33 836 Personen- en familierecht

Nr. 24 BRIEF VAN DE MINISTER VOOR RECHTSBESCHERMING

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 22 maart 2018

In vervolg op mijn brief van 27 november 2017 informeer ik uw Kamer, mede namens de Minister van OCW, hierbij over de nadere invulling van de in het regeerakkoord aangekondigde onderzoeken op het gebied van het familierecht, inclusief een tijdsplanning.1 Uw Kamer verzocht mij hierom bij brief van 9 en 16 november 2017. Allereerst zal ik ingaan op de onderzoeken die voortvloeien uit het rapport van de Staatscommissie Herijking ouderschap. Vervolgens komen de onderzoeken ter verdere herijking van het familierecht aan bod.

1. Onderzoeken Staatscommissie Herijking ouderschap

De Staatscommissie Herijking ouderschap is in haar rapport ingegaan op een groot aantal onderwerpen op het terrein van juridisch ouderschap, gezag, juridisch meerouderschap, meeroudergezag en draagmoederschap. De Staatscommissie heeft haar voorstellen hieromtrent deels uitgewerkt in een wetgevingsbijlage. Niettemin zijn de voorstellen niet in al hun consequenties of tot in details uitgewerkt. In haar rapport geeft de Staatscommissie aan dat de overwegingen van de Staatscommissie op een aantal aspecten nader onderzoek of uitwerking behoeven.2 Daarom zal het kabinet, zoals in het regeerakkoord «Vertrouwen in de toekomst» is overeengekomen, met het oog op aanpassing van wet- en regelgeving, de onderzoeken die zijn aanbevolen door de Staatscommissie uitvoeren. Dit betreffen derhalve aanvullende onderzoeken op het onderzoek dat reeds door de Staatscommissie is gedaan om voornoemde consequenties voor wet- en regelgeving en voor de uitvoering in kaart te brengen. Daarbij is het belang van het kind leidend.

Aanbevolen onderzoeken Staatscommissie en vervolgstappen

Onderstaand treft u een overzicht aan van de wijze waarop ik voornemens ben invulling te geven aan de onderwerpen die volgens de Staatscommissie nader onderzoek behoeven:

  • Internationaal privaatrechtelijke aspecten, nationaliteit en naamrecht. De voorstellen van de Staatscommissie hebben consequenties voor het internationaal privaatrecht. De Staatscommissie Internationaal Privaatrecht is gevraagd te adviseren over de internationaal privaatrechtelijke aspecten van de verschillende aanbevelingen van de Staatscommissie Herijking ouderschap. Tevens wordt zij gevraagd in haar advisering over het meerouderschap aandacht te besteden aan mogelijke bijzondere knelpunten op het terrein van het nationaliteitsrecht en het conflictenrecht ten aanzien van namen.

  • Vreemdelingenrecht. De introductie van juridisch meerouderschap en draagmoederschap roept vragen op over de consequenties voor het vreemdelingenrecht. De Adviescommissie voor Vreemdelingenzaken wordt gevraagd hierover advies uit te brengen. Dit advies richt zich op de vraag of en op welke wijze de door de Staatscommissie aanbevolen regelingen kunnen worden vormgegeven zodat voorkomen wordt dat deze bij invoering zouden kunnen leiden tot misbruik met als doel aanspraak op een verblijfsrecht binnen Nederland.

  • Erfrecht. Juridisch meerouderschap en draagmoederschap hebben gevolgen voor het erfrecht alsmede de uitvoeringsconsequenties hiervan. Ik heb de Koninklijke Notariële Beroepsorganisatie (KNB) gevraagd een reflectie hierop te geven.

  • Onderhoudsverplichting. De Staatscommissie heeft aanbevolen om de algemene onderhoudsverplichting van kinderen jegens hun juridische ouders te heroverwegen. De Vereniging van Nederlandse Gemeenten en Divosa3 worden gevraagd inzichtelijk te maken in hoeverre in de praktijk gebruik wordt gemaakt van de onderhoudsverplichting van kinderen jegens hun juridische ouders en (in het verlengde daarvan) of, en zo ja hoe, deze onderhoudsverplichting vorm zou kunnen krijgen in het geval een kind meer dan twee juridische ouders heeft.

  • Fiscale consequenties.4 De Staatscommissie heeft aangegeven dat met name meerouderschap en meeroudergezag fiscale consequenties kunnen hebben, al schat de Staatscommissie in dat deze consequenties gering zullen zijn. Ik heb mijn collega van Financiën gevraagd deze consequenties in kaart te brengen en daarbij uitdrukkelijk het uitvoeringsperspectief te betrekken. Op basis daarvan kan worden bezien in hoeverre aanpassingen in fiscale regelgeving gewenst of nodig zijn. Ook eventuele gevolgen voor toeslagen zullen hierbij meegenomen worden.

  • Financiering complexere IVF-behandelingen.5 De Staatscommissie heeft aanbevolen dat de overheid zich nader moet beraden op de financiering van complexere IVF-behandelingen, waarbij ook de vraag in welke gevallen draagmoederschap binnen het basispakket moet worden gefinancierd, aan de orde dient te komen. De Minister voor Medische Zorg en Sport laat mij weten voornemens te zijn na te gaan of en zo ja op welke wijze complexere IVF-behandelingen bij draagmoederschap kunnen worden gefinancierd. Het betreft de vraag in welke gevallen draagmoederschap binnen het basispakket kan worden gefinancierd. Het Zorginstituut Nederland wordt gevraagd om dit in kaart te brengen.

  • Positie van minderjarigen in Nederlandse procesrecht.6 De Staatscommissie heeft aangegeven van oordeel te zijn dat kinderen vanaf acht jaar in de gelegenheid moeten worden gesteld om te worden gehoord in procedures rond afstamming en gezag. Deze verlaging moet naar het oordeel van de Staatscommissie bezien worden in het bredere verband van de procespositie van minderjarigen. Ook heeft de Staatscommissie aanbevolen om de mogelijkheid c.q. wenselijkheid van een formele rechtsingang van kinderen nader te bezien. Ik vind het belangrijk om de (praktische) consequenties te onderzoeken van een verruiming van het hoorrecht en de procespositie voor kinderen en de rechtspraktijk. Ik heb het WODC gevraagd nader onderzoek naar het hoorrecht en de procespositie van de minderjarige uit te voeren.

Planning

Met name de adviesaanvraag aan de Staatscommissie voor Internationaal Privaatrecht is omvangrijk, nu dit de Internationaal Privaatrechtelijke aspecten van alle voorstellen van de Staatscommissie Herijking ouderschap betreft. Als gevolg hiervan verwacht ik uw Kamer begin 2019 de resultaten van alle voornoemde onderzoeken met een kabinetsreactie daarop te kunnen toezenden. Het nader onderzoek naar de positie van minderjarigen in het Nederlandse procesrecht kent, gelet op de aard en de omvang, een eigen tijdspad. Ik verwacht uw Kamer hier vóór de zomer van 2019 over te informeren. Bij de beoordeling van de uitkomsten van de onderzoeken zullen ook de budgettaire consequenties meegenomen worden.

2. Onderzoeken ter verdere herijking van het familierecht

In het regeerakkoord (Kamerstuk 34 700, nr. 34) is opgenomen dat nader onderzoek wordt verricht naar een verdere herijking van het familierecht. Daarbij gaat het onder meer om adoptie, echtscheiding, alimentatie en de positie van grootouders. Voorgesteld wordt om op de volgende manier invulling te geven aan deze onderzoeken:

  • Adoptie. Ik ben voornemens aan het in het regeerakkoord opgenomen onderzoek naar adoptie invulling te geven door in kaart te laten brengen of er onder pleegouders die langdurig voor een pleegkind zorgen behoefte bestaat aan de introductie van eenvoudige adoptie zoals voorgesteld door de Staatscommissie Herijking ouderschap.

  • Echtscheidingen. Het Platform Scheiden zonder schade onder voorzitterschap van de heer Rouvoet heeft op 22 februari jl., op basis van een uitgebreide analyse, een rapportage uitgebracht met actielijnen en oplossingsrichtingen om schade bij kinderen als gevolg van een scheiding te voorkomen. Ik zal uw Kamer in april nader informeren over het vervolg op deze rapportage.7 Voorts voert het WODC op dit moment onderzoek uit naar het niet nakomen van omgangsregelingen.8 Dit onderzoek zal naar verwachting eind van dit jaar gereed zijn.

  • Onderhoudsverplichtingen. Er zal een multidisciplinair onderzoek worden gedaan naar het maatschappelijk draagvlak van de bestaande onderhoudsverplichtingen van een ouder jegens zijn kind en van de gewezen echtgenoot/geregistreerde partner jegens zijn ex die niet in staat is in het eigen onderhoud te voorzien. Bezien zal worden welke aanpassingen kunnen bijdragen aan een vergroting van de acceptatie en daarmee een vermindering van het aantal procedures over onderhoudsverplichtingen. Bij dit onderzoek zal de aansluiting van het stelsel van onderhoudsverplichtingen op de huidige maatschappij worden betrokken, omdat ten opzichte van het moment van tot stand komen van het huidige stelsel er een toenemend aantal echtscheidingen plaatsvindt, kinderen langer thuis blijven wonen en zorgtaken en arbeid steeds meer gelijk worden verdeeld. Ik verwacht dit onderzoek in het voorjaar 2018 te kunnen starten.

  • Positie grootouders. De positie van grootouders kan niet los worden gezien van scheidingsproblematiek tussen ouders. Immers, een scheiding is vaak de oorzaak voor het contactverlies tussen grootouders en hun kleinkinderen. De heer Rouvoet heeft in zijn analyse de positie van grootouders meegenomen. Hij noemt grootouders als onderdeel van het sociale netwerk van ouders en kind. Dit sociale netwerk kan een belangrijke rol spelen, zowel in positieve als in negatieve zin. In dat licht ben ik voornemens om onderzoek te doen naar de mogelijke betekenis van het expliciet wettelijk vastleggen van een omgangsrecht tussen grootouders en kleinkinderen voor de positie van kinderen in scheidingssituaties.

Op het terrein van het familierecht loopt een aantal initiatiefwetgevingstrajecten, zoals het Initiatiefvoorstel-Van Oosten, Kuiken en Groothuizen Wet herziening partneralimentatie (Kamerstuk 34 231) het Initiatiefvoorstel-Recourt en Van Oosten Wet herziening kinderalimentatie (Kamerstuk 34 154) en het Initiatiefvoorstel-Bergkamp en Van Wijngaarden directe koppeling van erkenning en gezamenlijk gezag voor ongehuwde en niet-geregistreerde partners (Kamerstuk 34 605). Uitgangspunt is dat de voortgang van deze trajecten niet wordt beïnvloed door bovengenoemde onderzoeken.

De Minister voor Rechtsbescherming, S. Dekker


X Noot
1

Kamerstuk 33 836, nr. 22.

X Noot
2

Kamerstuk 33 836, nr. 18. Rapport van de Staatscommissie Herijking ouderschap, «Kind en ouders in de 21ste eeuw», p. 484.

X Noot
3

Vereniging voor leidinggevenden in het sociaal domein.

X Noot
4

Deze en bovenstaande onderwerpen worden behandeld in hoofdstuk 11.5 van het Rapport van de Staatscommissie Herijking ouderschap, Kamerstuk 33 836, nr. 18.

X Noot
5

Rapport van de Staatscommissie Herijking ouderschap, «Kind en ouders in de 21ste eeuw», p. 483, Kamerstuk 33 836, nr. 18.

X Noot
6

Rapport van de Staatscommissie Herijking ouderschap, «Kind en ouders in de 21ste eeuw», p. 392 en 394.

X Noot
7

Kamerstuk 33 836, nr. 23.

X Noot
8

Motie van de leden Bergkamp en Van Nispen, Kamerstuk 34 168, nr. 5.

Naar boven