De Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap,
Gelet op artikel 3.29h, derde lid, van de Mediawet 2008;
Besluit:
ARTIKEL I
De Mediaregeling 2008 wordt als volgt gewijzigd:
Na artikel 17 wordt een nieuwe paragraaf ingevoegd, die luidt:
Paragraaf 3.3 Informatieplicht investeringsverplichting
Artikel 17a
-
1. Ter uitvoering van artikel 3.29h, eerste lid, van de wet levert een media-instelling
in ieder geval een controleverklaring aan door een externe accountant over de hoogte
en samenstelling van de relevante omzet die verband houdt met alle door die media-instelling
aangeboden commerciële mediadiensten op aanvraag in het betreffende boekjaar.
-
2. Het eerste lid is alleen van toepassing op een media-instelling die in het betreffende
boekjaar ten minste één commerciële mediadienst op aanvraag aanbiedt met een relevante
omzet van 10 miljoen euro of meer.
ARTIKEL II
Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 april 2025.
De Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap,
E.E.W. Bruins
TOELICHTING
Inleiding
Het Commissariaat voor de Media (hierna: Commissariaat) houdt toezicht op de uitvoering
van de verplichte investering in Nederlands cultureel audiovisueel product door aanbieders
van commerciële mediadiensten op aanvraag.1 Deze investeringsverplichting is op 1 januari 2024 in werking getreden.2 Om effectief toezicht te kunnen houden is van belang dat het Commissariaat over de
nodige informatie en stukken beschikt.
Grondslag
Op grond van artikel 3.29h van de Mediawet 2008 informeren betrokken media-instellingen
het Commissariaat jaarlijks vóór 1 juli over de hoogte en de samenstelling van de
relevante omzet en over de uitvoering van de investeringsverplichting in het voorgaande
boekjaar. Dit artikel bevat in het derde lid een delegatiegrondslag om bij ministeriële
regeling nadere regels te stellen over het aanleveren van stukken of informatie bij
het Commissariaat.
Gegevens over de omzet van ondernemingen zijn niet zomaar te raadplegen, aangezien
het bedrijfsvertrouwelijke informatie betreft. Daarnaast wordt de investeringsverplichting
uitsluitend berekend over de relevante omzet. De componenten van de relevante omzet
zijn omzet uit reclameboodschappen, abonnementen, gebruikerstransacties, sponsoring
en productplaatsing, zoals beschreven in het derde lid artikel 3.29e van de Mediawet
2008. Het Commissariaat heeft voor het toezicht inzicht nodig in de hoogte en samenstelling
van de relevante omzet.
Relevante omzet
De relevante omzet wordt bepaald per te onderscheiden mediadienst op aanvraag. De
controleverklaring van een media-instelling die meerdere commerciële mediadiensten
op aanvraag aanbiedt, ziet op de totale relevante omzet. Dus ook wanneer de relevante
omzet van een of meer van deze mediadiensten op aanvraag onder de € 10 miljoen blijft
in een boekjaar, wordt deze omzet meegenomen in de controleverklaring. Deze keuze
is gemaakt om te voorkomen dat een media-instelling die meerdere diensten aanbiedt
relatief minder hoeft te investeren dan een media-instelling die één dienst aanbiedt.
Dit kan het geval zijn als eerstgenoemde media-instelling de omzet over zijn verschillende
diensten verdeelt.
Betrokken partijen
De verplichting om het Commissariaat jaarlijks te informeren geldt voor alle media-instellingen
die een commerciële mediadienst op aanvraag aanbieden en in Nederland een omzet van
ten minste € 10 miljoen genereren in een gegeven boekjaar. Op basis van deze regeling
is een media-instelling verplicht een controleverklaring aan te leveren als met ten
minste één van de aangeboden commerciële mediadiensten op aanvraag een relevante omzet
van € 10 miljoen of meer wordt gegenereerd in een boekjaar. Ten aanzien van andere
media-instellingen komt aan het Commissariaat als toezichthouder de reguliere bevoegdheid
toe om alsnog een accountantscontrole op de relevante omzet op te vragen.
Regeldruk
De onderhavige regeling is voorgelegd aan het Adviescollege Toetsing Regeldruk (ATR).
De regeling is door het ATR niet geselecteerd voor een formeel advies.
De Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap,
E.E.W. Bruins