33 037 Mestbeleid

Nr. 273 BRIEF VAN DE MINISTER VAN LANDBOUW, NATUUR EN VOEDSELKWALITEIT

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 20 februari 2018

Met mijn brieven van 23 januari, 31 januari, 8 februari en 12 februari jl. heb ik uw Kamer geïnformeerd over geconstateerde onregelmatigheden bij de identificatie en registratie van runderen in het licht van het fosfaatreductieplan 2017 (Kamerstuk 33 037, nrs. 252, 268, 269 en 271). Hierbij informeer ik uw Kamer over de laatste stand van zaken. Met deze brief geef ik ook invulling aan een aantal toezeggingen die ik heb gedaan tijdens het AO Landbouw- en Visserijraad van 14 februari jl.

Deblokkeren van bedrijven

Zoals aangegeven in mijn brief van 12 februari waren op dat moment nog ruim 2.000 bedrijven geblokkeerd vanwege geconstateerde onregelmatigheden in I&R. Het kan dan bijvoorbeeld gaan om moederdieren die nog als vaars in de registratie staan en waarbij de geboortemelding van de nakomeling ontbreekt. Een blokkade houdt in dat het bedrijf geen dieren mag aan- en afvoeren. Als een bedrijf geblokkeerd is kan de overige bedrijfsvoering, zoals de productie en levering van melk en afzet van mest, wel doorgang vinden. Wanneer bij het bedrijf de I&R-registraties op orde zijn gebracht, door bijvoorbeeld alsnog een verzoek inzake de geboortemelding te doen met schriftelijke onderbouwing die door de NVWA en RVO.nl goed is bevonden, wordt het bedrijf zo snel mogelijk gedeblokkeerd. Wanneer de bedrijfsblokkade is opgeheven, worden ook de hieraan gekoppelde individuele dierblokkades op de meerlingkalveren opgeheven, zowel op het oorsprongsbedrijf als bij de afnemers van de kalveren.

Ik vind het van groot belang dat bedrijven, als zij zelf de I&R-registratie weer op orde hebben gebracht en dit hebben aangetoond bij de NVWA en RVO.nl, snel gedeblokkeerd kunnen worden. Dit is zowel in het belang van de individuele ondernemer als van de sector als geheel. Ik heb de beschikbare capaciteit bij de NVWA en RVO.nl voor het beoordelen van herstelmeldingen en het deblokkeren van bedrijven daarom uitgebreid. De afgelopen week hebben veel boeren een aanpassing in I&R doorgevoerd en herstelmeldingen ingediend. Gedurende het weekend van 17–18 februari hebben de NVWA en RVO.nl doorgewerkt aan het verwerken van meldingen. Dit heeft erin geresulteerd dat op dit moment ca. 750 bedrijven zijn gedeblokkeerd. Bij de beoordeling van deze dossiers bleek dat bij al deze bedrijven inderdaad sprake was van een onjuiste registratie in I&R. De herstelmelding van ca. 100 bedrijven is wel beoordeeld, maar voorzag nog niet in afdoende onderbouwing om het bedrijf te kunnen deblokkeren. In die gevallen is de ondernemer om aanvullende informatie gevraagd of volgt een bedrijfsbezoek. Ik ben voornemens om de extra capaciteit voor het beoordelen van herstelmeldingen de komende tijd in stand te houden. Bij de huidige inzet worden tussen de 120 en 160 meldingen per dag beoordeeld afhankelijk van de complexiteit van de dossiers (relatief snel af te handelen dossiers of moeilijkere dossiers omdat de veehouder DNA-onderzoek moet doen of onderliggende stukken aan moet leveren). De werkzaamheden zullen 7 dagen per week worden voortgezet en de verwachting is dat alle herstelmeldingen van de geblokkeerde bedrijven die tot nu toe zijn binnengekomen, binnen ongeveer anderhalve week zijn beoordeeld.

Naast de teams om herstelmeldingen te beoordelen, is ook het klantcontactcentrum bij RVO.nl gedurende de weekenden van 10–11 februari en 17–18 februari bereikbaar geweest. Veehouders bellen vooral om te vragen naar de status van het afhandelen van hun herstelmelding.

Zolang een bedrijf nog niet is gedeblokkeerd, zal het voorkomen dat op een bedrijf nieuwe kalveren worden geboren en dat deze of andere dieren niet van het bedrijf mogen worden afgevoerd. De meeste bedrijven zullen de nieuwe aanwas gedurende de blokkade wel kunnen accommoderen, maar ik sluit niet uit dat er ook bedrijven zijn waar ruimtegebrek kan ontstaan. Ik wil voorkomen dat het dierenwelzijn ten gevolge van een bedrijfsblokkade in het geding komt. Bedrijven waar dit dreigt te gebeuren, kunnen contact opnemen met de NVWA en vragen om een ontheffing van het verbod op het afvoeren van dieren. Aan een eventuele ontheffing zullen strikte voorwaarden verbonden worden.

In de capaciteitsinzet bij de NVWA en RVO.nl is prioriteit gegeven aan het beoordelen van herstelmeldingen en het deblokkeren van bedrijven. Dit betekent wel dat er onder andere minder capaciteit beschikbaar is voor het in eerdere Kamerbrieven genoemde nader onderzoek naar bedrijven ten aanzien waarvan aanwijzingen van onregelmatigheden bestaan die echter nog nadere bewijsvoering behoeven. Ik kan op dit moment dan ook nog geen indicatie geven wanneer dit onderzoek gereed zal zijn.

Eerste appreciatie geconstateerde onregelmatigheden

In de sector, de media en uw Kamer leven veel vragen over de achtergrond van de geconstateerde onregelmatigheden. In het bijzonder gaat het dan om de vraag: in hoeveel gevallen is sprake van fraude en in hoeveel gevallen gaat het om slordigheden of onbewust gemaakte fouten? Tijdens het AO Landbouw- en Visserijraad heb ik al aangegeven dat de onregelmatigheden bij bedrijven een klein aantal dieren kunnen betreffen. Het zal van geval tot geval verschillen of dit al dan niet opzettelijk is gebeurd. Ik beschik in veel gevallen alleen over de resultaten van de administratieve controles en ben gehouden om daarnaar te handelen. Daar kom ik verderop in deze brief op terug. Ik heb geen inzicht in de achtergrond van een onregelmatigheid, in wáárom een boer een registratie in I&R op een bepaalde manier heeft doorgevoerd.

Ik begrijp de behoefte aan meer duiding van de onregelmatigheden. Er zijn twee factoren die meer inzicht kunnen bieden: het aantal dieren per bedrijf waarbij sprake is van een verkeerde registratie en het financieel voordeel dat daarmee gepaard gaat in het kader van het fosfaatreductieplan 2017. Dit beeld is nog niet volledig uitgekristalliseerd. Deze berekeningen zijn namelijk mede afhankelijk van de uiteindelijke, correcte registratie in I&R. Dan is bijvoorbeeld pas inzichtelijk vanaf wanneer een vaars (0,53 GVE) als melkkoe (1 GVE) geteld had moeten worden en over welke periode daardoor dus naheffing betaald moet worden. Pas op basis van dergelijke informatie kan de uiteindelijke omvang bepaald worden. Daarnaast heeft een aantal bedrijven nog geen afrekening in kader van de Regeling fosfaatreductieplan ontvangen omdat bijvoorbeeld voor deze bedrijven nog een gerechtelijke procedure loopt. Hierbij geef ik u dan ook een eerste, voorlopige indicatie, uitgaande van gemiddelden. Wanneer er meer detail bekend is zal ik u hierover informeren.

Voor wat betreft de aantallen dieren op de geblokkeerde bedrijven is de voorlopige verwachting nu dat het in totaal om ruim 5.000 koeien gaat, ofwel om ruim 5.000 dieren die onterecht nog geregistreerd stonden als vaars in plaats van als (melkgevende) koe. Daarbij gaat het om ruim 1.800 dieren bij ca. 1.500 bedrijven waar tot ca. één GVE is geblokkeerd (ofwel één of twee vaarzen). De volgende groep van 2.300 dieren staat bij ruim 500 bedrijven waar 1 tot 5 GVE zijn geblokkeerd. Bij ca. 50 bedrijven betreft het 5 tot 10 geblokkeerde GVE (ca. 700 dieren) en bij ongeveer 10 bedrijven meer dan 10 geblokkeerde GVE (ca. 300 dieren).

Ten aanzien van de naheffingen in het kader van het fosfaatreductieplan is de verwachting dat ca. 1.000 bedrijven een naheffing van onder de 500 euro zullen ontvangen. Voor deze bedrijven zou het financieel voordeel als beperkt geduid kunnen worden. Voor ca. 300 bedrijven zal het gaan om een naheffing van 500 tot 1.000 euro, voor ca. 400 bedrijven om 1.000 tot 5.000 euro. Voor ca. 50 bedrijven gaat het om een naheffing van 5.000 tot 10.000 euro, en voor ca. 20 bedrijven om een naheffing van meer dan 10.000 euro. Deze verwachting is opgesteld op basis van een selectie van bedrijven die eerder een beschikking hebben ontvangen voor het fosfaatreductieplan. Hierdoor wijkt het aantal bedrijven af van de alinea hierboven.

Mocht het nader onderzoek naar bedrijven ten aanzien waarvan aanwijzingen van onregelmatigheden bestaan, opleveren dat nieuwe bedrijven worden geblokkeerd, dan kunnen deze cijfers oplopen.

Hoe dit uitwerkt op een bedrijf kan geïllustreerd worden aan de hand van een aantal concrete gevallen die in het onderzoek zijn aangetroffen. In onderstaand kader zijn geanonimiseerde casussen weergegeven. Deze casussen zijn niet representatief voor de hele groep van geblokkeerde bedrijven en ik kan ook geen aantallen geven van bedrijven die min of meer vergelijkbaar zijn met een bepaalde casus. De casussen kunnen uw Kamer wellicht wel een beter beeld geven van de praktijksituaties die achter de cijfers zitten die ik tot nu toe gedeeld heb.

Casus 1

Op het bedrijf van boer A staat één dier in I&R geregistreerd als vaars, terwijl uit de «cross checks» blijkt dat dit dier wel degelijk melk produceert. Het bedrijf van boer A is daarom geblokkeerd. In de herstelmelding geeft boer A aan dat het betreffende dier een doodgeboren kalf heeft gekregen. Het doodgeboren kalf heeft hij in I&R onder de verkeerde moeder geregistreerd, terwijl hij het in de gegevens bij CRV wel correct heeft doorgevoerd. Boer A kan hiervan bewijsmateriaal overleggen en op basis daarvan is zijn bedrijf gedeblokkeerd. Uit de nacalculatie in het kader van het fosfaatreductieplan blijkt dat boer A een naheffing van 225 euro per heffingsperiode moet betalen (vanaf het moment datum doodgeboren kalf).

In dit geval gaat het dus om een verkeerde registratie van één dier. Het daarmee behaalde financiële voordeel in het kader van het fosfaatreductieplan is beperkt.

Casus 2

Op het bedrijf van boer B staat één dier in I&R geregistreerd als vaars, terwijl uit de «cross checks» blijkt dat dit dier wel degelijk melk produceert. Het bedrijf van boer B is daarom geblokkeerd. In de herstelmelding geeft boer B aan dat het betreffende dier een doodgeboren kalf heeft gekregen. Het doodgeboren kalf heeft hij in I&R onder de verkeerde moeder geregistreerd, terwijl hij het in de gegevens bij CRV wel correct heeft doorgevoerd. Boer B kan hiervan bewijsmateriaal overleggen en op basis daarvan is zijn bedrijf gedeblokkeerd. Uit de nacalculatie in het kader van het fosfaatreductieplan blijkt dat boer B een naheffing van circa 5.000 euro per heffingsperiode moet betalen (vanaf het moment datum doodgeboren kalf).

In dit geval gaat het dus om een verkeerde registratie van één dier. Het daarmee behaalde financiële voordeel in het kader van het fosfaatreductieplan is hoog.

Casus 3

Op het bedrijf van boer C staan 51 dieren in I&R geregistreerd als vaars, terwijl uit de «cross checks» blijkt dat de dieren wel degelijk melk produceren. Het bedrijf van boer C is daarom geblokkeerd. Boer C moet nog door middel van DNA analyse en overige documenten aantonen wanneer deze dieren zijn afgekalfd.

Uit de indicatie van de nacalculatie in het kader van het fosfaatreductieplan blijkt dat boer C mogelijk een naheffing van 25.000 euro per heffingsperiode moet betalen (vanaf diverse kalfdata).

In dit geval gaat het dus om een verkeerde registratie van meerdere dieren. Het daarmee behaalde financiële voordeel in het kader van het fosfaatreductieplan is erg hoog.

Niet zeker is te bepalen wat een moedwillige of een onbewuste fout is. Wel merk ik op dat 2017 het jaar is geweest waarin veehouders een extra goed inzicht hadden in het aantal GVE op hun bedrijf. Elke 2 maanden ontvingen zij een beschikking in kader van de Regeling fosfaatreductieplan 2017 met daarop het aantal GVE per leeftijdscategorie. Daarnaast waren er tools beschikbaar bij onder andere de melkafnemers die elke dag werden geactualiseerd met de laatste I&R-gegevens.

Resumerend zal het van geval tot geval verschillen of er sprake is geweest van opzet. Gevallen waarin sprake is van fraude acht ik onacceptabel en wil ik hard aanpakken. Aan de andere kant heb ik begrip voor de emoties die de berichten die spreken van fraude losmaken bij mensen die wel geblokkeerd zijn maar waarbij er geen sprake was van opzet. Mede daarom heb ik extra capaciteit vrijgemaakt om herstelmeldingen snel te kunnen beoordelen en bedrijven te kunnen deblokkeren. Ik wil echter wel benadrukken dat ook niet opzettelijk gemaakte fouten niet in I&R zouden moeten voorkomen. Het I&R is immers cruciaal bij de bestrijding van besmettelijke dierziekten en biedt een waarborg voor buitenlandse afnemers van onze producten. Zo’n belangrijk systeem vraagt van boeren de nodige zorgvuldigheid bij het doorvoeren van registraties. Ik hoop dan ook dat het nu ontstane inzicht in onregelmatigheden in de I&R ervoor zorgt dat boeren worden doordrongen van het belang om fouten bij I&R-registraties te herstellen en in de toekomst te voorkomen.

Achtergrond van de blokkades: juridische grondslag en onderzoek

Uw Kamer heeft gevraagd of er in de aanpak geen onderscheid kan worden gemaakt tussen fraudeurs en bedrijven die een kleine fout hebben gemaakt in de administratie. Dat is niet het geval. De Europese verordening schrijft voor dat in de situatie dat niet elke geboorte van een dier is medegedeeld overeenkomstig de I&R-voorschriften de bevoegde autoriteit (de Minister) de verplaatsingen van dieren van en naar het bedrijf moet beperken1. Dit betekent dat er een volledige blokkade van het bedrijf wordt opgelegd als een geboorte niet is gemeld, ongeacht de achtergrond daarvan. De ratio hiervan is dat voor een betrouwbaar I&R-systeem onjuistheden zo snel mogelijk moeten worden hersteld. Na constatering van een onregelmatigheid in I&R kan ik dus niet anders dan de verordening volgen en het betreffende bedrijf blokkeren.

Tijdens het AO Landbouw- en Visserijraad van 14 februari jl. heeft uw Kamer ook gevraagd naar de selectiecriteria die in het administratief onderzoek zijn gebruikt. Op de I&R-database zijn twee selectiecriteria toegepast: (1) aantal meerlingen, in de categorieën 0–5% en 5% en meer; en (2) de aanwezigheid van vaarzen ouder dan 27 maanden. Voor de bedrijven met vaarzen ouder dan 27 maanden is gekeken of er in gevorderde databestanden een afkalfdatum of een melkdatum aanwezig is. De bedrijven die op basis van het administratief onderzoek geblokkeerd zijn, zijn bedrijven waarop, volgens de I&R-database, vaarzen ouder dan 27 maanden aanwezig zijn en waarbij tijdens de «cross check» in de gevorderde databestanden één of meer «hits» zijn gevonden voor een afkalfdatum en/of een melkdatum. Vervolgens is ook voor alle meerlingen van deze oorsprongsbedrijven een individuele dierblokkade opgelegd, ook als deze meerlingkalveren al zijn verplaatst naar een afnemer (binnen Nederland).

Tijdens het voornoemde AO is door de leden Bisschop (SGP) en Lodders (VVD) gevraagd naar een situatie waarbij RVO.nl eigenhandig registraties in I&R zou hebben aangepast, waarna een bedrijf geblokkeerd is en de veehouder de registratie weer zou moeten herstellen. Ik wil dit graag ophelderen. Bij alle geblokkeerde meerlingen is de registratie in I&R aangepast door RVO.nl. Nadat op basis van het administratief onderzoek van de NVWA is onderbouwd dat de registratie van een dier in I&R niet klopt, past RVO.nl I&R aan door het dier aan te merken met de vlag «moeder ontbreekt» en de moeder tijdelijk weg te halen uit de geboortemelding. Dit geldt dus voor alle geblokkeerde dieren, zowel op de oorsprongsbedrijven als bij de bedrijven waar de kalveren naartoe zijn verplaatst. De betreffende veehouders hebben een brief ontvangen met onderbouwing waaruit blijkt dat de registratie niet klopt. Daarbij zit ook een uitleg wat zij moeten doen om de registratie kloppend te maken waarna ze gedeblokkeerd kunnen worden. De suggestie dat RVO.nl eigenstandig gegevens zou aanpassen waarna de veehouder de registratie weer kloppend moet maken, is dus niet juist. Dit gebeurt uitsluitend in het kader van het onderzoek van de NVWA.

Tijdens het AO is verder door het lid Geurts (CDA) verzocht om toezending van de jaarrapportages van RVO.nl inzake dierregistraties. Deze rapportages worden jaarlijks opgesteld in het eerste kwartaal van het jaar en na bespreking met de sector gepubliceerd op de website van RVO.nl. De constatering van het lid Geurts dat het rapport over 2015 ontbreekt is correct, dit rapport is niet opgesteld vanwege onvoldoende capaciteit op dat moment. In de rapportage over 2016 zijn echter wel de vergelijkbare cijfers van 2015 opgenomen. De rapportage over 2017 is nog niet beschikbaar. De verwachting is dat dit rapport rond de zomer beschikbaar zal worden gesteld.

Tot slot

Het beeld van de aard en omvang van de onregelmatigheden in I&R wordt steeds scherper. Ik realiseer me dat deze zaak veel onrust teweeg heeft gebracht bij veehouders, zowel wat betreft de gevolgen voor hun bedrijf als de beeldvorming over de sector als geheel. Zoals eerder aangegeven blijf ik mij inzetten voor hardwerkende boeren die op een integere en verantwoorde manier hun boterham verdienen. Zij maken het overgrote deel van de sector uit en juist voor hen wil ik dat het I&R-systeem zo snel mogelijk op orde wordt gebracht. Dat is ook in het belang van de diergezondheid, voedselveiligheid en een sterke internationale handelspositie. Tegelijkertijd moeten we ons realiseren dat dit nog wel de nodige tijd zal kosten, mede gelet op het nader onderzoek dat nog plaatsvindt.

Ik blijf uw Kamer op de hoogte houden van de ontwikkelingen.

De Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit, C.J. Schouten


X Noot
1

Artikel 4, tweede lid, Verordening 494/98 van de Commissie van 27 februari 1998 houdende uitvoeringsbepalingen voor Verordening (EG) nr. 820/97 van de Raad wat de toepassing van de minimale administratieve sancties in het kader van de identificatie- en registratieregeling voor runderen betreft jo. artikel 40, eerste lid, Regeling identificatie en registratie van dieren.

Naar boven