36 200 VII Vaststelling van de begrotingsstaten van het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (VII) voor het jaar 2023

F VERSLAG VAN EEN SCHRIFTELIJK OVERLEG

Vastgesteld 4 mei 2023

De Voorzitter van de Eerste Kamer der Staten-Generaal heeft op 16 maart 2023 een brief gestuurd aan de Minister voor Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening inzake de halfjaarlijkse stand van zaken ten aanzien van de toezeggingen die door de bewindspersonen aan de Eerste Kamer zijn gedaan.

De Minister heeft op 2 mei 2023 gereageerd.

De vaste commissies voor Binnenlandse Zaken en de Hoge Colleges van Staat / Algemene Zaken en Huis van de Koning1 en voor Infrastructuur, Waterstaat en Omgeving2 brengen bijgaand verslag uit van het gevoerde schriftelijk overleg.

De griffier voor dit verslag, Bergman

BRIEF VAN DE VOORZITTER VAN DE EERSTE KAMER DER STATEN-GENERAAL

Aan de Minister voor Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening

Den Haag, 16 maart 2023

De Eerste Kamer maakt halfjaarlijks de stand van zaken op ten aanzien van de toezeggingen die door de bewindspersonen aan deze Kamer zijn gedaan.

Door middel van deze brief attendeer ik u op het gebruikelijke halfjaarlijkse overzicht van openstaande en deels voldane toezeggingen. Vandaag ontvangt u digitaal een overzicht van de toezeggingen waarvan de termijn volgens onze informatie op 1 januari 2023 is verstreken. Daarbij treft u tevens, ter informatie, een overzicht aan van de openstaande of deels voldane toezeggingen waarvan de termijn op 1 juli 2023 verloopt. Beide lijsten zijn terug te vinden via de volgende links:

Rappel: https://www.eerstekamer.nl/rappel?rappel=vm1ef7mfytuw&ministerie=vlpiddb7qg8e

Vooruitblik: https://www.eerstekamer.nl/rappel?rappel=vm1eh7x81op9&ministerie=vlpiddb7qg8e

Teneinde een geactualiseerd overzicht aan de verantwoordelijke commissie(s) voor te kunnen leggen, verneemt de Kamer graag vóór vrijdag 5 mei 2023 eventuele correcties en een prognose van de termijnen waarop de toezeggingen zullen worden nagekomen. Het betreft daarbij voornamelijk de toezeggingen waarvan de deadline reeds is verstreken.

De Eerste Kamer tracht de toezeggingenregistratie zo actueel mogelijk te houden. De Kamer en de regering zijn er derhalve bij gebaat als brieven, nota’s en dergelijke, die samenhangen met toezeggingen aan de Eerste Kamer, rechtstreeks aan deze Kamer worden gezonden, onder vermelding van het toezeggingenregistratienummer.

Voorzitter van de Eerste Kamer der Staten-Generaal, J.A. Bruijn

BRIEF VAN DE MINISTER VOOR VOLKSHUISVESTING EN RUIMTELIJKE ORDENING

Aan de Voorzitter van de Eerste Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 2 mei 2023

Op 16 maart jl. zond u mij, ter verificatie, een halfjaarlijks overzicht van openstaande en deels voldane toezeggingen waarvan de termijn is verstreken.

In de bijlage treft u een prognose aan van de termijnen waarop deze toezeggingen zullen worden nagekomen.

De Minister voor Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening, H.M. de Jonge

Rappelabele toezeggingen EK Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (rappel maart 2023) Minister voor Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening

1)

De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties zegt de Kamer, naar aanleiding van vragen van de leden Fiers (PvdA), Lintmeijer (GroenLinks) en Bikker (ChristenUnie) toe om de Kamer vooruitlopend op de inwerkingtreding van de wet jaarlijks een voortgangsrapportage te sturen. Hierbij wordt ook een plan van aanpak voor de monitoring en de tussentijdse evaluatie gevoegd. De Minister zal in de voortgangsrapportage ingaan op de routekaart voor gebouwen in de gevolgklassen 2 en 3 (T02737)

De Eerste Kamer ontvangt in december de voortgangsrapportage over 2023. Aan het plan van aanpak voor de monitoring en evaluatie en de routekaart voor gevolgklassen 2 en 3 is invulling gegeven met de bijlage bij de brief van 16 december 2021.

De Eerste Kamer wordt verzocht de termijn te verschuiven naar 1 januari 2024.

2)

De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties zegt de Kamer, naar aanleiding van een opmerking van het lid Verkerk (ChristenUnie), toe de monitor ouderenhuisvesting naar de Eerste Kamer te sturen. (T03048)

De monitor ouderenhuisvesting zal in de zomer meegaan met de halfjaarlijkse voortgangsrapportage van het programma Wonen en zorg voor ouderen. Het rapport gepresenteerd zal worden en gepubliceerd op een specifiek moment.

De Eerste Kamer wordt verzocht de termijn te verschuiven naar 31 september 2023.

3)

De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties zegt de Kamer, naar aanleiding van een vraag van de leden Kluit (GroenLinks) en Crone (PvdA), toe nog eens na te zullen denken over een cumulatief effectonderzoek met betrekking tot de milieueffectrapportages (MER’s) van gemeenten en provincies (T03063)

Afgedaan. De Eerste Kamer is op 7 januari 2022 per brief door de Staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat geïnformeerd (Kamerstukken I 2021/22, 34 682, nr. H).

Ter toelichting: naar aanleiding van een verzoek van de Eerste Kamer aan de toenmalige Minister van BZK heeft het PBL in een pilot een analyse gemaakt van mogelijke ontwikkelingen voor wonen en werken in kwetsbare gebieden. Deze pilot planmonitor is door de Staatssecretaris van IenW, als eerstverantwoordelijk bewindspersoon voor het PBL, in december 2021 aan de Eerste Kamer toegezonden (Kamerstukken I 2021/22, 34 682, nr. H ).

Toezeggingen met betrekking tot de Omgevingswet:

4)

De Minister voor Milieu en Wonen zegt de Kamer, naar aanleiding van een vraag van het lid Kluit (GroenLinks), toe de nulmeting over vergunningverlening, handhaving en toezicht (VTH) vóór de voorhang van het inwerkingtredings-KB de Kamer toe te sturen (T02854)

Afgedaan. De Eerste Kamer is op 4 mei 2020 geïnformeerd, de nulmeting is tevens per bijlage meegezonden (Kamerstukken I, 2020/21, 33 118, BD). Tevens is door de Staatssecretaris van IenW op 13 december 2021 de Kamer per brief verder geïnformeerd over de versterking van het VTH-stelsel (Kamerstukken I, 2020/21, 33 118, CS).

5)

De Minister voor Milieu en Wonen zegt de Kamer, naar aanleiding van een vraag van het lid Kluit (GroenLinks), toe de Kamer te informeren over privacyaspecten inzake de vergunningaanvragen en meldingen met betrekking tot de uitbouw van het Digitaal Stelsel Omgevingswet (DSO) (T02867)

Afgedaan. De Eerste Kamer is op 14 december 2021 geïnformeerd over privacyaspecten inzake de vergunningaanvragen en meldingen in de uitbouw van het DSO (Kamerstukken I 2021/22, 33 118, CV).

6)

De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties zegt de Kamer, naar aanleiding van een vraag van het lid Kluit (GroenLinks), toe dat de eerste uitbouw van het DSO het onderwerp «natuur» betreft (T03001)

Afgedaan. De Eerste Kamer is hier over geïnformeerd via Kamervragen op 2 februari 2022 (Kamerstukken I 2021/22, 33 118, DC.). Het kunnen tonen van omgevingswetdocumenten vanuit de natuurwetgeving (aanwijzingsbesluiten voor natuurgebieden, toegangsbeperkingsbesluiten en dergelijke) is als functionaliteit ingebouwd in DSO-LV en is werkend.

7)

De Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit zegt de Kamer, naar aanleiding van een vraag van het lid Recourt (PvdA), toe dat bij de jaarlijkse evaluatie van de Omgevingswet zal worden bezien of de ambities voor natuur worden waargemaakt en indien dat niet het geval is, zullen de onderliggende redenen bekeken worden (T03010)

Bij vorige rappelbrief d.d. 15 november 2022 en tevens besluitvorming in de commissievergadering d.d. 6 december 2022: «Deze toezegging toe te wijzen aan de Minister van LNV». Het Ministerie van LNV rapporteert de Eerste Kamer hierover.

Rappelabele toezeggingen EK Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (vooruitblik maart 2023) Minister voor Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening

1)

De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties zegt de Kamer toe dat tot aan de inwerkingtreding van de wet proefprojecten georganiseerd zullen worden, om zo veel mogelijk ervaringen op te doen die kunnen worden meegenomen bij de implementatie van het stelsel (T02736)

Tot aan de inwerkingtreding van de Wkb per 1 januari 2024 worden proefprojecten georganiseerd. Hiervoor is onder meer ook het stimuleringsprogramma proefprojecten Wkb opgezet.

De Eerste Kamer wordt verzocht de termijn te verschuiven naar 1 januari 2024.

Toezeggingen met betrekking tot de Omgevingswet:

2)

De Minister voor Milieu en Wonen zegt de Kamer, naar aanleiding van een vraag van de leden Nooren (PvdA), Baay-Timmerman (50PLUS), Kluit (GroenLinks), Rietkerk (CDA) en Verkerk (ChristenUnie), toe een evaluatiecommissie in te stellen van deskundigen om een onafhankelijke evaluatie van de Omgevingswet te waarborgen. De Kamer zal geïnformeerd worden bij brief over de wijze van inrichting van de evaluatiecommissie voorafgaand aan de voorhang van het inwerkingtredings-KB en elk jaar zal een evaluatiebrief verzonden worden naar de Kamer (T02849)

Doorlopende toezegging. Bij besluit van de M van VRO van 23-12-2022 is per 1 januari 2023 de onafhankelijke evaluatiecommissie ingesteld en zijn de leden benoemd. De evaluatiecommissie zal binnen vijf jaar en binnen 10 jaar een evaluatie van de werking van de OW uitvoeren. Daarnaast zal de commissie jaarlijks reflecteren op de monitoringresultaten over de werking van het stelsel (Staatscourant 29-12-2022, nr. 33578).

3)

De Minister voor Milieu en Wonen zegt de Kamer, naar aanleiding van een vraag van de leden Klip-Martin (VVD) en Verkerk (ChristenUnie), toe de Kamer een integraal inzicht aan te bieden met betrekking tot de systematische aanpak van de monitoring. Jaarlijks komt er een brief over de monitoringsresultaten (T02857)

Doorlopende toezegging. De monitoring gaat lopen na de inwerkingtreding. Het plan van aanpak voor de monitoring van het stelsel van de OW zal voor de zomer aan de kamer worden toegezonden. Jaarlijks zal aan de Kamers worden gerapporteerd over de resultaten van deze monitor. De eerste meting zal in 2024 plaatsvinden.

4)

De Minister voor Milieu en Wonen zegt de Kamer, naar aanleiding van een vraag van het lid Kluit (GroenLinks), toe dat in de loop van de inwerkingtreding van de Omgevingswet en daarna gemonitord zal worden op de ontwikkeling van het aantal, de kwaliteit en de onafhankelijke toetsing van milieueffectrapportages (m.e.r.). Deze monitoring heeft ook betrekking op m.e.r.-beoordelingen (T02859)

De Staatssecretaris van IenW heeft op 23 januari 2023 een brief gestuurd naar de Eerste Kamer, Kamerstukken I 2022/23, 34 287 / 29 383, V) met daarbij als bijlage een rapport van TAUW, Monitoring mer 2021. De Eerste Kamer wordt verzocht de termijn te verschuiven naar 1 april 2025. De Eerste Kamer wordt dan geïnformeerd over de gevraagde ontwikkelingen van milieueffectrapportage over 2024, het eerste jaar na inwerkingtreding.

De Eerste Kamer wordt verzocht de termijn te verschuiven naar 1 april 2025.

5)

De Minister voor Milieu en Wonen zegt de Kamer, naar aanleiding van een vraag van het lid Rietkerk (CDA), toe de werking van de software betreffende het Digitaal Stelsel Omgevingswet (DSO) continu te testen en de resultaten daarvan, die hun beslag krijgen in rapportages van verschillende instanties, de Kamer aan te bieden vóór de toezending van het inwerkingtredings-KB (T02865)

Afgedaan. De Eerste Kamer is per brief van 14 oktober 2022 geïnformeerd over de toets uitgevoerd door de Adviescommissie ICT-Toetsing (Kamerstukken I 2021/2022, 33 118, EK). De kamer is in januari geïnformeerd over het verdere verloop van het Integraal Ketentesten. De Kamer zal tot aan inwerkingtreding geïnformeerd worden over het vervolg van het Integraal Ketentesten, te weten IKT fase 4 en 5 in juli 2023 en in het najaar van 2023.

6)

De Minister voor Milieu en Wonen zegt de Kamer, naar aanleiding van een vraag van het lid Nooren (PvdA), toe een overzicht te sturen vóór de voorhang van het inwerkingtredings-KB van zaken die gereed moeten zijn waar het betreft de aansluitingen van overheden op het Digitaal Stelsel Omgevingswet (DSO) (T2868)

Afgedaan. De Kamer is maandelijks geïnformeerd over de aansluitcijfers van overheden op het DSO voor de voorhang van het KB. De voorhang is inmiddels beëindigd. De aansluitpercentages bedragen tussen de 99–100% en er worden geen grote veranderingen meer verwacht. De maandrapportage van maart 2023 zal ter afsluiting van de toezegging nog aan de Kamers worden gestuurd. De informatie over de aansluitingen blijft elke twee weken gepubliceerd worden op de aansluitmonitor op de website van het programma Aan de Slag.

7)

De Minister voor Milieu en Wonen zegt de Kamer, naar aanleiding van een vraag van de leden Dessing (FVD), Nooren (PvdA), Kluit (GroenLinks), Klip-Martin (VVD) en Verkerk (ChristenUnie), toe een landelijke voorlichtingscampagne te initiëren, opdat mensen weten van de komst van de Omgevingswet en waar ze verdere informatie kunnen halen (T02869)

De landelijke voorlichtingscampagne zal minstens drie maanden voordat de wet inwerking treedt starten.

De Eerste Kamer wordt verzocht de termijn te verschuiven naar 1 oktober 2023.

8)

De Minister voor Milieu en Wonen zegt de Kamer, naar aanleiding van een vraag van het lid Rietkerk (CDA), toe dat in de voortgangsbrief uiteengezet wordt hoe de onafhankelijke evaluatie na vijf jaar en de jaarlijkse monitoring vorm worden gegeven (T02887)

Afgedaan. De Eerste Kamer is per brief van 24 februari 2022 geïnformeerd (Kamerstukken I 2021/2022, 33 118, DJ, Kamerstukken II 2021/2022, 33 118, nr. 220) en per brief van 26 januari (Kamerstukken I 2022/23, 33 118/34 986, EU, bijlage 7). Het plan van aanpak voor de monitoring van het stelsel zal voor de zomer aan de Kamers worden toegezonden. Na inwerkingtreding wordt jaarlijks gerapporteerd over de resultaten van de monitor. Het werkprogramma van de onafhankelijke evaluatiecommissie zal voor inwerkingtreding van de Omgevingswet worden toegestuurd.

9)

De Minister voor Milieu en Wonen zegt de Kamer, naar aanleiding van een vraag van het lid Verkerk (ChristenUnie), toe dat dialogen met partners over politiek-democratische cultuur gevoerd zullen worden en dat het punt van macht en tegenmacht wordt meegenomen bij de monitoring en evaluatie van jurisprudentie (T02908)

De monitoring van de Omgevingswet start vanaf 1 januari 2024 – na de inwerkingtreding – en gaat vervolgens jaarlijks naar de Kamer.

De Eerste Kamer wordt verzocht de termijn te verschuiven naar 1 januari 2025.

10)

De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties zegt de Kamer, naar aanleiding van een vraag van het lid Rietkerk (CDA), toe dat de brede financiële consequenties van het DSO voor provincies, gemeenten en waterschappen in december in beeld komen, of in ieder geval voor de voorhang van het inwerkingtredings-KB inzake de Omgevingswet (T03000)

In de beantwoording van Kamervragen van 26 januari 2022 (Kamerstukken I, 2020/21, 33 118, DC) is de Kamer geïnformeerd over de financiële afspraken tussen decentrale overheden en BZK. Tevens is de Kamer per brief van 24 februari 2022 geïnformeerd (Kamerstukken I, 2020/21, 33 118, nr. DJ) over de reservering van middelen in het Coalitieakkoord. Ook in de beantwoording op Kamervragen van de Eerste Kamer van 31 januari 2023, 7 juni 2022, 6 mei 2022 en 2 februari 2022 is ingegaan op de financiën van het DSO (Kamerstukken I 2021/22, 33 118, resp. EV, DV, DN en DC). Voor 1 juli 2023 wordt, conform de Motie-Kluit c.s., een geactualiseerd Integraal Financiële Beeld voor gemeenten, provincies en omgevingsdiensten naar de Eerste Kamer gezonden. (Kamerstukken I 2022/23, 33 118, EY).

De Eerste Kamer wordt verzocht de termijn te verschuiven naar 1 juli 2023.

11)

De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties zegt de Kamer toe dat zij het inwerkingtredings-KB betreffende de Omgevingswet niet eerder ter bekrachtiging voorlegt aan de Koning dan nadat de beraadslaging in de Eerste Kamer is afgerond en de Eerste Kamer heeft ingestemd (T03129)

Afgedaan. De Minister heeft na het afronden van de beraadslaging in de Eerste Kamer en nadat de Eerste Kamer heeft ingestemd met het inwerkingtredings-KB het KB voorgelegd aan de Koning. Op 22 maart 2023 is het inwerkingtredings-KB betreffende de Omgevingswet met de datum van 1 januari 2024 in het Staatsblad gepubliceerd.

12)

De Minister voor Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening zegt de Kamer, naar aanleiding van een vraag van het lid Fiers (PvdA), toe de Kamer in een voortgangsrapportage te informeren over de uitkomsten van de Integrale Ketentesten over Fase I, die in juli beschikbaar komen, alsmede de uitkomsten van iedere opvolgende fase waarin een ketentest is afgerond (T03422)

Afgedaan. De Kamer is geïnformeerd over de uitkomsten van de Integrale Ketentesten Fase I. (Kamerstukken I 2022/23, 33 118 / 34 986 EG). In de brief van 14 oktober 2022 is de EK geïnformeerd over de uitkomsten van IKT2 (Kamerstukken I 2021/22, EK 33.118 / 34.986 EK). In de brief van 26 januari 2023 is de EK geïnformeerd over de uitkomsten van IKT3 (Kamerstukken I 2022/23, 33 118 / 34 986, EU). De kamer zal in de komende voortgangsbrieven geïnformeerd worden over de uitkomsten van de opvolgende fases. Tevens zijn de uitkomsten van het integrale ketentesten openbaar te volgen via de website van het programma Aan de Slag, daarmee wordt de EK doorlopend geïnformeerd over de uitkomsten van de testen totdat de wet inwerking treedt op 1 januari 2024.


X Noot
1

Samenstelling:

Kox (SP), Ganzevoort (GL), De Boer (GL), Van Hattem (PVV), Pijlman (D66), Rombouts (CDA), Schalk (SGP), Koole (PvdA), Klip-Martin (VVD), Baay-Timmerman (50PLUS), Bezaan (VVD), Van den Berg (VVD), Crone (PvdA), Dittrich (D66) (voorzitter), Doornhof (CDA), Frentrop (Fractie-Frentrop), Meijer (VVD), Nicolaï (PvdD) (ondervoorzitter), Rietkerk (CDA), Rosenmöller (GL), De Vries (Fractie-Otten), Keunen (VVD), Van der Linden (Fractie-Nanninga), Van Pareren (Fractie-Nanninga), Raven (OSF), Talsma (CU) en Dessing (FVD).

X Noot
2

Samenstelling:

Atsma (CDA), De Boer (GL), Van Dijk (SGP), Pijlman (D66), Klip-Martin (VVD), Baay-Timmerman (50PLUS), A.J.M. van Kesteren (PVV), Arbouw (VVD), Bezaan (PVV), Fiers (PvdA), Dessing (FVD), Geerdink (VVD), Janssen (SP), Kluit (GL), Van der Linden (Fractie-Nanninga), Meijer (VVD) (voorzitter), Moonen (D66), Nicolaï (PvdD), Prins (CDA), Recourt (PvdA), Rietkerk (CDA), vacant (GL), Verkerk (CU), De Vries (Fractie-Otten), Van Pareren (Fractie-Nanninga), Raven (OSF) en Karakus (PvdA) (ondervoorzitter).

Naar boven