Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2018-201933835 nr. 125

33 835 Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA)

Nr. 125 LIJST VAN VRAGEN EN ANTWOORDEN

Vastgesteld 3 juli 2019

De vaste commissie voor Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit

heeft een aantal vragen voorgelegd aan de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit over de brief van 15 april 2019 inzake de reactie op definitief BIT-advies – Programma Procesvernieuwing, Informatie & ICT en 4e Voortgangsrapportage NVWA 2020 (Kamerstuk 33 835, nr. 117).

De Minister heeft deze vragen beantwoord bij brief van 2 juli 2019. Vragen en antwoorden zijn hierna afgedrukt.

De voorzitter van de commissie, Kuiken

De adjunct-griffier van de commissie, Goorden

1

Kunt u een feitenrelaas geven van de besluitvorming over het ICT-programma BLIK waarbij in het bijzonder wordt ingezoomd op de besluitvorming in het toenmalige Ministerie van Economische Zaken bij het eerste en tweede advies van het Bureau ICT-toetsing (BIT) en kunt u aangeven welke notities en adviezen er bij die twee besluitvormingsprocessen naast het eerste en tweede BIT-advies lagen en kunnen die openbaar gemaakt worden?

Antwoord

De eerste BIT-toets op het programma BLIK is in 2015 uitgevoerd als pilot-toets. Het was één van de drie pilot-toetsen die het BIT heeft uitgevoerd direct na de oprichting. Aan het begin van deze toetsen werd afgesproken dat deze toetsen geen consequenties mochten hebben en niet met de Tweede Kamer zouden worden gedeeld. Het waren immers pilots. Vervolgens is in een later stadium met het BIT afgesproken om de resultaten van deze toetsen alsnog te delen, want ze waren wel opvraagbaar via de WOB. De eerste toets was kritisch en wees op een aantal risico’s die de NVWA zelf ook al had onderkend. Omdat de toets in een vrij vroeg stadium van het programma werd uitgevoerd vroeg het BIT zelf of de toets in een later stadium herhaald kon worden.

Die herhaling is eind 2016 uitgevoerd en hierover is in het voorjaar van 2017 gerapporteerd. Ook deze toets was zeer kritisch. Parallel aan het BIT onderzoek werd het programma ook onderworpen aan een ADR-onderzoek dat positief oordeelde en een onderzoek door Ernst & Young (EY). EY had vrijwel dezelfde bevindingen als het BIT, maar kwam tot andere conclusies en aanbevelingen. Het rapport van EY is destijds samen met het BIT-rapport aan de Tweede Kamer verstuurd.

Hierna is een technische briefing gehouden (Hoorzitting Kamer juni 2017) waarbij de verschillen tussen de rapporten (EY, ADR en BIT) werden besproken. BIT heeft haar advies niet herzien op basis van de hoorzitting. Vlak daarna verscheen het Berenschot-rapport dat als basis diende voor aanpassingen aan het programma. Deze is reeds met de Kamer gedeeld bij de ADR voortgangsrapportage.

Ook is de Software Improvement Group (SIG) continue betrokken geweest en heeft op reguliere basis rapporten uitgebracht inzake de kwaliteit van de software. Bij het opvolgen van de aanbevelingen uit de BIT toets en het Berenschot rapport is besloten een nieuwe aanpak na te streven. Daarbij hoorde ook een nieuw plan van aanpak. Na de herschikking van het Ministerie van LNV eind 2017 is het programma BLIK herijkt en als programma Procesvernieuwing, Informatie en ICT (PI&I) ondergebracht in het totale veranderprogramma van de NVWA 2020. Juni 2018 is gemeld dat het budget voor de complete veranderopgave (inclusief PI&I) ontoereikend was. In de zomer is geïntervenieerd in het programma en is met name de governance verbeterd.

In juni 2018 op initiatief van de CIO LNV een werkgroep geformeerd bestaande uit de NVWA, LNV/FEZ en CIO-office EZK/LNV. De werkgroep monitort de voortgang van het programma en meerdere aanbevelingen gedaan om te komen tot een nieuw plan van aanpak. Bevindingen uit deze werkgroep zijn geadresseerd binnen de NVWA. Op dezelfde concept versie van het nieuwe plan van aanpak is door CIO LNV een CIO-oordeel uitgevoerd. Het CIO-Oordeel is in september opgeleverd. Daarin is gekeken naar governance, programmamanagement, zakelijke rechtvaardiging, verandermanagement, mensen, proces en technologie. In oktober 2018 is een bestuurlijke reactie opgesteld op het CIO-oordeel waarin een nadere uiteenzetting van de opvolging van de aanbevelingen is gegeven. Dit alles heeft geleid tot aanpassingen in het programmaplan PI&I, welke vervolgens ook in oktober 2018 is vastgesteld door de NVWA.

Verder is door bureau Gateway eind oktober 2018 een onderzoek uitgevoerd naar onder andere de governance van het programma NVWA2020 waar PI&I (voorheen Blik) een onderdeel van is. Daarnaast is opdracht gegeven aan de Software Improvement Group (SIG) om naast hun reguliere toetsen, onderzoek te doen naar in ieder geval robuustheid en herbruikbaarheid van de gemaakte software. Dit heeft geleid tot een Validatierapport (Toetsing genericiteit basisvoorziening Inspect voor NVWA»).

2

Welke informatie hadden de toenmalig secretaris-generaal (SG) en de Minister van Economische Zaken om te beslissen over de voortgang van het programma BLIK na het advies van het BIT van maart 2017 en is het mogelijk om die informatie te delen met de Kamer?

Antwoord

Zie mijn antwoord bij vraag 1.

3

Kunt u een overzicht geven van de nieuwe werkwijzen?

Antwoord

Hieronder is een overzicht van de nieuwe werkprocessen weergegeven. De werkprocessen zijn gerangschikt naar de programmadoelen die zijn ontwikkeld vanuit het plan van aanpak NVWA 2013 (Kamerstuk 33 835, nr. 1) en NVWA 2020 (Kamerstuk 33 835, nr. 49).

Nieuwe werkwijzen

Kennis gedreven en risicogericht werken

Effectief instrumentarium

Procesvernieuwing, informatie en ICT

Integrale ketenanalyses

x

   

Staten van

x

   

Handhavingsregie

x

x

 

Openbaarmaking inspectieresultaten

 

x

x

Accepteren, beheren en inzetten van private kwaliteitssystemen

x

x

x

Inzetten van administratieve controles

x

x

 

Toepassen van internettoezicht

x

x

 

Inzetten van gedrag beïnvloedende communicatie

x

x

 

Geprogrammeerde handhaving

x

x

x

Van melding tot afmelding

x

 

x

Van vraag tot antwoord

   

x

Verleningen

   

x

Van monsterneming tot resultaat

   

x

Regelbeheersing

 

x

x

Bezwaar en beroep

   

x

Incident en crisisafhandeling

x

x

x

Keuren slachtproces

   

x

Externe werkopdrachten

   

x

4

Wat wordt bedoeld met «»het tempo van de invoering van de verandering aan de verandercapaciteit van de organisatie»» en kunt u aangeven of er toen al vertraging van de invoering werd voorzien?

Antwoord

De NVWA is stap voor stap aan het veranderen. Werkprocessen worden gemoderniseerd en geüniformeerd, nieuwe informatieproducten worden ontwikkeld, nieuwe handhavingsmethoden worden toegepast, NVWA’ers gaan anders werken en het contact met de buitenwereld wordt uitgebouwd. Doordat er zo veel vernieuwingen tegelijk lopen, is het nodig een goede balans te bewaren tussen vernieuwing enerzijds en regulier werk anderzijds. In juni 2018 heb ik uw Kamer geïnformeerd dat het voor enkele resultaten nodig is meer tijd te nemen (Kamerstuk 33 835, nr. 80). Zo kan de NVWA beheerst en stapsgewijs verder vernieuwen en voortgang boeken.

5

Op welke manier worden werkafspraken gemaakt tussen de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA) en aanbieders van digitale platforms?

Antwoord

De NVWA heeft er voor gekozen afspraken te maken met grote Nederlandse digitale platforms. Het overgrote deel van de Nederlandse consument koopt namelijk bij Nederlandse aanbieders en doet dat steeds meer via digitale platforms. Uit contact met internationale digitale platforms is bovendien gebleken dat internationale platforms liever afspraken maken op Europees niveau.

In de ogen van de NVWA moeten deze werkafspraken de volgende drie componenten bevatten:

  • 1. Preventie: de afspraken moeten ervoor zorgen dat het plaatsen van verboden aanbiedingen zo veel mogelijk wordt voorkomen. Dit verkleint de kans dat de consument onveilige aanbod tegenkomt; hierdoor hoeven achteraf minder aanbiedingen verwijderd te worden.

  • 2. Melden: de afspraken regelen dat de NVWA op een efficiënte en effectieve manier onveilig aanbod bij digitale platforms kan melden, met als doel dat dit aanbod wordt verwijderd.

  • 3. Traceren: waar nodig helpen digitale platforms de NVWA om aanbieders van verboden aanbod te traceren, zodat volgens het interventiebeleid kan worden opgetreden tegen aanbieders.

Per digitale platform wordt op een andere manier invulling gegeven aan deze drie componenten, passend bij het type digitale platform en bedrijfsmodel. Waar nodig en mogelijk worden de gemaakte afspraken in de toekomst uitgebreid.

6

Kunnen de werkafspraken tussen de NVWA en de aanbieders van digitale platforms gedeeld worden?

Antwoord

Ja. In de bijlage zijn de werkafspraken tussen de NVWA en Marktplaats evenals de werkafspraken tussen de NVWA en Bol.com bijgevoegd1.

7

Hoe worden integrale ketenanalyses binnen de NVWA uitgevoerd?

Antwoord

In een integrale ketenanalyse worden de inzichten gecombineerd vanuit de wetenschappelijke risicobeoordeling van Bureau Risicobeoordeling en Onderzoek (Buro) van de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA), fraude-informatie van de Inlichtingen- en Opsporingsdienst van de NVWA (NVWA-IOD) en toezichtsinformatie vanuit de eigen NVWA-toezichtspraktijk. Risico’s worden geïdentificeerd die in het kader van de risicobeheersing specifieke of extra aandacht behoeven binnen het NVWA-toezicht.

8

Hoe zorgen de gecontroleerde aanpak datamanagement en de vernieuwde datasets voor een betere informatiepositie van de NVWA?

Antwoord

De informatiepositie wordt onder meer verbeterd door meer databronnen te ontsluiten. Hierdoor kan sneller gereageerd worden op ontwikkelingen in de omgeving. Ook is de NVWA steeds beter in staat om databronnen met elkaar in verband te kunnen brengen. Dit levert nieuwe analysemogelijkheden en inzichten op die direct ervaren worden door alle betrokken NVWA’ers.

Een eenduidige en gestructureerde werkwijze op het gebied van datamanagement draagt niet alleen bij aan een meer solide dataproductie ten behoeve van de huidige informatiepositie, maar zorgt er ook voor dat data van de NVWA en daarbuiten gemakkelijker, sneller en flexibelere inzetbaar is voor nieuwe en verbeterde informatieproducten. Deze informatieproducten dragen op hun beurt weer bij aan de versterking van de informatiepositie van de NVWA.

9

Welke keten-, thema- en sectoroverleggen zijn er?

Antwoord

De NVWA wil een transparante en betrouwbare handhavingsorganisatie zijn. Keten-, sector- en themaoverleggen zijn voor de NVWA wezenlijk in het kader van een effectieve handhaving. De NVWA wisselt hierover op strategisch niveau van gedachten met ketenpartijen en maatschappelijke organisaties in keten-, sector- en themaoverleggen.

De NVWA heeft daartoe de volgende overleggen ingeregeld:

  • 1. Ketens

    • o roodvleesketen, pluimveevleesketen, wildketen

    • o visketen

    • o zuivelketen

    • o plantaardige keten (sectoroverleg akkerbouw, sectoroverleg tuinbouw, sectoroverleg bloembollen en sectoroverleg boomkwekerij)

    • o eierketen

    • o diervoederketen

    • o consumentenproducten

  • 2. Sector- en domeinoverleggen

    • o domeinoverleg import

    • o sectoroverleg levend vee

    • o gebruikersraad CLIENT

    • o overleg LTO (primaire sector: landbouw, tuinbouw, veeteelt)

  • 3. Themaoverleggen met NGO’s

    • o voedselveiligheid (inclusief import)

    • o dierenwelzijn

10

Wat wordt verstaan onder ondernemers op uniforme wijze tegemoet treden bij afwijkingen?

Antwoord

Ondernemers op uniforme wijze tegemoet treden bij afwijkingen houdt in dat een vergelijkbare overtreding in vergelijkbare omstandigheden tot een zelfde interventie leidt, conform het interventiebeleid van de NVWA. Daarmee maakt het voor een ondernemer niet uit welke inspecteur hij tegenover zich heeft.

11

Hoe beschrijft u het systeem van exportkanalisatie?

Antwoord

Een Export Kanalisatie Systeem (EKS) is een vrijwillig kwaliteitssysteem van een bedrijf dat periodiek goedgekeurd en gecontroleerd wordt door de NVWA. Met dit systeem neemt een bedrijf meer verantwoordelijkheid voor het waarborgen van landeneisen en de kanalisatie voor de export van producten naar derde landen. Een EKS geeft geen waarborgen voor dierziektes. Met het implementeren van een EKS kan een bedrijf op een effectievere manier gebruik maken van de certificering van partijen vlees(producten) door middel van de automatische afgifte van geleidebiljetten en centrale afgifte van exportcertificaten. Een bedrijf met een door de NVWA goedgekeurd EKS kan op een risicogebaseerde manier NVWA-toezicht ontvangen. Een bonus-malus systeem zorgt voor risico-gebaseerd toezicht waar bedrijven bij tekortkomingen in het EKS een hogere mate van toezicht genieten of waarbij de EKS-registratie kan worden ingetrokken.

12

Welke vernieuwingen in het keuringsproces hadden moeten leiden tot verdere verbetering van de efficiëntie?

Antwoord

Zoals in eerdere voortgangsrapportages is aangegeven, zijn er meerdere vernieuwingen ingevoerd die bijdragen aan de verdere verbetering van de efficiency. Zo is er een nieuw personeelsplanningssysteem ingevoerd om efficiënter te kunnen plannen, kunnen door de invoer van EKS (zie vraag 11) certificaten afgegeven worden zonder een fysieke inspectie op locatie en kan met behulp van stalkeuring flexibeler worden gepland.

13

Waar ligt het aan dat verdere verbetering van de efficiëntie niet het geval is?

Antwoord

Zoals in de Voortgangsrapportages is aangegeven, zijn er verschillende redenen waarom de gewenste verbetering van de efficiency nog niet is gerealiseerd. Voorbeelden hiervan zijn de voorbereidingen voor de Brexit, extra inzet op het gebied van kwaliteiten en uniformiteit en een stijgend ziekteverzuim.

14

Wat is er precies gedaan om het vragen- en meldingenproces te verbeteren?

Antwoord

De NVWA heeft verbeteringen doorgevoerd naar aanleiding van de aanbevelingen van de commissie Sorgdrager over de afhandeling van signalen en meldingen. Verder wordt actief feedback uitgevraagd bij melders door middel van klanttevredenheidsonderzoek. Op hoofdlijnen bestaan de verbeteringen uit:

  • Het zo veel mogelijk concentreren en registreren van in- en externe meldingen via het klantcontactcenter. Het proces voor het doen van meldingen door eigen inspecteurs is vereenvoudigd en versneld;

  • Meldingen en vragen worden inhoudelijk beoordeeld door specifiek team Meldingen en door hen waar nodig gecorrigeerd, verrijkt en daarna afgedaan dan wel doorgezet. Via een dashboard wordt dit proces gemonitord;

  • Een wegingsoverleg meldingen is in werking, waarin specifieke meldingen en trends integraal in multidisciplinair verband worden beoordeeld op behandeling;

  • Een gestructureerd proces voor het verbeteren/toevoegen van uitvraagscripts (website en telefonie) is ingeregeld;

  • Het afwegingskaders voor de behandeling van meldingen wordt geüniformeerd en doorontwikkeld.

    Zie ook het Actieplan Voedselveiligheid d.d. 21 december 2018 (Kamerstuk 26 991, nr. 536, paragraaf 3.3) en de 1e Voortgangsrapportage Actieplan Voedselveiligheid d.d. 19 april 2019 (Kamerstuk 26 991, nr. 549, paragraaf 3.3.).

15

Waar ligt het aan dat het gewenste niveau van 70% van het afhandelen van bezwaar- en beroepszaken binnen de wettelijke termijn in de doorlooptijd nog niet is bereikt?

Antwoord

Mede door het Toezichtkader NVWA waarin de NVWA is opgedragen stringenter en daadkrachtiger te handhaven, heeft de NVWA te maken met een forse toename van het aantal bezwaarschriften. Een goede en zorgvuldige afhandeling daarvan kost veel tijd. Daarnaast heeft de NVWA in verband met herverdeling van taken tussen haar en RVO.nl te maken met een flink aantal achterstallige zaken. Er worden maatregelen genomen die een zorgvuldige afhandeling kunnen versnellen, zodat het behalen van de norm binnen bereik komt.

16

Welke maatregelen zijn genomen om zaken sneller af te wikkelen en pieken op te vangen?

Antwoord

Door de gehele toezichtketen heen (van inspectie tot en met het opleggen van een maatregel en afhandeling van bezwaar) worden stappen ondernomen om het werkproces efficiënter te maken. De bouw van een goede informatievoorziening is daarbij een belangrijke pijler. Pieken worden opgevangen door continu te prioriteren wanneer zich pieken voordoen. In samenspraak met de opdrachtgevers bekijkt de NVWA of binnen de beschikbare middelen extra capaciteit – eventueel tijdelijk – kan worden gealloceerd voor de afhandeling van vragen.

17

Op welke domeinen is er een groei of stijging van personele inzet te verwachten?

Antwoord

Binnen de publieke belangen Voedselveiligheid en Dierenwelzijn is een groei te verwachten. Groei van personele inzet is voorzien binnen de volgende domeinen: Inlichtingen- en Opsporingsdienst, IOD (voedselfraude) en Keuren (cameratoezicht). Daarnaast is groei voorzien bij Meststoffen (aanvullende middelen voor fosfaten en nitraten) en productveiligheid (aanvullende middelen voor toezicht op attractie- en speeltoestellen).

18

Op basis waarvan wordt gekozen of en welke werkprocessen geprogrammeerd, gestandaardiseerd en waar wenselijk en mogelijk geautomatiseerd worden?

Antwoord

De keuze voor het standaardiseren van de diverse werkprocessen is destijds gebaseerd op het criterium impact op de veranderdoelen van de NVWA en daarmee zijn de primaire processen in beeld gekomen. In het programmaplan is opgenomen welke werkprocessen binnen het bereik van de opdracht van het programma vallen en daarmee in aanmerking komen om gestandaardiseerd en waar wenselijk en mogelijk ook geautomatiseerd te worden. Deze werkprocessen worden ook als zodanig beschreven in de concern architectuur van de NVWA. In het programmaplan is tevens opgenomen dat afwijkingen van deze scope expliciet voorgelegd moeten worden aan de directieraad, alvorens zij door het programma mogen worden uitgevoerd. Gedurende het programma PI&I zijn er dergelijke scopewijzigingen niet geweest. Met betrekking tot de automatiseringsgraad van de werkprocessen is het basisondersteuningsniveau geïntroduceerd voor het bereiken van de doelen – moderne ICT-ondersteuning, risicogerichte aanpak en adequate informatiepositie.

19

Met hoeveel fte is de capaciteit van de NVWA ICT-lijnorganisatie uitgebreid om niet meer afhankelijk te zijn van derde partijen?

Antwoord

NVWA heeft in het najaar van 2018 de capaciteit met 33 extra fte uitgebreid ten behoeve van de Informatievoorzieningsketen in het algemeen.

Deze uitbreiding betekent overigens niet dat de NVWA op ICT-gebied nooit de behoefte zal hebben aan de inschakeling van derde partijen met specifieke expertise.

20

Op welke manier wordt de performance tweewekelijks gemeten?

Antwoord

Onderdeel van de ontwikkelaanpak van de NVWA is dat bij een nieuwe functionaliteit ook automatische testen worden gemaakt. Daarmee wordt het systeem elke twee weken volledig geautomatiseerd getest en wordt ook de performance gemeten. Van deze performancemeting wordt steeds een rapport gemaakt. Op basis van dit rapport wordt met DICTU en leveranciers besproken welke verbeteracties in gang worden gezet in de infrastructuur en de modellen. Eventuele problemen die uit de geautomatiseerde tests naar voren komen, worden opgelost voordat de nieuwe versie van het systeem door kan naar gebruikersacceptatie en vervolgens naar de inproductiename.

21

Hoe kan het dat medewerkers moeten werken met nieuwe systemen, maar dat er een gebrek is aan adequate werkplekken met de juiste systeemvereisten?

Antwoord

Op pagina 17 van de Vierde Voortgangsrapportage wordt een beperkt aantal medewerkers bedoeld die het systeem in het kader van het programma bouwen en aanpassen (modelleurs). Dat betreft niet de inspecteurs. Inspecteurs zijn in staat geweest te werken met Inspect met de standaard werkplek. Het beschikbaar komen van hierboven genoemde specifieke ontwikkelwerkplekken heeft langer geduurd dan voorzien. Hierdoor konden mogelijk gewenste wijzigingen in het systeem later dan gewenst doorgevoerd worden. Dit knelpunt is bekend bij de ICT-dienstverlener en heeft gegeven het feit dat het beheer van Inspect nog doorgang moet vinden op dit moment de hoogste prioriteit.

22

Hoeveel hinder is ondervonden door het gebrek aan adequate werkplekken en hoe wordt ervoor gezorgd om dit in de toekomst te voorkomen?

Antwoord

De NVWA heeft door het later dan voorzien beschikbaar komen van de ontwikkelwerkplekken voor de modelleurs vertraging opgelopen bij de realisatie van Inspect. Ondanks het feit dat er gestopt wordt met programma PI&I, werkt de ICT-dienstverlener nog wel verder aan dit probleem om ervoor te zorgen dat er op korte termijn adequate werkplekken beschikbaar zijn. Hiermee worden verdere problemen voor de beheersorganisatie, die immers aanpassingen in Inspect moet kunnen doen, in de toekomst voorkomen.

23

Welke verdere stappen zijn gezet in het openbaar maken van naleefbeelden, het bevorderen van goede private kwaliteitssystemen, het terugdringen van niet-toegestaan aanbod via digitale (handels)platforms en het voorkomen en bestrijden van fraude?

Antwoord

Ten aanzien van het openbaar maken van naleefbeelden zijn in 2018 factsheets opgesteld, met daarin de resultaten van inspecties uit 2017 op het onderwerp dierenwelzijn. Deze zijn gepubliceerd op de website van de NVWA. In 2019 zullen de inspectieresultaten van 2018 worden gepubliceerd voor diverse andere onderwerpen.

De NVWA heeft inmiddels zeven kwaliteitssystemen beoordeeld, namelijk vier in de sector industriële productie van levensmiddelen en drie kwaliteitssystemen in de sector productie van diervoeders. Voor deze geaccepteerde kwaliteitssystemen is een monitoringssysteem opgezet, waarvan de resultaten met de schemabeheerder van het kwaliteitssysteem worden besproken. Op ketenborging.nl is ook zichtbaar dat vijf systemen momenteel in behandeling zijn bij de NVWA. Het Ministerie van LNV, het Ministerie van VWS en de NVWA zijn gestart met een traject om in alle plantaardige en dierlijke ketens de zelfregulering op het vlak van voedselveiligheid te stimuleren. Stimulering van (deelname aan) geaccepteerde kwaliteitssystemen is hiervan een onderdeel. Hierover zal in de voortgangsrapportage van het Actieplan voedselveiligheid, in oktober 2019 gerapporteerd worden.

Het toezicht op niet-toegestaan aanbod op digitale platforms gaat risicogericht door. Om invulling te geven aan de werkafspraken met Marktplaats die gericht zijn op het zo veel mogelijk weren van niet-toegestane producten op het platform, wordt daarnaast een trefwoordenlijst opgesteld. Met behulp van deze lijst worden verboden aanbiedingen automatisch verwijderd: de inspecteurs van de NVWA hoeven dan niet meer eerst verboden aanbiedingen bij Marktplaats te melden. Daarbij moet zo veel mogelijk worden voorkomen dat trefwoorden worden gekozen die maken dat advertenties worden verwijderd die niet verboden zijn («false positives»). Ook met andere digitale platforms worden nieuwe werkafspraken gemaakt.

De NVWA heeft afgelopen periode haar werkwijzen om fraude te voorkomen en bestrijden verder geprofessionaliseerd. Door inzichten uit opsporingsonderzoeken te delen binnen de NVWA, met de ministeries en de sector wordt het fraudebewustzijn bij overheden en in het bedrijfsleven verder verhoogd. Dit draagt bij aan slimmer toezicht, fraudebestendige regelgeving en meldingsbereidheid van sectoren. In de bestrijding van fraude werkt de opsporingsdienst van de NVWA steeds intensiever samen met andere overheidsdiensten. Zo heeft de NVWA de afgelopen periode de samenwerking met het RIEC/LIEC (regionaal en landelijk samenwerkingsverband op het gebied van georganiseerde criminaliteit) gezocht en inmiddels is een aanvraag ingediend om aan te sluiten bij deze structuren. Op deze manier wordt er slim gebruik gemaakt van de schaarse opsporingscapaciteit.

24

Welke werkwijze is ontwikkeld voor het inzichtelijk maken van klanttevredenheid, wat nodig is om die te verhogen en hoe wordt dit gemonitord?

Antwoord

Om NVWA-breed inzicht te krijgen in de klanttevredenheid meet de NVWA de klanttevredenheid bij klantgroepen in uiteenlopende domeinen en in verschillende kanalen. Aan de hand van een korte vragenlijst krijgt de NVWA inzicht in de klantbeleving. Ook vraagt de NVWA in de enquête om een inhoudelijke toelichting. Op basis hiervan kan de NVWA gericht keuzes maken waar verbeteracties op te richten. Binnen de NVWA zal via de bestaande kwaliteitssystemen worden gemonitord of de afgesproken verbeteracties daadwerkelijk plaatsvinden. Door de metingen te gaan herhalen krijgt de NVWA inzicht of de verbeteracties ook leiden tot een verbeterde klantbeleving.

25

De omvang van de besparing door het in gebruik nemen van INSPECT was eerder nog niet vast te stellen, maar is op dit moment inzichtelijk te maken welke besparingen en efficiëntiewinst behouden kunnen blijven?

Antwoord

Op dit moment vindt een herbezinningsfase plaats met onder andere het in beeld brengen van financiële aspecten, zoals eventuele besparingen en te behalen efficiencywinst. Ik zal uw Kamer eind 2019 informeren over de herbezinningfase.

26

Waarom heeft het overleg met de bonden niet geleid tot een oplossing om de besparing van 8 miljoen te realiseren; waar is het mis gegaan?

Antwoord

De beoogde besparing van 8 miljoen euro is gebaseerd op een onderzoek van KPMG (Efficiencyonderzoeken NVWA, Kamerstuk 33 835, nr. 55, 1 april 2016). Dit bedrag is voor een substantieel deel gebaseerd op het invoeren van een forfaitaire reistijd. Een voorstel hiervoor heb ik aangeboden aan de bonden. De bonden willen het onderwerp forfaitaire reistijd echter niet op departementaal niveau met mij bespreken en verwijzen naar het Sectoroverleg Rijk (SOR). Ik ben niet in de positie is om de bonden te dwingen tot overleg over een forfaitaire reistijd.

27

Klopt het dat van de 95 miljoen er 65 miljoen is uitgegeven aan het ICT-programma BLIK? Zo ja, kan uitgesplitst worden waaraan deze 65 miljoen is besteed (ICT-ontwikkeling, opleiding medewerkers, externe inhuur, etc.)

Antwoord

De € 65 miljoen bestaat uit totaal gerealiseerde uitgaven voor het programma BLIK van € 39,4 miljoen (periode 2014 t/m 2017) en totale uitgaven voor het programma Procesvernieuwing, Informatie en ICT van € 25,6 miljoen (periode 2018 t/m maart 2019). Het overgrote deel van de kosten heeft betrekking op externe inhuur. Hiervan is € 40 miljoen als investering aan te merken. Daarnaast is sprake van € 25 miljoen directe kosten.

28

Hoe kan het dat aangenomen werd dat het gebouwde systeem geëxporteerd kon worden naar de andere 20 inspectiedomeinen, welke onderbouwing was daarvoor (terwijl het BIT-advies van maart 2017 aangaf dat dit exporteren onwaarschijnlijk was)?

Antwoord

De aanpak van het Programma Procesvernieuwing, Informatie en ICT (PI&I) voor de ICT-ontwikkeling was gebaseerd op het uitgangspunt om te gaan werken met een, in hoge mate gestandaardiseerd, proces voor toezicht voor alle domeinen. Zo’n gestandaardiseerd proces maakt ook een standaard ondersteuning mogelijk. Vanuit de bestaande («legacy») systemen was er ook reden om herbruikbaarheid te veronderstellen. De kernapplicatie ISI ondersteunt voor inspecties bijvoorbeeld acht domeinen en de applicatie SPIN vijftien domeinen met een generieke functionaliteit.

In 2017 is de herbruikbaarheid over domeinen heen onafhankelijk functioneel getoetst door Berenschot en in 2018 is dit onafhankelijk technisch getoetst door SIG. Beide onderzoeken waren positief over de aanname dat er sprake is van herbruikbaarheid. Naast deze onderzoeken werd als onderdeel van de aanpak van Programma PI&I een inhoudelijke toets uitgevoerd alvorens het systeem verder ingericht en geïmplementeerd werd binnen een nieuw domein. Dit om te voorkomen dat er belangrijke zaken over het hoofd zouden worden gezien (fit gap analyse). Bij de domeinen Natuur, Gewasbescherming en Fytosanitair zijn deze analyses uitgevoerd en deze hebben geen aanleiding gegeven voor het doorvoeren van grote wijzigingen in het ICT-systeem. Naar aanleiding van het BIT-advies om te stoppen met het programma PI&I is de implementatie van Gewasbescherming en Fytosanitair uiteindelijk niet uitgevoerd.

29

Is er getoetst wat er voor elk inspectieterrein nodig was aan ICT-omgeving? Zo nee, waarom niet?

Antwoord

Voor alle domeinen is, in samenwerking met medewerkers uit alle onderdelen van de organisatie, een analyse uitgevoerd om in te schatten welke specifieke ICT-ondersteuning noodzakelijk is. Op basis van deze inschatting is de planning van Programma Procesvernieuwing, Informatie en ICT (PI&I) gemaakt. Daarnaast is, zoals beschreven in antwoord op vraag 28, per domein nog een aanvullende analyse uitgevoerd voor de daadwerkelijk inrichting en implementatie van het ICT-systeem om te kijken of zaken gemist werden.

30

Is bij de beslissing om te beginnen met BLIK en daarmee met het ICT-programma INSPECT, en de beslissing om door te gaan met INSPECT, ook na het BIT-advies van maart 2017, in kaart gebracht wat de beheerkosten van het programma zouden zijn en is daarmee rekening gehouden?

Antwoord

Tijdens het programma Blik is bij het besluit tot gunning een eerste schatting van de beheerkosten meegewogen. Op basis van het BIT-advies van maart 2017 is in de tweede helft van 2017 een formele businesscase voor het gebruik van Inspect opgezet en vastgesteld. In die businesscase zijn onder meer de verwachte beheerkosten voor Inspect meegenomen. Deze businesscase is als onderlegger van planning- en scopebesluiten frequent bijgesteld waaronder ook de structurele kostenpost voor beheer van Inspect. Vanaf mei 2017 zijn de eerste functionaliteiten van Inspect live gegaan en zijn inspecteurs hiermee in de praktijk gaan werken. Vanaf dat moment is in het programma Blik rekening gehouden met een aandeel beheer dat aan de ontwikkelcapaciteit onttrokken werd. Hiervoor is zoals gebruikelijk is een apart budget opgenomen in de programmabegrotingen van BLIK en PI&I. Met dit budget zijn de beheerwerkzaamheden tot en met medio 2019 gedekt. In het programmaplan was immers opgenomen dat het beheer in 2019 zowel budgettair als formatief over zou gaan naar de lijnorganisatie. De voorbereidingen op deze overdracht heeft doorgang gevonden waarmee ook vooralsnog de dekking van de beheerkosten van Inspect in de reguliere lijn is gedekt. De structurele hoogte van deze beheerkosten is nog afhankelijk van de uitkomsten van de herbezinning.

31

Welke efficiëntiedoelstellingen worden niet gehaald dit jaar en de komende jaren, doordat BLIK niet ingevoerd wordt?

Antwoord

Dit wordt momenteel in beeld gebracht in de herbezinningsfase. Ik zal uw Kamer in het najaar informeren over de herbezinningsfase. Zie eerdere vraag over deze formulering

32

Welke verwachte efficiëntiewinsten van het ICT-programma voor de NVWA zijn al ingeboekt voor de periode vanaf 2021?

Antwoord

Vanaf 2021 staat er structureel € 7,2 miljoen efficiencywinst ingeboekt.

33

Kunt u een inschatting geven van de tekorten die al dan niet ontstaan op de begroting van de NVWA dan wel van het Ministerie van LNV nu het ICT-programma is stopgezet?

Antwoord

Ook dit wordt in kaart gebracht in de huidige herbezinningsfase. Zie ook mijn antwoord op vraag 31.

34

Kunt u toelichten waarom niet gekozen is voor de standaard modelleeromgeving?

Antwoord

De NVWA maakt voor de inrichting van de generieke processen en de basisvoorziening gebruik van de standaard modelleer-omgeving. Deze is niet vervangen door een andere omgeving. Binnen de modelleeromgeving is wel een speciale voorziening gemodelleerd – de productencockpit – waarmee geautoriseerde NVWA-medewerkers de vaak wijzigende vragenlijsten zelf kunnen aanpassen, los van de uniforme processen. NVWA heeft hiervoor gekozen omdat in de geboden standaard functionaliteit van de modeleeromgeving altijd input van specialistische ICT-kennis nodig zou blijven. Tijdens de herbezinning zal de NVWA deze keuze evalueren.

35

Kunt u aangeven welke elementen van het ICT-programma BLIK nog gebruikt kunnen worden en kunt u aangeven of de gecreëerde ICT-omgeving voor de inspectieterreinen natuur, tabak en horeca nog gebruikt kan worden?

Antwoord

Dit wordt gedurende de herbezinning uitgewerkt. Op dit moment maken Horeca, Tabak en Natuur echter gebruik van Inspect. Daarmee is het in principe mogelijk om deze te blijven gebruiken.

36

Wat is de waarde van de standaardoplossing voor roosteren en het generen van managementinformatie?

Antwoord

De standaardoplossing voor roosteren is in 2017 in gebruik genomen door de directie Keuren van de NVWA. De planningsafdeling werkt sinds deze periode met het systeem. In de Eerste Voortgangsrapportage NVWA 2020 (Kamerstuk 33 835, nr. 62) is aangegeven dat de invoering van het systeem een besparing oplevert van 3 fte structureel. In de Vierde Voortgangsrapportage NVWA 2020 (Kamerstuk 33 835, nr. 117) staat dat er in 2018 geen aanvullende besparingen meer gerealiseerd zijn. De vernieuwingen in het keuringsproces leiden vooralsnog niet tot verdere verbetering van de efficiency. De belangrijkste oorzaken hiervan zijn de voorbereidingen voor de Brexit, de extra aandacht voor de kwaliteit (uniformiteit) van de keuringen en een stijgend ziekteverzuim.

De waarde van het generen van managementinformatie middels een standaardoplossing is niet specifiek toe te delen aan deze voorziening. Deze standaardoplossing maakt mogelijk dat intern gestuurd kan worden op efficiency en effectiviteit en wordt daarnaast ook ingezet om de informatie op te werken tot de met uw Kamer afgesproken Kritische Prestatie Indicatoren (KPI’s). Het generen van managementinformatie is onlosmakelijk verbonden met de interne werkwijze van de NVWA.

37

Kunt u een inschatting geven van de kosten voor achterstallig onderhoud voor het blijven gebruiken van oude ICT-systemen voor de verschillende inspectieterreinen?

Antwoord

Deze kosten worden momenteel in beeld gebracht in de herbezinningsfase. Zie ook mijn antwoord op vraag 31.

38

Zijn de oude systemen voor de inspectieterreinen horeca, tabak en natuur nog te gebruiken?

Antwoord

Dit is onderwerp van de herbezinningsfase. Hierin wordt bekeken of dit mogelijk is en welke inspanning dit vraagt.

39

Kunt u aangeven wanneer de kosten-batenanalyse met betrekking tot de beheerlasten voor INSPECT gereed is?

Antwoord

Op dit moment vindt er een herbezinningsfase plaats met onder andere een kosten-batenanalyse. Ik zal uw Kamer eind van dit jaar informeren over de uitkomsten van de herbezinningsfase.

40

Is het mogelijk dat er kennis en verkregen data verloren gaan met het stoppen van INSPECT en het terugzetten van data naar oudere systemen?

Antwoord

De kennis en data die zijn vastgelegd in Inspect gaan niet verloren. Alle data uit Inspect worden ontsloten naar de centrale gegevensopslag van de NVWA, waarvan ook het BIT geconcludeerd heeft dat deze goed is. Data terugzetten naar oudere systemen is niet mogelijk. Gezien het feit dat de data worden ontsloten naar de centrale gegevensopslag is dat echter ook niet nodig.

41

Wat is de reden dat eerdere signalen van disfunctioneren niet zijn opgepakt om met INSPECT te stoppen?

Antwoord

In juni 2018 heb ik uw Kamer geïnformeerd dat de aanpak van het programma Procesvernieuwing, Informatie en ICT is herijkt (Kamerstuk 33 835, nr. 80). Die herijking was nodig vanwege het vooruitzicht dat de ontwikkeling aanzienlijk meer geld en tijd zou gaan kosten. De eerdere signalen en aanbevelingen van externe deskundigen heb ik toen meegenomen in mijn besluit om de ontwikkeling voort te zetten.

42

Welke consequenties heeft het stoppen met INSPECT voor het functioneren van de NVWA?

Antwoord

De NVWA stopt dan wel met de verdere ontwikkeling en implementatie van de ICT-applicatie Inspect, maar de inspecties en keuringen worden uitgevoerd zoals ervoor. Wat de NVWA gisteren deed, doet ze ook morgen nog. Hoewel het tempo en de ambitie hierdoor geraakt zullen worden gaat de NVWA door met de nieuwe werkwijzen rondom de thema’s geprogrammeerd handhaven, uniform werken en toepassen van het specifiek interventiebeleid. Het doel is om de voor het toezicht beschikbare capaciteit in te zetten op die terreinen waar dat het meest nodig en het meest effectief is.

43

Wat gaat er gebeuren met de resterende 35 miljoen euro?

Antwoord

Op basis van de uitkomst van de herbezinningsfase zal besluitvorming plaatsvinden over de resterende middelen.

44

Op basis waarvan is ervoor gekozen het eerder gegeven BIT-advies niet op te volgen?

Antwoord

In maart 2017 heeft het BIT een advies uitgebracht over de voorloper van het programma Procesvernieuwing, Informatie en ICT (PI&I). Het advies was toen om een go/no-moment in te lassen na invoering van Inspect bij de domeinen Horeca & Ambachtelijke Productie en Tabak. Ik heb dit advies op de volgende wijze ingevuld. Mijn voorganger Minister Kamp heeft Berenschot gevraagd te onderzoeken wat nodig is om verantwoord door te gaan in de andere domeinen. Berenschot concludeerde dat «het systeem Inspect dat wordt ontwikkeld in opzet en vanuit ervaringen van gebruikers, zal bijdragen aan zowel efficiëntie van de primaire processen als aan de kwalitatieve doelstellingen zoals een goede informatiepositie, uniform werken, risicogerichtheid en transparantie, indien het breed binnen één of meerdere domeinen wordt gebruikt. Daarnaast dient hergebruik van software vanuit de opzet van het systeem en ervaringen van gebruikers goed mogelijk te zijn. Verder is de techniek redelijk op orde en wordt prioritering in samenspraak met management en gebruikers uitgevoerd.» In het programmaplan van PI&I van september 2018 zijn de door Berenschot gegeven adviezen om het implementatiemanagement te versterken opgevolgd en vastgelegd. Dit programmaplan kent een aantal fundamentele wijzigingen in aanpak, besturing en planning ten opzichte van programmaplan Blik op NVWA 2017 (Blik), de voorloper van het programma PI&I. De conclusies van Berenschot en de aanpassingen op het programma gaven destijds voldoende vertrouwen om verder te gaan.

45

Welke afwegingen hebben ten grondslag gelegen aan de keuze om het eerder gegeven BIT-advies niet op te volgen?

Antwoord

Zie mijn antwoord op vraag 44.

46

Een groot deel van de fouten is nog niet gevonden in het systeem; wat heeft dit voor gevolgen voor het verdere functioneren van het huidige systeem en brengt dit extra kosten met zich mee?

Antwoord

Mede naar aanleiding van het tweede BIT-advies en aanbevelingen van externe deskundigen is veel inzet gepleegd op het geautomatiseerd testen van het nieuwe systeem. Hierdoor worden veel fouten afgevangen alvorens nieuwe functionaliteiten aan inspecteurs voor te leggen en in gebruik te nemen. Het verschil in de veronderstelling van het BIT en het aantal fouten dat de NVWA heeft waargenomen heeft mogelijk te maken met een door BIT gebruikt ervaringscijfer dat mogelijk niet van toepassing is voor het door NVWA toegepaste modeleren waarbij automatisch code wordt gegenereerd.

47

Aan welke eisen op het gebied van informatiebeveiliging en privacy had moeten worden voldaan?

Antwoord

Bij de ontwikkeling van Inspect wordt rekening gehouden met vigerende wetgeving/richtlijnen zoals de BIR (Baseline Informatiebeveiliging Rijksdienst), de AVG (Algemene Verordening Gegevensbescherming), de WPG (Wet Politie Gegevens) en de WSJG (Wet Justitiële en Strafvorderlijke Gegevens). Met de inrichting van het systeem Inspect is ook voldaan aan deze wetgeving gegeven het huidige gebruik van het systeem. Bij de doorontwikkeling van Inspect heeft de NVWA expliciet aandacht voor informatiebeveiliging en privacy.

48

Op basis waarvan wordt gedacht dat er tientallen miljoenen meer nodig zullen zijn dan de resterende 35 miljoen euro die beschikbaar is om het systeem af te maken?

Antwoord

Volgens het BIT kost het ontwikkelen en implementeren van INSPECT tientallen miljoenen meer dan begroot omdat volgens het BIT INSPECT nog lang niet af is, niet waargemaakt wordt dat ontwikkelde functionaliteit herbruikbaar is, een groot deel van de ontwikkeltijd moet worden besteed aan andere zaken en het systeem vermoedelijk nog een groot aantal onontdekte fouten bevat.

49

»Wij denken dat het systeem nog veel fouten bevat die opgelost moeten worden»: welke fouten worden hieronder verstaan?

Antwoord

Zijn mijn antwoord op vraag 46.

50

Waarom is het opleiden van interne medewerkers voor de genoemde rol geen succes gebleken en uit welke gegevens blijkt dit?

Antwoord

In het rapport van het BIT wordt verwezen naar een opleidingstraject in het najaar van 2016. Deze was bedoeld voor het vergroten van de beschikbare expertise ten behoeve van ontwikkeling en beheer van Inspect. Aan dat opleidingstraject hebben indertijd inderdaad geen interne medewerkers deelgenomen. In 2018 is een plan gemaakt en vastgesteld hoe de NVWA het beheer van Inspect, in al haar facetten zou invullen. Het doel was om parallel aan het programma Procesvernieuwing, Informatie en ICT (PI&I) eigenstanding beheer in de NVWA in richten. Met het besluit te stoppen met het programma, neemt de NVWA Inspect sneller in beheer dan initieel verwacht. Hierdoor zijn tot nu toe nog geen interne medewerkers beschikbaar die deze rol kunnen vervullen. Verscheidende andere rollen, zoals de rollen functioneel beheerder, analist, product owner en productmanager, zijn al wel intern ingevuld.

51

Waaruit blijkt dat inspecteurs onvoldoende professionele ruimte ervaren in de afdoening van inspecties?

Antwoord

De professionaliteit van inspecteurs is van belang om op basis van hun expertise en vakmanschap te komen tot een oordeel over de situatie op de bedrijven die ze inspecteren. Dit vergt kennis van zowel het onderwerp van de inspectie als de regelgeving. In de afdoening van inspecties streeft de NVWA naar rechtsgelijkheid. Om die reden wordt in het specifieke interventiebeleid vastgesteld welke interventie dient te worden toegepast indien bij een inspectie wordt geconstateerd dat een bedrijf een specifieke regel niet naleeft. Op dat vlak is er dus in beginsel geen ruimte voor een individuele afweging door de inspecteur. Indien hierdoor naar het oordeel van een inspecteur een onacceptabele situatie ontstaat, heeft deze echter de mogelijkheid gemotiveerd af te wijken van het specifiek interventiebeleid. Vanwege het streven naar rechtsgelijkheid wordt over dergelijke afwijkingen overleg gevoerd met een leidinggevende. Het is van belang dat er aandacht is voor de relatie tussen professionele ruimte en interventiebeleid en rechtsgelijkheid. Dit gebeurt binnen de NVWA bijvoorbeeld in trainingen aan inspecteurs over het interventiebeleid.

52

Hoe kan aan deze inspecteurs meer professionele ruimte geboden worden?

Antwoord

Om beter gebruik te maken van de vakkennis en ervaring vanuit de praktijk worden inspecteurs sinds het najaar van 2018 nadrukkelijk betrokken bij de opstelling van het specifiek interventiebeleid. Zie ook mijn antwoord op vraag 51 over de relatie tussen professionele ruimte en interventiebeleid en rechtsgelijkheid.

53

Op welke manier kan de kwaliteit van de lijsten van de te inspecteren bedrijven verbeterd worden om alsnog de gewenste risicogerichte en geprogrammeerde handhaving te realiseren?

Antwoord

De kwaliteit van de lijst van te inspecteren bedrijven wordt verbeterd door gegevens in te kopen van op dat vlak gespecialiseerde bedrijven en die te combineren met gegevens waarover de NVWA al beschikt en met data van de Kamer van Koophandel.

54

Hoe kan het dat majeure architectuurkeuzes worden gemaakt zonder een verkenning van alternatieven, zonder kosten-batenanalyse, en zonder inzicht in de consequenties voor beheer?

Antwoord

Sinds de start van programma Procesvernieuwing, Informatie en ICT (PI&I) zijn er geen majeure architectuurkeuzes geweest. De door het BIT genoemde voorbeelden van majeure keuzes zijn van voor de start van het programma PI&I. De genoemde architectuurkeuze met betrekking tot de ontwikkeling van de productencockpit is gemaakt in 2016 gedurende de initiële inrichting van Inspect en is een direct gevolg van de wens van de NVWA om zonder ICT-inspanning zelf producten zoals inspectielijsten te kunnen inrichten en aanpassen. Deze keuze is in 2017 intern geëvalueerd. De inzet van een specialistische tool voor wetgevingsanalyse is een architectuurkeuze uit 2017. Hierbij is pas na een marktverkenning, een proeffase en evaluatie van deze proeffase overgegaan tot verwerving van deze tool. De uitkomst van de evaluatie uit 2017 en de architectuurkeuze om een specialistische tool voor wetgevingsanalyse in te zetten zal worden betrokken in de komende herbezinning.

55

Waarom is ervoor gekozen om het advies om de resultaten van het programma te monitoren op basis van key performance indicators (KPI’s) niet op te volgen?

Antwoord

In maart 2017 heeft het BIT een advies uitgebracht over de voorloper van het programma Procesvernieuwing, Informatie en ICT (PI&I). Naar aanleiding van dat advies heeft de NVWA samen met het departement de volgende KPI’s opgesteld. Deze worden maandelijks gemonitord:

  • Voortgang planning en kosten

  • Ontwikkelsnelheid (velocity) per ontwikkelteam

  • Rework (vermijdbaar werk door fouten in ontwikkeling/testen)

  • Onderhoudbaarheid systeem (onafhankelijk extern getoetst)

  • Performance

  • Gebruik Inspect (aantal medewerkers en aantallen inspecties)

  • Uitgefaseerde systemen.

56

Wat voor gevolgen heeft het onderbrengen van de processen voor Horeca en Ambachtelijke Productie, Tabak en Natuur in de oude systemen voor de kwaliteit van het toezicht houden en keuren?

Antwoord

De gevolgen worden onderzocht tijdens de herbezinning. Op voorhand is wel duidelijk dat de gewenste verwerking voor zowel toezicht als keuren zonder aanpassingen van bestaande systemen niet mogelijk zal zijn. Voor de ondersteuning in Inspect voor de registratie van resultaten van roodvleeskeuringen is op dit moment in het geheel geen oud systeem beschikbaar.

57

Op basis waarvan wordt gesteld dat er wordt gedacht dat er met de invoering van risicogericht werken een eind gekomen kan worden zonder aanpassing van IT-systemen?

Antwoord

Het BIT heeft niet aangegeven wat de basis is van deze stelling in hun advies. NVWA zal deze stelling nader onderzoeken tijdens de herbezinning.


X Noot
1

Raadpleegbaar via www.tweedekamer.nl.