Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden

Datum publicatieOrganisatieJaargang en nummerRubriekDatum ondertekening
Ministerie van Infrastructuur en MilieuStaatsblad 2013, 546Klein Koninklijk Besluit

Besluit van 9 december 2013, houdende vaststelling van het tijdstip van inwerkingtreding van de wet van 28 maart 2013 tot wijziging van de Wet milieubeheer en de Wet veiligheidsregio’s in verband met het beheer van het openbaar register met gegevens over de externe veiligheid, regels inzake buisleidingen en de departementale herindeling (Stb. 2013, 128) en houdende het vervallen van artikel 2, derde lid, van het besluit van 26 november 2007, houdende vaststelling van het tijdstip van inwerkingtreding van de wet van 22 november 2006, houdende wijziging van de Wet milieubeheer en enige andere daarmee verband houdende wetten (modernisering van de algemene milieuregels voor inrichtingen) (Stb. 2006, 606) en van het Besluit algemene regels voor inrichtingen milieubeheer (Stb. 2007, 415), (Stb. 2007, 472)

Wij Willem-Alexander, bij de gratie Gods, Koning der Nederlanden, Prins van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

Op de voordracht van de Staatssecretaris van Infrastructuur en Milieu van 30 november 2013, nr. IenM/BSK-2013/270819, Hoofddirectie Bestuurlijke en Juridische Zaken;

Gelet op artikel III van de wet van 28 maart 2013 tot wijziging van de Wet milieubeheer en de Wet veiligheidsregio’s in verband met het beheer van het openbaar register met gegevens over de externe veiligheid, regels inzake buisleidingen en de departementale herindeling en gelet op artikel 6.44 van het Activiteitenbesluit Milieubeheer;

Hebben goedgevonden en verstaan:

Artikel 1

De wet van 28 maart 2013 tot wijziging van de Wet milieubeheer en de Wet veiligheidsregio’s in verband met het beheer van het openbaar register met gegevens over de externe veiligheid, regels inzake buisleidingen en de departementale herindeling (Stb. 2013, 128) treedt in werking met ingang van 1 januari 2014.

Artikel 2

Artikel 2, derde lid, van het besluit van 26 november 2007, houdende vaststelling van het tijdstip van inwerkingtreding van de wet van 22 november 2006, houdende wijziging van de Wet milieubeheer en enige andere daarmee verband houdende wetten (modernisering van de algemene milieuregels voor inrichtingen) (Stb. 2006, 606) en van het Besluit algemene regels voor inrichtingen milieubeheer (Stb. 2007, 415), (Stb. 2007, 472), vervalt.

Onze Minister van Infrastructuur en Milieu is belast met de uitvoering van dit besluit dat met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.

Wassenaar, 9 december 2013

Willem-Alexander

De Staatssecretaris van Infrastructuur en Milieu, W.J. Mansveld

Uitgegeven de achttiende december 2013

De Minister van Veiligheid en Justitie, I.W. Opstelten

NOTA VAN TOELICHTING

In artikel 1 van dit Koninklijk Besluit wordt voorzien in de inwerkingtreding per 1 januari 2014 van de wet van 28 maart 2013 tot wijziging van de Wet milieubeheer en de Wet veiligheidsregio’s in verband met het beheer van het openbaar register met gegevens over de externe veiligheid, regels inzake buisleidingen en de departementale herindeling (Stb. 2013, 128). Ingevolge deze wet is het RIVM niet langer de beheerder van het risicoregister en wijst de Minister van Infrastructuur & Milieu een nieuwe beheerder aan. Daarnaast voorziet de bovengenoemde wet in enkele technische wijzigingen, waardoor de Wet Milieubeheer wordt afgestemd op het Besluit Externe Veiligheid Buisleidingen en wordt aangepast aan de departementale herindeling.

Daarnaast voorziet artikel 2 van dit Koninklijk Besluit er in dat artikel 2.16 van het Activiteitenbesluit milieubeheer niet per 1 januari 2014 in werking treedt.

Artikel 2.16 van het Activiteitenbesluit milieubeheer bepaalt dat een werkgever maatregelen moet treffen ten aanzien van het vervoer van de eigen werknemers van en naar de inrichting. Een motie van de Kamerleden van der Ham/Dijksma in 2005 (kamerstukken II 2004/05, 29 800-XII, nr. 30) heeft ertoe geleid dat in het Activiteitenbesluit milieubeheer artikel 2.16 (de zogenaamde puntenregeling) is opgenomen die bedrijven met meer dan vijftig werknemers verplicht maatregelen te treffen op het terrein van het mobiliteitsmanagement rond woon-werkverkeer.

In het verleden is de inwerkingtreding van dit artikel diverse malen uitgesteld. De laatste keer werd de inwerkingtreding bij besluit van 9 juni 2011 (Stb. 2011, 298) uitgesteld tot 1 januari 2014. Hierbij werd verwezen naar de instelling van de Taskforce Mobiliteitsmanagement en diens opvolger het Platform Slim Werken Slim Reizen. Uiteindelijk is het programma Beter Benutten opgesteld. Uit de eerste resultaten van dit programma blijkt dat de positieve ontwikkelingen op het gebied van mobiliteitsmanagement zich hebben gecontinueerd. Steeds meer werkgevers zijn overgegaan tot het treffen van maatregelen en hebben zo een positieve invloed op de mobiliteit van hun werknemers. De maatregelen komen voort uit eigen drijfveren en doelstellingen van de werkgevers en kennen een structureel karakter. Dit is effectiever dan het geval zou zijn bij een wettelijk opgelegde verplichting (artikel 2.16 van het Activiteitenbesluit milieubeheer).

Het kabinet is dan ook van mening dat artikel 2.16 niet in werking moet treden. Om dat te bereiken moet artikel 2, derde lid, van het besluit van 26 november 2007 (Stb. 2007, 472), te lezen in samenhang met het besluit van 9 juni 2011 (Stb. 2011, 298), waarin is bepaald dat artikel 2.16 met ingang van 1 januari 2014 in werking treedt, met ingang van diezelfde datum vervallen. Artikel 2 van dit Koninklijk Besluit voorziet hierin.

Op basis van de evaluatieresultaten van het programma Beter Benutten zal uiterlijk begin 2015 bezien worden of artikel 2.16 van het Activiteitenbesluit milieubeheer moet blijven bestaan of dat dit artikel kan vervallen.

De Staatssecretaris van Infrastructuur en Milieu, W.J. Mansveld