Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2019-202031524 nr. 469

31 524 Beroepsonderwijs en Volwassenen Educatie

Nr. 469 BRIEF VAN DE MINISTER VAN ONDERWIJS, CULTUUR EN WETENSCHAP

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 17 juni 2020

Op 4 juni jl. heeft de Jongeren Organisatie Beroepsonderwijs (JOB) de JOB-monitor gepresenteerd. De JOB-monitor is een tweejaarlijks tevredenheidsonderzoek onder MBO-studenten over voor hen belangrijke onderwerpen als stages en kwaliteit van het onderwijs. Alle mbo-studenten in Nederland konden de vragenlijst invullen van 2 december 2019 tot en met 12 maart 2020. De monitor is dus afgenomen voor de sluiting van de mbo-scholen vanwege COVID-19 per 16 maart 2020. Dit jaar hebben ongeveer 263.000 studenten de vragenlijst bruikbaar ingevuld, wat neerkomt op een respons van 53 procent. Graag wil ik mijn waardering uitspreken voor alle studenten die de tijd en moeite hebben genomen om de vragenlijst in te vullen.

Ik heb de JOB-monitor onlangs in ontvangst genomen en de belangrijkste uitkomsten in een bestuurlijk overleg met JOB besproken. Voor mij is de JOB-monitor een belangrijk onderzoek, aangezien het aangeeft waar het MBO nu staat, maar ook welke verbeteringen mogelijk zijn.

Op verzoek van de vaste commissie voor Onderwijs, Cultuur en Wetenschap van 11 juni 2020, doe ik u mijn reactie op de JOB-monitor 2020 toekomen. Ik zal achtereenvolgens ingaan op de volgens JOB meest opvallende uitkomsten (zie blz. 20 en 21 van de JOB-monitor).

Sfeer en veiligheid

Uit de JOB-monitor blijkt dat het overgrote deel van de studenten met plezier naar school gaat (55 procent positief, 17 procent negatief en de rest is neutraal). Waar in 2016 76% van de mbo-studenten zich veilig voelde, is dit in 2020 toegenomen naar 79%.

Iedereen in het mbo moet de veiligheid voelen om zichzelf te zijn. Ik ben daarom blij om in de JOB-monitor te lezen dat dit voor steeds meer studenten het geval is. Hierin zie ik dat de energie die mbo-scholen steken in het creëren van een veilig schoolklimaat zich naar tastbare verbeteringen op school hebben vertaald. De stichting School en Veiligheid ondersteunt scholen hierbij. Dit betekent overigens niet dat het werk klaar is. Samen met de scholen, die zich op een waardevolle manier hebben verenigd in het Netwerk Integrale Veiligheid, blijf ik via kennisontwikkeling en kennisdeling werken aan een mbo waarin daadwerkelijk iedereen zich veilig voelt.

Inspraak en medezeggenschap

Uit de JOB-monitor komt een positief beeld naar voren als het gaat om medezeggenschap: een steeds grotere groep weet dat hun instelling een studentenraad heeft en wil betrokken worden bij het beleid van de school. Tegelijkertijd blijkt zowel uit de JOB-monitor als in het rapport «Jij beslist mee 3.0» aan dat er nog kansen liggen om de medezeggenschap te versterken en de participatiecultuur op scholen te bevorderen1.

Ik ben positief over de ontwikkeling zoals uit de monitor naar voren komt. Ik vind medezeggenschap van groot belang voor zowel onderwijsinstellingen als studenten, zodat niet alleen de fysieke omgeving waarin onderwijs wordt gevolgd kan worden verbeterd, maar ook de bijbehorende faciliteiten en de onderwijs(kwaliteit). Zo verken ik met het JOB welke rol de studentbetrokkenheid bij de evaluatie van het onderwijskwaliteit en kwaliteitsborging kan spelen. Deze brief zal ik na de zomer aan uw Kamer toesturen.

Stages (bol) en leerbanen (bbl)

Uit de JOB-monitor blijkt dat van de bol-studenten één op de drie tevreden is over de voorbereiding en begeleiding door school op stage, 2% heeft moeite met het vinden van een stageplaats en 68% is tevreden over begeleiding op hun stage en wat zij aldaar leren. Van de bbl-studenten is 78% tevreden over wat zij op hun stage leren en 68% is tevreden over de begeleiding op hun werkplek.

Ik ben verheugd over de positieve ervaringen van de studenten tijdens de stages. De stage vormt immers een belangrijk onderdeel van de opleiding, waarbij studenten opgedane kennis in de praktijk kunnen brengen en verder worden gevormd. Tegelijkertijd zijn er nog enkele uitdagingen om de ervaringen voor studenten te verbeteren.

Eén van de belangrijke aandachtspunten is de stagebegeleiding vanuit de onderwijsinstelling. In het bpv-protocol (beroepspraktijkvorming) zijn de verantwoordelijkheden tussen school, student en leerbedrijf vastgelegd. Er wordt momenteel besproken of een aanscherping van dat protocol nodig is. Het verbeteren van de stagebegeleiding vanuit de school is hier nadrukkelijk onderdeel van. Daarnaast is er een bpv-monitor die onder meer ook inzicht geeft in de kwaliteit van de begeleiding vanuit scholen. Hoe de eigen begeleiding wordt vormgegeven is aan de school, uiteraard rekening houdend met de behoefte van de student en het leerbedrijf en de begeleidingscapaciteit vanuit de school. De Inspectie van het Onderwijs benut deze informatie om er op toe te zien dat scholen voldoende begeleiding bieden en voldoende zicht hebben op de bpv binnen de leerwerkbedrijven.

Ook heeft 22% van de bol-studenten aangegeven het lastig te vinden om een stageplaats te vinden. Vanwege de periode van het afnemen van de enquête zijn de recente knelpunten als gevolg van COVID-19 niet betrokken in dit percentage. Op mijn verzoek heeft de SBB (Samenwerkingsorganisatie Beroepsonderwijs Bedrijfsleven) een actieplan stages en leerbanen opgesteld.2 Doel van het actieplan is om te zorgen voor voldoende stages en leerbanen voor de ruim 500.000 mbo-studenten, aankomende mbo-studenten en werkenden en werkzoekenden die via het mbo worden opgeleid. Om het actieplan nog steviger vorm te kunnen geven en te intensiveren, is aan SBB extra geld ter beschikking gesteld in aanvulling op de reguliere middelen. Het gaat om € 4 miljoen in zowel 2020 als 2021.3 Hiermee kan SBB tijdelijke uitbreiding voor twee jaar voor de acquisitie en ondersteuning van leerbedrijven door de SBB in de regio realiseren. Bij de uitwerking van het actieplan stages en leerbanen heb ik SBB gevraagd om extra aandacht te besteden aan jongeren in een kwetsbare positie, zoals studenten in de entreeopleidingen, studenten die te maken krijgen met stagediscriminatie of studenten die passende ondersteuning nodig hebben. Juist deze doelgroepen hebben vaker moeite om een passende stage of leerbaan te vinden, zeker als het economisch slechter gaat. Zo heb ik samen met de staatsecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid Uw Kamer geïnformeerd over de aanpak van stage- en arbeidsmarktdiscriminatie bij de overgang van het mbo naar de arbeidsmarkt.4 Ook in de kabinetsbrief over de aanpak van discriminatie is aandacht besteed aan stagediscriminatie (brief van 15 juni jl.). Studenten die hun stage of leerbaan verliezen melden zich eerst bij de school om een passende oplossing te vinden. SBB helpt als er een vervangende plek nodig is. Ook het meldpunt stage- en leerbanentekorten wordt extra onder de aandacht gebracht van scholen en studenten. Dat laat onverlet dat vanwege de onzekerheid over de economische ontwikkelingen zich nog steeds knelpunten bij de beroepspraktijkvorming kunnen voordoen.

Boeken en lesmaterialen

Uit de JOB-monitor blijkt dat vier op de tien studenten van oordeel is dat zij de boeken en lesmaterialen, die moeten worden aangeschaft, te weinig gebruiken.

Ik vind dit een onwenselijke situatie. Naar aanleiding van een amendement van het lid Smals c.s.5 is in het wetsvoorstel Versterken positie mbo-studenten opgenomen dat bij algemene maatregel van bestuur regels gesteld kunnen worden over het door het bevoegd gezag vergoeden van kosten die studenten hebben gemaakt voor ongebruikte onderwijsbenodigdheden. Dit wetsvoorstel ligt momenteel voor behandeling in de Eerste Kamer. Ik wacht de evaluatie van het servicedocument schoolkosten af, alvorens een besluit te nemen of wettelijke maatregelen noodzakelijk zijn. Aanvankelijk was het voornemen de evaluatie vóór de zomer uit te voeren. Onderdeel van de evaluatie is een schriftelijke enquête onder mbo-instellingen. Het is niet opportuun om deze enquête op dit moment uit te zetten, omdat mbo-instellingen hun handen vol hebben aan alles wat komt kijken bij de ontwikkelingen rondom de COVID-19 crisis. Gezien de omstandigheden kan ook geen goede respons op de enquête worden verwacht. De beleidsreactie op de evaluatie volgt daarom ook pas dit najaar. Een voordeel van uitstel is dat in het najaar ook een Schoolkostenmonitor staat gepland. Met de evaluatie en de Schoolkostenmonitor kan vervolgens in kaart worden gebracht of de hoogte van de schoolkosten is veranderd ten opzichte van 2018/2019. In de tussentijd zal ik het eerder door JOB gepubliceerde pamflet over ongebruikte schoolboeken en lesmaterialen nogmaals via de MBO Raad onder de aandacht brengen van scholen. Ook zal ik onder de aandacht van de MBO Raad brengen dat het verstandig is waar mogelijk te werken met eerdere uitgaven van lesmateriaal zodat hergebruik wordt bevorderd.

Loopbaanbegeleiding en -oriëntatie (lob)

Uit de JOB-monitor blijkt dat ruim een kwart van de studenten vindt dat hij of zij niet goed wordt begeleid bij de keuze om verder te studeren of te gaan werken. Volgens JOB is de lob voor verbetering vatbaar.

Ik deel met het JOB dat hier nog een verbetering mogelijk en nodig is. Goede loopbaanoriëntatie en -begeleiding kan verkeerde studiekeuzes voorkomen. Het helpt jongeren bij het ontdekken van hun talenten en passies en ondersteunt bij de oriëntatie op een toekomstig beroep en passende studie. Het helpt ook bij het verkrijgen van een realistisch beeld van mbo opleidingen, beroepen en arbeidsmarktkansen en bevordert gelijke kansen in het onderwijs. Het Expertisepunt lob (en eerdere stimuleringsprogramma’s) ondersteunt vo en mbo (en hbo) scholen bij betere lob en de portal Kies mbo biedt informatie over mbo-opleidingen, beroepen en werkvelden en over arbeidsmarktkansen. Daarnaast hebben de VO-raad, MBO Raad, JOB en LAKS en de decanenverenigingen met ondersteuning van OCW een 3-jarige kwaliteitsagenda afgesproken voor verbetering van lob in de scholen. De tweede meting van de lob-monitor die de ontwikkelingen t.a.v. lob in het vo en mbo wordt binnenkort openbaar. In het najaar van 2020 ontvangt uw Kamer een beleidsreactie naar aanleiding van de JOB-monitor en lob-monitor, zoals eerder aan uw Kamer toegezegd.6

Keuzedelen

Uit de JOB-monitor blijkt dat studenten iets minder positief zijn geworden over de keuzedelen waaruit ze kunnen kiezen. Ook geeft een kwart van de studenten een negatief oordeel over de inhoud van de keuzedelen.

Ik vind het jammer om te constateren dat een kwart van de studenten negatief is over de keuzedelen. Keuzedelen zijn onderdelen van de opleiding waarmee studenten hun vakmanschap kunnen verbreden of verdiepen, of zich kunnen voorbereiden op doorstroom. In december 2019 heb ik een veranderaanpak keuzedelen aangekondigd.7 Daarin staan verschillende maatregelen, die ervoor moeten zorgen dat scholen en bedrijfsleven meer mogelijkheden krijgen om keuzedelen zelf te ontwerpen. Zo kan ervoor worden gezorgd dat keuzedelen aansluiten bij de nieuwste ontwikkelingen in het vakgebied en dat innovaties uit het bedrijfsleven zo goed mogelijk worden benut. Ook komt er meer ruimte voor scholen om te bepalen welke keuzedelen ze willen aanbieden aan studenten, afhankelijk van welke opleiding zij volgen. De nu nog bestaande koppeling tussen keuzedeel en kwalificatie zal worden losgelaten. Overigens kan een student reeds aan een instelling vragen om af te wijken van de koppeling en een ander keuzedeel te kunnen volgen, zolang er geen overlap met de kwalificatie plaatsvindt.

Door de COVID-19 crisis is het voor mbo-scholen lastiger om studenten dit studiejaar op een verantwoorde manier het diploma te laten halen. Voor het examineren van keuzedelen en rekenen geldt daarom dat aan scholen de ruimte wordt geboden om in deze uitzonderlijke situatie te besluiten om deze examens geen doorgang te laten vinden, indien er geen andere mogelijkheid is. Als er geen resultaten zijn voor deze onderdelen, kan dus toch een diploma worden uitgereikt.

In de afgelopen jaren hebben scholen zich goed kunnen voorbereiden op de examinering en volgens SBB is er inmiddels voldoende examenmateriaal ontwikkeld om de slaagzakregeling op de geplande datum in werking te laten treden. De laatste voortgangsrapportage slaagzak stuur ik gelijktijdig met deze brief aan uw Kamer (zie bijlage). Uit deze nieuwste voortgangsrapportage concludeer ik dat de slaag-zakregeling volgens planning per schooljaar 2020–2021 op een verantwoorde wijze geïmplementeerd kan worden.

Passend onderwijs: studeren met een beperking, leerprobleem of blijvende ziekte

Uit de JOB-monitor blijkt dat van de studenten die aangeven te studeren met een beperking, leerprobleem of blijvende ziekte, 32 procent positief is over de hulpmiddelen en aanpassingen die zij krijgen of hebben. Dat is minder dan voorgaande jaren.

De uitkomst uit de JOB-monitor vind ik zorgelijk. Ik zal deze uitkomst betrekken in mijn beleidsreactie op de eindevaluatie passend onderwijs mbo, die ik dit najaar aan uw Kamer zal sturen. Op www.mbotoegankelijk.nl is alle informatie te vinden voor studenten die aan het mbo studeren en een ondersteuningsbehoefte hebben. Op deze website staat tevens per mbo-school aangegeven wat het aanspreekpunt voor die school is voor deze studenten. De informatie aan instellingen wordt versterkt door de informatie vanuit Kennispunt MBO Onderwijs en Examinering verder uit te breiden via www.passendonderwijsmbo.nl.

De Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, I.K. van Engelshoven


X Noot
1

Kamerstuk 31 524, nr. 461

X Noot
2

Kamerstuk 31 524, nr. 465

X Noot
3

Kamerstukken 35 300 VIII en 25 295, nr. 184

X Noot
4

Kamerstukken 29 544 en 31 524, nr. 1013

X Noot
5

Kamerstuk 35 252, nr. 10

X Noot
6

Kamerstuk 31 524, nr. 455

X Noot
7

Kamerstuk 31 524, nr. 456