Staatscourant van het Koninkrijk der Nederlanden

Datum publicatieOrganisatieJaargang en nummerRubriek
Ministerie van FinanciënStaatscourant 2009, 46Overig

Besluit van 23 februari 2009 van de Minister van Financiën houdende aanpassing van de bijlagen A en B bij het Aanwijzingsbesluit rechtspersonen met een beperkte kasbeheerfunctie (Tweede wijzigingsbesluit Aanwijzingsbesluit rechtspersonen met een beperkte kasbeheerfunctie).

De Minister van Financiën,

Gelet op artikel 4 van het Aanwijzingsbesluit rechtspersonen met een beperkte kasbeheerfunctie;

In overeenstemming met de Ministers van Justitie, Verkeer en Waterstaat, Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit en voor Jeugd en Gezin;

Besluit:

ARTIKEL I

In onderdeel 1 van bijlage A bij het Aanwijzingsbesluit rechtspersonen met een beperkte kasbeheerfunctie worden de volgende rechtspersonen opgenomen:

Ministerie van Financiën

  • Nederlands Bureau der Motorrijtuigverzekeraars (NBM);

  • De Nederlandsche Bank N.V, uitsluitend voor de liquide middelen in het kader van het depositogarantiestelsel (DNB);

Ministerie van Verkeer en Waterstaat

  • Stichting Nationale en Internationale Wegvervoer Organisatie (NIWO).

ARTIKEL II

Uit onderdeel 2 van bijlage A bij het Aanwijzingsbesluit rechtspersonen met een beperkte kasbeheerfunctie worden de volgende rechtspersonen verwijderd:

Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit

  • Stichting Borgstellingsfonds voor de Landbouw;

  • Stichting Ontwikkelings- en saneringsfonds voor de landbouw;

  • Stichting Ontwikkelings- en saneringsfonds voor de visserij.

ARTIKEL III

In onderdeel 2 van bijlage A bij het Aanwijzingsbesluit rechtspersonen met een beperkte kasbeheerfunctie wordt de volgende wijziging aangebracht:

Het opschrift ‘Ministerie van Justitie’ boven de categorie particuliere justitiële jeugdinrichtingen komt te luiden: Ministerie van Justitie en Minister voor Jeugd en Gezin.

ARTIKEL IV

Uit onderdeel 1 van bijlage B bij het Aanwijzingsbesluit rechtspersonen met een beperkte kasbeheerfunctie worden de volgende rechtspersonen verwijderd:

Ministerie van Justitie

  • Landelijk Bureau Inning Onderhoudsbijdragen (LBIO);

  • De particuliere justitiële jeugdinrichtingen:

    • * Stichting Frentrop Jongerenhuis Harreveld (in Harreveld, betreffende het onderdeel in Harreveld);

    • * Stichting Frentrop Teylingereind (in Sassenheim);

    • * Stichting Justitieel Pedagogisch Centrum de Sprengen (in Zutphen, betreffende de onderdelen te Zutphen en Wapenveld);

    • * Stichting Rentray (te Eefde, betreffende de onderdelen in Rekken en Lelystad);

    • * Stichting Spirit (in Amsterdam, betreffende het onderdeel Jongeren Opvang Centrum);

    • * Stichting Het Poortje Justitiële Jeugdinrichting (in Groningen, betreffende het onderdeel De Veenpoort te Veenhuizen);

    • * Stichting Jeugdzorg St. Jozeph (in Cadier en Keer, betreffende het onderdeel JJI Het Keerpunt);

    tenzij de betrokken jeugdinrichting behoort tot de categorie particuliere justitiële jeugdinrichtingen als bedoeld in onderdeel 2 van bijlage A bij het Aanwijzingsbesluit rechtspersonen met een beperkte kasbeheerfunctie.

Ministerie van Verkeer en Waterstaat

  • Stichting Nationale en Internationale Wegvervoer Organisatie (NIWO).

ARTIKEL V

In onderdeel 1 van bijlage B bij het Aanwijzingsbesluit rechtspersonen met een beperkte kasbeheerfunctie worden de volgende rechtspersonen opgenomen:

Ministerie van Justitie

  • De particuliere justitiële jeugdinrichtingen:

    • * Stichting Frentrop Teylingereind (in Sassenheim);

    tenzij de betrokken jeugdinrichting behoort tot de categorie particuliere justitiële jeugdinrichtingen als bedoeld in onderdeel 2 van bijlage A bij het Aanwijzingsbesluit rechtspersonen met een beperkte kasbeheerfunctie.

Ministerie van Justitie en Minister voor Jeugd en Gezin

  • De particuliere justitiële jeugdinrichtingen:

    • * Stichting Frentrop Jongerenhuis Harreveld (in Harreveld);

    • * Stichting Justitieel Pedagogisch Centrum de Sprengen (in Zutphen);

    • * Stichting Rentray (in Eefde);

    • * Stichting Spirit (in Amsterdam);

    • * Stichting Het Poortje Justitiële Jeugdinrichting (in Groningen);

    • * Stichting Jeugdzorg St. Jozeph (in Cadier en Keer);

    tenzij de betrokken jeugdinrichting behoort tot de categorie particuliere justitiële jeugdinrichtingen als bedoeld in onderdeel 2 van bijlage A bij het Aanwijzingsbesluit rechtspersonen met een beperkte kasbeheerfunctie.

Minister voor Jeugd en Gezin

  • Landelijk Bureau Inning Onderhoudsbijdragen (LBIO).

  • De particuliere justitiële jeugdinrichtingen:

    • * Stichting Orthopedagogisch Centrum Ottho Gerhard Heldring (in Zetten);

    • * Stichting Horizon, Instituut voor Jeugdzorg en Onderwijs (in Rotterdam);

    • * Stichting Tender (in Breda);

    • * Stichting BJ Brabant (in Deurne);

    • * Stichting de Hoenderloo Groep (in Hoenderloo);

    • * Stichting Jeugdformaat-De Jutters Combinatie (in Den Haag);

    • * Stichting PARLAN (in Alkmaar);

    tenzij de betrokken jeugdinrichting behoort tot de categorie particuliere justitiële jeugdinrichtingen als bedoeld in onderdeel 2 van bijlage A bij het Aanwijzingsbesluit rechtspersonen met een beperkte kasbeheerfunctie.

ARTIKEL VI

  • 1. Voor de op grond van artikel I aangewezen rechtspersonen geldt, tenzij artikel VII, eerste lid, onder b, op een betrokken rechtspersoon van toepassing is, dat de toepassing van artikel 45, eerste lid, van de Comptabiliteitswet 2001 zodanig in de tijd gefaseerd zal geschieden, dat de op het moment van inwerkingtreding van dit besluit nog op een andere wijze uitgezette liquide middelen van de betrokken rechtspersonen, op een naar het oordeel van de Minister van Financiën doelmatige wijze in ’s Rijks schatkist zullen worden opgenomen.

  • 2. De Minister van Financiën stelt binnen zes maanden na de inwerkingtreding van dit besluit na overleg met de in het eerste lid bedoelde rechtspersonen voor elke rechtspersoon een tijdschema vast ter uitvoering van het eerste lid. Zo nodig geeft de Minister van Financiën een rechtspersoon een aanwijzing voor de uitvoering.

ARTIKEL VII

  • 1. Dit besluit treedt in werking met ingang van de tweede dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin het wordt geplaatst, met dien verstande dat:

    • a. voor de particuliere justitiële jeugdinrichtingen die voor de eerste keer worden opgenomen in bijlage B in samenhang met de werkingssfeer van het onderdeel 2 van bijlage A bij het Aanwijzingsbesluit rechtspersonen met een beperkte kasbeheerfunctie, en

    • b. voor de rechtspersonen die worden opgenomen in onderdeel 1 van Bijlage A bij het Aanwijzingsbesluit rechtspersonen met een beperkte kasbeheerfunctie;

    het besluit terugwerkt tot en met de datum waarop deze rechtspersonen daadwerkelijk aan het schatkistbankieren zijn gaan deelnemen.

  • 2. Dit besluit wordt aangehaald als: Tweede wijzigingsbesluit Aanwijzingsbesluit rechtspersonen met een beperkte kasbeheerfunctie.

Dit besluit zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

De Minister van Financiën,

W.J. Bos.

TOELICHTING

Algemeen

Artikel 4, eerste lid, van het Aanwijzingsbesluit rechtspersonen met een beperkte kasbeheerfunctie (Stb. 2004, 427) biedt de Minister van Financiën de – gedelegeerde – mogelijkheid om in overeenstemming met betrokken andere ministers andere rechtspersonen als bedoeld in artikel 45, eerste en tweede lid, van de Comptabiliteitswet 2001 (CW 2001) aan te wijzen (bedoeld worden: andere rechtspersonen dan die bij het aanwijzingsbesluit zijn aangewezen).

Het tweede lid van artikel 4 biedt de Minister van Financiën de – gedelegeerde – mogelijkheid een aanwijzing in te trekken. Van besluiten tot aanwijzing en intrekking moet mededeling worden gedaan in de Staatscourant.

Sinds de inwerkingtreding van het Aanwijzingsbesluit rechtspersonen met een beperkte kasbeheerfunctie is het besluit vier maal aangepast door middel van een koninklijk (wijzigings)besluit (amvb) en één maal door middel van een ministerieel wijzigingsbesluit, te weten het Eerste wijzigingsbesluit Aanwijzingsbesluit rechtspersonen met een beperkte kasbeheerfunctie (Stcrt. 2007, 245). De wijzigingen bij Koninklijk besluit zijn de besluiten van:

  • 1. Aanpassingsbesluit zorgverzekeringswet, 15 december 2005 (Stb. 2005, 690)

  • 2. Besluit van 28 november 2006, houdende wijziging van een aantal besluiten in verband met de invoering van de Wet marktordening gezondheidszorg (Stb. 2006, 635);

  • 3. Besluit gewasbeschermingsmiddelen en biociden, van 5 september 2007 (Stb. 2007, 334).

  • 4. Besluit van 29 december 2008 tot wijziging van het Besluit SUWI en enkele andere besluiten in verband met de evaluatie van de Wet SUWI en deregulering (Stb. 2008, 597).

Thans is het noodzakelijk een vervolgwijziging van het aanwijzingsbesluit door te voeren, onder meer omdat een aantal rechtspersonen is opgeheven of gefuseerd. Ook voldoet een aantal rechtspersonen, dat eerder niet aan de financiële criteria voldeed, daaraan thans wel; verder is er sprake van een aantal nieuwe rechtspersonen dat aan de criteria voldoet.

Voor de relevante criteria wordt verwezen naar de memorie van toelichting bij de Eerste wijziging van de Comptabiliteitswet 2001 (Kamerstukken II, 2001/02, 28035, nr. 3) en naar de Nota van toelichting bij het Aanwijzingsbesluit rechtspersonen met een beperkte kasbeheerfunctie. Voor de financiële criteria wordt ook verwezen naar de Nota van toelichting bij het Eerste wijzigingsbesluit Aanwijzingsbesluit rechtspersonen met een beperkte kasbeheerfunctie (Stcrt. 2007, 245).

De lijsten

In het aanwijzingsbesluit is de aanwijzing van rechtspersonen geconcretiseerd door plaatsing van de rechtspersonen op een lijst, die als bijlage bij dat aanwijzingsbesluit hoort. Het betreft steeds rechtspersonen met een wettelijke taak (zogenaamde RWT’s, rechtspersonen ex artikel 91, eerste lid, CW 2001) of met een publieke taak. In het onderhavige wijzigingsbesluit wordt bij die lijsten aangesloten. Er zijn drie lijsten operationeel.

Op de A1-lijst staan de rechtspersonen die verplicht worden met hun publieke liquide middelen te schatkistbankieren. Zij ontvangen daarvoor een marktconforme rente. Tevens verkrijgen zij de mogelijkheid om onder voorwaarden bij de schatkist te lenen voor de financiering van investeringen die benodigd zijn voor de uitvoering van hun wettelijke taak.

Op de A2-lijst staan de rechtspersonen met een publieke taak die te kennen hebben gegeven met hun publieke liquide middelen ‘vrijwillig’1 te willen schatkistbankieren; ook zij verkrijgen daardoor de mogelijkheid om onder voorwaarden bij de schatkist te lenen voor de financiering van investeringen die benodigd zijn voor de uitvoering van hun publieke taak.

Op de B1-lijst staan de rechtspersonen die niet verplicht of vrijwillig schatkistbankieren, maar die op grond van artikel 45, tweede lid, CW 2001 zijn aangewezen om hun tijdelijk niet voor de wettelijke taak benodigde liquide middelen risico-arm uit te zetten; zij zijn daarbij gehouden financiële producten te kiezen die voldoen aan door de Minister van Financiën gestelde eisen. Dit zijn de zogenaamde fido-eisen (zie artikel 6 van de Regeling rekening-courant- en leningenbeheer derden, Stcrt. 2007, 77).

In de bijlage 1 bij deze Nota van toelichting is een totaaloverzicht opgenomen van de rechtspersonen die na de inwerkingtreding van het onderhavige besluit op de A1-, de A2- of de B1-lijst staan.

Overzicht geïntegreerd middelenbeheer

Onder geïntegreerd middelenbeheer wordt verstaan de combinatiemogelijkheid van schatkistbankieren en lenen bij de schatkist door instellingen/organisaties die publieke gelden/middelen beheren. Naast de mogelijkheid die RWT’s hebben op grond van de artikelen 45 tot 49a CW 2001, bestaat voor bepaalde (andere) rechtspersonen en voor zogenaamde baten-lastendiensten de mogelijkheid om op grond van andere wettelijke bepalingen te schatkistbankieren. Bijlage 2 bij deze Nota van toelichting bevat een totaal-overzicht van de mogelijkheden.

Inwerkingtreding

Het is noodzakelijk dat voor een aantal rechtspersonen voldoende terugwerkende kracht aan de inwerkingtreding van het onderhavige besluit wordt verleend, omdat die rechtspersonen inmiddels daadwerkelijk schatkistbankieren en soms al gebruikmaken van de leenfaciliteit. Daartoe hebben die rechtspersonen inmiddels een overeenkomst gesloten met de Staat (het Ministerie van Financiën). De datum van die overeenkomst bepaalt van geval tot geval in feite tot hoever de terugwerkende kracht plaatsvindt.

De Minister van Financiën,

W.J. Bos.

BIJLAGE 1

Deze bijlage bevat het totaaloverzicht, per de datum van inwerkingtreding van het onderhavige Tweede wijzigingsbesluit Aanwijzingsbesluit rechtspersonen met een beperkte kasbeheerfunctie, van de rechtspersonen met een wettelijke of publieke taak die zijn aangewezen voor het zogenaamde schatkistbankieren op grond van artikel 45, eerste en derde lid, CW 2001 (A1-, respectievelijk A2-lijst) en van de rechtspersonen met een wettelijke taak die zijn aangewezen voor risico-arm kas- (of treasury)beheer op grond van artikel 45, tweede lid, CW 2001 (B1-lijst).

A1. Rechtspersonen met een wettelijke taak die zijn aangewezen voor het zogenaamde schatkistbankieren op grond van artikel 45, eerste lid, Comptabiliteitswet 2001 (A1-lijst)

Ministerie van Justitie

  • Centraal orgaan opvang asielzoekers (COA);

  • Raden voor de rechtsbijstand, gevestigd in Amsterdam, Arnhem, ’s-Hertogenbosch, Den Haag en Leeuwarden;

  • Stichting Reclassering Nederland (SRN).

Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties

  • Landelijk selectie- en opleidingsinstituut politie, Politie onderwijs- en kenniscentrum (LSOP/Politieacademie);

  • Politieregio’s, bedoeld in artikel 21, eerste lid, van de Politiewet 1993;

  • Stichting Administratie Indonesische Pensioenen;

  • Voorziening tot samenwerking Politie Nederland (vtsPN);

  • Nederlandse instituut voor Brandweer en Rampenbestrijding (Nibra);

  • Onderzoeksraad voor Veiligheid.

Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap

  • Commissariaat voor de Media;

  • Informatie Beheer Groep;

  • Koninklijke Bibliotheek;

  • Koninklijke Nederlandse Academie van Wetenschappen;

  • Mondriaan Stichting;

  • Nederlandse Organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek en de daaraan geliëerde rechtspersoonlijkheid bezittende instellingen;

  • Stichting fonds voor beeldende kunsten, vormgeving en bouwkunst;

  • Stichting Fonds voor Amateurkunst en Podiumkunsten;

  • Stichting Fonds voor de Letteren;

  • Stichting Fonds voor Podiumprogrammering en Marketing;

  • Stichting fonds voor de scheppende toonkunst;

  • Stichting Nederlands fonds voor de film;

  • Stichting Participatiefonds voor het Onderwijs;

  • Stichting stimuleringsfonds voor de architectuur;

  • Stichting Vervangingsfonds en Bedrijfsgezondheidszorg voor het Onderwijs;

  • Stichting Stimuleringsfonds Nederlandse Culturele Omroepproducties (Stifo).

Ministerie van Financiën

  • Stichting Autoriteit Financiële Markten;

  • Stichting Waarborgfonds Motorverkeer.

  • Nederlands Bureau der Motorrijtuigverzekeraars (NBM);

  • De Nederlandsche Bank N.V, uitsluitend voor de liquide middelen in het kader van het depositogarantiestelsel (DNB).

Ministerie van Defensie

  • Stichting Ziektekostenverzekering Krijgsmacht.

Ministerie van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer

  • Centraal Fonds voor de Volkshuisvesting;

  • Dienst voor het kadaster en de openbare registers.

Ministerie van Verkeer en Waterstaat

  • Dienst Wegverkeer;

  • Luchtverkeersleiding Nederland;

  • ProRail B.V.;

  • Stichting Centraal Bureau Rijvaardigheidsbewijzen;

  • Stichting Nationale en Internationale Wegvervoer Organisatie (NIWO).

Ministerie van Economische Zaken

  • Centraal Bureau voor de Statistiek;

  • Stichting Centraal Orgaan Voorraadvorming Aardolieprodukten;

  • Stichting Nederlands Instituut voor Vliegtuigontwikkeling en Ruimtevaart;

  • TenneT BV;

  • Onafhankelijke Post- en Telecommunicatie Autoriteit (OPTA).

Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit

  • Bureau beheer landbouwgronden;

  • Staatsbosbeheer;

  • Stichting Dienst Landbouwkundig Onderzoek (DLO).

Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid

  • Stichting Inlichtingenbureau.

Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport

  • Organisatie ZorgOnderzoek Nederland;

  • Pensioen- en Uitkeringsraad;

  • Stichting Uitvoering Omslagregelingen;

  • Centrum indicatiestelling zorg (CIZ);

  • Nederlandse Zorgautoriteit (NZa).

A2. Rechtspersonen met een publieke taak die zijn aangewezen voor het zogenaamde schatkistbankieren op grond van artikel 45, derde lid, Comptabiliteitswet 2001 (A2-lijst)

Ministerie van Justitie en Minister voor Jeugd en Gezin

  • De particuliere justitiële jeugdinrichtingen, genoemd in onderdeel 1 van bijlage B bij het Aanwijzingsbesluit rechtspersonen met een beperkte kasbeheerfunctie, die bij de Minister van Financiën schriftelijk het verzoek indienen om voor de toepassing van artikel 45, eerste lid, van de Comptabiliteitswet 2001 in aanmerking te komen en waarvan de Minister van Financiën dit verzoek heeft gehonoreerd.

Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap

  • Stichting Nationaal Restauratiefonds;

  • Bekostigde onderwijsinstellingen, bedoeld in de onderwijswetgeving1, die bij de Minister van Financiën schriftelijk het verzoek indienen om voor de toepassing van artikel 45, eerste lid, van de Comptabiliteitswet 2001 in aanmerking te komen en waarvan de Minister van Financiën dit verzoek heeft gehonoreerd;

  • Kenniscentra beroepsonderwijs bedrijfsleven, bedoeld in de Wet educatie en beroepsonderwijs, die bij de Minister van Financiën schriftelijk het verzoek indienen om voor de toepassing van artikel 45, eerste lid, van de Comptabiliteitswet 2001 in aanmerking te komen en waarvan de Minister van Financiën dit verzoek heeft gehonoreerd;

  • Verzelfstandigde rijksmusea, genoemd in onderdeel 1 van bijlage B bij het Aanwijzingsbesluit rechtspersonen met een beperkte kasbeheerfunctie, die bij de Minister van Financiën schriftelijk het verzoek indienen om voor de toepassing van artikel 45, eerste lid, van de Comptabiliteitswet 2001 in aanmerking te komen en waarvan de Minister van Financiën dit verzoek heeft gehonoreerd.

Ministerie van Financiën

  • Stichting Joods Humanitair Fonds (SJHF);

  • Stichting Afwikkeling Maror-gelden Overheid (SAMO).

Ministerie van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer

  • Centrale Organisatie voor Radioactief Afval N.V. (COVRA).

Ministerie van Verkeer en Waterstaat

  • Stichting Participatiefonds Gemeentelijke Vervoerbedrijven;

  • NV Westerscheldetunnel.

Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit

  • Stichting Nationaal Groenfonds.

Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport

  • Stichting Afwikkeling Het Gebaar2;

  • Stichting Rechtsherstel Sinti en Roma;

  • Stichting Fonds Patiënten, Gehandicapten en Ouderen (PGO).

B1. Rechtspersonen met een wettelijke taak die zijn aangewezen voor risico-arm kasbeheer op grond van artikel 45, tweede lid, Comptabiliteitswet 2001 (B1-lijst)

Ministerie van Justitie

  • Stichting HALT Nederland;

  • Stichting Slachtofferhulp Nederland;

  • De particuliere justitiële jeugdinrichting:

    • * Stichting Frentrop Teylingereind (in Sassenheim);

    tenzij de betrokken jeugdinrichting behoort tot de categorie particuliere justitiële jeugdinrichtingen als bedoeld in onderdeel 2 van bijlage A bij het Aanwijzingsbesluit rechtspersonen met een beperkte kasbeheerfunctie.

Ministerie van Justitie en Minister voor Jeugd en Gezin

  • De particuliere justitiële jeugdinrichtingen:

    • * Stichting Frentrop Jongerenhuis Harreveld (in Harreveld);

    • * Stichting Justitieel Pedagogisch Centrum de Sprengen (in Zutphen);

    • * Stichting Rentray (in Eefde);

    • * Stichting Spirit (in Amsterdam);

    • * Stichting Het Poortje Justitiële Jeugdinrichting (in Groningen);

    • * Stichting Jeugdzorg St. Jozeph (in Cadier en Keer);

    tenzij de betrokken jeugdinrichting behoort tot de categorie particuliere justitiële jeugdinrichtingen als bedoeld in onderdeel 2 van bijlage A bij het Aanwijzingsbesluit rechtspersonen met een beperkte kasbeheerfunctie.

Minister voor Jeugd en Gezin

  • Landelijk Bureau Inning Onderhoudsbijdragen (LBIO);

  • De particuliere justitiële jeugdinrichtingen:

    • * Stichting Orthopedagogisch Centrum Ottho Gerhard Heldring (in Zetten);

    • * Stichting Horizon, Instituut voor Jeugdzorg en Onderwijs (in Rotterdam);

    • * Stichting Tender (in Breda);

    • * Stichting BJ Brabant (in Deurne);

    • * Stichting de Hoenderloo Groep (in Hoenderloo);

    • * Stichting Jeugdformaat-De Jutters Combinatie (in Den Haag);

    • * Stichting PARLAN (in Alkmaar);

    tenzij de betrokken jeugdinrichting behoort tot de categorie particuliere justitiële jeugdinrichtingen als bedoeld in onderdeel 2 van bijlage A bij het Aanwijzingsbesluit rechtspersonen met een beperkte kasbeheerfunctie.

Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties

  • Nederlands Bureau Brandweer Examens (NBBE).

Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap

  • De verzelfstandigde Rijksmusea:

    • * Stichting tot Beheer van Museum Boerhaave;

    • * Stichting Museum Catharijneconvent;

    • * Stichting het Geld- en Bankmuseum;

    • * Stichting Kröller Müller;

    • * Stichting Museum Slot Loevestijn;

    • * Stichting Paleis het Loo Nationaal Museum;

    • * Stichting Koninklijk Kabinet van Schilderijen Mauritshuis;

    • * Stichting Museum van het Boek/Museum Meermanno;

    • * Stichting Rijksmuseum Muiderslot;

    • * Stichting Nationaal Natuurhistorisch Museum Naturalis;

    • * Stichting Rijksmuseum van Oudheden;

    • * Stichting het Rijksmuseum;

    • * Stichting Nederlands Scheepvaart Museum Amsterdam;

    • * Stichting Rijksmuseum Twenthe;

    • * Stichting van Gogh Museum/Museum Mesdag;

    • * Stichting Rijksmuseum voor Volkenkunde;

    • * Stichting Rijksmuseum het Zuiderzeemuseum;

    tenzij het betrokken museum behoort tot de categorie musea als bedoeld in onderdeel 2 van bijlage A bij het Aanwijzingsbesluit rechtspersonen met een beperkte kasbeheerfunctie.

Ministerie van Financiën

  • Waarderingskamer.

Ministerie van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer

  • Stichting Advisering Bestuursrechtspraak voor Milieu en Ruimtelijke Ordening;

  • Stichting Bureau Architectenregister (SBA).

Ministerie van Verkeer en Waterstaat

  • Stichting VAM, Opleidingsinstituut voor het Motorvoertuig-, Tweewieler- en Aanverwant Bedrijf3;

  • Stichting inschrijving Eigen Vervoer;

  • Stichting Scheepsafvalstoffen Binnenvaart;

  • Stichting Vaarbewijzen- en Marifoonexamens (Vamex).

Ministerie van Economische Zaken

  • Edelmetaal Waarborg Nederland BV;

  • Nederlands Meetinstituut;

  • Waarborg Platina, Goud en Zilver N.V.

Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit

  • College voor de toelating van gewasbeschermingsmiddelen en biociden (CTGB);

  • Faunafonds;

  • Stichting Bloembollenkeuringsdienst (BKD);

  • Stichting Centraal Orgaan voor Kwaliteitsaangelegenheden in de Zuivel (COKZ);

  • Stichting Controlebureau voor Pluimvee, Eieren en Eiproducten (CPE);

  • Stichting Kwaliteitscontrolebureau voor Groenten en Fruit (KCB);

  • Stichting Nederlandse Algemene Keuringsdienst Tuinbouw (Naktuinbouw);

  • Stichting Nederlandse Algemene Keuringsdienst voor Zaaizaad en Pootgoed voor Landbouwgewassen (NAK);

  • Stichting Skal.

Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport

  • Centraal Administratiekantoor Bijzondere Zorgkosten bv;

  • College bouw ziekenhuisvoorzieningen (CBZ);

  • College sanering ziekenhuisvoorzieningen (CSZ).

BIJLAGE 2

Overzicht Geïntegreerd middelenbeheer

Onder geïntegreerd middelenbeheer wordt verstaan de combinatiemogelijkheid van schatkistbankieren en lenen bij de schatkist door instellingen/organisaties die publieke gelden/middelen beheren.

Lenen bij de schatkist is slechts mogelijk als daartoe een wettelijke basis bestaat en wordt beperkt tot de financiering van investeringen in vaste activa ten behoeve van de bedrijfsvoering van de betrokken instelling/organisatie.

Onder schatkistbankieren wordt verstaan het rentedragend aanhouden van publieke gelden/middelen in de schatkist door instellingen/organisaties die publieke gelden/middelen beheren. Ook schatkistbankieren is slechts mogelijk als daartoe een wettelijke basis bestaat.

Onder RC-krediet wordt verstaan het tijdelijk roodstaan op een rekening-courant bij de schatkist.

De uitgaven en ontvangsten van het Rijk die samenhangen met het geïntegreerd middelenbeheer worden in beginsel ten laste, respectievelijk ten gunste van de begroting van Nationale Schuld (IXA) van het Rijk gebracht.

Categorieën instellingen

Wettelijke basis

Schatkist-bankieren bij IXA

RC-krediet bij IXA

Lenen bij IXA

RWT’s

Aangewezen op A1- of A2-lijst

* Art. 45-49a Comptabiliteitswet 2001 * Regeling rekening-courant- en leningenbeheer derden (Stcrt. 2007, 77 en 79)

ja

ja

ja

      

UWV en SVB

Sociale fondsen

* Artt. 119 en 120 Wet financiering sociale verzekeringen (Stb. 2005, 36) * Regeling Wfsv (Stcrt. 2005, 242)

ja

ja

nee

      

CVZ

Sociale fondsen

* Idem als UWV;

ja

ja

nee

* Art. 39 en 40 Zorgverzekeringswet (Stb. 2006, 79)

   

* Regeling zorgverzekering (Stcrt. 2005, 203)

   
      

BLS-diensten (juridisch geen derden)

ca. 40 aangewezen rijksdiensten

Regeling Baten-lastendiensten 2007 (Stcrt. 2007, 42)

ja

ja

ja

      

Gesubsidieerde derden met publieke voorschotten

geen natuurlijke personen

* Art. 24, lid 6 Comptabiliteitswet 2001

ja

ja

nee

* Regeling verlening voorschotten 2007 (Stcrt. 2007, 233)

   

* specifieke subsidieregelingen;

   

* Regeling rekening-courant- en leningenbeheer derden (Stcrt. 2007, 77 en 79)

   
      

Derden (incidenteel) met publieke eigen middelen

geen natuurlijke personen

* Art. 24, lid 6 Comptabiliteitswet 2001

ja

ja

nee


XNoot
1

Vrijwillig houdt in dat in het algemeen de betrokken rechtspersoon bij het Ministerie van Financiën te kennen geeft deel te willen nemen aan het geïntegreerd middelenbeheer, waarna, indien de Minister van Financiën daarmee instemt, de betrokken rechtspersoon op de A2-lijst wordt geplaatst. Vanaf dat moment is deelname verplicht tot aan het moment waarop in overleg wordt besloten tot intrekking van die plaatsing.

XNoot
1

Betreft de volgende wetten: Wet op het primair onderwijs, Wet op het voortgezet onderwijs, Wet op de expertisecentra, Wet educatie en beroepsonderwijs, Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek.

XNoot
2

Per 24-12-2008 is de naam van de Stichting Het Gebaar gewijzigd in: Stichting Afwikkeling Het Gebaar.

XNoot
3

De aanwijzing heeft concreet betrekking op het organisatie-onderdeel zonder rechtspersoonlijkheid: Innovam Branchekwalificatie-instituut.