Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2015-201629924 nr. 138

29 924 Toezichtsverslagen AIVD en MIVD

Nr. 138 BRIEF VAN DE MINISTER VAN BINNENLANDSE ZAKEN EN KONINKRIJKSRELATIES

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 8 februari 2016

Hierbij bied ik u het toezichtsrapport aan van de Commissie van Toezicht op de Inlichtingen- en Veiligheidsdiensten (CTIVD/Commissie) over de inzet van de afluisterbevoegdheid en van de bevoegdheid tot de selectie van sigint door de AIVD, maart 2014 – februari 2015 (rapportnummer 46)1. Het rapport bevat een geheime bijlage. Deze zal, zoals gebruikelijk, gelijktijdig met deze brief aan de Commissie voor de Inlichtingen- en Veiligheidsdiensten worden gestuurd. Deze geheime bijlage bevat overigens alleen een nadere toelichting op een aantal van de in het openbare rapport besproken operaties. Zij bevat geen geconstateerde onrechtmatigheden of onzorgvuldigheden die niet in het openbare deel van het rapport zijn vermeld.

Onderhavig onderzoek van de CTIVD betreft een vervolg onderzoek. Eerder heeft de Commissie in 2009 (rapportnummer 19) (Kamerstuk 29 924, nr. 29) en sinds 2012 jaarlijks (rapportnummers 31, 35 en 40) (Kamerstuk 29 924, nrs. 86, 101 en 116) een toezichtsrapport over dit onderwerp uitgebracht.

Algemeen beeld

De CTIVD constateert dat de AIVD doorgaans doordacht te werk gaat bij de inzet van de afluisterbevoegdheid en dat de AIVD in de meerderheid van de operaties de afluisterbevoegdheid op een rechtmatige en zorgvuldige wijze inzet. In verhouding tot het totaal aantal verwerkte telefoongesprekken zijn slechts in een beperkt aantal operaties onrechtmatigheden geconstateerd.

Ten aanzien van de inzet van artikel 27 van de Wet op de Inlichtingen- en veiligheidsdiensten (Wiv 2002) merkt de Commissie op dat het aantal operaties waarin dit middel (sigint) wordt ingezet in de onderzochte periode redelijk constant is gebleven en dat de inzet betrekkelijk gering is ten opzichte van de afluisterbevoegdheid. Ook is door de Commissie over de selectiebevoegdheid vastgesteld dat door de AIVD beter inzichtelijk wordt gemaakt wat de reden is voor de plaatsing van een selectiecriterium op de zogenoemde kenmerkenlijst.

Tapstatistieken

De Commissie heeft ervan afgezien om in het rapport het aantal gevallen waarin de AIVD de afluisterbevoegdheid en de selectiebevoegdheid heeft ingezet (de zogenaamde tapstatistieken) te vermelden. De Commissie maakt hierbij de kanttekening dat wat haar betreft de exacte tapstatistieken zonder enig gevaar voor de nationale veiligheid openbaar kunnen worden gemaakt. Naar aanleiding van de uitspraak van de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State van 13 januari 2016 zal ik opnieuw een gemotiveerd besluit nemen over het openbaar maken van tapstatistieken. In dit kader verwijs ik naar de antwoorden van 29 januari 2016 op de Kamervragen van lid Koşer Kaya (Aanhangsel Handelingen II 2015/16, nr. 1345).

Juridische Afdeling

De Commissie stelt in haar rapport dat het belangrijk is dat de AIVD beschikt over een sterke interne juridische afdeling en constateert dat de afdeling heeft geleden onder de bezuinigingen op de dienst de afgelopen jaren. Ik onderschrijf uiteraard het belang van een goede juridische afdeling. In 2013 is echter bewust gekozen om de opgelegde taakstelling niet ten koste te laten gaan van de operationele inzet van de dienst. Dit hield in dat er is besloten om te snijden in stafafdelingen, waaronder de afdeling juridische zaken. Uw Kamer is hier destijds meermaals over geïnformeerd (zie onder meer Kamerstuk 30 977, nr. 54). Zonder in het openbaar in te kunnen gaan op de exacte formatie van de dienst, kan ik u melden dat nu er extra budget beschikbaar is gesteld en de organisatie weer groeit, ook de juridische afdeling verder zal worden versterkt. Bovendien wordt binnen de dienst veel geïnvesteerd in juridische scholing door het geven van interne juridische cursussen aan, onder meer, operationeel leidinggevenden.

Ontbreken van concrete aanwijzingen

De CTIVD gaat in het rapport in op een operatie waarin de afluisterbevoegdheid is toegepast tegen een persoon die in het verleden de nationale veiligheid in zeer ernstige mate heeft aangetast. De Commissie oordeelt dat er geen concrete aanwijzing was dat hij nu, een aantal jaren later, nog steeds een bedreiging vormt. Volgens de Commissie was de afluisterbevoegdheid toegepast omdat het de enige manier was om duidelijkheid te krijgen over de vraag of hij nog een gevaar zou opleveren of niet. Dit is volgens de CTIVD onrechtmatig.

Met de CTIVD ben ik van oordeel dat er meer moet zijn dan enkel een dreiging die nog niet kan worden beoordeeld, voordat wordt besloten bijzondere bevoegdheden tegen een persoon uit te oefenen. Nu de CTIVD van oordeel is dat in dit geval onvoldoende sprake was van een aanvullende aanleiding, heb ik de uitoefening van deze bevoegdheid beëindigd.

Toepassen van de afluisterbevoegdheid tegen advocaten

In het rapport is door de CTIVD veel aandacht besteed aan de toepassing van de afluisterbevoegdheid tegen advocaten, zowel direct als indirect. Ook is de uitspraak van het Hof van 27 oktober 2015 genoemd, waarin is bepaald dat de Staat moet voorzien in een vorm van onafhankelijk bindend toezicht om het afluisteren van advocaten mogelijk te kunnen maken. Deze uitspraak heeft geresulteerd in de «Tijdelijke regeling onafhankelijke toetsing bijzondere bevoegdheden Wiv 2002 jegens advocaten en journalisten», die op 1 januari 2016 in werking is getreden. Bij de totstandkoming van deze Tijdelijke regeling zijn de criteria en waarborgen zoals door de CTIVD in (onder meer) onderhavig rapport zijn geformuleerd, meegenomen en voor zover mogelijk daarin opgenomen (artikel 4).

Een van de door de CTIVD geformuleerde waarborgen schrijft voor dat de AIVD periodiek moet onderzoeken of een rechtmatig uitgewerkt gesprek van een advocaat nog steeds relevant is voor de taakuitvoering. Als dit niet het geval is, dient het tapverslag alsnog te worden verwijderd en vernietigd. Hierbij dient de AIVD vast te leggen op welke grond de dienst tot de conclusie is gekomen dat het tapverslag moet worden verwijderd en vernietigd, wat met de verwerkte informatie is gedaan en dat het tapverslag is vernietigd. Alhoewel de dienst ook dit onderdeel van deze waarborg wil implementeren, loopt de dienst hier tegen het probleem aan dat het organisatorisch en praktisch lastig zal zijn deze tapverslagen door de jaren heen te blijven monitoren. Dit onderdeel van de waarborg neem ik om die reden dan ook niet over.

Verwerking van gevoelige persoonsgegevens

De verwerking van gesprekken die betrekking hebben op het seksuele leven van een te benaderen persoon is door de Commissie onrechtmatig bevonden. De AIVD heeft volgens de Commissie onvoldoende duidelijk kunnen maken waarom juist deze gegevens in deze zaak noodzakelijk waren. Ik heb de Directeur-generaal van de AIVD opdracht gegeven erop toe te zien dat deze gegevens worden verwijderd.

Sigint

In haar rapport gaat de CTIVD in op de opbrengst van de inzet van de selectiebevoegdheid van sigint. Deze opbrengst is onder te verdelen in twee categorieën; de opbrengst in de vorm van inhoudelijke communicatie (bijvoorbeeld een telefoongesprek, sms-bericht of e-mail) en de opbrengst in de vorm van metadata. Met betrekking tot de hoeveelheid inhoudelijke opbrengst, stelt de Commissie vast dat die in 2014 (zeer) gering was. Dit roept volgens de Commissie vragen op over de effectiviteit en daarmee de proportionaliteit van deze inzet. De toegevoegde waarde van de inzet van sigint is echter met name gelegen in de metadata die hiermee worden verkregen. Het verzamelen van metadata is van groot belang voor het onderzoek van de dienst, bijvoorbeeld bij het in kaart brengen van een netwerk van een target. De opbrengst van de inzet van de selectiebevoegdheid van sigint is naar mijn mening dan ook effectief.

De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, R.H.A. Plasterk


X Noot
1

Raadpleegbaar via www.tweedekamer.nl