECB het toezicht overneemt, maar waarom is dat in een nota van wijziging geregeld? En waarom zou de ECB niet in overleg gaan met de minister? Is het niet logisch om dat juist wel te doen? Wat zegt dat over de informatiepositie van de minister en over zijn rol? 

Ik kom op de rol van de nationale parlementen. Volgens artikel 21 van de verordening kunnen nationale parlementen van de deelnemende lidstaten de ECB via hun eigen procedures om een schriftelijke reactie verzoeken op hun opmerkingen of vragen over de taken die de ECB op grond van deze verordening vervult. De minister schrijft dat wij als nationaal parlement gemotiveerde opmerkingen aan de ECB kunnen sturen. Dat is mooi, maar ik ben vooral geïnteresseerd in gemotiveerde antwoorden. Wij kunnen immers iedereen een brief sturen; daar hebben wij geen artikel in een verordening voor nodig. Is de ECB ook verplicht binnen een zekere termijn een antwoord te sturen? Kunnen opmerkingen van een nationaal parlement alleen betrekking hebben op het verantwoordingsverslag, of kunnen er ook tussendoor opmerkingen gemaakt worden? Als wij als nationaal parlement een lid van het bestuur van de ECB uitnodigen, zou het betrokken lid dit dan kunnen weigeren? 

De rol van de nationale parlementen is klein, daar zij geen invloed hebben, maar zich slechts kunnen laten informeren. Laten wij er dan in ieder geval voor zorgen dat het informatierecht ook echt geborgd is en meer inhoudt dan het mogen sturen van een uitnodiging of een brief. Het laatste mag men immers altijd doen. Is de minister het met mij eens dat nationale parlementen te allen tijde recht hebben op uitleg over het gevoerde beleid? Ik overweeg op dit punt een motie in te dienen. 

Een deel van de vergunningverlening is verschoven naar de ECB. De ECB kan bijvoorbeeld al of niet een verklaring van geen bezwaar afgeven in geval van de overname van een bank. Ik noem in dit verband een voorval waarvan wij iets geleerd zouden moeten hebben. In het proces van de overname van ABN AMRO is op een gegeven moment vastgesteld dat er wel degelijk een gaatje zou zijn om geen verklaring van geen bezwaar te hoeven afgeven. Vervolgens kwam de Antonvenetarichtlijn en was het de vraag of dit nog wel mogelijk was. De vraag is wat wij daarvan geleerd hebben. 

De nationale centrale bank kan de verklaring van geen bezwaar voorbereiden. Is het de bedoeling dat dit altijd standaard gebeurt? Wordt de verklaring van geen bezwaar voorbereid door de centrale bank in het land van de bank die wordt overgenomen, of door de centrale bank in het land van de bank die de overname doet? Is de minister het met mij eens dat de ECB zich in ieder geval moet vergewissen van het standpunt van de centrale bank in het land van de bank die wordt overgenomen? Dit gebeurde bijvoorbeeld toen ABN AMRO door een buitenlandse bank werd overgenomen. 

Is het advies van de nationale centrale bank aan de ECB openbaar? Ik krijg de indruk dat dit niet het geval is. Als het advies inderdaad niet openbaar is, waarom is dat dan? 

Is al duidelijk of de ECB bij het beoordelen van een aanvraag ook de onderlinge concurrentieverhoudingen in de sector zal betrekken? Graag ontvangen wij hierop een reactie van de minister. 

Vervolgens een opmerking over de aanstelling van bankbestuurders. Op basis van de verordening is de ECB primair verantwoordelijk voor de toetsing van bestuurders bij significante banken. Begrijp ik het goed dat de ECB de aanstelling van bestuurders kan tegenhouden en ook bestuurders kan heenzenden? Zo ja, gebeurt dit altijd op voordracht van de Nederlandsche Bank? Kan de Nederlandsche Bank ook zelfstandig bestuurders heenzenden? Ook de AFM speelt hierin een rol. Blijft dat dubbelepoortjessysteem nog intact? Gaan adviezen over geschiktheid en betrouwbaarheid van bestuurders altijd via de Nederlandsche Bank, of kunnen die ook rechtstreeks naar de ECB gestuurd worden? 

Met betrekking tot de leverage ratio zijn we er samen wel over uit dat die hoger moet. De minister heeft 4% voorgesteld. Het zou mooi zijn als er in de EU in 2018 inderdaad gezamenlijk zou worden besloten tot een hogere leverage ratio, maar wat als dat niet gebeurt? Dan zouden wij toch op zijn minst moeten kunnen beslissen om zelf hoger te gaan zitten als wij dat willen? Moeten we dat niet überhaupt als land altijd kunnen? Het kabinet zegt zich ervoor in te zetten dat nationale overheden die ruimte krijgen. Dat gaat in de goede richting. Het klinkt echter nog wel naar: als andere landen dat niet willen, is dat ook oké. Kan het kabinet dat niet als keiharde voorwaarde stellen? Anders stelt die 4% uiteindelijk niets voor, want dan gaan we weer terug. Welke rol kunnen hierin zo meteen de parlementen spelen? 

Ten slotte nog iets over de handhaving. Ik begrijp dat de ECB alleen sancties kan opleggen als regels uit de verordening kapitaalvereisten worden overtreden. De Nederlandsche Bank kan ook een boete opleggen als er voorschriften worden overtreden uit de richtlijn kapitaalvereisten. Is het dan altijd één van de twee die de boete oplegt? Of kan het ook zijn dat de een aanvullend op de ander een boete oplegt? Is het altijd op voorhand duidelijk wie de boete oplegt? Ten slotte: aan wie komen de inkomsten in al deze gevallen toe? 

De heer Tony van Dijck (PVV):

Ik ben toch nieuwsgierig geworden of de heer Merkies nu voor of tegen een bankenunie is. 

De heer Merkies (SP):

Volgens mij hebben we deze discussie al vaker gehad en heb ik gezegd: nee, ik ben tegen een bankenunie, maar een bankenunie behelst veel meer. Daarbij gaat het ook om "onze banken redden uw banken". Dan gaat het over het hele verhaal. Dit is alleen het onderdeel van het gezamenlijk toezicht en daar ben ik een voorstander van. Dat heb ik ook altijd zo gezegd. 

De heer Tony van Dijck (PVV):

Ik vraag daarnaar omdat ik een motie heb ingediend waarin de regering werd gevraagd om af te zien van deelname aan de bankenunie, waar de SP voor was. Maar de SP is er dus wel voorstander van om ons toezicht, dat vroeger door DNB gebeurde, nu in Frankfurt neer te leggen, waardoor we eigenlijk niets meer te vertellen hebben, net als bij Icesave? Straks komt er een bank X die zich in Amsterdam vestigt, en de minister weet het niet, wij weten het niet, niemand weet er iets van, maar de ECB heeft dat goedgevonden en zegt: ga jij maar in Nederland zitten. 

De heer Merkies (SP):

De heer Van Dijck noemt precies het voorbeeld waarom wij, onder andere, voor centraal toezicht zijn, namelijk Icesave. Op Icesave hadden wij geen toezicht, omdat toen het principe gold van home country control; het toezicht zat in IJsland. Dat is bezwaarlijk. Dat zou de heer Van Dijck ook bezwaarlijk moeten vinden. Daarom zeggen wij: het is heel goed dat dit nu niet meer het geval kan zijn en dat we daar nu gezamenlijke regels voor opstellen en tot een gezamenlijk toezicht komen. 

De heer Koolmees (D66):

Voorzitter. D66, dat weet u allemaal, is een groot voorstander van de Europese bankenunie. Die is essentieel om de verwevenheid tussen banken en overheden in de eurozone en in de Europese Unie zo veel mogelijk te doorbreken. Met deze uitvoeringswet wordt er weer een stapje gezet in die operatie. Ik heb nog enkele vragen over vier aspecten, namelijk de toetredingsmogelijkheden voor nieuwe spelers, het ontstaan van megabanken, de positie van de AFM en inderdaad ook de rol van de Europese Rekenkamer. 

Ik begin met de toetredingsmogelijkheden. Meer concurrentie in de bankensector is een speerpunt van D66, want concurrentie leidt tot lagere prijzen, betere dienstverlening en meer keuze voor de klant. Te weinig concurrentie in de bankensector maakt de macht van banken te groot. De concurrentie kan op verschillende manieren worden verbeterd. Ik noem altijd de nummerportabiliteit en het instellen van een goede overstapservice. Het kan echter ook door nieuwe spelers de mogelijkheid te geven om toe te treden tot de markt. 

Verschillende partijen geven aan dat de procedure voor het aanvragen van een bankvergunning omgeven is van onzekerheid en dat de afhoudende instelling van DNB nieuwe toetreders afschrikt. De ACM adviseerde vorig jaar dan ook om het vergunningstelsel van DNB te evalueren en Actal onderzoekt op dit moment de regeldruk bij het verkrijgen van een bankvergunning. Terwijl deze onderzoeken lopen en we nog wachten op de uitkomst, wordt met dit wetsvoorstel de termijn voor de beoordeling van een aanvraag van een vergunning verdubbeld, waardoor ondernemers een halfjaar — bij verlenging zelfs een jaar — moeten wachten op een beslissing over een bankvergunning. DNB vraagt om deze verruiming omdat de huidige termijn van dertien weken vaak niet wordt gehaald; gemiddeld duurt het ongeveer vierenhalve maand. Ik hoor graag van de minister waarom dan een verruiming naar zes maanden noodzakelijk zou zijn. 

Moeten we daarnaast ook niet bekijken of de procedure efficiënter kan en op zijn minst de uitkomst van het lopende onderzoek afwachten voordat we dat verankeren? Actal brengt als het goed is dit voorjaar advies uit. Ligt dit nog op schema? Kan dit advies meegenomen worden? 

Mijn tweede punt betreft de megabanken. We hebben eerder gesproken over de schaal van banken en de risico's van megabanken of "too big to fail"-banken. Met de inwerkingtreding van de bankenunie pakken we dit probleem voortaan niet meer op nationaal niveau aan maar op internationaal niveau. Wellicht volgt er echter een proces van fusies en overnames op Europees niveau, zodat we daar megabanken krijgen, maar dan op Europese schaal. We hebben het hier vaker over gehad met de minister. De ECB gaat straks over het verlenen van de verklaring van geen bezwaar bij fusies en overnames, en de toetsing van de voorgenomen fusies en overnames gaat op basis van de Antonvenetarichtlijn. De minister heeft toegezegd om bij de evaluatie van deze richtlijn erop in te zetten om een element of toetsingscriterium toe te voegen dat ziet op de financiële stabiliteit, juist om het risico op megabanken te voorkomen. Hoe staat het hiermee? Wat is hier tot nu toe mee gedaan? 

Mijn derde punt betreft de rol en de positie van de AFM. 

De heer Merkies (SP):

De heer Koolmees en ik zijn het, denk ik, erg eens over het risico dat als je het toezicht opschaalt, je de mogelijk openlaat dat er heel grote banken komen. Er moet dan een soort tegenkracht zijn. Ik vraag mij af wat de heer Koolmees concreet voorstelt om ervoor te zorgen dat we geen enorme megabanken krijgen. 

De heer Koolmees (D66):

Dit debat hebben we al eens eerder gehad. De vorige keer heb ik opgeroepen om in de Antonvenetarichtlijn waarborgen in te bouwen om te voorkomen dat je door fusies en overnames megabanken krijgt die zelfs op Europese schaal te groot zijn om failliet te laten gaan. Dan kun je bijvoorbeeld denken aan balanstotalen of aan gedekte deposito's. De minister heeft destijds aangegeven dat hij een haakje zag bij de Antonvenetarichtlijn. Aangezien de ECB straks bij fusies en overnames de verklaring van geen bezwaar gaat toetsen om te zien of het toegestaan is, is het, denk ik, verstandig om dit in wetgeving vast te leggen. Dat is dan vooral Europese wetgeving. Zo heeft de ECB een haakje om te kunnen zeggen: deze fusie of deze overname staan we niet toe, want dan wordt deze bank te groot. 

De voorzitter:

Tot slot, mijnheer Merkies. 

De heer Merkies (SP):

Ik probeer het concreet te maken. Neem bijvoorbeeld een balanstotaal. Betekent wat de heer Koolmees zegt dan: de bank die hier uitkomt, heeft een te groot balanstotaal? De heer Koolmees hoeft nu geen concreet getal te noemen, maar wil hij dat er uiteindelijk wel een concreet getal wordt genoemd? 

De heer Koolmees (D66):

Deze discussie hebben we een aantal maanden geleden ook gevoerd. Ik werd toen gecorrigeerd door de minister, die zei dat het uiteindelijk om het risico gaat. Dat ben ik met hem eens; uiteindelijk moet je ook kijken naar de samenstelling van de balans en bekijken hoeveel risico er op de balans zit. Daarom zou de Antonvenetarichtlijn de juiste manier zijn om te bekijken welke criteria je in de wet moet vastleggen om te voorkomen dat die grote banken ontstaan. Volgens mij zijn de heer Merkies en ik het daarover zeer eens. 

De voorzitter:

Ik stel voor dat u verdergaat. 

De heer Koolmees (D66):

Mijn derde punt is de rol en positie van de AFM. Ook mevrouw De Vries heeft daar aandacht voor gevraagd. Nederland is de enige lidstaat met het zogenoemde "twin peaks"-model. Dat vraagt enig maatwerk in de toepassing van deze verordening. Mijn concrete vraag is hoe voorkomen wordt dat taken dubbel worden gedaan, met dubbele toezichtslasten tot gevolg. De ECB en de AFM kunnen ook een samenwerkingsovereenkomst sluiten, een MoU. Hoe staat het hiermee? 

Tot slot. Collega's hebben al gesproken over de rol van de Europese Rekenkamer. We hebben een lange discussie gehad in het parlement over de rol van de Nederlandse Algemene Rekenkamer en het toezicht op de banken, en de mogelijkheid om inzicht te krijgen in toezichtsvertrouwelijke dossiers. De minister heeft toegezegd ook in Europa zich hiervoor in te zetten. Er is om 18.08 uur een brief gekomen waarin helder staat dat de minister dit nog steeds een belangrijk item vindt en dat hij zich ervoor in wil gaan zetten. De vraag is echter wel wie er nou eigenlijk dwarsligt en waarom. Kan dit nog op een later moment gerepareerd worden, zodat de Europese Rekenkamer inderdaad toezicht krijgt op deze informatie? 

De heer Nijboer (PvdA):

Voorzitter. De PvdA is groot voorstander van de Europese bankenunie. De financiële malaise van de grote banken en de "too big to fail"-problematiek, die uiteindelijk hebben geleid tot een financiële en Europese crisis, kunnen alleen op Europese schaal worden aangepakt. Vandaag ligt een onderdeel voor van de wetgeving om dit verder mogelijk te maken: het Europees bankentoezicht. Ik heb vandaag een drietal punten. 

Het eerste punt betreft de nationale kop op Europese regelgeving. Daarover zijn niet alle partijen in deze Kamer altijd even tevreden, maar de PvdA-fractie is er groot voorstander van om in ieder geval twee zaken anders in te richten dan de Europese regelgeving behelst. Het eerste is de bonuswetgeving, die net vorige week is ingegaan. Dit is de strengste bonuswetgeving van Europa. De vraag is op welke wijze en in welke mate straks toezicht wordt gehouden op onze nationale regelgeving. Wordt daarin net zo streng opgetreden als wij hadden voorzien, als de Nederlandsche Bank anders van plan was geweest? Hoe is dat geborgd? Het tweede is misschien nog wel belangrijker voor de gezondheid van de financiële sector: de buffers, de leverage ratio. Ook vorige sprekers verwezen er al op: binnenkort komt er een brief naar het parlement waarin staat hoe de leverage ratio van 4%, die afwijkt van de Europees afgesproken leverage ratio van 3%, in Nederland zal worden ingevoerd. Wordt die ook gehandhaafd? Wordt daar hard op toegezien? Hoe gebeurt dat? 

Mijn tweede punt gaat over de rol van de AFM, of eigenlijk het gedragstoezicht. Wij hebben toezicht op de manier waarop instellingen functioneren, zowel microprudentieel als macroprudentieel; dat laatste gaat over de vraag of zij het stelsel niet in gevaar brengen. Wij hebben ook toezicht op gedrag: verkopen financiële instellingen geen rommel? Eigenlijk heeft Nederland een stelsel dat uniek is in Europa. Het is dan ook begrijpelijk dat met de AFM een verhouding is afgesproken, zoals duidelijk uiteengezet is in de beantwoording van de Kamervragen. De vraag is of men in Europa niets zou kunnen leren van de AFM en de Nederlandse situatie. Ik weet dat bijvoorbeeld in Engeland ook een heel strenge gedragstoezichthouder actief is, maar in andere landen van Europa is dat anders geregeld. Zijn er op Europees niveau geen overeenkomsten in ontwikkelde producten die in alle landen weleens schadelijk zouden kunnen zijn? Wat is de verhouding? Kunnen er in Europa geen lessen worden getrokken uit het functioneren van onze AFM? Die functioneert namelijk redelijk goed. Dat mag ook weleens gezegd worden. Wij hebben vaak discussies over instanties die niet zo goed functioneren, maar de AFM treedt redelijk adequaat op. Wat zijn de mogelijkheden om dit ook in de financiële sector in de rest van Europa toe te passen? 

Over het derde punt, de rekenkamerfunctie, is ook al veel gezegd. Wij hebben dit nationaal goed geregeld; de heer Koolmees kijkt er al vrolijk bij. Europees is het wel enigszins geregeld, zo blijkt uit de brief van de minister, maar niet met een volledige toegang en een volledig mandaat. Dat zou wel goed zijn. De PvdA-fractie roept de minister dan ook op om zich daarvoor sterk te maken in Europa. 

Tot slot wil ik mij aansluiten bij twee goede punten van collega's. Collega Merkies maakte zich sterk voor de informatievoorziening aan de Kamer, ook voor het informatiekanaal, zoals je het eigenlijk wel kunt noemen, tussen Kamer en centrale bank. Ik vond dat goede en terechte vragen. De heer Koolmees en mevrouw De Vries stelden dat de termijn voor vergunningverlening wel erg lang wordt opgerekt. Zij vroegen of dat echt nodig is, aangezien wij belang hebben bij een prudente, zorgvuldige, maar ook snelle toezichthouder. Kan de minister daarop ingaan? 

De heer Omtzigt (CDA):

Voorzitter. Het bankentoezicht is een belangrijke stap voor de stabiliteit van de financiële sector. Risico's worden verplaatst van individuele lidstaten en de belastingbetaler naar de sector zelf. Dit betekent niet dat alle risico's voor de belastingbetaler hiermee afgewend zijn; daar kom ik later nog op terug. Hoewel het CDA de bankenunie steunt, zit er nog een behoorlijk aantal rafelige randjes aan deze stap. Daar sta ik nu nader bij stil, of ik sluit mij aan bij collega's. 

Allereerst kom ik bij de verwevenheid tussen de toezichtstaken en de monetaire taken van de ECB. Hoewel de regering aangeeft dat de scheiding der machten goed is geregeld, heeft het CDA hier toch vragen bij. Uiteindelijk komt de beslissingsbevoegdheid voor beide taken te liggen bij hetzelfde orgaan. Officieel wordt dit probleem verholpen door "strikt gescheiden vergaderingen en agenda's". Verder zijn er dan nog allerlei waarborgen met mogelijkheden tot bezwaar en beroep. Toch voorziet het CDA dat de dubbelrol van de ECB in de toekomst — en, in alle eerlijkheid, ook nu al — problemen oplevert. Hoe kan het bijvoorbeeld zo zijn dat voor de stabiliteit van banken de risicobuffers moeten worden aangevuld? De toezichttak van de ECB kan hiertoe besluiten. Dit kan echter behoorlijk negatief uitpakken voor de kredietverlening en dus voor de economie en de beoogde inflatie. De monetaire tak van de ECB heeft er dan juist belang bij dat banken meer krediet verlenen. Het is dezelfde organisatie die verschillende belangen heeft. Het is wachten tot dit gaat wringen, alle Chinese muren ten spijt. 

Nu kunnen we hier niets aan doen. De Tweede Kamer zal met name scherp moeten zijn op de momenten dat de ECB verantwoording aflegt aan de Europese Raad en het Europees Parlement. De Tweede Kamer kan ook iemand van de supervisory board van de ECB uitnodigen om vragen aan te stellen. De president van DNB, de heer Klaas Knot, is vorige week al langsgekomen voor het monetaire gedeelte. Verder is er een mediation panel opgericht dat bemiddelen kan in gevallen dat DNB en de ECB het niet eens zijn. Kan het kabinet aangeven wie er in het mediation panel moet plaatsnemen en hoe men tot besluitvorming komt? Wat gebeurt er als dat mediationproces vastloopt? 

De zorgen van het CDA over de verwevenheid van taken en hoe dat tot uiting komt in het toezicht op banken zouden nog kunnen worden weggenomen als er een instantie zou zijn die daar onafhankelijke controle op kan uitoefenen, zoals de nationale Algemene Rekenkamer in Nederland dat een paar jaar kon, totdat de bankenunie werd ingevoerd. We hebben in Nederland gezien dat dit zeer belangrijk is. We zijn er in Nederland juist toe overgegaan omdat Vie d'Or kapotging. Ik dank de minister voor de brief waarin staat dat op het relatief kleine gedeelte van de uitgaven — dat gaat overigens niet alleen over de pennen maar ook over de iets te grote torens die soms bij de ECB worden gebouwd — controle uitgeoefend kan worden door de Europese Rekenkamer. De belastingbetaler is echter pas echt nat gegaan op het opnieuw kapitaal moeten verschaffen aan banken, voor tientallen miljarden, in Ierland, Spanje en Nederland. Of dat goed geweest is, kan de Europese Rekenkamer niet controleren. Dat is al eerder aan de orde geweest. Collega's hebben daar ook al aan gerefereerd. In juli is er een brandbrief geweest van de Algemene Rekenkamer over een betere controlebevoegdheid van de ECB. De minister heeft toegezegd, zich hiervoor in te zetten. Wanneer kunnen wij de stap zien van een concrete verdragswijziging? Die is daarvoor namelijk vereist. De Duitsers hadden deze mogelijkheid ook, dus misschien willen zij hieraan meewerken. Is de minister of de plaatsvervangend minister van Financiën bereid om dit punt bij de volgende eurogroepvergadering in februari, of wanneer die ook plaatsvindt, op tafel te leggen namens Nederland? Ik hoor nu dat ik de eurogroepvergadering verwar met de Ecofin. Is de minister bereid om dit punt bij de Ecofin namens Nederland op tafel te leggen en hiervoor steun te verwerven? Dit is precies een punt waarover landen als Ierland en Spanje, die erg veel geld hebben moeten investeren om hun banken te kapitaliseren, het eens zouden moeten zijn. Ik vermoed dat dit niet een politiek punt van Noord tegen Zuid hoeft te zijn of van de wat zwakkeren tegenover de sterke eurolanden. Dit is een publiek belang voor enorm veel publiek geld. 

Ik kom te spreken over de rol van DNB. Uit de beantwoording van het kabinet blijkt dat de rol van DNB anders gezien wordt. De ECB heeft op veruit de meeste terreinen beslissingsbevoegdheid en kan DNB dus overrulen. Het voorbeeld is al genoemd: de verklaring van geen bezwaar. DNB maakt een ontwerpbesluit, maar de ECB kan een ander besluit nemen. Dit is nu eenmaal het gevolg van een bankenunie, maar wij zetten hier wel wat vraagtekens bij. De risico's van bankieren liggen namelijk niet meer bij de belastingbetaler maar zouden bij de banken liggen. Hoe ziet de minister het proces indien hij zo'n fusie zeer onwenselijk acht en de ECB deze toch laat doorgaan? Wij wijzen erop dat de fractie van het CDA, net als die van D66, in de Kamer al meermaals heeft gepleit voor een fusiestop, voor in ieder geval een tijdelijke fusiestop voor megabanken. Zulke fusies zien wij wel degelijk als een gevaar. Ik verwijs hiervoor naar de motie op stuk nr. 71 (32013) en naar een aantal andere moties die we hierover hebben ingediend. 

Ik sluit mij aan bij wat mevrouw De Vries heeft gezegd over de AFM. Haar betoog was op dit punt volstrekt helder. Wij vragen ons ook nog even af hoe valide dat "twin peaks"-model eigenlijk nog is als de rest van Europa het totaal anders doet. Wij kunnen dat model in Nederland dan wel ideaal vinden, maar als je het samen doet, kun je dat heroverwegen. 

Ook de Wet op het financieel toezicht meer in het algemeen, is iets wat te heroverwegen valt. Er worden nu namelijk redelijk radicale veranderingen in de Wft gezet, maar functioneert die wet nog wel? Die was toch een beetje bedoeld voor geïntegreerde bank-verzekeraars? Daarvan hebben we er, meen ik, niet erg veel meer op dit moment, na alles wat er is gebeurd. Die wet is dus precies bedoeld voor een ontwikkeling die eigenlijk niet meer plaatsvindt. 

Wordt er verder een keer een plan gemaakt voor de aanpak bij een systeemcrisis bij de bankenunie? Bij de bankenunie gaat men er op dit moment van uit dat er zo nu en dan een bank onderuitgaat. Daar zijn oplossingen en fondsen voor. Een systeemcrisis oplossen lijkt echter met het huidige kapitaal niet tot de capaciteiten te horen. Wat gebeurt er als bijvoorbeeld de derivatenmarkt als zodanig inklapt? Ik krijg graag de toezegging van de minister dat hij hierop ingaat in een volgend stuk over de bankenunie, en dat hij hierover ook een keer een stresstest laat uitvoeren. Dan wordt de bankenunie namelijk écht getest. 

Collega's zijn al ingegaan op de vraag of je ook vrijwillig kunt toetreden tot een bankenunie. Hoelang en tot wanneer zit echter een land formeel in de bankenunie, met alle zaken die daarbij horen? Laten we het totaal fictieve voorbeeld nemen van een land dat uit de euro zou stappen. Draait zo'n land, zodra het uit de euro stapt, onmiddellijk op voor de problemen bij de eigen banken? Of valt dat land dan nog terug op de backstops en de garanties die in dit systeem zitten? Hierover lijken geen regels te worden opgenomen. Het is dus wel mogelijk voor banken van buiten de eurozone om toe te treden tot de bankenunie, maar mijn fractie wil graag weten wat er gebeurt op het moment van uittreden. Dat kan namelijk een heel duur moment zijn. 

Ik kom op het monetaire beleid. We hebben het zojuist al gehad over een probleem tussen banken, het algemene toezichtsbeleid en het macro-economisch beleid. Daartussen kan een botsing optreden. De CDA-fractie wijst er echter op dat door het huidige beleid van de ECB de kosten van de crisis worden afgewenteld op spaarders. De Nederlandse pensioenfondsen zijn de allergrootste spaarder in de eurozone. Zij bezitten het allergrootste vermogen. Door de lagerentepolitiek — we kunnen het gerust een "nulrentepolitiek" noemen — kan een pensioenfonds niet langer een staatsobligatie met een looptijd van tien jaar kopen waarover het meer dan 1% rente krijgt. Sterker nog, als een pensioenfonds een Finse staatsobligatie met een looptijd van vijf jaar koopt, moet het fonds aan Finland betalen om geld uit te lenen. Dat gaat niet echt lekker. Dat betekent feitelijk dat er een vorm van verschuiving van kosten plaatsvindt en dat de lasten daarvan door de pensioenfondsen worden gedragen. Wie gaat in de Europese Unie de belangen van de pensioenfondsen en van spaarders verdedigen? Ik heb het dus niet over de miljardairs, zeg ik terwijl ik naar de heer Merkies kijk. Ik zie hem reageren, maar ik kijk alleen maar naar hem en ik zeg verder niets. Maar ik bedoel er wel iets mee. Ik heb het over de gewone spaarders, de gewone gepensioneerden. Het gaat er niet om, extra belastingen te heffen, maar hiermee wordt er impliciet een enorme belasting geheven onder gepensioneerden. Mijn fractie wil graag weten wie er in dit monetaire beleidsveld in deze bankenunie op gaat letten dat zij niet uiteindelijk, op een indirecte manier, de kosten van de huidige financiële crisis disproportioneel dragen. 

De vergadering wordt van 20.17 uur tot 20.30 uur geschorst. 

Minister Dijsselbloem:

Voorzitter. Een veelheid aan vragen is ons gesteld naar aanleiding van dit wetsvoorstel. Ik ga maar direct zonder al te veel inleiding en poespas naar de beantwoording. 

De eerste vraag gaat over de rolverdeling, niet alleen tussen de Europese toezichthouder en DNB, maar ook de verhouding tot de AFM. Mevrouw De Vries heeft gezegd dat zij ervan uitging dat er geen dubbel toezicht zou ontstaan. Daar mag zij van uitgaan. Dat was in het oude model ook niet zo. Er was een afbakening: wat deed DNB en wat deed de AFM? Er was in ieder geval één concreet punt waarop men samenwerkte. Dat waren de bestuurderstoetsingen op geschiktheid. Daarvoor wordt nu een procedure afgesproken. Die bevoegdheid gaat naar de ECB. De ECB beslist daar ultimo over. Er wordt echter een afspraak gemaakt over de vraag hoe de AFM daarbij gehoord wordt. Daartoe — excuus, ik moet tussendoor mijn neus snuiten — wordt een MoU ontwikkeld dat gaat worden afgesloten. Dat is er nog niet, maar het gaat worden afgesloten. Dat is zeker. De ECB kan bij de bestuurderstoetsing overigens helemaal zelfstandig besluiten, maar kan ook DNB verzoeken een toetsing voor te bereiden. De AFM kan dan een bindend advies geven aan DNB voor een ontwerpbesluit en kan ook zelf aan de ECB haar bevindingen meegeven. Bij zogenoemde "minder significante banken" kan de AFM ook een bindend advies geven ten aanzien van het besluit dat door DNB wordt genomen. In alle gevallen heeft de ECB het laatste woord. Het wordt precies vastgelegd in een protocol. Daarover is de AFM in gesprek met de ECB. Het lijkt mij een heel goede insteek om dat in een protocol vast te leggen. Ik kan uw Kamer toezeggen dat zij daarover nog geïnformeerd wordt, zodat iedereen straks weet hoe dat geregeld is. 

Een belangrijk punt voor uw Kamer en voor mijzelf is het toezicht op het toezicht. Daar zijn een paar punten te maken. We hebben inderdaad op de valreep nog een brief aan uw Kamer gestuurd. Dat kwam ook omdat er op de valreep nog een verzoek mijn kant op kwam. Ik heb daarin wel het onderscheid gemaakt tussen die zaken waar rekenkamers bevoegdheid hebben en waar zij op toezien. Het is niet zo dat de Europese Rekenkamer geen bevoegdheden heeft ten aanzien van de ECB. Die heeft hij wel. Het gaat echter met name om het aspect van de doeltreffendheid. Functioneert het nou ook? Wordt er tijdig ingegrepen? Worden de goede eisen gesteld en de risico's tijdig onderkend? Het gaat dus om doeltreffendheid, niet om rechtmatigheid of efficiëntie van de ingezette middelen et cetera. Daartoe heeft de Europese Rekenkamer gewoon bevoegdheden. In de Nederlandse wetgeving hebben we nog zeer recentelijk geregeld dat de Algemene Rekenkamer zelfs tot in toezichtvertrouwelijke dossiers mag kijken om zich een beeld te vormen over de doeltreffendheid van het beleid. Dat aspect is in Europa en de Europese wetgeving nog niet geregeld. Uw Kamer hecht daaraan, de Nederlandse Rekenkamer hecht daaraan en ik hecht daaraan. Daar ga ik mij dus voor inzetten. 

Ik heb een vraag gehad over het adviserend panel. Dat was geloof ik een vraag van mevrouw De Vries. In Nederland kan de financiële sector, vertegenwoordigd in een adviserend panel, zijn opvattingen kenbaar maken over de begroting en het beleid van de toezichthouder. Hij heeft daar formeel geen bevoegdheden of directe invloed op, maar hij kan zijn opvattingen daarover delen. In Europees verband bestaat een dergelijk panel niet. Er zijn natuurlijk wel allerlei mogelijkheden om invloed uit te oefenen. Bij bijvoorbeeld het ECB-beleid worden beleidsdocumenten geconsulteerd en zijn er publieke consultaties, waarbij de sector volop in de gelegenheid is om zijn mening kenbaar te maken. Verder bestaat er natuurlijk de mogelijkheid om richting het Parlement nationaal of Europees invloed uit te oefenen en commentaar te hebben op beleid waar dat aan de orde is. Hetzelfde geldt voor de materiële normen van het ECB-toezicht, ook wanneer die voortvloeien uit technische standaarden van de EBA. Ook die worden geconsulteerd bij de sector en ook daar kan de sector zijn stem laten horen. Er is dus geen vast panel waarin bij voortduring over beleid gesproken kan worden, maar er zijn wel vaste procedures om te consulteren en het commentaar van de sector mee te nemen. 

Verder is verantwoording aan het Europees Parlement en de Raad van wat de ECB-toezichtspoot doet, cruciaal. Het toezichtsverslag dat de ECB jaarlijks zal maken, stuurt hij aan de Raad en het Europees Parlement, alsook aan de Commissie en de eurogroep. Dat kan daar allemaal worden besproken. De ECB kan ook worden gehoord door de eurogroep. Hij kan worden uitgenodigd voor hoorzittingen in het Europees Parlement om daar verder verantwoording af te leggen over ECB-toezichtstaken. Ook kan de ECB door het EP worden bevraagd over de wijze waarop hij zijn beleid daadwerkelijk in de praktijk toepast. Het EP kan daar ook een onderzoek naar instellen binnen zijn mogelijkheden. 

De afspraak is nu dat de Commissie elke drie jaar het SSM zal evalueren. Ik dacht dat mevrouw De Vries vroeg of het twee jaar kan worden gevolgd. Er is in Europees verband in ieder geval een evaluatietermijn van drie jaar afgesproken. 

En dan wacht ik even op de interruptie. 

De voorzitter:

Maakt u maar eerst uw zin af. 

Minister Dijsselbloem:

De zin is af. 

De heer Omtzigt (CDA):

Inderdaad, de ECB dient primair verantwoording af te leggen aan het Europees Parlement, maar er werd hier wel een richtinggevende uitspraak gevraagd. Misschien kan de minister die uitspraak doen. Als het gaat om een verklaring van geen bezwaar of om iets wat exclusief een van de zeven Nederlandse banken raakt, vindt de minister dan ook dat de ECB op dat moment bereid zou moeten zijn om hier op een hoorzitting te verschijnen? Ook de Nederlandse belastingbetaler draagt immers een stukje van het risico. Nu heb ik het niet over alle omstandigheden maar over het moment waarop een belangrijk besluit aan de orde is dat de Nederlandse financiële sector raakt. Is de minister onder die omstandigheden bereid om zich ervoor in te zetten dat DNB hier gehoord wil worden? Sorry, ik bedoel de ECB. 

Minister Dijsselbloem:

DNB kan ook, want DNB verdwijnt niet uit beeld. Ik kom daar zo nog op terug. DNB wordt een van de belangrijkste uitvoerders onder verantwoordelijkheid van de ECB. Ook in die toezichtsteams onder de verantwoordelijkheid van de ECB zullen primair DNB-mensen het werk doen. Dat gezegd hebbende zijn zowel vertegenwoordigers van DNB als vertegenwoordigers van de ECB bereid te verschijnen als het Nederlands parlement of een ander nationaal parlement daarom vraagt. 

Als de heer Omtzigt bedoelt "voordat daar beslissingen worden genomen", dan kan dat niet. Er zijn gewoon bevoegdheden vastgelegd, bijvoorbeeld resolutiebeslissingen. Dat kunnen ook toezichtsbeslissingen zijn. Die zijn nu eenmaal aan een onafhankelijke toezichthouder gemandateerd. Maar verantwoording daarover is altijd mogelijk, behoudens over toezichtsvertrouwelijke informatie. Echter, zeker op het niveau van beleid — hoe hebt u uw beleid toegepast of hoe gaat u daarmee om ten aanzien van de Nederlandse banken? — is dat volgens mij gewoon geregeld. Laat ik hier uitspreken dat ik het ook gewenst vind en er ook op zal aandringen als het nodig is dat vertegenwoordigers van het SSM/ECB ook naar het Nederlandse parlement toe komen. Neem bijvoorbeeld het punt van de kosten. In het Nederlands parlement hebben we het vaak over de kosten van het toezicht, die sterk zijn gestegen. Hoe gaat dat straks onder Europese bevoegdheid? Mensen van de ECB hebben tegen mij gezegd dat ze graag bereid zijn om naar het Nederlandse parlement te komen om te vertellen hoe ze daarmee om zullen gaan, hoe ze tot die kostenopbouw in de begroting komen, hoe ze dat verantwoorden en ook hoe ze gaan proberen dat onder controle te houden. Op dit soort thema's is er de bereidheid om de parlementen te informeren. 

De heer Merkies (SP):

Ik zou het graag nog iets scherper willen hebben. Het is heel goed als de ECB zegt bereid zijn te komen. Over een tijdje zitten daar misschien andere mensen. Het gaat mij erom dat wij, maar ook andere nationale parlementen, een informatierecht hebben. Hebben wij er dus ook recht op dat het bestuur van de ECB langskomt als wij daarom vragen? 

Minister Dijsselbloem:

Ik weet niet in hoeverre deze vraag afwijkt van die van de heer Omtzigt. Een aantal zaken is gewoon expliciet geregeld. Het toezichtsverslag zal bijvoorbeeld ook gewoon aan de nationale parlementen worden gestuurd. Dat gebeurt ongevraagd, daar heeft het parlement recht op. Dat zal jaarlijks gebeuren. Als de Kamer vervolgens de vertegenwoordiger van de ECB/SSM uitnodigt voor een hoorzitting of een besloten gesprek, dan zal die hoorzitting of dat gesprek plaatsvinden, wat het karakter en onderwerp ook zullen zijn. Het is namelijk expliciet vastgesteld dat die mogelijkheid bestaat. 

De heer Merkies (SP):

Dat de mogelijkheid bestaat, is iets anders dan dat we een recht hebben. Ik vraag het omdat het in het verleden nog niet zo gebruikelijk was dat de toezichthouders hier in de Kamer kwamen. We moesten zelfs wel een strijd voeren om ze hier überhaupt te mogen spreken. Daar moest je dan toestemming van de minister voor vragen. Ik weet dat dat op een gegeven moment ook is afgewezen. Het is dus niet zo gek om te vragen of wij dat recht hebben om te allen tijde een bestuurder van de ECB hier te vragen. Ik vraag dus niet of het mogelijk is, maar of ze ook komen als wij dat vragen. 

Minister Dijsselbloem:

Ja, omdat het volgens mij expliciet geregeld is dat het parlementen het recht toekomt om hoorzittingen te houden en daarbij bestuurders van de ECB uit te nodigen. Ik zou bijna tegen de heer Merkies zeggen dat hij blij moet zijn dat de Nederlandse minister daar in ieder geval geen toestemming meer voor hoeft te geven en het niet kan weigeren. Dat is blijkbaar in het verleden ooit gebeurd. In de toekomst kan dat niet meer. Ik zit er niet meer tussen. 

Ik had het al over het verslag dat ook aan de nationale parlementen wordt gestuurd. Het Europees Parlement kan een onderzoek instellen. Ook nationale parlementen kunnen de ECB uitnodigen naar aanleiding van het verslag. Dit is expliciet opgenomen in de verordening waarin het toezicht op de ECB is uitgewerkt. Als het niet zou functioneren, dan ben ik graag de eerste die het hoort en zal ik me daarvoor inzetten. 

De heer Merkies heeft nog gevraagd of de ECB verplicht is om binnen een bepaalde termijn te antwoorden op vragen van nationale parlementen. Voor zover ik weet, is er geen harde termijn. Ik heb ook geen reden om aan te nemen dat de ECB niet of niet tijdig antwoord zal geven. Zoals gezegd, als het antwoord te lang op zich laat wachten, kan de Kamer ook een lid van de Supervisory Board uitnodigen voor een gesprek of een hoorzitting. 

Er is nog gesproken over de ministeriële verantwoordelijkheid. Het is natuurlijk zeker anders onder het SSM. De rol van de nationale minister is absoluut een andere. Onder het SSM is de ECB nu verantwoordelijk. DNB is in de eerste plaats verantwoordelijk voor de minder significante banken, maar is ook een belangrijke uitvoerder onder verantwoordelijkheid van de ECB om het ECB-werk te doen, dan wel bijstand te verlenen aan de ECB. De ECB kan DNB rechtstreeks aansturen, aanwijzingen geven en kan ook het toezicht naar zich toe trekken als de Nederlandsche Bank niet voldoende zou optreden of niet zou luisteren naar de aanwijzingen vanuit Frankfurt. Dan kan de ECB rechtstreeks het toezicht overnemen. Dat gaat allemaal buiten mij om. Dat is nu allemaal centraal en onafhankelijk geregeld. In die zin is de rol van de nationale minister dus beperkter. 

Ik begon dit blokje met de rol van de Rekenkamer. Ik ben het er zeer mee eens dat die geregeld moet worden. Op het punt van de doeltreffendheid is die nog niet geregeld. De bevoegdheden van de Algemene Rekenkamer gingen na de laatste wetswijziging verder dan die van de Europese Rekenkamer. Daarbij staan we aan dezelfde kant. De heer Omtzigt heeft heel concreet gevraagd of ik bereid ben om dit onderwerp bij de eerstvolgende vergadering op tafel te leggen. Het zal op zichzelf niet heel effectief zijn om dat plompverloren ineens op tafel te leggen. Als er al een rondvraag is, let er bijna niemand meer op. Het is geen gebruik. Omdat het een wetswijziging vergt, is het dus zaak om dit bij de Commissie in gang te zetten, de ECB daarin mee te krijgen en steun van lidstaten te verwerven. Dan gaan we de richtlijn op dit punt aanpassen, zodat die bevoegdheid er komt. We werken met de Duitsers samen — een van de leden vroeg daarnaar — omdat de Duitsers deze vergaande bevoegdheid van hun rekenkamer ook kennen. 

De heer Omtzigt stelde een vraag over het mediation panel en de besluitvorming van de ECB. De heer Omtzigt heeft gezegd dat het niet volmaakt is, om het maar eufemistisch uit te drukken, dat in één orgaan de besluitvorming bij elkaar komt op het punt van toezicht en monetair beleid. Dat is natuurlijk ook niet volmaakt. Bij een eventuele toekomstige verdragswijziging zou er veel voor te zeggen zijn om dat functioneel helemaal te scheiden. Op het moment dat wij deze onderhandelingen voerden en besloten tot de start van de bankenunie was dat niet op die termijn te doen. Vandaar dat wij een aantal waarborgen hebben ingebouwd. Een daarvan is dat er mediation kan plaatsvinden als de governing council intervenieert en persisteert. Dat gaat over een situatie waarin de governing council bezwaar heeft tegen ontwerpbesluiten van de supervisory board en nationale toezichthouders in die board bezwaar aantekenen tegen deze interventie. Per land zit er één lid in het mediation panel. De leden worden door iedereen gekozen uit de leden van de raad van bestuur en de raad van toezicht. Ze doen dat op basis van "one man, one vote", dus er is geen gekwalificeerde stemverhouding. Er zal dus altijd een beslissing uitkomen. Het mediation panel besluit dan uiteindelijk in het meningsverschil tussen de nationale toezichthouder en de governing council die een bezwaar heeft. Er geldt een gewone meerderheid van stemmen. 

Ik kom bij het punt van de kosten, waarover ik al iets heb gezegd. Mevrouw De Vries vroeg vrij concreet of er een overzicht is van de totale kosten van het toezicht. Voor de periode november 2014 tot en met december 2015 — dat is iets meer dan een jaar omdat men in november begint — heeft de ECB de totale kosten ingeschat op 300 miljoen euro. Het overgrote deel daarvan, 255 miljoen, zal worden doorberekend aan de significante banken, die rechtstreeks onder het toezicht van de ECB vallen, en het overige deel aan de minder significante banken. Let daarbij op het eufemisme. 

Wat betreft het beheersbaar houden van de toezichtskosten heb ik al gezegd dat de ECB bereid is om de Kamer erover te briefen hoe hij dat heeft ingericht. Er is een bekostigingsregeling vastgesteld na een publieke consultatie. Daarmee is duidelijk gemaakt hoe de kosten zullen worden verdeeld over de banken. Deze regeling en alle besluiten die daaruit voortvloeien, dus over het omslaan van de kosten over de banken, zijn gewoon aanvechtbaar bij de rechter, tot en met het Europese Hof van Justitie. Ook de controle op de begroting, zowel via Parlement, Commissie, Raad en eurogroep, als via de doelmatigheidscontrole van de Europese Rekenkamer, draagt natuurlijk bij aan die kostenbeheersing. 

De heer Van Dijck heeft gevraagd waarom de kosten niet naar beneden gaan, aangezien de ECB taken overneemt. Hij vroeg waarom de kosten dan omhoog gaan. Zowel de ECB als DNB blijven toezichtstaken uitoefenen, zoals ik al heb gezegd. Het is dus niet zo dat de Nederlandsche Bank er nu uit ligt, niks meer doet en geen zicht meer heeft op de Nederlandse banken, zoals uit het betoog van de heer Van Dijck wel een beetje bleek. Dat is dus zeker niet het geval, want DNB blijft de belangrijkste uitvoerder van de toezichtstaken. De organisatie van DNB is aangepast, zowel naar aanleiding van deze wetgeving — de start van het toezicht — als naar aanleiding van de resolutiewetgeving en het aanwijzen van de nationale resolutieautoriteit. De structuur is nu dus zodanig aangepast dat die aansluit bij de start van de bankenunie. De structuur van DNB ligt in het verlengde van de taken die voortvloeien uit de bankenunie. 

We gaan in de komende jaren dus zien in hoeverre besparing op de toezichtkosten mogelijk is. Het kan heel goed zijn dat de rol van DNB de komende jaren verder gaat veranderen. Het moet allemaal nog ingeregeld worden, dus daarom evalueren we het ook regelmatig. Op dit moment kan ik niet zeggen dat DNB minder taken heeft en dat het allemaal minder intensief kan. Mijn eerste indruk is dat de Europese wijze van toezicht houden intensiever, gedetailleerder en diepgravender is dan de Nederlandse toezichtmodellen. Die waren meer risicogestuurd en indirecter dan de Europese wijze. Dat komt ook voort uit de traditie die in andere landen bestond. Het is zeer gedetailleerd, echt tot in de dossiers van de banken. Daar zit dus veel werk aan vast, vooralsnog. 

De heer Van Dijck heeft mij gevraagd toe te zeggen dat de kosten hiervan niet zullen worden doorberekend aan de consument. Het antwoord op zo'n vraag is altijd: ja en nee. Het is nee omdat — we hebben die debatten meerdere keren gevoerd — de situatie in de banken en de winstgevendheid van de banken hen naar mijn oordeel in staat stellen om deze kosten te dragen. Dat geldt ook voor de stortingen in het resolutiefonds, waaraan de heer Van Dijck refereerde. Ik denk dat de Nederlandsche Bank heeft laten zien dat men die kosten kan verrekenen binnen de huidige bedrijfsvoering. 

De heer Van Dijck heeft ook gevraagd of de 4 miljard voor het resolutiefonds niet ten koste gaat van de kredietverlening. Dit debat hebben we vorige week in het AO over kredietverlening uitgebreid gevoerd. Toen heb ik betoogd dat het onderzoek van DNB liet zien dat het uitstekend kan in het basisscenario, waarin we nu zitten. De winstgevendheid van de Nederlandsche Bank is zodanig dat men daaruit ook kan reserveren voor afdrachten aan het resolutiefonds. 

De heer Merkies heeft een vraag gesteld over handhaving en boetes. Is het mogelijk dat een bank zowel door de ECB als door de Nederlandsche Bank wordt beboet voor dezelfde overtreding? Aan wie komen de inkomsten dan toe? Men kan maar eenmaal voor dezelfde overtreding worden beboet. Een dubbele beboeting, dus op basis van richtlijn en verordening langs elkaar, zal dus niet voorkomen. Indien DNB de boete oplegt, komen de inkomsten aan DNB toe. We hebben daar eerder over gedebatteerd. Er is een bepaalde drempel. Als het daarboven komt, dan gaat het weer naar de schatkist. Het was de motie-Merkies die daar aanleiding toe gaf. Indien de ECB de boete oplegt, komen de inkomsten aan de ECB toe. Dan verlaten ze helaas mijn invloedssfeer. 

De heer Merkies heeft naar aanleiding van de casus Icesave gevraagd hoe het zit met het voorwaarden stellen aan de vestiging van bijkantoren. Icesave was een IJslandse bank en IJsland zit niet in de bankenunie. Dat maakt nogal uit voor het antwoord. De aanname van de heer Merkies is dat IJsland in de toekomst helemaal niet meer vergunningplichtig is, maar dat blijft wel het geval, omdat IJsland niet in de bankenunie zit. Als de moederbank binnen de bankenunie een vergunning heeft, dan verandert de procedure voor het mogen vestigen van een bijkantoor. Dan stemt de nationale toezichthouder van het thuisland of de ECB in beginsel in met de vestiging van een bijkantoor. Het is een "ja, tenzij"-procedure geworden. Dat is iets anders dan wanneer het om een vestiging van buiten de bankenunie gaat. Dan blijft gewoon een vergunning met voorwaarden gelden. Daarom gaat de casus van Icesave niet op. 

De heer Merkies (SP):

Ik heb nog een vraag om wat duidelijkheid te scheppen. Icesave is een aanleiding. Laten we voor het gemak een land binnen de bankenunie nemen. Als je dan een bijkantoor hebt in Nederland en de bank zit in Frankrijk, moet er dan nog iemand toestemming geven? Er werd gezegd dat het "ja, tenzij" is, maar ik kreeg de indruk uit de beantwoording van de vragen dat er eerst in Frankrijk toestemming moest worden gegeven bij het hoofdkantoor en dat dit nu niet hoeft, dus dat je automatisch toestemming krijgt om een bijkantoor in een ander land te vestigen. 

Minister Dijsselbloem:

Ja, dat is juist. De moederbank staat in Frankrijk. Als die moederbank een bijkantoor wil vestigen in het gebied van de bankenunie of van de eurolanden, is dat in principe toegestaan; ja, tenzij de nationale toezichthouder bijvoorbeeld in Nederland of de ECB daar bezwaar tegen heeft. Deze bank staat al onder Europees toezicht, valt volledig onder het toezichtskader en de regels en voldoet aan de Europese kapitaalvereisten, dus het is niet zo dat we hier een bank hebben die ons onbekend is of die zich zou onttrekken aan het Europees toezicht. 

De heer Merkies (SP):

Icesave viel onder de Europese Economische Ruimte. Daarvan dachten we ook dat er afspraken waren gemaakt. Het gaat niet expliciet om banken waar de ECB direct toezicht op gaat houden, dat is duidelijk. Het gaat nu juist om de kleine banken. Je zou kunnen zeggen dat als de moederbank in Frankrijk zit en hier een bijkantoor wordt geopend, je toch op een gegeven moment op een of andere manier een check wilt waarbij wordt gezegd dat het mag. Dat was voorheen wel het geval, maar tegenwoordig mag je eigenlijk automatisch een bijkantoor openen. Dat vind ik gek, want dat lijkt een achteruitgang ten opzichte van de situatie daarvoor. 

Minister Dijsselbloem:

Jawel, maar het gebeurt nu wel allemaal onder een gezamenlijk pakket aan wetgeving met betrekking tot kapitaaleisen, toezicht, resolutie en vul maar in wat we inmiddels allemaal geregeld hebben. Dan hoeven we hetzelfde niet nog een keer te toetsen. Ik hoop overigens dat heel veel banken in de eurozone een bijkantoor in Nederland zullen openen. Dat is goed voor onze werkgelegenheid en voor de concurrentie in de bankensector. Dat is precies wat we willen. Onder een veel degelijkere paraplu met betere kapitaalseisen, versterking van het toezicht et cetera zijn wij in staat om binnen de eurozone de vergunningprocedures te verlichten, en dan gaat de heer Merkies protesteren. Ik zou zeggen dat dit een van de winstpunten van de bankenunie is, zodat heel veel van die banken zich ook in Nederland kunnen vestigen en allemaal onder toezicht staan. Voor de bankvergunning en de verklaring van geen bezwaar geldt dat de ECB altijd bevoegd is, met dit verschil dat de bankvergunning moet worden voorbereid door de nationale centrale bank, DNB, en moet worden voorgelegd aan de ECB. Als hij dat niet doet, heeft hij eigenlijk de bankvergunning al geweigerd nog voordat deze de ECB bereikt. Bij een verklaring van geen bezwaar kan dat niet. Een nationale centrale bank kan de vvgb niet weigeren, bijvoorbeeld om zijn eigen bankjes te beschermen en om buitenlandse overnames te voorkomen. U kent de voorbeelden; sommigen zouden er zeer voor zijn om daar een toets op te hebben. Ook als de Nederlandsche Bank de vvgb weigert, moet deze uiteindelijk voor besluitvorming worden voorgelegd aan de ECB. De ECB beslist over de verklaring van geen bezwaar. 

De heer Omtzigt vraagt wat er gebeurt als de ECB een vergunning afgeeft en de minister of de Nederlandsche Bank het er niet mee eens is. In het nieuwe model heeft de ECB het laatste woord. Het is niet meer aan de minister of de Nederlandsche Bank om die beslissing aan te vechten of tegen te gaan. DNB heeft een rol in het voortraject en kan het ontwerpbesluit voorleggen aan de ECB. DNB zal zeer invloedrijk zijn in dat traject, maar de ECB beslist uiteindelijk. 

Dan kom ik op een onderwerp waarvoor de heer Koolmees en anderen eerder aandacht voor hebben gevraagd: het ontstaan van megabanken. Zijn redenering is dat we nu een bankenunie hebben en dat er dus een grotere markt is, met één set regels en één toezichthouder et cetera. Voordat je het weet, zullen banken dus gaan opschalen en opnieuw too big to fail worden, maar dan nu voor die grotere markt en die grotere toezichthouder en dat grotere resolutiefonds. Ik heb betoogd dat risico voor mij de belangrijkste insteek is. Ik herhaal het maar even. Dan zeg je dus niet pas op het moment van een fusie dat het niet mag. Het gaat erom dat je ervoor zorgt dat alle banken er gezonder voor staan en in staat zijn om risico's te managen en risico's te dragen als verlies zich voordoet. Het gaat erom de verliesdragende capaciteit van banken te verhogen. Dat kan door eigen vermogen, door buffers et cetera. Dat is primair de lijn waarlangs wij de sector versterken. 

In de Antonvenetarichtlijn staan criteria op basis waarvan een verklaring van geen bezwaar kan worden getoetst of geweigerd. Het gaat over de soliditeit van de overnemende partij. Hoe ziet de bankbalans eruit? Hoe zit het met de geschiktheid en de betrouwbaarheid? Het zou wenselijk zijn hier een criterium aan toe te voegen voor de financiële stabiliteit, niet zozeer van het instituut, de overnemende bank of de overgenomen bank, maar op sectorniveau. Wat doet dit voor de sector? Welke risico's zijn er? Hoe zit het met de kwetsbaarheid? Welke "too big to fail"-problematiek brengt dit met zich mee? Dat gaan wij bij de eerder door de Commissie voorgenomen herziening van de Antonvenetarichtlijn inbrengen. De evaluatie was overigens al gestart, maar is eerder stilgelegd. Wij gaan bij de nieuwe Commissie verzoeken om dat traject op te pakken. Wij bekijken of wij dit criterium — dit haakje, zoals de heer Koolmees het noemt — kunnen inbrengen. Wij hebben dit eerder met elkaar gewisseld. Dit is slechts een bevestiging van mijn inzet. Ik houd de Kamer daarvan op de hoogte. 

Verschillende leden hebben, in heel verschillende toonaarden, gesproken over nationale koppen. Ik vat het even samen: de Partij van de Arbeid is ervoor en de VVD is ertegen. Gelukkig kan ik in die situatie dan altijd rekenen op de steun van D66. In alle ernst: er zijn twee thema's die eruit springen, waaronder de leverage ratio. Ik vind dat zelf overigens geen nationale kop. Ik herhaal: er is geen vastgestelde minimum- of maximumharmonisatie. Het minimum is vooralsnog 3%, maar er is afgesproken dat dit zal worden geëvalueerd. Het wordt pas definitief vastgesteld in 2017. In 2018 moet er een Europese norm zijn. Het kan zijn dat het dan maximumharmonisatie is. Ik geloof dat de heer Merkies vroeg: wat gebeurt er dan? Maximumharmonisatie — de naam zegt het al — houdt in dat dat het dan ook is. De heer Merkies vroeg vervolgens: wat als de norm dan weer omlaag zou moeten? Dat is niet mijn verwachting en al helemaal niet mijn inzet. Wat-alsvragen liggen buiten mijn fantasie. 

Hoe gaat de ECB toezien op die nationale regelingen? Die vraag is eigenlijk door de Partij van de Arbeid en de VVD gesteld. Het gaat dan dus over de leverage ratio en beloningen. Zoals gezegd, staat het huidige kapitaaleisenraamwerk de lidstaten toe om de komende jaren een eigen beleid met betrekking tot de leverage ratio te hanteren. DNB heeft dit nu opgenomen in de zogenoemde meerjarige kapitaalplannen voor de individuele banken waarover het gaat. Daarin is het tijdpad uitgezet naar 2018. Daar heb ik de Kamer ook over geïnformeerd. Onder het SSM is de ECB formeel verantwoordelijk om daar vervolgens op toe te zien. De ECB zal daar ook op moeten toezien op basis van nationale wetgeving. Dat zal op meerdere punten gebeuren, niet alleen op deze in het oog springende punten, maar ook op kleinere dingen waar gewoon nog geen single rulebook voor is. Als nationale wetgeving bestaat en prevaleert, zal de ECB zich daar als toezichthouder dus ook rekenschap van moeten geven en verantwoordelijkheid voor moeten nemen. Hij zal daar dan ook mee moeten werken. De ECB gaat op dit punt in ieder geval tot 2018 de Nederlandse leverage ratio handhaven. 

Dezelfde vraag werd eigenlijk over beloningen gesteld: hoe gaat de ECB daarmee om? De ECB is op dat punt nog bezig om zijn toezicht in te richten. Hij heeft wel aangegeven dat toezicht op het beloningsbeleid een van de speerpunten zal zijn. Er zijn al wat preluderende waarschuwingen uit de ECB-burelen gekomen. Die houden in dat men buitengewoon scherp zal zijn op de naleving van de normen op het gebied van beloningsbeleid. Daarvoor geldt dat ook de nationale overheden nog bevoegdheden houden. Er is dus nog geen level playing field, zeg ik tegen mevrouw De Vries. Ik weet dat zij daar teleurgesteld over is. Wij zijn echter niet de enigen die op onderdelen scherper zijn, bijvoorbeeld als het gaat om bonussen. De ECB zal daar ook op toezien. 

We hebben het tijdens de behandeling van de Wet beloning financiële ondernemingen uitgebreid gehad over de handhaving daarvan en dat DNB daarop streng zal toezien. Er is een amendement van de heer Nijboer aangenomen waardoor boetes in de categorie 3 in de wet zijn opgenomen. De handhaving zal wat mij betreft zeker strikt worden vormgegeven. 

Als er meer te melden valt over de wijze waarop de ECB zal omgaan met beloningsbeleid en beloningsnormen, of als daar iets nieuws over te melden valt, zal ik de Kamer daarover informeren. De voorlopige stand van zaken is dat de ECB heeft aangegeven dat dit de komende jaren een van zijn speerpunten zal zijn. 

De heer Merkies heeft nog een vraag gesteld over het aanstellen of heenzenden van bestuurders en het toetsen van beoogde bestuurders. De toetsing van beoogde bestuurders van banken wordt voor de significante banken uitgevoerd door de ECB. Voor de minder significante banken doet DNB dat, maar hij moet het ontwerpbesluit altijd wel voorleggen aan de ECB, zodat die een zienswijze kan geven. Dat kan de ECB ook niet doen en dan is de Nederlandsche Bank vrij om er een besluit over te nemen. 

Als het gaat om het heenzenden van een bestuurder en toetsing in dat kader geldt dat de ECB dat kan doen ten aanzien van bestuurders van elke bank. Hij kan daarbij steeds om bijstand van de Nederlandsche Bank vragen. Bij minder significante banken kan de Nederlandsche Bank het ook op eigen gezag doen. Ook hierbij moet de Nederlandsche Bank de ECB in staat stellen een zienswijze te geven. Als de ECB daar niet aan hecht, kan de Nederlandsche Bank gewoon de beslissing nemen. 

De heer Merkies (SP):

Klopt het dan dat de Nederlandsche Bank zelfstandig geen bestuurders kan heenzenden? 

Minister Dijsselbloem:

Helemaal zelfstandig niet. Zelfs als het om een kleine bank gaat, moet de Nederlandsche Bank de ECB in staat stellen een zienswijze te geven. De ECB kan daarin dan interveniëren en zeggen het er niet mee eens te zijn. Ervan uitgaande dat de Nederlandsche Bank dit niet lichtvaardig zal doen en een dergelijk voorstel altijd goed zal onderbouwen en toetsen, verwacht ik niet dat de ECB daar snel doorheen zal fietsen. 

De heer Merkies (SP):

De Nederlandsche Bank kan de ECB dan een advies geven en dan zou je inderdaad mogen verwachten dat de ECB dat overneemt. Krijgen wij dat advies van de Nederlandsche Bank zelf ook te zien? 

Minister Dijsselbloem:

Nee, zeker niet. Dit gaat over personen. Het gaat dus om vertrouwelijke gegevens over personen. De Nederlandsche Bank en de AFM doen nu natuurlijk ook geschiktheidstoetsingen op bestuurders van financiële instellingen en daar wordt de Kamer zeker niet per dossier over geïnformeerd. Ik geloof dat we het in het verleden weleens hebben gehad over macro-aantallen, maar als die aantallen klein zijn, kan zelfs dat kwetsbare informatie zijn. 

Ik kom op enkele losse onderwerpen en daarna op de vergunningtermijnen, waar meerdere woordvoerders indringend aandacht voor hebben gevraagd. 

De heer Omtzigt heeft gevraagd naar het intreden in dan wel uittreden uit de bankenunie en de eurozone. Wat gebeurt er met een bank die nu onder toezicht staat in de bankenunie, indien een land uit de eurozone treedt? Is het land dan voortaan zelf verantwoordelijk voor die bank of blijft de ECB daarvoor verantwoordelijk? Mijn antwoord is wat kort door de bocht. Alle landen van de eurozone zijn onderdeel van de bankenunie; dat is niet vrijwillig. Landen van buiten de eurozone kunnen toetreden. Ik sluit niet uit dat dit ook gaat gebeuren. Er zijn landen die daarin al interesse hebben getoond en zeer actief zijn geweest in de besluitvormingsprocedure op weg naar de bankenunie met dat perspectief. Als landen uit de eurozone treden, is dat juridisch een buitengewoon ingewikkeld mijnenveld. Sommige juristen leggen mij uit dat je daarvoor eerst uit de Europese Unie moet stappen en dan weer erin, zodat je en passant de eurozone kunt verlaten. Dat is geen aantrekkelijk perspectief. Als je uit de eurozone treedt, hoef je niet per definitie ook uit de bankenunie te treden, maar het kan wel. Daar zijn voorzieningen voor getroffen, bijvoorbeeld voor de wijze waarop je dan moet omgaan met je eerdere stortingen in het resolutiefonds. Eerder is met de Kamer gewisseld hoe dat werkt, omdat de Kamer wilde weten wat er zou gebeuren als Nederland ooit uit de bankenunie zou willen: kunnen we dan ons geld weer uit het resolutiefonds halen? Daarvoor zijn in algemene zin bepalingen opgenomen in de wet. 

De heer Omtzigt (CDA):

Er is een cruciaal verschil tussen eruit stappen in een gezonde economische situatie, waarbij een land eruit stapt omdat het dat wil, en eruit stappen in een stresssituatie, waarbij een land bijna gedwongen wordt om eruit te stappen en zo ongeveer de hele bankensector in elkaar klapt. Moeten de lidstaten die nog in de bankenunie zitten dan feitelijk de klappen opvangen voor die banken, of stapt zo'n land dan automatisch uit de bankenunie of kan het daartoe gedwongen worden? 

Minister Dijsselbloem:

Een land dat uit de eurozone moet — nogmaals, dat is juridisch op zich al buitengewoon complex; het is uw en mijn intentie om dat te voorkomen — is daarmee niet automatisch uit de bankenunie. Ook niet-eurolanden kunnen lid zijn van de bankenunie. Dat is echter allemaal zeer speculatief. Ik weet niet in welke situatie wij ons dan bevinden met de bankensector. Ik weet niet of dat land zich dan nog wenst te houden aan de rules and regulations van de bankenunie. Daar ga ik dan wel van uit, want anders houdt het natuurlijk al snel op. Dan zal dat land ook uit het resolutiefonds moeten, maar ... 

De heer Omtzigt (CDA):

Ik vraag de minister toch om deze vraag een keer duidelijk te beantwoorden. We doen er alles aan om het te voorkomen, maar dit is een geval waarin een land overstapt op een andere munt dan die van de Europese Unie, zijnde de euro. Als dat land eruit stapt, worden er waarschijnlijk zeer zware verliezen geleden in delen van de bankensector van dat land. Dat kun je bijna op je vingers natellen. Dan gaan banken ... 

Minister Dijsselbloem:

Ik kan niet duidelijker antwoorden dan ik heb gedaan. Er is geen een-op-eenrelatie tussen het lid zijn van de eurozone — dus ook niet in het onverhoopte geval dat een land uit de eurozone zou treden en een andere munt zou aannemen — en het lid zijn van de bankenunie en het daarin onderbrengen van banken. Het kan best zijn dat er over een paar jaar meerdere landen zijn die helemaal geen euro hebben, maar zich wel volledig hebben gevoegd naar alle vereisten van de bankenunie: de aanpassing van wet- en regelgeving, het toezicht, het overdragen van bevoegdheden aan de ECB, de kapitaalvereisten, het aanleggen van buffers, het volledig toepassen van bail-inregels, het resolutiemechanisme, het storten van geld in het resolutiefonds et cetera. Dan ben je gewoon lid van de bankenunie. Dan vallen je banken dus ook onder het toezicht van de ECB en de resolutiebevoegdheden van de resolutieautoriteit, tot en met in het uiterste geval — maar de heer Omtzigt weet hoe de waterval in elkaar zit — eventuele trekkingsrechten uit het resolutiefonds. Die rechten vervallen niet allemaal in het theoretische scenario dat een land de eurozone verlaat. Dat zijn echt apart van elkaar staande zaken. Natuurlijk kan er in een uiterste crisissituatie sprake zijn van besmetting tussen banken en lidstaten, maar je verspeelt niet al je rechten en je komt niet buiten de bankenunie te staan als je land in een crisissituatie uit de eurozone zou stappen. 

De voorzitter:

Gaat u naar een afronding toe? 

Minister Dijsselbloem:

Ja. Ik heb nog een vraag van de heer Omtzigt over systeemcrises. Wordt daar ook op getest? De ECB heeft recentelijk bij de comprehensive assesment van de banken stress testing toegepast. Daarbij spelen verschillende scenario's en verschillende elementen van crises. Een volgende stresstest zal misschien weer anders worden vormgegeven. Daar zullen andere elementen van denkbare crises inzitten. Dan wordt daarop getest. Het is ook niet puur individueel. Er zitten ook elementen in die door de gehele bankensector heen een systeemcrisis zouden kunnen veroorzaken. Dat zit in de systematiek van de stress testing. Overigens hebben wij met alle kapitaaleisen, buffereisen en leverage ratio's de weerbaarheid van de banken ook op het punt van systeemcrises versterkt. Niet alles wat wij hebben gedaan, ziet alleen maar op problemen in een individueel bankje. Het is niet zo dat, zodra de crisis in de banken weer een sectorcrisis wordt, alles wat nu is neergezet niet meer functioneert. Dat beeld bestrijd ik zeer. 

Dan het vergunningstraject. Mevrouw De Vries, de heer Nijboer, de heer Koolmees en anderen hebben daarover gesproken. Dat is een lastig punt. Waar komt het uit voort? Wij stellen in het wetsvoorstel voor om de termijn die de Nederlandsche Bank heeft om een bankvergunning te behandelen, te verlengen. Dat is een raar signaal want met de Kamer voeren wij een voortdurend debat over de vraag of de vergunning, de termijn en de behandeling ervan niet eenvoudiger kunnen, om op die manier meer toetreders te krijgen en meer concurrentie. We lijken nu contra-intuïtief het tegenovergestelde te doen. De verklaring daarvoor is dat de Nederlandsche Bank deze wens al langer heeft geuit, omdat de wettelijke termijn niet zou passen bij de tijd die men nodig heeft. Dan gaat de Nederlandsche Bank dingen doen om toch binnen de wet te blijven. Dan krijg je bijvoorbeeld van tevoren een lang traject. Dan wordt er voordat de klok echt gaat lopen al veel informatie gewisseld. Ook worden dan al gesprekken gevoerd. De klok wordt vervolgens aangezet maar zo nu en dan ook weer stilgezet. Maar dan nog, als de klok eenmaal is begonnen te lopen, mag het maximaal 26 weken duren. De termijn wordt niet verdubbeld. In het wetsvoorstel wordt voorgesteld om naar 48 weken te gaan. Dat is een forse uitbreiding. Het blijft toch raar — daar hebben verschillende sprekers op gewezen — want we hebben net Actal gevraagd om eens goed naar die procedure te kijken. Mijn voorstel is het volgende. Mevrouw De Vries heeft aangegeven dat zij een amendement overweegt. Als zij zo'n amendement indient, zal ik me daar niet tegen verzetten. Dan halen wij dit aspect er nu uit. Dit komt ook niet dwingend voort uit Europese wetgeving. Het is een voor mij begrijpelijke wens van de Nederlandsche Bank om de termijn meer in overeenstemming te brengen met de werkelijkheid. Met een amendement zou dat er nu uit kunnen worden gehaald. Dan wachten wij eerst het advies van Actal af. Mogelijk dat Actal met heel goede adviezen komt over hoe we de termijnen en de procedure kunnen vereenvoudigen. Dat zou kunnen. Dan wegen wij vervolgens af of de wettelijke termijn al of niet passend is. Misschien kan die wat korter, maar ik weet het niet. Dat zou dus logischer zijn. Ik volg de redenering van de Kamer. Wij zijn graag bereid om technische bijstand te verlenen als het gaat om het amendement, want een amendement is passend. 

De heer Koolmees (D66):

Voorzitter. Ik dank de minister voor die laatste opmerking. Ik heb nog een vraag over het vorige punt, de systeemcrisis, waarover de heer Omtzigt heeft gesproken. Ik begrijp de redenering van de minister. We hebben zojuist een stresstest gehad en we zijn net door de hoepel gesprongen. We hebben natuurlijk een discussie over TLAC en over het verder verhogen van de buffers in de banken. Een van de aspecten die steeds terugkeren, is de vraag hoe stabiel dat bail-inable kapitaal is. We gaan naar allerlei nieuwe vormen van kapitaal op de bankbalans, maar hoe stabiel is dat nu? Ik heb de woorden van de heer Omtzigt ook zo begrepen dat hij iets meer zicht wil krijgen op de gevoeligheid van dat soort systeemcrises, dat wil zeggen als alle banken op omvallen staan of de gehele financiële sector opdroogt. Dat hebben wij in 2008 en 2009 gezien. Wordt daar nu "dieper" naar gekeken? Kan de minister daar nog op reageren? Ik denk bijvoorbeeld aan de invoering van TLAC. Hoe stabiel is dat TLAC-systeem? 

Minister Dijsselbloem:

Het interessante van TLAC — total loss-absorbing capacity — is juist dat je ook juridisch zeker stelt dat er voldoende bail-inbaar materiaal is op de bankbalans en dat niet alle beleggers weg zijn als zich een crisis voordoet en je die grote bank binnenloopt om hem aan te slaan en mee te laten betalen aan de verliezen. Dat is het karakter van TLAC. Het gaat om van tevoren vastgesteld, zeker gesteld en juridisch verplicht bail-inbaar kapitaal. Dat is de total loss-absorbing capacity. 

Deze gaat gelden voor global systemically important banks, de echte grootbanken. In Nederland is dat alleen ING op dit moment. Dat is ook weer relevant in verband met het punt van de heer Koolmees over megabanken. Zouden twee andere Nederlandse banken fuseren, dan vallen ze onmiddellijk onder dit TLAC-regime, met dus ook zwaardere kapitaaleisen. Dan moeten ze als onderdeel van een resolutieplan onmiddellijk meer en van tevoren aantoonbaar kapitaal op de balans hebben. De toezichthouder gaat daar naar binnen om te bekijken of er voldoende juridisch vastgelegd bail-inbaar materiaal op de balans staat, dat niet weg is als ik in geval van een crisis binnenkom. Dat is het karakter van de TLAC. Het mooie daarvan is dat het een internationale standaard wordt voor alle global systemically important banks. Dat is zeer waardevol. 

Nederland heeft hetzelfde geprobeerd om in de BRRD, binnen het Europese raamwerk voor resolutie, een MREL vast te leggen. Dat is wel vergelijkbaar, maar niet helemaal hetzelfde qua definitie. Ook dan moeten de banken ten minste — de "M" van MREL — een hoeveelheid kapitaal op hun balans hebben staan dat aangeslagen kan worden. Dat is ook vastgelegd in de richtlijn, maar er is geen standaard vastgelegd. De toezichthouder kan dit per bank verder invullen. Dat is wat mij betreft nog een vervolgstap in de bankenunie. 

De voorzitter:

Dank u wel. Ik constateer dat er behoefte is aan een tweede termijn. 

Mevrouw Aukje de Vries (VVD):

Voorzitter. Ik dank de minister voor zijn beantwoording. Voor het vergunningstraject zullen wij inderdaad een amendement indienen en als daarbij ondersteuning van het ministerie kan worden geleverd, is dat altijd mooi. 

Ik wil nog twee punten aan de orde stellen. De minister heeft gezegd dat het SSM een keer in de drie jaar geëvalueerd zal worden. Wij hebben ook naar zo'n evaluatie gevraagd, maar ik denk dat de SSM wel heel erg met de blik van de ECB kijkt. Wat ons betreft, gaat het vooral over het dubbele toezicht. Wat is de rol van de AFM en wat is de rol van DNB? Wij zijn eigenlijk de enigen met een "twin peaks"-model. Wij zouden daar een specifieke actie op willen hebben. Ik krijg hierop graag een reactie van de minister. 

Wij zijn blij dat hij aangeeft dat er geen dubbel toezicht komt, maar dat willen wij ook wel in de praktijk zien. Het is ook goed dat er een MoU komt om die afspraken tussen de AFM en ECB te maken. 

De schakelbepaling is er wel voor DNB gekomen maar niet voor de AFM. Waarom is dat niet gebeurd? Is de MoU daar een goede vervanger voor? 

De zorg over de hoogte van de toezichtskosten is bij ons nog niet helemaal weggenomen. Wij zien ook hoe dat in Nederland is gegaan. Wij begrijpen dat er een heleboel adviserende en consulterende rondes zijn met het bedrijfsleven. Ik wil toch nog een keer een lans breken voor de adviserende panels. Er zijn nu andere vormen gekozen, maar ik denk dat het voor de toekomst een goede optie zou zijn om vooral ook meer greep op de toezichtskosten te krijgen. 

De heer Merkies (SP):

Voorzitter. Het was een belangrijk punt dat de Rekenkamer controle kan hebben. Het zou voor ons ook de Algemene Rekenkamer kunnen zijn, maar laten wij het hebben over de Europese Rekenkamer. De minister gaat zich ervoor inzetten. Het gaat er mij om dat hij dat als een essentiële voorwaarde stelt. Dat is nog net even wat harder. 

Motie

De Kamer, 

gehoord de beraadslaging, 

constaterende dat de ECB niet onafhankelijk gecontroleerd kan worden op toezichtsbesluiten, zoals de Algemene Rekenkamer dit in Nederland bij DNB kon; 

overwegende dat een onafhankelijke controle op de toezichtsbesluiten noodzakelijk is voor een goed functionerend systeem van bankentoezicht; 

verzoekt de regering, in Europees verband te pleiten voor een verdragswijziging die de Europese Rekenkamer controlebevoegdheden geeft over de ECB zoals de Algemene Rekenkamer die in Nederland over DNB had, en de Kamer voor de zomer over de uitkomst te informeren, 

en gaat over tot de orde van de dag. 

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door de leden Merkies en Omtzigt. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund. 

Zij krijgt nr. 10 (34049). 

De heer Merkies (SP):

Wat ook van belang is, is het recht van nationale parlementen. Ik dien ook daarover een motie in. 

Motie

De Kamer, 

gehoord de beraadslaging, 

constaterende dat nationale parlementen de ECB schriftelijk om opheldering kunnen vragen, alsmede de ECB-bestuursleden kunnen uitnodigen voor een gedachtewisseling maar dat de ECB niet verplicht is om hierop in te gaan; 

overwegende dat de verantwoording over Europees bankentoezicht aan nationale parlementen van groot belang is om de taak als medewetgever naar behoren te kunnen invullen; 

verzoekt de regering, zich er op Europees niveau voor in te zetten dat het recht van nationale parlementen om ECB-bestuursleden te spreken, geborgd wordt, 

en gaat over tot de orde van de dag. 

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Merkies. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund. 

Zij krijgt nr. 11 (34049). 

De heer Merkies (SP):

Over de leverage ratio zei de minister dat hij niet ingaat op "wat, als"-scenario's. Wat mij betreft hoeft het geen "wat, als"-scenario te zijn als hij maar regelt dat in 2018 landen altijd zelfstandig een hoger leverage ratio kunnen instellen als zij dat willen. Wij hebben dan geen "wat, als"-scenario nodig. 

Ten slotte iets over de bankbestuurders. Ik begrijp van de minister dat eigenlijk alleen maar de ECB hen kan heenzenden, dan wel een aanstelling kan tegenhouden. Ik vind dat een ongemakkelijke situatie. Volgens mij moet het ook mogelijk zijn dat DNB dat zelf kan. Ik dien daartoe de volgende motie in. 

Motie

De Kamer, 

gehoord de beraadslaging, 

constaterende dat de Nederlandsche Bank de bevoegdheid verliest om zelfstandig bestuurders van banken heen te zenden, dan wel de aanstelling van bestuurders tegen te houden; 

overwegende dat het wenselijk is dat DNB deze bevoegdheid behoudt; 

verzoekt de regering, zich er in Europees verband voor in te zetten dat de nationale toezichthouders de bevoegdheid behouden om bestuurders heen te zenden, dan wel de aanstelling van bestuurders tegen te houden, 

en gaat over tot de orde van de dag. 

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Merkies. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund. 

Zij krijgt nr. 12 (34049). 

De heer Omtzigt (CDA):

Voorzitter. Ik dank de minister voor de heldere antwoorden. De CDA-fractie blijft op zoek naar een amendement. Wij hebben niet voor niets de motie van de heer Merkies medeondertekend. Wij hebben in het antwoord van de minister gehoord dat ook hij zoekt naar een manier om de Europese Rekenkamer dan wel het stelsel van algemene rekenkamers een mogelijkheid van toezicht te geven, al was het alleen maar omdat ze daarmee niet alleen de Kamer kunnen informeren maar ook de minister, als hij wil weten wat er gebeurt bij het toezicht op banken. 

Wij komen bij TLAC terug op die stresstest. Ik had er een motie voor klaar liggen, maar het antwoord stelt mij zo gerust dat ik daar even mee wacht. Wij hopen dat er dan ook een stresstest komt die over de hele derivatenpositie en het bail-inable kapitaal gaat. De minister zegt zelf dat de wetgeving niet volmaakt is. Wij gaan er dus van uit dat er een suppletoire wetgeving overheen komt in Europa. Wij hebben al gesproken over de Europese Rekenkamer, maar ook over het feit dat je toezicht en monetair beleid niet zo gescheiden hebt als wenselijk is. Ik heb daar zelf het punt bij genoemd dat degenen die de rekening betalen, degenen zijn die niet onder toezicht staan, zoals de pensioenfondsen. De spaarder betaalt het uiteindelijk. Misschien kan de minister een termijn geven waarop deze regelgeving volgens hem wordt aangepast. 

De CDA-fractie schrikt enigszins van het antwoord op de vraag over het uittreden uit de eurozone. Als je dan lid blijft van de bankenunie, trek je het hele resolutiefonds naar alle waarschijnlijkheid op dat moment leeg. Is er een mogelijkheid om dat te voorkomen? Ik hoop van harte dat ik op dat punt fout zit. 

Tot slot heb ik één motie. 

Motie

De Kamer, 

gehoord de beraadslaging, 

constaterende dat de bankenunie zou kunnen leiden tot een consolidatieslag onder Europese banken; 

overwegende dat banken die "too big to fail" zijn een van de oorzaken zijn van de financiële crisis en dat nieuwe vorming van megabanken voorkomen dient te worden; 

verzoekt de Nederlandse regering, zich in te zetten voor een zeer stringent beleid als het gaat om het afgeven van een verklaring van geen bezwaar voor bankenfusies die megabanken tot gevolg hebben, 

en gaat over tot de orde van de dag. 

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door de leden Omtzigt en Merkies. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund. 

Zij krijgt nr. 13 (34049). 

De heer Omtzigt (CDA):

Overigens ondersteun ik de suggestie van de heer Koolmees om in de Antonvenetarichtlijn waarborgen in te bouwen. Bankenfusies kunnen mogelijk zijn. Twee kleinere banken kunnen best een grotere bank worden. Ik zie dus geen absolute fusiestop, maar met megabanken hebben wij hopelijk onze les geleerd. 

De voorzitter:

Ik zie dat de minister direct kan antwoorden. 

Minister Dijsselbloem:

Voorzitter. Ik heb hier drie moties en dan volgt er nog één. 

Mevrouw De Vries heeft gevraagd naar de evaluatie over drie jaar. Dat betreft de evaluatie die de Europese Commissie gaat doen. Dat is in de richtlijn vastgelegd. Zij zegt eigenlijk eerder een brief te willen hebben over de stand van zaken en de ontwikkelingen. Ik ben graag bereid om die toe te zeggen. Dan krijgt u gewoon een brief van uw eigen minister. Tegen die tijd ben ik dat natuurlijk nog steeds. Ik ging er zelf heel even aan twijfelen, maar over twee jaar is dat nog steeds zo. Dan stuur ik de Kamer gewoon een brief waarin de punten staan waarvoor de heer Merkies aandacht heeft gevraagd, maar ook wat wij in algemene zin vinden van de wijze waarop de bankenunie zich ontwikkelt. 

De heer Merkies heeft nog een vraag gesteld over de schakelfunctie van de AFM. In eerste termijn heb ik die gemist en in tweede termijn eigenlijk ook. Ik hoop dat mijn ambtenaren hem hebben opgeschreven, dan komt er misschien nog een antwoord op. 

Ten slotte heeft de heer Merkies opnieuw gepleit voor een vast panel om de kosten van het toezicht veel meer onder een kritisch oog te houden. Zo'n panel is er niet. Wij kenden dat wel. De Nederlandsche Bank had zo'n panel. Ik zal het onder de aandacht brengen van de ECB. Misschien kunnen we het omdraaien en de ECB uitnodigen om het Nederlandse parlement te komen informeren over de wijze waarop de ECB zelf denkt de kosten van het toezicht te beheersen, om te voorkomen dat dit een alsmaar groeiende paddenstoel wordt. 

Ik kom bij de moties. De eerste motie, van de heren Merkies en Omtzigt, op stuk nr. 10, gaat over de rol van de Europese Rekenkamer. In de eerste plaats meld ik, misschien ten overvloede, dat ik het Europees Parlement een belangrijke speler vind in het toezicht op de kwaliteit van de uitvoering van het toezichtsbeleid door de ECB. Ik vind dat het Europees Parlement daar primair voor aangewezen is. Het heeft bevoegdheden om onderzoeken te doen, tot en met enquêtes om het beleid te beproeven. Dat kan aan de hand van casuïstiek of in algemene zin. We hoeven dus niet alleen te vertrouwen op de Europese Rekenkamer. Dat gezegd hebbende, zijn wij het met elkaar eens dat de Europese Rekenkamer een deel van de bevoegdheden die de Algemene Rekenkamer in Nederland heeft, ontbeert en dat hij die alsnog zou moeten krijgen. In de motie wordt gevraagd om voor een verdragswijziging te pleiten. Dat is een zware en moeilijke route, terwijl het volgens mij ook gewoon kan door in de wet- en regelgeving voor de bankenunie, in het bijzonder de SSM, de bevoegdheid uit te breiden. Dat zou een eenvoudiger route zijn. Als mij wordt gevraagd om te pleiten voor een verdragswijziging en ik moet de Kamer voor de zomer informeren over de uitkomst ervan, is dat een onmogelijke opgave en moet ik de motie ontraden. Zo staat het er, dus als dit het verzoek blijft, moet ik alleen al vanwege het gebrek aan realisme de motie ontraden. 

De heer Merkies (SP):

Misschien kunnen wij de motie op de een of andere manier aanpassen. Kan de minister er wel mee leven als het niet door een verdragswijziging wordt vastgelegd, maar op een andere manier? 

Minister Dijsselbloem:

Zeker. Een verdragswijziging is niet de route die ik zou nastreven. Het kan gewoon via de onderliggende regelgeving. Dat zou een wijziging kunnen zijn. Maar als de heer Merkies verwacht dat het voor de zomer geregeld is, moet ik hem teleurstellen. Daar kan ik me niet aan verbinden. Ik kan hem wel voor de zomer laten weten welke contacten we hebben gehad en hoe we denken dat we dit verder onder de aandacht kunnen brengen of welke voortgang we hebben geboekt. Zo blijft het op de agenda. Als de motie dusdanig wordt aangepast dat de verdragswijziging eruit gaat en we begrijpen elkaar goed over de frase "voor de zomer", laat ik het oordeel erover aan de Kamer. 

De heer Merkies (SP):

Ik maak mij geen illusies dat het allemaal voor de zomer is geregeld. Als de minister een serieuze poging doet en de voortgang voor de zomer laat weten, kunnen we wat mij betreft tot overeenstemming komen. 

Minister Dijsselbloem:

Dat zeg ik u voluit toe. 

De motie van de heer Merkies op stuk nr. 11 gaat over de bevoegdheid van nationale parlementen. De parlementen krijgen nu het toezichtsverslag van de ECB toegestuurd en mogen schriftelijk om opheldering vragen. Ze kunnen ook bestuursleden uitnodigen. Dat laatste vindt de heer Merkies niet hard genoeg. Hij vindt dat het een recht is om de ECB-bestuursleden te spreken en dat dit moet worden geborgd. Ik zou eerst weleens willen weten of we hier een probleem te pakken hebben, voordat ik het moet oplossen. Ik heb geen enkele indicatie dat de ECB niet bereid zou zijn met nationale parlementen of commissies van nationale parlementen te spreken. Sterker nog, mij staat bij dat de voorzitter van de raad van toezicht, mevrouw Nouy, een keer in het Nederlands parlement is geweest, maar misschien vergis ik mij. Mij wordt nu ingefluisterd dat zij hier niet geweest is, maar in elk geval is zij daar zeker toe bereid — sprak hij met veel zelfvertrouwen — dus ik ga niet het probleem oplossen dat nu in de lucht wordt geblazen. Ik heb nog niet gezien dat het een probleem is. Ik ontraad derhalve de motie. 

De heer Merkies (SP):

Dit verbaast mij, omdat de minister van Financiën in het zojuist gevoerde debatje zei dat dit recht er eigenlijk al is. Ik dacht toen dat ik de motie niet zou hoeven in te dienen, maar later heb ik toch gemeend de motie te moeten indienen ter bevestiging van wat de minister van Financiën al heeft gezegd. 

Minister Dijsselbloem:

Strikt genomen heeft een parlement het recht om iemand van de ECB uit te nodigen voor een gedachtewisseling. Als je door het parlement van een parlementaire democratie wordt uitgenodigd voor een gedachtewisseling, ga je op die uitnodiging in. Zelf word ik als voorzitter van de eurogroep weleens uitgenodigd door het Europees Parlement. Als op een dergelijke uitnodiging niet zou worden ingegaan, zal ik mij er zeer voor inzetten dat dit alsnog gebeurt. Ik wil er echter niet aan meewerken om daar een strijdpunt van te maken, want dat is volgens mij echt onnodig. 

De heer Merkies (SP):

Wij hebben wel vaker partijen uitgenodigd, die dan vervolgens niet komen, dus zo ondenkbaar is dat niet. Ik ben ervoor om het meteen aan het begin goed te regelen, zodat wij in elk geval zeker weten dat wij dat recht hebben. 

Minister Dijsselbloem:

Ik ontraad de motie. 

Vervolgens een opmerking over de derde motie van de heer Merkies, de motie op stuk nr. 12. Ik heb geschetst hoe het zit met het benoemen en heenzenden van bestuurders van banken. Er is sprake van een getrapte bevoegdheid. Bij kleinere banken is de Nederlandsche Bank leidend, maar moet hij zaken wel voorleggen aan de ECB. Desgewenst kan die daarop interveniëren. Als de ECB dat niet doet, kan DNB zelf een beslissing nemen. Bij de significante banken is een ECB-besluit vereist. Dat wil de heer Merkies niet. Dan rijst echter de vraag: willen wij een Europese bankenunie of niet? Als wij dat willen, dan moeten wij ook accepteren dat de ECB leidend wordt in een aantal toezichtsbeslissingen. Onderdeel daarvan is het beslissen over de geschiktheid en de betrouwbaarheid van bestuurders van banken. In de motie op stuk nr. 12 wordt in feite het signaal afgegeven dat wij op twee gedachten hinken. De heer Merkies zegt dat hij wel Europees toezicht wil, maar dat het niet zo kan zijn dat de ECB daar voortaan over gaat. Die redenering volg ik niet. Ik ontraad derhalve de motie op stuk nr. 12. 

De motie op stuk nr. 13 handelt over de consolidatieslag. De motie heeft betrekking op het ontstaan van heel grote banken. De oorspronkelijke tekst in de overweging van de motie luidde: "dat nieuwe vorming van megabanken voorlopig voorkomen dient te worden", maar het woordje "voorlopig" is nu geschrapt. Ik ben het met die overweging op zichzelf eens. Wij moeten voorkomen dat er een nieuwe "too big to fail"-problematiek ontstaat. Het afgeven van een verklaring van geen bezwaar is nu een bevoegdheid van de ECB. Die doet dat op basis van wet- en regelgeving die wij in Europa met elkaar vaststellen. In die wet- en regelgeving zit een aantal criteria, maar niet het cruciale punt van de financiële stabiliteit van de sector als geheel, dus dat punt moeten wij aanpakken. Dat zou mijn route zijn. Dat vind ik ook een preciezere route dan het verzoeken van de Nederlandse regering om zich in te zetten voor iets waarover zij strikt genomen geen bevoegdheid meer heeft. De verklaring van geen bezwaar wordt nu afgegeven door de ECB, op basis van wet- en regelgeving. De overweging in de motie kan ik delen, maar het verzoek in het dictum van de motie kan ik niet voor mijn rekening nemen. Ik ontraad derhalve de motie op stuk nr. 13, met de herhaalde toezegging dat ik mij ervoor zal inzetten om in de lopende evaluatie dat haakje aan te brengen. 

De algemene beraadslaging wordt gesloten. 

De voorzitter:

Over het wetsvoorstel, de ingediende moties en het mogelijk nog in te dienen amendement van mevrouw De Vries zullen wij later deze week stemmen. Ik dank de minister, de ambtelijke ondersteuning, de Kamerleden, de mensen op de tribune en de mensen die via internet dit debat hebben gevolgd. 

Naar boven