Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2020-202135650 nr. 1

Tweede Kamer der Staten-Generaal

35 650 Najaarsnota 2020

Nr. 1 BRIEF VAN DE MINISTER VAN FINANCIËN

Ontvangen 30 november 2020

Vergaderjaar 2020‒2021

1 Inleiding

Deze Najaarsnota geeft de laatste stand van zaken van de uitgaven en inkomsten voor het begrotingsjaar 2020. Het gaat hierbij om de wijzigingen die zich hebben voorgedaan na de Miljoenennota 2021, die op Prinsjesdag is gepresenteerd. Deze wijzigingen in de inkomsten en uitgaven zijn het gevolg van reguliere actualisatie van de uitvoering van beleid, bijstelling van ramingen en nieuwe maatregelen. In 2020 zijn er bijzondere wijzigingen in de begroting vanwege de coronacrisis.

Op 17 maart kondigde het kabinet het noodpakket banen en economie aan1. Vervolgens werd op 20 mei het noodpakket 2.0 bekend gemaakt2. Op 28 augustus is het steun- en herstelpakket gepresenteerd3. Hierna heeft het kabinet op 27 oktober aanvullingen op het steun- en herstelpakket aangekondigd4. Het doel van deze pakketten is het zo veel mogelijk behouden van de werkgelegenheid en beperken van de schade voor werkenden en het bedrijfsleven, en daarmee voor de samenleving en de economie. De maatregelen zorgen ervoor dat bedrijven personeel kunnen doorbetalen, bieden bedrijven een tegemoetkoming voor vaste lasten en bieden zelfstandigen een overbrugging van een periode met lagere inkomsten. Ook zorgen de maatregelen waar mogelijk voor behoud van liquiditeit via versoepelde belastingregelingen, compensatie en extra kredietmogelijkheden. Het steun- en herstelpakket biedt ondernemers en werknemers daarnaast hulp bij noodzakelijke aanpassingen als gevolg van de coronacrisis. Sinds maart zijn de verschillende pakketten onder hoge tijdsdruk tot stand gekomen. Nu we enkele maanden verder zijn, hebben we beter zicht op de rechtmatigheidsrisico’s van de noodmaatregelen. Deze worden in bijlage 5 toegelicht.

De coronacrisis heeft een zeer groot effect op de overheidsfinanciën, via zowel lagere belasting- en premie-inkomsten als de uitgaven aan de nood- en herstelpakketten. Deze nieuwe situatie brengt ook budgettaire onzekerheid met zich mee. In deze Najaarsnota valt het begrotingstekort 1 procent bbp lager uit dan in de Miljoenennota. Dit komt grotendeels doordat de economie zich in de zomer en het begin van de herfst positiever dan verwacht heeft ontwikkeld. Als gevolg hiervan zijn ook de belastinginkomsten gestegen. Daarnaast zijn de ramingen voor de verschillende nood- en steunmaatregelen bijgesteld. De uitgaven aan de maatregelen vallen voor dit jaar 1,6 miljard euro lager uit. Dit komt omdat de uitgaven van een aantal regelingen doorschuiven naar volgend jaar. Binnen de Tijdelijke Noodmaatregel Overbrugging voor Werkgelegenheid (NOW) worden bijvoorbeeld middelen verschoven, zodat een groter deel in 2021 wordt uitbetaald in plaats van 2020. Dit komt omdat NOW 3.1 in drie maandelijkse tranches wordt uitbetaald in plaats van één tranche van 3 maanden. Bij de zorgbonus is sprake van een overschrijding van 0,8 miljard euro in 2020, ten opzichte van de oorspronkelijke raming van 1,4 miljard euro. De overschrijding wordt veroorzaakt doordat de bonus veel breder is aangevraagd dan verwacht. Zie bijlage 1 voor een overzicht van de coronamiddelen. Ondanks de saldoverbetering ten opzichte van de Miljoenennota blijft het begrotingstekort dit jaar met ‒ 6,2% bbp historisch hoog, zoals figuur 1.1 laat zien.

Sinds de herfst is het aantal coronabesmettingen gestegen. Hierdoor zijn aanvullende maatregelen om de verspreiding van het virus te remmen noodzakelijk geworden. Afhankelijk van de verdere ontwikkelingen leidt dit tot extra economische schade. Als er verdere economische schade optreedt, werkt dit ook door in de overheidsfinanciën. Dit gebeurt zowel via een hoger beroep op de nood-, steun- en herstelregelingen als hogere WW- en bijstandsuitgaven en lagere belasting- en premie-inkomsten. Op 26 november is het Centraal Planbureau (CPB) met een nieuwe economische raming gekomen. Voor 2020 is het economisch beeld al grotendeels op realisaties gebaseerd. Ook in de Najaarsnota zijn realisaties al zo goed als mogelijk meegenomen. Vanwege gelijktijdige publicatie zijn er elementen uit deze Najaarsnota die nog niet in de CPB-raming verwerkt zijn. Dit geldt bijvoorbeeld voor de besluitvorming over de uitgaven. Andersom zijn de nieuwste economische inzichten van het CPB niet verwerkt in de Najaarsnota. Dit kan leiden tot verschillen in de raming van het CPB en de raming in de Najaarsnota.

Figuur 1.1 EMU-saldo sinds 2000

Naast de steunmaatregelen vanwege corona zijn er hogere reguliere uitgaven. Het gaat onder andere om hogere uitgaven aan Infrastructuur en Waterstaat (0,4 miljard euro), een tegenvaller op de compensatie transitievergoeding (CTVLAO) (0,3 miljard euro), betalingen van de Nederlandse Aardolie Maatschappij (NAM) die pas in 2021 binnenkomen in plaats van 2020 (0,5 miljard euro), en hogere EU-afdrachten, onder andere als gevolg van een geschil met de Europese Commissie over de afdrachten op de invoer van zonnepanelen (0,4 en 0,7 miljard euro).

Daarnaast is er sprake van reguliere onderuitputting van 1,3 miljard euro (geld dat voor dit jaar was begroot maar (nog) niet is uitgegeven) en 0,3 miljard kasschuiven (geld dat eerder werd toegeschreven aan 2020 en nu onder 2021 valt). Waar een kasschuif voor een specifieke post geldt, is er een eindejaarsmarge voor begrotingshoofdstukken. Via de eindejaarsmarge kunnen departementen 1 procent van het begrotingstotaal meenemen naar 2021. In sommige gevallen mag er meer worden meegenomen naar volgende jaren. Bovenop de reguliere eindejaarsmarge blijft 0,8 miljard euro in latere jaren beschikbaar voor een aantal belangrijke kabinetsbrede dossiers zoals het Urgenda-vonnis, het Klimaatakkoord, de uitbetaling van de toeslagen, de wederopbouw van Sint-Maarten, de digitale veiligheid, de versterkingsoperatie in Groningen en stikstofmaatregelen. Deze middelen worden bij de komende Voorjaarsnota toegevoegd aan de begroting 2021.

De in=uit taakstelling is de tegenhanger van de eindejaarsmarge en wordt gedurende het lopende jaar ingevuld met onderuitputting en meevallers. In het uitgavenbeeld (paragraaf 2) wordt deze systematiek verder toegelicht. De in=uit taakstelling kan bij de Najaarsnota door de verschillende tegenvallers maar voor 0,1 miljard euro worden ingevuld. De resterende in=uit taakstelling voor de Slotwet bedraagt 1,2 miljard euro. Dit is een hoger bedrag dan voorgaande jaren. Vorig jaar resteerde bijvoorbeeld nog een in=uit taakstelling van 0,6 miljard bij Najaarsnota. Mocht de in=uit taakstelling niet volledig worden ingevuld bij de Slotwet, omdat er onvoldoende aanvullende onderuitputting optreedt, dan leidt dit tot een plafondoverschrijding en een verslechtering van het EMU-saldo. De budgettaire ontwikkelingen worden in meer detail toegelicht in het uitgavenbeeld (paragraaf 2).

Gelijktijdig met deze Najaarsnota worden ook de daarmee samenhangende tweede suppletoire begrotingswetten aangeboden aan de Tweede Kamer. Deze wetten zijn de laatste reguliere mogelijkheid voor het kabinet om voor het lopende begrotingsjaar 2020 beleidsmatige mutaties aan de Tweede Kamer voor te leggen.

Leeswijzer

Paragraaf 2 geeft een toelichting op de verandering in de uitgaven onder het uitgavenplafond sinds de Miljoenennota 2021. Hierbij wordt eerst een overzicht van de totale stand van de uitgaven onder het uitgavenplafond gepresenteerd. Vervolgens worden per deelplafond de plafondtoetsen gemaakt en de uitgavenmutaties toegelicht. In paragraaf 3 wordt het inkomstenbeeld gepresenteerd, met ook hierbij de bijstellingen sinds de Miljoenennota 2021. In paragraaf 4 wordt het effect van de wijzigingen in inkomsten en uitgaven op het overheidssaldo en de overheidsschuld behandeld. In paragraaf 5 wordt ten slotte een totaaloverzicht gegeven van de belangrijkste budgettaire gegevens voor het jaar 2020.

In bijlage 1 wordt de actuele stand van de corona-uitgaven gepresenteerd. Bijlage 2 geeft de belasting- en premieontvangsten op kasbasis weer. In bijlage 3 wordt een overzicht gegeven van de Regeerakkoordmiddelen op de Aanvullende Post. Bijlage 4 licht de uitputting van de risicoregelingen die zijn gestart of verruimd tijdens de coronacrisis toe, en geeft een aantal bijstellingen in de ramingen. Bijlage 5 geeft een toelichting op de rechtmatigheidsrisico's van de coronamaatregelen. Bijlage 6 bevat de Verticale Toelichting

2 Het uitgavenbeeld

In het regeerakkoord heeft het kabinet afgesproken hoeveel er elk jaar maximaal kan worden uitgegeven. Dit uitgavenplafond is onderverdeeld in drie deelplafonds: Rijksbegroting, Sociale Zekerheid en Zorg. Met de plafondtoetsen toetst het kabinet of het verwachte uitgavenniveau binnen het vastgestelde uitgavenplafond blijft.

Het jaar 2020 wordt getekend door de corona-uitbraak, met forse gevolgen voor de Nederlandse begroting. Het kabinet heeft, o.a. met de nood- en steunpakketten567,, maatregelen genomen om de (economische) gevolgen van de coronacrisis zoveel mogelijk te beperken. Het is niet wenselijk om voor deze economische noodmaatregelen andere uitgaven te verminderen. Daarom gaan deze maatregelen buiten het reguliere uitgavenplafond om. In de technische verwerking wordt dit gerealiseerd via een plafondcorrectie. Sinds de Miljoenennota zijn de ramingen van de kosten voor de nood- en steunpakketten bijgesteld. Bij de zorgbonus is sprake van een overschrijding van 800 miljoen euro in 2020. Dit terwijl reeds 1,4 miljard euro was gereserveerd voor de bonus in 2020. De overschrijding wordt veroorzaakt doordat de bonus veel breder is aangevraagd dan verwacht.

Per saldo zijn de geschatte kosten van de nood- en steunpakketten voor dit jaar met 1,6 miljard euro neerwaarts bijgesteld. Dit komt omdat voor verschillende regelingen de uitgaven van 2020 doorschuiven naar 2021. Voor de NOW geldt bijvoorbeeld dat een groter deel in 2021 wordt uitbetaald in plaats van in 2020, omdat NOW 3.1 in drie maandelijkse tranches wordt uitbetaald in plaats van één tranche van 3 maanden. Bij de Najaarsnota is de technische verwerking van alle corona-uitgaven nog een keer tegen het licht gehouden. Hierbij is geconcludeerd dat sommige uitgaven voor de bestrijding van de coronacrisis ook met een plafondcorrectie verwerkt hadden moeten worden, zodat het niet nodig is om voor deze uitgaven andere uitgaven te verminderen. Hierdoor zijn de uitgaven die gelabeld zijn als corona-uitgaven met 150 miljoen euro toegenomen. Zie bijlage 1 voor een actueel budgettair overzicht van de nood- en steunpakketten.

De Staten-Generaal is gedurende de afgelopen maanden veelal geïnformeerd door middel van incidentele suppletoire begrotingen en Kamerbrieven over de specifieke regelingen. Er is daarbij aangegeven dat er -zeker gelet op de hoge tijdsdruk waaronder deze maatregelen tot stand zijn gekomen- rechtmatigheidsrisico’s aan deze regelingen kunnen kleven. Nu we enkele maanden verder zijn, bestaat er beter zicht op deze rechtmatigheidsrisico’s. In aanvulling op eerdere berichtgeving zijn in bijlage 5 de rechtmatigheidsrisico’s opgenomen voor zover nu bekend. Het kabinet informeert de Kamer hiermee vroegtijdig over de rechtmatigheidsrisico’s en wacht niet op de formele verantwoording in mei 2021. De risico’s kunnen op deze manier betrokken worden bij de bespreking van eventuele toekomstige noodpakketten.

Ook de ramingen van de reguliere uitgaven zijn bijgesteld sinds de Miljoenennota. Er zijn op verschillende begrotingen budgettaire tegenvallers verwerkt. Dit zijn onder andere hogere EU-afdrachten als gevolg van hogere uitgaven van de EU dan waarmee eerder rekening was gehouden. Ook zijn er aanvullende uitgaven als gevolg van een geschil met de Europese Commissie over de afdrachten op de invoer van zonnepanelen. Nederland draagt onder voorbehoud middelen af om de oploop van de potentiële renterekening tegen te gaan en een constructieve dialoog met de Europese Commissie op te starten. Hiernaast is er een tegenvaller op de compensatie transitievergoeding (CTVLAO) en zijn er hogere uitgaven aan Infrastructuur en Waterstaat. In het licht van deze hogere uitgaven zal de hoogte en monitoring van de overprogrammering op het Infrastructuurfonds en het Deltafonds opnieuw worden bezien. Ten slotte zijn er ook uitgaven voor schade- en versterkingskosten in Groningen waarvan de ontvangsten van de NAM pas volgend jaar binnenkomen. Deze tegenvallers worden samen met de overige mutaties verder toegelicht in de onderstaande plafondtoetsen en in de Verticale Toelichting (bijlage 6).

Naast de tegenvallers is in deze Najaarsnota in totaal 1,3 miljard euro aan onderuitputting verwerkt. Ook is voor 0,3 miljard euro aan kasschuiven van 2020 naar 2021 geschoven. Gedeeltelijk mogen departementen niet-bestede middelen (onderuitputting) meenemen naar volgend jaar via de reguliere eindejaarsmarge van maximaal 1 procent van de ontwerpbegroting. Naast deze reguliere eindejaarsmarge wordt 0,8 miljard euro aan middelen meegenomen naar 2021 voor een aantal belangrijke kabinetsbrede dossiers. Deze posten worden, samen met de systematiek van de eindejaarsmarge en in=uit-taakstelling, verder toegelicht in de plafondtoets van het deelplafond Rijksbegroting. De in=uit-taakstelling wordt voor 100 miljoen euro ingevuld. Er staat nog 1,2 miljard euro aan taakstelling open richting de Slotwet. Per saldo leiden de budgettaire mutaties ertoe dat het uitgavenplafond voor dit jaar op nul sluit, net als bij de Miljoenennota.

Tabel 2.1 Totaal plafondtoets

(in miljarden euro; - is onderschrijding)

2020

Totaal uitgavenplafond

 

Uitgavenplafond (in lopende prijzen)

332,7

Uitgavenniveau

332,7

Over-/onderschrijding

0,0

  

Rijksbegroting

 

Uitgavenplafond (in lopende prijzen)

155,3

Uitgavenniveau

156,4

Over-/onderschrijding

1,1

  

Sociale zekerheid

 

Uitgavenplafond (in lopende prijzen)

102,6

Uitgavenniveau

102,8

Over-/onderschrijding

0,3

  

Zorg

 

Uitgavenplafond (in lopende prijzen)

74,8

Uitgavenniveau

73,4

Over-/onderschrijding

‒ 1,3

2.1 Deelplafonds

2.1.1 Plafondtoets Deelplafond Rijksbegroting
Tabel 2.1.1.1 Ontwikkeling uitgavenplafond Rijksbegroting
 

(in miljoenen euro; - is onderschrijding)

2020

1

Uitgavenplafond bij Miljoenennota 2021

155.426

2

Overboekingen met plafonds Sociale Zekerheid en Zorg (incl. GF/PF)

‒ 3

3

Uitgavenmaatregelen corona

‒ 371

4

Overschrijding Infrastructuurfonds en Deltafonds

291

5

Overige plafondcorrecties

0

6

Uitgavenplafond bij Najaarsnota 2020 (=1 t/m 5)

155.344

   

7

Uitgaven bij Miljoenennota 2021

156.573

 

Uitgavenmutaties met aanpassing van het uitgavenplafond

 

8

Overboekingen met plafonds Sociale Zekerheid en Zorg (incl. GF/PF)

‒ 3

9

Uitgavenmaatregelen corona

‒ 371

10

Overschrijding Infrastructuurfonds en Deltafonds

291

11

Overige plafondcorrecties

0

 

Uitgavenmutaties met beslag budgettaire ruimte

 

12

EU-afdrachten

415

13

Boeten en transacties

‒ 40

14

Rente

42

15

Dividend staatsdeelnemingen

‒ 50

16

Zonnepanelen (douaneheffing)

659

17

Betalingen NAM

507

18

Tegenvaller beheer en onderhoud I&W

103

19

Onderuitputting (inclusief HGIS)

‒ 1.304

20

Kasschuiven

‒ 346

21

Invulling in=uit-taakstelling

100

21

Overig

‒ 151

22

Uitgaven bij Najaarsnota 2020 (=7 t/m 21)

156.426

   

23

Over-/onderschrijding uitgavenplafond bij Miljoenennota 2021 (=7-1)

1.147

24

Over-/onderschrijding uitgavenplafond bij Najaarsnota 2020 (=22-6)

1.082

De toets op het deelplafond Rijksbegroting laat een overschrijding bij Najaarsnota zien van 1.082 miljoen euro in 2020. Bij Miljoenennota 2021 was voor 2020 sprake van een overschrijding van 1.147 miljoen euro.

Uitgavenmutaties met aanpassing van het uitgavenplafond

Overboekingen met plafonds Sociale Zekerheid en ZorgHet uitgavenplafond Rijksbegroting wordt bij de Najaarsnota met 3 miljoen euro neerwaarts bijgesteld voor overboekingen met de twee andere deelplafonds Sociale Zekerheid en Zorg.

Uitgavenmaatregelen coronaSinds de Miljoenennota heeft het kabinet maatregelen genomen aanvullend op het steun- en herstelpakket, hiervoor is het uitgavenplafond gecorrigeerd. Het budget voor de zorgbonus is op basis van de aanvragen omhoog bijgesteld met 800 miljoen euro. In aanvulling daarop worden een aantal uitgaven doorgeschoven naar 2021, waaronder 500 miljoen euro voor de beschikbaarheidsvergoeding OV. In totaal tellen de verschillende bijstellingen op tot ‒ 371 miljoen euro dit jaar. In bijlage 1 worden de uitgaven aan coronamaatregelen toegelicht.

Overschrijding Infrastructuurfonds en Deltafonds Dit voorjaar is, mede op uitdrukkelijk verzoek van de Tweede Kamer, een hogere overprogrammering op het Infrastructuurfonds voor de komende jaren afgesproken om uitgaven voor aanleg van infra aan te jagen na een aantal jaar van onderuitputting. In 2020 gaat het om 534 miljoen euro. Mede hierdoor is er nu sprake van een forse overschrijding in 2020. De hoogte en monitoring van de overprogrammering op de fondsen zal daarom opnieuw worden bezien in het licht van deze overschrijding. De totale overschrijding bedraagt 394 miljoen euro (341 miljoen euro op het Infrastructuurfonds en 53 miljoen euro op het Deltafonds). 291 miljoen euro hangt samen met versnelde uitgaven, onder andere op aanlegbudgetten voor Wegen en Spoor (ca. 200 miljoen euro) en een aanvullende versnelling op het Strategische Plan Verkeersveiligheid (50 miljoen euro). Voor deze uitgaven is het plafond aangepast zoals ook voor de investeringsversnellingen bij de Miljoenennota is gedaan. In latere jaren is er sprake van lagere uitgaven, waarmee de programmering over de gehele looptijd van de fondsen op nul sluit.

Uitgavenmutaties binnen plafond Rijksbegroting

EU-afdrachtenDe raming van de afdrachten aan de Europese Unie wordt met 415 miljoen euro opwaarts bijgesteld. Hoofdoorzaak is een aanvullende begroting waarmee een aantal uitgaven incidenteel wordt verhoogd in verband met de coronacrisis. Deze verhoging past nog onder het betalingenplafond van de Europese begroting. Bij ontwerpbegroting 2020 werd er nog vanuit gegaan dat de Europese uitgaven ver onder dat betalingenplafond uit zouden komen (daarvoor is destijds ook de raming van de Nederlandse afdrachten neerwaarts bijgesteld).

Boeten en transactiesBij de boeten en transacties wordt een meeropbrengst verwacht van 40 miljoen euro.

RenteDe raming van de rentelasten wijzigt als gevolg van realisaties en de financieringsbehoefte.

Dividend staatsdeelnemingenDe raming van de winstafdracht De Nederlandsche Bank (DNB) is aangepast naar aanleiding van de meest recente winstraming (2 miljoen euro). Daarnaast valt een begrotingsreserve voor Tennet vrij omdat de garantstelling afloopt (48 miljoen euro).

ZonnepanelenDit betreft een afdracht onder voorbehoud aan de Europese Commissie vanwege een geschil met de Commissie over de verschuldigdheid van Traditionele Eigen Middelen over de invoer van zonnepanelen, waarover al dan niet anti-dumpingsheffingen en compenserende rechten geheven hadden moeten worden. Dit is afhankelijk van het land van oorsprong en/of land van verzending van de zonnecellen op deze panelen. Nederland draagt onder voorbehoud af om de oploop van de potentiële renterekening tegen te gaan en een constructieve dialoog met de Europese Commissie op te starten. Mocht de dialoog niet tot herziening van het standpunt van de Commissie leiden, dan zal Nederland voor het onder voorbehoud betaalde bedrag een procedure aanhangig maken bij het Hof van Justitie. Het nettobedrag van 659 miljoen euro bestaat uit 824 miljoen euro aan invoerrechten minus 165 miljoen euro aan perceptiekostenvergoeding van 20 procent van de inningskosten. 

Betalingen NAMVan de NAM ontvangt EZK 330 miljoen euro voor het uitbetalen van schadeafhandeling en uitvoeringskosten in 2021 in plaats van in 2020. Deze werkwijze van facturering is conform gebruikelijke systematiek. EZK dekt dit via een negatieve eindejaarsmarge8. Voor BZK geldt dat er een bedrag van 118 miljoen euro aan versterkingskosten over het vierde kwartaal van 2020 pas in 2021 zal worden ontvangen. De vergoeding van de NAM komt pas in 2021 binnen omdat er pas na afloop van het kwartaal gedeclareerd kan worden. De btw-component die gepaard gaat met de versterkingsoperatie komt voor rekening van de Staat en kan niet worden doorbelast aan de NAM. Over 2020 bedraagt dit 59 miljoen euro. BZK dekt zowel de versterkingskosten over het vierde kwartaal als de btw-component met een negatieve eindejaarsmarge.

Tegenvaller beheer en onderhoud I&WNaast de eerder genoemde overschrijding op het Infrastructuurfonds (IF) en Deltafonds, vindt er op het IF een tegenvaller plaats op het budget voor beheer en onderhoud (103 miljoen euro). Deze tegenvaller loopt mee in de reguliere systematiek van de eindejaarsmarge.

Onderuitputting (inclusief HGIS)Op diverse begrotingen is er sprake van onderuitputting in 2020. Tabel 2.1.1.2 geeft inzicht in de verdeling hiervan over de verschillende departementale begrotingen onder het deelplafond Rijksbegroting. De meeste onderuitputting doet zich voor bij de ministeries van BZK, OCW, EZK en Financiën. Voor BZK geldt dat middelen voor onder andere Batch 1558, Appingedam, Duurzaamheidssubsidie en het Nationaal programma Groningen pas in 2021 tot besteding komen in plaats van 2020. Via de eindejaarsmarge blijven de middelen beschikbaar. Daarnaast heeft BZK op een aantal andere kleinere posten onderuitputting. De onderuitputting bij OCW bestaat uit een meevaller van 45 miljoen euro bij de studiefinanciering vanwege realisatiecijfers van DUO. In het primair en voortgezet onderwijs zijn er meevallers van respectievelijk 21 miljoen en 22,5 miljoen euro op de bekostiging. Daarnaast zijn er diverse kleinere meevallers. Voor Financiën is in 2020 sprake van onderuitputting. De onderuitputting wordt grotendeels verklaard door lagere uitgaven op het artikel van de Belastingdienst en hogere niet-belastingontvangsten (eveneens op het artikel van de Belastingdienst). De onderuitputting bij EZK wordt onder andere veroorzaakt door het niet tot besteding komen van middelen voor de verduurzaming van de industrie en Urgenda-middelen, waarvan een deel wel in 2021 tot besteding zal komen. De onderuitputting bij LNV is 27,8 miljoen euro. Hiervan wordt 10 miljoen euro ingezet als bijdrage aan de Floriade Expo 2022 om een aantal projecten te ondersteunen op het beleidsterrein van LNV, onder de voorwaarde dat de Floriade in de toekomst geen beroep meer doet op steun van LNV.

Tabel 2.1.1.2 Onderuitputting per begrotingshoofdstuk

(in miljoenen euro, - is onderschrijding)

2020

Buitenlandse Zaken

‒ 66

Justitie en Veiligheid

‒ 40

Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties

‒ 137

Onderwijs, Cultuur en Wetenschap

‒ 113

Financiën

‒ 162

Economische Zaken en Klimaat

‒ 166

Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit

‒ 18

Sociale Zaken en Werkgelegenheid (R)

‒ 27

Volksgezondheid, Welzijn en Sport (R)

‒ 29

Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking

‒ 21

Aanvullende Post

‒ 525

Totaal

‒ 1.304

Voor de Aanvullende Post geldt dat de meeste middelen via een verhoogde eindejaarsmarge meegenomen worden naar 2021. Het betreft o.a. de middelen voor stikstof en Urgenda (32 miljoen euro), omdat deze gemaakte reserveringen niet in zijn geheel tot besteding zijn gekomen in 2020. Daarnaast gaat het om 101 miljoen euro voor de Wederopbouw van Sint Maarten, die in 2018 zijn gereserveerd en waarvan nu nog een deel resteert voor 2021. Ook voor de digitale veiligheid blijven de middelen in 2021 beschikbaar (201 miljoen euro). Tot slot zijn er nog reserveringen gemaakt voor Groningen en Zeeland die ook nog niet volledig zijn uitgeput en beschikbaar blijven in 2021 (55 en 71 miljoen euro).

De Verticale Toelichting in bijlage 6 geeft per begrotingshoofdstuk meer gedetailleerde informatie over de mutaties die hebben plaatsgevonden.

KasschuivenIn totaal wordt er voor 346 miljoen euro met kasschuiven geschoven naar 2021. Voor de compensatie- en herstelbetalingen van toeslagen wordt 132 miljoen euro doorgeschoven naar volgend jaar. De derde voortgangsrapportage kinderopvangtoeslag9 gaat in op de stand van zaken en de planning van de herstelorganisatie. Voor klimaat, Urgenda en stikstof wordt in totaal 169 miljoen euro doorgeschoven naar 2021. Op de VWS-begroting wordt 20 miljoen euro doorgeschoven voor de Jeugdautoriteit, omdat in het voorjaar van 2019 is afgesproken deze middelen beschikbaar te houden tot en met 2021. Ook zijn kasschuiven verwerkt voor de Stimuleringsregeling Wonen en Zorg (14,3 miljoen euro) en voor de regeling OPEN (Online Patiëntinzage in de Eerstelijns Zorg) voor huisartsen (4 miljoen euro). Tot slot wordt vanwege vertragingen bij leveranciers en bouwwerkzaamheden een deel van de middelen voor de renovatie van het Binnenhof doorgeschoven naar 2021 (6,7 miljoen euro).

Invulling in=uit taakstellingDe in=uit taakstelling is de tegenhanger van de eindejaarsmarge. De eindejaarsmarge is bedoeld om ondoelmatige besteding van middelen aan het einde van het jaar te voorkomen door de onbestede middelen naar het volgende jaar door te schuiven. Hiervoor geldt een maximum van 1,0 procent van de totale begroting, uitgezonderd het defensiematerieelbegrotingsfonds en het infrastructuurfonds, die een 100 procent eindejaarsmarge hebben. Om te voorkomen dat het uitgavenplafond wordt overschreden als gevolg van de eindejaarsmarge, wordt tegelijkertijd een even grote taakstelling ingeboekt, de zogenaamde in=uit-taakstelling. Hierdoor levert het doorschuiven via de eindejaarsmarge dus geen extra middelen op in het jaar waarnaar wordt doorgeschoven. De in=uit-taakstelling kent geen concrete invulling, maar wordt gaandeweg ingevuld. De invulling kan bestaan uit (toevallige) onderuitputting of andere meevallers. De in=uit taakstelling wordt bij Najaarsnota voor 0,1 miljard euro ingevuld. De resterende in=uit taakstelling voor de Slotwet bedraagt 1,2 miljard euro. Dit is een risico voor de schatkist: als de taakstelling niet ingevuld kan worden bij de Slotwet betekent dit een plafondoverschrijding en een verslechtering van het EMU-saldo.

OverigDe post overig bevat het saldo van de resterende uitgavenmutaties op de departementale begrotingen. Deze post bevat onder andere een afboeking van 150 miljoen euro aan corona-gerelateerde middelen die bij de Miljoenennota als reguliere middelen zijn ingeboekt. Bij de Najaarsnota is de technische verwerking van alle corona-uitgaven nog een keer tegen het licht gehouden. Hierbij is geconcludeerd dat sommige uitgaven voor corona ook met een plafondcorrectie verwerkt hadden moeten worden. Hierdoor zijn de uitgaven die gelabeld zijn als corona-uitgaven met 150 miljoen euro toegenomen. Onder de post overig vallen ook de uitgaven aan het investeringspakket voor Aruba en Curaçao die nog dit jaar plaatsvinden.

2.1.2 Plafondtoets Deelplafond Sociale Zekerheid
Tabel 2.1.2 Ontwikkeling uitgaven plafond Sociale Zekerheid
 

(in miljoenen euro, - is onderschrijding)

2020

1

Uitgavenplafond bij Miljoenennota 2021

104.008

 

Aanpassingen van het uitgavenplafond naar aanleiding van:

 

2

Noodmaatregelen corona

‒ 1.275

3

Overboekingen met Rijksbegroting en Zorg

3

4

Niet-beleidsmatige mutatie WW en Bijstand

‒ 172

5

Overige plafondcorrecties

‒ 3

6

Uitgavenplafond bij Najaarsnota 2020 (= 1 t/m 5)

102.561

   

7

Uitgaven bij Miljoenennota 2021

104.067

 

Uitgavenmutaties met aanpassing van het uitgavenplafond

 

8

Noodmaatregelen corona

‒ 1.275

9

Overboekingen met Rijksbegroting en Zorg

3

10

Niet-beleidsmatige mutatie WW en Bijstand

‒ 172

11

Overige plafondcorrecties

‒ 3

 

Uitgavenmutaties met beslag budgettaire ruimte

 

12

Compensatie Transitievergoeding bij Langdurige Arbeidsongeschiktheid

306

13

Arbeidsongeschiktheidsregelingen

‒ 66

14

Ziektewet

69

15

AOW

‒ 30

16

Integratie en maatschappelijke samenhang

‒ 23

17

Uitvoering

‒ 24

18

Diversen

‒ 34

19

Uitgaven bij Najaarsnota 2020 (= 7 t/m 18)

102.817

   

20

Over/onderschrijding uitgavenplafond bij Miljoenennota 2021 (= 7-1)

59

21

Over/onderschrijding uitgavenplafond bij Najaarsnota 2020 (= 19-6)

257

De toets op het deelplafond Sociale Zekerheid laat een overschrijding bij Najaarsnota zien van 257 miljoen euro in 2020. Bij Miljoenennota 2021 was voor 2020 sprake van een overschrijding van 59 miljoen euro.

Uitgavenmutaties met aanpassing van het uitgavenplafond

Noodmaatregelen coronaOp basis van realisatiecijfers van het UWV over het aantal verstrekte voorschotten wordt de raming van de tijdelijke Noodmaatregel Overbrugging voor Werkgelegenheid (NOW) 2 met 100 miljoen euro neerwaarts bijgesteld. Aangezien de NOW 3.1 in 3 maandelijkse tranches wordt uitbetaald zijn een deel van de uitgaven (1,2 miljard euro) verschoven van 2020 naar 2021. Daarnaast stijgen de kosten aan de Tijdelijke overbruggingsregeling zelfstandig ondernemers (Tozo). De invoering van de vermogenstoets in de Tozo is uitgesteld van 1 oktober 2020 naar 1 april 2021. Door het uitstel is de verwachting dat het beroep op de Tozo in de laatste maanden van 2020 hoger zal uitvallen dan eerder geraamd. In deze bedragen zijn ook uitvoeringskosten meegenomen.

Overboekingen met Rijksbegroting en ZorgOverboekingen met het plafond Rijksbegroting leiden tot een lichte bijstelling naar boven. De bijstelling van het plafond is gelijk aan de grootte van de overboekingen. De overboekingen betreffen onder andere overboekingen in het kader van het flankerend beleid in verband met de coronacrisis van en naar plafond Rijksbegroting.

Niet-beleidsmatige mutaties WW en bijstand In de begrotingsregels is afgesproken dat het uitgavenplafond Sociale Zekerheid wordt aangepast voor niet-beleidsmatige mutaties in de WW en bijstand. Hierdoor hebben deze mutaties geen invloed op de ruimte onder het uitgavenplafond Sociale Zekerheid. Op basis van uitvoeringsinformatie van het UWV is de raming van de WW-uitgaven naar beneden bijgesteld. Deze raming is gemaakt voordat het kabinet een nieuwe gedeeltelijke lockdown afkondigde.

Overige plafondcorrectiesHet uitgavenplafond wordt gecorrigeerd voor mutaties in het aandeel eigenrisicodragers in de Ziektewet (ZW). Uit uitvoeringsinformatie van het UWV blijkt dat het aandeel eigenrisicodragers licht is toegenomen. De uitkeringsjaren in de ZW nemen daardoor af, wat leidt tot een verlaging van het plafond.

Uitgavenmutaties binnen het Plafond Sociale Zekerheid

Compensatie Transitievergoeding bij Langdurige Arbeidsongeschiktheid (CTVLAO)Sinds 1 juli 2015 moeten werkgevers een transitievergoeding bij ontslag betalen. In 2016 is besloten werkgevers te compenseren in geval van langdurige arbeidsongeschiktheid, ook voor ‘oude gevallen’. Door vertraging in de wetsbehandeling vanwege de formatie en de invoeringstijd die daarna nodig was, zijn aanvragen voor deze regeling pas opengesteld op 1 april dit jaar. De tegenvaller die nu gepresenteerd wordt is daarmee het resultaat van vijf jaar aan aanvragen. Inhoudelijk wordt de tegenvaller voor het grootste deel verklaard doordat het gemiddelde dienstverband bij ontslag en daarmee de gemiddelde prijs van de gecompenseerde transitievergoedingen aanzienlijk hoger was dan geraamd. Dit zorgt ook voor een structurele tegenvaller, het kabinet informeert de Kamer bij Voorjaarsnota over de dekking daarvan.

ArbeidsongeschiktheidsregelingenDe meevaller wordt voor het overgrote deel verklaard doordat de gemiddelde uitkering in de IVA (Regeling Inkomensvoorziening Volledig Arbeidsongeschikten) lager uitvalt dan verwacht. Daarnaast valt het aantal uitkeringen iets lager uit dan eerder verwacht.

Ziektewet (ZW)De opwaartse bijstelling van de ZW-uitgaven is een gevolg van hogere volumes. Het aantal uitkeringen in de ZW ligt hoger dan geraamd.

Algemene Ouderdomswet (AOW)De uitkeringslasten AOW worden neerwaarts bijgesteld vanwege de hoger dan verwachte sterfte als gevolg van het coronavirus.

Integratie en maatschappelijke samenhangDe kosten voor de remigratiewet en het Leenstelsel DUO worden neerwaarts bijgesteld naar aanleiding van de uitvoeringsrapportages van DUO en SVB.

UitvoeringEr is minder budget nodig voor de uitvoeringskosten van het UWV i.v.m. de uitvoering van o.a. STAP (subsidie Stimulering Arbeidsmarkt Positie) en Vereenvoudiging Quotumregeling.

DiversenDeze post bestaat uit diverse mee- en tegenvallers. Er zijn meevallers op de Wet Arbeid en Zorg (WAZO), de Algemene Kinderbijslagwet (AKW) en Aanvullende Inkomensvoorziening Ouderen (AIO) en tegenvallers op de Toeslagenwet (TW) en Wet tegemoetkomingen loondomein (Wtl). Daarnaast is er een neerwaartse bijstelling op de Wet op het Kindgebonden Budget (WKB).

2.1.3 Plafondtoets Deelplafond Zorg
Tabel 2.1.3 Ontwikkeling uitgaven plafond Zorg
 

(in miljoenen euro, - is onderschrijding)

2020

1

Uitgavenplafond bij Miljoenennota 2021

74.727

 

Aanpassingen van het uitgavenplafond naar aanleiding van:

 

2

Noodmaatregelen corona

26

3

Overboekingen met Rijksbegroting

0

4

Uitgavenplafond bij Najaarsnota 2020 (= 1 t/m 3)

74.753

   

5

Uitgaven bij Miljoenennota 2021

73.532

 

Uitgavenmutaties met aanpassing van het uitgavenplafond

 

6

Noodmaatregelen corona

26

7

Overboekingen met Rijksbegroting

0

 

Uitgavenmutaties met beslag budgettaire ruimte

 

8

Actualisatie Zvw o.b.v. Q3

‒ 100

9

Diversen

‒ 17

10

Uitgaven bij Najaarsnota 2020 (= 5 t/m 9)

73.442

   

11

Over/onderschrijding uitgavenplafond bij Miljoenennota 2021 (= 5-1)

‒ 1.195

12

Over/onderschrijding uitgavenplafond bij Najaarsnota 2020 (= 10-4)

‒ 1.312

De toets op het deelplafond Zorg laat een onderschrijding bij Najaarsnota zien van 1.312 miljoen euro in 2020. Bij Miljoenennota 2021 was voor 2020 sprake van een onderschrijding van 1.195 miljoen euro.

De totale netto zorguitgaven bedragen 73,4 miljard euro, deze zijn onderverdeeld in de Zvw (47,2 miljard euro), Wlz (23,8 miljard euro) en overig (2,5 miljard euro).

Uitgavenmutaties met aanpassing van het uitgavenplafond

Noodmaatregelen coronaDit betreft extra middelen voor de zorgkosten op Caribisch Nederland vanwege de oplopende besmettingen en zorgcapaciteit die onder druk staat (ca. 21 miljoen euro). Daarnaast betreft het een bijdrage in de meerkosten van COVID-19 voor beschermd wonen van 5,6 miljoen euro. Dit is onderdeel van de afspraak voor meerkosten (inclusief mogelijke inhaalzorg) in het sociaal domein over 2020 (totaal 170 miljoen euro).

Overboekingen met RijksbegrotingDit betreft een aantal kleine overboekingen met het uitgavenplafond rijksbegroting. De bijstelling van het plafond is gelijk aan de grootte van de overboekingen. De overboekingen betreffen onder andere 16,9 miljoen euro van het Gemeentefonds naar de Wlz voor mobiliteitshulpmiddelen, en een overheveling van 6,5 miljoen euro naar het Gemeentefonds voor de decentralisatie uitkering vrouwenopvang.

Uitgavenmutaties binnen het Plafond Zorg

Actualisatie Zvw o.b.v. Q3Op basis van de meest recente inschatting van zorgverzekeraars van de verwachte uitgaven inclusief de effecten van COVID-19 zijn de Zvw-uitgaven 2020 geactualiseerd. De ontvangen cijfers zijn gebaseerd op de daadwerkelijke declaraties van de eerste drie kwartalen van 2020, aangevuld met een raming voor de nog te verwachten lasten van 2020. Door COVID-19 gaan de ramingen van de zorgverzekeraars met meer onzekerheden gepaard dan normaal. De effecten van de tweede golf zijn nog niet verwerkt in de cijfers, omdat deze cijfers gebaseerd zijn op de ontwikkelingen tot en met september.

Diversen Deze post betreft onder meer een ramingsbijstelling van 26 miljoen euro in de Wlz. Deze ramingsbijstelling van de Wlz-uitgaven op de begroting was mogelijk zonder het Wlz-kader bij te stellen. Daarnaast is er ook vrijval op nominaal en onverdeeld van de Zvw voor 13,7 miljoen euro, onderuitputting op basis van actualisatiecijfers bij de tandheelkundige zorg in de Wlz van 10,5 miljoen euro, inzet van 10 miljoen euro op de regeling voor voorwaardelijke toelating Zvw t.b.v. plasmageneesmiddelen op de VWS-begroting, en 6,2 miljoen euro onderuitputting op de subsidieregeling waarmee medisch specialisten worden gefaciliteerd bij de overstap naar loondienst. Verder vindt een tegenboeking plaats van 60 miljoen euro van een eenmalige technische boeking op nominaal en onverdeeld Wlz van de afgelopen Miljoenennota. Deze post is hiermee definitief ingevuld.

3 Het inkomstenbeeld

De raming van de totale belasting- en premieontvangsten voor 2020 is met 7,3 miljard euro opwaarts bijgesteld ten opzichte van de raming voor 2020 in de Miljoenennota 2021 (tabel 3.1). Hoewel dat een forse opwaartse bijstelling is, bedragen de geraamde belasting- en premieontvangsten nog steeds ongeveer 15 miljard euro minder dan de geraamde ontvangsten voor 2020 in de Miljoenennota 2020 van september 2019 en ongeveer 12 miljard euro lager dan de gerealiseerde ontvangsten van 2019. In dat opzicht is deze raming ‘minder negatief’ dan de raming van de Miljoenennota 2021.

Tabel 3.1 Belasting- en premieontvangsten 2020 op EMU-basis

(in miljarden euro)

 

Stand MN 2021

Stand NJN 2020

Verschil

Belastingen en premies volksverzekeringen

 

214,1

221,4

7,3

waarvan belastingen

 

176,2

184,4

8,2

waarvan premies volksverzekeringen

 

37,9

37,0

‒ 0,9

Premies Werknemersverzekeringen

 

68,9

68,9

0,0

Totale belasting- en premieontvangsten

 

283,0

290,3

7,3

De Najaarsnotaraming van de belasting- en premieontvangsten is gebaseerd op de gerealiseerde kasontvangsten tot en met de maand oktober. Bij het opstellen van de raming was nog geen geactualiseerd economisch beeld van het CPB beschikbaar ten opzichte van de MEV2021. Tabel 3.2 toont de geraamde belasting- en premieontvangsten op EMU-basis per belastingsoort. Deze tabel is op EMU-basis, waardoor het uitstel van belastingbetaling niet zichtbaar is. Op EMU-basis valt de belasting- of premieontvangst toe aan het jaar waarin de onderliggende economische transactie zich heeft voorgedaan; niet wanneer het Rijk de verschuldigde belasting of premie daadwerkelijk ontvangt (dat is kasbasis). Dit onderscheid is relevant voor de noodmaatregelen tot verlening van uitstel van belastingbetaling.

Tabel 3.2 Belasting- en premieontvangsten 2020 op EMU-basis

(in miljoenen euro)

 

MN2021

NJN2020

Verschil

Indirecte belastingen

 

87.379

89.750

2.371

Omzetbelasting

 

54.057

55.557

1.500

Accijnzen

 

11.110

11.647

537

MRB

 

4.259

4.259

0

Belastingen op milieugrondslag

 

4.569

4.672

104

Invoerrechten

 

3.151

3.099

‒ 52

Overdrachtsbelasting

 

3.122

3.122

0

Assurantiebelasting

 

2.946

2.996

50

Verhuurderheffing

 

1.635

1.890

255

BPM

 

1.620

1.597

‒ 23

Bankbelasting

 

449

449

0

Belasting op zware motorrijtuigen

 

194

194

0

Verbruiksbelasting van alcoholvrije dranken e.a.

 

267

267

0

     

Directe belastingen en premies volksverzekeringen

 

126.449

131.364

4.915

Loon- en inkomensheffing

 

102.666

104.575

1.908

Vennootschapsbelasting

 

17.489

20.328

2.840

Dividendbelasting

 

3.938

4.138

200

Schenk- en erfbelasting

 

2.035

2.035

0

Kansspelbelasting

 

321

288

‒ 33

     

Overige belastingontvangsten

 

280

280

0

     

Totaal belastingen en premies volksverzekeringen

 

214.108

221.395

7.286

     

Premies werknemersverzekeringen

 

68.874

68.874

0

waarvan zorgpremies

 

42.636

42.636

0

     

Totaal belastingen en premies

 

282.982

290.269

7.286

De geraamde ontvangsten van de indirecte belastingen zijn opwaarts bijgesteld (+2,4 miljard euro). Dit betreft een optelsom van verschillende bijstellingen van verschillende belastingsoorten op basis van de gerealiseerde ontvangsten tot en met oktober. Vooral de omzetbelasting (btw) valt op. Het grootste deel van de ontvangsten uit de indirecte belastingen bestaat uit de btw. De daling van de btw-ontvangsten blijkt ten opzichte van de raming van de Miljoenennota 2021 mee te vallen, maar ten opzichte van de oorspronkelijke raming voor 2020 van de Miljoenennota 2020 is nog steeds sprake van lagere ontvangsten (ongeveer ‒ 5,5 miljard euro). Ook de accijnzen zijn opwaarts bijgesteld met 0,5 miljard euro. Onderliggend zijn de tabaksaccijns en de accijns op lichte olie en minerale oliën opwaarts bijgesteld. De jaaropbrengst van de verhuurderheffing en de bankbelasting is inmiddels zo goed als gerealiseerd.

Bij de directe belastingen en premies volksverzekeringen is sprake van een opwaartse bijstelling (4,9 miljard euro). Daarin valt de vennootschapsbelasting (vpb) op. De opwaartse bijstelling in de vpb bedraagt 2,8 miljard euro. Deze opwaartse bijstelling vloeit voort uit de kasontvangsten tot en met oktober. De vpb-ontvangsten vallen minder terug dan oorspronkelijk geraamd bij Miljoenennota 2021. Onderliggend lijken ondernemers hun aanslag voor het lopende jaar minder te hebben aangepast dan oorspronkelijk verwacht. Ook lijken de vpb-ontvangsten over het afgelopen belastingjaar (2019) aardig op peil te blijven. Ook de loon- en inkomensheffing met een opwaartse bijstelling van 1,9 miljard euro valt op. Onderliggend is vooral de inkomensheffing opwaarts bijgesteld. Ook hier lijkt de inkomensheffing over het lopende belastingjaar mee te vallen ten opzichte van de raming in de Miljoenennota 2021.

Tabel 3.2 presenteert de belasting- en premieontvangsten op EMU-basis. Op kasbasis zijn de ontvangsten lager als gevolg van de bijzondere regeling voor uitstel van betaling. Ten opzichte van de Miljoenennota 2021 is de geraamde omvang van de kasschuif als gevolg van deze regeling toegenomen met circa 0,5 miljard euro. Deze bedraagt nu circa 12,7 miljard euro en valt uiteen in circa 7,2 miljard euro voor de loonheffing en premies werknemersverzekeringen, circa 3,5 miljard euro voor de btw, circa 0,5 miljard euro vennootschapsbelasting en circa 1,4 miljard euro voor de overige belastingen. De toename hangt samen met de verruimde mogelijkheid voor ondernemers om ook na 1 oktober nog een initieel verzoek voor uitstel van betaling te doen. De inschatting is dat het verleende uitstel van betaling deels ook zal leiden tot afstel van belasting, onder meer als gevolg van mogelijke tussentijdse faillissementen. De derving door afstel door het verruimde uitstel van belastingheffing wordt momenteel geschat op ongeveer 0,7 miljard euro. Dit bedrag is met onzekerheden omgeven. De geraamde inkomsten voor 2020 op kasbasis staan vermeld in bijlage 2.

4 Overheidssaldo en overheidsschuld

De raming van het EMU-saldo is ‒ 6,2 procent bbp. Dit is een verbetering van 1 procent bbp ten opzichte van de Miljoenennota. Deze verbetering van het EMU-saldo komt vrijwel geheel door de opwaartse bijstelling van de verwachte belasting- en premie-inkomsten. Ondanks dat het saldo beter is dan verwacht werd in de Miljoenennota, is er nog steeds sprake van een uitzonderlijk hoog begrotingstekort. De raming van het EMU-saldo is ook omgeven met meer onzekerheid dan in reguliere jaren. Bij het Financieel Jaarverslag Rijk begin 2021 wordt het saldo over 2020 definitief vastgesteld.

Tabel 4.1 Ontwikkeling feitelijk overheidssaldo sinds Miljoenennota 2021

(in procenten bbp; + is overschot)

2020

EMU-saldo Miljoenennota 2021

‒ 7,2%

Inkomsten

0,9%

Uitgaven onder het uitgavenplafond

0,2%

w.v. Rijksbegroting

0,0%

w.v. Sociale zekerheid

0,2%

w.v. Zorg

0,0%

Overig

‒ 0,2%

EMU-saldo Najaarsnota 2020

‒ 6,2%

De huidige raming van de overheidsschuld is 57,4 procent bbp. De raming van de schuld is 1,8 procent bbp lager dan bij de Miljoenennota. Deze verbetering bestaat voor een groot deel uit de doorwerking van het positievere EMU-saldo op de schuld. Daarnaast daalt de schuld vanwege een hogere inleg van deelnemers aan het schatkistbankieren en vanwege ontvangsten als gevolg van het vroegtijdig afwikkelen van renteswaps.

Tabel 4.2 Ontwikkeling overheidsschuld sinds Miljoenennota 2021

(in procenten bbp; + is toename schuld)

2020

EMU-schuld Miljoenennota 2021

59,1%

EMU-saldo

‒ 1,0%

Mutatie stand schuld ultimo 2019

0,0%

Overig

‒ 0,8%

EMU-schuld Najaarsnota 2020

57,4%

In het Financieel Jaarverslag Rijk 2019 werd de EMU-schuld eind 2019 vastgesteld op 395 miljard euro (48,6 procent bbp). Eind dit jaar komt de schuld naar verwachting 54 miljard euro hoger uit op 449 miljard euro (57,4 procent bbp).

Figuur 4.1 EMU-schuld sinds 2000

5 Budgettaire kerngegevens

De economische gevolgen van de coronacrisis leiden tot een flinke verslechtering van de overheidsfinanciën. De crisis leidt vanzelf tot een slechter overheidssaldo via lagere belastinginkomsten en hogere uitgaven aan sociale zekerheid, zoals WW- en bijstandsuitgaven. Hiermee vangt de overheid de economische klap deels automatisch op. Daarbovenop komen de nood- en steunmaatregelen. In onderstaande grafiek zijn de totale uitgaven uitgesplitst naar reguliere uitgaven en uitgaven aan nood- en steunmaatregelen. Op deze manier wordt, in lijn met het verzoek van de Raad van State, het onderscheid tussen reguliere uitgaven en uitgaven aan nood- en steunmaatregelen inzichtelijker gemaakt. De reguliere uitgaven bestaan uit de uitgaven onder de plafonds Rijksbegroting, Sociale zekerheid en Zorg en overige uitgaven. De reguliere uitgaven komen in deze Najaarsnota uit op een niveau van 308,5 miljard euro en overstijgen daarmee de inkomsten die uitkomen op 290,3 miljard euro.

Figuur 5.1 Stand inkomsten en uitgaven bij de Najaarsnota

De reguliere uitgaven bestaan grotendeels uit uitgaven die ieder jaar gedaan worden (structurele uitgaven). Uitzondering hierop is een deel van de uitgaven aan WW en bijstand. Deze uitgaven onder het plafond Sociale Zekerheid vallen tijdelijk hoger uit door de huidige verslechtering van de economie. In deze Najaarsnota vallen de uitgaven aan WW en bijstand 0,7 miljard euro hoger uit dan in de laatste raming voor uitbraak van het coronavirus (Miljoenennota in september 2019). Bij herstel van de economie zullen de uitgaven aan WW en bijstand weer afnemen. In die situatie zullen ook de belasting- en premie-inkomsten weer toenemen. De uitgaven aan zorg zijn per saldo ongeveer even hoog als voor de crisis werd voorzien: de zorguitgaven laten geen grote mutatie zien ten opzichte van de laatste raming voor de uitbraak van het coronavirus. Onderliggend is er sprake van lagere uitgaven door minder geleverde (reguliere) zorg en hogere uitgaven door de continuïteitsbijdrage van zorgverzekeraars aan zorgaanbieders. Beide effecten zijn ongeveer even groot.

De nood- en steunmaatregelen leiden tot uitgaven in met name 2020 en 2021. Dit zijn dus nadrukkelijk incidentele uitgaven die enkel bedoeld zijn om tijdelijk de samenleving en economie te ondersteunen. Voor 2020 wordt in deze Najaarsnota uitgegaan van een bedrag van 29,3 miljard euro. Het totale uitgavenniveau van de overheid in 2020 komt hierdoor uit op 337,7 miljard euro.

Tabel 5.1 geeft een totaaloverzicht van de budgettaire kerngegevens bij Najaarsnota 2020. In tegenstelling tot de voorgaande paragrafen van deze Najaarsnota gaat het in onderstaande tabel niet om mutaties ten opzichte van de Miljoenennota 2021, maar om begrote standen voor het jaar 2020.

Tabel 5.1 Budgettaire kerngegevens

(in miljarden euro, tenzij anders aangegeven)

2020

Inkomsten (belastingen en sociale premies)

290,3

  

Reguliere netto-uitgaven onder het uitgavenplafond

303,4

Rijksbegroting

144,4

Sociale zekerheid

85,8

Zorg

73,2

Noodmaatregelen corona relevant voor het EMU-saldo

29,3

Overige netto-uitgaven buiten het uitgavenplafond

5,1

Gasbaten

‒ 0,1

Zorgtoeslag

5,4

Werkgeversbijdrage kinderopvang

‒ 1,3

SDE+

‒ 2,5

Overig

3,5

Totale netto-uitgaven

337,7

  

EMU-saldo centrale overheid

‒ 47,5

EMU-saldo decentrale overheden

‒ 1,3

  

Feitelijk EMU-saldo

‒ 48,8

Feitelijk EMU-saldo (in procenten bbp)

‒ 6,2%

  

Bruto binnenlands product (bbp)

783

Hoe deze standen zijn gewijzigd sinds de Miljoenennota 2021 wordt toegelicht in de voorgaande paragrafen van deze Najaarsnota. De inkomsten worden besproken in paragraaf 3 en de uitgaven onder het uitgavenplafond in paragraaf 2.

BIJLAGEN BIJ DE NAJAARSNOTA

Bijlage 1: Coronamaatregelen

Gezien de plotselinge en uitzonderlijke situatie heeft het kabinet besloten tot noodmaatregelen om de economische gevolgen van het coronavirus het hoofd te bieden. Gegeven deze uitzonderlijke situatie heeft het kabinet besloten dat het reguliere uitgavenplafond niet geldt voor de uitgaven aan noodmaatregelen. Dit betekent dat de extra uitgaven niet ten koste gaan van andere uitgaven, maar dat ze zorgen voor een verslechtering van het EMU-saldo en een verhoging van de EMU-schuld.

De raming van het budgettair beslag van veel noodmaatregelen is met onzekerheid omgeven en hangt sterk af van het uiteindelijke beroep op bepaalde regelingen. Op basis van realisaties en uitvoeringsinformatie zijn een aantal regelingen bijgesteld. Omdat de noodmaatregelen in de praktijk buiten het uitgavenplafond vallen, leiden lagere uitgaven niet tot ruimte voor nieuwe maatregelen. Omgekeerd leidt een hoger dan verwacht gebruik van deze regelingen niet tot problematiek.

Tabellen 1.1 en 1.2 geven een actueel overzicht van de corona-gerelateerde uitgavenmaatregelen waarvoor het reguliere uitgavenplafond niet geldt. Dit overzicht is ook opgenomen op: https://www.rijksfinancien.nl/overheidsfinancien-coronatijd

Tabel 1.1 Uitgaven relevant voor EMU-saldo

(in miljoenen euro, + is hogere uitgaven)

2020

2021

Totaal uitgaven relevant voor EMU-saldo

29.270

16.713

   

Koninkrijksrelaties en BES fonds

57

 

Voedselpakketten Landen en Openbare Lichamen

42

 

Inkomstenderving Openbare Lichamen

8

 

Wisselkoerseffecten Liquiditeitsleningen

7

 

Buitenlandse Zaken

7

 

Consulaire bijstand (noodhulpfonds coronacrisis)

7

 

Justitie en Veiligheid

146

56

Verlopen rijbewijzen en APK's

3

 

Inhalen achterstanden strafrechtketen

 

40

Coronagerelateerde kosten

60

 

Noodvoorraad persoonlijke beschermingsmiddelen

69

 

DG Covid-19

14

16

Binnenlandse Zaken

46

122

Doorbouwen tijdens coronacrisis en ventilatie op scholen

30

100

Lagere terugontvangsten huurtoeslag door verlaging invorderingsrente

8

7

Lokale culturele voorzieningen provincies

8

 

Verduurzaming woningen

 

15

Onderwijs, Cultuur en Wetenschap

727

665

Steunpakketten cultuur

300

249

Steunpakket onderwijs

339

181

Continuïteit en extra hulp voor de klas

 

210

Steunfonds voor lokale informatievoorziening (media)

24

 

Aanpak jeugdwerkeloosheid

5

19

Programmakosten landelijke publieke omroep

19

 

Tel mee met taal

 

6

Ondersteuning vrije theaterproducenten

40

 

Financiën en Nationale Schuld

400

528

Belasting- en invorderingsrente 1.0

88

114

Belasting- en invorderingsrente 2.0

66

16

Belasting- en invorderingsrente 3.0

20

119

Boetes en schikkingen en bekostiging 1.0

59

 

Boetes en schikkingen en bekostiging 2.0

158

105

Herverzekering leverancierskredieten

31

250

Garantieophoging Europese Investeringsbank

  

Premieontvangsten garantie en rentebaten lening KLM

‒ 22

‒ 76

Defensie

60

 

Covid middelen

60

 

Infrastructuur en Waterstaat

824

503

Caribisch Nederland (ferry en subsidie drinkwater)

3

3

Beschikbaarheidsvergoeding OV

821

500

Economische Zaken en Klimaat

2.774

1.761

Garantie Ondernemingsfinanciering (GO)

180

250

Borgstelling MKB

203

 

Qredits

31

 

TOGS (Tegemoetkoming Ondernemers Getroffen Sectoren COVID-19)

877

 

Telecom en netbeheer Caribisch Nederland

7

11

TVL 1.0 (Tegemoetkoming vaste lasten) (inclusief uitvoeringskosten)

592

4

TVL 1.0 - Caribisch Nederland

4

 

TVL 2.0

459

1.372

Uitbreiding TVL 2.0 en horecacompensatie

180

 

TVL 2.0 - Caribisch Nederland

3

6

Garantieregeling Kleine Kredieten Corona

164

5

Fondsvermogen Regionale Ontwikkelingsmaatschappijen

75

75

Omscholing naar tekortsectoren

 

38

Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit

357

3

Borgstelling MKB-landbouw

29

 

Regeling tegemoetkoming land- en tuinbouwondernemers COVID-19

263

 

Ruimingkosten en stoppersregeling nertsen

66

3

Sociale Zaken en Werkgelegenheid

17.066

7.382

NOW 1.0 (Tijdelijke Noodmaatregel Overbrugging voor Werkgelegenheid)

7.887

779

NOW 1.0 - Caribisch Nederland

13

 

NOW 2.0

4.320

970

NOW 2.0 - Caribisch Nederland

16

 

Uitvoeringskosten NOW 1 en 2

28

108

Uitvoeringskosten UWV als gevolg van corona

105

 

NOW 3.0 (inclusief uitvoeringskosten)

983

4.425

Caribisch Nederland 3.0

8

18

TOZO 1.0 (Tijdelijke Overbruggingsregeling Zelfstandig Ondernemers)

2.150

 

Subsidie voor Voedselbanken Nederland

4

 

TOZO 2.0

729

 

TOZO 3.0

349

449

Compensatie eigen bijdrage kinderopvang

311

2

TOFA (Tijdelijke Overbruggingsregeling voor Flexibele Arbeidskrachten) (inclusief uitvoeringskosten)

23

0

NL leert door

26

24

Verlaging invorderingsrente terugbetalingen KOT en WKB

5

4

Noodopvang kinderopvang

23

 

Vergoeding voor burgers die geen kinderopvangstoeslag ontvangen

 

9

Van werk(loosheid) naar werk en dienstverlening gemeenten

54

351

Jeugdwerkloosheid

9

51

Scholing en leven lang ontwikkelen (LLO)

 

144

Aanpak armoede en schulden

23

48

Flankerend beleid arbeidsbemiddeling Caribisch Nederland

0

1

Volksgezondheid, Welzijn en Sport

5.960

3.778

Aanschaf en distributie medische beschermingsmiddelen

1.810

‒ 146

GGD'en en veiligheidsregio's

477

467

IC-capaciteit

118

174

Ondersteuning sportsector

73

60

Ondersteuning zorgpersoneel

5

22

Onderzoek inzake Covid-19

52

40

Testcapaciteit RIVM en GGD

929

1.375

Vaccin ontwikkeling en medicatie

123

635

Zorgbonus

2.001

970

Zorgkosten en bijstand Caribisch Nederland (plafond Zorg)

78

13

Overige maatregelen (plafond Rijksbegroting)

88

123

Meerkosten Corona Wlz (plafond Zorg)

190

 

Overige maatregelen (plafond Zorg)

16

45

Gemeentefonds

848

160

Bijdrage SW bedrijven

90

 

Verlenging compensatie SW bedrijven

50

 

Continuïteit zorg, uitstel noodzakelijke zorg en meerkosten Jeugdwet en Wmo 2015

170

 

Lokale cultuur

60

 

Tegemoetkoming decentrale overheden - Toeristen- en parkeerbelasting

225

 

Verkiezingen

29

 

Buurt- en dorpshuizen

17

 

Toezicht en handhaving

50

 

Inkomstenderving tot 1 juni

20

 

Cultuur (huur) gemeenten

60

 

Vrijwilligersorganisaties

7

 

Incidenteel schrappen opschalingskorting COVID-19

70

160

Reserveringen Aanvullende post

1.755

Reservering Stoppersregeling nertsen

 

130

Reservering OV-beschikbaarheidsvergoeding

 

740

Reservering Solvabiliteitsfonds

 

300

Reservering Cultuurpakket

 

165

Reservering Flankerend beleid jeugdwerkloosheid

 

33

Reservering Regeling tegemoetkoming dierentuinen

 

39

Reservering Inkomstenderving na 1 juni (indicatief)

 

250

Reservering Garantiefonds (fonds voor hulp bij schulden)

 

30

Reservering Compensatie energielasten

 

25

Reservering Regionale podiumkunsten

 

15

Reservering compensatie vuurwerk

 

28

Tabel 1.2 Uitgaven niet relevant voor EMU-saldo

(in miljoenen euro, + is hogere uitgaven)

2020

2021

Totaal uitgaven niet relevant voor EMU-saldo

2.375

181

   

Koninkrijksrelaties en BES fonds

633

 

1e Tranche Aruba, Curaçao en Sint Maarten

170

 

2e Tranche liquiditeitssteun Aruba, Curaçao, Sint Maarten

185

 

3e Tranche liquiditeitssteun Aruba

105

 

3e Tranche liquiditeitssteun Curaçao

143

 

Reservering 3e Tranche liquiditeitssteun Sint Maarten

31

 

Financiën en Nationale Schuld

1.000

 

Lening KLM

1.000

 

Economische Zaken en Klimaat

300

160

Lening Stichting Garantiefonds Reisgelden (SGR)

 

150

Lening kleine garantiefondsen/regelingen

 

10

Regionale ontwikkelingsmaatschappijen

300

 

Sociale Zaken en Werkgelegenheid

442

21

Tozo 1.0 - Lening

350

 

Tozo 2.0 - Lening

71

 

Tozo 3.0 - Lening

21

21

Voedselpakketten Landen en Openbare Lichamen  Het kabinet stelt in totaal twee subsidies van respectievelijk maximaal 16,5 miljoen euro (16 miljoen euro voor Aruba, Sint Maarten en Curaçao en 0,5 miljoen euro voor de Openbare Lichamen) en 25,2 miljoen euro (voor Aruba, Sint Maarten en Curaçao) beschikbaar om de kwetsbare groepen te kunnen voorzien van voedselpakketten en hygiëneproducten tot en met het einde van 2020.

Inkomstenderving Openbare Lichamen  Ten gevolge van de COVID-19 crisis lopen de openbare lichamen geraamde inkomsten uit lokale belastingen mis, terwijl de uitgaven op sommige gebieden stijgen. De openbare lichamen ontvangen compensatie voor de gederfde inkomsten in 2020.

Wisselkoerseffecten LiquiditeitsleningenDe wisselkoerseffecten over de 1e en 2e tranche liquiditeitssteun aan Curaçao, Aruba en Sint Maarten worden gecompenseerd uit generale middelen.

Consulaire bijstand (noodhulpfonds coronacrisis) De Rijksoverheid levert een bijdrage aan het convenant Bijzondere Bijstand Buitenland, voor het waarborgen van een veilige terugkeer van Nederlandse reizigers naar Nederland of - waar niet mogelijk - in urgente gevallen tijdelijk te voorzien in voortgezet veilig verblijf in het land in kwestie.

Verlopen rijbewijzen en APK’s Het kabinet biedt coulance voor rijbewijzen en APK-keuringen die verlopen in de periode van 16 maart tot 1 juli 2020. De handhaving op APK-keuringen is op 1 juli hervat. De maatregel voor rijbewijzen is verlengd tot 1 juni 2021. Dit leidt tot een derving van naar verwachting ongeveer 2,5 miljoen euro op de generale ontvangsten uit Boeten en Transacties op de begroting van Justitie en Veiligheid.

Inhalen achterstanden strafrechtketen  Ook in 2021 zal het ministerie van Justitie en Veiligheid achterstanden in de strafrechtketen, die zijn ontstaan door de corona-uitbraak, moeten inhalen. De reclasseringsorganisaties, DJI, de Raad van de Rechtspraak, het OM en slachtofferhulp Nederland moeten hiervoor extra kosten maken. Hiertoe wordt 40 miljoen euro toegevoegd aan de begroting van Justitie en Veiligheid.

Corona-gerelateerde kosten Als gevolg van de coronacrisis zijn er in 2020 extra uitgaven door Justitie en Veiligheid, onder andere voor personele bescherming, om primaire processen coronaproof te maken en om achterstanden binnen de strafrechtketen in te halen. Ook worden lagere ontvangsten voor de griffierechten en de administratiekostenvergoeding voor het CJIB verwacht. Voor het opvangen van deze tegenvallers is 60 miljoen euro toegevoegd aan de JenV-begroting.

Noodvoorraad persoonlijke beschermingsmiddelenHet kabinet heeft besloten tot de aanleg van een noodvoorraad persoonlijke beschermingsmiddelen (PBM) voor 45 dagen ten bedrage van 69,3 miljoen euro. Vitale sectoren en essentiële beroepen kunnen een beroep doen op deze noodvoorraad wanneer er (structurele) problemen op de markt zijn bij de levering van persoonlijke beschermingsmiddelen. Het gaat om een eenmalige uitgave voor PBM inclusief de projectkosten om deze PBM eenmalig aan te schaffen.

DG COVID-19 In juli 2020 is een interdepartementaal programma DG opgericht, welke wordt gehuisvest bij het ministerie van Justitie en Veiligheid. Dit DG zal interdepartementaal alle nodige actie verrichten om regie en samenhang te bereiken met betrekking tot beleid en uitvoering.

Doorbouwen tijdens coronacrisis en ventilatie scholenIn 2020 is 70 miljoen euro beschikbaar gesteld voor doorbouwen tijdens de coronacrisis. Dit betreft 20 miljoen euro voor flexpools en 50 miljoen euro voor maatschappelijk vastgoed. Van de 50 miljoen euro is 40 miljoen euro beschikbaar gesteld voor het verbeteren van het binnenklimaat van schoolgebouwen in het primair en voortgezet onderwijs. Op 1 oktober is het eindrapport van het Landelijk Coördinatieteam Ventilatie op scholen uitgekomen. Het kabinet heeft naar aanleiding van dit rapport besloten de 40 miljoen euro voor het verbeteren van het binnenklimaat, vermeerderd met 60 miljoen euro in te zetten in 2021 om deze problematiek aan te pakken. De reeds beschikbaar gestelde 40 miljoen euro schuift daarmee door naar 2021. In totaal komt er via de regeling specifieke uitkering ventilatie in scholen (SUVIS) van BZK in 2021 100 miljoen euro beschikbaar.

Lagere terugontvangsten huurtoeslag door verlaging invorderingsrente Het kabinet heeft de invorderingsrente tijdelijk van 4 procent naar 0,01 procent verlaagd. Dit leidt bij op de begroting van BZK tot lagere ontvangsten op de huurtoeslag. De generale compensatie voor deze lagere ontvangsten is aan de begroting van BZK toegevoegd. De verlenging van de verlaging van de in rekening te brengen invorderingsrente leidt tot een derving van 15 miljoen euro in 2020 en 2021 vanwege de doorwerking op de huurtoeslag.

Lokale culturele voorzieningen provincies Het kabinet heeft een tweede pakket aan maatregelen getroffen ter compensatie van de medeoverheden voor de gevolgen van de coronacrisis. De provincies krijgen voor de periode van medio maart tot en met 1 juni 2020, 8 miljoen euro beschikbaar voor de borging van de lokale en regionale culturele infrastructuur. Dit bedrag zal worden uitgekeerd via een specifieke uitkering.

Verduurzaming woningen Voor de verduurzaming van woningen stelt het kabinet 15 miljoen euro beschikbaar in de jaren 2021 tot en met 2023 (in totaal 45 miljoen euro). De middelen staan, tot nadere uitwerking, op de subsidieregeling energiebesparing eigen huis ten behoeve van het Nationaal isolatieprogramma.

Steunpakketten cultuurHet kabinet stelt 300 miljoen euro in 2020 en 249 miljoen euro in 2021 ter beschikking om cruciale instellingen, makers en ondernemers in de culturele en creatieve sector door de financieel zware maanden heen te helpen en in staat te stellen om te investeren voor het volgende seizoen.

Steunpakket onderwijs In dit onderwijspakket zijn verschillende maatregelen opgenomen: • Compensatie voor laatstejaarsstudenten in het middelbaar beroepsonderwijs en hoger onderwijs (bedrag is inclusief uitvoeringskosten) die door coronamaatregelen vertraging oplopen; • Ondersteuning om extra onderwijstijd te organiseren voor leerlingen in een kwetsbare positie, zodat zij leer- en ontwikkelachterstanden door de coronacrisis kunnen inhalen en het voorkomen van studievertraging in funderend onderwijs en het middelbaar beroepsonderwijs; • Inzet tot behoud van stages en leerwerkbanen in het middelbaar beroepsonderwijs; • Uitbreiding aanvullende bekostiging nieuwkomers funderend onderwijs met een kwartaal, om een stevige start, met intensief onderwijs, te faciliteren. De ouders spreken in veel gevallen de Nederlandse taal niet en het afstandsonderwijs is daarmee minder effectief vormgegeven.

Continuïteit en extra hulp voor de klas Met deze subsidieregeling worden regio’s ondersteund in de behoefte aan extra capaciteit als gevolg van de coronacrisis. Het gaat met dit aanvullende steunpakket zowel om banen die er pre-corona nog niet waren (extra schoonmaak, toezicht, inzet digitalisering) als ook om de inzet van studenten van opleidingen, bekwaam personeel en bevoegd personeel. Zo draagt dit steunpakket bij aan de continuïteit van het onderwijs.

Steunfonds voor lokale informatievoorziening (media) Het steunfonds voor lokale informatievoorziening door huis-aanhuiskranten en lokale publieke omroepen wordt met zes maanden verlengd, hiervoor wordt 24 miljoen euro beschikbaar gesteld.

Aanpak jeugdwerkeloosheid De laatste tijd is de jeugdwerkloosheid snel opgelopen. Voortijdig schoolverlaters hebben een bovengemiddelde kans om de komende tijd werkloos te worden. Ook jongeren die al eerder voortijdig schoolverlater zijn geworden, maar wel werken, lopen een bovengemiddelde kans om werkloos te worden. Deze middelen zijn bedoeld voor de RMC-regio’s en mbo-instellingen om deze groepen jongeren naar school of naar werk te begeleiden.

Programmakosten landelijke publieke omroep In 2020 wordt 19 miljoen euro beschikbaar gesteld voor de publieke omroep. De omroepen hebben extra kosten moeten maken om de programmering aan te passen, omdat evenementen zijn weggevallen en omdat geplande programma’s op een aangepaste manier moesten worden opgenomen.

Tel mee met taal De Subsidieregeling Tel mee met Taal wordt in 2021 met 6 miljoen euro verhoogd. Het doel is werknemers weerbaarder te maken voor veranderingen in hun werk (zoals digitalisering) en voor te bereiden op eventueel toekomstige beroepsgerichte scholing waarvoor voldoende basisvaardigheden een randvoorwaarde zijn.

Ondersteuning vrije theaterproducentenHet kabinet heeft vanwege de aangescherpte maatregelen 40 miljoen euro vrijgemaakt om vrije theaterproducenten te ondersteunen door de kosten die zij gemaakt hebben deels te compenseren.

Belasting en invorderingsrente Het kabinet heeft tijdelijk de belasting- en invorderingsrente van 4 procent naar 0,01 procent verlaagd. De verlaging is per 23 maart 2020 ingegaan en gold oorspronkelijk voor drie maanden. Vervolgens heeft het kabinet in het Noodpakket 2.0 besloten de verlaging van de belasting- en invorderingsrente te verlengen tot 1 oktober 2020. Met het Steun- en herstelpakket wordt de verlaagde in rekening te brengen invorderingsrente van 0,01 procent per 1 oktober 2020 verlengd tot en met 31 december 2021. Invorderingsrente is verschuldigd op openstaande belastingschulden. Deze verlenging zorgt ervoor dat ondernemers de komende tijd vrijwel geen extra rentekosten hebben op belastingschulden.

De belastingrente wordt per 1 oktober 2020 weer verhoogd tot het niveau van 4 procent. Belastingrente wordt in rekening gebracht als een aanslag door toedoen van de ondernemer te laat kan worden vastgesteld of als in de aanslag wordt afgeweken van de aangifte. Belastingrente geeft hierdoor een prikkel om op tijd en juist aangifte te doen en/of een voorlopige aanslag aan te vragen. Als ondernemers dit doen hoeven zij geen belastingrente te betalen. Voor alle belastingsoorten met uitzondering van de vennootschapsbelasting komt deze 4 procent overeen met het percentage zoals dat oorspronkelijk, voorafgaand aan de coronacrisis, gold. Het percentage voor de vennootschapsbelasting bedroeg oorspronkelijk 8 procent, maar zal vanaf 1 oktober 2020 tot en met 31 december 2021 op het lagere niveau van 4 procent (gelijk aan de andere belastingsoorten) liggen. De reeks voor de belastingen invorderingsrente betreft een gesaldeerde reeks waarbij de gevolgen voor de uitgaven en inkomsten zijn verrekend.

Boetes en schikkingen en bekostiging Het kabinet komt ondernemers tegemoet door het tijdelijk achterwege laten of terugdraaien van betaalverzuimboetes. Deze verzuimboete brengt de Belastingdienst normaliter in rekening als een belastingplichtige niet (tijdig) betaalt. Deze maatregel wordt verlengd tot het moment dat het bijzondere uitstel vervalt en ondernemers weer aan hun lopende fiscale verplichtingen moeten voldoen.

Herverzekering leverancierskredieten De herverzekering leverancierskredieten betreft een coronamaatregel waarbij de Staat voorkomt dat de kortlopende kredietverlening in de private verzekeringssector stilvalt. Tot op heden hebben de geraamde schades en de restituties zich nog niet geconcretiseerd. Hiervoor is de raming voor de schades in 2020 met 1,25 miljard euro verlaagd en zijn de geraamde restituties in 2020 met 290 miljoen euro naar beneden bijgesteld. Een deel van de schades en de restituties wordt verwacht in het eerste kwartaal van 2021. Binnenkort zullen de nieuwe ramingen voor de begroting 2021 verwerkt worden in een Nota van Wijziging (NvW). Naar alle verwachting wordt de NvW eind november met de Kamer gedeeld.

Garantieophoging Europese Investeringsbank De Europese Investeringsbank (EIB) heeft een pan-Europees garantiefonds (EGF) opgericht om de negatieve economische gevolgen van de coronacrisis op te vangen. Het fonds is een onderdeel van het pakket aan maatregelen dat op 9 april 2020 door de Eurogroep (in inclusieve samenstelling) werd afgesproken. Zoals aangekondigd in de vijfde incidentele suppletoire begroting bestond er ten tijde van de oprichting van dit fonds nog veel onduidelijkheid over het betaalschema. Inmiddels is duidelijk dat er in 2020 geen verliezen worden voorzien voor het EGF en daarmee voor Nederland. Het totale Nederlandse aandeel in de verwachte verliezen (ca. 260 miljoen euro) wordt derhalve afgeboekt in 2020. In de eerste suppletoire begroting 2021, als er meer duidelijkheid is over het betaalschema, zal het verwachtte verlies voor Nederland de komende jaren worden geraamd.

Premieontvangsten garantie en rentebaten lening KLM De Nederlandse Staat ontvangt rente voor de verstrekte lening en premie voor de afgegeven garantie aan KLM.

COVID middelenDefensie heeft 60 miljoen t.b.v. COVID maatregelen ontvangen welke vanuit de Aanvullende Post zijn overgeboekt. Deze middelen zijn gebruikt voor o.a. de dekking van de Karel Doorman, het Nationaal Crisis Centrum, lagere ontvangsten van zorgkosten en het aanschaffen van beschermingsmiddelen.

Caribisch Nederland (ferry en subsidie drinkwater) Het kabinet stelt 2 miljoen euro beschikbaar voor een ferryverbinding voor twee jaar tegen gereduceerd tarief tussen Sint Maarten, Sint Eustatius en Saba. Het kabinet stelt daarnaast in totaal 0,7 miljoen euro beschikbaar voor een tijdelijke verlaging van kosten voor drinkwater in Caribisch Nederland voor de periode van 1 mei t/m 31 december 2020. De coronamaatregel van 2020 voor tijdelijke verlaging van het tarief voor drinkwater wordt verlengd met een kalenderjaar tot 1 januari 2022.

Beschikbaarheidsvergoeding OV Deze zomer heeft het kabinet besloten tot een beschikbaarheidsvergoeding OV met een geraamde omvang van 1,488 miljard euro. Hiervan is in 2020 een voorschot uitgekeerd van 988 miljoen euro. De beschikbaarheidsvergoeding geldt voor de treinen van de NS, de trams, bussen en metro van de stadsvervoerders HTM, GVB en RET, de bussen en treinen van de regionale vervoerders zoals Arriva en Connexxion en de veerdiensten naar de Friese Waddeneilanden.

Garantie Ondernemingsfinanciering (GO) Binnen de GO wordt een extra corona-module toegevoegd voor garanties op bankleningen, 80 procent voor het grootbedrijf en 90 procent voor het kleinbedrijf. Het garantieplafond van de Garantie Ondernemingsfinanciering (GO) wordt verhoogd van 400 miljoen euro naar 10 miljard euro. Hierdoor kunnen meer bedrijven aanspraak maken op deze regeling. Dit leidt naar verwachting tot hogere kosten voor de overheid om toekomstige verliesdeclaraties op te vangen.

Borgstelling MKB Het garantiebudget van de Borgstelling MKB-kredieten (BMKB) wordt verhoogd tot 1,5 miljard euro. Onder het coronaluik binnen de BMKB wordt tijdelijk het borgstellingskrediet verhoogd van 50 naar 75 procent (BMKB-c). De overheid staat voor 90 procent borg op het borgstellingskrediet. Daarnaast is de premie voor het coronaluik binnen de BMKB verlaagd van 3,9 procent naar 2 procent voor looptijden tot en met twee jaar. Voor looptijden van vanaf twee jaar tot en met vier jaar is de premie 3 procent. Financiers kunnen daardoor gemakkelijker en sneller krediet verruimen waardoor meer MKB-bedrijven eerder meer geld kunnen lenen. Dit leidt naar verwachting tot hogere kosten voor de overheid om toekomstige verliesdeclaraties op te vangen.

Qredits Qredits, verstrekker van kleine kredieten, wordt gecompenseerd voor minder opbrengsten door het uitstel van de aflossingsverplichting en een rentekorting op leningen voor geraakte ondernemingen in de kredietportefeuille. Daarnaast is er nog 25 miljoen euro beschikbaar gesteld voor overbruggingskredieten met rentekorting.

Tegemoetkoming Ondernemers Getroffen Sectoren COVID-19 (TOGS) Er is een noodloket ingericht voor een tegemoetkoming van eenmalig 4.000 euro als noodvoorziening naast de overige regelingen, voor ondernemers die direct zijn getroffen door overheidsmaatregelen ter bestrijding van de coronacrisis en die hun omzet daardoor geheel of grotendeels zien verdwijnen. In lijn met de beleidsregel Tegemoetkoming Ondernemers Getroffen Sectoren (TOGS, voorheen Noodloket) is er een beleidsregel gepubliceerd voor Bonaire, Saba en Sint Eustatius. De voorwaarden zijn enigszins aangepast aan de specifieke omstandigheden op deze eilanden.

Telecom en netbeheer Caribisch Nederland Voor Caribisch Nederland wordt 25 US-dollar per aansluiting per maand beschikbaar gesteld tot eind 2020 om de kosten van een vaste internetverbinding te verlagen. Daarnaast wordt budget beschikbaar gesteld aan de energiebedrijven, zodat het netbeheertarief voor elektriciteit in de periode 1 mei tot en met 31 december 2020 naar nul verlaagd kan worden. De coronamaatregel van 2020 voor tijdelijke verlaging van de tarieven voor energie en telecom wordt verlengd met een kalenderjaar tot 1 januari 2022.

Tegemoetkoming Vaste Lasten MKB (TVL) De TVL biedt bedrijven in sectoren die hard geraakt zijn door de overheidsmaatregelen ter bestrijding van het coronavirus een tegemoetkoming voor de vaste lasten. Het kabinet biedt deze bedrijven ook na 1 oktober ondersteuning, om ze in staat te stellen de noodzakelijke aanpassingen in hun bedrijfsvoering te doen.

De TVL wordt verlengd voor een periode van negen maanden, waarbij het maximale subsidiebedrag wordt verhoogd naar 90.000 euro per drie maanden. Zo kan de TVL beter tegemoetkomen aan de behoeften van het (midden)grote mkb, voor wie de huidige cap van 50.000 euro voor vier maanden te laag is om een wezenlijke bijdrage aan de vaste kosten te leveren. Voor de tranche tot en met 31 december wordt de TVL verlengd onder de huidige voorwaarden, dat wil zeggen dat bedrijven met een omzetverlies van meer dan 30 procent in aanmerking komen. Vanaf 1 januari worden de voorwaarden voor de TVL aangescherpt door deze omzetdervingsgrens te verhogen naar 40 procent. Voor de periode 1 april tot en met 30 juni wordt de grens op 45 procent gesteld. De overige voorwaarden voor de TVL blijven ongewijzigd: zo blijft het percentage van de vaste kosten dat de TVL vergoedt 50 procent. Het budgettair beslag voor deze negen maanden bedraagt (inclusief Caribisch Nederland) 1.820 miljoen euro.

Garantieregeling Kleine Kredieten Corona Om in het kader van de coronaproblematiek ook ondernemers te helpen die geen bestaande kredietrelatie hebben met een bank of maar een kleine kredietbehoefte hebben, wordt in samenwerking met de banken een garantieregeling in uitvoering genomen voor kredieten tot 50.000 euro.

Fondsvermogen Regionale Ontwikkel Maatschappijen Er wordt 150 miljoen euro (75 miljoen euro in 2020 en 75 miljoen euro in 2021) beschikbaar gesteld ter versterking van het fondsvermogen van de Regionale Ontwikkel Maatschappijen (ROMs). Met de Corona-Overbruggingslening heeft het kabinet via de ROM’s straks circa 800 mkb-ondernemingen met overbruggingskredieten geholpen. Door het fondsvermogen van ROM’s te versterken, kunnen de ROM’s in nieuwe financieringsrondes ook het eigen vermogen van deze veelal innovatieve mkb-ondernemingen versterken. Daarmee wordt de solvabiliteitspositie van deze bedrijven verstevigd. Voorwaarde is wel dat de regio’s zelf cofinanciering verschaffen.

Omscholing naar tekortsectoren In 2021 wordt 37,5 miljoen beschikbaar gesteld voor intersectorale scholing naar tekortberoepen in het mkb. Hiermee kunnen 10.000 trajecten met een gemiddeld subsidiebedrag van 3.750 euro per stuk worden gesubsidieerd.

Borgstelling MKB-landbouw De regeling Borgstelling MKB-Landbouwkredieten (BL) wordt opgehoogd, verruimd en uitgebreid om liquiditeitsproblemen van land- en tuinbouwbedrijven te verlichten zodat bedrijven met een gezond toekomstperspectief gefinancierd kunnen blijven. Voor uitvoeringskosten en verwachte verliesdeclaraties is 29 miljoen euro gereserveerd.

Regeling tegemoetkoming land- en tuinbouwondernemers COVID-19 Voor ondernemers in de sierteeltsector en delen van de voedingstuinbouw is een compensatieregeling opengesteld van maximaal 600 miljoen euro. Ook telers van fritesaardappelen kunnen gebruik maken van een compensatieregeling van maximaal 50 miljoen euro. Bij sluiting van de inschrijving bleek het budget voor de sierteeltsector niet volledig te worden uitgeput. Dit was aanleiding om de raming met 386,5 miljoen euro naar beneden bij te stellen.

Ruimingskosten en stoppersregeling nertsen Er is 75 miljoen euro toegevoegd aan de begroting van LNV voor de kosten die samenhangen met de ruiming van de met COVID-19 besmette nertsenfokkerijen. LNV voegt hier een eigen bijdrage van 3 miljoen euro aan toe uit het diergezondheidsfonds. Daarnaast is er middels een kasschuif 9,5 miljoen naar latere jaren geschoven. Deze middelen zijn op de LNV begroting gereserveerd voor de uitvoeringskosten van de verplichte stoppersregeling nertsenhouderijen.

Tijdelijke Noodmaatregel Overbrugging voor Werkgelegenheid (NOW1.0 en 2.0) Middels de NOW ontvangen werkgevers maximaal 90 procent van hun loonkosten als subsidie. Het vergoedingspercentage is gerelateerd aan het omzetverlies dat werkgevers verwachten door het coronavirus. Werkgevers committeren zich eraan om de lonen van de betrokken werknemers voor 100 procent door te betalen. De initiële subsidieperiode duurde drie maanden (maart, april, mei). Met het tweede noodpakket is de subsidieperiode verlengd met vier maanden tot en met september. Vanuit de middelen voor de NOW zijn de kosten van de tijdelijke subsidie compensatie loonkosten en inkomensvoorziening ten behoeve van Caribisch Nederland bekostigd, in de tabel staan deze apart vermeld. Ook de uitvoeringskosten van de NOW regeling t/m september staan apart in de tabel vermeld.

Verlenging NOW (NOW 3.0) De NOW-3 gaat in per 1 oktober, en bestaat uit drie tranches van drie maanden. De NOW duurt dus tot 1 juli 2021. Dat betekent langdurige steun voor banen en bedrijven. Bedrijven moeten zich kunnen aanpassen aan de nieuwe economische situatie. Vandaar dat ook in toenemende mate ruimte wordt geboden om de loonsom te laten dalen, zonder dat dit leidt tot een subsidieverlaging. Een loonsomdaling is geen criterium om subsidie aan te kunnen vragen. Verder wordt het subsidiepercentage stapsgewijs verlaagd (80 procent tot 1 januari, 70 procent tot 1 april, en 60 procent tot 1 juli) ), gaat het minimale omzetverlies om in aanmerking te komen omhoog (naar 30 procent per 1 januari 2021), en vervalt de korting (bovenop de verrekening van de subsidie) op de subsidie bij bedrijfseconomisch ontslag. De bedragen in de tabel zijn inclusief de geraamde uitvoeringskosten vanaf oktober.

Uitvoeringskosten UWV als gevolg van coronaDe grote stijging van de WW als gevolg van de coronacrisis heeft geleid tot veel extra werkzaamheden bij het UWV waar UWV volgens de reguliere systematiek niet voor gecompenseerd wordt. Om UWV tegemoet te komen in de gemaakte kosten in 2020 voor extra werkzaamheden en frictiekosten als gevolg van corona wordt budget beschikbaar gesteld.

Caribisch Nederland 3.0 De subsidieregeling loonkosten en inkomensverlies voor Caribisch Nederland wordt met 9 maanden verlengd en geleidelijk afgebouwd. Verder wordt net als in Europees Nederland via flankerend beleid de dienstverlening met betrekking tot arbeidsbemiddeling tijdelijk geïntensiveerd.

Tijdelijke Overbruggingsregeling Zelfstandig Ondernemers (Tozo) De Tozo is een tijdelijke voorziening voor zelfstandige ondernemers (waaronder zzp’ers) met financiële problemen als gevolg van het coronavirus. De Tozo is een aangepaste variant op de reeds bestaande regeling Besluit bijstandsverlening zelfstandigen (Bbz). De ondersteuning kent twee vormen, (1) een aanvullende uitkering voor levensonderhoud als het inkomen door de coronacrisis tot onder het sociaal minimum is gedaald en/of (2) een lening voor bedrijfskapitaal. De uitkering voor levensonderhoud vult het inkomen aan tot het sociaal minimum. De lening is gericht op het oplossen van liquiditeitsproblemen. Leningen die zijn verstrekt in het kader van de TOZO zijn niet-relevant voor het EMU-saldo, de verwachte schade en de rente op de leningen zijn dit wel. Uit de middelen van de Tozo-1 hebben de staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid en de minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit een eenmalige subsidie van 4 miljoen euro beschikbaar gesteld als vangnet voor het calamiteitenfonds Voedselbanken. Gemeenten voeren de Tozo uit en krijgen hiervoor een vergoeding.

Verlenging Tozo (Tozo 2)Bij de verlenging van de Tozo (4 maanden) in het tweede noodpakket is een partnertoets ingevoerd als voorwaarde.

Verlenging Tozo (Tozo 3)De Tozo wordt verlengd met 9 maanden tot 1 juli 2021, en gaandeweg afgebouwd. Zo krijgen zelfstandigen de tijd om zich aan te passen. Vanaf 1 januari 2021 krijgen ondernemers heroriëntatiegesprekken met gemeenten om zich voor te bereiden op een nieuwe toekomst. Per 1 april 2021 wordt een beperkte vermogenstoets ingevoerd. Die ziet op direct beschikbare geldmiddelen en niet op ander vermogen (bijv. woning, afgeschermd pensioen, bedrijfspand of voorraden). Vanaf 1 juli 2021 stopt de TOZO en blijft de Bbz als vangnet dienen voor de groep zelfstandigen.

Compensatie eigen bijdrage kinderopvang Omdat ouders wordt gevraagd de factuur van de kinderopvangorganisaties door te betalen, terwijl de kinderopvang en de BSO (gedeeltelijk) gesloten waren, compenseert het kabinet de eigen bijdrage aan de kinderopvang. Het bedrag van 311 miljoen euro heeft betrekking op de periode van 16 maart tot en met 7 juni. Dit is de periode dat de kinderopvang en de BSO (gedeeltelijk) gesloten waren. De compensatieregeling stopte na 7 juni en is niet verder verlengd.

Tijdelijke Overbruggingsregeling voor Flexibele Arbeidskrachten (TOFA) De TOFA had als doel om flexwerkers die door de coronacrisis substantieel inkomensverlies hebben geleden, maar geen aanspraak kunnen maken op een uitkering, tegemoet te komen in de kosten voor hun levensonderhoud. Deze tegemoetkoming bedroeg 550 euro bruto per maand en is door het UWV verstrekt over de maanden maart, april en mei 2020.

NL leert door NL leert door is een flankerend crisispakket dat tezamen met noodpakket 2.0 is aangekondigd, met als doel degenen die door de crisis hard en onverwacht zijn getroffen tijdig de transitie naar ander werk te laten maken, door zich te oriënteren op actuele loopbaankansen en eventueel daarvoor benodigde (online) scholing. Met de subsidie worden ontwikkeladviezen en cursussen gericht op om- en bijscholing gratis toegankelijk gemaakt.

Verlaging invorderingsrente terugbetalingen KOT en WKB Het kabinet heeft de invorderingsrente tijdelijk van 4 procent naar 0,01 procent verlaagd. Dit leidt op de begroting van SZW tot lagere ontvangsten op de kinderopvangtoeslag (KOT) en het kindgebonden budget (WKB). De generale compensatie voor deze lagere ontvangsten is aan de begroting van SZW toegevoegd.

Noodopvang kinderopvang Het kabinet heeft ten tijde van de sluiting van scholen en kinderopvang besloten om noodopvang te organiseren voor kinderen van wie één of beide ouders een cruciaal beroep hebben. Gemeenten coördineren de noodopvang, in overleg met kinderopvangorganisaties en scholen. Het bedrag van 23 miljoen euro heeft betrekking op de periode 16 maart tot 1 juli 2020 en is met een overboeking van SZW overgeheveld naar het Gemeentefonds. Deze middelen worden vervolgens als decentralisatie-uitkering uitgekeerd aan gemeenten.

Vergoeding voor burgers die geen kinderopvangtoeslag ontvangen De eigen bijdrage van ouders die geen kinderopvangtoeslag ontvangen en niet onder de gemeentelijke doelgroep vallen, wordt gecompenseerd. Het gaat om de eigen bijdrage die betaald is gedurende de periode dat de kinderopvang gesloten was. Inmiddels is duidelijk dat de uitgaven plaatsvinden in 2021, omdat de totstandkoming van de regeling en het in gereedheid brengen van de uitvoering meer tijd in beslag neemt. Hierdoor ontstaat een kasschuif van 8,5 miljoen euro tussen 2020 en 2021.

Van werk(loosheid) naar werk en dienstverlening gemeenten De tijdelijke nieuwe crisisdienstverlening van werk(loosheid) naar werk is bedoeld om met werkloosheid bedreigde werknemers, de mensen die al werkloos zijn geworden, schoolverlaters en ex-ZZP’ers zo snel mogelijk naar werk te begeleiden, en zo langdurige werkloosheid te voorkomen. Het kabinet stelt middelen beschikbaar zodat werkgevers, sociale partners, beroepsonderwijs, UWV en gemeenten in de arbeidsregio’s gezamenlijk mensen kunnen helpen bij het vinden van nieuw werk en (om)scholing. Hiervoor komen er regionale mobiliteitsteams om deze crisisdienstverlening in de regio’s en met sectoren aan te bieden. Aanvullend worden middelen vrijgemaakt voor werkgeversdienstverlening bij het UWV, ondersteuningstrajecten voor zelfstandigen en voor praktijkleren in het MBO. Daarnaast wordt het re-integratiebudget bij gemeenten tijdelijk verhoogd in lijn met de verwachte verhoogde instroom van de bijstand en worden incidenteel aanvullende middelen vrijgemaakt voor de dienstverlening aan de nieuwe instroom in de bijstand. Tot slot wordt een impuls gegeven om mensen uit de banenafspraak betrokken te houden bij de arbeidsmarkt.

Jeugdwerkloosheid Om jeugdwerkloosheid onder jongeren tegen te gaan worden middelen vrijgemaakt voor de begeleiding van jongeren naar werk of een vervolgopleiding. De maatregelen richten zich op schoolverlaters uit het praktijkonderwijs, voortgezet speciaal onderwijs, voortijdig schoolverlaters en kwetsbare schoolverlaters uit het mbo.

Scholing en leven lang ontwikkelen (LLO) Er worden middelen vrijgemaakt voor extra inzet op verschillende vormen van scholing. De subsidie voor online scholing en ontwikkeladvies uit het crisispakket ‘NL leert door’ wordt verlengd en er wordt een regeling toegevoegd voor scholing via samenwerkingsverbanden. Daarnaast wordt het scholingsbudget WW bij het UWV verhoogd.

Aanpak armoede en schulden Ten behoeve van het terugdringen van armoede en problematische schulden worden aanvullende middelen gereserveerd voor het gemeentelijk schuldenbeleid en de oprichting van een Waarborgfonds, de bijzondere bijstand en wordt een deel van de maatregelen in de brede schuldenaanpak versneld ingevoerd.

Flankerend beleid arbeidsbemiddeling Caribisch Nederland Net als in Europees Nederland wordt via flankerend beleid tijdelijk geïntensiveerd in arbeidsmarktbeleid om werklozen naar een nieuwe baan te begeleiden/om te scholen. Wat betreft de duur van flankerend beleid wordt aangesloten bij het besluit voor Europees Nederland.

Aanschaf en distributie medische beschermingsmiddelenDe totale uitgaven aan medische beschermingsmiddelen worden tot nu toe op 1,9 miljard euro geraamd in 2020 en 2021. Dit zijn zowel uitgaven die door VWS zijn gedaan voor persoonlijke beschermingsmaterialen als de verleende bevoorschotting aan het Landelijk Consortium Hulpmiddelen (LCH). De ontvangsten in 2021 en 2022 betreffen gedeelte teruggave van deze voorschotten aan VWS door het LCH. Daarnaast ontvangt het LCH middelen van het RIVM voor de inkoop van sneltesten die het RIVM gebruikt, en wordt de aanschaf van geneesmiddel Remdesivir door het LCH terugbetaalt door ziekenhuizen.

GGD'en en veiligheidsregio'sDe GGD’en en veiligheidsregio’s vervullen een belangrijke rol tijdens de coronacrisis. De extra middelen zijn benodigd, zodat deze partijen hun rol blijven vervullen. Zo maken GGD’en kosten voor het opzetten, bemensen en uitvoeren van het bron- en contactonderzoek en het opzetten van teststraten. Daarnaast zijn er middelen nodig voor bemonstering en dienstverlening. Voor de veiligheidsregio’s zijn middelen beschikbaar gesteld voor de extra kosten die gemaakt worden voor onder andere de coronacentra, distributie van beschermingsmiddelen en crisiscommunicatie. In totaal gaat het om 477 miljoen euro in 2020 en 467 miljoen euro in 2021.

IC-capaciteitOp basis van het opschalingplan van het Landelijk Netwerk Acute Zorg worden voor de opschaling naar 1.350 IC-bedden en de flexibele verdere opschaling naar 1.700 IC-bedden en de daarmee corresponderende uitbreiding van het aantal klinische bedden middelen gereserveerd. Hiervoor is 377 miljoen euro beschikbaar in 2020-2022 (circa 108 miljoen euro in 2020 en circa 134 miljoen euro in 2021 en 2022). Daarnaast worden er middelen beschikbaar gesteld voor kosten van opleidingen die samenhangen met het opschalen van de IC-capaciteit. Hiervoor is 70 miljoen euro beschikbaar in 2020-2022 (circa 10 miljoen euro in 2020, 40 miljoen euro in 2021 en 20 miljoen euro in 2022).

Ondersteuning sportsectorVoor de sportsector (sportbonden, sportverenigingen en sportaanbieders) is 133 miljoen euro beschikbaar in 2020-2021 als aanvullende compensatie voor het waarborgen van de continuïteit van de sportinfrastructuur (via de Tegemoetkoming en amateursportorganisaties (TASO) en Tegemoetkoming verhuurders sportaccommodaties. Voor de periode 1 oktober t/m 31 december is 60 miljoen euro beschikbaar; de daadwerkelijke uitbetaling vindt plaats in 2021.

Ondersteuning zorgpersoneelNaast de zorgbonus zijn er ook ondersteunende maatregelen genomen, zodat personeel dat beschikbaar wilde zijn tijdens de coronacrisis geregistreerd kon worden en een aangepaste opleiding kon volgen. (Her)Registratie is ook in 2021 nog mogelijk. In totaal is er 5 miljoen euro in 2020 beschikbaar en 22 miljoen euro in 2021.

Onderzoek inzake COVID-19In 2020 en 2021 zijn er middelen beschikbaar gesteld om noodzakelijk onderzoek te doen naar COVID-19, waaronder rioolonderzoek. De onderzoeken worden uitgevoerd door ZonMw, RIVM, GGD en derden. Hiervoor is 52 miljoen euro in 2020 en 40 miljoen euro in 2021 beschikbaar.

Testcapaciteit RIVM en GGDVanaf 1 juni kan iedereen met (milde) klachten getest worden op corona. Voor de uitbreiding van de testcapaciteit en het opzetten van teststraten is circa 1.370 miljoen euro beschikbaar in 2020 en 2021. Daarnaast is voor de aanschaf van sneltesten budget beschikbaar gesteld (877 miljoen euro in 2020-2021). Tenslotte is voor het COVID-19 programma van het RIVM 54 miljoen euro in 2021 beschikbaar gesteld.

Vaccinontwikkeling en medicatieDoor de EU worden overeenkomsten gesloten om de beschikbaarheid van vaccins veilig te stellen. Hieruit volgen ook financiële verplichtingen voor de lidstaten om vaccins af te nemen. Het kan daarbij gaan om aanschaf-, productie- en ontwikkelkosten. Hiervoor is circa 65 miljoen euro in 2020 en 635 miljoen euro in 2021 beschikbaar gesteld. Tevens is 50 miljoen euro in 2020 beschikbaar gesteld voor onderzoek aan de Coalition for Epidemic Preparedness Innovations (CEPI). Tenslotte is voor het BCG-vaccin 4,5 miljoen euro in 2020 beschikbaar en 3,2 miljoen euro in 2020 voor de implementatie van het vaccin.

ZorgbonusNaar aanleiding van de motie Van Kooten-Arissen heeft het kabinet een bonusregeling voor zorgprofessionals uitgewerkt, van € 1.000,- (netto) per betrokken zorgprofessional in 2020. De oorspronkelijk verwachte uitgaven voor de bonus waren 1.440 miljoen euro in 2020, waardoor ca. 800.000 zorgprofessionals een bonus kunnen ontvangen en het bedrag wordt aangevuld met de eindheffing loonbelasting. Dit budget is bij Najaarsnota op basis van de aanvragen omhoog bijgesteld met 800 miljoen euro. Daarnaast is het budget voor de uitbetaling van de zorgbonus aan zorgmedewerkers die uitbetaald krijgen via een persoonsgebonden budget van 2020 naar 2021 verplaatst (126 miljoen euro). Om de noodzakelijke inzet van mensen voor de uitvoering van de zorgbonus, die normaal voor de uitvoering van het stagefonds worden ingezet, mogelijk te maken moet het laatste deel uit het proces van de jaarlijkse uitvoering van het stagefonds naar begin 2021 worden verplaatst. De uitgaven voor het stagefonds vinden daarom pas plaats in 2021 (113 miljoen euro). Tot slot is voor de zorgbonus 2021 720 miljoen euro beschikbaar. De uitvoeringskosten van de bonusregeling betreffen ca. 10 miljoen euro in 2021.

Zorgkosten en bijstand Caribisch Nederland (plafond Zorg)Het Caribisch deel van het Koninkrijk wordt op basis van het Koninkrijkstatuut ondersteund in de coronacrisis. Conform adviezen van het Outbreak Management Team (OMT) wordt de zorgcapaciteit op deze eilanden opgebouwd. VWS helpt bij de tijdelijke uitbreiding van IC-capaciteit, het versterken van de publieke gezondheid, extra capaciteit bij medische evacuaties en voldoende persoonlijke beschermingsmiddelen. Hiervoor is 78 miljoen euro in 2020 beschikbaar en 13 miljoen euro in 2021.

Overige maatregelen (plafond Rijksbegroting)Deze post betreft diversen kleine maatregelen waaronder middelen voor de campagne samen sterk, bijdragen aan het landelijk coördinatiecentrum patiënten spreiding. Ook zijn kosten gemaakt voor het opzetten van de app, een nieuw digitaal registratiesysteem voor de testen en een klantencontactcentrum om digitale gegevensuitwisseling mogelijk te maken. Verder zijn er middelen beschikbaar gesteld voor het programma ‘innovatieve behandeling’.

Meerkosten Corona Wlz (plafond Zorg)Zorgaanbieders maken extra personele en materiële kosten in verband met COVID-19. In de beleidsregel SARS-CoV-2 virus van de NZa is geregeld dat deze kosten buiten de contracteerruimte vergoed worden. Het financiële effect hiervan wordt ingeschat op 150 miljoen euro over de periode maart tot en met mei 2020. Er zijn nog geen recentere cijfers beschikbaar. Daarnaast bevat deze post 40 miljoen euro voor pgb-budgethouders als gevolg van extra kosten voor aanvullende zorg of vervangende zorg door COVID-19.

Overige maatregelen (plafond Zorg)Dit betreft geraamde kosten in het kader van de opschaling van de IC- en ELV-capaciteit, alsmede een pakketmaatregel over paramedische zorg voor ex-COVID-19-patiënten.

Bijdrage SW bedrijven en verlenging compensatie SW bedrijvenAls gevolg van het coronavirus zijn de sociale werkbedrijven geheel of gedeeltelijk gesloten. Daardoor vallen bedrijfsopbrengsten weg waarmee (deels) de loonkosten van medewerkers die werkzaam zijn voor een sociale werkbedrijf worden gefinancierd. Tekorten in de exploitatie worden in de reguliere systematiek opgevangen door een hogere gemeentelijke bijdrage. Deze financieringsbron staat onder druk omdat gemeenten meer financiële gevolgen hebben van de coronacrisis. Het kabinet heeft daarom besloten om de Rijksbijdrage Wet sociale werkvoorziening (Wsw) te verhogen met 90 miljoen euro voor de periode 1 maart 2020 tot 1 juni 2020 ter compensatie van een deel van de loonkosten. Dit bedrag is toegevoegd aan de integratieuitkering Participatie. Deze bijdrage wordt verlengd middels een additionele bijdrage van 50 miljoen euro.

Continuïteit zorg, uitstel noodzakelijke zorg en meerkosten Jeugdwet en Wmo 2015 De medeoverheden spannen zich in om te zorgen dat de dienstverlening aan burgers en ondernemers zo goed mogelijk doorgaat. Denk daarbij aan de continuïteit van de zorgverlening en ondersteuning in het sociaal domein. Omwille van de continuïteit van zorg voor cliënten tijdens coronamaatregelen én voor continuïteit van het stelsel nadien zijn maatregelen genomen, om cliënten op grond van de Jeugdwet en de Wmo 2015 hulp en ondersteuning te kunnen blijven bieden. Er is besloten een bijdrage te verlenen van 170 miljoen euro voor de meerkosten en inhaalzorg. Dit wordt uitgekeerd via de algemene uitkering van het Gemeentefonds (66,4 miljoen euro), de decentralisatie-uitkeringen Maatschappelijke opvang (91 miljoen euro) en Vrouwenopvang (7 miljoen euro) en de integratie-uitkering Beschermd wonen (5,6 miljoen euro), eveneens in het Gemeentefonds.

Lokale cultuur Het kabinet heeft besloten om een bevoorschotting op de compensatie aan medeoverheden te verstrekken van 60 miljoen euro voor de lokale culturele infrastructuur voor de periode van medio maart 2020 tot en met 1 juni 2020.

Tegemoetkoming decentrale overheden – Toeristen- en parkeerbelasting Gemeenten worden op dit moment geconfronteerd met dalende inkomsten uit toeristen- en parkeerbelasting als gevolg van de coronamaatregelen. Het is de vraag of de geleden derving van de afgelopen maanden dit jaar nog geheel wordt ingehaald. Het kan wel zijn dat de inkomsten uit deze heffingen de tweede helft van het jaar weer stijgen richting het gebruikelijk niveau. Het kabinet heeft besloten de gemeenten voor de periode van 1 maart 2020 tot en met 1 juni 2020 te compenseren. Hiermee is een bedrag van 225 miljoen euro gemoeid, waarvan 100 miljoen euro voor de toeristenbelasting en 125 miljoen euro voor gederfde parkeerinkomsten op grond van de geraamde gederfde inkomsten in deze periode.

Verkiezingen Het kabinet stelt 29 miljoen euro beschikbaar om gemeenten te compenseren voor de extra kosten bij de herindelingsverkiezingen in november 2020 en de Tweede Kamer-verkiezing in 2021 als gevolg van de corona-maatregelen. De extra kosten hangen onder meer samen met aanvullende kosten voor de inrichting van stemlokalen, voor het mogelijk moeten huren van alternatieve locaties die in de coronacrisis beter geschikt zijn om als stemlokaal in te richten, voor toegankelijkheid van die locaties en voor de aanvullende werkzaamheden die gemeenten moeten doen ter voorbereiding van de verkiezingen. Dit bedrag wordt uitgekeerd in de vorm van een decentralisatie-uitkering.

Buurt- en dorpshuizen Het kabinet stelt 17 miljoen euro voor 2020 beschikbaar om gemeenten te compenseren voor de extra uitgaven voor de dorps- en buurthuizen. De extra uitgaven bestaan onder andere uit het kwijtschelden van huur en het compenseren van tegenvallende inkomsten uit bijvoorbeeld horeca en zaalverhuur van buurt- en dorpshuizen. Dit bedrag zal worden toegevoegd aan de algemene uitkering.

Toezicht en handhaving Het kabinet stelt 50 miljoen euro voor 2020 beschikbaar om gemeenten te compenseren voor de extra toezicht- en handhavingskosten als gevolg van onder andere de extra inzet van boa’s en de extra verkeersmaatregelen. Ook dit bedrag zal worden toegevoegd aan de algemene uitkering.

Inkomstenderving tot 1 juni Door de corona-maatregelen waren er in de periode van 1 maart tot 1 juni geen terrassen opgesteld en zijn er geen markten- en evenementen geweest. Gemeenten zijn daardoor geconfronteerd met een terugval van inkomsten uit terrasprecario en uit markt- en evenementenleges. Het kabinet heeft besloten de gemeenten voor de periode van 1 maart 2020 tot en met 1 juni 2020 voor dit doel te compenseren voor een bedrag van 20 miljoen euro. Dit bedrag wordt uitgekeerd in de vorm van een decentralisatie-uitkering.

Cultuur (huur) gemeenten Eerder heeft het kabinet de gemeenten, voor de periode van medio maart tot en met 1 juni 2020, 60 miljoen euro verstrekt voor de borging van de lokale en regionale culturele infrastructuur. Deze organisaties missen onder andere inkomsten uit kaartverkoop en horeca, terwijl de vaste lasten zoals huisvesting en beveiliging doorlopen. Het kabinet stelt aan gemeenten nogmaals 60 miljoen euro beschikbaar voor de periode van 1 juni tot en met 31 december 2020. Dit bedrag zal worden toegevoegd aan de algemene uitkering.

Vrijwilligersorganisaties Het kabinet stelt 7,3 miljoen euro beschikbaar om lokale vrijwilligersorganisaties, zoals de scouting en speeltuinen, te compenseren. Hiermee wordt opvolging gegeven aan de motie van het lid Peters c.s.. Dit bedrag zal worden toegevoegd aan de algemene uitkering.

Incidenteel schrappen opschalingskorting COVID-19 Gezien de toegenomen financiële druk bij gemeenten door corona heeft het kabinet besloten de oploop in de opschalingskorting voor gemeenten in de jaren 2020 en 2021 incidenteel te schrappen. Dit leidt tot een verhoging van de algemene uitkering van het gemeentefonds van 70 miljoen euro in 2020 en 160 miljoen euro in 2021.

Reservering Stoppersregeling nertsen Op de aanvullende post is 140 miljoen euro gereserveerd voor een nog nader uit te werken verplichte stoppersregeling voor nertsenfokkerijen. Inclusief de 10 miljoen euro die op de LNV-begroting is gereserveerd komt het totaal bedrag voor de verplichte stoppersregeling op 150 miljoen euro.

Reservering OV-beschikbaarheidsvergoeding De beschikbaarheidsvergoeding voor het openbaar vervoer wordt verlengd tot 1 juli 2021. In afwachting van uitwerking van de afspraken is de reservering op de aanvullende post geplaatst.

Reservering Solvabiliteitsfonds VNO-NCW heeft het initiatief genomen om samen met institutionele beleggers een investeringsfonds op te richten dat Nederlandse (middel)grote bedrijven zou kunnen herkapitaliseren. De initiatiefnemers zien graag een bijdrage van de Staat in het fonds om het volume van het fonds te vergroten en als bevestiging dat met het fonds bijgedragen wordt aan het economische herstel van Nederland. Het kabinet vindt het belangrijk dat in de kern gezonde bedrijven voor Nederland worden behouden. In het voorstel van de private initiatiefnemers wordt beoogd dat de staat op gelijke voet participeert qua materiële voorwaarden zoals rendement, voorwaarden en duur van de investering. Het fonds zelf zal niet door de Staat, maar door een fondsmanager worden beheerd op basis van marktconforme parameters. De Staat zal zich hier opstellen als een stille investeerder op gelijke voet met de andere private investeerders, zodat geen sprake zal zijn van staatssteun. Het kabinet vindt het positief dat private partijen met dit initiatief zijn gekomen. Omwille van de budgettaire systematiek reserveert het Kabinet nu alvast 300 miljoen euro voor een overheidsbijdrage in het fondskapitaal. Definitieve besluitvorming vindt plaats later dit najaar, waarbij zal worden getoetst of dit fonds een probleem oplost en of er voldoende interesse is bij institutionele beleggers zoals bijvoorbeeld pensioenfondsen. Ook is een nadere uitwerking van het investeringsfonds door de private initiatiefnemers van belang.

Reservering Cultuurpakket Voor aanvullende steun aan de culturele en creatieve sector wordt in 2021 414 miljoen euro beschikbaar gesteld. Hiervan is 249 miljoen euro ondertussen overgeheveld naar de OCW begroting. Van dit bedrag is 200 miljoen euro bedoeld voor verlenging van het eerdere steunpakket cultuur tot de eerste helft van 2021. Daarnaast wordt 64 miljoen euro beschikbaar gesteld voor diverse doeleinden, zoals het behoud van private collecties, het opstarten van pilots om wendbaarheid en weerbaarheid van de sector te vergroten en voor een regeling voor historisch erfgoed. Voor lokale culturele infrastructuur wordt 150 miljoen euro beschikbaar gesteld. Hierdoor worden gemeenten in staat gesteld om de cruciale lokale culturele infrastructuur te ondersteunen.

Reservering Armoede en schulden Ten behoeve van het terugdringen van armoede en problematische schulden worden aanvullende middelen gereserveerd voor het gemeentelijk schuldenbeleid en bijzondere bijstand. In 2021 worden middelen vrijgemaakt voor een garantiefonds schulden dat de inzet van het saneringskrediet bevordert. Zie ook ‘Aanpak armoede en schulden’ bij SZW.

Reservering van werk(loosheid) naar werk, dienstverlening gemeenten Het kabinet reserveert middelen voor werkgevers, sociale partners, beroepsonderwijs, UWV en gemeenten die met elkaar samenwerken in regionale mobilitietsteams om crisisdienstverlening aan te bieden. Daarnaast worden middelen gereserveerd voor het re-integratiebudget bij gemeenten (dienstverlening aan bijstandsgerechtigden). Zie ook ‘Van werk(loosheid) naar werk en dienstverlening gemeenten’ bij SZW.

Reservering flankerend beleid jeugdwerkloosheid In verband met de maatregelen – als onderdeel van het flankerend beleid SZW – waarmee kwetsbare leerlingen en studenten te maken kunnen krijgen, is de verwachting dat een deel van de kwetsbare leerlingen en studenten die laag- of niet gekwalificeerd het onderwijs zouden verlaten en naar de arbeidsmarkt uit zouden stromen, door deze nazorg en begeleiding langer zullen doorleren. In verband hiermee ontstaan extra uitgaven voor bekostiging van het mbo/pro/vso (186 miljoen euro), de regeling praktijkleren (29 miljoen euro) en extra studiefinanciering (49 miljoen euro). Deze uitgaven zijn op de AP gereserveerd en worden voor zover nodig in het voorjaar van 2021 en 2022 op basis van de meest actuele ramingen van de leerlingen- en studentenaantallen overgeheveld.

Reservering Regeling tegemoetkoming dierentuinenDierentuinen zijn zwaar geraakt door de coronacrisis en leiden als gevolg daarvan grote verliezen. Naar verwachting loopt het omzetverlies in 2020 op tot 132 miljoen euro, terwijl de vaste hoge kosten voor specialistische zorg, huisvesting en noodzakelijk onderhoud voor de dieren doorlopen. Faillissement dreigt daardoor voor veel dierentuinen. Het kabinet stelt in totaal maximaal 39 miljoen euro beschikbaar om faillissement voor dierentuinen af te wenden. In afwachting van een nadere uitwerking worden de middelen op de Aanvullende Post bij het ministerie van Financiën gereserveerd.

Reservering Inkomstenderving na 1 juni (indicatief)In aanvulling op de reeds genomen compensatiemaatregelen voor inkomstenderving is 250 miljoen euro gereserveerd voor nadere compensatie van gemeenten in 2020. Zodra meer bekend is over de financiële impact van de inkomstenderving op gemeentelijk niveau zal de uitkering verder worden uitgewerkt.

Reservering Garantiefonds (fonds voor hulp bij schulden) Voor het jaar 2021 worden er middelen gereserveerd op de Aanvullende Post voor een garantiefonds schulden dat de inzet van saneringskrediet bevordert. Dit fonds wordt momenteel verder uitgewerkt.

Reservering Compensatie energielasten Het kabinet stelt 25 miljoen euro beschikbaar in de jaren 2021 en 2022 ten behoeve van een regeling aan de uitgavenkant van de begroting om tegemoet te komen in de energiekosten van specifieke sectoren, namelijk de glastuinbouw, de chemie en de papier- en voedselindustrie. Deze middelen worden in afwachting van nadere uitwerking gereserveerd op de aanvullende post.

Reservering Regionale podiumkunsten Op de aanvullende post is 15 miljoen euro voor vier jaar (2021-2024) gereserveerd voor het fonds podiumkunsten.

Compensatie vuurwerkverbodHet kabinet heeft in relatie tot COVID-19 en het beslag op de zorgcapaciteit besloten om te komen tot een eenmalig en tijdelijk vuurwerkverbod voor eindejaarsvuurwerk tijdens de komende jaarwisseling. Om individuele ondernemers en verkopers die door dit besluit benadeeld worden te compenseren trekt dit Kabinet maximaal 40 miljoen euro uit. Voor de omzetdaling waar ondernemers mee te maken krijgen kunnen zij aanspraak maken op de algemene steunmaatregelen in het kader van COVID-19, primair de TVL en de NOW. Voor een tegemoetkoming in de kosten die voortkomen uit dit verbod, zoals (extra) kosten voor veilige opslag en transport, en voor toezicht stelt het Kabinet maximaal 28 miljoen euro beschikbaar. In afwachting van verdere uitwerking van de regeling wordt het budget op de aanvullende post geplaatst.

Liquiditeitssteun Aruba, Curaçao en Sint Maarten Aruba, Sint Maarten en Curaçao ontvangen een eerste en een tweede tranche liquiditeitssteun in de vorm van een lening voor de periode april tot en met juni voor een pakket aan noodmaatregelen om de effecten van Covid-19 te mitigeren. De lening heeft een looptijd van twee jaar en een rentepercentage van 0 procent.

Liquiditeitssteun Aruba en Curaçao derde trancheIn de Rijksminsterraad van 30 oktober 2020 en 13 november 2020 is besloten om, na ondertekening van de overeenkomst Landspakket met Aruba en met Curaçao, een derde tranche liquiditeitssteun voor de periode juli t/m december onder voorwaarden te verstrekken om de gevolgen van de coronacrisis te beperken. De lening loopt af op hetzelfde moment als de overige liquiditeitsleningen. De lening heeft een rentepercentage van 0 procent. Conform het advies van het Collega Aruba financieel toezicht (CAft) en het College financieel toezicht (Cft) bestaat de mogelijkheid om in april 2022 de lening te herfinancieren.

Reservering liquiditeitssteun Sint Maarten derde trancheOp 13 november zijn gesprekken met Sint Maarten gestart over het aanbod zoals dat tijdens de Rijksministerraad van 10 juli is gedaan voor een derde tranche liquiditeitssteun inclusief daaraan verbonden voorwaarden. In het geval dat deze gesprekken nog in 2020 leiden tot een akkoord met Sint Maarten over dit aanbod, is het wenselijk de derde tranche liquiditeitssteun zo spoedig mogelijk aan Sint Maarten te kunnen overmaken. Zoals blijkt uit adviezen van het College financieel toezicht Curaçao en Sint Maarten (Cft) is de liquiditeitspositie van Sint Maarten in 2020 inmiddels immers zeer kwetsbaar. Om bij een akkoord direct te kunnen overgaan tot het overmaken van deze middelen wordt daarom reeds 30,6 miljoen euro gereserveerd hiervoor. Indien er wordt overgegaan tot verstrekking van een liquiditeitslening, zullen dezelfde voorwaarden gelden als bij de eerste en tweede tranche van de liquiditeitslening. Mocht een akkoord met Sint Maarten dit jaar niet bereikt worden, dan zullen deze middelen vrijvallen.

Lening KLM De Nederlandse Staat verstrekt een directe lening aan KLM met een omvang van 1 miljard euro. De lening is een achtergestelde lening. Dit betekent dat wanneer KLM haar crediteuren niet kan terugbetalen, deze lening (en daarmee de Nederlandse Staat) pas als laatste wordt terugbetaald. Daarmee neemt de Nederlandse Staat relatief veel risico op zich via deze lening, hetgeen weerspiegeld wordt door de eveneens relatief hoge rente die KLM op deze lening betaalt. De verwachting is dat de trekkingen van de directe lening verspreid in tranches zullen zijn over de looptijd, zij het met een concentratie in het eerste jaar wanneer de behoefte aan additionele liquiditeit het grootste is.

Lening Stichting Garantiefonds Reisgelden (SGR) Als steunmaatregel wordt een lening van 150 miljoen euro verstrekt aan Stichting Garantiefonds Reisgelden (SGR). Door deze lening kan SGR consumenten schadeloos blijven stellen bij faillissement van aangesloten reisorganisaties. Ook kan door deze steun het vouchersysteem voor pakketreizen na 1 juni 2020 in stand blijven. Het vouchersysteem voorkomt dat consumenten massaal hun reisgelden terugvragen bij geannuleerde pakketreizen, met mogelijke faillissementen van reisorganisaties tot gevolg.

Lening kleine garantiefondsen/regelingen Er wordt 10 miljoen euro gereserveerd voor leningen aan kleine garantiefondsen/regelingen in de reisbranche.

Regionale ontwikkelingsmaatschappijen De corona overbruggingslening (COL) draagt bij aan de verbetering van de liquiditeitspositie van innovatieve bedrijven. Er wordt hiervoor 100 miljoen euro beschikbaar gesteld aan regionale ontwikkelingsmaatschappijen (ROM’s). Vanwege het grote aantal ingediende aanvragen en de inschatting van de ROM’s dat dit aantal de komende maanden verder stijgt, heeft het kabinet besloten om een tweede tranche van 200 miljoen euro aan leningen voor de COL beschikbaar te stellen.

Bijlage 2: Belasting- en premieontvangsten op kasbasis

Tabel 2.1 laat de raming van de belasting- en premieontvangsten van de Miljoenennota 2021 en de Najaarsnota 2020 zien op kasbasis, met op de laatste regels de aansluiting naar de totaalraming op EMU-basis.

Tabel 2.1 Belasting- en premieontvangsten 2020 op kasbasis

(in miljoenen euro)

 

MN2021

NJN2020

Verschil

Indirecte belastingen

 

83.229

85.712

2.483

Omzetbelasting

 

51.154

52.414

1.260

Accijnzen

 

10.261

11.083

823

Motorrijtuigenbelasting

 

4.250

4.250

0

Belastingen op milieugrondslag

 

4.387

4.487

100

Invoerrechten

 

3.118

3.118

0

Overdrachtsbelasting

 

3.091

3.091

0

Assurantiebelasting

 

2.936

2.986

50

Verhuurderheffing

 

1.635

1.890

255

Belasting op personenauto's en motorrijwielen

 

1.489

1.484

‒ 5

Bankbelasting

 

449

449

0

Belasting op zware motorrijtuigen

 

192

192

0

Verbruiksbelasting van alcoholvrije dranken e.a.

 

267

267

0

     

Directe belastingen

 

84.435

89.748

5.313

Inkomstenbelasting

 

3.664

6.008

2.343

Loonbelasting

 

57.566

57.450

‒ 115

Vennootschapsbelasting

 

16.987

19.791

2.805

Dividendbelasting

 

3.938

4.138

200

Schenk- en erfbelasting

 

2.035

2.035

0

Kansspelbelasting

 

245

325

80

     

Overige

 

280

280

0

     

Totaal belastingen

 

167.944

175.739

7.796

Aansluiting kas-EMU-basis

 

8.266

8.642

376

Totaal belastingen op EMU-basis

 

176.209

184.381

8.172

     

Premies volksverzekeringen

 

36.553

35.351

‒ 1.202

Aansluiting kas-EMU-basis

 

1.346

1.662

316

Premies volksverzekeringen op EMU-basis

 

37.899

37.013

‒ 886

     

Premies werknemersverzekeringen op EMU-basis

 

68.874

68.874

0

waarvan zorgpremies

 

42.636

42.636

0

     

Totaal belastingen en premies op EMU-basis

 

282.982

290.269

7.286

Bijlage 3: Regeerakkoordmiddelen op de aanvullende post

In deze bijlage zijn de mutaties van de regeerakkoordmiddelen op de aanvullende post algemeen opgenomen. Het betreft de mutaties die bij Najaarsnota 2020 zijn verwerkt voor het jaar 2020. Daarnaast bevat deze bijlage de nieuwe stand bij Najaarsnota 2020. De toelichtingen bij de mutaties staan in de verticale toelichting aanvullende post algemeen.

In tabel 3.1 zijn alle mutaties sinds de Miljoenennota 2021 weergegeven. De mutaties betreffen overhevelingen naar begrotingen en kasschuiven. De stand van de reserveringen Regeerakkoord op de aanvullende post bij Najaarsnota 2020 zijn zichtbaar in tabel 3.2. Daar waar een 0 in de reeksen staat, is de mutatie en/of de stand kleiner dan 0,5 miljoen euro. De reserveringen Regeerakkoord die volledig zijn uitgeput, worden niet meer in tabel 3.2 weergegeven.

Tabel 3.1 Mutaties Regeerakkoordmiddelen op de aanvullende post (in miljoenen euro's)
  

2020

2021

2022

2023

2024

2025

Ontvangende begroting

 

Totaal

0

0

0

0

0

0

Hoofdstuk en artikel

 

Overige uitgaven

       

L107

L108

Laagcalorisch naar hoogcalorisch

Gasfonds Groningen

0

‒ 35

     

EZK, art. 13

Aanvullende Post (doorschuiven naar 2021)

Tabel 3.2 Resterende RA-reserveringen op de aanvullende post bij Najaarsnota 2020 (in miljoenen euro's)
  

2020

2021

2022

2023

2024

2025

 

Saldo

 

612

829

898

675

711

 

Openbaar bestuur

      

A4

Reservering transitie werkgevers zorg en overheid

 

200

150

150

150

200

 

Veiligheid

      

B5

Politie

  

24

24

24

24

 

Milieu

      

E23

Envelop klimaat

 

4

43

34

41

41

 

Onderwijs, onderzoek en innovatie

      

G33

Aanpak werkdruk primair onderwijs

    

41

97

 

Overige uitgaven

      

L105

Reservering regionale knelpunten

20

20

    

L107

Stimulering ombouw laagcalorisch naar hoogcalorisch

 

10

65

   

L108

Gasfonds Groningen

20

50

50

10

9

3

Bijlage 4: Risicoregelingen tijdens de coronacrisis

Tijdens het debat over de Voorjaarsnota 202010 is toegezegd om met een overzicht van de corona-gerelateerde uitgaven te komen. Naast het overzicht van de uitgavenmaatregelen in de Miljoenennota, wordt in deze bijlage bij de Najaarsnota inzicht gegeven in de risicoregelingen die zijn gestart of uitgebreid tijdens de coronacrisis.

Onderstaande tabellen geven een overzicht van de corona-gerelateerde garanties, waaronder een toelichting per garantie is opgenomen. Vervolgens wordt in tabel 4.3 een overzicht van de corona-gerelateerde leningen gepresenteerd, met daaronder een toelichting per lening.

Garanties

Er zijn ter bestrijding van de coronacrisis 14 risicoregelingen gestart, naast 4 uitbreidingen van bestaande risicoregelingen. In tabel 4.1 worden het uitstaand risico in 2020 en de benutting op 1 oktober 2020 gepresenteerd, zowel de initiële raming als een bijstelling in deze Najaarsnota.

Tabel 4.1 Uitstaand risico en benutting corona-gerelateerde garanties (in duizenden euro's)
 

Uitstaand risico

Benutting

Garantie

Initieel geraamd

Nieuwe raming

Verschil

Benutting op 1 oktober

Resterende ruimte

Borgstelling Landbouw - coronaluik (BL-C)

0

180.000

180.000

54.700

125.300

Borgstelling MKB (BMKB)

2.633.331

3.368.331

735.000

772.000

2.596.331

Eurofirns

169.700

169.700

0

0

169.700

Garantie Ondernemersfinanciering regulier (GO)

721.000

1.821.000

1.100.000

72.000

1.749.000

Garantie Ondernemersfinanciering coronaluik (GO-C)

8.500.000

8.500.000

0

589.000

7.911.000

Groeifaciliteit

135.000

220.000

85.000

8.722

211.278

Herverzekering leverancierskredieten

12.000.000

12.000.000

0

12.000.000

0

Kleine Kredieten Corona (KKC)

713.000

713.000

0

42.000

671.000

KLM (garantie)

2.160.000

2.160.000

0

0

2.160.000

Landelijk Coördinatiecentrum Hulpmiddelen (LCH)

 

1

 

1.650.000

 

Next Generation EU (NGEU)

27.401.109

27.401.109

0

0

27.401.109

NVZA geneesmiddelen

20.400

20.400

0

4.700

15.700

Pan-European Guarantee Fund (EIB)

1.301.400

1.301.400

0

0

1.301.400

Poverty Reduction and Growth Trust (IMF)

619.920

619.920

0

0

619.920

SURE

5.764.798

6.071.150

306.352

0

6.071.150

Synlab

123.600

123.600

0

0

123.600

Testmaterialen

230.500

230.500

0

108.100

122.400

U-Diagnostics

20.400

20.400

0

0

20.400

Totaal

62.514.158

64.920.510

2.406.352

15.301.222

51.269.288

X Noot
1

De garantie LCH kent geen plafondbedrag of geraamd uitstaand risico.

De corona-gerelateerde garanties kennen uitgaven en ontvangsten. In tabel 4.2 worden de initiële raming en een bijstelling in deze Najaarsnota gepresenteerd. De bijstelling is een gevolg van de grote onzekerheid waarvan tijdens de start van deze garanties sprake was. Door nieuwe informatie die nu beschikbaar is kunnen de ramingen worden bijgesteld.

Tabel 4.2 Uitgaven en ontvangsten corona-gerelateerde garanties (in duizenden euro's)
 

Uitgaven

Ontvangsten

Garantie

Initieel geraamd

Nieuwe raming

Verschil

Initieel geraamd

Nieuwe raming

Verschil

Borgstelling Landbouw - coronaluik (BL-C)

10.000

30.000

20.000

0

2.200

2.200

Borgstelling MKB (BMKB)

36.897

239.897

203.000

33.000

33.000

0

Garantie Ondernemersfinanciering coronaluik (GO-C)

100.000

100.000

0

0

0

0

Groeifaciliteit

8.722

8.722

0

8.000

8.000

0

Herverzekering leverancierskredieten

1.470.000

240.000

‒ 1.230.000

500.000

210.000

‒ 290.000

Kleine Kredieten Corona (KKC)

164.000

164.000

0

0

0

0

KLM (garantie)

0

0

0

6.000

6.000

0

Landelijk Coördinatiecentrum Hulpmiddelen (LCH)

1.250.000

1.650.000

400.000

0

0

0

NVZA geneesmiddelen

0

200

200

0

0

0

Pan-European Guarantee Fund (EIB)

260.276

0

‒ 260.276

0

0

0

Totaal

3.299.276

2.432.819

‒ 867.076

547.000

259.200

‒ 287.800

Borgstelling Landbouw - coronaluik (BL-C)

Vanaf maart 2020 is de regeling tijdelijk verruimd om liquiditeitsproblemen als gevolg van de coronacrisis op te kunnen vangen (BL-C). De overheid staat borg voor 70 procent van een werkkapitaalkrediet van maximaal 1,2 miljoen euro per onderneming. Tevens is de eenmalige provisie die betaald moet worden voor dit werkkapitaalkrediet verlaagd van respectievelijk 3 procent naar 1,5 procent en van 1 procent naar 0,5 procent voor starters en overnemers. Voor de tijdelijke borgstelling met een looptijd langer dan twee jaar moet wel een hogere provisie van 2,25 procent respectievelijk 0,75 procent door starters-overnemers worden betaald. Tot 1 oktober is de benutting van deze regeling 54,7 miljoen euro. Daarnaast zijn de ontvangsten met 2,2 miljoen euro verhoogd, doordat er meer garanties verstrekt zijn, dit is inclusief de minderkosten die zijn ontstaan door de premieverlaging. De verruiming van de regeling met de BL-C geldt tot 1 april 2021. Deze tijdelijke kredietfaciliteit is ook opengesteld voor MKB-ondernemers in de visserij en aquacultuursector.

Borgstelling MKB (BMKB)

Met het borgstellingskrediet staat EZK voor een deel garant voor bedrijven die een lening willen afsluiten, maar de financier niet genoeg zekerheid kunnen bieden ('onderpand', zoals gebouwen of machines). Als coronamaatregel is het initiële uitstaande risico begin 2020 verhoogd met 735 miljoen euro. Door de verruiming van de BMKB kunnen financiers (met name banken) makkelijker en sneller krediet verruimen en hebben mkb-bedrijven de mogelijkheid om eerder en meer geld te lenen. Zzp’ers kunnen ook gebruik maken van de BMKB als zij een onderneming bezitten zoals eenmanszaken, V.O.F.’s en B.V.’s. Op dit moment is de benutting van deze garantie met 772 miljoen euro nog onder het plafondbedrag.

Eurofins

De Staat is op 31 augustus 2020 een principeovereenkomst aangegaan met Eurofins als leverancier van analyse capaciteit – polymerase chain reaction tests (hierna PCR). Het betreft een garantstelling van VWS zodat GGD’en de afgenomen testmonsters kunnen sturen naar het gecontracteerde lab en wanneer dit níet gebeurt, VWS garant staat om aan te vullen tot het afgesproken niveau. Deze overeenkomst is nodig om – tijdig – voldoende afname capaciteit voor laboratoria te garanderen om tests te kunnen verwerken. Dit als onderdeel van de beheers- en controleerstrategie van het kabinet. De Minister van VWS staat hiermee garant voor het risico dat gemaakte kosten niet kunnen worden terugverdiend als de afname tegenvalt waarbij een minimum afname van het aantal PCR tests wordt gegarandeerd. Eurofins garandeert beschikbaarheid van een afgesproken hoeveelheid tests per dag. De duur van de overeenkomst is 6 maanden met de optie om tweemaal te verlengen met telkens 6 maanden.

Garantie Ondernemersfinanciering regulier

Met de Garantie Ondernemersfinanciering (GO) helpt EZK zowel het MKB als (middel)grote bedrijven door middel van een garantie op bankleningen en bankgaranties. Aan de regulier GO is 1,1 miljard euro toegevoegd als coronamaatregel. Mede door het instellen van een separaat coronaluik voor de GO is de benutting van 72 miljoen ruim onder het plafondbedrag.

Garantie Ondernemersfinanciering regulier en coronaluik (GO-C)

In de huidige extreme omstandigheden is de reguliere GO, met een garantiepercentage van 50 procent en een garantieplafond van 1,5 miljard euro, niet toereikend om de kredietverlening van de banken aan (middel) grote bedrijven op gang te houden. Daarom heeft het kabinet besloten tijdelijk een corona-module voor garantie op bankleningen aan de GO-regeling (GO-C) toe te voegen, met een totale omvang van 8,5 miljard euro. Op dit moment is de benutting van deze garantie met 589 miljoen euro ruim onder het plafondbedrag.

Groeifaciliteit

Vanwege de coronaproblematiek is de geplande uitfasering van de Groeifaciliteit met één jaar opgeschort tot 1 juli 2021. Met de Groeifaciliteit krijgt de financier van een onderneming 50 procent overheidsgarantie op achtergestelde leningen en op aandelen van participatiemaatschappijen. Opschorting is nodig om de doelgroep tijdens de coronacrisis te blijven helpen met het aantrekken van financiering. Het gebruik van de regeling is tot noch toe nihil.

Herverzekering leverancierskredieten

De herverzekering leverancierskredieten betreft een coronamaatregel waarbij de Staat voorkomt dat de kortlopende kredietverlening in de private verzekeringssector stilvalt. Tot op heden hebben de geraamde schades zich nog niet geconcretiseerd. De raming wordt derhalve naar beneden bijgesteld met 1,25 miljard euro. Een deel van de schades wordt verwacht in het eerste kwartaal van 2021.

Kleine Kredieten Corona (KKC)

Deze regeling is specifiek bedoeld voor kleine ondernemers met kredietaanvragen van 10.000 tot 50.000 euro. Dit type bedrijven kan als gevolg van de coronacrisis liquiditeit nodig hebben, maar hiervoor niet bij een financier terecht kunnen. De KKC bevat een overheidsgarantie van 95 procent op leningen van financiers aan bedrijven. Op dit moment is de benutting van deze garantie met 42 miljoen euro nog onder het plafondbedrag van 713 miljoen euro.

KLM (garantie)

Een groep van internationale banken verstrekt liquiditeit aan KLM tot 2,4 miljard euro in de vorm van een revolving credit facility (RCF) waarbij KLM de liquiditeit kan aantrekken wanneer nodig en dient terug te storten wanneer deze overvloedig is. De Nederlandse Staat garandeert maximaal 90 procent van de totale omvang van deze faciliteit (2,16 miljard euro). Tot op heden zijn hier geen uitgaven voor gedaan en is er 6 miljoen euro ontvangen aan premie op de garantie.

Landelijk Coördinatiecentrum Hulpmiddelen (LCH)

Als onderdeel van de noodmaatregelen voor de beheersing van COVID-19 zijn op 23 maart en 7 april 2020 garanties afgegeven om de inkoop van noodzakelijke genees- en hulpmiddelen te borgen. Deze garantie kent geen plafondbedrag en is inmiddels aangepast van 1.250 miljoen euro naar 1.650 miljoen euro om de noodzakelijke inkoop te kunnen blijven borgen. Het uitstaande risico wordt begrensd door het mandaat dat VWS afgeeft aan Mediq.

NVZA Geneesmiddelen

De corona-uitbraak heeft geleid tot een sterke stijging van het aantal beademde ic-patiënten. De vraag naar geneesmiddelen voor zorg aan COVID-19 patiënten is op dit moment hoog. Daarnaast stokt de toevoer van geneesmiddelen door onder meer de wereldwijde stijging in gebruik, de handelsbelemmeringen als gevolg van de crisis en de vermindering van de productie van zowel de grondstoffen als de eindproducten. Het risico bestaat dat de beschikbaarheid van specifiek voor de behandeling van COVID-19 patiënten benodigde geneesmiddelen in het gedrang kan komen. Het is daarom op dit moment noodzakelijk de aankoop van geneesmiddelen snel centraal te kunnen coördineren. De minister van VWS heeft de Nederlandse Vereniging van Ziekenhuisapothekers (NVZA) verzocht de coördinatie van de beschikbaarheid van deze geneesmiddelen landelijk te organiseren. Voor de uitoefening van deze functie is het voor de NVZA noodzakelijk een aantal financiële risico’s van marktpartijen af te kunnen dekken. Op dit moment is de benutting van deze garantie met 4,7 miljoen euro nog onder het plafondbedrag van 20,4 miljoen euro.

Pan-European Guarantee Fund (EIB)

De Europese Investeringsbank (EIB) heeft een pan-Europees garantiefonds (EGF) opgericht om de negatieve economische gevolgen van de coronacrisis op te vangen. Het fonds is een onderdeel van het pakket aan maatregelen dat op 9 april 2020 door de Eurogroep (in inclusieve samenstelling) werd afgesproken. Voor 2020 zijn er niet langer verwachte verliezen voorzien voor het EGF en daarmee voor Nederland. Het totale Nederlandse aandeel in de verwachte verliezen (ca. 260 miljoen euro) worden met de 1e suppletoire begroting 2021 voor dat jaar in de begroting opgenomen.

Poverty Reduction and Growth Trust (IMF)

Als gevolg van de COVID-19 crisis is er acute behoefte aan financieringsmogelijkheden voor opkomende economieën en lage-inkomenslanden. Het IMF voorziet in deze financieringsbehoefte door concessionele leningen te verstrekken aan lage inkomenslanden via het Poverty Reduction and Growth Trust (PRGT). De Nederlandse bijdrage is noodzakelijk voor investeringen in de gezondheidszorg en om de economische crisis te bestrijden en bedraagt 500 miljoen SDR (Special Drawing Rights, munteenheid IMF), gelijk aan 629 miljoen euro. Hier zijn tot op heden nog geen uitgaven voor geweest.

SURE

In de Eurogroep van 9 april 2020 is overeengekomen SURE op te richten, om lidstaten financiële assistentie te bieden met betrekking tot uitgaven als gevolg van de COVID-19 crisis die direct gerelateerd zijn aan de arbeidsmarktmaatregelen en relevante gezondheidszorg. De totale garantstelling van de lidstaten aan de Europese Commissie (EC) bedraagt 100 miljard euro. Op basis van de garantstelling van de lidstaten is de EC in staat om op de kapitaalmarkt obligaties uit te geven waardoor leningen kunnen worden uitgegeven aan steun behoevende lidstaten. Sinds de initiële raming van 5,7 miljard euro is deze risicoregeling met 0,3 miljard euro opwaarts bijgesteld vanwege het opnemen van een garantie voor de renteverplichtingen voor deze risicoregeling.

Synlab

De Staat is op 11 september 2020 een principeovereenkomst aangegaan met Synlab Belgium SC/SPRL als leverancier van afname capaciteit – polymerase chain reaction- tests (hierna PCR). Het betreft een garantstelling van VWS zodat GGD’en de afgenomen testmonsters kunnen sturen naar het gecontracteerde lab en wanneer dit níet gebeurt, VWS garant staat om aan te vullen tot het afgesproken niveau. Deze overeenkomst is nodig om – tijdig – voldoende afname capaciteit voor laboratoria te garanderen om tests te kunnen verwerken. Dit als onderdeel van de beheers- en controleerstrategie van het kabinet. De Minister van VWS staat hiermee garant voor de gemaakte kosten die voortkomen uit de overeengekomen bedragen gekoppeld aan de afgesproken minimum afname van het aantal PCR tests. Synlab Belgium SC/SPRL garandeert beschikbaarheid van een afgesproken hoeveelheid tests per dag. De duur van de overeenkomst is vastgelegd tot 30 april 2021 en kan bij wederzijdse goedkeuring worden verlengd.

Testmaterialen

Sinds de corona-uitbraak worden wereldwijd grote aantallen COVID-19 testen uitgevoerd. De vraag naar testmaterialen is op dit moment hoog. Er is sprake van dat de leveranciers zonder garantieovereenkomst onvoldoende testmaterialen voor de Nederlandse markt kunnen garanderen. Dit zijn uitzonderlijke marktomstandigheden. Op grond van de behoefte van de capaciteit, ruimte en wensen van laboratoria worden garantieovereenkomsten afgesloten met aanbieders van testmaterialen om in de vraag van Nederlandse laboratoria te voorzien ten hoogste tot het plafondbedrag wordt bereikt. De benutting is tot op heden 108,1 miljoen euro.

U-Diagnostics

De Staat is op 30 augustus 2020 een principeovereenkomst aangegaan met U-Diagnostics als leverancier van analysecapaciteit polymerase chain reaction- tests (hierna PCR). Het betreft een garantstelling van VWS zodat GGD’en de afgenomen testmonsters kunnen sturen naar het gecontrac-teerde lab en wanneer dit níet gebeurt, VWS garant staat om aan te vullen tot het afgesproken niveau. Deze overeenkomst is nodig om – tijdig – voldoende afname capaciteit voor laboratoria te garanderen om tests te kunnen verwerken. Dit als onderdeel van de beheers- en controleerstra-tegie van het kabinet. De Minister van VWS staat hiermee garant voor de gemaakte kosten die voortkomen uit de overeengekomen bedragen gekoppeld aan de afgesproken minimum afname van het aantal PCR tests. U-Diagnostics garandeert beschikbaarheid van een afgesproken hoeveelheid tests per dag. De duur van de overeenkomst is 6 maanden met de optie om te verlengen met telkens 3 maanden.

Leningen

Gedurende de coronacrisis zijn er 13 leningen verstrekt, waaronder 8 tranches aan de eilanden binnen het koninkrijk. In tabel 4.3 wordt het uitstaand risico in 2020 en de benutting (het uitgeleende bedrag) op 1 oktober 2020 gepresenteerd.

Tabel 4.3 Uitstaand risico corona-gerelateerde garanties (in duizenden euro's)
 

Uitstaand risico

Benutting

Lening

Nieuwe raming (=initiële raming)

Benutting op 1 oktober

Resterende ruimte

Corona-OverbruggingsLening (COL)

300.000

200.000

100.000

KLM (lening)

1.000.000

277.083

722.917

Liquiditeitssteun Aruba (1e tranche)

46.000

46.000

0

Liquiditeitssteun Aruba (2e tranche)

57.000

57.000

0

Liquiditeitssteun Aruba (3e tranche)

104.500

104.500

0

Liquiditeitssteun Curaçao (1e tranche)

89.000

89.000

0

Liquiditeitssteun Curaçao (2e tranche)

102.000

102.000

0

Liquiditeitssteun Curaçao (3e tranche)

143.000

143.000

0

Liquiditeitssteun Sint-Maarten (1e tranche)

35.000

35.000

0

Liquiditeitssteun Sint-Maarten (2e tranche)

27.000

27.000

0

Stichting Garantiefonds Reisgelden (SGR)

150.000

150.000

0

Waddenveren

4.000

4.000

0

Totaal

2.057.500

1.234.583

822.917

Corona-OverbruggingsLening (COL)

Om te waarborgen dat innovatieve bedrijven deze crisis doorkomen of kunnen investeren in het aanpassen van hun bedrijfsmodel, is de Corona overbruggingslening beschikbaar gesteld. De overbruggingslening draagt bij aan de liquiditeitspositie van deze bedrijven.

KLM (lening)

De Nederlandse Staat heeft een directe lening aan KLM verstrekt met een omvang van 1 miljard euro. Momenteel is 277 miljoen euro uitgekeerd aan KLM en is er 16 miljoen euro aan premie ontvangen.

Liquiditeitssteun Aruba, Curaçao en Sint Maarten (1e en 2e tranches)

Aruba, Curaçao en Sint Maarten ontvangen individueel een eerste en een tweede tranche liquiditeitssteun in de vorm van een lening voor de periode april t/m juni 2020, voor een pakket aan noodmaatregelen om de effecten van COVID-19 te mitigeren. De leningen hebben een looptijd van ongeveer twee jaar en een rentepercentage van 0 procent. Conform het advies van het College Aruba financieel toezigt (CAft) en het College financieel toezicht (Cft) bestaat de mogelijkheid om over twee jaar de lening te herfinancieren.

Liquiditeitssteun Aruba en Curaçao (3e tranche)

In de Rijksminsterraad van 30 oktober 2020 en 13 november 2020 is besloten om, na ondertekening van de overeenkomst Landspakket met Aruba en met Curaçao, een derde tranche liquiditeitssteun voor de periode juli t/m december onder voorwaarden te verstrekken om de gevolgen van de coronacrisis te beperken. De lening loopt af op hetzelfde moment als de overige liquiditeitsleningen. De lening heeft een rentepercentage van 0 procent. Conform het advies van het Collega Aruba financieel toezicht (CAft) en het College financieel toezicht (Cft) bestaat de mogelijkheid om in april 2022 de lening te herfinancieren.

Stichting Garantiefonds Reisgelden (SGR)

Vanwege de coronacrisis hebben reisorganisaties vanaf half maart 2020 op grote schaal pakketreizen geannuleerd. Consumenten hebben voor geannuleerde reizen in veel gevallen reisvouchers gekregen. SGR ondersteunt de uitgifte van de vouchers door deze onder te brengen in een garantieregeling. Om te borgen dat vouchers gedekt blijven heeft het kabinet SGR een lening verstrekt van 150 miljoen euro. Door deze lening kan SGR consumenten schadeloos blijven stellen bij faillissement van aangesloten reisorganisaties.

Waddenveren

Diverse maatregelen tegen het coronavirus dit voorjaar hebben dit voorjaar geleid tot een acute en forse afname van het aantal reizigers naar de Friese Waddeneilanden en een grote onverwachte omzetderving voor de rederijen die de verbindingen met de Friese Waddeneilanden onderhouden. Dit leidde bij de rederijen tot urgente en voor hen grote liquiditeitsproblemen. Tegelijkertijd bestond de noodzaak om de dienstregeling (in aangepaste vorm) voort te zetten om de vitale en enige verbindingen tussen het vaste land en de Friese Waddeneilanden in stand te houden. Hierdoor was het Kabinet genoodzaakt direct de rederijen financieel te ondersteunen middels het verstrekken van tijdelijke leningen. Dit besluit is op 23 april jl. met de Tweede Kamer gecommuniceerd11 en de budgettaire besluitvorming is geland in de eerste suppletoire begroting van het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat.

Bijlage 5: Rechtmatigheidsrisico's corona steunmaatregelen

De steunpakketten zijn onder grote tijdsdruk ingevoerd. Reden hiervoor is dat de overheid genoodzaakt was om van de ene op de andere dag gezondheidsmaatregelen te nemen die een zeer grote invloed hadden op de bedrijvigheid. Had het kabinet er voor gekozen om maatregelen met meer zorgvuldigheid, en daarmee meer tijd, in te voeren, dan zou het gevolg geweest zijn dat veel bedrijven binnen afzienbare tijd niet in staat zouden zijn geweest om lonen, huur en andere verplichtingen te betalen. Daarom is er gekozen voor een zeer snelle invoering van maatregelen gecombineerd met snelle uitbetaling. Daarbij was het kabinet zich bewust van de risico’s omtrent rechtmatigheid. Dit heeft het ook met de Kamer gedeeld.

Hieronder worden de gesignaleerde rechtmatigheidsrisico’s van de corona noodmaatregelen van de eerste twee noodpakketten op hoofdlijnen genoemd. Benadrukt wordt dat de insteek van het kabinet is om de regelingen, ondanks de tijdsdruk, rechtmatig uit te voeren. Echter, dezelfde tijdsdruk zorgt mogelijk voor een verhoogde kans op fouten en onzekerheden met betrekking tot de rechtmatigheid bij de uitvoering van de regelingen. Door de tijdsdruk is het niet altijd mogelijk geweest om controlevereisten na te komen zoals expliciete motiveringen. Uiteraard zijn fouten rechtgetrokken en onzekerheden weggenomen voor zover dit mogelijk was. Desondanks zijn er rechtmatigheidsrisico’s12 geïdentificeerd.

Naast de tijdsdruk komt het voor dat maatregelen worden getroffen vanwege uitzonderlijke omstandigheden. Denk hierbij aan de voortzetting van betalingen aan maatschappelijke instellingen uit continuïteitsoverwegingen, terwijl er vanwege corona tijdelijk geen of minder prestaties geleverd worden door de bekostigde instelling. Reguliere regelingen en overeenkomsten voorzien meestal niet in de mogelijkheid om te betalen voor niet geleverde prestaties. Dit is een voorbeeld van een onrechtmatigheid ‘in technische zin’, die niet aan misbruik of oneigenlijk gebruik gelijk gesteld kan worden.

In het algemeen kan worden gesteld dat het kabinet heeft gehandeld met gangbare instrumenten, zoals inkopen, subsidies en bijdragen. In het geval van VWS is echter ook opgetreden met interventies die voorbij de systeemverantwoordelijkheid van de minister van VWS zijn gegaan, zoals de inkoop van persoonlijke beschermingsmiddelen, intensive care apparatuur, de participatie in het Landelijk Consortium Hulpmiddelen en de recente maatregelen om teststraten op te zetten.

Hieronder worden de overkoepelende risico’s genoemd die kunnen leiden tot onrechtmatigheden naar aanleiding van de implementatie en uitvoering van de eerste twee noodpakketten. De betreffende bewindspersonen zullen de Kamer op de hoogte brengen (of hebben dit reeds gedaan) van specifieke risico’s indien daar aanleiding voor is. Uiteraard zullen de lessen van deze eerste twee noodpakketten mee worden genomen bij het treffen van adequate beheersmaatregelen bij het derde pakket en eventuele volgende pakketten.

Misbruik en oneigenlijk gebruik

Op basis van risicoanalyses bij diverse regelingen is een verhoogd risico geconstateerd op misbruik en oneigenlijk gebruik (m&o). Een voorbeeld hiervan is het gelijktijdig gebruik maken van meerdere regelingen, terwijl dit op basis van de voorwaarden in de regeling(en) niet is toegestaan. Of gevallen waar gecontroleerd wordt naar aanleiding van steekproeven en niet op basis van een standaard verantwoordingsprocedure. Er kan sprake zijn van ontvangers die vanwege de omvang van de onderneming niet alle gewenste stukken kunnen aanleveren. Dit brengt een onzekerheid met zich mee. Ter illustratie: Bij de TOGS zijn tegemoetkomingen van 4.000 euro uitgekeerd op basis van verklaringen van aanvragers die aangaven een omzetverlies van minimaal 4.000 euro en ten minste 4.000 euro aan vaste lasten te verwachten. Aanvragen zijn vooraf geautomatiseerd getoetst, achteraf vindt een steekproef plaats. Uitbetaalde bedragen worden teruggevorderd als bewijsstukken niet geleverd worden of onvoldoende zijn. Afhankelijk van de steekproefuitkomsten wordt bezien of een deel van de betalingen TOGS als onzeker is aan te merken. Vanwege de snelheid waarmee de regelingen geïmplementeerd moesten worden is ervoor gekozen dit verhoogde risico te accepteren of was het niet mogelijk om alle benodigde mitigerende maatregelen (tijdig) in te regelen. Hierdoor kan er sprake zijn van een onzekerheid met betrekking tot de rechtmatigheid van de uitgaven van de betreffende regelingen. Een verhoogde kans op misbruik en oneigenlijk gebruik is geconstateerd bij onder andere de tijdelijke Noodmaatregel Overbrugging voor Werkgelegenheid (NOW), de Regeling tegemoetkoming land- en tuinbouwondernemers COVID-19, Tijdelijke tegemoetkomingsregeling kinderopvang (KO), Openbaarvervoer (OV-) beschikbaarheidsvergoeding, Subsidieregeling bonus zorgprofessionals COVID-19, Tijdelijke Overbruggingsregeling voor Flexibele Arbeidskrachten (TOFA), Tegemoetkoming Ondernemers Getroffen Sectoren COVID-19 (TOGS) en de Tijdelijke overbruggingsregeling zelfstandig ondernemers (Tozo). Bij het tweede noodpakket aan maatregelen zijn in de meeste gevallen aanvullende maatregelen getroffen om deze risico’s te mitigeren, door onder andere extra controles bij de vaststelling van de subsidies uit het eerste pakket, aanvullende voorwaarden bij nieuwe- of verlengingsaanvragen en het aanleveren van aanvullende verantwoordingsstukken. Alhoewel er hierdoor minder risico wordt gelopen, is het m&o-risico hiermee nog altijd aanwezig.

Inkoop en aanbesteding

In het begin van de crisis zijn met spoed materiaal aangeschaft en diensten ingehuurd voor onder andere de zorg. Hierbij was het niet altijd mogelijk om de inkoop volgens de Europese aanbestedingsregels uit te voeren. Echter, de Europese Commissie heeft in een mededeling bevestigd dat de coronacrisis de toepassing van een onderhandelingsprocedure zonder bekendmaking, wegens dwingende spoed rechtvaardigt. Dit blijkt uit de door de Commissie opgestelde richtsnoeren13 over welke opties en flexibiliteit het EU-kader voor overheidsopdrachten biedt voor de aankopen die nodig zijn om de crisis het hoofd te bieden. Deze richtlijnen zijn met name bedoeld om te faciliteren bij het plaatsen van opdrachten in uiterst spoedeisende gevallen. Concreet houdt dit in dat de onderhandelingsprocedure zonder bekendmaking aan de overheidsinkopers de mogelijkheid biedt om binnen de kortst mogelijke termijn goederen en diensten te verwerven. Volgens deze procedure14 kunnen overheidsinkopers rechtstreeks onderhandelen met één of meer potentiële contractanten en zijn er geen vereisten voor bekendmaking of termijnen, noch een minimum aantal van te raadplegen kandidaten of andere aanbestedingsrechtelijke procedurele vereisten. De Europese Commissie heeft aangegeven dat overheidsinkopers deze procedure kunnen gebruiken totdat structurele oplossingen weer voorhanden zijn zoals het aanbesteden van een raamovereenkomst volgens een reguliere (niet) openbare of versnelde procedure. Er kan discussie ontstaan over het moment waarop structurele oplossingen weer voorhanden zijn. Hierdoor bestaat er een kans dat inkopen met gebruikmaking van de onderhandelingsprocedure zonder bekendmaking, wegens dwingende spoed die tijdens de afgelopen maanden zijn gedaan alsnog als onrechtmatig worden aangemerkt. Een ander aspect van inkoop en aanbesteding is de externe inhuur. Zo wordt bij het Ministerie van Financiën de Roemernorm15 van maximaal 10 procent externe inhuur momenteel overschreden, ook als gevolg van vertraging in het aannemen en inwerken van nieuwe mensen. Tevens is er sprake van inhuur – buiten de raamovereenkomsten - waarbij het maximumtarief van 225 euro per uur wordt overschreden (motie de Pater16), mede vanwege de advisering op het corona-crisispakket.

Staatssteun

Bij de meeste regelingen is voorafgaand getoetst of er sprake is van staatssteun (artikel 107 Verdrag voor de Werking van de EU (VWEU)). Indien dat het geval is, is de vraag of hier sprake is van verenigbare staatssteun of dat er voorafgaande toestemming nodig is van de Europese Commissie. Artikel 107 VWEU maakt daarbij onderscheid in steun die toelaatbaar is op grond van artikel 107 lid 2 (waarbij er sprake is van een duidelijke exceptionele gebeurtenis voor bijv. een sector gedurende een specifieke periode door COVID-19) en of de steun in overeenstemming kan zijn met de interne markt op grond van artikel 107 lid 3 VWEU. Dit onderscheid kan van belang zijn voor de mate van steunverlening die is toegestaan.

Op grond van artikel 107(3)(b) VWEU kunnen lidstaten steun verlenen aan ondernemingen om zo een ernstige verstoring in de economie van een lidstaat op te heffen. Per 19 maart 2020 geldt een tijdelijk staatssteunkader in verband met de economische gevolgen van het coronavirus. Op basis hiervan zijn diverse nationale steunmaatregelen bij de Europese Commissie gemeld.

Indien in een enkel geval achteraf blijkt dat er, ondanks een zorgvuldige inschatting vooraf, toch sprake was van ontoelaatbare staatssteun zal de betreffende bewindspersoon bezien welke aanvullende maatregelen nodig zijn.

Controle van de verantwoordingsstukken

Aan het begin van de crisis moesten de noodmaatregelen met spoed ingesteld worden. Daarom zijn enkele, met name grote, regelingen opgesteld en geïmplementeerd, zonder dat er op voorhand zorgvuldig nagedacht kon worden over het verantwoordingsproces. Dit heeft er bij sommige regelingen toe geleid dat bij het indienen van een aanvraag nog niet geheel duidelijk was welke verantwoordingsstukken de aanvrager moest indienen. Voorbeelden hiervan zijn de NOW, de Tozo en de Regeling tegemoetkoming land- en tuinbouwondernemers COVID-19.

In goed overleg met de betreffende stakeholders is gezocht naar oplossingen voor een deugdelijke en transparante verantwoording van de door de aanvragers ontvangen middelen. Hierbij is steeds het uitgangspunt geweest om een betrouwbare overheid te zijn die ook rekening houdt met de administratieve lasten die het verantwoorden met zich mee brengt. Ook voor de medeoverheden, die zich in de richting van het Rijk moeten verantwoorden over de uitvoering.

Er is bijvoorbeeld zo veel mogelijk differentiatie aangebracht in de gedetailleerdheid van de verantwoording. Ook heeft het Rijk, daar waar mogelijk, aangegeven welke verantwoordingsinformatie essentieel is voor de beoordeling van de rechtmatigheid en wanneer op andere wijze in de verantwoording kan worden voorzien. Bij herstelmaatregelen die door gemeenten en provincies kunnen worden uitgevoerd ter vergroting van de rechtmatigheid, zal een bestuurlijke weging kunnen worden gemaakt met het oog op de daaraan verbonden administratieve - en controle lasten van decentrale overheden.

Bij sommige regelingen bestaat het risico dat door de aanvragers in te dienen (accountants)stukken niet voldoende zekerheid geven bij de vaststelling, zodat sprake kan zijn van een onzekerheid in de rechtmatigheid. Dit is het geval bij onder andere de NOW en de Regeling tegemoetkoming land- en tuinbouwondernemers COVID-19. Binnen het vaststellingsproces van de NOW is gekozen voor een differentiatie van de zwaarte van de soorten verklaringen die passen bij de grootte van de onderneming en de hoogte van de subsidie. Naarmate de ontvangen subsidie stijgt, neemt ook de zekerheid die gevraagd wordt van een dergelijke verklaring toe. Bij de Regeling tegemoetkoming land- en tuinbouwondernemers COVID-19 wordt een intern afwegingskader opgesteld voor de interpretatie van de accountantsproducten en wordt in geval van onduidelijkheden afgestemd met de interne auditdienst van de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland. In andere gevallen, daarentegen, bestaat het risico dat er meer verantwoordingsstukken zijn opgevraagd dan het uniform subsidiekader van het Rijk voorschrijft. In die gevallen is de administratieve last voor de ontvanger hoger dan gewenst. Om (eenmalig) af te wijken van het uniform subsidiekader is instemming nodig van de minister van Financiën. Het kan voorkomen dat deze instemming niet is aangevraagd bij het ministerie van Financiën. In het geval van de Tegemoetkoming Vaste Lasten (TVL) en de Regeling tegemoetkoming land- en tuinbouwondernemers COVID-19 is achteraf instemming verzocht.

Tot slot bestaat het risico dat bij de controle voor het vaststellen van het ontvangen bedrag blijkt dat er teruggevorderd moet worden en de ontvanger dit geld niet kan terugbetalen,bijvoorbeeld in geval van faillissement.

Capaciteit van de uitvoeringsorganisaties

De uitvoering van de regelingen is voornamelijk belegd bij de (grote) uitvoeringsorganisaties van het Rijk, zoals de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO), de Belastingdienst en het Uitvoeringsinstituut Werknemersverzekeringen (UWV). Regelingen als de NOW, Tegemoetkoming schade COVID-19 (TOGS), TVL, Regeling tegemoetkoming land- en tuinbouwondernemers COVID-19 en de Subsidieregeling bonus zorgprofessionals COVID-19 zijn hier voorbeelden van. Daarnaast spelen gemeenten en provincies een grote rol bij de uitvoering van regelingen zoals de Tozo, de continuïteit bij de dienstverlening in het sociaal domein en het openbaar vervoer. Indien het Rijk de taakuitvoering belegd heeft bij decentrale overheden en in de bekostiging voorziet met een specifieke uitkering, is gestreefd naar een beperking van de administratieve lasten. Er is grote waardering voor de snelheid waarmee de prestaties door de uitvoeringsorganisaties en decentrale overheden geleverd zijn. Deze moesten immers in een kort tijdsbestek systemen inrichten, mensen beschikbaar maken en opleiden om de noodregelingen op zeer korte termijn open te stellen. Dit kan echter wel gevolgen hebben voor zowel de rechtmatige uitvoering van (niet-coronagerelateerde) lopende regelingen, regelingen die binnenkort geïmplementeerd worden, het toezicht en de bedrijfsvoering in het algemeen. Daarnaast kennen enkele regelingen een hoog aantal aanvragers die in zeer korte tijd bediend moesten worden. Daarom zijn de controles op enkele regelingen gedigitaliseerd. Deze keuze heeft als gevolg dat maatwerk niet eenvoudig geleverd kan worden. Hierdoor bestaat een risico op onjuiste beoordeling van een aanvraag tot vaststelling. Dit zou kunnen leiden tot bezwaarprocedures.

Informatievoorziening Staten-Generaal

Alle incidentele suppletoire begrotingen zijn naar de Staten-Generaal gestuurd en door deze geautoriseerd. Desondanks bestaat er een kans dat de controleurs tot een ander oordeel komen over de tijdigheid van het moment van informatievoorziening aan de Staten-Generaal. Ook kan het voorkomen dat vanwege de spoed waarmee regelingen ingevoerd moesten worden, niet alle informatie tijdig gedeeld is met de Kamers, zoals enkele toetsingskaders van risicoregelingen17.In sommige gevallen waren de handelingen, zoals de aankoop van medische persoonlijke beschermingsmaterialen, al verricht voordat de Kamers hierover geïnformeerd waren. De Kamers zijn vervolgens in de voorjaarsnota en incidentele suppletoire begrotingen hierover geïnformeerd. Uiteraard is de Kamer wel hieraan voorafgaand geïnformeerd door middel van Kamerbrieven en tijdens debatten met de Kamer over dergelijke handelingen. De uitvoering van een aantal regelingen ligt bij de decentrale overheden. Ook daar geldt dat in de eerste periode haast geboden was om burgers en ondernemers een helpende hand te bieden, waardoor regelingen werden uitgevoerd voordat publicatie daarvan had plaatsgevonden. Overzicht incidentele begrotingen en beroep op CW 2.27Tijdens hetwetgevingsoverleg Jaarverslag en Slotwet 2019 Financiën en Nationale Schuld - inclusief het thema Begroten en verantwoorden – van 29 juni 202018 is toegezegd een overzicht met de Kamer te delen van de incidentele suppletoire begrotingen waarbij op het moment van indienen een beroep is gedaan op artikel 2.27 van de Comptabiliteitswet (CW). Dit wetsartikel betreft het moment waarop beleid in uitvoering kan worden genomen in de situatie dat de wijziging van de begroting nog niet in werking is getreden. Nieuw beleid kan conform artikel 2.27 van de CW in uitvoering worden genomen als het kabinet van oordeel is dat uitstel niet in het belang is van het Rijk. Het kabinet dient het parlement over dat oordeel te informeren. Met name in de eerste fase van de crisis was haast geboden bij het treffen van maatregelen, aangezien Nederland te maken had met een regelrechte gezondheidscrisis met aanzienlijke gevolgen voor de economie. Slagvaardig handelen was daarbij geboden. Daarnaast was er onduidelijkheid over hoe het parlementaire proces praktisch zou verlopen, aangezien de Staten-Generaal door de coronamaatregelen niet fysiek konden vergaderen. De incidentele begrotingen waren erop gericht het parlement zo adequaat mogelijk te informeren over de maatregelen en de budgettaire gevolgen daarvan.

De onderstaande tabel geeft een overzicht van de incidentele begrotingen waarin op het moment van indienen een beroep is gedaan op artikel 2.27 CW.

Nr.

ISB

Onderwerp

Beroep op CW 2.27

1

1e ISB EZK

Noodpakket

Ja

2

1e ISB FIN

Noodpakket

Ja

3

1e ISB LNV

Noodpakket

Ja

4

1e ISB SZW

Noodpakket

Ja

5

ISB BZ

Consulaire dienstverlening

Nee

6

2e ISB SZW

Noodpakket

Nee

7

2e ISB FIN

Herverzekering leverancierskredieten

Nee

8

2e ISB EZK

Noodpakket

Ja

9

1e ISB OCW

Ondersteuning culturele en creatieve sector

Nee

10

2e ISB LNV

Noodpakket

Ja

11

1e ISB KR

Liquiditeitssteun Aruba, Curaçao en Sint Maarten

Nee

12

3e ISB EZK

Noodpakket en overbruggingsfaciliteit IHC

Ja

13

3e ISB LNV

Noodpakket en stikstof

Ja

14

1e ISB IenW

Caribisch Nederland

Ja

15

2e ISB KR

Liquiditeitssteun Aruba en Sint Maarten

Ja

16

2e ISB OCW

Compensatie studenten en ondersteuningsmaatregelen onderwijs

Ja

17

3e ISB FIN

Noodpakket 2.0 en SURE

Ja

18

NvW 3e ISB FIN

Noodpakket 2.0

Nee

19

3e ISB SZW

Noodpakket 2.0

Ja

20

NvW 3e ISB SZW

Noodpakket 2.0

Nee

21

4e ISB EZK

Noodpakket 2.0

Ja

22

NvW 4e ISB EZK

Noodpakket 2.0

Nee

23

3e ISB KR

Liquiditeitssteun Aruba, Curaçao en Sint Maarten

Ja

24

1e ISB BZK

Doorbouwen en rouwvervoer

Ja

25

3e ISB OCW

Lokale informatievoorziening

Ja

26

ISB GF

Gemeenten

Ja

27

4e ISB FIN

Gemeenten

Ja

28

ISB Infrafonds

Beschikbaarheidsvergoeding OV

Ja

29

2e ISB IenW

Beschikbaarheidsvergoeding OV

Ja

30

5e ISB FIN

COVID-19 crisismaatregelen ophoging IMF-middelen PRGT en EIB– pan-Europees garantiefonds, bijstelling IMF-middelen)

Ja

31

1e ISB VWS

Extra uitgaven door coronavirus

Ja

32

4e ISB OCW

Intensivering aanpak tekorten in onderwijs en lerarenopleidingen

Ja

33

6e ISB FIN

KLM steunmaatregelen

Nee

34

2e ISB BZK

Urgendamiddelen

Nee

35

NvW 1e ISB VWS

Extra uitgaven door coronavirus i.v.m. beloning

Nee

36

5e ISB OCW

Financiering meerkosten programmering landelijke publieke omroep en begeleidingsgesprekken jeugdwerkloosheid in verband met COVID-19

Ja

37

4e ISB SZW

Steun- en herstelpakket

Ja

38

2e ISB VWS

Coronamaatregelen

Ja

39

NvW 2e ISB VWS

Coronamaatregelen

Nee

40

4e ISB KR

Voedselhulp en inkomstenderving Caribisch NL

Ja

41

2e ISB GF

Coronamaatregelen

Ja

42

3e ISB BZK

Coronamaatregelen

Ja

43

7e ISB FIN

Steun- en herstelpakket

Ja

44

5e ISB EZK

Steun- en herstelpakket

Ja

45

4e ISB LNV en DGF

Coronamaatregelen

Ja

46

3e ISB VWS

Coronamaatregelen

Ja

47

6e ISB OCW

Financiering meerkosten voor de inhaal- en ondersteuningsprogramma's in verband met COVID-19

Ja

48

7e ISB OCW

Extra middelen vrije theaterproducenten in verband met COVID-19

Ja

49

4e ISB VWS

Coronamaatregelen

Ja

50

5e ISB KR

3e tranche steunmaatregelen Curaçao en Aruba

Ja

De vele incidentele begrotingen waren erop gericht het parlement zo goed mogelijk te informeren over de maatregelen en de budgettaire gevolgen daarvan. Na de eerste fase is een periode aangebroken waarin het steeds meer mogelijk was om het gebruikelijke parlementaire proces te doorlopen. In die gevallen is dan ook geen beroep gedaan op artikel 2.27 van de CW.

Concluderend Zoals eerder aangegeven zijn er vanwege de noodzaak om met spoed hulp te bieden risico’s geaccepteerd die mogelijk tot onrechtmatige verplichtingen en uitgaven leiden, ook in de opeenvolgende jaren. Ondanks de mitigerende maatregelen en de zorgvuldigheid waarmee getracht is de regelingen te implementeren, bestaat het risico op onrechtmatig aangegane verplichtingen, dan wel verrichte uitgaven of afboekingen van voorschotten. Hiervan zal bij de verantwoording over 2020 een goed beeld beschikbaar zijn. De Staten-Generaal wordt hierover geïnformeerd in zowel de jaarverslagen van de betreffende departementen (specifiek in de bedrijfsvoeringsparagrafen19) als in het Financieel jaarverslag van het Rijk.

Bijlage 6: Verticale toelichting

De verticale toelichting bevat voor iedere begroting een cijfermatig overzicht van budgettaire veranderingen die zich hebben voorgedaan in de uitgaven en niet-belastingontvangsten sinds de Miljoenennota 2020. Dit overzicht sluit aan op de mutaties zoals gepresenteerd in de ontwerpbegrotingen van de departementen.

Per begroting wordt een cijfermatig overzicht gepresenteerd van de voornaamste mutaties, gevolgd door een toelichting hierop. Voor een meer gedetailleerde toelichting op de mutaties wordt verwezen naar de afzonderlijke memories van toelichting van de ontwerpbegrotingen.

De Verticale Toelichting onderscheidt drie categorieën mutaties:

  • 1. mee- en tegenvallers;

  • 2. beleidsmatige mutaties;

  • 3. technische mutaties.

Alle overboekingen, desalderingen, statistische correcties en mutaties die niet tot een ijklijn (deelplafond) behoren, zijn in de laatste categorie «technische mutaties» geclusterd. Overigens hebben sommige overboekingen en desalderingen wél een beleidsmatig karakter. Dit komt tot uitdrukking in de toelichtingen. Ingeval samenhangende mutaties in meerdere categorieën voorkomen, worden deze eenmaal toegelicht.

De totalen per begroting worden in eerste instantie gepresenteerd exclusief de bedragen die onder de Homogene Groep Internationale Samenwerking (HGIS) vallen. Door middel van een aansluitregel wordt het deel van de begroting dat onder HGIS valt, zichtbaar gemaakt. De veranderingen die optreden binnen het HGIS-deel van de begroting worden gepresenteerd en toegelicht in de verticale toelichting van alle HGIS-uitgaven. De laatste regel geeft per begroting de totaalstand inclusief HGIS.

De ondergrens voor mutaties die apart zichtbaar worden in de tabellen is afhankelijk van de omvang van de begroting en verschilt voor de verschillende categorieën mutaties. De post diversen bevat de mutaties die onder de ondergrens vallen en wordt in beginsel alleen toegelicht indien zich bijzonderheden voordoen. Als samenhangende mutaties in meerdere categorieën voorkomen, worden ze eenmaal toegelicht.

De bedragen in de tabellen zijn in miljoenen euro. Door afrondingen kan het totaal afwijken van de som der onderdelen.

Tabel 6.1 Samenvattend overzicht mutaties sinds Miljoenennota 2021

Bedragen in miljoenen euro’s

Mutaties uitgaven

Mutaties ontvangsten

De Koning

‒ 0,1

0,0

Staten Generaal

‒ 4,1

0,0

Overige Hoge Colleges van Staat, Kabinetten en de Kiesraad

‒ 1,7

‒ 0,4

Algemene Zaken

‒ 0,2

‒ 0,1

Koninkrijksrelaties

377,5

16,8

Buitenlandse Zaken

1.239,2

164,8

Justitie en Veiligheid

‒ 8,4

33,0

Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties

199,0

256,7

Onderwijs, Cultuur en Wetenschap

‒ 114,8

107,0

Nationale Schuld

304,0

6.174,1

Financiën

‒ 1.203,3

‒ 12,8

Defensie

‒ 20,0

4,8

Infrastructuur en Waterstaat

‒ 566,7

0,0

Economische Zaken en Klimaat

‒ 196,7

‒ 277,1

Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit

‒ 88,5

9,5

Sociale Zaken en Werkgelegenheid

‒ 1.415,3

‒ 2,8

Volksgezondheid, Welzijn en Sport

1.073,2

15,6

Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking

0,0

0,0

   

Sociale Verzekeringen

26,8

‒ 25,0

Zorg

10,4

0,0

Gemeentefonds

117,6

0,0

Provinciefonds

‒ 5,4

0,0

Infrastructuurfonds

248,2

‒ 92,7

Diergezondheidsfonds

42,3

39,7

Accres Gemeentefonds

0,0

0,0

Accres Provinciefonds

0,0

0,0

BES fonds

0,9

0,0

Deltafonds

52,2

‒ 1,2

Prijsbijstelling

0,0

0,0

Arbeidsvoorwaarden

0,0

0,0

Koppeling Uitkeringen

0,0

0,0

Algemeen

‒ 201,0

0,0

Homogene Groep Internationale Samenwerking

‒ 104,0

‒ 32,3

De Koning

I De Koning: UITGAVEN
 

2020

Stand Miljoenennota 2021 (excl. IS)

45,4

Beleidsmatige mutaties

 

Rijksbegroting

 

Diversen

‒ 0,1

 

‒ 0,1

Totaal mutaties sinds Miljoenennota 2021

‒ 0,1

  

Stand Najaarsnota 2020 (subtotaal)

45,4

Totaal Internationale samenwerking

0,0

Stand Najaarsnota 2020

45,4

I DE KONING: NIET-BELASTINGONTVANGSTEN
 

2020

Stand Miljoenennota 2021 (excl. IS)

0,1

  
  

Stand Najaarsnota 2020 (subtotaal)

0,1

Totaal Internationale samenwerking

0,0

Stand Najaarsnota 2020

0,1

Uitgaven

Beleidsmatige mutaties

Diversen

Dit betreft een som van twee mutaties bij de Rijksvoorlichtingsdienst. Door het vervallen van grootschalige evenementen, fotocontracten, het organiseren van eenvoudige toegang tot het RVD-fotoarchief bij het Nationaal Archief en het zelf produceren van beeld (foto en video) zal het budget in 2020 niet volledig worden uitgeput. Daarnaast vallen de overheadkosten bij de Rijksvoorlichtingsdienst lager uit dan geraamd. Deze uitgaven worden gedaan binnen begroting van Algemene Zaken en worden doorbelast aan de begroting van de Koning.

Staten Generaal

IIA STATEN-GENERAAL: UITGAVEN
 

2020

Stand Miljoenennota 2021 (excl. IS)

191,1

Beleidsmatige mutaties

 

Rijksbegroting

 

Diversen

‒ 4,1

 

‒ 4,1

Totaal mutaties sinds Miljoenennota 2021

‒ 4,1

  

Stand Najaarsnota 2020 (subtotaal)

187,0

Totaal Internationale samenwerking

0,0

Stand Najaarsnota 2020

187,0

IIA STATEN-GENERAAL: NIET-BELASTINGONTVANGSTEN
 

2020

Stand Miljoenennota 2021 (excl. IS)

3,9

  
  

Stand Najaarsnota 2020 (subtotaal)

3,9

Totaal Internationale samenwerking

0,0

Stand Najaarsnota 2020

3,9

Uitgaven

Beleidsmatige mutaties

Diversen

Dit betreft diverse mutaties. Zo heeft de Eerste Kamer dit jaar andersoortige werk- en vergaderplekken moeten inrichten wegens COVID-19. Het gaat voornamelijk om onderhoudstechnische werkzaamheden om de werk- en vergaderplekken dermate in te richten dat het parlementair proces doorgang kan vinden. Daarnaast is gestart met van de parlementaire ondervraging Kinderopvangtoeslag en de tijdelijke commissie Aardgaswinning Groningen. De parlementaire ondervraging Ongewenste beïnvloeding uit onvrije landen is inmiddels afgerond. Voor deze parlementaire enquêtes worden middelen aan de begroting van de Staten-Generaal toegevoegd. Tot slot vinden er kasschuiven plaats waarbij middelen uit 2020 worden doorgeschoven naar 2021. Vanwege vertraging in het tijdelijke huisvestingsproject van de Staten-Generaal (renovatie Binnenhof) schuift een deel van de werkzaamheden door naar 2021. Voor een deel betreft het de werkzaamheden voor het langer gehuisvest blijven aan het Binnenhof. De bijbehorende middelen schuiven eveneens door naar 2021. Daarnaast schuiven er middelen door naar 2021 voor uitgaven aan het project audiovisuele middelen voor de tijdelijke huisvesting van zowel de Eerste als Tweede Kamer.

Hoge Colleges van Staat en Kabinetten

IIB OVERIGE HOGE COLLEGES VAN STAAT, KABINETTEN EN DE KIESRAAD: UITGAVEN
 

2020

Stand Miljoenennota 2021 (excl. IS)

149,0

Beleidsmatige mutaties

 

Rijksbegroting

 

Diversen

‒ 1,3

 

‒ 1,3

Technische mutaties

 

Rijksbegroting

 

Diversen

‒ 0,4

 

‒ 0,4

Totaal mutaties sinds Miljoenennota 2021

‒ 1,7

  

Stand Najaarsnota 2020 (subtotaal)

147,3

Totaal Internationale samenwerking

0,0

Stand Najaarsnota 2020

147,3

IIB OVERIGE HOGE COLLEGES VAN STAAT, KABINETTEN EN DE KIESRAAD: NIET-BELASTINGONTVANGSTEN
 

2020

Stand Miljoenennota 2021 (excl. IS)

6,2

Technische mutaties

 

Rijksbegroting

 

Diversen

‒ 0,4

 

‒ 0,4

Totaal mutaties sinds Miljoenennota 2021

‒ 0,4

  

Stand Najaarsnota 2020 (subtotaal)

5,8

Totaal Internationale samenwerking

0,0

Stand Najaarsnota 2020

5,8

Uitgaven

Beleidsmatige mutaties

Diversen

Dit betreft hoofdzakelijk een aantal kasschuiven. Zo is het moment waarop de Raad van State gebruik gaat maken van het pand Lange Voorhout met enkele maanden verschoven. Hierdoor zullen ook de uitgaven ten behoeve van de inrichting van dit pand niet dit jaar, maar in 2021 plaatsvinden. Daarnaast vinden door een uitloop in de planning van de werkzaamheden omtrent het beheer en onderhoud van de Ondersteunende Software Verkiezingen (OSV) de uitgaven die hier mee gemoeid zijn niet plaats in 2020 maar in 2021. Ook is er in verband met COVID-19 er vertraging opgelopen in de toelevering van de koninklijke onderscheidingen. De bestelde productie vindt plaats in 2021.

Naast de kasschuiven zijn er middelen toegevoegd aan de begrotingen van de Kabinetten van de Gouverneurs voor wisselkoerseffecten.

Technische mutaties

Diversen

Als gevolg van de vertraagde instroom van zaken dit jaar is de realisatie van de ontvangsten lager dan de in de begroting opgenomen raming. Dit kan opgevangen worden doordat die vertraging van zaken ook zijn effect heeft op de uitgaven.

Daarnaast betreft het de jaarlijkse indexatie van de Nationale Ombudsman op de tarieven die gesteld worden voor de medeoverheden. De middelen worden ingezet voor de taakuitoefening van de Nationale ombudsman voor de medeoverheden.

Niet-belastingontvangsten

Technische mutaties

Diversen

Als gevolg van de vertraagde instroom van zaken dit jaar is de realisatie van de ontvangsten lager dan de in de begroting opgenomen raming. Dit kan opgevangen worden doordat die vertraging van zaken ook zijn effect heeft op de uitgaven.

Daarnaast betreft het de jaarlijkse indexatie van de Nationale Ombudsman op de tarieven die gesteld worden voor de medeoverheden. De middelen worden ingezet voor de taakuitoefening van de Nationale ombudsman voor de medeoverheden.

Algemene Zaken

III ALGEMENE ZAKEN: UITGAVEN
 

2020

Stand Miljoenennota 2021 (excl. IS)

74,7

Beleidsmatige mutaties

 

Rijksbegroting

 

Diversen

‒ 0,1

 

‒ 0,1

Technische mutaties

 

Rijksbegroting

 

Diversen

‒ 0,1

 

‒ 0,1

Totaal mutaties sinds Miljoenennota 2021

‒ 0,2

  

Stand Najaarsnota 2020 (subtotaal)

74,5

Totaal Internationale samenwerking

0,0

Stand Najaarsnota 2020

74,5

III ALGEMENE ZAKEN: NIET-BELASTINGONTVANGSTEN
 

2020

Stand Miljoenennota 2021 (excl. IS)

6,8

Beleidsmatige mutaties

 

Rijksbegroting

 

Diversen

‒ 0,1

 

‒ 0,1

Totaal mutaties sinds Miljoenennota 2021

‒ 0,1

  

Stand Najaarsnota 2020 (subtotaal)

6,7

Totaal Internationale samenwerking

0,0

Stand Najaarsnota 2020

6,7

Uitgaven

Beleidsmatige mutaties

Diversen

Dit betreft een som van meerdere kleine mutaties. De grootste mutatie betreft de kosten inzake extra dienstverlening voor de communicatie over de COVID-19 pandemie. Dit heeft betrekking op de vraagbeantwoording door het contactcenter en op de website Rijksoverheid.nl. Deze kosten worden gedekt door ruimte elders op de begroting. Bij de Rijksvoorlichtingsdienst (RVD), communicatie Koninklijk Huis (CKH), zijn diverse meevallers opgetreden bij de materiële uitgaven van 30.000 euro.

Technische mutaties

Diversen

Dit betreft een som van meerdere kleine mutaties. Binnen deze post worden middelen naar de begroting van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties overgeboekt voor de bijdrage aan archiefkosten en voor het programma «HRM Inkoop». Middels dit programma wordt een doorontwikkeling gerealiseerd in het inkoopstelsel. Daarnaast worden middelen naar de begroting van Financiën overgeboekt voor de Financial Trainees en wordt er een bedrag overgeboekt naar de begroting van Sociale Zaken en Werkgelegenheid voor de Rijksschoonmaakorganisatie.

Niet-belastingontvangsten

Beleidsmatige mutaties

Diversen

Dit betreft een som van twee mutaties bij de Rijksvoorlichtingsdienst in het kader van de doorbelaste uitgaven van de Koning. Door het vervallen van grootschalige evenementen, fotocontracten, het organiseren van eenvoudige toegang tot het RVD-fotoarchief bij het Nationaal Archief en het zelf produceren van beeld (foto en video) zal het budget in 2020 niet volledig worden uitgeput. Daarnaast vallen de overheadkosten bij de Rijksvoorlichtingsdienst lager uit dan geraamd.

Koninkrijksrelaties

IV KONINKRIJKSRELATIES: UITGAVEN
 

2020

Stand Miljoenennota 2021 (excl. IS)

506,2

Beleidsmatige mutaties

 

Rijksbegroting

 

Diversen

0,9

 

0,9

Technische mutaties

 

Rijksbegroting

 

Derde tranche wederopbouwmiddelen

76,6

Desadering lening sxm

14

Diversen

7,9

Niet relevant voor het uitgavenplafond

 

Liquiditeitslening aruba derde tranche

104,5

Liquiditeitslening curacao derde tranche

143

Liquiditeitslening sint maarten derde tranche

30,6

 

376,6

Totaal mutaties sinds Miljoenennota 2021

377,5

  

Stand Najaarsnota 2020 (subtotaal)

883,6

Totaal Internationale samenwerking

 

Stand Najaarsnota 2020

883,6

IV KONINKRIJKSRELATIES: NIET-BELASTINGONTVANGSTEN
 

2020

Stand Miljoenennota 2021 (excl. IS)

39,6

Technische mutaties

 

Rijksbegroting

 

Desadering lening sxm

14

Diversen

2,8

 

16,8

Totaal mutaties sinds Miljoenennota 2021

16,8

  

Stand Najaarsnota 2020 (subtotaal)

56,4

Totaal Internationale samenwerking

 

Stand Najaarsnota 2020

56,4

Uitgaven

Beleidsmatige mutaties

Investeringspakket tijdelijke werkorganisatie

Onderdeel van de overeenkomst tussen Curaçao en Nederland is de oprichting van het Caribisch orgaan voor Hervorming en Ontwikkeling (COHO) beschreven in de Rijkswet COHO. Er worden middelen toegevoegd aan de begroting van Koninkrijksrelaties voor de kosten die samenhangen met voorbereidende werkzaamheden van de tijdelijke werkorganisatie richting de opstart van het COHO in 2021.

Technische mutaties

Derde tranche wederopbouwmiddelen

Dit betreft een overboeking van middelen voor de wederopbouw op Sint Maarten vanaf de Aanvullende Post bij het Ministerie van Financiën naar de begroting van Koninkrijksrelaties. De middelen worden vervolgens overgeboekt naar het Trust Fund bij de Wereldbank.

Desaldering lening SXM

Sint Maarten heeft een eerder verleend overbruggingskrediet voor de luchthaven afgelost. Dit is toentertijd gefinancierd uit de wederopbouwmiddelen. Via een desaldering komen de middelen weer beschikbaar voor de wederopbouwinzet.

Diversen

De wisselkoerseffecten over de 1e en 2e tranche liquiditeitssteun aan Curaçao, Aruba en Sint Maarten worden gecompenseerd uit generale middelen. Daarnaast worden de bijdragen van departementen voor Shared Service Organisatie Caribisch Nederland overgeboekt naar de begroting van Koninkrijksrelaties. De uitgaven van Shared Service Organisatie CN worden gedesaldeerd, zodat de vrijgekomen middelen uit opbrengsten ingezet kunnen worden voor de bijbehorende kosten.  De afrekening van de inzet van het Recherchesamenwerkingsteam wordt ingezet om na-ijlende uitzendkosten van het team te bekostigen.

Liquiditeitslening Aruba derde tranche

In de Rijksminsterraad van 13 november 2020 is besloten om, na ondertekening van de overeenkomst Landspakket met Aruba, een derde tranche liquiditeitssteun voor de periode juli t/m december onder voorwaarden te verstrekken om de gevolgen van de coronacrisis te beperken. De lening loopt af op hetzelfde moment als de overige liquiditeitsleningen. De lening heeft een rentepercentage van 0%. Conform het advies van het Collega Aruba financieel toezicht (CAft) bestaat de mogelijkheid om in april 2022 de lening te herfinancieren.

Liquiditeitslening Curacao derde tranche

In de Rijksminsterraad van 30 oktober 2020 en 13 november 2020 is besloten om, na ondertekening van de overeenkomst Landspakket met Curaçao, een derde tranche liquiditeitssteun voor de periode juli t/m december onder voorwaarden te verstrekken om de gevolgen van de coronacrisis te beperken. De lening loopt af op hetzelfde moment als de overige liquiditeitsleningen. De lening heeft een rentepercentage van 0%. Conform het advies van het Collega financieel toezicht (Cft) bestaat de mogelijkheid om in april 2022 de lening te herfinancieren.

Liquiditeitslening Sint Maarten derde tranche

Op 13 november jl. zijn gesprekken met Sint Maarten gestart over het aanbod zoals dat tijdens de Rijksministerraad van 10 juli jl. is gedaan voor een derde tranche liquiditeitssteun inclusief daaraan verbonden voorwaarden. In het geval dat deze gesprekken nog in 2020 leiden tot een akkoord met Sint Maarten over dit aanbod, is het gewenst de derde tranche liquiditeitssteun zo spoedig mogelijk aan Sint Maarten te kunnen overmaken. Zoals blijkt uit adviezen van het College financieel toezicht Curaçao en Sint Maarten (Cft) is de liquiditeitspositie van Sint Maarten in 2020 inmiddels immers zeer kwetsbaar. Om bij een akkoord direct te kunnen overgaan tot het overmaken van deze middelen wordt daarom reeds € 30,6 gereserveerd hiervoor. Indien er wordt overgegaan tot verstrekking van een liquiditeitslening zullen dezelfde voorwaarden gelden als bij de eerste en tweede tranche liquiditeitslening. Mocht een akkoord met Sint Maarten dit jaar niet bereikt worden, dan zullen deze middelen vrijvallen.

Ontvangsten

Desaldering lening SXM

Sint Maarten heeft een eerder verleend overbruggingskrediet voor de luchthaven afgelost. Dit is toentertijd gefinancierd uit de wederopbouwmiddelen. Via een desaldering komen de middelen weer beschikbaar voor de wederopbouwinzet.

Diversen

De opbrengsten van Shared Service Organisatie Caribisch Nederland worden gedesaldeerd, zodat deze middelen kunnen worden ingezet ter dekking van de bijbehorende kosten. De afrekening van de inzet van het Recherchesamenwerkingsteam wordt ingezet om na-ijlende uitzendkosten van het team te bekostigen.

Buitenlandse Zaken

V BUITENLANDSE ZAKEN: UITGAVEN
 

2020

Stand Miljoenennota 2021 (excl. IS)

8.532,8

Beleidsmatige mutaties

 

Rijksbegroting

 

Dab 8

387,6

Dab 9

27,9

Invoerrechten zonnepanelen

823,8

 

1.239,3

Totaal mutaties sinds Miljoenennota 2021

1.239,2

  

Stand Najaarsnota 2020 (subtotaal)

9.772,0

Totaal Internationale samenwerking

1.547,0

Stand Najaarsnota 2020

11.319,0

V BUITENLANDSE ZAKEN: NIET-BELASTINGONTVANGSTEN
 

2020

Stand Miljoenennota 2021 (excl. IS)

636,5

Beleidsmatige mutaties

 

Rijksbegroting

 

Perceptiekostenvergoeding zonnepanelen

164,8

 

164,8

Totaal mutaties sinds Miljoenennota 2021

164,8

  

Stand Najaarsnota 2020 (subtotaal)

801,3

Totaal Internationale samenwerking

81,6

Stand Najaarsnota 2020

882,8

Uitgaven

Beleidsmatige mutaties

DAB 8

Bijstelling van de BNI-afdracht als onderdeel van de EU-afdrachten als gevolg van Draft Amending Budget. Dit betreft DAB 8, voor de ontwikkeling en aanschaf van vaccins binnen het Emergency Support Instrument (ESI) en voor extra betalingen als gevolg van het Corona Response Investment Initiative Plus (CRII+).

DAB 9

Bijstelling van de BNI-afdracht als onderdeel van de EU-afdrachten als gevolg van Draft Amending Budget. Dit betreft DAB 9 voor extra middelen voor het Solidariteitsfonds.

Invoerrechten zonnepanelen

Dit betreft een afdracht onder voorbehoud aan de Europese Commissie vanwege een geschil met de Commissie over de verschuldigdheid van Traditionele Eigen Middelen over de invoer van zonnepanelen, waarover al dan niet anti-dumpingsheffingen en compenserende rechten geheven moesten worden. Dit is afhankelijk van het land van oorsprong en/of land van verzending van de zonnecellen op deze panelen. Nederland draagt onder voorbehoud af om de oploop van de potentiële renterekening tegen te gaan en een constructieve dialoog met de Europese Commissie op te starten. Mocht de dialoog niet tot herziening van het standpunt van de Commissie leiden dan zal Nederland voor het onder voorbehoud betaalde bedrag een procedure aanhangig maken bij het Hof van Justitie. Over deze afdracht wordt een perceptiekostenvergoeding van 20% ontvangen voor de inningskosten onder artikel 3.10.

Perceptiekostenvergoeding zonnepanelen

Dit betreft de perceptiekostenvergoeding van 20% voor de inningskosten van de afdracht onder voorbehoud aan de Europese Commissie vanwege een geschil met de Commissie over de verschuldigdheid van Traditionele Eigen Middelen over de invoer van zonnepanelen, waarover al dan niet anti-dumpingsheffingen en compenserende rechten geheven moesten worden.

Justitie en Veiligheid

VI JUSTITIE EN VEILIGHEID: UITGAVEN
 

2020

Stand Miljoenennota 2021 (excl. IS)

14.416,3

Mee- en tegenvallers

 

Rijksbegroting

 

Meevaller ind

‒ 38,1

Meevaller njn. rechtsbijstand

‒ 25,0

Middelen voor corona-effecten in 2020. dji

29,1

Tegenvaller njn. raad voor de kinderbescherming

17,5

Diversen

19,5

 

3,0

Beleidsmatige mutaties

 

Rijksbegroting

 

Aanpassing oda toerekening eerstejaarsasielopvang (naar bhos)

‒ 28,4

Middelen voor corona-effecten in 2020. verdeling

‒ 60,0

Diversen

2,0

 

‒ 86,4

Technische mutaties

 

Rijksbegroting

 

Persoonlijke beschermingsmiddelen

69,3

Diversen

5,8

 

75,1

Totaal mutaties sinds Miljoenennota 2021

‒ 8,4

  

Stand Najaarsnota 2020 (subtotaal)

14.407,9

Totaal Internationale samenwerking

34,4

Stand Najaarsnota 2020

14.442,4

VI JUSTITIE EN VEILIGHEID: NIET-BELASTINGONTVANGSTEN
 

2020

Stand Miljoenennota 2021 (excl. IS)

1.484,7

Mee- en tegenvallers

 

Rijksbegroting

 

Meevaller boeten en transacties

40,0

Middelen voor corona-effecten in 2020. griffie ontvangsten

‒ 19,0

Diversen

2,0

 

23,0

Beleidsmatige mutaties

 

Rijksbegroting

 

Diversen

2,3

 

2,3

Technische mutaties

 

Rijksbegroting

 

Diversen

7,7

 

7,7

Totaal mutaties sinds Miljoenennota 2021

33,0

  

Stand Najaarsnota 2020 (subtotaal)

1.517,7

Totaal Internationale samenwerking

0,0

Stand Najaarsnota 2020

1.517,7

Uitgaven

Mee- en tegenvallers

Meevaller IND

Bij DG Migratie doet zich een meevaller voor bij de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND) van per saldo 38,1 miljoen euro onder andere als gevolg van lager dan verwachte uitgaven aan dwangsommen en lagere Brexit uitgaven.

Meevaller njn. rechtsbijstand

Bij de rechtsbijstand wordt per saldo een meevaller van circa 25 miljoen euro verwacht. Dit bedrag is samengesteld uit drie meevallers en een tegenvaller: een meevaller als gevolg van een lager aantal afgegeven toevoegingen (circa 18,5 miljoen euro); een meevaller bij de uitvoering van het project intensiveringen ZSM (circa 8 miljoen euro); een meevaller bij het programma herziening stelsel Rechtsbijstand (circa 3 miljoen euro); en een tegenvaller vanwege de begrote extra kosten voor het noodpakket tegemoetkomingsregeling sociaal advocatuur (circa 4,5 miljoen euro). Conform de afspraak in TK-brief d.d. 9 november 2018 (Kamerstuk 31 753, nr. 155), blijft dit bedrag van 25 miljoen euro beschikbaar voor de Rechtsbijstand.

Middelen voor corona-effecten in 2020. dji

Het ministerie van Justitie en Veiligheid (JenV) maakt kosten als gevolg van corona voor personele bescherming, om primaire processen coronaproof te maken en om achterstanden binnen de strafrechtketen weg te werken. Met deze mutatie wordt 29,1 miljoen euro beschikbaar gesteld aan Dienst Justitiële Inrichtingen (DJI) ter compensatie voor coronakosten voor het primaire proces.

Tegenvaller njn. raad voor de kinderbescherming

Bij de Raad voor de Kinderbescherming (RvdK) worden zowel mee- als tegenvallers verwacht. Het saldo van de mee- en tegenvallers bij de RvdK leidt in totaal tot een per saldo tegenvaller van 12,8 miljoen euro (17,5 miljoen euro tegenvaller en 4,7 miljoen euro meevallers). Ruim 3,2 miljoen euro hiervan wordt veroorzaakt door corona-kosten. Overige tegenvallers worden voornamelijk veroorzaakt door hogere personele en ICT kosten dan geraamd. De meevallers bij de RvdK zijn onderdeel van de post diversen.

Diversen

De post diversen bestaat uit de overige mee- en tegenvallers, waaronder ook verdeling van de middelen voor corona-effecten in 2020. De drie grootste mutaties zijn een meevaller bij Grenzen en Veiligheid van 13,2 miljoen euro als gevolg van lager dan verwachte implementatiekosten in 2020, een toevoeging aan de Raad voor de Rechtspraak (RvdR) van 12,5 miljoen euro voor kosten als gevolg van corona en een afroming van het Centraal Orgaan opvang asielzoekers (COA) van 10,0 miljoen euro als gevolg van een lagere instroom in de asielketen door corona.

Beleidsmatige mutaties

Aanpassing oda toerekening eerstejaarsasielopvang (naar bhos)

Als gevolg van een lager dan verwachte gemiddelde bezetting bij COA in 2020 wordt de ODA toerekening verlaagd met 28,4 miljoen euro.

Middelen voor corona-effecten in 2020. verdeling

Dit betreft de afboeking van de bij Miljoenennota beschikbaar gestelde 60 miljoen euro van het nominaal en onvoorzien artikel. Dit wordt beschikbaar gesteld aan diverse organisaties die extra kosten maken als gevolg van corona.

Diversen

De post diversen bestaat uit een aantal overhevelingen van en naar Buitenlandse Zaken, waaronder een bijdrage voor een gezamenlijk opgestelde beoordelingskader versterkingsgelden. De bijdrage voor 2020 zal worden gebruikt om uitvoering te geven voor de afgesproken beleidscriteria van het beoordelingskader.

Technische mutaties

Persoonlijke beschermingsmiddelen

Dit betreft een overboeking van de Aanvullende Post naar de begroting van JenV. Het kabinet heeft besloten tot de aanleg van een noodvoorraad persoonlijke beschermingsmiddelen (PBM) voor 45 dagen ten bedrage van 69,3 miljoen euro. Vitale sectoren en essentiële beroepen kunnen een beroep doen op deze noodvoorraad wanneer er (structurele) problemen op de markt zijn bij de levering van persoonlijke beschermingsmiddelen. Het gaat om een eenmalige uitgave voor PBM inclusief de projectkosten om deze PBM eenmalig aan te schaffen.

Diversen

De post diversen bestaat voornamelijk uit overboekingen naar andere departementen en desalderingen. Daarnaast bevat de post diversen ook een mutatie ten behoeve van DG COVID-19. Voor dit programma DG is 14,0 miljoen euro overgeboekt van de aanvullende post naar JenV.

Niet-belastingontvangsten

Mee- en tegenvallers

Meevaller boeten en transacties

Ten opzichte van de verwachte tegenvaller van 147 miljoen euro, wegens minder wegverkeer door corona en de tegenvaller van 2,5 miljoen euro als gevolg van de maatregel verlopen rijbewijzen en APK’s die zijn verwerkt bij Miljoenennota, wordt nu bij de NJN op basis van de laatste raming een meevaller van 40 miljoen in 2020 verwacht bij de ontvangsten van boeten en transacties. Dit wordt voornamelijk veroorzaakt doordat het aantal verkeersbewegingen zich sneller herstelde dan eerder werd verwacht.

Middelen voor corona-effecten in 2020. griffie ontvangsten

Deze mutatie maakt onderdeel uit van de verdeling van middelen voor corona-effecten in 2020. Met deze mutatie wordt 19,0 miljoen euro toegevoegd voor de tegenvallende ontvangsten bij de griffieontvangsten.

Diversen

De post diversen bestaat uit de overige mee- en tegenvallers. De twee grootste mutaties zijn een meevaller van 10,7 miljoen euro bij Nidos als gevolg van een afrekening over 2019 en een toevoeging van 10,1 miljoen euro voor de tegenvallende ontvangsten bij de administratiekosten CJIB als gevolg van corona.

Beleidsmatige mutaties

Diversen

De post diversen betreft een mutatie met betrekking tot een financieringsresultaat van 2,3 miljoen euro over 2019 bij Justis.

Technische mutaties

Diversen

De post diversen bestaat uit een viertal desalderingen, waaronder een mutatie voor de overheveling van de ontvangsten van de JIT landen ten behoeve van het MH17-proces naar de uitgaven om de JIT gerelateerde uitgaven te kunnen dekken.

Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties

VII BINNENLANDSE ZAKEN EN KONINKRIJKSRELATIES: UITGAVEN
 

2020

Stand Miljoenennota 2021 (excl. IS)

6.790,0

Beleidsmatige mutaties

 

Rijksbegroting

 

Batch 1588 en appingedam

‒ 17,7

Btw versterkingsoperatie q1 t/m q3 2020

28,0

Btw versterkingsoperatie q4 2020

31,0

Duurzaamheidssubsidie

‒ 27,2

Kasschuif seeh (urgenda 1.0)

‒ 42,0

Nationaal programma groningen

‒ 59,8

Versterkingsoperatie q4 2020

118,0

Diversen

‒ 25,7

 

4,6

Technische mutaties

 

Rijksbegroting

 

Doorbouwplan scholen

‒ 40,0

Versterkingsoperatie q1 t/m q3 2020

179,0

Diversen

55,3

 

194,3

Totaal mutaties sinds Miljoenennota 2021

199,0

  

Stand Najaarsnota 2020 (subtotaal)

6.989,0

Totaal Internationale samenwerking

0,5

Stand Najaarsnota 2020

6.989,5

VII BINNENLANDSE ZAKEN EN KONINKRIJKSRELATIES: NIET-BELASTINGONTVANGSTEN
 

2020

Stand Miljoenennota 2021 (excl. IS)

763,2

Technische mutaties

 

Rijksbegroting

 

Versterkingsoperatie q1 t/m q3 2020

179,0

Diversen

27,0

Niet relevant voor het uitgavenplafond

 

Meeropbrengsten benzineveilingen 2020

44,3

Diversen

6,5

 

256,8

Totaal mutaties sinds Miljoenennota 2021

256,7

  

Stand Najaarsnota 2020 (subtotaal)

1.019,8

Totaal Internationale samenwerking

0,0

Stand Najaarsnota 2020

1.019,8

Uitgaven

Beleidsmatige mutaties

Batch 1558 en Appingedam

Dit betreft de middelen voor de batch 1588 (10 miljoen) en de projecten in Appingedam (7,7 miljoen). In 2019 is er reeds 84 miljoen overgemaakt naar betrokken partijen. Nieuwe aanvragen voor financiering worden niet langer in 2020, maar begin 2021 verwacht. In 2021 worden de middelen opnieuw beschikbaar gesteld.

BTW versterkingsoperatie q1 t/m q3 2020

Dit betreft de BTW-component van de uitgaven die t/m het derde kwartaal 2020 gemaakt zijn in het kader van de versterkingsopgave in Groningen. Het gaat hier om de BTW-component van zowel de kosten direct gerelateerd aan de versterkingsopgave in Groningen als de uitvoeringskosten van de Nationaal Coördinator Groningen (NCG). Op grond van het Akkoord op Hoofdlijnen is de BTW-component voor rekening van de Staat, deze kosten kunnen dan ook niet worden doorbelast aan de NAM.

BTW versterkingsoperatie q4 2020

Dit betreft de raming voor de BTW-component van de uitgaven die in het vierde kwartaal 2020 gemaakt worden in het kader van de versterkingsopgave in Groningen. Deze raming bevat de BTW-component van zowel de kosten direct gerelateerd aan de versterkingsopgave als de uitvoeringskosten van de Nationaal Coördinator Groningen (NCG). Op grond van het Akkoord op Hoofdlijnen is de BTW-component voor rekening van de Staat, deze kosten kunnen dan ook niet worden doorbelast aan de NAM.

Duurzaamheidssubsidie

Middels de subsidieregeling ‘energiebesparing woningen bouwkundig versterkingsprogramma Groningenveld’ kan per woning 7000 euro subsidie aangevraagd worden om een woning, die versterkt wordt, gelijktijdig te verduurzamen. De versterkingsoperatie heeft nog niet geleid tot grote aantallen versterkte woningen, waardoor er tot nu toe beperkt gebruik is gemaakt van de subsidieregeling. In 2020 zal circa 27,2 miljoen niet tot besteding komen. De verwachting is dat het beroep op de subsidie in 2021 zal toenemen.

Kasschuif SEEH (urgenda 1.0)

Een deel van de Urgenda middelen voor de Subsidieregeling energiebesparing eigen huis (SEEH) zal dit jaar niet meer tot betaling komen. Deze onderuitputting wordt nu afgeboekt en bij 1e suppletoire begroting 2021 worden de middelen weer toegevoegd aan de begroting van BZK. De middelen zijn met deze kasschuif in lijn gebracht met de uitputtingsprognose.

Nationaal Programma Groningen

De uitvoering van het Nationaal Programma Groningen (NPG) heeft vertraging opgelopen. Het betreft de projecten ‘Toukomst’ (door en voor de Groningers zelf) en de programmaplannen van de gemeenten en de provincie. De projecten en programmaplannen zijn reeds ingediend. De toekenning zal begin 2021 plaatsvinden. Van het NPG-budget zal 59,8 miljoen in 2020 niet meer tot betaling komen. In 2021 worden de middelen opnieuw beschikbaar gesteld. 

Versterkingsoperatie q4 2020

Dit betreft de raming voor de kosten die in het vierde kwartaal 2020 gemaakt worden in het kader van de versterkingsopgave in Groningen. Deze raming bevat zowel de kosten direct gerelateerd aan de versterkingsopgave als de uitvoeringskosten van de Nationaal Coördinator Groningen (NCG). Deze uitgaven zullen in rekening gebracht worden bij de NAM na afloop van het vierde kwartaal. De ontvangst van de NAM zal naar verwachting in het eerste kwartaal van 2021 door BZK worden ontvangen.

Diversen

Deze post bevat meerdere mutaties. Zo betreft het een bijdrage van het Ministerie van Buitenlandse Zaken voor de dienstverlening die afgenomen wordt bij FMHaaglanden. Daarnaast heeft BZK aangegeven van welke dossiers zij verwachten dat deze niet meer in 2020 tot besteding komen, maar in 2021 (voorsortering eindejaarsmarge). Deze onderuitputting vindt plaats op de posten ontzorging warmtefonds, renovatieversneller, Basisregistratie Personen, eID, Landelijke aanpak adreskwaliteit en bijdrage aan de huurcommissie, Verder bevat deze post een kasschuif van middelen voor de subsidie hybride opties (Urgenda 2.0). Het beschikbare budget op de subsidieregeling komt in 2020 niet tot uitbetaling door vertraging in de aanvragen. De middelen schuiven daarom door naar 2021.

Technische mutaties

Doorbouwplan scholen

In 2020 zijn er middelen beschikbaar gesteld voor het verbeteren van het binnenklimaat van schoolgebouwen in het primair en voortgezet onderwijs. Op 1 oktober 2020 kwam het Landelijk Coördinatieteam Ventilatie op Scholen met de eindrapportage waarin de ventilatiesituatie op scholen in beeld is gebracht. Het kabinet heeft naar aanleiding van dit rapport 60 miljoen euro extra beschikbaar gesteld in 2021 om deze problematie aan te pakken. De reeds beschikbaar gestelde 40 miljoen euro schuift ook door naar 2021. In totaal komt er via de regeling specifieke uitkering ventilatie in scholen (SUVIS) van het Ministerie van BZK in 2021 100 miljoen euro beschikbaar voor de verbetering van het binnenklimaat in schoolgebouwen in het primair en voortgezet onderwijs.

Versterkingsoperatie q1 t/m q3 2020

Dit betreft de uitgaven die t/m het derde kwartaal 2020 gemaakt zijn in het kader van de versterkingsopgave in Groningen. Het gaat hier om zowel de kosten direct gerelateerd aan de versterkingsopgave als de uitvoeringskosten van de Nationaal Coördinator Groningen (NCG). Deze uitgaven zijn in rekening gebracht bij de NAM. De bijdragen van de NAM voor het eerste en tweede kwartaal zijn reeds ontvangen en de bijdrage van de NAM voor het derde kwartaal wordt voor eind 2020 verwacht.

Diversen

Deze post heeft veel verschillende mutaties. Het gaat met name om overboekingen met andere departementen. Vanuit andere departementen worden middelen overgeheveld naar de BZK-begroting voor hun bijdragen aan onder andere de dienstverlening van FMHaaglanden, het beheer van BSN, het beheer van Digitaal stelsel Omgevingswet landelijke voorziening, de budgetfinanciering van de BRP en Doc-direkt. Vanuit het Gemeentefonds zijn middelen overgeboekt naar de begroting van BZK voor DigiD, MijnOverheid en de GDI voorzieningen. Daarnaast zijn vanaf de BZK-begroting middelen aan andere departementen overgeboekt voor onder andere het beheer van de landelijke voorziening BRO en het NWA-programma. Ook zijn middelen toegevoegd aan het BTW-compensatiefonds voor onder ander het programma aardgasvrije wijken, de Regeling Reductie Energiegebruik, het Nationaal Programma Groningen en de flexpools voor de ondersteuning van de woningbouw. Tot slot hebben een aantal desalderingen plaatsgevonden (zie voor een nadere toelichting de ontvangsten).

Niet-belastingontvangsten

Technische mutaties

Versterkingsoperatie q1 t/m q3

Dit betreft de uitgaven die t/m het derde kwartaal 2020 gemaakt zijn in het kader van de versterkingsopgave in Groningen. Het gaat hier om zowel de kosten direct gerelateerd aan de versterkingsopgave als de uitvoeringskosten van de Nationaal Coördinator Groningen (NCG). Deze uitgaven zijn in rekening gebracht bij de NAM. De bijdragen van de NAM voor het eerste en tweede kwartaal zijn reeds ontvangen en de bijdrage van de NAM voor het derde kwartaal wordt voor eind 2020 verwacht.

Diversen

Onder deze post vallen verschillende desalderingen. Zo betreft het desalderingen van de afrekening van de voorschotten aan het Rijksvastgoedbedrijf, een bijstelling van de raming voor Dienstverleningsovereenkomsten (DVA’s), detacheringen, de afrekening 2019 met Rijkswaterstaat inzake werkzaamheden voor de Omgevingswet, de bijdragen van andere departementen aan de budgetfinanciering van de BRP en de bijdrage van de Unie van Waterschappen aan de Investeringspost. Tegelijkertijd wordt de ontvangstenraming verlaagd als gevolg van een lagere bijdrage van de Waterschappen in de kosten van de Wet waardering onroerende zaken (WOZ) en lagere ontvangsten in het kader van veiligheidsonderzoeken.

Niet relevant voor het uitgavenplafond

Meeropbrengsten benzineveilingen 2020 

Recent zijn een aantal locaties van benzinestations langs Rijkswegen geveild. Deze veilingen hebben meer opgebracht dan geraamd.

Diversen

De ontvangsten bevatten de definitieve afrekening van de bevoorschotting in 2019 aan het Rijksvastgoedbedrijf. Het gaat hier om de meerontvangsten op de post benzineveilingen en bodemmaterialen die op de begroting van BZK worden ontvangen.

Onderwijs, Cultuur en Wetenschap

VIII ONDERWIJS, CULTUUR EN WETENSCHAP: UITGAVEN
 

2020

Stand Miljoenennota 2021 (excl. IS)

44.561,1

Mee- en tegenvallers

 

Rijksbegroting

 

Meevaller artikel 11 uitgaven r

‒ 25,0

Diversen

‒ 57,9

 

‒ 82,9

Beleidsmatige mutaties

 

Rijksbegroting

 

Diversen

‒ 19,1

 

‒ 19,1

Technische mutaties

 

Rijksbegroting

 

Diversen

102,1

Niet relevant voor het uitgavenplafond

 

Meevaller artikel 11 uitgaven nr

‒ 160,0

Diversen

45,0

 

‒ 12,9

Totaal mutaties sinds Miljoenennota 2021

‒ 114,8

  

Stand Najaarsnota 2020 (subtotaal)

44.446,3

Totaal Internationale samenwerking

63,3

Stand Najaarsnota 2020

44.509,6

VIII ONDERWIJS, CULTUUR EN WETENSCHAP: NIET-BELASTINGONTVANGSTEN
 

2020

Stand Miljoenennota 2021 (excl. IS)

1.404,6

Mee- en tegenvallers

 

Rijksbegroting

 

Diversen

16,4

 

16,4

Technische mutaties

 

Rijksbegroting

 

Diversen

15,6

Niet relevant voor het uitgavenplafond

 

Meevaller artikel 11 ontvangsten nr

75,0

 

90,6

Totaal mutaties sinds Miljoenennota 2021

107,0

  

Stand Najaarsnota 2020 (subtotaal)

1.511,7

Totaal Internationale samenwerking

0,0

Stand Najaarsnota 2020

1.511,7

Uitgaven

Mee-en tegenvallers

Meevaller artikel 11 uitgaven r

Er is vanwege diverse oorzaken een meevaller op het artikel studiefinanciering. Voor een uitgebreide toelichting verwijzen wij naar de Memorie van Toelichting bij artikel 11 in de 2e suppletoire begroting.

Diversen

Deze post bestaat uit diverse mee- en tegenvallers die onder de ondergrens vallen.

Beleidsmatige mutaties

Diversen

Deze post bestaat uit diverse beleidsmatige mutaties die onder de ondergrens vallen.

Technische mutaties

Diversen

Deze post bestaat uit diverse beleidsmatige mutaties die onder de ondergrens vallen.

Meevaller artikel 11 uitgaven nr

Er is vanwege diverse oorzaken een meevaller op het artikel studiefinanciering. Voor een uitgebreide toelichting verwijzen wij naar de Memorie van Toelichting bij artikel 11 in de 2e suppletoire begroting.

Diversen

Deze post bestaat uit diverse mutaties die onder de ondergrens vallen.

Niet-belastingontvangsten

Mee-en tegenvallers

Diversen

Deze post bestaat uit diverse mee- en tegenvallers die onder de ondergrens vallen.

Technische mutaties

Meevaller artikel 11 ontvangsten nr

Er is vanwege diverse oorzaken een meevaller op het artikel studiefinanciering. Voor een uitgebreide toelichting verwijzen wij naar de Memorie van Toelichting bij artikel 11 in de 2e suppletoire begroting.

Nationale Schuld (Transactiebasis)

IXA NATIONALE SCHULD (TRANSACTIEBASIS): UITGAVEN
 

2020

Stand Miljoenennota 2021 (excl. IS)

6.560,7

Mee- en tegenvallers

 

Rijksbegroting

 

Diversen

4,0

 

4,0

Technische mutaties

 

Niet relevant voor het uitgavenplafond

 

Verstrekte leningen

300,0

 

300,0

Totaal mutaties sinds Miljoenennota 2021

304,0

  

Stand Najaarsnota 2020 (subtotaal)

6.864,7

Totaal Internationale samenwerking

0,0

Stand Najaarsnota 2020

6.864,7

IXA NATIONALE SCHULD (TRANSACTIEBASIS): NIET-BELASTINGONTVANGSTEN
 

2020

Stand Miljoenennota 2021 (excl. IS)

5.214,9

Mee- en tegenvallers

 

Rijksbegroting

 

Rente vlottende schuld

‒ 25,0

Diversen

0,0

 

‒ 25,0

Technische mutaties

 

Niet relevant voor het uitgavenplafond

 

Mutatie in rekening courant en deposito

4.000,0

Voortijdige beëindiging derivaten

2.175,0

Diversen

24,1

 

6.199,1

Totaal mutaties sinds Miljoenennota 2021

6.174,1

  

Stand Najaarsnota 2020 (subtotaal)

11.389,0

Totaal Internationale samenwerking

0,0

Stand Najaarsnota 2020

11.389,0

Uitgaven

Mee-en tegenvallers

Beleidsmatige mutaties

Diversen

Betreft een bijstelling op de post rentelasten vaste schuld. Als gevolg van de bijstelling van het financieringsplan voor 2020 zullen de rentelasten op de vaste schuld naar verwachting 4 miljoen euro hoger uitvallen.

Technische mutaties

Verstrekte leningen (niet-relevant voor het uitgavenplafond)

Op basis van actuele realisaties wordt verwacht dat de aflossingen op leningen binnen het kasbeheer hoger zullen uitkomen dan eerder geraamd.

Niet-belastingontvangsten

Mee-en tegenvallers

Beleidsmatige mutaties

Rente vlottende schuld

Als gevolg van een minder negatief kassaldo en de bijstelling van het financieringsplan voor 2020 zullen de rentebaten op de vlottende schuld naar verwachting 25 miljoen euro lager uitvallen. Door de negatieve rente op de kortlopende schuld leidt een lagere financieringsomvang tot minder renteontvangsten.

Technische mutaties

Mutatie in rekening-courant en deposito (niet relevant voor het uitgavenplafond)

De wijziging in de geraamde mutatie van het saldo op de rekening-couranten en deposito’s van de deelnemers aan schatkistbankieren is het gevolg van het actualiseren van de geraamde uitgaven en inkomsten van de decentrale overheden en de RWT’s. De mutaties in rekening-courant en deposito’s worden veroorzaakt door de uitgaven en ontvangsten van de deelnemers van het schatkistbankieren. Als een deelnemer een uitgave doet zal het aangehouden saldo op de rekening-courant dalen en dit betekent een uitgave op artikel 12. Een ontvangst van een deelnemer wordt gestort op de rekening-courant en dit zorgt voor een ontvangst op artikel 12. Het Agentschap is uitsluitend beheerder van de rekeningen-courant van het schatkistbankieren.

Voortijdige beëindiging derivaten (niet relevant voor het uitgavenplafond)

Het voortijdig beëindigen van rentederivaten leidt tot eenmalige ontvangsten. Het betreft de contant gemaakte waarde van de rentebaten die anders in de komende jaren zouden zijn ontvangen. Deze rentebaten zijn nu in één keer binnengekomen.

Diversen

Deze mutatie betreft voor het grootste deel een bijstelling van de verwachte omvang van de afslossingen op leningen van deelnemers aan het schatkistbankieren.

Financiën

IXB FINANCIËN: UITGAVEN
 

2020

Stand Miljoenennota 2021 (excl. IS)

10.906,7

Mee- en tegenvallers

 

Rijksbegroting

 

Belasting- en invorderingsrente

30,0

Diversen

16,9

 

46,9

Beleidsmatige mutaties

 

Rijksbegroting

 

Bijdrage aan sso's

‒ 17,5

Eigen personeel

‒ 24,6

Inhuur externen

‒ 45,3

Kasschuif toeslagen (compensatie ouders en uitvoeringskosten)

‒ 132,0

Onvoorzien

‒ 19,0

Diversen

3,2

 

‒ 235,2

Technische mutaties

 

Rijksbegroting

 

Eib pan-europees garantiefonds (egf)

‒ 260,3

Schade uitkering herverzekering leverancierskredieten

‒ 800,0

Diversen

54,5

Niet relevant voor het uitgavenplafond

 

Diversen

‒ 9,2

 

‒ 1.015,0

Totaal mutaties sinds Miljoenennota 2021

‒ 1.203,3

  

Stand Najaarsnota 2020 (subtotaal)

9.703,4

Totaal Internationale samenwerking

189,1

Stand Najaarsnota 2020

9.892,5

IXB FINANCIËN: NIET-BELASTINGONTVANGSTEN
 

2020

Stand Miljoenennota 2021 (excl. IS)

2.809,0

Mee- en tegenvallers

 

Rijksbegroting

 

Belasting- en invorderingsrente

29,6

Ontvangsten boetes en schikkingen

49,2

Diversen

23,4

 

102,2

Beleidsmatige mutaties

 

Rijksbegroting

 

Vrijval begrotingsreserve garantie tennet

48,0

Diversen

0,8

 

48,8

Technische mutaties

 

Rijksbegroting

 

Schaderestituties herverzekering leverancierskredieten

‒ 180,0

Diversen

7,9

Niet relevant voor het uitgavenplafond

 

Diversen

8,2

 

‒ 163,9

Totaal mutaties sinds Miljoenennota 2021

‒ 12,8

  

Stand Najaarsnota 2020 (subtotaal)

2.796,1

Totaal Internationale samenwerking

4,3

Stand Najaarsnota 2020

2.800,5

Uitgaven

Mee-en tegenvallers

Belasting- en invorderingsrente

Op basis van de voorlopige realisaties vallen de uitgaven voor de heffingsrente naar verwachting hoger uit dan geraamd.

Diversen

Dit betreft mutaties op de exportkredietverzekering. Doordat er meer premies worden geraamd leidt dit tot een hogere storting in de begrotingsreserve. Daarnaast wordt er 8 miljoen euro meer aan definitieve schades verwacht als gevolg van de steunoperatie aan het bedrijf IHC.

Beleidsmatige mutaties

Bijdrage aan SSO's

De geraamde overheadkosten zoals huisvesting, facilitair, ICT en de werkplek vallen lager uit, vanwege onderbezetting en vertraging in de werving (- 17 miljoen euro). Dit komt onder andere door de coronacrisis, waardoor de extra middelen die in de eerste suppletoire begroting zijn toegekend, niet geheel tot besteding komen.

Eigen personeel

Met de aanvullende middelen die bij de eerste suppletoire begroting beschikbaar zijn gesteld voor 'de Belastingdienst op orde', is de formatie van de Belastingdienst, Toeslagen en Douane uitgebreid. Daarop is vervolgens de wervingscapaciteit vergroot. Het absorptievermogen bleek, mede door de coronacrisis, beperkter dan verwacht waardoor de bezetting nog niet geheel in lijn met de beoogde formatie is gebracht. De uitgaven voor eigen personeel van de Belastingdienst en Douane vallen daarom lager uit als gevolg van resulterende onderbezetting en door de gevolgen van de coronacrisis (25 miljoen euro). Zo zijn er minder loonkosten, minder reis- en verblijfskosten, worden congressen niet georganiseerd en worden opleidingen anders aangeboden of uitgesteld.

Inhuur externen

Mede als gevolg van de coronacrisis vallen de uitgaven van de Belastingdienst aan externe inhuur lager uit (ca. ‒ 59 miljoen euro). De coronacrisis heeft impact gehad op de uitvoering en dienstverlening van de Belastingdienst. Ondanks de coronacrisis gaan dienstverlening en processen zoveel mogelijk door, maar is ook besloten om bepaalde activiteiten tijdelijk te stoppen of te verminderen. Dit om bedrijven te ontzien (bijvoorbeeld met de uitstelregeling betaling belastingschulden en het pauzeren van invorderingsprocessen), maar ook omdat voor bepaalde taken fysiek contact nodig is. Door contactbeperkende maatregelen kan de Belastingdienst bijvoorbeeld minder makkelijk op bezoek (zoals een bedrijfsbezoek en een boekenonderzoek) bij ondernemers. De in de eerste suppletoire begroting aan de Belastingdienst toegekende extra budgetten worden daarom niet geheel benut.20

Kasschuif Toeslagen (compensatie ouders en uitvoeringskosten)

De grote complexiteit van de toeslagendossiers en daarbij het maken van wet- en regelgeving en het inrichten van de herstelorganisatie maakt het noodzakelijk om het ritme van de betalingen aan te passen. Daarom wordt 132 miljoen euro van de middelen voor Toeslagen doorgeschoven naar volgend jaar. Naar verwachting wordt dit jaar, op basis van de meest recente inzichten, ca. 18 miljoen euro besteed. In dit bedrag is rekening gehouden met de extra tegemoetkoming van 750 euro in 2020 aan ouders die zich voor 1 november 2020 bij de Belastingdienst hebben gemeld als gedupeerde, evenals een noodvoorziening acute en schrijnende gevallen. Een deel van deze hersteluitgaven betreft nabetalingen kinderopvangtoeslag in verband met het proportioneel vaststellen van de kinderopvangtoeslag en het matigen van terugvorderingen tot vijf jaar terug. Deze uitgaven worden op de begroting van het ministerie van SZW verantwoord.

Onvoorzien

Naar verwachting komen deze middelen op artikel 10 niet tot besteding dit jaar.

Diversen

Dit betreft een som van meerdere mutaties. Zo vallen de kosten voor ICT-opdrachten hoger uit dan geraamd voor zowel de Belastingdienst als de Douane. Daarnaast vallen de kosten voor overig materieel bij de Belastingdienst (op basis van de realisaties) naar verwachting hoger uit dan geraamd. Verder zijn de kosten voor materieel ICT hoger als gevolg van een hoger dan geraamde aanschaf van mobiele apparatuur (vanwege het thuiswerken). Tot slot vallen de uitvoeringskosten voor staatsdeelnemingen hoger uit als gevolg van COVID-19 gerelateerde kosten.

Technische mutaties

EIB pan-Europees Garantiefonds (EGF)

De European Investment Bank (EIB) heeft een nieuw pan-Europees garantiefonds (EGF) opgericht om de negatieve economische gevolgen van de COVID-19 crisis op te vangen. Het fonds is een onderdeel van het pakket aan maatregelen dat op 9 april 2020 door de Eurogroep werd afgesproken. Voor 2020 is de verwachting dat er geen verwachte verliezen zijn voor Nederland in 2020 en dat het totale Nederlandse aandeel in de verwachte verliezen (ca. 260 miljoen euro) voor 2020 opschuift in de tijd naar 2021 en latere jaren (verdeeld over looptijd van het fonds).

Schade uitkering herverzekering leverancierskredieten

De herverzekering leverancierskredieten betreft een coronamaatregel waarbij de Staat voorkomt dat de kortlopende kredietverlening in de private verzekeringssector stilvalt. Tot op heden hebben de geraamde schades zich nog niet gematerialiseerd. De raming voor 2020 wordt derhalve naar beneden bijgesteld met 1,25 euro miljard euro. Een deel van de schades wordt verwacht in het eerste kwartaal van 2021.

Diversen

Dit betreft een som van meerdere mutaties. Zo vallen de uitvoeringskosten voor de maatregel «herverzekering leverancierskredieten» hoger uit (met 10 miljoen euro) als gevolg van de hogere kostenvergoedingen voor de verzekeraars. Daarnaast vindt een storting van 7,8 miljoen euro plaats in het BTW-compensatiefonds inzake het project Rotterdamsebaan.

Diversen (niet relevant voor het uitgavenplafond)

Deze mutatie betreft de betaling van de vermogensbelasting van 7,8 miljoen euro als gevolg van de fusie tussen Alawwal Bank en de Saudi British Bank (SABB). De belastingplicht van de consortiumpartners (waarvan de Staat één van de partners is) loopt via de vennootschap NWM (het huidige consortiumvehikel). Bij deze vennootschap is reeds een voorziening getroffen voor deze vermogenswinstbelasting, die vrijvalt. Hierdoor heeft het betalen van deze belasting per saldo geen effect. Het aandeel van de Staat hierin betreft 7,8 miljoen euro en wordt als desaldering verwerkt bij zowel de uitgaven als ontvangsten.

Niet-belastingontvangsten

Mee-en tegenvallers

Belasting- en invorderingsrente

Als gevolg van de coronamaatregelen is de raming van de ontvangsten aan belasting- en invorderingsrente neerwaarts bijgesteld. Op basis van de voorlopige realisatiecijfers wordt de raming voor 2020 opwaarts bijgesteld.

Ontvangsten boetes en schikkingen

Als gevolg van de coronamaatregelen zijn dit voorjaar lagere ontvangsten aan boetes en schikkingen geraamd, die geleid hebben tot neerwaartse bijstellingen in incidentele suppletoire begrotingen. Op basis van de voorlopige realisatiecijfers wordt de raming voor 2020 opwaarts bijgesteld.

Diversen

Dit betreft een som van meerdere mutaties. Zo wordt op basis van de voorlopige realisatiecijfers een hogere ontvangst verwacht voor de kosten van de vervolging. Daarnaast zijn de ontvangsten voor de EKV-premies hoger dan verwacht als gevolg van de COVID-19. Door de coronacrisis is er een grotere behoefte aan het afdekken van betalingsrisico’s en vinden er meer EKV-transacties plaats met meer premie-opbrengsten als gevolg.

Beleidsmatige mutaties

Vrijval begrotingsreserve garantie TenneT

In 2010 heeft de Staat een garantie van 300 miljoen euro voor 10 jaar afgegeven aan TenneT. Als vergoeding voor deze garantie heeft TenneT in totaal 48 miljoen euro aan premies betaald. De Staat heeft deze premies in een begrotingsreserve gestort ter dekking van eventuele schade. De garantie is in 2020 komen te vervallen zonder dat er een claim heeft plaatsgevonden. Het opgebouwde bedrag van 48 miljoen euro uit de reserve valt daarom nu vrij.

Diversen

De ontvangsten op de apparaatskosten bij de Belastingdienst vallen op basis van de realisaties hoger uit dan geraamd.

Technische mutaties

Schaderestituties Herverzekering leverancierskredieten

De herverzekering leverancierskredieten betreft een coronamaatregel waarbij de Staat voorkomt dat de kortlopende kredietverlening in de private verzekeringssector stilvalt. Tot op heden hebben de geraamde schades zich nog niet gematerialiseerd. Een gevolg hiervan is dat de restituties ook achterblijven op de initiële raming. De raming wordt in 2020 derhalve naar beneden bijgesteld met 290 miljoen euro. Een deel van de restituties wordt verwacht in het eerste kwartaal van 2021.

Diversen (niet relevant voor het uitgavenplafond)

Dit betreft een som van meerdere mutaties met als belangrijkste de desaldering van de vermogensbelasting van 7,8 miljoen met betrekking tot de fusie tussen Alawwal Bank en de Saudi British Bank (SABB).

Defensie

X DEFENSIE: UITGAVEN
 

2020

Stand Miljoenennota 2021 (excl. IS)

11.284,30

Beleidsmatige mutaties

 

Rijksbegroting

 

Diversen

0,8

 

0,8

Technische mutaties

 

Rijksbegroting

 

Diversen

‒ 20,8

 

‒ 20,8

Totaal mutaties sinds Miljoenennota 2021

‒ 20

  

Stand Najaarsnota 2020 (subtotaal)

11.264,30

Totaal Internationale samenwerking

195,7

Stand Najaarsnota 2020

11.460,00

X DEFENSIE: NIET-BELASTINGONTVANGSTEN
 

2020

Stand Miljoenennota 2021 (excl. IS)

283,4

Technische mutaties

 

Rijksbegroting

 

Diversen

‒ 28,8

Niet relevant voor het uitgavenplafond

 

Aflossing en rente lening abp 2017

33,6

 

4,8

Totaal mutaties sinds Miljoenennota 2021

4,8

  

Stand Najaarsnota 2020 (subtotaal)

288,2

Totaal Internationale samenwerking

1,4

Stand Najaarsnota 2020

289,6

Uitgaven

Beleidsmatige mutaties

Diversen

Dit betreft o.a. de jaarlijkse bijdrage t.b.v. het project Progress 2.0 aan het ministerie van Buitenlandse Zaken. Het project Progress 2.0 is een onderzoeksprogramma van het ministerie van Defensie en het ministerie van Buitenlandse Zaken.

Met het ondertekenen van het landspakket door Curaçao en Aruba als onderdeel van het bestuursakkoord met de landen in het Caribisch gebied, komt geld beschikbaar waarmee onder meer gewerkt wordt aan de versterking van de rechtstaat. Defensie levert hier ook een bijdrage aan en krijgt daarvoor 2,0 miljoen euro uitgekeerd waarmee de Curaçaose militie, Arubaanse Militie en het Sociaal vormingstraject verder worden geprofessionaliseerd.

Technische mutaties

Diversen

Dit is het saldo van verschillende mutaties, waaronder het bijstellen van de verkoopopbrengsten aan Jordanië en de doorwerking hiervan aan de uitgavenkant met 12,6 miljoen euro wegens het niet nakomen van betalingsverplichtingen. Dit betreft de verkoopopbrengsten voor onder andere de contracten voor geleverde goederen als rupsvoertuigen, terreinvoertuigen en de daarbij behorende reservedelen. Deze ontvangsten zullen in de komende jaren naar verwachting alsnog binnenkomen.

Daarnaast betreft het een overboeking van JenV t.b.v. het project ‘breed offensief tegen georganiseerde ondermijnende criminaliteit’ (9,1 miljoen), de zorgbonus van VWS voor Defensiepersoneel dat in ziekenhuizen heeft meegeholpen wegens COVID-19 (1,1 miljoen) en 3,6 miljoen euro voor het project zon op daken, een overheidsbrede project om Rijksvastgoed locaties te voorzien van zonnepanelen.

Ook betreft dit het naar beneden bijstellen van zowel de uitgaven als de ontvangsten van de zorgkosten met 7 miljoen euro. Vanwege COVID-19 heeft de niet-spoedeisende dienstverlening aan het militaire personeel stilgelegen waardoor de betreffende behandelingen niet gedeclareerd konden worden bij de zorgverzekeraar. Hierdoor zijn de ontvangsten, en de doorwerking hiervan bij de uitgaven met 7 miljoen naar beneden bijgesteld. Verder betreft het een doorwerking van lagere ontvangsten bij het Defensie Materieel Organisatie (DMO) met 10 miljoen euro. De ontvangsten bij DMO en de doorwerking hiervan bij de uitgaven zijn naar beneden bijgesteld als gevolg van lagere verkopen van brandstof aan bondgenootschappelijke krijgsmachten en van een lagere olieprijs.

Niet-belastingontvangsten

Technische mutaties

Diversen

De verkoopopbrengsten aan Jordanië worden met 12,6 miljoen euro naar beneden bijgesteld wegens het niet nakomen van betalingsverplichtingen en dat heeft gevolgen voor de uitgavenruimte bij Defensie. Dit betreft de verkoopopbrengsten voor onder andere de contracten voor geleverde goederen als rupsvoertuigen, terreinvoertuigen en de daarbij behorende reservedelen. Deze ontvangsten zullen in de komende jaren naar verwachting alsnog binnenkomen.

Verder betreft dit het naar beneden bijstellen van de ontvangsten bij DMO en de doorwerking hiervan bij de uitgaven als gevolg van lagere verkopen van brandstof aan bondgenootschappelijke krijgsmachten en van een lagere olieprijs.

Aflossing en rente ABP 2017

In de financieringsconstructie van de overgang naar het kapitaaldekkingsstelsel was voldoende saldo om de één na laatste lening van het ABP aan de staat af te lossen. Het ABP had dit geld, via Defensie, geleend ter dekking van (tijdelijke) dubbele lasten die gemoeid zijn met de overgang van het omslagstelsel voor militaire pensioenen naar het kapitaaldekkingsstelsel. De terugbetaling van het ABP wordt vervolgens via Defensie teruggegeven aan het Ministerie van Financiën. Hierna resteert er nog één lening die moet worden afgelost.

Infrastructuur en Waterstaat

XII INFRASTRUCTUUR EN WATERSTAAT: UITGAVEN
 

2020

Stand Miljoenennota 2021 (excl. IS)

10.101,0

Beleidsmatige mutaties

 

Rijksbegroting

 

Lagere uitgaven dei-regeling/urgenda

‒ 24,0

Diversen

‒ 20,2

 

‒ 44,2

Technische mutaties

 

Rijksbegroting

 

Plafondcorrectie beschikbaarheidsvergoeding 2020

‒ 500,0

Diversen

‒ 22,4

 

‒ 522,4

Totaal mutaties sinds Miljoenennota 2021

‒ 566,7

  

Stand Najaarsnota 2020 (subtotaal)

9.534,3

Totaal Internationale samenwerking

36,7

Stand Najaarsnota 2020

9.571,0

XII INFRASTRUCTUUR EN WATERSTAAT: NIET-BELASTINGONTVANGSTEN
 

2020

Stand Miljoenennota 2021 (excl. IS)

32,5

Technische mutaties

 

Rijksbegroting

 

Diversen

0,0

 

0,0

Totaal mutaties sinds Miljoenennota 2021

0,0

  

Stand Najaarsnota 2020 (subtotaal)

32,5

Totaal Internationale samenwerking

0,0

Stand Najaarsnota 2020

32,5

Uitgaven

Beleidsmatige mutaties

Lagere uitgaven dei-regeling/urgenda

De uitgaven door de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO) aan de uitvoering van de subsidieregeling Demonstratie Energie- en Klimaatinnovatie (DEI+) vallen lager uit in 2020, waardoor 24 miljoen euro doorschuift naar 2021. Deze middelen waren bestemd voor projecten die onder de DEI+-regeling vallen en tevens bijdragen aan een Circulaire Economie. De middelen zullen volgend jaar voor hetzelfde doel worden ingezet.

Diversen

Deze post bestaat uit diverse desalderingen en overboekingen, waarvan de volgende het omvangrijkst zijn:

  • In verband met COVID-19 worden diverse middelen die beschikbaar zijn gesteld naar aanleiding van het Urgenda-vonnis en het Klimaatakkoord niet volledig benut in 2020. Deze middelen (in totaal ‒ 16,5 miljoen euro) worden doorgeschoven naar 2021.

  • De uitgaven door RVO in het kader van subsidies voor de Retrofit van de Binnenvaart vallen lager uit dan geraamd (-4 miljoen euro) in 2020. Ook dit bedrag schuift door naar 2021.

Technische mutaties

Plafondcorrectie beschikbaarheidsvergoeding 2020

In 2020 heeft het kabinet besloten tot een beschikbaarheidsvergoeding voor het openbaar vervoer onder concessie ter hoogte van 1,488 miljard euro. Omdat een deel van de vergoeding achteraf wordt uitgekeerd, is de inschatting dat een bedrag van ca. 500 miljoen euro dit jaar niet tot betaling komt. Dit bedrag wordt bij Najaarsnota middels een plafondcorrectie afgeboekt. De middelen zullen in 2021, opnieuw via een plafondcorrectie, worden toegevoegd aan de begroting van IenW.

Diversen

Deze post bestaat uit diverse desalderingen en overboekingen, waarvan de volgende drie het omvangrijkst zijn:

  • Een overboeking van 10 miljoen euro naar de begroting van het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK) ten behoeve van generieke facilitaire dienstverlening door FMHaaglanden;

  • Diverse afdrachten aan het BTW compensatiefonds (in totaal 13,2 miljoen euro) voor het mobiliteitsprogramma Smartwayz 2020, voor het traject Rotterdamsebaan en voor het uitrollen van slimme laadpleinen

  • Een bijdrage van 2,2 miljoen euro aan BZK voor het beheer, de financiering en de samenwerkingsafspraken van het Digitaal Stelsel Omgevingswet (DSO)

Economische Zaken en Klimaat

XIII ECONOMISCHE ZAKEN EN KLIMAAT: UITGAVEN
 

2020

Stand Miljoenennota 2021 (excl. IS)

9.639,6

Mee- en tegenvallers

 

Rijksbegroting

 

Onderuitputting pvi/ dei+

‒ 19,8

Onderuitputting urgendamiddelen

‒ 29,6

Onderuitputting verduurzaming industrie

‒ 19,0

Diversen

‒ 23,5

 

‒ 91,9

Beleidsmatige mutaties

 

Rijksbegroting

 

Aanv. middelen t.b.v. liberalisering elektriciteitsproductiemarkt

16,5

Bijstelling prognose schadevergoedingen door img

70,0

Urgenda 1: doorschuiven urgendamiddelen

‒ 17,0

Diversen

‒ 25,2

 

44,3

Technische mutaties

 

Rijksbegroting

 

Horeca subsidie

40,0

Ramingsbijstelling tvl1.0

‒ 300,0

Verbreding tvl

140,0

Diversen

‒ 29,1

 

‒ 149,1

Totaal mutaties sinds Miljoenennota 2021

‒ 196,7

  

Stand Najaarsnota 2020 (subtotaal)

9.442,9

Totaal Internationale samenwerking

26,5

Stand Najaarsnota 2020

9.469,4

XIII ECONOMISCHE ZAKEN EN KLIMAAT: NIET-BELASTINGONTVANGSTEN
 

2020

Stand Miljoenennota 2021 (excl. IS)

5.682,5

Mee- en tegenvallers

 

Rijksbegroting

 

Meevallers ontvangsten artikel 2

15,3

Tegenvallers op de ontvangsten artikel 2

‒ 26,0

Diversen

2,0

 

‒ 8,7

Beleidsmatige mutaties

 

Rijksbegroting

 

Lagere ontvangsten groningen schadebetalingen

‒ 50,0

Lagere ontvangsten nam waardedaling groningen

‒ 200,0

Ramingsbijstelling boeteontvangsten acm

75,3

Diversen

‒ 10,0

 

‒ 184,7

Technische mutaties

 

Rijksbegroting

 

Diversen

0,4

Niet relevant voor het uitgavenplafond

 

Ophoging ets-ontvangsten 2020

60,0

Verlaging raming inkomsten i.h.k.v de mijnbouwwet

‒ 130,0

Diversen

‒ 14,0

 

‒ 83,6

Totaal mutaties sinds Miljoenennota 2021

‒ 277,1

  

Stand Najaarsnota 2020 (subtotaal)

5.405,4

Totaal Internationale samenwerking

0,1

Stand Najaarsnota 2020

5.405,5

Uitgaven

Mee- en tegenvallers

Onderuitputting PVI/DEI+

Een deel van de kasmiddelen van de DVI/DEI+ zullen niet worden benut, omdat (uit)financiering van de aangegane verplichtingen wordt uitgesmeerd in een (vast) kasritme van 5 jaar. Dit betreft voornamelijk de klimaatenveloppe-middelen voor de pilots en demo’s ten behoeve van CO2 reductie industrie.

Onderuitputting Urgendamiddelen

Mede als gevolg van de coronacrisis zijn niet alle beschikbare middelen voor Urgendadoelen tot besteding gekomen. Bijvoorbeeld de onderuitputting op de VEKI-regeling (10 miljoen euro). Daarnaast was de nadeelcompensatie voor de sluiting van de Hemweg-centrale lager dan het gereserveerde bedrag (11,6 miljoen euro).

Onderuitputting verduurzaming industrie

Dit betreft de onderuitputting als gevolg van het niet doorgaan of het optreden van vertraging van/bij een aantal maatwerkbeschikkingen, zoals Sabic en Stoomcasus Botlek.

Diversen

Deze post bestaat uit mutaties die onder de ondergrens van het toe te lichten bedrag vallen. Voorbeelden zijn de onderuitputting op de MOOI (-6,3 miljoen euro) en de regeling DEI (-2,7 miljoen euro).

Beleidsmatige mutaties

Aanvullende middelen t.b.v. liberalisering van de elektriciteitsproductiemarkt

Bij de liberalisering van de elektriciteitsproductiemarkt zijn enkele juridisch procedures tegen het ministerie van EZK aangespannen door energieleveranciers. Dit budget wordt gereserveerd voor afronding van deze procedures.

Bijstelling prognose schadevergoedingen door IMG

Naar aanleiding van nieuwe ramingen van het Instituut Mijnbouwschade Groningen (IMG) worden de uitgaven voor de schadebetalingen verhoogd met 70 miljoen euro. Deze kosten worden conform gebruikelijke systematiek aan de NAM in 2021 gefactureerd.

Urgenda 1: doorschuiven Urgendamiddelen

Mede als gevolg van de coronacrisis zijn niet alle beschikbare middelen voor Urgendadoelen tot besteding gekomen. Wanneer met deze middelen, middels dezelfde regeling als waar het budget voor was bedoeld in 2020, de beoogde CO2-reductie kan worden bewerkstelligd in 2021, worden zij doorgeschoven. Dit betreft in totaal 17 miljoen euro. Ook op andere begrotingen worden urgendamiddelen doorgeschoven.

Diversen

Deze post bestaat uit mutaties die onder de ondergrens van het toe te lichten bedrag vallen. Bijvoorbeeld de afroming van budget beleidsdeelneming opslag bonaire (-10,1 miljoen euro).

Technische mutaties

Horeca subsidie

Als onderdeel van de steunmaatregelen corona wordt het budget van TVL2.0 met 40 miljoen euro verhoogd voor een eenmalige toeslag voor ondernemingen met een eet- of drinkgelegenheid.

Ramingsbijstelling TVL1.0

Een neerwaartse bijstelling van het budget voor de TVL met 300 miljoen euro, omdat naar verwachting een lager beroep op de regeling wordt gedaan dan het aanvankelijk geraamde budget. De resterende ruimte binnen het TVL-budget wordt gebruikt om de verruiming van de TVL als onderdeel van het Steun- en herstelpakket te dekken.

Verbreding TVL

Als onderdeel van de steunmaatregelen corona wordt het budget van TVL2.0 met 140 miljoen euro verhoogd voor de verbreding van de TVL-regeling.

Diversen

Deze post bestaat uit mutaties die onder de ondergrens van het toe te lichten bedrag vallen. Bijvoorbeeld de ramingsbijstelling van de uitvoeringskosten door RVO.nl in relatie tot de coronamaatregelen (-15 miljoen euro) en de desaldering van een uitgestelde terugbetaling van een provinciale lening (-6,8 miljoen euro).

Niet-belastingontvangsten

Mee- en tegenvallers

Meevallers ontvangsten artikel 2 - Bedrijvenbeleid: innovatie en ondernemerschap voor duurzame welvaartsgroei

Dit betreft meevallers op de diverse ontvangsten binnen artikel 2. De grootste meevallers vinden plaats bij de octrooiontvangsten (8,3 miljoen euro) en teruggave in het kader van de RVO-opdracht 2019 (5,6 miljoen euro).

Tegenvallers op de ontvangsten artikel 2 - Bedrijvenbeleid: innovatie en ondernemerschap voor duurzame welvaartsgroei

Deze post betreft een saldo van diverse tegenvallers op de ontvangsten van artikel 2. In het bijzonder een tegenvaller op de ontvangsten luchtvaartkrediet (4,3 miljoen euro) door o.a. niet succesvol beëindigde projecten, afdracht F-35 door lagere realisatie van de omzet dan verwacht (3,7 miljoen euro), niet aflossen lening Industriepark Swentibold (18,8 miljoen euro) en lager dan geraamde ontvangsten vanuit de EU voor Eurostars (4,0 miljoen euro).

Diversen

Deze post bestaat uit mutaties die onder de ondergrens van het toe te lichten bedrag vallen. De post bestaat in dit geval in zijn geheel uit de ophoging van de ontvangstenraming van RVO.nl (2 miljoen euro).

Beleidsmatige mutaties

Lagere ontvangsten Groningen schadebetalingen

Dit betreft een bijstelling van de ontvangsten van NAM, die samenhangt met de uitgaven voor de schadeafhandeling en uitvoeringskosten. Deze kosten worden conform gebruikelijke systematiek aan de NAM in 2021 gefactureerd.

Lagere ontvangsten NAM waardedaling Groningen

Dit betreft een bijstelling van de ontvangsten van NAM, die samenhangen met de uitgaven voor de schadeafhandeling en uitvoeringskosten. Deze kosten worden conform gebruikelijke systematiek aan de NAM in 2021 gefactureerd.

Ramingsbijstelling boeteontvangsten ACM

De Autoriteit Consument en Markt (ACM) heeft in 2020 een boete opgelegd aan sigarettenfabrikanten. Hierdoor zijn de boeteontvangsten naar boven bijgesteld.

Diversen

Deze post bestaat uit mutaties die onder de ondergrens van het toe te lichten bedrag vallen. De post bestaat in dit geval in zijn geheel uit de lagere ontvangsten vanuit de NAM voor de uitvoeringskosten (-10 miljoen euro).

Technische mutaties

Diversen - Rijksbegroting

Deze post bestaat uit mutaties die onder de ondergrens van het toe te lichten bedrag vallen. Bijvoorbeeld de desaldering van een uitgestelde terugbetaling van een provinciale lening (-6,8 miljoen euro) en hogere uitvoeringskosten voor de schadeafhandeling Groningen (3,3 miljoen euro).

Ophoging ETS-ontvangsten 2020

Op basis van bijgestelde ramingen van de ETS-ontvangsten worden de inkomsten met €60 miljoen euro naar boven bijgesteld. Deze opwaartse bijstelling is met name het gevolg van een sneller en sterker herstel van de ETS-prijs dan verwacht bij de vorige ramingen, nadat de ETS-prijs in maart een sterke daling kende.

Verlaging raming inkomsten mijnbouwwet

Vanwege een terugbetaling van de Belastingdienst over het in 2018 te veel betaald winstaandeel door NAM en andere vergunninghouders, wordt de ontvangstenraming in het kader van de Mijnbouwwet voor 2020 met een bedrag van 130 miljoen euro naar beneden bijgesteld.

Diversen - Niet relevant voor het uitgavenplafond

Deze post bestaat uit mutaties die onder de ondergrens van het toe te lichten bedrag vallen. De post bestaat in dit geval in zijn geheel uit de verlaging van de ontvangstenraming van de COVA-heffing (-14 miljoen euro).

Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit

XIV LANDBOUW, NATUUR EN VOEDSELKWALITEIT: UITGAVEN
 

2020

Stand Miljoenennota 2021 (excl. IS)

1.997,90

Mee- en tegenvallers

 

Rijksbegroting

 

Diversen

‒ 12

 

‒ 12

Beleidsmatige mutaties

 

Rijksbegroting

 

Generale kasschuif srv

‒ 57

Diversen

‒ 11,1

 

‒ 68,1

Technische mutaties

 

Rijksbegroting

 

Geraamde njn onderuitputting op covid noodsteun pa

‒ 35

Ruimingskosten nertsen

38

Diversen

‒ 11,4

 

‒ 8,4

Totaal mutaties sinds Miljoenennota 2021

‒ 88,5

  

Stand Najaarsnota 2020 (subtotaal)

1.909,40

Totaal Internationale samenwerking

36

Stand Najaarsnota 2020

1.945,40

XIV LANDBOUW, NATUUR EN VOEDSELKWALITEIT: NIET-BELASTINGONTVANGSTEN
 

2020

Stand Miljoenennota 2021 (excl. IS)

281,3

Beleidsmatige mutaties

 

Rijksbegroting

 

Diversen

‒ 0,2

 

‒ 0,2

Technische mutaties

 

Rijksbegroting

 

Diversen

9,7

 

9,7

Totaal mutaties sinds Miljoenennota 2021

9,5

  

Stand Najaarsnota 2020 (subtotaal)

290,8

Totaal Internationale samenwerking

 

Stand Najaarsnota 2020

290,8

Uitgaven

Beleidsmatige mutaties

Generale kasschuif Srv

Het grote aantal aanvragen voor de regeling en ook de complexiteit van de controles bij de varkenshouderijen heeft ervoor gezorgd dat er in de uitvoering door RVO vertraging is ontstaan. Deze middelen worden via een kasschuif meegenomen naar 2021. Het betreft een schatting dat dit jaar circa 57 miljoen euro niet tot uitbetaling komt. Deze middelen blijven behouden voor de aanpak stikstof om stikstofemissiereductie te bereiken; alternatieve aanwending moet dus bijdragen aan het behalen van de programmadoelen.

Diversen

Onder de diversenpost valt onder andere het invullen van een taakstelling op artikel 51 voor uitvoeringskosten van de stoppersregeling nertsenhouderijen (10 miljoen euro). Daarnaast bevat deze post mutaties voor onderbesteding op verschillende kennisbudgetten.

Technische mutaties

Geraamde NJN onderuitputting op COVID-19-noodsteun pakket

Dit betreft een afboeking uitgevoerd op de Regeling tegemoetkoming land-en tuinbouwondernemers COVID-19 naar aanleiding van een ramingsbijstelling. De middelen die niet tot besteding komen vloeien terug naar het generale beeld.

Ruimingskosten nertsen

Er is 38 miljoen euro toegevoegd aan de begroting van LNV voor de kosten die samenhangen met de ruiming van de met COVID-19 besmette nertsenfokkerijen. De middelen die niet tot besteding komen vloeien terug naar het generale beeld.

Diversen

Deze post bestaat voornamelijk uit overboekingen. Voor de tweede en derde tranche regiodeals draagt LNV 6,6 miljoen euro af aan het BTW-compensatiefonds (BCF). Daarnaast boekt LNV middelen over naar het gemeente- en provinciefonds voor de vervolgtermijnen van de Regiodeals ZaanIJ en Foodvalley (11,8 miljoen).

Niet-belastingontvangsten

Technische mutaties

Diversen

Deze diversenpost bestaat onder andere uit verhoogde ontvangsten door een overschrijding van het CO2-emmissieplafond voor de glastuinbouw (4,5 miljoen). Ook de afronding van het fosfaatreductieplan levert hogere ontvangsten op (2,3 miljoen).

Sociale Zaken en Werkgelegenheid

XV SOCIALE ZAKEN EN WERKGELEGENHEID: UITGAVEN
 

2020

Stand Miljoenennota 2021 (excl. IS)

61.820,2

Mee- en tegenvallers

 

Rijksbegroting

 

Tweede voortgangsrapportage kerndepartement szw

‒ 33,2

Diversen

‒ 7,2

Sociale zekerheid

 

Remigratiewet en leenstelsel duo

‒ 23,0

Diversen

‒ 6,8

 

‒ 70,2

Beleidsmatige mutaties

 

Rijksbegroting

 

Diversen

11,6

Sociale zekerheid

 

Invullen taakstelling

19,0

Diversen

‒ 23,1

 

7,5

Technische mutaties

 

Rijksbegroting

 

Overboekingen gemeentefonds

‒ 76,9

Diversen

‒ 11,4

Sociale zekerheid

 

Now-2 (corona)

‒ 135,0

Now-3 (corona)

‒ 1.220,3

Tozo-3 levensonderhoud: uitstel vermogentoets (corona)

120,0

Diversen

‒ 32,4

Niet relevant voor het uitgavenplafond

 

Diversen

3,3

 

‒ 1.352,7

Totaal mutaties sinds Miljoenennota 2021

‒ 1.415,3

  

Stand Najaarsnota 2020 (subtotaal)

60.404,9

Totaal Internationale samenwerking

0,5

Stand Najaarsnota 2020

60.405,4

XV SOCIALE ZAKEN EN WERKGELEGENHEID: NIET-BELASTINGONTVANGSTEN
 

2020

Stand Miljoenennota 2021 (excl. IS)

1.830,3

Mee- en tegenvallers

 

Rijksbegroting

 

Diversen

‒ 2,2

Sociale zekerheid

 

Diversen

‒ 0,2

 

‒ 2,4

Technische mutaties

 

Rijksbegroting

 

Diversen

‒ 0,4

 

‒ 0,4

Totaal mutaties sinds Miljoenennota 2021

‒ 2,8

  

Stand Najaarsnota 2020 (subtotaal)

1.827,5

Totaal Internationale samenwerking

0,0

Stand Najaarsnota 2020

1.827,5

Uitgaven

Mee-en tegenvallers

Tweede Voortgangsrapportage kerndepartement SZW

In de tweede voortgangsrapportage van het kerndepartement SZW is een onderuitputting gemeld op de apparaatsbudgetten en de beleidsondersteunende budgetten (subsidies en opdrachten). De oorzaak van deze onderuitputting is voor een belangrijk deel coronagerelateerd. Deze onderuitputting wordt deels ingezet voor invulling van de taakstelling op de SZW-begroting. Het restant leidt tot een meevaller op de rijksbegroting.

Remigratiewet en Leenstelsel DUO

Er is een neerwaartse bijstelling op basis van realisatiegegevens van DUO en SVB.

Diversen - Sociale Zekerheid

Deze post bevat diverse kleinere mee- en tegenvallers onder uitgavenplafond Sociale Zekerheid. Er zijn meevallers op de Algemene Kinderbijslagwet (AKW) en Aanvullende Inkomensvoorziening Ouderen (AIO), en tegenvallers op de Toeslagenwet (TW) en Wet tegemoetkomingen loondomein (Wtl).

Beleidsmatige mutaties

Invullen taakstelling

De taakstelling op de SZW-begroting die bij Miljoenennota 2020 is ingeboekt, wordt ingevuld met de gemelde meevaller op de apparaats- en beleidsondersteunende budgetten (zie ook Tweede Voortgangsrapportage kerndepartement SZW).

Diversen - Rijksbegroting

Bevat diverse kleine beleidsmatige mutaties onder uitgavenplafond Rijksbegroting die grotendeels samenhangen met het pakket aan flankerend sociaal beleid, zoals mutaties voor van werk naar werk begeleiding (VWNW).

Diversen - Sociale Zekerheid

Bevat diverse kleine beleidsmatige mutaties onder uitgavenplafond Sociale Zekerheid. Dit betreft onder andere mutaties die samenhangen met het verdelen van het flankerend beleid uit het steun- en herstelpakket, zoals mobiliteitsteams en crisisdienstverlening. Daarnaast is er een neerwaartse bijstelling van 13 miljoen euro op de Wet op het Kindgebonden Budget (WKB).

Technische mutaties

Overboekingen gemeentefonds

Deze mutatie bevat de overboekingen naar het gemeentefonds. Dit betreft onder andere middelen voor onderdelen van het steun- en herstelpakket, waaronder bijzondere bijstand (5 miljoen euro), gemeentelijke schuldhulpverlening (15 miljoen euro), crisisdienstverlening, ondersteuning zelfstandigen en aanpak jeugdwerkloosheid (16 miljoen euro) en de re-integratiedienstverlening van gemeenten (39 miljoen euro).

Tijdelijke Noodmaatregel Overbrugging voor Werkgelegenheid 2 (NOW) (corona)

Op basis van realisatiecijfers van het UWV over het aantal verstrekte voorschotten wordt de raming met 100 miljoen euro neerwaarts aangepast. Daarnaast start het vaststellen van de subsidies voor NOW 2 in 2021. Dat betekent dat eventuele nabetalingen ook in 2021 zullen plaatsvinden en niet in 2020. In de begroting 2021 waren nog enige nabetalingen voor 2020 voorzien.

Tijdelijke Noodmaatregel Overbrugging voor Werkgelegenheid 3 (NOW) (corona)

In de begroting 2021 waren de uitgaven aan NOW 3.1 volledig in 2020 geboekt. Inmiddels is duidelijk dat de NOW 3.1 in 3 maandelijkse tranches wordt uitbetaald. Dit om risico’s op misbruik en oneigenlijk gebruik te adresseren. Als gevolg hiervan ontvangen werkgevers het grootste deel van het voorschot voor NOW 3.1 in 2021.

Tijdelijke overbruggingsregeling zelfstandig ondernemers 3 (Tozo) levensonderhoud: uitstel vermogenstoets (corona)

De invoering van de vermogenstoets in de Tozo is van 1 oktober 2020 uitgesteld tot 1 april 2021. Door het uitstel zal het beroep op de Tozo in de laatste maanden van 2020 hoger uitvallen dan eerder geraamd. Naar verwachting stijgen de uitgaven aan Tozo-levensonderhoud in 2020 met 120 miljoen euro tot 340 miljoen euro. In deze bedragen zijn ook uitvoeringskosten meegenomen.

Diversen - Rijksbegroting

Deze post bevat diverse kleine technische mutaties onder uitgavenplafond Rijksbegroting. Dit betreft vooral kleine mutaties in overboekingen naar andere departementen, bijvoorbeeld met het BTW-compensatiefonds van het Ministerie van Financiën. Daarnaast is er een kleine opwaartse bijstelling voor Caribisch Nederland, in verband met de crisismaatregelen.

Diversen - Sociale Zekerheid

Bevat diverse kleine technische mutaties onder uitgavenplafond Sociale Zekerheid. Hieronder vallen onder andere een kleine opwaartse bijstelling op de Tijdelijke Overbruggingsregeling voor Flexibele Arbeidskrachten (TOFA), een neerwaartse bijstelling op de uitvoeringskosten van de NOW 1 van ruim 13 miljoen euro, en een neerwaartse bijstelling op de Tijdelijke Tegemoetkoming Kinderopvang (TTKO) van bijna 20 miljoen euro.

Diversen - Niet relevant voor het uitgavenplafond

Bevat twee kleine mutaties die niet relevant zijn voor het uitgavenplafond, zijnde een kleine opwaartse bijstelling van 2,8 miljoen euro bij de rijksbijdrage tegemoetkoming arbeidsongeschikten (AO) en een kleine opwaartse bijstelling van 0,5 miljoen euro bij de rijksbijdrage voor de Zelfstandige en Zwanger-regeling (ZEZ).

Niet-belastingontvangsten

Mee-en tegenvallers

Diversen - Rijksbegroting

Deze post bevat diverse kleine mee- en tegenvallers onder het plafond Rijksbegroting, die samenhangen met de tweede voortgangsrapportage van het kerndepartement SZW.

Diversen - Sociale Zekerheid

Bevat kleine mee- en tegenvallers onder het plafond Sociale Zekerheid. Dit betreft een kleine meevaller op de WKB en een kleine tegenvaller die samenhangt met de tweede voortgangsrapportage van het kerndepartement SZW.

Technische mutaties

Diversen - Niet-relevant voor het uitgavenplafond

Deze post bevat één kleine technische mutatie, namelijk een desaldering van het inkoopvoordeel.

Volksgezondheid, Welzijn en Sport

XVI VOLKSGEZONDHEID, WELZIJN EN SPORT: UITGAVEN
 

2020

Stand Miljoenennota 2021 (excl. IS)

26.617,50

Beleidsmatige mutaties

 

Rijksbegroting

 

Hogere deelname griep- en pneumokokkenvaccinatie

24,6

Kasschuif middelen continuïteit cruciale jeugdzorg

‒ 20

Stimulering bouw en onderhoud sportaccommodaties

‒ 20

Stimuleringsregeling e-health thuis covid-19

‒ 38

Diversen

4

Zorg

 

Diversen

‒ 6,2

 

‒ 55,6

Technische mutaties

 

Rijksbegroting

 

Aanschaf en distributie medische hulpmiddelen (covid-19)

175

Aanschaf en distributie sneltests (covid-19)

225

Aanschaf remdesivir (covid-19)

33,8

Bonus zorgpersoneel (covid-19)

674

Ondersteuning sportsector (covid-19)

‒ 61,8

Testcapaciteit (covid-19)

250,4

Uitbreiding testcapaciteit (covid-19)

124,2

Vaccinontwikkeling (covid-19)

‒ 335

Diversen

32,7

Zorg

 

Diversen

10,4

 

1.128,70

Totaal mutaties sinds Miljoenennota 2021

1.073,20

  

Stand Najaarsnota 2020 (subtotaal)

27.690,70

Totaal Internationale samenwerking

12,1

Stand Najaarsnota 2020

27.702,80

XVI VOLKSGEZONDHEID, WELZIJN EN SPORT: NIET-BELASTINGONTVANGSTEN
 

2020

Stand Miljoenennota 2021 (excl. IS)

173,4

Beleidsmatige mutaties

 

Rijksbegroting

 

Tegenvaller ontvangsten transitieautoriteit

‒ 22

Diversen

37

 

15

Technische mutaties

 

Rijksbegroting

 

Diversen

0,6

 

0,6

Totaal mutaties sinds Miljoenennota 2021

15,6

  

Stand Najaarsnota 2020 (subtotaal)

189

Totaal Internationale samenwerking

 

Stand Najaarsnota 2020

189

Uitgaven

Beleidsmatige mutaties

Hogere deelname griep- en pneumokokkenvaccinatie

De deelname aan de griep- en pneumokokkenvaccinatie is dit najaar hoger dan geraamd (24,6 miljoen euro). Dit hangt samen met de symptomen van zowel de griep en pneumokokken in relatie tot het coronavirus. Met deze extra middelen worden voor beide vaccinaties extra vaccins aangeschaft en kan de inenting van deelnemers plaatsvinden.

Kasschuif middelen continuïteit cruciale jeugdzorg

In het voorjaar van 2019 is afgesproken om 20 miljoen euro bij de Jeugdautoriteit te positioneren voor de periode 2019-2021 om, als de zorgcontinuïteit in gevaar komt, de mogelijkheid te hebben om tijdelijke liquiditeitssteun aan jeugdzorgaanbieders toe te kennen. Deze afspraak was onderdeel van de totaaldeal die in het voorjaar van 2019 is gemaakt met de VNG. In 2019 en 2020 bleken deze middelen niet benodigd. Middels een kasschuif blijven deze middelen ook voor 2021 beschikbaar zoals is afgesproken.

Stimulering bouw en onderhoud sportaccommodaties

Dit betreft onderuitputting op de subsidieregeling stimulering bouw en onderhoud sportaccommodaties (BOSA) van 20 miljoen euro.

Stimuleringsregeling e-health thuis COVID-19

Op basis van het huidige aantal aanvragen is de verwachting dat een aanzienlijk deel (38 miljoen euro) van de beschikbare middelen voor de Stimuleringsregeling E-Health Thuis (SET) COVID-19 niet tot besteding zal komen. De subsidieregeling was bedoeld om bij te dragen aan de noodzakelijke omslag naar digitalisering en zorg op afstand in tijden van corona.

Diversen - Rijksbegroting

Dit betreft het saldo van diverse bijstellingen op de VWS-begroting. Zo vallen onder meer middelen vrij bij de subsidieregeling medisch noodzakelijke zorg aan onverzekerden (ca. 17 miljoen euro), programma's ouderenzorg (ca. 4 miljoen euro) en topsportevenementen (ca. 3 miljoen euro). Daar tegenover staan hogere uitgaven vanwege de kosten voor de noodziekenhuizen in het Rotterdamse Ahoy en Maastrichtse MECC (ca. 14 miljoen euro), de plasmageneesmiddelenfaciliteit in Nederland (12 miljoen euro) en een lening aan InnoGenerics in het kader van een overname van geneesmiddelenfabrikant Apotex (ca. 3 miljoen euro).

Diversen - Zorg

Dit betreft onderuitputting op de subsidieregeling overgang integrale tarieven medisch specialistische zorg die gericht is op het stimuleren van meer gelijkgerichtheid in ziekenhuizen (ca. 6 miljoen euro).

Technische mutaties

Aanschaf en distributie medische hulpmiddelen (COVID-19)

Voor de inkoop van medische hulpmiddelen door het Landelijk Consortium Hulpmiddelen (LCH) is een additioneel budget benodigd voor de inkoop van persoonlijke beschermingsmiddelen (175 miljoen euro in 2020). Dit budget wordt deels meteen ingezet voor de inkoop van onderzoekshandschoenen en deels gereserveerd om snel op dreigende tekorten te kunnen reageren.

Aanschaf en distributie sneltests (COVID-19)

Voor de inkoop van testmaterialen is een additioneel budget benodigd van 225 miljoen euro in 2020. Dit budget wordt vooral ingezet voor de inkoop van antigeen-sneltesten en lamp-sneltesten.

Aanschaf remdesivir (COVID-19)

Voor de aanschaf van het IC-geneesmiddel Remdesivir is 34 miljoen euro in 2020 beschikbaar gesteld. Het middel remt de aanmaak van nieuwe virusdeeltjes in het lichaam. Het is het eerste medicijn dat is goedgekeurd door het Europees Geneesmiddelen Agentschap als behandeling van COVID-19. Het RIVM schaft het middel aan en ziekenhuizen kunnen het afnemen.

Bonus zorgpersoneel (COVID-19)

Bij de zorgbonus is sprake van een overschrijding van 800 miljoen euro in 2020, ten opzichte van de oorspronkelijke raming van 1,4 miljard euro. Daarnaast wordt 126 miljoen euro van het budget verplaatst van 2020 naar 2021 voor zorgmedewerkers die betaald worden via een persoonsgebonden budget.

Ondersteuning sportsector (COVID-19)

Zoals in de Kamerbrief over aanvullingen op het steun- en herstelpakket (27 oktober) is aangekondigd, is het sport-specifieke pakket (Tegemoetkoming en amateursportorganisaties (TASO) en Tegemoetkoming verhuurders sportaccommodaties (NS)) aangepast en opnieuw opengesteld voor de periode 1 oktober t/m 31 december. Hiermee is een bedrag van 60 miljoen gemoeid (de daadwerkelijke uitbetaling vindt plaats in 2021). In 2020 is sprake van ca. 62 miljoen onderuitputting op deze regelingen eerder dit jaar.

Testcapaciteit (COVID-19)

Voor 2020 (250,4 miljoen euro) en de eerste maanden van 2021 (405,2 miljoen euro) worden aanvullende middelen beschikbaar gesteld om de laboratoriumcapaciteit voor PCR-testen te vergroten op basis van de verwachte testen in deze periode. Met deze aanvullende middelen kan het testen, traceren en analyseren verder vorm krijgen.

Uitbreiding testcapaciteit (COVID-19)

Dit betreft de uitbreiding van de testcapaciteit (150 miljoen euro extra in 2020). Met deze middelen wordt de stichting Nederland Onderneemt Maatschappelijk in staat gesteld om sneltesten aan te schaffen via het Landelijk Consortium Hulpmiddelen (LCH) en mensen snel te testen. Daarnaast valt 25,8 miljoen euro vrij in 2020 bij middelen die eerder beschikbaar zijn gesteld, gebaseerd op de meest recente raming van het RIVM.

Vaccinontwikkeling (COVID-19)

Het kasritme van het gereserveerde bedrag voor de ontwikkeling en inkoop van vaccins (400 miljoen in 2020 en 300 miljoen in 2021) wordt bijgesteld door 335 miljoen naar 2021 te schuiven.

Diversen - Rijksbegroting

Dit betreft onder meer aanvullende middelen vanwege de uitbraak van het coronavirus. Het gaat om middelen voor persoonlijke beschermingsmiddelen zoals isolatiejassen en handgel (ca. 8 miljoen euro), het programma digitale ondersteuning (10 miljoen euro), extra middelen voor het RIVM voor bron- en contactonderzoek (ca. 8 miljoen euro) en middelen voor Sanquin voor onderzoek convalescent plasma (ca. 13 miljoen euro).

Diversen - Zorg

Dit betreft onder meer extra middelen voor de zorgkosten op Caribisch Nederland vanwege de oplopende besmettingen en zorgcapaciteit die onder druk staat (ca. 21 miljoen euro).

Niet-belastingontvangsten

Beleidsmatige mutaties

Tegenvaller ontvangsten transitieautoriteit

Dit betreft een correctie op het ontvangstenbudget van de Transitieautoriteit jeugd (22 miljoen euro). Deze ontvangsten worden niet gerealiseerd, omdat de middelen niet volledig zijn beschikt.

Diversen - Rijksbegroting

Dit betreft onder andere meerontvangsten vanwege de terugvordering van het overschot bestemmingsreserves landelijke projecten ScreenIT en BK2020 (ca. 7 miljoen euro) en een terugvordering bij ZonMw (ca. 12 miljoen euro).

Technische mutaties

Diversen - Rijksbegroting

Dit zijn twee desalderingen waarbij de uitgaven en niet-belastingontvangsten gelijktijdig worden verhoogd.

Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking

XVII BUITENLANDSE HANDEL & ONTWIKKELINGSSAMENWERKING: UITGAVEN
 

2020

Stand Miljoenennota 2021 (excl. IS)

0,0

  
  

Stand Najaarsnota 2020

0,0

Totaal Internationale samenwerking

3.148,9

Stand Najaarsnota 2020

3.148,9

XVII BUITENLANDSE HANDEL & ONTWIKKELINGSSAMENWERKING: NIET-BELASTINGONTVANGSTEN
 

2020

Stand Miljoenennota 2021 (excl. IS)

0,0

  
  

Stand Najaarsnota 2020

0,0

Totaal Internationale samenwerking

66,6

Stand Najaarsnota 2020

66,6

De begroting voor Buitenlandse Handel & Ontwikkelingssamenwerking bestond bij de Miljoenennota 2020 uit HGIS-uitgaven en ontvangsten, en niet-HGIS-ontvangsten. Deze niet-HGIS-ontvangsten betroffen ontvangsten uit terugbetalingen van oude leningen van de Nederlandse Investeringsbank voor Ontwikkelingslanden. Deze zijn bij Voorjaarsnota onder de HGIS gebracht.

Sociale Verzekeringen

SOCIALE VERZEKERINGEN: UITGAVEN
 

2020

Stand Miljoenennota 2021 (excl. IS)

62.472,0

Mee- en tegenvallers

 

Sociale zekerheid

 

Aow

‒ 29,9

Ctvlao

306,4

Iva

‒ 52,4

Zw

68,8

Diversen

‒ 59,6

 

233,3

Beleidsmatige mutaties

 

Sociale zekerheid

 

Diversen

‒ 1,8

 

‒ 1,8

Technische mutaties

 

Sociale zekerheid

 

Ww

‒ 197,0

Diversen

‒ 7,6

 

‒ 204,6

Totaal mutaties sinds Miljoenennota 2021

26,8

  

Stand Najaarsnota 2020 (subtotaal)

62.498,8

Totaal Internationale samenwerking

 

Stand Najaarsnota 2020

62.498,8

SOCIALE VERZEKERINGEN: NIET-BELASTINGONTVANGSTEN
 

2020

Stand Miljoenennota 2021 (excl. IS)

260,0

Technische mutaties

 

Sociale zekerheid

 

Diversen

‒ 25,0

 

‒ 25,0

Totaal mutaties sinds Miljoenennota 2021

‒ 25,0

  

Stand Najaarsnota 2020 (subtotaal)

235,0

Totaal Internationale samenwerking

 

Stand Najaarsnota 2020

235,0

Uitgaven

Mee-en tegenvallers

Algemene Ouderdomswet (AOW)

De uitkeringslasten AOW worden neerwaarts bijgesteld met 29,9 miljoen euro vanwege de hoger dan verwachte sterfte als gevolg van corona.

Compensatie Transitievergoeding bij Langdurige Arbeidsongeschiktheid (CTVLAO)

Sinds 1 juli 2015 moeten werkgevers een transitievergoeding bij ontslag betalen. In 2016 is besloten werkgevers te compenseren in geval van langdurige arbeidsongeschiktheid, ook voor ‘oude gevallen.’ Door vertraging in de wetsbehandeling vanwege de formatie en de invoeringstijd die daarna nodig was, zijn aanvragen voor deze regeling opengesteld op 1 april dit jaar. De tegenvaller die nu gepresenteerd wordt is daarmee het resultaat van vijf jaar aan aanvragen. Inhoudelijk wordt de tegenvaller voor het grootste deel verklaard doordat het gemiddelde dienstverband bij ontslag en daarmee de gemiddelde prijs van de gecompenseerde transitievergoedingen aanzienlijk hoger was dan geraamd. Dit zorgt ook voor een structurele tegenvaller, het kabinet informeert de Kamer bij voorjaarsnota over de dekking daarvan.

Inkomensvoorziening Volledig Arbeidsongeschikten (IVA)

De meevaller wordt voor het overgrote deel verklaard doordat de gemiddelde uitkering lager uitkomt dan eerder verwacht. Daarnaast komt het aantal uitkeringen iets lager uit dan eerder verwacht.

Ziektewet (ZW)

De ZW-uitgaven worden met 69 miljoen euro opwaarts bijgesteld als gevolg van hogere volumes. Het aantal uitkeringen in de ZW ligt hoger, waarschijnlijk door de gevolgen van het coronavirus. Vooral het aantal zieke werklozen neemt sterker toe dan verwacht, terwijl de verwachte afname van het aantal flexkrachten in de ZW zich voorlopig nog niet voordoet.

Diversen - Sociale Zekerheid

Deze post bevat diverse mee- en tegenvallers onder uitgavenplafond Sociale Zekerheid. Er zijn meevallers op de arbeidsongeschiktheidsregelingen, op de Wet Arbeid en Zorg (WAZO) en op de uitvoeringskosten van het UWV.

Beleidsmatige mutaties

Diversen - Sociale Zekerheid

Deze post bevat een tweetal beleidsmatige mutaties onder uitgavenplafond Sociale Zekerheid. De eerste mutatie betreft een budgetneutrale herschikking van H40 naar H15. Daarnaast is er een opwaartse bijstelling voor de coördinatie van mobiliteitsteams en crisisdienstverlening.

Technische mutaties

Werkloosheidswet (WW)

Op basis van uitvoeringsinformatie van het UWV worden de WW-uitgaven met 197 miljoen euro naar beneden bijgesteld. Het verwachte aantal uitkeringen ligt nu lager dan eerder gedacht. Ook de verwachte gemiddelde uitkeringshoogte is naar beneden bijgesteld. Verder voorzien we ook minder faillissementen – en daarmee samenhangende faillissementsuitkeringen - dan bij de Miljoenennota werd geraamd. Deze raming is gemaakt voordat het kabinet een nieuwe gedeeltelijke lockdown afkondigde.

Diversen - Sociale Zekerheid

Bevat diverse kleine technische mutaties onder uitgavenplafond Sociale Zekerheid. Hieronder vallen onder andere een overboeking naar BZK en een interne overboeking van budget voor de implementatie van de Wet Vereenvoudiging Beslagvrije Voet (VBVV).

Niet-belastingontvangsten

Technische mutaties

Bijstellingennota WW ontvangsten UFO

De overheid is eigenrisicodrager voor de WW. Het UWV verstrekt WW-uitkeringen aan voormalige overheidswerknemers en verhaalt deze uitkeringen vervolgens op de betrokken overheidswerkgever. Het UWV verwacht dat er dit jaar minder verhaal op overheidswerkgevers gaat zijn, waardoor de ontvangsten afnemen.

Zorg

ZORG: UITGAVEN
 

2020

Stand Miljoenennota 2021 (excl. IS)

76.170,50

Mee- en tegenvallers

 

Zorg

 

Actualisatie q3 zvw

‒ 100,5

Ramingsbijstelling wlz binnen contracteerruimte

‒ 26

Diversen

‒ 38,2

 

‒ 164,7

Beleidsmatige mutaties

 

Zorg

 

Nominaal en onverdeeld wlz

60

Diversen

‒ 6,4

 

53,6

Technische mutaties

 

Zorg

 

Diversen

10,4

 

10,4

Totaal mutaties sinds Miljoenennota 2021

‒ 100,7

  

Stand Najaarsnota 2020 (subtotaal)

76.069,8

Totaal Internationale samenwerking

 

Stand Najaarsnota 2020

76.069,8

ZORG: NIET-BELASTINGONTVANGSTEN
 

2020

Stand Miljoenennota 2021 (excl. IS)

5.121,1

  
  

Stand Najaarsnota 2020 (subtotaal)

5.121,1

Totaal Internationale samenwerking

 

Stand Najaarsnota 2020

5.121,1

Uitgaven

Mee- en tegenvallers

Actualisatie Q3 Zvw

Op basis van de meest recente inschatting van zorgverzekeraars van de verwachte uitgaven inclusief de effecten van COVID-19 zijn de Zvw-uitgaven 2020 geactualiseerd. De ontvangen cijfers zijn gebaseerd op de daadwerkelijke declaraties van de eerste drie kwartalen van 2020, aangevuld met een raming voor de nog te verwachten lasten van 2020. Door COVID-19 gaan de ramingen van de zorgverzekeraars met meer onzekerheden gepaard dan normaal. De effecten van de tweede golf zijn nog niet verwerkt in de cijfers, omdat deze cijfers gebaseerd zijn op de ontwikkelingen tot en met september.

Ramingsbijstelling Wlz binnen contracteerruimte

Dit betreft een ramingsbijstelling van de Wlz-uitgaven op de begroting die mogelijk was zonder het Wlz-kader bij te stellen.

Diversen

Op basis van de actualisatiecijfers zijn de ramingen van tandheelkundige zorg, hulpmiddelen en subsidieregeling extramurale behandeling bijgesteld voor in totaal 24,5 miljoen euro. Daarnaast betreft het vrijval op nominaal en onverdeeld van de Zvw voor 13,7 miljoen euro.

Beleidsmatige mutaties

Nominaal en onverdeeld Wlz

Dit betreft de tegenboeking van een eenmalige technische boeking op nominaal en onverdeeld van afgelopen Miljoennota. Deze post is hiermee definitief ingevuld.

Diversen

Dit betreft onder meer de inzet van 10 miljoen euro op de regeling voor voorwaardelijke toelating Zvw op de VWS-begroting t.b.v. plasmageneesmiddelen, en 6,2 miljoen euro onderuitputting op de subsidieregeling waarmee medisch specialisten worden gefaciliteerd bij de overstap naar loondienst.

Technische mutaties

Diversen

Dit betreft onder andere extra middelen (20,6 miljoen euro) voor de zorgkosten op Caribisch Nederland vanwege de oplopende besmettingen en zorgcapaciteit die onder druk staat, een overboekingen van 16,9 miljoen euro van het Gemeentefonds naar de Wlz voor mobiliteitshulpmiddelen, en 5,6 miljoen euro voor de meerkosten van COVID-19 voor beschermd wonen (Wmo).

Gemeentefonds

GEMEENTEFONDS: UITGAVEN
 

2020

Stand Miljoenennota 2021 (excl. IS)

33.444,00

Technische mutaties

 

Rijksbegroting

 

Aanvullend pakket re-integratie covid 19

39,3

Diversen

72,7

Zorg

 

Diversen

5,6

 

117,6

Totaal mutaties sinds Miljoenennota 2021

117,6

  

Stand Najaarsnota 2020 (subtotaal)

33.561,50

Totaal Internationale samenwerking

 

Stand Najaarsnota 2020

33.561,50

GEMEENTEFONDS: NIET-BELASTINGONTVANGSTEN
 

2020

Stand Miljoenennota 2021 (excl. IS)

0,0

  
  

Stand Najaarsnota 2020 (subtotaal)

0,0

Totaal Internationale samenwerking

0,0

Stand Najaarsnota 2020

0,0

Uitgaven

Beleidsmatige mutaties

Aanvullend pakket re-integratie covid-19

Vanwege de coronacrisis heeft het kabinet extra middelen ter beschikking gesteld voor re-integratie. Deze middelen zijn eerder toegevoegd aan de begroting van SZW. In de najaarsnota zijn deze middelen overgeheveld naar het gemeentefonds.

Diversen (Rijksbegroting en Zorg)

Er zijn diverse bedragen overgeboekt naar het gemeentefonds voor uiteenlopende onderwerpen, met name de algemene uitkering en de decentralisatie uitkeringen. Deze bedragen vallen onder de ondergrens.

Provinciefonds

PROVINCIEFONDS: UITGAVEN
 

2020

Stand Miljoenennota 2021 (excl. IS)

2.608,3

Technische mutaties

 

Rijksbegroting

 

Diversen

‒ 5,4

 

‒ 5,4

Totaal mutaties sinds Miljoenennota 2021

‒ 5,4

  

Stand Najaarsnota 2020 (subtotaal)

2.603,0

Totaal Internationale samenwerking

 

Stand Najaarsnota 2020

2.603,0

  
PROVINCIEFONDS: NIET-BELASTINGONTVANGSTEN
 

2020

Stand Miljoenennota 2021 (excl. IS)

0,0

  
  

Stand Najaarsnota 2020 (subtotaal)

0,0

Totaal Internationale samenwerking

0,0

Stand Najaarsnota 2020

0,0

Uitgaven

Beleidsmatige mutaties

Diversen (Rijksbegroting)

Het negatieve bedrag in het provinciefonds wijst op een uitname. Dit betreft een correctie op de Miljoenennota, waarin een bedrag van 11 miljoen is toegevoegd aan het provinciefonds voor de regiodeal Noordoost Fryslan. Dit bedrag bleek foutief, slechts 2 miljoen was bestemd voor de provincie Friesland, de resterende 9 miljoen is bestemd voor de gemeente Noordoost Friesland. Daarom is de resterende 9 miljoen uit het provinciefonds overgeboekt naar het gemeentefonds.

Infrastructuurfonds

INFRASTRUCTUURFONDS: UITGAVEN
 

2020

Stand Miljoenennota 2021 (excl. IS)

6.236,9

Beleidsmatige mutaties

 

Rijksbegroting

 

Saldo 2020 hoofdwegennet

103,0

 

103,0

Technische mutaties

 

Rijksbegroting

 

Saldo 2020 hoofdwegennet

172,6

Saldo 2020 spoorwegen

129,5

Saldo 2020 verkenningen, reserveringen en investeringsruimte

‒ 72,5

Diversen

‒ 84,5

 

145,1

Totaal mutaties sinds Miljoenennota 2021

248,2

  

Stand Najaarsnota 2020 (subtotaal)

6.485,1

Totaal Internationale samenwerking

0,0

Stand Najaarsnota 2020

6.485,1

INFRASTRUCTUURFONDS: NIET-BELASTINGONTVANGSTEN
 

2020

Stand Miljoenennota 2021 (excl. IS)

6.236,9

Technische mutaties

 

Rijksbegroting

 

Saldo 2020 hoofdvaarwegennet ontvangsten

‒ 44,4

Diversen

‒ 48,3

 

‒ 92,7

Totaal mutaties sinds Miljoenennota 2021

‒ 92,7

  

Stand Najaarsnota 2020 (subtotaal)

6.144,2

Totaal Internationale samenwerking

0,0

Stand Najaarsnota 2020

6.144,2

Uitgaven

Beleidsmatige mutaties

Saldo 2020 hoofdwegennet

Op het hoofdwegennet wordt een overschrijding verwacht van 103 miljoen euro op het beheer en onderhoud als het gevolg van tegenvallers op BenO hoofdwegen. Via een negatieve eindejaarsmarge wordt dit meegenomen naar 2021.

Technische mutaties

Saldo 2020 hoofdwegennet

De voorlopige realisatiecijfers op het Infrastructuurfonds laten een overschrijding zien van ca. 111 miljoen euro op het hoofdwegennet. Dit hangt voor een groot deel samen met de overprogrammering die op het IF wordt gehanteerd op aanlegbudgetten. Daarnaast is er sprake van versnelde uitgaven voor het strategisch plan verkeersveiligheid. Over de gehele looptijd van het fonds leidt dit niet tot overschrijding, aangezien de programmering in latere jaren (2021 en 2023) hierop wordt aangepast.

Saldo 2020 Spoorwegen

De voorlopige realisatiecijfers op het Infrastructuurfonds laten een overschrijding zien van ca. 153 miljoen euro op het spoorartikel. Dit hangt voor een groot deel samen met de overprogrammering die op het IF wordt gehanteerd op aanlegbudgetten. Over de gehele looptijd van het fonds leidt dit niet tot overschrijding, aangezien de programmering in latere jaren (2021 en 2023) hierop wordt aangepast.

Saldo 2020 verkenningen. reserveringen en investeringsruimte

Op het artikel verkenningen, reserveringen en investeringsruimte is per saldo sprake van onderuitputting. De grootste componenten hiervan zijn ca. 56 miljoen euro aan reserveringen voor o.a. slimme/duurzame mobiliteit (24 miljoen euro) en enkele projecten zoals de A2 Deil-Vught (12 miljoen euro) en het programma SBaB (10 miljoen euro) die in 2020 niet meer tot uitgaven leiden.

Diversen

Het gaat hier anderzijds om verschillende desalderingen die voornamelijk samenhangen met overboekingen van het Infrastructuurfonds naar de begroting van H12 en naar andere begrotingen. De voornaamste zijn:

  • Een desaldering van 27,6 miljoen euro t.b.v. een specifieke uitkering voor de Energiehaven Ijmond;

  • Een desaldering van 24,5 miljoen euro t.b.v. een aantal activiteiten in het kader van het Programma Smartwayz die via een incidentele beschikking aan de provincie Noord Brabant worden overgemaakt;

  • Een overboeking van 7,8 miljoen euro aan het BTW-compensatiefonds samenhangend met het Traject Rotterdamsebaan.

Daarnaast gaat het om enkele kleinere saldomutaties.

Niet-belastingontvangsten

Technische mutaties

Saldo 2020 hoofdvaarwegennet ontvangsten

Op het hoofdvaarwegennet vallen de ontvangsten ca. 44 miljoen euro lager uit dan geraamd. Dit is voornamelijk het gevolg van lagere ontvangsten voor het project Zeetoegang Ijmond (42,2 miljoen euro). De ontvangsten worden pas op een later moment voorzien.

Diversen

Onder deze post vallen voornamelijk de desalderingen die reeds onder «uitgaven» toegelicht staan. Daarnaast vallen de lagere ontvangsten vanuit de gemeente Haarlemmermeer voor het project A4/9 Badhoevendorp (15,9 miljoen euro) onder deze post.

Diergezondheidsfonds

DIERGEZONDHEIDSFONDS: UITGAVEN
 

2020

Stand Miljoenennota 2021 (excl. IS)

72,2

Technische mutaties

 

Niet relevant voor het uitgavenplafond

 

Ramingsbijstelling uitgaven bestrijding t.b.v. de najaarsnota

38,0

Diversen

4,3

 

42,3

Totaal mutaties sinds Miljoenennota 2021

42,3

  

Stand Najaarsnota 2020 (subtotaal)

114,5

Totaal Internationale samenwerking

0,0

DIERGEZONDHEIDSFONDS: NIET-BELASTINGONTVANGSTEN
 

2020

Stand Miljoenennota 2021 (excl. IS)

104,7

Technische mutaties

 

Niet relevant voor het uitgavenplafond

 

Ramingsbijstelling ontvangsten lnv t.b.v. de najaarsnota

38,0

Diversen

1,7

 

39,7

Totaal mutaties sinds Miljoenennota 2021

39,7

  

Stand Najaarsnota 2020 (subtotaal)

144,4

Totaal Internationale samenwerking

0,0

Stand Najaarsnota 2020

144,4

Uitgaven

Technische mutaties

Ramingsbijstelling uitgaven bestrijding t.b.v. de najaarsnota

Dit betreft een verhoging van de uitgaven in verband met de ruimingskosten van met COVID-19 besmette nertsenbedrijven.

Diversen

Deze post bevat verschillende ramingsbijstellingen op de begroting van het Diergezondheidsfonds, waaronder een opwaartse bijstelling voor basis-monitoring.

Ontvangsten

Technische mutaties

Ramingsbijstelling ontvangsten LNV t.b.v. de najaarsnota

Tegenover de hogere uitgaven in verband met de ruimingskosten van met COVID-19 besmette nertsenbedrijven staan hogere ontvangsten vanuit de begroting van LNV.

Accres Gemeentefonds

ACCRES GEMEENTEFONDS: UITGAVEN
 

2020

Stand Miljoenennota 2021 (excl. IS)

0,0

Totaal mutaties sinds Miljoenennota 2020

0,0

  

Stand Najaarsnota 2020 (subtotaal)

0,0

Totaal Internationale samenwerking

0,0

Stand Najaarsnota 2020 (subtotaal)

0,0

ACCRES GEMEENTEFONDS: NIET-BELASTINGONTVANGSTEN
 

2020

Stand Miljoenennota 2021 (excl. IS)

0,0

Totaal mutaties sinds Miljoenennota 2020

0,0

  

Stand Najaarsnota 2020 (subtotaal)

0,0

Totaal Internationale samenwerking

0,0

Stand Najaarsnota 2020 (subtotaal)

0,0

Accres Provinciefonds

ACCRES PROVINCIEFONDS: UITGAVEN
 

2020

Stand Miljoenennota 2021 (excl. IS)

0,0

Technische mutaties

 

Rijksbegroting

 

Diversen

0,0

 

0,0

Totaal mutaties sinds Miljoenennota 2020

0,0

  

Stand Najaarsnota 2020 (subtotaal)

0,0

Totaal Internationale samenwerking

0,0

Stand Najaarsnota 2020 (subtotaal)

0,0

ACCRES PROVINCIEFONDS: NIET-BELASTINGONTVANGSTEN
 

2020

Stand Miljoenennota 2021 (excl. IS)

0,0

Totaal mutaties sinds Miljoenennota 2020

0,0

  

Stand Najaarsnota 2020 (subtotaal)

0,0

Totaal Internationale samenwerking

0,0

Stand Najaarsnota 2020 (subtotaal)

0,0

BES-fonds

BES-FONDS: UITGAVEN
 

2020

Stand Miljoenennota 2021 (excl. IS)

55,0

Technische mutaties

 

Rijksbegroting

 

Diversen

0,9

 

0,9

Totaal mutaties sinds Miljoenennota 2021

0,9

  

Stand Najaarsnota 2020 (subtotaal)

55,9

Totaal Internationale samenwerking

0,0

Stand Najaarsnota 2020

55,9

BES-FONDS: NIET-BELASTINGONTVANGSTEN
 

2020

Stand Miljoenennota 2021 (excl. IS)

0,0

  
  

Stand Najaarsnota 2020 (subtotaal)

0,0

Totaal Internationale samenwerking

0,0

Stand Najaarsnota 2020

0,0

Uitgaven

Technische mutaties

Diversen

De openbare lichamen maken extra kosten in verband met de coronacrisis, bijvoorbeeld voor repatriëring, reiskosten, overhead, schoonmaakkosten en de aanschaf van beschermingsmiddelen. De openbare lichamen ontvangen in lijn met besluitvorming voor Europees Nederlandse gemeenten hiervoor in 2020 eenmalig een bedrag van 0,9 miljoen euro. Dit bedrag wordt toegevoegd aan de vrije uitkering in 2020.

Deltafonds

DELTAFONDS: UITGAVEN
 

2020

Stand Miljoenennota 2021 (excl. IS)

1.068,2

Technische mutaties

 

Rijksbegroting

 

Saldo 2020 experimenteren cf art iii deltawet

52,1

Diversen

0,1

 

52,2

Totaal mutaties sinds Miljoenennota 2021

52,2

  

Stand Najaarsnota 2020 (subtotaal)

1.120,3

Totaal Internationale samenwerking

0,0

Stand Najaarsnota 2020

1.120,3

DELTAFONDS: NIET-BELASTINGONTVANGSTEN
 

2020

Stand Miljoenennota 2021 (excl. IS)

1.068,2

Technische mutaties

 

Rijksbegroting

 

Diversen

‒ 1,2

 

‒ 1,2

Totaal mutaties sinds Miljoenennota 2021

‒ 1,2

  

Stand Najaarsnota 2020 (subtotaal)

1.066,9

Totaal Internationale samenwerking

0,0

Stand Najaarsnota 2020

1.066,9

Uitgaven

Technische mutaties

Saldo 2020 experimenteren cf art iii deltawet

Op het Deltafonds vindt per saldo een overschrijding plaats van 53 miljoen euro. De overschrijding is vrijwel volledig te wijten aan een tegenvaller op het project Afsluitdijk, als gevolg van een probleem rond de Hydraulische Randvoorwaarden. Volgens de reguliere fondssystematiek loopt deze overschrijding mee in het saldo van het Deltafonds.

Diversen

Onder deze post vallen diverse mutaties die zowel overschrijdingen als onderuitputting tonen, die vrijwel volledig tegen elkaar wegstrepen. De grootste overschrijding vindt plaats op het artikel waterveiligheid en speelt voornamelijk bij het Hoogwaterbeschermingsprogramma (17,1 miljoen euro), o.a. als gevolg van een hogere voorschotbetaling aan Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier voor het project Markermeerdijk Hoorn-Edam-Amsterdam dan was gepland. Hier tegenover staan enkele artikelen met onderuitputting, waaronder 11 miljoen euro op de reserveringen voor steenbestorting, Integraal Rivierenmanagement en Nutriënten en gewassen, en 8 miljoen euro op het artikel investeren in waterkwaliteit omdat de ketenaanpak medicijnresten een langere aanlooptijd kent.

Niet-belastingontvangsten

Technische mutaties

Diversen

Onder deze post vallen verschillende kleinere mutaties, waarvan de grootste samenhangt met lagere ontvangsten op het artikel investeren in waterveiligheid doordat de verwachte ontvangst bij vooroververdediging pas na oplevering van het deel project wordt gedeclareerd (-1,5 miljoen euro).

Prijsbijstelling

PRIJSBIJSTELLING. : UITGAVEN
 

2020

Stand Miljoenennota 2021 (excl. IS)

0,0

Totaal mutaties sinds Miljoenennota 2020

0,0

  

Stand Najaarsnota 2020 (subtotaal)

0,0

Totaal Internationale samenwerking

0,0

Stand Najaarsnota 2020 (subtotaal)

0,0

PRIJSBIJSTELLING: NIET-BELASTINGONTVANGSTEN
 

2020

Stand Miljoenennota 2021 (excl. IS)

0,0

Totaal mutaties sinds Miljoenennota 2020

0,0

  

Stand Najaarsnota 2020 (subtotaal)

0,0

Totaal Internationale samenwerking

0,0

Stand Najaarsnota 2020 (subtotaal)

0,0

Arbeidsvoorwaarden

ARBEIDSVOORWAARDEN: UITGAVEN
 

2020

Stand Miljoenennota 2021 (excl. IS)

0,0

Totaal mutaties sinds Miljoenennota 2020

0,0

  

Stand Najaarsnota 2020 (subtotaal)

0,0

Totaal Internationale samenwerking

0,0

Stand Najaarsnota 2020 (subtotaal)

0,0

ARBEIDSVOORWAARDEN: NIET-BELASTINGONTVANGSTEN
 

2020

Stand Miljoenennota 2021 (excl. IS)

0,0

Totaal mutaties sinds Miljoenennota 2020

0,0

  

Stand Najaarsnota 2020 (subtotaal)

0,0

Totaal Internationale samenwerking

0,0

Stand Najaarsnota 2020 (subtotaal)

0,0

Koppeling Uitkeringen

KOPPELING UITKERINGEN: UITGAVEN
 

2020

Stand Miljoenennota 2021 (excl. IS)

0,0

Totaal mutaties sinds Miljoenennota 2020

0,0

  

Stand Najaarsnota 2020 (subtotaal)

0,0

Totaal Internationale samenwerking

0,0

Stand Najaarsnota 2020 (subtotaal)

0,0

KOPPELING UITKERINGEN: NIET-BELASTINGONTVANGSTEN
 

2020

Stand Miljoenennota 2021 (excl. IS)

0,0

Totaal mutaties sinds Miljoenennota 2020

0,0

  

Stand Najaarsnota 2020 (subtotaal)

0,0

Totaal Internationale samenwerking

0,0

Stand Najaarsnota 2020 (subtotaal)

0,0

Algemeen

ALGEMEEN: UITGAVEN
 

2020

Stand Miljoenennota 2021 (excl. IS)

‒ 362,5

Mee- en tegenvallers

 

Rijksbegroting

 

Correctie onderuitputting resterende lpo aanvullende post

65,3

Onderuitputting l108 gasfonds groningen

‒ 35,6

Onderuitputting reservering compensatie zeeland

‒ 70,9

Onderuitputting reservering digitale veiligheid

‒ 201,0

Onderuitputting reservering groningen

‒ 19,0

Onderuitputting reservering wederopbouw sint maarten

‒ 101,1

Onderuitputting resterende lpo aanvullende post

‒ 65,3

Onderuitputting resterende lpo aanvullende post 2019 tranche

‒ 33,3

Onderuitputting resterende lpo aanvullende post 2020 tranche

‒ 25,4

Onderuitputting urgenda middelen

‒ 30,0

Diversen

‒ 8,6

 

‒ 524,9

Beleidsmatige mutaties

 

Rijksbegroting

 

Invullen in=uit taakstelling rijksbegroting

100,0

Tegenboeken reservering investeringspakket julibrief

‒ 150,0

 

‒ 50,0

Technische mutaties

 

Rijksbegroting

 

Onderuitputting reservering inkomstenderving gemeenten

‒ 130,0

Onderuitputting reservering solvabilitietsfonfds

‒ 50,0

Onderuitputting reservering tegemoetkoming dierentuinen

‒ 39,0

Overboeking noodvoorraad beschermingsmiddelen

‒ 69,3

Overboeking reservering wederopbouw sint maarten derde tranche

‒ 76,6

Reservering aanvullend inkomstenderving gemeenten

30,0

Tegenboeken overboeking reservering investeringspakket julibrief defen

60,0

Tegenboeken overboeking reservering investeringspakket julibrief jenv

60,0

Diversen

‒ 4,1

 

‒ 219,0

Totaal mutaties sinds Miljoenennota 2021

‒ 794,0

  

Stand Najaarsnota 2020 (subtotaal)

‒ 1.156,4

Totaal Internationale samenwerking

 

Stand Najaarsnota 2020

‒ 1.156,4

ALGEMEEN: NIET-BELASTINGONTVANGSTEN
 

2020

Stand Miljoenennota 2021 (excl. IS)

‒ 362,5

  

Stand Najaarsnota 2020 (subtotaal)

‒ 541,4

Totaal Internationale samenwerking

0,0

Stand Najaarsnota 2020

‒ 541,4

Uitgaven

Mee- en tegenvallers

Onderuitputting L108 Gasfonds Groningen

De middelen die bij het Regeerakkoord waren gereserveerd voor het gasfonds Groningen in 2020, zijn voor een deel niet uitgegeven en worden nu geboekt als onderuitputting. Deze worden middels de extra eindejaarsmarge op de Aanvullende Post meegenomen naar 2021.

Onderuitputting reservering compensatie Zeeland

De middelen die waren gereserveerd voor de compensatie van Zeeland in 2020 zijn voor een deel niet uitgegeven en worden nu geboekt als onderuitputting. Deze worden middels de extra eindejaarsmarge op de Aanvullende Post meegenomen naar 2021.

Onderuitputting reservering Digitale Veiligheid

De middelen die waren gereserveerd voor Digitale Veiligheid in 2020 zijn voor een deel niet uitgegeven en worden nu geboekt als onderuitputting. Deze worden middels de extra eindejaarsmarge op de Aanvullende Post meegenomen naar 2021.

Onderuitputting reservering Groningen

De middelen die waren gereserveerd voor Groningen in 2020 zijn voor een deel niet uitgegeven en worden nu geboekt als onderuitputting. Deze worden middels de extra eindejaarsmarge op de Aanvullende Post meegenomen naar 2021.

Onderuitputting reservering wederopbouw Sint Maarten

De middelen die waren gereserveerd voor de wederopbouw van Sint Maarten in 2020 zijn voor een deel niet uitgegeven en worden nu geboekt als onderuitputting. Deze worden middels de extra eindejaarsmarge op de Aanvullende Post meegenomen naar 2021.

Onderuitputting reservering LPO aanvullende Post

Op de Aanvullende Post wordt lpo gereserveerd voor de lpo-gevoelige reeksen. Een deel van deze middelen is in 2020 niet tot besteding gekomen en wordt nu geboekt als onderuitputting. Deze onderuitputting wordt deels ingezet om de overschrijfding bij Najaarsnota te kunnen dekken.

Onderuitputting Urgenda middelen

De middelen die waren gereserveerd voor Urgenda in 2020 zijn voor een deel niet uitgegeven en worden nu geboekt als onderuitputting. Deze worden middels de extra eindejaarsmarge op de Aanvullende Post meegenomen naar 2021.

Diversen

Dit betreft o.a. onderuitputting op de gereserveerde middelen voor stikstof, die ook via de extra eindejaarsmarge mee worden genomen naar 2021.

Beleidsmatige mutaties

Invullen in=uit taakstelling rijksbegroting

De in=uit taakstelling is met 100 mln. in gevuld.

Tegenboeken reservering investeringspakket julibrief

Bij de Julibrief is voor 150 miljoen euro aan corona-uitgaven ingepast onder het uitgavenplafond, o.a. op de begroting van JenV, Defensie en VWS. Dit zijn corona-uitgaven. Daarom is besloten om voor deze uitgaven alsnog het plafond te corrigeren. De RvS heeft namelijk aangegeven dat de budgettaire gevolgen van de coronacrisis moeilijk te volgen zijn in de Miljoennota. Het behandelen van de corona-uitgaven van de Julibrief op dezelfde wijze (plafondcorrectie) als andere corona-maatregelen draagt bij aan een beter inzicht van de corona-uitgaven.

Technische mutaties

Onderuitputting reservering inkomstenderving gemeenten

De middelen die waren gereserveerd voor de inkomstenderving voor gemeenten in 2020 in het kader van de coronacrisis, zijn nog niet overgeheveld. De middelen worden nu afgeboekt als onderuitputting in 2020, maar zullen volgend jaar weer worden toegevoegd aan de Aanvullende post voor 2021. 

Onderuitputting reservering solvabiliteitsfonds

De middelen die waren gereserveerd voor het solvabiliteitsfonds in 2020 in het kader van de coronacrisis, zijn nog niet overgeheveld in afwachting van nadere uitwerking van de regeling. De middelen worden nu afgeboekt als onderuitputting in 2020, maar zullen volgend jaar weer worden toegevoegd aan de Aanvullende post voor 2021. 

Onderuitputting reservering tegemoetkoming dierentuinen

De middelen die waren gereserveerd voor de tegemoetkoming dierentuinen in 2020 in het kader van de coronacrisis, zijn nog niet overgeheveld in afwachting van nadere uitwerking van de regeling. De middelen worden nu afgeboekt als onderuitputting in 2020, maar zullen volgend jaar weer worden toegevoegd aan de Aanvullende post voor 2021. 

Overboeking noodvoorraad beschermingsmiddelen

Dit betreft een overboeking van de Aanvullende Post naar de begroting van JenV. Het kabinet heeft besloten tot de aanleg van een noodvoorraad persoonlijke beschermingsmiddelen (PBM) voor 45 dagen ten bedrage van 69,3 miljoen euro. Vitale sectoren en essentiële beroepen kunnen een beroep doen op deze noodvoorraad wanneer er (structurele) problemen op de markt zijn bij de levering van persoonlijke beschermingsmiddelen. Het gaat om een eenmalige uitgave voor PBM inclusief de projectkosten om deze PBM eenmalig aan te schaffen.

Overboeking reservering wederopbouw Sint Maarten derde tranche

Dit betreft een overboeking van middelen voor de wederopbouw op Sint Maarten vanaf de Aanvullende Post bij het Ministerie van Financiën naar de begroting van Koninkrijksrelaties. De middelen worden vanaf de begroting van Koninkrijksrelaties overgeboekt naar het Trust Fund bij de Wereldbank.

Reservering aanvullend inkomstenderving gemeenten

Naar aanleiding van verscherpte maatregelen i.v.m. het coronavirus heeft het kabinet aandacht voor de extra kosten bij gemeenten. De verwachting is dat de inkomstenderving van gemeenten verder op zal lopen dan de hiervoor eerder gereserveerde 100 miljoen euro. De reservering wordt nu verhoogd met 150 miljoen euro, tot in totaal 250 miljoen euro. Zodra meer bekend is over de financiële impact van de inkomstenderving op gemeentelijk niveau, zal de uitkering verder worden uitgewerkt. Mocht dit bedrag alsnog niet nodig blijken dan vloeien de middelen weer terug naar de schatkist.

Tegenboeken overboeking reservering investeringspakket julibrief Defensie

Dit betreft het terugdraaien van de investeringen bij julibrief onder het plafond, deze worden nu als corona uitgave gelabeld en als plafondcorrectie verwerkt. Hiervoor moest de oorspronkelijke overboeking van de Aanvullende Post naar Defensie worden tegen geboekt

Tegenboeken overboeking reservering investeringspakket julibrief JenV

Dit betreft het terugdraaien van de investeringen bij julibrief onder het plafond, deze worden nu als corona uitgave gelabeld en als plafondcorrectie verwerkt. Hiervoor moest de oorspronkelijke boeking van de Aanvullende Post naar JenV worden tegen geboekt.

Diversen

Dit betreft diverse overhevelingen van middelen op de Aanvullende Post naar de departementale begrotingen. Het gaat onder andere om middelen voor naar LNV voor stikstof, middelen naar BZK voor de compensatie van Zeeland en middelen naar JenV voor het programma DG Covid-19.

Consolidatie

CONSOLIDATIE: UITGAVEN
 

2020

Stand Miljoenennota 2021 (excl. IS)

‒ 6.432,4

  
  

Stand Najaarsnota 2020 (subtotaal)

‒ 6.432,4

Totaal Internationale samenwerking

0,0

Stand Najaarsnota 2020

‒ 6.432,4

CONSOLIDATIE: NIET-BELASTINGONTVANGSTEN
 

2.020

Stand Miljoenennota 2021 (excl. IS)

‒ 6.432,4

  
  

Stand Najaarsnota 2020 (subtotaal)

‒ 6.432,4

Totaal Internationale samenwerking

0,0

Stand Najaarsnota 2020

‒ 6.432,4

De post Consolidatie wordt gebruikt voor het corrigeren van de Rijksbegroting voor dubbeltellingen die ontstaan door het brutoboeken van bijdragen. Het brutoboeken houdt in dat zowel het departement dat bijdraagt, als het departement dat ontvangt de uitgaven op zijn begroting opneemt. Het ontvangende departement raamt daarnaast de te ontvangen bijdragen ook aan de ontvangstenkant van de begroting. Hierdoor wordt het rekenkundig niveau van de totale rijksuitgaven en de rijksontvangsten hoger dan het feitelijk niveau. Op de post Consolidatie wordt hiervoor gecorrigeerd. De hoogte van de post wordt in belangrijke mate bepaald door de bijdragen van de begroting van Infrastructuur & Waterstaat aan het Infrastructuurfonds.

Homogene Groep Internationale Samenwerking

HOMOGENE GROEP INTERNATIONALE SAMENWERKING: UITGAVEN
 

2020

Stand Miljoenennota 2021

5.394,9

Mee- en tegenvallers

 

Rijksbegroting

 

Diversen

0,0

 

0,0

Beleidsmatige mutaties

 

Rijksbegroting

 

Asiel

28,4

Dutch fund for climate and development

‒ 20,0

Eindejaarsmarge hgis non-oda

‒ 49,4

Eindejaarsmarge hgis oda

‒ 28,4

Functionerende rechtsorde

‒ 21,4

Jeugdwerkgelegenheid

‒ 23,9

Technische verwerking overprogrammering

75,6

Voedselzekerheid

‒ 17,8

Diversen

‒ 14,9

 

‒ 71,8

Technische mutaties

 

Rijksbegroting

 

Diversen

‒ 32,1

 

‒ 32,1

Totaal mutaties sinds Miljoenennota 2021

‒ 104,0

Stand Najaarsnota 2020

5.290,9

HOMOGENE GROEP INTERNATIONALE SAMENWERKING: NIET-BELASTINGONTVANGSTEN
 

2020

Stand Miljoenennota 2021

186,3

Mee- en tegenvallers

 

Rijksbegroting

 

Diversen

2,0

 

2,0

Technische mutaties

 

Rijksbegroting

 

Diversen

‒ 32,1

Niet relevant voor het uitgavenplafond

 

Diversen

‒ 2,2

 

‒ 34,3

Totaal mutaties sinds Miljoenennota 2021

‒ 32,3

Stand Najaarsnota 2020

154,1

Totaal mutaties sinds Miljoenennota 2021

‒ 32,3

Stand Najaarsnota 2020

154,1

Uitgaven

Beleidsmatige mutaties

Asiel

De kosten voor de eerstejaarsopvang van asielzoekers uit ontwikkelingslanden worden volgens de afspraken binnen de OESO toegerekend aan ODA (Official Development Assistance). Als gevolg van de lagere bezetting bij het COA in 2020 wordt deze toerekening verlaagd en dus de ruimte op het ODA-budget verhoogd.

Dutch fund for climate and development

De opstartfase van het klimaatfonds heeft vertraging opgelopen, waardoor er voor 2020 een lagere liquiditeitsbehoefte bestaat.

Eindejaarsmarge HGIS non-ODA

Onder voorbehoud van HGIS- en rijksbrede besluitvorming wordt binnen het non-ODA deel van de HGIS een aantal budgetten meegenomen naar volgend jaar via de eindejaarsmarge. Dit betreft onder meer het onderhoud van vastgoed in het buitenland. Vanwege COVID-19 is dit vertraagd. Verder vinden uitgaven ten behoeve van veiligheid van hoog-risico posten ook voornamelijk plaats in 2021 en verder, terwijl het grootste gedeelte van het budget in 2020 beschikbaar was. Ook wordt er 10 miljoen euro aan VN-contributie voor crisisbeheersingsoperaties meegenomen naar de komende jaren, vanwege het fluctuerende karakter van dit budget.

Eindejaarsmarge HGIS ODA

Onder voorbehoud van rijksbrede en HGIS-besluitvorming wordt de lagere toerekening van asiel via de eindejaarsmarge meegenomen naar volgend jaar.

Functionerende rechtsorde

Deze mutatie betreft in hoofdzaak een verschuiving van 12 miljoen euro euro binnen het artikelonderdeel Veiligheid en Rechtstaatontwikkeling en onderuitputting van 8,2 miljoen euro door de posten. Deze onderuitputting bestaat voornamelijk uit een technische vertraging in een uitbetaling aan het UNDP door de post Tunis en uit vertragingen in de uitvoering op de posten Kigali (Rwanda), Addis Abeba (Ethiopië) en Bamako (Mali). Deze vertragingen zijn deels het gevolg van COVID-19.

Jeugdwerkgelegenheid

De vervolgbetaling aan het Challenge Fund for Youth Employment wordt zoveel mogelijk doorgeschoven naar volgende jaren om beter aan te sluiten bij de liquiditeitsbehoefte van het fonds.

Technische verwerking overprogrammering

Teneinde het budget voor ODA aan het eind van het jaar zo veel als mogelijk uit te putten werkt BHOS in de regel met zgn. overprogrammering. Dit betekent dat de minstand bij eerste suppletoire begroting in de begroting van BHOS (op verdeelartikel 5.4) gedurende het jaar wordt ingelopen met onderuitputting op het ODA-budget (vnl. op de begrotingen van BZ en BHOS). De ervaring leert namelijk dat bij ODA altijd minder uitgegeven kan worden dan geraamd door onvoorspelbare factoren in ontwikkelingslanden (zoals politieke instabiliteit). Deze mutatie betreft de technische opboeking hiervan.

Voedselzekerheid

Door posten is 17,8 miljoen euro teruggegeven op voedselzekerheid omdat vaak vertragingen in de uitvoering zijn opgelopen vanwege COVID-19. Een deel hiervan wordt ingezet op COVID-19-gerelateerde activiteiten, waaronder in Mozambique waar Nederland een belangrijke partner is in het Social Protection Multidonor Trustfund van de Wereldbank

Diversen

Deze post betreft een groot aantal kleinere plussen en minnen binnen de HGIS, waaronder 14 miljoen euro aan niet uitgegeven middelen voor huisvesting, die conform de geldende middelenafspraak mee worden genomen naar 2021. Deze afspraak houdt in dat BZ opbrengsten uit verkoop van vastgoed kan inzetten ten behoeve van rationalisering en versobering van de eigen vastgoedportefeuille.

Technische mutaties

Diversen

Dit betreft een aantal desalderingen en overboekingen. Veruit de grootste mutatie betreft een desaldering op de begroting van BZ en hangt samen met de COVID-19-crisis. Hierdoor is de vraag naar visa en reisdocumenten nagenoeg stilgevallen. De visuminkomsten en paspoortontvangsten zijn zodoende 24,5 miljoen euro respectievelijk 3,0 miljoen euro lager. De lagere consulaire ontvangsten zijn op de begroting van BZ gedesaldeerd aangezien de consulaire ontvangsten worden ingezet om de kosten m.b.t. consulaire zaken te dekken.

Niet-belastingontvangsten

Technische mutaties

Diversen

Dit betreft in hoofdzaak de bij de uitgaven toegelichte desaldering als gevolg van het stilvallen van de vraag naar visa en reisdocumenten.


X Noot
5

Kamerstukken II, vergaderjaar 2019/2020, 35420 nr. 2

X Noot
6

Kamerstukken II, vergaderjaar 2019/2020, 35420 nr. 38

X Noot
7

Kamerstukken II, vergaderjaar 2019/2020, 35420 nr. 105

X Noot
8

Een negatieve eindejaarsmarge is het directe gevolg van een overschrijding van de gehele begroting in het vorige jaar. Deze overschrijding wordt volgens de begrotingsregels in het daaropvolgende jaar gecompenseerd met een negatieve eindejaarsmarge. Negatieve eindejaarsmarges worden betrokken bij de voorjaarsbesluitvorming en dienen specifiek door het verantwoordelijke ministerie te worden gecompenseerd.

X Noot
9

Kamerstukken II, vergaderjaar 2020/2021, 31 066 nr. 704

X Noot
10

2020D31093

X Noot
11

Kamerstukken II, vergaderjaar 2019/2020, 23 645 nr. 718

X Noot
12

De inschatting van onrechtmatigheden is geen graadmeter voor fraude, ondoelmatigheid of verspilling. Het is veeleer een schatting van het geld dat niet overeenkomstig de toepasselijke regels en voorschriften werd gebruikt en derhalve niet had mogen worden uitbetaald.

X Noot
14

2014/24/EU

X Noot
20

Kamerstukken II 2020–2021, 31 066 IX, nr. 702