36 800 VIII Vaststelling van de begrotingsstaten van het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (VIII) voor het jaar 2026

A VERSLAG VAN EEN SCHRIFTELIJK OVERLEG

Vastgesteld 6 november 2025

De vaste commissie voor Onderwijs, Cultuur en Wetenschap1 heeft schriftelijk overleg gevoerd met de Minister en de Staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap over de overzichten van niet en gedeeltelijk uitgevoerde moties en van (deels) openstaande toezeggingen. Bijgaand brengt de commissie hiervan verslag uit. Dit verslag bestaat uit:

  • De uitgaande brief van 17 september 2025.

  • De antwoordbrief van 5 november 2025.

De griffier van de vaste commissie voor Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, De Graag

BRIEF VAN DE VOORZITTER VAN DE EERSTE KAMER DER STATEN-GENERAAL

Aan de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap

Den Haag, 17 september 2025

In het kader van het gebruikelijke toezeggingen- en motierappel van de Eerste Kamer ontvangt u hierbij digitale overzichten van respectievelijk openstaande en deels voldane toezeggingen en van de niet of gedeeltelijk uitgevoerde moties op het beleidsterrein van uw departement waarvan de termijn volgens onze informatie op 1 juli 2025 is verstreken. Deze overzichten zijn te raadplegen via de hierna opgenomen links:

De Kamer verneemt graag vóór vrijdag 31 oktober 2025 wat de stand van zaken is met betrekking tot de nakoming dan wel uitvoering van de in de overzichten opgenomen toezeggingen en moties.

Is een toezegging naar uw oordeel al voldaan, dan verneemt de Kamer graag op welke wijze. Is een toezegging nog niet (geheel) nagekomen, dan ontvangt de Kamer graag een prognose op welke termijn dit alsnog zal gebeuren. Hetzelfde geldt voor de moties op uw beleidsterrein die op dit moment geregistreerd staan als niet of gedeeltelijk uitgevoerd.

De Eerste Kamer tracht de registratie van toezeggingen en moties zo actueel mogelijk te houden. Hiervoor is van belang dat bewindslieden brieven, nota’s en andere stukken die samenhangen met toezeggingen of moties die betrekking hebben op de Eerste Kamer (ook) rechtstreeks aan deze Kamer aanbieden onder vermelding van de relevante registratienummers van de toezeggingen dan wel de Kamerstuknummers van de moties.

Tot slot informeer ik u over het feit dat de Eerste Kamer voornemens is het toezeggingen- en motierappel voortaan jaarlijks in plaats van halfjaarlijks uit te sturen, vlak voor het zomerreces, zodat in het najaar de beantwoording kan worden besproken in de commissies. Eerdere rappels bevatten ook een overzicht van de openstaande of deels voldane toezeggingen waarvan de termijn binnenkort zou verlopen. Deze vooruitblik, die louter ter informatie bedoeld was, komt te vervallen.

Waarnemend Voorzitter van de Eerste Kamer der Staten-Generaal M.L. Vos

BRIEF VAN DE MINISTER EN DE STAATSSECRETARIS VAN ONDERWIJS, CULTUUR EN WETENSCHAP

Aan de Voorzitter van de Eerste Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 5 november 2025

Hierbij stuur ik u de reactie op het verzoek van de commissie naar aanleiding van uw brief van 17 september 2025 over de stand van zaken rond een motie en diverse toezeggingen.

De Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, G. Moes

De Staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, K.M. Becking

Motie van het lid Koffeman c.s.; De Eerste Kamer verzoekt de regering om studenten van de pechgeneratie op een behoorlijke wijze te compenseren voor de door hen betaalde of te betalen rentelasten.

Over de uitvoering van deze motie is de Eerste Kamer geïnformeerd in de brief «Reactie op halfjaarlijks verzoek om informatie over de stand van zaken van een aantal moties en toezeggingen van de Staatssecretaris van OCW'(Kamerstukken I, 2024/25, 36 600 VIII B). Het vorige kabinet heeft de Eerste Kamer geïnformeerd dat zij voornemens was deze motie niet uit te voeren. Dat is gebeurd in de brief van 6 december 2022 (Kamerstukken I 2022/2023, 35 788, AB) en op 24 mei 2023 met de brief Verslag van een nader schriftelijk overleg (met reactie op nadere vragen) over de herinvoering van de basisbeurs en tegemoetkoming van huidige studenten zonder basisbeurs (Kamerstukken I 2022/23, 35 788, nr. AF). In het regeerprogramma van dit kabinet is een extra tegemoetkoming opgenomen voor leenstelselstudenten. Het wetsvoorstel dat hierop ziet zal naar verwachting begin 2026 bij de Tweede Kamer worden ingediend. Met deze invulling acht het kabinet deze motie alsnog uitgevoerd.

T02334 De Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap zegt de Eerste Kamer, naar aanleiding van een vraag van het lid Bruijn (VVD), toe de algemene maatregel van bestuur over de hoofdlijnen van de begroting voor het mbo te zijner tijd bij de Eerste Kamer voor te hangen.

De toezegging tijdens de behandeling van de wet versterking bestuurskracht in het mbo en het hoger onderwijs op 7-06-2016 is dat een eventuele AMvB op grond van Web art. 8a.1.6 lid 3a bij de Eerste Kamer wordt voorgehangen. Via dit AMvB kunnen nadere regels worden gesteld over wat moet worden verstaan onder de hoofdlijnen van de begroting. Van deze mogelijk is echter nooit gebruik gemaakt. Ook de evaluatie van de wet in 2021 heeft hiervoor geen aanleiding gegeven (Kamerstukken I 2021/22, 34 251, nr. J en Kamerstukken II 2021/22, 34 251, nr. 95). Er is ook nu geen voornemen om alsnog met een AMvB te komen. De toezegging T02234 is daarom niet meer actueel.

T03060 De Minister voor Basis- en Voortgezet Onderwijs en Media zegt de Eerste Kamer, naar aanleiding van vragen van de leden Veldhoen (GroenLinks), Pijlman (D66) en Vos (PvdA), toe onafhankelijk onderzoek te laten verrichten naar duurzame versterking van de publieke omroep, zowel wettelijk als financieel, en gelet op het internationale krachtenveld. Het onderzoek naar erkenningenhouders maakt hier deel van uit. Over het voornemen tot het doen van onderzoek wordt de Eerste Kamer geïnformeerd en zij wordt in de gelegenheid gesteld om een reflectie op de onderzoeksopzet te geven (35 554, N.).

De Eerste Kamer is op 7 juli 2021 en 25 februari 2022 (35 554, N) per brief geïnformeerd. De commissie OCW besloot daarop tot nader schriftelijk overleg en de toezegging als deels voldaan aan te merken. De toezegging is voor een deel nagekomen met de brief over de stand van zaken toezeggingen en moties op het gebied van media 2020–2021 (Kamerstukken I 2020/21, 35 554, nr. F.) en de Eerste Kamer is vervolgens op 16 november 2023 over deze toezegging geïnformeerd met de brief «Rapport Adviescollege Van Geel «Eenheid in veelzijdigheid»» (Kamerstukken 2023–2024, 32 827, nr. F).

In de Mediabegrotingsbrief 2026, die medio november 2025 aan de Eerste en Tweede Kamer wordt verstuurd, wordt een toelichtende passage opgenomen over hoe de toezegging wordt afgedaan.

T03062 De Minister voor Basis- en Voortgezet Onderwijs en Media zegt de Eerste Kamer, naar aanleiding van vragen van de leden Pijlman (D66) en Bikker (ChristenUnie), toe de proeve van een nieuw omroepstelsel ook naar de Eerste Kamer te sturen en daarin aandacht te besteden aan objectiveerbare criteria.

In de Mediabegrotingsbrief 2026, die medio november 2025 aan de Eerste en Tweede Kamer wordt verstuurd, wordt een toelichtende passage opgenomen over hoe de toezegging wordt afgedaan.

T03080 De Minister voor Basis- en Voortgezet Onderwijs en Media zegt de Eerste Kamer, naar aanleiding van een vraag van het lid Pijlman (D66), toe om het onderzoek naar de veiligheid van journalisten uit te breiden met een onderzoek naar nepnieuws en desinformatie bij de publieke omroep.

In de Mediabegrotingsbrief 2026, die medio november 2025 aan de Eerste en Tweede Kamer wordt verstuurd, wordt een toelichtende passage opgenomen over hoe de toezegging wordt afgedaan.

T03082 De Minister voor Basis- en Voortgezet Onderwijs en Media zegt de Eerste Kamer, naar aanleiding van een vraag van het lid Veldhoen (GroenLinks), toe om de Eerste Kamer op de hoogte te brengen indien blijkt dat niet alle inkomsten bij de publieke omroep worden meegenomen in het onderzoek naar de financiering van de publieke omroep.

In de Mediabegrotingsbrief 2026, die medio november 2025 aan de Eerste en Tweede Kamer wordt verstuurd, wordt een toelichtende passage opgenomen over hoe de toezegging wordt afgedaan.

T03342 De Minister voor Primair en Voortgezet Onderwijs zegt de Eerste Kamer, naar aanleiding van vragen van het lid Doornhof (CDA), toe om de werking van de scheiding van mensen, middelen en processen binnen de Stichting CITO te betrekken bij de evaluatie van het wetsvoorstel.

De Tweede Kamer is op 3 april 2023 over deze toezegging, die is gedaan aan de Eerste Kamer, geïnformeerd met de brief «Schooladvisering en doorstroomtoetsen primair onderwijs (po) 2023» (Kamerstukken II 2022/23, 31 293, nr. 666). De Eerste Kamer heeft een afschrift van deze brief ontvangen. Deze toezegging wordt meegenomen in de lange termijn evaluatie van de wet doorstroomtoetsen po. De evaluatie wordt uitgevoerd door onderzoeksbureaus SEO en Oberon. In de onderzoeksopzet zijn expliciet als vragen opgenomen: hoe is de scheiding tussen de wettelijke taken van Stichting CITO ingericht, en hoe werkt deze scheiding in de praktijk? De evaluatie is in januari 2025 gestart. In het voorjaar van 2026 en 2027 vinden tussenrapportages plaats. In het voorjaar van 2028 zal de eindrapportage aan de Eerste en Tweede Kamer worden gezonden. De bevindingen van deze (tussen)evaluaties kunnen worden betrokken bij eventuele besluitvorming door een volgend kabinet over de inrichting van een gewijzigd stelsel.

T03344 De Minister voor Primair en Voortgezet Onderwijs zegt de Eerste Kamer, naar aanleiding van vragen van de leden Fiers (PvdA) en Van Apeldoorn (SP), toe om onderzoek te doen naar de effecten van een later aanmeldmoment voor de motivatie van leerlingen en dit mee te nemen in de evaluatie van het wetsvoorstel.

Deze toezegging wordt meegenomen in de lange termijn evaluatie van de wet doorstroomtoetsen po. De evaluatie wordt uitgevoerd door onderzoeksbureaus SEO en Oberon. In de onderzoeksopzet zijn expliciet als vragen opgenomen: Wat zijn mogelijke neveneffecten van het nieuwe tijdpad, in het bijzonder van het vervroegen van de afname van de doorstroomtoets? In het bijzonder: welke gevolgen zijn er voor de motivatie van de leerlingen in groep 8 in de periode na afname van de toets? Zie verder de toelichting op toezegging T03342 voor het tijdpad van de onderzoeksrapportages.

T03345 De Minister voor Primair en Voortgezet Onderwijs zegt de Eerste Kamer, naar aanleiding van een vraag van het lid Pijlman (D66), toe dat de Inspectie van het Onderwijs ook expliciet toezicht zal gaan houden op de kwaliteit van het onderwijs dat leerlingen na afname van de eindtoets ontvangen alsmede de onderwijstijd, dat dit zal worden gemonitord en in de evaluatie van het wetsvoorstel zal worden meegenomen.

Deze toezegging wordt meegenomen in de lange termijn evaluatie van de wet doorstroomtoetsen po. De evaluatie is in januari 2025 gestart. In het voorjaar van 2026 en 2027 vinden tussenrapportages plaats. In het voorjaar van 2028 zal de eindrapportage aan de Eerste en Tweede Kamer worden gezonden. De bevindingen van deze (tussen)evaluaties kunnen worden betrokken bij eventuele besluitvorming door een volgend kabinet over de inrichting van een gewijzigd stelsel.

T03480 De Staatssecretaris voor Cultuur en Media zegt de Eerste Kamer, naar aanleiding van een vraag van het lid Backer (D66) over de status van een eerdere toezegging aan het lid Pijlman (D66) om te onderzoeken of er binnen de Mediawet voldoende mogelijkheden zijn om desinformatie bij de publieke omroep tegen te gaan, toe dit mee te nemen in de beleidsdoorlichting media en de Eerste Kamer over de resultaten te informeren.

In de Mediabegrotingsbrief 2026, die medio november 2025 aan de Eerste en Tweede Kamer wordt verstuurd, wordt een toelichtende passage opgenomen over hoe de toezegging wordt afgedaan.

T03627 De Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap zegt de Eerste Kamer, naar aanleiding van een vraag van het lid Fiers (PvdA), toe dat er breed onderzoek en monitoring gedaan zal worden naar de effecten van het leenstelsel en het basisbeursstelsel. Daarin worden aspecten zoals studielasten, woningmarkt, arbeidsmarkt et cetera meegenomen. De Minister zal in een brief op een rijtje zetten hoe de (uitvoering van de) toezegging precies vormgegeven wordt.

De Eerste Tweede Kamer is op 6 december 2023 over deze toezegging geïnformeerd met de brief «Toezeggingen aan lid Fiers (GroenLinks-PvdA) bij plenair debat Eerste Kamer wetsvoorstel herinvoering basisbeurs» (Kamerstukken I 2023/24, 36 410 VIII, nr. C).

Het CPB-rapport waar in het rappel specifiek om wordt gevraagd, is reeds gepubliceerd (CPB (2024), «Een betere kijk op studieschulden»). Dit is, volgens de voor het CPB gebruikelijke wijze, door het instituut zelf gedaan. Het kabinet acht de toezegging hiermee alsnog afgedaan. Het onderwerp wordt bij de beleidsdoorlichting 2027 opnieuw betrokken.

T03725 De Minister voor Primair en Voortgezet Onderwijs zegt de Eerste Kamer, naar aanleiding van een vraag van het lid Van Apeldoorn (SP), toe om uit te zoeken om hoeveel kinderen van arbeidsmigranten en hoeveel kinderen van statushouders het gaat onder de nieuwkomers en dit mee te nemen in de contourenschets inzake de structurele bestendiging van het nieuwkomersonderwijs, die eind 2023 zal verschijnen.

Op 20 november 2024 en 24 juni 2025 heeft de Staatssecretaris van OCW de Tweede Kamer nader geïnformeerd over de structurele bestendiging van het onderwijs aan nieuwkomers in het onderwijsstelsel (Kamerstukken II 2024/25 32 824, nr. 455 en Kamerstukken II 36 373, nr. 24). De afgelopen tijd heb ik verder verkend of en op welke wijze uit te zoeken is hoeveel kinderen van arbeidsmigranten en hoeveel kinderen van statushouders er zijn onder de groep kinderen die nieuwkomersonderwijs volgt. Ik moet concluderen dat een eensluidend antwoord niet te geven is. Deze achtergrondgegevens van kinderen worden op deze manier door OCW en DUO niet verzameld. Reden hiervoor is dat er geen specifiek doelgroepenbeleid wordt gevoerd ten aanzien van kinderen van arbeidsmigranten en statushouders in het onderwijs. In de verdere uitwerking van de juridische inbedding van het onderwijs aan nieuwkomers heb ik er aandacht voor dat het onderwijs zo goed mogelijk de belangen van verschillende doelgroepen dient.

De Eerste en de Tweede Kamer worden in het najaar van 2025 verder geïnformeerd over deze toezegging.

T03750 De Staatssecretaris Cultuur en Media zegt de Eerste Kamer, naar aanleiding van een vraag van het lid Veldhoen (GroenLinks-PvdA), toe te bezien of de huidige monitoring inzake de inkomenspositie van makers in de av-sector voldoende beeld geeft of dat nog extra onderzoek nodig is. In gesprek met de procesbegeleider en de vertegenwoordigers van de makers wordt gewezen op de risico’s van de samenloop van de investeringsverplichting en de auteursrechtenvergoeding.

Er is inmiddels sprake van extra onderzoek. In dit kader kan verwezen worden naar de antwoorden op de vragen van het schriftelijk overleg Jaarverslag en slotwet Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (Kamerstukken 2024/25, 36 740 VIII), zie het verslag van het schriftelijke overleg met daarin de antwoorden op gestelde vragen (Jaarverslag 2024 – Staat van het Onderwijs 2025). Hierin is actuele informatie opgenomen over het aandeel van makers in de creatieve sector voor de Nederlandse economie (zie pag. 41–42). Er wordt verwezen naar de meest recente satellietrekening Cultuur en Media van het CBS (2025109). Voor wat betreft de economische omvang van auteursrechtrelevante industrieën wordt verwezen naar een recente studie van SEO «Economic Contribution of Copyright Industries in the Netherlands – a study based on the WIPO Guide». Daarnaast bieden de auteursrechttafels bij Platform ACCT, waaraan collectieve afspraken kunnen worden gemaakt door makers en exploitanten over arbeidsvoorwaarden (waaronder auteursrechtvergoedingen), de mogelijkheid om sectoraal verdiepend onderzoek te doen. Zie onder meer de nota naar aanleiding van het verslag in de Tweede Kamer, (Kamerstukken II 36 536, nr. 6, par. 2).

T03754 De Staatssecretaris van Cultuur en Media zegt de Eerste Kamer, naar aanleiding van een vraag van het lid Prins (CDA), toe de mogelijkheid van een accountantsverklaring als bewijs van het voldoen aan de investeringsverplichting, in de uitwerking van de ministeriële regeling nadrukkelijk mee te nemen.

De verplichte accountantsverklaring is opgenomen in de Mediaregeling 2008, door een wijzigingsregeling die op 1 april 2025 in werking is getreden. Zie Staatscourant 2025, 3178.

De investeringsverplichting is opgenomen in de Mediawet en bepaalt dat grote streamingsdiensten 5% van hun in Nederland gegenereerde relevante omzet moeten investeren in Nederlandse culturele audiovisuele producties. Minimaal 2,5% moet worden geïnvesteerd in Nederlandse films, series en documentaires. De door het lid Prins gevraagde verplichte accountantsverklaring is opgenomen in de Mediaregeling 2008 (door een wijzigingsregeling die op 1 april 2025 in werking is getreden). Zie Staatscourant 2025, 3178. De wijziging brengt met zich mee dat grote streamingsdiensten die onder de investeringsverplichting vallen in hun verantwoording aan het Commissariaat voor de Media moeten voorzien in een controleverklaring door een externe accountant over de hoogte en samenstelling van de relevante omzet die verband houdt met alle door die media-instelling aangeboden commerciële mediadiensten op aanvraag in het betreffende boekjaar. Deze verplichting versterkt de transparantie en betrouwbaarheid van de financiële verantwoording.

T03755 De Staatssecretaris Cultuur en Media zegt de Eerste Kamer, naar aanleiding van een vraag van het lid Prins (CDA), toe de mogelijkheid van het bundelen van de verplicht te investeren gelden van de streamers met de budgetten van de publieke omroep mee te nemen bij de reactie op het rapport van het Adviescollege Publieke Omroep (adviescollege-Van Geel).

De Eerste Kamer is op 7 november 2024 over deze toezegging geïnformeerd met de brief «Agenda audiovisueel aanbod – Verbeelding door inzicht, talentontwikkeling en samenwerking» (Kamerstukken I 2024/25, 36 176, nr. E).

Uw Kamer wordt via de Mediabegrotingsbrief 2026, die medio november 2025 wordt verstuurd, geïnformeerd over de moties en toezeggingen over publiek-private samenwerking. Deze moties en toezeggingen zien onder meer op de samenwerking tussen de publieke omroep en private partijen, waaronder de mediapartijen SBS en Talpa. In de Mediabegrotingsbrief zal ook ingegaan worden op de gewenste samenwerking van de publieke omroep met streamingsdiensten die onder de investeringsverplichting vallen zoals Netflix, Disney+ en Videoland. Deze samenwerking is van belang om productiebudgetten te kunnen stapelen, waardoor de kwaliteit en zichtbaarheid van producties kunnen worden vergroot.

T03757 De Staatssecretaris Cultuur en Media zegt de Eerste Kamer, naar aanleiding van een vraag van het lid Veldhoen (GroenLinks-PvdA), toe om in het evaluatieplan mee te nemen dat de investeringsverplichting enkel geldt voor media-instellingen die commerciële diensten op aanvraag aanbieden en niet geldt voor het aanbieden van lineaire diensten, en te bezien of dit in de toekomst mogelijk aangepast moet worden.

De concept-AMvB (met regels bij een investering die geen doorgang vindt) en de ministeriële regeling (over de informatie die moet worden verschaft aan het Commissariaat voor de Media) zijn in 2024 opgesteld. Dat is nog voor het moment dat de betreffende streamers voor de eerste keer aan het Commissariaat moeten rapporteren. Streamers moeten vóór 1 juli 2025 rapporteren over hun relevante omzet en investeringen in 2024. De concept-AMvB zal na afstemming met het Commissariaat worden geconsulteerd bij betrokken partijen. Daarna zal deze worden voorgehangen bij de Tweede en Eerste Kamer.

De Eerste Kamer is op 7 november 2024 over deze toezegging geïnformeerd met de brief «Agenda audiovisueel aanbod «Verbeelding door inzicht, talentontwikkeling en samenwerking»» (Kamerstukken I 2024, 2024, 36 176, nr. E).

T03758 De Staatssecretaris Cultuur en Media zegt de Eerste Kamer, naar aanleiding van een vraag van het lid Walenkamp (BBB), toe bij de eerstvolgende wetswijziging – waarvoor zo snel als mogelijk een wetsvoorstel zal worden ingediend – ook streektalen, zoals het Nedersaksisch en het Limburgs, in artikel 3.29f van de Mediawet 2008 op te nemen.

De Eerste Kamer wordt in het najaar van 2025 geïnformeerd over deze toezegging.

De toevoeging van streektalen wordt geregeld via het wetsvoorstel lokale omroepen, via een wijziging van artikel 3.29f Mediawet 2008. Dit wetsvoorstel is reeds in openbare internetconsultatie geweest en ligt momenteel voor advies bij de Raad van State. In genoemd artikel wordt steeds na «de Nederlandse of Friese taal» ingevoegd «, of een taal die in Nederland is erkend onder deel II van het Europees Handvest voor regionale talen of talen van minderheden». In de toelichting zoals die luidde ten tijde van de internetconsultatie, is hierover het volgende opgenomen: «Tijdens de parlementaire behandeling van het wetsvoorstel over de invoering van een investeringsverplichting voor Nederlands cultureel audiovisueel product heeft de toenmalige Staatssecretaris van OCW naar aanleiding van een vraag van het toenmalige lid van de Eerste Kamer Walenkamp toegezegd om bij de eerstvolgende wijziging van de Mediawet 2008 ook «streektalen, zoals het Nedersaksisch en het Limburgs» in artikel 3.29f van de Mediawet 2008 op te nemen. De voorgestelde wijziging geeft gevolg aan deze toezegging. Door te verwijzen naar de talen die zijn erkend onder deel II van het Europees Handvest voor regionale talen of talen van minderheden (hierna: het Handvest) wordt geen onderscheid gemaakt tussen die talen. De erkende talen zijn: Papiaments, Limburgs, Nedersaksisch, Jiddisch (Jiddisj) en Romanes. De taal- en culturele criteria voor Nederlands cultureel audiovisueel product worden zo aangevuld met de erkende talen. Dit betekent dat ook producties in één van deze talen, of producties op basis van een scenario of origineel literair werk in één van deze talen, kunnen meetellen voor de investeringsverplichting. Naast de onder deel II van het Handvest erkende talen, worden in Nederland ook streektalen (dialecten) gesproken. Voor de toepassing van artikel 3.29f kwalificeren de streektalen als Nederlands».


X Noot
1

Samenstelling:

Jaspers (BBB), Van Knapen (BBB), Lagas (BBB), Roovers (GroenLinks-PvdA), Veldhoen (GroenLinks-PvdA) (ondervoorzitter), Fiers (GroenLinks-PvdA), Ramsodit (GroenLinks-PvdA), Rosenmöller (GroenLinks-PvdA), Musa (VVD), Straus (VVD), Rietkerk (CDA) (voorzitter), Doornhof (CDA), Van Meenen (D66), Belhirch (D66), Van Kesteren (PVV), Nicolaï (PvdD), Van Bijsterveld (JA21), Van Apeldoorn (SP), Talsma (CU), Kemperman (FVD), De Vries (SGP), Perin-Gopie (Volt), Van Rooijen (50PLUS), Van der Goot (OPNL), Van de Sanden (Fractie-Van de Sanden), Walenkamp (Fractie-Walenkamp)

Naar boven