Kamerstuk
| Datum publicatie | Organisatie | Vergaderjaar | Dossier- en ondernummer |
|---|---|---|---|
| Eerste Kamer der Staten-Generaal | 2023-2024 | 35334 nr. BM |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Vergaderjaar | Dossier- en ondernummer |
|---|---|---|---|
| Eerste Kamer der Staten-Generaal | 2023-2024 | 35334 nr. BM |
Vastgesteld 19 januari 2024
De leden van de vaste commissie voor Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit2 hebben kennisgenomen van de reactie van de Minister voor Natuur en Stikstof van 13 november 2023 op het halfjaarlijkse toezeggingenrappel.3 De Minister verwijst daarbij in het kader van toezegging T03109 naar blz. 41 van het door de toenmalige Eerste Kamercommissie Economische Zaken en Klimaat / Landbouw, Natuur en Voedsel in de vorige Kamerperiode gevoerde schriftelijk overleg over de stikstofproblematiek.4 Naar aanleiding van deze verwijzing hadden de leden van de fractie van de Partij voor de Dieren een aantal nadere vragen en opmerkingen.
Naar aanleiding hiervan is op 12 december 2023 een brief gestuurd aan
De Minister heeft op 18 januari 2024 gereageerd.
De commissie brengt bijgaand verslag uit van het gevoerde nader schriftelijk overleg.
De griffier van de vaste commissie voor Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit, De Boer
Aan de Minister voor Natuur en Stikstof
Den Haag, 12 december 2023
De leden van de vaste commissie voor Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit hebben met belangstelling kennisgenomen van uw reactie van 13 november 2023 op het halfjaarlijkse toezeggingenrappel.5 U verwijst daarbij in het kader van toezegging T03109 naar blz. 41 van het door de toenmalige Eerste Kamercommissie Economische Zaken en Klimaat / Landbouw, Natuur en Voedsel in de vorige Kamerperiode gevoerde schriftelijk overleg over de stikstofproblematiek.6 Naar aanleiding van deze verwijzing hebben de leden van de fractie van de Partij voor de Dieren een aantal nadere vragen en opmerkingen.
Vragen en opmerkingen van de leden van de PvdD-fractie
De leden van de fractie van de PvdD maken zich zorgen over de voortgang – met andere woorden de doeltreffendheid – van wet- en regelgeving op het gebied van het natuur- en stikstofbeleid, met name gezien de val van het kabinet. In dit kader hebben zij de volgende vragen onder andere naar aanleiding van het verslag van schriftelijk overleg7, de voortgangsbrief Stikstof van 30 juni 20238, en de brief van 24 oktober 20239 over het NPLG. Zij verzoeken u vriendelijk iedere vraag afzonderlijk te beantwoorden.
Bent u bereid zo snel mogelijk en uiterlijk in januari 2024 een voortgangsbrief naar beide Kamers te sturen, op basis van de voortgangsbrief van 30 juni 2023?
Welke maatregelen neemt u op basis van de reeds aangenomen wet- en regelgeving om te werken aan de stikstof- en natuurdoelstellingen in afwachting van een nieuw kabinet – met andere woorden hoe houdt u het tempo in de uitvoering van reeds afgesproken beleid en «no-regret» maatregelen? Hoe verhoudt de vertraging op het stikstofdossier in verband met het vallen van het kabinet zich tot de bestaande wettelijk verplichte doelstellingen? Hoe worden de resultaatverplichtende doelen voor 2025 behaald?
De leden van de PvdD-fractie vragen ook wat de huidige stand van zaken is betreffende de NPLG plannen van de provincies. Zijn zij op schema om in het eerste kwartaal van 2024 hun gebiedsprogramma’s vast te stellen? Voldoen de provincies hiermee aan hun verplichting om de instandhoudingsdoelstellingen te realiseren? Zo ja, hoe? En zo nee, hoe voorziet u erin dat zij aan deze verplichtingen voldoen?
Er was sprake van een evaluatie die in november plaats zou vinden over de piekbelasters aanpak. Heeft deze plaatsgevonden? Zo ja, kunt u de resultaten delen met onze Kamer? Wat is uw appreciatie van deze evaluatie? De evaluatie had tot doel te bezien of per januari 2024 het verplichte instrumentarium zou moeten worden ingezet. Wat is uw oordeel hierover?
Wat zijn de actuele cijfers over veehouderijbedrijven die zijn gestopt in 2023? Hoe voorkomt u dat er in de periode van het demissionaire kabinet geen nieuwe veehouderijbedrijven, of andere bedrijven met een grote stikstof uitstoot starten, of bestaande bedrijven worden uitgebreid? Zijn er nieuwe veehouderijbedrijven gestart in 2023 en/of bedrijven uitgebreid of verplaatst? Zo ja, hoeveel?
Hoeveel bedrijven hebben zich aangemeld voor de Lvb en Lvb-plus regelingen?
Wat is de relatie tussen de stikstofproblematiek en de invoering van de Omgevingswet?
Wat is de huidige stand van zaken op het gebied van externe saldering? Is de in de Kamerbrief van 30 juni aangekondigde evaluatie beschikbaar? Graag ontvangen deze leden een appreciatie op basis van de evaluatie.
Hoe ziet de monitoring- en bijsturingsystematiek er uit? Heeft de ontwikkeling van deze systematiek vertraging opgelopen door de val van het kabinet?
Wat is de huidige stand van zaken met betrekking tot de PAS-melders?
De leden van de vaste commissie voor Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit zien uw reactie met belangstelling tegemoet en ontvangen deze graag uiterlijk 19 januari 2024.
Voorzitter van de vaste commissie voor Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit, G.J. Oplaat
Aan de Voorzitter van de Eerste Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 18 januari 2024
Hierbij ontvangt u de beantwoording van schriftelijke vragen en opmerkingen van d.d. 12 december van de leden van de PvdD-fractie over de stikstofproblematiek (kenmerk: 173906.18U).
De Minister voor Natuur en Stikstof, Ch. van der Wal-Zeggelink
1
Bent u bereid zo snel mogelijk en uiterlijk in januari 2024 een voortgangsbrief naar beide Kamers te sturen, op basis van de voortgangsbrief van 30 juni 2023?
Antwoord
Op dit moment ben ik niet voornemens een algemene voortgangsbrief te versturen. Wel wordt de Staten-Generaal in separate brieven op de hoogte gehouden van de voortgang op verschillende dossiers. Zo is in december medegedeeld dat het ontwerp-NPLG ter inzage is gelegd en heeft u 15 januari een aanvullende brief «Stand van zaken NPLG» ontvangen. Verder volgt later deze maand een Tweede Kamerbrief over de voortgang aanpak piekbelasting.
2
Welke maatregelen neemt u op basis van de reeds aangenomen wet- en regelgeving om te werken aan de stikstof- en natuurdoelstellingen in afwachting van een nieuw kabinet – met andere woorden hoe houdt u het tempo in de uitvoering van reeds afgesproken beleid en «no-regret» maatregelen? Hoe verhoudt de vertraging op het stikstofdossier in verband met het vallen van het kabinet zich tot de bestaande wettelijk verplichte doelstellingen? Hoe worden de resultaatverplichtende doelen voor 2025 behaald?
Antwoord
Uit de «Monitor stikstofdepositie in Natura 2000-gebieden 2023», zoals gepubliceerd door het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM) over de voortgang van de stikstofreductie en natuurverbetering blijkt dat op basis van de prognoses in de rapportage de verwachting is dat de wettelijke omgevingswaarden voor stikstofreductie voor komende jaren, waaronder 2025 niet gehaald zullen worden met het op 1 mei 2022 vastgestelde en voorgenomen beleid. Ook op grond van de natuurdoelanalyses kan worden gesteld dat in veel gebieden de natuur er niet goed voorstaat en aanvullende maatregelen snel nodig zijn, omdat verslechtering in veel gebieden niet is uit te sluiten (Kamerstuk 33 576, nr. 358).
Mede met het oog op de resultaatsverplichtingen worden op korte termijn diverse maatregelen genomen gericht op emissie- en depositiereductie. Afgelopen jaar is de aanpak piekbelasting afgekondigd met nadrukkelijk het doel om op korte termijn tot depositiereductie te komen. Er is veel animo voor de hieronder vallende Landelijke beëindigingsregeling veehouderijlocaties-plus (Lbv-plus) en de Landelijke beëindigingsregeling veehouderijlocaties (Lbv) die tot december 2023 open stond. Aanvullend geldt dat onder andere de maatregelen die zijn opgenomen in de derogatiebeschikking leiden tot een significante afname van veldemissies van ammoniak voor 2025. Daarnaast helpt het ontwerp-NPLG, dat nu ter inzage ligt, om provincies, ondernemers, maatschappelijke organisaties en inwoners duidelijkheid te geven over wat we gezamenlijk willen doen om onze water-, natuur- en klimaatdoelen te halen en geeft het inzicht in welke instrumenten provincies kunnen inzetten om de provinciale doelen te realiseren. Ook werken de provincies nu in hun Provinciale Programma’s Landelijk Gebied (PPLG) aan concrete maatregelpakketten gericht op onder andere reductie van stikstofemissie en -depositie. Daarnaast wordt er gewerkt aan aanvullende maatregelen in de sectoren bouw, mobiliteit en industrie. Van het totaal van 600 miljoen euro is 400 miljoen euro extra beschikbaar gesteld voor het programma Schoon en Emissieloos Bouwen (SEB) – zie ook Kamerstuk 34 682-108. De resterende 200 miljoen zal ingezet worden voor maatregelen in de industrie, bouw en mobiliteit. Deze maatregelen worden op dit moment uitgewerkt. Er wordt zoveel mogelijk ingezet op bestaande instrumenten.
Tot slot worden in het kader van de formatie verschillende opties uitgewerkt voor maatregelen die leiden tot de reductie van emissies. Gezien de huidige politieke situatie vind ik het gepast om de keuze over deze maatregelen over te laten aan het formatieproces.
3
De leden van de PvdD-fractie vragen ook wat de huidige stand van zaken is betreffende de NPLG plannen van de provincies. Zijn zij op schema om in het eerste kwartaal van 2024 hun gebiedsprogramma’s vast te stellen? Voldoen de provincies hiermee aan hun verplichting om de instandhoudingsdoelstellingen te realiseren? Zo ja, hoe? En zo nee, hoe voorziet u erin dat zij aan deze verplichtingen voldoen?
Antwoord
Vrijwel alle provincies hebben rond 1 juli 2023 een eerste versie van gebiedsprogramma’s en maatregelpakketten ingediend. Tien provincies hebben een eerste versie van een gebiedsprogramma ingediend. De provincie Gelderland heeft een gebiedsplan ingediend conform de Wet natuurbescherming (per 1 januari vervangen door de Omgevingswet), dus alleen voor stikstof en alleen voor stikstofgevoelige Natura 2000-gebieden en de provincie Noord-Brabant heeft een houtskoolschets van een gebiedsprogramma ingediend. Met de indiening van deze programma’s is een wezenlijke stap gezet om de urgente opgaven in het landelijk gebied aan te kunnen pakken en vorm te geven aan het realiseren van de doelen van het NPLG. Ik waardeer de grote inspanningen die de provincies, samen met de betrokken gebiedspartners, hebben geleverd om te komen tot deze eerste versies van de gebiedsprogramma’s en maatregelpakketten. De basis voor gebiedsprogramma’s is gelegd, ook met uitwerking naar de eerste maatregelpakketten. Het Rijk heeft de gebiedsprogramma’s en maatregelpakketten voorzien van een eerste tussentijds beeld van de integrale beoordeling. In de komende periode zullen ook de onafhankelijke kennisinstellingen hun adviezen uitbrengen. Aan de hand hiervan voeren provincies verbeteringen in hun plannen door. Er is nog veel werk te verzetten, waarvoor we een meerjarige programmatische aanpak volgen om tot realisatie van de NPLG-doelen te komen. Ik heb de provincies gevraagd om in de periode van 15 augustus t/m 30 september 2024 volgende versies van hun provinciale gebiedsprogramma’s in te dienen. Tegelijk heb ik provincies gevraagd om in de periode van 15 januari tot 1 april de eerste verbeterde maatregelpakketten in te dienen. Zodat we – voor de maatregelen die positief worden beoordeeld – verder kunnen werken aan de uitvoering om tot realisatie van de doelen te komen.
De instandhoudingsdoelstellingen vormen integraal onderdeel van het NPLG. De handreiking voor de Gebiedsprogramma’s NPLG geeft aan hoe provincies deze doelstellingen in hun gebiedsprogramma moeten verwerken. Daarmee wordt geborgd dat de provincies tijdens de uitvoering van hun gebiedsprogramma de instandhoudingsdoelstellingen realiseren.
4
Er was sprake van een evaluatie die in november plaats zou vinden over de piekbelasters aanpak. Heeft deze plaatsgevonden? Zo ja, kunt u de resultaten delen met onze Kamer? Wat is uw appreciatie van deze evaluatie? De evaluatie had tot doel te bezien of per januari 2024 het verplichte instrumentarium zou moeten worden ingezet. Wat is uw oordeel hierover?
Antwoord
Ik beoog op korte termijn een brief aan uw Kamer te doen toekomen waarbij stil wordt gestaan bij de voortgang van de aanpak piekbelasting. Met die brief geef ik invulling aan het evaluatiemoment. Ten aanzien van het verplichtend instrumentarium geldt dat het kabinet conform de motie-Stoffer10 niet inzet op het gedwongen opkopen dan wel het intrekken van vergunningen van bedrijven die piekbelasting veroorzaken als onderdeel van de aanpak. Een geborgde, significante daling van de stikstofdepositie is urgent. Normerende en beprijzende maatregelen (waar onder andere het rapport van ABD Topconsult11 aanbevelingen over doet) kunnen hier een belangrijke bijdrage aan leveren. Het is aan een nieuw kabinet om daarover te besluiten.
5
Wat zijn de actuele cijfers over veehouderijbedrijven die zijn gestopt in 2023? Hoe voorkomt u dat er in de periode van het demissionaire kabinet geen nieuwe veehouderijbedrijven, of andere bedrijven met een grote stikstof uitstoot starten, of bestaande bedrijven worden uitgebreid? Zijn er nieuwe veehouderijbedrijven gestart in 2023 en/of bedrijven uitgebreid of verplaatst? Zo ja, hoeveel?
Antwoord
Ik beschik niet over (actuele) cijfers met betrekking tot gestopte, gestarte, uitgebreide of verplaatste veehouderijen. Wel houdt het CBS12 gegevens bij over het aantal veehouderijbedrijven in Nederland. Daaruit blijkt onder meer dat het aantal melkveebedrijven in 2023 met ruim 400 is gedaald ten opzichte van 2022, het aantal varkensbedrijven met 70, en het aantal kippenbedrijven met 10. Deze gegevens op CBS Statline voor 2023 zijn nog niet definitief.
Het staat een ondernemer die een veehouderij (of ander bedrijf) wil starten of uitbreiden vrij om dit te doen, indien het bevoegd gezag dit toestaat en diegene over voldoende productierecht beschikt. Het bevoegd gezag zal toetsen of er op grond van de eisen, gesteld in de Omgevingswet een natuurvergunning kan worden verleend. Gezien de slechte staat van de beschermde natuur in Nederland is het op dit moment echter moeilijk om een natuurvergunning te krijgen voor een nieuwe activiteit en/of uitbreiding.
Veehouders die met behulp van de Lbv of de Lbv-plus stoppen, moeten hun productierecht door laten halen, en mogen niet elders in Nederland een bedrijf met eenzelfde diercategorie starten. Daarmee zorgen we voor een blijvende krimp van de veerstapel en afname van de stikstofdepositie.
6
Hoeveel bedrijven hebben zich aangemeld voor de Lbv en Lbv-plus regelingen?
Antwoord
Er hebben zich 506 bedrijven aangemeld voor de Lbv en 489 bedrijven voor de Lbv-plus (stand per 17 januari). Daarnaast is er nog een groep van 259 bedrijven die een aanvraag hebben ingediend maar waarvan het op dit moment nog onduidelijk is voor welke beëindigingsregeling zij een aanvraag hebben ingediend.
7
Wat is de relatie tussen de stikstofproblematiek en de invoering van de Omgevingswet?
Antwoord
De Omgevingswet is op 1 januari 2024 in werking getreden. De regels over natuurbescherming en de relevante bepalingen voor stikstof zijn beleidsneutraal opgenomen in de Omgevingswet en onderliggende regelgeving. Dat geldt ook voor de bepalingen die met de Wet stikstofreductie en natuurverbetering zijn vastgesteld. Zo zijn de omgevingswaarden voor stikstofdepositie opgenomen in artikel 2.15a van de Omgevingswet. Onder de Omgevingswet wordt de aanpak van de stikstofproblematiek voortgezet, mede als onderdeel van de samenhangende aanpak van het landelijk gebied met het Nationaal Programma Landelijk Gebied.
8
Wat is de huidige stand van zaken op het gebied van externe saldering? Is de in de Kamerbrief van 30 juni aangekondigde evaluatie beschikbaar? Graag ontvangen deze leden een appreciatie op basis van de evaluatie.
Antwoord
In de Kamerbrief van 30 juni (36 200-XIV-126) heb ik aanpassingen in de beleidsregels omtrent extern salderen beschreven. Met de huidige voorwaarden voor extern salderen is er namelijk een risico op ingebruikname van latente ruimte. Ik ben nu aan het onderzoeken wat de mogelijkheden zijn om extern salderen toe te staan op basis van benutte capaciteit in plaats van gerealiseerde capaciteit. Dit houdt in dat er alleen gesaldeerd mag worden met de daadwerkelijke uitstoot van de saldogever (benutte capaciteit) in plaats van met de uitstoot op volle capaciteit van gerealiseerde installaties en/of gebouwen die nodig zijn voor de bedrijfsvoering (feitelijk gerealiseerde capaciteit). Ik vind het belangrijk dat de aanpassingen van de voorwaarden voor extern salderen uitvoerbaar zijn voor initiatiefnemers en bevoegde gezagen. Daarom wordt op dit moment de definitie van benutte capaciteit ambtelijk verder uitgewerkt.
Daarnaast heb ik interdepartementale afspraken gemaakt om de regie op extern salderen te versterken. De spelregels tussen overheden omtrent extern salderen zijn verduidelijkt en aangevuld. De interbestuurlijke afspraken worden binnenkort gepubliceerd.
De evaluatie wordt op dit moment afgerond. De verwachting is dat de Kamer hier in het eerste kwartaal van dit jaar over wordt geïnformeerd.
9
Hoe ziet de monitoring- en bijsturingsystematiek er uit? Heeft de ontwikkeling van deze systematiek vertraging opgelopen door de val van het kabinet?
Antwoord
De voortgang van het beleid voor stikstof en natuur wordt in kaart gebracht met de monitoring- en bijsturingsystematiek van het Programma stikstofreductie en natuurverbetering (Psn) en wordt uitgevoerd door een onafhankelijk consortium van kennisinstellingen (het Planbureau voor de Leefomgeving, het RIVM en Wageningen University Research) in vier rapportages:
• Rapportage 1: stikstofdepositie op Natura 2000-gebieden. Op 26 oktober jl. is de jaarlijkse «stikstofmonitor» gepubliceerd13.
• Rapportage 2 en 3: voortgang en gevolgen van de stikstof- en natuurbronmaatregelen, waarin ook de sociaaleconomische effecten van het beleid geanalyseerd worden. Begin 2024 worden de tweejaarlijkse rapportages voor de eerste maal uitgebracht en zal ik de beide Kamers informeren.
• Rapportage 4: de landelijke staat van instandhouding en het doelbereik in Natura 2000-gebieden voor wat betreft de voor stikstofgevoelige habitats en soorten. Deze rapportage wordt in 2026 voor de eerste maal uitgebracht.
Op basis van onder meer de periodieke voortgangsrapportage en de rapportages uit de Psn-monitoringsystematiek wordt het beleid bijgestuurd. Als uit de rapportages blijkt dat de doelen voor stikstof en natuur buiten bereik raken zal het kabinet bij moeten sturen. Op dit moment doe ik dat onder meer door intensivering van de bron- en natuurmaatregelen, de aanpak piekbelasting en de gebiedsprogramma’s in het kader van het Nationaal Programma Landelijk Gebied (NPLG).
De (door)ontwikkeling van de monitoringsystematiek is opgenomen in een meerjarig werkprogramma dat niet wordt vertraagd door de val van het kabinet. Er wordt in het werkprogramma echter wel vanuit gegaan dat er voldoende, uniforme gegevens en informatie van derden beschikbaar komen, waaronder van provincies over de natuurmaatregelen van het Psn. Hiervoor is een verbeterprogramma voor de natuurmonitoring opgesteld (Kamerstuk 33 576, nr. 352), maar dit programma is nog niet volledig gefinancierd. De uitvoering zou deels ten laste kunnen komen van de middelen voor het Transitiefonds Landelijk Gebied en Natuur. Met het controversieel verklaren van het fonds vormt de financiering van de informatievoorziening een risico voor de kwaliteit van de volgende monitoringrapportages.
10
Wat is de huidige stand van zaken met betrekking tot de PAS-melders?
Antwoord
Het kabinet voelt een grote verantwoordelijkheid om zoveel mogelijk PAS-meldingen zo spoedig mogelijk in vergunningen om te zetten. De overheid heeft een schuld in te lossen aan deze ondernemers. Daarom wordt het legalisatieprogramma uitgevoerd en worden er zowel algemene bron- als specifieke maatwerkmaatregelen getroffen. Op dit moment is er een oplossing gevonden voor 127 meldingen. Rijk en provincies blijven zich ten volle voor het legaliseren van de PAS-meldingen inzetten, maar er is geen «quick fix». Uiteindelijk moet vergunningverlening ook voor PAS-meldingen juridisch houdbaar zijn.
Samenstelling:
Kroon (BBB), Oplaat (BBB) (voorzitter), Kemperman (BBB), Jaspers (BBB), Van Knapen (BBB), Kluit (GroenLinks-PvdA), Janssen-van Helvoort (GroenLinks-PvdA), Fiers (GroenLinks-PvdA), Thijssen (GroenLinks-PvdA), Recourt (GroenLinks-PvdA) (ondervoorzitter), Van Ballekom (VVD), Meijer (VVD), Klip-Martin (VVD), Rietkerk (CDA), Prins (CDA), Aerdts (D66), Van Meenen (D66), Vacant (PVV), Visseren-Hamakers (PvdD), Baumgarten (JA21), Janssen (SP), Holterhues (CU), Dessing (FVD), De Vries (SGP), Perin-Gopie (Volt), Van Rooijen (50PLUS), Van der Goot (OPNL)
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/kst-35334-BM.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.