29 754 Terrorismebestrijding

29 628 Politie

Nr. 441 BRIEF VAN DE MINISTER VAN JUSTITIE EN VEILIGHEID EN DE STAATSSECRETARIS VAN DEFENSIE

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 26 maart 2018

In de brief van 5 april 2016 heeft de toenmalige Minister van Veiligheid en Justitie uw Kamer geïnformeerd over de uitbreiding en ontwikkelingen bij de DSI.1 Met deze brief informeren wij uw Kamer over de voortgang van de uitbreiding en paraatheid van de DSI. Voorts voldoet de Staatssecretaris van Defensie middels deze brief (vertrouwelijke bijlage) aan de toezegging die is gedaan aan lid Omtzigt (CDA) tijdens de algemene financiële beschouwingen over de materiële gereedheid van het Stelsel van Speciale Eenheden.2 De vertrouwelijke bijlage wordt ter inzage (tot aan het zomerreces) aan uw Kamer gezonden3.

Naar aanleiding van de aanslagen op Charlie Hebdo en Bataclan heeft ook de Nederlandse overheid haar interventiemogelijkheden herzien. Om snel te kunnen interveniëren/reageren op dergelijke aanslagen in Nederland, heeft de Dienst Speciale Interventies (DSI) vanaf 2015 het operationeel concept van de oproeporganisatie uitgebreid met het Reactieconcept DSI en het DSI-alarm. Vanaf dat moment zijn de eenheden van de DSI grote delen van de dag direct inzetbaar in flexibele teams vanuit meerdere locaties in Nederland. Daarnaast zijn medewerkers 24/7 direct inzetbaar vanaf huis (DSI-alarm). In 2015 (€ 14,4 miljoen) en daarbovenop in 2017 (€ 10 miljoen), 2018 (€ 18 miljoen) en vanaf 2019 (€ 22 miljoen) heeft de DSI structureel extra budget gekregen om uit te breiden en het nieuwe reactieconcept te optimaliseren.

Paraatheid DSI

Allereerst willen wij onze waardering uitspreken voor alle medewerkers van de DSI die in deze tijden van verhoogde dreiging hun werk uitvoeren. Op 31 januari jl. bracht de Minister van Justitie en Veiligheid, samen met zijn ambtsgenoot, de Minister van Defensie, een werkbezoek aan de DSI. Wij hebben verschillende demonstraties mogen aanschouwen en zijn uitgebreid geïnformeerd over de DSI. Wij zijn er van overtuigd dat we met alle eenheden in het Stelsel van Speciale Eenheden – gegeven het huidige dreigingsniveau – adequaat zijn voorbereid op alle mogelijke vormen van grof geweld en terrorisme.

Voortgang uitbreiding

Vanaf 2015 wordt door alle bij de DSI betrokken organisaties hard gewerkt aan de realisatie van de beoogde personele uitbreiding. Vanuit verschillende projecten worden concrete aanbevelingen op het gebied van onder andere HRM, wet- en regelgeving en governance verder opgepakt door de betrokken organisaties. Om de voortgang van dit proces te borgen, is hiervoor door zowel de Politie als Defensie een projectleider aangesteld.

Capaciteit

Vanwege tegenvallende instroom van personeel duurt de uitbreiding van de formatie, ondanks voldoende budgettaire middelen, langer dan verwacht bij de DSI en blijft de roosterdruk groot (overuren). Vanuit de politie en defensie (inclusief KMar), als leverende organisaties verantwoordelijk voor de vulling en het beheer van de eenheden, wordt al het mogelijke gedaan om de formatie te vullen. Dit moet zorgvuldig gebeuren. Politie en Defensie werken tezamen met medezeggenschap en vakbonden verschillende HRM vraagstukken uit om meer en integraal te werven en op te leiden. Zo worden de komende jaren extra opleidingen voor de Aanhoudings- en Ondersteunings- Teams (AOT) gepland, die flexibel van opbouw zijn. Ook wordt de uitstroom verminderd doordat zittend personeel langer bij de DSI kan blijven (bindingstermijnen). Dit is met de politiebonden overeengekomen. Binnen Defensie wordt in afstemming met de politie het personeel loopbaanpaden aangeboden om onvoorziene uitstroom te verminderen. Bovendien wordt gekeken naar de gewenste selectieprofielen voor de DSI. Zo mogelijk zou dit ertoe kunnen leiden dat een grotere groep militairen, ook van buiten de Special Forces, kan opteren voor een functie bij de DSI.

Intensiveringsgelden

Zoals vermeld, heeft de DSI in 2015, aanvullende financiering gekregen om het nieuwe reactieconcept langdurig te kunnen volhouden. In 2017 is aanvullende financiering verstrekt met het doel om het reactieconcept te versterken op het gebied van kwaliteit, flexibiliteit, paraatheid en snelle inzetbaarheid. Omdat de gewenste uitbreiding helaas minder makkelijk verloopt dan voorzien, heeft dit ook effect op de besteding van deze extra gelden. Deze worden voor wat betreft de personele kosten op dit moment niet geheel uitgeput. De uitputting van de materiële middelen is gaande. Er worden forse investeringen gedaan in het materieel, om zo optimaal mogelijk voorbereid te zijn op de bestrijding van grof geweld en terrorisme (zie vertrouwelijke bijlage4).

Conclusie

De DSI is 24/7 beschikbaar en in staat om een snelle en adequate respons te geven bij een terroristische aanslag of andere vormen van grof geweld. Vanwege de achterblijvende personele vulling vraagt dit echter veel van het personeel. Daarom blijft het noodzakelijk om ook de komende jaren fors te investeren in het werven, selecteren en opleiden van nieuw personeel.

De Minister van Justitie en Veiligheid, F.B.J. Grapperhaus

De Staatssecretaris van Defensie, B. Visser


X Noot
1

Kamerstuk 29 754, nr. 373.

X Noot
2

Handelingen II 2017/18, nr. 20, items 4, 6, 8 en 16.

X Noot
3

Ter vertrouwelijke inzage gelegd, alleen voor de leden, bij het Centraal Informatiepunt Tweede Kamer.

X Noot
4

Ter vertrouwelijke inzage gelegd, alleen voor de leden, bij het Centraal Informatiepunt Tweede Kamer.

Naar boven