35 200 X Jaarverslag en slotwet Ministerie van Defensie 2018

Nr. 1 JAARVERSLAG VAN HET MINISTERIE VAN DEFENSIE (X)

Aangeboden 15 mei 2019

Gerealiseerde uitgaven verdeeld over beleidsartikelen en niet-beleidsartikelen (x € 1 mln.). Totaal € 9.416,9

Gerealiseerde uitgaven verdeeld over beleidsartikelen en niet-beleidsartikelen (x € 1 mln.).  Totaal € 9.416,9

Gerealiseerde ontvangsten verdeeld over beleidsartikelen en niet-beleidsartikelen (x € 1 mln.). Totaal € 664,4

Gerealiseerde ontvangsten verdeeld over beleidsartikelen en niet-beleidsartikelen (x € 1 mln.). Totaal € 664,4

INHOUDSOPGAVE

A.

ALGEMEEN

4

 

1.

Aanbieding van het jaarverslag en verzoek tot dechargeverlening

4

 

2.

Leeswijzer

7

     

B.

BELEIDSVERSLAG

11

 

3.

Beleidsprioriteiten

13

 

4.

Beleidsartikelen

30

   

4.1

Beleidsartikel 1 Inzet

30

   

4.2

Beleidsartikel 2 Taakuitvoering zeestrijdkrachten

38

   

4.3

Beleidsartikel 3 Taakuitvoering landstrijdkrachten

42

   

4.4

Beleidsartikel 4 Taakuitvoering luchtstrijdkrachten

46

   

4.5

Beleidsartikel 5 Taakuitvoering marechaussee

50

   

4.6

Beleidsartikel 6 Investeringen krijgsmacht

54

   

4.7

Beleidsartikel 7 Ondersteuning krijgsmacht door Defensie Materieel Organisatie

67

   

4.8

Beleidsartikel 8 Defensie Ondersteuningscommando

70

 

5.

Niet-beleidsartikelen

73

   

5.1

Niet-beleidsartikel 9 Algemeen

73

   

5.2

Niet-beleidsartikel 10 Centraal apparaat

75

   

5.3

Niet-beleidsartikel 11 Geheime uitgaven

77

   

5.4

Niet-beleidsartikel 12 Nominaal en onvoorzien

78

 

6.

Bedrijfsvoeringsparagraaf

79

     

C.

JAARREKENING

87

 

7.

Departementale verantwoordingsstaat

87

 

8.

Samenvattende verantwoordingsstaat agentschappen

88

 

9.

Jaarverantwoording agentschappen per 31 december 2018

89

 

10.

Saldibalans

107

 

11.

WNT-verantwoording 2018 Ministerie van Defensie

116

     

D.

BIJLAGEN

125

 

Bijlage 1: Toezichtrelaties Zelfstandige Bestuursorganen en Rechtspersonen met een Wettelijke Taak

125

 

Bijlage 2: Afgerond Evaluatie- en overig onderzoek 2018

127

 

Bijlage 3: Inhuur externen

131

 

Bijlage 4: Overzicht Budget Internationale Veiligheid (BIV)

132

 

Bijlage 5: Integriteitsmeldingen

133

 

Bijlage 6: Rapportage burgerbrieven

135

 

Bijlage 7: Overzicht meldingen bedrijfsveiligheid 2018

137

 

Bijlage 8: Lijst met afkortingen

140

A. ALGEMEEN

1. Aanbieding van het jaarverslag en verzoek tot dechargeverlening

AANBIEDING EN VERZOEK TOT DECHARGEVERLENING

AAN de voorzitters van de Eerste en de Tweede Kamer van de Staten-Generaal.

Hierbij bied ik, mede namens de Staatssecretaris van Defensie, het departementale jaarverslag van het Ministerie van Defensie over het jaar 2018 aan.

Onder verwijzing naar de artikelen 63 en 64 van de Comptabiliteitswet 2001 verzoek ik de beide Kamers van de Staten-Generaal de Minister van Defensie decharge te verlenen over het in het jaar 2018 gevoerde financiële beheer.

Voor de oordeelsvorming van de Staten-Generaal over dit verzoek tot dechargeverlening stelt de Algemene Rekenkamer als externe controleur op grond van artikel 82 van de Comptabiliteitswet 2001 een rapport op. Dit rapport wordt separaat door de Algemene Rekenkamer aan de Staten-Generaal aangeboden. Het rapport bevat de bevindingen en het oordeel van de Algemene Rekenkamer over:

  • a. het gevoerde financieel beheer en materieel beheer;

  • b. de bijgehouden administraties van het Rijk;

  • c. de financiële informatie in het jaarverslag;

  • d. de betrokken saldibalans;

  • e. de totstandkoming van de informatie over het gevoerde beleid en de bedrijfsvoering;

  • f. de in het jaarverslag opgenomen informatie over het gevoerde beleid en de bedrijfsvoering.

Bij het besluit tot dechargeverlening worden verder de volgende, wettelijk voorgeschreven, stukken betrokken:

  • a. het Financieel jaarverslag van het Rijk over 2018;

  • b. het voorstel van de slotwet dat met het onderhavige jaarverslag samenhangt;

  • c. het rapport van de Algemene Rekenkamer over het onderzoek van de centrale administratie van de schatkist van het Rijk en van het Financieel jaarverslag van het Rijk;

  • d. de verklaring van goedkeuring van de Algemene Rekenkamer over de in het Financieel jaarverslag van het Rijk, over 2018 opgenomen rijksrekening van uitgaven en ontvangsten over 2018, alsmede over de Rijkssaldibalans over 2018 (de verklaring van goedkeuring, bedoeld in artikel 83, derde lid, van de Comptabiliteitswet 2001).

Het besluit tot dechargeverlening kan niet worden genomen, voordat de betrokken slotwet is aangenomen en voordat de verklaring van goedkeuring van de Algemene Rekenkamer is ontvangen.

De Minister van Defensie, A.Th.B. Bijleveld-Schouten

Dechargeverlening door de Tweede Kamer

Onder verwijzing naar artikel 64 van de Comptabiliteitswet 2001 verklaart de voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal dat de Tweede Kamer aan het hiervoor gedane verzoek tot dechargeverlening tegemoet is gekomen door een daartoe strekkend besluit, genomen in de vergadering van

De Voorzitter van de Tweede Kamer,

Handtekening:

Datum:

Op grond van artikel 64, tweede lid, van de Comptabiliteitswet 2001 wordt dit originele exemplaar van het onderhavige jaarverslag, na ondertekening van de hierboven opgenomen verklaring, ter behandeling doorgezonden aan de voorzitter van de Eerste Kamer.

Dechargeverlening door de Eerste Kamer

Onder verwijzing naar artikel 64 van de Comptabiliteitswet 2001 verklaart de Voorzitter van de Eerste Kamer der Staten-Generaal dat de Eerste Kamer aan het hiervoor gedane verzoek tot dechargeverlening tegemoet is gekomen door een daartoe strekkend besluit, genomen in de vergadering van

De Voorzitter van de Eerste Kamer,

Handtekening:

Datum:

Op grond van artikel 64 van de Comptabiliteitswet 2001 wordt dit originele exemplaar van het onderhavige jaarverslag, na ondertekening van de hierboven opgenomen verklaring, doorgezonden aan de Minister van Financiën.

2. LEESWIJZER

Opzet jaarverslag

In het jaarverslag 2018 wordt verantwoording afgelegd over de gerealiseerde uitgaven ten opzichte van de begroting 2018 (Kamerstuk 34 775 X). Het jaarverslag bestaat uit een deel algemeen (incl. de aanbieding en het verzoek tot dechargeverlening, de leeswijzer), het beleidsverslag (incl. de beleidsprioriteiten, de (niet-) beleidsartikelen, de bedrijfsvoeringsparagraaf), de jaarrekening (incl. departementale verantwoordingsstaat, samenvattende verantwoordingsstaat agentschappen, jaarverantwoording agentschappen per 31 december 2018, saldibalans en WNT-verantwoording 2018 Ministerie van Defensie) en een aantal bijlagen. Het focusonderwerp voor de verantwoording van het Rijk over 2018 is onderbouwing van de ramingen van inkomsten en uitgaven. De vastgestelde begroting 2018 is inclusief nota van wijzigingen. De standen vastgestelde begroting wijken daarom soms af van de gepresenteerde ontwerpbegroting tijdens Prinsjesdag in 2017.

Beleidsprioriteiten

De kern van het jaarverslag wordt gevormd door het beleidsverslag (deel B). In juni 2011 is de motie Schouw ingediend en aangenomen. Deze motie zorgt er voor dat de landenspecifieke aanbevelingen van de Raad op grond van de nationale hervormingsprogramma's een eigenstandige plaats krijgen in de departementale begrotingen. In de beleidsprioriteiten wordt (waar van toepassing) teruggekomen op de landenspecifieke aanbevelingen zoals verwoord in de begroting.

Beleidsartikelen

Bij de beleidsartikelen zijn algemene doelstellingen geformuleerd en de financiële gevolgen van de beleidsmatige verschillen (grensbedrag van € 5 miljoen voor artikel 1, 2, 4, 5, 7 en € 10 miljoen voor de artikelen 3, 6, 8) worden per defensieonderdeel toegelicht bij de tabellen Budgettaire gevolgen van beleid. Voor technische mutaties worden de grensbedragen verdubbeld. Daarnaast kunnen waar nodig (los van de grensbedragen) opmerkelijke verschillen nader zijn toegelicht.

Informatie over de inzetbaarheid en gereedheid van een krijgsmacht is operationeel gevoelig. Potentiële tegenstanders zijn actief op zoek naar dergelijke informatie en kunnen er misbruik van maken. Enige terughoudendheid is dus geboden. Dit mag echter geen belemmering vormen voor de informatiepositie van de Eerste en Tweede Kamer. Om die reden is de gevoelige informatie over inzetbaarheid en gereedheid gebundeld in een vertrouwelijke rapportage die tegelijkertijd met het jaarverslag aan de Kamer zal worden aangeboden. De in de inzetbaarheidsrapportages opgenomen niet-financiële informatie maakt onverminderd deel uit van het verantwoordingsproces conform de Comptabiliteitswet.

Bij beleidsartikel 1 Inzet wordt de inzet voor de krijgsmacht verantwoord. Dit betreft de bijdragen van Defensie aan crisisbeheersingsoperaties, contributies aan common funded NAVO- en EU-operaties, inzet voor nationale en Koninkrijkstaken en overige inzet. Het artikel bevat ook een overzicht van de structurele inzet die in andere beleidsartikelen is verantwoord, bijvoorbeeld door de Koninklijke Marechaussee, de Explosieven Opruimingsdienst Defensie en de Kustwachten.

In de beleidsartikelen 2 tot en met 5 wordt de taakuitvoering verantwoord voor Zeestrijdkrachten, Landstrijdkrachten, Luchtstrijdkrachten, Marechaussee en de inzet waartoe zij gemandateerd zijn, voor zover deze niet valt onder artikel 1.

In beleidsartikel 6 zijn de investeringen verantwoord voor de krijgsmacht, te weten investeringen in materieel, infrastructuur en IT. Daarnaast zijn de verkoopopbrengsten van afstoting van materieel en infrastructuur bij dit beleidsartikel verantwoord.

Bij de beleidsartikelen 7 Ondersteuning krijgsmacht door Defensie Materieel Organisatie en 8 Defensie Ondersteuningscommando zijn de uitgaven en verplichtingen verantwoord voor de ondersteunende en dienstverlenende defensieorganisaties.

Niet-beleidsartikelen

Bij de niet-beleidsartikelen worden de financiële gevolgen van de opmerkelijke verschillen (grensbedrag van € 2 miljoen voor artikel 9, van € 10 miljoen voor artikel 10) per niet-beleidsartikel toegelicht. Daarnaast kunnen waar nodig (los van de grensbedragen) opmerkelijke verschillen nader zijn toegelicht. Verschillen in niet-beleidsartikel 11 Geheime uitgaven worden aan de president van de Algemene Rekenkamer toegelicht. Niet-beleidsartikel 12 Nominaal en onvoorzien wordt altijd toegelicht.

In het niet-beleidsartikel 9 Algemeen worden de niet specifiek aan een defensieonderdeel toe te wijzen programma-uitgaven opgenomen. In het niet-beleidsartikel 10 Centraal apparaat worden de uitgaven ten behoeve van het centrale apparaat van Defensie verantwoord. Hieronder vallen de uitgaven voor de Bestuursstaf, de Militaire Inlichtingen- en Veiligheidsdienst (MIVD) en pensioenen en uitkeringen, wachtgelden, inactiviteitswedden en Sociaal Beleidskader (SBK)-uitkeringen. Ten slotte worden in de niet-beleidsartikelen 11 en 12 de Geheime uitgaven en de verantwoording voor Nominaal en onvoorzien opgenomen.

Bedrijfsvoeringparagraaf

De bedrijfsvoeringsparagraaf bestaat uit drie paragrafen, een uitzonderingsrapportage, rijksbrede bedrijfsvoeringsonderwerpen en belangrijke ontwikkelingen en verbeteringen in de bedrijfsvoering. In de Kamerbrief Voorstel integrale rapportage en kritieke prestatie indicatoren (kpi’s) (Kamerstuk 35 000-X-68) wordt de samenhang in de verschillende rapportages en rapporteren met behulp van kritieke prestatie indicatoren toegelicht.

Jaarrekening

In dit hoofdstuk zijn opgenomen de verantwoordingsstaat en de saldibalans van het Ministerie van Defensie. Ook is de verantwoording van de agentschappen opgenomen. Tenslotte is de rapportage over de Wet Normering Topinkomens opgenomen als onderdeel van de Jaarrekening.

Bijlagen

Als bijlagen zijn opgenomen een overzicht met toezichtrelaties ZBO’s en RWT’s (bijlage 1), een overzicht met afgerond evaluatie- en overig onderzoek (bijlage 2), een overzicht van inhuur externen (bijlage 3), een overzicht van het Budget Internationale Veiligheid (BIV) (bijlage 4), een overzicht van integriteitsmeldingen (bijlage 5), een rapportage burgerbrieven (bijlage 6), een overzicht meldingen bedrijfsveiligheid 2018 (bijlage 7) en een lijst met afkortingen (bijlage 8).

Groeiparagraaf

Voor het opstellen van het departementaal jaarverslag gelden de Rijksbegrotingsvoorschriften (RBV) van de Minister van Financiën. Als gevolg van wijzigingen in deze voorschriften en door ontwikkelingen bij Defensie zijn de volgende veranderingen doorgevoerd ten opzichte van het jaarverslag 2017:

  • De staafdiagrammen die inzicht bieden in de realisatie op artikelniveau zijn gewijzigd. Daarmee wordt visueel meer inzicht geboden in de uitgaven en ontvangsten per beleidsartikel, die daarmee onderling beter vergelijkbaar worden;

  • De inzetbaarheidsdoelstellingen en doelstellingenmatrices, zoals die in de begroting 2018 zijn opgenomen, zijn (in lijn met de Defensienota 2018) vervangen door inzetbaarheidsdoelen, die een concrete invulling zijn van de Grondwettelijke taken van Defensie. De inzetbaarheidsdoelen zijn voor elk defensieonderdeel vertaald in een gereedstellingsopdracht;

  • Commando DienstenCentra (CDC) is in 2017 veranderd in Defensie Ondersteuningscommando (DOSCO). In Kamerstukken 2017–2018, 34 960 X, nr. 2 is aangegeven voortaan DOSCO te gebruiken;

  • De bijlage toezichtrelaties rechtspersonen met een wettelijke taak (RWT’s) en zelfstandige bestuursorganen (ZBO’s) heeft een nieuw voorgeschreven model. De bijlage is gesplitst in een overzichtstabel met RWT’s en ZBO’s die onder het desbetreffende moederdepartement vallen en een tabel met aanvullende (financiële) informatie voor grote RWT’s en ZBO’s (baten > 50 miljoen euro) – eveneens voor zover ze onder het moederdepartement vallen. De bijdrage (de jaarlijkse subsidie en de beschikbaar gestelde om niet middelen) aan de stichting Stichting Wetenschappelijk Onderwijs en Onderzoek NLDA (SWOON) wordt niet langer expliciet opgenomen in het jaarverslag maar maakt nu onderdeel uit van de nieuwe voorgeschreven opzet uit de RBV.

Overgangsrecht Comptabiliteitswet

Op grond van het overgangsrecht in artikel 10.2 van de Comptabiliteitswet 2016 blijven voor de presentatie en inrichting van de jaarverslagen en slotwetten over 2018 de bepalingen uit de Comptabiliteitswet 2001 en de daarop berustende bepalingen van toepassing zoals deze golden voor de inwerkingtreding van de Comptabiliteitswet 2016 per 1 januari 2018. Voor de dechargeverlening inzake het jaar 2018 over het gevoerde financieel beheer en materieelbeheer zijn de bepalingen van de Comptabiliteitswet 2016 en de daarop gebaseerde regelgeving van toepassing. Dit is conform de brief aan het parlement over het overgangsrecht in de Comptabiliteitswet 2016 (Vergaderjaar 2018–2019, 34 426, nr. 33). Om die reden moet telkens bij de verwijzingen naar de bepalingen van de Comptabiliteitswet worden gelezen de artikelen van de Comptabiliteitswet 2001 voor de presentatie en inrichting en voor de begrotingsuitvoering de artikelen van de Comptabiliteitswet 2016 conform de transponeringstabel bij de Comptabiliteitswet 2016, Stb. 2017, 139.

Art. in CW 2016

Art. in CW 2001

3.2 – 3.4

19, eerste lid; 21, eerste en tweede lid

3.5

22, eerste lid; 26, eerste lid

3.8

58, eerste lid, onderdeel a, en derde lid; 61, derde lid

3.9

58, eerste lid, onderdeel b en c

2.37

60, tweede en derde lid; 63, eerste en vierde lid

2.35

61, tweede tot en met vierde lid

2.40

64

7.12

82, eerste lid; 83, eerste lid

7.14

82, vijfde lid; 83, tweede tot en met vierde lid

B. BELEIDSVERSLAG

Inleiding

De nabije veiligheidsomgeving is de laatste jaren instabieler geworden. Er komen nieuwe soorten dreigingen op ons af, terwijl de conventionele dreigingen niet zijn afgenomen. De assertievere houding van Rusland en China en de onrust aan de zuidflanken maken Europa en Nederland kwetsbaar. Er zijn niet alleen méér dreigingen, ze zijn ook onvoorspelbaarder en complexer geworden.

Omdat de dreigingen zeer verschillend van aard en intensiteit zijn en de veiligheidssituatie continu verandert, heeft het kabinet in het regeerakkoord besloten om onze krijgsmacht «veelzijdig inzetbaar» te houden. Op deze manier zijn we het beste in staat om in te kunnen spelen op de vele en verschillende dreigingen.

We staan er niet alleen voor: al 70 jaar zijn we onderdeel van het NAVO-bondgenootschap en beschermen we onze vrijheid en veiligheid samen. Ook ons lidmaatschap van de Europese Unie heeft ons in dit kader veel gebracht. Gelet op de veranderde veiligheidssituatie hebben de regeringsleiders en staatshoofden van de NAVO in 2014 in Wales afgesproken om in tien jaar tijd (2024) de defensie-uitgaven in de richting van de 2% van het BBP te bewegen. Het belang en de urgentie hiervan zijn tijdens de NAVO-Top van juli 2018 in Brussel wederom bevestigd. Op die manier verdelen we de lasten eerlijk. Dan kunnen we, gezamenlijk, de vrijheid en veiligheid van ons allen beschermen.

Daarvoor is het nodig dat ook Nederland een betrouwbaar bondgenoot is. In 2014 is bij de NAVO-Top in Wales door regeringsleiders en staatshoofden afgesproken om in 10 jaar tijd de defensie-uitgaven in de richting van de NAVO-norm te bewegen. In dit kader heeft het kabinet met het regeerakkoord «Vertrouwen in de toekomst» forse investeringen mogelijk gemaakt in de komende jaren. Met intensiveringen oplopend tot € 1,5 miljard wordt structureel geld aan de defensiebegroting toegevoegd voor:

  • de ondersteuning van de krijgsmacht;

  • de modernisering van de krijgsmacht;

  • uitbreiding van slagkracht, cyber en werkgeverschap.

Gelet op de dreigingen die spelen en de afspraken die zijn gemaakt met onze bondgenoten, zijn verdere vervolgstappen nodig. Dit staat in het nationaal plan dat in december 2018 door de Minister-President naar de NAVO is gestuurd. We moeten sneller, langer en krachtiger kunnen optreden. Onze bondgenoten verwachten dit van ons en van elkaar.

In het nationaal plan heeft het kabinet de intentie uitgesproken in de vijf prioritaire capaciteitendoelstellingen uit het nationaal plan te investeren. Het gaat dan om extra F-35’s, extra ondersteuning voor special operations forces, extra capaciteiten op het gebied van informatiegestuurd optreden, extra vuurkracht op land en extra vuurkracht op zee. Deze capaciteiten sluiten ook aan op de prioriteiten van de EU. Het geven van invulling aan een deel van de NAVO-capaciteitendoelstellingen is een investering in de middelen van Defensie. Verdere investeringen in mensen en in manieren zijn onderdeel van de lange lijnen die nodig zijn voor een stabiele financiering en versterking van de Krijgsmacht.

Met het nationaal plan laat het kabinet zien de huidige dreigingen en de afspraken met onze bondgenoten serieus te nemen. Europese landen, net als Nederland, moeten meer verantwoordelijkheid nemen voor de eigen veiligheid. Daarvoor is het van belang om een actieve en betrouwbare internationale partner te blijven, óók op het gebied van Defensie. Dit is mede nodig om te investeren in een blijvende, sterke trans-Atlantische band. Gezamenlijk moeten we sterker worden, sneller inzetbaar zijn en dit langer kunnen volhouden.

Het nationaal plan is onderdeel van de stapsgewijze groei in het kader van de lange lijnen naar de toekomst om alle capaciteitendoelstellingen van de NAVO te realiseren. Deze lange lijnen worden opgenomen in de herijking van de Defensienota, die gepland staat voor 2020. Er zal daarbij niet alleen gekeken worden naar de capaciteitendoelstellingen van de NAVO, maar ook naar andere behoeften, bijvoorbeeld op het gebied van vastgoed, kennis en innovatie en de bedrijfsvoering. Defensie moet ook een betrouwbare en betrokken werkgever zijn, die beschikt over voldoende, goede mensen die in een veilige organisatie kunnen werken. Ook dit wordt meegenomen in de nieuwe Defensienota.

3. BELEIDSPRIORITEITEN

Terugkijkend op 2018 is de «Defensienota 2018: investeren in onze mensen, slagkracht en zichtbaarheid» de belangrijkste mijlpaal. In deze Defensienota zijn de beleidslijnen en maatregelen te vinden die invulling geven aan de extra investeringen van € 1,5 miljard die dit kabinet in het regeerakkoord heeft vrijgemaakt voor Defensie. We zijn voortvarend uit de startblokken gekomen met de uitvoering van de Defensienota. Zo hebben we:

  • het Special Operations Command (SOCOM) opgericht;

  • de Directie Veiligheid en de Inspectie Veiligheid Defensie opgericht;

  • het AOW-gat voor de medewerkers die daar mee te maken hebben gedicht;

  • het medisch keuringsprotocol aangepast zodat de keuring beter aansluit bij de functionele eisen die worden gevraagd. Daarnaast is er meer maatwerk in fysieke eisen mogelijk bij de aanstelling;

  • de resterende drie F-35 toestellen besteld van de 37 waartoe in 2013 is besloten;

  • de verwerving gestart van het Combat Support Ship, een nieuwe capaciteit;

  • een aantal meer diepgaande strategieën opgesteld, waarin de Defensienota verder wordt geconcretiseerd. Dit gaat om de Defensie Cyber Strategie (Kamerstuk 33 321, nr. 9), de Defensie Industrie Strategie (Kamerstuk 31 125, nr. 92) en de Innovatiestrategie Defensie (Kamerstuk 34 919, nr. 30).

2018 was ook een lastig jaar. Positief nieuws over bijvoorbeeld de binnenstromende reserveonderdelen, nieuwe voertuigen en nieuwe strategieën is afgewisseld met negatief nieuws over bijvoorbeeld achterblijvende voorraden en veiligheid. We moeten realistisch zijn, de krijgsmacht is morgen niet op orde, maar we hebben wel het vertrouwen dat we stap voor stap voortgaan op de goede weg en dat in 2018 daartoe de juiste stappen zijn gezet.

Het Beleidsverslag over 2018 kent dezelfde hoofdindeling als de Defensienota: Mensen, Middelen, Manieren. Binnen deze indeling komen de beleidsprioriteiten en de strategische opgaven uit de begroting – veilig blijven, veiligheid brengen en veilig verbinden – herkenbaar terug. Dit betreft:

  • Versterken van de gereedheid van de krijgsmacht;

  • Vernieuwen van het operationele domein, inclusief de ondersteuning;

  • Verdiepen van de internationale samenwerking;

  • Verankeren van financiële duurzaamheid;

  • Investeren in werkgeverschap.

1. Mensen

De Defensienota is duidelijk over wat we willen zijn voor onze mensen: een aantrekkelijke en betrouwbare werkgever met een stevige verankering in de samenleving. Een organisatie met een veilige werkomgeving die het vertrouwen heeft van haar mensen. Een organisatie die haar mensen weet te behouden en voldoende nieuwe mensen werft. Een organisatie waarvoor mensen graag willen werken. In de Defensienota zijn concrete opdrachten geformuleerd die eraan bijdragen om deze doelstellingen te bereiken. Die gaan over beloning, behoud en werving, een nieuw personeelsmodel en personeelszorg, samengevat de Personeelsagenda van Defensie.

Behoud en Werving

Diverse maatregelen uit het plan van aanpak Behoud en Werving, zoals het uitkeren van de eerste behoudpremies voor vastgestelde schaarse beroepen, het toekennen van meer fase 2 en fase 3 contracten en het aanpassen van het medisch keuringsprotocol, zijn afgelopen jaar uitgevoerd. Mede hierdoor is zowel het aantal geïnteresseerden in een baan als militair als het aantal interne sollicitaties gestegen. Het vroegtijdig vertrek van personeel blijft een aandachtspunt. De hoge uitstroom, in combinatie met de behoefte aan meer personeel, leidt tot een dalend vullingspercentage bij de militaire functies. Op 31 december 2018 had Defensie voor haar kerntaken 7.000 militairen minder beschikbaar dan op 1 januari 2011, net voor de grote bezuinigingen van 2011. Daarbij is vooral sprake van een sterke teruggang van het aantal militairen dat werkzaam is in operationele functies.

In 2018 zijn binnen de rijksoverheid diverse samenwerkingsverbanden opgestart om de krapte op de arbeidsmarkt het hoofd te bieden. Zo werkt Defensie binnen het veiligheidsdomein samen met onder meer Justitie, Politie en Douane, en daarbuiten ook met het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid op de gebieden IT, cyber en inkoop. Defensie participeert ook in een samenwerkingsverband dat in 2018 is gelanceerd tussen een (inmiddels groeiend) aantal bedrijven en overheidsorganisaties, teneinde de mogelijkheden voor samenwerking, uitwisselingen en kennisdeling te verkennen. Dat is relevant omdat alle partijen te maken hebben met uitdagingen zoals de krimpende arbeidsmarkt. Defensie maakt tot slot ook steeds meer gebruik van reservisten. De inzeturen van reservisten zijn in de afgelopen periode in de gehele organisatie gestegen.

Beloning

De arbeidsvoorwaarden van Defensie spelen een belangrijke rol bij het herstel van vertrouwen van de medewerkers van Defensie in de werkgever. Mede daarom is in 2018 de compensatie van het AOW-gat verhoogd van 90% naar 100%. Tevens is op grond van het arbeidsvoorwaardenakkoord 2017–2018 het opleidingsbudget met 20% verhoogd. Daarnaast wilde Defensie een nieuw arbeidsvoorwaardenakkoord sluiten voor het Defensiepersoneel met voelbare en zichtbare maatregelen. Op 20 augustus 2018 heeft Defensie een onderhandelingsresultaat bereikt met de vakbonden. Dit resultaat bevatte onder meer afspraken over salarisverhogingen, een structurele defensiespecifieke pensioenregeling en hogere toelagen. Dit onderhandelingsresultaat is op 4 oktober 2018 afgewezen door een meerderheid van de leden van de bonden. Als gevolg van het niet bereiken van het akkoord is in december 2018 aan het personeel eenmalig € 750 bruto uitgekeerd als blijk van waardering voor hun inzet. Defensie en de vakbonden delen gezamenlijk de verantwoordelijkheid om zo snel mogelijk nieuwe afspraken te maken over arbeidsvoorwaarden. Begin 2019 zijn de gesprekken hierover weer gestart.

Personeelsmodel

Gezien de ontwikkelingen op de arbeidsmarkt, de operationele ontwikkelingen en de problemen met behoud en werving is een nieuw personeelsmodel noodzakelijk. Zoals benoemd in de Defensienota 2018, zal het huidige Flexibel Personeel Systeem (FPS) worden vervangen door een nieuw, modern en toekomstbestendig model dat recht doet aan de persoonlijke ontwikkeling van medewerkers maar ook de benodigde flexibiliteit en robuustheid van de organisatie faciliteert. Denk hierbij concreet aan flexibiliteit in aanstellingsvormen maar ook aan een betere balans tussen in-, door- en uitstroom van personeel, zowel binnen de organisatie als ook naar buiten, en van buiten naar binnen. Er is in 2018 onderzoek gedaan naar het invoeren van aanstellingsvormen die passen bij de behoefte van militairen en burgermedewerkers in de verschillende levensfases en die aansluiten bij de behoeftes op de arbeidsmarkt. Het raamwerk voor dit nieuwe personeelsmodel zal medio 2019 gereed zijn.

Personeelszorg

In 2018 is hard doorgewerkt om de zorg voor ons personeel te verbeteren. Het gaat dan onder andere om de volgende zaken:

  • Defensie is bezig het systeem van bijzondere zorg voor veteranen en hun relaties verder te versterken, onder meer door het inrichten van een nieuw besturingsmodel en het ontwikkelen van preventieve medische programma’s.

  • Ook is in 2018 gestart met een omvangrijk onderzoek naar het welzijn van ISAF-veteranen.

  • Het Nationaal Fonds Ereschulden is op de begroting van Defensie ingericht.

  • Voor geïnteresseerden en werkgevers is een reservistenloket gestart.

  • Het meerjaren programma Militaire Gezondheidszorg (MGZ) 2020 dat is gestart, waarbinnen een kwaliteitsmanagementsysteem voor het medisch functiegebied wordt ontwikkeld en de operationele planningsprocessen beter op elkaar worden afgestemd, moet de militaire gezondheidszorg verder verbeteren. Ook is er binnen dit programma veel aandacht voor werving, behoud en opleidingen van militair medisch personeel.

  • Er zijn in 2018 stappen gezet voor een meer georganiseerde afhandeling van individuele zaken door de verantwoordelijkheid te beleggen bij een daarvoor ingericht cluster Individuele Casuïstiek.

Een veilige werkomgeving

Het bieden van een veilige werkomgeving heeft topprioriteit. Hoewel Defensie het liefst alle problemen vandaag nog zou willen aanpakken, is de realiteit dat het tijd en geduld vergt. We komen van ver. Defensie zal daarom ook juist nu continu haar risico’s moeten analyseren en zorgdragen voor tijdige mitigerende maatregelen. Dit betekent helaas niet dat we toekomstige incidenten kunnen uitsluiten. Daarnaast dwingt de beperkte capaciteit ons tot het maken van scherpe keuzes, zowel op het gebied van de inzet van de veiligheidsorganisatie als door operationele commandanten.

Er is hard gewerkt om de veiligheid bij Defensie stap voor stap structureel te verbeteren. Leidend hierbij is het plan van aanpak «Een veilige defensieorganisatie», dat eind maart 2018 is aangeboden aan de Tweede Kamer en waarvan een meer gedetailleerde planning is verstuurd op 5 juli 2018 (Kamerstuk 34 919 nr. 24). De rapporten van de commissie-Van der Veer en van de Onderzoeksraad voor Veiligheid (OVV) naar aanleiding van de ongevallen in Ossendrecht en Mali vormen de basis voor dit plan. Een aantal maatregelen uit dit plan is in 2018 gerealiseerd, zoals:

  • het instellen van een veiligheidscomité;

  • het toepassen van een operational risk management bij operationele taakuitoefening;

  • het actualiseren van de Gedragscode;

  • het starten van een campagne voor veilig werken.

Andere maatregelen zijn nog in uitvoering, zoals het uitbreiden van capaciteit voor uitvoerende en specialistische functies. De grootste versterking komt terecht bij de uitvoering van de organisatie. In totaal zal Defensie stapsgewijs met ongeveer 260 specialisten worden uitgebreid richting 2021. Gelet op de tijd die het kost om deze medewerkers te werven en op te leiden en de krimpende arbeidsmarkt, verwacht Defensie in 2021 een gevulde veiligheidsorganisatie te hebben.

Inmiddels beschikt Defensie over een eigen, onafhankelijke Inspectiedienst, de Inspectie Veiligheid Defensie (IVD), met aan het hoofd de Inspecteur-Generaal Veiligheid. Sinds september 2018 worden de eerste onderzoeken uitgevoerd.

In mei 2018 is ook de Directie Veiligheid opgericht. De directie heeft fysieke veiligheid, integriteit, gezondheid en milieu als domein. Dat brede pakket doet recht aan het integrale karakter van veiligheid. Daarbij zijn drie speerpunten aangewezen:

  • 1. Het ontwerpen en inrichten van een integraal veiligheidsmanagementsysteem binnen Defensie.

  • 2. Het verbeteren van de fysieke veiligheid. Hierbij heeft vooral het bevorderen van de bewustwording de aandacht. Defensie heeft in oktober 2018 de volgende veiligheidsdossiers voor de komende tijd als prioriteit bestempeld:

    • 1. Chroom-6

    • 2. Munitieketen (inclusief munitieopslag)

    • 3. Medische zorg bij inzet

    • 4. Schietveiligheid

    • 5. Vervoer gevaarlijk stoffen door de lucht

  • 3. Het versterken van de sociale veiligheid, onder andere in reactie op het rapport van de commissie-Giebels.

In najaar 2018 is de Visitatiecommissie Defensie en Veiligheid begonnen met haar werk.

Overzicht meldingen bedrijfsveiligheid 2018

In de brief aan de Tweede Kamer van 8 februari 2018 (Kamerstuk 34 775-X-81) is toegezegd voortaan in het jaarverslag een overzicht op te nemen van het aantal en het type meldingen van voorvallen. Er zijn in totaal 4.116 meldingen gedaan. In bijlage 7 staan de meldingen geordend naar onderwerp.

Interventieteam

Om concreter invulling te kunnen geven aan de praktische behoeften van het personeel, heeft Defensie het zogenaamde Interventieteam opgericht. Dit team behandelt meldingen uit de gehele organisatie over praktische knelpunten op het gebied van persoonlijke uitrusting en/of woon- werk- en leefklimaat. Het team heeft tot het eind van 2018 meer dan 260 meldingen ontvangen (vanaf 11 oktober 2018) waarvan er ongeveer 49% zijn voltooid. De resultaten worden gedeeld via internet.

Chroom-6

Het afgelopen jaar is het onderzoek van de Rijksinspectie voor de Volksgezondheid en het Milieu (RIVM) naar het gebruik van Chroom-6 op de zogeheten POMS (Prepositioned Organisational Material Storage)-locaties openbaar gemaakt. De conclusie was helder: Defensie heeft de zorgplicht als werkgever geschonden. De paritaire commissie heeft op basis van de bevindingen en de conclusies van dit RIVM rapport vier aanbevelingen gedaan: 1) kom tot een collectieve regeling, 2) continueer de nazorg, 3) investeer in preventie en 4) laat de twee aanvullende onderzoeken naar Chroom-6 op andere Defensielocaties en het gebruik van CARC (Chemical Agent Resistant Coating) op de POMS-locaties op dezelfde wijze door een paritaire commissie begeleiden. Deze zijn alle door Defensie overgenomen. Zo is in overleg met de bonden de Regeling Uitkering chroom-6 Defensie vastgesteld. Om goede nazorg te kunnen bieden aan de (oud-)Defensiemedewerkers is onder meer een centraal informatiepunt ingericht waar zij terecht kunnen met vragen en zijn bedrijfsmaatschappelijk werkers ingezet om hen te ondersteunen.

Defensie blijft de komende jaren geconfronteerd met de aanwezigheid van chroom-6, omdat niet altijd chroomvrije alternatieven beschikbaar zijn en chroom-6 is verwerkt in materieel en vastgoed. Defensie volgt een actief beleid om chroom-6 uit te bannen op grond van de EU-verordening Registratie, Evaluatie, Autorisatie en restrictie van Chemische stoffen (REACH). Defensie heeft in 2018 onderzoek laten uitvoeren door de interne arbodienst Coördinatiecentrum Expertise Arbeidsomstandigheden en Gezondheid (CEAG) en de Auditdienst Rijk. Uit het CEAG-rapport blijkt dat afdoende maatregelen worden genomen om veilig te kunnen werken. Een geactualiseerde versie van het plan van aanpak chroom-6 is op 4 december 2018 aan de Tweede Kamer aangeboden (35 000 X, nr. 70). De planning is om eind 2020 de in het plan van aanpak genoemde maatregelen te hebben gerealiseerd. De infrastructurele aanpassingen voor de Afdeling Techniek in Leusden (gereed 2021) en het onderzoek naar het toepassen van spuitrobots (gereed 2022) vergen echter meer tijd. Het plan van aanpak chroom-6 is gericht op het toepassen van de arbeid hygiënische strategie. Er wordt hard gewerkt aan de uitvoering van het plan, maar Defensie is er nog niet. De basis – het creëren van de randvoorwaarden zoals het opstellen en actualiseren van protocollen en procedures om veilig te kunnen werken – is gelegd. Het personeel heeft de beschikking over beschermingsmiddelen die, mits goed toegepast, het voorkomen van blootstelling aan deze stof garanderen. Incidenten met betrekking tot het veilig werken met chroom-6 zijn echter nooit helemaal uit te sluiten. De menselijke factor speelt immers een belangrijke rol bij het functioneren van het veiligheidssysteem. Over de uitvoering van het plan van aanpak chroom-6 zal de Kamer via de begrotingsstukken worden geïnformeerd.

2. Middelen

Investeren in nieuw materieel en vastgoed

De beleidsagenda van de ontwerpbegroting 2018 bevatte nog weinig nieuwe informatie over investeringen in materieel. Het verschijnen van de Defensienota van eind maart vormde echter het startsein voor een omvangrijk investeringsprogramma. Een groot deel daarvan is inmiddels in gang gezet. Dit blijkt onder andere uit een stijging van de investeringsquote van 17,3% naar 18,9% in 2018. Dit investeringsprogramma is tevens duidelijk zichtbaar in de aanzienlijke stijging van de aangegane verplichtingen bij de investeringen, namelijk ruim € 1,4 miljard meer dan begroot. Omdat verplichtingen niet direct tot uitgaven leiden, is € 1,2 miljard met een kasschuif doorgeschoven naar de jaren 2020 en 2021. Een deel van deze onderrealisatie is de € 475 miljoen die in het Regeerakkoord beschikbaar is gesteld voor investeringen in modernisering krijgsmacht. Deze middelen blijven nodig voor de vervanging en vernieuwing van ons materieel, met deze kasschuif sluit het kasbudget beter aan bij de investeringsplanning.

In 2018 is informatie over de voortgang van de investeringsprojecten in materieel, vastgoed en IT voor het eerst gezamenlijk ondergebracht in één Materieel Projecten Overzicht. Het Materieel Projecten Overzicht wordt omgevormd tot een Defensie Projecten Overzicht dat jaarlijks in september zal verschijnen; in mei verschijnt de bijbehorende afwijkingsrapportage.

Defensie heeft in 2018 onder andere hard gewerkt aan:

  • het zetten van belangrijke stappen om de M-fregatten en de mijnenbestrijdingscapaciteit samen met België te gaan vervangen;

  • het verwerven van een nieuw bevoorradingsschip (Combat Support Ship);

  • het verwerven van uiteenlopende systemen en munitie voor nieuwe en bestaande oppervlakteschepen, zoals:

    • raketten voor luchtverdediging;

    • raketten voor de bestrijding van oppervlaktedoelen op zee;

    • luchtverdedigingssystemen;

    • een torpedo defensiesysteem en kanons voor de LC-fregatten.

  • de behoeftestelling van een midlife update voor enkele schepen, waaronder het Landing Platform Dock Zr.Ms. Johan de Witt;

  • de voorbereiding van de vervanging van de Walrusklasse-onderzeeboten door bemande onderzeeboten;

  • de behoeftestelling van een midlife update van de Pantserhouwitsers en de Fennek-voertuigen;

  • de behoeftestelling van het vervangen van de voertuigen voor het optreden bij chemische, biologische, radiologische en nucleaire besmetting (CBRN);

  • het oprichten van een kleine eenheid om te experimenteren met onbemande systemen, waarbij de eerste concepten zijn ontwikkeld en experimenten hebben plaatsgevonden;

  • een grondige modernisering van de Apache-gevechtshelikopters;

  • het aanschaffen van onbemande vliegtuigen voor de lange afstand (MALE UAV);

  • de bestelling van de resterende drie F-35 toestellen van de 37 waartoe in 2013 is besloten. Dit is eind 2018 bij het Joint Program Office (JPO) bevestigd;

  • het tekenen van contracten voor al langer lopende projecten zoals multifunctionele containers en operationele voertuigen voor de luchtmobiele brigade;

  • de ontvangst van de eerste van een serie zware transportvoertuigen in december;

  • het investeren in goede kleding en gevechtsuitrusting zoals helmen en andere persoonlijke bescherming;

  • de levering van Excalibur-granaten voor de Pantserhouwitsers;

  • het in gebruik nemen van de eerste BV206 voertuigen die de midlife update hebben gehad bij het Korps Mariniers;

  • de modernisering van het grootste deel van de PC-7 lesvliegtuigen;

  • de behoeftestelling voor het moderniseren van de trainingsapparatuur voor grondgebonden eenheden.

In november 2018 heeft het kabinet de Defensie Industrie Strategie (DIS) uitgebracht (Kamerstuk 31 125, nr. 92). Op basis van het nationaal veiligheidsbelang is beoordeeld over welke kennis, technologie en industriële capaciteiten Nederland moet beschikken. Dit geeft een belangrijke basis voor de toepassing van artikel 346 van het Verdrag betreffende de werking van het Europese Unie bij verwervingstrajecten. Met de DIS geeft Defensie invulling aan het regeerakkoord, waarbij een balans moet worden gevonden tussen het belang van internationale samenwerking en een level playing field op de defensiemarkt enerzijds en het borgen van de wezenlijke belangen van nationale veiligheid anderzijds.

Cyber, Inlichtingen, Informatiegestuurd optreden en IT

Om het optreden in het cyberdomein en het informatiegestuurd optreden te versterken heeft Defensie de volgende maatregelen genomen:

  • Het ontwikkelen van de Defensie Cyber Commando richting een volwaardig inzetbaar militair commando onder gezag van de Commandant der Strijdkrachten. Dit heeft niet alleen organisatorische voordelen en effectiviteitswinst, maar brengt beter tot uitdrukking dat het cyberdomein zich bij alle defensieorganisaties en operationele commando’s manifesteert.

  • Het toepassen van attributie (het publiekelijk aanwijzen van een actor achter cyberaanvallen), met de persconferentie van 4 oktober 2018, waarin de Russische militaire inlichtingendienst GRU werd aangewezen als dader van een ontoelaatbare hackpoging op de organisatie voor het Verbod op Chemische Wapens (OPCW) in Den Haag.

  • Het uitbrengen van de nieuwe Defensie Cyber Strategie in november 2018. De strategie stelt dat in de sterk verslechterende digitale veiligheidscontext een puur defensieve houding niet langer voldoet. Nederland dient ook in het digitale domein te beschikken over een passend arsenaal aan responsopties bij cyberaanvallen. Dit berust vooral op twee pijlers: het versterken van de offensieve cybercapaciteiten van de krijgsmacht en van onze attributiecapaciteit.

  • In het kader van de verbetering van het internet op de legering (IODL) is in de gebouwen waar dat nodig was apparatuur vervangen. Daarmee zijn alle locaties met legering uitgerust met vernieuwde apparatuur en is de bandbreedte vergroot. Defensie biedt hiermee medewerkers op de legering de mogelijkheden om gebruik te maken van video en toepassingen als mail, web en filesharing.

Door een actiever attributiebeleid maken we Nederland een minder aantrekkelijk doelwit voor cyberaanvallen. De MIVD levert door technisch zeer complex inlichtingenonderzoek een onmisbare bijdrage aan onze attributiecapaciteiten.

Met het programma Grensverleggende IT is in 2018 verder gewerkt aan de vervanging van de IT-infrastructuur. De aanbesteding moet leiden tot de vervanging van onze datacenters, netwerken, beveiliging en werkplekken voor toepassingen in Nederland en tijdens inzet. In oktober 2018 heeft Defensie de Tweede Kamer laten weten dat een van de twee marktpartijen zich heeft teruggetrokken uit de aanbesteding. Met de overgebleven marktpartij is Defensie in gesprek om tot contractvorming te komen.

Oprichting SOCOM

Op 5 december 2018 is het Special Operations Command (SOCOM) formeel opgericht. Het SOCOM valt rechtstreeks onder de CDS en is verantwoordelijk voor de coördinatie van de gereedstelling voor inzet en de inzet zelf van de Special Operations Forces (SOF). De SOF bestaan uit het Korps Commandotroepen (KCT) van het CLAS en van de Maritime Special Operations Forces (MARSOF) van het CZSK.

Het SOCOM is op dit moment nog Initial Operational Capable en zal zich de komende jaren doorontwikkelen naar Full Operational Capable.

Vastgoed

In de Defensienota is besloten om verschillende Defensielocaties, die zouden worden afgestoten, toch open te houden, zoals de Korporaal van Oudheusdenkazerne, de Joost Dourleinkazerne, de Koningin Wilhelminakazerne en Kamp Nieuw Milligen. Dit is nodig om onze uitbreiding te kunnen huisvesten en onze zichtbaarheid in de samenleving te vergroten. Ook heeft Defensie in 2018 besloten een groter deel van het Marine Etablissement Amsterdam (MEA) aan te houden en zijn afspraken gemaakt met de gemeente Amsterdam om dit terrein samen te ontwikkelen.

Defensie heeft bijna 11.000 gebouwen en circa 35.000 hectare aan terreinen in de vastgoedportefeuille. Het vastgoed van Defensie dient de inzet van de krijgsmacht in binnen- en buitenland én de bedrijfsvoering van Defensie te ondersteunen. De afgelopen jaren zijn onderhoudsbudgetten gebruikt voor het voldoen aan wet- en regelgeving, het herstellen van storingen en defecten en het voorkomen van onveilige situaties, maar niet gebruikt voor de instandhouding. De opgelopen achterstand heeft directe gevolgen gehad voor de materiële gereedheid, zoals bij de tijdelijke sluiting van de Afdeling Techniek van CLAS in het voorjaar van 2018. Ook moesten in 2018 keukens in Amersfoort en Assen en gezondheidscentra in Stroe en Ermelo (tijdelijk) sluiten. Als vastgoed jarenlang niet op een bepaald niveau wordt onderhouden, dan is dat direct tastbaar en zichtbaar voor personeel. Vastgoed van onvoldoende niveau heeft ook impact op de productiviteit en tevredenheid van onze mensen. Zoals gemeld in Kamerbrief met voortgangsrapportage vastgoed Defensie dd. 31-01-2018 hebben we actie ondernomen om de achterstand op (vervangings)investeringen en instandhouding weg te werken.

Verder zijn in 2018 de volgende zaken opgepakt:

  • Er is hard gewerkt aan het verbeteren van de brandveiligheid, zowel voor legeringslocaties als voor de overige gebouwen. Defensie had de taak om 225 gebouwen die onder toezicht van IL&T vallen, per 1 januari te laten voldoen aan de verscherpte brandveiligheidseisen. Door een intensiveringsslag van het RVB is voor 135 gebouwen deze deadline gehaald. Voor de overige legeringsgebouwen heeft Defensie met IL&T afspraken gemaakt over interimmaatregelen in 2019 die voldoende zijn om de risico’s tot een acceptabel niveau te beperken. Brandveiligheidsmaatregelen ten behoeve van de 105 gebouwen die onder gezag van de gemeenten zijn in 2018 aanbesteed. Voor alle andere gebouwen loopt sinds april 2018 een project waarbij gescand wordt op brandveiligheid. Urgente problemen worden direct verholpen, overige manco’s worden in het reguliere onderhoudsprogramma opgelost.

  • Ook ging Defensie in overleg met de Inspectie SZW (ISZW) aan de slag om alle munitie-opslagen volgens de strengste normen te controleren en waar nodig aan te passen, bijvoorbeeld op het gebied van bliksembeveiliging. De door ISZW geconstateerde tekortkomingen van de kleine bunkers op Veenhuizen en de zuidelijke munitieopslagen zijn in 2018 zo grotendeels verholpen. Ook is een plan, inclusief aanvullend onderzoek door de Nederlandse Organisatie voor toegepast-natuurlijkwetenschappelijk onderzoek (TNO) opgesteld om de tekortkomingen van de grote bunkers op Veenhuizen in 2019 en 2020 op te lossen.

  • Het schrijven van het Strategisch Vastgoedplan (SVP). Dit plan maakt inzichtelijk wat de staat van onze totale vastgoedportefeuille is en wat er moet gebeuren om het vastgoed kwalitatief en kwantitatief weer op orde te krijgen en welke middelen daarvoor nodig zijn. Hierbij wordt rekening gehouden met (nieuwe) vereisten vanuit wet- en regelgeving en de benodigde ontwikkelruimte om uitbreiding van mensen en materieel te kunnen opvangen. Het uitgangspunt voor de vervanging van vastgoed is dat in elk geval wordt voldaan aan energielabel C. Defensie hanteert daarbij als uitgangspunt dat de extra investeringen die daarvoor nodig zijn binnen 10 jaar worden terugverdiend door lagere energiekosten. In het SVP zijn daarmee de aanbevelingen van de Algemene Rekenkamer om in het plan achterstallig onderhoud, de veranderende behoeften, aangescherpte energie-eisen aan rijksgebouwen, brandveiligheidseisen en de financiële gevolgen hiervan, op te nemen, ter harte genomen. Het op systematische wijze meten en monitoren van de bezetting en het gebruik van vastgoed erkent Defensie als randvoorwaarde om het SVP uiteindelijk te kunnen uitvoeren. Het SVP zal uiterlijk 1 juni 2019 aan de Kamer worden aangeboden.

  • Vooruitlopend op het SVP is in 2018 besloten tot een inventarisatie van legeringsgebouwen, om direct noodzakelijke verbeteringen op het gebied van veiligheid inzichtelijk te maken. Het wegwerken van onderhoudsachterstanden en verbeteren van de leefbaarheid en veiligheid krijgen daarbij prioriteit.

3. Manieren

De Defensienota 2018 benadrukt het belang om beter te kunnen inspelen op de snel veranderende veiligheidssituatie, technologische en demografische ontwikkelingen en een aantrekkende arbeidsmarkt. Een adaptieve krijgsmacht helpt ons om beter en sneller te reageren op de veranderingen om ons heen.

Samenwerking

In 2018 is gewerkt aan nieuwe samenwerkingsvormen waarmee innovatievermogen, operationeel vermogen en organisatorische wendbaarheid verder zijn toegenomen. Zo zijn in 2018 vele initiatieven ontstaan, zoals:

  • samenwerking in de logistiek (onder meer uitwisseling van chauffeurs met de civiele markt);

  • «de adaptieve genie» (onder meer uitwisseling van mensen en materieel met de bouwsector);

  • het beleidsinitiatief voor de structurele aanpassing van het HR-beleid (onder meer personele samenwerking en verkennen nieuwe aanstellingsvormen met zo’n 70 bedrijven en organisaties);

  • verdergaande samenwerking met de bewakings- en beveiligingssector;

  • plannen voor de civiel-militaire bouw en exploitatie van een logistiek centrum;

  • intensivering van samenwerking met start ups om de innovatiekracht te versterken, de substantiële toename van de inzet van reservisten in de breedte van de organisatie en inbedding van het concept in opleidingsprogramma’s waarmee het personeel wordt getraind om nieuwe oplossingsrichtingen te exploreren;

  • De bereikbaarheid voor civiele partners is toegenomen door het openen van een centraal loket (FRONTDOOR) op defensieniveau en intern is het zogenaamd BOOST-programma gelanceerd, dat het oplossend vermogen, het eigenaarschap en de vitaliteit bij eenheden versterkt;

  • In 2018 is gestart met de inrichting van de Counter Hybride Unit en het Team Conflict Preventie die in 2019 gereed moeten zijn. Deze units gaan op bestuurlijk niveau samen met nationale en internationale partners bijdragen aan een samenhangend antwoord op hybride dreigingen en conflictpreventie.

Innovatie

Eind 2018 is de Innovatiestrategie Defensie (Kamerstuk 34 919, nr 28) uitgebracht. Samen met de innovatiecentra en het innovatienetwerk is een strategie uitgestippeld die de anticipatie-, selectie-, ontwikkel- en implementatiefuncties aanpakt. Deze functies worden versterkt, niet door een centrale regie te voeren, maar door de noodzakelijke ruimte en middelen te geven en bovenal aandacht te besteden aan het ontwikkelen van een cultuur waarin innovatie gedijt. De innovatiestrategie maakt het eenvoudiger om samen met nieuwe partners – waaronder startups en fieldlabs – te experimenteren met nieuwe toepassingen binnen het operationele domein.

Er zijn in 2018 (meer) middelen beschikbaar gekomen om te investeren in kennisopbouw bij onze strategische kennispartners. De middelen zijn onder meer ingezet voor een versterking van het onderzoek op het gebied van genetwerkt optreden, cyber, High Energy Lasers en Air Missile Defence, hybrid warfare, space en operationele analyse.

Vereenvoudiging bedrijfsvoering

Binnen Defensie is de afgelopen tijd het besef gegroeid dat onze werkwijzen die in tientallen jaren van bezuiniging zijn ontstaan, niet meer passen bij de groei, vernieuwing en adaptiviteit die nodig is. Er lopen diverse initiatieven die als doel hebben hierin verandering aan te brengen en de samenwerking en integrale aanpak op het juiste niveau te verbeteren. Opschoningsactiviteiten op het gebied van interne regelgeving zijn volop gaande. Zo zijn er 22 van de in totaal 49 SG-aanwijzingen ingetrokken en de resterende regelgeving ondergaat een update.

Ter bevordering van behoud en werving van personeel zijn een drietal personele bevoegdheden van de directeur van het centrale Dienstencentrum P&O Defensie (DPOD) verplaatst naar de hoofden van de defensieonderdelen. Het gaat hierbij concreet om aanstellen van herintreders, het toepassen van de hardheidsclausule met betrekking tot de terugbetaling van opleidingskosten en het afwijken van de standaard vergoeding van voor een dienstreis gemaakte kosten. Een tweede stap die is gezet is het neerleggen van mandaten bij lagere commandanten (dat wil zeggen lager dan de hoofden van defensieonderdelen). In het kader van het vergroten van onze wendbaarheid en het in hun kracht plaatsen van commandanten, is er een vereenvoudigde bestelprocedure ingevoerd voor zaken tot € 15.000 (excl. btw).

4. Verdiepen van de internationale samenwerking

Noord-Atlantische Verdragsorganisatie (NAVO)

De NAVO is en blijft de hoeksteen van het Nederlandse veiligheidsbeleid. De bondgenoten werken momenteel aan het verbeteren van de gereedheid en het reactievermogen van hun strijdkrachten. De meest recente ontwikkeling in dit opzicht is de verwelkoming van het Readiness Initiative tijdens de NAVO-top in Brussel op 11-12 juli 2018. De staatshoofden en regeringsleiders spraken toen af dat de NAVO vanaf 2020, aanvullend op de enhanced NATO Response Force, binnen dertig dagen dertig gemechaniseerde bataljons, dertig squadrons gevechtsvliegtuigen en dertig oorlogsschepen moet kunnen inzetten.

Tijdens de NAVO-top in Brussel in juli 2018 werd ook de aanpassing van de NAVO-commandostructuur (NCS) verwelkomd. Verder is besloten tot het starten van een nieuwe NAVO-missie in Irak. Nederland levert een bijdrage aan deze missie.

Nederland leverde in 2018 bijdragen aan de verschillende maatregelen die de NAVO ontplooit in het kader van de collectieve verdediging en afschrikking. Ons land leverde ongeveer 270 militairen voor de Enhanced Forward Presence in Litouwen. Tevens leverde Nederland, zoals ieder jaar, een bijdrage aan de NATO Response Force (NRF). Dit jaar omvatte de Nederlandse bijdrage onder meer een Special Operations Maritime Task Unit voor het snelst inzetbare deel van de NRF, de Very High Readiness Joint Task Force (VJTF). Tevens leverde Nederland een schip als commandoplatform voor de Standing NATO Mine Counter Measures Group 1 (SNMCMG-1), een Luchtverdedigings- en Commandofregat (LCF), een mijnenjager en F-16’s aan de NRF.

Europese Unie (EU)

In 2018 is de aandacht op het terrein van de Europese defensiesamenwerking uitgegaan naar de verdere vormgeving van verschillende Europese initiatieven, zoals de Permanent Structured Cooperation (PESCO), de Coordinated Annual Review on Defence (CARD), het European Defence Industrial Development Programme (EDIDP), het Europees Defensiefonds (EDF) en de Military Planning and Conduct Capability (MPCC).

Nederland neemt momenteel deel aan negen PESCO-projecten en is lead nation van het project militaire mobiliteit. In 2018 is daarnaast de CARD trial run afgerond. Door middel van CARD geven de lidstaten inzicht in elkaars nationale defensieplannen. Zo wordt duidelijker op welke terreinen er mogelijkheden bestaan voor internationale samenwerking. Ook het EDIDP en EDF zijn verder ontwikkeld. Het doel van deze programma’s is om lidstaten door middel van subsidies en gezamenlijke financiering te stimuleren meer samen te werken op het gebied van de ontwikkeling van defensiecapaciteiten.

Tot slot is gewerkt aan de doorontwikkeling van de MPCC. De MPCC is in juni 2017 opgericht en is verantwoordelijk voor de planning en aansturing van non-executieve EU-missies. Nederland heeft ingezet op intensievere coördinatie tussen de MPCC en de Civil Planning and Conduct Capability (CPCC) en op nauwere samenwerking tussen de MPCC en andere EU-actoren die een rol spelen bij de geïntegreerde benadering.

Bilateraal

De bilaterale samenwerkingen met onze belangrijkste partners zijn in 2018 verder verdiept:

  • Op 25 juni 2018 tekenden de ministers van Defensie van België, Denemarken, Duitsland, Estland, Frankrijk, Nederland, Portugal, Spanje en het Verenigd Koninkrijk de intentieverklaring inzake de ontwikkeling van het European Intervention Initiative (EI2). De Finse Minister van Defensie tekende deze intentieverklaring vervolgens ook op 7 november.

  • Noorwegen: de koudweertraining van het Nederlandse Korps Mariniers vindt elk jaar in noord Noorwegen plaats. Begin 2018 hebben de Nederlandse mariniers tijdens de succesvolle oefening Joint Reindeer geoefend met de Noorse landmacht.

  • Benelux: de nauwe samenwerking tussen België, Luxemburg en Nederland is het afgelopen jaar voortgezet. Op 8 juni 2018 tekenden Nederland en België twee Memoranda of Understanding (MoU’s) inzake de gezamenlijke vervanging van de M-fregatten en de mijnenbestrijdingsvaartuigen. Daarnaast tekenden de Belgische en Nederlandse Ministers van Defensie op 20 november 2018 een MoU inzake de verkoop van Nederlandse Squire luchtdoelradarsystemen aan België. Tot slot is in 2018 het verdrag tussen België, Luxemburg, Frankrijk en Nederland inzake luchtruimbewaking na ratificatie door alle partijen op 1 augustus 2018 in werking getreden. Het verdrag is nu ook van kracht voor Luxemburg.

  • Duitsland: Nederland is een van de belangrijkste defensiepartners van Duitsland. Er is gewerkt aan de harmonisatie van regelgeving en certificeringseisen, bijvoorbeeld voor het testen van munitie. Ook tekenden Duitsland en Nederland in januari 2018 een MoU inzake de samenwerking op medisch gebied. In mei 2018 tekenden de Nederlandse en Duitse Ministers van Defensie een intentieverklaring inzake de digitale integratie van de landeenheden.

  • Verenigd Koninkrijk: het Verenigd Koninkrijk en Nederland ontplooiden in 2018 een groot aantal samenwerkingsactiviteiten. Zo was er sprake van uitgebreide kennisuitwisseling over veiligheid (safety) ten behoeve van de oprichting van de Inspectie Veiligheid Defensie. Het Verenigd Koninkrijk en Nederland maakten ook gezamenlijk plannen voor humanitaire assistentie in het Caribisch gebied en de landen verdiepten de samenwerking op het gebied van doctrine-ontwikkeling.

  • Op 28 juni 2018 tekenden de Ministers van Defensie van Denemarken, Estland, Finland, Letland, Litouwen, Nederland, Noorwegen, het Verenigd Koninkrijk en Zweden in Londen de Comprehensive Memorandum of Understanding (C-MOU) inzake de Joint Expeditionary Force (JEF). En marge van het bezoek van de Minister-President aan president Trump op 2 juli 2018 werd het verdrag tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Verenigde Staten van Amerika inzake de totstandkoming van een raamwerk voor samenwerking op het gebied van defensieaangelegenheden (het Raamverdrag) getekend. Het Raamverdrag bevat juridische standaardbepalingen op het gebied van onder meer aansprakelijkheid, uitwisseling en bescherming van informatie, bruikleen van materieel, logistieke ondersteuning en uitwisseling van personeel.

5. Toekomstbestendig financieren

Ook in 2018 zijn er stappen gezet op het gebied van de beleidsprioriteit verankeren van financiële duurzaamheid.

  • In de Defensienota is aangekondigd dat Defensie maatregelen neemt om de schokbestendigheid en voorspelbaarheid van de Defensiebegroting te verbeteren. In 2018 is besloten tot het instellen van een begrotingsfonds vanaf de begroting 2021 voor de investeringen en instandhouding van materieel, IT en vastgoed. Met een begrotingsfonds kan een betere integrale afweging worden gemaakt tussen investeren en instandhouding. Bijkomend voordeel is dat de middelen meerjarig beschikbaar blijven.

  • Het investeringsprogramma voor de komende 15 jaar is voor zowel materieel, IT als vastgoed in de Defensienota inzichtelijk gemaakt. In het materieelprojectenoverzicht zijn – naast de materieelprojecten – voor het eerst ook de vastgoed- en IT-projecten met een omvang van meer van € 25 miljoen opgenomen. Hierdoor is het inzicht in het totale investeringsprogramma van Defensie vergroot.

  • Ook is besloten dat de reservering voor het opvangen van valutaschommelingen voortaan beschikbaar is voor alle materieelprojecten, inclusief de verwerving F-35. Deze reservering was oorspronkelijk alleen voor materieelprojecten met een omvang van meer dan € 100 miljoen.

  • Defensie heeft in 2018 geïnvesteerd in het verbeteren van het rekenmodel waarmee wordt bepaald welke budgetten nodig zijn voor de beschikbaarheid dan wel uitbreiding van de Defensiecapaciteiten. Verder zijn het opdrachtgeverschap en opdrachtnemerschap versterkt door mandaten waar mogelijk in de uitvoering te leggen. Ten slotte zijn de instructies die worden gebruikt voor het opstellen van ramingen en voor risicomanagement verder ingebed in de organisatie.

  • Defensie heeft in 2018 uitgewerkt hoe de kosten die worden gedaan per wapensysteem beter inzichtelijk kunnen worden gemaakt in de SAP-administratie. In 2019 wordt dit met een prototype voor één wapensysteem getest. Hoewel er vooruitgang wordt geboekt op het terrein van financiële duurzaamheid, gaat het door de complexiteit van dit thema en de beperkte beschikbaarheid van capaciteit nog niet in het gewenste tempo. Om dezelfde redenen zal ook de ontwikkeling van het Cost to Readinessmodel (CTRM) – dat is toegezegd in de kabinetsreactie op het Interdepartementaal Beleids Onderzoek «Zicht op gereedheid» (Kamerstuk 33 763, nr. 140) – vertragen.

6. Gereedheid en inzet van de krijgsmacht

Gereedheid

In 2018 is intensief verder gewerkt aan het herstel van de gereedheid van de krijgsmacht. De gereedheid wordt gevormd door drie elementen: personele gereedheid, materiële gereedheid en geoefendheid. Op een aantal gebieden is voortgang geboekt maar de herstelinspanningen blijven onder druk staan door het omvangrijke beroep op de krijgsmacht, de schaarse (gevechts)ondersteuning en een dalend aantal militaire medewerkers.

Hoewel de instroom in absolute aantallen in 2018 hoger was dan voorgaande jaren en het burgerpersoneelsbestand nagenoeg is gevuld, is de algehele vulling gedaald. De procentuele vulling is in 2018 mede gedaald door een uitbreiding van de formatie met 3410 vacante functies. Het saldo voor militair personeel blijft achter en is zorgelijk. Door irreguliere uitstroom is de druk op de opleidingscapaciteit vergroot. Voldoende instructiecapaciteit is en blijft een belangrijke voorwaarde, maar dat blijkt in de praktijk vaak een risico. Het kost tijd en (operationele) capaciteit om nieuwe mensen op te leiden en in te werken. Naast kwantiteit heeft de uitstroom daarmee ook effect op de kwalitatieve vulling. Door te prioriteren, uit te besteden en personele capaciteit te verschuiven zijn de effecten zoveel mogelijk gemitigeerd.

In 2018 is verder gewerkt aan de uitvoering van het plan van aanpak Verbeteren Materiële Gereedheid. Mede hierdoor is de beschikbaarheid van reservedelen verder toegenomen. Daarnaast liggen verwervingstrajecten voor de aanschaf van nieuw materieel grotendeels op koers en zijn meerdere analyses uitgevoerd op bestaand materieel om de instandhouding te kunnen verbeteren. Aan de andere kant is een aantal belangrijke randvoorwaarden voor verbetering van de materiële gereedheid nog niet volledig toereikend, waaronder de personele bezetting, infrastructuur en beschikbaarheid van opleidingen. Ook zorgde verouderd materieel voor meer klachten en hierdoor voor meer onvoorzien onderhoud. Als gevolg hiervan laat de materiële gereedheid in 2018 een grillig verloop zien. Het verbeteren van de materiële gereedheid kost tijd en kan pas een structureel stijgende lijn laten zien als de noodzakelijke randvoorwaarden afdoende ingevuld zijn.

Na een tijd waarin de voorraden zeer beperkt waren, heeft Defensie in 2018 stappen gezet om in eerste instantie de voorraden voor de tweede hoofdtaak op niveau te brengen. Vanwege de voorraadtekorten en financiële schaarste vanuit het verleden was ook veel achterstand weg te werken. Dit na-ijlen van achterstanden werkt tot op de dag van vandaag door in nagenoeg alle assortimenten. De voorraden beslaan een breed scala aan artikelen, verdeeld in acht operationele assortimenten: munitie, bedrijfs- en brandstoffen, operationele infrastructuur, geneeskundige verbruiksartikelen, operationele rantsoenen, disposables (artikelen voor eenmalig gebruik), reservedelen voor operationeel optreden, alsmede kleding en uitrusting.

Door de toenemende spanningen aan de randen van de EU en het NAVO-bondgenootschap is, zonder afbreuk te willen doen aan het belang van de tweede en de derde hoofdtaak, vooral de eerste hoofdtaak van Defensie steeds prominenter geworden.

Defensie moet daarom anticiperen op een grotere inzet van onze krijgsmacht, door het garanderen van inzetvoorraden en door robuustere voorraden voor gereedstelling aan te houden. Daarom is Defensie eind 2018 begonnen met de actualisatie van het Beleidskader Inzetvoorraden. Dit gebeurt mede op basis van de eisen die de NAVO aan ons stelt op het gebied van strategische voorraden. Op basis van dit geactualiseerde beleid stelt Defensie vanaf 2019 nieuwe normen vast voor de eerdergenoemde operationele assortimenten. Een inventarisatie van de bestaande voorraden laat vervolgens zien waaraan tekorten bestaan. Het vergt afzonderlijke besluitvorming of deze behoeften ook kunnen worden vervuld.

In 2018 is door deelname aan verschillende oefeningen van zowel CZSK, CLAS, CLSK en de KMar verder gewerkt aan het herstel van de geoefendheid. Daarnaast is voor het eerst sinds jaren specifiek geoefend voor het optreden in een grootschalig conflict en bij hogere dreigingsscenario’s. Alle krijgsmachtdelen hebben hiertoe eind 2018 joint (gezamenlijk) en combined (in internationaal verband) met 2.200 militairen, vier schepen, een helikopter, een tankvliegtuig en honderden gevechts- en transportvoertuigen deelgenomen aan de oefening Trident Juncture. Door deelname aan deze internationale NAVO oefening heeft Defensie haar mogelijke inzet voor Snel Inzetbare Capaciteiten (SIC) verder verbeterd wat bijdraagt aan de juiste focus op de eerste hoofdtaak. De resultaten van Trident Juncture zijn merkbaar in een toename van de getraindheid van de eenheden. Deze oefening met strategische verplaatsingen van zowel personeel, materieel als voorraden en het oefenen in realistische tijd- en ruimtefactoren benadert een echte operatie. Daarnaast heeft Trident Juncture voor positieve reacties gezorgd, onder andere vanuit de NAVO, en draagt het bij aan het moreel en vertrouwen in Defensie.

Hiernaast heeft Nederland in het kader van de tweede hoofdtaak voor het eerste semester van 2018 standby gestaan voor een combined European Battle Group (EUBG). De EUBG 2018 is gezamenlijk uitgevoerd met België, Luxemburg en Oostenrijk en bestond uit ongeveer 2.500 militairen, het grootste gedeelte werd geleverd door de 13 Lichte Brigade van het CLAS.

Missies en inzet voor nationale veiligheid

Strijd tegen Islamitische Staat (ISIS)

Nederland stelde in 2018 ongeveer 400 militairen beschikbaar voor de strijd tegen ISIS. Onder andere voor de training en Advise & Assist van Iraakse strijdkrachten, inclusief de Koerdische Peshmerga. Wegens een verandering in de trainingsbehoeften in Noord-Irak is in 2018 de Nederlandse Special Operations Froces (SOF-) bijdrage aldaar teruggetrokken. Tevens werden in 2018 voor de duur van een jaar vier Nederlandse F-16’s ingezet in de strijd tegen ISIS. Daarnaast voorzag Nederland met een Target Support Cell (TSC) en een Processing Exploitation and Dissemination (PED) capaciteit in een behoefte binnen het doelontwikkelingsproces dat vooraf gaat aan luchtaanvallen van de Anti-ISIS coalitie. Ook was er sinds januari een Nederlands chirurgisch team ontplooid in een ziekenhuis geleid door de Verenigde Staten in West-Irak. Deze bijdrage was voorzien voor een jaar en is medio januari 2019 beëindigd.

MINUSMA

Nederland droeg in 2018 met ongeveer 250 militairen bij aan de VN-missie in Mali, MINUSMA. Het kabinet heeft in 2018 besloten om de Nederlandse bijdrage grotendeels te beëindigen per 1 mei 2019. Twee tot drie stafofficieren zullen tot eind 2021 in de missie actief blijven.

Resolute Support

Nederland heeft in 2018, op verzoek van de NAVO en de Afghaanse regering, de bijdrage aan Resolute Support, de NAVO-missie in Afghanistan, geïntensiveerd van ongeveer 100 tot ongeveer 160 personen en het mandaat verlengd tot en met 31 december 2021. De intensivering betreft een gezamenlijk met Duitsland op te richten team van special operating forces (SOF)-adviseurs en ondersteunende troepen ten behoeve van de training, advisering en begeleiding van Afghan Special Security Forces (ASSF).

Frontex

De Koninklijke Marechaussee (KMar) heeft in 2018 een bijdrage geleverd aan Frontex, het Europees agentschap voor grens- en kustwacht. De KMar stelde in 2018 ook een bijdrage gereed aan de Rapid Reaction Pool, die bij zeer urgente situaties wordt ingezet om illegale migratie tegen te gaan en leverde de KMar personeel en materieel aan reguliere Frontex operaties.

Enhanced Forward Presence

In het kader van geloofwaardige afschrikking heeft de NAVO tijdens voorgaande toppen in Wales (2014) en Warschau (2016) besloten tot de ontplooiing van een vooruitgeschoven NAVO-aanwezigheid in de Baltische staten en Polen, als geruststellende maatregel voor deze landen en ter afschrikking van Rusland.

In 2018 leverde Nederland een gemechaniseerde infanteriecompagnie (ruim 200 militairen), inclusief ondersteuning, aan de multinationale battlegroup in Litouwen. Evenals in 2017 leverde Nederland tevens experts op het gebied van strategische communicatie en cyberveiligheid. Ook leverde Nederland stafmedewerkers voor de bataljonsstaf van de battlegroup.

Kleine bijdragen

In 2018 leverde Nederland een aantal kleine bijdragen aan missies in Afrika en het Midden-Oosten, waaronder United Nations Mission in South Sudan (UNMISS), UN Disengagement Observer Force (UNDOF), European Training Mission (EUTM) Mali en EUTM Somalië. Nederland heeft de bijdrage aan EUTM Somalië met ingang van 1 april 2018 beëindigd. De overige kleine bedragen zijn zichtbaar in de Kamerbrief. Een tussentijdse evaluatie van de Nederlandse bijdrage aan operaties en missies 2018 die tegelijkertijd met het jaarverslag uitkomt.

Nationaal

Ook in 2018 heeft Defensie een bijdrage geleverd aan de nationale veiligheid. De Marechaussee heeft nationale politietaken uitgevoerd en Defensie heeft ondersteuning verleend aan de civiele autoriteiten, zowel in Nederland als in het Caribisch deel van het Koninkrijk, in de vorm van militaire bijstand en steunverlening. Hierbij kan bijvoorbeeld worden gedacht aan de inzet van searchcapaciteit ten behoeve van justitiële onderzoeken, duikassistentie ter bescherming van havens, aan de inzet van blushelikopters bij natuurbranden tijdens het droogteseizoen en aan de ruiming van (geïmproviseerde) explosieven. Daarnaast heeft de Luchtmacht het Nederlandse luchtruim met jachtvliegtuigen beveiligd.

Realisatie Beleidsdoorlichtingen

Artikel

Naam artikel

2012

2013

2014

2015

2016

2017

2018

Geheel artikel?

1

Inzet

   

x

       

nee

1

Inzet

         

x

 

nee

2

Taakuitvoering CZSK

       

x

   

nee

3

Taakuitvoering CLAS

         

x

 

nee

4

Taakuitvoering CLSK

 

x

         

nee

5

Taakuitvoering KMar

 

x

         

nee

6

Investeringen krijgsmacht

               

7

Ondersteuning krijgsmacht door DMO

               

8

DOSCO

 

x

         

nee

8

DOSCO

     

x

     

nee

9

Algemeen

               

10

Centraal apparaat

               

11

Geheime uitgaven

               

12

Nominaal en onvoorzien

               

Voor het meest recente overzicht van de programmering van beleidsdoorlichtingen, klik op deze link: http://www.rijksbegroting.nl/beleidsevaluaties/evaluaties-en-beleidsdoorlichtingen/2018.

Voor de realisatie van andere onderzoeken, zie de bijlage «afgerond evaluatie- en overig onderzoek» (bijlage 2).

Overzicht van risicoregelingen

Per 31 december 2018 is er één openstaande garantie. Het betreft een overeenkomst met de Vereniging Verbond van Verzekeraars over de verzekerbaarheid van personeel. De looptijd is onbepaald en er is geen gegarandeerd bedrag vastgesteld. De overeenkomst regelt de verhouding tussen het Ministerie van Defensie en de Vereniging met als doel de belemmeringen die defensieambtenaren in het maatschappelijk verkeer ondervinden als gevolg van uitsluitingsclausules bij levensverzekeringen, gekoppeld aan de financiering van een woning, weg te nemen. In 2018 zijn er geen aanspraken geweest.

4. BELEIDSARTIKELEN

4.1 Beleidsartikel 1 Inzet

Algemene doelstelling

De krijgsmacht is er voor de verdediging en bescherming van de belangen van het Koninkrijk, alsmede voor de handhaving en de bevordering van de internationale rechtsorde. Tevens ondersteunt de krijgsmacht civiele autoriteiten bij rechtshandhaving, rampenbestrijding en humanitaire hulp, zowel nationaal als internationaal. Om deze taken te kunnen uitvoeren stelt Defensie militaire eenheden gereed die daarvoor kunnen worden ingezet.

Rol en verantwoordelijkheid

De Minister is verantwoordelijk voor het beschikbaar stellen en daadwerkelijk inzetten van eenheden om de veiligheid van het eigen en bondgenootschappelijk grondgebied te handhaven. Verder is de Minister in samenwerking met bondgenoten verantwoordelijk voor de uitvoering van bijdragen aan missies voor conflictpreventie, crisisbeheersing en vredesopbouw, zowel in Europa als daarbuiten. Het Koninkrijk der Nederlanden draagt daarmee bij aan de handhaving en bevordering van de internationale rechtsorde. De eenheden kunnen ook worden ingezet ten behoeve van nationale taken en het verlenen van (internationale) noodhulp.

Onder Beleidsartikel 1 Inzet wordt een overzicht geboden van de gehele inzet van de krijgsmacht. Dit betreft de bijdragen van Defensie aan crisisbeheersingsoperaties, contributies aan common funded NAVO- en EU-operaties, inzet voor nationale en koninkrijkstaken en overige inzet. Het artikel is in de alinea Toelichting op Nationale inzet daartoe uitgebreid met één niet-financieel overzicht Daadwerkelijke inzet 2018 in aantallen voor de structurele inzet voor nationale- en koninkrijkstaken, bijvoorbeeld door de KMar, de Explosieven Opruimingsdienst Defensie (EODD) en de Kustwachten. In Beleidsartikel 1 is de verantwoording opgenomen van de additionele uitgaven voor inzet onder verantwoordelijkheid van de Commandant der Strijdkrachten. In de beleidsartikelen 2 tot en met 5 wordt de taakuitvoering verantwoord van de Zeestrijdkrachten, Landstrijdkrachten, Luchtstrijdkrachten, de Marechaussee en de aan hen gemandateerde inzet, voor zover deze niet valt onder artikel 1.

Beleidsconclusies

Nederlandse militairen zijn in 2018 wederom breed ingezet voor vrede en veiligheid. Gedurende het jaar waren gemiddeld 900 militairen op uitzending. Dat betekent dat in 2018 ruim 3.500 militairen uitgezonden zijn geweest. Nederland heeft voor de vooruitgeschoven NAVO-aanwezigheid ongeveer 270 militairen geleverd aan de multinationale battlegroup onder leiding van Duitsland in Litouwen. In de strijd tegen ISIS stelde Nederland in 2018 ongeveer 400 militairen beschikbaar. Onder andere voor de training Advise & Assist van Iraakse strijdkrachten, inclusief de Koerdische Peshmerga. Wegens een verandering in de trainingsbehoeften in Noord-Irak is in 2018 de Nederlandse Special Operations Forces (SOF-) bijdrage aldaar teruggetrokken. Tevens werden in 2018 voor de duur van een jaar vier Nederlandse F-16’s ingezet in de strijd tegen ISIS. Ook was er sinds januari een Nederlands chirurgisch team ontplooid in een ziekenhuis geleid door de Verenigde Staten in West-Irak. Deze bijdrage was voorzien voor een jaar en is medio januari 2019 beëindigd. Daarnaast voorzag Nederland met een Target Support Cell (TSC) en een Processing Exploitation and Dissemination (PED) capaciteit in een behoefte binnen het doelontwikkelingsproces dat vooraf gaat aan luchtaanvallen van de Anti-ISIS coalitie. In de United Nations Multidimensional Integrated Stabilization Mission in Mali (MINUSMA) heeft Nederland een bijdrage geleverd met ongeveer 250 militairen. Daarnaast is besloten om deze bijdrage per 1 mei 2019 grotendeels te beëindigen en met twee tot drie stafofficieren in de missie actief blijven. In 2018 heeft Nederland, op verzoek van de NAVO en de Afghaanse regering, de bijdrage aan Resolute Support, de NAVO-missie in Afghanistan, geïntensiveerd van ongeveer 100 tot 160 personen en het mandaat verlengd tot en met 31 december 2021. De intensivering betreft een gezamenlijk met Duitsland op te richten team van SOF-adviseurs en ondersteunende troepen ten behoeve van de training, advisering en begeleiding van Afghan Special Security Forces (ASSF). Voorts leverde Nederland in 2018 een aantal kleine bijdragen aan missies in Afrika en het Midden-Oosten, waaronder United Nations Mission in South Sudan (UNMISS), UN Disengagement Observer Force (UNDOF), European Training Mission (EUTM) Mali en EUTM Somalië. Nederland heeft de bijdrage aan EUTM Somalië met ingang van 1 april 2018 beëindigd.

Naast de internationale inzet heeft Defensie in 2018 zowel in Nederland als in het Caribisch deel van het Koninkrijk ook een bijdrage geleverd aan de nationale veiligheid of ondersteuning verleend aan de civiele autoriteiten (met inzet van o.a. KMar, EODD, CZSK, CLAS, CLSK en de Kustwacht), in de vorm van militaire bijstand en steunverlening. Dit is zichtbaar in de tabel daadwerkelijke inzet in 2018 in aantallen.

In een aantal missieramingen (zie tabel crisisbeheersingsoperaties bij de toelichting) is financiële compensatie opgenomen om de negatieve effecten van inzet op de gereedheid en geoefendheid van de krijgsmacht te beperken. Zo zijn in diverse missieramingen bijvoorbeeld kosten opgenomen voor vervangende inhuur van luchttransportcapaciteit als gevolg van de inzet van de KDC-10 en de C-130.

Tabel budgettaire gevolgen van beleid artikel 1 Inzet (bedragen x € 1.000)
 

Realisatie

Vastgestelde begroting

Verschil

2014

2015

2016

2017

2018

2018

2018

Verplichtingen

263.764

268.240

739.915

136.386

220.811

308.090

– 87.279

               

Uitgaven

252.576

272.617

277.213

198.791

232.001

335.839

– 103.838

               

Programma uitgaven

252.576

272.617

277.213

198.791

232.001

335.839

– 103.838

Opdracht Inzet

252.576

272.617

277.213

198.791

232.001

335.839

– 103.838

– Crisisbeheersingsoperaties / Verdeelartikel BIV (HGIS)

228.517

267.491

275.226

197.553

226.651

332.682

– 106.031

– Financiering nationale inzet krijgsmacht

1.939

2.109

1.787

1.238

1.669

3.157

– 1.488

– Overige inzet

22.120

3.017

200

 

3.681

 

3.681

Bijdrage door SSO’s binnen de opdracht Inzet1

 

3.488

708

411

187

 

187

Programma-ontvangsten

11.645

35.300

55.395

20.569

36.119

26.707

9.412

– Crisisbeheersingsoperaties (HGIS)

8.293

35.212

55.346

20.569

34.614

26.707

7.907

– Overige inzet

3.352

88

49

 

1.505

 

1.505

X Noot
1

Bijdrage door SSO’s in 2018 betreft Paresto (€ 0,187 miljoen)

Toelichting algemeen

In artikel 1 worden alleen uitgaven voor inzet begroot en verantwoord:

  • (1) Voor zover deze uitgaven additioneel zijn. Dit betekent dat vormen van inzet budgettair niet zichtbaar zijn in dit artikel indien geen sprake is van aanvullende uitgaven ten opzichte van de uitgaven voor gereedstelling en instandhouding binnen de artikelen van de operationele commando’s (bijvoorbeeld de inzet van helikopters voor Search and Rescue) of indien deze worden verrekend met tweeden of derden (bijvoorbeeld noodhulp die wordt verrekend met het Ministerie van Buitenlandse Zaken).

  • (2) Voor zover deze inzet onder directe verantwoordelijkheid van de Commandant der Strijdkrachten wordt uitgevoerd. Verschillende vormen van inzet zijn gemandateerd aan de operationele commando’s, zoals de inzet voor de Kustwacht, en worden daarom bij die artikelen begroot en verantwoord.

  • (3) Om het geïntegreerde karakter te borgen wordt besluitvorming over het Budget Internationale Veiligheid (BIV) interdepartementaal voorbereid en uitgevoerd. In 2018 zijn middelen uit het BIV structureel overgeheveld naar de begrotingen van de Ministeries van Buitenlandse Zaken (€ 30 miljoen) en Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking (BHOS) (€ 30 miljoen) en andere artikelen binnen de Defensiebegroting (€ 59,5 miljoen).

  • (4) Bijlage 4 van het jaarverslag geeft een overzicht van de raming en realisatie van het BIV. In de toelichting op de instrumenten wordt op bondige wijze ingegaan op de verschillen (grensbedrag € 5 miljoen) tussen de budgettaire raming en de realisatie.

Toelichting op de financiële instrumenten

De posten met een verschil groter dan € 5,0 miljoen worden hieronder nader toegelicht.

Verplichtingen

De gerealiseerde verplichtingen zijn € 87,3 miljoen lager dan begroot als gevolg van het overhevelen van kas- en verplichtingenbudget naar de begrotingen van BZ en BHOS (€ 60 miljoen) en naar de begrotingsartikelen van defensieonderdelen (€ 59,5 miljoen). Hierdoor zijn de verplichtingen niet op dit artikel aangegaan. Daarentegen zijn voor enkele missies hogere verplichtingen aangegaan dan was voorzien, zoals Resolute Support, EFP en missies algemeen. Verder zijn er nog voor € 3,6 miljoen verplichtingen aangegaan voor de inzet van Vessel Protection Detachments (VPD’s). Deze inzet is niet vooraf te voorzien.

Uitgaven

De uitgaven voor artikel 1 zijn met de begroting 2018 vastgesteld op € 335,8 miljoen. In 2018 is € 103,8 miljoen minder gerealiseerd. Dit is met name veroorzaakt door de overheveling van middelen naar de begrotingen van BZ en BHOS en andere begrotingsartikelen in de eerste suppletoire begroting. Daarnaast is in 2018 minder gerealiseerd door minder gebruik dan verwacht van de VPD’s die kwetsbare scheepvaart voor de Afrikaanse noordoostkust helpen beschermen tegen piraterij.

Toelichting crisisbeheersingsoperaties (HGIS)

Crisisbeheersingsoperaties (HGIS) (bedragen x € 1.000)
         

Realisatie

Begroting

Verschil

 

2014

2015

2016

2017

2018

2018

 

Uitgaven missies

             

AFGHANISTAN

38.195

21.347

18.271

14.636

17.968

14.000

3.968

STRIJD TEGEN ISIS (ATF ME & CBMI)

15.983

103.931

110.152

39.077

86.935

97.000

– 10.065

MINUSMA

87.672

78.943

80.174

66.388

47.804

50.000

– 2.196

eFP

     

20.329

24.991

22.000

2.991

EU ATALANTA

13.714

12.557

9.403

4.901

2.798

8.000

– 5.202

MISSIES ALGEMEEN

4.913

5.309

8.618

11.110

10.550

9.000

1.550

Uitgaven contributies

38.745

31.372

26.254

27.979

28.391

33.000

– 4.609

EUTM SOMALIE

609

686

837

634

383

800

– 417

UNTSO

612

591

633

877

963

600

363

FSE MIRAGE

   

856

1.076

1.495

500

995

CMF

247

352

241

260

277

250

27

NLTC

17

54

226

73

67

250

– 183

EULEX

568

289

320

82

36

65

– 29

NS2AU

98

74

70

82

63

50

13

EUTM MALI

80

73

81

72

20

17

3

UNMISS

1.784

1.820

1.029

453

581

 

581

UNDOF

105

120

203

159

160

 

160

EU NAVFOR MED

 

36

1.943

860

280

 

280

UNIFIL

     

55

199

 

199

UNODC

     

14

144

 

144

EUBAM LIBIË

     

50

13

 

13

UNMAS IRQ

     

6

0

 

0

OP SEA GUARDIAN

       

1.683

 

1.683

Snelle Inzetbare Capaciteiten (SIC)

       

849

 

849

EUFOR ALTHEA

234

318

333

64

     

KFOR

343

359

387

149

     

ACTIVE FENCE (PATRIOTS TURKIJE)

18.224

4.742

6.942

23

     

VPD’S

 

4.293

3.980

6.115

     

EUMAM RCA

 

112

92

0

     

EUCAP SAHEL MALI

 

6

17

0

     

SNMG-2 ZR MS AMSTEL

   

1.809

261

     

SNMG-2 ZR MS RUYTER

   

2.355

988

     

Border Security Teams (BST)

     

780

     

Beëindigde missies

6.374

105

         

Totale uitgaven aan missies

228.517

267.491

275.226

197.553

226.651

235.532

– 8.881

Gereserveerde bijdrages

             

Bijdrage vanuit BIV naar defensieonderdelen

         

59.500

 

Overheveling vanuit BIV naar BHOS

         

60.000

 

Voorziening HGIS

         

– 22.350

 

Totale budget CBO/BIV

         

332.682

 

In bovenstaande tabel wordt bij de stand begroting 2018 weergegeven hoeveel budget begroot was per missie. Hieronder worden de verschillen groter dan € 5 miljoen per missie toegelicht.

Strijd tegen ISIS

In de begroting 2018 is voor ATF ME een bedrag opgenomen gerelateerd aan de verwachte wapeninzet die gedurende het jaar zou plaatsvinden. De wapeninzet van ATF ME in 2018 is lager geweest dan voorzien.

EU ATALANTA

In de begroting 2018 is voor EU ATALANTA een bedrag opgenomen voor de inzet van maritieme eenheden. In 2018 heeft echter geen maritieme inzet plaatsgevonden met betrekking tot EU ATALANTA. De realisatie in 2018 betreft slechts de onkosten van de bezetting van het hoofdkwartier en onkosten van inzet voor EU ATALANTA die eind 2017 eindigde en in 2018 zijn verrekend.

Toelichting op ontvangsten

Ontvangsten Crisisbeheersingsoperaties en Overige inzet

In 2018 is € 36,1 miljoen ontvangen. Dit is € 9,4 miljoen meer dan begroot, doordat de gerealiseerde ontvangsten van met name de VN voor de missie MINUSMA hoger waren dan vooraf gepland. Daarnaast waren de bijdragen van de Nederlandse reders voor de VPD’s in de begroting 2018 in de uitgavenraming van crisisbeheersingsoperaties verwerkt en zijn deze onder Overige inzet separaat zichtbaar gemaakt.

Toelichting op Nationale inzet

Daadwerkelijke inzet 2018

Aantal

Reguliere inzet

 

Explosieven Opruimingsdienst Defensie (EOD)

2.076

Explosieven opruiming op de Noordzee

30

Onderscheppingen in het luchtruim (CLSK)

7

Incidentele inzet

 

Bijstand Caribisch gebied

14

Bijstand Caribisch gebied door KMar

5

Bijstand KMar (Politiewet 2012 – art. 57)

11

Strafrechtelijke Handhaving van de Rechtsorde (Politiewet 2012)

72

Handhaving Openbare Orde (Politiewet 2012)

27

Steunverlening Openbaar Belang

18

Bijstand Wet Veiligheidsrisico's

42

Structurele nationale taken

Defensie voert structurele taken uit ten behoeve van civiele overheden. De financiële middelen van deze structurele taken zijn opgenomen in de verschillende begrotingsartikelen van Defensie. Deze structurele taken zijn vastgelegd in wet- of regelgeving, inclusief ministeriële besluiten, convenanten of arrangementen. Onder de structurele taken vallen de taken van de KMar, de Kustwacht in Nederland en het Caribisch gebied, luchtruimbewaking, de Bijzondere Bijstandseenheden en Explosieven OpruimingsDienst Defensie.

Militaire bijstand en steunverlening (Financiering Nationale Inzet Krijgsmacht, FNIK)

Defensie verleent militaire bijstand (MB) voor de handhaving van de openbare orde en veiligheid en voor de strafrechtelijke handhaving van de rechtsorde (MB SHRO). Deze bijstand wordt zowel door de KMar geleverd als door andere eenheden van Defensie. Daarnaast wordt bijstand verleend in geval van een ramp of crisis, of de vrees voor het ontstaan daarvan (Wet Veiligheidsregio). Verder kan een civiele autoriteit/Minister een beroep doen op militaire steunverlening in het openbaar belang (MSOB).

Voorbeelden van nationale taken die Defensie in 2018 gedurende het hele jaar heeft uitgevoerd zijn:

  • De notice to move (NTM) van batch 1 (200 man) en één compagnie van het Bataljon Bewaken – Beveiligen is op verzoek van de Nationaal Coördinator Terrorismebestrijding en Veiligheid (NCTV) resp. van 8 en 48 uur verkort naar 6 uur NTM. In 2018 is verder invulling gegeven aan de gezamenlijke operationele voorbereidingen (KMar-Defensie en Nationale Politie).

  • De KMar is tot 16 november 2018 ondersteund door het CZSK en het CLAS bij het Mobiel Toezicht Veiligheid (MTV). Door de behoefte aan grotere capaciteit bij de grensbewaking aan de Europese buitengrens in de Nederlandse zeehavens Hoek van Holland, Europoort en IJmuiden ontstond capaciteitstekort binnen de KMar.

  • Zoek- en observatieteams van Defensie hebben regelmatig het civiele gezag ondersteund.

  • Gedurende de droogteperiode (maart-september) heeft Defensie op verzoek (met enige frequentie) een blushelikopter stand-by gesteld. Deze is 10 maal ingezet.

Host Nation Support

Host Nation Support (HNS) (gastlandsteun) is de militaire ondersteuning die door Nederland wordt geleverd aan bondgenootschappelijke eenheden en NAVO-organisaties die verblijven op of zich verplaatsen over Nederlands grondgebied. Dit is een nationale verplichting die ten grondslag ligt aan de NAVO. In 2018 zijn twee grote HNS-operaties uitgevoerd.

Van 12 tot 25 juni 2018 heeft Defensie bijgedragen aan een deployment van een Amerikaanse Taskforce via Rotterdam en Eindhoven naar de thuisbasis in Duitsland. Deze HNS-operatie kenmerkte zich bij aanvang door een aantal aanvragen voor militaire verplaatsingen over Nederlands grondgebied en door het Nederlands luchtruim van verschillende Amerikaanse instanties. Met behulp van de NCTV zijn gezamenlijk coördinerende vergaderingen belegd en is de afstemming en informatievoorziening naar de relevante instanties (interdepartementaal) opgestart. Tevens is gebruik gemaakt van het netwerk van de betrokken veiligheidsregio’s. Uiteindelijk zijn 60 helikopters en 1.200 voertuigen doorgevoerd.

Van 1 tot 11 oktober 2018 heeft Defensie de verplaatsing van een Britse eenheid ondersteund. Daarbij zijn circa 500 voertuigen met 1.000 militairen in colonnes via Hoek van Holland en Rotterdam naar Duitsland doorgereisd voor deelname aan de NAVO-oefening Trident Juncture in Noorwegen.

4.2 Beleidsartikel 2 Taakuitvoering zeestrijdkrachten

Algemene doelstelling

De zeestrijdkrachten leveren operationeel gerede maritieme expeditionaire capaciteit, zowel vloot als mariniers, voor nationale en internationale missies en operaties.

Rol en verantwoordelijkheid

De Minister is verantwoordelijk voor de vaststelling van de omvang en samenstelling van de zeestrijdkrachten en van de mate van gereedheid van maritieme eenheden. Voor de maritieme capaciteit van de krijgsmacht is het CZSK verantwoordelijk voor het operationeel gereedstellen en in stand houden van de maritieme eenheden. De zeestrijdkrachten zijn inzetbaar voor zowel nationale als internationale taken.

Beleidsconclusies

In 2018 heeft het CZSK een bijdrage geleverd aan de hoofdtaken van de krijgsmacht en daarmee aan belangrijke onderdelen van het ambitieniveau van Defensie. Het CZSK heeft gedurende het jaar deelgenomen aan verschillende grote en kleine internationale operaties. Zo heeft CZSK met een Raiding Squadron en een Special Operations Maritime task Unit (Mariniers-eenheden) aan de NATO Response Force (NRF), met een Luchtverdedigings- en Commandofregat als commandoplatform aan de Standing NATO Maritime Group 2 (SNMG2) en met twee mijnenbestrijdingsvaartuigen en een torpedowerkschip als commandoplatform aan de Standing NATO Mine Counter Measures Group 1 (SNMCMG1) bijgedragen. Met deze NAVO-bijdragen wordt de internationale solidariteit en collectieve veiligheid in stand gehouden. Een Multi-Purpose (M)-fregat en drie patrouilleschepen hebben als stationsschip in het Caribische gebied geopereerd om daarmee de stabiliteit te blijven waarborgen. Daarnaast is er een onderzeeboot ingezet, hetgeen bijdraagt aan de informatiepositie van ons land. Tot slot hebben mijnenbestrijdings- en hydrografische vaartuigen een bijdrage geleverd aan nationale operaties waarmee de veiligheid op de Noordzee gegarandeerd blijft.

De gereedstelling was vooral gericht op het hogere deel van het geweldspectrum. Met name onderzeebootbestrijding, amfibische oorlogsvoering en bergtraining stonden centraal. Vloot- en marinierseenheden en force commander leverden een aanzienlijk aandeel in de NAVO oefening Trident Juncture, waarmee een duidelijk en afschrikkend signaal aan Rusland is afgegeven, passend in het huidige dreigingsbeeld. Het Nederlandse Joint Support Ship en het Duitse Seebattallion hebben gezamenlijk een evacuatieoefening uitgevoerd. Tegelijkertijd werd het herstel van de gereedheid gehinderd door materiële en personele beperkingen. Een deel van de patrouilleschepen was vanwege het herstel van hun watermistinstallatie niet beschikbaar. Vanwege capaciteitsgebrek en uitlopende instandhoudingsprogramma’s moesten reguliere onderhoudsactiviteiten worden verschoven. Het programma «verbeteren materiële gereedheid» heeft weliswaar geleid tot een betere beschikbaarheid van onderdelen, maar als gevolg van de verouderende vloot bleven onverwachte storingen veel instandhoudingscapaciteit vragen. Op het personele vlak werd CZSK geconfronteerd met stijgende uitstroom en tegenvallende instroom met een dalende bezettingsgraad als gevolg. Mitigerende maatregelen waren enerzijds gericht op het zoveel mogelijk beperken van de uitstroom, bijvoorbeeld door de opleidingsuitval verder te beperken, en anderzijds door de bedrijfsvoering aan te passen aan de tekorten. Tot slot ondervond de bedrijfsvoering hinder van infrastructurele gebreken zoals het achterstallig onderhoud aan de marinekazerne Erfprins.

Toelichting

Doelstellingenmatrix CZSK

De operationele doelstellingen waaraan het CZSK conform de begroting moet voldoen zijn gekwantificeerd en gekwalificeerd naar aantallen operationeel gerede (OG) eenheden.

Om de inzetbaarheidsdoelen te bereiken worden de volgende capaciteiten en inzetbare eenheden van het CZSK gereed gesteld.

CZSK

Capaciteit

Aantal

Inzetbare eenheid

Omschrijving

Maritieme taakgroep van 5 schepen (kortdurend)

1

NLMARFOR staf

Expeditionair maritiem hoofdkwartier inclusief (gevechts)ondersteuning

   

Amfibische taakeenheid

Eenheid van schepen (zoals LPD, HOV, AMBV) en mariniers inclusief (gevechts)ondersteuning (zoals helikopters) voor amfibische operaties

   

Of

   

SOMTG

Eenheid van schepen (zoals LPD, HOV, AMBV) en mariniers inclusief (gevechts)ondersteuning (zoals helikopters) voor maritieme speciale operaties

   

Maritieme taakeenheid

Eenheid van schepen (zoals LCF, MFF, JSS) inclusief (gevechts)ondersteuning (zoals helikopters) voor maritieme operaties

OF

     

Maritieme capaciteit van oppervlakteschepen (langdurig)

2

Maritieme taakeenheid (expeditionair)

Schip (zoals LCF, MFF, JSS) inclusief (gevechts)ondersteuning (zoals helikopters)

Bataljon mariniers (kortdurend)

1

Infanterie eenheid van bataljonsomvang met eigen organieke CS en CSS

Marinierseenheid van bataljonsgrootte

Maritieme logistieke capaciteit (kortdurend)

1

Maritiem logistieke taakeenheid

Schip (zoals JSS of AOR) inclusief (gevechts)ondersteuning (zoals helikopters)

EN ALTIJD

     

Mijnenbestrijdingscapaciteit (langdurig)

1

Mijnbestrijdingstaakeenheid

Schip (AMBV) en Defensie Duikgroep inclusief ondersteuning

Onderzeebootcapaciteit (langdurig)

1

Onderzeeboot

Onderzeeboot

Permanente MARSOF capaciteit tbv kortdurende Speciale Operaties

1

SOMTG

Peloton MARSOF voor incidentele en onverwachte Speciale Operaties met een korte reactietijd inclusief (gevechts)ondersteuning

MARSOF eenheid tbv Speciale Operaties (langdurig, i.s.m. met CLAS)

1

SOMTG

Peloton MARSOF voor geplande Speciale operaties inclusief (gevechts)ondersteuning

Permanente capaciteit NLD t.b.v. nationale veiligheid

1

Mijnenbestrijdingstaakeenheid

Schip (AMBV) met mijnbestrijdingstaak uMCM

Havenbeveiligingstaakeenheid

Eenheid voor veiligheid in havens (DDG/AMBV)

Hydrografietaakeenheid

Schip (HOV) met hydrografische taak

UIM

Marinierseenheid voor Speciale Interventies

Permanente capaciteit Caribisch gebied

1

CZMCARIB

Eenheid voor taken in het Caribische gebied inclusief ondersteuning

1

Stationsschip Caribisch gebied

Schip (OPV) voor inzet in Caribisch gebied inclusief (gevechts)ondersteuning (zoals helikopters)

Tabel budgettaire gevolgen van beleid artikel 2 Taakuitvoering Zeestrijdkrachten (bedragen x € 1.000)
 

Realisatie

Vastgestelde begroting

Verschil

2014

2015

2016

2017

2018

2018

2018

Verplichtingen

750.869

790.537

720.181

805.852

916.861

788.194

128.667

               

Totaal Uitgaven

736.193

744.365

743.972

794.409

867.185

788.194

78.991

               

Programma-uitgaven

133.877

135.172

138.630

163.386

198.921

150.755

48.166

Opdracht Gereedstelling en instandhouding Commando ZSK

133.877

135.172

138.630

163.386

198.921

150.755

48.166

Gereedstelling1 2

36.780

36.346

34.556

34.425

29.911

26.624

3.287

– waarvan bijdrage aan SSO Paresto

 

2.645

2.480

271

228

 

228

– waarvan bijdrage aan Agentschap RWS

16.619

16.199

15.519

14.405

14.557

12.891

1.666

Instandhouding

97.097

98.826

104.074

128.961

169.010

124.131

44.879

               

Apparaatsuitgaven

602.316

609.193

605.342

631.023

668.264

637.439

30.825

Personele uitgaven

534.497

543.656

545.381

564.118

592.657

565.937

26.720

– waarvan eigen personeel

531.846

538.651

539.659

556.965

585.868

565.179

20.689

– waarvan externe inhuur2

2.651

5.005

5.722

7.153

6.789

758

6.031

Materiële uitgaven

67.819

65.537

59.961

66.905

75.607

71.502

4.105

– waarvan IT2

3.308

2.488

1.837

2.327

1.019

3.418

– 2.399

– waarvan huisvesting en infra

5.924

4.360

4.582

3.891

8.622

5.288

3.334

– waarvan overige exploitatie2

51.670

56.516

51.603

58.348

63.913

62.037

1.876

– waarvan bijdragen aan SSO Paresto

6.917

2.173

1.939

2.339

2.053

 

2.053

               

Apparaatsontvangsten

19.714

14.387

15.841

18.101

22.369

21.758

611

X Noot
1

Binnen het financiële instrument gereedstelling wordt een bijdrage geleverd door batenlastenagentschappen Paresto en Rijkswaterstaat Corporate Dienst. De presenstatie van de gegevens van de jaren 2014 t/m 2016 is hierop aangepast.

X Noot
2

Binnen het CZSK is in 2018 voor een bedrag van € 356 duizend uitgevoerd door SSO DMO/OPS en door het Rijksvastgoedbedrijf € 2.929 duizend.

Toelichting op de financiële instrumenten

De posten met een verschil groter dan € 5,0 miljoen of noemenswaardige verschillen worden hieronder nader toegelicht.

Verplichtingen

Door CZSK zijn in 2018 voor een bedrag van € 128,7 miljoen meer aan verplichtingen aangegaan dan in de begroting 2018. Het grootste deel hiervan wordt verklaard met de hogere uitgaven van € 78,7 miljoen. Het resterende deel ad. € 50 miljoen wordt met name verklaard door € 25 miljoen verplichtingen voor de Kustwacht CARIB. Deze verplichtingen heeft Defensie overgenomen van het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties. Daarnaast is een overeenkomst aangegaan voor de jaren 2018–2023 voor € 23 miljoen voor het onderhoud van de Dorniers van de Kustwacht Nederland.

Uitgaven

In 2018 is in totaal € 78,7 miljoen meer uitgegeven dan waarvoor per begin van het jaar budget was toegekend. Hiervan zat € 47,3 miljoen in de programma-uitgaven en € 31,5 miljoen in apparaatsuitgaven.

Instandhouding

Binnen de programma-uitgaven is bij de categorie instandhouding € 44,6 miljoen meer gerealiseerd dan oorspronkelijk budget is toegekend. Hier staat tegenover dat in 2018 € 48,3 miljoen extra is toegekend aan CZSK voor instandhouding. Het overgrote deel van de hogere realisatie wordt veroorzaakt door een aantal projecten die duurder uitvielen dan begroot, zoals het onderhoud van de Zr. Ms. Rotterdam en een hoog aantal onverwachte storingen als gevolg van de verouderende vloot.

De Groene Draeck is in 1957 door de Nederlandse bevolking aan toenmalig kroonprinses Beatrix geschonken. De Staat gaf bij deze gelegenheid mede het onderhoud van de Groene Draeck als geschenk. De kosten voor het onderhoud aan de Groene Draeck betreffen met name personele kosten en worden daarom onder dit instrument begroot. Naar aanleiding van het second opinion onderzoek (Kamerstukken II, 2015–2016, 34 300 X, nr. 110) en de motie Van der Burg (Kamerstukken II, 2015–2016, 34 300-I, nr. 6) heeft de Minister-President, mede namens de Minister van Defensie, in de brief van 2 juni 2016 gemeld dat het jaarlijks onderhoudsbudget naar 87.000 euro is bijgesteld. De uitvoering van het onderhoud blijft bij het Ministerie van Defensie zolang Prinses Beatrix gebruik maakt van de Groene Draeck. Daarbij is aangegeven dat de daadwerkelijke uitgaven ook bij Defensie over de jaren heen fluctueren. Gestuurd wordt op het niet overschrijden van het totaal beschikbare bedrag (435.000 euro over een periode van vijf jaar, gemiddeld 87.000 euro per jaar). In 2018 is het geplande winteronderhoud uitgevoerd. Er waren geen opdrachten tijdens het vaarseizoen. De kosten van het totale onderhoud in 2018 zijn uiteindelijk uitgekomen op € 25.600. Omdat in 2017 meer onderhoud is uitgevoerd en daardoor een overschrijding is opgetreden ten opzichte van het jaarlijks gemiddelde, is er in 2018 minder onderhoud uitgevoerd waardoor geborgd wordt dat het onderhoud van de Groene Draeck binnen het vijfjarige budget blijft.

Personele uitgaven

Binnen de apparaatsuitgaven is € 27 miljoen meer gerealiseerd dan oorspronkelijk begroot. Dit wordt voor € 15,9 miljoen bepaald door het arbeidsvoorwaardenakkoord in 2017 en voor € 7,8 miljoen door de eenmalige uitkering van 750 euro in december 2018. Het overige deel wordt veroorzaakt door toekenning van budget en realisatie hiervan voor behoud en werving van personeel. Dit betreft onder andere maatregelen om technisch personeel aan te trekken en te behouden. Verder is in 2018 budget toegekend en heeft realisatie plaatsgevonden voor het versterken van de veiligheidsketen.

Ontvangsten

Geen bijzonderheden.

4.3 Beleidsartikel 3 Taakuitvoering landstrijdkrachten

Algemene doelstelling

De landstrijdkrachten leveren operationeel gerede grondgebonden capaciteit voor nationale en internationale operaties.

Rol en verantwoordelijkheid

De Minister is verantwoordelijk voor de vaststelling van de omvang en samenstelling van de landstrijdkrachten alsmede de mate van gereedheid van de grondgebonden eenheden. Het CLAS is verantwoordelijk voor het operationeel gereedstellen en in stand houden van de eenheden. De landstrijdkrachten zijn inzetbaar voor zowel internationale als nationale taken.

Beleidsconclusies

In 2018 leverde CLAS diverse bijdragen aan de drie hoofdtaken. Naast bijdragen aan MINUSMA in Mali, Operation Inherent Resolve in Irak en Resolute Support in Afghanistan in het kader van hoofdtaak 2, leverde het CLAS de capaciteit voor de Compagnie in de West op de Nederlandse Antillen en compagnieën voor de NAVO-aanwezigheid aan de oostgrens met enhanced Forward Presence. Daarnaast leverde CLAS diverse bijdragen aan hoofdtaak 1 door middel van bondgenootschappelijke gereedheid in de stand up fase van de NAVO Very High Readiness Joint Task Force (VJTF) en de EU Battle Group (EUBG). Voor hoofdtaak 3, nationale operaties, werden tevens dagelijks diverse (niche) capaciteiten gereed gesteld en ingezet voor bijstand en steunverleningstaken.

De grote hoeveelheid aan opdrachten met bijbehorende ondersteunende ketens en de Single Service Management taak van het CLAS, stond op gespannen voet met de inzetbaarheidsdoelen in de Defensienota. Een aantal van de opdrachten voor 2018 (onder andere afbouw van MINUSMA, nationale inzet en steunverleningen) droegen niet bij aan het herstel van de operationele gereedheid (OG). Bovendien is de personele en materiële gereedheid niet of beperkt gegroeid in 2018, wat consequenties heeft gehad voor de geoefendheid voor hoofdtaak 1. De balans opmakend bleek eind 2018 dat diverse capaciteiten en eenheden een weg te gaan hebben voor ze OG kunnen worden volgens de norm. Dit ondanks de focus op herstel van de OG (met name voor hoofdtaak 1) in 2018.

De geoefendheid van het CLAS heeft onder andere met oefening Trident Juncture een positieve impuls gekregen en dit straalt ook af op de motivatie en het moreel van het personeel. Toch had CLAS grote moeite personeel te behouden en was met name de uitstroom in de onderofficiersrangen en bij technisch en specialistisch personeel (zoals medisch personeel en de specialisatie Communicatie- en Informatiesystemen) groot. Dit drukt, net als de inzet, op de operationele gereedheid van operationele eenheden, omdat nieuw en onervaren personeel geworven en opgeleid moet worden. Het CLAS heeft daarom capaciteit voor opleidingen en trainingen versterkt ten koste van oefenen en herstel van de operationele gereedheid voor hoofdtaak 1. De materiële gereedheid steeg in 2018 beperkt als gevolg van beperkingen in personele gereedheid en inzet. Verder heeft CLAS in 2018 aandacht besteed aan de harde en zachte infrastructuur (IT, werkplaatsen en legering) en de tijdige beschikbaarheid van voldoende munitie voor training, oefening en inzet.

Toelichting

Om de inzetbaarheidsdoelen te bereiken worden de volgende capaciteiten en inzetbare eenheden van het CLAS gereed gesteld.

CLAS

Capaciteit

Aantal

Inzetbare eenheid

Omschrijving

Brigade combat team (kortdurend)

1

HQ

Brigadehoofdkwartier inclusief (gevechts)ondersteuning

Battle groups

Eenheden van bataljons omvang inclusief (gevechts)ondersteuning (zoals helikopters)

NSE

National Support Element voor logistieke ondersteuning van de inzet van het brigade combat team

MTF

Medical Treatment Facility voor medische ondersteuning van de inzet van het brigade combat team

OF

Battle group (langdurig)

1

Battle group staf

Bataljonshoofdkwartier inclusief (gevechts)ondersteuning

Manoeuvre compagnieën

Eenheden van compagniesomvang inclusief (gevechts)ondersteuning (zoals helikopters)

NSE

National Support Element voor logistieke ondersteuning van de inzet van de battle group

MTF

Medical Treatment Facility voor medische ondersteuning van de inzet van de battle group

Bataljon (kortdurend) en kleinere bijdragen (langdurig)

1

Battle group staf

Bataljonshoofdkwartier inclusief (gevechts)ondersteuning

Compagnieën

Eenheden van compagniesomvang inclusief (gevechts)ondersteuning (zoals helikopters)

NSE

National Support Element voor logistieke ondersteuning van de inzet van het bataljon

MTF

Medical Treatment Facility voor medische ondersteuning van de inzet van het bataljon

HQ Brigade (langdurig)

1

HQ Brigade

Brigadehoofdkwartier voor de aansturing van operaties inclusief (gevechts)ondersteuning

EN ALTIJD

KCT capaciteit tbv Speciale Operaties (langdurig i.s.m. met CZSK)

1

SOLTG

KCT-eenheid van compagniesomvang voor Speciale Operaties inclusief (gevechts)ondersteuning.

Permanente KCT capaciteit tbv kortdurende Speciale Operaties

1

SOLTG

KCT-eenheid van compagniesomvang voor incidentele en onverwachte Speciale Operaties met een korte reactietijd inclusief (gevechts)ondersteuning

NLD/DEU Corps HQ (kortdurend)

1

NLD/DEU Corps HQ

Nederlands deel van het Hoofdkwartier voor de aansturing van landoperaties als land component command of als corps hoofdkwartier

HQ (Re)deployment Task Force (kortdurend)

1

HQ (Re)deployment Task Force

Hoofdkwartier voor de aansturing van (re)deployment inclusief (gevechts)ondersteuning

Air Defense task force (kortdurend)

1

Patriot Fire Unit

Patriot- luchtverdedigingseenheid inclusief (gevechts)ondersteuning

Army Ground Based Air Defence System (AGBADS)

Army Ground Based luchtverdedigingseenheid inclusief (gevecht)ondersteuning

Permanente capaciteit NLD t.b.v. nationale veiligheid

1

Bataljons Nationale Reserve

Eenheden van bataljonsomvang als Nationale reserve inclusief (gevechts)ondersteuning

EODD teams

Explosievenopruimingsteams inclusief ondersteuning

CBRN response eenheid

Team voor reactie bij biologische, radiologische en nucleaire dreiging

Tabel budgettaire gevolgen van beleid artikel 3 Taakuitvoering Landstrijdkrachten (bedragen x € 1.000)
 

Realisatie

Vastgestelde begroting

Verschil

2014

2015

2016

2017

2018

2018

2018

Verplichtingen

1.290.862

1.146.024

1.284.664

1.336.389

1.417.516

1.321.608

95.908

               

Uitgaven

1.203.245

1.221.224

1.218.579

1.282.344

1.337.845

1.321.608

16.237

               

Programma-uitgaven

139.710

158.682

170.753

201.348

197.620

211.775

– 14.155

Opdracht Gereedstelling en instandhouding Commando LAS

139.710

158.682

170.753

201.348

197.620

211.775

– 14.155

Gereedstelling

49.031

50.989

52.260

53.456

57.527

66.477

– 8.950

– waarvan bijdragen aan SSO Paresto

 

13.944

10.842

5.768

5.924

 

5.924

Instandhouding

90.679

107.693

118.493

147.892

140.093

145.298

– 5.205

               

Apparaatsuitgaven

1.063.535

1.062.542

1.047.826

1.080.996

1.140.225

1.109.833

30.392

Personele uitgaven

986.631

971.074

941.055

954.840

989.070

991.851

– 2.781

– waarvan eigen personeel

982.136

966.462

936.887

950.928

980.398

990.242

– 9.844

– waarvan externe inhuur1

4.495

4.612

4.168

3.912

8.672

1.609

7.063

Materiële uitgaven

76.904

91.468

106.771

126.156

151.155

117.982

33.173

– waarvan bijdragen aan SSO Paresto

9.151

2.448

2.915

3.007

2.174

2.749

– 575

– waarvan overige exploitatie1

67.753

89.020

103.856

123.149

148.981

115.233

33.748

               

Apparaatsontvangsten

21.691

13.672

5.769

8.016

5.063

10.546

– 5.483

X Noot
1

Binnen inhuur en exploitatie is in 2018 voor een bedrag van € 129 duizend uitgevoerd door SSO DMO/OPS en door het Rijksvastgoedbedrijf € 2.957 duizend.

Toelichting op de financiële instrumenten

De posten met een verschil groter dan € 10,0 miljoen of noemenswaardige verschillen worden hieronder nader toegelicht per financieel instrument.

Verplichtingen

De gerealiseerde verplichtingen zijn € 95,5 miljoen hoger dan begroot.

Er is voor € 63,7 miljoen meer verplicht dan begroot voor instandhouding van de landwapensystemen zoals pantserhouwitser, pantserrupsgevechtsvoertuigen, trekker-opleggercombinaties en klein kaliber wapens en voor € 17,6 miljoen voor overige materiële exploitatie. Daarnaast is er meer verplicht dan begroot op externe inhuur en overige exploitatie (€ 14,2 miljoen).

Uitgaven

De uitgaven bij het CLAS zijn met € 16,2 miljoen gestegen ten opzichte van de begroting. De extra uitgaven worden vooral veroorzaakt door € 30,4 miljoen aan extra apparaatsuitgaven. De programmauitgaven zijn € 14,2 miljoen lager dan begroot. De belangrijkste verschillen worden hieronder toegelicht.

Programma uitgaven

Gereedstelling

De uitgaven bij gereedstelling zijn € 9,0 miljoen lager dan begroot. De belangrijkste oorzaak ligt in verminderde oefeninspanningen als gevolg van de achtergebleven personele vulling en de inzet van eenheden (tijdens inzet wordt er niet regulier geoefend).

Apparaatsuitgaven

Personele uitgaven

De doorwerking van arbeidsvoorwaarden 2017/2018 zorgt niet voor overschrijding van de begroting vanwege personele ondervulling en de daar uit volgende onderrealisatie.

Materiële uitgaven

De materiële uitgaven zijn € 31,6 miljoen hoger dan begroot. Dit wordt voornamelijk veroorzaakt door meeruitgaven die zijn gedaan voor goederen en diensten die niet aan wapensystemen zijn verbonden (€ 24,4 miljoen) en aan opleidingen (€ 7,8 miljoen).

Ontvangsten

Geen bijzonderheden.

4.4 Beleidsartikel 4 Taakuitvoering luchtstrijdkrachten

Algemene doelstelling

De luchtstrijdkrachten leveren lucht- en grondgebonden capaciteit voor nationale en internationale operaties.

Rol en verantwoordelijkheid

De Minister is verantwoordelijk voor de vaststelling van de omvang, de samenstelling en de vereiste mate van gereedheid van de luchtstrijdkrachten.

Voor de lucht- en grondgebonden operationele capaciteit van de krijgsmacht dient het CLSK eenheden operationeel gereed te stellen en in stand te houden. De luchtstrijdkrachten zijn inzetbaar voor zowel expeditionaire taken als voor nationale taken.

Beleidsconclusies

In 2018 heeft het CLSK een bijdrage geleverd aan de hoofdtaken van de krijgsmacht en daarmee aan de inzetbaarheidsdoelen van Defensie. Zo zijn in het kader van Operation Inherent Resolve verschillende CLSK-eenheden veelvuldig ingezet in de strijd tegen ISIS. Dit betrof onder andere een detachement F-16’s dat vanuit Jordanië succesvol operaties heeft uitgevoerd boven Irak en Syrië, waarbij ze vanuit Nederland zijn ondersteund door de Target Support Cell en de Processing Exploitation Dissemination analyse cell (ten behoeve van het verbeteren van de informatie- en inlichtingenpositie van de coalitie). Daarnaast heeft de transportvloot de missiegebieden logistiek ondersteund.

Het CLSK heeft in 2018 meerdere eenheden aangeboden voor stand-by inzet aan NAVO en European Battlegroup (EUBG). Het ging hierbij om F-16’s ten behoeve van de snelle inzetbare capaciteiten Very High Readiness Joint Task Force Air en Follow-on Forces Group Air alsook een Cougar in de Medical Evacuation-rol. Tevens heeft het CLSK, afwisselend met België, de Quick Reaction Alert (QRA)-taak vervuld.

In het Caribische deel van het Koninkrijk ondersteunden transporthelikopters van de Luchtmacht kustwacht- en drugsbestrijdingsoperaties en leverden zij militaire bijstand. De Cougar en de NH-90 werden ingezet ten behoeve van maritieme operaties van het CZSK zoals SNMG-2 in het kader van NRF.

Toelichting

Om de inzetbaarheidsdoelen te bereiken worden de volgende capaciteiten en inzetbare eenheden van het CLSK gereed gesteld.

CLSK

Capaciteit

Aantal

Inzetbare eenheid

Omschrijving

Jachtvliegtuigen (kortdurend)

1

2 x vlucht F16

Twee groepen jachtvliegtuigen inclusief (gevechts) ondersteuning

Advanced Target Development

Een team ter ondersteuning van het targeting proces

Tactisch luchttransport (kortdurend)

1

2 C-130

C-130 inclusief (gevechts)ondersteuning

OF

Jachtvliegtuigen (langdurig)

1

1 x vlucht F16

Een groep jachtvliegtuigen inclusief (gevechts) ondersteuning

Advanced Target Development

Een team ter ondersteuning van het targeting proces

Tactisch luchttransport (langdurig)

1

C-130

C-130 inclusief (gevechts)ondersteuning

EN ALTIJD

Dual capable aircraft

1

1 x vlucht dual capable aircraft

Een groep jachtvliegtuigen met dual capable capaciteit inclusief ondersteuning

Strategisch luchttransport (langdurig) of AAR (kortdurend)

1

KDC-10

KDC10 voor strategisch luchttransport of AAR inclusief (gevechts) ondersteuning

Strategic medevac

1

Aeromedical evacuation team

Medisch team voor evacuatie door de lucht

Onbemande luchtsystemen (langdurig)

1

Processing Exploration Dissemination Cell

Een team analisten en inlichtingenpersoneel ter ondersteuning van het joint ISR proces

Vlucht MQ9

Onbemande luchtverkenning

Permanente capaciteit NLD t.b.v. nationale veiligheid

 

Luchtruimbewaking Benelux

Een groep jachtvliegtuigen voor quick reaction alert inclusief (gevechts) ondersteuning

Tabel budgettaire gevolgen van beleid artikel 4 Taakuitvoering Luchtstrijdkrachten (bedragen x € 1.000)
 

Realisatie

Vastgestelde begroting

Verschil

2014

2015

2016

2017

2018

2018

2018

Verplichtingen

704.621

801.969

812.993

657.334

890.455

721.770

168.685

               

Uitgaven

653.271

711.856

704.647

745.213

771.677

721.770

49.907

               

Programmauitgaven

147.339

167.717

197.095

217.963

230.498

210.284

20.214

Opdracht Gereedstelling en instandhouding Commando LSK

147.339

167.717

197.095

217.963

230.498

210.284

20.214

Gereedstelling1

9.562

7.727

10.504

12.693

18.005

18.471

– 466

– waarvan bijdrage aan SSO Paresto

 

217

499

482

539

 

539

Instandhouding

137.777

159.990

186.591

205.270

212.493

191.813

20.680

               

Apparaatsuitgaven

505.932

544.139

507.552

527.250

541.179

511.486

29.693

Personele uitgaven

413.109

415.536

415.062

420.972

436.161

411.403

24.758

– waarvan eigen personeel

409.385

409.168

408.174

417.212

432.225

411.403

20.822

– waarvan externe inhuur1

3.724

6.368

6.888

3.760

3.936

 

3.936

Materiële uitgaven

92.823

128.603

92.490

106.278

105.018

100.083

4.935

– waarvan bijdragen aan SSO Paresto

3.856

2.701

2.587

2.031

2.085

3.291

– 1.206

– waarvan overige exploitatie1

88.967

125.902

89.903

104.247

102.933

96.792

6.141

               

Apparaatsontvangsten

13.052

14.037

12.492

12.876

20.425

12.066

8.359

X Noot
1

Binnen inhuur en exploitatie is in 2018 voor een bedrag van € 356 duizend uitgevoerd door SSO DMO/OPS, binnen de exploitatie door het Rijksvastgoedbedrijf € 674 duizend.

Toelichting op de financiële instrumenten

De posten met een verschil groter dan € 5,0 miljoen of noemenswaardige verschillen worden hieronder nader toegelicht per financieel instrument.

Verplichtingen

De gerealiseerde verplichtingen zijn € 168,7 miljoen hoger dan begroot als gevolg van de hogere verplichtingen voor de materiële en personele exploitatie. Dit omdat de verplichtingen voor instandhouding en trainingen & opleidingen voor de luchtwapensystemen in 2018 meerjarig zijn aangegaan, waardoor deze verplichtingen hoger uitvielen.

Uitgaven

De uitgaven in 2018 zijn € 49,9 miljoen meer dan begroot. Deze overschrijding wordt veroorzaakt door hogere uitgaven voor instandhouding en hogere personele en materiële uitgaven. Hieronder worden de verschillen toegelicht.

Programmauitgaven

Instandhouding

De uitgaven voor instandhouding zijn € 20,7 miljoen hoger dan begroot. Dit wordt grotendeels verklaard door een herschikking binnen de begroting vanuit het BIV (€ 22 miljoen) ten behoeve van luchttransport.

Apparaatsuitgaven

Personele uitgaven

De personele uitgaven zijn gestegen met € 24,7 miljoen ten opzichte van de begroting. De belangrijkste oorzaak is de doorwerking van arbeidsvoorwaarden 2017/2018 en hogere sociale lasten en pensioenen (€ 20,4 miljoen). Daarnaast zijn er € 3,8 miljoen meer uitgaven gedaan voor de personele kosten van CLSK voor het langer openhouden van Air Operations Control Station Nieuw Millingen.

Materiële uitgaven

De materiële uitgaven zijn € 4,9 miljoen hoger dan begroot. De belangrijkste oorzaak is dat er meer uitgaven zijn gedaan voor opleiding en training in het kader van het herstel van de basisgereedheid.

Ontvangsten

De ontvangsten zijn € 8,4 miljoen hoger dan begroot. Dit is vooral het gevolg van een incidentele en onverwachte meerontvangst vanuit de militaire samenwerking met de VS. Het betreft een terugbetaling van voorschotten op contracten voor vliegeropleidingen die goedkoper zijn uitgevallen.

4.5 Beleidsartikel 5 Taakuitvoering marechaussee

Algemene doelstelling

De Koninklijke Marechaussee (KMar) voert politietaken uit op grond van de Politiewet 2012 (PW). Deze taak wordt zowel nationaal als internationaal en tijdens missies uitgevoerd. Daarnaast levert de KMar capaciteit aan de CDS voor deelneming aan (militaire) missies waarbij de KMar andere taken uitvoert dan die in de PW zijn opgedragen.

Rol en verantwoordelijkheid

De Minister is beheersverantwoordelijk en verantwoordelijk voor de vaststelling van de omvang, samenstelling en de vereiste mate van gereedheid van de KMar. De uitvoering is opgedragen aan de KMar. Het gezag over de KMar berust bij meerdere ministeries. Afhankelijk van de taak zijn dat de Ministeries van Justitie en Veiligheid (inclusief de DG migratie, het Openbaar Ministerie en de Nationaal Coördinator Terrorismebestrijding en Veiligheid), Buitenlandse Zaken, Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties en Defensie.

In artikel 4 van de Politiewet 2012 wordt de KMar de onderstaande taken opgedragen:

  • Bewaken en beveiligen van Koninklijke paleizen, ambassades in risicogebieden, de Nederlandsche Bank (DNB) en militaire objecten en personen.

  • De KMar wordt ook ingezet voor de bewaking en beveiliging van hoog risico objecten.

  • De uitvoering van de vanuit de Vreemdelingenwet opgedragen taken, waaronder de grenspolitietaken (ook in Frontex-verband ter ondersteuning van de grensbewaking van EU-lidstaten).

  • De bestrijding van mensensmokkel en fraude met reis- en identiteitsdocumenten.

  • De uitvoering van de politietaak ten behoeve van Nederlandse en andere strijdkrachten, alsmede internationale militaire hoofdkwartieren en ten aanzien van tot die strijdkrachten en hoofdkwartieren behorende personen.

  • De uitvoering van de politietaak op plaatsen onder beheer van Onze Minister van Defensie, op verboden plaatsen die krachtens de Wet bescherming staatsgeheimen ten behoeve van de landsverdediging zijn aangewezen, alsmede op het terrein van de ambtswoning van onze Minister-President.

  • Politietaken op en beveiliging van burgerluchtvaartterreinen.

  • Samenwerking met en bijstand aan de Nationale politie.

Naast het reguliere takenpakket is de KMar strategisch inzetbaar in bijstand aan de Nederlandse Politie. Hiermee levert de KMar continu een bijdrage aan de veiligheid van de Staat door optreden in binnen- en buitenland.

Beleidsconclusies

De KMar heeft een bijdrage geleverd aan de hoofdtaken van de krijgsmacht en daarmee aan belangrijke onderdelen van het ambitieniveau van Defensie. De KMar heeft in 2018 met diverse onderdelen deelgenomen aan grote en kleine internationale operaties.

Passenger Information Unit NL

Conform de EU Passenger Name Record (PNR) richtlijn moesten de lidstaten voor 25 mei 2018 een operationele Passenger Information Unit (Pi-NL) hebben opgericht. De PI-NL is echter nog niet operationeel omdat het wetgevingstraject nog niet is afgerond. Rekening houdend met een voorspoedige behandeling in Tweede en Eerste Kamer zal publicatie van het wetsvoorstel in de Staatscourant niet eerder dan medio 2019 zijn.

Luchthaven en maritieme behoeftestelling

In de voorjaarsnota van 2017 heeft het kabinet structureel € 20 miljoen voor 2018 en verder beschikbaar gesteld voor de grenspolitietaak van de Koninklijke Marechaussee. In aanvulling hierop is in de begroting 2018 structureel vanaf 2019 € 23,4 miljoen vrijgemaakt voor de verdere intensivering van de grensbewakingstaak. Met de structurele toekenning van deze € 43,4 miljoen in het kader van de luchthaven en maritieme behoeftestelling resteert vanaf 2022 nog een tekort van € 5 miljoen per jaar. Jaarlijks wordt bezien in hoeverre een herijking van deze behoeftestelling noodzakelijk is.

Realisatie operationele doelstellingen

Prioriteit in de uitvoering lag in 2018 bij de bewaking van de Schengenbuitengrenzen en bewaken en beveiligen. Dankzij steunverlening vanuit de militaire politiezorg en het mobiel toezicht veiligheid zijn alle taken conform de daarvoor geldende normen uitgevoerd.

Toelichting

Om de inzetbaarheidsdoelen te bereiken worden de volgende capaciteiten en inzetbare eenheden van de KMar gereed gesteld.

KMar

Capaciteit

Aantal

Inzetbare eenheid

Omschrijving

(Inter)nationale en militaire politie(zorg)taken

1

Expeditionaire taken (langdurig, gezag: MvD)

Elementen voor diverse vormen van expeditionaire inzet zoals civiele politiemissies, Stability Policing en overige expeditionaire taken

Crowd & Riot Control taken (kortdurend, gezag: MvD)

Peloton voor crowd & riot control voor Defensie als onderdeel van een missie

Close protection capaciteit CDS (langdurig, gezag: MvD)

Eenheid met speciale beveiligingsopdracht in opdracht van CDS

Bijstandsverlening (niet cf. art 57 Politiewet 2012) (Kortdurend, gezag MvD)

 
Tabel budgettaire gevolgen van beleid artikel 5 Taakuitvoering Koninklijke Marechaussee (bedragen x € 1.000)
 

Realisatie

Vastgestelde begroting

Verschil

2014

2015

2016

2017

2018

2018

2018

Verplichtingen

337.665

336.732

349.505

379.524

410.732

361.774

48.958

               

Uitgaven

333.990

337.157

351.732

371.318

410.737

361.774

48.963

               

Programmauitgaven

1.617

1.747

4.989

6.252

4.907

6.490

– 1.583

Opdracht Inzet KMAR

1.617

1.747

4.989

6.252

4.907

6.490

– 1.583

Gereedstelling

1.617

1.747

4.989

6.215

4.905

6.490

– 1.585

– waarvan bijdragen aan SSO Paresto

 

642

671

465

     

Instandhouding

     

37

2

 

2

               

Apparaatsuitgaven

332.373

335.410

346.743

365.066

405.830

355.284

50.546

Personele uitgaven

297.663

301.665

311.615

328.681

361.209

328.815

32.394

– waarvan eigen personeel

297.383

301.478

310.510

324.889

351.521

324.315

27.206

– waarvan externe inhuur1

280

187

1.105

3.792

9.688

4.500

5.188

Materiële uitgaven

34.710

33.745

35.128

36.385

44.621

26.469

18.152

– waarvan bijdragen aan SSO Paresto

753

878

1.003

1.248

1.250

1.892

– 642

– waarvan overige exploitatie1

33.957

32.867

34.125

35.137

43.371

24.577

18.794

               

Apparaatsontvangsten

6.529

5.540

7.430

7.548

14.529

4.608

9.921

X Noot
1

Binnen inhuur en overige exploitatie is in 2018 voor een bedrag van € 258 duizend uitgevoerd door SSO DMO/OPS, € 1.158 duizend door het Rijksvastgoedbedrijf en € 185 duizend door de Rijkswaterstaat Corporate Dienst

Toelichting op de financiële instrumenten

De posten met een verschil groter dan € 5,0 miljoen of noemenswaardige verschillen worden hieronder nader toegelicht.

Verplichtingen

De hoger gerealiseerde stand verplichtingen (verschil van € 49,0 miljoen) is voornamelijk het gevolg van de doorgevoerde maatregelen van de arbeidsvoorwaarden en de geleverde inzet van beveiliging van de ambassades. In de materiële exploitatie zijn meer verplichtingen aangegaan als gevolg van niet geraamde expeditionaire inzet, meer verplichtingen in het kader van opleidingen en aanschaf van KMar-specifieke IT middelen.

Uitgaven

De personele uitgaven zijn € 32,3 miljoen hoger uitgevallen dan begroot door ontwikkelingen die niet in de oorspronkelijke begroting zijn opgenomen, te weten de doorgevoerde maatregelen als gevolg van de arbeidsvoorwaarden 2017/2018 (€ 16,2 miljoen), de beveiliging van ambassades in hoog risico gebieden op basis van een convenant met het Ministerie van Buitenlandse Zaken (€ 9,2 miljoen) en de bijstandstoelage in het kader van de Hoog Risico Beveiliging (€ 3 miljoen). Hierbij moet worden opgemerkt, dat de vrijval van budget voor eigen personeel als gevolg van de personele ondervulling is aangewend voor het versterken van de operaties op de lucht- en maritieme havens, middels externe inhuur, waaronder bij Dienst Justitiële Inrichtingen (€ 5,2 miljoen).

De materiële uitgaven zijn € 18,8 miljoen hoger dan begroot. Dit betreft met name niet eerder geraamde uitgaven voor de expeditionaire inzet van de KMar (€ 4,6 miljoen gecompenseerd vanuit het Budget Internationale Veiligheid), het materieeldeel van de eerdergenoemde beveiliging van ambassades (€ 1,9 miljoen), het hosten van de Passenger’s Information Unit Nederland (€ 2,5 miljoen) en de beveiliging van De Nederlandsche Bank (€ 3,1 miljoen).

Daarnaast is sprake van diverse hogere, niet voorziene, uitgaven (€ 6,7 miljoen) voor persoonsgebonden middelen en KMar-specifieke IV/IT-middelen (mede ten behoeve van het informatie gestuurd optreden).

Ontvangsten

De ontvangsten zijn € 9,9 miljoen hoger dan begroot vooral als gevolg van compensatie vanuit De Nederlandsche Bank voor beveiligingstaken, extra ontvangsten voor het tijdelijk tewerkstellen van KMar personeel bij de AIVD en een vergoeding van J&V voor het geven van politietrainingen.

4.6 Beleidsartikel 6 Investeringen krijgsmacht

Algemene doelstelling

Defensie voorziet in nieuw materieel, infrastructuur en IT-middelen en zij verkoopt, indien aan de orde, groot materieel en infrastructuur.

Rol en verantwoordelijkheid

De Minister is verantwoordelijk voor het tijdig voorzien in nieuw materieel, infrastructuur en IT-middelen en de afstoting van overtollig groot materieel en infrastructuur. Tot de investeringen worden gerekend alle planbehoeften met een meerjarig karakter. Dit omvat ook de bijdragen aan de NAVO voor het doen van investeringen en wetenschappelijk onderzoek. Tot de investeringen worden ook bijdragen gerekend aan de materiële instandhouding, die direct samenhangen met de betreffende investering.

Beleidsconclusies

In 2018 heeft Defensie € 1,7 miljard geïnvesteerd in onder andere de verwerving van de F-35 (€ 442,3 miljoen), infrastructuur (€ 258 miljoen), IT (€ 272 miljoen), de vervanging en modernisering van de Chinook (€ 59 miljoen) en het Verbeterd Operationeel Soldaat Systeem (€ 38 miljoen). Dit is € 295 miljoen meer dan in 2017. Ondanks de stijgende lijn is nog wel sprake van lagere uitgaven dan voorzien in de begroting. Zoals bekend kampt Defensie al langer met onderrealisatie in de investeringen. Door de ongelimiteerde eindejaarsmarge op het investeringsartikel kan niet gerealiseerd investeringsbudget worden meegenomen naar het volgend jaar. De verwachting is dat de stijgende trend van de uitgaven zich de komende jaren doorzet, gezien het in 2018 afsluiten van contracten voor de verwerving van de F-35 (€ 1.031,3 miljoen), Apache remanufacture (€ 942 miljoen), Defensiebrede vervanging wielvoertuigen (€ 269 miljoen) en Medium-altitude long-endurance Unmanned Aerial Vehicle (MALE UAV) (€ 182 miljoen).

Defensie streeft er naar op termijn meerjarig gemiddeld ten minste 20 procent van het uitgavenbudget te besteden aan investeringen, waarbij schommelingen over de jaren elkaar uitmiddelen. Dit is conform de NAVO-richtlijn. Sinds 2015 stuurt Defensie daarom op een meerjarig gemiddelde investeringsquote. Deze gemiddelde investeringsquote is dit jaar hoger uitgekomen op 16,3 procent (15,2% over 2013–2017); de investeringsquote over alleen 2018 is 18,9 procent (2017: 17,3%).

Grafiek: Gerealiseerde gemiddelde investeringsquote

Grafiek: Gerealiseerde gemiddelde investeringsquote
Tabel budgettaire gevolgen van beleid artikel 6 Investeringen Krijgsmacht (bedragen x € 1.000)
 

Realisatie

Vastgestelde begroting

Verschil

2014

2015

2016

2017

2018

2018

2018

Verplichtingen

996.956

2.162.332

2.558.598

2.129.841

3.799.130

2.353.724

1.445.406

Opdracht Voorzien in nieuw materieel

531.601

1.716.112

1.452.071

1.732.810

3.186.241

1.832.569

1.353.672

Opdracht Voorzien in infrastructuur

316.794

182.395

924.264

190.522

197.911

212.408

– 14.497

Opdracht Voorzien in IT

55.017

176.527

96.110

128.685

309.482

216.880

92.602

Bekostiging Wetenschappelijk onderzoek

55.229

62.386

57.058

59.727

81.971

63.190

18.781

Bijdrage aan de NAVO

38.315

24.912

29.095

18.097

23.525

28.677

– 5.152

Reservering valutaschommelingen

             
               

Uitgaven

1.065.480

1.101.504

1.304.491

1.441.839

1.736.955

2.100.286

– 363.331

               

Programmauitgaven

1.065.480

1.101.504

1.304.491

1.441.839

1.736.955

2.100.286

– 363.331

Opdracht Voorzien in nieuw materieel (1 , 2 , 3)

604.014

689.851

900.886

1.040.082

1.112.677

1.539.712

– 427.035

Opdracht Voorzien in infrastructuur (1 , 3)

309.820

197.960

197.858

212.451

258.273

251.827

6.446

Opdracht Voorzien in IT (1 , 2 , 3)

64.938

120.722

111.479

112.078

272.087

216.880

55.207

Bekostiging Wetenschappelijk onderzoek3

59.403

61.612

61.078

56.860

67.133

63.190

3.943

Bijdrage aan de NAVO1

27.305

31.359

33.190

20.368

26.785

28.677

– 1.892

Reservering valutaschommelingen

             
               

– waarvan agentschap RVB1

27.353

172.348

163.853

199.163

246.957

217.464

29.493

– waarvan bijdragen SSO DMO/OPS2

44.430

79.157

56.552

55.504

144.738

40.000

104.738

– waarvan bijdragen SSO Paresto3

     

89

590

 

590

               

Programmaontvangsten

119.620

222.796

143.242

154.679

234.122

188.526

45.596

– waarvan verkoopopbrengsten groot materieel (strategisch)

92.946

193.414

99.534

101.920

126.714

121.686

5.028

– waarvan overige ontvangsten materieel

     

21.302

51.671

40.200

11.471

– waarvan verkoopopbrengsten infrastructuur (strategisch)

20.417

11.667

37.771

17.603

39.371

15.050

24.321

– waarvan overige ontvangsten infrastructuur

     

12.023

10.785

9.720

1.065

– waarvan overige ontvangsten IT,WOO en NAVO

6.257

17.715

5.937

1.831

5.581

1.870

3.711

X Noot
1

Binnen deze opdracht zijn een aantal activiteiten uitgevoerd door SSO DMO/OPS

X Noot
2

Binnen de opdrachten en bijdrage zijn een aantal activiteiten uitgevoerd door het agentschap RVB

X Noot
3

Binnen deze opdracht zijn een aantal activiteiten uitgevoerd door SSO Paresto

Toelichting op de financiële instrumenten

De posten met een verschil groter dan € 10,0 miljoen of noemenswaardige verschillen worden hieronder nader toegelicht.

Verplichtingen

Opdracht voorzien in nieuw materieel

De verplichtingen voor voorzien in nieuw materieel zijn € 1.353,7 miljoen hoger uitgekomen dan begroot. Dit komt met name door de verplichting voor Apache remanufacturing (€ 941,5 miljoen). De behoefte was ten tijde van de ontwerpbegroting wel bekend, maar er was nog geen politieke goedkeuring en dus was deze verplichting niet begroot. Deze goedkeuring is bij de Defensienota 2018 gegeven, waarna in hetzelfde jaar de verplichting is aangegaan. Ook is voor MALE UAV meer verplicht dan begroot (€ 181,5 miljoen). Dit project kan door de extra financiële middelen voor Defensie eerder dan verwacht uitgevoerd worden waardoor de Letter of Agreement versneld ondertekend is en ook een versnelde levering in 2020 en 2021 plaats gaat vinden. Voor de verwerving van de F-35 is € 179,1 miljoen meer verplicht dan verwacht. Aangenomen was dat eind 2017 het LRIP 11 Full Funding-contract volledig zou zijn getekend. Echter heeft dit pas in september 2018 plaatsgevonden.

Opdracht voorzien in infrastructuur

De verplichtingen voor voorzien in infrastructuur zijn € 14,5 miljoen lager dan begroot. Van de grote investeringsprojecten op het gebied van infrastructuur zijn enkele projecten eerder gerealiseerd dan was voorzien (zoals het project KMar en Informatie Gestuurd Optreden), anderzijds zijn projecten later of nog niet verplicht (zoals de herbelegging RVS en Hoger Onderhoud Woensdrecht). Per saldo leidt dit tot een neerwaartse bijstelling van de verplichtingen.

Opdracht voorzien in IT

De realisatie van dit verplichtingenbudget is € 92,6 miljoen hoger dan begroot. Dit wordt met name veroorzaakt door de verplichting voor de overname van activa van het agentschap DTO (€ 91,7 miljoen). Sinds het besluit om het agentschap op te heffen kan het agentschap geen gebruik meer maken van de leenfaciliteit bij het Ministerie van Financiën en moet zij zelf de kapitaalinvesteringen financieren. In 2018 zijn de financiële ontvlechtingen voortkomend uit de opheffing uitgevoerd en is budget vanuit de exploitatie overgeheveld naar het budget voor investeringen en is € 25,7 miljoen meer verplicht.

De gerealiseerde verplichtingen voor wetenschappelijk onderzoek zijn € 18,8 miljoen hoger dan begroot. Vanwege de budgetverhoging voor Kennis en Innovatie uit de Defensienota 2018 zijn extra verplichtingen aangegaan voor technologieprojecten, internationale projecten en kennisgebruiksprojecten.

Uitgaven

Programma-uitgaven

In dit jaarverslag wordt een toelichting gegeven op de projecten die een afwijking van meer dan € 10 miljoen kennen ten opzichte van de vermelding in de begroting 2018. In het Defensieprojectenoverzicht, dat ook op Verantwoordingsdag wordt aangeboden, worden significante afwijkingen voor alle projecten boven € 25 miljoen toegelicht sinds het vorige Projectenoverzicht.

Opdracht Voorzien in nieuw materieel

Investeringen zeestrijdkrachten

Projecten in realisatie zeestrijdkrachten (bedragen x € 1 miljoen)

Omschrijving project

Projectvolume (begroting 2018)

Fasering tot en met (begroting 2018)

Gerealiseerde uitgaven t/m 2017

Verwachte uitgaven in 2018

Gerealiseerde uitgaven in 2018

Verschil uitgaven 2018

ESSM Block 2: deelname aan internationale productie

27,7

2033 e.v.

1,5

2,2

1,5

– 0,7

Instandhouding Goalkeeper

34,6

2019

30,8

0,7

1,4

0,7

Instandhouding Walrusklasse onderzeeboten

89,1

2024

57,6

5,0

4,2

– 0,8

Instandhoudingsprogramma Luchtverdedigings-en Commandofregatten (IP LC-fregatten)

178,9

2024

43,4

38,9

34,7

– 4,2

Maritime Ballistic Missile Defence (MBMD)

130,5

2023

113,6

3,8

2,1

– 1,7

Midlife upgrade BV206D (MLU BV206D)

33,0

2019

23,7

8,1

6,4

– 1,7

Verbetering MK 48 torpedo

151,9

2022

62,2

16,0

12,0

– 4,0

In de realisatie zijn geen afwijkingen groter dan € 10 miljoen opgetreden.

Projecten in planning

Voor de projecten in planning met verwachte uitgaven in 2018 zijn geen grote afwijkingen opgetreden.

Investeringen landstrijdkrachten

Projecten in realisatie landstrijdkrachten (bedragen x € 1 miljoen)

Omschrijving project

Projectvolume (begroting 2018)

Fasering tot en met (begroting 2018)

Gerealiseerde uitgaven t/m 2017

Verwachte uitgaven in 2018

Gerealiseerde uitgaven in 2018

Verschil uitgaven 2018

Army Ground Based Air Defence System (AGBADS)

100–250 miljoen

2021

Commercieel vertrouwelijk

Groot Pantserwielvoertuig (GPW, Boxer) productie

805,7

2020

784,9

8,8

4,1

– 4,7

Patriot vervanging COMPATRIOT

39,2

2020

18,5

8,9

1,6

– 7,3

Precision Guided Munition (PGM)

57,4

2021

25,1

10,4

1,0

– 9,4

Verlenging levensduur Patriot

103,2

2023

3,2

10,1

9,5

– 0,6

Verlenging brugleggende tank

62,4

2021

8,0

3,4

0,2

– 3,2

In de realisatie zijn geen afwijkingen groter dan € 10 miljoen opgetreden.

Projecten in planning

Voor de projecten in planning met verwachte uitgaven in 2018 zijn geen grote afwijkingen opgetreden.

Investeringen luchtstrijdkrachten

Projecten in realisatie luchtstrijdkrachten (bedragen x € 1 miljoen)

Omschrijving project

Projectvolume (begroting 2018)

Fasering tot en met (begroting 2018)

Gerealiseerde uitgaven t/m 2017

Verwachte uitgaven in 2018

Gerealiseerde uitgaven in 2018

Verschil uitgaven 2018

AH-64D Block II upgrade

120,7

2023

59,5

15,8

7,4

– 8,4

AH-64D verbetering bewapening

40,1

2023

16,6

4,5

6,8

2,3

AH-64D zelfbescherming (ASE)

96,1

2025

5,1

21,1

1,9

– 19,2

F-16 infrarood geleide lucht-lucht raket

50,7

2024

20,3

4,5

0

– 4,5

F-16 zelfbescherming (ASE)

97,8

2021

28,7

13,9

25,6

11,7

Langer doorvliegen F-16 – Instandhouding

83,1

2023

22,1

23,7

14,6

– 9,1

Langer Doorvliegen F-16 – Operationele zelfverdediging

74,7

2021

58,0

1,0

3,4

2,4

Langer Doorvliegen F-16 – Vliegveiligheid & Luchtwaardigheid

45,1

2022

16,2

7,0

3,6

– 3,4

Obsolescence Prevention Program PC-7

39,1

2019

13,6

19,2

16,9

– 2,3

Vervanging Medium Power Radars Wier en Nieuw-Milligen

64,9

2021

33,6

8,8

9,8

1,0

Verwerving F-351

4.747,4

2024

778,1

560,9

442,3

– 118,6

Vervanging strategisch luchttransport en AAR (MRTT)

250–1.000

2023

Commercieel vertrouwelijk

X Noot
1

De Kamer is op 17 oktober 2018 met de Kamerbrief «Aanschaf beoogde resterende drie F-35 toestellen» (Kamerstuk II 2018–2019, 26 488, nr. 444) geïnformeerd over het geactualiseerde projectbudget en de geactualiseerde projectraming voor de Verwerving F-35 ten opzichte van de Ontwerpbegroting 2018.

AH-64D zelfbescherming (ASE)

Er is € 19,2 miljoen minder uitgegeven dan begroot. In de herijking van 2016 is de behoefte opnieuw vastgesteld en sindsdien wordt er gewerkt aan contracten voor zelfbeschermingsapparatuur tegen missiles en tegen radar. Het contract voor bescherming tegen missiles is uiteindelijk in Q3 2018 tot stand gekomen, met realisatie vanaf eind 2018.

F-16 zelfbescherming (ASE)

De realisatie is € 11,7 miljoen hoger uitgevallen dan begroot. Voor dit project zijn contracten Foreign Military Sales (FMS) aangegaan met de Amerikaanse overheid. Defensie kan beperkt invloed uitoefenen op het FMS-betaalritme. In 2018 is meer uitgegeven op FMS betaalverzoeken dan in de raming was opgenomen.

Verwerving F-35

De prognose voor de begroting 2018 (€ 560,9 miljoen) was gebaseerd op de aanname dat eind 2017 het LRIP 11 Full Funding-contract volledig zou zijn getekend. Dit contract is echter pas in september 2018 getekend. Op basis van de gewijzigde planning is de prognose begin 2018 naar € 309 miljoen bijgesteld, hierin zat ook de aanname dat het eerste deel van het Lot-12 contract in december 2018 zou worden getekend.

Per 31 december 2018 is € 442,3 miljoen gerealiseerd. Redenen voor hogere realisatie zijn:

  • Een deelverplichting van de Lot-12 bestelling is al in 2018 aangegaan waarna eerder ook facturen zijn betaald;

  • De productie is in volle gang en de (onder)leveranciers factureren sneller;

  • De facturatieafdeling bij het Joint Program Office (JPO) is uitgebreid en kan de facturen sneller verwerken;

  • Het JPO werkt de opgelopen achterstand van 2016 en 2017 weg.

Investeringskosten Verwerving F-35

Het projectbudget voor de verwerving van de F-35 wordt gepresenteerd in de volgende hoofdcomponenten:

  • de uitgaven voor de verwerving van de toestellen (incl. de twee testtoestellen) inclusief bijkomende middelen. Binnen deze component worden de uitgaven voor het Production, Sustainment and Follow-on Development (PSFD) MoU en de uitgaven voor deelneming aan de operationele testfase inclusief de materiële exploitatie tot het einde van de operationeel testfase inzichtelijk gemaakt;

  • de risicoreservering.

Navolgende tabel geeft weer wat het projectvolume is, conform de stand van de begroting 2018, welk gedeelte daarvan tot en met 2017 tot realisatie is gekomen, wat de geplande en gerealiseerde uitgaven waren in 2018 en wat de waarde is van de verschillen tussen de planning en de realisatie in 2018. De Kamer is op 17 oktober 2018 met de Kamerbrief «Aanschaf beoogde resterende drie F-35 toestellen» (Kamerstuk II 2018–2019, 26 488, nr. 444) geïnformeerd over het geactualiseerde projectbudget en de geactualiseerde projectraming voor de Verwerving F-35 ten opzichte van de Ontwerpbegroting 2018.

Raming uitgaven (bedragen x € 1 miljoen)

Projectomschrijving

Projectvolume

Fasering tot

Uitgaven

 

(Ontwerpbegroting 2018)

Gerealiseerde uitgaven t/m 2017

Verwachte uitgaven in 2018

Gerealiseerde uitgaven in 2018

Verschil uitgaven 2018

Budget Verwerving F-35

4.747,4

2024

778,1

560,9

442,3

– 118,6

Raming verwerving F-35

5.596,8

2024

778,1

532,2

442,3

– 89,9

Waarvan verwerving toestellen (inclusief bijkomende middelen)

4.292,3

2024

532,0

507,9

421,1

– 86,8

Waarvan PSFD MoU

346,1

2023

179,6

11,4

9,8

– 1,6

Waarvan deelname IOT&E (inclusief exploitatie testtoestellen t/m 2019)

91,6

2021

66,5

12,9

11,5

– 1,4

Waarvan risicoreservering investeringen

536,0

2024

0,0

0,0

0,0

0,0

Projecten in planning

Chinook Vervanging & Modernisering

De realisatie is € 75,2 miljoen lager uitgevallen dan begroot. Dit komt doordat veel deelcontracten begin 2018 nog niet waren afgesloten, waardoor uitgaven later gerealiseerd werden en het betaalritme afwijkt van de eerdere verwachting.

Investeringen defensiebreed

Projecten in realisatie defensiebreed (bedragen x € 1 miljoen)

Omschrijving project

Projectvolume (begroting 2018)

Fasering tot en met (begroting 2018)

Gerealiseerde uitgaven t/m 2017

Verwachte uitgaven in 2018

Gerealiseerde uitgaven in 2018

Verschil uitgaven 2018

Counter Improvised Explosive Devices (C-IED) Blok 3

55,5

2022

13,9

10,2

3,3

– 6,9

Defensiebrede vervanging van ondersteunende Klein Kaliber Wapens

60,4

2020

47,2

18,3

0,4

– 17,9

Joint Fires

33,5

2022

5,9

25,5

2,3

– 23,2

Militaire Satelliet Communicatie lange termijn defensiebreed (MILSATCOM)

132,3

2020

122,1

4,0

2,7

– 1,3

Modernisering navigatiesystemen

39,0

2021

22,5

4,9

0,5

– 4,4

Munitie t.b.v. aanvulling inzetvoorraden

114,7

2019

34,1

38,6

17,5

– 21,1

NH-90

1.192,5

2023

1.048,6

30,0

16,5

– 13,5

Uitbreiding Chemische Biologische Radiologische en Nucleaire (CBRN)-capaciteit in het kader van de Intensivering Civiel Militaire Samenwerking (ICMS), materieel

62,1

2020

41

13,8

2,4

– 11,4

Verbeterd Operationeel Soldaat Systeem (VOSS)

215,8

2021

44,8

77,5

38,0

– 39,5

Vervanging ETS (Defensie Bewakings- en Beveiligingssysteem) (DBBS)

218,6

2022

10,2

78,8

17,6

– 61,2

Defensiebrede vervanging van ondersteunende Klein Kaliber Wapens

De realisatie is € 17,9 miljoen lager uitgevallen dan begroot. Het project is vertraagd, doordat de schietbaan niet beschikbaar was. Als gevolg hiervan kunnen de testen pas in het eerste kwartaal van 2019 worden uitgevoerd.

Joint Fires

Voor Joint Fires is € 23,2 miljoen minder uitgegeven dan begroot. Het project Joint Fires bestaat uit een aantal deelprojecten. Voor zowel het deelproject Digitally Aided Close Air Support (DACAS), waarbij het systeem eenheden in staat stelt om digitaal doelinformatie, videobeelden en locaties van grondeenheden te verzenden en te ontvangen van luchteenheden, als het deelproject Eindgeleiding geldt dat contracten later in het jaar zijn aangegaan dan verwacht. Hierdoor zijn geen betalingen in 2018 verricht. Dit betreft een nieuwe functionaliteit en de vrijgave hiervan door de Verenigde Staten heeft langer geduurd van verwacht. Voor de andere deelprojecten Laser Target Designators (LTD), een lasersysteem om het geleiden van munitie op een doel te detecteren en te identificeren, en Mobiliteit heeft in 2018, in tegenstelling tot de verwachting, geen contractvorming plaatsgevonden waardoor betalingen niet zijn verricht. Aan de overige deelprojecten is € 2,3 miljoen uitgegeven.

Munitie t.b.v. aanvulling inzetvoorraden

De realisatie op het project Munitie t.b.v. aanvulling inzetvoorraden is € 21,1 miljoen lager uitgevallen dan begroot. Dit komt met name doordat de uitgeleverde bestellingen van € 18,8 miljoen in december 2018 niet meer tot betaling zijn gekomen. Deze bestellingen worden in 2019 betaald.

NH-90

Op het project NH-90 is € 13,5 miljoen minder uitgegeven dan verwacht. Als gevolg van vertraging in het afsluiten van contracten van een aantal deelprojecten, die uitgevoerd worden naar aanleiding van de herijkingsnota, zijn enkele voor 2018 geplande contracten en betalingen niet gerealiseerd. Deze deelprojecten (o.a. ballistische bescherming) verbeteren de capaciteiten van de NH-90 voor operaties in het landdomein. Een deel hiervan vertraagt verder omdat gewenste capaciteiten technisch nog niet beschikbaar zijn. De budgettaire herfasering heeft geen gevolgen voor de operationele inzet van de toestellen.

Uitbreiding Chemische Biologische Radiologische en Nucleaire (CBRN)-capaciteit in het kader van de Intensivering Civiel Militaire Samenwerking (ICMS), materieel

De realisatie op dit project is € 11,4 miljoen lager dan begroot. Het verschil tussen de verwachte uitgaven en de gerealiseerde uitgaven wordt met name veroorzaakt door vertraging binnen de deelprojecten. Binnen het deelproject Simulatie- en Trainingssysteem is deze vertraging ontstaan als het gevolg van zowel het intensiever bepalen van de specifieke producten, als noodzakelijke wijzigingen van de manier van aanbesteden. Het infrastructuurproject heeft vertraging opgelopen als gevolg van capaciteitsproblemen.

Verbeterd Operationeel Soldaat Systeem (VOSS)

De realisatie op project VOSS is € 39,5 miljoen lager uitgevallen dan begroot. Dit komt met name door twee belangrijke deelcontracten: Smart Vest en E-lighter. De realisatie op het deelcontract Smart Vest is € 22,9 miljoen lager uitgevallen als gevolg van een aangepast betaalschema, overloop van milestones en late btw-aangifte. De realisatie op het deelcontract E-lighter is € 11,1 miljoen lager uitgevallen als gevolg van vertraging op het huidig contract en doorontwikkeling.

Vervanging ETS (Defensie Bewakings- en Beveiligingssysteem) (DBBS)

Voor DBBS is € 61,2 miljoen minder uitgegeven dan begroot. De leverancier heeft vertraging opgelopen met de ontwikkeling van de kern van het DBBS-systeem. Dit betekent dat mijlpalen later worden opgeleverd dan oorspronkelijk gepland en dat de uitgaven later zullen plaatsvinden.

Projecten in planning

Defensiebrede vervanging handgedragen warmtebeeldkijkers

Voor de vervanging van handgedragen warmtebeeldkijkers is € 17,5 miljoen minder uitgegeven dan begroot. De oorspronkelijke planning om het contract aan te gaan lag in het vierde kwartaal van 2017 met leveringen vanaf het tweede kwartaal van 2018. Uiteindelijk is het contract later afgesloten, in het tweede kwartaal van 2018, met leveringen vanaf het vierde kwartaal, waardoor een groot gedeelte van de levering en uitgaven is doorgeschoven naar 2019.

Defensiebrede Vervanging Operationele Wielvoertuigen (DVOW)

Voor DVOW is in 2018 € 30,4 miljoen minder uitgegeven dan begroot. Dit programma bestaat uit meerdere deelprojecten, waarbij deelprojecten onder andere zijn vertraagd door problemen in de verwerking van e-facturatie. Hierdoor is de betaling hiervan doorgeschoven naar 2019. Ook zijn aanbestedingen vertraagd waardoor uitgaven doorschuiven en duurt de verwervingsvoorbereiding langer dan gepland.

Defensie Operationeel Kledingsysteem (DOKS)

Voor DOKS is in 2018 € 10,7 miljoen minder uitgegeven dan begroot. Dit wordt veroorzaakt door vertraging in het deelproject Helmen. De opdracht nieuwe helmen te verwerven kan pas in de eerste helft van 2019 worden geplaatst, omdat leveranciers uitstel hebben verzocht om hun offertes in te dienen.

Nieuwe generatie identificatiesystemen

De realisatie is € 17,1 miljoen lager uitgevallen dan begroot. Het project bestaat uit een aantal deelprojecten. Voor het deelproject maritiem LCF en MFF is later een contract afgesloten waardoor niet is gerealiseerd op dit project in 2018. Daarnaast heeft voor andere deelprojecten geen contractvorming plaatsgevonden in 2017 en 2018, waardoor geen betalingen zijn verricht.

Opdracht Voorzien in infrastructuur

Investeringen Infrastructuur Projecten in uitvoering (bedragen x € 1 miljoen)

Omschrijving project

Projectvolume (begroting 2018)

Fasering tot en met (begroting 2018)

Gerealiseerde uitgaven t/m 2017

Verwachte uitgaven in 2018

Gerealiseerde uitgaven in 2018

Verschil uitgaven 2018

Aanpassing vastgoed a.g.v. gewijzigde regelgeving

145,1

2024

12,1

29,8

12,7

– 17,1

Bouwtechnische verbetermaatregelen brandveiligheid

128,8

2019

19,9

56,4

39,3

– 17,1

Deelproject 1.3.7.1. HVD: Schuifplan Ermelo (GSK, JPK, PMK en VHK)

66,0

2020

56,1

0,0

0,0

0

Deelproject 1.3.7.5. HVD: Herbeleggen RVS Oirschot

40,6

2019

21,1

10,4

0,1

– 10,3

Deelproject 2a.6. HVD: Belegging Breda (KvB, TvZ, Seelig)

39,2

2019

30,0

7,2

1,3

– 5,9

EPA Maatregelen

65,3

2018

56,5

8,8

8,8

0

F135 Motorenonderhoud1

87,8

2020

5,6

37,3

20,3

– 17,0

Hoger Onderhoud Woensdrecht

67,7

2020

42,8

7,0

0,1

– 6,9

Nieuwbouw OTC KMar

85,2

2019

55,8

14,4

5,5

– 8,9

Deelproject 2a.5. HVD: Realisatie Gezondheidscentra en tandheelkundige centra

29,6

2021

0,6

8,4

5,2

– 3,2

Huisvesting Operations Center JIVC DMO/OPS

47,9

2019

3,7

24,0

19

– 5,0

Kmar en Informatie Gestuurd Optreden

33,3

2020

0,0

3,0

10,1

7,1

Nieuwbouw en Renovatie NATO Communications and Information Agency (NCIA)

47,0

2019

23,4

14,3

10,6

– 3,8

X Noot
1

Het projectvolume bevat zowel een infracomponent als een grootmaterieel component.

De posten met een verschil groter dan € 10 miljoen of noemenswaardige verschillen worden hieronder nader toegelicht:

Aanpassing vastgoed a.g.v. gewijzigde regelgeving

De realisatie is € 17,1 miljoen lager uitgevallen dan begroot. Naast het goedkoper uitgevallen deelproject Besluit emissie-eisen middelgrote stookinstallaties blijkt de uitvoering van andere deelprojecten zoals Vervanging installaties met HCFK’s complexer te zijn dan voorzien. Voor deze projecten is nader onderzoek noodzakelijk alvorens deze daadwerkelijk tot uitvoering kunnen komen. Deze voorbereidende werkzaamheden brengen vertraging in de definitieve uitvoering van de hiermee gemoeide deelprojecten met zich mee. Daarnaast zit in dit project tevens het vervangingsprogramma Brandmeldinstallaties en de Maatregelen Brandveiligheid Overige Gebouwen. Beide projecten zijn al gestart waarbij voor Brandmeldinstallatie (BMI) deze ook binnen het project Legering worden meegenomen en voor Maatregelen Brandveiligheid Overige gebouwen (MBO) zijn in 2018 de scans van de ruim 600 gebouwen gestart.

Bouwtechnische verbetermaatregelen brandveiligheid

Voor het project is € 17,1 miljoen minder uitgegeven dan begroot. Door de complexiteit, de omvang van het project en de relatief nieuwe werkzaamheden bij de marktpartijen heeft de voorbereiding van het werk langer geduurd. De uitvoering neemt ook meer tijd in beslag dan aanvankelijk verwacht. Het project staat ook bekend als Maatregelen Brandveiligheid Legering. Hierbij is het project opgedeeld in 3 fasen. De eerste fase, de gebouwen onder handhaving van IL&T bevinden zich in het laatste deel en deze zullen in 2019 worden afgerond. De legeringsgebouwen vallend onder het handhavingsregime van de gemeentes zijn gestart in 2018 en deze worden in 2020 afgerond. Als laatste fase zullen in 2021 de gebouwen in de CARIB worden uitgevoerd.

Deelproject 1.3.7.5. HVD: Herbeleggen RVS Oirschot

De realisatie is € 10,3 miljoen lager uitgevallen dan begroot. Enkele (deel)behoeften zoals inrichten Compagnies Oefenterrein zijn vanwege de archeologische vondsten aan wijzigingen onderhevig waardoor diverse activiteiten in tijd zijn doorgeschoven.

F135 Motorenonderhoud

Voor het project is € 17,0 miljoen minder uitgegeven dan begroot. Door vertraging met betrekking tot het verkrijgen van de benodigde vergunningen voor de bouw van de motorenhal en motorentestfaciliteit is het project met ongeveer 6 maanden vertraagd. Hierdoor zijn de geplande uitgaven in 2018 niet geheel gerealiseerd en zijn deze doorgeschoven naar 2019.

Opdracht Voorzien in IT

Projecten in realisatie Voorzien in IT (bedragen x € 1 miljoen)

Omschrijving project

Projectvolume (begroting 2018)

Fasering tot en met (begroting 2018)

Gerealiseerde uitgaven t/m 2017

Verwachte uitgaven in 2018

Gerealiseerde uitgaven in 2018

Verschil uitgaven 2018

ERP M/F/P Fase 2

121,2

2025

44

12,2

27,0

14,8

IT-KMar IGO

55,5

2020

14,3

20,2

11,0

– 9,2

De posten met een verschil groter dan € 10 miljoen of noemenswaardige verschillen worden hieronder nader toegelicht:

ERP M/F/P Fase 2

Er is € 14,8 miljoen meer gerealiseerd dan begroot. Het project ERP M/F/P Fase 2 bestaat uit een aantal deelprojecten en is gedurende het jaar onderhevig geweest aan veranderingen. Er is met name meer gerealiseerd door het toevoegen van twee grote deelprojecten. Op het deelproject Nextlabs (databeveiliging) is € 4,1 miljoen gerealiseerd en op het deelproject SAP licenties is € 7,1 miljoen gerealiseerd.

Bekostiging Wetenschappelijk onderzoek (bedragen x € 1.000)

Omschrijving

Verwachte uitgaven in 2018

Gerealiseerde uitgaven in 2018

Verschil

Programmafinanciering TNO (en MARIN)

36.808

41.830

– 5.022

Programmafinanciering NLR

517

517

0

Contractonderzoek technologieontwikkeling

18.052

17.615

437

Contractonderzoek kennisgebruik

5.813

4.968

845

Overig wetenschappelijk onderzoek

2.000

2.202

– 202

Totaal

63.190

67.132

– 3.942

Commissie Defensie Materieel Ontwikkeling (CODEMO)

De CODEMO-regeling is een aansprekend instrument dat vooral wordt ingezet voor innovatieve productontwikkeling met het midden- en kleinbedrijf (MKB). Defensie neemt, van goedgekeurde projectvoorstellen, 50 procent van de ontwikkelingskosten voor haar rekening. Eventuele opbrengsten voor Defensie in de vorm van royalties over de verkoop van de ontwikkelde producten zijn beschikbaar voor nieuwe ontwikkelingsvoorstellen.

CODEMO 2018

Ingediende voorstellen

3

Gehonoreerde voorstellen

1

Afgewezen voorstellen

2

Wachtend op besluitvorming

0

Doorlooptijd

 

≤ 3 mnd:

2

> 3 mnd:

1

In 2018 zijn drie nieuwe projectvoorstellen ingediend. In twee gevallen werd binnen drie maanden besloten over het al dan niet honoreren van het ingediende voorstel. Eén voorstel had 3 dagen langer nodig. Ultimo 2018 zijn 7 projecten in uitvoering. Van de beschikbare € 13,3 miljoen (inclusief € 3,3 miljoen royalties) heeft inmiddels € 10,3 miljoen een bestemming gekregen.

Ontvangsten

Overige ontvangsten materieel

Er zijn meer verkoopopbrengsten (€ 11,5 miljoen) als gevolg van het terug ontvangen van het voorschot voor de verwerving van de F-35 (€ 15,1 miljoen), de bijdrage van de provincie Noord Brabant (€ 5 miljoen) voor de F-135 motorenonderhoud faciliteit, het ontvangen van royalties (€ 6,6 miljoen) en de ontvangsten van de inzet van de SAC C-17 (€ 8 miljoen). Daartegenover staan lagere ontvangsten vanuit de vervanging van dienstauto’s (€ 26 miljoen), onder andere door lagere marktwaarde dan verwacht en een lagere inruilwaarde vanwege het langer aanhouden van bepaalde autotypes.

Verkoopopbrengsten groot materieel

In 2018 is € 5,0 miljoen meer aan verkoopopbrengsten gerealiseerd dan begroot. Een aantal contractueel verplichte betalingen uit 2017 en 2018 (€ 6,4 miljoen) zijn niet ontvangen. Het gaat daarbij om verkoopopbrengsten voor M-109, YPR (€ 2,8 miljoen), Cheetah (€ 2,1 miljoen) en Army vehicles and spare parts (€ 1,5 miljoen). Ook zijn de verwachte opbrengsten voor YPR (€ 5,0 miljoen) en Wielvoertuigen (€ 2,0 miljoen) niet geëffectueerd in 2018. Echter is er voor 18,4 miljoen meer binnengehaald aan niet verwachte opbrengsten. Dit komt met name door Rotorsim (€ 7,0 miljoen) en materiaal MINUSMA (€ 7,4 miljoen). Per saldo is er daarom € 5,0 miljoen meer gerealiseerd dan begroot.

Verkoopopbrengsten infrastructuur

Er zijn hogere verkoopopbrengsten (€ 24,3 miljoen) als gevolg van de aantrekkende vastgoedmarkt voor diverse locaties waaronder het complex Binckhorsthof (Den Haag), en extra NAVO-ontvangsten van € 3,7 miljoen.

4.7 Beleidsartikel 7 Ondersteuning krijgsmacht door Defensie Materieel Organisatie

Algemene doelstelling

De DMO zorgt voor de verwerving van modern, robuust en kwalitatief hoogwaardig en inzetbaar materieel en de beschikbaarstelling van IT-middelen, brandstof, munitie en kleding en uitrusting voor de defensieonderdelen.

Rol en verantwoordelijkheid

De Minister is verantwoordelijk voor de aanschaf en de instandhouding van materieel en de afstoting van overtollig materieel van de krijgsmacht.

Beleidsconclusies

In 2018 heeft de Defensie Materieel Organisatie (DMO) een bijdrage geleverd aan de hoofdtaken van de krijgsmacht en daarmee aan de inzetbaarheidsdoelstellingen van Defensie. De meest voorkomende IT-middelen, brandstof, munitie, kleding en uitrusting zijn aan de defensieonderdelen ter beschikking gesteld. Enkele specifieke zaken zoals softshell jassen en gevechtslaarzen waren niet altijd direct leverbaar. Daarin zijn echter verbeteringen doorgevoerd om in de toekomst de beschikbaarheid te optimaliseren.

De Defensie Telematica Organisatie (DTO) en het Joint Informatievoorzieningscommando (JIVC) zijn samengevoegd tot het nieuwe IT-bedrijf. Per 1 januari 2019 is volledig overgegaan op het kasverplichtingen-stelsel. Het opheffen van het agentschap OPS brengt met zich mee dat de bezittingen en schulden van OPS moeten worden verrekend met de rechthebbenden. Vooruitlopend hierop heeft Defensie de vaste activa van OPS overgenomen. Met het besluit tot hantering van het kasverplichtingen-stelsel door het nieuwe IT-bedrijf wordt tevens concrete invulling gegeven aan twee beleidsprioriteiten van de regieagenda: Financiële duurzaamheid en Eenvoud in besturing en bedrijfsvoering.

Tabel budgettaire gevolgen van beleid artikel 7 Ondersteuning krijgsmacht door Defensie Materieel Organisatie (bedragen x € 1.000)
 

Realisatie

Vastgestelde begroting

Verschil

2014

2015

2016

2017

2018

2018

2018

Verplichtingen

606.479

830.487

759.247

959.296

1.170.733

860.247

310.486

               

Uitgaven

788.427

758.507

806.441

816.269

919.071

860.247

58.824

               

Programmauitgaven

293.389

304.662

335.058

318.730

334.300

379.730

– 45.430

Opdracht Logistieke ondersteuning

293.389

304.662

335.058

318.730

334.300

379.730

– 45.430

– waarvan gereedstelling1 , 2

214.792

222.537

225.397

221.912

221.543

280.417

– 58.874

– waarvan instandhouding

78.597

82.125

109.661

96.818

112.757

99.313

13.444

               

Apparaatsuitgaven

495.038

453.845

471.383

497.539

584.771

480.517

104.254

Personele uitgaven

192.287

189.754

182.900

191.248

213.900

191.669

22.231

– waarvan eigen personeel

172.714

167.815

169.395

177.778

192.812

178.669

14.143

– waarvan externe inhuur

19.573

21.939

13.505

13.470

21.088

13.000

8.088

Materiële uitgaven

302.751

264.091

288.483

306.291

370.871

288.848

82.023

– waarvan IT

 

25.706

31.688

52.971

107.198

49.107

58.091

– waarvan IT door SSO DMO OPS

228.784

172.048

193.481

198.180

205.645

185.155

20.490

– waarvan exploitatie door SSO Paresto

363

414

405

437

268

950

– 682

– waarvan overige exploitatie2

73.604

65.923

62.909

54.703

57.760

53.636

4.124

               

Apparaatsontvangsten

25.189

44.077

29.867

30.204

46.359

43.409

2.950

X Noot
1

Binnen deze opdracht zijn een aantal activiteiten uitgevoerd door SSO DMO/OPS (€ 1,825 miljoen), die niet waren voorzien in de begroting.

X Noot
2

Binnen de opdrachten en bijdrage zijn een aantal activiteiten uitgevoerd door het agentschap RVB (€ 11 duizend) en door de Rijkswaterstaat Corporate Dienst € 7 duizend, die niet waren voorzien in de begroting.

Toelichting op de financiële instrumenten

De posten met een verschil groter dan € 5,0 miljoen of noemenswaardige verschillen worden hieronder nader toegelicht.

Verplichtingen

In 2018 is voor een bedrag van € 310,5 miljoen meer aan verplichtingen aangegaan dan begroot. Uitgangspunt is dat de verplichtingenbegroting gelijk is aan de uitgavenbegroting. De realisatie laat echter zien dat bij informatievoorziening voor € 176,5 miljoen en bij formatie € 42,2 miljoen meer is verplicht. Door het opheffen van het agentschap OPS per 1 januari 2019 drukken de contractverlengingen, ook voor inhuur, reeds op dit beleidsartikel. Daarnaast laat de realisatie zien dat voor een bedrag van € 43,9 miljoen meer verplichtingen zijn aangegaan voor instandhouding en zijn meer verplichtingen gerealiseerd (€ 21,1 miljoen) voor het gereed stellen, onder meer voor munitie door het aangaan van meerdere verplichtingen in 2018 voor leveringen die plaatsvinden in 2019.

Uitgaven

Programma uitgaven

De realisatie van de gereedstelling is € 58,9 miljoen lager dan begroot. Dit bedrag wordt bijna volledig veroorzaakt doordat € 40,5 miljoen minder is uitgegeven dan begroot bij brandstof. De oorzaak hiervan is met name de stabiliserende olieprijs en de goedkopere dollar en afgeleide effecten zoals een lagere btw-afdracht. Ook is er bij munitie voor € 18,5 miljoen minder gerealiseerd door late en doorgeschoven leveringen inclusief het financieel effect daarvan.

De realisatie van de instandhouding is € 13,4 miljoen hoger dan begroot. Dit komt met name door hogere uitgaven op instandhouding van maritieme systemen (€ 7,4 miljoen) en hoger uitgevallen betalingen voor de doorontwikkeling van de F-35 (€ 3,6 miljoen).

Apparaatsuitgaven

Personele uitgaven

De realisatie van personele uitgaven is € 22,2 miljoen hoger dan begroot. Dit komt met name door hogere uitgaven op formatie (€ 14,1 miljoen). De belangrijkste oorzaak is de doorwerking van het arbeidsvoorwaardenakkoord 2017 (€ 9,1 miljoen). Verder is de vulling van de nieuwe functies als gevolg van de uitbreiding met de middelen uit hoofde van het regeerakkoord sneller verlopen dan verwacht. Ook zorgt de eenmalige uitkering in december 2018 van € 2,0 miljoen voor hogere uitgaven op formatie. Daarnaast is € 8,1 miljoen extra uitgegeven aan inhuur ten behoeve van het vullen van de organisatie.

Materiële uitgaven

De realisatie van de materiële uitgaven is € 82,0 miljoen hoger dan begroot. Dit wordt met name veroorzaakt door een overrealisatie bij IT. Dit komt vooral door de vervanging van end use devices in verband met de vervanging van verouderde hardware en het ophogen van het voorraadniveau, extra geïdentificeerde behoeftes van defensieonderdelen en extra inhuur ten behoeve van informatiebeveiliging. Ook is er meer uitgegeven door gestegen dataverbruik, waar inmiddels een goedkoper contract voor is afgesloten.

Ontvangsten

Geen bijzonderheden.

4.8 Beleidsartikel 8 Defensie Ondersteuningscommando

Algemene doelstelling

Dit artikel had voorheen de titel Ondersteuning door Commando Diensten Centra, maar de naam van het CDC is gewijzigd in Defensie Ondersteuningscommando (DOSCO).

Het DOSCO voorziet in een doelmatige en doeltreffende ondersteuning van de krijgsmacht. Het DOSCO draagt zorg voor de levering van ondersteunende diensten aan de krijgsmacht. Een groot deel van de ondersteuning levert het DOSCO zelf, een deel van de ondersteuning wordt geleverd door organisaties buiten het Ministerie van Defensie.

Rol en verantwoordelijkheid

De Minister is verantwoordelijk voor een doeltreffende en doelmatige dienstverlening bij Defensie waaraan het DOSCO een bijdrage levert.

Beleidsconclusies

Het DOSCO ondersteunt altijd en overal waar de krijgsmacht wordt ingezet. In 2018 heeft het DOSCO de gevraagde ondersteuning grotendeels volgens afspraak kunnen leveren.

Met de deelname aan de NAVO-oefening Trident Juncture heeft het DOSCO de logistieke verplaatsing van voertuigen en materialen naar Noorwegen ondersteund met een zogeheten National Movement Coordination Cell (NMCC).

De realisatie van de werving en selectie van militairen is voor heel 2018 uitgekomen op 89% van de initiële aanstellingsopdracht. Er zijn 3.772 militairen aangesteld, dit zijn er ruim 600 meer dan in 2017. De aanstelbare militairen zijn sollicitanten die de selectie met goed gevolg hebben doorlopen en waaraan een dienstverband kan worden aangeboden.

Op het gebied van vastgoed zijn er resultaatafspraken gemaakt over de wettelijke keuringen. In 2018 is de realisatie van goedgekeurde installaties gestegen van 74% naar 87%. Daarnaast is vooruitlopend op het SVP is in 2018 besloten tot een inventarisatie van werkplekken en locaties waaronder legering, om noodzakelijke verbeteringen inzichtelijk te maken. Het wegwerken van onderhoudsachterstanden en verbeteren van de leefbaarheid krijgen daarbij prioriteit. Door de slechte staat van het onderhoud en het achterblijven van vervangingen is de verhouding tussen niet-planbaar onderhoud en planbaar onderhoud nog niet volledig hersteld. De geneeskundige logistieke leverbetrouwbaarheid voldeed in 2018 aan de norm van 95%.

Vanuit de middelen van het regeerakkoord is het Nationaal Fonds Ereschulden ingesteld. Dit fonds richt zich op militairen die een handicap, trauma of andere aandoening hebben opgelopen tijdens missies naar het buitenland. De bestaande budgetten voor schadevergoedingen en regelingen voor schadevergoedingen voor veteranen zijn hierin ondergebracht. Deze budgetten voor veteranenclaims vielen voorheen ook onder het DOSCO.

Tabel budgettaire gevolgen van beleid artikel 8 Defensie Ondersteuningscommando (bedragen x € 1.000)
 

Realisatie

Vastgestelde begroting

Verschil

2014

2015

2016

2017

2018

2018

2018

Verplichtingen

1.057.642

1.078.400

886.300

1.245.160

1.296.628

1.155.733

140.895

               

Uitgaven

1.061.257

1.051.112

1.127.552

1.223.267

1.315.775

1.155.733

160.042

               

Programmauitgaven

12

204

188

190

166

 

166

Opdracht Dienstverlenende eenheden

12

204

188

190

166

 

166

– waarvan gereedstelling

1

198

187

190

166

 

166

– waarvan instandhouding

11

6

1

       
               

Apparaatsuitgaven

1.061.245

1.050.908

1.127.364

1.223.077

1.315.609

1.155.733

159.876

Personele uitgaven

443.228

465.998

512.085

543.248

579.465

529.982

49.483

– waarvan eigen personeel

415.171

436.045

475.462

510.000

540.789

515.905

24.884

– waarvan externe inhuur

16.216

18.157

24.559

21.158

26.107

2.678

23.429

– waarvan overig, attachés

11.841

11.796

12.064

12.090

12.569

11.399

1.170

Materiële uitgaven

618.017

584.910

615.279

679.829

692.752

625.751

67.001

– waarvan bijdrage agentschap RVB (huisvesting en infrastructuur)

193.218

220.607

228.185

256.916

263.593

208.561

55.032

– waarvan huisvesting en infrastructuur

191.782

134.615

115.191

109.976

103.321

99.793

3.528

– waarvan overige exploitatie1

195.995

189.880

236.126

278.343

286.337

281.192

5.145

– waarvan SSO Paresto

31.013

31.706

29.463

29.550

33.590

28.459

5.131

– waarvan overig, attachés

6.009

8.102

6.314

5.044

5.911

7.746

– 1.835

Nationaal fonds ereschulden

       

43.392

 

43.392

               

Apparaatsontvangsten

49.243

56.903

63.665

85.812

89.243

81.364

7.879

X Noot
1

Binnen de opdrachten en bijdrage zijn een aantal activiteiten uitgevoerd door de Rijkswaterstaat Corporate Dienst € 48 duizend en SSO DMO/OPS € 23 duizend die niet waren voorzien in de begroting.

Toelichting op de financiële instrumenten

De posten met een verschil groter dan € 10,0 miljoen of noemenswaardige verschillen worden hieronder nader toegelicht.

Verplichtingen

De verplichtingenstand is € 140,0 miljoen hoger dan begroot. Er is meer verplicht dan begroot op formatie, voornamelijk als gevolg van het arbeidsvoorwaardenakkoord 2017 (€ 41,0 miljoen) en het aangaan van extra opdrachten bij het Rijksvastgoedbedrijf voor huisvesting en infrastructuur (€ 59,0 miljoen). Ook zijn er hogere apparaatsuitgaven die doorwerken in het verplichtingensaldo, zoals de defensiebrede koersverschillen (€ 22,3 miljoen), meeruitgaven voor inrichtingskosten (€ 6,0 miljoen) en meer uitkeringen vanuit het Nationaal Fonds Ereschulden (€ 11,7 miljoen).

Uitgaven

Personele uitgaven

De personele uitgaven zijn € 49,5 miljoen hoger dan begroot door ontwikkelingen die niet in de oorspronkelijke begroting zijn opgenomen. De belangrijkste oorzaken zijn de doorwerking van het arbeidsvoorwaardenakkoord 2017 (€ 31,1 miljoen), de eenmalige uitkering in december 2018 (€ 5,8 miljoen), groei als gevolg van de toevoegingen vanuit het regeerakkoord (€ 7,8 miljoen) en de uitgaven als gevolg van de overhevelingen van ROC-personeel van CLAS naar DOSCO (€ 3,1 miljoen).

Een deel van de ondersteuning door DOSCO wordt uitgevoerd door externe inhuur, bijvoorbeeld om piekbelasting op te vangen bij bewakings- en beveiligingspersoneel of voor medisch personeel. Deze wordt niet vooraf in de begroting verwerkt, maar in het uitvoeringsjaar geraamd en overgeheveld van formatiebudget naar inhuurbudget. De extra uitgaven aan externe inhuur betreffen € 23,4 miljoen.

Materiële uitgaven

De materiële uitgaven zijn € 67,0 miljoen hoger dan begroot. Aan het agentschap Rijksvastgoedbedrijf (RVB) is meer uitgegeven dan begroot voor het verminderen van het achterstallig onderhoud (€ 55,0 miljoen). Hiervoor is onder andere vanuit de Defensienota extra budget beschikbaar gesteld dat heeft geleid tot extra opdrachten aan het RVB en tot hogere uitgaven.

Daarnaast is de bijdrage voor het agentschap Paresto hoger (€ 5,1 miljoen) door onder andere een loon- en prijsbijstelling voor het arbeidsvoorwaardenakkoord vanuit eerdere jaren. Ook is de bijdrage Paresto hoger vanwege gestegen inhuurcontracten die met name zijn veroorzaakt door een krappe arbeidsmarkt en keukensluitingen veroorzaakt door achterstanden met het onderhoud.

Het Nationaal Fonds Ereschuld voor veteranenclaims is ingesteld per 1e suppletoire begrotingswet 2018. Hierdoor is er op deze nieuwe post, die bij de vastgestelde begroting nog niet bestond, € 43,4 miljoen meer uitgegeven dan initieel begroot. Deze budgetten voor veteranenclaims vielen voorheen ook onder de materiële uitgaven bij DOSCO, maar worden op deze wijze apart inzichtelijk gemaakt.

Ontvangsten

Geen bijzonderheden.

5. NIET-BELEIDSARTIKELEN

5.1 Niet-beleidsartikel 9 Algemeen

Tabel budgettaire gevolgen van beleid artikel 9 Algemeen (bedragen x € 1.000)
 

Realisatie

Vastgestelde begroting

Verschil

2014

2015

2016

2017

2018

2018

2018

Verplichtingen

81.246

103.254

89.615

82.955

90.693

98.233

– 7.540

               

Uitgaven

100.370

84.447

107.028

85.193

89.598

98.233

– 8.635

               

Programma-uitgaven

100.370

84.447

107.028

85.193

89.598

98.233

– 8.635

Subsidies en bijdragen

22.104

31.495

29.732

30.741

31.545

30.500

1.045

Bijdrage NAVO en internationale samenwerking

37.001

22.085

56.675

36.479

46.198

53.381

– 7.183

– waarvan voorziening Very High readiness Joint Taskforce

         

10.000

– 10.000

Overige uitgaven1

41.265

30.867

20.621

17.973

11.855

14.352

– 2.497

Programma ontvangsten

             
X Noot
1

Binnen overige uitgaven is in 2018 voor een bedrag van € 202 duizend uitgevoerd door het Rijksvastgoedbedrijf en SSO DMO/OPS € 15 duizend die niet waren voorzien in de begroting.

De onderstaande tabel bevat de geraamde en gerealiseerde uitgaven en verplichtingen voor 2018.

Toelichting op de instrumenten

De posten met een verschil groter dan € 2,0 miljoen of noemenswaardige verschillen worden hieronder nader toegelicht.

Verplichtingen

De lagere realisatie van de verplichtingen dan in de begroting is opgenomen komt door de lagere bijdrage aan de NAVO. De oorzaken worden hieronder toegelicht.

Uitgaven

Bijdrage NAVO en internationale samenwerking

De realisatie is per saldo € 7,2 miljoen lager dan initieel begroot en kent 2 oorzaken:

  • NAVO – De uitgaven van de bijdrage aan de NAVO is € 2,8 miljoen hoger dan het budget en worden veroorzaakt door meerdere facturen die te laat zijn ontvangen waardoor ze in 2018 betaald zijn.

  • VJTF – De geplande € 10 miljoen van VJTF leidt niet tot realisatie op dit artikel maar is verdeeld naar de overige defensieonderdelen.

Overige uitgaven

De realisatie van overige uitgaven is € 2,5 miljoen lager dan begroot. Deze lagere realisatie wordt veroorzaakt door de herrubricering tussen Niet Beleidsartikel 9 en 10 waarbij, conform de rijksbegrotingsvoorschriften, de budgetten/realisatie met een karakter van apparaatsuitgaven zijn omgezet naar de overige materiële uitgaven op Niet-beleidsartikel 10.

Ontvangsten

Niet van toepassing.

5.2 Niet-beleidsartikel 10 Centraal apparaat

Op dit artikel zijn alle verplichtingen, personele en materiële uitgaven en ontvangsten van de Bestuursstaf (BS) inclusief de Militaire Inlichtingen- en Veiligheidsdienst (MIVD) weergegeven. Tevens zijn in dit artikel de defensiebrede uitgaven ondergebracht voor pensioenen en uitkeringen (waarvan een deel «niet relevant» dat betrekking heeft op de lening voor de kapitaaldekking van de militaire ouderdomspensioenen), wachtgelden, inactiviteitswedden en Sociaal Beleidskader (SBK)-uitkeringen.

Tabel budgettaire gevolgen van beleid artikel 10 Centraal apparaat (bedragen x € 1.000)
 

Realisatie

Vastgestelde begroting

Verschil

2014

2015

2016

2017

2018

2018

2018

Verplichtingen

1.584.117

1.529.741

1.595.748

1.572.559

1.737.653

1.579.275

158.378

               

Uitgaven

1.589.049

1.527.669

1.594.826

1.572.368

1.728.881

1.579.275

149.606

               

Apparaatsuitgaven

1.589.049

1.527.669

1.594.826

1.572.368

1.728.881

1.579.275

149.606

Personele uitgaven

1.575.860

1.513.893

1.580.523

1.556.940

1.707.908

1.552.928

154.980

– waarvan eigen personeel

121.615

121.123

126.849

137.422

160.203

156.359

3.844

– waarvan externe inhuur

2.472

3.128

3.731

3.932

3.844

1.064

2.780

– waarvan uitkeringen

1.451.773

1.389.642

1.449.943

1.415.586

1.543.861

1.395.505

148.356

Materiële uitgaven

13.189

13.776

14.303

15.428

20.973

26.347

– 5.374

– waarvan overig1

12.691

13.193

13.749

14.924

20.426

25.634

– 5.208

– waarvan bijdrage aan SSO Paresto

498

583

554

504

547

713

– 166

               

Totaal ontvangsten

24.360

28.255

39.017

39.784

196.186

37.431

158.755

X Noot
1

Binnen overige uitgaven is in 2018 voor een bedrag van € 349 duizend uitgevoerd door SSO DMO/OPS.

Toelichting op de instrumenten

De posten met een verschil groter dan € 10,0 miljoen of noemenswaardige verschillen worden hieronder nader toegelicht.

Verplichtingen

De hogere realisatie van de verplichtingen dan in de begroting is opgenomen heeft een relatie met de hogere Apparaatsuitgaven. De oorzaken komen grotendeels overeen met de toelichting van hieronder.

Uitgaven

De apparaatsuitgaven zijn per saldo € 150 miljoen hoger dan initieel begroot. De voornaamste oorzaak betreft de aflossing van € 100 miljoen van het financieringsarrangement van in totaal ongeveer € 159 miljoen voor de overgang van het omslagstelsel naar het kapitaaldekkingsstelsel van de pensioenen van militairen. Het eerder beëindigen van het arrangement is wenselijk voor zowel Defensie als het ABP gezien de uitvoering ervan complex en afwijkend is van de reguliere processen van het ABP.

Het resterende deel van de hogere uitgaven is te wijten aan hogere uitgaven voor het repareren van het AOW-gat (€ 15 miljoen) en de doorwerking van de arbeidsvoorwaarden 2017 (€ 36 miljoen).

Ontvangsten

De hogere ontvangsten wordt grotendeels veroorzaakt door twee onderwerpen:

  • De vervroegde aflossing van de ABP lening (€ 110 miljoen) die ter dekking dient van (tijdelijke) dubbele lasten voor de overgang van het omslagstelsel voor militaire pensioenen naar het kapitaaldekkingsstelsel.

  • De teruggave van te veel betaalde belasting voor ereschuld (€ 45 miljoen).

5.3 Niet-beleidsartikel 11 Geheime uitgaven

De onderstaande tabel bevat de geraamde en gerealiseerde uitgaven en verplichtingen voor 2018.

Tabel budgettaire gevolgen van beleid artikel 11 Geheime uitgaven (bedragen x € 1.000)
 

Realisatie

Vastgestelde begroting

Verschil

2014

2015

2016

2017

2018

2018

2018

Verplichtingen

3.893

5.385

5.939

7.874

7.155

7.470

– 315

Uitgaven

3.893

5.385

5.939

7.874

7.155

7.470

– 315

Ontvangsten

             

De geheime uitgaven worden jaarlijks gecontroleerd door het college van de Algemene Rekenkamer.

5.4 Niet-beleidsartikel 12 Nominaal en onvoorzien

De onderstaande tabel bevat de geraamde en gerealiseerde uitgaven en verplichtingen voor 2018.

Tabel budgettaire gevolgen van beleid Artikel 12 Nominaal en onvoorzien (bedragen x € 1.000)
 

Realisatie

Vastgestelde begroting

Verschil

2014

2015

2016

2017

2018

2018

2018

Verplichtingen

         

123.202

– 123.202

Uitgaven

         

123.202

– 123.202

Loonbijstelling

             

Loonbijstelling

             

– waarvan programma

             

– waarvan apparaat

             

Prijsbijstelling

             

– waarvan programma

             

– waarvan apparaat

             

Onvoorzien

             

Ontvangsten

             

Toelichting op de financiële instrumenten

Niet-beleidsartikel 12 Nominaal en onvoorzien is een voorziening, waarop geen realisatie plaats vindt van verplichtingen en uitgaven. Met de eerste en tweede suppletoire begroting is het budgetbedrag volledig uitgedeeld naar de defensieonderdelen.

6. BEDRIJFSVOERINGSPARAGRAAF

De bedrijfsvoeringsparagraaf bestaat uit drie paragrafen: een uitzonderingsrapportage, rijksbrede bedrijfsvoeringsonderwerpen en belangrijke ontwikkelingen en verbeteringen in de bedrijfsvoering.

1. Uitzonderingsrapportage

1.1 Rechtmatigheid

De verantwoording in het departementale jaarverslag is in overeenstemming met de begrotingswetten, de Europese regelgeving, Nederlandse wetten, algemene maatregelen van bestuur en in ministeriële regelingen opgenomen bepalingen. Voor de bepaling van fouten en onzekerheden is de rijksbrede normering toegepast. Er hebben zich geen overschrijdingen van de toleranties voorgedaan.

In 2018 hebben zich geen tekortkomingen op het gebied van misbruik en oneigenlijk gebruik voorgedaan, zie paragraaf 2.1.

1.2 Totstandkoming niet-financiële verantwoordingsinformatie

Informatie over de gereedheid van de eenheden en details over de realisatie van de operationele gereedheid is geplaatst in de vertrouwelijke bijlage bij de inzetbaarheidsrapportage. De totstandkoming van de niet-financiële informatie verliep ordelijk en is grotendeels controleerbaar. Dit proces is nog wel arbeidsintensief en de kwaliteit van gereedheidsinformatie kan verder worden verbeterd. Diverse initiatieven zijn gestart om de kwaliteit te verbeteren, onder andere door meer gestructureerd vooruit te kijken en verder te automatiseren.

De verantwoording over de gereedheid is in 2018 gebaseerd op de capaciteiten en inzetbare eenheden van de defensieonderdelen, zoals opgenomen in de Defensienota «Investeren in de Krijgsmacht». Een capaciteit en/of inzetbare eenheid wordt als volledig operationeel gereed aangemerkt als deze alle organieke taken kan uitvoeren in de meest voorzienbare dreigingsscenario’s.

Als basis voor de rapportage over operationele gereedheid dienen de assessments van de operationele commandanten. In 2018 is een projectvoorstel ingediend om het beschikbaar maken van de data onder deze assessments verder te automatiseren.

Om de materiële en personele gereedheid weer op het gewenste niveau te verkrijgen en de informatie daaromtrent te verbeteren zijn verscheidene initiatieven ondernomen. Aan de hand van het plan van aanpak Verbeteren materiële gereedheid hebben de defensieonderdelen gerapporteerd over de bereikte voortgang en is de informatie over de materiële gereedheid verrijkt.

1.3 Financieel en materieelbeheer
1.3.1 Financieel beheer

Verwerving/Europese aanbesteding

In 2018 zijn in totaal 22 dossiers aangemerkt als (Europese) aanbestedingsfouten met een totale opdrachtwaarde (inclusief btw) van € 59,5 miljoen. Hiervan zijn 18 dossiers aangeboden voor de escalatieprocedure. In die procedure wordt expliciet vooraf afgewogen of sprake is van een onontkoombare noodzaak. De aangetroffen aanbestedingsfouten betreffen het niet juist toepassen van de aanbestedingsregels door bijvoorbeeld opdrachten onder een bestaande raamovereenkomst af te roepen terwijl hiervoor een nieuwe aanbesteding had moeten worden uitgevoerd, het niet tijdig opstarten van het inkoopproces en het onterecht niet (Europees) aanbesteden.

1.3.2 Materieelbeheer

Materieelbeheer algemeen

De norm voor het materieelbeheer bij Defensie is dat bij minimaal 80 procent van de eenheden op het derde niveau de kwaliteit van het beheer van alle materieelsoorten en opslagvormen voldoende is. Over 2018 is voor de volgende categorieën materieel/opslagvormen niet voldaan aan de norm:

  • Niet-gevoelig materieel – inventaris

  • Munitie – inventaris

Oorzaken liggen in het niet of onvoldoende uitvoeren van voorgeschreven beheermaatregelen zoals tellingen en administratieve knelpunten rond de migratie naar en gebruik van ERP. Ook blijkt de personele (kwantitatieve en kwalitatieve) capaciteit een knelpunt. Daarnaast blijkt er onduidelijkheid te zijn ten aanzien van bouwkundige eisen, klimatologische eisen en inrichtingseisen.

Door genomen maatregelen liggen in vergelijking met 2017 de uitkomsten van de monitor Kwaliteit Materieelbeheer 2018 over het algemeen hoger en zijn er de helft minder categorieën die niet voldoen aan de norm (van vier in 2017 naar twee in 2018).

Monitor cryptosleutels en -publicaties (CSPM)

De CSPM heeft in 2018 bijgedragen aan de verbetering van de kwaliteit van het gevoerde beheer. De commandanten van de eenheden hebben aandacht voor de verbetermaatregelen, maar kunnen de monitor daarbij veel beter benutten. Het tijdig, volledig en SMART formuleren van de verbetermaatregelen, en verdere ontsluiting van de monitor voor de (naasthogere) commandanten zal bijdragen aan het verbeteren van het beheer.

1.4 Overige aspecten bedrijfsvoering
1.4.1 Overige belangrijke risico’s bedrijfsvoering

Zoals in het jaarverslag over 2017 gemeld worden door Defensie twee belangrijke bedrijfsvoeringsrisico’s onderkend:

  • 1. Tekortkomingen in de basisgereedheid van de operationele eenheden;

  • 2. Ernstige incidenten op het gebied van fysieke en sociale veiligheid bij Defensie.

Voor beide risico’s zijn mitigerende maatregelen getroffen zoals het project Behoud en Werving, plan van aanpak Verbeteren Materiële Gereedheid, maar ook Adaptieve Krijgsmacht. Bij het verbeteren van de gereedheid is onderkend dat het slagen afhankelijk is van de variabelen: «personele vulling» en daarmee de ontwikkelingen op de arbeidsmarkt, «beschikbaarheid van ondersteunende eenheden» en «missiedruk». De combinatie van bovenstaande redenen heeft ertoe geleid dat de basis gereedheid voor alle eenheden niet volledig kan worden gerealiseerd conform de oorspronkelijke planning.

Incidenten op het gebied van fysieke en sociale veiligheid zijn aangepakt en maatregelen zijn getroffen. Defensie heeft begin 2018 het plan «Een veilige defensieorganisatie» naar de Tweede Kamer gestuurd. De hierin voorgestelde maatregelen hebben tot doel een structurele verbetering te bewerkstelligen en zijn voortvarend opgepakt.

Door jarenlange bezuinigingen is een groot deel van het vastgoed van Defensie in een slechte staat van onderhoud. Veel gebouwen voldeden niet meer aan de moderne eisen voor brandveiligheid. Hiervoor is de afgelopen jaren een inhaalprogramma gestart, waarvoor middelen zijn vrijgemaakt en waarmee in 2018 aanzienlijke voortgang is geboekt. De meest urgente risico’s zijn inmiddels aangepakt. Het kost echter tijd om de achterstanden die in de loop van vele jaren zijn ontstaan, in te lopen. Dat is niet zozeer een kwestie van het geld als wel van de capaciteit om alles te kunnen uitvoeren. Als eerste worden de legeringsgebouwen aangepakt en dat loopt door tot in 2020. Om in de tussentijd de risico’s te beperken zijn interim-maatregelen genomen. Ook vanuit goed werkgeverschap en sociale veiligheid streeft Defensie naar een verbetering van de kwaliteit van de leefomgeving, vooral voor het personeel dat op kazernes gelegerd is. Daarnaast zullen de komende jaren aanzienlijke investeringen nodig zijn om het enorme vastgoedbestand van Defensie te laten voldoen aan nieuwe duurzaamheidseisen die het Rijk stelt.

Risico’s MIVD

Op aanbeveling van de Algemene Rekenkamer wordt – meer dan voorheen – ingegaan op de risico’s in de bedrijfsvoering van de MIVD. In 2018 betrof het de volgende risico’s:

Wet op de inlichtingen- en veiligheidsdiensten 2017

De Commissie van Toezicht op de Inlichtingen- en Veiligheidsdiensten (CTIVD) heeft de implementatie van de Wiv 2017 onderzocht en schatte op een aantal aspecten het risico op toekomstig onrechtmatig handelen door de MIVD als gemiddeld of hoog in. Dit betreft geen oordeel dat daarmee onrechtmatig is gehandeld.

Werving personeel

De MIVD was in 2018 niet volledig gevuld. Daarnaast is de formatieve omvang van de MIVD wederom toegenomen. Er is een Task Force opgericht om de vulling en de verdere groei van de organisatie in samenspraak met alle ketenpartners te plannen, te begeleiden en te controleren. Behoud van aanwezig personeel heeft aandacht gekregen, onder andere door het verbeteren van de werkomgeving.

Informatietechnologie

Het belang van hoogwaardige informatie- en communicatietechnologie voor de MIVD is nauwelijks te overschatten. De dienst ontwikkelt zich meer en meer tot een datagedreven organisatie; (big) data analytics is een belangrijke enabler voor zowel target gericht onderzoek als het achterhalen van nog niet eerder gesignaleerde dreigingen. Continue verbetering van de informatietechnologie voor verwerving, opslag, ontsluiting, analyse en verspreiding van gegevens is daarmee zeer belangrijk. Een deugdelijke gegevenshuishouding is ook vanuit de optiek van de Wiv 2017 van essentieel belang. In de praktijk kampt de MIVD nog met technologische achterstand. Ook de CTIVD heeft zorgen geuit over de IT-infrastructuur bij de MIVD. In 2018 heeft de MIVD gewerkt aan het inlopen van de achterstand. Defensie investeert de komende jaren in de IT bij de MIVD, oplopend tot 20 miljoen euro. Dit is een eerste stap. Het wegwerken van de achterstand zal nog meerdere jaren en extra investeringen vergen.

In 2018 heeft, mede door de situatie op de arbeidsmarkt, een beperkte groei van de personele capaciteit in de IT plaatsgevonden.

Infrastructuur

Gezien de groei van de MIVD vanaf 2018 tot eind 2020 is aan het Rijksvastgoedbedrijf opdracht gegeven delen van de Frederikkazerne grondig te verbouwen. De start hiervan was medio 2018, naar verwachting zal het komende jaar al een groot deel gereed zijn. De bestaande huisvesting, waar vanwege jarenlange bezuinigingen lange tijd niet in was geïnvesteerd, wordt vanaf medio 2018 weer op norm gebracht en gehouden. Naar verwachting wordt in 2019 een besluit genomen over de gezamenlijke huisvesting van MIVD en AIVD. In 2018 is gewerkt aan de voorbereiding van deze besluitvorming.

1.4.2 Onvolkomenheden Algemene Rekenkamer
1.4.2.1 Logistieke keten reservedelen

In 2018 is geconstateerd dat de leverbetrouwbaarheid en voorraadbeschikbaarheid van de fast-moving reservedelen inmiddels goed is en zijn de inspanningen uitgebreid naar alle reservedelen, met nadruk op de repareerbare reservedelen (LRU’s). Ondanks de significante verbetering op de fast-movers blijkt het effect daarvan op de verbetering van de materiële gereedheid (te) gering. Slechts bij enkele wapensystemen is een kleine verbetering te zien.

Op grond hiervan is het plan van aanpak Verbeteren Materiële Gereedheid, waar de logistieke keten reservedelen een onderdeel van vormt, in nauwe samenwerking met de defensieonderdelen bijgesteld naar een versie 4.0. In deze versie is de scope verbreed naar andere factoren die van invloed zijn op de verbetering van de materiële gereedheid, zoals personeel (zowel kwalitatief als kwantitatief), infrastructuur en de datakwaliteit in SAP. Daarbij is zo veel mogelijk de verbinding gezocht met andere lopende initiatieven: het oplopen van het strategisch vastgoedplan, maatregelen rond behoud & werving, naast maatregelen die zich richten op SAP, LRU’s en de VED (Vital, Essential and Desirable)-systematiek voor reservedelen. In relatie tot de datakwaliteit in SAP is wel geconstateerd dat er inmiddels duidelijk voortgang is geboekt bij de realisatie van instandhoudingsanalyses.

1.4.2.2 IT-Beheer

Er zijn interim-maatregelen om de continuïteit van de bestaande IT te waarborgen, tot de oplevering van en de transitie naar de nieuwe IT. Deze hebben effect. Er waren in 2018 zelden grote verstoringen in de IT. Deloitte heeft na onderzoek in 2018 vastgesteld dat de toekomstvastheid voor de komende 2–3 jaar zeker kan worden gewaarborgd. Met de juiste investeringen en met aandacht voor specifieke probleemgebieden, kan dat voor de generieke IT ook voor de komende 5 jaar. Voor specifieke IT, zoals TITAAN, lopen maatregelen om de technische levensduur te verlengen.

De aanbesteding van de nieuwe IT-infrastructuur in het programma Grensverleggende IT (GrIT) heeft met de afronding van de technische dialoog en de beoordeling van het technisch ontwerp medio 2018 een belangrijke mijlpaal bereikt. Ook is het programma wederom getoetst door Bureau ICT Toetsing (BIT). Na het afvallen van een van de twee marktpartijen waarmee de dialoog is gevoerd, wordt met de resterende partij verder onderhandeld gericht op gunning in de loop van 2019. Daarbij worden de aanbevelingen van het BIT meegenomen.

1.4.2.3 Informatiebeveiliging

Naar aanleiding van het onderzoek over 2017 heeft de AR aanbevolen om de centrale sturing op de informatiebeveiliging te verbeteren. Dat houdt in dat de ontbrekende sturingsmaatregelen alsnog worden getroffen en dat de dossiervorming op orde komt.

Om de sturing op de informatiebeveiliging te verbeteren is eind 2017 het kwaliteitssysteem IT vastgesteld waarmee de samenhang en borging van het stelsel van inrichtings- en beheermaatregelen is vastgelegd. Daarnaast is het accreditatiebeleid aangescherpt en in mei 2018 vastgesteld. De evaluatie van het kwaliteitssysteem is in 2018 gestart, zodat in Q1 2019 een nieuwe versie kan worden vastgesteld. Onderdeel van de evaluatie is het bepalen welke inzichten (KPI’s) bij de CIO nodig zijn om het kwaliteitssysteem IT te laten functioneren en deze onderdeel te laten worden van de vaste rapportages.

In 2017 heeft een eerste aanvulling van de BIR-dossiers van de kritieke systemen plaatsgevonden. Om de dossiers te vervolmaken en waar nodig te komen tot accreditatie zijn 2018 en 2019 uitgetrokken. Het vervolmaken is complex omdat het grote systemen betreft. Het eerste dossier is eind 2018 aangeboden ter accreditatie. Bij de in 2018 uitgevoerde onderzoeken naar beveiligingsmaatregelen zijn geen grote leemten gevonden. Waar verbeteringen mogelijk zijn, zijn deze opgenomen in een verbeterregister. Jaarlijks wordt de werking van maatregelen voor specifieke systemen getest.

1.4.2.4 Inkoopbeheer

In 2018 zijn de verbetermaatregelen voor het inkoopbeheer (contractenregister, aanbestedingskalender, spend analyse en het inrichten van de key control objectieve leverancierskeuze voor aanbestedingen onder de Europese drempelwaarde) in opzet getroffen. De werking ervan zal door de ADR jaarlijks worden gecontroleerd tijdens de onderzoeken in het kader van haar wettelijk taak.

Over 2018 is het beeld dat ten aanzien van de werking van de key control contractenregister wederom vooruitgang is geboekt in de volledigheid van de opname van contracten in het register. Het register is de bron voor rapportages waarmee inzicht wordt verkregen in de te expireren contracten. De beheermaatregelen rond de key controls aanbestedingskalender en spendanalyse zijn in 2018 ingevoerd, de uitvoering daarvan zal in 2019 een vlucht moeten nemen. Waar nodig en gewenst zal de uitvoering verder worden ondersteund door het ontwikkelen van standaardrapportages, hierop wordt al actie ondernomen. Ten aanzien van de key control objectieve leverancierskeuze voor aanbestedingen onder de Europese aanbestedingsdrempel zijn door de ADR over 2018 geen opmerkingen over de werking gemaakt.

1.4.2.5 Centraal voorraadbeheer munitie

Over 2017 heeft de Algemene Rekenkamer (AR) een onvolkomenheid gegeven op het gebied van het administratief munitiebeheer bij het Defensie Munitiebedrijf (DmunB). De AR heeft aanbevolen ervoor te zorgen dat de administratie van de centrale voorraad munitie bij het DMunB op orde wordt gebracht en de nog resterende acties uit het verbeterplan uit 2017, voor het beheer van de centrale voorraad munitie, voortvarend worden opgepakt.

Het op orde brengen van de centrale voorraad munitie betrof met name de afhandeling van verschillen tussen de administratieve en fysieke voorraad. De oorzaken van de voorraadafwijkingen zijn grondig geanalyseerd en met de ondertekening van de vermissingsrapporten door PD-DMO is de administratie op orde gebracht.

Het uitvoeren van de resterende acties uit het verbeterplan betreft het aanpassen van regelgeving op het gebied van periodieke inspecties/onderzoek en merkingen. De vaststelling van de aangepaste regelgeving vindt plaats in 2019.

In september/oktober 2018 heeft de ADR vanuit haar wettelijke taak nieuw onderzoek uitgevoerd naar het beheer bij DMunB. Hierbij bleken meerdere tekortkomingen ten aanzien van de naleving van voorgeschreven procedures en veiligheidsvoorschriften. Naar aanleiding van de bevindingen heeft het DMunB eind 2018 een nieuw verbeterplan opgesteld.

2. Rijksbrede bedrijfsvoeringsonderwerpen

2.1 Misbruik en oneigenlijk gebruik

In 2018 is verdere voortgang geboekt in het interdepartementale traject om, in aanvulling op de departementale M&O-registratie betreffende subsidies, te voorzien in een centrale verwijsindex. Deze index is opgesteld conform de Algemene verordening gegevensbescherming. Binnen Defensie is het al aanwezige M&O-register verder geoperationaliseerd en nader uitgewerkt. Dit heeft tot doel te blijven voorzien in informatie die bijdraagt aan goede risicoafwegingen bij de afhandeling van nieuwe subsidie aanvragen. Dit register sluit aan bij de vereisten vanuit de interdepartementale verwijsindex die per 1 mei 2019 actief zal worden. Daarbij moet worden opgemerkt dat Defensie een stabiele specifieke subsidieportefeuille kent en de bijdrage en uitvraag bij de centrale verwijzingsindex minimaal zal zijn.

2.2 Grote lopende IT projecten

Defensie rapporteert de projecten met een IT-component groter dan € 5 miljoen op het Rijks ICT-dashboard. De Tweede Kamer wordt over IT-projecten ten behoeve van wapensystemen geïnformeerd volgens het Defensie Materieel Proces (DMP) en in het Materieel Projecten Overzicht (MPO). Nieuwe projecten met een IT-component van meer dan € 5 miljoen worden eveneens aangeboden aan het Bureau IT-toetsing (BIT) voor een zogenaamde BIT-toets. In de projectplannen wordt informatie opgenomen over de vraag of er bij het project sprake is van het opnemen van privacygevoelige gegevens of van het koppelen of verrijken van data. Indien er sprake was van persoonsgegevens is een privacy impact assessment door middel van het PIA-toetsmodel Rijksdienst toegepast. De uitkomsten hiervan zijn in het projectplan beschreven.

In 2018 heeft Defensie met het programma GrIT een tweede BIT-toets doorlopen. Ook heeft Defensie gezamenlijk met het Ministerie van I&W een BIT-toets doorlopen met het project ter ontwikkeling en invoering van het nieuwe luchtverkeersleidingssysteem iTEC-based Centre Automation System. Deze BIT-toetsen zijn in 2018 bekend gesteld aan de Tweede Kamer. Ook heeft Defensie een BIT-toets doorlopen met het project Maritiem Operatiecentrum (MOC) Kustwacht, de uitkomst van deze toets is begin 2019 aan de Tweede Kamer bekend gesteld.

2.3 Betaalgedrag

Defensie heeft over 2018 87,6 procent van de facturen tijdig betaald en dat is lager dan de streefnorm van 95 procent. Het percentage over 2018 is een verslechtering ten opzichte van 2017, toen was het percentage tijdig betaald 94,2 procent. De belangrijkste oorzaak voor de verslechtering van het percentage tijdig betaald is de verhuizing van de betaalorganisatie van Eygelshoven naar Utrecht in combinatie met de afbouw van tijdelijke capaciteit. Als gevolg hiervan zijn veel vacatures ontstaan, waardoor de werkvoorraad is opgelopen. Inmiddels zijn de meeste vacatures weer gevuld en heeft de werkvoorraad weer het normale niveau bereikt.

2.4 Audit Comité

Het Audit Comité is het adviesorgaan van de SG met betrekking tot audit- en bedrijfsvoeringsaangelegenheden. Het Audit Comité Defensie is in 2018 zeven keer bij elkaar gekomen. De voornaamste agendapunten betroffen de organisatie van fysieke en sociale veiligheid binnen Defensie, de (versnelling van de) transitie van de organisatie inclusief gedrag en cultuur, de auditplanning en de aanpak van de aandachtspunten die door de ADR en AR zijn geconstateerd. Er zijn ook themasessies georganiseerd over het dodelijke ongeval in Mali, strategisch risicomanagement en de munitieketen.

In 2018 is één van de drie externe leden vrijwillig teruggetreden in verband met het aanvaarden van een andere functie. Hiervoor is een nieuw extern lid aangetrokken. Van een ander extern lid is aan het einde van het jaar afscheid genomen als gevolg van het bereiken van het einde van de zittingstermijn. Er is gestart met het zoeken naar een geschikte opvolger.

2.5 Departementale Checks and Balances

Om de inzet van het instrument subsidie te bewaken en te verbeteren vindt er, conform de regeling Defensiesubsidies, een inhoudelijke beoordeling van aanvragen plaats door de beleidsdirecties. Uniformiteit binnen de totale subsidie portefeuille van Defensie en aansluiting bij wet- en regelgeving, waaronder het Uniform Subsidiekader (USK), vormen hierbij tevens te toetsen elementen. Dit leidt jaarlijks tot een afgestemde (nieuwe of geactualiseerde) risicoanalyse inclusief specifieke beheersmaatregelen die de basis vormt voor het al dan niet positief adviseren aan de beschikkende autoriteit. Defensie verleent in beginsel 1-jarige subsidies waardoor de actualiteit van de risicoanalyse en de specifieke beheersmaatregelen is gewaarborgd. Ook is er sprake van een toets op doelmatigheid en rechtmatigheid door de verantwoordelijke control organisatie. Daarnaast vindt voorafgaand toezicht plaats door de control organisatie en is sprake van bekrachtiging door de beschikkende autoriteit. Subsidies binnen het 2e en 3e arrangement van het USK worden in beginsel in voorschot verleend.

Beleidsdirecties beschikken over standaard formulieren ten behoeve van aanvragen, risicoanalyse en modelbeschikkingen. Hiermee wordt beoogd de aansluiting bij wet- en regelgeving alsmede uniformiteit binnen Defensie te bevorderen. Ook wordt binnen de subsidie-portefeuille nadrukkelijk toegezien op naleving van de verplichte vijfjaarlijkse evaluatie. Conform Awb art. 4.24 is in 2018 één Defensiesubsidie onderworpen aan de verplichte vijfjaarlijkse evaluatie. Onderwerp van onderzoek was de doeltreffendheid en de effecten van de subsidie, de doelmatigheid en de vraag of subsidie het juiste instrument bleek om het Defensiebeleid uit te voeren. Geconcludeerd is dat financiering middels een subsidie niet het meest doeltreffende instrument is. De ondersteuning van het beleidsdoel is derhalve voortgezet in gewijzigde vorm middels een dienstverleningsovereenkomst.

3. Belangrijke ontwikkelingen en verbeteringen in de bedrijfsvoering

3.2 Vernieuwing IT

Binnen Defensie is het programma Grensverleggende IT (GrIT) gestart dat de aanbesteding doet voor de nieuwe IT. Dit programma was eind 2018 in de fase om met een marktpartij tot een contract te komen voor de realisatie van het eerste deel van de nieuwe IT, oftewel de zogenaamde groeikern voor de nieuwe IT-infrastructuur.

3.2 Vergroten mandaat van commandanten

Om het mandaat van commandanten te vergroten zijn in 2018 verschillende maatregelen doorgevoerd. Zo is er een laagdrempelige regeling ingesteld om hen zelf kleine aanschaffingen (tot een waarde van 15.000 euro) te kunnen laten doen. Ook is er een begin gemaakt met het op een lager niveau in de organisatie beleggen van mandaten op personeelsgebied en met het afschaffen van interne regelgeving.

3.3 Compliance management

In 2018 zijn de verantwoordelijkheden en producten ten aanzien van compliance management verduidelijkt met de aanwijzing compliance management. De doorontwikkeling van compliance management bij de defensieonderdelen vindt stapsgewijs plaats en draagt bij aan de organisatie van een adaptieve krijgsmacht.

C. JAARREKENING

7. DEPARTEMENTALE VERANTWOORDINGSSTAAT

(bedragen x € 1.000)
 

(1)

(2)

(3)=(2)–(1)

Artikel Omschrijving

Vastgestelde begroting

Realisatie1

Verschil realisatie en

vastgestelde begroting

 

Verplichtingen

Uitgaven

Ontvangsten

Verplichtingen

Uitgaven

Ontvangsten

Verplichtingen

Uitgaven

Ontvangsten

TOTAAL

9.679.320

9.453.631

426.415

11.958.372

9.416.887

664.419

2.279.052

– 36.744

238.004

                   

Beleidsartikelen

7.871.140

7.645.451

388.984

10.122.868

7.591.251

468.232

2.251.728

– 54.200

79.248

                   

1. Inzet

308.090

335.839

26.707

220.811

232.002

36.119

– 87.279

– 103.837

9.412

2. Taakuitvoering zeestrijdkrachten

788.194

788.194

21.758

916.862

867.186

22.369

128.668

78.992

611

3. Taakuitvoering landstrijdkrachten

1.321.608

1.321.608

10.546

1.417.516

1.337.845

5.063

95.908

16.237

– 5.483

4. Taakuitvoering luchtstrijdkrachten

721.770

721.770

12.066

890.455

771.677

20.425

168.685

49.907

8.359

5. Taakuitvoering koninklijke marechaussee

361.774

361.774

4.608

410.732

410.738

14.529

48.958

48.964

9.921

6. Investeringen krijgsmacht

2.353.724

2.100.286

188.526

3.799.131

1.736.956

234.123

1.445.407

– 363.330

45.597

7. Ondersteuning krijgsmacht door Defensie Materieelorganisatie

860.247

860.247

43.409

1.170.733

919.072

46.360

310.486

58.825

2.951

8. Defensie Ondersteuningscommando

1.155.733

1.155.733

81.364

1.296.628

1.315.775

89.244

140.895

160.042

7.880

                   

Niet-beleidsartikelen

1.808.180

1.808.180

37.431

1.835.504

1.825.636

196.187

27.324

17.456

158.756

                   

9. Algemeen

98.233

98.233

 

90.694

89.599

 

– 7.539

– 8.634

 

10. Centraal apparaat

1.579.275

1.579.275

37.431

1.737.654

1.728.881

196.187

158.379

149.606

158.756

11. Geheime uitgaven

7.470

7.470

 

7.156

7.156

 

– 314

– 314

 

12. Nominaal en onvoorzien

123.202

123.202

       

– 123.202

– 123.202

 
X Noot
1

De bedragen zijn afgerond (op € 1.000)

8. SAMENVATTENDE VERANTWOORDINGSSTAAT AGENTSCHAPPEN

Samenvattende verantwoordingsstaat 2018 inzake baten-lastenagentschap van het Ministerie van Defensie (X) (bedragen x € 1.000)
 

1

2

3=2–1

 
 

Omschrijving

Oorspronkelijke vastgestelde begroting 2018

Realisatie 2018

Verschil realisatie en oorspronkelijk vastgestelde begroting

Realisatie 2017

1

Baten-lastendienst Defensie Telematica Organisatie

       
 

Totale baten

258.571

261.726

3.155

291.323

 

Totale lasten

264.330

252.828

– 11.502

278.374

 

Saldo van baten en lasten

– 5.759

8.898

14.713

12.949

           
 

Totale kapitaalontvangsten

26.000

89.618

63.618

47

 

Totale kapitaaluitgaven

50.132

71.380

21.248

44.137

           

2

Baten-lastendienst Paresto

     
 

Totale baten

59.962

64.378

4.416

60.432

 

Totale lasten

59.962

65.786

5.824

61.124

 

Saldo van baten en lasten

0

– 1.408

– 1.408

– 692

           
 

Totale kapitaalontvangsten

1.800

0

– 1.800

0

 

Totale kapitaaluitgaven

385

382

– 3

803

9. JAARVERANTWOORDING AGENTSCHAPPEN PER 31 DECEMBER 2018

In deze bijlage worden achtereenvolgens DTO en Paresto weergegeven.

DTO maakt als agentschap deel uit van de Defensie Materieel Organisatie (DMO) onder de noemer Operations (OPS). In 2016 is besloten om het Joint Informatievoorzieningscommando (JIVC) en Operations (OPS) samen te voegen tot één slagvaardig IT-bedrijf. Deze keuze leidt tot een vereenvoudiging in de besturing en bedrijfsvoering, omdat het gefuseerde IT-bedrijf overgaat op de defensiebrede basisadministratie en daarmee aansluit op de defensiebreed gestandaardiseerde bedrijfsprocessen.

Het nieuwe IT-bedrijf is per 1 januari 2019 volledig overgegaan op het kasverplichtingen-stelsel. Volgens artikel 8. «Opheffing van een agentschap» van de Regeling Agentschappen moeten binnen een termijn van zes maanden na de laatste balansdatum (in casu 31 december 2018) alle schulden, bezittingen en aangegane verplichtingen van het agentschap met de rechthebbenden worden verrekend voordat een agentschap kan worden opgeheven. De opheffing van het agentschap zal uiterlijk op 30 juni 2019 plaatsvinden. Alle financiële effecten van de opheffing worden in de staat van baten en lasten van het agentschap over 2018 verwerkt, waardoor in de eerste helft van 2019 alleen nog balansmutaties met de bijbehorende kasstroom voor de verrekening (bijvoorbeeld betalen crediteuren) zullen plaatsvinden. De budgettaire aanpassingen als gevolg van de opheffing zijn in de begroting 2019 verwerkt.

Staat van baten en lasten van het baten-lastenagentschap Defensie Telematica Organisatie (bedragen x € 1.000)
 

1

2

3=2–1

 

Verlies en winstrekening

Oorspronkelijk vastgestelde begroting

Realisatie 2018

Verschil realisatie en begroting

Realisatie 2017

Baten

       

Omzet

       

– Omzet moederdepartement

237.432

227.082

– 10.350

259.985

– Omzet overige departementen

21.139

31.975

10.836

31.305

– Omzet derden

29

29

16

Rentebaten

Vrijval voorzieningen

2.640

2.640

17

Bijzondere baten

Totaal baten

258.571

261.726

3.155

291.323

         

Lasten

       

Apparaatskosten

       

– Personele kosten

147.200

159.070

11.870

152.358

Waarvan eigen personeel

113.200

111.400

– 1.800

113.057

Waarvan inhuur externen

34.000

47.670

13.670

39.301

         

– Materiële kosten

90.530

93.634

3.104

101.177

Waarvan apparaat ICT

6.000

6.730

730

7.156

Waarvan bijdrage aan SSO’s

700

330

– 370

330

Waarvan overige materiële kosten

83.830

86.574

2.744

93.691

         

Rentelasten

600

124

– 476

395

Afschrijvingskosten

       

– immaterieel

4.000

– 4.000

3.577

– materieel

22.000

– 22.000

20.824

Overige lasten

       

– dotaties voorzieningen

– bijzondere lasten

43

Totaal lasten

264.330

252.828

– 11.502

278.374

Saldo van baten en lasten gewone bedrijfsvoering

– 5.759

8.898

14.657

12.949

Agentschapsdeel Vpb-lasten

0

Saldo van baten en lasten

– 5.759

8.898

14.657

12.949

Toelichting op de staat van baten en lasten

De omzet van DTO bestaat voor het merendeel uit ontvangsten voor geleverde producten en diensten die zijn opgenomen in de Service Catalogus. De nadere toelichting is opgenomen bij de tabel doelmatigheidsindicatoren.

Omzet moederdepartement

De omzet van het moederdepartement is € 10,4 miljoen lager dan begroot. De lagere omzet is het gevolg van het overnemen van de activa tegen de boekwaarde ultimo 2017 in 2018. Hierdoor vervielen de afschrijvingskosten (€ 26 miljoen). Deze kosten zijn vervolgens uit de tarieven van de Service Catalogus gehaald waardoor ook de omzet is gedaald. De lagere omzet als gevolg van de activaovername is deel gecompenseerd door enerzijds toekenning van aanvullend budget nadat de ontwerpbegroting is opgesteld (compensatie cao-verhoging) en anderzijds door extra omzet uit eenmalige opbrengsten zoals het leveren van handelsgoederen (computerapparatuur en licenties).

Omzet overige departementen

Dienstverlening aan overige departementen vindt pas plaats na goedkeuring door de Secretaris Generaal van het ministerie. De extra omzet voor de overige departementen komt door verlenging van de dienstverlening aan het Ministerie van Justitie en Veiligheid (C2000 en IND).

Omzet derden

De omzet heeft betrekking op dienstverlening voor de NAVO.

Vrijval voorzieningen

De voorzieningen voor reservering vakantiedagen en dubieuze debiteuren zijn volledig vrijgevallen als gevolg van het opheffen van het agentschap.

Personele kosten

De personele kosten van eigen personeel zijn lager dan begroot (€ 1,8 miljoen). In de ontwerpbegroting was echter de cao-verhoging niet opgenomen, terwijl deze wel opgenomen is in de realisatie. De hogere kosten als gevolg van de cao-verhoging zijn gecompenseerd door het vanaf mei niet meer hoeven reserveren van de kosten voor de vakantiegelduitkering in mei 2019 (opheffing agentschap) waardoor de kosten per saldo lager zijn dan begroot. De inhuurkosten zijn hoger dan begroot (€ 13,7 miljoen). Deze overschrijding wordt veroorzaakt door enerzijds benodigde capaciteit op beveiligings- en netwerkgebied door het niet aanwezig zijn van interne capaciteit en anderzijds door inhuur voor de voorbereiding van de transitie van het agentschap DTO naar het kas-verplichtingenstelsel, backfill GrIT en continuïteitsmaatregelen. Bij de laatste categorieën staat er ook omzet tegenover op basis van gemaakte uren x inhuurtarief.

Materiële kosten

De hogere materiële kosten (€ 3,1 miljoen) worden hoofdzakelijk veroorzaakt door hogere directe kosten (€ 13,9 miljoen). Tegenover deze hogere kosten staat 1 op 1 hogere omzet. Het betreft dus verkoopkosten (handelsgoederen, levering licenties, klantopdrachten, etc.). Daarnaast zijn de materiële kosten op de Service Catalogus dienstverlening € 10,8 miljoen lager dan begroot. Contracten die in de loop van 2018 afliepen, zijn verlengd in de KV-administratie waardoor de kosten zijn vervallen in het agentschap.

Rentelasten

De rentelasten zijn lager dan begroot (€ 0,5 miljoen). De lagere rentelasten komen voort uit de overname van de activa door het moederdepartement waardoor de lening bij het Ministerie van Financiën volledig afgelost kon worden.

Afschrijvingskosten

In het kader van de opheffing van het agentschap zijn in 2018 de vaste activa overgenomen door het moederdepartement tegen de boekwaarde ultimo 2017. Hierdoor vervielen de afschrijvingskosten (€ 26 miljoen).

Het saldo van de baten en lasten is beter dan begroot doordat enerzijds voorzieningen zijn vrijgevallen in het kader van de opheffing (zie kopje vrijval voorzieningen) en anderzijds de dienstverlening voor C2000 en IND is verlengd (zie kopje omzet overige departementen). Door de verlenging is er een hogere dekking door medegebruik van de infrastructuur, terwijl een groot deel van de kosten vast zijn.

Balans per 31 december 2018

(bedragen x € 1.000)

Omschrijving

Stand

Stand

31-12-2018

31-12-2017

Activa

   

Vaste activa

   

Immateriële vaste activa

7.815

Materiële vaste activa

   

– Grond en gebouwen

12.894

– Installaties en inventarissen

2.367

– Projecten in uitvoering

– Overige materiële vaste activa

66.542

Vlottende activa

   

Voorraden en onderhanden projecten

2.470

Vorderingen

   

– Debiteuren

4.782

8.991

– Overige vorderingen en overlopende activa

14

33.703

Liquide middelen

40.880

11.594

Totaal activa

45.676

146.376

     

Passiva

   

Eigen Vermogen

16.704

15.446

– Exploitatiereserve

– Onverdeeld resultaat

8.898

12.949

Subtotaal eigen vermogen

25.602

28.395

     

Voorzieningen

Langlopende schulden

   

– Leningen bij het Ministerie van Financiën

40.581

Kortlopende schulden

   

– Crediteuren

6.650

24.439

– Schulden bij het Rijk

– Belastingen en premies sociale lasten

9.608

17.353

– Kortlopend deel leningen bij het Ministerie van Financiën

19.107

– Overige verplichtingen en overlopende passiva

3.816

16.501

Totaal passiva

45.676

146.376

Toelichting op de balans

Immateriële en materiële vaste activa

In het kader van de opheffing van het agentschap zijn in 2018 de vaste activa overgenomen door het moederdepartement tegen de boekwaarde ultimo 2017. Hierdoor is de boekwaarde per 31 december 2018 nul.

Voorraden

Ook zijn de voorraden overgenomen door het moederdepartement.

Debiteuren

De debiteurenstand is ten opzichte van 2017 afgenomen doordat in het kader van de opheffing getracht is zo vroeg mogelijk te factureren. Een deel (37%) van de openstaande facturen ultimo 2018 is in de eerste helft van januari 2019 betaald.

(bedragen x € 1.000)

Debiteuren

Stand

Stand

31-12-2018

31-12-2017

Debiteuren

4.782

9.191

Voorziening voor dubieuze vordering

– 200

Totaal debiteuren

4.782

8.991

(bedragen x € 1.000)

Debiteuren (excl. voorziening)

Stand

31-12-2018

Moederdepartement

105

Agentschappen

2.160

Overige departementen

2.311

Derden

206

Totaal debiteuren

4.782

Overige vorderingen en Overlopende activa / nog te ontvangen

Onder de overlopende activa worden normaliter de vooruitbetaalde onderhoudscontracten gepresenteerd. Echter door de opheffing zijn deze vooruitbetaalde contracten in het vierde kwartaal van 2018 door gefactureerd naar het moederdepartement. De resterende € 0,01 miljoen betreft goederen waarvoor wel al een factuur is ontvangen, maar de goederen zelf nog niet.

(bedragen x € 1.000)

Overige vorderingen en overlopende activa

Stand

Stand

31-12-2018

31-12-2017

Overlopende activa

14

33.703

Totaal overlopende activa

14

33.703

(bedragen x € 1.000)

Overige vorderingen en overlopende activa

Stand

31-12-2018

Moederdepartement

Agentschappen

Overige departementen

Derden

14

Totaal overlopende activa

14

Liquide middelen

De ruime liquide middelenstand hangt samen met de overname van de activa. Nadat alle verplichtingen en vorderingen in 2019 zijn afgehandeld, is de verwachting dat de liquide middelenstand € 25,6 miljoen (incl. surplus) zal bedragen (conform eigen vermogen ultimo 2018).

(bedragen x € 1.000)

Liquide middelen

Stand

Stand

31-12-2018

31-12-2017

Rekening courant Ministerie van Financiën

40.880

11.594

Deposito Ministerie van Financiën

Totaal liquide middelen

40.880

11.594

Eigen vermogen

DTO heeft in 2018 een positief resultaat behaald van € 9 miljoen. Dit resultaat wordt toegevoegd aan het eigen vermogen. Op basis van 5% van de gemiddelde jaaromzet van de afgelopen 3 jaar (€ 289,2 miljoen in 2016, € 291,3 miljoen in 2017 en € 261,7 miljoen in 2018) bedraagt het maximaal toelaatbaar eigen vermogen € 14,0 miljoen. Het eigen vermogen ultimo 2018 past niet binnen het plafond. Het nieuw ontstane surplus van € 11,6 miljoen zal in 2019 uiterlijk bij de eerste suppletoire begroting met het moederdepartement worden afgerekend en de resterende € 14,0 miljoen zal uiterlijk 30 juni 2019 worden uitgekeerd aan het m