Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Eerste Kamer der Staten-Generaal2018-201935026 nr. L

35 026 Wijziging van enkele belastingwetten en enige andere wetten (Belastingplan 2019)

L BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN FINANCIEN

Aan de Voorzitter van de Eerste Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 4 april 2019

Graag informeer ik uw Kamer met deze brief op welke wijze verschillende moties die op mijn beleidsterrein liggen zijn uitgevoerd en welke toezeggingen zijn gestand gedaan. Daarnaast wordt in deze brief ingegaan op de stand van zaken van enkele nog openstaande moties en toezeggingen.

Volledigheidshalve verhelder ik hierbij dat deze brief ziet op de moties en toezeggingen waarbij het zwaartepunt ligt op het terrein van fiscale wet- en regelgeving. Tot op heden was het gebruikelijk dat twee keer per jaar in de fiscale moties- en toezeggingenbrief werd gerapporteerd over de moties en toezeggingen waarbij het zwaartepunt ligt op het terrein van fiscale wet- en regelgeving. In de halfjaarsrapportage van de Belastingdienst werd gerapporteerd over de moties- en toezeggingen waarbij het zwaartepunt ligt op het terrein van uitvoerings- en handhavingsbeleid van de Belastingdienst. De halfjaarsrapportage wordt vanwege de introductie van de nieuwe jaarplancyclus van de Belastingdienst in april voor het laatst aan uw Kamer verzonden. Ik ben daarom voornemens vanaf Prinsjesdag 2019 halfjaarlijks in een brief uw Kamer te informeren over alle moties en toezeggingen op het gebied van fiscaal beleid en de Belastingdienst.

I Afgedane moties en toezeggingen

In bijlage 1 bij deze brief vindt u een overzicht van de moties en toezeggingen die zijn afgedaan, dan wel afgehandeld en die mijns inziens geen nadere toelichting behoeven.

Beoordeling vooraf subsidiabele kosten monument bij grotere ingrepen

Tijdens de behandeling van het wetsvoorstel Wet fiscale maatregel rijksmonumenten op 11 december 2018 hebben de leden Bruijn c.s.1 een motie ingediend in uw Kamer waarin het het kabinet verzoekt om in de subsidieregeling die sinds 1 januari 2019 de fiscale aftrek van uitgaven voor monumentenpanden vervangt op te nemen dat eigenaren bij ingrepen boven € 70.000 in één jaar bij de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed voorafgaand aan de uitvoering van de werkzaamheden een beoordeling kunnen verkrijgen welke kosten volgens de Leidraad subsidiabele kosten voor subsidie in aanmerking komen. In het Besluit vaststelling beleidsregels instandhoudingssubsidie woonhuis-rijksmonumenten van de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap die onlangs is gepubliceerd is een dergelijke regeling opgenomen.

Een- en tweeverdieners

Tijdens de Algemene Politieke Beschouwingen 2017 heeft de Minister-President de heer Schalk toegezegd te blijven kijken naar de mogelijkheden om de fiscale kloof tussen een- en tweeverdieners te dichten.2 Aan die toezegging blijf ik voldoen. Zo heb ik afgelopen jaar meermaals uitvoerig met beide Kamers der Staten-Generaal over de financiële positie van eenverdieners gesproken. Dit is onder meer gedaan tijdens het debat over de belastingdruk van eenverdieners naar aanleiding van het onderzoek van het Centraal Planbureau «eenverdieners onder druk».3

Doenvermogentoets

Tijdens de behandeling van het pakket Belastingplan 2019 op 11 december 2018 hebben de leden Sent c.s.4 een motie ingediend in uw Kamer die is aangenomen, waarin het kabinet wordt verzocht om het pakket Belastingplan voortaan te voorzien van een separate doenvermogentoets. Daarmee wordt beoogd dat het burgerperspectief bij het opstellen van fiscale wet- en regelgeving voldoende aandacht krijgt. Aan deze motie wordt op verschillende manieren invulling gegeven. Zo heeft het kabinet eerder het Integraal afwegingskader voor beleid en regelgeving (IAK) aangevuld, zodat bij de uitwerking van voorgenomen beleid vooraf wordt getoetst of de regeling «doenlijk» is voor burgers. Ook is voor wat betreft de fiscale wet- en regelgeving de interactie met belastingplichtigen en toeslaggerechtigden een vast onderdeel van alle uitvoeringstoetsen van de Belastingdienst. Ik ben op dit moment aan het verkennen hoe op een logische wijze invulling kan worden gegeven aan de doenvermogentoets voor fiscale wet- en regelgeving.

II Update openstaande moties en toezeggingen

Naast over de hiervoor genoemde afgedane moties en toezeggingen wil ik u ook graag informeren over de stand van zaken van enkele andere nog openstaande moties en toezeggingen. In bijlage 2 bij deze brief vindt u een overzicht van de (openstaande) moties en toezeggingen waarvan slechts een korte stand van zaken wordt gegeven.

Bouwstenen verbetering belastingstelsel

In de moties- en toezeggingenbrief die ik op Prinsjesdag 2018 aan de Tweede Kamer heb gestuurd5 heb ik aangegeven dat het mijn doel is om concrete bouwstenen en voorstellen voor verbeteringen en vereenvoudigingen van het belastingstelsel aan te reiken, waarbij knelpunten worden geduid en perspectief op oplossingen wordt geboden. Op dit moment ben ik druk bezig om dit vorm te geven. Ik zal uw Kamer in een afzonderlijke brief op korte termijn nader informeren over zowel de inhoud als het proces van het bouwstenentraject.

Onderzoek naar (het belasten van) inkomsten digitale platforms

Het Ministerie van Financiën is, zoals aangekondigd in de fiscale beleidsagenda, een onderzoek gestart op welke wijze Nederland het meest effectief kan omgaan met het belasten van inkomsten via digitale platforms.6 Digitale platforms brengen vraag en aanbod samen. De verwachting is dat deze sector de komende jaren blijft groeien en zich manifesteert in alle geledingen van de Nederlandse economie. Dit kan leiden tot meer fluïde, flexibele arbeid en kortstondige verhuur van (onroerende) goederen. Deze trend roept de vraag op of het huidige belastingstelsel voldoende is ingespeeld op de -soms razendsnelle- ontwikkelingen die de digitale economie doormaakt en of de Belastingdienst voldoende mogelijkheden heeft om toezicht op de nalevingsaspecten uit te oefenen. In het onderzoek wordt gekeken waar binnen de fiscaliteit op dit moment de knelpunten zitten op het punt van de inkomstenbelasting, inclusief de huidige nalevings- en handhavingsaspecten die daarbij spelen. Ook worden de ontwikkelingen in het buitenland onderzocht waar initiatieven zijn gestart om inkomsten gegenereerd via de digitale platformen (op een andere wijze) in de belastingheffing te betrekken.

Binnen de Belastingdienst lopen op dit moment twee projecten op het gebied van de deel- en kluseconomie. Ten eerste wordt een breed onderzoek naar de deel- en kluseconomie gedaan waarbij het doel is inzicht te krijgen in de verdienmodellen, de fiscale belangen en de uitvoerings- en handhavingsvraagstukken voor de Belastingdienst. Daarnaast doet de Belastingdienst onderzoek naar de gebruikers van een groot platform om meer zicht te krijgen op de nalevingsaspecten. Beide onderzoeken zullen naar verwachting in de eerste helft van 2019 worden afgerond. Overigens werkt de Belastingdienst ook samen met andere landen (binnen de EU en de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling (OESO)) om op deze grensoverschrijdende onderwerpen de uitvoering en handhaving verder te versterken. De uitkomsten van deze projecten worden nadrukkelijk betrokken in het bouwstenentraject.

Hiermee wordt tevens invulling gegeven aan mijn toezegging aan de Tweede Kamer tijdens het wetgevingsoverleg over het wetsvoorstel pakket Belastingplan 2019 op 9 november 2018 om onderzoek te doen naar een andere wijze van belastingheffing over huurinkomsten uit onroerend goed en daarin ook de ervaringen te betrekken die in het buitenland hiermee zijn opgedaan7 en de toezegging aan uw Kamer tijdens de Algemene Beschouwingen op 20 november 2018 om onderzoek te doen naar (het belasten van) inkomsten uit verhuur.8

Pensioen in eigen beheer

Tijdens de behandeling van het wetsvoorstel Wet uitfasering pensioen in eigen beheer en overige fiscale pensioenmaatregelen heeft mijn ambtsvoorganger toegezegd om uw Kamer jaarlijks over het daadwerkelijke gebruik van deze regeling te informeren.9 In het jaar 2018 hebben in totaal 11.211 directeuren-grootaandeelhouders (dga’s) gebruikgemaakt van de fiscale faciliteiten die geboden zijn bij het uitfaseren van het pensioen in eigen beheer. Van deze groep hebben 9537 dga’s gekozen voor omzetting in een oudedagsverplichting en 1674 dga’s voor afkoop. Met de afkoop door deze dga’s gaat een opbrengst van loonbelasting en premie voor de volksverzekeringen ter grootte van circa € 91 miljoen gepaard. Deze cijfers zijn ontleend aan de door de Belastingdienst ontvangen informatieformulieren van de dga’s. Daarin moet onder meer de fiscale waarde van de pensioenaanspraak per 31 december 2015, de grondslag voor de korting, alsmede de fiscale waarde van deze aanspraak op het moment van afkoop worden aangegeven. Op basis van deze gegevens is de genoemde opbrengst benaderd. Het gaat bij deze benaderde opbrengst om een eenmalige kasopbrengst over het jaar 2018. Deze opbrengst is lager dan het voor 2018 verwachte bedrag aan loonbelasting en premie voor de volksverzekeringen van € 0,5 miljard. Net zoals over 2017, toen de realisatie € 1,2 miljard hoger was dan geraamd, heeft dit verschil geen effect op het inkomstenkader. Over het jaar 2019 – het laatste jaar waarin afkoop of omzetting van een pensioen in eigen beheer in een oudedagsverplichting fiscaal gefaciliteerd mogelijk is – zal ik uw Kamer ook weer na afloop van dat kalenderjaar tegen het einde van het eerste kwartaal informeren.

Evaluatie eigenwoningregeling

Wat betreft de evaluatie eigenwoningregeling heb ik uw Kamer toegezegd10 om de evaluatie van de eigenwoningregeling, die oorspronkelijk gepland stond voor 2020, te vervroegen naar 2019. Deze evaluatie is inmiddels gestart en ik verwacht deze conform mijn toezegging in het laatste kwartaal van 2019 af te ronden en naar uw Kamer te sturen.

Voetbalmakelaarsarrest

De leden van de fracties van het CDA en de VVD hebben vragen gesteld over de gevolgen van het arrest van het Hof van Justitie van de Europese Unie (HvJ EU) van 9 februari 2017 (ECLI:EU:C:2017:102), ook wel bekend als het voetbalmakelaarsarrest.11 Ik heb toegezegd dat vooruitlopend op een wijziging van de Wet inkomstenbelasting 2001 in een beleidsbesluit zal worden aangegeven hoe de Belastingdienst in de praktijk met dit arrest zal omgaan.12 Ook heb ik toegezegd dat terugwerkende kracht aan het besluit zal worden verleend tot en met 9 februari 2017. Het beleidsbesluit is in de afrondende fase en zal spoedig gepubliceerd worden.

Vermogensrendementsheffing

Op 12 december 2017 heb ik uw Kamer toegezegd een brief te sturen over box 3 op basis van werkelijk rendement.13 Een stelsel van vermogensrendementsheffing op basis van werkelijk rendement heeft verregaande consequenties voor onder andere de administratieve lasten van burgers, risico’s op belastingontwijking en de uitvoerbaarheid door de Belastingdienst. Zoals ik heb aangegeven in mijn antwoorden van 8 februari 2019 op de vragen van Tweede Kamerleden Omtzigt en Lodders, weegt het kabinet deze consequenties daarom zorgvuldig af en heeft het hiervoor langer nodig dan ik destijds heb ingeschat.14

Sportweddenschappen

Tijdens de behandeling van het wetsvoorstel Wet aanpassing kansspelbelasting voor sportweddenschappen heb ik uw Kamer toegezegd u te infomeren over de stand van zaken en de gevoerde gesprekken met de Nederlandse Loterij Organisatie als aanbieder van de Toto en de Sportech/Runnerz als aanbieder van de draf- en rensportweddenschappen.15 Inmiddels is genoemd wetsvoorstel – noodzakelijk om ongeoorloofde staatssteun te voorkomen bij inwerkingtreding van de wijzigingswet van de Wet op de kansspelen, de Wet op de kansspelbelasting en enkele andere wetten in verband met het organiseren van kansspelen op afstand16 – tot wet verheven.17

Het bestuur van de Nederlandse Loterij Organisatie heeft mij geïnformeerd dat er verschillende maatregelen worden onderzocht om de kosten van Toto te reduceren en de efficiëntie te verhogen. De inspanningen zijn erop gericht om het aanbod voor de speler, de winkelier en de Nederlandse Loterij Organisatie aantrekkelijk te houden, zodat de landgebonden Toto financieel gezond blijft en ook gecontinueerd wordt. De verwachting is dat de Nederlandse Loterij Organisatie dit traject tijdig, voordat de KOA-vergunningen van kracht zijn, heeft afgerond. De lastenverzwaring voor de Nederlandse Loterij Organisatie leidt tot lagere afdrachten aan goede doelen en de sport. De beneficianten van de Nederlandse Loterij Organisatie (NOC*NSF en achttien goede doelen verenigd in de Stichting Aanwending Loterijgelden Nederland) worden via de begroting van het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS) daarvoor gecompenseerd. Hierover zijn de afgelopen periode gesprekken geweest met het Ministerie van VWS en de beneficianten. Bij de beneficianten is de zorg weggenomen dat alleen de sportsector gecompenseerd zou worden en niet de goede doelen.

In de gesprekken met Runnerz, de Stichting Nederlandse Draf- en Rensport (NDR) en de Kortebaanbond is onderkend dat de lastenverzwaring bij Runnerz gevolgen zal hebben voor de verplichte afdracht aan de NDR. De NDR kan mogelijk ook voor compensatie in aanmerking komen. De daarvoor geëigende route wordt de komende periode verkend door de drie meestbetrokken ministeries (Financiën, VWS en Justitie en Veiligheid), samen met de paardensportsector.

Onderzoek toepassing culturele btw-vrijstelling voor denksporten

Op 7 december 2018 heb ik toegezegd om uw Kamer in het eerste kwartaal van 2019 nader te informeren met betrekking tot de omzetbelasting (btw) op denksporten.18 Op dit moment is het onderzoek in volle gang, maar voor het afronden van dit onderzoek is meer tijd nodig dan het eerste kwartaal ons biedt. De verwachting is dat het onderzoek in het tweede kwartaal kan worden afgerond. Gedurende dit onderzoek blijft de situatie zoals deze bestond voor het arrest van het HvJ (The English Bridge Union Limited)19 ongewijzigd.

Wijziging belastingrente bij aanslag erfbelasting

Tijdens de behandeling van het pakket Belastingplan 2019 op 4 december 2018 heb ik uw Kamer toegezegd om te onderzoeken of de in dat pakket opgenomen wijziging van artikel 30g van de Algemene wet inzake rijksbelastingen (AWR) uitgebreid kan worden met belastingaanslagen erfbelasting die om andere redenen dan overlijden (bijvoorbeeld in verband met de vervulling van een voorwaarde) worden opgelegd.20 Een onderdeel van dit onderzoek is een uitvoeringstoets om de consequenties voor de uitvoering door de Belastingdienst en de burger alsmede de budgettaire gevolgen in beeld te brengen. Inmiddels is het onderzoek in gang gezet en, zoals toegezegd, zal uw Kamer voor de zomer van 2019 over de uitkomsten worden geïnformeerd.

Ik hoop uw Kamer met deze brief naar tevredenheid te hebben geïnformeerd. Vanzelfsprekend ben ik graag bereid om – indien uw Kamer dit wenst – van gedachten te wisselen over de inhoud van deze brief.

De Staatssecretaris van Financiën, Menno Snel

Bijlage 1

Hieronder vindt u een overzicht van alle moties en toezeggingen die ik beschouw als afgedaan, dan wel afgehandeld en die mijns inziens geen nadere toelichting behoeven.

Onderwerp

Motie/Toezegging

Toezegging gedaan/

Motie aangenomen

Toezegging afgedaan/

Motie afgehandeld

Aanpak belastingontwijking en belastingontduiking

Toezegging

Kamerstukken I 2017/18, 34 785, K.

Kamerstukken I 2018/19, 34 785, M.

Reikwijdte «financiële onderneming» en afbakening rentebegrip bij de toepassing van artikel 15b Wet Vpb

Toezegging

Handelingen I 2018/19, nr. 11 item 14.

Kamerstukken I 2018/19, 35 030, G.

«Carnivoor? Geeft het door!»

Toezegging

Handelingen I 2018/19, nr. 11, item 14.

Dit thema heb ik intern doorgegeven aan de Minister van Financiën.

Energietransitie

Toezegging

Handelingen I 2018/19, nr. 11, item 12.

Kamerstukken II 2018/19, 35 000, nr. 81.

BTW pensioenen

Toezegging

Handelingen I, 2015/16, nr. 15, item 13.

Kamerstukken I 2016/17, 34 552, M.

Bijlage 2

Hieronder vindt u een overzicht van alle moties en toezeggingen waarop niet specifiek wordt ingegaan in de fiscale moties- en toezeggingenbrief. In het overzicht is een korte reactie opgenomen waarom op de desbetreffende moties of toezeggingen niet specifiek wordt ingegaan.

Eerste Kamer

Onderwerp

Motie/Toezegging

Inhoud

Reactie

Jaarlijkse cijfers marginale druk

Toezegging

Toegezegd om uw Kamer jaarlijks de cijfers van het Centraal Planbureau inzake de hoogte van de marginale belastingdruk aan te bieden.

Momenteel zijn de nieuwe cijfers nog niet beschikbaar. Aan het eind van het jaar informeer ik uw Kamer over de cijfers inzake de hoogte van de marginale belastingdruk.

Een- en tweeverdieners

Motie

en toezegging

Toegezegd om in samenwerking met de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid onderzoek te doen naar de mogelijkheden om de verschillen in hoogte van de marginale belastingdruk tussen eenverdieners en tweeverdieners te verkleinen.

Motie Stoffer c.s.: verzoekt de regering, opties te schetsen voor de langere termijn om de pijnpunten in de marginale druk, bijvoorbeeld voor eenverdieners, weg te nemen en hierover binnen een jaar te rapporteren aan de Kamer.

Het streven is om nog voor de zomer van 2019 het rapport omtrent marginale druk aan uw Kamer te verzenden.

Onbelaste vrijwilligersvergoeding

Motie

Motie Ester c.s.:

verzoekt de regering om met ingang van 1 januari 2020 de maximaal onbelaste vrijwilligersvergoeding jaarlijks te indexeren.

Het streven is om het jaarlijks indexeren van de maximaal onbelaste vrijwilligersvergoeding op te nemen in het pakket Belastingplan 2020.

Wet DBA

Toezegging

Toegezegd om bij de evaluatie van de Wet Deregulering Arbeidsrelatie (DBA) het aandeel schijnzelfstandigheid opnieuw in te schatten.

In het regeerakkoord is aangekondigd dat de Wet DBA wordt vervangen door nieuwe maatregelen. Na de invoering van deze nieuwe maatregelen zal het kabinet peilen of de praktijk van de wijzigingen overeenstemt met de doelstellingen van de wijzigingen, namelijk het tegengaan van schijnzelfstandigheid en zorgen dat echte zzp-ers gewoon hun werk kunnen doen.

Wet DBA

Toezegging

Toegezegd erop toe te zien dat de tussenlaag van zzp-bemiddeling wordt voorkomen en de Kamer hierover te informeren.

Op dit moment zijn er geen signalen dat in de zorg een tussenlaag ontstaat als gevolg van het wegvallen van de verklaring arbeidsrelatie en de introductie van de Wet DBA. Daarbij past de kanttekening dat de handhaving op de Wet DBA is opgeschort (met uitzondering van kwaadwillenden), zodat niet kan worden uitgesloten dat er te weinig gegevens voorhanden zijn om conclusies te trekken. Daar komt bij dat op dit moment op basis van het regeerakkoord wordt gewerkt aan een vervanging van de Wet DBA. Als de vervanging van de Wet DBA is afgerond en in navolging daarvan de handhaving is gestart, kunnen pas conclusies worden getrokken.

Belastingrente koppelen aan het reëel rendement

Toezegging

Toegezegd om

bij invulling van de motie van het lid De Vries, zoals aangenomen door de Tweede Kamer, de concrete suggestie te betrekken om de belastingrente te koppelen aan het reëel behaalde rendement over vermogen, en hierover uw Kamer te rapporteren.

De vaste commissie voor Financiën besluit de brief van de Minister van Financiën van 5 juli 20171 voor kennisgeving aan te nemen, maar de toezegging te handhaven als openstaand, in afwachting van het toegezegde onderzoek in het kader van Box 3. Voor wat betreft een stand van zaken met betrekking tot box 3 zij verwezen naar de fiscale moties- en toezeggingenbrief.

Woningcorporaties: volgen van betaalde vennootschapsbelasting en verhuurdersheffing

Toezegging

Toegezegd om jaarlijks aan te geven hoeveel vennootschapsbelasting en verhuurdersheffing de woningcorporaties betalen.

Toegezegd om een afschrift te zenden van de rapportage aan de Tweede Kamer waarin ingegaan wordt op de ontwikkelingen bij de woningcorporaties ten aanzien van de verhuurderheffing, de vennootschapsbelasting en de beperking van de renteaftrek.

Er vindt overleg plaats met het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties over de wijze van rapporteren. De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties zal in het najaar van 2019 rapporteren over de nieuwe indicatieve bestedingsruimte woningcorporaties. Daarbij zal ook worden ingegaan op ontwikkelingen in de belastingafdrachten van corporaties. Daarnaast zullen eind 2019 door het Rijk en de sector geïnitieerde onderzoeken naar de investeringsopgave en de financiële ruimte van corporaties aan de Tweede Kamer worden gezonden.

Sanctie-instrument toepassen Wet aanpak fraude toeslagen en fiscaliteit

Toezegging

Toegezegd dat de maatregelen, voor zover ze een sanctie inhouden, alleen fraudeurs treffen.

De maatregelen kunnen en worden alleen toegepast bij fraudeurs, aangezien opzet een voorwaarde is voor toepassing van de sancties. Dit vereiste was onderdeel van het oorspronkelijke wetsvoorstel en is tijdens de parlementaire behandeling schriftelijk en mondeling benadrukt.

Elektrische auto’s

Motie

Motie Van Leeuwen c.s.:

verzoekt de regering een onderzoek in te stellen naar de mogelijkheid elektrische auto’s van 5 jaar en ouder onder de youngtimerregeling te laten vallen en de Kamer daarvan binnen drie maanden verslag te doen.

Momenteel loopt het onderzoek naar de mogelijkheid om elektrische auto’s van 5 jaar en ouder onder de youngtimerregeling te laten vallen nog. Op korte termijn wordt uw Kamer per aparte brief geïnformeerd over de uitkomsten van dit onderzoek.

Bpm-teruggaafregeling

Toezegging

Toegezegd om de informatie over het monitoren van de BPM-teruggaafregeling ook aan uw Kamer te sturen.

Momenteel wordt er uitvoering gegeven aan de motie van Van Weyenberg met betrekking tot de afschaffing van de bpm-teruggaafregeling taxi’s en openbaar vervoer. Zodra er informatie beschikbaar is, wordt dit met uw Kamer gedeeld.

Verzoek aan de Minister van Justitie en Veiligheid omtrent het meenemen van een «voorspelbare en stabiele rechtspleging» bij het opstellen van begrotingen

Toezegging

Toegezegd om de Minister van Justitie en Veiligheid te verzoeken om de aspecten «voorspelbare en stabiele rechtspleging» mee te nemen bij het opstellen van begrotingen.

Ik heb dit verzoek aan mijn collega’s van het Ministerie van Justitie en Veiligheid overgebracht.

Rapport New Era: New Plan

Toezegging

Toegezegd om het rapport New Era: New Plan mee te nemen in het onderzoek naar fiscale maatregelen die nodig zouden kunnen zijn om de belastingverschuiving van arbeid naar consumptie en het gebruik van natuurlijke hulpbronnen te bewerkstelligen.

Mijn streven is om het rapport New Era: New Plan te betrekken bij een onderzoek naar fiscale maatregelen die nodig zouden kunnen zijn om de belastingverschuiving van arbeid naar consumptie te bewerkstelligen.

X Noot
1

Kamerstukken I 2017/18, 34 785, L.


X Noot
1

Kamerstukken I 2018/19, 34 556, F.

2 Besluit van Minister van Onderwijs, Wetenschap en Cultuur van 12 februari 2019 houdende vaststelling beleidsregels instandhoudingssubsidie woonhuis-rijksmonumenten (Stcrt. 2019, 7987).

X Noot
2

Handelingen I 2017/18, nr. 11, item 3.

X Noot
3

Handelingen I 2018/19, nr. 85, item 7.

X Noot
4

Kamerstukken I 2018/19, 35 026, I.

X Noot
5

Kamerstukken II 2018/19, 35 000 IX, nr. 4.

X Noot
6

Kamerstukken II 2017/18, 32 140, nr. 33.

X Noot
7

Kamerstukken II 2018/19, 35 026, nr. 62.

X Noot
8

Handelingen I 2018/19, nr. 8, item 8.

X Noot
9

Kamerstukken II 2016/17, 34 552, nr. 70.

X Noot
10

Handelingen I, 2017/18, nr. 12, item 7.

X Noot
11

Kamerstukken I 2018/19, 35 026, C.

X Noot
12

Kamerstukken I 2018/19, 35 026, D.

X Noot
13

Handelingen I 2017/18, nr. 12, item 7.

X Noot
14

Aanhangsel Handelingen II 2018/19, nr. 1482.

X Noot
15

Handelingen I 2018/19, nr. 17, item 8.

X Noot
16

Het wetsvoorstel kansspelen op afstand is aangenomen door de Eerste Kamer op 19 februari 2019. Verslag EK 2018/19, nr. 19, item 6. Inwerkingtreding vindt plaats op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip.

X Noot
17

Stb. 2019, 127.

X Noot
18

Kamerstukken I 2018/19, 35 026, F.

X Noot
19

HvJ EU 26 oktober 2017 (The English Bridge Union Limited), ECLI:EU:C:2017:814.

X Noot
20

Kamerstukken I 2018/19, 35 026, D.