Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2013-201429628 nr. 463

29 628 Politie

Nr. 463 BRIEF VAN DE MINISTER VAN VEILIGHEID EN JUSTITIE

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 8 juli 2014

Op 4 juni jongstleden is het rapport «Etnisch profileren in Den Haag? Een verkennend onderzoek naar beslissingen en opvattingen op straat» van de Universiteit Leiden in de algemene raadscommissie van Den Haag gepresenteerd. Dit rapport heb ik op 16 juni jongstleden aan uw Kamer toegezonden1. Inmiddels heeft op 25 juni en 2 juli jongstleden de politiek-inhoudelijke bespreking over dit onderwerp plaatsgevonden in de algemene raadscommissie van Den Haag.

Overeenkomstig mijn toezegging2 zend ik hierbij mijn reactie op het rapport, waarbij ik ook in zal gaan op de vraag of nader onderzoek nodig is en welke maatregelen worden genomen om etnisch profileren verder te voorkomen.

Aanpak discriminatie

Het kabinet acht het belang van discriminatiebestrijding groot. Met de Voortgangsbrief Discriminatie 20133 is uw Kamer geïnformeerd over de maatregelen van het kabinet ter versterking van de lokale en strafrechtelijke aanpak van discriminatie en de bestrijding van discriminatie op diverse terreinen en specifieke gronden. De Nationale Politie, het Openbaar Ministerie en gemeenten hebben hierin een belangrijke rol te vervullen. De strafrechtelijke aanpak van discriminatie maakt deel uit van de opsporingstaak van de politie.

Discriminatiebestrijding blijft een thema waar de politie – in samenwerking met haar partners – continu aan werkt.

De politie is een geloofwaardige en betrouwbare bondgenoot in de strijd tegen discriminatie. Etnisch profileren door de politie past daar niet bij. Het voorkomen van etnisch profileren is van essentieel belang voor de effectiviteit en legitimiteit van en ieders vertrouwen in en medewerking met de Nationale Politie. De politie dient in verbinding met alle burgers te staan. Legitimiteit en vertrouwen is niet voor niets één van de drie hoofddoelstellingen bij de vorming van de Nationale Politie.

Reactie op het rapport

Ik waardeer dat er onderzoek gedaan wordt naar dit thema en dat de eenheid Den Haag – bij de start van het onderzoek nog Politie Haaglanden – daar de ruimte voor heeft gegeven. Ook het lokaal bestuur ondersteunt het nut en belang van dergelijk onderzoek nadrukkelijk.

In het onderzoek van de Universiteit Leiden zijn bij het observeren in drie Haagse wijken (waarvan twee wijken met een hoog aantal personen met een migrantenachtergrond) geen aanwijzingen gevonden voor structureel etnisch profileren. Het politieoptreden is in veruit de grote meerderheid van de situaties goed te rechtvaardigen op grond van concrete gedragingen, informatie of situationele omstandigheden. In de straatinterviews met jongvolwassenen komt onder meer wel naar voren dat een groter aantal van hen menen dat de politie onduidelijke of te weinig uitleg geeft bij staandehoudingen, onbeleefd zou zijn en zich schuldig zou maken aan etnisch profileren.

Vanuit het oogpunt van opvattingen en percepties van politiefunctionarissen en jongvolwassen bestaat aanleiding tot extra aandacht van de Nationale Politie voor de verbindende kant van het politiewerk. Deze beschouwing deel ik. Naar mijn overtuiging gaat het om het individuele handelen van de politiemedewerker, de cultuur binnen de organisatie en bewustwording.

Het rapport en eerdere onderzoeksrapporten4 over dit thema wijzen niet op stelselmatig discriminerende profilering door de Nederlandse politie. Selecteren is onderdeel van het professioneel vakmanschap. We moeten echter voortdurend scherp blijven op een zorgvuldige werkwijze. Het belang hiervan wordt onderstreept door het SCP-onderzoek naar ervaren discriminatie waarin vooral personen met een Marokkaanse en Turkse achtergrond discriminatie-ervaringen melden in contacten met de politie5.

Gelet op de recent verschenen onderzoeksrapporten in binnen- en buitenland en het rapport van de Universiteit Leiden in het bijzonder, acht ik nader onderzoek op dit moment niet noodzakelijk. Graag leg ik nu – aan de hand van de verkregen inzichten – de focus op maatregelen die dit voorkomen.

Aanvullende maatregelen

Naast de nodige aandacht in het dagelijks werk (briefings, aandacht voor bejegening), de opleidingsmodule Multicultureel Vakmanschap in het politieonderwijs en themabijeenkomsten6, wil ik met de politie de aanpak het komende jaar verder verstevigen. De volgende lijnen zijn hierin van belang: onderwijs en training, de relatie tussen politie en bewoners en klachtbehandeling.

Onderwijs en training

Het politieonderwijs is een belangrijk instrument voor de kwaliteit van de politieorganisatie en het politiepersoneel. De politie onderzoekt of het curriculum van de Politieacademie in voldoende mate expliciet aandacht besteedt aan selectiemechanismen; de afwegingen die een agent maakt om iemand staande te houden, te fouilleren of te

bevragen. Ook bejegening, waaronder het geven van goede uitleg bij staande houden, verdient nadrukkelijk aandacht. De bevindingen worden in het najaar van 2014 opgeleverd en krijgen vervolgens direct een vertaling in het politieonderwijs.

Training is essentieel voor politiemedewerkers op straat en leidinggevenden om (ervaren) etnisch profileren in zowel de reactieve als proactieve werkwijzen te voorkomen7.

In de eenheid Amsterdam maakt bewustwording en training een belangrijk onderdeel uit van een door de eenheidsleiding vastgesteld strategisch plan van aanpak. Dit is een aanpak op het niveau van teams in de context van het dagelijkse politiewerk. Er wordt ingezet op een meerjarig traject voor verdere bewustwording, de ontwikkeling van het vakmanschap en het behouden van de verbinding met alle groepen in de samenleving. Daarin zijn concrete interventies benoemd zoals het geven van een workshop in alle wijkteams waarbij politiemensen in staat worden gesteld te reflecteren op hun wijze van selecteren.

In navolging hiervan wordt een training voor operationeel leidinggevenden binnen de regionale eenheden gegeven. Het doel is meer bewustwording te creëren van de wijze van selecteren, de impact van controles op burgers en handvatten te geven voor het bieden van reflectie op deze punten in de basisteams.

Verstevigen relatie politie en bewoners

De gebiedsgebonden benadering van de Nederlandse politie, kennis van de lokale context en divers samengestelde basisteams, in navolging van de motie van het lid Marcouch8, blijven uitgangspunt. Met inachtneming daarvan zullen de eenheden waar nodig – in navolging van de eenheid Den Haag en Amsterdam – op het niveau van basisteams extra initiatieven ontplooien of intensiveren die de relatie tussen politie en bewoners verbeteren, zoals het verstevigen dan wel oprichten van netwerken met etnische gemeenschappen.

Het is van groot belang dat de politie verbinding heeft en houdt met de lokale samenleving en alle wijken en buurten daarbinnen. Bij de eenheid Den Haag komt dit bijvoorbeeld tot uitdrukking in de samenwerking via panels, rolmodellen, buurtinterventieteams, buurtvaders en actieve participatie in debatten over het thema etnisch profileren. Daarbij worden ook scholen, moskeeën en welzijnsorganisaties betrokken. Voorts vinden gesprekken plaats met nationaal en lokaal georiënteerde organisaties, zoals het Samenwerkingsverband van Marokkaanse Nederlanders (SMN), over etnisch profileren, gelijkwaardigheid en diversiteit.

Klachtbehandeling

Jaarlijks zal door de politie een analyse worden verricht van ingediende klachten over etnisch profileren. Gelet op het belang dat ik hecht aan de onafhankelijkheid van de klachtenprocedure bij de politie heb ik de Kamer toegezegd dat ik, om elke schijn van het tegendeel weg te nemen, de voorzitters van de klachtencommissies zelf zal benoemen. Daartoe is een aanpassing van de Regeling klachtbehandeling politie in de maak. In dit voorstel is opgenomen dat ik niet alleen de voorzitters, maar ook de plaatsvervangend voorzitters zal benoemen. Ik heb hier voor gekozen omdat zowel de voorzitters als hun plaatsvervangers specifiek de taak hebben om de onafhankelijkheid van de commissie te bewaken. Inmiddels heb ik meerdere reacties ontvangen op de voorgenomen aanpassing van de regelgeving. Na verwerking van de ontvangen reacties zal de aanpassing van de regelgeving in de Staatcourant worden gepubliceerd en in werking treden. Verder heb ik u toegezegd9 dat de klachtenbehandeling nadrukkelijk onderdeel zal uitmaken van de evaluatie van de Politiewet 2012.

Tot slot

Ik zal over dit onderwerp regelmatig blijven spreken met het gezag en de Nationale Politie. Ook worden de constructieve periodieke gesprekken met onder meer Amnesty International en het Samenwerkingsverband Marokkaanse Nederlanders voortgezet. De politie brengt goede voorbeelden van initiatieven gericht op het vergroten van kennis en bewustwording over selectiemechanismen en vooroordelen onder de aandacht. Het voorkomen van etnisch profileren door de politie blijft kortom de aandacht hebben van de politie en mijn ministerie.

De Minister van Veiligheid en Justitie, I.W. Opstelten


X Noot
1

Kamerstuk 29 628, nr. 457.

X Noot
2

Kamerstuk 29 628, nr. 423 en tijdens het AO Politieonderwerpen d.d. 18 juni 2014.

X Noot
3

Kamerstuk 30 950, nr. 63.

X Noot
4

Onder meer rapporten van FRA (EU Grondrechtenagentschap), Justice Initiative, Ombudsman(nen), Beke/COT, Politie en Wetenschap, Universiteit Twente, Amnesty International, Çankaya, Ramsodit-De Graaf, Caillaut.

X Noot
5

Kamerstuk 30 950, nr. 68.

X Noot
6

Zoals studiemiddagen voor politie georganiseerd door de Anne Frank Stichting.

X Noot
7

Overeenkomstig de aanbevelingen 220/225 van European Commission against Racism and Intolerance. Tweede Kamer, Kamerstuk 30 950, nr. 62.

X Noot
8

Kamerstuk 33 750 VI, nr. 22

X Noot
9

Kamerstuk 29 628, nr. 374.