Start van deze pagina
Skip navigatie, ga direct naar de Inhoud

Overheid.nl - de wegwijzer naar informatie en diensten van alle overheden.

De wegwijzer naar informatie en diensten van alle overheden

Tekstgrootte
+


Vergaderjaar 2016-2017
Kamerstuk 34376 nr. 4

Gepubliceerd op 22 november 2016 15:24

Gerelateerde informatie


Toon alle stukken in dossier



34 376 Initiatiefnota van de leden Bouwmeester en Oosenbrug: «Lobby in daglicht: luisteren en laten zien»

Nr. 4 BRIEF VAN DE MINISTER VAN BINNENLANDSE ZAKEN EN KONINKRIJKSRELATIES

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 17 november 2016

Naar aanleiding van het verzoek van de vaste commissie voor Binnenlandse Zaken van 18 januari 2016 stuur ik u hierbij de kabinetsreactie op de initiatiefnota «Lobby in daglicht: luisteren en laten zien» van de Tweede Kamerleden Bouwmeester en Oosenbrug (Kamerstuk 34 376). De initiatiefnota gaat uit van het perspectief van de burger en zijn recht op goede politieke en bestuurlijke besluitvorming. Bouwmeester en Oosenbrug kleuren het begrip «lobbyist» en wie tot deze groep gerekend moet worden, daarom ook niet nader in. Het gaat Bouwmeester en Oosenbrug om hoe de beïnvloeding van politiek en overheid plaatsvindt en hoe dit eerlijker en transparanter kan. In lijn met de initiatiefnota wordt in onderstaande de kabinetsreactie ook uitgegaan van beïnvloeding ongeacht of er sprake is van een professionele lobbyist vanuit het bedrijfsleven of iemand anders vanuit bijvoorbeeld een koepel- of non profitorganisatie met een belang.

Om de transparantie rondom lobbyactiviteiten te vergroten en de mogelijkheden voor gelijke kansen tot beïnvloeding te versterken, bevat de initiatiefnota «Lobby in daglicht: luisteren en laten zien» veertien voorstellen. Zeven van de veertien voorstellen zijn gericht aan het kabinet. De overige zeven voorstellen hebben betrekking op de Kamer (en het presidium), op politieke partijen en op lobbyisten.

Samenvatting initiatiefnota «Lobby in daglicht: luisteren en laten zien»

Bouwmeester en Oosenbrug constateren in hun initiatiefnota dat burgers, bedrijven en organisaties de mogelijkheid moeten hebben om bij de politiek en het bestuur hun belangen te behartigen. Zij tekenen daarbij aan dat lobbyactiviteiten ten behoeve van het behartigen van deze belangen, ook risico’s met zich brengen. Mensen met een sterke positie, macht of geld kunnen de boventoon voeren en lobbyactiviteiten kunnen leiden tot onzuivere verhoudingen, vriendjespolitiek, belangenverstrengeling of schimmige praktijken. Daarnaast stellen Bouwmeester en Oosenbrug dat een gebrek aan transparantie over lobbyactiviteiten, de Kamer beperkt in haar mogelijkheden om de toegepaste belangenafweging te controleren.

In de initiatiefnota worden de volgende vier risico’s nader beschreven:

  • 1. In besluitvormingsprocessen is niet altijd duidelijk wat de invloed van lobbyactiviteiten voor een bepaald belang is;

  • 2. Lobbyen kan ervoor zorgen dat bepaalde belangen te sterk doorklinken of dat bepaalde belangen in de verdrukking komen;

  • 3. Er is niet altijd een gelijk of eerlijk speelveld omdat professionele lobbyisten meer en betere toegang tot politici, bestuurders en ambtenaren hebben;

  • 4. Het niet goed wegen van belangen kan een optimale besluitvorming belemmeren.

Bouwmeester en Oosenbrug stellen dat deze risico’s het best kunnen worden bestreden door meer transparantie en betekenisvolle openheid. Duidelijk moet zijn welke invloed is uitgeoefend op de totstandkoming van beleid of wetgeving, en hoe belangenafwegingen zijn gemaakt. Om dit te bereiken doen Bouwmeester en Oosenbrug veertien voorstellen die gericht zijn op een open en uitnodigende overheid die in een zo vroeg mogelijk stadium een brede groep mensen vraagt om mee te denken met de beleidsvorming. Daarnaast gaat het in de voorstellen van Bouwmeester en Oosenbrug om het organiseren van vormen van tegenspraak die de kwaliteit van wetsvoorstellen ten goede komt en om het vergroten van de transparantie en controleerbaarheid van de gemaakte afwegingen en wie daar invloed op heeft gehad.

Omdat lobbyen een dynamisch proces is met vele actoren zijn de veertien verbetervoorstellen in de initiatiefnota gericht aan ministeries, toezichthouders, de Kamer (en het presidium), de verschillende politieke parten en de lobbyisten (koepel). Bouwmeester en Oosenbrug schrijven in hun initiatiefnota «Lobby in daglicht: luisteren en laten zien» dat zij deze voorstellen met een breed samengestelde werkgroep uit de Kamer verder willen uitwerken en willen omzetten in regelingen en afspraken. De werkgroep kan de voorstellen vervolgens jaarlijks op voortgang controleren, zodat een werkwijze tot stand komt die met draagvlak elk jaar op basis van bevindingen kan verbeteren.

Kabinetsreactie

Voordat ik nader inga op de zeven voorstellen uit de initiatiefnota «Lobby in daglicht: luisteren en laten zien» die gericht zijn aan het kabinet, sta ik allereerst stil bij een aantal uitgangspunten. De norm «openbaar, tenzij.» ligt voor het kabinet aan de basis van de invulling van het programma «Open Overheid». De overheid dient niet transparant te zijn «omdat het moet» maar omdat een open overheid raakt aan de kern van onze democratische rechtstaat en een «conditio sine qua non» is om het vertrouwen in de overheid te vergroten.1 Uit de norm «openbaar, tenzij.» blijkt dat het ook gaat om een balans tussen openbaarheid en goed openbaar bestuur. Goed openbaar bestuur is gebaat bij openheid en openbaarheid, maar daarbij geldt eveneens een aantal (wettelijke) uitzonderingsgronden.

Zo is de bescherming van persoonlijke beleidsopvattingen ook van belang voor een zorgvuldige belangenafweging en daarmee voor de kwaliteit van de besluitvorming.

Het kabinet onderschrijft de stelling van Bouwmeester en Oosenbrug, dat door als overheid actief bij te dragen aan waarden als openheid, openbaarheid en transparantie, burgers in een betere informatiepositie komen, waardoor zij beter in staat zijn om inbreng te leveren en om te participeren. Een brede inbreng vanuit de samenleving bevordert een brede afweging van belangen en komt de kwaliteit van beleid, besluitvorming en wetgeving ten goede. Meer zicht op de besluitvormings- en wetgevingsprocessen van de overheid en de belangenafwegingen die daaraan ten grondslag liggen, leidt bovendien tot meer begrip en acceptatie. Transparantie en openheid dragen bij aan de controleerbaarheid van het bestuur, en aan het integer handelen van de overheid en haar vertegenwoordigers.

Het realiseren van meer transparantie en openheid wordt door het kabinet nader vormgegeven met de Visie Open Overheid en het Actieplan Open Overheid 2016–20172. De initiatiefnota «Lobby in daglicht: luisteren en laten zien» biedt een aantal waardevolle aanvullende gedachten om de transparantie rondom beleids- en wetgevingsprocessen te vergroten. Zeven van de veertien voorstellen uit de initiatiefnota «Lobby in daglicht: luisteren en laten zien» zijn gericht aan het kabinet.

Deze voorstellen worden hieronder kort samengevat in een kader weergegeven. De kabinetsreactie is in aansluiting op deze kaders opgenomen.

1. Samenleving actiever betrekken bij ontwerpen van wetgeving en beleid

Het ontwerp van beleid of wetgeving dient te starten met een actieve, brede uitnodiging aan de samenleving om mee te denken en er dient sprake te zijn van een open en te volgen proces waar mensen vroegtijdig kennis van en invloed op kunnen hebben.

Het kabinet onderschrijft de stelling in de initiatiefnota dat de ontwikkeling van beleid en wetgeving gediend is met een zo breed mogelijke inbreng vanuit de samenleving, zodat zo veel mogelijk perspectieven kunnen worden meegewogen. Het kabinet zet zich actief in voor het betrekken van belanghebbenden bij de voorbereiding van beleid en wetgeving en maakt daarbij gebruik van verschillende manieren om zorg te dragen voor een brede inbreng van informatie en belangen vanuit de samenleving. Naast het plaatsen van zoveel mogelijk voorstellen op internetconsultatie zijn er in de verschillende stadia van de ontwikkeling van beleid en wetgeving momenten waarop partijen worden uitgenodigd voor bijeenkomsten en inspreekmomenten. Het kabinet hecht aan het actief en vroegtijdig betrekken van de samenleving en experimenteert daarbij ook met nieuwe vormen van het betrekken van verschillende groepen mensen.

Een voorbeeld hiervan is de ontwikkeling van de wetgevingsagenda STROOM (de herziening van de Elektriciteitswet 1998 en de Gaswet).3 Dat proces is ingericht als een open en interactief proces waarbij organisaties en burgers actief werden uitgenodigd om in een vroeg stadium te participeren via een discussiegroep op Linked-In. In de Linked-In discussiegroep werden verschillende onderwerpen zoals tarieven, consumentenbescherming en verduurzaming in onderlinge samenhang besproken hetgeen de transparantie rondom de te maken belangenafwegingen en daarmee ook het draagvlak voor de beleidskeuzen versterkte. Een ander voorbeeld betreft de open en interactieve totstandkoming van de stelselherziening op het gebied van het omgevingsrecht. Daarbij zijn ook in een vroeg stadium verschillende aanvullende en vernieuwende vormen van participatie en organisatie ingezet. Zoals het tijdens de departementale voorbereidingsfase van de ontwerpregelgeving gebruik maken van speciale adviesgroepen, voorlichting van de Afdeling advisering van de Raad van State, pre-consultatie en publieksbrede internetconsultatie, «botsproeven» met praktijkexperts (simulaties, praktijkverkenningen en casusgerichte experimenten) en structureel overleg (rondetafelsessies) met bestuurders en maatschappelijke organisaties die belangen in de fysieke leefomgeving behartigen.4 Kortom, met de initiatiefnemers Bouwmeester en Oosenbrug acht het kabinet het van groot belang dat een brede vertegenwoordiging uit de samenleving vroeg in beleids- of wetgevingsprocessen wordt betrokken.

Naar aanleiding van het voorstel in de initiatiefnota om mensen meer inzicht te geven in de stand van zaken en voortgang van wetsontwerpen en om daarmee ook de mogelijkheid te vergroten om invloed uit te oefenen, investeert het kabinet in een uitbreiding van de wetgevingskalender die in de loop van volgend jaar beschikbaar wordt gesteld. Daarmee kunnen geïnteresseerden de voortgang van een wetsvoorstel online volgen, en kennisnemen van daarbij behorende relevante (achtergrond)documenten.

In de kabinetsnotitie over de transparantie van het wetgevingsproces5, die in het kader van het programma «Toekomstbestendige regelgeving» voor het einde van het jaar aan uw Kamer wordt verzonden, wordt nader ingegaan op de inzet van het kabinet om de transparantie gedurende de verschillende stadia van het wetgevingsproces verder te stimuleren en ondersteunen.

2. Internetconsultatie vaker inzetten en altijd openbaar maken

Internetconsultatie moet vaker worden ingezet. Internetconsultatie moet ook openbaar, beter vindbaar en uitnodigender zijn.

Het kabinet besloot in 2011 om structureel gebruik te maken van internetconsultatie bij de voorbereiding van wet- en regelgeving.6 Hoewel het gebruik van internetconsultatie in de afgelopen jaren is toegenomen7, deelt het kabinet met initiatiefnemers Bouwmeester en Oosenbrug de wens om het gebruik van internetconsultatie verder te vergroten en daarmee de openbaarheid en transparantie rondom beleids- en wetsvoorstellen verder te bevorderen.

Samen met de conclusies en inzichten uit het recente evaluatieonderzoek8naar internetconsultatie, dat op 20 juli jl. aan uw Kamer is aangeboden, zullen de voorstellen van Bouwmeester en Oosenbrug gebruikt worden om zowel de toepassing als het gebruik van internetconsultatie verder te verbeteren. In de kabinetsnotitie over de transparantie van het wetgevingsproces, die voor het einde van het jaar aan de Kamer wordt verzonden, wordt u daarover nader geïnformeerd.

3. In lobbyparagraaf bij voorstellen laten zien welke belangen zijn gewogen

Bij elk groot beleidsonderwerp en elk wetsvoorstel (of wijziging daarvan) standaard een (aparte) lobbyparagraaf opnemen waarmee openbaar wordt gemaakt door wie welke belangen zijn ingebracht en wat ermee is gedaan.

Op de aanbeveling om een lobbyparagraaf toe te voegen aan wetsvoorstellen, is deze zomer in reactie op de motie Van Gerven en Oosenbrug door de Minister van Economische Zaken, mede namens de Ministers van VenJ en BZK, gereageerd.9 In deze reactie wordt ook benadrukt dat externe inbreng van belanghebbenden tijdens het vormgeven van beleid en wetgeving onontbeerlijk is. De kennis van hoe belanghebbenden over onderwerpen denken is van essentieel belang voor het maken van een juiste belangenafweging. De Minister van Economische Zaken wees er eveneens op dat in de memorie van toelichting bij een wetsvoorstel volgens vast gebruik een paragraaf wordt opgenomen omtrent «Advies en consultatie». In deze paragraaf wordt ingegaan op reacties die zijn ontvangen op het concept-wetsvoorstel tijdens de internetconsultatie en, ook voorafgaand aan het opstellen van het wetsvoorstel, via overige inspreekmomenten. Ook wordt in deze paragraaf beschreven wat de inhoud van deze reacties was en wat hiermee is gedaan. Op deze manier wordt inzicht verschaft in de invloed van inbreng van externe partijen op de totstandkoming van het wetsvoorstel.

Daarnaast zijn er andere delen van de memorie van toelichting, zoals de beschrijving van de aanleiding en de overwogen alternatieven, waarin de inbreng van externen aan de orde kan komen. Dit laat onverlet dat in de memorie van toelichting niet over elk contact met externe partijen verantwoording kan en moet worden afgelegd. Zoals daarnaast ook in de reactie op de motie Van Gerven en Oosenbrug is beschreven, wordt op dit moment een wijziging van de Aanwijzingen voor de regelgeving voorbereid, waardoor meer expliciet wordt voorgeschreven dat in de memorie van toelichting deze verantwoording wordt afgelegd. In de kabinetsnotitie over de transparantie van het wetgevingsproces, die dit najaar aan de Kamer zal worden verzonden, wordt verder ingegaan op dit voorstel.10

4. Agenda’s bewindspersonen openbaar maken

Vergroot de openheid ten aanzien van de agenda’s, werkbezoeken en gehouden speeches van Ministers en Staatssecretarissen om meer inzicht te geven in de beleids- en politieke prioriteiten van bewindspersonen.

Bouwmeester en Oosenbrug bepleiten meer openheid ten aanzien van de agenda’s, speeches en werkbezoeken van bewindspersonen om daarmee meer inzicht te bieden in de beleids- en politieke prioriteiten van de verschillende bewindspersonen. Naar aanleiding van dit voorstel uit de initiatiefnota heeft het kabinet besloten om meer inzicht te geven in agenda-afspraken van de bewindspersonen, door hen afgelegde werkbezoeken en gehouden toespraken door publicatie op www.rijksoverheid.nl.

5. Openbaarheid en archieffunctie versterken

Een toegankelijk informatiehuishouding en archivering is nodig om documenten ruimhartig te kunnen delen, actief openbaar te maken en op aanvraag beschikbaar te hebben.

Het kabinet is het met de initatiefnemers Bouwmeester en Oosenbrug eens dat een open overheid ook een open houding en open bestuurspraktijk vergt en onderschrijft de daarbij door hen aangehaalde norm «openbaar, tenzij.».

Wat het bevorderen van het actief openbaar maken van stukken betreft is uw Kamer deze zomer, voortbouwend op de motie-Oosenbrug (Kamerstuk 34 000 VII, nr. 14), geïnformeerd over de stappen die inmiddels in de praktijk zijn gezet.11 In lijn met de motie-Oosenbrug is prioriteit gegeven aan het actief openbaar maken van onderzoeksrapporten, uitvoeringstoetsen, inkoopinformatie en subsidie-informatie.

  • In 2014 en 2015 namen in totaal 5 departementen deel aan 2 pilotprojecten om te experimenteren met het actief openbaar maken van onderzoeksrapporten.

    Op basis van de pilotprojecten is een handreiking opgesteld, die een kader, voorbeelden en verschillende formats bevat om actieve openbaarmaking van onderzoeksrapporten te ondersteunen en te versnellen. De tweede pilot wordt op dit moment geëvalueerd. Ik informeer uw Kamer dit najaar over de uitkomsten van de evaluatie en de vervolgstappen.

  • Informatie over inkoop wordt inmiddels zoveel mogelijk actief gepubliceerd. De «Open Inkoopdata Rijk» zijn de openbare inkoopuitgaven van het Rijk voor de bedrijfsvoering. Deze data zijn op 30 november 2015 voor het eerst op de website van de rijksoverheid gepubliceerd. De inkoopuitgaven van het Rijk worden gestaffeld en per departement, per hoofdrubriek en per leverancier weergegeven. Het gaat hierbij om de inkoopuitgaven voor het boekjaar 2014.12 In oktober 2016 worden de data over het boekjaar 2015 gepubliceerd. Daarbij moet worden aangetekend dat niet alle inkoopuitgaven openbaar worden gemaakt. Wettelijke bepalingen beschermen de privacy van burgers en voorkomen dat bedrijfsgevoelige informatie wordt prijsgegeven. Dat kan leiden tot het anonimiseren van bepaalde data of het weglaten daarvan.

  • Ook informatie over subsidies wordt zoveel mogelijk actief gepubliceerd, en wel in de begrotingsartikelen en de subsidiebijlage bij de begroting. Bij de verantwoording wordt bovendien sinds 2014 onder coördinatie van de Minister van Financiën jaarlijks een overzicht van alle subsidie-uitgaven per ministerie als open data gepubliceerd op opendata.rijksbegroting.nl.

  • Uit een eerdere verkenning naar de mogelijkheden om uitvoeringstoetsen actief openbaar te maken blijkt dat niet eenduidig wordt omgegaan met het publiceren van uitvoeringstoetsen. In de kabinetsnotitie over transparantie van het wetgevingsproces, die in het kader van het programma «Toekomstbestendige regelgeving» dit najaar aan uw Kamer verzonden, zal nader worden ingegaan op dit onderwerp.13

Het kabinet is het met de stelling van Bouwmeester en Oosenbrug eens dat een open en transparant bestuur een goede staat van de informatiehuishouding en een adequate en toegankelijke archivering vergt. Door middel van het archiefconvenant en het programma Archief2020 is de afgelopen jaren geïnvesteerd in de innovatie van de archieffunctie en in het archiefbewustzijn bij de verschillende overheidsorganisaties.

In lijn met het voorstel in de initiatiefnota «Lobby in daglicht: luisteren en laten zien» is de regering ook in het kader van de motie-Veldman (Kamerstuk 34 106, nr. 16) en de motie-Segers (Kamerstuk 34 362, nr. 21) gevraagd om verdere verbetering van de archieffunctie en de informatiehuishouding van de overheid. Vanwege de verbondenheid van de informatiehuishouding, bedrijfsvoering, transparantie en openbaarheid en de archieven is een aantal toezeggingen aan de Kamer hierover op 6 juli jl. nader uiteengezet in een brief van de Ministers van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, Veiligheid en Justitie, Onderwijs, Cultuur en Wetenschap en de Minister voor Wonen en Rijksdienst.14

6. Draaideurbeleid bewindspersonen aanscherpen

Hoewel het ongewenst is dat oud-bewindspersonen nodeloos lang afhankelijk zijn van een wachtgeldregeling is een snelle overstap naar een sector waar iemand de scepter over zwaaide eveneens ongewenst. Het vertrouwen in de politiek is ermee gediend om hier heldere normen voor te stellen.

Na afloop van hun ambtsvervulling moeten bewindspersonen de stap (kunnen) zetten naar een andere functie in de politiek of de samenleving. Dat is in Nederland geformaliseerd door het instellen van een sollicitatieplicht. Het ligt in de rede dat de oud-bewindspersoon, evenals iedere andere werkzoekende (en de begeleiders van de outplacement), een werkkring zoekt die aansluit bij de verworven ervaring en competenties. De ervaringen die worden opgedaan als bewindspersoon horen daarbij. Bij de vervulling van een nieuwe werkkring rust de verantwoordelijkheid om bepaalde belangen op een zorgvuldige manier te scheiden, bij de oud-bewindspersoon.

Om aan de vereiste zorgvuldigheid vorm te geven gelden onder het huidige beleid de volgende regels. Deze regels hebben betrekking op zowel private als publieke vervolgfuncties.

  • 1. Voor oud-bewindspersonen gelden geheimhoudingsverplichtingen met betrekking tot staatsgeheimen en ambtsgeheimen. Schending van deze verplichtingen wordt gesanctioneerd in het Wetboek van Strafrecht (artikel 98 e.v. respectievelijk artikel 272).

  • 2. Daarnaast is het gewenst dat een bewindspersoon bij het aanvaarden van een functie na afloop van zijn of haar ambtsperiode zo handelt dat daarmee niet de schijn wordt gewekt dat hij of zij tijdens de ambtsuitoefening onzuiver heeft gehandeld c.q. verkeerd omgaat met de kennis die hij/zij tijdens die periode heeft opgedaan (brief van de Minister-President van 20 december 2002 aan de Tweede Kamer, Kamerstuk 28 754, nr. 1).

  • 3. Het voornemen tot het voeren van gesprekken over een toekomstige werkkring dient door nog in functie zijnde bewindspersonen eerst ter goedkeuring te worden voorgelegd aan de Minister-President.

Daarmee is het vooralsnog aan de oud-bewindspersoon, de organisatie waarin deze werkzaam is en het overheidsorgaan waarmee vanuit de nieuwe functie zakelijke contacten worden gelegd, om in de praktijk aan deze uitgangspunten gestalte te geven. Van alle betrokkenen mag worden verwacht dat zij publiekelijk kunnen verantwoorden hoe met een mogelijke samenloop van belangen is omgegaan. Overigens is het ook voor Eerste en Tweede Kamerleden van belang dat zij zich publiekelijk kunnen verantwoorden over hoe zij met een mogelijke samenloop van belangen omgaan.

Het kabinet buigt zich over een eventuele nadere kaderstelling.

7. Maatregelen nemen voor uitvoerende en toezichthoudende organisaties

Er dient meer transparantie en openheid te zijn rondom de agenda’s, plannen, prioriteiten en maatregelen van toezichthouders en het opnemen van een lobbyparagraaf bij beleidsregels van deze organisaties.

Het kabinet zal inventariseren in welke mate werkprogramma’s, jaarplannen e.d. van uitvoerende en toezichthoudende organisaties voldoende transparant zijn (wat prioritering en consultaties betreft) en welke verbeteringen mogelijk zijn, zonder de effectiviteit van deze instanties te ondergraven. Goed toezicht houden is niet mogelijk zonder contacten met het veld, maar toezichthouders zijn zich zeer bewust van het feit dat zij onpartijdig moeten zijn en blijven ten opzichte van ondertoezichtstaanden. Hoe om te gaan met het veld is dan ook het kerndilemma voor toezichthouders.

Afsluiting

Het kabinet deelt de conclusie van de initiatiefnemers Bouwmeester en Oosenbrug dat burgers recht hebben op goede politieke en bestuurlijke besluitvorming en dat het van belang is om te voorkomen dat bepaalde belangen vanuit de samenleving te eenzijdig doorklinken of dat bepaalde belangen in de verdrukking komen. Voor zowel de kwaliteit als de aanvaardbaarheid van beleid en wetgeving, is het essentieel dat de transparantie rondom beleids- en wetgevingsprocessen wordt vergroot en dat mogelijkheden voor gelijke kansen tot beïnvloeding worden versterkt. In aansluiting op de voorstellen uit de initiatiefnota «Lobby in daglicht: luisteren en laten zien» neemt het kabinet daarom een aantal maatregelen diegericht zijn op het vergroten van de transparantie rondom de ontwikkeling van beleid en wetgeving en het actiever betrekken van de samenleving bij deze processen. In aanvulling op de in deze kabinetsreactie beschreven maatregelen, ontvangt de Kamer voor het einde van het jaar, zoals ook eerder aangekondigd in het kader van het programma «Toekomstbestendige Wetgeving», een brief over de wijze waarop het kabinet de transparantie van wetgevingsprocessen verder zal vergroten.

De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, R.H.A. Plasterk


X Noot
1

Zie hierover ook de Raad voor het openbaar bestuur (2012) Gij zult Openbaar maken. Naar een volwassen omgang met overheidsinformatie, pag. 32.

X Noot
2

Zie brief aan de Tweede Kamer van 15 december 2015 (Kamerstuk 32 802, nr. 21).

X Noot
3

J. van Bergenhenegouwen en J. van Beuningen (2014) Vitaliserende wetgeving: de energiewetgeving in transitie in Vertrouwen verdient, verdiend vertrouwen, A.T. Marseille en L. van der Velden (red). Den Haag: Ministerie van BZK.

X Noot
4

Pre-advies «Stelselwijzigingen» voor de vereniging voor wetgeving en wetgevingsbeleid van 2 juni 2016.

X Noot
5

Als toegezegd in de brieven van 20 juli 2015 (Kamerstuk 33 009, nr. 10) en 18 december 2015 (Kamerstuk 33 009, nr. 12).

X Noot
6

Kamerstuk 29 279, nr. 62 en Kamerstuk 29 279, nr. 121.

X Noot
7

Zoals ook blijkt uit de voortgangsrapportages regeldruk waarin over de voortgang van de toepassing van internetconsultatie elk halfjaar wordt gerapporteerd.

X Noot
8

Kamerstuk 33 009, nr. 30.

X Noot
9

Kamerstuk 32 637, nrs. 238 en 243.

X Noot
10

Zie hierover Kamerstuk 33 009, nrs. 10 en 12.

X Noot
11

Zie hierover de aanbiedingsbrief bij het AEF rapport «Steen voor steen» van 20 juni 2016 (Kamerstuk 32 802, nr. 25).

X Noot
12

Deze data zijn te vinden op http://data.overheid.nl, onder financiën, zoekterm inkoop.

X Noot
13

Brieven van 20 juli 2015 (Kamerstuk 33 009, nr. 10) en 18 december 2015 (Kamerstuk 33 009, nr. 12).

X Noot
14

Kamerstuk 34 362, nr. 25.


SnelzoekenInfo

Snelzoeken
U kunt dit veld gebruiken om te zoeken op
–een vrije zoekterm voor het zoeken op tekst (bijvoorbeeld "milieu")
–een betekenisvolle zoekterm voor het zoeken naar specifieke publicaties (bijvoorbeeld dossiernummer '32123' of 'trb 2009 16').
U kunt termen combineren door EN te zetten tussen de termen (blg 32123 EN milieu).
U kunt zoeken op letterlijke tekst door '' om de term te zetten. ('appellabele toezeggingen').

Voor meer mogelijkheden en uitleg verwijzen wij u naar de help-pagina's van Officiële bekendmakingen op overheid.nl