Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2011-201232264 nr. 25

32 264 Wijziging van de Wet op de kansspelen in verband met de instelling van de kansspelautoriteit

Nr. 25 BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN VEILIGHEID EN JUSTITIE

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 4 mei 2012

Aanleiding

Bij brief van 22 december 2011 heeft de vaste commissie voor Veiligheid en Justitie mij verzocht de Kamer te informeren over de uitvoering van de moties die bij de behandeling van het wetsvoorstel tot wijziging van de Wet op de kansspelen in verband met de instelling van de kansspelautoriteit zijn ingediend.

Voorts heeft de Kamer mij bij regeling van werkzaamheden d.d. 28 februari 2012 verzocht per brief te reageren op het arrest van de Hoge Raad van 24 februari 2012 in de zaak tussen De Lotto en Ladbrokes en in te gaan op de relatie tussen het arrest en de afspraak in het regeerakkoord over het legaliseren van online kansspelen. Tevens is gevraagd in deze brief een relatie te leggen met de in de eerste alinea bedoelde moties.

Met deze brief kom ik aan beide verzoeken tegemoet. In het eerste deel van deze brief geef ik een samenvatting van het arrest van de Hoge Raad en mijn reactie op dat arrest. In het tweede deel ga ik in op de uitvoering van de ingediende moties en plaats ik mijn reactie tegen de achtergrond van de plannen van het – thans demissionaire – kabinet om kansspelen via internet te reguleren. Daarbij breng ik een driedeling aan naar gelang de moties betrekking hebben op de vergunningvoorwaarden, het voorkomen van kansspelverslaving en de handhaving van de Wet op de kansspelen (Wok).

I. Arrest Hoge Raad De Lotto/Ladbrokes

Samenvatting

Op 24 februari 2012 heeft de Hoge Raad eindarrest gewezen in een langlopende civielrechtelijke procedure tussen De Lotto en Ladbrokes. In 2003 had De Lotto de rechter gevraagd Ladbrokes te gebieden het aan Nederlandse ingezetenen onmogelijk te maken deel te nemen aan door Ladbrokes via internet, telefoon of anderszins aangeboden kansspelen. Nadat rechtbank en hof de vorderingen van De Lotto hadden toegewezen, heeft Ladbrokes cassatieberoep ingesteld. Bij de Hoge Raad spitste de zaak zich toe op de vraag of het in Nederland gevoerde restrictieve kansspelbeleid, mede gelet op de wijze waarop dit beleid in de praktijk wordt uitgevoerd (waarbij enige uitbreiding van het aanbod had plaatsgevonden en reclame van bepaalde omvang was toegestaan), voldoende rechtvaardiging oplevert voor een beperking van het vrije dienstenverkeer. Medio 2008 heeft de Hoge Raad een drietal prejudiciële vragen gesteld aan het Hof van Justitie van de Europese Unie, die het Hof vervolgens medio 2010 heeft beantwoord. Op grond van de door het Hof in zijn arrest beantwoorde vragen heeft de Hoge Raad de zaak vervolgens verder behandeld.

In zijn eindarrest komt de Hoge Raad tot de conclusie dat de Nederlandse overheid, niet alleen naar de letter maar ook in de praktijk, een samenhangend en consistent beleid op het gebied van kansspelen voert, waarbij de expansie van kansspelen daadwerkelijk wordt beheerst en de opbrengsten uit kansspelen een belangrijk neveneffect maar niet de werkelijke rechtvaardiging van het beleid vormen. Het cassatieberoep van Ladbrokes wordt op alle punten verworpen.

Reactie

Met dit arrest heeft de Hoge Raad opnieuw bevestigd dat het in de Wok neergelegde vergunningstelsel, mede gelet op de wijze waarop het kansspelbeleid in de praktijk wordt uitgevoerd, in Europeesrechtelijke zin overeind blijft. Door dit arrest houdt het door De Lotto jegens Ladbrokes ingeroepen verbod om in Nederland via internet of telefoon kansspelen aan te bieden stand.

Met instemming heb ik van dit arrest kennisgenomen. Ik heb waardering voor de wijze waarop De Lotto, via tal van gerechtelijke procedures, de afgelopen jaren een bijdrage heeft geleverd aan de handhaving van het verbod in de Wet op de kansspelen om zonder vergunning kansspelen aan te bieden. Zeker in het verleden, toen de handhaving van de Wok lage prioriteit had bij het Openbaar Ministerie en de kansspelautoriteit nog niet van start was gegaan, vormden dergelijke civielrechtelijke handhavingsacties door vergunninghouders een welkome aanvulling op het overheidsbeleid.

Inmiddels hebben zich sinds 2003 – het tijdstip waarop De Lotto haar procedure startte – verschillende beleidsmatige en juridische ontwikkelingen voorgedaan die tot een andere aanpak nopen. In de eerste plaats wil ik wijzen op mijn brief van 19 maart 2011, waarin ik mijn plannen heb uiteengezet om het kansspelbeleid te moderniseren. Ik heb onder andere aangegeven een vergunningstelsel voor kansspelen via internet te willen inrichten en op deelgebieden waar nu nog een monopolie geldt – indien mogelijk – nieuwe toetreders te willen toelaten. Mede om deze ontwikkelingen te ondersteunen worden eerst toezicht en handhaving verbeterd. Op 1 april jl. is daartoe de kansspelautoriteit van start gegaan.

Mijn plannen tot modernisering van het kansspelbeleid zijn mede ingegeven door de verschillende arresten die het Hof van Justitie van de Europese Unie de afgelopen jaren heeft gewezen. In deze arresten zijn de voorwaarden waaronder lidstaten een eigen beleid op het gebied van kansspelen kunnen voeren steeds verder gepreciseerd. Zo heeft het Hof – en in aansluiting daarop de Afdeling rechtspraak van de Raad van State – herhaaldelijk geoordeeld dat kansspelvergunningen op consistente, transparante en non-discriminatoire wijze verleend moeten worden. Tevens heeft het Hof zich uitgesproken over een bepaalde mate van «horizontale consistentie» van (onderdelen van) het beleid. Meer in het bijzonder heeft de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State in maart 2011 geoordeeld dat de éénvergunningstelsels voor sportprijsvragen en een totalisator als zodanig voldoen aan de Europeesrechtelijke eisen, maar dat de wijze waarop de vergunningen hiervoor in de praktijk worden verleend de toets der kritiek niet kon doorstaan. Omdat de geldigheid van de vergunning voor de instantloterij – eveneens een éénvergunningstelsel – in de eerste helft van 2011 zou verlopen, was ik direct na die uitspraak gedwongen een keuze te maken tussen ofwel het direct starten van een transparante gunningsprocedure, ofwel De Lotto onder strenge overheidscontrole te brengen. Mede omdat een transparante gunningprocedure een gedegen voorbereiding vraagt, heb ik medio 2011 voor de tweede optie gekozen en, nadat de statuten van De Lotto zijn gewijzigd, een overheidscommissaris in de Raad van Commissarissen van de Lotto benoemd met vergaande vetorechten.

II. Regulering online kansspelen en ingediende moties

Inleiding

In mijn brief van 19 maart 2011 heb ik aangegeven dat ik de realisatie van een vergunningstelsel voor online kansspelen als eerste stap zie in een modernisering van het kansspelbeleid. Een dergelijk vergunningstelsel vergt een wijziging van de huidige Wok, aangezien deze nog niet voorziet in de mogelijkheid vergunningen voor kansspelen via internet te realiseren. Op dit moment is overigens al wel toegestaan dat vergunninghouders van loterijen loten verkopen via internet en dat de twee vergunninghouders van weddenschappen op beperkte schaal weddenschappen aanbieden via internet.

In de zomer van 2011 zijn ambtenaren van mijn ministerie en van het ministerie van Financiën een gezamenlijk project gestart dat als doel heeft een vergunningstelsel voor online kansspelen tot stand te brengen. Als eerste fase in dit proces is de Boston Consulting Group (BCG) gevraagd onderzoek te doen naar de omvang en de ontwikkeling van de markt voor online kansspelen en advies uit te brengen over mogelijke scenario’s voor regulering. Eind september heeft BCG haar eindrapport uitgebracht. In aansluiting op dit rapport is vervolgens een schets voor een nieuw vergunningstelsel gemaakt en die vervolgens verder uitgewerkt. Hieronder zal ik de opzet en inrichting van het beoogde vergunningstelsel uiteenzetten en toelichten.

Opzet en inrichting vergunningstelsel

In de regelgeving zullen waarborgen worden opgenomen om kansspelverslaving zoveel mogelijk te voorkomen, fraude en criminaliteit tegen te gaan en spelers te beschermen. In dat licht zullen beperkingen of voorwaarden worden gesteld aan de toegang tot het stelsel dan wel gedurende de exploitatie door aanbieders. Deze beperkingen of voorwaarden zien onder andere op de integriteit van aanbieders, het betalingsverkeer, een veilige en betrouwbare operationele omgeving, verantwoord speelgedrag, een eerlijk spelverloop, maatregelen ter voorkoming van kansspelverslaving en verantwoorde marketing.

Het streven is een zo groot mogelijk deel van de kennelijke vraag naar online kansspelen – waarin nu grotendeels wordt voorzien door middel van illegaal aanbod – door te geleiden naar een door de overheid gereguleerd aanbod. Kanalisatie van de vraag in legaal aanbod staat dus voorop. Dat kan op verschillende manieren gebeuren. Aan de ene kant van het spectrum staat een relatief gesloten stelsel, waarbij de waarborgen worden bereikt door vooraf het aantal vergunninghouders te beperken. Hierbij worden bij de toetreding en gedurende de exploitatie (relatief) lage eisen gesteld aan aanbieders. België lijkt te hebben gekozen voor een dergelijk stelsel1, waarbij:

  • het aantal vergunningen voor landbased kanspelen op voorhand is beperkt;

  • zogenaamde «plus-vergunningen» voor online kansspelen uitsluitend kunnen worden verleend aan aanbieders die al een vergunning hebben voor landbased kansspelen;

  • de server die wordt gebruikt bij online kansspelaanbod binnen België moet worden opgesteld.

Aan de andere kant van het spectrum staat een relatief open stelsel waarbij het aantal vergunninghouders niet op voorhand beperkt is, maar bij de toetreding en gedurende de exploitatie relatief strenge eisen aan (potentiële) aanbieders worden gesteld. Voor een dergelijk stelsel is in Denemarken en Sleeswijk-Holstein gekozen. In Denemarken zijn tot april jl. zo’n 35 vergunningen verleend. De Deense kansspelautoriteit geeft aan dat illegaal spel hiermee tot een klein probleem is gereduceerd.

De motie-Van Toorenburg c.s.2 verzoekt de regering een voorbeeld te nemen aan België en ook in Nederland als vergunningvoorwaarde voor een kansspel via internet op te nemen dat een aanbieder ook een vestiging heeft «op de grond». De motie is ingegeven door de veronderstelling dat zowel het preventiebeleid als de handhaving in een dergelijk stelsel op meer effectieve wijze kunnen plaatsvinden.

Ik onderschrijf dat de mate waarin wordt bijgedragen aan het preventiebeleid en de handhaafbaarheid van de regelgeving zeer belangrijke criteria vormen bij de inrichting van een vergunningstelsel voor kansspelen via internet. Precies om deze redenen, maar ook om redenen van Europeesrechtelijk aard, gaat mijn voorkeur uit naar een meer open stelsel.

In de eerste plaats is het vanuit het oogpunt van consumentenbescherming en het tegengaan van kansspelverslaving niet nodig om vooraf het aantal aanbieders te beperken. Door het hanteren van strenge toetredingscriteria en het stellen van strenge eisen gedurende de exploitatie kan op zijn minst eenzelfde beschermingsniveau worden bereikt en zal ook het aantal aanbieders beperkt blijven. Ook het beschikbaar hebben van de server in het eigen land is niet nodig om streng toezicht te kunnen houden. Immers, het is veeleer de online toegang tot de server die nodig is om te kunnen controleren dat de uitgevoerde spelen ook daadwerkelijk plaatsvinden binnen de gestelde vergunningvoorwaarden. Een beveiligde «safe» waar de speelgegevens versleuteld worden opgeslagen is daarbij van belang. Waar deze safe staat kan aan de aanbieder worden overgelaten. Wel draagt deze de verantwoordelijkheid dat de safe altijd beschikbaar is voor online controles door (of namens) de kansspelautoriteit.

In de tweede plaats worden de doelstellingen van het kansspelbeleid beter bereikt bij een hogere dan bij een lagere kanalisatie. Een hogere mate van kanalisatie betekent immers dat meer spelers in een beschermde omgeving en minder spelers in een ongereguleerde omgeving spelen. Ten derde legt een stelsel volgens het Deense model, aangezien dat leidt tot een hogere kanalisatie, minder druk op de handhaving. Een wettelijk stelsel dat uitgaat van een beperkt aantal vergunningen vraagt om een strenge handhaving. Maatregelen als payment blocking en DNS-blocking zullen zeker genomen moeten worden, maar de effectiviteit van deze maatregelen heeft duidelijk zijn grenzen, zo blijkt uit een nader ingewonnen advies van Fox IT.

Een hoge mate van kanalisatie vormt echter een effectiever middel om een spontane nalevingsbereidheid bij aanbieders te bereiken, zo leren ook de voorlopige ervaringen in Denemarken.

Tot slot is een stelsel waarbij als voorwaarde wordt gesteld dat aanbieders een vestiging «op de grond» hebben om Europeesrechtelijke redenen zeer kwetsbaar. Medio 2009 heeft de Europese Commissie – in de vorm van een «detailed opinion»- serieuze zorgen geuit over de Europeesrechtelijke houdbaarheid van de wijziging van de Belgische kansspelwetgeving (waarbij bedoelde voorwaarde werd gesteld). Dit heeft niet tot aanpassingen van de Belgische wetgeving geleid. De Commissie heeft zich echter het recht voorbehouden verdere acties tegen de Belgische overheid te entameren, maar heeft besloten eerst de details van de lagere regelgeving af te wachten. Op 2 maart 2012 heeft de heer Barnier, Eurocommissaris interne markt, dit standpunt, in antwoord op vragen vanuit het Europees Parlement over de Europeesrechtelijke houdbaarheid van het Belgische stelsel, opnieuw naar voren gebracht3

Daar komt nog bij dat toepassing van het Belgische model op het Nederlandse (landbased) vergunningstelsel wel tot een zeer inconsistent geheel zou leiden. Het Nederlandse stelsel is namelijk deels via monopolies (voor o.a. sportprijsvragen en speelcasino’s), deels via een beperkt aantal vergunningen (voor goede doelenloterijen) en deels via een open stelsel (voor speelautomaten) vormgegeven, waar in België reeds sprake is van deelmarkten met een aanzienlijk groter aantal vergunningen (bijvoorbeeld 9 vergunningen voor casino’s en 34 vergunningen voor weddenschappen). Een regime voor online kansspelen volgens het Belgische model zou in Nederland dan ook nog moeizamer te verdedigen zijn dan in België al het geval is.

Uiteraard zullen bij de vergunningverlening in ieder geval hoge integriteitseisen worden gesteld aan de financiële betrouwbaarheid en kredietwaardigheid van aanbieders.

Ook zullen strenge voorwaarden op het gebied van het voorkomen van kansspelverslaving en de consumentenbescherming worden gesteld, waaronder het maken van reclame.

De motie-De Liefde c.s.4 verzoekt de aanpak van misleidende reclame-uitingen nader uit te werken bij algemene maatregel van bestuur, ministeriële regeling, vergunningvoorwaarden of beleidsregels. Zoals ik bij de behandeling van het wetsvoorstel tot instelling van de kansspelautoriteit heb aangegeven, zal ik gebruik maken van de mogelijkheid bij AmvB nadere regels te stellen over – onder andere misleidende – reclame. Deze AmvB zal medio 2012 voor advies aan de Raad van State worden voorgelegd.

Preventie kansspelverslaving

Vier van de ingediende moties hebben betrekking op het voorkomen van kansspelverslaving.

De motie-Van Gent c.s.5 verzoekt de regering de wenselijkheid en haalbaarheid te onderzoeken van een door kansspelaanbieders te financieren fonds waaruit de kosten van de behandeling van gokverslaafden gefinancierd kunnen worden.

Kort na de plenaire behandeling van het wetsvoorstel tot instelling van de kansspelautoriteit ben ik in overleg getreden met de minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport over de mogelijke vormgeving en invulling van een dergelijk fonds.

Bij de inrichting van het vergunningstelsel voor kansspelen via internet wordt de mogelijkheid van het leveren van een financiële bijdrage aan een verslavingsfonds nadrukkelijk meegenomen. Hierbij dient rekening gehouden te worden met het gegeven dat aanbieders van kansspelen via internet met meerdere kostenposten geconfronteerd zullen worden. Het gaat hierbij in ieder geval om de kansspelbelasting, een kansspelheffing voor de kansspelautoriteit, licentiefees en de eventuele extra kosten die de strikte vergunningvoorwaarden met zich mee zullen brengen. Essentieel is echter dat legale aanbieders in staat zijn een aantrekkelijk aanbod te creëren dat spelers bij het illegale aanbod weghoudt. Indien de kosten voor legale aanbieders dusdanig hoog zijn dat de winkans bij het spel substantieel verlaagd wordt, is het voor de speler minder aantrekkelijk om aan legaal online kansspelaanbod deel te nemen.

Om de huidige vergunninghouders voor kansspelen een heffing ten behoeve van een verslavingsfonds op te leggen, dient een wettelijke basis in de Wok gecreëerd te worden. Dit wordt verder onderzocht en uitgewerkt bij de wetswijziging ten behoeve van de inrichting van een vergunningstelsel voor online kansspelen.

Een tweede motie van het lid Van Gent c.s.6 vraagt de regering naast de te nemen maatregelen ter verwezenlijking van de doelstellingen van het kansspelbeleid op internet, bij vergunningverlening internetaanbieders te verplichten permanente waarschuwingen in beeld te brengen. Tijdens de plenaire behandeling van het wetsvoorstel tot oprichting van de kansspelautoriteit werd mij duidelijk dat uw Kamer hierbij met name denkt aan «prikkelende stellingnames waarin duidelijk wordt dat gokken niet altijd vrijblijvend is, maar heel vaak tot problemen leidt.» Daarnaast werd gedurende de beraadslaging in uw Kamer opgemerkt dat de winkans van het spel duidelijk gecommuniceerd dient te worden.

In mijn brief van 5 september 20117 heb ik de maatregelen geschetst die ik voornemens ben in te voeren bij het vergunningstelsel voor kansspelen via internet. Daarbij heb ik aangegeven dat aanbieders een actieve rol hebben bij het monitoren van het gedrag van de speler, onder andere door hen te informeren over hun spelgedrag en daar waar nodig te waarschuwen. Zo dient duidelijk aangegeven te worden hoe lang gespeeld wordt en hoeveel geld gewonnen of verloren is. Tevens dient de kans op winst helder te worden benoemd door de aanbieder van het kansspel. Het opnemen van een plicht tot het in beeld brengen van permanente waarschuwingen over de risico’s van het spel zie ik als een waardevolle aanvulling op het door mij voorgestane beleid.

De motie-Schouten c.s.8 verzoekt de regering een reëel voorstel te formuleren voor een streefcijfer voor het terugbrengen van het aantal kansspelverslaafden en risicospelers. Op 22 maart jl. heb ik u het rapport «Gokken in kaart. Tweede meting aard en omvang kansspelen in Nederland»9 aangeboden. Uit dit onderzoek blijkt dat in 2011 naar schatting 92 000 risicospelers en 20 300 probleemspelers actief waren. In 2005 bedroeg dit respectievelijk 55 000 en 28 700. Vanwege de onzekerheid in de schattingen zijn de verschillen tussen 2005 en 2011 bij het aantal probleem- en risicospelers niet statistisch significant. Daardoor is het niet mogelijk om uitsluitsel te geven over een daadwerkelijke verandering in het aantal risico- en probleemspelers over de afgelopen vijf jaar. Wel concluderen de onderzoekers dat de schattingen van 2011 en 2005 en andere omvang-schattingen in de afgelopen 15 jaar lijken te wijzen op een dalende trend. In de beleidsreactie op dit onderzoek heb ik aangegeven dat – ervan uitgaande dat kansspelen via internet op korte termijn worden gereguleerd – het mijn streven is het aantal risicospelers terug te dringen naar het niveau van 2005 en het aantal probleemspelers ten hoogste op het niveau van 2011 te houden.

De motie-Kooiman c.s.10 verzoekt de regering ervoor te zorgen – bijvoorbeeld door deze verplichting op te nemen in de vergunningvoorwaarden – dat er één systeem komt met registratie van bezoekfrequentie, bezoekbeperkingen en entreeverboden voor alle huidige en toekomstige aanbieders van kansspelen en deze centrale database te laten beheren door de kansspelautoriteit, ongeacht de uitkomst van de discussie over het al dan niet legaliseren van kansspelen op het internet en de daarvoor noodzakelijke wetswijziging zo spoedig mogelijk in te dienen.

Ik heb uw Kamer al toegezegd dat de kansspelautoriteit een centraal register zal gaan bijhouden van bezoekbeperkingen en entreeverboden die in voorkomende gevallen zullen worden opgelegd in speelcasino’s, speelautomatenhallen of door aanbieders van online kansspelen. Hierbij staat mij een effectief en efficiënt en voor de aanbieders uitvoerbaar en door de kansspelautoriteit te handhaven systeem voor ogen. Om een spoedige start van een dergelijk register te bewerkstelligen, zal ik bij de uitwerking van het systeem de doelstelling van het voorkomen van kansspelverslaving scherp voor ogen houden. Bij de start van het register zullen dan ook die maatregelen worden opgenomen die zien op de preventie van kansspelverslaving. Hieruit volgt tevens dat kansspelen met een laag verslavingsrisico, zoals loterijen, niet zullen worden aangesloten op het register.

Zoals ik tijdens de behandeling van het wetsvoorstel tot oprichting van de kansspelautoriteit in de Eerste Kamer al heb aangegeven, acht ik het niet wenselijk indien alle gedragingen van alle spelers te allen tijde centraal geregistreerd zouden worden. Hoewel dit wellicht een mogelijkheid zou bieden om probleemspelers te signaleren wanneer zij van aanbieder of spelsoort wisselen, zou dit van het centraal register als het ware een nationale speladministratie van alle deelnemers aan kansspelen maken. Een dergelijke registratie is naar mijn oordeel een disproportioneel middel om kansspelverslaving te voorkomen, en zal niet binnen afzienbare tijd leiden tot inrichting van een effectief en efficiënt systeem. Ambtenaren van mijn ministerie zijn samen met medewerkers van de kansspelautoriteit reeds gestart met de verdere uitwerking van het centraal register.

Handhaving

Zoals ik hierboven al heb aangegeven zal bij de inrichting van een vergunningstelsel voor online kansspelen de nadruk worden gelegd op het bereiken van een hoge mate van kanalisatie, waardoor de druk op handhaving van de wet minder groot hoeft te zijn. Niettemin zal het in voorkomende gevallen nodig zijn de Wok streng te handhaven.

Met de handhaving van het in de Wok neergelegde verbod om zonder vergunning (online) kansspelen aan te bieden is de kansspelautoriteit belast, die op 1 april jl. van start is gegaan. De kansspelautoriteit kan in voorkomende gevallen een bestuurlijke boete opleggen van maximaal 760 000 euro, of, indien dat meer is, 10% van de jaaromzet van de overtreder. Daarnaast kan een last onder dwangsom of een last onder bestuursdwang worden opgelegd.

Indien het toepassen van bestuurlijke sanctie(s) niet leidt tot het gewenste gedrag – namelijk om kansspelsites af te sluiten voor deelname vanuit Nederland – kan worden overgegaan tot het toepassen van de procedure die kan leiden tot plaatsing op een zwarte lijst van kansspelaanbieders.

Een tweede motie van het lid Kooiman c.s.11 verzoekt de regering ervoor te zorgen dat banken geen zaken doen met partijen die illegaal kansspelen op internet aanbieden.

Met de uitvoering van deze motie is in het najaar van 2011 reeds gestart. Een eerste serie van bijna 40 bedrijven heeft een aanschrijving ontvangen met het verzoek het op Nederland gerichte kansspelaanbod te staken. In reactie hierop hebben enkele bedrijven hun aanbod gestaakt. Een aantal bedrijven heeft, ook na herhaalde aanmaning, niet gereageerd. Zij zijn inmiddels opgenomen op de eerste versie van een zwarte lijst, die inmiddels aan de Nederlandse Vereniging van Banken is gestuurd. Tot slot heeft een aantal bedrijven aangegeven het niet eens te zijn met de visie van de Nederlandse overheid over de zwarte lijst, maar niettemin bereid te zijn hun aanbod gericht op Nederland te staken met het oog op een mogelijke vergunningverlening in de toekomst. Zij zullen hun website niet langer in de Nederlandse taal aanbieden en zich onthouden van marketingactiviteiten op Nederlandse radio, televisie en in drukwerk.

De motie-Bouwmeester c.s12 verzoekt de regering te bewerkstelligen dat illegale aanbieders van kansspelen niet in aanmerking kunnen komen voor een vergunning om kansspelen via internet aan te bieden.

In samenhang met het voorgaande ben ik voornemens aanbieders die persisteren in het aanbieden van kansspelen gericht op Nederland te zijner tijd uit te sluiten voor een vergunning voor kansspelen in Nederland. De kansspelautoriteit zal ten aanzien van deze partijen handhavend optreden.

Tot slot

Met deze brief heb ik u mijn visie gegeven op de verdere uitwerking van de regulering van internet kansspelen. Voorop staat voor mij de verantwoordelijkheid van de overheid om zorg te dragen dat de Nederlandse spelers zo snel mogelijk op een veilige en verantwoorde manier zullen spelen binnen een gereguleerd stelsel.

De staatssecretaris van Veiligheid en Justitie, F. Teeven


X Noot
1

Op dit moment zijn nog niet alle details van de (lagere) Belgische regelgeving voor online kansspelen bekend.

X Noot
2

Tweede Kamer, vergaderjaar 2010–2011, 32 264, nr. 17.

X Noot
3

E-000724/2012.

X Noot
4

Tweede Kamer, vergaderjaar 2010–2011, 32 264, nr. 18.

X Noot
5

Tweede Kamer, vergaderjaar 2010–2011, 32 264, nr. 12.

X Noot
6

Tweede Kamer, vergaderjaar 2010–2011, 32 264, nr. 13.

X Noot
7

Tweede Kamer, vergaderjaar 2010–2011, 24 557, nr. 130.

X Noot
8

Tweede Kamer, vergaderjaar 2010–2011, 32 264, nr. 16.

X Noot
9

Tweede Kamer, vergaderjaar 2011–2012, 24 557, nr. 131.

X Noot
10

Tweede Kamer, vergaderjaar 2011–2012, 32 264, nr. 24.

X Noot
11

Tweede Kamer, vergaderjaar 2010–2011, 24 557, nr. 14.

X Noot
12

Tweede Kamer, vergaderjaar 2010–2011, 32 264, nr. 19.