Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2017-201833835 nr. 80

33 835 Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA)

Nr. 80 BRIEF VAN DE MINISTER VAN LANDBOUW, NATUUR EN VOEDSELKWALITEIT

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 7 juni 2018

In mijn brief van 15 mei 20181 bij de tweede voortgangsrapportage NVWA 2020 heb ik aangekondigd dat de planning van NVWA 2020 opnieuw bekeken zou worden. Hierbij informeer ik u, mede namens de Minister voor Medische Zorg en Sport, dat de NVWA de planning heeft aangepast. In de bijlage treft u de resultaten hiervan aan2.

Het kabinet heeft besloten en in het regeerakkoord vastgelegd dat de NVWA wordt doorgelicht op kosteneffectiviteit en efficiëntie. Deze doorlichting zal dit jaar starten. Onderdeel van deze doorlichting is het inzichtelijk maken van de opbrengsten van de efficiëntiemaatregelen die de NVWA sinds het plan van aanpak vanaf 2014 heeft doorgevoerd. Daarbij laat ik ook kijken naar de efficiëntiewinsten die mogelijk behaald kunnen worden door uitbesteding van taken aan private partijen. Het zogenoemde kostprijsmodel (o.a. grondslag voor retributies) wordt ook bekeken. Het bedrijfsleven zal ik nadrukkelijk bij de doorlichting betrekken. Op 6 juni heb ik hierover een eerste overleg gehad met het bedrijfsleven. Ik heb geluisterd naar de ervaringen die bedrijven hebben met de keuringen en hun observaties over de kosten. Ik heb bedrijven uitgenodigd om mee te denken in de klankbordgroep. De resultaten van de doorlichting verwacht ik in het voorjaar van 2019.

Voor de vernieuwing van de NVWA is er de afgelopen jaren veel werk verzet. Hoewel een aantal programma’s grotendeels is afgerond, vraagt het moderniseren van de werkprocessen en ICT, het ontwikkelen van nieuwe informatieproducten en de toepassing van nieuwe instrumenten meer tijd. De NVWA schat in dat tot en met 2021 nodig is om de beoogde doelen van NVWA 2020 te bereiken.

De uitloop van NVWA 2020 betekent dat de interne programmaorganisatie en de ICT-ontwikkeling langer doorlopen. Bij de start van de ICT vernieuwing is uitgegaan van een bedrag van € 36 mln. ten behoeve van de eerste ontwikkeling van de ICT systemen. U bent hierover geïnformeerd via de brief van 27 mei 20163. Bij de schriftelijke beantwoording van de Kamervragen n.a.v. het eerste BIT-advies van 3 juli 20174 bent u geïnformeerd over een aanvullend bedrag van € 16 mln. ten behoeve van de implementatie van het nieuwe ICT-systeem, waaronder de opleidingen van medewerkers. Beide bedragen zijn gedekt binnen de bestaande financiële kaders. De uitloop zorgt voor een aangepaste planning voor de ICT-ontwikkeling in NVWA 2020. Dit brengt meerkosten met zich mee omdat de ICT-projectorganisatie over een extra looptijd van 22 maanden ingezet zal moeten worden, omdat tijdens het implementatietraject de bestaande ICT-applicaties in beheer zullen moeten blijven en vanwege overige aanvullende kosten zoals extra hardware. De dekking van deze kosten kan gevonden worden binnen de bestaande financiële kaders.

De totale kosten van de ICT binnen de vernieuwing NVWA 2020 bedraagt daarmee € 95 mln. over de periode van 2014 t/m 2021. De overschrijding van de geraamde kosten is fors. Daarom zal ik, ook conform de motie5 van de leden Geurts en Lodders, het BIT vragen dit najaar de aangepaste aanpak voor de ICT-vernieuwing en de daarbij behorende kosten te beoordelen.

Een bredere inventarisatie van financiële knelpunten van de NVWA heeft duidelijk gemaakt dat er andere organisatorische risico’s zijn ter hoogte van circa € 22 mln. Ik bekijk samen met de NVWA of en in welke mate deze kosten zich zullen manifesteren en hoe deze kosten omlaag kunnen worden gebracht. Daarnaast wordt het rapport van de commissie Sorgdrager op korte termijn verwacht.

Met daarbij het onderzoek naar kosteneffectiviteit en efficiëntie is het van belang om een integrale financiële afweging te maken. In oktober zal ik uw Kamer hierover nader informeren.

Het kabinet stelt structureel geld beschikbaar om het toezicht te versterken, zoals in het regeerakkoord opgenomen. Om rekening te houden met de lopende onderzoeken en toch te kunnen starten met de versterking van het toezicht dat is afgesproken in het regeerakkoord, zal ik dit jaar nog een voorstel indienen om vanaf 2019 een deel van de middelen uit het Regeerakkoord in te zetten voor de versterking van het toezicht op dierenwelzijn en voedselveiligheid.

KDS/COKZ

Van invloed op de inrichting van keuringen en de rol van de NVWA daarbij is de motie van het Lid Geurts c.s.6 waarin uw Kamer heeft gevraagd om voor de Kwaliteitskeuring Dierlijke Sector (KDS) in overleg met het bedrijfsleven een toekomstscenario uit te werken en de huidige wijze van toezicht en exportcertificering met het Centraal Orgaan voor Kwaliteitsaangelegenheden in de Zuivel (COKZ) in stand te laten.

Mede naar aanleiding van de motie zal ik een verkenner opdracht geven om de verschillende opties voor KDS nogmaals te beoordelen. Ik verwacht dat een verkenner na de zomer zal starten en eind dit jaar verslag kan doen. Uitgangspunten voor de verkenning zijn een goede borging van de publieke verantwoordelijkheid, onafhankelijkheid, volksgezondheid en voedselveiligheid, herstel van het publiek vertrouwen, maar ook beheersbaarheid van de kosten en de juridische haalbaarheid. Het bedrijfsleven zal uitdrukkelijk bij dit onderzoek betrokken worden. Het wetsvoorstel tot wijziging van de Wet dieren om de keuringstaken van KDS in het publieke domein te brengen zal het kabinet niet verder in procedure brengen.

Voor het COKZ begrijp ik de wens van uw Kamer zoals verwoord in de motie. Zoals ik ook in het VAO van 6 maart 2018 heb gemeld loopt er nu het onderzoek van de Commissie Sorgdrager naar aanleiding van de fipronilcrisis (Handelingen II 2017/18, nr. 57, item 29). Dat onderzoek gaat ook over het toezicht op de eiersector. De Minister voor Medische Zorg en Sport en ik willen de resultaten en de adviezen van dit onderzoek afwachten alvorens te besluiten over de inrichting van het systeem van keuring en toezicht voor zuivel en eieren. Daarbij zullen wij ook de eisen uit de nieuwe Controleverordening bezien en vanzelfsprekend ook COKZ en het bedrijfsleven betrekken. Ik zal u in september hier nader over informeren.

Brexit

In het AO NVWA van 8 februari 2018 is gesproken over de gevolgen van de Brexit (Kamerstuk 33 835, nr. 76). De gevolgen hiervan kunnen een grote impact hebben op het bedrijfsleven. De NVWA werft momenteel extra personeel om de mogelijk noodzakelijke keuringen en controles uit te kunnen voeren. Mijn ministerie is in nauw regulier overleg met het bedrijfsleven om de nodige voorbereidingen te treffen. Deze gesprekken stellen ons en het bedrijfsleven in staat de gevolgen van de Brexit zo goed mogelijk op te vangen. Deze samenwerking met het bedrijfsleven wil ik verder ontwikkelen.

De Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit, C.J. Schouten


X Noot
1

Kamerstuk 33 835, nr. 78.

X Noot
2

Raadpleegbaar via www.tweedekamer.nl

X Noot
3

Kamerstuk 33 835, nr. 33

X Noot
4

Kamerstukken 33 835 en 26 643, nr. 59

X Noot
5

Kamerstuk 33 835, nr. 68

X Noot
6

Kamerstuk 33 835, nr. 67