Staatscourant van het Koninkrijk der Nederlanden
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Ministerie van Financiën | Staatscourant 2026, 32818 | algemeen verbindend voorschrift (ministeriële regeling) |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Zoals belastingen, uitkeringen en subsidies.
Officiële publicaties van de overheid.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Ministerie van Financiën | Staatscourant 2026, 32818 | algemeen verbindend voorschrift (ministeriële regeling) |
De Minister van Financiën,
Gelet op Richtlijn (EU) 2024/1619 van het Europees Parlement en de Raad tot wijziging van Richtlijn 2013/36/EU wat betreft toezichtsbevoegdheden, sancties, bijkantoren van derde landen, en ecologische, sociale en governancerisico’s, en Richtlijn (EU) 2024/2994 van het Europees Parlement en de Raad van 4 december 2024 tot wijziging van de Richtlijnen 2009/65/EG, 2013/36 en (EU) 2019/2034 wat betreft de behandeling van het concentratierisico dat voortvloeit uit blootstellingen aan centrale tegenpartijen en het risico van tegenpartijen bij centraal geclearde derivatentransacties, en de artikelen 1:24, vierde lid, 1:51e, 1:65, zesde lid, 1:69, derde lid, en 1:79, tweede lid, van de Wet op het financieel toezicht, artikel 14, tweede lid, van de Wet bekostiging financieel toezicht 2019, en artikel 3:29, van het Besluit financiële markten BES 2012;
BESLUIT:
De Regeling taakuitoefening toezichthouders Wft wordt als volgt gewijzigd:
A
Na artikel 1 wordt een artikel ingevoegd, luidende:
B
Bijlage 6, onderdeel 2, wordt als volgt gewijzigd:
1. Onder Titel III, Hoofdstuk 1, vervallen in de tabel de volgende rijen:
|
8 bis, vijfde lid |
Stroomlijnen vergunningverlening voor bank aan beleggingsonderneming |
|
21 bis, zesde lid, eerste alinea, eerste zin |
Maatregelen bij inbreuk goedkeuringsregime (gemengde) financiële holdings |
2. Onder Titel III, Hoofdstuk 1, worden in de tabel in de numerieke volgorde de volgende rijen ingevoegd:
|
8 bis, derde lid bis, tweede tot en met vijfde alinea en vijfde lid |
Vormvereisten besluit op het verzoek om ontheffing, en stroomlijnen bankvergunningverlening aan een beleggingsonderneming |
|
21 bis, eerste lid, tweede tot en met derde alinea en zesde lid, eerste alinea, eerste zin |
Toetsing moederonderneming en maatregelen bij inbreuk goedkeuringsregime (gemengde) financiële holdings |
3. Onder Titel III, Hoofdstuk 2, wordt in de tabel in de numerieke volgorde een rij ingevoegd, luidende:
|
23, tweede lid, tweede alinea |
Rekening houden met een negatief advies over de verwerving van de autoriteiten tijdens de beoordeling van de voorgenomen verwerving |
4. Aan Titel III worden twee tabellen toegevoegd, luidende:
|
Artikelen |
Korte omschrijving |
|---|---|
|
27 bis, tiende lid, tweede zin en dertiende lid |
Kennisgeving en opschorting beoordelingsperiode van de verwerving |
|
27 ter, tweede lid, derde lid, tweede alinea en zesde lid |
Raadpleging autoriteiten, verzetting en niet-discriminerende behandeling bij verwerving |
|
27 quater, vierde lid, tweede alinea, eerste zin |
Coördineren van beoordelingen en het waarborgen van de consistentie van beslissingen |
5. Titel VI komt te luiden:
|
Artikelen |
Korte omschrijving |
|---|---|
|
48 bis, derde lid |
Classificering van bijkantoren uit derde landen |
|
48 ter eerste lid en vijfde lid, tweede en derde zin |
Voorwaarden voor in aanmerking komende bijkantoren uit derde landen |
|
48 quater, tweede lid, derde zin |
Uitzonderingsgrond voor bijkantoren derde landen met strengere nationale vereisten |
|
48 decies, tweede lid, eerste alinea |
Raadpleging van de EBA en de bevoegde autoriteiten van de lidstaten voor de uitvoering van de bevoegdheid om de oprichting van een dochteronderneming te eisen |
|
48 undecies, tweede lid, tweede zin, derde lid en vierde lid, tweede alinea |
Beoordeling van systeemrelevantie en vereisten voor bijkantoren uit derde landen die systeemrelevant zijn |
|
48 quaterdecies, tweede lid |
Opnemen van bijkantoren uit derde landen in het programma voor onderzoek door de toezichthouder |
|
48 quindecies, derde lid, eerste zin en vierde lid, eerste en tweede zin |
Procedure voor toetsing en evaluatie door de toezichthouder |
|
48 septdecies, vijfde lid |
De zorgplicht voor een passende coördinatie en samenwerking met de bevoegde toezichthoudende autoriteiten van derde landen |
|
48 octodecies, eerste alinea |
Kennisgeving aan de EBA |
6. Onder Titel VII, Hoofdstuk 1, worden in de tabel in de numerieke volgorde de volgende rijen ingevoegd:
|
66, vierde lid |
Vaststelling dagelijkse netto omzet |
|
67, vierde lid |
Vaststelling dagelijkse netto omzet |
|
70, tweede lid |
Uitoefening van administratieve sancties en andere administratieve maatregelen |
7. Onder Titel VII, Hoofdstuk 2, vervalt in de tabel de volgende rij:
|
91, eerste lid, tweede alinea, tweede zin |
Controle leden van leidinggevend orgaan op witwassen en terrorismefinanciering |
8. Onder Titel VII, Hoofdstuk 2, worden in de tabel in de numerieke volgorde de volgende rijen ingevoegd:
|
78, derde lid |
Controle op het bereik van risicogewogen posten of eigenvermogensvereisten |
|
81 |
Beoordeling en monitoring van het beheer van het concentratierisico bij centrale tegenpartijen |
|
87 bis, vierde lid |
Beoordeling en monitoring van de ESG-factoren en risicobeheer |
|
91, eerste lid octies en negende lid |
Controle leden van leidinggevend orgaan op witwassen en terrorismefinanciering en kennisgeving aan de EBA |
C
In Bijlage 9, onderdeel 2, onder Titel IV, Hoofdstuk IV, wordt in de tabel in de numerieke volgorde een rij ingevoegd, luidende:
|
45 decies, vierde lid |
Afweging opleggen rapportage- en openbaarmakingsverplichtingen aan een liquidatie-entiteit en communicatie daarover door de afwikkelingsautoriteit |
D
In Bijlage 15, onderdeel 2, onder Titel IV, Hoofdstuk 2, wordt in de tabel in de numerieke volgorde een rij ingevoegd, luidende:
|
36, eerste lid |
Blootstellingen aan centrale tegenpartijen meewegen in de toetsing en evaluatie |
De Regeling bekostiging financieel toezicht eenmalige handelingen wordt als volgt gewijzigd:
A
Artikel 4 wordt als volgt gewijzigd:
1. In onderdeel Wft.A7.01 wordt in de omschrijving van de handeling na ‘4:10,’ ingevoegd ‘4:10a,’.
2. In onderdeel Wft.A7.02 wordt in de omschrijving van de handeling na ‘of,’ ingevoegd ‘in artikel 4:10a van de Wft in verband met de uitoefening van een sleutelfunctie, of’.
3. In onderdeel Wft.A7.03 wordt in de omschrijving van de handeling ‘of het verlenen van datarapporteringsdiensten’ vervangen door ‘het verlenen van datarapporteringsdiensten, of in artikel 4:10a van de Wft in verband met de uitoefening van een sleutelfunctie’.
B
Artikel 5 wordt als volgt gewijzigd:
1. Onderdeel Wft.D1.07 komt te luiden:
|
Wft.D1.07 |
artikel 2:20, eerste lid, van de Wft (uitoefening van bancaire diensten vanuit een in Nederland gelegen derde land bijkantoor) |
€ 66.200 |
2. Onderdeel Wft.D1.08 vervalt.
3. Onderdeel Wft.D4 komt te luiden:
|
Wft.D4.01 |
artikel 3:95, eerste lid, aanhef en onderdeel b, van de Wft |
€ 7.300 |
|
Wft.D4.02 |
artikel 3:95, eerste lid, aanhef en onderdeel c, van de Wft |
€ 2.400 |
|
Wft.D4.03 |
artikel 3:95, eerste lid, aanhef en onderdeel d, van de Wft |
€ 2.400 |
|
Wft.D4.04 |
artikel 3:95, eerste lid, aanhef en onderdeel e, van de Wft |
€ 7.300 |
|
Wft.D4.05 |
artikel 3:95, eerste lid, aanhef en onderdeel f, van de Wft |
€ 7.300 |
|
Wft.D4.06 |
artikel 3:95, eerste lid, aanhef en onderdeel g, van de Wft |
€ 7.300 |
|
Wft.D4.07 |
artikel 3:95, eerste lid, aanhef en onderdeel h, van de Wft |
€ 7.300 |
|
Wft.D4.08 |
artikel 3:95, eerste lid, aanhef en onderdeel i, van de Wft |
€ 7.300 |
|
Wft.D4.09 |
artikel 3:96a, eerste lid, aanhef en onderdeel a, van de Wft |
€ 7.300 |
|
Wft.D4.10 |
artikel 3:96a, eerste lid, aanhef en onderdeel b, van de Wft |
€ 7.300 |
|
Wft.D4.11 |
artikel 3:96a, eerste lid, aanhef en onderdeel c, van de Wft |
€ 7.300 |
|
Wft.D4.12 |
artikel 3:96c, eerste lid, aanhef en onderdeel a, van de Wft |
€ 7.300 |
|
Wft.D4.13 |
artikel 3:96c, eerste lid, aanhef en onderdeel b, van de Wft |
€ 7.300 |
|
Wft.D4.14 |
artikel 3:96c, eerste lid, aanhef en onderdeel c, van de Wft |
€ 7.300 |
|
Wft.D4.15 |
Artikel 3:97, eerste lid, aanhef en onderdeel a, van de Wft |
€ 7.300 |
|
Wft.D4.16 |
Artikel 3:97, eerste lid, aanhef en onderdeel b, van de Wft |
€ 7.300 |
4. Onderdeel Wft.D6 vervalt.
5. In onderdeel Wft.D7.01 wordt in de omschrijving van de handeling ‘artikel 3:8’ vervangen door ‘de artikelen 3:8 en 3:9b,’.
6. In onderdeel Wft.D7.02 wordt in de omschrijving van de handeling na ‘artikelen 3:9,’ ingevoegd ‘3:9b,’.
7. In onderdeel Wft.D7.05 wordt in de omschrijving van de handeling na ‘3:100,’ ingevoegd ‘eerste lid,’.
In artikel 2:2 van de Regeling financiële markten BES 2012 wordt in het eerste en tweede lid ‘artikel 3:4’ telkens vervangen door ‘artikel 3:29’ en wordt ‘4:9, derde lid’ telkens vervangen door ‘4:9, tweede lid’.
Deze regeling treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst, met uitzondering van:
a. Artikel I, onderdeel B, subonderdelen 1 tot en met 4 en 6 tot en met 8, en onderdeel C, en artikel II, onderdeel A en onderdeel B, subonderdelen 3, 5 en 6, welke in werking treden op het tijdstip waarop artikel I, onderdeel BB, van de Implementatiewet kapitaalvereisten 2026 in werking treedt;
b. Artikel I, onderdeel B, subonderdeel 5, en artikel II, onderdeel B, subonderdelen 1 en 2, welke in werking treden op het tijdstip waarop artikel I, onderdeel S, van de Implementatiewet kapitaalvereisten 2026 in werking treedt.
Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.
De Ministrer van Financiën, E. Heinen
Deze regeling strekt samen met de Implementatiewet kapitaalvereisten 2026 en het Implementatiebesluit kapitaalvereisten 2026 tot implementatie van Richtlijn (EU) 2024/16191 (hierna: de richtlijn) en Richtlijn (EU) 2024/29942 (hierna: EMIR 3-richtlijn). Deze regeling voorziet in wijzigingen van de Regeling taakuitoefening toezichthouders Wft (hierna: Rtt) en de Regeling bekostiging financieel toezicht eenmalige handelingen (hierna: Rbfteh). Voor meer informatie over de inhoud van de richtlijn wordt verwezen naar de memorie van toelichting bij het voorstel van de Implementatiewet kapitaalvereisten 2026.3
De verplichtingen uit de richtlijn worden op verschillende momenten van toepassing. De meeste wijzigingen waarin de richtlijn voorziet, dienden uiterlijk op 10 januari 2026 door de lidstaten te zijn geïmplementeerd in nationale wetgeving en vanaf 11 januari 2026 te worden toegepast. Een aantal bepalingen uit de richtlijn rondom rapportagevereisten voor bijkantoren van banken uit landen die geen lidstaat zijn en het overgangsrecht dat daarmee gemoeid is, zal pas later, vanaf 11 juli 2026 van toepassing zijn. Daarnaast zal het volledige bijkantorenregime, dat ziet op de vereisten die worden opgelegd aan bijkantoren van ondernemingen uit landen die geen lidstaat zijn en actief willen zijn op de Nederlandse markt voor het verlenen van de bancaire diensten, van toepassing worden op 11 januari 2027.
Voor de inwerkingtreding van deze regeling wordt aangesloten bij het moment waarop de Implementatiewet kapitaalvereisten 2026 in werking zal treden. Daarbij zal gedifferentieerd worden tussen artikelen die implementatie vormen van het derde land bijkantorenregime en pas vanaf 11 januari 2027 in werking moeten treden, en de overige wijzigingen voortvloeiend uit de richtlijn die zo spoedig mogelijk na 11 januari 2026 (de implementatiedeadline) in werking treden. Een aantal technische herstelwijzigingen treden in werking op het moment dat deze regeling gepubliceerd wordt in de Staatscourant aangezien deze niet verbonden zijn met de Implementatiewet kapitaalvereisten 2026.
Met artikel I van de regeling, dat de Rtt wijzigt, worden de relevante artikelen uit de richtlijn inzake de taakuitoefening door en de informatie-uitwisseling en de samenwerking tussen De Nederlandsche Bank (DNB) en betrokken Europese toezichthoudende instanties geïmplementeerd. Hierbij wordt gekozen voor het opnemen van dynamische verwijzingen van bepalingen uit de richtlijn in de bijlage bij de Rtt.
Met artikel II van deze regeling worden wijzigingen aangebracht in de Regeling bekostiging financieel toezicht. In de Regeling bekostiging financieel toezicht worden de bedragen vastgesteld die de toezichthouders in rekening brengen voor de daarin opgenomen eenmalige handelingen. Deze bedragen moeten door, of namens, de aanvrager van die eenmalige handelingen worden voldaan. De handelingen die worden toegevoegd met deze implementatieregeling bepalen dat DNB een bedrag in rekening brengt voor de verklaringen van geen bezwaar voor prudentieel relevante transacties, zoals geïntroduceerd door de implementatiewet in de artikelen 3:96a en 3:96c, alsmede voor de externe toetsing door de toezichthouder van de hoofden van de interne controlefuncties en de financieel directeur op grond van de artikelen 3:9b en 4:10a Wft. Daarnaast zijn enkele tekstuele wijzigingen doorgevoerd in het onderdeel betreffende derde land bijkantoren. Dit zijn bijkantoren van ondernemingen uit een staat die geen lidstaat is.
Artikel III betreft technisch herstel in artikel 2:2 van de Regeling financiële markten BES 2012. Van de gelegenheid wordt gebruik gemaakt om deze aanpassing te maken. Deze hangt niet samen met de implementatie van de richtlijn.
Een ontwerp van deze regeling is van 29 mei tot 26 juni 2026 openbaar geconsulteerd via de website voor internetconsultatie. Op de consultatie heeft één partij, De Nederlandse Vereniging van Banken (NVB), gereageerd. Hieronder wordt ingegaan op de inhoud van de consultatiereactie.
De NVB verzoekt om geen aparte heffingen op te leggen voor taken die exclusief zijn belegd bij de Europese Centrale Bank (ECB), omdat dit volgens de NVB op gespannen voet staat met de Wbft 2019, het kostenkader en diverse in de NVB-reactie genoemde verordeningen. Concreet pleit de NVB voor het schrappen van de beoogde heffingen voor eenmalige handelingen op grond van artikel 3:96a en 3:96c Wft en het intrekken van alle bestaande heffingen uit de huidige regeling die betrekking hebben op exclusieve taken van de ECB ten aanzien van banken en (gemengde) financiële holdings.
In reactie hierop wordt opgemerkt dat DNB uitsluitend kosten voor eenmalige handelingen in rekening brengt die DNB zelf maakt, zoals voor het opstellen van ontwerpbesluiten.4 Kosten die de ECB maakt, brengt de ECB in rekening via de doorlopende heffing.5 Er is daarmee geen sprake van dubbele doorbelasting door zowel DNB als de ECB. Elke verklaring van geen bezwaar vereist een inzet van toezichtcapaciteit door DNB. Het opleggen van eenmalige heffingen voor handelingen op grond van artikel 3:96a en 3:96c Wft is daarom gerechtvaardigd. De gehanteerde tarieven weerspiegelen de benodigde inzet en dragen eraan bij dat de kosten in redelijke verhouding staan tot de geleverde toezichtinspanning. Dit is in lijn met het kabinetsbeleid inzake de doorberekening van toezichtkosten.6
De NVB verzoekt voorts om af te zien van automatische indexatie van de begroting en deze jaarlijks te beoordelen op noodzaak en proportionaliteit, en vraagt tevens DNB de hoogte en motivering van de indexatie jaarlijks te publiceren.
In reactie hierop wordt gewezen op de afspraken die gemaakt zijn in het meerjarige kostenkader 2025-2028 over het toepassen van de loon-prijsbijstellingen.7 Automatische jaarlijkse indexatie op basis van een vooraf bepaalde formule zorgt ervoor dat de begroting meebeweegt met loon- en inflatiestijgingen en houdt het reële uitgavenkader van de AFM en DNB in stand. Tegenover de jaarlijkse bijstelling zijn in het meerjarig kostenkader een efficiencytaakstelling alsmede besparingen en herprioriteringen opgenomen.8 Daarnaast kan de toezichthouder (zelfstandig) aanvullende efficiencymaatregelen en kostenbesparingen doorvoeren, zoals DNB op dit moment doet.9 De vaste indexatiesystematiek bevordert de voorspelbaarheid doordat relevante partijen, waaronder de ondertoezichtstaande instellingen, tijdig rekening kunnen houden met de indexatie. De indexatiepercentages zijn gekoppeld aan de onafhankelijke ramingen van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) en het Centraal Planbureau (CPB).10 De hoogte van de loon- en prijsbijstelling wordt jaarlijks toegelicht in de zbo-begroting van DNB.
Tot slot vraagt de NVB om te voorkomen dat indexatie van eenmalige heffingen leidt tot dubbele indexatie-effecten.
In reactie hierop wordt opgemerkt dat geen sprake is van dubbele indexatie wanneer zowel het kostenkader als de tarieven voor eenmalige handelingen worden geïndexeerd. Beide indexaties zien op verschillende onderdelen: de indexatie van het kostenkader heeft betrekking op de begrotings- en kostenkant, terwijl de indexatie voor eenmalige handelingen betrekking heeft op de opbrengstenkant.
De jaarlijkse indexatie van de tarieven eenmalige handelingen draagt bij aan het voorkomen van kruissubsidiëring. Dit is in lijn met het uitgangspunt dat de kosten van een eenmalige handeling ten laste worden gebracht aan de persoon voor wie die handeling is verricht.11 Bij het uitblijven van indexatie van de tarieven voor eenmalige handelingen zou het gemiste bedrag van de loon- en prijsbijstelling geheel in het doorlopend toezicht moeten worden opgehaald.
De vaststelling van de hoogte van de tarieven eenmalige handelingen is gebaseerd op de (begrote) toezichtinspanningen voor de desbetreffende eenmalige handelingen. De tarieven worden jaarlijks in juni geïndexeerd, zodat de kosten en opbrengsten in verhouding blijven staan.12 Dit draagt bij aan het voorkomen van substantiële tariefverhogingen in de toekomst en maakt de tariefontwikkeling voorspelbaarder.13 De tarieven worden bijgesteld met hetzelfde percentage als de kostenkaders van de AFM en DNB.
Artikel 1a wordt ingevoegd om te duiden dat deze regeling mede gebaseerd is op artikel 1:79, tweede lid, Wft. Dat wetsartikel bevat de grondslag om bij ministeriële regeling regels op te stellen met betrekking tot de uitoefening van de bevoegdheid voor de toezichthouder om een last onder dwangsom op te leggen. Dit is nodig, nu de artikelen 66, vierde lid, en 67, vierde lid, van de richtlijn invulling geven aan het bedrag waarvoor een last onder dwangsom opgelegd kan worden. Dit ziet op de berekening om de netto dagomzet vast te stellen, ten behoeve van het bepalen van de hoogte van de dwangsom. Bij het opleggen van een last onder dwangsom zal DNB, indien zij handhavend wil optreden op overtreding van bepalingen ter implementatie van de richtlijn, nu de hierboven genoemde artikelen uit de richtlijn in acht moeten nemen.
Aan de tabel in onderdeel 2 van Bijlage 6, die ziet op de richtlijn kapitaalvereisten14, worden verwijzingen naar verschillende nieuwe en gewijzigde artikelen van de richtlijn toegevoegd. Allereerst worden de bepalingen betreffende de invulling van de verschillende bevoegdheden van DNB uitgebreid. Dit betreft de vormvereisten voor het nemen van een besluit op een verzoek om ontheffing, de toetsing van een moederonderneming en het vereiste om rekening te houden met een negatief advies van de relevante betrokken autoriteiten tijdens de beoordeling van de voorgenomen verwerving van een gekwalificeerde deelneming in een kredietinstelling. Daarnaast is een hoofdstuk over de verwerving of afstoting van een deelneming van betekenis en een hoofdstuk over fusies en splitsingen toegevoegd, waaronder relevante verwijzingen zijn opgenomen. Titel VI wordt opnieuw vastgesteld vanwege de herziening van het derde land bijkantorenregime. Tevens worden de bepalingen die genoemd zijn in onderdeel A en invulling geven aan het bedrag waarvoor een last onder dwangsom opgelegd kan worden, toegevoegd. Tot slot wordt ten aanzien van de toetsingsprocedures met betrekking tot het prudentieel toezicht bepalingen toegevoegd die betrekking hebben op de controle op het bereik van risicogewogen posten of eigenvermogensvereisten, de beoordeling en monitoring van de ESG-factoren en risicobeheer en kennisgeving aan EBA. Onder deze uitbreiding valt ook de toevoeging van de verwijzing naar artikel 81 van de richtlijn. Artikel 81 is door de EMIR 3-richtlijn gewijzigd in de richtlijn kapitaalvereisten. Dit artikel regelt dat de toezichthouder het concentratierisico van de bank en haar blootstellingen op centrale tegenpartijen beoordeelt.
De toevoeging aan Bijlage 9 betreft een implementatie van de richtlijn 2014/59/EU ten aanzien van het kader voor het herstel en de afwikkeling van banken en beleggingsondernemingen (BRRD2). De implementatie van artikel 45 decies, vierde lid, BRRD2, hangt samen met de Wet nadere uitvoering BRRD-implementatie die op 25 maart 2026 in werking is getreden. Deze wijziging voegt een bevoegdheid in voor de afwikkelingsautoriteit (DNB) om aan een liquidatie-entiteit verplichtingen op te leggen die zien op de rapportage en openbaarmaking ten aanzien van het minimumvereiste voor het eigen vermogen (MREL).
De toevoeging aan Bijlage 15 met betrekking tot de richtlijn prudentieel toezicht beleggingsondernemingen15 volgt uit de EMIR 3-richtlijn. De EMIR 3-richtlijn wijzigt artikel 36 van de richtlijn prudentieel toezicht beleggingsondernemingen door toe te voegen dat bij het toetsen van de beheersing van de risico’s door de beleggingsonderneming de toezichthouder ook het beheer en de monitoring van het concentratierisico, dat voortvloeit uit blootstellingen aan centrale tegenpartijen, beoordeelt.
Onderdeel A, subonderdeel 1, van deze regeling wijzigt artikel 4, eerste lid, van de Rbfteh. Dit lid gaat over de vergoedingen die de Autoriteit Financiële Markten (AFM) in rekening brengt voor op grond van de Wft te verrichten eenmalige handelingen. In onderdeel Wft.A7.01 wordt in de omschrijving van de handeling een verwijzing naar artikel 4:10a Wft opgenomen. Dat artikel is met de Implementatiewet kapitaalvereisten 2026 aan de Wft toegevoegd en gaat over de toetsing van de betrouwbaarheid van de hoofden van de internecontrolefuncties en de financieel directeur van een beleggingsonderneming onder de verordening kapitaalvereisten. Deze grondslag vloeit voort uit artikel 91 bis, eerste tot en met vierde lid, van de richtlijn. Deze wijziging bewerkstelligt dat de AFM een bedrag van € 700 in rekening brengt voor de toetsing van de betrouwbaarheid van de eerdergenoemde medewerkers.
Ook het tweede en derde lid van onderdeel A van deze regeling wijzigen artikel 4, eerste lid, Rbfteh. In de onderdelen Wft.A7.02 en Wft.A7.03 wordt in de omschrijving van de handelingen een verwijzing naar artikel 4:10a Wft opgenomen. Deze wijziging bewerkstelligt dat de AFM een bedrag van € 2.900 in rekening brengt voor de geschiktheid van de hoofden van de internecontrolefuncties en de financieel directeur van een beleggingsonderneming onder de verordening kapitaalvereisten. Evenals bij de wijziging in onderdeel Wft.A7.01 is deze wijziging nodig nu op grond van artikel 4:10a Wft, welk artikel met de Implementatiewet kapitaalvereisten 2026 ingevoegd is, hoofden van de internecontrolefuncties en de financieel directeur getoetst moeten worden op geschiktheid.
Bij de vaststelling van bovenstaande bijdragen is aangesloten bij de bedragen die de AFM reeds op grond van de Rbfteh in rekening brengt voor de toetsing van de betrouwbaarheid en geschiktheid van een persoon als bedoeld in artikel 4:9 of 4:10 Wft.
Onderdeel B wijzigt artikel 5 Rbfteh. Dit artikel gaat over de vergoedingen die DNB in rekening brengt voor het verrichten van de in dit artikel genoemde eenmalige handelingen. In artikel 5, onderdeel Wft.D1.07, wordt de omschrijving van de handeling vervangen door ‘artikel 2:20, eerste lid van de Wft (uitoefening van bancaire diensten vanuit een in Nederland gelegen derde land bijkantoor)’. Deze wijziging sluit aan op de wijziging van artikel 2:20 Wft, waarmee het éénvormig Europees regime voor derde land bijkantoren uit de richtlijn wordt geïmplementeerd.16 Op grond van het gewijzigde onderdeel brengt DNB een bedrag van € 66.200 in rekening voor de behandeling van een aanvraag tot verlening van een vergunning voor de uitoefening van bancaire diensten vanuit een in Nederland gelegen derde land bijkantoor. Bij de vaststelling van dat bedrag is aangesloten bij het bedrag dat DNB reeds op grond van onderdeel Wft.D1.07 van artikel 5 Rbfteh in rekening brengt voor de behandeling van een aanvraag tot verlening van een vergunning als bedoeld in artikel 2:20 Wft.
Met onderdeel B, tweede lid, vervalt onderdeel Wft.D1.08 van artikel 5 Rbfteh nu de implementatie van de richtlijn tot gevolg heeft dat er geen onderscheid meer wordt gemaakt tussen een bijkantoor met extra (sub)geconsolideerde prudentiële eisen en een bijkantoor zonder die extra eisen.
De wijzigingsopdracht in het derde lid van onderdeel B stelt onderdeel Wft.D4 opnieuw vast. Met de vaststelling worden een aantal onderdelen gewijzigd, verschoven en toegevoegd. Onderdeel Wft.D4.09 bevatte de eenmalige kosten voor een aanvraag van een verklaring van geen bezwaar op grond van artikel 3:96 Wft. Dat artikel vervalt door de Implementatiewet kapitaalvereisten 2026 en wordt vervangen door de artikelen 3:96a en 3:96c Wft waarin de nieuwe verklaringen van geen bezwaar zijn opgenomen.17 Hierdoor vervalt onderdeel Wft.D4.09 en wordt vanaf dit onderdeel zes nieuwe onderdelen (Wft.D4.09 tot en met Wft.D4.14) ingevoegd. Deze nieuwe onderdelen bepalen dat DNB voor het beoordelen van een aanvraag tot verlening van een verklaring van geen bezwaar van een bank of een (gemengde) financiële holding een bedrag van € 7.300 in rekening brengt. Bij de vaststelling van dat bedrag is aangesloten bij het bedrag dat DNB reeds op grond van onderdeel Wft.D4.01 in rekening brengt voor de behandeling van een aanvraag tot verlening van een verklaring van geen bezwaar voor een bank met zetel in Nederland. De nieuwe onderdelen Wft.D4.15 en Wft.D4.16 zijn de vernummerde onderdelen Wft.D4.10 en Wft.D4.11 met betrekking tot de verlening van een verklaring van geen bezwaar bij verzekeraars op grond van artikel 3:97 Wft.
In artikel 5 Rbfteh vervalt het onderdeel Wft.D6, dat maar één handeling bevatte, namelijk de inschrijving van een waarborgmaatschappij die een verklaring als bedoeld in artikel 3 of 4 van het Besluit reikwijdtebepalingen Wft aanvraagt. De artikelen 3 en 4 van het Besluit reikwijdtebepalingen Wft zijn reeds vervallen18, waardoor Wft.D6.01 ook komt te vervallen. Nu onderdeel Wft.D6 geen andere onderdelen bevat, vervalt dit onderdeel eveneens in zijn geheel.
In artikel 5 Rbfteh wordt in de onderdelen Wft.D7.01 en Wft.D7.02 in de omschrijving van de handeling een verwijzing naar artikel 3:9b Wft opgenomen. Artikel 3:9b Wft implementeert artikel 91 bis, eerste tot en met vierde lid, van de richtlijn, die de externe toetsing op de geschiktheid en betrouwbaarheid van hoofden van de internecontrolefuncties en financieel directeur van grote banken regelt. Deze wijziging regelt dat DNB een bedrag van € 2.900 in rekening brengt voor de toetsing van de geschiktheid en een bedrag van € 1.600 voor de toetsing van de betrouwbaarheid van deze sleutelfunctiehouders. Bij de vaststelling van deze bijdragen is aangesloten bij de bedragen die DNB reeds in rekening brengt voor de toetsing van beleidsbepalers onder artikel 3:8 en 3:9 Wft.
In artikel 5 wordt ten slotte onderdeel Wft.D7.06 gewijzigd door de woorden ‘eerste lid’ in te voegen. Deze wijziging betreft een technische aanpassing waarbij verduidelijkt wordt dat verwezen wordt naar onderdeel b van het eerste lid van artikel 3:100.
Artikel 3:4 van het Besluit financiële markten BES (hierna: Bfm BES) met betrekking tot de vereiste deskundigheid voor de uitoefening van het bedrijf van bemiddelaar, gevolmachtigd agent of onder gevolmachtigd agent is per 1 juli 2024 vervallen. In artikel 2:2 van de Regeling financiële markten BES 2012 (hierna: Rfm BES), waarin wordt bepaald met welke diploma’s aan de geschiktheidseis uit artikel 3:4 Bfm BES kan worden voldaan, wordt nog naar artikel 3:4 Bfm BES verwezen. Artikel 3:29 Bfm BES, dat ziet op de vakbekwaamheid van leidinggevenden bij assurantiebemiddelaars, vereist ook de diploma’s die in artikel 2:2 Rfm BES genoemd worden om deskundigheid aan te tonen19, alleen was dit nooit expliciet opgenomen in artikel 3:29 Bfm BES. Hierom wordt in artikel 2:2 Rfm BES de verwijzing naar artikel 3:4 Bfm BES vervangen door een verwijzing naar artikel 3:29 Bfm BES.
Daarnaast is een incorrecte verwijzing aangepast in het eerste en tweede lid van artikel 2:2 Rfm BES, waarbij nu naar artikel 4:9, tweede lid, Wft wordt verwezen in plaats van naar het derde lid van laatstgenoemde artikel. In artikel 4:9, tweede lid, Wft wordt namelijk gesproken over vakbekwaamheid van financiële dienstverleners met betrekking tot verzekeringen, terwijl het derde lid van artikel 4:9 Wft gaat over beleggingsondernemingen en beleggingsdiensten.
De regeling kent een getrapte inwerkingtreding voor verschillende onderdelen.
De onderdelen uit artikel I, onderdeel A, artikel II, onderdeel B, subonderdeel 4, en artikel III treden in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin deze regeling wordt geplaatst. Omdat deze onderdelen technische verbeteringen zijn die niet verbonden zijn met de implementatie van de richtlijn behoeven deze onderdelen geen aansluiting te vinden bij de Implementatiewet kapitaalvereisten 2026 voor inwerkingtreding.
Een groot deel van de regeling, te weten artikel I, onderdeel B, subonderdelen 1 tot en met 4 en 6 tot en met 8, en onderdeel C, artikel II, onderdeel A, onderdeel B, subonderdelen 3, 5 en 6, treedt in werking op het moment dat artikel I, onderdeel BB, van de Implementatiewet kapitaalvereisten 2026 in werking treedt. Dat onderdeel van de implementatiewet ziet op de inwerkingtreding van de wijzigingen in artikel 3:9b Wft met betrekking tot de toetsing van hoofden van de internecontrolefuncties en financieel directeur bij een bank. Hoewel niet alle wijzigingsonderdelen in deze regeling gemaakt zijn ten behoeve van artikel 3:9b, zal het inwerkingtredingsmoment voor de artikelen in de implementatiewet en de corresponderende wijzigingen op het niveau van de regeling hetzelfde zijn. Om die reden is er voor alle onderdelen in de regeling die op hetzelfde moment in werking moeten treden als de wijzigingen voor 3:9b Wft aangesloten bij het inwerkingtredingsmoment van artikel I, onderdeel BB, van de Implementatiewet kapitaalvereisten.
De bepalingen op wetsniveau die zien op het derde land bijkantorenregime hebben een verlaat inwerkingtredingsmoment. De richtlijn schrijft voor dat het regime op 10 januari 2027 in werking treedt. Voor de onderdelen in deze regeling die zien op derde land bijkantoren wordt die implementatiedatum aangehouden. Hiervoor is aansluiting gezocht bij artikel I, onderdeel S, van de Implementatiewet kapitaalvereisten. Dat onderdeel voorziet in de wijziging van artikel 2:20 Wft met betrekking tot het verbod om zonder derde land bijkantoor met bijbehorende vergunning bancaire diensten in Nederland te verlenen. Zodra dat onderdeel van de Implementatiewet kapitaalvereisten 2026 in werking treedt, zullen ook artikel I, onderdeel B, subonderdeel 5, en artikel II, onderdeel B, subonderdeel 1 en 2, van deze regeling in werking treden.
De Ministrer van Financiën, E. Heinen
Afkortingen:
Awb = Algemene wet bestuursrecht
Bbbfs = Besluit bestuurlijke boetes financiële sector
Bpr = Besluit prudentiële regels Wft
BGfo = Besluit Gedragstoezicht financiële ondernemingen Wft
BMfo = Besluit Markttoegang financiële ondernemingen Wft
CRD = Richtlijn 2013/36/EU
EMIR 3-verordening = Verordening (EU) 2024/2987
EMIR 3-richtlijn = Richtlijn (EU) 2024/2994
Fw = Faillissementswet
IFD = Richtlijn (EU) 2019/2034
Rtt = Regeling taakuitoefening toezichthouders Wft
Wbft = Wet bekostiging financieel toezicht 2019
Wed = Wet op de economische delicten
Wft = Wet op het financieel toezicht
|
Bepaling in Richtlijn (EU) 2024/1619 |
Bepaling in Richtlijn 2013/36/EU |
Bepaling in implementatieregeling of bestaande regeling (Toelichting indien niet geïmplementeerd of naar zijn aard geen implementatie behoeft) |
Omschrijving beleidsruimte |
Toelichting op de keuze(n) bij de invulling van de beleidsruimte |
|---|---|---|---|---|
|
1, lid 1, onderdeel a |
2, vijfde lid |
Behoeft geen implementatie: bestaand recht middels dynamische verwijzing naar artikel 2, vijfde lid, CRD in artikel 1:2, eerste lid, Wft |
Geen |
|
|
1, lid 1 onderdeel b |
2, zesde lid |
Behoeft geen implementatie: louter technische aanpassing |
Geen |
Alleen technische aanpassing n.a.v. wijziging in artikel 2, vijfde lid, CRD |
|
1, lid 2 |
3, eerste lid |
Implementatiewet Artikel I, onderdeel A (1:1 Wft) |
Geen |
|
|
1, lid 3 |
4, vierde lid |
Behoeft geen implementatie: bestaand recht in o.a. Wft, Bankwet 1998, Wbft, Kaderwet ZBO’s |
Geen |
|
|
1, lid 4 |
4 bis, eerste lid |
Behoeft geen implementatie |
Geen |
Definitie die niet gebruikt wordt |
|
1, lid 4 |
4 bis, tweede lid, eerste alinea |
Behoeft geen implementatie: bestaand recht in 1:30 Wft jo 130 VWEU jo artikel 6 Wbft 2019 en artikel 29 Kaderwet ZBO’s. |
Geen |
|
|
1, lid 4 |
4 bis, tweede lid, tweede alinea, eerste zin |
Behoeft geen implementatie: bestaand recht in artikel 12, tweede lid, Bankwet 1998 |
Geen |
De periode van max. 14 jaar in functie blijven volgt reeds uit de parlementaire geschiedenis: er worden twee functies onderscheiden, die van directeur en die van president, zie artikel 12 Bankwet en nota naar aanleiding van het verslag op wet versterking governance DNB en AFM.1 |
|
1, lid 4 |
4 bis, tweede lid, tweede alinea, tweede zin |
Implementatiewet Artikel I, onderdeel B, en artikel II, onderdeel A (1:27a Wft en artikel 12 Bankwet 1998) |
Geen |
|
|
1, lid 4 |
4 bis, tweede lid, tweede alinea, derde zin |
Implementatiewet Artikel I, onderdeel B, en artikel II, onderdeel A (1:27a Wft en artikel 12 Bankwet 1998) |
Geen |
|
|
1, lid 4 |
4 bis, tweede lid, derde alinea |
Behoeft geen implementatie: bestaand recht op grond van artikel 2 en 4 Bankwet 1998, artikel 7, tweede en derde lid, Wbft, artikel 35 Kaderwet ZBO’s, artikel 7.24 en 7.25 Comptabiliteitswet 2016 |
Geen |
|
|
1, lid 4 |
4 bis, tweede lid, vierde alinea |
Behoeft naar zijn aard geen implementatie |
Geen |
De alinea geeft aan dat artikel 4 bis, eerste lid, geldt onverminderd het bepaalde in de EBA-verordening, de verordening bankentoezicht, de SSM-verordening en de SRM-verordening. |
|
1, lid 4 |
4 bis, derde lid |
Implementatiewet Artikel II, onderdeel C (12d, eerste lid, Bankwet 1998) |
Geen |
|
|
1, lid 4 |
4 bis, vierde lid, eerste alinea |
Implementatiewet Artikel II, onderdeel C (12d, eerste lid, Bankwet 1998) |
Geen |
|
|
1, lid 4 |
4 bis, vierde lid, tweede alinea |
Implementatiewet Artikel II, onderdeel C (12d, eerste lid, Bankwet 1998) |
Lidstaatoptie waar gebruik van wordt gemaakt |
Termijn afkoelingsperiode in geval rechtstreekse concurrent van de instelling. |
|
1, lid 4 |
4 bis, vijfde lid |
Implementatiewet Artikel II, onderdeel C (12d, eerste lid, Bankwet 1998) |
Lidstaatoptie waar gebruik van wordt gemaakt. |
Verkorting afkoelingsperiode |
|
1, lid 4 |
4 bis, zesde lid |
Implementatiewet Artikel II, onderdeel C (12d, eerste lid, Bankwet 1998) |
Geen |
|
|
1, lid 4 |
4 bis, zevende lid |
Implementatiewet Artikel II, onderdeel C (12d, eerste lid, Bankwet 1998) |
Geen |
|
|
1, lid 4 |
4 bis, achtste lid |
Implementatiewet Artikel II, onderdeel C (12d, eerste lid, Bankwet 1998) |
Geen |
|
|
1, lid 4 |
4 bis, negende lid |
Behoeft naar zijn aard geen implementatie: bepaling gericht tot EBA |
Geen |
|
|
1, lid 5, onderdeel a |
8 bis, eerste lid |
Behoeft geen implementatie: dynamische verwijzing naar artikel acht bis, eerste lid, CRD in Artikel 2:13a, eerste lid, Wft |
Geen |
|
|
1, lid 5, onderdeel b |
8 bis, derde lid bis, eerste alinea |
Implementatiewet Artikel I, onderdeel Q (2:13a, vijfde lid, Wft) |
Geen |
|
|
1, lid 5, onderdeel b |
8 bis, derde lid bis, tweede tot en met vijfde alinea |
Implementatieregeling Artikel I, onderdeel B, subonderdeel 2 (Bijlage 6, onderdeel 2, Rtt) |
Geen |
|
|
1, lid 5, onderdeel c |
8 bis, zevende en achtste lid |
Behoeft naar zijn aard geen implementatie: bepaling gericht tot EBA |
Geen |
|
|
1, lid 6 |
18, punt g |
Behoeft geen implementatie: bestaand recht in artikel 212ha en 212k Fw |
Geen |
|
|
1, lid 7, onderdeel a |
21 bis, eerste lid, eerste alinea |
Implementatiewet Artikel I, onderdeel BBBB (Artikel 3:280a Wft) |
Geen |
|
|
1, lid 7, onderdeel a |
21 bis, eerste lid, tweede alinea |
Implementatieregeling Artikel I, onderdeel B, subonderdeel 2 (Bijlage 6, onderdeel 2) |
Geen |
|
|
1, lid 7, onderdeel a |
21 bis, eerste lid, derde alinea |
Implementatieregeling Artikel I, onderdeel B, subonderdeel 2 (Bijlage 6, onderdeel 2, Rtt) |
Geen |
|
|
1, lid 7, onderdeel a |
21 bis, eerste lid, vierde alinea |
Implementatiewet Artikel I, onderdeel O (1:107, tweede lid, onderdeel d, Wft) |
Geen |
|
|
1, lid 7, onderdeel b |
21 bis, tweede lid, eerste alinea |
Behoeft geen implementatie: bestaand recht in 3:280b, eerste lid, onderdeel d, Wft |
Geen |
|
|
1, lid 7, onderdeel b |
21 bis, tweede lid, tweede alinea |
Implementatiewet Artikel I, onderdeel L (1:106c, derde lid, Wft) |
Geen |
|
|
1, lid 7, onderdeel c |
21 bis, derde lid, onderdeel c |
Behoeft geen implementatie: bestaand recht in 3:280b, eerste lid, onderdeel d en e, Wft |
Geen |
|
|
1, lid 7, onderdeel d |
21 bis, vierde lid, aanhef |
Behoeft geen implementatie: bestaand recht in artikel 3:280c, eerste lid, Wft |
Geen |
|
|
1, lid 7, onderdeel d |
21 bis, vierde lid, onderdeel c |
Implementatiewet Artikel I, onderdeel DDDD (3:280c, eerste lid, aanhef, Wft) |
Geen |
|
|
1, lid 7, onderdeel e |
21 bis, vierde lid bis |
Implementatiewet Artikel I, onderdeel DDDD (3:280c, vijfde lid, Wft) |
Geen |
|
|
1, lid 7, onderdeel f |
21 bis, achtste lid, eerste alinea |
Behoeft geen implementatie: bestaand recht in artikelen 3:280d en 3:280e Wft |
Geen |
|
|
1, lid 7, onderdeel f |
21 bis, achtste lid, tweede alinea |
Behoeft geen implementatie: bestaand recht in 3:280d en 3:280e Wft |
Geen |
|
|
1, lid 7, onderdeel g |
21 bis, tiende lid |
Behoeft geen implementatie: dynamische verwijzing naar artikel 21 bis, tiende lid, CRD in artikel 3:280c, vierde lid, Wft |
Geen |
|
|
1, lid 8 |
21 ter, zesde lid bis |
Behoeft naar zijn aard geen implementatie: bepaling gericht tot EBA |
Geen |
|
|
1, lid 9 |
21 quater, eerste lid |
Implementatiewet Artikel I, onderdeel S (2:20, eerste lid, Wft) |
Geen |
|
|
1, lid 9 |
21 quater, tweede lid, eerste alinea |
Implementatiewet Artikel I, onderdeel S (2:20, tweede lid, Wft) |
Geen |
|
|
1, lid 9 |
21 quater, tweede lid, tweede alinea |
Implementatiewet Artikel I, onderdeel S (2:20, tweede lid, Wft) |
Geen |
|
|
1, lid 9 |
21 quater, derde lid |
Implementatiewet Artikel I, onderdeel S (2:20, tweede lid, Wft) |
Geen |
|
|
1, lid 9 |
21 quater, vierde lid |
Implementatiewet Artikel I, onderdeel S (2:20, tweede lid, Wft) |
Geen |
|
|
1, lid 9 |
21 quater, vijfde lid |
Implementatiewet Artikel IV, lid 2 |
Geen |
|
|
1, lid 9 |
21 quater, zesde lid |
Behoeft naar zijn aard geen implementatie: bepaling gericht tot EBA |
Geen |
|
|
1, lid 10 |
22, tweede lid, eerste alinea |
Implementatiewet Artikel I, onderdeel K (1:106b, eerste lid, Wft) |
Geen |
|
|
1, lid 11, onderdeel a |
23, eerste lid, onderdeel e |
Behoeft geen implementatie: bestaand recht in artikel 3:100, eerste lid, onderdeel e, Wft |
Geen |
|
|
1, lid 11, onderdeel a |
23, eerste lid, tweede alinea |
Behoeft geen implementatie: bestaand recht in artikel 1:51f |
Geen |
|
|
1, lid 11, onderdeel a |
23, eerste lid, derde alinea |
Implementatiewet Artikel I, onderdeel GGG (3:100, eerste lid) |
Geen |
|
|
1, lid 11, onderdeel b |
23, tweede lid, tweede alinea |
Implementatieregeling Artikel I, onderdeel B, subonderdeel 3 (Bijlage 6, onderdeel 2) |
Geen |
|
|
1, lid 11, onderdeel c |
23, zesde lid |
Implementatiebesluit Artikel I, onderdeel GG (138, eerste lid, Bpr) |
Geen |
|
|
1, lid 12 |
27 bis, eerste lid |
Implementatiewet Artikel I, onderdeel EEE (3:96a, eerste lid, en 3:96c, eerste lid, Wft) |
Geen |
|
|
1, lid 12 |
27 bis, tweede lid |
Implementatiewet Artikel I, onderdeel EEE (3:96a, eerste lid, en 3:96c, eerste lid, Wft) |
Geen |
|
|
1, lid 12 |
27 bis, derde lid |
Implementatiewet Artikel I, onderdeel EEE (3:96a, tweede en derde lid, Wft) |
Geen |
|
|
1, lid 12 |
27 bis, vierde lid |
Implementatiewet Artikel I, onderdeel EEE (3:96c, eerste en tweede lid, Wft) |
Geen |
|
|
1, lid 12 |
27 bis, vijfde lid |
Implementatiewet Artikel I, onderdeel K (Artikel 1:106b, eerste lid, Wft) |
Geen |
|
|
1, lid 12 |
27 bis, zesde lid, eerste alinea |
Behoeft geen implementatie: bestaand recht in 1:106b, derde lid, Wft |
Geen |
|
|
1, lid 12 |
27 bis, zesde lid, tweede alinea |
Implementatiewet Artikel I, onderdeel K (1:106b, vijfde lid, Wft) |
Geen |
|
|
1, lid 12 |
27 bis, zevende lid |
Implementatiewet Artikel I, onderdeel III (3:101a, vierde lid, onderdeel a, Wft) |
Geen |
|
|
1, lid 12 |
27 bis, achtste lid |
Implementatiewet Artikel I, onderdeel K (1:106b, eerste en derde lid, Wft) |
Geen |
|
|
1, lid 12 |
27 bis, negende lid |
Behoeft geen implementatie: bestaand recht in 1:106c, eerste lid, Wft |
Geen |
|
|
1, lid 12 |
27 bis, tiende lid, eerste zin |
Behoeft geen implementatie: bestaand recht in 1:106c, vierde lid, Wft |
Geen |
|
|
1, lid 12 |
27 bis, tiende lid, tweede zin |
Implementatieregeling Artikel I, onderdeel B, subonderdeel 4 (Bijlage 6, onderdeel 2, Rtt) |
Geen |
|
|
1, lid 12 |
27 bis, elfde lid |
Implementatiewet Artikel I, onderdeel L (1:106c, vijfde lid, Wft) |
Geen |
|
|
1, lid 12 |
27 bis, twaalfde lid |
Implementatiewet Artikel I, onderdeel L (1:106c, derde lid, Wft) |
Geen |
|
|
1, lid 12 |
27 bis, dertiende lid |
Implementatieregeling Artikel I, onderdeel B, subonderdeel 4 (Bijlage 6, onderdeel 2, Rtt) |
Geen |
|
|
1, lid 12 |
27 bis, veertiende lid |
Behoeft geen implementatie: bestaand recht in 1:106d Wft |
Geen |
|
|
1, lid 12 |
27 bis, vijftiende lid |
Behoeft geen implementatie: bestaand recht in 1:106e Wft |
Geen |
|
|
1, lid 12 |
27 ter, eerste lid |
Implementatiewet Artikel I, onderdeel III (3:101a, eerste lid, Wft) |
Geen |
|
|
1, lid 12 |
27 ter, tweede lid |
Implementatieregeling Artikel I, onderdeel B, subonderdeel 4 (Bijlage 6, onderdeel 2, Rtt) |
Geen |
|
|
1, lid 12 |
27 ter, derde lid, eerste alinea |
Implementatiewet Artikel I, onderdeel III (3:101a, eerste en derde lid, Wft) |
Geen |
|
|
1, lid 12 |
27 ter, derde lid, tweede alinea |
Implementatieregeling Artikel I, onderdeel B, subonderdeel 4 (Bijlage 6, onderdeel 2, Rtt) |
Geen |
|
|
1, lid 12 |
27 ter, vierde lid |
Implementatiewet Artikel I, onderdeel III (3:101a, eerste lid, Wft) |
Geen |
|
|
1, lid 12 |
27 ter, vijfde lid |
Implementatiewet Artikel I, onderdeel EEE (3:96a, tweede lid, en 3:96c, tweede lid, Wft) Implementatiebesluit Artikel I, onderdeel HH (139 Bpr) |
Geen |
|
|
1, lid 12 |
27 ter, zesde lid |
Implementatieregeling Artikel I, onderdeel B, subonderdeel 4 (Bijlage 6, onderdeel 2, Rtt) |
Geen |
|
|
1, lid 12 |
27 ter, zevende lid |
Behoeft naar zijn aard geen implementatie: bepaling gericht tot EBA |
Geen |
|
|
1, lid 12 |
27 quater, eerste lid |
Implementatiewet Artikel I, onderdeel G (1:62, tweede lid, Wft) |
Geen |
|
|
1, lid 12 |
27 quater, tweede lid |
Implementatiewet Artikel I, onderdeel EEE (3:96a, vierde lid, 3:96c, derde lid, en 3:96e Wft) |
Geen |
|
|
1, lid 12 |
27 quater, derde lid, eerste alinea |
Implementatiewet Artikel I, onderdeel EEE (3:96a, vierde lid, 3:96c, derde lid, en 3:96e Wft) |
Geen |
|
|
1, lid 12 |
27 quater, vierde lid, eerste alinea |
Implementatiewet Artikel I, onderdeel D (1:51, derde lid, Wft) |
Geen |
|
|
1, lid 12 |
27 quater, vierde lid, tweede alinea, eerste zin |
Implementatieregeling Artikel I, onderdeel B (Bijlage 6, onderdeel 2, Rtt) |
Geen |
|
|
1, lid 12 |
27 quater, vierde lid, tweede alinea, tweede zin |
Implementatiewet Artikel I, onderdeel K (1:106b, vierde lid, Wft) |
Geen |
|
|
1, lid 12 |
27 quater, vijfde lid |
Behoeft naar zijn aard geen implementatie: bepaling gericht tot EBA |
Geen |
|
|
1, lid 12 |
27 quinquies |
Implementatiewet Artikel I, onderdeel EEE (3:96b, eerste lid, onderdeel a, en 3:96d, eerste lid, onderdeel a, Wft) |
Geen |
|
|
1, lid 12 |
27 sexies, eerste zin |
Implementatiewet Artikel I, onderdeel LLLL (Bijlagen behorende bij de artikelen 1:79 en 1:80 Wft) |
Geen |
|
|
1, lid 12 |
27 sexies, tweede zin |
Implementatiewet Artikel I, onderdelen I en KKK (1:86 en 3:104, tweede lid, Wft) |
Geen |
|
|
1, lid 12 |
27 septies, eerste lid |
Implementatiewet Artikel I, onderdeel EEE (3:96b, eerste lid, en 3:96d, eerste lid, Wft) |
Geen |
|
|
1, lid 12 |
27 septies, tweede lid |
Implementatiewet Artikel I, onderdeel EEE (3:96b, eerste lid, en 3:96d, eerste lid, Wft) |
Geen |
|
|
1, lid 12 |
27 septies, derde lid |
Implementatiewet Artikel I, onderdeel K (1:106b, eerste lid, Wft) |
Geen |
|
|
1, lid 12 |
27 octies |
Implementatiewet Artikel I, onderdeel LLLL (Bijlagen behorende bij de artikelen 1:79 en 1:80 Wft) |
Geen |
|
|
1, lid 12 |
27 nonies |
Implementatiewet Artikel I, onderdeel EEE (3:96a, eerste lid, en 3:96c, eerste lid, Wft) |
Geen |
|
|
1, lid 12 |
27 decies, eerste lid |
Implementatiewet Artikel I, onderdeel EEE (3:96a, eerste en vijfde lid, en 3:96c, eerste en vierde lid, Wft) |
Geen |
|
|
1, lid 12 |
27 decies, tweede lid |
Implementatiewet Artikel I, onderdeel III (3:101a, vierde lid, onderdeel b, Wft) |
Geen |
|
|
1, lid 12 |
27 decies, derde lid |
Implementatiewet Artikel I, onderdeel K (1:106b, zesde lid, Wft) |
Geen |
|
|
1, lid 12 |
27 decies, vierde lid, eerste alinea |
Implementatiewet Artikel I, onderdeel K (1:106b, eerste lid, Wft) |
Geen |
|
|
1, lid 12 |
27 decies, vierde lid, tweede en derde alinea |
Behoeft geen implementatie: bestaand recht in 1:106b, derde lid, Wft |
Geen |
|
|
1, lid 12 |
27 decies, vijfde lid |
Implementatiewet Artikel I, onderdeel M (1:106c, vijfde lid, Wft) |
Geen |
|
|
1, lid 12 |
27 decies, zesde lid |
Implementatiewet Artikel I, onderdeel M (1:106c, zesde lid, Wft) |
Geen |
|
|
1, lid 12 |
27 decies, zevende lid |
Implementatiewet Artikel I, onderdeel N (1:106d, tweede lid, Wft) |
Geen |
|
|
1, lid 12 |
27 decies, achtste lid |
Implementatiewet Artikel I, onderdeel N (1:106d, derde en vierde lid, Wft) |
Geen |
|
|
1, lid 12 |
27 decies, negende lid |
Implementatiewet Artikel I, onderdeel N (1:106d, tweede lid, Wft) |
Geen |
|
|
1, lid 12 |
27 decies, tiende lid |
Implementatiewet Artikel I, onderdeel O (1:106e Wft) |
Geen |
|
|
1, lid 12 |
27 undecies, eerste lid |
Implementatiewet Artikel I, onderdeel III (3:101a, tweede lid, Wft) |
Geen |
|
|
1, lid 12 |
27 undecies, tweede lid |
Implementatiewet Behoeft geen implementatie: bestaand recht in 1:51f Wft |
Geen |
|
|
1, lid 12 |
27 undecies, derde lid, eerste alinea |
Implementatiewet Artikel I, onderdeel III (3:101a, derde lid, Wft) |
Geen |
|
|
1, lid 12 |
27 undecies, derde lid, tweede alinea |
Implementatieregeling Artikel I, onderdeel B, subonderdeel 4 (Bijlage 6, onderdeel 2, Rtt) |
Geen |
|
|
1, lid 12 |
27 undecies, vierde lid |
Implementatiewet Artikel I, onderdeel III (3:101a, tweede lid, Wft) |
Geen |
|
|
1, lid 12 |
27 undecies, vijfde lid |
Implementatiewet Artikel I, onderdeel EEE (3:96a, tweede lid, en 3:96c, tweede lid, Wft) Implementatiebesluit Artikel I, onderdeel HH (139 Bpr) |
Geen |
|
|
1, lid 12 |
27 duodecies, eerste lid |
Implementatiewet Artikel I, onderdeel G (1:62, tweede lid, Wft) |
Geen |
|
|
1, lid 12 |
27 duodecies, tweede lid, eerste alinea |
Implementatiewet Artikel I, onderdeel D (1:51, derde lid, Wft) |
Geen |
|
|
1, lid 12 |
27 duodecies, tweede lid, tweede alinea |
Implementatieregeling Artikel I, onderdeel B, subonderdeel 4 (Bijlage 6, onderdeel 2, Rtt) |
Geen |
|
|
1, lid 12 |
27 duodecies, derde lid |
Behoeft naar zijn aard geen implementatie: bepaling gericht tot EBA |
Geen |
|
|
1, lid 12 |
27 terdecies |
Implementatiewet Artikel I, onderdeel LLLL (Bijlage behorende bij de artikelen 1:79 en 1:80 Wft) Implementatiebesluit Artikel IV, onderdeel C (artikel 10 Bbbfs) |
Geen |
|
|
1, lid 13 |
47, eerste lid |
Implementatiewet Artikel I, onderdeel S (2:20, eerste lid, Wft) |
Geen |
|
|
1, lid 13 |
47, tweede lid |
Implementatiewet Artikel I, onderdeel S (2:20, tweede lid, Wft) |
Geen |
|
|
1, lid 13 |
47, derde lid |
Behoeft geen implementatie: definities niet gebruikt |
Geen |
|
|
1, lid 13 |
48 |
Behoeft geen implementatie: er is geen lichter regime voor bijkantoren uit staten die geen lidstaat zijn. |
Geen |
|
|
1, lid 13 |
48 bis, eerste lid |
Implementatiewet Artikel I, onderdeel A (1:1 Wft) |
Geen |
|
|
1, lid 13 |
48 bis, tweede lid |
Implementatiewet Artikel I, onderdeel A (1:1 Wft) |
Geen |
|
|
1, lid 13 |
48 bis, derde lid |
Implementatiewet Artikel I, onderdeel O (1:107, tweede lid, onderdeel e, Wft) Implementatieregeling Artikel I, onderdeel B, subonderdeel 5 (Bijlage 6, onderdeel 2, Rtt) |
Geen |
|
|
1, lid 13 |
48 bis, vierde lid |
Behoeft geen implementatie: lidstaatoptie waar geen gebruik van wordt gemaakt |
Lidstaatoptie waar geen gebruik van wordt gemaakt. |
De lidstaatoptie biedt de mogelijkheid zwaardere eisen op te leggen aan derde land bijkantoren. Gekozen is om deze lidstaatoptie niet te gebruiken. Het derde land bijkantoren regime zoals geregeld in CRD VI bevat reeds stevige vereisten aan dergelijke bijkantoren. Daarnaast opteert het kabinet om de CRD VI lastenluw te implementeren. |
|
1, lid 13 |
48 ter, eerste lid |
Implementatiewet Artikel I, onderdeel A en O (1:1 en 1:107, tweede lid, onderdeel e Wft) Implementatieregeling Artikel I, onderdeel B, subonderdeel 5 (Bijlage 6, onderdeel 2, Rtt) |
Geen |
|
|
1, lid 13 |
48 ter, tweede lid |
Behoeft naar zijn aard geen implementatie: bepaling gericht tot de Europese Commissie |
Geen |
|
|
1, lid 13 |
48 ter, derde lid |
Behoeft naar zijn aard geen implementatie: bepaling gericht tot de Europese Commissie en EBA |
Geen |
|
|
1, lid 13 |
48 ter, vierde lid |
Behoeft naar zijn aard geen implementatie: bepaling gericht tot EBA |
Geen |
|
|
1, lid 13 |
48 ter, vijfde lid, eerste zin |
Implementatiewet Artikel I, onderdeel O (1:107, tweede lid, onderdeel e, Wft) |
Geen |
|
|
1, lid 13 |
48 ter, vijfde lid, tweede zin |
Implementatieregeling Artikel I, onderdeel B, subonderdeel 5 (Bijlage 6, onderdeel 2, Rtt) |
Geen |
|
|
1, lid 13 |
48 ter, vijfde lid, derde zin |
Implementatiewet Artikel I, onderdeel O (1:107, tweede lid, onderdeel e, Wft) Implementatieregeling Artikel I, onderdeel B, subonderdeel 5 (Bijlage 6, onderdeel 2, Rtt) |
Geen |
|
|
1, lid 13 |
48 quater, eerste lid |
Implementatiewet Artikel I, onderdeel S (2:20, eerste lid, Wft) |
Geen |
|
|
1, lid 13 |
48 quater, tweede lid, eerste en tweede zin |
Implementatiewet Artikel I, onderdeel H (1:65, eerste lid, Wft) |
Geen |
|
|
1, lid 13 |
48 quater, tweede lid, derde zin |
Implementatieregeling Artikel I, onderdeel B, subonderdeel 5 (Bijlage 6, onderdeel 2, Rtt) |
Geen |
|
|
1, lid 13 |
48 quater, derde lid |
Implementatiewet Artikel I, onderdeel T (2:21, eerste lid, Wft) Implementatiebesluit Artikel II, onderdeel C (10a BMfo) |
Geen |
|
|
1, lid 13 |
48 quater, vierde lid |
Implementatiewet Artikel I, onderdeel T (2:21, eerste en vierde lid, Wft) |
Geen |
|
|
1, lid 13 |
48 quater, vijfde lid |
Behoeft geen implementatie: bestaand recht in artikel 1:51f, eerste lid, Wft |
Geen |
|
|
1, lid 13 |
48 quater, zesde lid |
Implementatiewet Artikel IV, lid 1 |
Geen |
|
|
1, lid 13 |
48 quater, zevende lid |
Behoeft naar zijn aard geen implementatie: bepaling gericht tot EBA |
Geen |
|
|
1, lid 13 |
48 quater, achtste lid |
Behoeft naar zijn aard geen implementatie: bepaling gericht tot EBA |
Geen |
|
|
1, lid 13 |
48 quinquies, eerste lid, eerste alinea |
Implementatiewet Artikel I, onderdelen J en T (1:104, eerste lid, onderdeel o, en zevende lid, 2:21, eerste lid, aanhef, Wft) |
Geen |
|
|
1, lid 13 |
48 quinquies, eerste lid, tweede alinea |
Implementatiewet Artikel I, onderdeel KK (3:43a, tweede lid, Wft) |
Geen |
|
|
1, lid 13 |
48 quinquies, tweede lid |
Implementatiewet Artikel I, onderdeel J (1:104, eerste lid en zevende lid, Wft) |
Geen |
|
|
1, lid 13 |
48 quinquies, derde lid |
Behoeft geen implementatie: bestaand recht in artikel 1:51f, eerste lid, Wft |
Geen |
|
|
1, lid 13 |
48 quinquies, vierde lid |
Behoeft geen implementatie: bestaand recht in artikel 1:104 Wft |
Geen |
|
|
1, lid 13 |
48 sexies, eerste lid |
Implementatiewet Artikel I, onderdelen NN en PP (3:54a en 3:58a Wft) Implementatiebesluit Artikel I, onderdeel V en X (artikelen 48 en 59 Bpr) |
Geen |
|
|
1, lid 13 |
48 sexies, tweede lid |
Implementatiewet Artikel I, onderdeel QQ (3:58a Wft) Implementatiebesluit Artikel I, onderdeel W (52a, eerste lid, Bpr) |
Geen |
|
|
1, lid 13 |
48 sexies, derde lid, eerste zin |
Implementatiewet Artikel I, onderdeel QQ (3:58a Wft) Implementatiebesluit Artikel I, onderdeel W (52a, tweede lid, Bpr) |
Geen |
|
|
1, lid 13 |
48 sexies, derde lid, tweede zin |
Implementatiewet Artikel I, onderdeel QQ (3:58a Wft) Implementatiebesluit Artikel I, onderdeel W (52a, derde lid, Bpr) |
Geen |
|
|
1, lid 13 |
48 sexies, vierde lid |
Behoeft naar zijn aard geen implementatie: bepaling gericht tot EBA |
Geen |
|
|
1, lid 13 |
48 septies, eerste lid |
Implementatiewet Artikel I, onderdeel UU (3:65a Wft) Implementatiebesluit Artikel I, onderdeel BB (106aa Bpr) |
Geen |
|
|
1, lid 13 |
48 septies, tweede lid |
Implementatiewet Artikel I, onderdeel UU (3:65a Wft) Implementatiebesluit Artikel I, onderdeel BB (106aa Bpr) |
Geen |
|
|
1, lid 13 |
48 septies, derde lid, eerste zin |
Implementatiewet Artikel I, onderdeel UU (3:65a Wft) Implementatiebesluit Artikel I, onderdeel BB (106aa Bpr) |
Geen |
|
|
1, lid 13 |
48 septies, derde lid, tweede zin |
Implementatiewet Artikel I, onderdeel UU (3:65a Wft) Implementatiebesluit Artikel I, onderdeel BB (106aa Bpr) |
Geen |
|
|
1, lid 13 |
48 septies, vierde lid |
Implementatiewet Artikel I, onderdeel UU (3:65a Wft) Implementatiebesluit Artikel I, onderdeel BB (106aa Bpr) |
Geen |
|
|
1, lid 13 |
48 octies, eerste lid |
Implementatiewet Artikel I, onderdelen CC en FF (3:11, 3:21, eerste lid, Wft) |
Geen |
|
|
1, lid 13 |
48 octies, tweede lid, eerste zin |
Implementatiewet Artikel I, onderdeel HH (3:23a, eerste lid, Wft) Implementatiebesluit Artikel I, onderdelen D en F tot en met O (11, 17, 17a, 17c, 21, 23, 23a, 23aa, 23b, 24a, 24b Bpr) |
Geen |
|
|
1, lid 13 |
48 octies, tweede lid, tweede zin |
Implementatiewet Artikel I, onderdeel HH (3:23a, derde lid, Wft) Implementatiebesluit Artikel I, onderdelen D en F tot en met O (11, 17, 17a, 17c, 21, 23, 23a, 23aa, 23b, 24a, 24b Bpr) |
Geen |
|
|
1, lid 13 |
48 octies, derde lid, eerste alinea |
Implementatiewet Artikel I, onderdeel HH (3:23a, eerste lid, Wft) Implementatiebesluit Artikel I, onderdelen F tot en met O (17, 17a, 17c, 21, 23, 23a, 23aa, 23b, 24a, 24b Bpr) |
Geen |
|
|
1, lid 13 |
48 octies, derde lid, tweede alinea |
Implementatiewet Artikel I, onderdeel HH (3:23a, derde lid, Wft) Implementatiebesluit Artikel I, onderdelen F tot en met O (17, 17a, 17c, 21, 23, 23a, 23aa, 23b, 24a, 24b Bpr) |
Geen |
|
|
1, lid 13 |
48 octies, vierde lid |
Implementatiewet Artikel I, onderdeel HH (3:23a, eerste lid, Wft) Implementatiebesluit Artikel I, onderdelen F tot en met O (17, 17a, 17c, 21, 23, 23a, 23aa, 23b, 24a, 24b Bpr) |
Geen |
|
|
1, lid 13 |
48 octies, vijfde lid |
Implementatiewet Artikel I, onderdeel HH (3:23a, eerste lid, Wft) Implementatiebesluit Artikel I, onderdeel P (32a.1 Bpr) |
Geen |
|
|
1, lid 13 |
48 octies, zesde lid |
Implementatiewet Artikel I, onderdeel HH (3:23a, eerste lid, Wft) Implementatiebesluit Artikel I, onderdeel E (15, vierde lid, Bpr) |
Geen |
|
|
1, lid 13 |
48 octies, zevende lid |
Implementatiewet Artikel I, onderdeel HH (3:23a, eerste lid, Wft) |
Geen |
|
|
1, lid 13 |
48 octies, achtste lid |
Implementatiewet Artikel I, onderdeel HH (3:23a, tweede en vierde lid, Wft) |
Geen |
|
|
1, lid 13 |
48 octies, negende lid |
Behoeft naar zijn aard geen implementatie: bepaling gericht tot EBA |
Geen |
|
|
1, lid 13 |
48 nonies, eerste lid |
Implementatiewet Artikel I, onderdeel XX (3:80a, eerste lid, Wft) |
Geen |
|
|
1, lid 13 |
48 nonies, tweede lid |
Implementatiewet Artikel I, onderdeel XX (3:80a, eerste lid, Wft) |
Geen |
|
|
1, lid 13 |
48 nonies, derde lid |
Implementatiewet Artikel I, onderdeel XX (3:80a, tweede lid, Wft) |
Geen |
|
|
1, lid 13 |
48 nonies, vierde lid |
Implementatiewet Artikel I, onderdeel XX (3:80a, eerste lid, Wft) |
Geen |
|
|
1, lid 13 |
48 decies, eerste lid |
Implementatiewet Artikel I, onderdeel TTT (3:111bb Wft) |
Geen |
|
|
1, lid 13 |
48 decies, tweede lid, eerste alinea |
Implementatieregeling Artikel I, onderdeel B, subonderdeel 5 (Bijlage 6, onderdeel 2, Rtt) |
Geen |
|
|
1, lid 13 |
48 decies, tweede lid, tweede alinea |
Implementatiewet Artikel I, onderdeel TTT (3:111ba, eerste lid, 3:111bb, eerste lid, Wft) |
Geen |
|
|
1, lid 13 |
48 undecies, eerste lid, eerste alinea |
Implementatiewet Artikel I, onderdeel TTT (3:111ba, eerste lid, Wft) |
Geen |
|
|
1, lid 13 |
48 undecies, eerste lid, tweede alinea |
Implementatiewet Artikel I, onderdeel TTT (3:111ba, eerste lid, Wft) |
Geen |
|
|
1, lid 13 |
48 undecies, tweede lid, eerste alinea |
Implementatiewet Artikel I, onderdeel TTT (3:111ba, eerste lid Wft) |
Geen |
|
|
1, lid 13 |
48 undecies, tweede lid, tweede zin |
Implementatieregeling Artikel I, onderdeel B, subonderdeel 5 (Bijlage 6, onderdeel 2, Rtt) |
Geen |
|
|
1, lid 13 |
48 undecies, derde lid |
Implementatieregeling Artikel I, onderdeel B, subonderdeel 5 (Bijlage 6, onderdeel 2, Rtt) |
Geen |
|
|
1, lid 13 |
48 undecies, vierde lid, eerste alinea |
Implementatiewet Artikel I, onderdeel TTT (3:111ba, tweede lid, Wft) |
Geen |
|
|
1, lid 13 |
48 undecies, vierde lid, tweede alinea |
Implementatieregeling Artikel I, onderdeel B, subonderdeel 5 (Bijlage 6, onderdeel 2, Rtt) |
Geen |
|
|
1, lid 13 |
48 undecies, vijfde lid |
Behoeft naar zijn aard geen implementatie: bepaling gericht tot EBA |
Geen |
|
|
1, lid 13 |
48 duodecies, eerste lid |
Implementatiewet Artikel I, onderdeel AAA (3:82b, eerste lid, Wft) Implementatiebesluit Artikel I, onderdeel CC (130, veertiende lid, Bpr) |
Geen |
|
|
1, lid 13 |
48 duodecies, tweede lid |
Implementatiewet Artikel I, onderdeel AAA (3:82b, eerste lid, Wft) Implementatiebesluit Artikel I, onderdeel CC (130, veertiende lid, Bpr) |
Geen |
|
|
1, lid 13 |
48 duodecies, derde lid |
Implementatiewet Artikel I, onderdeel AAA (3:82b, tweede lid, Wft) |
Geen |
|
|
1, lid 13 |
48 terdecies, eerste lid |
Implementatiewet Artikel I, onderdeel AAA (3:82b, eerste lid, Wft) Implementatiebesluit Artikel I, onderdeel CC (130, veertiende lid, Bpr) |
Geen |
|
|
1, lid 13 |
48 terdecies, tweede lid |
Implementatiewet Artikel I, onderdeel AAA (3:82b, derde lid, Wft) Implementatiebesluit Artikel I, onderdeel CC (130, veertiende lid, Bpr) |
Geen |
|
|
1, lid 13 |
48 terdecies, derde lid |
Implementatiewet Artikel I, onderdeel AAA (3:82b, derde lid, Wft) |
Geen |
|
|
1, lid 13 |
48 quaterdecies, eerste lid |
Behoeft geen implementatie: volgt uit het systeem van de wet |
Geen |
|
|
1, lid 13 |
48 quaterdecies, tweede lid |
Implementatieregeling Artikel I, onderdeel B, subonderdeel 5 (Bijlage 6, onderdeel 2, Rtt) |
Geen |
|
|
1, lid 13 |
48 quindecies, eerste lid |
Implementatiewet Artikel I, onderdeel EE (3:18ab, eerste lid, Wft) |
Geen |
|
|
1, lid 13 |
48 quindecies, tweede lid |
Implementatiewet Artikel I, onderdeel EE (3:18ab, tweede lid, Wft) |
Geen |
|
|
1, lid 13 |
48 quindecies, derde lid, eerste zin |
Implementatieregeling Artikel I, onderdeel B, subonderdeel 5 (Bijlage 6, onderdeel 2, Rtt) |
Geen |
|
|
1, lid 13 |
48 quindecies, derde lid, tweede zin |
Implementatiewet Artikel I, onderdeel EE (3:18ab, derde lid, Wft) |
Geen |
|
|
1, lid 13 |
48 quindecies, vierde lid, eerste zin |
Implementatieregeling Artikel I, onderdeel B, subonderdeel 5 (Bijlage 6, onderdeel 2, Rtt) |
Geen |
|
|
1, lid 13 |
48 quindecies, vierde lid, tweede zin |
Implementatieregeling Artikel I, onderdeel B, subonderdeel 5 (Bijlage 6, onderdeel 2, Rtt) |
Geen |
|
|
1, lid 13 |
48 quindecies, vierde lid, derde zin |
Implementatiewet Artikel I, onderdeel J (1:104, zevende lid, Wft) |
Geen |
|
|
1, lid 13 |
48 quindecies, vijfde lid, eerste zin |
Behoeft geen implementatie: bestaand recht in artikel 1:51f Wft |
Geen |
|
|
1, lid 13 |
48 quindecies, vijfde lid, eerste zin |
Behoeft naar zijn aard geen implementatie: bepaling gericht tot EBA |
Geen |
|
|
1, lid 13 |
48 quindecies, zesde lid |
Behoeft naar zijn aard geen implementatie: bepaling gericht tot EBA |
Geen |
|
|
1, lid 13 |
48 sexdecies, eerste lid |
Implementatiewet Artikel I, onderdeel QQQ (3:111a.1, eerste lid, Wft) |
Geen |
|
|
1, lid 13 |
48 sexdecies, tweede lid |
Implementatiewet Artikel I, onderdeel QQQ (3:111a.1, tweede lid, Wft) |
Geen |
|
|
1, lid 13 |
48 septdecies, eerste lid |
Behoeft geen implementatie: bestaand recht in artikel 1:51 Wft |
Geen |
|
|
1, lid 13 |
48 septdecies, tweede lid |
Implementatiewet Artikel I, onderdeel E (1:54d Wft) |
Geen |
|
|
1, lid 13 |
48 septdecies, derde lid |
Implementatiewet Artikel I, onderdeel E (1:54d, eerste lid, Wft) |
Geen |
|
|
1, lid 13 |
48 septdecies, vierde lid |
Implementatiewet Artikel I, onderdeel E (1:54d, eerste lid, Wft) |
Geen |
|
|
1, lid 13 |
48 septdecies, vijfde lid |
Implementatieregeling Artikel I, onderdeel B, subonderdeel 5 (Bijlage 6, onderdeel 2, Rtt) |
Geen |
|
|
1, lid 13 |
48 septdecies, zesde lid |
Behoeft naar zijn aard geen implementatie: bepaling gericht tot EBA |
Geen |
|
|
1, lid 13 |
48 septdecies, zevende lid |
Behoeft naar zijn aard geen implementatie: bepaling gericht tot EBA |
Geen |
|
|
1, lid 13 |
48 octodecies, eerste alinea |
Implementatieregeling Artikel I, onderdeel B, subonderdeel 5 (Bijlage 6, onderdeel 2, Rtt) |
Geen |
|
|
1, lid 13 |
48 octodecies, tweede alinea |
Behoeft naar zijn aard geen implementatie: bepaling gericht tot EBA |
Geen |
|
|
1, lid 13 |
48 novodecies |
Behoeft naar zijn aard geen implementatie: bepaling gericht tot de Europese instellingen en toezichthouders |
Geen |
|
|
1, lid 14 |
53, eerste lid, tweede alinea |
Behoeft geen implementatie: bestaand recht in artikel 2:5, eerste lid, Awb |
Geen |
|
|
1, lid 15 |
56, vijfde alinea |
Behoeft geen implementatie: bestaand recht in artikel 1:93, eerste lid, onderdeel f, en derde lid Wft |
Geen |
|
|
1, lid 16 |
65, eerste lid |
Behoeft geen implementatie: bestaand recht in artikel 1:75, eerste lid, 1:79, 1:81, tweede en derde lid, Wft en 5:2, eerste lid, onderdeel b, Awb en titel 5.3. Awb |
Geen |
|
|
1, lid 16 |
65, tweede lid |
Behoeft geen implementatie: bestaand recht in artikel 5:1, tweede en derde lid, Awb en 51, tweede en derde lid, Sr |
Geen |
|
|
1, lid 16 |
65, derde lid |
Behoeft geen implementatie: bestaand recht in artikel 5:2, eerste en tweede lid, Awb |
Geen |
|
|
1, lid 16 |
65, vierde lid |
Behoeft geen implementatie: bestaand recht in artikel 1:56 en 1:74 Wft en 5:15, 5:16, 5:17 en 5:20 Awb |
Geen |
|
|
1, lid 16 |
65, vijfde lid |
Behoeft geen implementatie: niet van toepassing in Nederland |
Geen |
|
|
1, lid 16 |
66, eerste lid |
Implementatiewet Artikel I, onderdeel LLLL en Artikel III (Bijlagen behorende bij de artikelen 1:79 en 1:90 Wft; Wed) Implementatiebesluit Artikel IV, onderdeel C (10 Bbbfs) |
Geen |
|
|
1, lid 16 |
66, tweede lid, eerste alinea |
Behoeft geen implementatie. 66(2) (a+b): bestaand recht in artikel 1:75, eerste lid, 1:79, 1:81, tweede en derde lid, Wft en 5:2, eerste lid, onderdeel b, Awb en titel 5.3. Awb, 66(2)(c)(i) 1:94 Wft 66(2)(c)(ii) 1:75 Wft 66(2)(c)(iii) 1:86 Wft 66(2)(c)(iv) 1:87 Wft |
Geen |
|
|
1, lid 16 |
66, tweede lid, tweede alinea |
Behoeft geen implementatie: lidstaatoptie die niet gebruikt wordt |
Lidstaatoptie waar geen gebruik van wordt gemaakt. |
De lidstaatoptie laat de mogelijkheid open om voor de dwangsommen een hoger maximumbedrag voorstellen dan voorgeschreven in artikel 66(2)(b) CRD. Hiervan wordt geen gebruik gemaakt. |
|
1, lid 16 |
66, tweede lid, derde alinea |
Lidstaatoptie om bestaand recht in artikel 5:32b, eerste lid, Awb te gebruiken |
Lidstaatoptie waar gebruik van gemaakt wordt om bestaand recht in de Awb te gebruiken |
Artikel 66(2)(b) schrijft voor dat dwangsommen per dag worden verbeurd. De Awb schrijft voor dat een dwangsom wordt vastgesteld door het bestuursorgaan ‘hetzij op een bedrag ineens, hetzij op een bedrag per tijdseenheid waarin de last niet is uitgevoerd, dan wel per overtreding van de last.’. Hiermee komt DNB als toezichthouder enige mate van discretie toe om de beste tijdsperiode van de last onder dwangsom op te leggen. De lidstaatoptie wordt gebruikt om het bestaande recht in artikel 5:32b, eerste lid, Awb te behouden. Dit wordt opgenomen in artikel 1a Rtt. |
|
1, lid 16 |
66, tweede lid, vierde alinea |
Behoeft geen implementatie: bestaand recht in 5:32b, eerste lid, Awb |
Geen |
|
|
1, lid 16 |
66, derde lid |
Behoeft geen implementatie: bestaand recht in artikel 1:75, eerste lid, 1:79, 1:81, tweede en derde lid, Wft en 5:2, eerste lid, onderdeel b, Awb en titel 5.3. Awb. |
Geen |
|
|
1, lid 16 |
66, vierde lid |
Implementatieregeling Artikel I, onderdeel B, subonderdeel 6 (Bijlage 6, onderdeel 2, Rtt) |
Geen |
|
|
1, lid 16 |
67, eerste lid |
Behoeft geen implementatie: bestaand recht in artikel 1:117 Wft, de bijlagen bij artikel 1:79 en 1:80 Wft, en Besluit EU-verordeningen Wft bijlage 8 |
Geen |
|
|
1, lid 17 |
67, tweede tot en met vijfde lid |
Behoeft geen implementatie: 67(2) (a+b): Bestaand recht in artikel 1:75, eerste lid, 1:79, 1:81, tweede en derde lid, Wft en 5:2, eerste lid, onderdeel b, Awb en titel 5.3. Awb, 67(2)(c)(i) 1:94 Wft 67(2)(c)(ii) 1:75 Wft 67(2)(c)(iii) 1:104 Wft 67(2)(c)(iv) 1:87 Wft |
Geen |
|
|
1, lid 17 |
67, tweede lid, tweede alinea |
Behoeft geen implementatie: lidstaatoptie die niet gebruikt wordt |
Lidstaatoptie waar geen gebruik van wordt gemaakt. |
De lidstaatoptie laat de mogelijkheid open om voor de dwangsommen een hoger maximumbedrag voorstellen dan voorgeschreven in artikel 66(2)(b) CRD. Hiervan wordt geen gebruik gemaakt. |
|
1, lid 17 |
66, tweede lid, derde alinea |
Lidstaatoptie om bestaand recht in artikel 5:32b, eerste lid, Awb te gebruiken |
Lidstaatoptie waar gebruik van gemaakt wordt om bestaand recht in de Awb te gebruiken |
Artikel 66(2)(b) schrijft voor dat dwangsommen per dag worden verbeurd. De Awb schrijft voor dat een dwangsom wordt vastgesteld door het bestuursorgaan ‘hetzij op een bedrag ineens, hetzij op een bedrag per tijdseenheid waarin de last niet is uitgevoerd, dan wel per overtreding van de last.’. Hiermee komt DNB als toezichthouder enige mate van discretie toe om de beste tijdsperiode van de last onder dwangsom op te leggen. De lidstaatoptie wordt gebruikt om het bestaande recht in artikel 5:32b, eerste lid, Awb te behouden. Dit wordt opgenomen in artikel 1a Rtt. |
|
1, lid 17 |
67, tweede lid, vierde alinea |
Behoeft geen implementatie: bestaand recht in 5:32b, eerste lid, Awb |
Geen |
|
|
1, lid 17 |
67, derde lid |
Behoeft geen implementatie: bestaand recht in artikel 1:75, eerste lid, 1:79, 1:81, tweede en derde lid, Wft en 5:2, eerste lid, onderdeel b, Awb en titel 5.3. Awb. |
Geen |
|
|
1, lid 17 |
67, vierde lid |
Implementatieregeling Artikel I, onderdeel B, subonderdeel 6 (Bijlage 6, onderdeel 2, Rtt) |
Geen |
|
|
1, lid 18 |
70, eerste lid |
Implementatiebesluit Artikel IV, onderdeel A (1b, eerste lid, Bbbfs) |
Geen |
|
|
1, lid 18 |
70, tweede lid |
Implementatieregeling Artikel I, onderdeel B, subonderdeel 6 (Bijlage 6, onderdeel 2, Rtt) |
Geen |
|
|
1, lid 18 |
70, derde lid |
Behoeft geen implementatie: bestaand recht in 3:4, 5:2 en 5:43 Awb |
Geen |
|
|
1, lid 18 |
70, vierde lid |
Behoeft geen implementatie: bestaand recht in 5:44 Awb en 243 lid 2 Sv (1:95 en 1:98 Wft) |
Geen |
|
|
1, lid 18 |
70, vijfde lid |
Behoeft naar zijn aard geen implementatie: bepaling gericht tot EBA |
Geen |
|
|
1, lid 19 |
73, eerste alinea |
Implementatiebesluit Artikel I, onderdeel N (24a, eerste lid, Bpr) |
Geen |
|
|
1, lid 20 |
74, eerste lid 1 |
Bestaand recht in artikel 1:117 en 3:17 Wft jo. art. 17/19/20/23 Bpr |
Geen |
|
|
1, lid 21, onderdelen a, b en c |
76, eerste, tweede en vierde lid |
Behoeft geen implementatie: bestaand recht in 23b, eerste lid, onderdeel a, Bpr |
Geen |
|
|
1, lid 21, onderdeel d |
76, vijfde lid |
Implementatiebesluit Artikel I, onderdeel M (23b, tweede lid, Bpr) |
Geen |
|
|
1, lid 21, onderdeel e |
76, zesde lid |
Implementatiebesluit Artikel I, onderdeel M (23b, tweede lid, Bpr) |
Geen |
|
|
1, lid 22, onderdeel a |
77, derde lid |
Behoeft geen implementatie: bestaand recht in bijlage 6 Rtt |
Geen |
|
|
1, lid 22, onderdeel b |
77, vierde lid |
Behoeft geen implementatie: bepaling gericht tot EBA |
Geen |
|
|
1, lid 23, onderdeel a |
Titel artikel 78 |
Behoeft naar zijn aard geen implementatie |
Geen |
|
|
1, lid 23, onderdeel b |
78, eerste lid |
Behoeft geen implementatie: volgt uit artikel 430, eerste lid, onderdeel f, CRR |
Geen |
|
|
1, lid 23, onderdeel c |
78, derde lid |
Implementatieregeling Artikel I, onderdeel B, subonderdeel 8 (Bijlage 6, onderdeel 2, Rtt) |
Geen |
|
|
1, lid 23, onderdeel d |
78, vijfde lid |
Behoeft geen implementatie: louter tekstuele aanpassing |
Geen |
|
|
1, lid 23, onderdelen e en f |
78, zesde en achtste lid |
Behoeft geen implementatie: bepaling gericht tot EBA |
Geen |
|
|
1, lid 24 |
79, onderdeel c |
Behoeft geen implementatie: dynamische verwijzing naar artikel 79 CRD in 23a Bpr |
Geen |
|
|
1, lid 25 |
81 |
Behoeft geen implementatie: dynamische verwijzing naar artikel 81 CRD in 23a Bpr |
Geen |
|
|
1, lid 26 |
83, vierde lid |
Behoeft geen implementatie: dynamische verwijzing naar artikel 83 CRD in 23a Bpr |
Geen |
|
|
1, lid 27 |
85, eerste lid |
Behoeft geen implementatie: dynamische verwijzing naar artikel 85 CRD in 23a Bpr |
Geen |
|
|
1, lid 28 |
87 bis, eerste tot en met derde lid |
Implementatiebesluit Artikel I, onderdeel K (23a, onderdeel a, Bpr) |
Geen |
|
|
1, lid 28 |
87 bis, vierde lid |
Implementatieregeling Artikel I, onderdeel B, subonderdeel 8 (Bijlage 6, onderdeel 2, Rtt) |
Geen |
|
|
1, lid 28 |
87 bis, vijfde lid |
Behoeft naar zijn aard geen implementatie: bepaling gericht tot EBA |
Geen |
|
|
1, lid 29, onderdeel a |
88, eerste lid, tweede alinea, onderdeel e |
Behoeft geen implementatie: bestaand recht in 17c, eerste lid, Bpr |
Geen |
|
|
1, lid 29, onderdeel b |
88, derde lid |
Implementatiebesluit Artikel I, onderdeel H (17c, eerste lid, Bpr) |
Geen |
|
|
1, lid 30 |
91, eerste lid |
Behoeft geen implementatie: dynamische verwijzing naar artikel 91 CRD in artikel 3:8, derde lid, Wft |
Geen |
|
|
1, lid 30 |
91, eerste lid, tweede alinea, tweede zin |
Implementatieregeling Artikel I, onderdeel B (Bijlage 6, onderdeel 2, Rtt) |
Geen |
|
|
1, lid 30 |
91, eerste lid bis, eerste alinea |
Behoeft geen implementatie: dynamische verwijzing naar artikel 91 CRD in artikel 3:8, derde lid, Wft |
Geen |
|
|
1, lid 30 |
91, eerste lid bis, tweede alinea |
Behoeft geen implementatie: niet relevant voor Nederland |
Lidstaatoptie waar geen gebruik van wordt gemaakt |
Betreft een lidstaatoptie. Niet relevant voor Nederland, want toetsingen vinden al ex ante plaats. |
|
1, lid 30 |
91, eerste lid ter |
Artikel I, onderdelen Z en IIII (3:8, derde lid, en 4:9.0a Wft; Bpr/BGfo) |
Geen |
|
|
1, lid 30 |
91, eerste lid quater |
Implementatiewet Artikel I, onderdelen Z en IIII (3:8, derde lid, en 4:9.0a Wft; Bpr/BGfo) |
Geen |
|
|
1, lid 30 |
91, eerste lid quinquies |
Behoeft geen implementatie: niet relevant voor Nederland |
Geen |
Artikel alleen relevant voor lidstaten met een ex-post toetsingssysteem wat Nederland niet heeft. |
|
1, lid 30 |
91, eerste lid sexies |
Behoeft geen implementatie: niet relevant voor Nederland |
Geen |
Artikel alleen relevant voor lidstaten met een ex-post toetsingssysteem wat Nederland niet heeft. |
|
1, lid 30 |
91, eerste lid septies |
Behoeft geen implementatie: Bestaand recht in artikel 33, tweede lid, Bpr |
Geen |
|
|
1, lid 30 |
91, eerste lid octies |
Implementatieregeling Artikel I, onderdeel B. subonderdeel 8 (Bijlage 6, onderdeel 2, Rtt) |
Geen |
|
|
1, lid 30 |
91, eerste lid nonies |
Implementatiebesluit Artikel I, onderdeel R (art. 33 Bpr) |
Geen |
|
|
1, lid 30 |
91, eerste lid decies |
Implementatiebesluit Artikel I, onderdeel C (art. 7 Bpr) |
Geen |
|
|
1, lid 30 |
91, eerste lid undecies |
Behoeft geen implementatie: bestaand recht in artikel 33, tweede lid, sub a en b, Bpr |
Geen |
|
|
1, lid 30 |
91, tweede lid, tweede lid bis, tweede lid ter |
Behoeft geen implementatie: dynamische verwijzing naar artikel 91, tweede lid, CRD in artikel 3:8 en 4:9.0a Wft |
Geen |
|
|
1, lid 30 |
91, derde tot en met vijfde lid |
Behoeft geen implementatie: bestaand recht in artikel 3:8, derde lid, en 4:9.0a, tweede lid, Wft |
Geen |
|
|
1, lid 30 |
91, zesde lid |
Behoeft geen implementatie: bestaand recht in artikel 3:8, derde lid, en 4:9.0a, tweede lid, Wft |
Geen |
|
|
1, lid 30 |
91, zevende lid |
Behoeft geen implementatie: dynamische verwijzing naar artikel 91, zevende lid, CRD in artikel 3:8 en 4:9.0a Wft |
Geen |
|
|
1, lid 30 |
91, achtste lid |
Behoeft geen implementatie: dynamische verwijzing naar artikel 91, tiende lid, CRD in artikel 3:8, derde lid, Wft. |
Geen |
|
|
1, lid 30 |
91, negende lid |
Implementatieregeling Artikel I, onderdeel B, subonderdeel 8 (Bijlage 6, onderdeel 2, Rtt) |
Geen |
|
|
1, lid 30 |
91, tiende lid, eerste, derde en vierde alinea |
Behoeft naar zijn aard geen implementatie: bepaling gericht tot EBA |
Geen |
|
|
1, lid 30 |
91, tiende lid, tweede alinea |
Behoeft geen implementatie: bestaand recht in artikel 3:8, eerste lid, en 3:9, eerste lid, Wft |
Geen |
|
|
1, lid 30 |
91, elfde lid |
Behoeft naar zijn aard geen implementatie: bepaling gericht tot EBA |
Geen |
|
|
1, lid 30 |
91, twaalfde lid |
Behoeft naar zijn aard geen implementatie: bepaling gericht tot EBA |
Geen |
|
|
1, lid 30 |
91, dertiende lid |
Behoeft geen implementatie: niet relevant voor Nederland |
Geen |
|
|
1, lid 30 |
91, veertiende lid |
Behoeft geen implementatie: niet relevant voor Nederland. |
Geen |
|
|
1, lid 31 |
91 bis, eerste lid |
Implementatiewet Artikel I, onderdelen BB en IIII (3:9b, 4:10a Wft) |
Geen |
|
|
1, lid 31 |
91 bis, tweede tot en met zevende lid |
Implementatiewet Artikel I, onderdelen BB en IIII (3:9b, 4:10a Wft) |
Geen |
|
|
1, lid 31 |
91 bis, eerste, vijfde en zesde lid |
Implementatiebesluit Artikel I, onderdeel B, Q, R, S (art. 5, 33, 34 Bpr), artikel II, onderdeel A, B (art. 8, 10 BMfo), artikel III, onderdeel B en C (art. 94 en 95 BGfo), artikel V (art. 4.01 Bptfg Wft) |
Geen |
|
|
1, lid 31 |
91 bis, zevende lid |
Implementatiebesluit Artikel I, onderdeel C (art. 7 Bpr), artikel III, onderdeel A (art. 14 BGfo). |
Geen |
|
|
1, lid 31 |
91 bis, achtste lid |
Behoeft naar zijn aard geen implementatie: bepaling gericht tot EBA |
Geen |
|
|
1, lid 32 |
92 |
Aanpassen van toezichthouderregeling op grond van artikel 1:117, vierde lid, Wft en toezichthouderregeling. |
Geen |
|
|
1, lid 33, onderdeel a |
94, eerste lid |
Aanpassen van toezichthouderregeling op grond van artikel 1:117, vierde lid, Wft en toezichthouderregeling. |
Geen |
|
|
1, lid 33, onderdeel b |
94, tweede lid |
Behoeft naar zijn aard geen implementatie: bepaling gericht tot EBA |
Geen |
|
|
1, lid 33, onderdeel c |
94, derde lid |
Behoeft geen implementatie: dynamische verwijzing naar 94, derde lid, CRD op grond van artikel 1:117, vierde lid, Wft en toezichthouderregeling. |
Geen |
|
|
1, lid 34 |
97, vierde lid, tweede alinea |
Behoeft geen implementatie: bestaand recht in bijlage 6, onderdeel 2, Rtt |
Geen |
|
|
1, lid 35 |
98, eerste, negende en tiende lid |
Behoeft geen implementatie: dynamische verwijzing naar artikel 98 CRD in 3:18a Wft |
Geen |
|
|
1, lid 36 |
100, derde lid |
Implementatiewet Artikel I, onderdeel DD (3:18a.1 Wft) |
Geen |
|
|
1, lid 36 |
100, vierde lid |
Behoeft naar zijn aard geen implementatie: bepaling gericht tot ESA’s |
Geen |
|
|
1, lid 37 |
101, derde lid |
Implementatiebesluit Artikel I, onderdeel Y (69, derde lid, Bpr) |
Geen |
|
|
1, lid 38, onderdeel a |
104, eerste lid, aanhef |
Behoeft geen implementatie. Bestaand recht in 3:111a, eerste lid, Wft |
Geen |
|
|
1, lid 38, onderdeel a |
104, eerste lid, onderdeel e |
Implementatiewet Artikel I, onderdeel OOO (3:111a, tweede lid, onderdeel f, Wft) |
Geen |
|
|
38, onderdeel a |
104, eerste lid, onderdeel m |
Implementatiewet Artikel I, onderdeel OOO (3:111a, tweede lid, onderdeel n, Wft) |
Geen |
|
|
1, lid 38, onderdeel b |
104, vierde lid |
Behoeft naar zijn aard geen implementatie: bepaling gericht tot EBA |
Geen |
|
|
1, lid 39, onderdeel a |
104 bis, derde lid, tweede alinea |
Behoeft geen implementatie: dynamische verwijzing naar 104 bis CRD in 3:111a, tweede lid, onderdeel a, Wft |
Geen |
|
|
1, lid 39, onderdeel b |
104 bis, zesde lid |
Behoeft geen implementatie: dynamische verwijzing naar 104 bis CRD in 3:111a, tweede lid, onderdeel a, Wft |
Geen |
|
|
1, lid 39, onderdeel b |
104 bis, zevende lid |
Behoeft naar zijn aard geen implementatie: bepaling gericht tot EBA |
Geen |
|
|
1, lid 39, onderdeel b |
104 bis, achtste lid |
Behoeft geen implementatie: dynamische verwijzing naar 104 bis CRD in 3:111a, tweede lid, onderdeel a, Wft |
Geen |
|
|
1, lid 40 |
104 ter, vierde lid bis |
Implementatiewet Artikel I, onderdeel RRR (3:111aa, eerste lid, Wft) |
Geen |
|
|
1, lid 41 |
106, eerste lid |
Implementatiewet Artikel I, onderdeel VV (3:74a, eerste lid, Wft) |
Geen |
|
|
1, lid 42 |
110 bis |
Implementatiewet Artikel I, onderdeel YYY (3:275 Wft) |
Geen |
|
|
1, lid 43 |
121 |
Implementatiewet Artikel I, onderdeel DDDD (3:280c. eerste lid, Wft) |
Geen |
|
|
1, lid 44, onderdeel a |
131, vijfde lid bis |
Behoeft naar zijn aard geen implementatie: bepaling gericht tot de ESA’s |
Geen |
|
|
1, lid 44, onderdeel b |
131, zesde lid |
Behoeft geen implementatie: dynamische verwijzing naar artikel 131 CRD in 105c, eerste en derde lid, Bpr |
Geen |
|
|
1, lid 44, onderdeel c |
131, vijftiende lid |
Behoeft geen implementatie: dynamische verwijzing naar artikel 131 CRD in 105c, eerste en derde lid, Bpr |
Geen |
|
|
1, lid 45 |
133 |
Behoeft geen implementatie: dynamische verwijzing naar artikel 133 CRD in 105e Bpr. |
Geen |
|
|
1, lid 46, onderdeel a |
142, tweede lid, onderdeel c |
Behoeft geen implementatie: bestaand recht in 3:62ba, vijfde lid, Wft en 105i, eerste lid onderdeel c, Bpr. |
Geen |
|
|
1, lid 46, onderdeel b |
142, derde lid |
Behoeft geen implementatie: bestaand recht in 3:62ba, derde en zevende lid, Wft. |
Geen |
|
|
1, lid 46, onderdeel c |
142, vierde lid, onderdeel b |
Behoeft geen implementatie: bestaand recht in 3:62ba, zevende lid, onderdeel b, Wft. |
Geen |
|
|
2 |
Implementatiewet Artikel V |
Geen |
Omzettingstermijn |
|
|
3 |
Behoeft naar zijn aard geen implementatie |
Geen |
Inwerkingtredingsbepaling |
|
|
4 |
Behoeft naar zijn aard geen implementatie |
Geen |
Adresseringsbepaling |
|
Bepaling in Richtlijn (EU) 2024/2994 |
Bepaling in Richtlijn 2009/65/EG |
Bepaling in implementatieregeling of bestaande regeling |
Omschrijving beleidsruimte |
Toelichting op de keuze(n) bij de invulling van de beleidsruimte |
|---|---|---|---|---|
|
1, eerste lid |
2, eerste lid |
Behoeft geen implementatie: bestaand recht in 1:1 Wft |
Geen |
Definitie van ‘centrale tegenpartij’ is opgenomen in 1:1 Wft wat ook geldt voor het BGfo. |
|
1, tweede lid, onderdeel a |
52, eerste lid |
134 BGfo |
Geen |
Geïmplementeerd middels het Uitvoeringsbesluit EMIR 3-verordening en EMIR 3-richtlijn |
|
1, tweede lid, onderdeel b |
52, tweede lid, eerste alinea |
134 BGfo |
Geen |
Geïmplementeerd middels het Uitvoeringsbesluit EMIR 3-verordening en EMIR 3-richtlijn |
|
1, tweede lid, onderdeel b |
52, tweede lid, tweede alinea |
134 BGfo |
Geen |
Geïmplementeerd middels het Uitvoeringsbesluit EMIR 3-verordening en EMIR 3-richtlijn |
|
Bepaling in Richtlijn (EU) 2024/2994 |
Bepaling in Richtlijn (EU) 2013/36/EU |
Bepaling in implementatieregeling of bestaande regeling |
Omschrijving beleidsruimte |
Toelichting op de keuze(n) bij de invulling van de beleidsruimte |
|---|---|---|---|---|
|
2, eerste lid |
74, eerste lid |
Behoeft geen implementatie: bestaand recht in artikel 3:17, tweede lid, aanhef en onderdeel c, Wft en artikel 17 Bpr |
Geen |
|
|
2, tweede lid |
76, tweede lid |
Behoeft geen implementatie: dynamische verwijzing naar artikel 76 CRD in artikel 23b Bpr |
Geen |
|
|
2, derde lid |
81 |
Implementatieregeling Artikel I, onderdeel B (Bijlage 6, onderdeel 2, Rtt) |
Geen |
|
|
2, vierde lid |
100, vijfde lid |
Behoeft naar zijn aard geen implementatie: bepaling gericht tot EBA. |
Geen |
|
|
2, vijfde lid |
104, eerste lid, onderdeel o |
Implementatiewet Artikel I, onderdeel OOO (3:111a Wft) |
Geen |
|
Bepaling in Richtlijn (EU) 2024/2994 |
Bepaling in Richtlijn (EU) 2019/2034 (IFD) |
Bepaling in implementatieregeling of bestaande regeling |
Omschrijving beleidsruimte |
Toelichting op de keuze(n) bij de invulling van de beleidsruimte |
|---|---|---|---|---|
|
3, eerste lid |
3, eerste lid |
Behoeft geen implementatie: Bestaand recht in 1:1 Wft |
Geen |
De definitie van centrale tegenpartij is opgenomen in 1:1 Wft. De definitie van gekwalificeerde CTP wordt niet gebruikt. |
|
3, tweede lid |
26, eerste lid, onderdeel b |
Behoeft geen implementatie: dynamische verwijzing naar artikel 26 IFD in artikel 23a, onderdeel a, Bpr |
Geen |
|
|
3, derde lid, onderdeel a |
29, eerste lid, onderdeel e |
Behoeft geen implementatie: dynamische verwijzing naar artikel 26 IFD in artikel 23a, onderdeel a, Bpr |
Geen |
|
|
3, derde lid, onderdeel b |
29, eerste lid, zesde alinea |
Behoeft geen implementatie: dynamische verwijzing naar artikel 26 IFD in artikel 23a, onderdeel a, Bpr |
Geen |
|
|
3, vierde lid |
36, eerste lid |
Implementatieregeling Artikel I, onderdeel D (Bijlage 15, onderdeel 2) |
Geen |
Wordt geïmplementeerd middels de Implementatieregeling kapitaalvereisten 2026 |
|
3, vijfde lid, onderdeel a |
39, tweede lid, aanhef |
Behoeft geen implementatie: bestaand recht in artikel 3:111a.0, eerste lid, jo. 3:17 Wft |
Geen |
|
|
3, vijfde lid, onderdeel b |
39, tweede lid, onderdeel n |
Implementatiewet Artikel I, onderdeel PPP (3:111a.0 Wft) |
Geen |
|
Bepaling in Richtlijn (EU) 2024/2994 |
Bepaling in implementatieregeling of bestaande regeling |
Omschrijving beleidsruimte |
Toelichting op de keuze(n) bij de invulling van de beleidsruimte |
|
|---|---|---|---|---|
|
4 |
Implementatiewet Artikel V |
Geen |
Omzettingstermijn |
|
|
5 |
Behoeft naar zijn aard geen implementatie |
Geen |
Inwerkingtredingsbepaling |
|
|
6 |
Behoeft naar zijn aard geen implementatie |
Geen |
Adresseringsbepaling |
Richtlijn (EU) 2024/1619 van het Europees Parlement en de Raad van 31 mei 2024 tot wijziging van Richtlijn 2013/36/EU wat betreft toezichtbevoegdheden, sancties, bijkantoren uit derde landen en ecologische, sociale en governancerisico’s.
Richtlijn (EU) 2024/2994 van het Europees Parlement en de Raad van 27 november 2024 tot wijziging van de Richtlijnen 2009/65/EG, 2013/36/EU en (EU) 2019/2034 wat betreft de behandeling van de concentratierisico dat voortvloeit uit blootstellingen aan centrale tegenpartijen en het risico van tegenpartijen bij centraal geclearde derivatentransacties.
Zo beoordeelt DNB bij een aanvraag voor een bankvergunning de aanvraag en stelt zij een ontwerpbesluit op, waarna de ECB als exclusief bevoegde autoriteit het definitieve besluit neemt.
Richtlijn 2013/36/EU van het Europees Parlement en de Raad van 26 juni 2013 betreffende toegang tot het bedrijf van kredietinstellingen en het prudentieel toezicht op kredietinstellingen en beleggingsondernemingen, tot wijziging van Richtlijn 2002/87/EG en tot intrekking van de Richtlijnen 2006/48/EG en 2006/49/EG.
Richtlijn (EU) 2019/2034 van het Europees Parlement en de Raad van 27 november 2019 betreffende het prudentiële toezicht op beleggingsondernemingen en tot wijziging van Richtlijnen 2002/87/EG, 2009/65/EG, 2011/61/EU, 2013/36/EU, 2014/59/EU en 2014/65/EU.
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/stcrt-2026-32818.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.