Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden

Datum publicatieOrganisatieJaargang en nummerRubriekDatum ondertekening
Ministerie van Onderwijs, Cultuur en WetenschapStaatsblad 2016, 174AMvB

Besluit van 22 april 2016 tot wijziging van onder meer het Inrichtingsbesluit WVO en het Eindexamenbesluit VO in verband met de invoering van profielen in het vmbo, alsmede modernisering van de beroepsgerichte examenprogramma’s in het voortgezet beroepsonderwijs

Wij Willem-Alexander, bij de gratie Gods, Koning der Nederlanden, Prins van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

Op de voordracht van de Staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, van 22 maart 2016, nr. WJZ/908527 (6594), directie Wetgeving en Juridische Zaken, gedaan in overeenstemming met de Staatssecretaris van Economische Zaken;

Gelet op artikel 3 van de Wet College voor toetsen en examens, artikel 47, derde lid, van de Wet inburgering, de artikelen 10b, tiende lid, 10d, tiende en elfde lid, 22, eerste lid, 25a, vierde lid, 29, vierde en vijfde lid, 60, tweede, vijfde en zesde lid, 72, derde lid, onderdelen f en g, 77, derde lid, 84, eerste lid, 103d, vijfde lid, en 118l, derde lid, onderdeel b, van de Wet op het voortgezet onderwijs en de artikelen 18, tiende lid, 29, tiende lid, 45, eerste lid, 72, vierde lid, en 116, tweede en vijfde lid, van de Wet voortgezet onderwijs BES;

De Afdeling advisering van de Raad van State gehoord (advies van 13 april 2016, nr. W05.16.0065/I);

Gezien het nader rapport van de Staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap van 21 april 2016 , nr. WJZ/926470 (6594), directie Wetgeving en Juridische Zaken, uitgebracht in overeenstemming met de Staatssecretaris van Economische Zaken;

Hebben goedgevonden en verstaan:

ARTIKEL I. WIJZIGING INRICHTINGSBESLUIT WVO

Het Inrichtingsbesluit WVO wordt gewijzigd als volgt:

A

Artikel 1 wordt gewijzigd als volgt:

1. Na de begripsbepaling «basisberoepsgerichte leerweg» worden twee begripsbepalingen ingevoegd, luidende:

beroepsgericht keuzevak:

beroepsgericht keuzevak als bedoeld in artikel 10b, zevende lid, onderdeel a, of artikel 10d, zevende lid, onderdeel b, van de wet;

beroepsgericht programma:

beroepsgericht programma als bedoeld in artikel 23, eerste lid, onderdeel c, 24, eerste lid, onderdeel c, of 25 eerste lid, onderdeel d, van het Eindexamenbesluit VO;.

2. De begripsbepalingen «intersectoraal programma» en «intrasectoraal programma» vervallen.

3. Na de begripsbepaling «inspectie» wordt een begripsbepaling ingevoegd, luidende:

instelling voor middelbaar beroepsonderwijs:

instelling als bedoeld in artikel 1.1.1 van de Wet educatie en beroepsonderwijs;.

4. De begripsbepaling «profiel» komt te luiden:

profiel:

profiel, bedoeld in artikel 10, tweede lid, 10b, tweede lid, 10d, tweede lid, of 12, tweede lid, van de wet;.

5. Na de begripsbepaling «profieldeel» wordt een begripsbepaling ingevoegd, luidende:

profielvak:

profielvak als bedoeld in artikel 10b, zesde lid, of artikel 10d, zesde lid, van de wet;.

B

Artikel 8 wordt gewijzigd als volgt:

1. In het opschrift wordt «afdelingen» vervangen door: profielen.

2. De zinsnede «een school of afdeling» wordt vervangen door: een school of profiel.

C

In artikel 22, derde lid, wordt «in de sector economie van de basisberoepsgerichte leerweg» vervangen door «in het profiel economie en ondernemen of het profiel horeca, bakkerij en recreatie van de basisberoepsgerichte leerweg» en wordt «maatschappijleer II» vervangen door: maatschappijkunde.

D

Artikel 26h wordt gewijzigd als volgt:

1. In het opschrift vervalt «vrije deel».

2. Het eerste lid komt te luiden:

  • 1. De profielvakken, bedoeld in artikel 10b, zesde lid, van de wet zijn:

    • a. bouwen, wonen en interieur;

    • b. produceren, installeren en energie;

    • c. mobiliteit en transport;

    • d. media, vormgeving en ICT;

    • e. maritiem en techniek;

    • f. zorg en welzijn;

    • g. economie en ondernemen;

    • h. horeca, bakkerij en recreatie;

    • i. groen; en

    • j. dienstverlening en producten.

E

Artikel 26i wordt gewijzigd als volgt:

1. In het opschrift vervalt «vrije deel».

2. Het eerste lid komt te luiden:

  • 1. De profielvakken, bedoeld in artikel 10d, zesde lid, van de wet, zijn de vakken, genoemd in artikel 26h, eerste lid.

3. In het tweede lid wordt «in zes vakken waarin eindexamen kan worden afgelegd» vervangen door «in een beroepsgericht programma en vijf algemene vakken waarin eindexamen kan worden afgelegd » en wordt «is het aantal vakken, bedoeld in de eerste volzin, vijf» vervangen door: is het aantal algemene vakken, bedoeld in de eerste volzin, vier.

F

De artikelen 26j en 26k worden vervangen door drie artikelen, luidende:

Artikel 26j. Beroepsgerichte keuzevakken vmbo

  • 1. Bij ministeriële regeling worden beroepsgerichte keuzevakken vastgesteld die deel kunnen uitmaken van het beroepsgerichte programma van leerlingen in de basisberoepsgerichte, kaderberoepsgerichte en gemengde leerweg van het vmbo.

  • 2. Het bevoegd gezag zorgt ervoor dat de school voldoende beroepsgerichte keuzevakken verzorgt waar leerlingen uit kunnen kiezen in het kader van hun beroepsgerichte programma.

  • 3. Bij zijn keuze welke beroepsgerichte keuzevakken door de school worden verzorgd, consulteert het bevoegd gezag een of meer instellingen voor middelbaar beroepsonderwijs en een of meer regionale arbeidsmarktpartijen.

Artikel 26k. Melding voornemen tot ontwikkeling nieuw beroepsgericht keuzevak vmbo

  • 1. In samenwerking met een of meer instellingen voor middelbaar beroepsonderwijs en een of meer regionale arbeidsmarktpartijen kan het bevoegd gezag van een school voor vbo een nieuw beroepsgericht keuzevak ontwikkelen.

  • 2. Het bevoegd gezag stelt de medezeggenschapsraad van de school vooraf op de hoogte van het voornemen tot ontwikkeling van een nieuw beroepsgericht keuzevak.

  • 3. Het bevoegd gezag meldt het voornemen tot ontwikkeling van een nieuw beroepsgericht keuzevak zo spoedig mogelijk aan Onze Minister door middel van een bij ministeriële regeling vastgesteld formulier.

  • 4. Onze Minister brengt binnen zes weken na de melding schriftelijk advies uit over het voornemen.

  • 5. Bij ministeriële regeling kunnen nadere voorschriften gegeven worden over de procedure voor het melden van het voornemen tot ontwikkeling van beroepsgerichte keuzevakken.

Artikel 26l. Aanvraag tot goedkeuring nieuw beroepsgericht keuzevak vmbo

  • 1. Een aanvraag tot goedkeuring van een nieuw ontwikkeld beroepsgericht keuzevak wordt ingediend bij Onze Minister door middel van een bij ministeriële regeling vastgesteld formulier.

  • 2. Bij ministeriële regeling worden voorwaarden vastgesteld waaraan nieuwe beroepsgerichte keuzevakken moeten voldoen. Daartoe behoren in elk geval voorwaarden met betrekking tot:

    • a. de aard en omvang van het beroepsgerichte keuzevak;

    • b. de opbouw van de leerstof, gedifferentieerd naar de verschillende leerwegen waarin het beroepsgerichte keuzevak kan worden aangeboden; en

    • c. de mate waarin het nieuwe beroepsgerichte keuzevak zich onderscheidt van reeds bestaande beroepsgerichte keuzevakken.

  • 3. Onze Minister besluit binnen dertien weken op de aanvraag, bedoeld in het eerste lid en laat zich daarbij adviseren door een onafhankelijke adviescommissie.

  • 4. Bij ministeriële regeling kunnen nadere voorschriften gegeven worden over de procedure voor het verlenen van goedkeuring aan nieuw ontwikkelde beroepsgerichte keuzevakken.

  • 5. Als Onze Minister de aanvraag inwilligt, neemt hij het nieuwe beroepsgerichte keuzevak uiterlijk met ingang van 1 augustus daaropvolgend op in de regeling, bedoeld in artikel 26j, eerste lid.

G

Artikel 26m vervalt.

H

Artikel 26n, tweede lid, wordt gewijzigd als volgt:

1. In de aanhef wordt «maatschappijleer II» vervangen door: maatschappijkunde.

2. In onderdeel a, wordt «artikel 22, eerste lid» vervangen door: artikel 22, tweede lid.

I

In het opschrift van paragraaf 4 van Hoofdstuk III wordt «afdeling landbouw en natuurlijke omgeving» vervangen door: profielen.

J

Artikel 28 wordt gewijzigd als volgt:

1. In het opschrift wordt «afdeling landbouw en natuurlijke omgeving» vervangen door: profiel groen.

2. In de aanhef wordt «Een afdeling als bedoeld in artikel 10c, onderdeel d, van de wet» vervangen door: Het profiel groen, bedoeld in artikel 10b, derde lid, onderdeel i, van de wet.

3. In onderdeel b wordt «de afdeling landbouw of natuurlijke omgeving» vervangen door: het profiel groen.

K

Na artikel 28 wordt een artikel ingevoegd, luidende:

Artikel 28a. Toevoeging profiel dienstverlening en producten aan een agrarisch opleidingscentrum

Het profiel dienstverlening en producten, bedoeld in artikel 10b, derde lid, onderdeel j, van de wet kan op grond van artikel 72, derde lid, onderdeel g, van de wet worden toegevoegd aan een agrarisch opleidingscentrum indien het onderwijs binnen dat profiel voorbereidend beroepsonderwijs op het gebied van landbouw, natuurlijke omgeving en voedsel betreft.

L

In artikel 32, eerste lid, wordt «afdelingsvakken of intrasectorale of intersectorale programma’s» vervangen door: profielvakken of beroepsgerichte keuzevakken.

ARTIKEL II. WIJZIGING INRICHTINGSBESLUIT WVO BES

Het Inrichtingsbesluit WVO BES wordt gewijzigd als volgt:

A

Artikel 1 wordt gewijzigd als volgt:

1. Na de begripsbepaling «basisberoepsgerichte leerweg» worden twee begripsbepalingen ingevoegd, luidende:

beroepsgericht keuzevak:

beroepsgericht keuzevak als bedoeld in artikel 18, zevende lid, onderdeel a, of artikel 29, zevende lid, onderdeel b, van de wet;

beroepsgericht programma:

beroepsgericht programma als bedoeld in artikel 15, eerste lid, onderdeel c, 16, eerste lid, onderdeel c, of 17 eerste lid, onderdeel d, van het Eindexamenbesluit VO BES;

2. De begripsbepalingen «intersectoraal programma» en «intrasectoraal programma» vervallen.

3. Na de begripsbepaling «inspectie» wordt een begripsbepaling ingevoegd, luidende:

instelling voor middelbaar beroepsonderwijs:

instelling als bedoeld in artikel 1.1.1 van de Wet educatie en beroepsonderwijs BES;.

4. De begripsbepaling van «profiel» komt te luiden:

profiel:

het profiel, bedoeld in artikel 16, tweede lid, 18, tweede lid, 29, tweede lid, of 38, tweede lid, van de wet;

5. Na de begripsbepaling «profieldeel» wordt een begripsbepaling ingevoegd, luidende:

profielvak:

profielvak als bedoeld in artikel 18, zesde lid, of artikel 29, zesde lid, van de wet;.

B

Artikel 8 wordt gewijzigd als volgt:

1. In het opschrift wordt «afdelingen» vervangen door: profielen.

2. De zinsnede «een school of afdeling» wordt vervangen door: een school of profiel.

C

In artikel 18, derde lid, wordt «in de sector economie van de basisberoepsgerichte leerweg» vervangen door «in het profiel economie en ondernemen of het profiel horeca, bakkerij en recreatie van de basisberoepsgerichte leerweg» en wordt «maatschappijleer II» vervangen door: maatschappijkunde.

D

Artikel 25 wordt gewijzigd als volgt:

1. In het opschrift vervalt «vrije deel».

2. Het eerste lid komt te luiden:

  • 1. De profielvakken, bedoeld in artikel 18, zesde lid, van de wet zijn:

    • a. bouwen, wonen en interieur;

    • b. produceren, installeren en energie;

    • c. mobiliteit en transport;

    • d. media, vormgeving en ICT;

    • e. maritiem en techniek;

    • f. zorg en welzijn;

    • g. economie en ondernemen;

    • h. horeca, bakkerij en recreatie;

    • i. groen; en

    • j. dienstverlening en producten.

E

Artikel 26 wordt gewijzigd als volgt:

1. In het opschrift vervalt «vrije deel».

2. Het eerste lid komt te luiden:

  • 1. De profielvakken, bedoeld in artikel 29, zesde lid, van de wet, zijn de vakken, genoemd in artikel 25, eerste lid.

3. In het tweede lid wordt «in zes vakken waarin eindexamen kan worden afgelegd» vervangen door «in een beroepsgericht programma en vijf algemene vakken waarin eindexamen kan worden afgelegd » en wordt «is het aantal vakken, bedoeld in de eerste volzin, vijf» vervangen door: is het aantal algemene vakken, bedoeld in de eerste volzin, vier.

F

De artikelen 27 en 28 wordt vervangen door drie artikelen, luidende:

Artikel 27. Beroepsgerichte keuzevakken vmbo

  • 1. Bij ministeriële regeling worden beroepsgerichte keuzevakken vastgesteld die deel kunnen uitmaken van het beroepsgerichte programma van leerlingen in de basisberoepsgerichte, kaderberoepsgerichte en gemengde leerweg van het vmbo.

  • 2. Het bevoegd gezag zorgt ervoor dat de school voldoende beroepsgerichte keuzevakken verzorgt waar leerlingen uit kunnen kiezen in het kader van hun beroepsgerichte programma.

  • 3. Bij zijn keuze welke beroepsgerichte keuzevakken door de school worden verzorgd, consulteert het bevoegd gezag een of meer instellingen voor middelbaar beroepsonderwijs en een of meer regionale arbeidsmarktpartijen.

Artikel 28. Melding voornemen tot ontwikkeling nieuw beroepsgericht keuzevak vmbo

  • 1. In samenwerking met een of meer instellingen voor middelbaar beroepsonderwijs en een of meer regionale arbeidsmarktpartijen kan het bevoegd gezag van een school voor vbo een nieuw beroepsgericht keuzevak ontwikkelen.

  • 2. Het bevoegd gezag stelt de medezeggenschapsraad van de school vooraf op de hoogte van het voornemen tot ontwikkeling van een nieuw beroepsgericht keuzevak.

  • 3. Het bevoegd gezag meldt het voornemen tot ontwikkeling van een nieuw beroepsgericht keuzevak zo spoedig mogelijk aan Onze Minister door middel van een bij ministeriële regeling vastgesteld formulier.

  • 4. Onze Minister brengt binnen zes weken na de melding schriftelijk advies uit over het voornemen.

  • 5. Bij ministeriële regeling kunnen nadere voorschriften gegeven worden over de procedure voor het melden van het voornemen tot ontwikkeling van beroepsgerichte keuzevakken.

Artikel 28a. Aanvraag tot goedkeuring nieuw beroepsgericht keuzevak vmbo

  • 1. Een aanvraag tot goedkeuring van een nieuw ontwikkeld beroepsgericht keuzevak wordt ingediend bij Onze Minister door middel van een bij ministeriële regeling vastgesteld formulier.

  • 2. Bij ministeriële regeling worden voorwaarden vastgesteld waaraan nieuwe beroepsgerichte keuzevakken moeten voldoen. Daartoe behoren in elk geval voorwaarden met betrekking tot:

    • a. de aard en omvang van het beroepsgerichte keuzevak;

    • b. de opbouw van de leerstof, gedifferentieerd naar de verschillende leerwegen waarin het beroepsgerichte keuzevak kan worden aangeboden; en

    • c. de mate waarin het nieuwe beroepsgerichte keuzevak zich onderscheidt van reeds bestaande beroepsgerichte keuzevakken.

  • 3. Onze Minister besluit binnen dertien weken op de aanvraag, bedoeld in het eerste lid en laat zich daarbij adviseren door een onafhankelijke adviescommissie.

  • 4. Bij ministeriële regeling kunnen nadere voorschriften gegeven worden over de procedure voor het verlenen van goedkeuring aan nieuw ontwikkelde beroepsgerichte keuzevakken.

  • 5. Als Onze Minister de aanvraag inwilligt, neemt hij het nieuwe beroepsgerichte keuzevak uiterlijk met ingang van 1 augustus daaropvolgend op in de regeling, bedoeld in artikel 27, eerste lid.

G

Artikel 29, tweede lid, wordt gewijzigd als volgt:

1. In de aanhef wordt «maatschappijleer II» vervangen door: maatschappijkunde.

2. In onderdeel a, wordt «artikel 18, eerste lid» vervangen door: artikel 18, tweede lid.

H

In artikel 31, eerste lid, wordt «afdelingsvakken of intrasectorale of intersectorale programma’s» vervangen door: profielvakken of beroepsgerichte keuzevakken.

I

In artikel 35 wordt «bedoeld in artikel 35, tweede lid» vervangen door: bedoeld in artikel 34, tweede lid.

ARTIKEL III. WIJZIGING EINDEXAMENBESLUIT VO

Het Eindexamenbesluit VO wordt gewijzigd als volgt:

A

Artikel 1, eerste lid, wordt gewijzigd als volgt:

1. De begripsbepaling van het begrip «algemene vakken» komt te luiden:

algemene vakken:

vakken niet zijnde profielvakken, genoemd in artikel 26h, eerste lid, respectievelijk bedoeld in artikel 26i, eerste lid, van het Inrichtingsbesluit WVO, en niet zijnde beroepsgerichte keuzevakken als bedoeld in artikel 26j van dat besluit.

2. Na de begripsbepaling «algemene vakken» worden twee begripsbepalingen ingevoegd, luidende:

beroepsgericht keuzevak:

beroepsgericht keuzevak als bedoeld in artikel 10b, zevende lid, onderdeel a, of artikel 10d, zevende lid, onderdeel b, van de wet;

beroepsgericht programma:

beroepsgericht programma als bedoeld in artikel 23, eerste lid, onderdeel c, 24, eerste lid, onderdeel c, of 25 eerste lid, onderdeel d;.

3. De begripsbepaling «College voor examens» wordt vervangen door:

College voor toetsen en examens:

College voor toetsen en examens, genoemd in artikel 2, eerste lid, van de Wet College voor toetsen en examens;.

4. De begripsbepaling van het begrip «cspe» komt te luiden:

cspe:

centraal schriftelijk en praktisch examen in een profielvak.

5. Na de begripsbepaling «opleiding vavo» worden twee begripsbepalingen ingevoegd, luidende:

profiel:

een in artikel 10, derde lid, 10b, derde lid, 10d, derde lid, of 12, derde lid, van de wet bedoeld profiel;

profielvak:

profielvak, genoemd in artikel 26h, eerste lid, respectievelijk bedoeld in artikel 26i, eerste lid, van het Inrichtingsbesluit WVO;.

6. De begripsbepalingen «sector» en «sectorwerkstuk» vervallen.

7. De begripsbepaling van het begrip «vakken» komt te luiden:

vakken:

algemene vakken, profielvakken, beroepsgerichte keuzevakken en andere programmaonderdelen.

B

Artikel 4 wordt gewijzigd als volgt:

1. In het opschrift vervalt «en sectorwerkstuk».

2. De eerste volzin van het derde lid komt te luiden: Het schoolexamen vwo, havo en vmbo, voor zover het betreft de theoretische leerweg, bedoeld in artikel 10 van de wet, of de gemengde leerweg, bedoeld in artikel 10d van de wet, omvat mede een profielwerkstuk.

3. In het vierde lid wordt na «profielwerkstuk» ingevoegd: in het vwo en havo.

4. Het vijfde lid komt te luiden:

  • 5. Het profielwerkstuk in het vmbo heeft betrekking op een thema uit het profiel waarin de leerling onderwijs volgt.

C

Artikel 7, derde lid, vervalt.

D

In artikel 8 vervalt het derde lid, onder vernummering van het vierde lid tot derde lid.

E

Artikel 9 wordt gewijzigd als volgt:

1. Het eerste lid, onderdelen e en f, komen te luiden:

  • e. vrijgesteld van het profielwerkstuk vwo of havo, indien reeds eerder een profielwerkstuk is gemaakt dat betrekking heeft op een of meer vakken van dezelfde schoolsoort, behorende tot het profiel van de kandidaat en waarvoor een eindcijfer 6 of hoger is behaald,

  • f. vrijgesteld van het profielwerkstuk vmbo, indien reeds eerder een profielwerkstuk vmbo is gemaakt dat betrekking heeft op een thema uit het profiel van de kandidaat, en dat is beoordeeld als «voldoende» of «goed».

2. Aan het tweede lid wordt een volzin toegevoegd, luidende: Het eerste lid, onderdeel f, is daarbij van overeenkomstige toepassing op een reeds eerder gemaakt sectorwerkstuk dat is beoordeeld als «voldoende» of «goed».

F

In de artikelen 10, eerste en vierde lid, 10a, 11, derde lid, 12, derde lid, 13, tweede en vierde lid, 22, tweede lid, 23, zevende lid, 24, vijfde lid, 25, vijfde lid, 37, derde tot en met zesde lid, 37a, vierde lid, 40, eerste tot en met derde lid, 41, eerste en derde lid, 41a eerste lid, 42, tweede lid, 43, tweede lid, 45, tweede tot en met vierde lid, 46, eerste, derde en vijfde lid, 52, tweede lid, en 57, vierde lid, wordt telkens «College voor examens» vervangen door: College voor toetsen en examens.

G

Artikel 22 wordt gewijzigd als volgt:

1. In het eerste lid, onderdelen b en c, en in het zevende lid, wordt «sectordeel» vervangen door: profieldeel.

2. In het eerste lid, onderdeel b, wordt «sectorwerkstuk» vervangen door: profielwerkstuk.

3. Het derde lid komt te luiden:

  • 3. In afwijking van het eerste lid is de kandidaat met het profiel economie of met leerwegondersteunend onderwijs, ten aanzien van wie toepassing is gegeven aan artikel 26n, tweede of derde lid, van het Inrichtingsbesluit WVO, bij het eindexamen vrijgesteld van het vak Franse taal of het vak Duitse taal. In plaats van het vak waarvoor vrijstelling is verleend, doet de kandidaat eindexamen in één van de vakken Arabische taal, Turkse taal, Spaanse taal, maatschappijkunde, geschiedenis en staatsinrichting, of aardrijkskunde.

H

Artikel 23 wordt gewijzigd als volgt:

1. Het eerste lid, onderdelen b en c, komen te luiden:

  • b. de twee algemene vakken die het profieldeel ingevolge artikel 10b, zesde lid, van de wet, omvat,

  • c. een beroepsgericht programma, bestaande uit:

    • 1°. het profielvak dat het profieldeel ingevolge artikel 10b, zesde lid, van de wet, omvat, en

    • 2°. in het vrije deel vier beroepsgerichte keuzevakken, als bedoeld in artikel 10b, zevende lid, onderdeel a, van de wet, en.

2. Het tweede lid komt te luiden:

  • 2. In afwijking van het eerste lid is de kandidaat met het profiel economie en ondernemen, het profiel horeca, bakkerij en recreatie, of met leerwegondersteunend onderwijs, ten aanzien van wie toepassing is gegeven aan artikel 26n, tweede of derde lid, van het Inrichtingsbesluit WVO, bij het eindexamen vrijgesteld van het vak Franse taal of het vak Duitse taal. In plaats hiervan omvat het eindexamen één van de vakken gekozen op grond van artikel 22, derde lid, van het Inrichtingsbesluit WVO.

3. Het vijfde lid, onderdeel a, komt te luiden:

  • a. een vak, genoemd in artikel 10b, zesde lid, van de wet, of een vak als bedoeld in artikel 10b, zevende lid, onderdeel a, van de wet,.

4. Het zesde lid vervalt, onder vernummering van het zevende en achtste lid tot zesde en zevende lid.

I

Artikel 24 wordt gewijzigd als volgt:

  • 1. Het eerste lid, onderdelen b en c, komen te luiden:

    • b. de twee algemene vakken die het profieldeel ingevolge artikel 10b, zesde lid, van de wet, omvat,

    • c. een beroepsgericht programma, bestaande uit:

      • 1°. het profielvak dat het profieldeel ingevolge artikel 10b, zesde lid, van de wet, omvat, en

      • 2°. in het vrije deel vier beroepsgerichte keuzevakken, als bedoeld in artikel 10b, zevende lid, onderdeel a, van de wet, en.

2. Het tweede lid komt te luiden:

  • 2. Artikel 23, tweede lid, is van toepassing.

3. Het vierde lid, onderdeel a, komt te luiden:

  • a. een vak, genoemd in artikel 10b, zesde lid, van de wet, of een vak als bedoeld in artikel 10b, zevende lid, onderdeel a, van de wet,.

J

Artikel 25 wordt gewijzigd als volgt:

1. Het eerste lid, onderdeel b, komt te luiden:

  • b. de twee algemene vakken die het profieldeel ingevolge artikel 10d, zesde lid, van de wet, omvat waaronder tevens begrepen een profielwerkstuk,

2. In het eerste lid, onderdeel c, wordt «sectordeel» vervangen door: profieldeel.

3. Het eerste lid, onderdeel d, komt te luiden:

  • d. een beroepsgericht programma, bestaande uit:

    • 1°. het profielvak dat het profieldeel ingevolge artikel 10d, zesde lid, van de wet omvat, en

    • 2°. in het vrije deel twee beroepsgerichte keuzevakken als bedoeld in artikel 10d, zevende lid, onderdeel b, van de wet.

4. Het tweede lid komt te luiden:

  • 2. Artikel 23, tweede lid, is van overeenkomstige toepassing.

K

In de artikelen 32, vierde lid, en 33, onderdeel c, wordt «sectorwerkstuk» vervangen door: profielwerkstuk in het vmbo.

L

Artikel 35 wordt gewijzigd als volgt:

1. In het derde lid wordt na «het vak culturele en kunstzinnige vorming» ingevoegd «, de kunstvakken» en vervalt de derde volzin.

2. Het vierde lid komt te luiden:

  • 4. In afwijking van het eerste lid wordt het profielwerkstuk in het vmbo beoordeeld met «voldoende» of «goed». Deze beoordeling geschiedt op de grondslag van het genoegzaam voltooien van het profielwerkstuk, zoals blijkend uit het examendossier. Het profielwerkstuk in het vmbo wordt beoordeeld door ten minste twee examinatoren.

M

In artikel 37a, derde lid, wordt «Artikel 49, vierde lid» vervangen door: Artikel 49, zevende lid.

N

Artikel 38, vierde lid, vervalt.

O

Artikel 49 wordt gewijzigd als volgt:

1. Onder verlettering van onderdelen d en e tot onderdelen e en f wordt in het eerste lid, na onderdeel c een onderdeel ingevoegd, luidende:

  • d. hij voor geen van de onderdelen, genoemd in het derde of vierde lid, lager dan het eindcijfer 4 heeft behaald;

2. In het eerste lid, onderdeel f (nieuw) wordt «sectorwerkstuk» vervangen door: profielwerkstuk.

3. Onder vernummering van het derde en vierde lid tot zesde en zevende lid, wordt het tweede lid vervangen door vier leden, luidende:

  • 2. Bij de uitslagbepaling volgens het eerste lid, onderdeel c, wordt in de theoretische leerweg het eindcijfer van een profielvak of beroepsgericht keuzevak behorende tot het eindexamen van de gemengde leerweg als bedoeld in artikel 25 niet betrokken, tenzij deze vakken samen tenminste een volledig beroepsgericht programma als bedoeld in artikel 25, eerste lid, onderdeel d, vormen. In dat geval is het vierde lid van overeenkomstige toepassing.

  • 3. Bij de uitslagbepaling volgens het eerste lid, onderdeel c, wordt in de basisberoepsgerichte leerweg en de kaderberoepsgerichte leerweg het gemiddelde van de eindcijfers van alle beroepsgerichte keuzevakken aangemerkt als het eindcijfer van één vak.

  • 4. Bij de uitslagbepaling volgens het eerste lid, onderdeel c, wordt in de gemengde leerweg het gemiddelde van de eindcijfers van het profielvak en alle beroepsgerichte keuzevakken aangemerkt als het eindcijfer van één vak, met dien verstande dat het eindcijfer voor het profielvak daarbij net zo vaak meetelt als het aantal eindcijfers van beroepsgerichte keuzevakken dat in de berekening wordt betrokken.

  • 5. De directeur bepaalt het eindcijfer, bedoeld in het derde en vierde lid, als het rekenkundig gemiddelde van de eindcijfers van de samenstellende onderdelen. Indien de uitkomst van deze berekening niet een geheel getal is, wordt dat getal indien het eerste cijfer achter de komma een 4 of lager is, naar beneden afgerond en indien dat cijfer een 5 of hoger is, naar boven afgerond.

4. Het zesde lid (nieuw) komt te luiden:

  • 6. In afwijking van het eerste lid, is de kandidaat die het eindexamen vmbo in de basisberoepsgerichte leerweg heeft afgelegd ter afsluiting van een leerwerktraject als bedoeld in artikel 10b1 van de wet geslaagd indien:

    • a. hij voor:

      • 1°. de rekentoets als eindcijfer 5 of meer heeft behaald en voor het vak Nederlandse taal als eindcijfer 6 of meer heeft behaald; of voor

      • 2°. de rekentoets als eindcijfer 6 of meer heeft behaald en voor het vak Nederlandse taal als eindcijfer 5 of meer heeft behaald;

    • b. hij voor het profielvak als eindcijfer 6 of meer heeft behaald; en

    • c. hij als eindcijfer, bedoeld in het derde lid, 6 of meer heeft behaald.

    Indien de vakken waarin examen is afgelegd, tezamen een eindexamen vormen van de basisberoepsgerichte leerweg, bedoeld in artikel 10b van de wet, zijn het eerste en derde lid van overeenkomstige toepassing.

P

In artikel 51a, vierde en vijfde lid, wordt telkens «23, zevende lid» vervangen door: 23, zesde lid.

Q

Artikel 52, eerste lid, wordt gewijzigd als volgt:

1. In onderdeel c, wordt «het thema van het sectorwerkstuk, alsmede de beoordeling van het sectorwerkstuk» vervangen door: het thema en de beoordeling van het profielwerkstuk.

2. Onderdeel g vervalt, onder verlettering van onderdelen h en i tot onderdelen g en h.

3. In onderdeel g (nieuw) wordt «het cijfer bepaald op grond van artikel 50, tweede lid» vervangen door: het cijfer bepaald op grond van artikel 49, derde of vierde lid, of artikel 50, tweede lid.

R

Artikel 52a wordt gewijzigd als volgt:

1. In de aanhef van het derde lid vervalt «of gemengde leerweg».

2. In het derde lid, onderdeel a, onder 1°, wordt «de vakken van het sectordeel» vervangen door: de algemene vakken van het profieldeel.

3. In het derde lid, onderdeel b, wordt «sectorwerkstuk» vervangen door: profielwerkstuk.

4. In het vierde lid, onderdeel a, onder 1°, wordt «de twee algemene vakken uit het sectordeel» vervangen door: het profielvak en de twee algemene vakken van het profieldeel.

5. Het vierde lid, onderdeel a, onder 2°, komt te luiden:

  • 2°. het eindcijfer berekend op grond van artikel 49, derde lid, en.

6. Er wordt een lid toegevoegd, luidende:

  • 5. Een kandidaat is geslaagd voor het eindexamen vmbo gemengde leerweg met toekenning van het judicium cum laude indien zijn examen voldoet aan de volgende voorschriften:

    • a. ten minste het gemiddelde eindcijfer 8,0, berekend op basis van de eindcijfers voor:

      • 1°. de rekentoets, de vakken Nederlandse taal, Engelse taal en maatschappijleer, en de algemene vakken van het profieldeel, en

      • 2°. het algemene vak uit het vrije deel of het eindcijfer berekend op grond van artikel 49, vierde lid, en

    • b. ten minste het eindcijfer 6 of ten minste de kwalificatie «voldoende» voor de rekentoets, het profielwerkstuk en alle vakken die meetellen bij de uitslagbepaling op grond van artikel 49.

S

Artikel 53 wordt gewijzigd als volgt:

1. In het eerste lid, onderdeel c, tweede lid, onderdeel d, en derde lid, onderdeel c, wordt «sectorwerkstuk» vervangen door: profielwerkstuk.

2. In het eerste lid, onderdeel d, wordt «het cijfer, bepaald op grond van artikel 50, tweede lid» vervangen door: het cijfer bepaald op grond van artikel 49, derde of vierde lid, of artikel 50, tweede lid.

3. In het tweede lid wordt «52, tweede lid» vervangen door: artikel 52, tweede lid.

T

Artikel 56, eerste lid, onderdeel c, komt te luiden:

  • c. de cijfers van het schoolexamen alsmede in voorkomend geval, het vak of de vakken waarop het profielwerkstuk in het vwo of havo betrekking heeft en de beoordeling en het thema van het profielwerkstuk in het vmbo;.

U

Artikel 61, tweede lid, komt te luiden:

  • 2. De kandidaat die het eindexamen vmbo in de basisberoepsgerichte leerweg heeft afgelegd ter afsluiting van een leerwerktraject als bedoeld in artikel 10b1 van de wet, dient in afwijking van artikel 49, zesde lid, onderdeel a, voor het vak Nederlandse taal ten minste het eindcijfer 6 te hebben behaald en de rekentoets te hebben afgelegd.

V

In artikel 62 wordt «eerste lid, onderdeel h, en zesde lid» vervangen door: eerste lid, onderdeel g, en zesde lid.

ARTIKEL IV. WIJZIGING EINDEXAMENBESLUIT VO BES

Het Eindexamenbesluit VO BES wordt gewijzigd als volgt:

A

Artikel 1, eerste lid, wordt gewijzigd als volgt:

1. De begripsbepaling van het begrip «algemene vakken» komt te luiden:

algemene vakken:

vakken niet zijnde profielvakken, genoemd in artikel 25, eerste lid, respectievelijk bedoeld in artikel 26, eerste lid, van het Inrichtingsbesluit WVO BES, en niet zijnde beroepsgerichte keuzevakken als bedoeld in artikel 27 van dat besluit.

2. Na de begripsbepaling «algemene vakken» worden twee begripsbepalingen ingevoegd, luidende:

beroepsgericht keuzevak:

beroepsgericht keuzevak als bedoeld in artikel 18, zevende lid, onderdeel a, of artikel 29, zevende lid, onderdeel b, van de wet;

beroepsgericht programma:

beroepsgericht programma als bedoeld in artikel 15, eerste lid, onderdeel c, 16, eerste lid, onderdeel c, of 17 eerste lid, onderdeel d;

3. De begripsbepaling «College voor examens» wordt vervangen door:

College voor toetsen en examens:

College voor toetsen en examens, genoemd in artikel 2, eerste lid, van de Wet College voor toetsen en examens;.

4. De begripsbepaling van het begrip «cspe» komt te luiden:

cspe:

centraal schriftelijk en praktisch examen in een profielvak.

5. Na de begripsbepaling «opleiding vavo» worden twee begripsbepalingen ingevoegd, luidende:

profiel:

een in artikel 16, derde lid, 18, derde lid, 29, derde lid, of 38, derde lid, van de wet bedoeld profiel;

profielvak:

profielvak, genoemd in artikel 25, eerste lid, respectievelijk bedoeld in artikel 26, eerste lid, van het Inrichtingsbesluit WVO BES;.

6. De begripsbepalingen «sector» en «sectorwerkstuk» vervallen.

7. De begripsbepaling van het begrip «vakken» komt te luiden:

vakken:

algemene vakken, profielvakken, beroepsgerichte keuzevakken en andere programmaonderdelen.

B

Artikel 4 wordt gewijzigd als volgt:

1. In het opschrift vervalt «en sectorwerkstuk».

2. De eerste volzin van het tweede lid komt te luiden: Het schoolexamen vwo, havo en vmbo, voor zover het betreft de theoretische leerweg, bedoeld in artikel 10 van de wet, of de gemengde leerweg, bedoeld in artikel 10d van de wet, omvat mede een profielwerkstuk.

3. In het derde lid wordt na «profielwerkstuk» ingevoegd: in het vwo en havo.

4. Het vierde lid komt te luiden:

  • 4. Het profielwerkstuk in het vmbo heeft betrekking op een thema uit het profiel waarin de leerling onderwijs volgt.

C

Artikel 6, derde lid, vervalt

D

In artikel 7 vervalt het derde lid, onder vernummering van het vierde lid tot derde lid.

E

Artikel 8 wordt gewijzigd als volgt:

1. Het eerste lid, onderdelen e en f, komen te luiden:

  • e. vrijgesteld van het profielwerkstuk vwo of havo, indien reeds eerder een profielwerkstuk is gemaakt dat betrekking heeft op een of meer vakken van dezelfde schoolsoort, behorende tot het profiel van de kandidaat en waarvoor een eindcijfer 6 of hoger is behaald,

  • f. vrijgesteld van het profielwerkstuk vmbo, indien reeds eerder een profielwerkstuk vmbo is gemaakt dat betrekking heeft op een thema uit het profiel van de kandidaat, en dat is beoordeeld als «voldoende» of «goed».

2. Aan het tweede lid wordt een volzin toegevoegd, luidende: Het eerste lid, onderdeel f, is daarbij van overeenkomstige toepassing op een reeds eerder gemaakt sectorwerkstuk dat is beoordeeld als «voldoende» of «goed».

F

In de artikelen 9, eerste en vierde lid, 10, 25, derde tot en met zesde lid, 26, vierde lid, 28, eerste tot en met derde lid, 29, eerste en derde lid, 30, eerste lid, 31, tweede lid, 32, tweede lid, 34, tweede tot en met vierde lid, 39, tweede lid, en 45, vierde lid, wordt telkens «College voor examens» vervangen door: College voor toetsen en examens.

G

Artikel 14 wordt gewijzigd als volgt:

1. In het eerste lid, onderdelen b en c, en in het zesde lid, wordt «sectordeel» vervangen door: profieldeel.

2. In het eerste lid, onderdeel b, wordt «sectorwerkstuk» vervangen door: profielwerkstuk.

3. Het derde lid komt te luiden:

  • 3. In afwijking van het eerste lid is de kandidaat met het profiel economie of met leerwegondersteunend onderwijs, ten aanzien van wie toepassing is gegeven aan artikel 29, tweede of derde lid, van het Inrichtingsbesluit WVO BES, bij het eindexamen vrijgesteld van het vak Franse taal of het vak Spaanse taal. In plaats van het vak waarvoor vrijstelling is verleend, doet de kandidaat eindexamen in één van de vakken Arabische taal, Turkse taal, Duitse taal, Papiaments, maatschappijkunde, geschiedenis en staatsinrichting, of aardrijkskunde.

H

Artikel 15 wordt gewijzigd als volgt:

1. Het eerste lid, onderdelen b en c, komen te luiden:

  • b. de twee algemene vakken die het profieldeel ingevolge artikel 18, zesde lid, van de wet, omvat,

  • c. een beroepsgericht programma, bestaande uit:

    • 1°. het profielvak dat het profieldeel ingevolge artikel 18, zesde lid, van de wet, omvat, en

    • 2°. in het vrije deel vier beroepsgerichte keuzevakken, als bedoeld in artikel 18, zevende lid, onderdeel a, van de wet, en.

2. Het tweede lid komt te luiden:

  • 2. In afwijking van het eerste lid is de kandidaat met het profiel economie en ondernemen, het profiel horeca, bakkerij en recreatie, of met leerwegondersteunend onderwijs, ten aanzien van wie toepassing is gegeven aan artikel 29, tweede of derde lid, van het Inrichtingsbesluit WVO BES, bij het eindexamen vrijgesteld van het vak Franse taal of het vak Spaanse taal. In plaats hiervan omvat het eindexamen één van de vakken gekozen op grond van artikel 18, derde lid, van het Inrichtingsbesluit WVO BES.

3. Het vijfde lid, onderdeel a, komt te luiden:

  • a. een vak, genoemd in artikel 18, zesde lid, van de wet, of een vak als bedoeld in artikel 18, zevende lid, van de wet,.

4. Het zesde lid vervalt, onder vernummering van het zevende lid tot zesde lid.

I

Artikel 16 wordt gewijzigd als volgt:

1. Het eerste lid, onderdelen b en c, komen te luiden:

  • b. de twee algemene vakken die het profieldeel ingevolge artikel 18, zesde lid, van de wet, omvat,

  • c. een beroepsgericht programma, bestaande uit:

    • 1°. het profielvak dat het profieldeel ingevolge artikel 18, zesde lid, van de wet, omvat, en

    • 2°. in het vrije deel vier beroepsgerichte keuzevakken, als bedoeld in artikel 18, zevende lid, onderdeel a, van de wet, en.

2. Het tweede lid komt te luiden:

  • 2. Artikel 15, tweede lid, is van toepassing.

3. Het vierde lid, onderdeel a, komt te luiden:

  • a. een vak, genoemd in artikel 18, zesde lid, van de wet, of een vak als bedoeld in artikel 18, zevende lid, onderdeel a, van de wet,.

J

Artikel 17 wordt gewijzigd als volgt:

1. Het eerste lid, onderdeel b, komt te luiden:

  • b. de twee algemene vakken die het profieldeel ingevolge artikel 29, zesde lid, van de wet, omvat waaronder tevens begrepen een profielwerkstuk,

2. In het eerste lid, onderdeel c, wordt «sectordeel» vervangen door: profieldeel.

3. Het eerste lid, onderdeel d, komt te luiden:

  • d. een beroepsgericht programma, bestaande uit:

    • 1°. het profielvak dat het profieldeel ingevolge artikel 29, zesde lid, van de wet omvat, en

    • 2°. in het vrije deel twee beroepsgerichte keuzevakken als bedoeld in artikel 29, zevende lid, onderdeel b, van de wet.

4. Het tweede lid komt te luiden:

  • 2. Artikel 15, tweede lid, is van overeenkomstige toepassing.

K

In de artikelen 19, vierde lid, en 20, onderdeel c, wordt «sectorwerkstuk» vervangen door: profielwerkstuk in het vmbo.

L

Artikel 21 wordt gewijzigd als volgt:

1. In het derde lid wordt na «het vak culturele en kunstzinnige vorming» ingevoegd «, de kunstvakken» en vervalt de derde volzin.

2. Het vierde lid komt te luiden:

  • 4. In afwijking van het eerste lid wordt het profielwerkstuk in het vmbo beoordeeld met «voldoende» of «goed». Deze beoordeling geschiedt op de grondslag van het genoegzaam voltooien van het profielwerkstuk, zoals blijkend uit het examendossier. Het profielwerkstuk in het vmbo wordt beoordeeld door ten minste twee examinatoren.

M

In artikel 26, derde lid, wordt «Artikel 37, vierde lid» vervangen door: Artikel 37, zevende lid.

N

Artikel 27, vierde lid, vervalt.

O

Artikel 37 wordt gewijzigd als volgt:

1. Onder verlettering van onderdelen c en d tot onderdelen d en e wordt in het eerste lid, na onderdeel b een onderdeel ingevoegd, luidende:

  • c. hij voor geen van de onderdelen, genoemd in het derde of vierde lid, lager dan het eindcijfer 4 heeft behaald;

2. In het eerste lid, onderdeel e (nieuw) wordt «sectorwerkstuk» vervangen door: profielwerkstuk.

3. Onder vernummering van het derde en vierde lid tot zesde en zevende lid, wordt het tweede lid vervangen door vier leden, luidende:

  • 2. Bij de uitslagbepaling volgens het eerste lid, onderdeel c, wordt in de theoretische leerweg het eindcijfer van een profielvak of beroepsgericht keuzevak behorende tot het eindexamen van de gemengde leerweg als bedoeld in artikel 17 niet betrokken, tenzij deze vakken samen tenminste een volledig beroepsgericht programma als bedoeld in artikel 17, eerste lid, onderdeel d, vormen. In dat geval is het vierde lid van overeenkomstige toepassing.

  • 3. Bij de uitslagbepaling volgens het eerste lid, onderdeel c, wordt in de basisberoepsgerichte leerweg en de kaderberoepsgerichte leerweg het gemiddelde van de eindcijfers van alle beroepsgerichte keuzevakken aangemerkt als het eindcijfer van één vak.

  • 4. Bij de uitslagbepaling volgens het eerste lid, onderdeel c, wordt in de gemengde leerweg het gemiddelde van de eindcijfers van het profielvak en alle beroepsgerichte keuzevakken aangemerkt als het eindcijfer van één vak, met dien verstande dat het eindcijfer voor het profielvak daarbij net zo vaak meetelt als het aantal eindcijfers van beroepsgerichte keuzevakken dat in de berekening wordt betrokken.

  • 5. De directeur bepaalt het eindcijfer, bedoeld in het derde en vierde lid, als het rekenkundig gemiddelde van de eindcijfers van de samenstellende onderdelen. Indien de uitkomst van deze berekening niet een geheel getal is, wordt dat getal indien het eerste cijfer achter de komma een 4 of lager is, naar beneden afgerond en indien dat cijfer een 5 of hoger is, naar boven afgerond.

4. Het zesde lid (nieuw) komt te luiden:

  • 6. In afwijking van het eerste lid, is de kandidaat die het eindexamen vmbo in de basisberoepsgerichte leerweg heeft afgelegd ter afsluiting van een leerwerktraject als bedoeld in artikel 19 van de wet geslaagd indien:

    • a. hij voor het vak Nederlandse taal als eindcijfer 5 of meer heeft behaald;

    • b. hij voor het profielvak als eindcijfer 6 of meer heeft behaald; en

    • c. hij als eindcijfer, bedoeld in het derde lid, 6 of meer heeft behaald.

    Indien de vakken waarin examen is afgelegd, tezamen een eindexamen vormen van de basisberoepsgerichte leerweg, bedoeld in artikel 10b van de wet, zijn het eerste en derde lid van overeenkomstige toepassing.

P

Artikel 39, eerste lid, wordt gewijzigd als volgt:

1. In onderdeel c wordt «het thema van het sectorwerkstuk, alsmede de beoordeling van het sectorwerkstuk» vervangen door: het thema en de beoordeling van het profielwerkstuk.

2. Onderdeel f vervalt, onder verlettering van de onderdelen g en h tot onderdelen f en g.

Q

Artikel 39a wordt gewijzigd als volgt:

1. In de aanhef van het derde lid vervalt «of gemengde leerweg».

2. In het derde lid, onderdeel a, onder 1°, wordt «de vakken van het sectordeel» vervangen door: de algemene vakken van het profieldeel.

3. In het derde lid, onderdeel b, wordt «sectorwerkstuk» vervangen door: profielwerkstuk.

4. In het vierde lid, onderdeel a, onder 1°, wordt «de twee algemene vakken uit het sectordeel» vervangen door: het profielvak en de twee algemene vakken van het profieldeel.

5. Het vierde lid, onderdeel a, onder 2°, komt te luiden:

  • 2°. het eindcijfer berekend op grond van artikel 37, derde lid, en.

6. Er wordt een lid toegevoegd, luidende:

  • 5. Een kandidaat is geslaagd voor het eindexamen vmbo gemengde leerweg met toekenning van het judicium cum laude indien zijn examen voldoet aan de volgende voorschriften:

    • a. ten minste het gemiddelde eindcijfer 8,0, berekend op basis van de eindcijfers voor:

      • 1°. de rekentoets, de vakken Nederlandse taal, Engelse taal en maatschappijleer, en de algemene vakken van het profieldeel, en

      • 2°. het algemene vak uit het vrije deel of het eindcijfer berekend op grond van artikel 37, vierde lid, en

    • b. ten minste het eindcijfer 6 of ten minste de kwalificatie «voldoende» voor de rekentoets, het profielwerkstuk en alle vakken die meetellen bij de uitslagbepaling op grond van artikel 37.

R

Artikel 41 wordt gewijzigd als volgt:

1. In het eerste lid, onderdeel c, tweede lid, onderdeel c, en derde lid, onderdeel b, wordt «sectorwerkstuk» vervangen door: profielwerkstuk.

2. In het tweede lid wordt «39, tweede lid» vervangen door: artikel 39, tweede lid.

S

Artikel 44, eerste lid, onderdeel c, komt te luiden:

  • c. de cijfers van het schoolexamen alsmede in voorkomend geval, het vak of de vakken waarop het profielwerkstuk in het vwo of havo betrekking heeft en de beoordeling en het thema van het profielwerkstuk in het vmbo;.

ARTIKEL V. WIJZIGING STAATSEXAMENBESLUIT VO

Het Staatsexamenbesluit VO wordt gewijzigd als volgt:

A

Artikel 1 wordt gewijzigd als volgt:

1. De begripsbepaling «College voor examens» wordt vervangen door:

College voor toetsen en examens:

College voor toetsen en examens, genoemd in artikel 2, eerste lid, van de Wet College voor toetsen en examens;.

2. In de begripsbepaling van het begrip «profiel» wordt «artikel 12» vervangen door: artikel 10, 10b, 10d of 12.

3. De begripsbepalingen «sector» en «sectorwerkstuk» vervallen.

B

In de artikelen 2, 3, 4, 6 tot en met 8, 11 tot en met 14, 16, 18 tot en met 27, 28 tot en met 30, 31 en 33 tot en met 36 wordt telkens «College voor examens» vervangen door: College voor toetsen en examens.

C

In artikel 2a, eerste lid, onder a en b, wordt telkens «elk van de beroepsgerichte vakken waarin eindexamen is afgelegd» vervangen door: elk van de vakken van het beroepsgerichte programma waarin eindexamen is afgelegd.

D

Artikel 4 wordt gewijzigd als volgt:

1. In het tweede lid wordt «vwo en havo» vervangen door: vwo, havo en vmbo, voor zover het betreft de theoretische leerweg, bedoeld in artikel 10 van de wet, of de gemengde leerweg, bedoeld in artikel 10d van de wet,.

2. In het derde lid wordt na «profielwerkstuk» ingevoegd: vwo en havo.

3. Het vierde lid komt te luiden:

  • 4. Het profielwerkstuk vmbo heeft betrekking op een thema uit het profiel waarin de leerling onderwijs volgt.

E

Artikel 10 wordt gewijzigd als volgt:

1. In het eerste lid, onderdeel f, wordt na «vrijgesteld van het profielwerkstuk» ingevoegd: vwo of havo.

2. Het eerste lid, onderdeel g, komt te luiden:

  • g. vrijgesteld van het profielwerkstuk vmbo, indien reeds eerder een profielwerkstuk vmbo is gemaakt dat betrekking heeft op een thema uit dat profiel, en dat is beoordeeld als «voldoende» of «goed».

F

In artikel 15, derde lid, wordt «sectorwerkstuk» vervangen door: profielwerkstuk vmbo.

G

Artikel 26 wordt gewijzigd als volgt:

1. In het eerste lid wordt, onder verlettering van onderdeel d tot onderdeel e, na onderdeel c een onderdeel ingevoegd, luidende:

  • d. hij voor geen van de onderdelen, genoemd in het derde of vierde lid, lager dan het eindcijfer 4 heeft behaald;

2. In het eerste lid, onderdeel e (nieuw) wordt «sectorwerkstuk» vervangen door: profielwerkstuk.

3. Onder vernummering van het derde en vierde lid tot zesde en zevende lid, wordt het tweede lid vervangen door vier leden, luidende:

  • 2. Bij de uitslagbepaling volgens het eerste lid, onderdeel c, wordt in de theoretische leerweg het eindcijfer van een profielvak of beroepsgericht keuzevak behorende tot het eindexamen van de gemengde leerweg als bedoeld in artikel 25 van het Eindexamenbesluit VO niet betrokken, tenzij deze vakken samen tenminste een volledig beroepsgericht programma als bedoeld in artikel 25, eerste lid, onderdeel d, van dat besluit vormen. In dat geval is het vierde lid van overeenkomstige toepassing.

  • 3. Bij de uitslagbepaling volgens het eerste lid, onderdeel c, wordt in de basisberoepsgerichte leerweg en de kaderberoepsgerichte leerweg het gemiddelde van de eindcijfers van alle beroepsgerichte keuzevakken aangemerkt als het eindcijfer van één vak.

  • 4. Bij de uitslagbepaling volgens het eerste lid, onderdeel c, wordt in de gemengde leerweg het gemiddelde van de eindcijfers van het profielvak en alle beroepsgerichte keuzevakken aangemerkt als het eindcijfer van één vak, met dien verstande dat het eindcijfer voor het profielvak daarbij net zo vaak meetelt als het aantal eindcijfers van beroepsgerichte keuzevakken dat in de berekening wordt betrokken.

  • 5. Het eindcijfer, bedoeld in het derde en vierde lid, wordt bepaald als het rekenkundig gemiddelde van de eindcijfers van de samenstellende onderdelen. Indien de uitkomst van deze berekening niet een geheel getal is, wordt dat getal indien het eerste cijfer achter de komma een 4 of lager is, naar beneden afgerond en indien dat cijfer een 5 of hoger is, naar boven afgerond.

H

Artikel 30 wordt gewijzigd als volgt:

1. In het eerste lid, onderdeel b, en tweede lid, onderdeel b, wordt «profielwerkstuk» vervangen door: profielwerkstuk vwo of havo.

2. Het eerste lid onderdeel c, komt te luiden:

  • c. het thema en de beoordeling van het profielwerkstuk vmbo,.

3. In het tweede lid, onderdeel b, wordt «profielwerkstuk» vervangen door: profielwerkstuk vwo of havo.

4. Het tweede lid, onderdeel c, komt te luiden:

  • c. het thema en de beoordeling van het profielwerkstuk vmbo,.

5. In het derde lid vervalt de tweede volzin.

I

Artikel 30a wordt gewijzigd als volgt:

1. In de aanhef van het derde lid vervalt «of gemengde leerweg».

2. In het derde lid, onderdeel a, onder 1°, wordt «de vakken van het sectordeel» vervangen door: de algemene vakken van het profieldeel.

3. In het derde lid, onderdeel b, wordt «sectorwerkstuk» vervangen door: profielwerkstuk.

4. In het vierde lid, onderdeel a, onder 1°, wordt «de twee algemene vakken uit het sectordeel» vervangen door: het profielvak en de twee algemene vakken van het profieldeel.

5. Het vierde lid, onderdeel a, onder 2°, komt te luiden:

  • 2°. het eindcijfer berekend op grond van artikel 26, derde lid,.

6. Er wordt een lid toegevoegd, luidende:

  • 5. Een kandidaat is geslaagd voor het staatsexamen vmbo gemengde leerweg met toekenning van het judicium cum laude indien zijn examen voldoet aan de volgende voorschriften:

    • a. ten minste het gemiddelde eindcijfer 8,0, berekend op basis van de eindcijfers voor:

      • 1°. de rekentoets, de vakken Nederlandse taal, Engelse taal en maatschappijleer, en de algemene vakken van het profieldeel, en

      • 2°. het algemene vak uit het vrije deel of het eindcijfer berekend op grond van artikel 26, vierde lid, en

    • b. ten minste het eindcijfer 6 of ten minste de kwalificatie «voldoende» voor de rekentoets, het profielwerkstuk en alle vakken die meetellen bij de uitslagbepaling op grond van artikel 26.

J

Artikel 31 wordt gewijzigd als volgt:

1. In het eerste lid, onderdeel b, vervalt «de rekentoets» en wordt na «profielwerkstuk» ingevoegd: vwo of havo.

2. Het eerste lid, onderdelen c en d, worden vervangen door drie onderdelen, luidende:

  • c. het thema en de beoordeling van het profielwerkstuk vmbo,

  • d. de rekentoets, en

  • e. de eindcijfers voor de examenvakken dan wel de rekentoets.

3. Het tweede lid, onderdelen a en b, worden vervangen door vier onderdelen, luidende:

  • a. het vak of de vakken waarvoor de kandidaat een eindcijfer 6 of meer heeft behaald,

  • b. de rekentoets, indien de kandidaat een eindcijfer 6 of meer heeft behaald,

  • c. het vak of de vakken en het onderwerp of de titel van het profielwerkstuk vwo of havo, en

  • d. het thema en de beoordeling van het profielwerkstuk vmbo, voor zover beoordeeld met «goed» of «voldoende».

K

Artikel 34 wordt gewijzigd als volgt:

1. In het eerste lid, onderdeel c, tweede lid, onderdeel d, en derde lid, onderdeel d, wordt na «profielwerkstuk» ingevoegd: vwo of havo.

2. Het eerste lid, onderdeel e, komt te luiden:

  • e. de beoordeling en het thema van het profielwerkstuk vmbo;.

3. Het tweede lid, onderdeel f, komt te luiden:

  • f. de beoordeling en het thema van het profielwerkstuk vmbo;.

4. Het derde lid, onderdeel e, komt te luiden:

  • e. de beoordeling en het thema van het profielwerkstuk vmbo;.

ARTIKEL VI. WIJZIGING STAATSEXAMENBESLUIT VO BES

Het Staatsexamenbesluit VO BES wordt gewijzigd als volgt:

A

Artikel 1 wordt gewijzigd als volgt:

1. De begripsbepaling «College voor examens» wordt vervangen door:

College voor toetsen en examens:

College voor toetsen en examens, genoemd in artikel 2, eerste lid, van de Wet College voor toetsen en examens;.

2. In de begripsbepaling van het begrip «profiel» wordt «artikel 38» vervangen door: artikel 16, 18, 29 of 38.

3. De begripsbepalingen «sector» en «sectorwerkstuk» vervallen.

B

In de artikelen 2, 3 tot en met 7, 10 tot en met 13, 15 tot en met 28, 29 en 31 tot en met 34 wordt telkens «College voor examens» vervangen door: College voor toetsen en examens.

C

In artikel 2a wordt «elk van de beroepsgerichte vakken waarin eindexamen is afgelegd» vervangen door: het beroepsgerichte programma waarin eindexamen is afgelegd.

D

Artikel 4 wordt gewijzigd als volgt:

1. In het tweede lid wordt «vwo en havo» vervangen door: vwo, havo en vmbo, voor zover het betreft de theoretische leerweg, bedoeld in artikel 16 van de wet, of de gemengde leerweg, bedoeld in artikel 18 van de wet,.

2. In het derde lid wordt na «Het profielwerkstuk» ingevoegd: vwo en havo.

3. Het vierde lid komt te luiden:

  • 4. Het profielwerkstuk vmbo heeft betrekking op een thema uit het profiel waarin de leerling onderwijs volgt.

E

Artikel 9 wordt gewijzigd als volgt:

1. In het eerste lid, onderdeel f, wordt na «vrijgesteld van het profielwerkstuk» ingevoegd: vwo of havo.

2. Het eerste lid, onderdeel g, komt te luiden:

  • g. vrijgesteld van het profielwerkstuk vmbo, indien reeds eerder een profielwerkstuk vmbo is gemaakt dat betrekking heeft op een thema uit dat profiel, en dat is beoordeeld als «voldoende» of «goed».

F

In artikel 14, derde lid, wordt «sectorwerkstuk» vervangen door: profielwerkstuk vmbo.

G

Artikel 24 wordt gewijzigd als volgt:

1. In het eerste lid wordt, onder verlettering van onderdeel c tot onderdeel d, na onderdeel b een onderdeel ingevoegd, luidende:

  • c. hij voor geen van de onderdelen, genoemd in het derde of vierde lid, lager dan het eindcijfer 4 heeft behaald;

2. In het eerste lid, onderdeel d (nieuw) wordt «sectorwerkstuk» vervangen door: profielwerkstuk.

3. Onder vernummering van het derde en vierde lid tot zesde en zevende lid, wordt het tweede lid vervangen door vier leden, luidende:

  • 2. Bij de uitslagbepaling volgens het eerste lid, onderdeel b, wordt in de theoretische leerweg het eindcijfer van een profielvak of beroepsgericht keuzevak behorende tot het eindexamen van de gemengde leerweg als bedoeld in artikel 17 van het Eindexamenbesluit VO BES niet betrokken, tenzij deze vakken samen tenminste een volledig beroepsgericht programma als bedoeld in artikel 17, eerste lid, onderdeel d, van dat besluit vormen. In dat geval is het vierde lid van overeenkomstige toepassing.

  • 3. Bij de uitslagbepaling volgens het eerste lid, onderdeel b, wordt in de basisberoepsgerichte leerweg en de kaderberoepsgerichte leerweg het gemiddelde van de eindcijfers van alle beroepsgerichte keuzevakken aangemerkt als het eindcijfer van één vak.

  • 4. Bij de uitslagbepaling volgens het eerste lid, onderdeel b, wordt in de gemengde leerweg het gemiddelde van de eindcijfers van het profielvak en alle beroepsgerichte keuzevakken aangemerkt als het eindcijfer van één vak, met dien verstande dat het eindcijfer voor het profielvak daarbij net zo vaak meetelt als het aantal eindcijfers van beroepsgerichte keuzevakken dat in de berekening wordt betrokken.

  • 5. Het eindcijfer, bedoeld in het derde en vierde lid, wordt bepaald als het rekenkundig gemiddelde van de eindcijfers van de samenstellende onderdelen. Indien de uitkomst van deze berekening niet een geheel getal is, wordt dat getal indien het eerste cijfer achter de komma een 4 of lager is, naar beneden afgerond en indien dat cijfer een 5 of hoger is, naar boven afgerond.

H

Artikel 28 wordt gewijzigd als volgt:

1. In het eerste lid, onderdeel b, en tweede lid, onderdeel b, wordt «profielwerkstuk» vervangen door: profielwerkstuk vwo of havo.

2. Het eerste lid onderdeel c, komt te luiden:

  • c. het thema en de beoordeling van het profielwerkstuk vmbo,.

3. In het tweede lid, onderdeel b, wordt «profielwerkstuk» vervangen door: profielwerkstuk vwo of havo.

4. Het tweede lid, onderdeel c, komt te luiden:

  • c. het thema en de beoordeling van het profielwerkstuk vmbo,.

5. In het derde lid vervalt de tweede volzin.

I

Artikel 28a wordt gewijzigd als volgt:

1. In de aanhef van het derde lid vervalt «of gemengde leerweg».

2. In het derde lid, onderdeel a, onder 1°, wordt «de vakken van het sectordeel» vervangen door: de algemene vakken van het profieldeel.

3. In het derde lid, onderdeel b, vervalt «heeft behaald» en wordt «sectorwerkstuk» vervangen door: profielwerkstuk.

4. In het vierde lid, onderdeel a, onder 1°, wordt «de twee algemene vakken uit het sectordeel» vervangen door: het profielvak en de twee algemene vakken van het profieldeel.

5. Het vierde lid, onderdeel a, onder 2°, komt te luiden:

  • 2°. het eindcijfer berekend op grond van artikel 24, derde lid,.

6. In het vierde lid, onderdeel b, vervalt «heeft behaald».

7. Er wordt een lid toegevoegd, luidende:

  • 5. Een kandidaat is geslaagd voor het staatsexamen vmbo gemengde leerweg met toekenning van het judicium cum laude indien zijn examen voldoet aan de volgende voorschriften:

    • a. ten minste het gemiddelde eindcijfer 8,0, berekend op basis van de eindcijfers voor:

      • 1°. de rekentoets, de vakken Nederlandse taal, Engelse taal en maatschappijleer, en de algemene vakken van het profieldeel, en

      • 2°. het algemene vak uit het vrije deel of het eindcijfer berekend op grond van artikel 24, vierde lid, en

    • b. ten minste het eindcijfer 6 of ten minste de kwalificatie «voldoende» voor de rekentoets, het profielwerkstuk en alle vakken die meetellen bij de uitslagbepaling op grond van artikel 24.

J

Artikel 29 wordt gewijzigd als volgt:

1. In het eerste lid, onderdeel b, wordt na «profielwerkstuk» ingevoegd: vwo of havo.

2. Het eerste lid, onderdeel c, komt te luiden:

  • c. het thema en de beoordeling van het profielwerkstuk vmbo, en.

3. Het tweede lid, onderdelen a en b, worden vervangen door drie onderdelen, luidende:

  • a. het vak of de vakken waarvoor de kandidaat een eindcijfer 6 of meer heeft behaald,

  • b. het vak of de vakken en het onderwerp of de titel van het profielwerkstuk vwo of havo, en

  • c. het thema en de beoordeling van het profielwerkstuk vmbo, voor zover beoordeeld met «goed» of «voldoende».

K

Artikel 32 wordt gewijzigd als volgt:

1. In het eerste lid, onderdeel c, tweede lid, onderdeel d, en derde lid, onderdeel c, wordt na «profielwerkstuk» ingevoegd: vwo of havo.

2. Het eerste lid, onderdeel d, komt te luiden:

  • d. de beoordeling en het thema van het profielwerkstuk vmbo;.

3. Het tweede lid, onderdeel e, komt te luiden:

  • e. de beoordeling en het thema van het profielwerkstuk vmbo;.

4. Het derde lid, onderdeel d, komt te luiden:

  • d. de beoordeling en het thema van het profielwerkstuk vmbo;.

ARTIKEL VII. WIJZIGING BESLUIT GEBRUIK PERSOONSGEBONDEN NUMMERS WVO

Artikel 7, eerste lid, onderdeel g, van het Besluit gebruik persoonsgebonden nummers WVO komt te luiden:

  • g. de leerweg of het profiel;.

ARTIKEL VIII. WIJZIGING BESLUIT INBURGERING

Artikel 6.2, eerste lid, onderdeel e, van het Besluit inburgering komt te luiden:

  • e. het College voor toetsen en examens, genoemd in artikel 2, eerste lid, van de Wet College voor toetsen en examens;.

ARTIKEL IX. WIJZIGING BESLUIT SAMENWERKING VO-BVE

Artikel 2, derde lid, van het Besluit samenwerking VO-BVE wordt gewijzigd als volgt:

1. In onderdeel b wordt «sectoren» vervangen door: profielen.

2. De onderdelen c en d komen te luiden:

  • c. indien het betreft een school voor voorbereidend beroepsonderwijs, dient op de eigen school het onderwijs te worden verzorgd in ten minste één van de profielen bedoeld in artikel 10b, derde lid, van de WVO;

  • d. indien het betreft onderwijs in de gemengde leerweg als bedoeld in artikel 10d van de WVO aan een school voor middelbaar algemeen voortgezet onderwijs of aan een school voor voorbereidend beroepsonderwijs, dient op de eigen school het onderwijs te worden verzorgd in ten minste één van de profielen bedoeld in het derde lid van dat artikel.

ARTIKEL X. WIJZIGING BESLUIT ZIJ-INSTROOM LERAREN PRIMAIR EN VOORTGEZET ONDERWIJS

In artikel 2 van het Besluit zij-instroom leraren primair en voortgezet onderwijs worden de onderdelen a tot en met f vervangen door vier onderdelen, luidende:

  • a. bouwen, wonen en interieur;

  • b. produceren, installeren en energie;

  • c. mobiliteit en transport; en

  • d. horeca, bakkerij en recreatie.

ARTIKEL XI. WIJZIGING EXAMEN- EN KWALIFICATIEBESLUIT BEROEPSOPLEIDINGEN WEB

In het opschrift van artikel 6 van het Examen- en kwalificatiebesluit beroepsopleidingen WEB wordt «College voor examens» vervangen door: College voor toetsen en examens.

ARTIKEL XII. WIJZIGING FORMATIEBESLUIT WVO

In artikel 6, vijfde lid, van het Formatiebesluit WVO wordt «een afdeling voor voorbereidend beroepsonderwijs» vervangen door: een profiel aan een school voor voorbereidend beroepsonderwijs.

ARTIKEL XIII. WIJZIGING STAATSEXAMENBESLUIT NEDERLANDS ALS TWEEDE TAAL

Het Staatsexamenbesluit Nederlands als tweede taal wordt gewijzigd als volgt:

A

In artikel 1 wordt de begripsbepaling «College voor examens» vervangen door:

«College voor toetsen en examens»:

College voor toetsen en examens, genoemd in artikel 2, eerste lid, van de Wet College voor toetsen en examens,.

B

In de artikelen 4, 6, 9, 10, 12 tot en met 14 en 16 tot en met 21 wordt telkens «College voor examens» vervangen door: College voor toetsen en examens.

ARTIKEL XIV. WIJZIGING STAATSEXAMENBESLUIT NEDERLANDS ALS VREEMDE TAAL BES

Het Staatsexamenbesluit Nederlands als vreemde taal BES wordt gewijzigd als volgt:

A

In artikel 1 wordt de begripsbepaling «College voor examens» vervangen door:

«College voor toetsen en examens»:

College voor toetsen en examens, genoemd in artikel 2, eerste lid, van de Wet College voor toetsen en examens,.

B

In de artikelen 3, 5, 8, 9, 11 tot en met 13 en 15 tot en met 20 wordt telkens «College voor examens» vervangen door: College voor toetsen en examens.

ARTIKEL XV. WIJZIGING BESLUIT VAN 29 MEI 2008 (STB. 2008, 298)

Het Besluit van 29 mei 2008, houdende wijziging van enkele besluiten in verband met de modernisering, vereenvoudiging en beperking van de wettelijke regels over de voorzieningenplanning bij scholen in het voortgezet onderwijs alsmede enkele andere wijzigingen (Stb. 2008, 298) wordt ingetrokken.

ARTIKEL XVI. WIJZIGING BESLUIT VAN 19 AUGUSTUS 2010 (STB. 2010, 332)

Het Besluit van 19 augustus 2010 tot wijziging van het Besluit staatsexamens vwo-havo-mavo 2000 en het Eindexamenbesluit v.w.o.-h.a.v.o.-m.a.v.o.-v.b.o. in verband met aanscherping van de slaag/zakregeling in het voortgezet onderwijs (Stb. 2010, 332) wordt ingetrokken.

ARTIKEL XVII. WIJZIGING BESLUIT VAN 23 APRIL 2012 (STB. 2012, 217)

Het Besluit van 23 april 2012 tot wijziging van het Eindexamenbesluit VO, het Staatsexamenbesluit VO en het Examen- en kwalificatiebesluit beroepsopleidingen WEB in verband met examinering referentieniveaus Nederlandse taal en rekenen VO en mbo 2 en 3 en aanpassing examineringsvoorschriften voor mbo in verband met de beroepsgerichte kwalificatiestructuur (Stb. 2012, 217) wordt ingetrokken.

ARTIKEL XVIII. INWERKINGTREDING

Dit besluit treedt in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip en kan terugwerken tot en met een in dat besluit te bepalen tijdstip.

Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.histnoot

Wassenaar, 22 april 2016

Willem-Alexander

De Staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, S. Dekker

Uitgegeven de achttiende mei 2016

De Minister van Veiligheid en Justitie, G.A. van der Steur

NOTA VAN TOELICHTING

I. Algemeen deel

De regels in dit besluit gelden ook voor het voortgezet onderwijs op het gebied van landbouw, natuurlijke omgeving en voedsel. Het besluit en deze nota van toelichting zijn in overeenstemming met mijn ambtgenoot van Economische Zaken tot stand gekomen.

Inleiding

De Wet van 10 februari 2016 houdende wijziging van de Wet op het voortgezet onderwijs, de Wet voortgezet onderwijs BES en enkele aanverwante wetten in verband met het invoeren van profielen in het voorbereidend beroepsonderwijs en het middelbaar algemeen voortgezet onderwijs, alsmede de actualisatie en flexibilisering van het beroepsgerichte deel van de examenprogramma’s in het voorbereidend beroepsonderwijs (Stb. 2016, 88; hierna: Wet profielen vmbo) bepaalt dat het voorbereidend middelbaar beroepsonderwijs (vmbo) wordt ingericht volgens profielen. Deze profielen komen in de plaats van de huidige sectoren, afdelingsvakken en intra- en intersectorale programma’s. Een profiel bestaat uit een breed profielvak, aanvullende beroepsgerichte keuzevakken en twee algemeen vormende vakken die het profielvak ondersteunen.

Met ingang van schooljaar 2016–2017 voeren scholen voor voorbereidend beroepsonderwijs (vbo) en scholen voor middelbaar algemeen voortgezet onderwijs (mavo) de nieuwe profielstructuur in voor de leerlingen in het derde leerjaar. Op grond van de wet (artikel 118aa van de WVO en artikel 214d van de WVO BES) kunnen scholen er ook voor kiezen om de nieuwe structuur een jaar later in te voeren, met ingang van schooljaar 2017–2018. Op de leerlingen die in schooljaar 2016–2017 in het derde leerjaar zitten, blijven dan de oude regels ten aanzien van afdelingen en intra- en intersectorale programma’s in het vmbo van toepassing. Ook kunnen scholen een deel van hun vmbo-afdelingen in 2016–2017 en de overige vmbo-afdelingen in 2017–2018 overzetten naar de nieuwe profielstructuur.

Dit wijzigingsbesluit geeft een nadere invulling aan de Wet profielen vmbo. Het besluit wijzigt daarvoor in de eerste plaats de gehanteerde terminologie van afdelingen en sectoren in profielen, in onder andere het Inrichtingsbesluit WVO, het Eindexamenbesluit VO en het Staatsexamenbesluit VO. Verder stelt dit besluit de profielvakken vast en de voorwaarden die gesteld worden aan nieuw ontwikkelde beroepsgerichte keuzevakken.

Het besluit stelt verder de wijze van examinering (via een centraal schriftelijk praktisch examen en/of via een schoolexamen) vast en ook de uitslagbepaling (de bepaling of een leerling is geslaagd of gezakt). Ten slotte werkt dit besluit een nadere voorwaarde voor het onderwijsaanbod aan een agrarisch opleidingscentrum uit.

Aanleiding

Het vmbo bereidt zijn leerlingen voor op een vervolgopleiding in met name het middelbaar beroepsonderwijs (mbo). Een belangrijk onderdeel van het curriculum is dan ook de voorbereiding op het aansluitende beroepsonderwijs en tevens een relevante oriëntatie op de (regionale) arbeidsmarkt.

De oude beroepsgerichte examenprogramma’s (met uitzondering van de intersectorale programma’s die in 2007 aan het aanbod zijn toegevoegd) zijn ruim 15 jaar oud en zijn toe aan herziening en actualisatie. De verscheidenheid aan beroepsgerichte vakken (circa 35) in combinatie met de verschillende leerwegen in het vmbo sluit niet meer goed aan bij de huidige onderwijsbehoefte, wat de herkenbaarheid van het vmbo niet ten goede komt. Bovendien is de aansluiting op de domeinen en kwalificaties in het mbo in de huidige situatie niet duidelijk.

Ook speelt dat vmbo-scholen te maken hebben met dalende leerlingenaantallen, waardoor het steeds lastiger wordt om de grote verscheidenheid van het beroepsgerichte aanbod van circa 35 afdelingen en programma’s in stand te houden. Ten slotte zijn scholen met de huidige vaste structuur van afdelingen en intra- en intersectorale programma’s niet flexibel genoeg om snel in te kunnen springen op een veranderende vraag van het vervolgonderwijs en de arbeidsmarkt, alsook om echt maatwerk aan leerlingen te kunnen bieden.

In 2009 heeft de Stichting Platforms Vmbo (SPV) in een advies aan de ministeries van OCW en LNV namens middenmanagement en docenten van vmbo-scholen de behoefte aan een nieuw kader verwoord om de herkenbaarheid, de organiseerbaarheid en de aansluiting bij het vervolgonderwijs en de actuele beroepspraktijk van het vmbo te verbeteren.1 In 2010 is er een vernieuwingstraject gestart om dit kader vorm te geven. Dit heeft zijn weerslag gevonden in de Wet profielen vmbo. De herkenbaarheid van het vmbo verbetert met de beperking van het aantal profielen tot tien. Bovendien sluiten deze profielen overzichtelijk aan op de domeinen in het mbo.

De organiseerbaarheid verbetert doordat de nieuwe beroepsgerichte programma’s binnen een profiel bestaan uit een combinatie van een breed, herkenbaar profielvak en – qua omvang kleinere – specifieke, verbredende of verdiepende beroepsgerichte keuzevakken. De brede profielvakken zorgen ervoor dat scholen aan grotere groepen leerlingen tegelijk het profielvak kunnen geven. De beroepsgerichte keuzevakken kunnen juist flexibel ingezet worden doordat ze – vanwege hun kleinere omvang, namelijk een kwart van het profielvak – maar voor een kortere periode aangeboden hoeven te worden. Bovendien kunnen beroepsgerichte keuzevakken gevolgd worden door leerlingen van verschillende profielen. Op die manier kunnen scholen ook bij de beroepsgerichte keuzevakken aan voldoende leerlingen onderwijs bieden, terwijl leerlingen tegelijkertijd keuzemogelijkheden behouden.

Vooral de beroepsgerichte keuzevakken zorgen voor flexibiliteit in het nieuwe systeem van profielen. Leerlingen kunnen binnen het beroepsgerichte programma van een profiel beroepsgerichte keuzevakken kiezen die het gekozen profielvak verder verdiepen of juist verbreden. Ook bestaat de mogelijkheid voor leerlingen om zich te oriënteren op verschillende mogelijkheden in het vervolgonderwijs en op de arbeidsmarkt door eerst oriënterende beroepsgerichte keuzevakken te volgen en daarna een definitieve keuze voor een profiel te maken.

De beroepsgerichte keuzevakken bieden ook de nodige flexibiliteit ten gunste van de aansluiting op het regionale vervolgonderwijs en arbeidsmarkt. Het aanbod van beroepsgerichte keuzevakken is niet licentie-gebonden. Vmbo-scholen kunnen samen met vervolgonderwijs en regionale arbeidsmarktpartijen nieuwe beroepsgerichte keuzevakken ontwikkelen en, via een kortlopende procedure, binnen een jaar daadwerkelijk aanbieden aan hun leerlingen. Met deze beroepsgerichte keuzevakken ontstaan allerlei mogelijkheden voor specifieke leerlinggerichte en regionaal ingekleurde maatwerktrajecten. Dit biedt tevens mogelijkheden om in tijden van krimp een divers onderwijsaanbod in stand te houden.

De gevolgen van dit besluit worden gemonitord en geëvalueerd in het kader van de monitoring en evaluatie van de implementatie van het wetsvoorstel profielen vmbo.2

Hoofdlijnen van het wijzigingsbesluit

Hoofdstuk 1 gaat in op de profielvakken en de beroepsgerichte keuzevakken. Hoofdstuk 2 beschrijft de wijze van examinering van de beroepsgerichte programma’s (profielvak en beroepsgerichte keuzevakken samen) en de samenstelling van de combinatiecijfers voor de verschillende leerwegen (in die gevallen waarin de eindcijfers van relatief kleine vakken onevenredig mee zouden wegen in de uitslagbepaling zijn combinatiecijfers voor deze eindcijfers bepaald). Hoofdstuk 3 geeft een nadere voorwaarde weer die gesteld wordt aan het onderwijsaanbod aan agrarische opleidingscentra. Hoofdstuk 4, ten slotte, geeft aan wat de gevolgen zijn van dit wijzigingsbesluit voor de uitvoering, de handhaafbaarheid en de administratieve lasten.

1. Profielvakken en beroepsgerichte keuzevakken

In de volgende paragrafen wordt achtereenvolgens ingegaan op de vaststelling van de profielvakken, de voorwaarden die aan de beroepsgerichte keuzevakken worden gesteld en het proces van aanmelding, ontwikkeling en kwaliteitskeuring van deze vakken.

1.1. Vaststelling profielvakken

Dit besluit stelt de profielvakken vast. Profielvakken zijn brede beroepsgerichte vakken, die zijn voortgekomen uit de combinatie en het herontwerp van de huidige bestaande afdelingsvakken, intra- en intersectorale programma’s. De profielvakken dragen dezelfde naam als het profiel waartoe zij behoren. Er zijn tien profielvakken, te weten:

  • bouwen, wonen en interieur;

  • produceren, installeren en energie;

  • mobiliteit en transport;

  • media, vormgeving en ICT;

  • maritiem en techniek;

  • zorg en welzijn;

  • economie en ondernemen;

  • horeca, bakkerij en recreatie;

  • groen; en

  • dienstverlening en producten.

Het profiel is breder dan het profielvak, omdat het ook twee algemeen vormende vakken omvat, die het beroepsgerichte profielvak vanuit een theoretisch perspectief ondersteunen. Te denken valt aan vakken als wiskunde of biologie.

De profielvakken bestaan in de basis- en de kaderberoepsgerichte leerweg uit vier modules en in de gemengde leerweg uit twee modules. Ze worden in alle drie de leerwegen afgesloten met één ondeelbaar centraal schriftelijk en praktisch examen (cspe). Scholen zijn daarnaast vrij om ook een schoolexamen over het profielvak af te nemen. De resultaten daarvan moeten, net als bij de overige vakken in het voortgezet onderwijs het geval is, uiterlijk drie (werk)dagen voor aanvang van het eerste tijdvak van het centraal examen aan DUO zijn aangeleverd.

De examenprogramma’s voor de profielvakken worden – net als de examenprogramma’s voor de algemeen vormende vakken – opgenomen in de Regeling examenprogramma’s voortgezet onderwijs. Alle examenprogramma’s die in die regeling zijn opgenomen, worden nader toegelicht en uitgewerkt in syllabi. De syllabi ondersteunen leraren bij het voorbereiden van examenkandidaten op de centrale examens, waar ook de cspe’s toe behoren. De syllabi worden door het College voor Toetsen en Examens (CvTE) bij regeling vastgesteld. De syllabi, alsook de specifieke examenprogramma’s, zijn ook te vinden op de betreffende examen- en vakpagina's op www.examenblad.nl.

1.2. Beroepsgerichte keuzevakken

Beroepsgerichte keuzevakken zijn beroepsgerichte vakken met een omvang die overeenkomt met circa een kwart van de omvang van een profielvak. De beroepsgerichte keuzevakken vullen het profielvak aan tot een volwaardig beroepsgericht programma. In de beroepsgerichte leerwegen volgen leerlingen minimaal vier beroepsgerichte keuzevakken en in de gemengde leerweg twee. Leerlingen kunnen ook één of meerdere profielmodules uit een ander profiel dan het eigen profiel, als beroepsgericht(e) keuzevak(ken) kiezen. In de theoretische leerweg kunnen leerlingen ook een beroepsgericht programma als extra vak kiezen. Ook kan een deel van dit programma worden gevolgd. Bijvoorbeeld: één of twee beroepsgerichte keuzevakken of een profielvak.

De reeds centraal ontwikkelde beroepsgerichte keuzevakken worden vastgesteld bij ministeriële regeling. De SLO ontwikkelt bij elk profiel een handreiking. In de handreikingen worden voorbeelden gegeven hoe met enkele (clusters van) beroepsgerichte keuzevakken gewerkt kan worden en welke mogelijkheden dit biedt. De voorbeelden zijn reële, uit de onderwijspraktijk afkomstige uitwerkingen van beroepsgerichte keuzevakken. De handreikingen kunnen leraren helpen bij de vraag hoe ze de vakken kunnen concretiseren in onderwijs. De handreikingen schrijven niet dwingend voor, maar zijn bedoeld om leraren ideeën aan te reiken.

Een belangrijk doel van de nieuwe profielstructuur is dat scholen met de ontwikkeling van nieuwe beroepsgerichte keuzevakken hun onderwijs sneller kunnen aanpassen aan een veranderende omgeving. Daarom is er voor de ontwikkeling en goedkeuring van nieuwe beroepsgerichte keuzevakken een apart systeem van kwaliteitsborging in het leven geroepen. Dit besluit bevat op hoofdlijnen de voorwaarden die aan nieuwe beroepsgerichte keuzevakken worden gesteld en bepaalt ook op hoofdlijnen het proces van kwaliteitskeuring voor de ontwikkeling, goedkeuring en vaststelling van nieuwe beroepsgerichte keuzevakken.

Algemene voorwaarden die gesteld worden aan nieuw ontwikkelde beroepsgerichte keuzevakken betreffen de aard, omvang, opbouw en uniciteit van de leerstof. De algemene voorwaarden worden nog nader uitgewerkt bij ministeriële regeling. De algemene voorwaarden en de uitwerkingen daarvan zijn tot stand gekomen in onderlinge afstemming met vmbo- en mbo-docenten, opleidingsmanagers, bedrijfsleven, de Stichting leerplanontwikkeling (SLO) en de Stichting platforms vmbo (SPV).

Dit besluit regelt ook dat een beroepsgericht keuzevak altijd ontwikkeld moet zijn in samenwerking met een mbo-opleiding en (een) regionale arbeidsmarktpartij(en). Tevens regelt het dat het bevoegd gezag van een school de medezeggenschapsraad vooraf over het voornemen om een nieuw beroepsgericht keuzevak te gaan ontwikkelen geïnformeerd moet hebben.

Het proces van kwaliteitskeuring van beroepsgerichte keuzevakken bestaat uit twee stappen: een korte melding van het voornemen tot ontwikkeling van een beroepsgericht keuzevak, en een wat uitgebreidere aanvraag tot goedkeuring van een ontwikkeld beroepsgericht keuzevak. Om scholen bij deze stappen te ondersteunen, zal bij ministeriële regeling een beknopt formulier vastgesteld worden voor beide stappen.

Scholen zijn verplicht het voornemen tot het ontwikkelen van een nieuw beroepsgericht keuzevak aan de minister te melden. De melding heeft tot doel te bepalen of een nieuw te ontwikkelen beroepsgericht keuzevak niet onverhoopt al bestaat of al door een andere partij wordt ontwikkeld. Na de melding zal de minister een advies uitbrengen over de daadwerkelijke ontwikkeling van het vak. Als de school naar aanleiding van dat advies besluit de ontwikkeling door te zetten, dan kan de school, nadat het vak daadwerkelijk is ontwikkeld, een aanvraag doen tot goedkeuring van het nieuwe beroepsgerichte keuzevak.

Bij de goedkeuring spelen uiteraard de eerder genoemde voorwaarden en de manier waarop die worden uitgewerkt in een ministeriële regeling een rol. De minister laat zich bij de goedkeuring van nieuw ontwikkelde beroepsgerichte keuzevakken adviseren door een onafhankelijke adviescommissie. Vooralsnog wordt de commissie samengesteld uit deskundigen van de SLO, de SPV en de Stichting beroepsonderwijs bedrijfsleven (SBB). Deze deskundigen toetsen het nieuw ontwikkelde beroepsgerichte keuzevak aan de gestelde voorwaarden. SLO brengt hierbij expertise in op het gebied van de voorwaarden, de SPV is deskundig op het gebied van de relevante vakkennis in kwestie en de SBB is expert op het gebied van de aansluiting tussen onderwijs en bedrijfsleven en kent de regionale arbeidsmarkt. Als de examenprogramma’s zijn goedgekeurd, worden ze vastgesteld bij ministeriële regeling. Alle examenprogramma’s van beroepsgerichte keuzevakken worden in een bijlage bij deze regeling opgenomen.

Zoals gezegd, moeten scholen in staat worden gesteld om hun onderwijs snel te kunnen aanpassen aan een veranderende omgeving. Het gaat hierbij niet alleen om de aansluiting op het vervolgonderwijs en de regionale arbeidsmarkt, maar ook om het inspelen op de behoeften van leerlingen. De procedure om een nieuw beroepsgericht keuzevak vast te laten stellen wordt daarom zodanig ingericht dat scholen binnen een jaar één of meerdere nieuwe beroepsgerichte keuzevakken kunnen aanbieden die kwalitatief aan de maat zijn. Een nadere uitwerking van het proces van deze jaarlijkse cyclus van kwaliteitskeuring vindt plaats bij ministeriële regeling.

Scholen moeten voldoende beroepsgerichte keuzevakken aanbieden aan leerlingen. Met de term «voldoende» wordt bedoeld dat er voor de leerlingen daadwerkelijk iets te kiezen moet zijn.

2. Beroepsgericht programma

Net als in de huidige situatie omvat het examenprogramma van leerlingen in de beroepsgerichte leerwegen en de gemengde leerweg van het vmbo een beroepsgericht programma. Dit beroepsgerichte programma bestaat voortaan uit een profielvak en beroepsgerichte keuzevakken, in plaats van het huidige ene afdelingsvak, intra- of intersectorale programma.

2.1 Examinering beroepsgericht programma

Dit besluit regelt dat binnen het beroepsgerichte programma uitsluitend het profielvak wordt afgerond met een centraal schriftelijk en praktisch examen (cspe). De school is vrij om – indien gewenst – ook over het profielvak één of meerdere schoolexamen(s) af te nemen.

De beroepsgerichte keuzevakken worden uitsluitend via schoolexamens geëxamineerd. Dit bevordert de flexibiliteit van het systeem. Vakvernieuwing van vakken waarvoor centrale examens moeten worden ontwikkeld, vraagt immers een langere doorlooptijd. Het schoolexamen vmbo in de gemengde en de theoretische leerweg omvat voortaan een profielwerkstuk in plaats van een sectorwerkstuk. Dit betreft geen inhoudelijke wijziging.

Binnen de nieuwe flexibele profielstructuur is het niet altijd logisch om binnen het beroepsgerichte programma eerst de schoolexamens over de beroepsgerichte keuzevakken af te nemen en pas daarna het cspe over het profielvak. De nieuwe profielvakken zijn immers breder van opzet dan de afdelingsvakken en zelfs breder dan de intra- en intersectorale programma’s. Het past in sommige gevallen beter om eerst de brede basis (het profielvak) te examineren en pas daarna de vakken waarmee de leerling zich wil specialiseren (de beroepsgerichte keuzevakken).

In de Wet profielen vmbo is er daarom voor gekozen om het profielvak en de beroepsgerichte keuzevakken, die samen het beroepsgerichte programma vormen, toch als aparte vakken te beschouwen. Hiermee wordt het mogelijk om de volgorde van examinering los te laten. De beroepsgerichte keuzevakken kunnen voorafgaand aan het profielvak worden afgesloten, maar ook daarna, of deels ervoor en deels erna. Het is belangrijk te benadrukken dat dit besluit geen invloed heeft op de volgorde van examinering in de overige vakken binnen het voortgezet onderwijs.

2.2. Uitslagbepalingen verschillende leerwegen

Net als in het havo en vwo al langer het geval is, is er voor elke leerweg van het vmbo bepaald dat de eindcijfers voor kleine vakken worden gecombineerd tot één combinatiecijfer, zodat deze vakken op een evenredige wijze met de eindcijfers voor grotere vakken meewegen in de uitslagbepaling. In de basis- en de kaderberoepsgerichte leerweg worden de eindcijfers voor de vier (of naar keuze meer) gevolgde beroepsgerichte keuzevakken gecombineerd. Dit combinatiecijfer telt als één eindcijfer mee in de uitslagbepaling. Ook het eindcijfer voor het profielvak telt in deze leerwegen één keer mee in de uitslagbepaling. Zo wordt het beste aangesloten aan bij de oude uitslagbepaling, waar het beroepsgerichte programma (afdelingsvak, intra- of intersectoraal programma) in de basis- en kaderberoepsgerichte leerweg als twee eindcijfers meetelde.

In de gemengde leerweg kent het profielvak een beperktere omvang dan in de basis- en de kaderberoepsgerichte leerweg en volgen leerlingen minimaal twee beroepsgerichte keuzevakken. In de gemengde leerweg worden het eindcijfer voor het profielvak en de eindcijfers voor de beroepsgerichte keuzevakken voor de uitslagregeling gecombineerd. Het profielvak bepaalt daarbij altijd de helft van het combinatiecijfer. Dit combinatiecijfer telt als één eindcijfer mee in de uitslagbepaling, net als in de oude situatie, waar het eindcijfer voor het beroepsgerichte programma (afdelingsvak, intra- of intersectoraal programma) in de gemengde leerweg als één eindcijfer meetelde in de uitslagbepaling.

In de theoretische leerweg tellen extra beroepsgerichte vakken alleen mee in de uitslagbepaling als die vakken samen een beroepsgericht programma in de gemengde leerweg vormen. De eventueel extra gevolgde vakken, zoals bijvoorbeeld één of twee beroepsgerichte keuzevakken of één profielvak, worden, als ze geen volledig beroepsgericht programma uit de gemengde leerweg vormen, wel met een eindcijfer vermeld op de cijferlijst bij het diploma, maar tellen dus niet mee in de uitslagbepaling. Ook in die gevallen waarin de definitieve uitslag niet heeft geleid tot een diploma, ontvangt de leerling een cijferlijst.

3. Nadere voorwaarde onderwijsaanbod agrarische opleidingscentra

Agrarische opleidingscentra (aoc’s) zijn instellingen die voortgezet onderwijs en middelbaar beroepsonderwijs op het terrein van landbouw, natuurlijke omgeving en voedsel verzorgen. Op grond van de Wet profielen vmbo omvat het onderwijs aan een aoc wat betreft het voortgezet onderwijs (uitsluitend) het aanbod van voorbereidend beroepsonderwijs in het profiel Groen. Daarnaast mogen aoc’s onder voorwaarden het profiel Dienstverlening en producten aanbieden. De wet bepaalt dat aoc’s daarover afspraken dienen te maken in een regionaal plan onderwijsvoorzieningen (RPO). Dit besluit stelt als aanvullende voorwaarde voor het aanbod van het profiel Dienstverlening en producten dat aoc’s dit profiel in een groene context aanbieden. Deze voorwaarde houdt verband met de wettelijke beperking dat aoc’s uitsluitend «landbouwonderwijs» mogen verzorgen. Gelet op de wettelijke beperkingen hebben aoc’s geen andere mogelijkheden tot uitbreiding van hun onderwijsaanbod in de beroepsgerichte leerwegen van het vmbo.

Wel kunnen aoc’s die deel uitmaken van een scholengemeenschap, waarvan ook een school voor mavo deel uitmaakt, het profiel Groen en (door middel van RPO-afspraken) eventueel het profiel Dienstverlening en producten ook in de gemengde leerweg aanbieden op vestigingen van het aoc die hun leerlingen ten minste deels uit hetzelfde voedingsgebied betrekken als de betreffende school voor mavo. Aoc’s die met een school voor mavo een samenwerkingsovereenkomst hebben gesloten met betrekking tot de uitwisseling van expertise, de leerlingenbegeleiding en de examinering kunnen in een RPO eveneens afspraken maken over het aanbieden van het profiel Groen en het profiel Dienstverlening en producten in de gemengde leerweg.

Het cspe van het profielvak Dienstverlening en producten omvat dezelfde inhoud voor alle leerlingen, dus ook voor leerlingen van een aoc. Het kan onderdelen bevatten die in verschillende contexten worden afgenomen. Dit is voor aoc’s (en vmbo-scholen) geen belemmering om hun leerlingen met het profiel Dienstverlening en producten goed voor te bereiden op het cspe in dit profielvak.

4. Caribisch Nederland

Zoals in de memorie van toelichting bij het wetsvoorstel profielen vmbo al is vermeld, krijgt alleen het voortgezet onderwijs op Bonaire (aan de Scholengemeenschap Bonaire) te maken met de invoering van profielen. Op Saba en Sint Eustatius is het Tijdelijk besluit Saba Comprehensive School en Gwendoline van Puttenschool BES van toepassing. Op deze eilanden worden Engelstalige onderwijs- en examenprogramma’s verzorgd. Het onderhavige besluit is dan ook niet op deze eilanden van toepassing.

De Scholengemeenschap Bonaire (SGB) heeft – via de gebruikelijke consultatie bij nieuwe wetgeving – aan de Rijksdienst Caribisch Nederland/OCW laten weten dat zij zich al aan het voorbereiden is op de invoering van de profielen. Voor de SGB is de invoering van de profielen in het vmbo een extra belasting bovenop de lopende verbetertrajecten. De docenten van de beroepsgerichte vakken hebben aangegeven dat zij behoefte hebben aan ondersteuning. De Rijksdienst Caribisch Nederland/OCW bespreekt met de SGB op welke manier deze ondersteuning kan worden georganiseerd. Inmiddels heeft de SGB, in december 2015, net als alle scholen in Europees Nederland, een éénmalige financiële bijdrage van $ 6.200 (€ 5.000) gekregen voor na- en bijscholing van haar vmbo-leraren.

De SGB kan, evenals de scholen in Europees Nederland, gebruik maken van de overgangsbepalingen. Dit betekent dat het schoolbestuur kan besluiten om de profielen een jaar later, in schooljaar 2017–2018, in te voeren in het derde leerjaar van het vmbo. De verwachting is dat dit – met de nodige ondersteuning – haalbaar zal zijn.

5. Uitvoeringsgevolgen en handhaafbaarheid

Een ontwerp van dit wijzigingsbesluit is voorgelegd aan de Dienst Uitvoering Onderwijs (DUO), de Inspectie van het Onderwijs en de Accountantsdienst Rijk voor een beoordeling van de uitvoeringsgevolgen en een inschatting van de handhaafbaarheid. Naar aanleiding van de ontvangen opmerkingen is het besluit op diverse punten aangepast. Daarmee is geoordeeld dat het besluit uitvoerbaar en handhaafbaar is.

Met de aanpassingen in de systemen en processen van DUO is al een aanvang gemaakt voor de uitvoeringstoets over het wetsvoorstel.

6. Administratieve lasten en financiële gevolgen

De memorie van toelichting bij het wetsvoorstel profielen vmbo gaat al in op de administratieve lasten voor de registratie van de profielvakken en de beroepsgerichte keuzevakken die leerlingen volgen. In dit besluit worden de administratieve procedures voor de melding en de aanvraag tot goedkeuring van nieuwe beroepsgerichte keuzevakken geregeld. Naar verwachting zal jaarlijks één op de twintig vmbo-scholen een nieuw beroepsgericht keuzevak ontwikkelen. De administratieve lasten voor deze scholen bestaan eruit dat ze twee keer een formulier moeten invullen. Het eerste formulier betreft het melden van het voornemen om een nieuw beroepsgericht keuzevak te ontwikkelen. Indien vervolgens daadwerkelijk een nieuw beroepsgericht keuzevak ontwikkeld wordt, dan is er een tweede formulier voor de aanvraag tot vaststelling daarvan. Gemiddeld genomen zullen scholen niet meer dan anderhalf uur in totaal nodig hebben voor het invullen van deze formulieren. Hiermee is een zeer beperkte stijging van de administratieve lasten gemoeid (minder dan € 1.600 per jaar in totaal, berekend op basis van een uurtarief van € 45 en 459 locaties waar vmbo-onderwijs wordt verzorgd). Overige kosten die scholen maken betreffen geen administratieve lasten, maar zijn kosten die te maken hebben met de ontwikkeling van nieuwe onderwijsinhoud en het vormgeven van een onderwijsprogramma.

Ook de financiële gevolgen van de invoering van profielen in het vmbo zijn reeds beschreven in de memorie van toelichting bij het wetsvoorstel. Er zijn slechts zeer beperkte, incidentele gevolgen voor de Rijksbegroting. Tijdelijke extra kosten die gemaakt moeten worden, omdat gedurende de transitie twee systemen naast elkaar functioneren, worden opgevangen binnen de OCW-begroting.

De afdelingsvakken, intra- en intersectorale programma’s worden – volgens inhoudelijke verwantschap – bij ministeriële regeling omgezet naar profielen. De hoogte van de bekostiging die een school per leerling ontvangt, blijft hiermee nagenoeg gelijk aan de huidige situatie. Wel kan er sprake zijn van een lichte stijging van de bekostiging doordat mogelijk relatief meer leerlingen het profiel Media, vormgeving en ICT gaan volgen. Dit programma is verwant aan het huidige afdelingsprogramma grafimedia. Voor grafimedia is op dit moment een toeslag opgenomen in de materiële bekostiging. Scholen die in schooljaar 2014–2015 het intersectorale programma ICT-route operationeel hadden en daartoe gerechtigd waren, mogen per 1 augustus 2016 ook het profiel Media, vormgeving en ICT gaan aanbieden. In 2017 kan er dus een toename zijn van het aantal scholen dat deze toeslag krijgt. De financiële gevolgen voor OCW bedragen maximaal een toename van circa € 1,4 miljoen. Naar verwachting zal dit alleen in 2017 het geval zijn, omdat het streven is om de bekostiging per 2018 te vereenvoudigen, waarbij er geen sprake meer is van deze aparte toeslag.

II. Artikelsgewijs

Artikel I, onderdeel A (artikel 1 Inrichtingsbesluit WVO)

De begripsbepaling van het begrip «profiel» is uitgebreid, nu ook de leerwegen in het vmbo ingedeeld zijn volgens profielen. Naast vwo en havo, heeft de begripsbepaling vanaf nu ook betrekking op de schoolsoorten mavo en vbo.

Het profielvak en de beroepsgerichte keuzevakken vormen samen het beroepsgerichte programma. Het profielvak is het beroepsgerichte vak dat in het derde of vierde leerjaar van het vmbo (basisberoepsgerichte, kaderberoepsgerichte en gemengde leerweg) wordt gevolgd door alle leerlingen die voor het betreffende profiel hebben gekozen. In de gemengde leerweg is het profielvak van een kleinere omvang dan in de beroepsgerichte leerwegen. Profielvakken bestaan in de beroepsgerichte leerwegen uit vier «modules», in de gemengde leerweg uit twee modules. Deze modules zijn voor leerlingen uit een ander profiel ook afzonderlijk te volgen, als beroepsgerichte keuzevakken.

Artikel I, onderdeel B (artikel 8 Inrichtingsbesluit WVO)

Met het vervallen van de afdelingen, wordt in dit artikel gesproken van aangewezen scholen of profielen. Het betreft hier de scholen die op grond van artikel 24, vijfde lid, van de wet het profiel Maritiem en techniek mogen aanbieden.

Artikel I, onderdeel C (artikel 22 Inrichtingsbesluit WVO)

Op grond van artikel 10b, zesde lid, onderdeel c, van de wet, bevat het profieldeel van de profielen die gerekend kunnen worden tot wat voorheen de sector economie was: economie en, ter keuze van de leerling, wiskunde, Franse taal of Duitse taal. Als een leerling op grond van artikel 22, eerste lid, van het Inrichtingsbesluit WVO in de eerste twee leerjaren geen onderwijs in Franse of Duitse taal heeft gevolgd, dan kan op grond van artikel 26n, tweede lid, van het Inrichtingsbesluit WVO het profieldeel aangevuld worden met een van de volgende vakken: Arabische taal, Turkse taal, Spaanse taal, maatschappijkunde, geschiedenis en staatsinrichting, of aardrijkskunde.

Artikel I, onderdeel D (artikel 26h Inrichtingsbesluit WVO)

In artikel 26h van het Inrichtingsbesluit WVO worden de profielvakken vastgesteld. Hiermee wordt invulling gegeven aan de grondslag in artikel 10b, tiende lid, onderdeel a, van de WVO. Elk van de tien profielen in de beroepsgerichte leerwegen van het vmbo kent een eigen profielvak, dat dezelfde naam heeft als het betreffende profiel. Het profielvak is maar één onderdeel van het profiel. Naast het profielvak omvat het profiel immers ook de algemene vakken en beroepsgerichte keuzevakken. De examenprogramma’s voor de profielvakken worden op grond van artikel 7 van het Eindexamenbesluit VO opgenomen in de Regeling examenprogramma’s voortgezet onderwijs.

Artikel I, onderdeel E (artikel 26i Inrichtingsbesluit WVO)

Het eerste lid van artikel 26i geeft invulling aan de grondslag in artikel 10d, tiende lid, onderdeel a, van de WVO. De profielen en profielvakken in de gemengde leerweg zijn gelijk aan die in de beroepsgerichte leerwegen (artikel 26h Inrichtingsbesluit WVO). De inhoud van het examenprogramma per profielvak is tussen de leerwegen onderling echter wel verschillend. Vanwege de geringere omvang van het beroepsgerichte examenprogramma omvatten de examenprogramma’s voor de profielvakken in de gemengde leerweg slechts twee van de vier modules waaruit de profielvakken in de beroepsgerichte leerwegen bestaan.

In het derde leerjaar volgen leerlingen in de theoretische en de gemengde leerweg onderwijs in een groter aantal vakken dan het minimale aantal vakken waarover uiteindelijk examen moet worden afgelegd (artikel 26g resp. 26i).

Het beroepsgerichte programma bestaat uit meerdere vakken. Leerlingen volgen deze onderdelen van het beroepsgerichte programma in principe verdeeld over het derde en vierde leerjaar. In de gemengde leerweg omvat het beroepsgerichte programma naast een profielvak ook twee beroepsgerichte keuzevakken. Om onduidelijkheid over het aantal te volgen vakken in het derde leerjaar te voorkomen is het beroepsgerichte programma in artikel 26i expliciet benoemd. Leerlingen in de gemengde leerweg volgen in het derde leerjaar onderwijs in twee algemene vakken meer dan dat het eindexamen ten minste omvat. Als ze in hun eerste of tweede leerjaar onderwijs in een derde moderne vreemde taal hebben gevolgd, hoeven ze in hun derde leerjaar maar één extra algemeen vak te volgen (op grond van de tweede volzin van het tweede lid).

Artikel I, onderdelen F en G (artikelen 26j, 26k en 26m Inrichtingsbesluit WVO)

Alleen beroepsgerichte keuzevakken waarvoor bij ministeriële regeling een examenprogramma is vastgesteld, kunnen meegeteld worden als onderdeel van het beroepsgerichte programma van een leerling (artikel 26j, eerste lid (nieuw)). Met ingang van 1 augustus 2016 worden bij ministeriële regeling in elk geval examenprogramma’s vastgesteld voor de beroepsgerichte keuzevakken die gedurende de pilotperiode zijn ontwikkeld door de Stichting platforms vmbo (SPV) en voor de goedgekeurde beroepsgerichte keuzevakken die in die periode zijn ontwikkeld door de scholen die deelnemen aan de pilot vernieuwing beroepsgerichte examenprogramma’s.

Elk van de profielvakken bestaat uit vier modules. Leerlingen kunnen er voor kiezen om één of meer van dergelijke modules van een ander dan het door hun gekozen profiel als beroepsgericht keuzevak te kiezen. Daartoe worden de vier modules van elk van de profielvakken ook als afzonderlijke beroepsgerichte keuzevakken vastgesteld.

In de gemengde leerweg omvat het profielvak slechts twee verplichte modules en kunnen leerlingen eventueel één of beide andere modules, die voor hen dus geen deel uitmaken van het profielvak, als beroepsgericht(e) keuzevak(ken) volgen. Het verschil is dat de leerling deze beroepsgerichte keuzevakken afsluit met alleen schoolexamens, terwijl het profielvak wordt geëxamineerd in het centraal examen (cspe).

Naast de hiervoor bedoelde beroepsgerichte keuzevakken zijn er inmiddels diverse beroepsgerichte keuzevakken ontwikkeld die een aanvulling vormen op leerstof uit de profielvakken, zodat er voor alle leerlingen in principe voldoende keuzevakken beschikbaar zijn om hun beroepsgerichte programma mee in te vullen. De school is vrij in zijn aanbod van beroepsgerichte keuzevakken, maar moet wel voldoende verschillende keuzevakken aanbieden zodat de leerlingen ook echt een keuze hebben.

Jaarlijks kunnen nieuwe beroepsgerichte keuzevakken worden ontwikkeld en vastgesteld, waarvan het examenprogramma dan aan de regeling toegevoegd zal worden. De voorwaarden waaronder scholen nieuwe beroepsgerichte keuzevakken kunnen gaan ontwikkelen en de procedure om deze goedgekeurd te krijgen worden beschreven in de artikelen 26k en 26l en nader uitgewerkt bij ministeriële regeling.

Voordat scholen daadwerkelijk een nieuw ontwikkeld beroepsgericht keuzevak kunnen gaan aanbieden, dient het eerst door de minister te zijn goedgekeurd. Het examenprogramma voor het nieuwe beroepsgerichte keuzevak moet door de minister zijn vastgesteld voordat het vak onderdeel uit kan maken van het beroepsgerichte programma van een leerling. Als dat (nog) niet het geval is, wordt het gezien als een door het bevoegd gezag vastgesteld vak of ander programma-onderdeel en kan het vak niet als beroepsgericht keuzevak op de cijferlijst worden opgenomen.

De oorspronkelijke artikelen 26j, 26k en 26m van het Inrichtingsbesluit WVO zagen op intra- en intersectorale programma’s. In de nieuwe structuur in het vmbo zijn de afdelingsvakken en de intra- en intersectorale programma’s opgegaan in profielen. De betreffende artikelen kunnen daarom vervallen. Het oorspronkelijke artikel 26j van het Inrichtingsbesluit WVO vormt de grondslag voor de Regeling intra- en intersectorale programma’s v.m.b.o. Deze regeling vervalt van rechtswege, nu daaraan de grondslag komt te ontvallen. In plaats daarvan komt er wel een nieuwe ministeriële regeling, gebaseerd op de artikelen 26j en 26k (nieuw) van het Inrichtingsbesluit WVO, waarin de voorschriften met betrekking tot de beroepsgerichte keuzevakken in het vmbo nader worden ingevuld.

Artikel I, onderdeel H (artikel 26n Inrichtingsbesluit WVO)

Dit betreft de correctie van een onjuiste verwijzing.

Artikel I, onderdelen I, J en K (artikelen 28 en 28a Inrichtingsbesluit WVO)

In verband met het nieuw ingevoegde artikel 28a wordt in het opschrift van paragraaf 4 van hoofdstuk III nu gesproken van profielen. De afdeling landbouw en natuurlijke omgeving is met het wetsvoorstel profielen vmbo omgezet naar het profiel groen. Onder voorwaarden kan aan een agrarisch opleidingscentrum (aoc) naast het profiel groen ook het profiel dienstverlening en producten worden aangeboden (artikel 28a). Via afspraken in een regionaal plan onderwijsvoorzieningen (RPO) kan een aoc zijn vmbo-aanbod uitbreiden met het profiel dienstverlening en producten, mits dit binnen een «groene» context verzorgd wordt.

Met de artikelen 28 en 28a van het Inrichtingsbesluit WVO wordt invulling gegeven aan respectievelijk de grondslagen in artikel 72, derde lid, onderdelen f en g, van de wet. Artikel 28 en artikel 28a zien op het in de beroepsgerichte leerwegen aanbieden van respectievelijk het profiel groen aan een school voor vbo en het profiel dienstverlening en producten aan een aoc. Als de school of instelling het betreffende profiel ook in de gemengde leerweg wil aanbieden (zie artikel 72, derde lid, onderdeel e, van de WVO), dan is daarop tevens artikel 27 van het Inrichtingsbesluit WVO van toepassing.

Artikel I, onderdeel L (artikel 32 Inrichtingsbesluit WVO)

Onderdelen van het beroepsgerichte programma kunnen ingevuld worden in de vorm van een stage.

Artikel II (Inrichtingsbesluit WVO BES)

De wijzigingen die dit besluit aanbrengt in het Inrichtingsbesluit WVO BES komen grotendeels overeen met de wijzigingen in het Inrichtingsbesluit WVO. Voor een toelichting wordt verwezen naar de toelichting bij de verschillende onderdelen van artikel I. In onderstaande tabel is aangegeven hoe de wijzigingen in deze beide besluiten zich tot elkaar verhouden:

Artikel I, onderdeel

Inrichtingsbesluit WVO

Artikel II, onderdeel

Inrichtingsbesluit WVO BES

A

artikel 1

A

artikel 1

B

artikel 8

B

artikel 8

C

artikel 22

C

artikel 18

D

artikel 26h

D

artikel 25

E

artikel 26i

E

artikel 26

F

artikelen 26j, 26k en 26l

F

artikelen 27, 28 (nieuw) en 28a

G

artikel 26m

artikel 28 (oud)

H

artikel 26n

G

artikel 29

I

Hoofdstuk III, paragraaf 4

J

artikel 28

K

artikel 28a

L

artikel 32

H

artikel 31

I

artikel 35

Alleen waar de wijzigingen in het Inrichtingsbesluit WVO BES specifiek afwijken van die in het Inrichtingsbesluit WVO is dat hierna nog afzonderlijk toegelicht.

Artikel II, onderdeel F (artikelen 27 en 28 Inrichtingsbesluit WVO BES)

De artikelen 27 en 28 (oud) van het Inrichtingsbesluit WVO BES zijn de parallel van respectievelijk artikel 26j en 26m (oud) van het Inrichtingsbesluit WVO. Het oude artikel 26k van het Inrichtingsbesluit WVO heeft geen parallel in het Inrichtingsbesluit WVO BES. De nieuwe artikelen 27, 28 en 28a van het Inrichtingsbesluit WVO BES komen overeen met de door artikel I, onderdeel F, ingevoegde artikelen 26j, 26k en 26l (nieuw) van het Inrichtingsbesluit WVO.

Artikel II, onderdeel I (artikel 35 Inrichtingsbesluit WVO BES)

Dit betreft slechts een technische wijziging waarmee een onjuiste verwijzing in het Inrichtingsbesluit WVO BES wordt gecorrigeerd.

Artikel III, onderdeel A (artikel 1 Eindexamenbesluit VO)

Het beroepsgerichte programma komt in de plaats van het afdelingsvak, intrasectorale programma of intersectorale programma, dat voorheen onderdeel was van het examenprogramma van leerlingen in de beroepsgerichte leerwegen en in de gemengde leerweg van het vmbo. Het beroepsgerichte programma bestaat uit de combinatie van een profielvak en beroepsgerichte keuzevakken. Diverse begripsbepalingen zijn hierop aangepast.

Artikel III, onderdelen A, onder 3, en F, artikel IV, onderdelen A, onder 3, en F, artikel V, onderdelen A, onder 1, en B, artikel VI, onderdelen A, onder 1, en B, en de artikelen VIII, XI, XIII en XIV

De Wet van 11 december 2013 tot wijziging van onder meer de Wet op het primair onderwijs, de Wet op de expertisecentra en de Wet College voor examens in verband met de invoering van een centrale eindtoets, de invoering van een leerling- en onderwijsvolgsysteem en invoering van bekostigingsvoorschriften voor minimumleerresultaten voor speciale scholen voor basisonderwijs en scholen voor speciaal onderwijs en speciaal en voortgezet speciaal onderwijs (centrale eindtoets en leerling- en onderwijsvolgsysteem primair onderwijs) (Stb. 2014, 13) heeft de taken waarmee het College voor examens is belast, uitgebreid met taken op het gebied van de centrale eindtoets taal en rekenen. In verband hiermee is met ingang van 1 augustus 2014 de naam van het college gewijzigd in «College voor toetsen en examens».3 Deze naamswijziging is echter nog niet overal in de wet- en regelgeving doorgevoerd.

Met de genoemde artikelen en onderdelen daarvan worden de verwijzingen naar dit college in diverse algemene maatregelen van bestuur aangepast.

Artikel III, onderdeel B (artikel 4 Eindexamenbesluit VO)

In verband met het vervangen van de sectoren in het mavo en vbo door profielen, wordt ook het sectorwerkstuk hernoemd tot profielwerkstuk. Hierdoor is het niet langer nodig om in artikel 4 in het vijfde lid (oud) de tweede volzin van het derde lid van overeenkomstige toepassing te verklaren. Deze volzin is nu immers rechtstreeks ook op het werkstuk in het mavo en vbo van toepassing. Het verschil tussen enerzijds het profielwerkstuk in het havo en vwo en anderzijds het profielwerkstuk in het vmbo (voorheen het sectorwerkstuk) wordt tot uitdrukking gebracht in het vierde en vijfde lid (nieuw).

Ook zit er een verschil in de wijze van beoordeling van het profielwerkstuk in de verschillende schoolsoorten. In vwo en havo wordt het profielwerkstuk beoordeeld met een cijfer. Het profielwerkstuk in het mavo en vbo wordt niet beoordeeld met een cijfer, maar met de waardering «voldoende» of «goed» (zie artikel 35, vierde lid, van het Eindexamenbesluit VO). Daarin verandert niets ten opzichte van de situatie waarin het werkstuk in het vmbo nog sectorwerkstuk werd genoemd.

Artikel III, onderdelen C, D, N, Q, onder 2, en V (artikelen 7, 8, 38, 52 en 62 Eindexamenbesluit VO)

Met de nieuwe profielen in het vmbo is er geen sprake meer van differentiaties binnen de examenprogramma’s van een leerweg. Het examenprogramma van het profielvak van een bepaald profiel is voor alle leerlingen in dezelfde leerweg gelijk. Dit in tegenstelling tot de oude situatie waarin er wel sprake kon zijn van differentiaties binnen het examenprogramma van sommige van (met name) de (technische) afdelingsvakken. Vanzelfsprekend bestaan er in het examenprogramma van een vak nog wel verschillen tussen de leerwegen. Zo kan het examenprogramma van een vak in de gemengde leerweg meer, minder, of andere deeltaken omvatten dan het examenprogramma voor hetzelfde vak in de basis- of kaderberoepsgerichte leerweg.

In verband met het vervallen van artikel 52, eerste lid, onderdeel g (oud), van het Eindexamenbesluit VO worden de onderdelen h en i van dat artikellid verletterd. Met artikel III, onderdeel V, van dit besluit wordt een verwijzing naar artikel 52, eerste lid, onderdeel h (oud), gecorrigeerd.

Artikel III, onderdelen E, K, L, onder 2, Q, onder 1 en 3, R, S, onder 1, en T (artikelen 9, 32, 33, 35, 52, 52a, 53 en 56 Eindexamenbesluit VO)

Waar dat door de gewijzigde terminologie in het vmbo tot verwarring zou kunnen leiden, is het onderscheid tussen het profielwerkstuk in het vwo en havo enerzijds, en het profielwerkstuk (voorheen sectorwerkstuk) in het vmbo anderzijds verduidelijkt.

In artikel 52a van het Eindexamenbesluit VO is daarnaast verwerkt hoe de vakken die samen het beroepsgerichte programma vormen, meetellen bij het bepalen of een leerling in aanmerking komt voor het judicium cum laude. Het combinatiecijfer in de gemengde leerweg komt daarbij in de plaats van het eindcijfer voor het afdelingsvak of intra- of intersectoraal programma. Voorheen vormde dit het tweede eindcijfer in het vrije deel, naast het eindcijfer voor het algemene vak in het vrije deel van de gemengde leerweg. Het combinatiecijfer is echter samengesteld uit de cijfers voor het profielvak (in het profieldeel) en de beroepsgerichte keuzevakken (in het vrije deel). Zie verder ook de artikelsgewijze toelichting op artikel III, onderdeel O (artikel 49 Eindexamenbesluit VO).

Artikel III, onderdeel G (artikel 22 Eindexamenbesluit VO)

Op grond van artikel 22 van het Inrichtingsbesluit WVO omvat het onderwijs in de eerste twee leerjaren op het vmbo ook Frans of Duits. Voor leerlingen die naar verwachting naar de basisberoepsgerichte leerweg zullen gaan, geldt die verplichting niet. In plaats daarvan moeten zij een ander vak volgen (artikel 22, tweede lid, van het Inrichtingsbesluit WVO). Leerlingen die in de eerste twee leerjaren geen Frans of Duits hebben gevolgd, kunnen ook in de jaren daarna vrijgesteld worden van het volgen van onderwijs in het vak Franse taal of Duitse taal (artikel 26n, tweede lid, van het Inrichtingsbesluit WVO), ook als ze in hun derde leerjaar de kaderberoepsgerichte, gemengde of theoretische leerweg gaan volgen. In plaats van examen in het vak Franse taal of Duitse taal doen ze dan examen in het vervangende vak (artikel 22, derde lid, van het Eindexamenbesluit VO).

Artikel III, onderdelen H, I en J (artikelen 23, 24 en 25 Eindexamenbesluit VO)

Deze onderdelen zien op het eindexamen in respectievelijk de basisberoepsgerichte, de kaderberoepsgerichte en de gemengde leerweg.

In deze artikelen is bepaald uit welke vakken het beroepsgerichte programma van leerlingen in de betreffende leerweg tenminste dient te bestaan: het beroepsgerichte programma bestaat uit een profielvak en beroepsgerichte keuzevakken. Het profielvak in de gemengde leerweg heeft een beperktere omvang dan dat in de beide beroepsgerichte leerwegen. Het verschil in omvang van het beroepsgerichte programma is ook te zien in de beroepsgerichte keuzevakken, waarvan leerlingen in de gemengde leerweg er ten minste twee moeten volgen. Leerlingen in de beide beroepsgerichte leerwegen volgen vier beroepsgerichte keuzevakken.

Artikel 23, zesde lid (oud) is overbodig aangezien de vrijstelling die daar oorspronkelijk beoogd is te regelen, al in het tweede lid van artikel 23 is geregeld.

Aangezien het eindexamen in algemene vakken voor de beide beroepsgerichte leerwegen gelijk is, is artikel 23, tweede lid, ook van toepassing op de kaderberoepsgerichte leerweg (artikel 24, tweede lid). De indeling in profielen in de gemengde leerweg komt wel overeen met die in de beide beroepsgerichte leerwegen, maar de eindexamens in de gemengde leerweg zijn wat betreft de algemene vakken op hetzelfde niveau als die in de theoretische leerweg. Omdat de theoretische leerweg echter een andere indeling in profielen kent dan de overige drie leerwegen, is ten aanzien van de mogelijkheid tot vrijstelling voor Franse of Duitse taal in de gemengde leerweg (artikel 25, tweede lid) bepaald dat artikel 23, tweede lid, van overeenkomstige toepassing is.

Artikel III, onderdeel L, onder 1 (artikel 35 Eindexamenbesluit VO)

Doordat het vmbo nu ook ingericht is volgens profielen, heeft de zinsnede «het vak lichamelijke opvoeding uit het gemeenschappelijk deel van elk profiel» in de eerste volzin van artikel 35, derde lid, van het Eindexamenbesluit VO nu ook betrekking op het vmbo.

Artikel III, onderdeel M (artikel 37a Eindexamenbesluit VO)

Dit betreft slechts de correctie van een verwijzing, nu er in artikel 49 van het Eindexamenbesluit VO enkele artikelleden worden ingevoegd.

Artikel III, onderdeel O (artikel 49 Eindexamenbesluit VO)

Voorheen telde het eindcijfer voor het afdelingsvak of intra- of intersectoraal programma in de basisberoepsgerichte en kaderberoepsgerichte leerweg in de uitslagbepaling mee als twee eindcijfers. De totale zwaarte van het beroepsgerichte programma verandert niet. Met de invoering van profielen in het vmbo bestaat het beroepsgerichte programma uit meerdere vakken. Het eindcijfer voor het profielvak telt afzonderlijk mee in de uitslagregeling. Daarnaast telt het gemiddelde van de eindcijfers over de beroepsgerichte keuzevakken in de uitslagregeling mee als één combinatiecijfer. In de basis- en kaderberoepsgerichte leerweg volgen leerlingen ten minste vier beroepsgerichte keuzevakken (artikelen 23, eerste lid, onder c, en 24, eerste lid, onder c, van het Eindexamenbesluit VO). Eventueel extra gevolgde beroepsgerichte keuzevakken worden voor de uitslagregeling betrokken in het combinatiecijfer. In totaal omvat het beroepsgerichte programma voor de uitslagregeling zo, net als in de oude situatie, dus nog steeds twee eindcijfers (artikel 49, derde lid, nieuw).

In de gemengde leerweg (vierde lid, nieuw) is het beroepsgerichte programma van een kleinere omvang dan in de beroepsgerichte leerwegen. In de gemengde leerweg telt het combinatiecijfer voor het beroepsgerichte programma dan ook maar als één eindcijfer mee in de uitslagregeling. Dit combinatiecijfer wordt voor de helft bepaald door het cijfer over het profielvak en voor de andere helft door de cijfers voor de beroepsgerichte keuzevakken. Heeft de leerling twee beroepsgerichte keuzevakken gevolgd, dan weegt het cijfer voor het profielvak in de berekening van het combinatiecijfer dus ook twee keer mee. Heeft de leerling een of meer extra keuzevakken gevolgd, dan weegt het cijfer voor het profielvak ook even zo vaak extra mee in de berekening van het combinatiecijfer.

Ook leerlingen in de theoretische leerweg kunnen beroepsgerichte keuzevakken of een profielvak uit de gemengde leerweg als extra vak toevoegen aan hun onderwijsprogramma. Het cijfer voor zo’n extra vak wordt opgenomen op de cijferlijst. Het wordt echter niet in de uitslagregeling betrokken, vanwege de relatief geringe omvang van een dergelijk extra vak ten opzichte van de andere vakken van het eindexamen (tweede lid, nieuw). Dat is anders wanneer de extra gevolgde vakken van een leerling in de theoretische leerweg samen een volledig beroepsgericht programma uit de gemengde leerweg vormen (een profielvak en ten minste twee beroepsgerichte keuzevakken). In dat geval telt het combinatiecijfer over die vakken wel mee in de uitslagregeling, op dezelfde wijze als voor een leerling uit de gemengde leerweg.

Artikel III, onderdeel P (artikel 51a Eindexamenbesluit VO)

Dit betreft slechts het aanpassen van een verwijzing in verband met het vervallen van artikel 23, zesde lid (oud). Het zevende lid (oud) is door artikel III, onderdeel H, onder 4, van het onderhavige besluit vernummerd tot zesde lid (nieuw).

Artikel III, onderdeel S, onder 2 en 3 (artikel 53 Eindexamenbesluit VO)

Dit betreft een technische wijziging in verband met de invoering van een combinatiecijfer in het vmbo. In het tweede lid van artikel 53 is eerder in een verwijzing het woord «artikel» weggevallen. Dit wordt met deze wijziging gecorrigeerd.

Artikel III, onderdeel U (artikel 61 Eindexamenbesluit VO)

Met dit onderdeel wordt de tijdelijke uitslagregeling met betrekking tot de rekentoets aangepast aan de profielen in het vmbo. De kandidaat die het eindexamen vmbo basisberoepsgerichte leerweg heeft afgelegd ter afsluiting van een leerwerktraject moet zolang de overgangsbepalingen met betrekking tot de rekentoets van toepassing zijn voor het vak Nederlands, voor het profielvak en voor het combinatiecijfer over de bereopsgerichte keuzevakken voldoendes hebben gehaald en de rekentoets afgelegd te hebben. De cijfer voor de rekentoets telt nog niet mee in de uitslag van het examen.

Artikel IV (Eindexamenbesluit VO BES)

De wijzigingen die dit besluit aanbrengt in het Eindexamenbesluit VO BES komen grotendeels overeen met de wijzigingen in het Eindexamenbesluit VO. Voor een toelichting wordt verwezen naar de toelichting bij de verschillende onderdelen van artikel III. In onderstaande tabel is aangegeven hoe de wijzigingen in deze beide besluiten zich tot elkaar verhouden:

Artikel III, onderdeel

Eindexamenbesluit VO

Artikel IV, onderdeel

Eindexamenbesluit VO BES

A

artikel 1

A

artikel 1

B

artikel 4

B

artikel 4

C

artikel 7

C

artikel 6

D

artikel 8

D

artikel 7

E

artikel 9

E

artikel 8

F

diverse artikelen

F

diverse artikelen

G

artikel 22

G

artikel 14

H

artikel 23

H

artikel 15

I

artikel 24

I

artikel 16

J

artikel 25

J

artikel 17

K

artikelen 32 en 33

K

artikelen 19 en 20

L

artikel 35

L

artikel 21

M

artikel 37a

M

artikel 26

N

artikel 38

N

artikel 27

O

artikel 49

O

artikel 37

P

artikel 51a

Q

artikel 52

P

artikel 39

R

artikel 52a

Q

artikel 39a

S

artikel 53

R

artikel 41

T

artikel 56

S

artikel 44

U

artikel 61

V

artikel 62

Artikel V, onderdeel A, onder 2 en 3, en onderdelen D tot en met K (artikelen 4, 10, 15, 26, 30, 30a, 31 en 34 van het Staatsexamenbesluit VO)

Net als in het Eindexamenbesluit VO zijn in het Staatsexamenbesluit VO diverse artikelen aangepast in verband met de gewijzigde terminologie in het vmbo. Waar dat tot verwarring zou kunnen leiden is het onderscheid tussen het profielwerkstuk in het vwo en havo enerzijds, en het profielwerkstuk (voorheen sectorwerkstuk) in het vmbo anderzijds, verduidelijkt.

Artikel V, onderdeel C (artikel 2a Staatsexamenbesluit VO)

Het beroepsgerichte programma in het vmbo omvat meerdere vakken (profielvak en beroepsgerichte keuzevakken). Aangezien in beroepsgerichte vakken geen staatsexamen gedaan kan worden, wordt een kandidaat alleen toegelaten tot het staatsexamen vmbo indien hij eerder al eindexamen heeft afgelegd in de vakken van het beroepsgerichte programma en daarvoor als eindcijfers voldoendes heeft behaald.

Artikel V, onderdeel G, onder 3 (artikel 26 Staatsexamenbesluit)

Met dit onderdeel is de uitslagbepaling ten aanzien van de staatsexamens aangepast overeenkomstig de uitslagbepaling in artikel 49 van het Eindexamenbesluit VO. Zie voor een verdere toelichting de toelichting bij artikel III, onderdeel O.

Artikel VI (Staatsexamenbesluit VO BES)

De wijzigingen die dit besluit aanbrengt in het Staatsexamenbesluit VO BES komen grotendeels overeen met de wijzigingen in het Staatsexamenbesluit VO. Voor een toelichting wordt verwezen naar de toelichting bij de verschillende onderdelen van artikel III. In onderstaande tabel is aangegeven hoe de wijzigingen in deze beide besluiten zich tot elkaar verhouden:

Artikel V, onderdeel

Staatsexamenbesluit VO

Artikel VI, onderdeel

Staatsexamenbesluit VO BES

A

artikel 1

A

artikel 1

B

diverse artikelen

B

diverse artikelen

C

artikel 2a

C

artikel 2a

D

artikel 4

D

artikel 4

E

artikel 10

E

artikel 9

F

artikel 15

F

artikel 14

G

artikel 26

G

artikel 24

H

artikel 30

H

artikel 28

I

artikel 30a

I

artikel 28a

J

artikel 31

J

artikel 29

K

artikel 34

K

artikel 32

Artikel VII (Besluit gebruik persoonsgebonden nummers WVO)

Nu ook in het vmbo profielen worden ingevoerd kunnen de sector en afdeling geschrapt worden uit de set van gegevens over een leerling op basis waarvan de bekostiging van een school kan worden vastgesteld. Het basisregister onderwijs bevat met betrekking tot leerlingen in het vmbo (net als met betrekking tot leerlingen op het havo of vwo) gegevens over het gevolgde profiel, en niet meer over de gekozen sector en afdeling.

Artikel IX (Besluit samenwerking VO-BVE)

Dit betreft technische aanpassingen in verband met de invoering van profielen in het vmbo. Een school kan leerlingen voor een deel van het onderwijs uitbesteden aan een andere school of instelling maar dient zelf in elke leerweg waarin onderwijs wordt verzorgd, het gehele onderwijsprogramma van ten minste één volledig profiel aan te bieden.

Artikel X (Besluit zij-instroom leraren primair en voortgezet onderwijs)

Om het geschiktheidsonderzoek, bedoeld in artikel 118l van de WVO te kunnen doen, moet een zij-instromer in het bezit zijn van een getuigschrift hoger onderwijs (HO-getuigschrift). Daarop is een uitzondering mogelijk voor bepaalde vakken in het vmbo. De WVO bepaalt in artikel 118l, derde lid, onderdeel b, dat voor beroepsgerichte vakken in het vmbo die bij algemene maatregel van bestuur zijn aangewezen, ook het bezit van een getuigschrift van een daarbij bedoelde middenkader-, specialisten- of vakopleiding kan volstaan. De betreffende beroepsgerichte vakken zijn aangewezen in artikel 2 van het Besluit zij-instroom leraren primair en voortgezet onderwijs. Dit artikel is aangepast door te verwijzen naar die nieuwe profielvakken, genoemd in artikel 26h van het Inrichtingsbesluit WVO, die verwant zijn aan de afdelingsvakken waar voorheen naar werd verwezen in dit artikel.

Artikel XII (Formatiebesluit WVO)

Dit betreft een technische aanpassing in verband met de invoering van profielen in het vmbo. Artikel 6, vijfde lid, van het Formatiebesluit WVO heeft betrekking op de scholen die het profiel Maritiem en techniek mogen verzorgen.

Artikel XV (Besluit van 29 mei 2008 (Stb. 2008, 298))

Artikel IX van het Besluit van 29 mei 2008, houdende wijziging van enkele besluiten in verband met de modernisering, vereenvoudiging en beperking van de wettelijke regels over de voorzieningenplanning bij scholen in het voortgezet onderwijs alsmede enkele andere wijzigingen (Stb. 2008, 298) bevat overgangsrecht ten aanzien van de bevoegdheid tot het aanbieden van een intersectoraal programma. Nu alle afdelingsprogramma’s, intrasectorale programma’s en intersectorale programma’s zijn vervallen en door profielen zijn vervangen, kan artikel IX van het Besluit van 29 mei 2008 komen te vervallen. Aangezien dit het enige resterende zelfstandige artikel van genoemd wijzigingsbesluit is, kan dat gehele besluit worden ingetrokken.

Artikelen XVI en XVII (Besluiten van 19 augustus 2010 (Stb. 2010, 332) en 23 april 2012 (Stb 2012, 217))

Met deze artikelen komt uitgewerkt invoerings- en overgangsrecht met betrekking tot de rekentoets te vervallen. Het nog geldende overgangsrecht is inmiddels door het Besluit van 11 november 2015 tot wijziging van onder meer het Eindexamenbesluit VO en het Examen- en kwalificatiebesluit beroepsopleidingen WEB in verband met de invoering van een aangepast rekenexamen bij ernstige rekenproblemen en enkele tijdelijke aanpassingen in de uitslagregeling van het centraal examen rekenen mede naar aanleiding van de adviescommissies Bosker en Steur (Stb 2015, 424) opgenomen in de artikelen 61 tot en met 65b van het Eindexamenbesluit VO en de artikelen 43a tot en met 43g van het Staatsexamenbesluit VO. Door de inmiddels achterhaalde overgangsbepalingen te laten vervallen, wordt verwarring voorkomen over welke (overgangs)regels er ten aanzien van de rekentoets op dit moment precies van kracht zijn.

Artikel XVIII (Inwerkingtreding)

In verband met de nahangbepaling die op dit besluit van toepassing is, treedt dit besluit in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip. De beoogde datum van inwerkingtreding is 1 augustus 2016, gelijktijdig met de Wet profielen vmbo.

De Staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, S. Dekker


X Noot
1

Vmbo Herkend. Structuur van het vmbo in de toekomst, advies op basis van veldonderzoek, Stichting platforms vmbo, 2009.

X Noot
2

De beleidsevaluatie wordt georganiseerd door het Nationaal regieorgaan onderwijsonderzoek (NRO).

X Noot
3

Stb. 2014, 246.

XHistnoot
histnoot

Het advies van de Afdeling advisering van de Raad van State wordt niet openbaar gemaakt op grond van artikel 26, zesde lid j° vijfde lid, van de Wet op de Raad van State, omdat het zonder meer instemmend luidt.