33 750 VI Vaststelling van de begrotingsstaten van het Ministerie van Veiligheid en Justitie (VI) voor het jaar 2014

Nr. 93 BRIEF VAN DE MINISTER EN STAATSSECRETARIS VAN VEILIGHEID EN JUSTITIE

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 3 december 2013

Hierbij informeren wij u over de wijze waarop wij voornemens zijn gevolg te geven aan de moties die uw Kamer heeft aangenomen tijdens de behandeling van de begroting Veiligheid en Justitie 2013.

1. Motie van het lid Marcouch over afstemming van de basisteams op specifieke kenmerken van een gebied (Kamerstuk 33 750 VI, nr. 22)

Dictum (motie):

«verzoekt de regering, te bewerkstelligen dat bij het samenstellen van de basisteams rekening wordt gehouden met de aansluiting tussen de specifieke kenmerken van een gebied en de eisen die aan politieagenten kunnen worden gesteld».

Reactie:

Wij zien deze oproep als ondersteuning van het huidige beleid. Bij de politie wordt bij de samenstelling van de teams, binnen de mogelijkheden daarvoor, de aansluiting met het feitelijke werk gezocht. Dit houdt in dat bijvoorbeeld teams op het platteland anders van samenstelling kunnen zijn dan teams in verstedelijkt gebied. Ook binnen een stad kunnen de basisteams van samenstelling verschillen in termen van ervaring en extra competenties. Voor de basispolitiezorg is kennis van de buurt en wijk en van de cultuur van mensen die daar wonen van belang. Deze lokale verankering komt naast bij de samenstelling van de basisteams ook bij de selectie van de chefs van deze teams naar voren. Bij de selectie van de leidinggevenden in het kader van de aanstaande personele reorganisatie, zijn de burgemeesters reeds in de gelegenheid gesteld om invloed te hebben op de functieprofielen om zo te borgen dat de specifieke lokale situatie mede bepalend is voor de keuze van de leidinggevende.

2. Gewijzigde motie van de leden Kooiman en Oskam (Kamerstuk 33 750 VI, nr. 89 – t.v.v. Kamerstuk 33 750 VI, nr. 42)

Dictum (motie):

«verzoekt de regering, inspanningen te leveren om duidelijkheid te scheppen en een goed doordacht en zorgvuldig personeelsbeleid tot stand te brengen».

Reactie:

Wij beschouwen deze motie als ondersteuning van het beleid, zoals verwoord in eerdere brieven aan de Kamer (Kamerstuk 24 587, nr. 568 en Aanhangsel Handelingen II 2013/14 nr. 236) en naar voren is gekomen in eerdere debatten. Met de vakbonden wordt overleg gevoerd over het Van Werk Naar Werk-beleid en met hen zijn inmiddels, op één na, alle in 2014 te sluiten inrichtingen en locaties van inrichtingen besproken. Begin december staat het overleg gepland over de laatste inrichting die in 2014 sluit.

Conform toezegging zal worden onderzocht of personeel in het gevangeniswezen dat is aangewezen als vrijwillig kandidaat voor herplaatsing voldoende duidelijkheid krijgt over opleidingen en vergoedingen.

3. Motie van het lid Gesthuizen over streefpercentages ten aanzien van de vervolging in fraudezaken (Kamerstuk 33 750 VI, nr. 45)

Dictum (motie):

«verzoekt de regering, doelstellingen te formuleren en concrete streefpercentages ten aanzien van de vervolging in fraudezaken op te nemen in de in december te ontvangen brief over de rijksbrede aanpak van fraude».

Reactie:

Wij komen hierop terug in de brief over de rijksbrede aanpak van fraude die voor het einde van het jaar aan uw Kamer is toegezegd.

4. Motie van het lid Van Oosten c.s. over fraude met Europese gelden en subsidies (Kamerstuk 33 750 VI, nr. 47)

Dictum (motie):

«roept de regering op, bij de Europese Commissie erop aan te dringen dat Europese gelden en subsidies ten aanzien waarvan fraude wordt gepleegd, worden ingetrokken en teruggevorderd, als de lidstaten de fraude niet actief opsporen en vervolgen».

Reactie:

Wij vatten de motie op als ondersteuning van onze inzet ten aanzien van het voorstel voor het Europees OM en delen de opvatting van de Kamer dat intrekking van EU-subsidies inderdaad aangewezen is in geval van oneigenlijk gebruik daarvan. Voor zover nodig zullen wij de Commissie binnen de daarvoor bestaande gremia aansporen haar vaste beleid op dit punt te continueren en erop toe zien dat de lidstaten dit beleid zelf actief blijven uitvoeren.

5. Motie van het lid Van Oosten c.s. over een cassatiebalie voor het strafrecht (Kamerstuk 33 750 VI, nr. 48)

Dictum (motie):

«verzoekt de regering, in overleg te treden met de Nederlandse Orde van Advocaten teneinde op korte termijn te komen tot een cassatiebalie voor het strafrecht bij de Hoge Raad en de toegang vanaf het begin te koppelen aan bewezen kwaliteit; verzoekt de regering tevens, te bezien hoe de kwaliteit van cassatieberoepen in het fiscale recht kan worden gegarandeerd en de Kamer daarover te informeren».

Reactie:

Wij zeggen toe in overleg te treden met de NOvA en de wens uit de motie om op korte termijn te komen tot een cassatiebalie voor het strafrecht en de toegang vanaf het begin te koppelen aan bewezen kwaliteit onder de aandacht te brengen van de werkgroep die reeds is gestart met de voorbereidingen voor een verordening. Voorts zullen wij in overleg met de daarvoor in aanmerking komende instanties, waaronder in ieder geval de Hoge Raad en de NOvA, bezien hoe de kwaliteit van cassatieberoepen in het fiscale recht kan worden gegarandeerd en zullen wij de Kamer daarover informeren.

6. Motie van de leden Azmani en Maij over bekorten van de doorlooptijden van vreemdelingenzaken (Kamerstuk 33 750 VI, nr. 49)

Dictum (motie):

«verzoekt de regering om in overleg te treden met de Raad voor de rechtspraak en de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State om, zonder het aantasten van de rechtsbescherming van vreemdelingen, te komen tot maatregelen die de doorlooptijden verkorten».

Reactie:

Wij zullen op korte termijn in overleg treden met de Raad voor de rechtspraak en de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State om te komen tot passende maatregelen voor het verkorten van de doorlooptijden.

7. Motie van het lid Recourt c.s. over tegengaan van oneigenlijk gebruik van persoonlijke gegevens (Kamerstuk 33 750 VI, nr. 55)

Dictum (motie):

«verzoekt de regering, extra inspanningen te leveren om ervoor te zorgen dat burgers al dan niet via mijn.overheid.nl kunnen inzien wat de overheid over hen aan persoonlijke informatie beheert, en een verkenning uit te voeren naar de mogelijkheid dat de overheid bij het opslaan van privacygevoelige gegevens over burgers gebruikmaakt van zodanig beveiligde systemen dat er geen gegevens naar elders op de wereld kunnen wegvloeien en waarin ook het oneigenlijk gebruik van persoonlijke gegevens voor commerciële doeleinden wordt tegengegaan».

Reactie:

In de door uw Kamer aangenomen motie van het lid Recourt tijdens de begrotingsbehandeling van het Ministerie van V&J is gevraagd

extra inspanningen te leveren om ervoor te zorgen dat burgers al dan niet via mijn.overheid.nl kunnen inzien wat de overheid over hen aan persoonlijke informatie beheert, en een verkenning uit te voeren naar de mogelijkheid dat de overheid bij het opslaan van privacygevoelige gegevens over burgers gebruikmaakt van zodanig beveiligde systemen dat er geen gegevens naar elders op de wereld kunnen wegvloeien en waarin ook het oneigenlijk gebruik van persoonlijke gegevens voor commerciële doeleinden wordt tegengegaan.

Wij zullen met de collega’s van BZK en W&R de verkenning bespreken.

8. Motie van het lid Maij over hindernissen die generaalpardonners ondervinden (Kamerstuk 33 750 VI, nr. 57)

Dictum (motie):

«verzoekt de regering, samen met VluchtelingenWerk te bespreken welke hindernissen generaalpardonners ondervinden om kansrijk het Nederlanderschap aan te vragen en in welke mate die bestaan, en te verkennen welke mogelijkheden er zijn om deze hindernissen weg te nemen».

Reactie:

Wij gaan een gesprek voeren met VluchtelingenWerk Nederland en zullen uw Kamer in het eerste kwartaal van 2014 per brief over de uitkomsten van dit gesprek informeren.

9. Motie van het lid Maij over de uitvoering van de toezegging inzake het kinderpardon (Kamerstuk 33 750 VI, nr. 59)

Dictum (motie):

«verzoekt de regering, de Kamer, na het afdoen van alle bezwaarschriften tegen afgewezen kinderpardonaanvragen, te informeren over de uitvoering, uitwerking en resultaten van deze toezegging».

Reactie:

De gevraagde informatie zal aan de Kamer worden verstrekt na afronding van de bezwaarzaken. Dit zal vermoedelijk in april 2014 het geval zijn.

10. Motie van het lid Oskam c.s. over meer inzet van het middel van de ongewenstverklaring (Kamerstuk 33 750 VI, nr. 61)

Dictum (motie):

«verzoekt de regering, initiatieven te nemen tot aanpassing van de Europese regelgeving teneinde te kunnen komen tot meer ongewenstverklaringen van EU-onderdanen en de Kamer hierover te rapporteren».

Reactie:

Wij zien deze motie als een ondersteuning van beleid. Wij vinden dat wij effectief moeten kunnen optreden tegen overlast gevende EU-burgers. Wat het lid Oskam in deze motie vraagt, is een aanpassing van de richtlijn over het vrije verkeer. Dat is een langdurig traject. Daarom hebben wij ook al een keer met onze collega's uit Duitsland, Oostenrijk en het Verenigd Koninkrijk een brief geschreven aan de Commissie om een actiever optreden mogelijk te maken.

11. Gewijzigde motie van de leden Oskam en Van Oosten (2013Z23045 t.v.v. 33 750 VI, nr. 62)

Dictum (motie):

«verzoekt de regering te onderzoeken hoe camerabeelden effectief kunnen worden gebruikt bij de opsporing en vervolging rekening houdend met het recht op privacy van een verdachte».

Reactie:

Ter uitvoering van deze motie zullen wij in het eerste kwartaal van 2014 een wetsvoorstel voor internetconsultatie uitbrengen, dat met de nodige waarborgen ter bescherming van de privacy een ruimer gebruik van camerabeelden van particulieren als ondersteuning van de opsporing mogelijk maakt.

12. Motie van het lid Van Hijum over vergroten van de effectiviteit van het terugkeerbeleid (Kamerstuk 33 750 VI, nr. 63)

Dictum (motie):

«verzoekt de regering om, de effectiviteit van het terugkeerbeleid te vergroten, de ambitie ten aanzien van aantoonbaar vertrek te verhogen en de Kamer hiertoe nadere voorstellen voor te leggen».

Reactie:

Afgezien van alle initiatieven die al op dit punt lopen, zal de Kamer in het voorjaar van 2014 het wetsvoorstel Terugkeer en vreemdelingenbewaring ontvangen, wat onder andere tot doel heeft de terugkeer te bevorderen.

13. Motie van het lid Van Hijum c.s. over beperken van het op straat komen van kwetsbare uitgeprocedeerde asielzoekers (Kamerstuk 33 750 VI, nr. 64)

Dictum (motie):

«verzoekt de regering om, in overleg te treden met de VNG over aanvullende maatregelen ter bevordering van de effectiviteit van het terugkeerbeleid, waaronder de mogelijkheden om het op straat terechtkomen van kwetsbare uitgeprocedeerde vreemdelingen na ommekomst van de 28 dagentermijn te beperken, en de Kamer over de uitkomst te informeren».

Reactie:

Deze motie beschouwen wij als ondersteuning van beleid. Wij zijn zeer regelmatig in overleg met de VNG over deze materie.

14. Motie van de leden Schouw en Segers over het gebruik van onbemande vliegtuigen (Kamerstuk 33 750 VI, nr. 67)

Dictum (motie):

«verzoekt de regering, een vergelijking uit te voeren van de wet- en regelgeving in de ons omringende landen op het gebruik van onbemande vliegtuigen waarbij gekeken wordt naar effectiviteit en proportionaliteit van de regels; verzoekt de regering tevens, de kaders te formuleren voor de benodigde wet- en regelgeving voor het gebruik van onbemande vliegtuigen met bijzondere aandacht voor de effecten op de privacy en de wijze waarop privacy het meest effectief kan worden gewaarborgd; verzoekt de regering voorts, in kaart te brengen wat de verwachte kansen en bedreigingen van onbemande vliegtuigen zijn voor de nationale veiligheid en criminaliteit».

Reactie:

De onderzoeksopdracht die uit deze motie voortvloeit, zullen wij nader vormgeven in de notitie over «Vrijheid en veiligheid in de digitale samenleving. Een agenda voor de toekomst», die wij nog voor het eind van het jaar aan uw Kamer zullen toezenden.

15. Motie van het lid Segers c.s. over fundamenteel onderzoek naar verhouding privacy en veiligheid (Kamerstuk 33 750 VI, nr. 70)

Dictum (motie):

«verzoekt de regering, bijvoorbeeld de WRR of het WODC te vragen deze fundamentele vragen te stellen en te beantwoorden, en de uitkomsten van dat onderzoek te bespreken met de Kamer».

Reactie:

De hiervóór genoemde notitie over «Vrijheid en veiligheid in de digitale samenleving. Een agenda voor de toekomst» gaat over een thema dat zo complex en dynamisch is dat sommige vraagstukken nog verdere doordacht moeten worden. Bij de verdere gedachtenvorming over deze vraagstukken zullen wij, overeenkomstig deze motie, ook partijen van buiten betrekken. De notitie zal een niet-limitatieve opsomming van dergelijke vraagstukken bevatten. Het zal van het specifieke vraagstuk afhangen welke partij zich daar het beste voor leent. Een keuze voor de WRR, het WODC of welke partij dan ook is om die reden nog niet aan de orde.

16. Motie van het lid Segers c.s. over opvang van slachtoffers van mensenhandel of eergerelateerd geweld (Kamerstuk 33 750 VI, nr. 71)

Dictum (motie):

«verzoekt de regering, ook na de voltooiing van de decentralisaties te waarborgen dat er voldoende landelijke specialistische opvang en hulpverlening is voor slachtoffers van mensenhandel of eergerelateerd geweld, ook buiten de regio van het slachtoffer».

Reactie:

Het kabinet hecht groot belang aan de opvang van specifieke groepen, zoals slachtoffers van mensenhandel of eergerelateerd geweld.

De Staatssecretaris van VWS gaat de verantwoordelijkheid voor deze slachtoffers en de financiering hiervan vanaf 2015 structureel beleggen bij gemeenten. Met betrekking tot de opvang van deze slachtoffers gaat de Staatssecretaris van VWS met gemeenten afspreken dat zij de opvang vanaf 1 januari 2015 gezamenlijk inkopen. Zo wordt geregeld dat deze slachtoffers kunnen worden opgevangen, ongeacht herkomstregio. Ook blijft het mogelijk om, indien de veiligheidssituatie daarom vraagt, de opvang te regelen buiten de regio waar het slachtoffer vandaan komt. Het budget voor deze groepen blijft structureel beschikbaar. De Staatssecretaris van VWS heeft met de VNG afgesproken dat begin 2014 besluitvorming plaatsvindt over een oplossing waarbij gemeenten gezamenlijk verantwoordelijk zijn voor het gehele stelsel van de vrouwenopvang en waarmee de opvang voor deze kwetsbare slachtoffers zal zijn geborgd. De opvang van slachtoffers mensenhandel wordt overigens ook nader bezien in het kader van het interdepartementale project Nationaal Verwijzingsmechanisme Slachtoffers Mensenhandel. Wij informeren u – zoals reeds toegezegd – in april 2014 hierover nader.

17. Motie van het lid Segers en Mei Li Vos over niet uitzenden van gokprogramma's op een open tv-zender (Kamerstuk 33 750 VI, nr. 72)

Dictum (motie):

«verzoekt de regering, ook in de nieuwe Wet op de kansspelen te blijven voorkomen dat een open tv-zender gokprogramma’s kan uitzenden».

Reactie:

De aangenomen motie verzoekt ons om in de nieuwe Wet op de kansspelen te blijven voorkomen dat een open tv-zender gokprogramma's kan uitzenden. Wij zien deze motie als een bevestiging van het ingezette kansspelbeleid.

Het wetsvoorstel kansspelen op afstand is zoveel mogelijk techniek-flexibel opgezet om in te kunnen spelen op toekomstige ontwikkelingen. Het wetsvoorstel geeft in beginsel ruimte voor de mogelijkheid voor het gelegenheid geven tot deelname aan kansspelen via televisie, maar richt zich in eerste instantie op kansspelen via internet omdat reeds honderdduizenden Nederlanders hieraan deelnemen. Het is niet de bedoeling een gokzender mogelijk te maken bij de regulering van kansspelen op afstand. Minderjarigen mogen niet worden verleid tot deelname aan kansspelen met het risico op verslaving. Tevens bestaat geen aanleiding om de tijdsgrenzen die al in de kansspelregelgeving en in de Mediawet staan, aan te passen. Gezien de doelstellingen van het beleid, onder andere om kansspelverslaving te voorkomen, zal in de regulering van kansspelen op afstand worden voorgeschreven via welke technische middelen en welke spelvarianten kansspelen wel of niet onder een vergunning kunnen worden aangeboden. Dit zal worden uitgewerkt in relatie tot de risico’s die daarmee samenhangen voor de speler.

18. Motie van het lid Van Tongeren over een frequentere toepassing van de borgsom als alternatief voor de voorlopige hechtenis (Kamerstuk 33 750 VI, nr. 77)

Dictum (motie):

«verzoekt de regering om, in nauw overleg met vertegenwoordigers van de rechterlijke macht en het College van procureurs-generaal te komen tot een frequentere toepassing van de borgsom als alternatief voor de voorlopige hechtenis en de Kamer hierover te informeren».

Reactie:

De rechter kan op grond van artikel 80 van het Wetboek van Strafvordering beslissen tot schorsing van de voorlopige hechtenis op voorwaarde van betaling van een borgsom. De rechter beslist op basis van een vordering van het Openbaar Ministerie, een verzoek van de verdediging of ambtshalve. Voor een dergelijke beslissing moet aannemelijk zijn dat de verdachte zich aan de te stellen voorwaarden zal houden. Stimulering van het gebruik van deze mogelijkheid kan wenselijk zijn met het oog op de verbetering van de slagvaardigheid van het strafrecht. Wij zullen met de Raad voor de rechtspraak en het College van procureurs-generaal in overleg treden om te bezien of, en zo ja op welke wijze gestimuleerd kan worden dat van deze mogelijkheid gebruik wordt gemaakt. Wij zullen uw Kamer over de uitkomsten van dit overleg informeren.

19. Motie van de leden Van der Staaij en Segers over uitstapprogramma's voor prostituees (Kamerstuk 33 750 VI, nr. 80)

Dictum (motie):

«verzoekt de regering, voor een periode van vier jaar (2014–2017) een bedrag van 3 miljoen euro per jaar ter beschikking te stellen ten behoeve van uitstapprogramma’s voor prostituees die door maatschappelijke instellingen of gemeenten worden aangeboden; en dit in 2014 te dekken uit artikel 92 (nominaal en onvoorzien) en structureel uit de beleidsbudgetten van artikel 34 (sanctietoepassing)».

Reactie:

Wij komen met een regeling voor uitstapprogramma’s gedurende vier jaar. Bij de toekenning wordt de eis van 25% cofinanciering opgenomen. Voor de regeling stellen wij jaarlijks maximaal 3 miljoen euro beschikbaar. Budgettaire verwerking vindt plaats bij 1e suppletoire begroting.

20. Motie van het lid Van der Staaij c.s. over extra budget voor vrijwilligerswerk bij sanctietoepassing (Kamerstuk 33 750 VI, nr. 81)

Dictum (motie):

«verzoekt de regering, het huidige budget voor vrijwilligerswerk structureel te verhogen met in totaal 1,5 miljoen euro, waarvan 750.000 euro beschikbaar is voor cofinanciering door particuliere fondsen of eigen inkomsten en dit in 2014 te dekken uit artikel 92 (nominaal en onvoorzien) en structureel uit de beleidsbudgetten van artikel 34 (sanctietoepassing)».

Reactie:

Het huidige budget van € 1,7 miljoen voor vrijwilligerswerk bij de sanctietoepassing wordt conform het dictum van de motie structureel verhoogd met in totaal € 1,5 miljoen. Budgettaire verwerking zal plaatsvinden bij 1e suppletoire begroting.

Vrijwilligersorganisaties die op dit terrein activiteiten ontplooien kunnen bij de budgethouder, de Dienst Justitiële Inrichtingen (DJI), subsidieaanvragen indienen die voldoen aan de beleidsvisie «Vrijwilligerswerk bij de sanctietoepassing» uit 2010. Hierbij geldt dat de helft van de verhoging, maximaal € 750.000, uitsluitend beschikbaar is voor vrijwilligersorganisaties die niet alleen gefinancierd worden door de overheid, maar ook voor een substantieel deel worden gefinancierd door particuliere fondsen of via eigen inkomsten.

21. Motie van het lid Van der Staaij c.s. over 3 miljoen euro extra voor de inkoop van forensische zorg (Kamerstuk 33 750 VI, nr. 82)

Dictum (motie):

«verzoekt de regering, structureel 3 miljoen euro extra te investeren in het budget van DJI voor de inkoop van forensische zorg, waaronder de DEMO-instellingen, ten behoeve van intensievere begeleiding en de inkoop van extra plaatsen en dit in 2014 te dekken uit artikel 92 (nominaal en onvoorzien) en structureel uit de beleidsbudgetten van artikel 34 (sanctietoepassing)».

Reactie:

Het DJI-budget wordt conform het dictum van de motie verhoogd met € 3 miljoen structureel voor de inkoop van forensische zorg, zoals die onder meer door de DEMO-instellingen wordt geleverd. Ook vindt er met betrokken partijen op korte termijn overleg plaats hoe dit zal worden vormgegeven.

22. Motie van het lid Van der Staaij c.s. over 2,5 miljoen euro voor begeleiding rond werken en wonen voor ex-gedetineerden (Kamerstuk 33 750 VI, nr. 83)

Dictum (motie):

«verzoekt de regering, structureel 2,5 miljoen euro ter beschikking te stellen voor trajecten voor begeleiding rond werken en wonen voor ex-gedetineerden alsmede voor vrijwillige nazorg in aansluiting op justitiële titel onder de voorwaarde dat aanvragende instellingen of gemeenten zorgen voor cofinanciering van 25% en dit in 2014 te dekken uit artikel 92 (nominaal en onvoorzien) en structureel uit de beleidsbudgetten van artikel 34 (sanctietoepassing)».

Reactie:

Wij hechten aan een goede nazorg voor (ex-)gedetineerden. Daarom is de samenwerking met de gemeenten en maatschappelijke organisaties van groot belang. De motie waarin wordt voorgesteld structureel € 2,5 miljoen ter beschikking te stellen voor trajecten voor begeleiding rond werken en wonen voor ex-gedetineerden alsmede voor vrijwillige nazorg in aansluiting op justitiële titel, beschouwen wij als een ondersteuning van het door ons gevoerde beleid op dit gebied. Door de voorwaarde van cofinanciering met 25% wordt de actieve betrokkenheid van de aanvragende organisaties geborgd. Wij zullen de uitwerking van de regeling na overleg met de VNG voortvarend ter hand nemen. Budgettaire verwerking zal plaatsvinden bij 1e suppletoire begroting.

23. Motie van het lid Bontes over stijging van het percentage opgepakte en bestrafte criminelen (Kamerstuk 33 750 VI, nr. 84)

Dictum (motie):

«verzoekt de regering, ervoor te zorgen dat dit percentage fors gaat stijgen».

Reactie:

Wij zien deze motie als een ondersteuning van ons beleid ten aanzien van de strafrechtketen. In het programma versterking prestaties strafrechtketen worden met de partners uit de strafrechtketen maatregelen genomen om de strafrechtketen sneller, slimmer, beter en transparanter te laten presteren. De prestaties van de strafrechtketen worden hiermee structureel versterkt.

In het kader van de landelijke prioriteiten zullen afspraken gemaakt worden over de prestaties van de politie voor de komende periode waarbij tevens invulling gegeven zal worden aan het dictum van deze motie.

De Minister van Veiligheid en Justitie, I.W. Opstelten

De Staatssecretaris van Veiligheid en Justitie, F. Teeven

Naar boven