33 750 X Vaststelling van de begrotingsstaten van het Ministerie van Defensie (X) voor het jaar 2014

Nr. 6 VERSLAG HOUDENDE EEN LIJST VAN VRAGEN EN ANTWOORDEN

Vastgesteld 29 oktober 2013

De vaste commissie voor Defensie, belast met het voorbereidend onderzoek van dit voorstel van wet, heeft de eer verslag uit te brengen in de vorm van een lijst van vragen met de daarop gegeven antwoorden.

De vragen zijn op 9 oktober 2013 voorgelegd. Bij brief van 25 oktober 2013 zijn ze door de Minister van Defensie beantwoord.

Met de vaststelling van het verslag acht de commissie de openbare behandeling van het wetsvoorstel voldoende voorbereid.

De voorzitter van de commissie, Ten Broeke

De adjunct-griffier van de commissie, Dekker

1

Op welke gebieden is er een gebrek aan inzetbaar materieel bij de strijdkrachten als gevolg van achterstallig onderhoud en wanneer is de verwachting dat dit, uitgesplitst per materieel-groep, is opgelost?

Defensie kent problemen bij de inzetbaarheid van een aantal hoofdwapensystemen. Hierover bent u regelmatig geïnformeerd. Aan het wegwerken van de tekorten die in de periode 2006 tot 2011 zijn ontstaan, wordt gewerkt. De werkzaamheden voor het herstel van de voorraad- en onderhoudsachterstanden lopen van 2012 tot en met 2014. Hiervoor is een budget van € 135 miljoen vrijgemaakt. Het herstel van de gereedstellingsvoorraden is voorzien voor eind 2014 met een mogelijke uitloop naar 2015 voor artikelen die moeilijk verkrijgbaar zijn of een lange verwervingstijd vergen. Met de nota In het belang van Nederland zijn aanvullende maatregelen genomen, zoals het structureel verhogen van het budget voor materiële exploitatie met € 50 miljoen (waarvan € 10 miljoen voor helikopters). Daarnaast is structureel € 9 miljoen beschikbaar gesteld voor de NH-90. De maatregelen uit beide nota’s zorgen ervoor dat de inzetbaarheid voor alle wapensystemen naar verwachting in 2016 op het gewenste niveau is. Wat betreft de helikopters is de verwachting dat de inzetbaarheid van de Apache en de Chinook-helikopters vanaf 2016 op orde is. Het totale evenwicht in de vraag en het aanbod van helikoptercapaciteit wordt bereikt in 2018, na volledige instroom van de NH-90.

2

Kunt u een overzicht geven van de kostenbesparingen die de afgelopen vijf jaar zijn behaald door internationale samenwerking in NAVO- en EU-verband?

Internationale samenwerking is niet primair gericht op besparingen, maar op de vergroting van het handelingsvermogen van de betrokken krijgsmachten. Daarbij gaat de aandacht uiteraard ook uit naar het vergroten van de doelmatigheid.

3

Kunt u toelichten welk bedrag het Ministerie van Defensie in de komende tien jaar van haar budget bijdraagt aan de Nederlandse economie en hoeveel daarvan wordt gebruikt voor innovatieve projecten?

Op basis van de begroting 2014 is de raming van de defensie-uitgaven in de komende tien jaar ongeveer € 75 miljard. Hiervan zal ongeveer € 66 miljard in Nederland worden uitgeven en daarmee direct ten goede komen aan de Nederlandse economie. Ongeveer € 9 miljard zal worden uitgegeven in het buitenland. Een deel daarvan zal via industriële participatie weer terugkomen bij Nederlandse bedrijven.

Defensie opereert met het modernste materieel. Defensie streeft er daarom naar twintig procent van het budget uit te geven aan investeringen die veelal innovatief zijn. Ook andere uitgaven, zoals het onderhoud van materieel en het opleiden van (technisch) personeel, bevorderen het innovatieve vermogen van de Nederlandse economie. Voor de bekostiging van wetenschappelijk onderzoek is de komende tien jaar bijna € 600 miljoen geraamd.

4

Welke besparing levert het opheffen van de marinierscompagnie in de West op na aftrek van de extra kosten door roulatie? Is hier een business case van en is deze openbaar?

Als gevolg van de begrotingsafspraken van 11 oktober jl. komt een deel van de maatregelen uit de nota in een ander licht te staan. De extra middelen maken het terugdraaien van deze maatregel mogelijk. Dit zorgt voor behoud van werkgelegenheid en vermindert het beslag op de overige eenheden die roulatie met zich mee zou brengen.

5

Kunt u toelichten waarom het hoofdstuk Defensie Industrie Strategie in de bijlage van de begroting 2013 en 2014 is geschrapt?

De herziening van de Defensie Industrie Strategie (DIS) duurt langer dan voorzien. Bij het opstellen van de defensiebegroting was geen nieuwe informatie beschikbaar en daarom is het hoofdstuk DIS uit de bijlage geschrapt. De Kamer zal in een afzonderlijke brief worden geïnformeerd over de stand van zaken van de herziene DIS.

6

Wat is het strategisch plan van Defensie om te werken aan het draagvlak in de samenleving?

Defensie werkt voortdurend aan verbreding van de steun in de samenleving. Uit recente onderzoeken komt het beeld naar voren dat de samenleving veel waardering heeft voor het personeel van Defensie, maar dat de waardering voor de taken achterblijft. Daarbij valt op dat men wel weet wat Defensie doet, maar niet voldoende het belang hiervan voor de samenleving ziet, het waarom. Bovendien worden vrijheid en veiligheid veelal als vanzelfsprekend ervaren.

De nota In het belang van Nederland (Kamerstuk 33 763, nr. 1) en de Internationale Veiligheidsstrategie (Kamerstuk 33 694, nr. 1) zijn leidend voor de strategische communicatie van Defensie. Op basis van het omgevingsbeeld zal de strategie er de komende jaren op gericht zijn meer aandacht te genereren voor het belang van de krijgsmacht voor Nederland. Daarbij speelt een grote rol dat Nederland een internationaal georiënteerd handelsland is dat baat heeft bij een stabiele en veilige wereld. Het werken aan draagvlak voor de krijgsmacht in de samenleving kan Defensie overigens niet alleen. Ook andere belanghebbenden én de politiek hebben hierbij nadrukkelijk een rol te vervullen.

7

Welk bedrag kunt u netto besteden indien geen rekening wordt gehouden met pensioenen, wachtgelden en de afdracht van de Belasting Toegevoegde Waarde (BTW) bij investeringsprojecten? Wat is dan het percentage van het Bruto Nationaal Product (BNP)?

Het defensiebudget voor 2014, gesaldeerd voor ontvangsten, bedraagt € 7,3 miljard. De post pensioenen en wachtgelden op het artikel Centraal Apparaat en de afdracht van BTW bedragen in totaal ongeveer € 2,1 miljard, waardoor Defensie € 5,2 miljard netto kan besteden. Dit is netto 0,87 procent van het Bruto Binnenlands Product (BBP).

8

Bij welke andere Rijksbegrotingen wordt uitgegaan van een planningshorizon van 15 jaar voor exploitatiekosten? Welke mate van betrouwbaarheid wordt daar aangehouden?

Het Ministerie van Infrastructuur en Milieu (I&M) hanteert in zijn begroting eveneens een planningshorizon van vijftien jaar voor exploitatiekosten. Dat staat in het Infrastructuurfonds en het Deltafonds. Bij investeringsprojecten neemt de nauwkeurigheid toe naarmate de besluitvorming verder is gevorderd. Bij aanvang van een project is er sprake van een ruwe budgettaire indicatie. Zodra de gunning van een project aan de orde is, zijn ook de gevolgen voor de exploitatie nauwkeuriger in beeld gebracht.

9

Zijn er financiële afspraken gemaakt over aansprakelijkheid in verband met de eventuele schade als gevolg van ongelukken met kernwapens in Nederland?

Op basis van bondgenootschappelijke afspraken wordt niet ingegaan op eventuele bilaterale of multilaterale overeenkomsten die verband houden met de kernwapentaak van Nederland in het kader van de bondgenootschappelijke verdediging.

10

Als de inzet van de Patriots in Turkije met een jaar verlengd wordt, hoeveel kost dat dan?

11

Als de inzet van de Patriots in Turkije met een jaar verlengd wordt, kan dit betaald worden uit het Budget Internationale Veiligheid (BIV)?

Wanneer verlenging van de inzet van de Patriots aan de orde is, zullen de uitgaven hiervoor inzichtelijk worden gemaakt.

12

Kunt u in het verlengde van de Verkenningen (Kamerstuk 31 243, nr. 17), de Internationale Veiligheidsstrategie (33 694, nr. 1) en de Nota In het belang van Nederland (33 763, nr. 1) de vraag beantwoorden welke militaire bijdrage Nederland wil leveren in internationaal verband en ten opzichte van andere landen? Welke rol wil Nederland in de wereld spelen en voor welke belangen en waarden wil Nederland pal staan?

Zoals in de Internationale Veiligheidsstrategie is gesteld, is Nederland met zijn open economie en internationale oriëntatie sterk afhankelijk van het buitenland. Dit vraagt om een verantwoordelijke en actieve opstelling van Nederland in de bondgenootschappen waar ons land deel van uitmaakt. De Nederlandse militaire bijdrage wordt niet gerelateerd aan de bijdrage van andere landen, maar aan Nederlandse belangen die moeten worden beschermd. Onder deze belangen vallen veiligheidsbelangen en economische belangen, maar ook de bescherming van de internationale rechtsorde.

13

Kunt u in het verlengde van de Verkenningen, de Internationale Veiligheidsstrategie en de Nota In het belang van Nederland de vraag beantwoorden welke Defensie inspanning nodig en/of wenselijk is en hoe Nederland om zal gaan met de fundamentele onzekerheid over toekomstige ontwikkelingen?

De onzekerheid over de ontwikkelingen in de wereld vraagt om een moderne, bruikbare krijgsmacht die beschikt over een mix van capaciteiten om alle strategische functies te kunnen uitvoeren en over voldoende escalatievermogen om in onvoorspelbare conflictsituaties te kunnen opereren.

14

Kunt u in het verlengde van de Verkenningen, de Internationale Veiligheidsstrategie en de Nota In het belang van Nederland de vraag beantwoorden welke balans moet worden getroffen tussen de bescherming en zo nodig verdediging van het eigen en het bondgenootschappelijk grondgebied en het optreden bij de bron van bedreigingen van onze veiligheid, al dan niet ter bevordering van de internationale rechtsorde?

Hoewel een grootschalige bedreiging van het eigen en bondgenootschappelijk grondgebied op korte en middellange termijn niet waarschijnlijk is, is een toereikende uitrusting van de krijgsmacht wel noodzakelijk. De toestand in Syrië illustreert dat het Navo-grondgebied niet immuun is voor dreigingen, vandaar de bijdrage van Nederland aan de Patriotmissie in Turkije. Ook elders in de wereld kunnen Nederlandse belangen in het geding zijn. De Nederlandse krijgsmacht moet zijn uitgerust om zo nodig te kunnen optreden.

15

Kunt u in het verlengde van de Verkenningen, de Internationale Veiligheidsstrategie en de Nota In het belang van Nederland de vraag beantwoorden welke bijdrage de krijgsmacht binnen de eigen landsgrenzen moet leveren aan de veiligheid van onze samenleving in het licht van de groeiende kwetsbaarheid voor maatschappelijke ontwrichting?

De krijgsmacht levert een belangrijke bijdrage aan de nationale veiligheid. Dagelijks is een derde van de krijgsmacht inzetbaar voor taken binnen de Nederlandse grens. Momenteel wordt met civiele autoriteiten overlegd over aanvullende afspraken die de civiele autoriteiten wenselijk achten.

16

Kunt u in het verlengde van de Verkenningen, de Internationale Veiligheidsstrategie en de Nota In het belang van Nederland de vraag beantwoorden welke afhankelijkheden van andere landen Nederland op veiligheids- en defensiegebied kan aanvaarden en tot welk punt u de autonomie wilt behouden?

Nederland is niet bij machte geheel zelfstandig zijn veiligheid te waarborgen. Vanaf 1948 geniet Nederland bescherming van de Navo. In de Navo en de EU zoekt Nederland intensieve militaire samenwerking met partnerlanden om het militaire handelingsvermogen te behouden en te vergroten. De inzet van militairen blijft de nationale verantwoordelijkheid van de samenwerkingspartners. Nederland behoudt voorts te allen tijde volledige zeggenschap over Nederlandse militairen en materieel.

17

Kunt u per maatregel die voortkomt uit de Nota In het belang van Nederland de financiële opbrengst weergeven?

Op 11 oktober jl. zijn nieuwe begrotingsafspraken gemaakt. Daarvoor ben ik de betrokken partijen dankbaar. Voor de gevolgen voor de plannen van Defensie verwijs ik naar mijn aanvulling op de nota.

18

Hoe lang kan de missie nog duren waarover wordt gesproken? Hoeveel militairen kunnen er tegelijkertijd worden uitgezonden? Zou een missie als Uruzgan nog tot de mogelijkheden behoren?

In overeenstemming met de inzetbaarheidsdoelstellingen in de nota In het belang van Nederland blijft de krijgsmacht met de bataljons van de landmacht en de mariniersbataljons in staat tot een operatie met een brigadetaakgroep (eenmalig) of een langdurige operatie met een bataljonstaakgroep en een kortdurende operatie met een andere bataljonstaakgroep. Een missie zoals Uruzgan blijft daarom uitvoerbaar.

19

Wat zijn de lopende reorganisaties die in 2011 in gang zijn gezet?

20

Welke reorganisaties die in 2011 in gang zijn gezet worden in 2014 voltooid?

21

Welke lopende reorganisaties die in 2011 in gang zijn gezet zullen niet in 2014 worden voltooid?

Zie bijlage 1 voor het overzicht van de reorganisaties als gevolg van de beleidsbrief 20111.

22

Welke reorganisaties komen bovenop de lopende reorganisaties die in 2011 in gang zijn gezet?

De maatregelen als gevolg van de nota In het belang van Nederland worden door de defensieonderdelen uitgewerkt. In het tweede kwartaal van 2014 zal waarschijnlijk duidelijk zijn welke reorganisaties bovenop de lopende reorganisaties uit 2011 komen.

23

Kunt u een organogram naar de Kamer sturen van de nieuwe Defensieorganisatie met de nieuwe taak- en verantwoordelijkheidsverdeling zoals die voortvloeit uit de reorganisatie?

In onderstaande figuur vindt u het organogram van de defensieorganisatie na de huidige reorganisaties volgens het nieuwe besturingsmodel. Dit organogram zal niet veranderen als gevolg van de nota In het belang van Nederland of de reorganisaties die daaruit voortvloeien.

24

Wat is uw betrokkenheid bij het besteden van de gelden uit het nieuwe BIV (van jaarlijks € 250 mln.)?

De Minister van Buitenlandse Handel & Ontwikkelingssamenwerking (BH&OS) is, in overeenstemming met de Ministers van Defensie en van Buitenlandse Zaken, verantwoordelijk voor de aanwending van middelen uit het Budget Internationale Veiligheid (BIV). Besluiten daarover worden interdepartementaal voorbereid en uitgevoerd.

25

Wanneer zijn de structurele financiële problemen begonnen waarover u spreekt?

Defensie kampt al jaren met een structurele financiële problematiek. Sinds het einde van de Koude Oorlog krimpt de defensieorganisatie en wordt doorlopend gezocht naar een evenwicht tussen ambities en middelen. Operaties, bijvoorbeeld in Afghanistan en boven Libië, hebben vervolgens de vraag naar onderhoud en reservedelen doen toenemen, zonder dat de budgetten voor materiële exploitatie hierop volledig waren aangepast. Zo liepen bijvoorbeeld vliegers trainingsachterstanden op en ontstonden er tekorten aan reservedelen en munitie.

Deze factoren hebben de laatste jaren geleid tot een grillige begrotingsrealisatie en de noodzaak interne problematiek op te lossen. Sinds de beleidsbrief 2011 is het financiële inzicht in de uitgaven aan wapensystemen verbeterd. Het evenwicht tussen ambitie en middelen is beter gewaarborgd dan in het verleden. Toch is ook in de aanloop naar de totstandkoming van de nota gebleken dat het noodzakelijk is om aanvullende financiële problematiek op te lossen.

26

Is het mogelijk om de compensatie van de Wet Uniformering Loonbegrip (WUL) niet te laten plaatsvinden voor nieuwe werknemers van Defensie? Welke besparing levert dat op langere termijn op?

Het is vanuit juridisch oogpunt niet mogelijk nieuwe werknemers te compenseren voor de effecten van de WUL. Er bestaat geen rechtvaardigingsgrond voor de ongelijkheid in beloning die dan ontstaat. Een besparing is dan ook niet aan de orde.

27

Als de WUL compensatie niet plaatsvindt, hoeveel minder mensen hoeven er dan ontslagen te worden?

Defensie heeft ervoor gekozen de militairen deels te compenseren voor de onbedoelde effecten van de WUL. De hiervoor benodigde gelden na 2014 zijn meegenomen in de totale problematiek die met de nota In het belang van Nederland met maatregelen wordt belegd. Deze vorm van compensatie acht Defensie noodzakelijk. Ik verwijs voorts naar mijn aanvulling op de nota.

28

Kunt u toelichten of het niet compenseren van de kosten van de invoering van de WUL voor Defensie arbeidsplaatsen heeft gekost, zoals ook wordt gesteld in het artikel «Bataljon Infanteristen van Weekers» dat gepubliceerd is op de website van GOV|MHB2? Zo ja, hoeveel?

De compensatie van de kosten (€ 50 miljoen) maakt deel uit van de gepresenteerde problematiek. Om deze op te lossen zijn diverse maatregelen getroffen die ook leiden tot een verlies aan arbeidsplaatsen. De maatregelen zijn niet specifiek gekoppeld aan de compensatie van de WUL. Ik verwijs voorts naar mijn aanvulling op de nota.

29

Kunt u toelichten of u, net als Staatssecretaris van Financiën, ook van mening bent dat de effecten van de invoering van de WUL acceptabel zijn waar het Defensie en de defensiemedewerkers (in het bijzonder de militairen) betreft?

Voor militairen kunnen de effecten als gevolg van de invoering van de WUL oplopen tot -4,7 procent. Met de compensatie van structureel € 50 miljoen op jaarbasis worden de effecten beperkt tot maximaal -1,5 procent. Dat is binnen de bandbreedte van +1,5 tot -1,5 procent die het kabinet hanteert.

Voor het burgerpersoneel zijn de effecten van de invoering van de WUL niet anders dan voor werknemers buiten Defensie.

30

Welke herschikkingen hebben plaatsgevonden in verband met de cao-afspraken van december 2011? Ten koste van welke investeringen is dit gegaan?

De CAO-afspraken (december 2011) zijn tot stand gekomen binnen het mandaat van de ministerraad. Er is vervolgens in 2012 echter geen loonbijstelling uitgekeerd. Daarom zijn de CAO-afspraken gefinancierd door een herschikking van verschillende structurele overschotten en tekorten binnen de begroting. Er kan daardoor geen koppeling worden gemaakt met specifieke investeringen.

31

Kunt u toelichten hoe de Research & Development (R&D)-uitgaven aan het marinecluster de periode overbruggen van de doorgeschoven maritieme investeringsprojecten?

R&D-budgetten zijn niet bedoeld om vertragingen in investeringsprogramma’s op te vangen. Budget voor R&D wordt toegewezen aan kennisopbouwprogramma’s en vanaf 2014 jaarlijks vastgelegd in het Defensie Kennis- en Innovatieplan (voorheen het R&D-plan). Dominante criteria bij de toewijzing van budgetten zijn onder andere de relatie met de nota en met investeringsprojecten. Op deze manier wordt bij de besluitvorming integraal rekening gehouden met doorgeschoven investeringen.

32

Wat zijn de verwachte exploitatiekosten van het nieuwe bevoorradingsschip dat het Joint Support Ship (JSS) moet vervangen?

33

Wat is de minimale personele bezetting van het JSS als het alleen de bevoorradingstaak uitvoert?

34

Kunt u een schatting geven van de verwachte personele bezetting van het bevoorradingsschip dat het JSS vervangt?

35

Wat zijn de geschatte exploitatiekosten van het JSS als het alleen de bevoorradingstaak uitvoert?

36

Wat zijn de geschatte exploitatiekosten van het JSS als het met minimale bemanning de bevoorradingstaak uitvoert?

37

Kunt u toelichten wat de exploitatiekosten zijn van het JSS als het alleen de bevoorradingstaak uitvoert en de verwachte exploitatiekosten van het nieuwe bevoorradingsschip?

38

Wat is het verschil tussen de investeringskosten van het JSS en de verwachte verkoopopbrengst?

39

Wat zouden de exploitatiekosten zijn van het JSS als deze in gebruik wordt genomen en welk bedrag is gemoeid met de mogelijke verkoop van het JSS?

40

Is er over het besluit om het JSS niet in dienst te nemen afstemming geweest met internationale samenwerkingspartners? Zo ja, met welke partners en hoe stonden zij tegenover dit besluit?

41

Is er voor het besluit tot om het JSS niet in dienst te nemen overleg geweest met internationale partners over een eventuele gezamenlijke exploitatie van het schip? Zo ja, met welke landen? Zo nee, waarom niet?

42

Is er over het besluit om het JSS niet in dienst te nemen afstemming geweest met de NAVO? Zo ja, hoe stond de NAVO tegenover dit besluit? Zo nee, waarom niet?

43

Hoeveel directe en indirecte werkgelegenheid verdwijnt er met de maatregel om het JSS niet in dienst te nemen?

44

Welke gevolgen heeft het niet in de vaart nemen van het JSS voor de bouw van de nieuwe kade in Den Helder?

45

Welke financiële gevolgen heeft het voor Defensie als de bouw van de nieuwe kade in Den Helder niet door gaat wegens het niet in de vaart nemen van het JSS?

46

Welke kosten heeft Defensie reeds gemaakt voor de bouw van de nieuwe kade in Den Helder voor het JSS?

47

Welke financiële verplichtingen is Defensie reeds aangegaan bij de bouw van de nieuwe kade in Den Helder voor het JSS?

48

Wanneer wordt de proefvaart van het JSS afgerond en wanneer kan het schip volledig operationeel gereed ter verkoop worden aangeboden?

210

Wanneer zal het JSS afgebouwd zijn?

Op 11 oktober jl. zijn nieuwe begrotingsafspraken gemaakt. Daarvoor ben ik de betrokken partijen dankbaar. Voor de gevolgen daarvan voor het JSS verwijs ik naar mijn aanvulling op de nota.

Wat betreft het bouwproject voor de nieuwe kade in den Helder geldt dat dit zal worden gestopt. Deze kade is namelijk niet benodigd voor een JSS dat voor nationale doelstellingen alleen bevoorradingstaken uitvoert. Bij eventuele internationale inzet voor het transport van zware wapensystemen, een van de nichecapaciteiten van het JSS, zal gebruik worden gemaakt van havens elders. Het project bevindt zich in de aanbestedingsfase. Hoewel er beperkte kosten in de voorbereiding zijn gemaakt, zijn er nog geen financiële verplichtingen aangegaan voor de bouw.

49

Kunt u de verhouding tussen de totale jaarlijkse kosten weergeven van een luchtmobiel bataljon, een bataljon dat puur gespecialiseerd is in gemotoriseerd optreden en een pantserinfanteriebataljon?

De verhouding van de totale jaarlijkse kosten van een luchtmobiel bataljon, een pantserinfanteriebataljon en een bataljon dat is gespecialiseerd in gemotoriseerd optreden is 1/1,5/1.

50

Kunt u de exploitatiekosten toelichten van de CV-90, de Boxer, de Fennek en de Bushmaster, voor elk afzonderlijk?

De voor 2014 geraamde exploitatie-uitgaven per jaar van de CV-90, de Boxer, de Fennek en de Bushmaster zijn als volgt:

CV-90

€ 58 miljoen

Fennek

€ 41 miljoen

Boxer

€ 18 miljoen

Bushmaster

€ 7 miljoen

Deze uitgaven hebben betrekking op het aantal voertuigen dat in 2014 in gebruik zal zijn.

51

Hoe lang duurt het om een bataljon dat luchtmobiel is getraind om te trainen tot een inzetbaar bataljon dat gespecialiseerd is in gemotoriseerd optreden?

Het Commando Landstrijdkrachten heeft in de afgelopen jaren ervaring opgedaan met gemotoriseerd optreden. Ook in Afghanistan zijn luchtmobiele bataljons gemotoriseerd ingezet. Voor de missie in Uruzgan volstond een periode van zes maanden om de eenheid aan te passen. Voor een generieke omscholing, waarbij rekening worden gehouden met uiteenlopende taken, is naar schatting een periode van zes tot twaalf maanden nodig.

52

Hoe lang duurt het om een pantserinfanteriebataljon om te trainen tot een inzetbaar bataljon dat gespecialiseerd is in gemotoriseerd optreden?

Zie ook het antwoord op vraag 51. Gelet op de grotere overeenkomsten in de wijze van optreden tussen een pantserinfanteriebataljon en een gemotoriseerd infanteriebataljon (in vergelijking met een luchtmobiel infanteriebataljon), zal de omscholing van een pantserinfanteriebataljon minder tijd in beslag nemen dan de omscholing van een luchtmobiel bataljon.

53

Zijn de mogelijkheden voor internationale militaire samenwerking met België onderzocht op gebied van de landmacht? Zo ja, wat zijn de mogelijkheden? Zo nee, waarom niet?

Ja, deze mogelijkheden zijn onderzocht en samenwerking is mogelijk op velerlei gebied. Van de huidige twaalf werkgroepen in het kader van de Benelux-samenwerking hebben vijf in het bijzonder betrekking op samenwerking van de landmachten van de drie landen. Hierbij gaat het onder andere om de opleidingen op het gebied van genie, de verdediging tegen chemische, biologische, radiologische en nucleaire wapens (CBRN), Counter IED, explosievenopruiming en vuursteun. Verder wordt gestreefd naar de integratie van de parachutistenopleidingen en is samenwerking aan de orde bij de coördinatie van oefen- en trainingsprogramma’s en het gebruik van oefenterreinen in Duitsland. Ook wordt samenwerking onderzocht op het gebied van speciale eenheden en inlichtingenvergaring.

54

Zijn mogelijkheden voor verdergaande internationale militaire samenwerking op het gebied van de pantserinfanterie met Duitsland onderzocht? Zo ja, wat zijn de mogelijkheden? Zo nee, waarom niet?

Duitsland en Nederland werken thans een groot aantal mogelijkheden uit voor samenwerking op landmachtgebied. Van de grotere projecten gaat in de nabije toekomst de aandacht vooral uit naar de integratie van 11 Luchtmobiele brigade in de Division Schnelle Kräfte en samenwerking bij vuursteun, dat wil zeggen de Pantserhouwitser 2000. Nederlandse pantserinfanterie zal gaan trainen samen met Duitse tankeenheden, onder meer om ervoor te zorgen dat – nu Nederland de tanks heeft afgeschaft – de relevante kennis voor de Nederlandse landmacht behouden blijft. Het gaat daarbij dan om het (in internationaal verband) kunnen opereren met (buitenlandse) tanks en de verdediging tegen tanks. In de wat verdere toekomst is een nauwere samenwerking op het gebied van pantserinfanterie niet uitgesloten.

55

Kunt u toelichten in welke mate de maatregel van het omvormen van een luchtmobiel bataljon tot een gemotoriseerd bataljon bijdraagt aan de vraagdemping van de Chinook helikopter?

Het derde luchtmobiele bataljon wordt beperkt luchtmobiel gereedgesteld. Daartoe wordt het bataljon basisopgeleid in het optreden met helikopters en wordt dit bataljon, indien er meer luchtmobiele voortzettingscapaciteit benodigd is, aanvullend getraind in het optreden met helikopters. Omdat het bataljon dus beperkt wordt getraind met helikopters, is er minder behoefte aan helikoptercapaciteit (vraagdemping).

56

Kunt u toelichten hoe de verschillende infanteriebataljons (luchtmobiel, mariniers, het nieuwe gemotoriseerde bataljon en de pantserinfanterie) elkaar vervangen bij inzet in een missiegebied en zo bijdragen aan één voortzettingsvermogen?

Eenheden kunnen worden samengesteld met componenten van verschillende krijgsmachtdelen. Afhankelijk van de missie(s), zal Defensie accenten leggen en de aangewezen mix van eenheden bepalen. Op deze wijze vullen eenheden elkaar aan en kan het voortzettingsvermogen worden gegarandeerd.

57

Hoe is de zorg geregeld voor de Militaire Oorlog- en Dienstslachtoffers en veteranen die hebben gediend bij het 45e Pantserinfanteriebataljon Regiment Infanterie Oranje Gelderland nu deze eenheid wordt opgeheven, hierbij in acht nemende dat de zorg voor deze groepen met name via de regimenten is verankerd?

Defensie staat garant voor de voorzetting van de zorg voor militaire oorlogs- en dienstslachtoffers (MOD’ers) geplaatst bij eenheden die worden opgeheven. Voor de MOD'ers heeft Defensie een versterkte re-integratieplicht en bij dreigende overtolligheid wordt samen met de gewonde militair gezocht naar ander werk, passend bij zijn of haar beperkingen.

Mochten er na de dienstverlating problemen ontstaan, dan kan de veteraan gebruik maken van voorzieningen uit het reguliere (na)zorgnetwerk, waaronder het Veteranenloket en nuldelijnsondersteuning. De reünies van het regiment en de missies spelen een belangrijke rol bij de signalering van mogelijke problemen.

58

Wat zijn uw de plannen voor de ruim honderd Veiligheid en Vakmanschap (VeVa) leerlingen die waren voorbestemd voor het op te heffen pantserinfanteriebataljon, in acht nemende dat de vulling van het Commando landstrijdkrachten (CLAS) naar verwachting volgend jaar de norm zal bereiken en herplaatsing/deroutering daarom vrijwel uitgesloten is?

59

Uit hoeveel Defensiemedewerkers bestaat het 45e pantserinfanteriebataljon?

60

Hoeveel Defensiemedewerkers van het 45e pantserinfanteriebataljon zullen extern bemiddeld moeten worden, en hoeveel kunnen binnen Defensie herplaatst worden?

164

Hoeveel van de Defensiemedewerkers die werkzaam zijn op de Johan Willem Frisokazerne zullen extern bemiddeld worden?

171

Hoeveel van de Defensiemedewerkers die werkzaam zijn op de Van Ghent Kazerne zullen extern bemiddeld worden?

182

Hoeveel van de Defensiemedewerkers die werkzaam zijn op het Air Operations Control Station in Nieuw Milligen zullen extern bemiddeld worden?

188

Hoeveel van de Defensiemedewerkers die werkzaam zijn op de Joost Dourleinkazerne op Texel zullen extern bemiddeld worden?

Het 45e pantserinfanteriebataljon bestaat uit 585 defensiemedewerkers. Als gevolg van de begrotingsafspraken van 11 oktober jl. wordt blijft dit bataljon behouden. Ook andere maatregelen komen in een ander licht te staan of moeten nog nader worden uitgewerkt. Er zijn nog geen uitspraken te doen over het aantal medewerkers op de verschillende locaties die extern bemiddeld moeten worden. De exacte personele consequenties moeten blijken uit de uitwerking van de maatregelen door de lijnverantwoordelijken.

61

Heeft u andere opties uitgedacht die aansluiten bij de Nota In het belang van Nederland om de bezuinigingen bij de landmacht in te vullen zonder dat daarbij het 45e infanteriebataljon opgeheven dient te worden? Zo ja, kunt u deze opties delen met de Kamer?

62

Kunt u eventuele alternatieve scenario’s schetsen voor het opheffen van het 45e pantserinfanteriebataljon en toch de financiële bezuinigingsdoelstellingen van de landmacht te halen?

63

Welke alternatieve invullingen zijn er om de besparingen bij de landmacht in te vullen zodat het aantal infanteriebataljons op peil blijft en daardoor het voortzettingsvermogen in stand gehouden kan worden?

64

Hoe verhoudt het opheffen van het 45e pantserinfanteriebataljon zich tot de ambitie om zoveel mogelijke operationele eenheden te ontzien?

Tijdens het traject dat heeft geleid tot de nota zijn verschillende alternatieven onderzocht. De uiteindelijk gekozen opties voldoen het beste aan het criterium financiële duurzaamheid. Als gevolg van de begrotingsafspraken van 11 oktober jl. wordt de opheffing van het 45e pantserinfanteriebataljon teruggedraaid en komen ook andere maatregelen in een ander licht te staan. Ik verwijs u daarvoor naar mijn aanvulling op de nota.

65

Wat heeft u aan inspanningen verricht of gaat u verrichten om het internationaal onderhoud van de F-35 naar Nederland toe te halen?

Reeds in 2006 en 2007 heeft het toenmalige kabinet zich ingezet voor afspraken met de Europese F-35 partnerlanden over de toekomstige instandhouding van de F-35. Nederland heeft zich altijd ingezet om het F-135 motorenonderhoud naar Nederland te halen. Dit is ook vastgelegd in de Production & Sustainment MoU, die Italië, Noorwegen en Nederland in 2007 hebben gesloten. In de afgelopen twee jaren heeft Defensie verschillende keren overleg gevoerd met Noorwegen en Italië om die afspraken uit te werken. Daarmee wordt, momenteel vooral met Italië, vooruitgang geboekt. Dit samenwerkingsoverleg wordt in de toekomst voortgezet. Nu Nederland gekozen heeft voor de F-35 zullen deze gesprekken waarschijnlijk gemakkelijker verlopen en zullen de contacten met Noorwegen opnieuw worden aangehaald. Nederland zoekt ook toenadering tot Denemarken en het Verenigd Koninkrijk.

66

Welke gevolgen heeft het afstoten van (meer) F16's voor het (niet) kunnen voldoen aan verplichtingen in NAVO-verband?

Door de verlaging van het aantal F-16’s kunnen minder gevechtsvliegtuigen worden ingezet. Deze vermindering heeft Defensie met de Navo besproken. De afspraken met de Navo zijn de uitkomst van de wensen van de Navo enerzijds en de beschikbare capaciteiten anderzijds.

67

Is het mogelijk om het luchtruim te beveiligen met een eenvoudiger toestel dan de F-35?

De luchtmacht beveiligt het Nederlandse luchtruim nu met de F-16 en dat is een minder geavanceerd toestel dan de F-35.

68

Kunt u voor de laatste tien jaar uiteenzetten hoeveel vlieguren er door gastvliegers in de Nederlandse F-16's gemaakt zijn?

De vlieguren voor gastvliegers worden niet afzonderlijk geregistreerd. Voor F-16 gastvliegers is in beginsel jaarlijks een kwart van een Jaarlijks Oefen Programma (43 vlieguren) beschikbaar gesteld om hun operationele vliegvaardigheden op peil te houden. Vanwege operationele prioriteiten is dit van jaar tot jaar niet altijd gebruikt. Bij benadering hebben gastvliegers het afgelopen decennium gemiddeld 25 uren per jaar gevlogen.

69

Welke functionaliteiten zullen op de vliegbasis Leeuwarden blijven als het wordt omgevormd tot een Deployed Operating Base (DOB)?

70

Welke functionaliteiten zullen van de vliegbasis Leeuwarden verdwijnen als het wordt omgevormd tot een DOB?

71

Hoeveel arbeidsplaatsen zullen op de vliegbasis Leeuwarden blijven als het wordt omgevormd tot een DOB?

72

Hoeveel F-16's zullen op de vliegbasis Leeuwarden geplaatst worden als het wordt omgevormd tot een DOB?

73

Welke besparing levert het omvormen van de vliegbasis Leeuwarden tot een DOB op?

74

Kunt u inzicht verschaffen in de financiële gevolgen voor het vastgoed en exploitatie bij het geschetste voornemen voor de vliegbasis Leeuwarden als die wordt beperkt tot een DOB?

75

Kunt u toelichten of en hoe voor de vliegbasis Leeuwarden rekening is gehouden met het behoud van het bestaande vastgoed voor het uitvoeren van internationale oefeningen en opleidingen, dat met de voorgenomen plannen een groot deel van het jaar niet gebruikt wordt maar wel onderhouden moet worden?

76

Kunt u bij de maatregel om de vliegbasis Leeuwarden om te vormen tot een DOB inzicht geven in de kosten en besparingen op korte termijn (inclusief transformatie kosten voor personeel, gebouwen, materieel) en op lange termijn, en toelichten welke kosten zijn meegenomen?

77

Kunt u inzicht geven in de scenario’s van concentratie van staf- en onderhoudswerkzaamheden waarop de keuzes zijn gemaakt, specifiek voor een scenario waarin concentratie van onderhoudswerkzaamheden in Leeuwarden plaatsvindt?

78

Bent u op de hoogte van het aanbod van Leeuwarden en de Provincie Friesland om een gezamenlijke business case op te laten stellen voor behoud van de werkzaamheden in Leeuwarden in plaats van verplaatsing van werk naar Woensdrecht/Volkel? Wat is uw standpunt daarin?

Als gevolg van de begrotingsafspraken van 11 oktober jl. komt een deel van de maatregelen in een ander licht te staan. Ik verwijs u daarvoor naar mijn aanvullende brief bij de nota.

79

Hoe heeft u uitvoering gegeven aan de motie van De Vries c.s. (Kamerstuk 31 490, nr. 126) om onevenredig banenverlies in Friesland te voorkomen en wat waren de afwegingen daarbij?

150

Heeft u over de vastgoedmaatregelen contact gehad met de Minister voor Wonen en Rijksdienst? Zo ja, waarover? Zo nee, waarom niet?

157

Heeft u een beeld van de gevolgen van de opgetelde vastgoedmaatregelen van het Rijk voor Assen? Zo ja, kunt u dat beeld met ons delen? Zo nee, waarom niet?

158

Heeft u een beeld van de gevolgen van de opgetelde vastgoedmaatregelen van het Rijk voor Drenthe? Zo ja, kunt u dat beeld met ons delen? Zo nee, waarom niet?

191

Heeft u bij de ontwikkeling van uw vastgoed plannen rekening gehouden met de motie De Vries c.s. (Kamerstuk 31 490, nr. 126), waarin uitgesproken wordt dat o.a. Drenthe en Friesland niet onevenredig qua werkgelegenheid door de bezuinigingen getroffen mogen worden?

Om de operationele capaciteiten zoveel mogelijk te ontzien, worden besparingen zoveel mogelijk gezocht in meer doelmatigheid, onder meer door eenheden gezamenlijk te huisvesten. Ook in de provincies die in de motie-De Vries worden genoemd kan een doelmatiger inrichting van de krijgsmacht tot een verlies van lokale werkgelegenheid leiden. Defensie denkt daar niet lichtvaardig over en probeert bij dit soort afwegingen zoveel mogelijk recht te doen aan de uiteenlopende belangen die in het geding zijn. De motie-De Vries betreft de regionale werkgelegenheidseffecten van de reorganisatie van de gehele Rijksdienst, Politie, Defensie en Rechtelijke Macht. In zijn brief van 27 september 2013 over de «regionale werkgelegenheidseffecten reorganisatie Rijksdienst»(Kamerstuk 31 490, nr. 133) schrijft Minister Blok namens het kabinet dat de nota over de krijgsmacht en de uitwerking daarvan worden meegenomen bij de Rijksbrede totaalanalyse van de werkgelegenheidseffecten in 2014.

Als gevolg van de begrotingsafspraken van 11 oktober jl. komt een deel van de maatregelen in een ander licht te staan. De Johan Willem Frizokazerne in Assen blijft open.

80

Wat is de exploitatiewinst in verband met het afstoten van de Gulfstream?

De jaarlijkse besparing in verband met de afstoting van de Gulfstream G-IV loopt op van € 2,3 miljoen in 2014 tot € 4,7 miljoen structureel vanaf 2018. Hier staat tegenover dat jaarlijks € 1 miljoen in de begroting is opgenomen voor de inhuur van vliegcapaciteit voor Defensie.

81

Bij wie wordt er transportcapaciteit ingehuurd?

Voor de transportbehoefte zal waar mogelijk gebruik worden gemaakt van commerciële lijnvluchten. Wanneer dit niet in de behoefte kan voorzien, kan via het EATC een vliegtuig worden gehuurd van België of Duitsland. Een groot deel van de behoefte wordt hiermee afgedekt. Het huren van een civiel (VIP)- vliegtuig behoort tot de mogelijkheden als alternatief wanneer het EATC niet in de behoefte kan voorzien.

82

Waarom is het budget van alle projecten in planning, met uitzondering van de verwerving van de F-35, met vijf procent verlaagd? Wat is de beleidsmatige achtergrond en het vervolg op deze maatregel?

87

Hoeveel wordt er structureel bespaard als gevolg van de maatregel om alle investeringsprojecten, behalve de F-35, te korten met 5%?

De eenmalige korting van vijf procent op projecten die nog niet in uitvoering zijn, is een maatregel die een totale besparing in het investeringsplan oplevert van € 151,2 miljoen, waarmee de problematiek mede wordt opgelost. Deze korting heeft geen structureel karakter.

83

Welke gevolgen heeft het vertragen van de vervanging van grote wapensystemen voor de materiële exploitatiekosten van het te vervangen materieel?

Met de nota zijn nieuwe afspraken gemaakt over de investeringen van de krijgsmacht die juist moeten voorkomen dat een boeggolf optreedt. Daarom is in de planning van de verschillende investeringsplannen rekening gehouden met het maximaal beschikbare investeringsbudget. Ook de geplande investeringen in de F-35 zijn daarbij betrokken. Dat voorkomt verdringingseffecten die vroeger of later ten koste zouden gaan van andere capaciteiten. Meer in het algemeen geldt dat het langer aanhouden van materieel leidt tot hogere exploitatiekosten. Vertraging bij de vervanging van wapensystemen tegen het einde van de levensduur zal dan ook leiden tot een stijgende exploitatielast. De mate waarin verschilt per wapensysteem.

84

Van welke grote wapensystemen is de vervanging vertraagd als gevolg van de maatregelen in het investeringsplan om de financiële problematiek binnen Defensie op te lossen?

De vervanging van de volgende grote wapensystemen is vertraagd als gevolg van de maatregelen in het investeringsplan om de financiële problematiek op te lossen: Defensiebrede Vervanging Wielvoertuigen (DVOW), Vervanging licht indirect vurend wapensysteem, Vervangende capaciteit M-fregatten, Vervangende mijnenbestrijdingscapaciteit, Vervangende capaciteit Zr.Ms. Rotterdam, Chinook vervanging en modernisering en Vernieuwing VSHORAD-capaciteit.

85

Hoe draagt het schrappen van wapensystemen bij aan de structurele besparingen die nodig zijn om de financiële problematiek op te lossen?

Door het schrappen van wapensystemen worden de exploitatiekosten van die wapensystemen ook geschrapt. Op die manier neemt de druk op de exploitatie af en verbetert de balans tussen investeringen en daarvoor benodigde exploitatiebudget.

86

Welke gevolgen heeft het vertragen van de vervanging van grote wapensystemen voor de kennis en kunde van het Nederlandse Marinecluster?

Investeringen in vervangende capaciteit voor M-fregatten en de mijnenbestrijdingscapaciteit worden vertraagd met respectievelijk twee en vijf tot zes jaar. Investeringen in onderzeeboten echter niet. Defensie streeft naar een goede samenwerking tussen overheid, kennisinstituten en industrie. Een vertraging hoeft niet noodzakelijkerwijs te leiden tot stagnatie in kennis en innovatie.

87

Hoeveel wordt er structureel bespaard als gevolg van de maatregel om alle investeringsprojecten, behalve de F-35, te korten met 5%?

Zie het antwoord op vraag 82.

88

Welke investeringsprojecten zijn geschrapt als gevolg van de maatregelen in het investeringsplan om de financiële problematiek binnen Defensie op te lossen?

De volgende investeringsprojecten zijn geschrapt als gevolg van de maatregelen in het investeringsplan in verband met de financiële problematiek: vervanging Mk-46 torpedo (dit betrof een planalternatief), Helikopter Transport Systeem LC-Fregatten, Vervanging sleepboten, Vervanging tactische indoor simulatie (TACTIS), operationele sanitaire voorzieningen (bad- en wasfaciliteiten), Vervanging MLC 70 wegenmat en wegenmatlegger, Technology upgrade BMS, Vervanging/aanvulling mijnbestrijdingsmiddelen, Vervanging Gulfstream en Extra steiger Den Helder ten behoeve van het Joint Support Ship.

89

Welke gevolgen heeft het later bereiken van de investeringsquote van 20% voor de kwaliteit van materieel?

Het later bereiken van de gewenste investeringsquote heeft geen consequenties voor de kwaliteit van het materieel.

90

Hoeveel wordt er structureel bespaard met het schrappen van investeringsprojecten als gevolg van de maatregelen in het investeringsplan om de financiële problematiek binnen Defensie op te lossen?

Met het schrappen van investeringsprojecten als gevolg van de maatregelen in het investeringsplan wordt incidenteel € 178,6 miljoen bespaard.

91

Welke gevolgen heeft het vertragen van grote investeringsprojecten voor de inzetbaarheid van deze eenheden?

Een vertraging van investeringsprojecten heeft als gevolg dat de huidige capaciteiten later worden vervangen en dus langer in dienst blijven. De vertragingen zijn dusdanig dat dit geen gevolgen heeft voor de inzetbaarheid van de eenheden.

92

Kunnen met behulp van een tijdelijke mismatch van het personeelsbestand gedwongen ontslagen worden voorkomen? Zo ja, kunt u dit toelichten?

267

Kunnen de kosten van een tijdelijke mismatch van het personeelsbestand worden bekostigd uit de begrote SBK-kosten om zodoende langdurige uitkeringen uit bovenwettelijke werkloosheidswet (BWW-)trajecten vanwege gedwongen ontslagen te voorkomen?

Defensie spant zich in om gedwongen ontslagen zoveel mogelijk te voorkomen, mede omwille van het behoud van kennis en ervaring. Het bestaande rechtspositionele instrumentarium (inclusief SBK) en goed personeelsbeheer bieden hiervoor voldoende mogelijkheden. Gedwongen ontslagen kunnen echter bij een te grote kwalitatieve mismatch niet worden voorkomen.

93

Gaat u stappen ondernemen om het vertrouwen in het Ministerie van Defensie en de politiek te vergroten? Zo ja, welke stappen zijn dat? Zo nee, waarom niet?

De defensieorganisatie heeft na twee decennia reorganiseren behoefte aan rust, stabiliteit en toekomstperspectief. De uitgangspunten van de nota In het belang van Nederland moeten daartoe leiden. De komende jaren zullen nog moeilijk zijn, want dan krijgen de reorganisaties hun beslag. We werken samen echter hard aan een militair relevante en financieel solide krijgsmacht voor de toekomst.

94

Is de in het Sociaal Akkoord afgesproken regeling dat de 52% strafheffing tijdelijk niet van toepassing is bij vroegtijdig uittreden ook van toepassing op Defensie? Zo ja, hoe lang duurt deze periode van ontheffing?

De maatregelen uit het sociaal akkoord zijn nog niet omgezet in wetgeving. Er is dus nog geen sprake van een tijdelijke ontheffing. Als dit wel gebeurt, wordt bezien of Defensie in aanmerking komt voor deze ontheffing.

95

Wat is het aandeel personeelskosten in de begroting en hoe ontwikkelt dit aandeel zich de komende vijf jaar?

De totale personele uitgaven (salarissen, sociale lasten, toelagen, uitgaven ten behoeve van reservisten en reiskosten woon-werkverkeer), samen met uitgaven voor pensioenen en uitkeringen evenals uitgaven ten behoeve van SBK- regelingen en de uitbetaling van wachtgelden, zijn als volgt±

2014

2015

2016

2017

2018

€ 4.388 mln.

€ 4.222 mln.

€ 4.092 mln.

€ 4.066 mln.

€ 4.052 mln.

57,7%

56,6%

54,6%

54,3%

54,5%

96

Wat zijn de extra pensioenkosten door het hanteren van een eindloonregeling voor militairen? Welk aandeel van de gemiddelde kosten per werknemer houden voor een militair verband met de pensioenbijdrage, en hoe verhoudt dit zich tot een vergelijkbare ambtenaar?

Er is op dit moment geen sprake van extra pensioenkosten als gevolg van het hanteren van de eindloonregeling voor militairen. Voorts is het lastig een uitspraak te doen over de gemiddelde kosten per werknemer die verband houden met de pensioenbijdrage, omdat deze verschillen per rang of schaal en door eventuele toelages. Daarnaast is een vergelijking met burgermedewerkers niet goed mogelijk, aangezien burgers en militairen een verschillend bezoldigingsstelsel hebben en andere loopbaanpatronen kennen.

97

Wat zijn de (geraamde) kosten als gevolg van de regeling voor functioneel leeftijdsontslag (FLO) in 2013, 2014, 2015, 2016, 2017 en structureel?

De uitgaven voor de uitkering na het leeftijdsontslag van militairen worden bij ongewijzigd beleid geraamd op (bedragen in miljoenen euro):

2013

2014

2015

2016

2017

549

556

567

556

543

98

Is het mogelijk om via een wetswijziging de FLO regeling af te bouwen, te sluiten voor nieuwe werknemers van Defensie of af te schaffen? Kunt u toelichten welke structurele besparing op de kosten dit met zich mee zou brengen?

De Uitkeringswet Gewezen Militairen kan net als andere wetten worden aangepast. Het zou echter een aanzienlijke aanpassing van de arbeidsvoorwaarden betreffen, waarover alleen na overeenstemming met de centrales van overheidspersoneel een besluit kan worden genomen. De omvang van de structurele besparing is afhankelijk van de inhoud van een nieuwe overeenkomst.

99

Geldt de nullijn ook voor militairen?

Er is in 2014 op de begroting geen geld gereserveerd voor loonontwikkeling. Van een nullijn is echter geen sprake. Dit kabinet kiest voor een loonsombenadering en niet voor een nullijn. De «loonsombenadering» biedt een mogelijkheid om aan de CAO-tafel binnen de loonruimte (van secundair naar primair) uit te ruilen. Dit geldt voor al het onderwijs- en overheidspersoneel, waaronder militairen.

100

Welk bedrag besteedt Defensie jaarlijks aan reiskostenvergoedingen voor woon-werkverkeer?

Defensie heeft in 2012 € 87,3 miljoen uitgegeven aan woon- werkverkeer.

101

Hoeveel verdient een militaire beleidsmedewerker vergeleken met een niet militaire beleidsmedewerker bij Defensie? In welke mate is er een verschil tussen beleidsmedewerkers bij Defensie en Rijksbreed?

De salarisschaal van een militaire beleidsmedewerker (LTZ1/majoor) loopt van € 3.683,35 tot € 5.174,72. De salarisschaal van een burgerbeleidsmedewerker bij Defensie (schaal 11) loopt van € 3.202,97 tot € 4.398,26. De salarisschaal van een beleidsmedewerker bij de sector Rijk (schaal 11) loopt van € 2.850,92 tot € 4.380,72. Hierbij wil ik aantekenen dat een burgerbeleidsmedewerker een startfunctie kan zijn, terwijl een militaire beleidsmedewerker op het niveau van majoor of LTZ1 al verschillende functies in een lagere rang heeft doorlopen.

102

Hoe groot is de behoefte aan nieuw en jonger personeel en hoeveel daarvan wordt bereikt?

Defensie heeft als een van de grootste werkgevers van Nederland altijd behoefte aan jong en gemotiveerd personeel. De instroom van militair personeel bestaat voor het grootste deel uit leerlingen met een opleiding Veiligheid en Vakmanschap en schoolverlaters. De jaarlijkse instroombehoefte ligt tussen de 3.000 en 4.000 militairen en tussen de 200 en 400 burgers. Ik verwacht dit jaar ongeveer 3.000 militairen en ongeveer 300 burgers aan te stellen. Tot 1 oktober bestond de instroom van militair personeel voor 90 procent uit militairen die jonger waren dan 25 jaar. Bij burgerpersoneel was 34 procent van het nieuwe personeel jonger dan 30 jaar.

103

Hoeveel leerlingen uit de opleiding VeVa richting grondoptreden zullen in 2014 en in 2015 hun opleiding afronden?

104

Hoeveel arbeidsplaatsen worden in 2014 en 2015 vrijgehouden voor afgestudeerde VeVa leerlingen met de richting grondoptreden?

Naar schatting zullen in 2014 en 2015 respectievelijk 1.300 en 1.500 leerlingen afstuderen voor de richting grondoptreden. Na het slagen voor de opleiding en het succesvol voltooien van de sollicitatieprocedure worden deze leerlingen bij Defensie aangesteld.

105

Klopt het dat de leerlingen VeVa een baangarantie bij Defensie hebben en behouden?

106

Wat betekent een baangarantie voor de leerlingen VeVa?

Leerlingen Veiligheid en Vakmanschap die de opleiding voltooien, worden goedgekeurd en zij die het veiligheidsonderzoek met positief resultaat doorlopen, krijgen een aanstelling als militair aangeboden.

107

Hoe worden in geval van opheffing van het 45e pantserinfanteriebataljon en de marinierscompagnie de reeds opgeleide of in opleiding zijnde VEVA-leerlingen opgevangen en uitzicht gegeven op een baan bij Defensie?

Als gevolg van de begrotingsafspraken van 11 oktober jl. komt een deel van de maatregelen in een ander licht te staan. Het 45e pantserinfanteriebataljon en de marinierscompagnie blijven behouden.

108

Kunt u per bataljon toelichten wat de huidige vulling is in percentages en absolute getallen bij de 11e luchtmobiele brigade, de 13e en 43e gemechaniseerde brigade en de twee mariniersbataljons?

109

Kunt u per bataljon toelichten wat de vulling in percentages en absolute getallen zal zijn in 2014 bij de 11e luchtmobiele brigade, de 13e en 43e gemechaniseerde brigade en de twee mariniersbataljons?

110

Kunt u per bataljon toelichten wat de vulling in percentages en absolute getallen zal zijn in 2015 bij de 11e luchtmobiele brigade, de 13e en 43e gemechaniseerde brigade en de twee mariniersbataljons?

In de onderstaande tabel vindt u de vulling van de eenheden per 1 oktober 2013, evenals de geschatte vulling eind 2014 en eind 2015. Voor eind 2014 en 2015 wordt gestreefd naar een volledige vulling. De actuele hogere vulling houdt verband met het afnemende aantal functies als gevolg van reorganisaties. Het personeel is echter nog niet herplaatst naar andere eenheden of vacatures.

111

Kunt u een overzicht geven van de irreguliere uitstroom uitgesplitst in krijgsmachtdeel en rang of schaal?

In de onderstaande tabel vindt u een overzicht van de irreguliere uitstroom inclusief de opleidingsuitval per krijgsmachtdeel en per rang of schaal voor de periode van 1 januari tot en met 1 oktober 2013. Door verwerking van mutaties met terugwerkende kracht kunnen de (sub)totalen afwijken van eerder gerapporteerde aantallen.

112

Hoe gaat u het rendement van de sollicitaties vergroten?

Zoals ik heb gemeld tijdens het algemeen overleg Personeel van 16 april jl. (Kamerstuk 33 400 X, nr. 82) heeft Defensie onlangs verbeteringen aangebracht in de wervings- en instroomketen. De positieve effecten daarvan komen tot uitdrukking in de stijgende lijn van de wervingsresultaten in de afgelopen tijd. Voor de concrete resultaten en een toelichting op de maatregelen verwijs ik naar de personeelsrapportage en het Actieplan Werving en Behoud die u binnenkort ontvangt.

113

Hoe merkt u op dat de arbeidsmarktcampagne van Defensie inmiddels haar vruchten af begint te werpen? Kunt u dit toelichten en met cijfers onderbouwen?

Het succes van de arbeidsmarktcampagne is merkbaar door de stijging van het aantal belangstellenden en sollicitanten voor een baan bij Defensie. Voor de resultaten verwijs ik naar de personeelsrapportage.

114

Heeft het voornemen meer gebruik te maken van reservisten gevolgen voor het voortzettingsvermogen van infanterie eenheden op uitzending?

Reservisten leveren in algemene zin een bijdrage aan het voortzettingsvermogen van de krijgsmacht en vangen tevens piekbelastingen op bij ingezette eenheden. Zoals gemeld in de brief van 29 mei jl. (Kamerstuk 33 400 X, nr. 81) onderzoekt Defensie samen met belanghebbenden (waaronder reservisten, werkgevers en vakcentrales) mogelijkheden om het reservistenbeleid te intensiveren. Op basis van alle discussies wordt het beleid in het eerste kwartaal van 2014 vastgesteld en worden ook de eventuele gevolgen voor het voorzettingsvermogen duidelijk.

115

Kunt u voor het jaar 2010 per rang en schaal een overzicht geven van de volgende uitstroom categorieën: de irreguliere uitstroom, het einde van het Flexibel Personeel Systeem (FPS), het einde van de Beroeps Bepaalde Tijd (BBT) aanstelling en het leeftijdsontslag?

116

Kunt u voor het jaar 2011 per rang en schaal een overzicht geven van de volgende uitstroom categorieën: de irreguliere uitstroom, het einde van het FPS, het einde van de BBT aanstelling en het leeftijdsontslag?

117

Kunt u voor het jaar 2012 per rang en schaal een overzicht geven van de volgende uitstroom categorieën: de irreguliere uitstroom, het einde van het FPS, het einde van de BBT aanstelling en het leeftijdsontslag?

118

Kunt u voor het jaar 2013 per rang en schaal een overzicht geven van de volgende uitstroom categorieën: de irreguliere uitstroom, het einde van het FPS, het einde van de BBT aanstelling en het leeftijdsontslag?

In de onderstaande tabellen vindt u een overzicht van de uitstroom per rang of schaal voor 2010, 2011, 2012. Voor 2013 betreft het de periode van 1 januari tot en met 1 oktober 2013. Door verwerking van mutaties met terugwerkende kracht kunnen de (sub)totalen afwijken van eerder gerapporteerde aantallen.

119

Kunt u voor het jaar 2010 per leeftijdscohort van vijf jaar een overzicht geven van de volgende uitstroom categorieën: de irreguliere uitstroom, het einde van het FPS, het einde van de BBT aanstelling en het leeftijdsontslag?

120

Kunt u voor het jaar 2011 per leeftijdscohort van vijf jaar een overzicht geven van de volgende uitstroom categorieën: de irreguliere uitstroom, het einde van het FPS, het einde van de BBT aanstelling en het leeftijdsontslag?

121

Kunt u voor het jaar 2012 per leeftijdscohort van vijf jaar een overzicht geven van de volgende uitstroom categorieën: de irreguliere uitstroom, het einde van het FPS, het einde van de BBT aanstelling en het leeftijdsontslag?

122

Kunt u voor het jaar 2013 per leeftijdscohort van vijf jaar een overzicht geven van de volgende uitstroom categorieën: de irreguliere uitstroom, het einde van het FPS, het einde van de BBT aanstelling en het leeftijdsontslag?

In de onderstaande tabellen vindt u de gespecificeerde uitstroom van personeel in leeftijdscohorten voor 2010, 2011 en 2012. Voor 2013 betreft het de periode van 1 januari tot en met 1 oktober 2013. Door verwerking van mutaties met terugwerkende kracht kunnen de (sub)totalen afwijken van eerder gerapporteerde aantallen.

123

Wat gaat Defensie doen om de imagoschade voor de werving door de eventuele opheffing van deze eenheden te voorkomen of te repareren?

De Kamer ontvangt binnenkort het Actieplan Werving en Behoud. Dit Actieplan bevat verschillende maatregelen die voortdurend voor een goede personele vulling moeten zorgen. De maatregelen uit het plan zijn duurzaam en houden rekening met veranderende omstandigheden.

124

Is het oprekken van de gangbare promotietermijn een van de voorgenomen maatregelen om het verschil tussen het feitelijke personeelsbestand en de numerus fixus te verkleinen? Kunt u toelichten voor welke rangen dit van toepassing is en wat de verlening van de promotietermijn per rang is?

Er is geen voorgenomen maatregel om de looptijd van militairen in een bepaalde rang te verlengen.

125

Klopt het dat met het verhogen van de FLO-leeftijd de uitstroom van militairen aan de bovenkant van het personeelsbestand lager is dan voorheen? Zo ja, welke gevolgen heeft dit voor de doorstroom in de rangen?

Door de verhoging van de FLO-leeftijd wordt de uitstroom van militairen niet verkleind, maar over een langere periode verspreid. Hierdoor verminderen tijdelijk de doorstroommogelijkheden voor het zittende personeel. Zoals overeengekomen in het arbeidsvoorwaardenakkoord 1 januari 2004 – 28 februari 2007 wordt de ontslagleeftijd geleidelijk verhoogd, zodat de effecten van deze maatregel op de doorstroommogelijkheden beperkt blijven.

126

Waarom krijgt het instroomproces een sterkere regionale inbedding, met meer mogelijkheden voor regionale commandanten om invloed uit te oefenen op de werving, terwijl u anderzijds de ene na de andere kazerne sluit? Welke negatieve gevolgen heeft het sluiten van kazernes in diverse regio’s voor de werving?

Het wervingsproces van Defensie is de afgelopen jaren gecentraliseerd waardoor de rol van de regionale commandant is verkleind. De komende periode worden regionale operationele eenheden meer dan voorheen de spil van het in-, door- en uitstroomproces van het personeel. In het regionale netwerk van scholen en bedrijven zullen zij een actieve rol spelen bij bijvoorbeeld voorlichtingsdagen, banendagen en evenementen in de regio. De sluiting van kazernes brengt hierin geen verandering.

127

Wanneer is de inzetbaarheid van de NH-90 helikopter weer op orde?

Op dit moment verloopt de invoering van de NH-90 volgens plan. De boordhelikopters (NATO Frigate Helicopter) en de transportversie (Transport NATO Frigate Helicopter) moeten vanaf 2018 volledig inzetbaar zijn.

128

Hoeveel budget wordt toegevoegd aan het onderhoud van helikopters om de inzetbaarheid op peil te krijgen?

Het jaarlijkse budget voor de instandhouding van helikopters is structureel verhoogd met € 10 miljoen. Daarnaast is de budgetreeks van de NH-90 helikopter structureel verhoogd met € 9 miljoen per jaar.

128

Hoeveel budget wordt toegevoegd aan het onderhoud van helikopters om de inzetbaarheid op peil te krijgen?

Het totaal pakket van maatregelen voor het herstel van de inzetbaarheid van helikopters bestaat uit diverse structurele toevoegingen waarmee het budget voor instandhouding is verhoogd. Hiertoe behoren specifiek de verhoging van het instandhoudingsbudget voor helikopters met € 10 miljoen en een specifieke structurele verhoging van de budgetreeks voor de NH-90 helikopter met € 9 miljoen per jaar.

129

Wanneer zal de inzetbaarheid van de Apache- en Chinook helikopters op peil zijn?

De Cougar-helikopter is in 2014 voldoende beschikbaar. De Apache en de Chinook-helikopters zijn, ondanks het verlaagde ambitieniveau, nog niet direct volledig inzetbaar. Dit komt door een combinatie van factoren, waaronder de verhoogde vraag naar reservedelen als gevolg van slijtage tijdens uitzendingen en de lange doorlooptijden van het verwervingsproces bij reservedelen. Het sluiten van instandhoudingscontracten liep door de investeringsstop in 2010 grote vertraging op. Hierdoor waren in de afgelopen jaren onvoldoende reservedelen beschikbaar. Defensie werkt hard aan het oplossen van de problemen. Zoals ook gemeld in antwoord op vraag 1 is de verwachting dat de inzetbaarheid van de Apache en de Chinook-helikopters vanaf 2016 op orde is. Het totale evenwicht in de vraag en het aanbod van helikoptercapaciteit wordt bereikt in 2018, na volledige instroom van de NH-90.

130

Hoe lang zijn de gesprekken met het bedrijfsleven al gaande over het uitbesteden van het onderhoud aan de Cougar helikopters? Op welke termijn verwacht u een overeenkomst te kunnen hebben afgesloten?

De wenselijkheid van uitbesteding of een vorm van samenwerking wordt mede bepaald aan de hand van de Public Private Comparator. Deze is 18 januari jl. voltooid voor het onderhoud van de Cougar-helikopter. De uitbesteding verkeert nu in de voorbereidingsfase. Bij een positieve uitkomst van de aanbestedingsfase kan midden 2014 een overeenkomst met een private partij worden gesloten.

131

Welk budget is er beschikbaar voor cyber en hoe is dit budget verdeeld?

317

Kunt u overzichtelijk toelichten wat voor 2012 tot en met 2016 de totale, zowel interne als externe, uitgaven voor het cyberdomein zijn? Kunt u dit verder per betrokken organisatie zoals de Militaire Inlichtingen- en Veiligheidsdienst (MIVD), het Defensie Cyber Commando (DCC) en het Defensie Cyber Expertise Centrum (DCEC) uitsplitsen?

324

Kunt u voor de aankomende jaren tot 2017 de totale interne en externe uitgaven voor het cyberdomein aangeven? Kunt u dit voorts per defensieorganisatie (MIVD, JIVC, DCC, etc.) uitsplitsen?

325

Welke exacte bedragen zijn er aan welke organisaties toegekend?

In onderstaande tabel zijn de huidige planreeksen voor de cyberintensivering weergegeven. De verdeling van de gelden is ongeveer: MIVD 40 procent, DCC (inclusief DCEC) 40 procent, JIVC 12,5 procent en overige (onder andere NLDA en DOPS) 7,5 procent. De integrale aanpak van de cyberintensiveringen en de daaruit voortkomende intensieve samenwerking en het gezamenlijk gebruik van middelen maken een precieze toerekening onmogelijk. Bij het JIVC worden alle onderdelen ingezet om de toegenomen cyberdreiging het hoofd te bieden. Hieraan zijn geen specifieke budgetten toe te rekenen. Voor de op- en inrichting van DefCERT is voor investeringen € 17,4 miljoen gereserveerd en voor de exploitatie structureel € 11,9 miljoen (vanaf 2016). Vanaf 2012 nemen de exploitatiekosten toe.

 

2012

2013

2014

2015

2016

2017

2018 e.v.

Investeringen Cyber

0,1

3

5

4,1

2,9

2,4

0

Exploitatie Cyber

0

1

2,5

6,5

11,9

11,9

11,9

Personeelsexploitatie

1,9

4

5,3

8,2

8,2

8,2

8,2

Totaal

2,0

8

12,8

18,8

23

22,5

20,1

132

Wordt er met andere landen samengewerkt in het opzetten van het Defence Cyber Command? Zo ja, welke landen zijn dit en welke vorm neemt de samenwerking aan? Zijn hiervoor verdragen afgesloten? Zo ja, kunt u een overzicht geven?

318

Kunt u toelichten in hoeverre de oprichting van het DCC wordt versneld in vergelijking met de originele planning uit de Defensie Cyberstrategie (33 321, nr. 1)? Klopt het dat u hierin spreekt over de oprichting van het DCC in 2014 en in de begroting wordt gesproken over 2014–2015? Kunt u specifieker toelichten wanneer u de oprichting verwacht?

319

U geeft aan dat het DCC tussen 2014–2015 wordt opgericht. Kunt u specifieker toelichten, het liefst de maand en het jaar, wanneer de oprichting gepland is?

Met diverse landen, waaronder België, Duitsland, Noorwegen, het Verenigd Koninkrijk en de Verenigde Staten, is gesproken over het opzetten van het Defensie Cyber Commando. Er zijn nog geen concrete samenwerkingsverbanden aangegaan op het gebied van operationele cyber. De oorspronkelijke planning voor het DCC ging uit van oprichting eind 2014, waarna de personele vulling met in 2015 werd voorzien. Defensie zal de oprichting versnellen, zodat het DCC al midden 2014, of zoveel eerder als mogelijk, operationeel is. Momenteel worden hiervoor opties uitgewerkt. De personele vulling is dan voorzien vanaf 2014.

133

Welke stappen heeft u al ondernomen om te komen tot de nieuw op te richten eenheid voor Signal Intelligence en cyber?

Op dit ogenblik wordt met de medezeggenschap en de vakcentrales voor overheidspersoneel overlegd over de oprichting van de Joint Sigint Cyber Unit (JSCU) in 2014. De MIVD en de AIVD zullen in deze gezamenlijke eenheid hun mensen en middelen op het gebied van Signals Intelligence (Sigint) en cyber samenbrengen. De bundeling is van groot belang om de snelle technologische ontwikkelingen op dit terrein te kunnen bijbenen en om de informatiepositie en de digitale veiligheid van Nederland te waarborgen. Om de JSCU op te richten zijn de AIVD en de MIVD eind 2012 aan het project Symbolon begonnen. Dit project houdt op te bestaan als de JSCU een feit is. De JSCU is een logisch vervolg op de huidige samenwerking van de AIVD en de MIVD in de Nationale Sigint Organisatie (NSO), die in de JSCU zal opgaan.

134

Wordt bij de op te richten eenheid voor signals intelligence (SIGINT) en cyber samenwerking gezocht met de kennisinfrastructuur op het gebied van «big data» in Drenthe? Zo ja, op welke wijze? Zo nee, waarom niet?

Op het gebied van «big data» wordt samenwerking gezocht met andere kennisinstituten. Op dit moment wordt hiervoor samengewerkt met TNO.

135

Kunt u, per krijgsmachtonderdeel, in de jaren 2012 – 2016, de gemaakte kosten aan het inlichtingen en veiligheidsveld (I&V) en informatie- en communicatietechnologie (ICT) specificeren?

136

Alle uitgaven aan I&V/ICT van de krijgsmachtonderdelen zijn gecentraliseerd in enkele posten: kunt u daarom per onderdeel, voor de jaren 2012–2016, de totale begrote I&V/ICT uitgaven opgeven en toelichten of deze uitgaven gaan over investeringen en/of exploitatie?

137

Kunt u de totale I&V/ICT-uitgaven voor de gehele krijgsmacht voor 2012, 2013, 2014, 2015 en 2016 onder elkaar zetten? Kunt u daarbij onderscheid maken tussen I&V/ICT voor de witte kolom en de groene kolom, waarbij ook de I&V/ICT materieelprojecten, zoals Titaan en vervanging radio’s, zijn meegenomen?

139

De totale I&V/ICT uitgaven tussen de jaren 2012–2016 lijken in verschillende jaren verspreid te staan in de begroting. Kunt u voor deze jaren de totale I&V/ICT uitgaven integraal uiteenzetten? Kunt u daarbij het onderscheid maken tussen de reguliere I&V/ICT uitgaven en operationele I&V/ICT uitgaven? Kunt u voorts toelichten bij welke posten de I&V/ICT uitgaven voor deze jaren zijn te vinden?

Ik ga er bij deze vragen van uit dat IV/ICT wordt bedoeld (dus Informatievoorziening en ICT), in plaats van I&V/ICT (Inlichtingen en Veiligheid/ICT), aangezien deze laatste twee niet op deze manier aan elkaar gerelateerd zijn. De investerings- en exploitatie-uitgaven van de krijgsmacht worden in onderstaande tabel gespecificeerd, voorzien van een verwijzing naar de desbetreffende pagina in de Ontwerpbegroting 2014.

Hierbij wordt opgemerkt dat uitsluitend de uitgaven voor witte ICT specifiek worden genoemd in de begroting. De uitgaven voor groene ICT maken deel uit van de materieelinvesteringen dan wel de uitgaven voor materieelexploitatie voor de wapensystemen en zijn daarom op dit moment niet nader te specificeren.

Tot 2014 zijn de uitgaven voor de ICT-exploitatie apart geraamd en verantwoord. Met ingang van 2014 worden deze uitgaven geraamd en verantwoord onder bijdragen aan Shared Service Organisations (SSO’s). Dit betreft uitgaven voor Paresto, de Dienst Vastgoed Defensie en IVENT (ICT). De exploitatie-uitgaven voor ICT betreffen de werkplekdienstverlening, inclusief telecommunicatie, en het beheer en onderhoud van bedrijfs ICT-systemen. De werkplekdienstverlening is tot 2013 specifiek per defensieonderdeel geraamd en verantwoord. Vanaf 2013 worden alle uitgaven voor werkplekdienstverlening centraal geraamd en verantwoord bij de Defensie Materieel Organisatie (DMO). Hierdoor is een specificatie per defensieonderdeel niet langer zichtbaar. De uitgaven voor het beheer en onderhoud van bedrijfs ICT-systemen zijn tot 2013 (centraal) geraamd en verantwoord bij het Commando DienstenCentra (CDC). In verband met de overgang van IVENT naar DMO worden deze uitgaven met ingang van 2013 geraamd en verantwoord bij DMO.

138

Klopt het dat I&V/ICT-uitgaven in 2012, inclusief alle onderdelen, investeringen en Shared Service Organisatie (SSO’s) ruim € 670 mln., in 2013 ruim € 580 mln., in 2014 ruim € 320 mln. en vanaf 2015 ruim € 290 mln. per jaar bedragen? Kunt u het grote verschil, alleen tussen 2012 en 2014 al ruim 50%, tussen de verschillende jaren uitgebreid toelichten? Wat is de oorzaak van deze grote daling in I&V/ICT-kosten?

Deze aanname is niet juist. De uitgaven voor groene ICT zijn niet specifiek genoemd in de begroting. De uitgaven voor witte ICT bedroegen in 2012 ongeveer € 340 miljoen. De actuele raming voor 2013 bedraagt in deze uitgavencategorie ongeveer € 300 miljoen. Het verloop van de ramingen vanaf 2013 is in de begroting niet precies zichtbaar door de gecombineerde presentatie van uitgaven in de post bijdragen aan SSO’s. Er is niettemin sprake van een daling van ICT-uitgaven. Dit betreft een combinatie van autonome taakstellingen, de verwerking van effecten van de verkleining van Defensie (minder behoefte aan ICT) en vraagdemping.

139

De totale I&V/ICT uitgaven tussen de jaren 2012–2016 lijken in verschillende jaren verspreid te staan in de begroting. Kunt u voor deze jaren de totale I&V/ICT uitgaven integraal uiteenzetten? Kunt u daarbij het onderscheid maken tussen de reguliere I&V/ICT uitgaven en operationele I&V/ICT uitgaven? Kunt u voorts toelichten bij welke posten de I&V/ICT uitgaven voor deze jaren zijn te vinden?

Zie het antwoord op vraag 135 e.v.

140

Bestaat er, gezien het steeds grotere belang van I&V/ICT en het genetwerkt optreden voor Defensie, een integrale visie op de Defensie I&V/ICT waarin ambities, strategie en I&V/ICT investeringen en uitgaven staan toegelicht en verantwoord? Zo ja, kunt u deze aan de Kamer doen toekomen? Zo nee, waarom niet, en bent u dan bereid zo snel mogelijk een integrale I&V/ICT visie op te stellen, met speciale aandacht voor I&V/ICT en genetwerkt optreden, en deze met de Kamer te delen?

141

Is er sprake van een steeds grotere afhankelijkheid, onder andere door het steeds grotere belang van genetwerkt optreden, van I&V/ICT en vitale netwerken? Zo ja, heeft u een langetermijnstrategie voor I&V/ICT waarin de ambities en investeringen worden omschreven? Zo ja, kunt u deze toelichten? Zo nee, waarom niet?

Defensie heeft de IV-strategie IV4ALL, waarin op hoofdlijnen de visie op informatievoorziening is uitgewerkt evenals de daaruit volgende principes die bepalend zijn voor de strategische doelstellingen. Vanuit deze IV-strategie zijn, mede vanwege de verscheidenheid en complexiteit van de diverse IV/ICT gebieden, verschillende deelvisies en deelplannen uitgewerkt. Voor het einde van het jaar zal ik de Kamer met een brief informeren over deze IV-strategie. Voor genetwerkt optreden is er de strategische visie op Netwerk en Informatie Infrastructuur (NII). Het NII-ontwikkelingsplan slaat een brug tussen de visie en de uitvoering in de vorm van programma’s, projecten en activiteiten. Het Joint IV Commando voert het NII-ontwikkelingsplan uit.

142

Zijn er plannen om het onbemande luchtsysteem Medium Altitude Long Endurance Unmanned Aerial Vehicle (MALE UAV) te bewapenen? Welke UAV kandidaten worden momenteel overwogen? Wordt er samengewerkt met andere landen in het aanschafproces en in dienst nemen van de UAV? Zo ja, welke landen zijn dat en wat is de aard van de samenwerking?

Zoals gemeld in de A-brief van 14 december 2011 over het project MALE UAV (Kamerstuk 30 806, nr. 10), heeft de behoeftestelling geen betrekking op een MALE UAV als wapendrager. In de B-brief, die ik de Kamer halverwege november zal aanbieden, zal ik onder meer ingaan op de kandidaten en de samenwerkingsmogelijkheden met andere landen.

143

Zijn er plannen om nieuwe onderzeeboten te ontwerpen en te bouwen samen met Duitsland? Indien ja, kunt u deze plannen nader toelichten?

Defensie oriënteert zich op de vervanging Walrusklasse onderzeeboten. Hierbij worden de mogelijkheden voor internationale samenwerking onderzocht. Samenwerking met Noorwegen en Duitsland lijkt op dit moment de meeste kans van slagen te hebben. Na het opstellen van de definitieve functie-eisen zal in 2015 of 2016 de verwervingsstrategie worden bepaald. In deze fase zullen gesprekken worden gevoerd met nationale en internationale industriële partijen, waaronder Duitse.

144

Kunt u een overzicht geven van alle internationale samenwerkingsverbanden waar Defensie aan deelneemt?

U treft het gevraagde overzicht aan in bijlage 2. Het betreft een geactualiseerde versie van het overzicht dat de Kamer op 11 mei 2012 heeft ontvangen (Kamerstuk 33 279, nr. 3).

145

Kunt u toelichten waarom er in de begroting geen ingeschatte opbrengsten van sourcingstrajecten kunnen worden opgenomen? In hoeverre zijn er tot nu toe ingeschatte opbrengsten bekend? Kunt u deze per groot sourcingstraject opgeven en toelichten?

146

Wordt er binnen de begroting rekening gehouden met eventuele opbrengsten van de sourcingstrajecten? Zo ja, worden deze opbrengsten toegevoegd aan de investeringen en exploitatie? Zo nee, kunt u uitgebreid toelichten waarom niet?

147

Worden eventuele opbrengsten van sourcingstrajecten meegenomen in de begroting? Zo ja, waar komen deze opbrengsten terecht? Zo nee, waarom niet, en bij welke voorwaarden zouden eventuele opbrengsten wel worden opgenomen?

De geschatte opbrengsten zijn niet per sourcingtraject zichtbaar in de begroting, maar worden opgenomen in de besparing van € 48 miljoen die Defensie, in het kader van de taakstelling uit het regeerakkoord, behaalt op de bedrijfsvoering. Bij de uitwerking van de business cases wordt bekeken welke financiële bijdragen specifieke sourcingtrajecten aan deze taakstelling kunnen leveren.

148

Waar zijn de uitgaven aan de verdere ontwikkeling van Enterprise Resource Planning (ERP) op de begroting te vinden? Kunt u voor de aankomende jaren toelichten welke kosten hiermee zijn gemoeid en tot wanneer ERP wordt doorontwikkeld?

149

Onder welke post zijn de verdere uitgaven aan de ontwikkeling van ERP te vinden nu Strategic Process and Enterprise Resource Planning Enabled Reengineering (SPEER) is overgegaan in de lijnorganisatie?

Voor de verdere doorontwikkeling van de ICT-ondersteuning van de financiële, personele en materieellogistieke bedrijfsvoering met onder andere ERP-functionaliteit is in beleidsartikel 6 – Investeringen krijgsmacht de komende jaren ongeveer € 15 miljoen per jaar voorzien. In algemene zin kan worden gesteld dat de doorontwikkeling, in de vorm van nieuwe releases, doorgaat zolang deze versie van het ERP-systeem door de leverancier wordt gehanteerd.

150

Heeft u over de vastgoedmaatregelen contact gehad met de Minister voor Wonen en Rijksdienst? Zo ja, waarover? Zo nee, waarom niet?

Zie het antwoord op vraag 79 e.v.

151

Wat wordt er bedoeld met de maatregel dat de vastgoednormering stringenter wordt toegepast?

152

Welke vastgoednormering zal stringenter toe gepast worden?

153

Welke vastgoednormering wordt bij Defensie gebruikt?

198

Gaat u nog een kwantitatieve doorlichting van de bestaande vastgoedportfolio uitvoeren en zo nee, waarom niet?

De komende twee jaar zal een Task Force op de grootste defensielocaties bekijken of de vastgoednormen voor bijvoorbeeld kantoorplekken en legering strikter kunnen worden toegepast om tot een betere bezetting te komen. Dit moet leiden tot een doelmatiger gebruik van het vastgoed en een geraamde besparing van € 5 miljoen structureel. Voor gebouwen met een specifieke militaire functie heeft Defensie eigen vastgoednormen ontwikkeld. Voor kantoren wordt aangesloten bij vastgoednormen van het Rijk en voor sportvoorzieningen zijn de normen van het NOC/NSF het uitgangspunt. De werkzaamheden van de Task Force staan los van de genomen besluiten over de herbelegging en de afstoting van vastgoed.

154

Hoe wordt bij het besluit voor nieuwbouw rekening gehouden met reeds leegstaand vastgoed van het Rijk?

Bij de voorbereiding van elk besluit over nieuwbouw wordt ook naar de mogelijkheden van bestaand (rijks)vastgoed gekeken.

155

Hoe gaat u bij de maatregelen op het gebied van vastgoed rekening houden met de vastgoedoperaties bij andere ministeries?

De coördinatie van de ontwikkelingen in het vastgoed van de verschillende ministeries geschiedt in de interdepartementale commissie Rijksvastgoed (ICRV) en wordt ondersteund door de Directie Rijksvastgoed van het Ministerie van BZK.

156

Zullen de reeds lopende vastgoedoperaties door de stuurgroep worden herbeoordeeld op nut en noodzaak? Zo ja, welke gevolgen heeft dit voor het Herbeleggingsplan Vastgoed? Zo nee, waarom niet?

De interne stuurgroep Herbeleggingsplan Vastgoed Defensie (HVD) bewaakt de integrale samenhang van de vastgoedmaatregelen uit de nota In het belang van Nederland met die uit het HVD. Ook de veranderingen als gevolg van de begrotingsafspraken van 11 oktober jl. zullen worden beoordeeld.

157

Heeft u een beeld van de gevolgen van de opgetelde vastgoedmaatregelen van het Rijk voor Assen? Zo ja, kunt u dat beeld met ons delen? Zo nee, waarom niet?

158

Heeft u een beeld van de gevolgen van de opgetelde vastgoedmaatregelen van het Rijk voor Drenthe? Zo ja, kunt u dat beeld met ons delen? Zo nee, waarom niet?

Zie het antwoord op vraag 79 e.v.

159

Blijven de schietbaan in Witten en het oefenterrein De Haar nabij Assen in gebruik als de Johan Willem Friso-kazerne gesloten wordt? Zo ja, is dit aan een termijn gebonden?

160

Blijven het 13e Infanteriebataljon luchtmobiel en het Schoolbataljon Noord gebruik maken van de schietbaan in Witten en het oefenterrein De Haar? Zo ja, op welke termijn kan hier verandering in optreden, en welke oplossing ziet u dan?

161

Kunt u toelichten of gebruikmaking van de oefenfaciliteiten in de nabijheid van Assen door de verhuizing naar Havelte tot extra kosten voor deze bataljons leidt? Zo ja, hoeveel?

Oefenterrein De Haar blijft open. Hieraan is geen termijn verbonden en er is geen verband met de kazerne in Assen. De blijvende behoefte aan de schietbaan in Witten wordt door Defensie nog nader in beschouwing genomen.

162

Is intensivering van de samenwerking van de Dienst Vervoer & Ondersteuning van de Dienst Justitiële Inrichtingen op de Johan Willem Friso-kazerne in Assen een optie die nader onderzoek verdient? Zo nee, waarom niet? Zo ja, wat waren de uitkomsten?

163

Hoeveel Defensiemedewerkers zijn er werkzaam op de Johan Willem Frisokazerne in Assen?

165

Waar zal het personeel dat werkzaam is op de Johan Willem Frisokazerne in Assen naar toe verhuizen?

166

Waar zullen de eenheden van de Johan Willem Frisokazerne in Assen naar toe verhuizen?

167

Waar zullen de taken die momenteel op de Johan Willem Frisokazerne in Assen worden uitgevoerd in de toekomst uitgevoerd worden?

Op de Johan Willem Frizokazerne in Assen werken, exclusief de leerlingen van het schoolbataljon Noord, ongeveer 1.250 defensiemedewerkers. Als gevolg van de begrotingsafspraken van 11 oktober jl. zal de kazerne in Assen openblijven en zullen geen eenheden verhuizen.

164

Hoeveel van de Defensiemedewerkers die werkzaam zijn op de Johan Willem Frisokazerne zullen extern bemiddeld worden?

Zie het antwoord op vraag 60 e.v.

168

Is het overwogen om de toekomstige marinierskazerne in Vlissingen over te brengen naar Rotterdam? Zo ja, waarom is dit niet gebeurd? Zo nee, waarom niet?

Er is niet overwogen de toekomstige marinierskazerne in Vlissingen over te brengen naar Rotterdam. Op het voorziene terrein aan de Buitenhaven in Vlissingen is voldoende ruimte om zowel het Mariniers Trainingscommando als het Mariniers Opleidingscentrum (MOC) onder te brengen. Die ruimte ontbreekt op en rondom het terrein van de Van Ghentkazerne in Rotterdam.

169

Kunt u de business-case voor de sluiting van de Van Ghent Kazerne aan de Kamer doen toekomen?

176

Kunt u de meest actuele en exacte kostenberekening van de nieuwe kazerne in Vlissingen aan de Kamer doen toekomen?

177

Is er volledige dekking gevonden voor de bouw van de nieuwe kazerne in Vlissingen? Zo nee, welk bedrag staat nog open?

178

Hoeveel vertraging zal de nieuw te bouwen kazerne in Vlissingen oplopen als gevolg van het opnieuw bezien van de behoeftestelling door de sluiting van de Van Ghent Kazerne?

179

Kunt u een overzicht geven van de financiële gevolgen van de overplaatsing van de Van Ghent Kazerne naar Vlissingen? Heeft deze overplaatsing nog gevolgen voor de toezegging van de gemeente Vlissingen en de provincie Zeeland om respectievelijk € 3 mln. en € 15 mln. bij te dragen om de toezegging gestand te doen dat de grond voor de kazerne om niet en bouwrijp beschikbaar wordt gesteld? Wie gaat de meerkosten dragen en hoe groot zullen de meerkosten zijn?

180

Kunt u een overzicht geven van de besparing door het sluiten en afstoten van de Van Ghent Kazerne, uitgesplitst naar exploitatiekosten,

De beoogde besparing door de afstoting van de Van Ghentkazerne bedraagt in totaal ongeveer € 6 miljoen structureel. Dit bedrag bestaat uit een besparing op de vastgoedexploitatie van € 2,1 miljoen per jaar en overige besparingen van ongeveer € 4 miljoen per jaar als gevolg van meer efficiency door de samenvoeging in Vlissingen. Hierdoor kan bijvoorbeeld een personele besparing van ongeveer 50 vte’n worden bereikt. De besparingen en kosten worden de komende tijd in de business case nader uitgewerkt. Daarnaast is er een eenmalige verkoopopbrengst.

De komende maanden zal de behoeftestelling voor de marinierskazerne in Vlissingen worden herijkt op grond van het besluit ook het MOC in Vlissingen onder te brengen. Ik zal de Kamer in het voorjaar van 2014 over de herijkte behoeftestelling en over het bijbehorende tijdschema informeren. Op grond daarvan is de precieze business case voor de sluiting van de Van Ghentkazerne te maken en vervolgens te valideren. De provincie en de gemeenten hebben toegezegd de grond voor de kazerne om niet en bouwrijp beschikbaar te stellen. Dit staat los van de meerkosten die Defensie moet maken om Vlissingen uit te breiden.

170

Hoeveel Defensiemedewerkers zijn er werkzaam op de Van Ghent Kazerne?

In totaal werken er ongeveer 370 medewerkers op de Van Ghentkazerne. Daarnaast zijn op deze locatie 400 tot 800 cursisten in opleiding.

171

Hoeveel van de Defensiemedewerkers die werkzaam zijn op de Van Ghent Kazerne zullen extern bemiddeld worden?

Zie het antwoord op vraag 60 e.v.

172

Waar zal het personeel dat werkzaam is op de Van Ghent Kazerne naar toe verhuizen?

173

Waar zullen de eenheden van de Van Ghent Kazerne naar toe verhuizen?

174

Waar zullen de taken die momenteel op de Van Ghent Kazerne worden uitgevoerd in de toekomst uitgevoerd worden?

De Van Ghentkazerne kent de volgende gebruikers: het MOC, de Marinierskapel, de Tamboers & Pijpers, de Vloot Road Show, het Mariniersmuseum en daarnaast ondersteunend personeel. Het MOC verhuist naar Vlissingen, waarbij het merendeel van de vte’n meegaan. Ongeveer 50 functies kunnen als gevolg van de grotere doelmatigheid worden bespaard. Voor de huisvesting van de Amerikaanse transporteenheid zal elders in de Rotterdamse regio een alternatief worden gezocht. Over de huisvesting van de Marinierskapel, de Tamboers & Pijpers, de Vloot Road Show en het Mariniersmuseum is nog geen besluit genomen.

175

Heeft u alternatieven ontvangen en/of overwogen voor het sluiten van de Van Ghent Kazerne? Zo ja, welke zijn dit?

Nee. Wel blijf ik hiervoor open staan. De business case is leidend.

176

Kunt u de meest actuele en exacte kostenberekening van de nieuwe

kazerne in Vlissingen aan de Kamer doen toekomen?

177

Is er volledige dekking gevonden voor de bouw van de nieuwe kazerne in Vlissingen? Zo nee, welk bedrag staat nog open?

178

Hoeveel vertraging zal de nieuw te bouwen kazerne in Vlissingen oplopen als gevolg van het opnieuw bezien van de behoeftestelling door de sluiting van de Van Ghent Kazerne?

179

Kunt u een overzicht geven van de financiële gevolgen van de overplaatsing van de Van Ghent Kazerne naar Vlissingen? Heeft deze overplaatsing nog gevolgen voor de toezegging van de gemeente Vlissingen en de provincie Zeeland om respectievelijk € 3 mln. en € 15 mln. bij te dragen om de toezegging gestand te doen dat de grond voor de kazerne om niet en bouwrijp beschikbaar wordt gesteld? Wie gaat de meerkosten dragen en hoe groot zullen de meerkosten zijn?

180

Kunt u een overzicht geven van de besparing door het sluiten en afstoten van de Van Ghent Kazerne, uitgesplitst naar exploitatiekosten, personeelskosten, onderhoudskosten en eventuele verkoopopbrengsten?

Zie het antwoord op vraag 169 e.v.

181

Hoeveel Defensiemedewerkers zijn er werkzaam op het Air Operations Control Station in Nieuw Milligen?

Op het Air Operations Control Station zijn 674 vte’n werkzaam.

182

Hoeveel van de Defensiemedewerkers die werkzaam zijn op het Air Operations Control Station in Nieuw Milligen zullen extern bemiddeld worden?

Zie het antwoord op vraag 60 e.v.

183

Waar zal het personeel dat werkzaam is op het Air Operations Control Station in Nieuw Milligen naar toe verhuizen?

184

Waar zullen de eenheden van het Air Operations Control Station in Nieuw Milligen naar toe verhuizen?

185

Waar zullen de taken die momenteel op het Air Operations Control Station in Nieuw Milligen worden uitgevoerd in de toekomst uitgevoerd worden?

De taken van de militaire Luchtverkeersleiding zullen door defensiepersoneel worden uitgevoerd vanaf de locatie van de Luchtverkeersleiding Nederland te Schiphol. Op dezelfde wijze zal een beperkt deel van de taken worden uitgevoerd vanaf de locatie van Maastricht Upper Area Control Centre.

186

Hoeveel Defensiemedewerkers zijn er werkzaam op de Joost Dourleinkazerne op Texel?

Op de Joost Dourleinkazerne zijn ongeveer 265 medewerkers werkzaam.

187

Waar zullen de eenheden van de Joost Dourleinkazerne op Texel naar toe verhuizen?

189

Waar zal het personeel dat werkzaam is op de Joost Dourleinkazerne naar toe verhuizen?

De eenheden en het bijbehorende personeel worden overgeplaatst naar Den Helder.

188

Hoeveel van de Defensiemedewerkers die werkzaam zijn op de Joost Dourleinkazerne op Texel zullen extern bemiddeld worden?

Zie het antwoord op vraag 60 e.v.

189

Waar zal het personeel dat werkzaam is op de Joost Dourleinkazerne naar toe verhuizen?

Zie het antwoord op vraag 187.

190

Welke nadelige effecten heeft de sluiting van kazernes op de werving en het behoud van personeel?

Defensie heeft, ondanks bezuinigingen en het sluiten van defensielocaties, altijd behoefte aan nieuw personeel. Dit hoort bij de doorstroomorganisatie die Defensie is. Deze boodschap is het afgelopen jaar voortdurend uitgedragen in de arbeidsmarktcommunicatie en het positieve effect hiervan is duidelijk zichtbaar in de wervingsresultaten. Ook na de sluiting van bepaalde locaties behoudt Defensie voldoende regionale zichtbaarheid, zodat de effecten op de werving beperkt zullen zijn.

191

Heeft u bij de ontwikkeling van uw vastgoed plannen rekening gehouden met de motie De Vries c.s. ( 31 490 nr. 126 ), waarin uitgesproken wordt dat o.a. Drenthe en Friesland niet onevenredig qua werkgelegenheid door de bezuinigingen getroffen mogen worden?

Zie het antwoord op vraag 79.

192

Hoe ver bent u met de raming van de investeringen, die benodigd zijn om de verschillende verhuizingen te realiseren, en wanneer kan ze een compleet beeld geven?

193

Hoe heeft u de dekking van de investeringen die benodigd zijn om verschillende verhuizingen te realiseren geregeld?

194

Kunt u toelichten met welke opbrengsten en kosten u per locatie rekening heeft gehouden met betrekking tot het afstoten van vastgoed?

De detailuitwerking van de plannen is gaande. Naar verwachting zal het financiële beeld in het tweede kwartaal 2014 voor een belangrijk deel duidelijk zijn. Daarin is ook de dekking van de investeringen opgenomen.

195

Ziet u mogelijkheden om de exploitatie van het vastgoed van Defensie efficiënter te maken door gebruikmaking van de faciliteiten op de kazernes door andere rijksdiensten?

196

Hoe kijkt u aan tegen huisvesting van andere rijksdiensten op militair vastgoed?

197

Op welke wijze werkt u samen met de Minister voor Wonen en Rijksdienst om het vastgoed van Defensie efficiënter te gebruiken door gebruikmaking van de faciliteiten op de kazernes door andere rijksdiensten?

Defensie staat positief tegenover het gebruik door andere overheidsdiensten van faciliteiten op militaire terreinen en ziet hierin kansen om de exploitatie doelmatiger te maken. Gezien de aard van het vastgoed en het militaire gebruik ligt samenwerking met diensten in de sfeer van openbare orde en veiligheid het meest voor de hand, zonder andere opties uit te sluiten. Met de Nationale Politie is al een samenwerkingsafspraak gemaakt.

198

Gaat u nog een kwantitatieve doorlichting van de bestaande vastgoedportfolio uitvoeren en zo nee, waarom niet?

Zie het antwoord op vraag 151 e.v.

199

Overweegt u een overplaatsing van Marinierskazerne in Den Helder en/of de legering van het Korps Commandotroepen naar Vlissingen? Zo ja, welke besparingen wilt u hierbij behalen en zo nee, waarom niet?

Nee, dit wordt momenteel niet overwogen. De mariniers die nu zijn gelegerd in de te sluiten Joost Dourleinkazerne op Texel worden gehuisvest op het Complex Nieuwe Haven in Den Helder. Het oefenterrein van Texel waar met Landing Platform Docks (LPD’s) wordt geoefend, blijft namelijk wel in gebruik. Het operationele concept gaat daarbij uit van nauwe samenwerking met de marine in Den Helder. Verplaatsing van de mariniers uit Texel naar Vlissingen ligt daarom niet voor de hand. Bij de kazerne in Vlissingen is in de eerste plaats gekeken naar de samenvoeging van de marinierseenheden en niet naar de samenvoeging van andere eenheden, zoals het Korps Commandotroepen van de landmacht.

200

Heeft u plannen ten aanzien van de marinierskapel? Zo ja, welke zijn dit?

Voor de Marinierskapel van de Koninklijke Marine zal de eerder geplande verhuizing van het complex aan de Stolwijkstraat naar de Van Gentkazerne niet doorgaan. Defensie zal een alternatieve locatie aanwijzen.

201

Kunt u toelichten wat de huidige exploitatiekosten van de marinierskapel zijn?

De totale exploitatiekosten van de marinierskapel zijn € 3,2 miljoen, verdeeld in personele uitgaven van € 3,0 miljoen (63 vte’n) en overige exploitatie (huur faciliteiten, BUMA-rechten, onderhoud van instrumenten en dergelijke) van ongeveer € 227.000.

202

Waarom wordt de aanvullende taakstelling van € 15 mln. vanaf 2017 in mindering gebracht op de risicoreservering uit de beleidsbrief 2011 ( 33 694, nr.1 )? Welk bedrag resteert dan in deze risicoreservering?

De taakstelling wordt vanaf 2017 structureel ten laste gebracht van de risicoreservering. Midden 2014 komt het overgrote deel van de reorganisaties uit de beleidsbrief tot een einde. De risicoreservering is daarna niet langer nodig om tegenvallers in de reorganisatie op te vangen. Door gebruik te maken van de risicoreservering worden verdere ingrepen in operationele capaciteiten voorkomen.

203

Waarom stelt u dat de structurele oplossing voor de WUL vanaf de jaren 2015 in de Nota In het belang van Nederland is verwerkt, terwijl uit de tabel op blz. 32 van de nota blijkt dat dit niet gebeurd is?

Voor het jaar 2014 wordt Defensie gecompenseerd door het Ministerie Financiën uit de algemene middelen, zoals blijkt uit de tabel op pagina 32 van de nota. Voor de jaren daarna is de compensatie onderdeel van de problematiek waarvoor Defensie in de nota maatregelen heeft genomen (zie tabel «problematiek» op p. 31 van de nota). Voorts verwijs ik naar mijn aanvulling van de nota.

204

Wat betekent «eenmalig» in de zin over de inzetbaarheid van de F-16: «Tot de vervanging van de F-16 – voorzien in 2023 – eenmalig een groep van acht jachtvliegtuigen»?

Eenmalig betekent dat een groep van acht jachtvliegtuigen voor een periode van vier tot zes maanden kan worden uitgezonden. In voorkomende gevallen kan dit worden opgerekt tot een jaar. Daarna volgt een recuperatieperiode. Hoe lang de recuperatieperiode duurt, is afhankelijk van diverse factoren. Voorbeelden van deze factoren zijn het soort operatie die wordt uitgevoerd, het geweldsniveau en de mogelijke extra slijtage die is opgetreden.

205

Het BIV zorgt voor een korting van € 1 mld. op de defensiebegroting. Welk deel vloeit via missies weer terug naar Defensie, en welk deel op andere wijze?

Het Budget Internationale Veiligheid (BIV) bedraagt € 250 miljoen. Ongeveer € 190 miljoen hiervan is vanuit de HGIS-middelen voor crisisbeheersingsoperaties beschikbaar. Het restant is vanuit de defensiebegroting overgeheveld naar de begroting van Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking (BH&OS). Het BIV blijft beschikbaar voor activiteiten die Defensie uitvoert en wordt voor die activiteiten op de begrotingsmomenten overgeheveld van het BIV naar de defensiebegroting.

206

Is het budget Financiering Nationale Inzet Krijgsmacht (FNIK) met € 2,25 mln. nog wel voldoende om de toenemende nationale inzet van de krijgsmacht te financieren? Wanneer wordt het FNIK geëvalueerd?

In 2010 en 2011 was het budget toereikend. In 2012 laat het FNIK-budget een lichte overschrijding zien (€ 0,116 miljoen). Voor 2013 is de prognose dat het budget weer wordt overschreden. Als de toenemende nationale inzet wordt bestendigd, zal het FNIK-budget niet langer toereikend zijn. In 2012 heeft Defensie de financieel-administratieve systematiek van de FNIK geëvalueerd.

207

Hoeveel zou de genoemde Frontex inzet kosten? Wordt met het «verrekenen» bedoeld dat de kosten in EU-verband gedragen worden, of zijn die voor Nederland?

208

Kan de Frontex inzet uit het BIV betaald worden?

De inzet ten behoeve van Frontex varieert naar gelang de vraag. Op voorhand kan geen schatting worden gegeven van de kosten van Frontex. Wel blijft de inzet binnen het door Nederland vastgestelde aantal van vijftig grenswachters. De inzet ten behoeve van Frontex wordt met de EU verrekend, omdat het een EU-capaciteit betreft die door de lidstaten wordt geleverd. Financiering uit het BIV is zodoende onnodig.

209

Hoe verhouden de personeelskosten van een militair gestationeerd op Sint Maarten of Aruba zich tot de kosten van een vergelijkbare militair die in Nederland gestationeerd is?

De kosten van salarissen en sociale lasten zijn in beide gevallen gelijk. Het personeel op Sint Maarten en Aruba heeft daarnaast recht op een toelage buitenland, die ongeveer 40 procent van het salaris betreft (inclusief sociale lasten).

210

Wanneer zal het JSS afgebouwd zijn?

Zie het antwoord op vraag 32.

211

Welke extra operationele inzetbaarheid is mogelijk als het JSS niet wordt afgestoten?

212

Wanneer zal het nog te verwerven kleinere bevoorradingsschip in dienst gesteld worden?

213

Hoe lang kan de Zr.Ms. Amsterdam nog in de vaart gehouden worden?

214

Wat zijn de exploitatiekosten van de Zr.Ms. Amsterdam?

215

Welke gevolgen heeft het langer in de vaart houden van de Zr.Ms. Amsterdam voor het onderhoudspersoneel?

Als gevolg van de begrotingsafspraken van 11 oktober jl. komt een deel van de maatregelen uit de nota in een ander licht te staan. Ik verwijs u naar mijn aanvulling op de nota.

216

Kunt u toelichten wat een meer flexibele personeelssamenstelling inhoudt?

217

Hoe zal een meer flexibele personeelssamenstelling tot een reductie van het aantal vte's leiden?

218

Wat is de verwachte structurele besparing van een flexibeler personeelssamenstelling?

Deze maatregel houdt in dat per operationele eenheid een basisbemanning in stand blijft en dat, afhankelijk van de missie, de daarvoor noodzakelijke specifieke (specialistische) bemanningsmodules worden toegevoegd. Hierdoor kan marinebreed worden volstaan met minder van deze specifieke (specialistische) bemanningsmodules, wat een besparing in vte’n oplevert. De verwachte financiële besparing is € 6,8 miljoen per jaar.

219

Hoe past het opheffen van het 45e Pantserinfanteriebataljon in het beleid om de organisatie van operationele eenheden te verbeteren door een flexibeler personeelsbezetting?

Als gevolg van de begrotingsafspraken van 11 oktober jl. zal het 45e pantserinfanteriebataljon behouden blijven.

220

Bij welke materieelprojecten zijn er inmiddels lange termijn onderhoudscontracten afgesloten?

Voor onder meer de volgende systemen zijn langlopende onderhoud(instandhoudings)contracten in de vorm van raamcontracten afgesloten:

  • Infanterie Gevechtsvoertuig (IGV);

  • Patriot;

  • Army Ground Based Air Defence System(AGBADS);

  • Trekker oplegger combinatie (Tropco);

  • Wissellaadsysteem;

  • Kustwachtvliegtuigen;

  • C-130;

  • KDC-10;

  • Diverse systemen, zoals simulatoren, voertuigen, grondverzetmachines, subsystemen (optronica, communicatie en sensorsystemen, ed.) en productiemiddelen.

Deze raamcontracten hebben een looptijd van enkele tot vele jaren.

221

Als de hele taakstelling zou worden ingevuld via bezuinigingen op de landmacht, welke gevolgen zou dat hebben voor de inzetbaarheid?

Zoals ik heb verwoord in mijn nota In het belang van Nederland, is een van de uitgangspunten van het kabinet dat de Nederlandse krijgsmacht, ook in de toekomst, zo goed mogelijk moet kunnen omgaan met diffuse dreigingen en risico’s. Een eenzijdige oriëntatie op één type missie acht het kabinet niet verantwoord. De huidige samenstelling van de krijgsmacht weerspiegelt dit besef. In die gedachte past geen eenzijdige belegging van maatregelen bij het Commando Landstrijdkrachten. Die optie is daarom niet overwogen.

222

Hoe lang zal het duren om de bemanning van een Apache en Chinook van Deployable Combat Ready te trainen voor missie inzet?

Dit is afhankelijk van de uit te voeren missie. Bij een aantal missietypen is geen extra training noodzakelijk. Hoewel de beschikbaarheid van vlieguren geleidelijk stijgt, is deze nog onvoldoende om aan de totale vraag te voldoen. Dit wordt opgevangen door helikopterbemanningen niet tot op het hoogste dreigingsniveau volledig op te leiden. Het opereren met helikopters – en daarmee luchtmobiele troepen – op het hoogste dreigingsniveau kent daardoor beperkingen. Deze beperking geldt in een scenario met een volledig functionerend vijandelijk geïntegreerd luchtverdedigingssysteem waarin (nog) geen luchtoverwicht is bereikt. Met aanvullende training voor de bemanningen, waarvan de duur afhankelijk is van de missie, is inzet ook mogelijk op het hoogste dreigingsniveau. Dit betekent dat de Chinook-helikopter nog steeds op alle dreigingsniveaus inzetbaar is, maar afhankelijk van de missie een langere voorbereidingstijd nodig is. Met de structurele toevoeging van exploitatiebudget voor de helikoptervloot (€ 10 miljoen voor de complete helikoptervloot en daarnaast € 9 miljoen voor de NH-90) en de aanpassing van het ambitieniveau, heb ik maatregelen getroffen waarmee op termijn de bemanningen ook permanent tot op het hoogste dreigingsniveau zijn getraind.

223

Als de Dornier voor Frontex wordt ingezet, heeft dat dan gevolgen voor de inzet in Caribisch gebied?

Nee. De Dornier wordt niet ingezet in het Caribisch gebied.

224

Wat is de marktwaarde van een Nederlandse F-16?

De marktwaarde van een Nederlandse F-16 wordt bepaald in een onderhandelingsproces met een potentiële koper en is onder meer afhankelijk van de configuratie van de F-16. Omdat de markt voor overtollige F-16’s klein is en elk onderhandelingsproces uniek, kunnen hierover geen algemene uitspraken ver worden gedaan. Onlangs is de Kamer overigens vertrouwelijk geïnformeerd over de verkoopopbrengsten van vijftien F-16’s in de (Nederlandse) M5-configuratie aan Jordanië (Kamerstuk 22 054, nr. 232).

225

Wat zijn de gemiddelde kosten per vte van een medewerker van de Marechaussee? Hoe verhoudt dit zich tot de kosten van een vergelijkbare politieman?

De gemiddelde kosten van een medewerker van de Koninklijke Marechaussee bedragen ongeveer € 46.000. Dit bedrag is berekend door de totale personeelskosten te delen door het totaal aantal medewerkers (inclusief niet-executief militair personeel en burgerpersoneel). Hierin zijn de overige personeelsuitgaven per medewerker, zoals dienstreizen, werkplek en postactieve kosten, niet meegenomen. Deze gemiddelde kosten kunnen niet zonder meer worden vergeleken met die van een medewerker van de politie. Het personeelsbestand van de politie en de daaraan verbonden kosten zijn anders opgebouwd, met aanzienlijke verschillen in bijvoorbeeld de toelagesystematiek en betaling van (pensioen)premies.

226

Welke taken doet de Marechaussee nu, die vergelijkbaar zijn met wat de reguliere politie doet?

De Koninklijke Marechaussee, de politie, maar ook bijzondere opsporingsdiensten oefenen taken uit op grond van de Politiewet en zijn in die zin vergelijkbaar. In de Politiewet krijgen deze organisaties elk specifieke taken opgedragen.

227

Wanneer moet bij de Koninklijke Marechaussee de YPR-765

vervangen worden?

De 25 YPR-765’s van de Koninklijke Marechaussee bereiken het einde van hun levensduur in 2016, maar kunnen met enkele aanvullende maatregelen tot uiterlijk 2020 in gebruik blijven.

228

Wat is het beoogde en gerealiseerde investeringspercentage van de afgelopen vijf jaar?

Het beoogde structurele investeringspercentage was de afgelopen vijf jaar 20. De realisatie in de afgelopen jaren staat in onderstaande tabel. U bent hierover geïnformeerd in de opeenvolgende jaarverslagen van Defensie.

2008

20,5%

2009

19,5%

2010

17,4%

2011

16,2%

2012

15,2%

229

Hoeveel Commissie Defensie Materieelontwikkeling (Codemo) aanvragen zijn er nog in behandeling? Wat is de gemiddelde doorlooptijd van een aanvraag? Levert de financiering van goedgekeurde projecten nog vertraging op? Zijn er al financiële middelen in de vorm van royalties teruggestort?

Momenteel zijn twee aanvragen in behandeling. Zes aanvragen zijn aangehouden omdat nadere informatie van de industrie is vereist of omdat er momenteel geen behoefte is. Vanwege capaciteitsproblemen zijn voor vijf goedgekeurde voorstellen nog geen contracten gesloten met de indieners.

De doorlooptijd van een aanvraag verschilt per project. Het uitgangspunt van Defensie is dat de besluitvorming over een aanvraag zo snel mogelijk na indiening wordt voltooid. Voor een gedegen beoordeling van een voorstel is twee maanden nodig. Een keer per kwartaal komt de Codemo bijeen. Daardoor varieert de doorlooptijd van twee tot vijf maanden. Positieve besluitvorming over een aanvraag gebeurt altijd binnen de beschikbare financiële ruimte. Financiering van goedgekeurde projecten levert derhalve vanuit Defensie geen vertraging op. Er zijn op dit moment nog geen financiële middelen in de vorm van royalties teruggestort.

230

Hoe groot is het deel van de investeringen dat gefinancierd wordt met de verkoopopbrengsten van materieel, in de jaren 2014 tot en met 2018?

De verkoopopbrengsten van overtollig materieel maken deel uit van de defensiebegroting. De netto opbrengsten van deze verkopen komen geheel ten goede aan de investeringen voor de krijgsmacht. De geraamde verkoopopbrengsten van groot materieel voor de periode 2014 tot en met 2018 zijn in totaal € 636 miljoen, zoals ook is te lezen in de ontwerpbegroting 2014 (artikel 6 – Investeringen krijgsmacht, pagina 48).

231

Welke investeringen staan in de planning voor nieuw materieel bij de Koninklijke Marechaussee?

Voor de Koninklijke Marechaussee staan in de begrotingsperiode geen investeringen in nieuw materieel van meer dan € 25 miljoen gepland. Behoeftes voor de Koninklijke Marechaussee maken wel deel uit van diverse defensiebrede projecten. Voor de Koninklijke Marechaussee is voorts een investering in IV voorzien ten behoeve van het Profiling Targeting and Tasking Centre (PTTC).

232

Wordt er overwogen om wapensystemen aan te schaffen onder het Maritime Ballistic Missile Defence (MBMD)? Zo ja, welke?

Dit wordt nu niet overwogen.

233

Kunt u toelichten wat er de reden van is dat bij de NH-90 de verplichtingen later gecontracteerd zijn dan aanvankelijk was voorzien?

234

Welke budgettaire gevolgen heeft het later contracteren van verplichtingen bij de NH-90?

Het later aangaan van de verplichting wordt vooral veroorzaakt doordat de ontwikkeling van de modificaties die de NH-90 geschikt moet maken voor transporttaken, langer heeft geduurd dan verwacht. Met de brief van 20 mei 2011 (Kamerstuk 25 928, nr. 48) bent u geïnformeerd over deze behoefte. Daarnaast is er op dit moment, zowel bij de industrie als bij de afnemers, onvoldoende capaciteit beschikbaar om alle behoeftes tijdig onder contract te brengen. Vooralsnog heeft het later aangaan van de verplichtingen geen gevolgen voor het totale projectbudget.

235

Kunt u toelichten waarom nieuwbouw van het hoofdgebouw, werkcentrum Avionica en het logistiek proces nodig is, en kunt u hierbij toelichten hoe er is gekeken naar hergebruik en renovatie?

Voor de centralisatie van het hoger vliegtuig- en elektrotechnisch onderhoud is in het kader van de reorganisatie vanaf 2003 besloten tot de oprichting van het Logistiek Centrum Woensdrecht (LCW). Het betreft de samenvoeging en co-locatie van de volgende bedrijven:

  • de staf van het Logistiek Centrum Koninklijke Luchtmacht en de Divisie Wapensysteemondersteuning;

  • de Logistieke Divisies Woensdrecht en Rhenen;

  • het Centrum voor Grondsystemen en Missieondersteuning.

De samenvoeging en co-locatie van het hoger onderhoud op Woensdrecht levert een besparing op in de exploitatiekosten (personele reductie en afstoting van de objecten Rhenen en Dongen). De beschikbaarheid van infrastructuur op de Vliegbasis Woensdrecht, zoals het hoofdgebouw, het werkcentrum Avionica en het Logistiek Complex, is voorwaardelijk voor het behalen van de opgedragen reductie en afstoting. Het werkcentrum Avionica en het kantorendeel van het Logistieke Complex zijn vanaf december 2012 in gebruik genomen.

Om de infrastructurele behoefte van het LCW te kunnen accommoderen is, voor zover dit doelmatig was, gebruikgemaakt van bestaande gebouwen. Waar sprake was van aanzienlijke kwalitatieve of kwantitatieve tekortkomingen is gekozen voor nieuwbouw.

236

Is het mogelijk om (een deel van) de Energie Prestatie Adviezen (EPA) maatregelen naar voren te halen in de tijd? Kunt u aangeven welke extra besparing er tegenover een vroegere investering zou staan?

De EPA-maatregelen zijn gekoppeld aan het groot onderhoud van de desbetreffende gebouwen. Het naar voren halen van (een deel van) de EPA-maatregelen moet van geval tot geval worden berekend, omdat het ook kan leiden tot extra kosten en derhalve tot een lagere besparing.

237

Kunt u per vastgoedproject in planning de verwachte uitgaven in 2014 weergeven?

Voor alle bouwprojecten hanteert Defensie een planning waarbij een beheerste uitvoering binnen budget en tijd voorop staat. Door veranderende omstandigheden, zoals een wijzigende prioriteitstelling, vertraging in de vereiste vergunningverlening of een langere voorbereidings- of bouwtijd, moet deze planning geregeld worden aangepast. Vastgoedprojecten als gevolg van de nota In het belang van Nederland moeten nog worden uitgewerkt.

238

Kunt u uiteenzetten welke eenheden waarheen verhuizen in het schuifplan Ermelo?

239

Welke eenheden zullen bij het schuifplan Ermelo naar Ermelo verhuizen en om hoeveel Defensiemedewerkers gaat dit?

240

Welke eenheden zullen bij het schuifplan Ermelo van Ermelo weg verhuizen en om hoeveel Defensiemedewerkers gaat dit?

241

Welke gevolgen heeft het opheffen van het 45e pantserinfanteriebataljon voor het schuifplan Ermelo?

242

Welke eenheden zijn er op dit moment in Ermelo gevestigd?

243

Hoeveel Defensiemedewerkers zijn er momenteel werkzaam op de kazerne in Ermelo?

244

Hoeveel defensiemedewerkers zullen na de reorganisaties werkzaam zijn op de kazerne in Ermelo?

Momenteel werken ongeveer 1.950 defensiemedewerkers op de kazerne in Ermelo. Het 45e pantserinfanteriebataljon, het 400 Geneeskundig bataljon, diverse elementen van het Materieellogistiek Commando, waaronder hersteleenheden, en de staf van het Opleidingscentrum Initiële Opleidingen zijn in Ermelo gevestigd.

Als gevolg van de begrotingsafspraken van 11 oktober jl. komt een deel van de maatregelen uit de nota in een ander licht te staan. Ik verwijs u naar mijn aanvulling op de nota.

245

Waarom daalt het budget voor de bekostiging van wetenschappelijk onderzoek van € 70 mln. in 2012 naar € 57,5 mln. in 2018? Welk percentage van de defensie-uitgaven zal aan R&D en R&T besteed worden?

Het structurele defensiebudget voor Science & Technology (S&T) is tot en met 2015 verhoogd door de overheveling van incidentele budgetten voor interdepartementale research projecten. De daling van het centrale S&T-budget is voornamelijk het gevolg van het aflopen van deze projecten. Het structurele S&T-budget van Defensie bedraagt € 57,6 miljoen. Dit is ongeveer 0,8 procent van de totale defensie-uitgaven.

246

Hoeveel geeft Defensie in 2014 uit aan wetenschappelijk onderzoek waarmee het een bijdrage levert aan het rijksbrede topsectorenbeleid?

247

Hoeveel euro draagt Defensie bij aan het topsectorenbeleid?

In de begroting 2014 is voor R&D een bedrag van € 62 miljoen per jaar begroot. Daarvan gaat € 11 miljoen per jaar naar wetenschappelijk onderzoek ten behoeve van de Topsectoren. Het betreft € 8 miljoen voor de sector Hightech Systemen en Materialen en € 3 miljoen voor de sector Water.

248

Hoeveel van de € 24 mln. dat beschikbaar is voor technologieontwikkeling wordt binnen de gouden driehoek besteedt?

Het budget voor technologieontwikkeling wordt voor ongeveer 40 procent besteed aan technologieprojecten, waaraan zowel de industrie als de kennisinstituten deelnemen.

249

Hoeveel CV-90's, Fenneks en Boxers worden afgestoten met de opheffing van het 45e pantserinfanteriebataljon?

250

Welke gevolgen heeft het afstoten van de CV-90's, Fenneks en Boxers na opheffing van het 45e pantserinfanteriebataljon voor het betreffende onderhoudspersoneel?

251

Welk bedrag is begroot voor de verkoop van de af te stoten CV-90's, Fenneks en Boxers?

Voor de gevolgen van de begrotingsafspraken van 11 oktober jl. verwijs ik naar mijn aanvulling op de nota.

252

Is het mogelijk om de overtollige Fenneks van de landmacht om te bouwen tot de vervanger van de YPR-765 van de Koninklijke Marechaussee? Zo ja, hoe verhouden de ombouwkosten zich tot de verwervingskosten van een nieuwe vervanger van de YPR-765?

253

Is het mogelijk om de overtollige CV-90’s van de landmacht om te bouwen tot de vervanger van de YPR-765 van de Koninklijke Marechaussee? Zo ja, hoe verhouden de ombouwkosten zich tot de verwervingskosten van een nieuwe vervanger van de YPR-765?

254

Is het mogelijk om de overtollige Boxers van de landmacht om te bouwen tot de vervanger van de YPR-765 van de Koninklijke Marechaussee? Zo ja, hoe verhouden de ombouwkosten zich tot de verwervingskosten van een nieuwe vervanger van de YPR-765?

Als vervanger voor de YPR heeft de Koninklijke Marechaussee voertuigen nodig die geschikt zijn voor de uitvoering van de politietaken in de bijstandsorganisatie van de Koninklijke Marechaussee en voor de ondersteuning van eenheden van de Dienst Speciale Interventies (DSI). Deze voertuigen moeten onder meer kunnen worden ingezet voor de handhaving van de openbare orde en voor bewakings- en beveiligingstaken. Daarbij moeten de voertuigen op een veilige wijze in verstedelijkt gebied kunnen worden ingezet. De Fennek is weliswaar geschikt voor gebruik in verstedelijkt gebied, maar biedt slechts ruimte aan drie personen, inclusief de chauffeur. Daarmee is het geen geschikt platform voor het vervoer van zowel de bijstandseenheden van de KMar als voor eenheden van de DSI. De CV-90 en de Boxer bieden de vereiste ruimte, maar zijn door hun grote afmetingen en hun hoge gewicht niet geschikt voor inzet in verstedelijkt gebied.

255

Aan welke landen wordt de Lynx helikopter verkocht?

Nederland verkoopt geen volledige Lynx-helikopters. Nederland verkoopt wel onderdelen van Lynx-helikopters aan diverse landen die deze helikopter nog gebruiken. De resterende onderdelen die niet verkocht kunnen worden, zullen worden verschroot.

256

Kunt u toelichten waar vanaf 2014 de post «materiële uitgaven waarvan ICT» van de Defensie Materieel Organisatie (DMO) ondergebracht is?

257

Kunt u aangeven aan welke SSO's een bijdrage wordt geleverd uit de post «materiële uitgaven waarvan bijdragen aan SSO's» van de DMO, en kunt u hierbij per SSO het bedrag en de te verrichten taken weergeven?

258

Waar komt het verschil vandaan dat in het jaar 2014 € 228 mln. minder wordt uitgegeven bij de DMO aan de post «materiele uitgaven waarvan IC» ten opzichte van 2013?

In de Rijksbegrotingsvoorschriften worden de departementen verplicht de doorbelasting van de omzet van de agentschappen (baten-lastendiensten) inzichtelijk in de begroting te presenteren. De ICT-exploitatie, die in 2013 nog gescheiden zichtbaar was, wordt vanaf 2014 volledig door het agentschap DTO doorbelast. Voor 2014 is € 217,3 miljoen geraamd voor ICT-exploitatie.

De SSO- bijdrage meerjarig is als volgt verdeeld:

(Bedragen x € 1.000) Doorbelasting SSO's

Ramingen

       

2014

2015

2016

2017

2018

DMO bijdrage SSO's (van IVENT / infovrz)

217.265

193.165

187.954

186.303

186.293

DMO bijdrage SSO's (van Paresto)

300

300

300

300

300

DMO bijdrage SSO's (van DVD)

2.331

2.331

2.331

2.331

2.331

DMO bijdrage SSO's

219.896

195.796

190.585

188.934

188.924

DMO wordt doorbelast door DTO/IVENT voor exploitatie op ICT-gebied, zoals de werkplekdiensten. DMO wordt daarnaast doorbelast door Paresto voor de catering (€ 0,3 miljoen) en door de Dienst Vastgoed Defensie voor het onderhoud aan de infrastructuur van de afstotingslocaties Vriezenveen en Oudemolen (€ 2,3 miljoen).

259

Is de oprichting van het Financieel Administratie- en Beheerkantoor (FABK) nu volledig voltooid? Zo nee, wanneer moet het voltooid zijn?

260

Zijn alle functionaliteiten van het FABK volledig operationeel? Zo nee, welke functionaliteiten nog niet?

Het Financieel Administratie en Beheer Kantoor (FABK) is 3 juni jl. opgericht. Daarmee zijn de financiële administraties en de uitvoering van het beheer gecentraliseerd. Daarnaast worden in de maanden oktober en november ook de control organisaties van de defensieonderdelen gereorganiseerd. Daarmee is de reorganisatie van het control veld voltooid.

261

Welk bedrag zou het schrappen van de Defensie attachés opleveren?

Attachés vallen onder beleidsartikel 8 – Ondersteuning Krijgsmacht door het Commando DienstenCentra.

2014

€ 18,398 miljoen

2015

€ 16,706 miljoen

2016

€ 15,368 miljoen

v.a. 2017

€ 14,030 miljoen structureel

Deze kosten worden vergoed uit het HGIS attachébudget dat Defensie beheert, maar in feite van Buitenlandse Zaken is. Het schrappen van dit budget levert geen voordeel op voor Defensie. Het tegendeel is eerder waar, het betekent een bezuiniging in functies of budget.

262

Wat zijn «veiligheidsstructuren in het kader van wapenbeheersing»?

Nederland draagt door tenuitvoerlegging van politiek bindende overeenkomsten in het kader van de OVSE bij aan de instandhouding en de versterking van de veiligheid in het toepassingsgebied: heel Europa en vijf Centraal-Aziatische republieken). Het Weens Document 2011 inzake (militaire) vertrouwenwekkende en veiligheidsbevorderende maatregelen is de belangrijkste van deze OVSE-overeenkomsten. Daarnaast voert Nederland het Verdrag inzake Conventionele Strijdkrachten in Europa en het Open Skies verdrag inzake militaire observatievluchten uit, die eveneens een aanzienlijke bijdrage leveren aan de militaire veiligheid op het Europese continent. De nationale uitvoeringsverplichtingen die uit genoemde overeenkomsten voortvloeien, leggen een vast beslag op personeel en capaciteit van de krijgsmacht en worden daarom in nauwe samenwerking met de defensieorganisaties van België en Luxemburg ten uitvoer gebracht. Onlangs is besloten tot de oprichting van een gemeenschappelijke Benelux Arms Control Agency, die in België nabij Brussel zal worden gevestigd.

263

Wat wordt verstaan onder de Milieu-uitgaven?

Een groot deel van het milieubeleid van Defensie speelt zich af in de vastgoedsector. Daarbij kan worden gedacht aan ontwikkelingen en nieuwe technieken op het gebied van duurzaam bouwen, energieopwekking, -besparing en -beheer, integraal waterbeheer, bodemsanering en -beheer en natuurmonitoring en -beheer. De Dienst Vastgoed Defensie ontvangt als agentschap voor deze werkzaamheden een vergoeding die uit deze post wordt betaald. Ook uitgaven voor externe onderzoeksbureaus die voor Defensie milieuonderzoeken verrichten, vallen onder deze post.

264

Kunt u een overzicht geven van de uitgaven van Defensie voor schadevergoedingen via de landsadvocaat voor de jaren 2011, 2012 en 2013?

Onder de post Overige uitgaven zijn de navolgende bedragen (x € 1.000) betaald aan kosten voor ondersteuning door advocaten, deurwaarders en dergelijke (kosten landsadvocaat worden niet gescheiden geregistreerd) en aan schadevergoedingen (2013 tot en met september):

2011

€ 1.407

2012

€ 1.335

2013

€ 1.084

265

Welke gevolgen hebben de maatregelen uit de Nota In het belang van Nederland voor de personele bezetting van het centraal apparaat?

Als gevolg van de maatregelen uit de beleidsbrief 2011 vermindert de stafcapaciteit met dertig procent. Met de nota In het belang van Nederland is het centraal apparaat een beperkte aanvullende taakstelling opgelegd.

266

Welk bedrag is voor de jaren 2014, 2015, 2016, 2017 en 2018 extra ingeboekt op de Sociaal Beleidskader (SBK)-gelden als gevolg van de maatregelen uit de Nota In het belang van Nederland?

Voor de gevolgen van de maatregelen uit de nota In het belang van Nederland zijn, vóór het bekend worden van de begrotingsafspraken van 11 oktober jl., de volgende bedragen geraamd voor SBK-regeling tussen 2016 en 2020:

2016

2017

2018

2019

2020

€ 5,3 miljoen

€ 11,2 miljoen

€ 31,1 miljoen

€ 19,1 miljoen

€ 12,1 miljoen

267

Kunnen de kosten van een tijdelijke mismatch van het personeelsbestand worden bekostigd uit de begrote SBK-kosten om zodoende langdurige uitkeringen uit bovenwettelijke werkloosheidswet (BWW-)trajecten vanwege gedwongen ontslagen te voorkomen?

Zie het antwoord op vraag 92.

268

Tussen 2016 en 2018 is Defensie aangeslagen voor een apparaatstaakstelling van € 48 mln. In hoeverre gaat deze taakstelling, per jaar, ten koste van de Defensie Telematica Organisatie (DTO)? Kunt u toelichten hoe deze taakstelling binnen de DTO wordt ingevuld?

269

Kunt u per jaar toelichten hoe de apparaatstaakstelling van € 48 mln. die vanaf 2016 tot en met 2018 bij de DTO neerslaat?

270

Kunt u toelichten hoeveel van de taakstelling van € 48 mln. ten koste gaat van de IV/ICT? Waar valt deze bezuiniging precies neer en hoe wordt deze besparing behaald?

Met rijkspartners wordt op tal van gebieden gezocht naar mogelijkheden voor samenwerking, om zo de apparaatstaakstelling in te vullen. Bij Defensie is de taakstelling belegd bij de apparaatsbudgetten van DMO en CDC. Het aandeel van DMO hierin bedraagt € 19 miljoen. Dit bedrag slaat voor een deel neer bij DTO. Het gaat daarbij om een verdere automatisering op het gebied van de planning, de verstrekking van faciliteiten en permissies en de herstructurering van beheeromgevingen. Deze maatregelen leiden vooral tot personele reducties, maar ook tot een daling van de uitgaven voor hard- en software en de bijbehorende contracten. Deze maatregelen vragen een investering van € 3,2 miljoen in 2013 en 2014 en leiden uiteindelijk tot een structurele besparing van € 7,17 miljoen vanaf 2015.

271

Betreft het in 2013 controleren en opschonen van de personeelsdossiers zowel de wettelijke als de niet-wettelijke verplichte stukken?

272

Wanneer zal het opschonen van de wettelijke en de niet-wettelijke stukken voltooid zijn?

De controle en opschoning omvatten alle documenten in een dossier. De controle, opschoning en de openstelling van de documenten in het kader van het project personeelsdossiers worden in 2013 voltooid. Het aantal personeelsdossiers en de controle hierop is dynamisch vanwege in- en uitstroom van medewerkers. In mijn brief van 14 februari 2013 over het beheer bij Defensie (Kamerstuk 32 733, nr. 116) is het verschil toegelicht tussen het controleren en completeren van personeelsdossiers. Completering is het streven, waarbij de inspanning zich richt op de vier documenten die wettelijk in alle personeelsdossiers aanwezig moeten zijn, te weten het aanstellingsdocument, het identiteitsbewijs, de loonbelastingsverklaring en de eed of belofte. De completering van de dossiers is mede afhankelijk van de reacties van het personeel.

273

Welke maatregelen neemt u om de kwaliteit van de personeelsdossiers structureel op peil te houden?

274

Betekent dat in 2014 de kwaliteit van de personeelsdossiers structureel ingebed worden in de P&O-processen dat de kwaliteit op het moment onvoldoende is? Kunt u uw antwoord toelichten?

Een systeemgerichte aanpak moet de kwaliteit van de personeelsdossiers waarborgen. De geautomatiseerde personeelsadministratie wordt aangepast zodat het technisch onmogelijk wordt om nieuw personeel op te nemen zonder dat de vereiste documenten aanwezig zijn. De dossiers zijn gecontroleerd, opgeschoond en opengesteld. Ontbrekende documenten worden opgevraagd, zo nodig herhaaldelijk. Deze maatregelen hebben bijgedragen aan de waarborging van de kwaliteit van de dossiers.

275

Uit welke maatregelen bestaat het meerjarig verbeterprogramma Operationele gereedheid?

Defensie voert momenteel het meerjarig verbeterprogramma operationele gereedheid uit. In dit programma wordt de meting van de operationele gereedheid zo veel mogelijk geüniformeerd. Dit proces moet tegemoet komen aan de eerdere kritiek door de Algemene Rekenkamer over de vaststelling gereedheid. Het programma kent de volgende stappen: de uniformering van de meting van personele gereedheid (gerealiseerd in 2012), de uniformering van de meting van materiële gereedheid (begint in 2014) en de uniformering van de meting van geoefendheid (in uitvoering, naar verwachting in 2014 voltooid). Hierin wordt zoveel mogelijk gebruikgemaakt van duidelijke bronnen, waaronder basisadministraties.

276

Wat is het programma basisadministraties?

Het programma basisadministraties zorgt voor de vermindering van de vele administraties, de verhoging van de betrouwbaarheid van gegevens en de reductie van de administratieve beheerlasten door over te gaan op informatiesystemen waarin de brongegevens voor bijvoorbeeld personeel, materieel en financiën worden opgeslagen (basisadministraties). Op grond van het uitgangspunt «eenmalige vastlegging, meervoudig gebruik» worden de gegevens in de (basis)administratie gewijzigd en worden die wijzigingen gedistribueerd naar gekoppelde administraties. De (basis)administraties vormen de bron voor de management- en verantwoordingsinformatie.

277

Kunt u de reden toelichten voor het opnemen van het meerjarig verbeterprogramma operationele gereedheid in het programma basisadministraties?

Het programma basisadministratie legt een basis voor het verbeterprogramma dat bij de voorgaande vraag is toegelicht. Beide trajecten worden zoveel mogelijk parallel en onafhankelijk van elkaar doorlopen. In het programma basisadministratie wordt wat planning en capaciteit betreft rekening gehouden met het verbeterprogramma.

278

Zijn vanaf 2014 alle IV/ICT-kosten van de krijgsmacht bij de DTO te vinden? Zo nee, bij welke posten staan nog meer IV/ICT-uitgaven gespecificeerd?

Het financiële overzicht op pagina 71 van de begroting betreft uitsluitend de baten en lasten van het agentschap DTO. De uitgaven van de krijgsmacht op het gebied van IV en ICT zijn gespecificeerd in:

  • Overzicht Investeringen Krijgsmacht (p. 48). De post «Opdracht Voorzien in ICT» betreft de geraamde uitgaven voor de witte ICT. De uitgaven voor groene ICT zijn onderdeel van de post «Opdracht Voorzien in nieuw materieel».

  • Overzicht Ondersteuning Krijgsmacht (p. 59). De post «Apparaat per uitgavencategorie – waarvan bijdragen aan SSO’s», betreft de exploitatie-uitgaven van de krijgsmacht ten behoeve van witte IV en ICT. De uitgaven in verband met de exploitatie van de groene IV en ICT zijn niet nader gespecificeerd.

279

Zijn de totale kosten van Informatievoorziening en -Technologie (IVENT) en Joint Informatievoorziening Commando (JIVC) opgenomen in het artikel Defensie Telematica Organisatie? Zo ja, kunt u de kosten voor IVENT en JIVC apart specificeren?

282

Waar zijn de financiën van IVENT, de DTO en het JIVC te vinden op de begroting?

287

Hoeveel wordt er in totaal door Defensie aan ICT uitgegeven in 2014?

Op 1 november 2013 wordt het Joint IV Commando (JIVC) opgericht. Het JIVC valt onder de Defensie Materieel Organisatie en bestaat uit het huidige IVENT en de huidige DMO-afdelingen en C4I (Command, Control, Communications, Computers & Informatiesystemen). Onderdeel van zowel JIVC en IVENT is het agentschap Defensie Telematica Organisatie. Als agentschap is DTO zelfstandig in de begroting opgenomen en toegelicht vanaf pagina 71. JIVC en IVENT zijn in de begroting opgenomen in artikel 7 – DMO.

DTO levert IV-diensten aan Defensie en aan andere klanten. De IV-diensten die aan Defensie worden geleverd bedragen € 269 miljoen. Deze zijn als uitgaven opgenomen onder de noemer «bijdrage SSO» in artikel 7 – DMO, en Artikel 6 – Investeringen krijgsmacht. De totale uitgaven voor ICT op artikel 6 bedragen € 91,1 miljoen. De totale uitgaven voor ICT op artikel 7 bedragen € 261,9 miljoen. In artikel 2 – CZSK, zijn daarnaast € 1,5 miljoen aan ICT-uitgaven opgenomen voor op de Antillen. Deze uitgaven vallen niet onder het JIVC.

280

Wat is het verschil tussen IVENT, de DTO en de JIVC? Kunt u per onderdeel de kosten en taken uitsplitsen?

281

Kunt u uitgebreid toelichten wat het verschil is tussen de IV-organisaties? Wat zijn hun taken, hun rol binnen de krijgsmacht en waar zijn hun middelen gespecificeerd op de begroting van Defensie? Kunt u de financiën van deze organisaties in uw beantwoording van deze vragen meenemen?

IVENT is de dienstverlener van Defensie op het gebied van IV/ICT en Documentaire Informatie (DI), hoofdzakelijk in het «witte/bestuurlijke» domein. DTO is een agentschap binnen IVENT dat de IV/ICT diensten levert. Binnen het nieuw Joint IV-Commando (JIVC), dat per 1 november 2013 wordt opgericht, worden IVENT en DMO/C4I samengebracht. DMO/C4I levert IV/ICT ten behoeve van het «groene/operationele» domein. Hiermee wordt de groenwitte IV/ICT-integratie bewerkstelligd. In de begroting wordt in paragraaf 3.1. een toelichting gegeven op de financiën van het agentschap DTO.

282

Waar zijn de financiën van IVENT, de DTO en het JIVC te vinden op de begroting?

Zie het antwoord op vraag 279.

283

Kunt u de post «omzet derden» van de DTO toelichten?

284

Waarom groeit de post «omzet derden» van de DTO van € 150.000 naar € 2 mln.?

285

Gaat de DTO zich meer opstellen als een marktpartij, aangezien haar externe inkomsten groeien van € 150.000 naar € 2 mln.? Zo ja, kunt u dit uitgebreid toelichten? Zo nee, hoe kunt u deze stijging verklaren?

Behalve aan het moederdepartement levert DTO diensten aan overige departementen en derden. In de begroting 2014 is de dienstverlening aan Navo-organisaties niet meer onder overige departementen opgenomen, maar onder derden. De stijging van de post «omzet derden» betreft daarom geen stijging van de omzet, maar een wijziging in het onderscheid tussen «omzet derden» en «omzet overige departementen».

286

Kunt u de stijgende rentelasten van de DTO toelichten?

Een positief resultaat en de aflossing van relatief dure leningen hebben in 2012 gezorgd voor een gunstige ontwikkeling van de rentelasten. Voor 2014 en verder wordt verwacht dat de rentelasten naar het niveau van voor 2012 zullen stijgen.

287

Hoeveel wordt er in totaal door Defensie aan ICT uitgegeven in 2014?

Zie het antwoord op vraag 279.

288

Kunt u toelichten wat de gevolgen voor het personeel zouden zijn om de vastgoed- en nieuwbouwplannen nu nog te staken, aangezien de Algemene Rekenkamer aangeeft dat het niet zeker is dat de bezuinigingsdoelstellingen op het vastgoed behaald worden? Welke gevolgen heeft dit voor de Defensieorganisatie?

De beoogde besparing van het Herbeleggingsplan Vastgoed Defensie (HVD) was € 61 miljoen. In de eerste halfjaarrapportage van 15 mei 2013 heb ik de Kamer geïnformeerd dat € 41,9 miljoen daarvan met maatregelen is belegd en dat nog een tekort rest van € 19,1 miljoen. Dit tekort maakt deel uit van de totale financiële problematiek die in de nota over de toekomst van de krijgsmacht wordt opgelost. De al lopende vastgoedmaatregelen kunnen niet worden teruggedraaid zonder grote financiële en organisatorische gevolgen. Daarbij wijs ik erop dat vastgoedbesluiten niet op zichzelf staan, maar deel uit maken van bredere besluitvorming over doelmatigheid. Voor de nieuwe vastgoedmaatregelen geldt dat die nodig zijn om de vereiste besparingen te halen waarbij de operationele capaciteiten zoveel mogelijk worden ontzien. Een interne stuurgroep van Defensie ziet toe op de uitvoering van de vastgoedmaatregelen en adviseert de politiek-bestuurlijke top als bijsturing nodig is.

289

Kunt u een overzicht geven van de terreinen waar het om gaat bij het rapport Verkocht wegens Vrede (Kamerstuk 32 733, nr. 135), waarbij aangegeven wordt hoe lang het per terrein duurde om deze te verkopen, wat de gerealiseerde verkoop opbrengst was in relatie tot de aanvankelijk geraamde opbrengst, en voor welke terreinen uiteindelijk geen interesse bleek?

Het Ministerie van Defensie heeft de desbetreffende 53 voormalige defensieterreinen in 2005 in één keer voor een totaalbedrag van € 15 miljoen overgedragen aan het Ministerie van Economische Zaken (EZ). De Kamer is hierover 8 februari 2005 geïnformeerd met de brief «Herbestemming Militaire Terreinen» van de Staatssecretaris van Financiën (Kamerstuk 29 997, nr. 1). Daarmee is de verantwoordelijkheid voor de ontwikkeling en de verkoop van deze terreinen overgegaan naar EZ. De Staatssecretaris van EZ heeft de Kamer 29 augustus 2013 in een brief bij het rapport «Verkocht wegens Vrede» (Kamerstuk 32 733, nr. 135) geïnformeerd over de voortgang van de herbestemming van deze 53 terreinen, zowel in algemene zin als per terrein. Zodra voor alle terreinen de herbestemming is voltooid, naar verwachting in 2014, zal de Dienst Landelijk Gebied onder verantwoordelijkheid van EZ een volledige evaluatie opstellen.

290

Voldoet het vastgoed van Defensie aan de Energiebesparingsrichtlijn?

Artikel 5 van het Besluit energieprestatie gebouwen gaat over de voorbeeldrol van overheden en de verplichting om jaarlijks drie procent van de rijksgebouwen die niet aan minimale energieprestatie-eisen voldoen, door renovatie energiezuiniger te maken. Uit onderzoek door Energieonderzoek Centrum Nederland (ECN) is gebleken dat Defensie met haar energiebesparende maatregelen voldoet aan de eisen in Artikel 5. Voor de uitvoering van het programma is geld in de begroting gereserveerd.

291

Kunt u een overzicht geven van de energielabels van de grote kazernes van Defensie?

Defensie heeft door Energie Prestatie Advies (EPA)-rapporten inzicht in de energiesituatie van de 800 grote defensiegebouwen boven de 1.000 m2 vloeroppervlak. De komende jaren worden ook de kleinere gebouwen energetisch doorgelicht. Energielabels zijn alleen aangebracht in defensiegebouwen die toegankelijk zijn voor het publiek, zoals musea, informatiegebouwen bij vliegbases en buiten kazernes gelegen gebouwen van de Koninklijke Marechaussee en de Dienst Vastgoed Defensie.

292

Voldoet Defensie aan de eisen voor het nemen van energiebesparende maatregelen uit de Wet Milieubeheer (alle maatregelen met een terugverdientijd < 5 jaar nemen)?

Defensie is bezig met een gefaseerde uitvoering van haar energiebesparingsprogramma. Allereerst zijn de ongeveer 800 gebouwen groter dan 1.000 m2 energetisch onderzocht en er zijn Energie Prestatie Advies (EPA)-rapporten van opgesteld. Deze grote gebouwen verbruiken ongeveer tweederde van de energie van alle gebouwen bij Defensie. De maatregelen met een terugverdientijd korter dan acht jaar worden uitgevoerd. Dat betekent dat om bedrijfseconomische redenen meer maatregelen worden uitgevoerd dan in de Wet Milieubeheer is voorgeschreven. Daarnaast hanteert Defensie in overleg met het Ministerie van Infrastructuur en Milieu een concernbenadering. Eerst worden maatregelen genomen in die gebouwen, waar met de minste investering de grootste energiebesparing te behalen valt. Uiteraard worden in gebouwen die op de afstotings- of slooplijst staan geen energiebesparende maatregelen meer toegepast.

293

Volgt uit de relevante cao’s dat Defensiepersoneel (ambtenaren en militairen) na een bepaalde tijd in schaal stijgen, of is dit een keuze van de werkgever waarvan afgeweken kan worden?

Nee, de rang of schaal is in beginsel gekoppeld aan de functie die wordt bekleed. Uitgezonderd is een deel van de militairen met een initiële rang die in verband met opgedane ervaring of een gevolgde opleiding na een vaste periode bevorderd worden naar een naasthogere rang. Daarbij wordt rekening gehouden met de bekwaamheid en geschiktheid van de militair. In de CAO van burgermedewerkers is een vergelijkbare uitzondering niet opgenomen.

294

Volgt uit de relevante cao’s dat Defensiepersoneel (ambtenaren en militairen) jaarlijks een periodiek in loon stijgen, of is dit een keuze van de werkgever waarvan afgeweken kan worden?

Het salaris van de militaire en burgerambtenaar wordt jaarlijks verhoogd indien hij zijn functie naar behoren vervult. Voor beiden geldt dat de jaarlijkse verhogingen eindigen bij het bereiken van het maximum in de desbetreffende rang of schaal.

295

Kunt u een actueel overzicht geven van de aantallen personeel per rang en schaal?

296

Kunt u toelichten waar het aantal -1.137 in de tabel als gevolg van de maatregelen uit de nota vandaan komt?

297

Hoe verhoudt het getal -1.137 in de tabel zich tot de maatregelen uit de nota om 2.300 tot 2.400 arbeidsplaatsen te schrappen en 700 tot 900 medewerkers extern te bemiddelen?

Als gevolg van de begrotingsafspraken van 11 oktober jl. komt een deel van de maatregelen uit de nota in een ander licht te staan. Voor de gevolgen daarvoor voor de plannen van Defensie verwijs ik naar mijn aanvulling op de nota.

298

Kunt u voor de jaren 2010–2013 per rang en schaal toelichten hoe lang Defensiemedewerkers gemiddeld in zo'n rang en schaal zaten?

In de onderstaande tabellen vindt u de gemiddelde verblijfsduur in jaren per rang en schaal voor 2010, 2011, 2012 en 2013. Als peildatum is 1 januari van het desbetreffende jaar gebruikt.

299

Kunt u voor de jaren 2010–2013 per rang en schaal toelichten wat de gemiddelde leeftijd is van de Defensiemedewerkers die in zo'n rang en schaal zitten?

In de onderstaande tabellen vindt u de gemiddelde leeftijd per rang en schaal voor 2010, 2011, 2012 en 2013. Als peildatum is 1 januari van het betreffende jaar genomen.

300

Wat is het aantal militairen en het aantal burgers per 01-01-2018 en blijft de verhouding militairen en burgers gelijk in de nieuwe organisatie?

303

Geldt de verhouding van 20–80% tussen burgerfuncties en militaire functies zoals genoemd in de beleidsbrief van 8 april 2011 (32 733 nr. 1) ook nog na invoering van de maatregelen uit de Nota In het belang van Nederland (Kamerstuk 33 763, nr. 1)?

De maatregelen van de nota In het belang van Nederland worden door de defensieonderdelen verder uitgewerkt. De uitwerking zal in het tweede kwartaal van 2014 zijn voltooid. Dan wordt ook de nieuwe verhouding tussen militairen en burgers duidelijk.

301

Hoe heeft het handhaven van een gelijke verhouding tussen burgers en militairen gevolgen voor het voortzettingsvermogen van Defensie?

De in de nota beschreven inzetbaarheid is bepalend voor het geheel aan gereedgestelde eenheden en het voortzettingsvermogen. Die twee samen vormen de totale militaire capaciteit en de daarvoor benodigde ondersteuning. De verhouding tussen burgers en militairen is hierop afgestemd.

302

Hoe is de verhouding nu tussen militaire en burger functies binnen Defensie?

Per 1 oktober 2013 bestond het personeelsbestand van Defensie voor 72,4 procent uit militairen en 27,6 procent uit burgermedewerkers. Dit betreft een momentopname.

303

Geldt de verhouding van 20–80% tussen burgerfuncties en militaire functies zoals genoemd in de beleidsbrief van 8 april 2011 (32 733 nr. 1) ook nog na invoering van de maatregelen uit de Nota In het belang van Nederland (33 763, nr. 1)?

Zie het antwoord op vraag 300.

304

Kunt u toelichten, bij voorkeur in tabelvorm, hoe in de personele samenstelling bij Defensie, de verhouding tussen de beoogde numerus fixus en de huidige feitelijke personele samenstelling eruit ziet, uitgesplitst naar rangen, eenheden en functies? Kunt u deze tabel voorzien van een toelichting die met name ingaat op de oorzaken en gevolgen van de feitelijke personele samenstelling ten opzichte van de beoogde numerus fixus?

Defensie hanteert de numerus fixus als norm voor de opbouw en samenstelling van de defensieorganisatie in 2016. De verdeling van de numerus fixus in rangen en schalen per eenheid is een verantwoordelijkheid van de defensieonderdelen. Hierbij kunnen zij keuzes maken en prioriteiten stellen. De numerus fixus op eenheidsniveau kan hierdoor nog tot 2016 worden aangepast. Een overzicht per eenheid is daarom op dit moment niet beschikbaar. In de onderstaande tabel vindt u de numerus fixus 2016 afgezet tegen het personeel dat onder de numerus fixus valt met als peildatum 1 oktober 2013.

De numerus fixus is exclusief de arbeidsplaatsen ten behoeve van, en het personeel dat werkzaam is bij, agentschappen, projectorganisaties en dat werkzaam is ten laste van derden. Personeel dat zich in een extern SBK-bemiddelingstraject bevindt, valt eveneens buiten de numerus fixus.

305

Welke maatregelen zullen er genomen worden om de (eventuele) scheefgroei tussen de beoogde numerus fixus en de feitelijke personele samenstelling bij Defensie aan te pakken? Op welke termijn denkt u de personele samenstelling zoals in de beoogde numerus fixus vastgesteld te zullen hebben bereikt?

De numerus fixus, zoals vastgesteld met de beleidsbrief 2011, is een belangrijk kader voor de lopende reorganisaties. De reorganisaties leiden tot een defensieorganisaties waarin de functies zijn verdeeld conform de numerus fixus. Door personeel zoveel mogelijk op deze functies te plaatsen, wordt de personele samenstelling in overeenstemming gebracht met de numerus fixus. Personeel dat niet op de nieuwe functies kan worden geplaatst, wordt bemiddeld naar werk buiten Defensie. Voor de resterende vacatures in de nieuwe organisatie wordt vervolgens extern geworven. Op deze manier wordt het personeelsbestand in overeenstemming gebracht met de numerus fixus. Overigens zal de numerus fixus worden bijgesteld naar aanleiding van de nota In het belang van Nederland en de gevolgen van de begrotingsafspraken van 11 oktober jl. Dit zal mede de termijn bepalen waarop de personele samenstelling in overeenstemming is met de numerus fixus.

306

Wat zijn de financiële gevolgen van het huidige feitelijke personeelsbestand ten opzichte van de beoogde numerus fixus?

Het huidige feitelijke personeelsbestand inclusief gerelateerde kosten laat, zoals gepland, een neerwaartse trend zien. De gewenste afname tot op het niveau van de numerus fixus voltrekt zich over het geheel genomen volgens plan.

307

Wat zijn de overige gevolgen van het huidige feitelijke personeelsbestand bij Defensie ten opzichte van de beoogde numerux fixus?

Met mijn brief van 17 september jl. (Kamerstuk 33 763, nr. 3) heb ik u gemeld dat door een lagere instroom, een hogere irreguliere uitstroom en een actief loopbaanmanagement, de overtolligheid als gevolg van de beleidsbrief 2011 lager uitvalt dan vooraf was voorzien. Desondanks is er sprake van overtolligheid van ongeveer 1.750 medewerkers als gevolg van een kwalitatieve mismatch.

308

Wat zijn de gevolgen van het huidige feitelijke personeelsbestand bij Defensie ten opzichte van de beoogde numerus fixus met betrekking tot de promotiemogelijkheden?

De doelstelling van de numerus fixus is de vermindering van het aantal hogere functies en een verjonging van het personeelsbestand. Door de vermindering van het aantal hogere functies zullen de promotiemogelijkheden voor het personeel afnemen en zal op den duur een verjonging optreden.

309

Hoe verhoudt het aantal generaals per 1000 militairen in de Nederlandse krijgsmacht zich tot andere NAVO landen?

Ik beschik niet over statistieken van andere Navo-landen.

310

Kunt u voor de jaren 2011, 2012 en 2013 toelichten hoeveel (aantal en aandeel) militairen en Defensie-ambtenaren, in de laatste twee jaar voordat ze met pensioen gingen, een of meer schalen bevorderd zijn?

In de onderstaande tabel vindt u het overzicht van militairen en burgers die twee jaar voor hun leeftijdsontslag of pensioendatum promotie hebben gemaakt. Het percentage is berekend ten opzichte van het totaal aantal militairen en burgers dat in dat jaar met leeftijdsontslag of pensioen ging. De bevordering heeft geen gevolgen voor het militaire eindloonpensioen en, door de opbouw van het middelloon, slechts beperkte gevolgen voor burgers.

311

Hoeveel vrije ruimte in euro's is er nog voor investeringen in 2014 onder de artikelen Taakuitvoering Zee-, Land-, Luchtstrijdkrachten en Investeringen Krijgsmacht?

Het beschikbare financiële planvolume is volledig benut. Er is geen vrije ruimte.

312

Wat is de taak van de Nederlandse militair toegevoegd aan het Belgische detachement dat deel uitmaakt van de EUTM Mali?

Nederland neemt met een onderofficier deel aan EUTM Mali. Deze onderofficier is geplaatst in het stafelement van de Spaans-Belgische beveiligingseenheid in Koulikoro. Binnen het stafelement is hij werkzaam in de inlichtingen- en operationele sectie van de beveiligingseenheid.

313

Worden er ook particuliere beveiligingsbedrijven ingezet voor de bewaking van diplomaten en ambassades? Zo ja, wat is de getalsmatige verhoudingen tussen deze inzet en die van de Brigade Speciale Beveiligingsopdrachten (BSB)? Hoeveel verschillen de kosten?

Ja. Momenteel worden in totaal vier beveiligers van particuliere beveiligingsbedrijven ingezet voor de beveiliging van diplomaten en 26 beveiligers van de Brigade Speciale Beveiligingsopdrachten (BSB) van de Koninklijke Marechaussee. Uit concurrentieoverwegingen kunnen geen concrete bedragen worden genoemd.

314

Voor welke investeringen wordt het exploitatiebudget van de DMO tijdelijk aangewend?

315

Om welk tijdelijk productieverlies gaat het bij de «tijdelijke beperking capaciteit DMO»?

Als gevolg van de reorganisatie wordt afscheid genomen van personeel, worden veel selectiegesprekken gevoerd en moet personeel ingewerkt worden op nieuwe functies. Daardoor ontstaat tijdelijk vertraging in de behoeftestellings- en verwervingsprocessen. De vrijval binnen het exploitatiebudget is generiek toegevoegd aan de investeringen, en niet direct gekoppeld aan projecten.

316

Ten kostte van welke investeringen worden de hogere kosten voor het SBK, pensioenen en uitkeringen gefinancierd?

De hogere uitgaven zijn onderdeel van de totale problematiek. Door een kasschuif vanuit 2013 zijn deze middelen gefaciliteerd.

317

Kunt u overzichtelijk toelichten wat voor 2012 tot en met 2016 de totale, zowel interne als externe, uitgaven voor het cyberdomein zijn? Kunt u dit verder per betrokken organisatie zoals de Militaire Inlichtingen- en Veiligheidsdienst (MIVD), het Defensie Cyber Commando (DCC) en het Defensie Cyber Expertise Centrum (DCEC) uitsplitsen?

Zie het antwoord op vraag 131 e.v.

318

Kunt u toelichten in hoeverre de oprichting van het DCC wordt versneld in vergelijking met de originele planning uit de Defensie Cyberstrategie (Kamerstuk 33 321, nr. 1)? Klopt het dat u hierin spreekt over de oprichting van het DCC in 2014 en in de begroting wordt gesproken over 2014–2015? Kunt u specifieker toelichten wanneer u de oprichting verwacht?

319

U geeft aan dat het DCC tussen 2014–2015 wordt opgericht. Kunt u specifieker toelichten, het liefst de maand en het jaar, wanneer de oprichting gepland is?

Zie het antwoord op vraag 132 e.v.

320

Kunt u toelichten wat de taken van de Taskforce Cyber zijn en welke resultaten tot nu toe zijn bereikt?

321

Kunt u uitgebreid en concreet toelichten welke resultaten de Taskforce Cyber tot nu toe heeft geboekt?

Hiervoor verwijs ik naar mijn brief van 26 augustus jl. over de stand van zaken van de Defensie Cyber Strategie (Kamerstuk 33 321, nr. 2).

322

Er is sprake van een Defensie Cyber Strategie, een nationale Cyber Strategie en een NAVO Cyber Strategie. Hoe verhouden deze zich tot elkaar en is het met deze verschillende strategieën en partijen duidelijk welke verantwoordelijkheden er zijn en waar deze liggen?

Defensie werkt intensief samen met het Ministerie van Veiligheid en Justitie en andere departementen op het terrein van cybersecurity, onder andere door de deelneming aan de Cyber Security Raad en door samenwerkingsafspraken van DefCERT met het Nationale Cyber Security Centrum (NCSC). De Nationale Cyber Security Strategie 2 (NCSS2) is een overkoepelende nationale strategie voor cybersecurity. Deze strategie wordt naar verwachting eind oktober gepubliceerd. Alle betrokken ministeries, waaronder het Ministerie van Defensie, en diverse private partijen hebben hieraan bijdragen geleverd. De publieke en private verantwoordelijkheden zijn hierin beschreven. De NCSS2 verwijst naar de Defensie Cyber Strategie en benoemt de versterking van civiel-militaire samenwerking in het cyberdomein als een speerpunt. Momenteel werkt een werkgroep van de Ministeries van Defensie en van Veiligheid en Justitie hieraan.

De Defensie Cyber Strategie richt zich specifiek op de ontwikkeling van cybercapaciteiten door Defensie om haar digitale weerbaarheid te vergroten en cyberoperaties te kunnen uitvoeren. Het gaat hier om de integratie van cybercapaciteiten in militaire operaties. Net als de andere militaire capaciteiten kunnen de cybercapaciteiten van Defensie op verzoek en onder gezag van civiele autoriteiten worden ingezet in Nederland. In internationaal verband werkt Nederland onder andere samen binnen de Navo. In 2011 is een nieuw Navo Cyber Defence beleid met bijbehorend actieplan vastgesteld. Hierin ligt het zwaartepunt bij de bescherming van de eigen netwerken en systemen van de Navo. Defensie ondersteunt de verdere ontwikkeling en uitvoering van dit beleid.

323

Houdt de «samenwerking in nationaal en internationaal verband» in het kader van de Cyber Strategie in dat er een werkrelatie bestaat met de Amerikaanse National Security Agency (NSA) of andere inlichtingendiensten? Zo ja, waaruit bestaat die samenwerking? Is zulke samenwerking gebaseerd op verdragen? Zo ja, welke?

De NSA is een inlichtingen- en veiligheidsdienst. Bij Defensie is de MIVD de aangewezen partij om, in voorkomend geval, relaties met dergelijke organisaties te onderhouden. De Wet op de inlichtingen- en veiligheidsdiensten 2002 is hiervoor het wettelijke kader. In het openbaar worden geen mededelingen gedaan over de aard en omvang van werkrelaties met buitenlandse diensten.

324

Kunt u voor de aankomende jaren tot 2017 de totale interne en externe uitgaven voor het cyberdomein aangeven? Kunt u dit voorts per defensieorganisatie (MIVD, JIVC, DCC, etc.) uitsplitsen?

325

Welke exacte bedragen zijn er aan welke organisaties toegekend?

Zie het antwoord op vraag 131 e.v.

326

Welke organisaties waaraan subsidies worden verstrekt, treden met dat geld zelf op als subsidieverstrekker? Welke specifieke doelen uit de aanvraag zijn gehonoreerd en waarom?

327

Aan welke organisaties verstrekken de in de vorige vraag genoemde organisaties subsidie en wat is de hoogte van de verstrekte subsidies? Welke specifieke doelen uit de aanvraag zijn gehonoreerd en waarom?

328

Welk deel van de toegekende subsidies gaat naar andere overheden? Zijn deze gelden geoormerkt en zo ja, waarvoor? Hoeveel van deze gelden worden door andere overheden aan derde partijen middels subsidie verstrekt?

329

Ten aanzien van de vorige twee vragen: voor welke tijdsspanne zijn/worden er juridische verplichtingen aangegaan met betrekking tot subsidieverstrekkingen?

Ten aanzien van de subsidies die conform het Uniform Subsidiekader worden verstrekt door het Ministerie van Defensie en die vallen onder het zogenaamde arrangement 3 (bedragen vanaf € 125.000), treden de subsidieaanvragers voor zover bekend (bijvoorbeeld op basis van jaarverslagen) zelf niet op als subsidieverstrekkers.

330

Welke controlemethodiek gebruikt u aangaande het behalen van doelen? Hoe en hoe vaak vinden evaluaties plaats?

Indien subsidies worden verstrekt voor een periode langer dan vijf jaar, moet de subsidieverstrekking minimaal één keer per vijf jaar worden geëvalueerd, tenzij wettelijk anders bepaald. Hierbij moet worden getoetst op doeltreffendheid en doelmatigheid, waarbij de doelrealisatie en de daartoe verrichte activiteiten worden bezien in relatie tot de mate waarin subsidieverlening bijdraagt aan de ondersteuning van defensiebeleid. Bij subsidie-evaluaties gelden de kwaliteitseisen uit de Regeling Periodiek Evaluatieonderzoek van 31 augustus 2012 van het Ministerie van Financiën. De resultaten van het onderzoek bepalen mede de aanspraak op subsidie in het daaropvolgende jaar, conform de Regeling Defensiesubsidies 2012. Dit is vastgelegd in de HDFC-aanwijzing nr. 100 van 3 juni 2013 over financieel beheer, die aansluit op het Uniform Subsidiekader.

331

Welke functie binnen het Ministerie van Defensie beslist uiteindelijk over de toekenning van een subsidie en hoe ziet het traject vóór toekenning van een subsidie er uit?

Uitsluitend de secretaris-generaal (SG) is bevoegd om subsidies toe te kennen. Een door de SG aangewezen budgethouder is voor de toegekende subsidies op zijn terrein belast met de ontwikkeling en de evaluatie van kaders en met de controle op de toepassing van deze kaders door de subsidieontvanger. De budgethouder stelt een advies en een conceptbeschikking op over de toekenning van een subsidie naar aanleiding van een aanvraag daartoe. Hierbij wordt bezien of een subsidie het defensiebeleid ondersteunt of hieraan uitvoering geeft. Het Financieel Administratie- en Beheerkantoor is verantwoordelijk voor de uitvoering van de toets op rechtmatigheid, tot € 2.500.000 en de uitbetaling van subsidies op basis van de aangeleverde documentatie. Aanvragen voor nieuwe subsidies en bijdragen groter dan € 2.500.000 worden na behandeling aan het Ministerie van Financiën voorgelegd voor toetsing.

332

Welke subsidies lopen in 2013 af en worden niet meer geprolongeerd en waarom?

333

Welke subsidies lopen in 2013 af en worden wel geprolongeerd en waarom?

In 2013 worden geen subsidies definitief beëindigd. Voor de Nederlandse Reservisten Federatie Krijgsmacht geldt dat in de begroting voor het jaar 2013 nog een subsidiebedrag is opgenomen, maar dat deze relatie thans anders wordt vormgegeven op basis van een convenant. Vrijwel alle defensiesubsidies worden jaarlijks toegekend. Als een evaluatie heeft geleid tot een positief advies over prolongatie, omdat het defensiebeleid wordt ondersteund met de subsidieverstrekking, is dit in de begroting financieel zichtbaar gemaakt. Zolang er geen evaluatie met een positief advies is uitgevoerd, is de reeks bij de desbetreffende subsidies in de begroting op nul gezet.

334

Welke maatregelen zijn en worden er binnen het Ministerie van Defensie genomen met betrekking tot verduurzaming en klimaat? Wat zijn de kosten van deze maatregelen?

Het duurzaamheids- en klimaatbeleid van het Ministerie van Defensie is de afgelopen jaren beschreven in en uitgevoerd volgens de Defensie Duurzaamheidsnota 2009 (Kamerstuk 31 700 X, nr. 61). Dit beleid kost jaarlijks ongeveer € 20 miljoen. Een groot deel van de genomen maatregelen (ongeveer € 9 miljoen per jaar) wordt binnen acht jaar in de exploitatie terugverdiend door lagere energie-, water- en afvalkosten. De overige kosten zijn nodig om te voldoen aan wijzigende wet- en regelgeving, de sanering van vervuiling uit het verleden, de verbetering van de milieukwaliteit en de werk- en leefomgeving op en rondom defensieterreinen en de voorbereiding van toekomstige besparingsmaatregelen. Momenteel is de Defensie Energie- en Milieubeleidsnota 2014 in voorbereiding, die de duurzaamheids- en klimaatmaatregelen voor de komende jaren gestalte geeft.


X Noot
1

Ter inzage gelegd bij het Centraal Informatiepunt Tweede Kamer

Naar boven