Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2013-201433043 nr. 28

33 043 Groene economische groei in Nederland (Green Deal)

Nr. 28 BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN INFRASTRUCTUUR EN MILIEU

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 28 januari 2014

Om nu en in de toekomst welvarend en gezond te kunnen leven, moeten bedrijven, burgers en overheden op een verantwoorde manier omgaan met natuurlijke hulpbronnen die ons grondstoffen, water en energie leveren. Om duurzaam gebruik van natuurlijke hulpbronnen te stimuleren, werkt het Rijk samen met maatschappelijke partijen aan het programma Van Afval Naar Grondstof.

In de brief aan de Kamer over groene groei van 28 maart 2013 (Kamerstuk 33 043, nr. 14) is het programma Van Afval Naar Grondstof aangekondigd. Op 20 juni 2013 heb ik u in de brief Van Afval Naar Grondstof (Kamerstuk 33 043, nr. 15) nader geïnformeerd en geef ik aan dat de uitdaging ligt in de transitie naar een circulaire economie. Een circulaire economie is een economisch systeem dat de herbruikbaarheid van producten en grondstoffen en het behoud van natuurlijke hulpbronnen als uitgangspunt neemt en waardecreatie in iedere schakel van het systeem nastreeft. Door het sluiten van technische en groene kringlopen verbetert het milieu, voorzien we duurzaam in onze welvaart en gaan we optimaal om met onze natuurlijke hulpbronnen. Zoals TNO heeft becijferd levert deze benadering nieuwe kansen voor economische ontwikkeling en werkgelegenheid.1

In de brief van 20 juni 2013 zijn acht operationele doelstellingen van het programma geformuleerd. Tijdens het algemeen overleg Grondstoffen en Afval met uw Kamer op 14 november heb ik een nadere uitwerking van het programma Van Afval Naar Grondstof toegezegd. In de bijlage van deze brief worden de acht doelstellingen verder uitgewerkt2.

Transitie naar een circulaire economie

Hoofddoel van het programma is om de transitie naar een circulaire economie te bevorderen. Ik volg hierbij een systeembenadering, omdat naast technische innovatie ook institutionele en culturele veranderingen nodig zijn, waaronder nieuwe bedrijfsmodellen en veranderingen in consumentengedrag, wetgeving en maatschappelijke rolverdeling. Belangrijkste doelen van het programma zijn om meer duurzame producten op de markt te brengen, duurzamer te consumeren en meer en beter te recyclen.

De transitie naar een meer circulaire economie is al in volle gang. In Nederland recyclen we 79% van ons afval. De kwaliteit van onze leefomgeving is sterk verbeterd. De afgelopen jaren heeft de overheid ervaring opgedaan in het bij elkaar brengen van partijen om zo verduurzaming te bereiken. Een goed voorbeeld is het Ketenakkoord Fosfaatkringloop waarmee partijen de fosfaatkringloop sluiten en een markt voor gerecycled fosfaat creëren. De overheid heeft hierbij de afgelopen twee jaar de regie gevoerd. Met deze aanpak wordt de hoeveelheid fosfaat die in het milieu terecht komt verminderd, worden de risico’s van fosfaatschaarste ingeperkt en tegelijkertijd economische kansen gepakt. Een goed voorbeeld hoe met een circulaire ketenaanpak groene groei wordt bereikt.

Een ander voorbeeld is het verduurzamen van verpakkingen. Door samenwerking tussen gemeenten, producenten, importeurs en het Rijk en met inbreng van burgers, worden verpakkingen vanaf de ontwerpfase verduurzaamd. Ook andere green deals, zoals die over duurzaam bosbeheer, zie ik als goede voorbeelden van het beleid dat ik verder wil uitbouwen. Beleid dat zich niet slechts richt op het voorkomen van de negatieve effecten van afval, maar op het gezamenlijk sluiten van kringlopen en toewerkt naar een systeem waarin circulariteit het uitgangspunt is.

Ook bekijkt het kabinet met maatschappelijke partijen hoe de herinvoering van de stortbelasting het best vormgegeven kan worden. Daarbij wordt gekeken naar de mogelijkheden voor fiscale maatregelen anders dan een belasting op storten, zodat er een dynamische prikkel wordt gecreëerd ter bevordering van de circulaire economie.

De transitie naar een circulaire economie kan alleen in samenwerking met maatschappelijke partners verder versneld worden. Dit vraagt om een overheid die proactief partijen bij elkaar brengt en verder helpt. Concrete en afrekenbare doelen moeten samen met maatschappelijke partners geformuleerd worden. Daarbij heeft het kabinet haar ambities scherp voor ogen.

Ambities

De eerste ambitie is om belemmeringen die ondernemers ervaren bij het circulair maken van hun productieprocessen en het hergebruiken van reststromen, waar mogelijk weg te nemen. Acties uit dit programma zijn gericht op het in kaart brengen van belemmeringen en het instellen van een steunpunt om met ketenpartijen belemmeringen weg te nemen. De ambitie is om in 2015 voor alle aangemelde belemmeringen trajecten ter verbetering in gang te hebben gezet.

De tweede ambitie van dit kabinet is de hoeveelheid materiaal die de economie «verlaat» zichtbaar te verminderen. In 2012 werd er nog bijna 10 miljoen ton materiaal uit Nederland aangeboden bij afvalverbrandingsinstallaties en stortplaatsen. Het kabinet heeft de ambitie om deze hoeveelheid in tien jaar tijd te halveren. Dit gebeurt niet alleen door meer en beter te recyclen. Ook de inzet gericht op meer duurzame producten en duurzame consumptiepatronen, draagt bij aan de vermindering van deze hoeveelheid.

Een derde ambitie van dit kabinet is het beter scheiden van huishoudelijk afval en vergelijkbare stromen van kantoren, winkels en diensten. Voor het scheiden van huishoudelijk afval is al een doel van 60–65% in 2015 geformuleerd. Voor de langere termijn heeft dit kabinet de ambitie om te komen tot 75% afvalscheiding in 2020 en om uiteindelijk richting 100% te gaan. In een netwerkaanpak met gemeenten en bedrijfsleven wordt met dit programma ingezet op verbeterde afvalscheiding.

Tot slot heeft het kabinet de ambitie om de economische kansen die circulaire economie biedt ook daadwerkelijk te benutten. Nederland moet in 2020 een hotspot van de circulaire economie zijn. Hiervoor richt het programma zich op het ondersteunen van innovatieve oplossingen op technisch en bedrijfseconomisch gebied en op maatschappelijke innovatie. Dit programma formuleert verschillende acties gericht op duurzaam ontwerpen, nieuwe bedrijfsmodellen en het verspreiden en stimuleren van innovatie.

Uitwerking en toezeggingen

De uitwerking van de operationele doelstellingen van dit programma in de bijlage van deze brief bevat concrete acties en te leveren prestaties. Daarbij geef ik aan waar het kabinet op inzet («wat»), welke aanpak wordt gevolgd («hoe»), met welke partijen het kabinet samenwerkt («wie) en op welke termijn resultaat wordt verwacht («wanneer»).

Dit kabinet wil koplopers ruimte geven nieuwe wegen in te slaan en hen daarbij ondersteunen. Met de geformuleerde acties sluit het kabinet aan bij de beweging die er in de samenleving is, jaagt het goede ideeën aan, neemt het belemmeringen die partijen ervaren weg en wordt de volgende stap gezet in het sluiten van ketens. De in het programma beschreven activiteiten passen goed bij de rol die ik voor de overheid zie en die ook is beschreven in de Kamerbrief over groene groei.

De in het programma genoemde acties zijn in overleg met maatschappelijke spelers tot stand gekomen. Deze acties worden samen met hen uitgevoerd en aangepast als maatschappelijke ontwikkelingen daar aanleiding toe geven. Hiermee geef ik navolging aan de motie van Ojik (33 410, nr. 51). Per actie worden meer specifieke doelen samen met maatschappelijke partners SMART geformuleerd. Voor een aantal lopende acties is dat al gebeurd.

De uitwerking van het programma in de bijlage van deze brief geeft een overzicht van de Kamermoties en -toezeggingen waarvan uitwerking geschiedt binnen dit programma. Met dit programma geeft het Kabinet ondermeer uitvoering aan de motie Dijkstra c.s. (Kamerstuk 30 872, nr. 136). Deze Kamermotie verzoekt de regering, in overleg te gaan met de branche om belemmeringen te vernemen en in Europees verband te streven naar een eenduidige implementatie. In de uitwerking van het programma is beschreven welke inzet het Kabinet in overleg met de sector pleegt om belemmeringen weg te nemen en te komen tot Europees gelijk speelveld.

Maatschappelijke uitdaging

Dit programma is een intensivering van de bestaande inzet. De uitvoering van dit bestaande beleid inclusief de in de bijlage genoemde moties en toezeggingen gaat gewoon door als onderdeel van Van Afval Naar Grondstof. Tevens wordt er in de bijlage verwezen naar het Afvalpreventieprogramma Nederland, dat Nederland krachtens de Europese Kaderrichtlijn Afvalstoffen heeft gemaakt. Het programma Van Afval Naar Grondstof omvat de uitwerking van dit afvalpreventieprogramma.

De transitie naar een circulaire economie is een brede maatschappelijke uitdaging en een zaak van veel partijen. Er is hiervoor veel energie in de maatschappij. Het programma pakt nieuwe concepten en ervaren belemmeringen op en zorgt voor het delen van kennis. Samenwerking tussen maatschappelijke partijen en de overheid is essentieel voor het succes van het programma.

De Staatssecretaris van Infrastructuur en Milieu, W.J. Mansveld


X Noot
1

TNO (2013) Kansen voor de circulaire economie in Nederland.

X Noot
2

Ter inzage gelegd bij het Centraal Informatiepunt Tweede Kamer.