Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2018-201933037 nr. 312

33 037 Mestbeleid

Nr. 312 BRIEF VAN DE MINISTER VAN LANDBOUW, NATUUR EN VOEDSELKWALITEIT

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 3 oktober 2018

Afgelopen voorjaar heb ik tijdens het AO NVWA en het AO fosfaatrechten (d.d. resp. 14 juni (Kamerstuk 33 835, nr. 820 en 4 juli jl. (Kamerstuk 33 037, nr. 307)) toegezegd uw Kamer in september nader te informeren over het onderzoek van de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA) naar de onregelmatigheden in de Identificatie & Registratie (I&R) voor runderen. Hierbij geef ik invulling aan deze toezeggingen. Met deze brief voorzie ik ook in mijn reactie op het artikel in De Boerderij over dit onderwerp, zoals door uw Kamer verzocht tijdens de procedurevergadering van 5 september jl.

Sinds het constateren van de onregelmatigheden in I&R heb ik uw Kamer regelmatig op de hoogte gehouden van de voortgang (zie onder meer Kamerstuk 33 037, nrs. 252, 268, 269, 271, 273, 274, 275, 287). Er is een groot aantal bedrijven geblokkeerd en dit heeft een forse impact gehad op deze bedrijven. Inmiddels is voor het overgrote deel van de bedrijven de registratie in I&R gecorrigeerd en heeft herberekening van de beschikkingen in het kader van het fosfaatreductieplan 2017 plaatsgevonden. In de tweede fase van het onderzoek zijn minder onregelmatigheden geconstateerd en naarmate de tijd vordert is het voor de NVWA minder goed mogelijk om bij inspecties de situatie uit 2017 te beoordelen, gelet op de in de tussentijd opgetreden wijzigingen in het veebestand. Dat maakt dat ik nu toekom aan een afronding van dit dossier.

Uitkomsten onderzoek onregelmatigheden I&R

Zoals ik uw Kamer eerder heb laten weten, is het onderzoek naar de onregelmatigheden in I&R uitgevoerd in twee fases. Gelet op de grootte van het onderzoek, is per fase een opsplitsing gemaakt in fysieke inspecties en administratieve inspecties. Wat betreft de fysieke inspecties zijn afspraken gemaakt met het Openbaar Ministerie ten aanzien van de afhandeling van de geïnspecteerde bedrijven. Wanneer een fysiek geïnspecteerd bedrijf niet akkoord bevonden is, wordt door de NVWA een proces-verbaal opgemaakt en aangeboden aan het OM. Indien bij een administratief geïnspecteerd bedrijf onregelmatigheden aangetroffen zijn, zal geen strafrechtelijke vervolging plaatsvinden. Betreffende dossiers worden door de NVWA wel aangeboden aan de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO.nl), waar de mogelijke consequenties op het fosfaatreductieplan en/of GLB-inkomenssteun nader worden onderzocht en verwerkt. Voor de GLB-inkomenssteun zal dit, zoveel mogelijk, worden meegenomen bij de vaststelling van de steun eind van het jaar.

Fase 1

In fase 1 zijn bij 180 bedrijven fysieke inspecties uitgevoerd, hiervan zijn op dit moment nog 6 bedrijven geblokkeerd. Deze 180 uitgevoerde inspecties hebben geresulteerd in 71 processen-verbaal en 26 schriftelijke waarschuwingen. Bij 81 inspecties bleek geen overtreding vastgesteld te kunnen worden en van 2 dossiers is nog geen afdoening bekend.

Daarnaast zijn in fase 1 in totaal 2.064 bedrijven na administratieve inspectie in verband met onregelmatigheden geblokkeerd. Hiervan zijn op dit moment nog 9 bedrijven geblokkeerd. Er zijn nog 275 bedrijven die al wel zijn gedeblokkeerd maar waarvan de verdere administratieve afhandeling nog loopt, waardoor nog niet vaststaat of bij deze bedrijven sprake was van een vastgestelde onregelmatigheid. Van de reeds verwerkte dossiers is bij 1.350 bedrijven de I&R-overtreding vast komen te staan. Van de reeds verwerkte dossiers hebben 337 bedrijven in het kader van de beoordeling van hun blokkadedossier aanvullend bewijsmateriaal aangeleverd, waardoor de feitelijke situatie later anders bleek te zijn dan hetgeen de NVWA uit de aanvankelijk beschikbare gegevens geconstateerd heeft. Een voorbeeld hiervan is dat een veehouder een hoogdrachtige vaars liet meelopen in het melkproces om daaraan te wennen, maar nog niet werd gemolken. In zo’n geval was de vaars opgenomen op de melklijst in de CRV-gegevens op basis waarvan het bedrijf is geblokkeerd, maar kon de veehouder daarna aantonen dat het dier niet daadwerkelijk werd gemolken. Voor deze 337 bedrijven is mijn aanvankelijke constatering dat bij alle geblokkeerde bedrijven ook echt sprake was van een onregelmatigheid niet juist geweest. Al deze bedrijven krijgen een brief waarin wordt aangegeven dat het bedrijf onterecht geblokkeerd was. Vanwege deze onterechte blokkade wordt de blokkade volledig ingetrokken in het I&R-systeem. Dit betekent dat de data van blokkade en deblokkade niet meer zichtbaar zijn in het I&R-systeem. Bedrijven uit deze groep die onterecht zijn geblokkeerd en van mening zijn dat zij door de blokkade schade hebben geleden, kunnen een schadeclaim bij de NVWA indienen. De NVWA zal dit verzoek in behandeling nemen en als er sprake is van aantoonbare schade als gevolg van de onterechte blokkade zal deze worden vergoed.

De beoordeling van de verzoeken tot deblokkade heeft ertoe geleid dat 94 van de administratief geblokkeerde bedrijven zijn geselecteerd om alsnog fysiek geïnspecteerd te worden. Deze dossiers konden wegens hun complexiteit niet administratief afgehandeld worden. Deze aanvullende fysieke inspecties hebben geleid tot het opmaken van 51 processen-verbaal en het opleggen van 17 schriftelijke waarschuwingen. Bij 21 dossiers zijn geen I&R-overtredingen geconstateerd. Op dit moment zijn de overige 5 dossiers nog in onderzoek.

Bij de bedrijven uit fase 1 die nog geblokkeerd zijn, gaat het in de meeste gevallen om complexe situaties die nog in onderzoek zijn bij de NVWA, danwel bedrijven waarbij de houder weinig of geen actie onderneemt om de I&R te herstellen. Aan deze laatste groep bedrijven zijn voornemens tot oplegging van een last onder dwangsom verstuurd om herstel van de registraties in het I&R-systeem af te dwingen.

Overzicht stand van zaken fase 1

Overzicht stand van zaken fase 1

Fase 2

In mijn brief van 24 mei jl. (Kamerstuk 33 037, nr. 287) heb ik aangegeven dat een volgende te onderzoeken groep van ongeveer 100 bedrijven is geselecteerd op basis van een risicoanalyse op de data. Er zijn 63 bedrijven geselecteerd voor fysieke inspectie om de situatie ter plekke vast te stellen en de administratie te controleren. Bij 42 van deze fysiek geïnspecteerde bedrijven zijn geen I&R-onregelmatigheden geconstateerd. Bij 9 bedrijven zijn wel onregelmatigheden geconstateerd, waar bij 4 bedrijven een proces-verbaal wordt opgemaakt en bij 5 bedrijven een schriftelijke waarschuwing is gegeven. Bij 12 bedrijven loopt het onderzoek nog. In deze groep zijn op dit moment geen bedrijven geblokkeerd.

Daarnaast zijn 42 bedrijven op basis van administratieve inspectie geblokkeerd, waarvan er op dit moment inmiddels 40 weer gedeblokkeerd zijn. In deze groep zijn bij 16 bedrijven I&R-onregelmatigheden geconstateerd. Bij 9 bedrijven uit deze groep van 42 bedrijven is besloten alsnog een fysieke inspectie uit te voeren. Dit was nodig vanwege de complexiteit van deze dossiers. Voor 2 van deze 9 bedrijven wordt een proces-verbaal opgemaakt, bij 2 andere bedrijven is sprake van een schriftelijke waarschuwing.

Overzicht stand van zaken fase 2

Overzicht stand van zaken fase 2

Berekende naheffingen

Voor alle geblokkeerde bedrijven waarbij tenminste een melkkoe ten onrechte als vaars stond geregistreerd, maar die desondanks gekalfd bleek te hebben en als zodanig meetelde in de GVE-berekening (Grootvee Eenheid) in het kader van het fosfaatreductieplan, is door RVO.nl een nacalculatie uitgevoerd. De geblokkeerde bedrijven dienden hun I&R weer kloppend te maken. Op basis van deze aangepaste registratie in het I&R-systeem is de berekening in het kader van het fosfaatreductieplan opnieuw uitgevoerd. In mijn brief van 20 februari jl. (Kamerstuk 33 037, nr. 237) heb ik een eerste indicatie gegeven van de te verwachten naheffingen. Hieronder geef ik een overzicht van de huidige stand van zaken. Het betreft een tussenstand; voor nog niet alle dossiers heeft herberekening plaatsgevonden.

Aan 1.439 bedrijven wordt met de herberekening een totale heffing opgelegd van € 2,7 miljoen. Aan deze bedrijven is eerder een heffing opgelegd waardoor de naheffing exact te berekenen is. Naast deze 1.439 bedrijven is van 555 bedrijven het financiële effect ingeschat, omdat dit niet direct uit de systemen te halen is.

Het betreft bedrijven die een (weliswaar kleinere) bonus uitbetaald hebben gekregen (146 bedrijven), of voor een aantal perioden zijn herberekend (bedrag nihil) en voor de andere perioden geschat (224 bedrijven), of voor het eerst een heffing hebben ontvangen (185 bedrijven). Het totaal ingeschatte effect voor deze bedrijven bedraagt circa € 540.000.

Er resteert een groep van ca. 300 bedrijven die om verschillende redenen nog niet herberekend zijn. Dit kan bijvoorbeeld zijn omdat bedrijven nog geblokkeerd zijn, er een proces-verbaal (PV) is opgemaakt of er bezwaar door de veehouder is aangetekend. De onderstaande tabel betreft daarom de stand op dit moment.

Bedrag van de naheffing in euro’s

Aantal bedrijven

Indicatie uit Kamerbrief 20 februari jl.

<500

474

1.000

500 – 1.000

379

300

1.000 – 5.000

483

400

5.000 – 10.000

60

50

>10.000

43

20

Overige bedrijven

Aantal bedrijven

 

Geschat, in totaal ca. € 540.000

555

 

Nog te bepalen

Ca. 300

 

Afronding onderzoek

In mijn brief van 24 mei jl. (Kamerstuk 33 037, nr. 287) heb ik aangegeven dat ik op basis van de constateringen tijdens fase 2 een besluit neem over of nader onderzoek naar een volgende groep bedrijven – oftewel het al dan niet starten van fase 3 – noodzakelijk is.

De bedrijven die in fase 1 en fase 2 zijn geïnspecteerd kwamen uit selectiegroepen met de grootste kans op onregelmatigheden. Op basis van de bevindingen in fase 1 blijkt dat er bij ruim driekwart van de afgeronde dossiers onregelmatigheden aangetroffen zijn. In fase 2 betrof dit circa 30% van de afgeronde dossiers. Dat is te verklaren uit de aflopende risico-inschatting bij de selectie van bedrijven voor fase 2 ten opzichte van fase 1.

Bij een derde fase zou sprake zijn van een verder aflopende risico-inschatting. Bij een eventuele derde fase zou wederom gebruik worden gemaakt van I&R-gegevens uit 2017 op basis waarvan eerdere analyses reeds zijn uitgevoerd. Bij het uitvoeren van een fysieke inspectie op een bedrijf wordt het steeds lastiger om de daadwerkelijke omissies te bewijzen aangezien er in een jaar tijd veranderingen in het veebestand kunnen hebben opgetreden. De NVWA heeft aangegeven dat zij onderzoek naar een volgende groep bedrijven daarom minder effectief acht. Er wordt daarom geen derde fase van het onderzoek ingesteld. De komende tijd zullen de nog geplande inspecties worden uitgevoerd en de nog openstaande dossiers worden afgerond.

Verder constateer ik dat het percentage meerlingen, wat de aanleiding was voor het onderzoek naar de onregelmatigheden in I&R, dit jaar weer een normaal verloop laat zien. 2017 was wat dat betreft echt een uitzonderlijk jaar. Hoewel er in het onderzoek uiteindelijk breder is gekeken dan alleen naar meerlingen en we te allen tijde scherp moeten blijven op de juistheid van de registraties in I&R, vind ik het geruststellend om te zien dat de hogere percentages meerlingen zich in 2018 niet meer voordoen. Bijgevoegde tabel geeft het percentage meerlingen in de periode 2014 tot en met augustus 2018 weer.

Daarmee nadert het onderzoek waar het hoge percentage meerlingen in 2017 de aanleiding voor was een afronding. Dit laat het onverlet dat de NVWA haar reguliere toezicht op veehouderijbedrijven blijft uitvoeren in het kader van de registraties in het I&R-systeem. Ook deze reguliere controles kunnen leiden tot blokkades zoals dit op basis van Europese regelgeving is voorgeschreven.

Ik realiseer mij terdege dat de omvang waarin bedrijven zijn geblokkeerd als gevolg van de geconstateerde onregelmatigheden tot veel onbegrip en boosheid binnen de melkvee- en kalverhouderij heeft geleid. Echter, het was noodzakelijk gezien de impact die het onjuist registreren van dieren kan hebben op het bewaken van diergezondheid en voedselveiligheid in Nederland. Ik hoop dat dit ook heeft gezorgd voor een beter bewustzijn bij ondernemers van het belang van een juiste registratie van hun dieren in het I&R-systeem.

In dat verband heb ik toegezegd uw Kamer na de zomer nader te informeren over de te nemen maatregelen die eraan kunnen bijdragen om onjuiste registraties in het I&R-systeem terug te dringen. Hiervoor zijn de afgelopen tijd in samenwerking met de sector voorstellen ontwikkeld. Deze zijn onlangs via internet geconsulteerd. Ik verwacht u volgende maand te kunnen informeren over de uitkomst van de consultatie en welke maatregelen genomen zullen worden.

De Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit, C.J. Schouten