34 453 Wijziging van de Woningwet, de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht en het Burgerlijk Wetboek in verband met de invoering van een nieuw stelsel van kwaliteitsborging voor het bouwen en de versterking van de positie van de bouwconsument (Wet kwaliteitsborging voor het bouwen)

AS BRIEF VAN DE VOORZITTER VAN DE VASTE COMMISSIE VOOR BINNENLANDSE ZAKEN

Den Haag, 13 oktober 2023

De vaste commissie voor Binnenlandse Zaken1 van de Eerste Kamer der Staten-Generaal wenst met deze brief het Instituut voor Bouwrecht te verzoeken advies uit te brengen over de ontvlechting van de Wet kwaliteitsborging voor het bouwen (Wkb) en de Omgevingswet. De concrete vragen die de commissie wenst voor te leggen zijn als bijlage bij deze brief bijgevoegd.

Het advies vormt een belangrijk onderdeel in de voorbereidingen van het debat met de Minister van BZK op 24 oktober 2023 over deze materie. Het Instituut voor Bouwrecht wordt daarom verzocht uiterlijk vrijdag 20 oktober 2023, 17.00 uur het advies uit te brengen aan de commissie.

De voorzitter van de vaste commissie voor Binnenlandse Zaken, I.M. Lagas MDR

BIJLAGE: ADVIESAANVRAAG

De leden van de vaste commissie voor Binnenlandse Zaken van de Eerste Kamer der Staten-Generaal constateren dat de Wet Kwaliteitsborging voor het bouwen (Wkb) is aangenomen door de Tweede en Eerste Kamer.2 De inwerkingtreding van de Wkb is bij koninklijk besluit vastgesteld en gepubliceerd in het Staatsblad.3 De Wkb treedt hierdoor per 1 januari 2024 in werking.

Tevens constateren de leden van deze commissie dat de Omgevingswet door de Tweede en Eerste Kamer is aangenomen en vastgesteld.4 Op basis van de vastgestelde Omgevingswet, is het ontwerpbesluit tot vaststelling van het tijdstip van inwerkingtreding van de Omgevingswet

voorgehangen in de Eerste Kamer en de Eerste Kamer gepasseerd.5 De Omgevingswet treedt per 1 januari 2024 in werking.6

Over de implementatie en uitvoering van de Wkb is overleg gaande tussen de Minister van BZK/Minister voor VRO en de commissie. In dit overleg is de vraag gerezen of de Wkb ontvlochten kan worden van de Omgevingswet om vervolgens de inwerkingtreding van de Wkb met een half jaar op te schorten.

De leden wensen de volgende vragen voor advies voor te leggen:

  • 1. Wat is er juridisch, mede met het oog op de kenbaarheid en rechtszekerheid, nodig om de Wkb te ontvlechten van de Omgevingswet?

  • 2. Wat is er uitvoeringstechnisch nodig om de Wkb te ontvlechten van de Omgevingswet?

  • 3. Is dit mogelijk vóór 1 januari 2024?

  • 4. Wat zijn daarbij de consequenties voor de uitvoeringspraktijk bij gemeenten?

  • 5. Wat zijn daarbij de consequenties voor de uitvoeringspraktijk van bedrijven?


X Noot
1

Samenstelling:

Lagas (BBB) (voorzitter), Kroon (BBB), Van Langen (BBB), Fiers (GroenLinks-PvdA), Recourt (GroenLinks-PvdA), Janssen-Van Helvoort (GroenLinks-PvdA), Van Gurp (GroenLinks-PvdA), Rovers (GroenLinks-PvdA), Van den Berg (VVD), Meijer (VVD) (ondervoorzitter), Doornhof (CDA), Van Toorenburg (CDA), Dittrich (D66), Van Meenen (D66), Van Hattem (PVV), Nicolaï (PvdD), Nanninga (JA21), Kox (SP), Talsma (CU), Dessing (FVD), Schalk (SGP), Perin-Gopie (Volt), Van Rooijen (50PLUS), Van der Goot (OPNL).

X Noot
2

Handelingen II 2016/17, nr. 55, item 27; Handelingen I 2018/19, nr. 28, item 4; Stb. 2019, 382.

X Noot
4

Handelingen II 2014/15, nr. 103, item 21; Handelingen I 2015/16, nr. 24, item 4; Stb. 2016, 156.

X Noot
5

Kamerstukken I 2022/23, 33 118/34 986, EU; Stb. 2023, 89.

X Noot
6

Stb. 2023, 89.

Naar boven