33 440 (R 1990) Wijziging van de Paspoortwet in verband met een andere status van de Nederlandse identiteitskaart, het verlengen van de geldigheidsduur van reisdocumenten en Nederlandse identiteitskaarten, een andere grondslag voor de heffing van rechten door burgemeesters en gezaghebbers en het niet langer opslaan van vingerafdrukken in de reisdocumentenadministratie (Wijziging van de Paspoortwet in verband met onder meer de status van de Nederlandse identiteitskaart)

Nr. 5 VERSLAG

Vastgesteld 5 december 2012

De vaste commissie voor Binnenlandse Zaken, belast met het voorbereidend onderzoek van dit wetsvoorstel, heeft de eer als volgt verslag uit te brengen van haar bevindingen.

Onder het voorbehoud dat de regering op de gestelde vragen en de gemaakte opmerkingen tijdig en genoegzaam zal hebben geantwoord, acht de commissie de openbare beraadslaging over dit wetsvoorstel voldoende voorbereid.

Inhoudsopgave

   

Blz.

     

1.

Inleiding

1

2.

Verlenging geldigheidsduur reisdocumenten en Nederlandse identiteitskaart

3

3.

Wijziging van de status van de Nederlandse identiteitskaart

5

4.

Het opnemen van een grondslag voor heffing van rechten

6

5.

Het opnemen van vingerafdrukken in de reisdocumentenadministratie

6

6.

Gevolgen van het wetsvoorstel voor de privacy

8

7.

Gevolgen van het wetsvoorstel voor de administratieve lasten

9

8.

Uitvoeringslasten en financiële gevolgen

9

1. Inleiding

De leden van de VVD-fractie hebben met belangstelling kennisgenomen van het wetsvoorstel inzake de Wijziging van de Paspoortwet in verband met onder meer de status van de Nederlandse identiteitskaart. Graag willen zij de regering een aantal vragen voorleggen.

In een eerder stadium hebben deze leden gepleit voor het vermelden van de namen van de ouders op de paspoorten van de kinderen, onder meer in het algemeen overleg op 15 mei 2012, TK 25 764, nr. 65. Zij vinden dat niet in dit wetsvoorstel terug. Wat is daarvan de reden? Overweegt de regering dat nog? Zo neen, waarom niet? Zo ja, wanneer kan de Tweede Kamer terzake een wetsvoorstel tegemoet zien? Gaarne krijgen de leden van de VVD-fractie een reactie van de regering.

De leden van de PvdA-fractie hebben met belangstelling kennis genomen van het wetsvoorstel voor wijziging van de Paspoortwet. Zij zien in het wetsvoor-stel twee onderwerpen geregeld, waar deze leden zich in het verleden voor ingezet hebben. Hierbij gaat het om de verlenging van de geldigheidsduur van het paspoort en de Nederlandse Identiteitskaart en om een duidelijke doelbinding voor de, reeds verkorte, opslag van vingerafdrukken. Ook de keus om de Nederlandse Identiteitskaart niet langer als reisdocument aan te merken, waarmee de ruimte geschapen wordt om niet langer vingerafdrukken in de kaart op te nemen, kan op de steun van deze leden rekenen. Wel leven er bij de leden van de PvdA-fractie nog enkele vragen, die zij graag aan de regering voor willen leggen.

De leden van de PvdA-fractie hopen dat de behandeling van dit wetsvoorstel een snel vervolg kan vinden om duidelijkheid te scheppen over de opslag van vingerafdrukken en ruimte te scheppen voor mensen die deze niet voor een identiteitsdocument willen afstaan.

De leden van de PVV-fractie hebben kennis genomen van de Wijziging van de Paspoortwet in verband met onder meer de status van de Nederlandse identiteitskaart en willen de regering nog enkele vragen voorleggen.

De leden van de SP-fractie hebben met interesse kennisgenomen van de voorgenomen wijzigingen. Zij zijn erg kritisch over de gang van zaken rondom het gebruik en de opslag van de vingerafdrukken en constateren nu dat die zorg door de regering wordt gedeeld. Deze leden kunnen instemmen met een aantal wijzigingen, maar hebben nog wel enkele vragen en opmerkingen.

De leden van de CDA-fractie hebben met belangstelling kennisgenomen van het voorliggende wetsvoorstel, dat verschillende wijzigingen van de Paspoortwet omvat. Deze leden hebben nog wel een aantal vragen bij de voorgestelde wijzigingen.

De leden van de D66-fractie hebben kennisgenomen van voorliggend voorstel. Zij hebben over dit voorstel nog de volgende vragen en opmer-kingen, die zij graag gemotiveerd beantwoord zien, alvorens zij in kunnen stemmen met voorliggend voorstel.

De aan het woord zijnde leden constateren dat in de memorie van toelichting niet gerefereerd wordt aan de rapportage van prof. mr. R. Bekker , «Onderzoek naar besluitvorming biometrie op reisdocumenten». Zij vragen de regering nader uit een te zetten op welke wijze dit onderzoek een rol speelt bij de totstandkoming en de verdere uitvoering van dit voorstel, in het bijzonder betreffende de eerder gesignaleerde onvolkomenheden met betrekking tot onderschatting van biometrie en de te grote afstand tussen experts en beleidsmakers.

De leden van de D66-fractie vragen voorts op welke wijze uitvoering is gegeven aan artikel 27e van de Wet op de Raad van State, in het bijzonder indachtig de eerdere betrokkenheid bij deze materie van de vice-president van de Raad van State in zijn hoedanigheid als minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties.

De leden van de SGP-fractie hebben met belangstelling kennis genomen van het voorstel om de Paspoortwet te wijzigen. Zij hechten aan identiteits-documenten die bestand zijn tegen fraude en die tegelijkertijd voor burgers zo min mogelijk administratieve lasten opleveren.

2. Verlenging van de geldigheidsduur van reisdocumenten en van de Nederlandse identiteitskaart

De leden van de VVD-fractie zijn voorstander van de verlenging van de geldigheidsduur van reisdocumenten en Nederlandse identiteitskaarten van vijf naar tien jaar. Dit neemt niet weg dat zij ook de fysieke beveiliging van deze documenten van zeer groot belang vinden. De risico’s voor de elektronische beveiliging moeten dan ook zo gering mogelijk zijn. De leden van de VVD-fractie vragen de regering daar nader op in te gaan.

De leden van de PvdA-fractie zijn blij met de verlenging van de geldigheids-duur van zowel paspoort als Nederlandse Identiteitskaart, de MvT laat zien dat hiermee aanzienlijke besparingen mogelijk zijn in de administratieve lasten. Aan deze keus heeft de PvdA-fractie wel de randvoorwaarde verbonden dat de technische houdbaarheid van de identiteitsdocumenten 10 jaar is. De regering gaat hier uitgebreid op in en verwijst ook naar andere landen waar een geldigheidsduur van 10 jaar gehanteerd wordt. Hoe wil de regering de ervaringen en effecten van de langere levensduur van de identiteitsdocumenten in de gaten houden om de voor- en nadelen tegen elkaar af te kunnen wegen?

Tenslotte willen de leden van de PvdA-fractie wijzen op de aanvaarde motie Heijnen (TK 25 764 nr. 60) om in Europees verband de discussie te voeren over nut, noodzaak en effectiviteit van veiligheidskenmerken en biometrische gegevens. De leden van de PvdA-fractie zijn ook benieuwd naar meer informatie over het daadwerkelijk gebruik dat gemaakt wordt van vingerafdrukken en de resultaten die dit heeft. Deze leden worden graag door de regering geïnformeerd over de inspanningen die verricht zijn om een Europese discussie op gang te brengen en de effecten daarvan.

De leden van de PVV-fractie kunnen zich vinden in het voornemen de reisdocumenten voor vluchtelingen en de reisdocumenten voor vreemde-lingen naar aanleiding van de wijziging geen langere geldigheidsduur te geven.

Wat de leden van de SP-fractie betreft gaat de regering onvoldoende in op het probleem van de elektronische beveiliging. Zij stelt dat «het kabinet zich in zal spannen om de risico’s voor de elektronische beveiliging te beperken.» En dat «per geval bekeken moet worden of en zo ja welke maatregelen kunnen worden getroffen om, rekening houdend met de stand van de techniek en de kosten van de tenuitvoerlegging, een passend beveiligingsniveau van de reisdocumenten is te waarborgen.» Wat houdt dat dan concreet in? Verder stelt de Raad van State terecht dat er risico’s zitten aan verlenging van de geldigheidsduur wat betreft de elektronische beveiliging van het document. De kans dat die beveiliging naar verloop van tijd niet meer zal voldoen zal alleen maar toenemen. Experts geven aan dat het aantal kwetsbaarheden in de chips en het tempo waarin ze worden gevonden in de toekomst alleen maar zal toenemen.

Wat gaat de regering doen als een fout in de beveiliging wordt geconstateerd die niet opgelost kan worden met de bestaande chip? Moeten de bestaande documenten dan worden vervangen? Met de verlenging van de geldigheidsduur zou het vanaf de invoering van een nieuwe chip dan tien jaar duren voordat iedereen over die nieuwe beveiliging beschikt. Hoe verhoudt dit zich tot de betrouwbaarheid van het document?

De geldigheidsduur van paspoorten gaat van vijf naar tien jaar. Het voordeel hiervan is dat mensen minder vaak een nieuw paspoort hoeven aan te vragen. Maar er zijn ook nadelen. De gelijkenis van de foto met de houder zal na verloop van jaren afnemen. De regering gaat wel in op het feit dat misbruik hierdoor makkelijker zal zijn, maar vermeldt niet dat gebruik voor de houder hierdoor ook moeilijker kan worden. Bijvoorbeeld bij het reizen naar het buitenland, wanneer de foto onvoldoende gelijkenis toont met de houder. Heeft de regering dit nadeel meegewogen? Hoe is hij tot het oordeel gekomen dat dit risico acceptabel is?

De leden van de CDA-fractie steunen de regering in haar streven de administratieve lasten voor burgers terug te dringen. Deze leden hechten evenwel ook grote waarde aan de betrouwbaarheid van reisdocumenten en de Nederlandse identiteitskaart, zowel voor identificatie als wat betreft de fysieke duurzaamheid en de fysieke en elektronische beveiliging van het document.

De regering stelt in de MvT (blz. 3), dat indien in 2013 wordt begonnen met de verstrekking van een tien jaar geldig paspoort, het betreffende model tot en met 2028 bestand moet zijn tegen namaak en vervalsing. De leden van de CDA-fractie vragen de regering nader te onderbouwen, of een dergelijke eis technisch haalbaar is.

De regering onderkent het risico dat gedurende de geldigheidsduur van de documenten de elektronische beveiliging niet meer zal voldoen en dat voor de dan reeds uitgegeven documenten hier niets aan gedaan kan worden. Wat zijn de gevolgen voor burgers die een document hebben, waarvan de elektronische beveiliging niet meer voldoet, zo vragen de leden van de CDA-fractie.

De regering kondigt aan, dat indien een dergelijke situatie zich voordoet, zo snel als dat mogelijk is een nieuwe (versie van de) chip zal worden toegepast. Wat betekent dat voor het productieproces, zo vragen deze leden. Wordt het productieproces stilgelegd? Worden er gedurende enige tijd documenten uitgegeven, waarvan bekend is dat de elektronische beveiliging niet meer voldoet? Kan de regering de «toename van het risico op dit punt» nauwkeuriger omschrijven? Wat zijn de risico’s voor de burger? Hoe wordt de afweging gemaakt?

De leden van de CDA-fractie vragen voorts, hoe de verlenging van de geldigheidsduur van reisdocumenten en Nederlandse identiteitskaart zich verhoudt tot wijzigingen die zich voordoen in de loop van de geldigheidsduur, niet alleen fysieke veroudering (grijze haren of rimpels), maar ook naamswijziging of geslachtsverandering.

De regering deelt mee, dat de geldigheidsduur van het paspoort in een meerderheid van de lidstaten van de Europese Unie tien jaar is. Wat zijn de ervaringen in die lidstaten met betrekking tot de betrouwbaarheid en de fysieke en technische duurzaamheid van die documenten, zo vragen deze leden.

De leden van de D66-fractie vragen zich af hoe realistisch het is om chips te voorzien met cryptografisch sleutelmateriaal dat veilig is voor de periode van 10 jaar, gezien de snelheid van technologische ontwikkelingen. Zij wijzen hier met de Afdeling advisering van de Raad van State op uitlatingen van «experts dat het aantal kwetsbaarheden in chips en het tempo waar in ze worden gevonden, in de toekomst [zal] toenemen.» Op basis van welke onderzoeken of ontwikkelingen baseert de regering de haalbaarheid van een veilige versleuteling van gegevens voor een periode van 10 jaar, zo vragen deze leden zich af.

De leden van de D66-fractie menen dat de motivering om onderscheid te maken tussen de geldigheidsduur van het nationale paspoort en reisdocumenten voor vreemdelingen en vluchtelingen onvolledig is. Zij vragen zich af hoe vaak het verblijfsrecht van onbepaalde duur voor houders van reisdocumenten de afgelopen jaren is komen te vervallen wegens verplaatsing van het hoofdverblijf. Tevens zien zij graag nader toegelicht in hoeveel van deze gevallen binnen vijf jaar het hoofdverblijf naar buiten Nederland is verplaatst en in hoeveel van deze gevallen binnen tien jaar het hoofdverblijf naar buiten Nederland is verplaatst. Zij vragen een nadere motivering hoe deze statistieken zich verhouden tot de argumentatie van de regering.

De leden van de D66-fractie lezen dat de regering verwijst naar andere landen betreffende de geldigheidsduur van reisdocumenten. Graag ontvangen deze leden een overzicht van de geldigheidsduur van reisdocumenten in de lidstaten van de Europese Unie.

De leden van de SGP-fractie constateren dat de regering terecht erop wijst dat ook de geldigheidsduur van het rijbewijs tien jaar is. Zij vragen zich af of er niet zodanige verschilpunten zijn tussen het karakter en het gebruik van respectievelijk rijbewijs en paspoort dat die tien jaar niet automatisch kan worden doorgetrokken naar het paspoort. Is de noodzaak voor beveiliging tegen fraude bij het rijbewijs even groot als bij het paspoort? Wat is de precieze achtergrond van het verschil dat er soms wordt gemaakt, zodat een rijbewijs niet overal wordt geaccepteerd als middel voor identificatie?

De regering beziet of het noodzakelijk is bij de invoering van een paspoort dat tien jaar geldig is gebruiksinformatie te verstrekken. De leden van de SGP-fractie vragen waaraan hierbij gedacht moet worden. Ligt het niet voor ieder voor de hand dat het document op een normale manier gebruikt dient te worden?

De regering heeft uiteindelijk niet gekozen voor een leeftijdsgrens van twaalf jaar voor paspoorten met een geldigheid van respectievelijk vijf en tien jaar. Graag horen de leden van de SGP-fractie welke leeftijdsgrenzen hiervoor in de omliggende EU-landen (gemiddeld) gelden.

3. Wijziging van de status van de Nederlandse identiteitskaart

De leden van de VVD-fractie merken op dat voorgesteld wordt de formele status van de Nederlandse identiteitskaart te veranderen. Deze kaart zal geen reisdocument in de zin van de Paspoortwet meer zijn, maar er kan binnen de EU en een aantal anderen landen wel mee worden gereisd. Wat is na de wetswijziging nu de status van de identiteitskaart, zo vragen de leden van de VVD-fractie.

Bij het voorliggende wetsvoorstel wordt de Nederlandse identiteitskaart niet langer wettelijk aangemerkt als reisdocument als bedoeld in de Europese Richtlijn, zo lezen de leden van de CDA-fractie. Zij vragen de regering nader in te gaan op de vragen die de Raad van State stelt over de Europees-rechtelijke aspecten van deze wetswijziging. Is het juist, dat de status van de Nederlandse identiteitskaart uitsluitend wordt geregeld in de Nederlandse wet en dat de Nederlandse wet bepaalt op de Nederlandse identiteitskaart valt onder de werking van de Europese Richtlijn?

Verder vragen deze leden naar de consequenties voor burgers van de voorgestelde wetswijziging. Is het juist, dat het voorliggende wetsvoorstel geen verandering brengt in de gebruiksmogelijkheden van de Nederlandse identiteitskaart, met name als document voor grensoverschrijding? Zo nee, zijn de gebruiksmogelijkheden van een Nederlandse identiteitskaart die is uitgegeven voordat de voorliggende wetswijziging in werking treedt anders dan de gebruiksmogelijkheden van een Nederlandse identiteitskaart die is uitgegeven na de inwerkingtreding?

De leden van de D66-fractie vragen zich af hoe de houder van een Neder-landse identiteitskaart kan controleren of zijn of haar foto die in de contactloze chip wordt opgeslagen ook daadwerkelijk de juiste gezichtsopname is.

Nu de Nederlandse identiteitskaart niet langer de status van reisdocument houdt, vernemen de leden van de SGP-fractie graag of dit op enigerlei wijze invloed heeft op de mate waarin het document in Nederland gebruikt kan worden als men bijvoorbeeld geen paspoort of rijbewijs heeft.

4. Het opnemen van een grondslag voor heffing van rechten

De leden van de SP-fractie lezen dat er een duidelijkere regeling voor het heffen van leges komt. De hoogte van de leges wordt bij gemeentelijke verordening bepaald, waarbij rekening moet worden gehouden met de maximumbedragen die in het Besluit paspoortgelden zijn opgenomen. De leden van de SP-fractie vragen zich af of het niet beter is om één landelijk tarief vast te stellen. Daarmee voorkom je dat de prijs voor eenzelfde document in elke gemeente verschillend is. En voorkom je dat iedere gemeente de prijs afzonderlijk vast moet stellen.

Verder constateren de leden van de SP-fractie dat de regering voornemens is de maximumtarieven te verhogen, om zo de financiële gevolgen van het niet langer in rekening brengen van een «boete» in geval van verlies of diefstal van een document op te kunnen vangen. Deze leden vragen zich af of dit noodzakelijk is. Hoe groot zijn die financiële gevolgen precies? Is dit onderzocht? En wat was daarvan de uitkomst?

De leden van de CDA-fractie vragen de regering de mogelijkheid voor het in rekening brengen van vermissingskosten af te schaffen, zoals reeds in 2010 toegezegd. Bij verlies of diefstal van een paspoort of Nederlandse identiteitskaart kan de gemeente vermissingskosten in rekening brengen, bovenop de kosten van een nieuw document. Burgers ervaren dat als een boete, die bovenop de narigheid van verlies of diefstal komt en bovenop de administratieve lasten van dien.

Ten slotte vragen deze leden, waarom de tarieven van reisdocumenten hoger zijn voor aanvragen door Nederlanders in het buitenland, ook bij grens-gemeenten.

Het wetsvoorstel biedt tevens grond voor het heffen van rechten voor het verstrekken van een identiteitsdocument, zo stellen de leden van de SGP-fractie vast. Het is goed wanneer een dergelijke heffing expliciet een wettelijke grondslag krijgt. Deze leden constateren wel dat er met het vervallen van dit document als reisdocument meer sprake lijkt te zijn van een «niet overheer-send individualiseerbaar belang», dan in de bestaande situatie. Graag vernemen zij de visie van de regering hierop.

5. Opname van vingerafdrukken in de reisdocumentenadministratie

De leden van de VVD-fractie brengen in herinnering dat in het kader van de Paspoortwet enige tijd geleden een discussie heeft plaatsgevonden over een centrale of een decentrale reisdocumentenadministratie. Wat is de stand van zaken daaromtrent? Gaarne krijgen de leden van de VVD-fractie een reactie van de regering.

Inmiddels staat ook de veronderstelde effectiviteit van de eis tot het opnemen en opslaan van de vingerafdrukken ter discussie. Een motie van de leden Heijnen, Hennis-Plasschaert, Schouw, Smilde en Van Raak, waarin de regering wordt verzocht om nut en noodzaak en de effectiviteit van vingerafdrukken op Europees niveau aan de orde te stellen, is in de Tweede Kamer aanvaard (TK 25 764, nr. 60). Wat is de stand van zaken bij de uitvoering van deze motie? Welke acties zijn er inmiddels richting «Europa» ondernomen? De aan het woord zijnde leden vragen daarbij te betrekken het punt dat er landen zijn die over hun eigen inreisvoorwaarden gaan. Als die landen een biometrisch paspoort als eis stellen, heeft dat gevolgen voor Nederlanders die daar naartoe willen reizen. Gaarne krijgen de leden van de VVD-fractie een reactie van de regering.

De leden van de PvdA-fractie wijzen er op dat er is een groep burgers in Nederland is, die zwaarwegende principiële bezwaren heeft tegen het afstaan van vingerafdrukken. Deze gewetensbezwaarden ervaren grote maatschap-pelijke problemen als hun identiteitsbewijs verloopt en zij besluiten op grond daarvan geen nieuwe aan te vragen. De leden van de PvdA-fractie constateren met instemming dat de Nederlandse Identiteitskaart niet langer als reisdocument wordt aangemerkt en dat er hierdoor geen noodzaak meer is om vingerafdrukken af te nemen. Hiermee is voor een grote groep gewetensbezwaarden een oplossing binnen handbereik. Toch vinden deze leden het van belang om, naast een zo spoedig mogelijke invoering van deze wet, een praktische oplossing te vinden voor de problemen van gewetensbezwaarden. In juni hebben de leden Heijnen en Schouw een motie ingediend (TK 25 764 nr. 61) om in afwachting van de wetswijziging van de Paspoortwet, gemeenten de mogelijkheid te bieden om identiteitsdocumenten te verstrekken aan gewetensbezwaarden. De leden van de PvdA-fractie realiseren zich dat de Raad van State geen mogelijkheid ziet om zonder wetswijziging een NIK te verstrekken zonder vingerafdrukken, maar zij willen de regering nogmaals vragen of er een mogelijkheid is een ander, tijdelijk, identiteitsdocument te verschaffen dat in het maatschappelijk verkeer bruikbaar is. Een andere optie zou in de ogen van deze leden een tijdelijke verlenging van de geldigheidsduur van oude identiteitsdocumenten zijn, totdat de wetswijziging effectief is. Graag horen de leden van de PvdA-fractie of de regering een manier ziet om, met het oog op deze wetswijziging en de lopende juridische procedures die nog lang kunnen duren, een tijdelijke voorziening te treffen om de gewetensbezwaarden tegemoet te komen.

De leden van de PVV-fractie vragen de regering toe te lichten wat, naast dat het moet van Brussel, de toegevoegde waarde is van twee vingerafdrukken die in de chip op het paspoort worden opgeslagen.

De leden van de SP-fractie constateren met tevredenheid dat er geen vinger-afdrukken meer zullen worden afgenomen bij de aanvraag van een Neder-landse ID-kaart, dat er bij de aanvraag van een reisdocument niet langer vier vingerafdrukken zullen worden opgenomen maar twee, en dat de vinger-afdrukken niet langer worden bewaard in de reisdocumentenadministratie dan strikt noodzakelijk voor de aanvraag. Eerder hebben de leden van de SP-fractie opheldering gevraagd over de vingerafdrukken die in het aanvraag-proces tot nu toe wel opgeslagen zijn in de reisdocumentenadministratie. Deze zouden vanaf 1 oktober 2012 moeten zijn verwijderd uit alle gemeentelijke databases. Is dit ook in alle gemeenten daadwerkelijk gebeurd, zo vragen deze leden zich af. Zij de gegevens echt verwijderd, conform de wens van de Kamer en de regering? Of zijn zij slechts voorzien van het predicaat «niet raadpleegbaar»?

De leden van de CDA-fractie onderschrijven het standpunt van de regering, dat het verstandig is met de opslag van vingerafdrukken in de reisdocumen-tenadministratie een pas op de plaats te maken. Deze leden menen dat het vertrouwen in de overheid daarmee gediend is.

Deze leden vragen, wat de strekking is van de mededeling, dat «voor die datum de bewaartermijn elf jaar» was (MvT, blz.11). Zijn de eerder opgenomen vingerafdrukken bij de aanvraag van paspoorten en Nederlandse identiteitskaarten inmiddels vernietigd? Is er materieel nog een verschil in verwerking tussen eerder opgenomen vingerafdrukken en de vingerafdrukken die in de toekomst worden opgenomen bij de aanvraag van paspoorten?

De leden van de D66-fractie vernemen graag, nu er geen sprake meer zal zijn van het bewaren van vingerafdrukken na aanvraag van een reisdocument, wat de stand van zaken is betreffende de toegezegde verwijdering van reeds opgeslagen vingerafdrukken. (zie ook TK 25 764 nr.52) Deze leden menen dat tot op heden onvoldoende prioriteit gegeven is aan dit proces. Zij ontvangen hierop graag een nadere toelichting. De aan het woord zijnde leden vragen zich ook af of overwogen is een uitzonderingspositie voor mensen mogelijk te maken die om welke reden dan ook bezwaar hebben tegen het gebruik van biometrie voor reis- en identificatiedocumenten.

De leden van de D66-fractie vragen zich af op welke wijze houders van een reisdocument kunnen controleren of de opgeslagen vingerafdrukken hen ook daadwerkelijk toebehoren, zeker gezien de behoorlijke foutmarge van geregistreerde vingerafdrukken, alsook de benodigde expertise voor een adequate vergelijking en herkenning van vingerafdrukken.

De leden van de D66-fractie zien graag een nadere omschrijving van de wijze waarop de tijdelijke opslag van vingerafdrukken beveiligd wordt. Zij vragen de regering inzicht te geven in welke organen en/of instanties toegang hebben tot de tijdelijk opgeslagen vingerafdrukken.

De leden van de D66-fractie vragen welk standpunt in Europees verband door de regering over de registratie en opslag van vingerafdrukken te berde wordt gebracht.

6. Gevolgen van het wetsvoorstel voor de privacy

De leden van de PvdA-fractie zijn tevreden over de stevige doelbinding en tijdsbeperking van de opslag van vingerafdrukken, namelijk alleen voor de verwerking van de aanvraag en voor de duur van de aanvraag. Als we ze dan toch moeten verwerken, dan zo beperkt mogelijk. Deze leden constateren echter ook dat er toezeggingen gedaan zijn over het vernietigen van vingerafdrukken die voor 23 juni 2011 zijn vastgelegd. Zij willen graag van de regering weten wat de stand van zaken is van deze vernietiging. Is al aan alle technische voorwaarden voldaan, zijn alle vingerafdrukken en de sporen daarnaar vernietigd, en is daar nog controle naar gedaan?

De leden van de PvdA-fractie constateren dat de vingerafdrukken op basis van het, nog niet in werking getreden, artikel 4b.4 nog raadpleegbaar zijn door het OM. Deze leden willen graag weten hoe dit zich verhoudt tot de doelbinding van de afname van vingerafdrukken en of dit artikel niet beter geschrapt kan worden voor de duidelijkheid.

Eén van de onderwerpen waar de leden van de PvdA-fractie zich zorgen over maken is de veiligheid van de RFID-chip in het paspoort en de NIK? In juli is nog aangetoond dat met de juiste apparatuur het relatief eenvoudig is om van een niet-beveiligde chip het ID uit te lezen en dit vervolgens naar een dupli-caat-tag te schrijven. De paspoortchip bevat onder meer de naam, foto, BSN, geboortedatum, en vingerafdrukken van de houder. Met deze gegevens is het relatief eenvoudig identiteitsfraude te plegen. Daarom willen deze leden graag weten waarop de regering zijn mening baseert dat de gegevens op het paspoort maximaal beschermd worden. Kan de regering aantonen dat de huidige bescherming nog optimaal is? Welke aanpassingen en verbeteringen zijn er de afgelopen jaren in de chips in het paspoort aangebracht? Zijn er noodplannen om de integriteit van oude identiteitsdocumenten met kwetsbaarheden in de beveiliging te garanderen of weer op het vereiste niveau te brengen?

De leden van de PVV-fractie vragen de regering haar visie te geven over het feit dat experts verwachten dat in de toekomst het aantal kwetsbaarheden in de chips, en het tempo waarin ze worden gevonden, zal toenemen, terwijl een paspoort dadelijk tien jaar geldig is en op afstand uitleesbare vingerafdrukken bevat. Ziet de regering daar geen grote risico’s voor privacy, veiligheid en mogelijkheden tot misbruik? Welke maatregelen, anders dan gebruikmaken van chips die aan de huidige beveiligingsstandaarden voldoen, worden er genomen om dit risico terug te brengen?

De leden van de CDA-fractie lezen dat de regering van opvatting is, dat kwetsbaarheden in de chip van een uitgegeven reisdocument niet kunnen worden hersteld, dat daar althans geen mogelijkheden voor zijn. Deze leden vragen, wat daarvan de gevolgen kunnen zijn voor de houder van een dergelijk reisdocument.

Ondanks dat de regering aangeeft dat het verlengen van de geldigheidsduur van reisdocumenten bepaalde risico’s met zich meebrengt rondom identificatie, menen de leden van de D66-fractie dat er onvoldoende wordt ingegaan op de mogelijkheid om de chip op de documenten beter te beveiligen tegen identiteitsdiefstal, bijv. door middel van een toegangs-vergrendeling. Deze leden vragen zich af of de voorgestelde methode de meest veilige is, en waar deze conclusie op gebaseerd is. Waarom is niet gekozen voor additionele beveiligingsmogelijkheden? De aan het woord zijnde leden delen hierbij de door het College Bescherming Persoonsgegevens geuitte zorgen over het realiseren van een passend beveiligingsniveau conform het bepaalde in artikel 13 Wet bescherming persoonsgegevens (Wbp). Zij ontvangen graag een nadere motivering op dit punt.

De leden van de SGP-fractie vinden het belangrijk dat er voldoende aandacht is voor een passend beveiligingsniveau dat bestand is tegen toenemende technische mogelijkheden om in te breken op chips. Het is een noodzaak. Bij een geldigheidsduur van tien jaar zijn de risico’s groter. Zij vragen de regering of er op dit moment mogelijkheden zijn opgenomen in de wet om in het geval van zeer grote risico’s paspoorten en andere documenten terug te roepen. Zo niet, is het te overwegen om die mogelijkheid uitdrukkelijk in de wet op te nemen om daarmee een waarborg te hebben tegen onvoorziene technische ontwikkelingen die de privacy bedreigen?

7. Gevolgen van het wetsvoorstel voor de administratieve lasten

De regering geeft aan, zo lezen de leden van de CDA-fractie, dat de voorgestelde verlenging van de geldigheidsduur van het paspoort met name is ingegeven door de wens de administratieve lasten voor burgers te verlichten, met name als het gaat om aanvragen bij Nederlandse vertegenwoordigingen in het buitenland. De leden van de CDA-fractie constateren, dat de regering beoogt de administratieve lasten voor burgers te verlichten, zonder de aanvraagprocedure als zodanig te wijzigen. Worden er ook verbeteringen in de aanvraagprocedure voorbereid, waardoor de administratieve lasten worden verlicht? Deze leden stellen deze vraag mede in het licht van de vermindering van het aantal ambassades en consulaten, waar Nederlanders in het buitenland een paspoort kunnen aanvragen.

8. Uitvoeringslasten en financiële gevolgen

In de MvT lezen de leden van de VVD-fractie dat de tarieven van de te heffen rechten, evenals thans, bij gemeentelijke verordening worden vastgesteld, waarbij de hoogte mede wordt bepaald door de maximumbedragen die in het Besluit paspoortgelden zijn opgenomen. In paragraaf 8 van de toelichting wordt melding gemaakt van een verhoging van de maximumtarieven die gemeenten in rekening mogen brengen. Gaarne worden de leden van de VVD-fractie daarover nader geïnformeerd. Aan welke verhoging moet worden gedacht? Wanneer is het onderzoek waar melding van wordt gemaakt, gereed? Waarom kunnen de bedragen voor het verstrekken van een paspoort per gemeente verschillen? In de praktijk zijn de te verrichten handelingen voor het uitreiken van reisdocumenten toch niet zo verschillend. Waarom is er geen sprake van één vastgestelde prijs voor een paspoort? Gaarne krijgen de leden van de VVD-fractie een reactie van de regering.

Artikelsgewijs

Artikel I onderdeel C onder 2 en 4, onderdeel O, onder 1, 2, 3 en 5, en artikel II, onderdelen B, C en D

Naast onder andere het verlengen van de geldigheidsduur van reisdocumen-ten en Nederlandse identiteitskaarten worden enkele kleinere wijzigingen voorgesteld. Een daarvan heeft betrekking op het verruimen van de mogelijkheden voor het vermelden van het burgerservicenummer op reisdocumenten. De gevallen waarin een dergelijke vermelding kan plaatsvinden worden bij ministeriële regeling bepaald. De leden van de VVD-fractie vernemen graag aan wat voor situaties moet worden gedacht.

De voorzitter van de commissie, Berndsen-Jansen

Adjunct-griffier van de commissie, Hendrickx

Naar boven