De Staatssecretaris van Economische Zaken en Klimaat,
Gelet op artikel 52g, derde lid, van de Mijnbouwwet en artikel 4:81 van de Algemene
wet bestuursrecht;
Besluit:
ARTIKEL I
In artikel 3, onderdeel a, van het Besluit versterking gebouwen Groningen wordt ‘Typologiegebaseerde
beoordeling van de veiligheid bij aardbevingen in Groningen – Achtergrond bij de methode,
kenmerk R10628B' vervangen door ‘R10628C’.
ARTIKEL II
Deze beleidsregel treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte
van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst.
TOELICHTING
Gebouwen in Groningen worden getoetst aan de veiligheidsnorm, waarbij het maximaal
risico op overlijden van een individu door het bezwijken van een gebouw – als gevolg
van bodembeweging veroorzaakt door de winning van gas uit het Groningenveld – 1 op
de 100.000 per jaar is. Om te beoordelen of een gebouw aan de veiligheidsnorm voldoet,
wordt in voorliggend besluit een beoordelingsmethode aangewezen.
De typologieaanpak is een gestandaardiseerde beoordelingsmethode voor het beoordelen
van gebouwen. Het Rijk en de regionale overheden hebben in de bestuurlijke afspraken
van 6 november 2020 afgesproken om deze typologieaanpak te gaan toepassen (Kamerstukken
II 2020/21, 33 529, nr. 830). Het Adviescollege Veiligheid Groningen (hierna: ACVG) heeft vervolgens op 17 november
2020 (Kamerstukken II 2020/21, 33 529, nr. 841) eveneens geadviseerd om in te zetten op de typologieaanpak als beoordelingsmethode.
Naar aanleiding hiervan is de typologieaanpak in het Besluit versterking gebouwen
Groningen opgenomen (Stct. 2021, 6663, van 6 februari 2021).
In mei 2021 heeft het ACVG aangegeven dat een deel van de typologieën, die betrekking
hebben op een groot deel van de rijtjeswoningen, twee-onder-een kapwoningen en vrijstaande
woningen in het Groningse aardbevingsgebied (metselwerk 1, 2, 5, 6, 7 en beton 1b
en 1c), geschikt zijn voor gebruik. Naar aanleiding hiervan is op 16 september 2021
de verwijzing in het Besluit naar de typologierapporten van de Nederlandse Organisatie
voor toegepast-natuurwetenschappelijk onderzoek (hierna: TNO) geactualiseerd (Stct. 2021, 41797). In het najaar 2021 heeft de Nationaal Coördinator Groningen (hierna: NCG) de eerste
adressen typologisch beoordeeld en zijn de uitkomsten gedeeld met de eigenaren.
Op 19 januari 2022 heeft het ACVG ook de typologieën metselwerk-D gevalideerd. Metselwerk-D
zijn appartementencomplexen die bestaan uit 3 tot 5 bouwlagen. Het ACVG geeft aan
dat in het desbetreffende TNO-rapport overtuigend wordt onderbouwd dat de gebouwen
met de typologie metselwerk-D adequaat kunnen worden beoordeeld met de typologieaanpak.
Het ACVG is van mening dat hierbij geen aanvullende marge nodig is. De Tweede Kamer
is per brief van 16 februari 2022 (Kamerstukken II 2021/22, 33 529, nr. 988) geïnformeerd over deze validatie. Met onderhavige wijziging wordt de verwijzing
aangepast naar de aangepaste rapporten van TNO. De TNO-rapporten zijn online raadpleegbaar1.
Vooruitlopend op de inwerkingtreding van de wet tot wijziging van de Tijdelijke wet
Groningen in verband met de versterking van gebouwen in de provincie Groningen wordt
de versterking uitgevoerd op basis van het Besluit versterking gebouwen Groningen.
De typologieaanpak betekent een belangrijke versnelling van het proces van opname
en beoordeling. Daarom wordt vooruitlopend op de inwerkingtreding van die wet het
Besluit versterking gebouwen Groningen aangepast.
De NCG heeft in de uitvoering geanticipeerd op de wijziging van de TNO-rapporten.
De geactualiseerde rapporten kunnen direct worden toegepast. Er is daarom geen overgangsrecht
noodzakelijk voor deze wijziging.
Onderhavige wijziging treedt in werking met ingang van de dag na publicatie in de
Staatscourant. Hierdoor wordt afgeweken van de vaste verandermomenten, bedoeld in
aanwijzing 4.17, tweede lid, van de Aanwijzingen voor de regelgeving. Ook wordt afgeweken
van de regel, opgenomen in aanwijzing 4.17, vierde lid, dat tussen de publicatiedatum
en het tijdstip van inwerkingtreding een termijn van minimaal twee maanden in acht
wordt genomen. Deze afwijkingen worden gerechtvaardigd doordat de doelgroep gebaat
is bij een spoedige inwerkingtreding, waarvoor afwijking volgens aanwijzing 4.17 wegens
de eerste uitzonderingsgrond van het vijfde lid in dit geval is toegestaan.
De Staatssecretaris van Economische Zaken en Klimaat, J.A. Vijlbrief