Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2017-201829521 nr. 368

29 521 Nederlandse deelname aan vredesmissies

Nr. 368 BRIEF VAN DE MINISTERS VAN BUITENLANDSE ZAKEN, VAN DEFENSIE, VOOR BUITENLANDSE HANDEL EN ONTWIKKELINGSSAMENWERKING EN VAN JUSTITIE EN VEILIGHEID

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 14 september 2018

In overeenstemming met artikel 100 van de Grondwet en met verwijzing naar de artikel-100 brieven van 1 november 2013 (Kamerstuk 29 521, nr. 213), 19 juni 2015 (Kamerstuk 29 521, nr. 293), 7 oktober 2016 (Kamerstuk 29 521, nr. 327), 11 september 2017 (Kamerstuk 29 521, nr. 349) en de Kamerbrief «Toekomstige Nederlandse Inspanningen in Missies en Operaties» van 15 juni jl. (Kamerstuk 29 521, nr. 363) informeert het kabinet uw Kamer in voorliggende brief over het beëindigen van de operaties in Mali per 1 mei 2019, de modaliteiten van de redeployment en de toekomstige Nederlandse inzet in de Sahel, in het bijzonder op het gebied van veiligheid. Tijdens het algemeen overleg van 4 december 2017 zegde de Minister voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking toe om uw Kamer te informeren over de effecten van goudmijnen in Mali en over de uitvoering van ontwikkelingssamenwerkingsprojecten (Kamerstuk 29 521, nr. 358). In voorliggende brief worden deze toezeggingen gestand gedaan.

Het kabinet staat allereerst stil bij de slachtoffers die gedurende de Nederlandse bijdrage aan de VN-missie MINUSMA in Mali zijn gevallen. Bij een ongeval met een Apache-gevechtshelikopter op 17 maart 2015 kwamen kapitein René Zeetsen en eerste luitenant Ernst Mollinger om het leven. Luitenant-kolonel Wolter van Thiel stierf tijdens zijn uitzending naar Mali op 29 november 2015 een natuurlijke dood. Op 6 juli 2016 kwamen sergeant der 1e klasse Henry Hoving en korporaal Kevin Roggeveld om het levens tijdens een mortierschietoefening. Een derde Nederlandse militair raakte zwaargewond. Het kabinet betreurt deze slachtoffers zeer en blijft ten diepste mee leven met hun geliefden, nabestaanden en collega’s.

Essentie

Mede met het oog op het strategische belang voor Nederland van stabiliteit in Mali en de bredere Sahel-regio heeft het kabinet eind 2013 besloten een bijdrage te leveren aan de VN-missie MINUSMA in Mali. Nederland heeft sinds begin 2014 een belangrijke en grote bijdrage geleverd aan de VN-missie MINUSMA in Mali. De Nederlandse bijdrage heeft MINUSMA in haar geheel effectiever gemaakt. Vanuit de missieleiding bestaat veel waardering voor de inzet van de Nederlandse eenheden, die zich de afgelopen jaren voornamelijk hebben bezig gehouden met het verzamelen van inlichtingen. Mede vanwege hun robuuste karakter zijn de Nederlandse eenheden ook meermaals ingezet voor de-escalerend optreden bij (dreigende) conflicten tussen gewapende groepen in Mali.

De intensieve inzet in MINUSMA trekt echter zijn wissel op de krijgsmacht. Dit is ook geconcludeerd door de Algemene Rekenkamer, die op 13 juni jl. het rapport «Inzet Nederlandse krijgsmacht voor VN-missie Mali» publiceerde (Kamerstuk 29 521, nr. 360) en constateerde dat de afgelopen jaren een groot beroep is gedaan op de krijgsmacht ten behoeve van inzet in missiegebieden. Dit is niet zonder gevolgen is gebleven voor de inzetbaarheid van de krijgsmacht. Zoals gemeld in de Kamerbrief «Toekomstige Nederlandse Inspanningen in Missies en Operaties» (Kamerstuk 29 521, nr. 363) onderschrijft het kabinet deze constatering. De conclusies van het onderzoek zijn dan ook nadrukkelijk meegenomen bij het besluit om per 1 mei 2019 te stoppen met het uitvoeren van operaties voor de VN-missie MINUSMA in Mali. Per 1 mei 2019 zal de redeployment van start gaan, die naar verwachting ongeveer vier maanden in beslag zal nemen. De einddatum van de operationele inzet per 1 mei 2019 maakt een ordentelijke afbouw en verantwoorde overdracht mogelijk. Nederland zal de VN ondersteunen bij het vinden van een opvolger, de VN is hiervoor echter verantwoordelijk.

Tegelijkertijd blijft het strategische belang van de Sahel, als een instabiele regio aan de randen van Europa, voor Nederland onverminderd groot. Het tegengaan van terrorisme en irreguliere migratie in de Sahel, dient immers een direct Nederlands veiligheidsbelang en de Sahel blijft dan ook een prioritaire regio voor Nederland. De Nederlandse inspanningen op het gebied van veiligheid zullen primair gericht zijn op het versterken van de capaciteiten van de Sahellanden om in de toekomst hun eigen veiligheid te kunnen waarborgen. Hierbij zijn mensenrechten en het verbeteren van de vertrouwensband tussen de autoriteiten en de lokale bevolking belangrijke aandachtspunten. Deze inspanningen zijn dan ook complementair aan de Nederlandse inspanningen om de strafrechtketens in de Sahellanden te versterken. Internationale partners van Nederland, waaronder de VN, EU, Frankrijk en Duitsland, verwelkomen deze blijvende betrokkenheid van Nederland in de Sahel.

Concreet zal de Nederlandse personele inzet in MINUSMA en de geïntensiveerde bijdrage aan de EU-missies in de Sahel uit de volgende elementen bestaan:

MINUSMA:

  • Nederlandse bijdrage aan MINUSMA tot 1 mei 2019: een eenheid voor langeafstandsverkenning, nationaal ondersteuningselement en contingentscommando bestaande uit maximaal 250 militairen. Ter ondersteuning van de operaties zijn acht stafofficieren geplaatst op het hoofdkwartier van MINUSMA in Bamako. Maximaal 25 Koninklijke Marechaussee (KMar) – en politiefunctionarissen worden als Individual Police Officer (IPO) ingezet in ten behoeve van United Nations Police (UNPOL).

  • De redeployment, na de beëindiging van de operaties in Mali per 1 mei 2019, zal naar verwachting ongeveer vier maanden in beslag nemen.

  • Na 1 mei 2019 kunnen tot en met 2021 maximaal tien KMar- en politiefunctionarissen, als IPO’s, werkzaam blijven bij UNPOL (MINUSMA) evenals twee tot drie militaire stafofficieren in MINUSMA om behaalde resultaten te bestendigen en de link met de overige Nederlandse inzet in Mali en de Sahel te waarborgen.

EU-missies in de Sahel:

  • Het kabinet heeft besloten een meerjarige bijdrage (tot en met 2021) te leveren aan de EU-missies in de Sahel van ongeveer 20 functionarissen, waarvan ongeveer 15 functionarissen aan de EU-capaciteitsopbouwmissies (EUCAP Sahel Mali en EUCAP Sahel Niger) evenals de EU Regionale Coördinatie Cel (RCC) in de Sahel ter ondersteuning van de G5 en G5-troepenmacht.

  • Een bijdrage van vijf militairen aan de EU-trainingsmissie in Mali.

  • Een financiële bijdrage aan EUCAP Sahel Niger, gezamenlijk met Duitsland, ter ondersteuning van de oprichting en operationalisering van Nigerese mobiele grensteams om grensbeheer te versterken.

Met inachtneming van het Toetsingskader wordt in de voorliggende artikel 100-brief ingegaan op de inhoud van de bijdrage aan MINUSMA in 2019, de modaliteiten van de beëindiging van de operaties per 1 mei 2019 en de Nederlandse toekomstige inzet in de Sahel op het gebied van veiligheid. Hierbij wordt ook aandacht besteed aan de veiligheidsmaatregelen voor de Nederlandse militairen en de gevolgen van inzet voor de gereedheid van de krijgsmacht, in navolging van de Kamerbrief «Toekomstige Inspanningen in missies en operaties» (Kamerstuk 29 521, nr. 363) en de aanbevelingen en conclusies van respectievelijk het rapport «Mortierongeval Mali» van de Onderzoeksraad voor Veiligheid (OvV) (bijlage bij Kamerstuk 34 775 X, nr. 7). naar aanleiding van het mortierongeval in Kidal en het rapport van de Algemene Rekenkamer «Inzet Nederlandse krijgsmacht voor VN-missie Mali» (Kamerstuk 29 521, nr. 360). Voor wat betreft de bovengenoemde Nederlandse bijdrage aan de EU-missies in de Sahel is de EU verantwoordelijk voor de medische keten. Het op orde zijn van de medische keten is voor Nederland een randvoorwaarde voor deelname.

Gronden voor deelneming

Zoals geschetst in de Geïntegreerde Buitenland- en Veiligheidsstrategie (GBVS), de Defensienota, de nota Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking (BHOS) en de Kamerbrief «Toekomstige Nederlandse inspanningen in missies en operaties» van 15 juni jl. (Kamerstuk 29 521, nr. 363) zet het kabinet in op een internationale aanpak voor de veiligheid van Nederland. Deze inzet blijft zich primair richten op instabiele regio’s rondom Europa en vooral daar waar de Nederlandse veiligheid en belangen in het geding zijn.

De Sahel is zo’n instabiele regio in de nabijheid van Europa. De demografische trend, een verdriedubbeling van de bevolking tot 2050, in combinatie met een gebrek aan sociaaleconomische perspectieven, extreme armoede en klimaatverandering vormen daarbij een katalysator voor instabiliteit. Mali is een schakelland in de Sahel waar een groot aantal smokkelroutes samenkomen. Deze routes worden ook gebruikt door migranten die via Noord-Afrika de gevaarlijke oversteek wagen naar Europa. Terroristische groeperingen, criminele organisaties en gewapende groepen maken eveneens gebruik van deze routes voor de smokkel van wapens, drugs en mensen. Beperkte aanwezigheid van de staat en gebrek aan basisvoorzieningen voor de bevolking vormen daarbij een voedingsbodem voor de opvattingen van jihadisten die hun invloedssfeer in met name Centraal-Mali weten uit te breiden.

Met de inzet in MINUSMA heeft Nederland de afgelopen vijf jaar een belangrijke bijdrage geleverd aan de inspanningen van de internationale gemeenschap gericht op stabiliteit in Mali. Ondanks de aanhoudende onveiligheid zijn met ondersteuning van MINUSMA de afgelopen jaren in Mali wel degelijk stappen gezet richting vrede en stabiliteit. De opmars van jihadisten in 2012 had zonder interventie van de internationale gemeenschap niet gestopt kunnen worden met alle gevolgen van dien. In 2015 werd een vredesakkoord ondertekend waar de Malinese autoriteiten en gewapende groepen nu gezamenlijk uitvoering aan geven. MINUSMA speelt hierbij een belangrijke ondersteunende rol. Decentralisatie van bestuur en duurzame hervormingen van de veiligheidssector zijn hierbij belangrijke elementen en cruciaal voor duurzame stabiliteit. Mede dankzij de stabiliserende rol van MINUSMA zijn volgens de Internationale Organisatie voor Migratie (IOM) inmiddels meer dan 525.500 ontheemden en 66.500 vluchtelingen teruggekeerd naar Mali. MINUSMA heeft eveneens een belangrijke diplomatieke en ondersteunende rol gespeeld bij het mogelijk maken van de recente presidentsverkiezingen in Mali. Het belang van MINUSMA voor de bredere inspanningen van Nederland in de Sahel zal onverminderd groot blijven.

Ondanks deze positieve stappen blijft de situatie in Mali zorgwekkend. Met name in Centraal-Mali is sprake van toenemende onveiligheid en instabiliteit. Inzet van de internationale gemeenschap is dan vooralsnog ook hard nodig en ook in ons directe eigen veiligheidsbelang. Nederland blijft hier dan ook in de toekomst aan bijdragen. De invulling van de toekomstige Nederlandse inzet op het gebied van veiligheid wordt in deze brief nader uiteengezet.

Hervormingen VN-missies

Nederland heeft een voortrekkersrol gespeeld door in 2014 als eerste westerse land in de oprichtingsfase van MINUSMA een substantiële bijdrage te leveren. Hiervoor is bij de VN en internationale partners veel waardering. Mede door de Nederlandse inzet op overdracht van taken leveren nu ook andere partners, waaronder Duitsland en Canada, een substantiële bijdrage aan MINUSMA. De Nederlandse bijdrage aan MINUSMA is afgenomen van 450 militairen in 2014 naar momenteel (en tot 1 mei 2019) maximaal 250 militairen. Daarnaast gebruikt Nederland onder andere tijdens het lidmaatschap van de VN-Veiligheidsraad de ervaringen uit MINUSMA om bij te dragen aan modernisering van VN-missies, met name op gebied van inlichtingen, force generation, waaronder rotatieschema’s, en de geïntegreerde aanpak. Zo organiseerde Nederland op 28 maart jl. onder voorzitterschap van Minister-President Rutte een open debat in de VN-Veiligheidsraad over de modernisering van VN-vredesmissies. Dit debat bood de Secretaris-Generaal van de VN, António Guterres, een platform om zijn initiatief Action for Peacekeeping te lanceren. In juli jl. organiseerde Nederland in New York, samen met de VN, een goed bezocht expertseminar over het verbeteren van het gebruik van inlichtingen in VN-missies. Nederland zal zich ook in de toekomst blijven inzetten voor het moderniseren en verbeteren van de effectiviteit van VN-missies. Nederland organiseert in januari 2019 een conferentie ter voorbereiding op de VN Defensie Ministeriële in maart 2019 die in het teken zal staan van het betrekken van meer landen bij VN-missies evenals verdere hervormingen van VN-vredesmissies.

Politieke ontwikkelingen Mali

Presidentsverkiezingen

De afgelopen maanden stonden vooral in het teken van de presidentsverkiezingen die in juli en augustus jl. hebben plaatsgevonden. Met de herverkiezing van de zittende president Ibrahim Boubacar Keïta lijken de Malinezen gekozen te hebben voor continuïteit. Er zijn geen bewijzen voor grootscheepse fraude en ondanks de uitdagingen op logistiek en veiligheidsgebied kon er in de meeste stembureaus gestemd worden. Hoewel in de eerste ronde 871 van de 23.000 stembureaus gesloten bleven, waren dat er in de tweede ronde slechts 490. De meeste daarvan (440) bevonden zich in de Mopti-regio in Centraal-Mali. Een akkoord tussen de gewapende groepen en de Malinese autoriteiten maakte de stembusgang in Noord-Mali mogelijk.

Mede dankzij de bemiddelende rol van de internationale gemeenschap zijn de verkiezingen relatief rustig verlopen. MINUSMA en de internationale waarnemingsmissies, waaronder die van de EU, speelden een belangrijke rol in het bevorderen van de dialoog tussen de regering en de oppositie. Daarnaast bood MINUSMA de nodige logistieke steun aan de organisatie van de verkiezingen.

Voortgang Malinese vredesproces

Het afgelopen jaar is een aantal bemoedigende stappen gezet bij de uitvoering van het vredesakkoord, zoals de oprichting van gemengde legereenheden (Mécanisme Opérationnel de Coordination – MOC) in Kidal en Timboektoe. Dit is een belangrijke stap voor de verdere hervormingen van het leger. Ook is de nationale Malinese strategie voor de hervorming van de veiligheidssector afgerond. Tevens kwamen de overheid en de gewapende groeperingen criteria en quota overeen voor de integratie van voormalige strijders in overheidsinstanties. Op politiek vlak is voorzetting van de dialoog tussen de regering en alle ondertekenende partijen over decentralisatie van belang. De toewijzing van middelen aan de interim-autoriteiten in de noordelijke regio’s vormde in dit opzicht een positieve stap. Ook de bezoeken van premier Maïga aan Kidal, Gao, Timboektoe en Mopti zijn tekenen van samenwerking tussen de Malinese autoriteiten en de gewapende groepen in het noorden van het land. Deze samenwerking maakte ook het eerste bezoek van president Keïta aan Kidal mogelijk.

Ondanks deze bemoedigende stappen op het gebied van decentralisatie en hervorming van de veiligheidssector boeken de partijen nog te weinig fundamentele vooruitgang met de uitvoering van het vredesakkoord. Onderliggende spanningen tussen de partijen vertragen het proces en ook het dreigement van splintergroeperingen om geweld te gebruiken indien ze niet betrokken worden bij de implementatie van het akkoord is zorgwekkend. Tevens wordt het maatschappelijk middenveld, waaronder vrouwen en jeugd, niet voldoende betrokken in het proces. Samenvattend constateerde de onafhankelijke waarnemer van het vredesproces, het Carter Center, in mei jl. een gebrek aan verantwoordelijkheidsgevoel bij de partijen voor een proactieve uitvoering van het akkoord.

Druk vanuit de internationale gemeenschap op een spoedige en inclusieve uitvoering van het vredesakkoord blijft dan ook noodzakelijk. Nederland blijft zich in de VN-Veiligheidsraad hard maken voor de operationalisering van het sanctieregime van de VN-Veiligheidsraad (VN-resolutie 2473) en erkenning voor de ontwrichtende rol van smokkelnetwerken in het vredesproces.

Humanitaire situatie Mali

De humanitaire situatie blijft precair in delen van Mali. Dit geldt met name in de noordelijke helft en delen van het centrum van het land, waar de humanitaire toegang steeds problematischer wordt door de toenemende instabiliteit. Volgens het coördinerende Food Security Cluster van humanitaire organisaties in Mali hadden bij de aanvang van het regenseizoen 1,6 miljoen mensen in Mali behoefte aan voedselhulp (juni 2018). In de eerste maanden van 2018 vielen tientallen doden ten gevolge van lokale conflicten in de omgeving van Mopti; deze veiligheidsincidenten zorgden voor de ontheemding van meer dan 11.000 Malinezen. In dezelfde regio en periode werden meer dan 70 burgers gedood of verwond door IED’s. Nederland draagt in 2018 55 miljoen euro bij aan het Central Emergency Response Fund (CERF), dat door het VN Office for the Coordination of Humanitarian Affairs (OCHA) wordt beheerd. In 2018 stelde het CERF reeds 15 miljoen dollar beschikbaar voor de humanitaire respons in Mali. Verder steunt Nederland het International Committee of the Red Cross, OCHA, United Nations High Commissioner for Refugees (UNHCR), United Nations Children’s Fund en het World Food Program met ongeoormerkte financiering. Een deel van deze ongeoormerkte bijdragen is door de hulporganisaties ter beschikking gesteld voor de humanitaire respons in Mali.

Mensenrechten

Met name in Centraal-Mali is er sprake van toenemende mensenrechtenschendingen door veiligheidstroepen. Zo is na onderzoek door MINUSMA vastgesteld dat Malinese eenheden opererend onder de G5-troepenmacht betrokken waren bij een buitenrechtelijke executie van 12 burgers op 19 mei jl. in Boulikessi. Dit onderzoek is gedeeld met de Malinese autoriteiten. Sinds februari jl. heeft MINUSMA informatie ontvangen over mensenrechtenschendingen in de regio Ménaka. MINUSMA heeft een onderzoek ingesteld naar aanleiding van vermelding van twee gewapende aanvallen gericht tegen de oorden Aklaz en Awakassa (regio Ménaka) waarbij 47 doden en 2 gewonden vielen tussen 26 en 27 juli jl. Dit is uitermate zorgwekkend. Onder druk van MINUSMA heeft de Malinese overheid in een verklaring haar afkeuring uitgesproken en onderzoeken gestart naar de mensenrechtenschendingen. Nederland dringt er bilateraal, in EU-verband, maar ook in de VN-Veiligheidsraad op aan dat de Malinese autoriteiten hun verantwoordelijkheid moeten nemen en straffeloosheid moeten tegengaan. Ook Minister-President Rutte heeft dit tijdens zijn bezoek aan Mali in november 2017 bij de Malinese president Keïta aan de orde gesteld. Ook heeft Nederland één miljoen euro toegezegd om samen met de BENELUX-partners de oprichting van de commissie die onderzoek doet naar mensenrechtenschendingen in Mali te financieren.

Migratie

Mali is zowel een land van oorsprong als transitland in de Sahel voor irreguliere migranten naar Europa. Mali was in 2017 het zesde herkomstland van irreguliere migranten die via de Centraal Mediterrane Route naar Europa reisden volgens de UNHCR. Ook in 2018 staat Mali in de top-10, hoewel de stroom van migranten via de Centraal Mediterrane Route sterk is afgenomen. Onder andere door een effectievere aanpak van mensenhandel en -smokkel in met name Mali en Niger is het aantal irreguliere migranten dat Libië in reist gedaald. Daar staat tegenover dat meer gebruik wordt gemaakt van de West Mediterrane Route waar Mali ook een rol speelt. Nederland steunt daarom de brede Europese samenwerking met Mali gericht op de aanpak van grondoorzaken van irreguliere migratie, het tegengaan van irreguliere transitmigratie, de aanpak van mensenhandel en -smokkel, de bescherming van kwetsbare migranten en het bevorderen van terugkeer en re-integratie. Bilateraal werkt Nederland complementair aan deze Europese inzet. Het Nederlandse migratiebeleid is gericht op een geïntegreerde aanpak, met interventies op verschillende delen van de migratieroutes richting Europa. Onderdeel van de brede migratie aanpak is een politieke dialoog, waar ook over verbeterde terugkeersamenwerking tussen Europese landen en Mali wordt gesproken, met name over terugname van irregulier in Europa verblijvende Malinezen. Immers, landen van herkomst hebben de verantwoordelijkheid om mee te werken aan terugkeer. Dit is onder meer zo opgenomen in het Verdrag van Cotonou tussen de EU en de ACS-landen (Afrika, Caribisch gebied en Stille Oceaan).

Veiligheid

De veiligheidssituatie in Centraal-Mali wordt in toenemende mate gekenmerkt door zowel radicaalislamitisch als etnisch geweld. Naast koepelorganisatie Jama’at Nusrat al-Islam wal-Muslimin (JNIM) zijn ook de twee terroristische groeperingen al-Sahraoui katibat (Islamic State in the Greater Sahara) en Ansaroul Islam actief in Mali. De eerste groepering heeft zich tot twee keer toe loyaal verklaard aan ISIS en is actief in het grensgebied van Mali, Niger en Burkina Faso. Ansaroul Islam is in het noorden van Burkina Faso, in het grensgebied met Mali, verantwoordelijk voor diverse aanslagen op leger- en gendarmerieposten. JNIM vormt momenteel de grootste terroristische dreiging in Mali en de directe omgeving. In Mali zelf blijven vooral de (internationale) veiligheidstroepen, waaronder MINUSMA, het doelwit van aanslagen. In Centraal-Mali worden vooral de Malinese veiligheidstroepen aangegrepen middels improvised explosive devices (IED’s), aanslagen op konvooien en aanvallen op militaire posten. Daarnaast ontvoert de organisatie westerlingen voor propaganda en financiële doeleinden. Met de aanslagen en ontvoeringen weet JNIM met beperkte middelen een groot (propagandistisch) effect te bereiken en de toegang van ontwikkelings- en humanitaire organisaties tot de bevolking te beperken.

De recente oprichting van nieuwe etnische zelfverdedigingsmilities duidt op een verdere intensivering van de etnische conflicten tussen onder andere de Peulh en Dogon, en tussen Peulh en Bambara bevolkingsgroepen. Het gebrek aan effectief overheidsoptreden tegen het aanhoudende etnische geweld leidt er toe dat de bevolking steeds vaker zijn heil zoekt bij niet-statelijke gewapende actoren, zoals deze milities of terroristische groeperingen. De betrokkenheid bij mensenrechtenschendingen van het Malinese regeringsleger heeft een versterkend effect gehad op de etnische spanningen. In het grensgebied van Noord-Mali met Niger was de afgelopen maanden eveneens sprake van etnisch geweld. Evenals in Centraal-Mali scheppen toegenomen instabiliteit en onveiligheid een klimaat waarin toenemende etnische spanningen escaleren in intracommunautair geweld.

Mandaten MINUSMA en EU-missies

Veiligheidsraadresolutie 2423

Op 28 juni jl. heeft de VN-veiligheidsraad unaniem ingestemd met verlenging van het MINUSMA-mandaat met een jaar tot 30 juni 2019 (VN-resolutie 2423). Deze verlenging vormt tevens de rechtsgrondslag van de missie. Het troepenplafond van 13.289 militairen en 1.920 politiefunctionarissen blijft gehandhaafd. Mede dankzij Nederlandse inspanningen wordt het belang van het tegengaan van irreguliere migratie genoemd in de kern van het mandaat. Ook is er door Nederlandse diplomatieke inzet aandacht voor klimaatverandering.

Mandaat EU-missies

Het mandaat voor de Nederlandse bijdrage van ongeveer 20 functionarissen aan EU-missies in de Sahel loopt tot en met 2021. Dit is onder voorbehoud van verlenging van de verschillende EU-mandaten. Het huidige mandaat van EUCAP Sahel Niger loopt tot 30 september 2018 en wordt naar verwachting binnenkort verlengd. Het huidige mandaat van EUCAP Sahel Mali loopt tot 14 januari 2019 en dat van EUTM Mali tot 18 mei 2020.

Nederlandse bijdrage aan United Nations Police (UNPOL)

Tot 1 mei 2019 kan Nederland nog maximaal 25 politie- en KMar functionarissen inzetten in UNPOL, de politiecomponent van de VN-missie MINUSMA in Mali. Na 1 mei 2019 tot en met 2021 zal Nederland nog met maximaal tien politie- en KMar functionarissen een bijdrage leveren aan UNPOL in Mali. UNPOL voert dagelijks patrouilles uit ter versterking van de Malinese openbare orde en veiligheid. Daarnaast levert UNPOL operationele ondersteuning aan de Malinese veiligheidsdiensten en steun aan het herstel van de openbare orde en staatsgezag in het noorden van Mali. Nederland zoekt binnen UNPOL aansluiting bij het Duitse Specialized Police Team gericht op het ondersteunen van de Malinese politie bij de bestrijding van georganiseerde misdaad. Concreet zet Nederland IPO’s in op staf- en liaisonposities die belangrijk zijn voor functioneren van de UNPOL-organisatie en voor trainingsactiviteiten, en worden IPO’s ingezet ter ondersteuning van hervormingen van de veiligheidssector in Mali. Ook levert Nederland het gender-focal point.

Militaire aspecten van de bijdrage aan MINUSMA en afbouw in 2019

Taken

De Nederlandse militaire bijdrage aan MINUSMA bestaat tot 1 mei 2019 uit maximaal 250 militairen. Het Nederlandse contingent wordt gevormd door een eenheid voor langeafstandsverkenning, een nationaal ondersteuningselement en een contigentscommando in Gao. Ter ondersteuning van de operaties zijn acht stafofficieren geplaatst in het hoofdkwartier van MINUSMA in Bamako. Om behaalde resultaten te bestendigen en de link tussen de Nederlandse inzet in MINUSMA en de overige Nederlandse inspanningen te behouden, zullen na 1 mei 2019 en tot en met 2021 nog twee tot drie stafofficieren worden ingezet in MINUSMA, naast de hierboven genoemde maximaal tien politie- en KMar-functionarissen.

Tot het einde van de Nederlandse bijdrage aan de missie op 1 mei 2019 zal de eenheid voor langeafstandsverkenning primair vanuit Gao inlichtingen verzamelen om MINUSMA te ondersteunen en zo een bijdrage te leveren aan het bevorderen van het vredesproces in Mali. De Nederlandse militairen verzamelen informatie over de posities, handelingen en verplaatsingen van de gewapende groeperingen in Mali en andere factoren die van invloed zijn op het vredesproces. Dit gebeurt onder meer door waarnemingen tijdens patrouilles, gesprekken met de lokale bevolking evenals de inzet van een tactische Unmanned Aerial Vehicle. De Force Commander kan de eenheid voor langeafstandsverkenning tevens inzetten voor de-escalerend optreden bij acute dreiging.

Om deze taken in het hele operatiegebied te kunnen uitvoeren, is de eenheid voor langeafstandsverkenning afhankelijk van de beschikbaarheid van helikopters, onder meer vanwege de medische evacuatiecapaciteit. De samenwerking met de VN, andere troepen leverende landen (Canada in het bijzonder) en internationale partners zoals Frankrijk is van groot belang. Vanwege de problemen in de medische keten in Kidal zijn de operaties van de langeafstandsverkenningseenheid in en rond Kidal beëindigd.

Zoals gemeld aan uw Kamer voert Nederland op hoog niveau gesprekken met de VN om oplossingen te vinden, zodat weer veilig vanuit Kidal kan worden geopereerd. (Kamerbrief «Beëindiging operaties Kidal» van 27 juli jl., Kamerstuk 29 521, nr. 367). Nu de Canadese helikopters operationeel zijn kan Nederland vanuit Gao tijdelijke operaties in Kidal uitvoeren. De enkele militairen die na de bovengenoemde beëindiging van de operaties in Kidal waren achtergebleven om het kamp te bewaken, zijn met het gevoelige materieel teruggetrokken uit Kidal. Indien aan de randvoorwaarden voor de inzet van de verkenningseenheid kan worden voldaan kunnen de verkenners door de Force Commander in het gehele operatiegebied van de missie tijdelijke operaties uitvoeren.

Haalbaarheid

Opstelling van betrokken partijen

Van de gewapende groeperingen die zich aan het vredesproces hebben verbonden gaat waarschijnlijk geen directe dreiging uit voor MINUSMA. Desondanks is het niet geheel uit te sluiten dat MINUSMA-eenheden direct of indirect betrokken raken bij lokale conflicten tussen deze groeperingen. Terroristische organisaties vormen de grootste bedreiging voor MINUSMA-troepen. Dit geldt ook voor Nederlandse militairen. MINUSMA is momenteel de VN-missie waarin de meeste slachtoffers zijn gevallen. Hoewel de terroristische groeperingen onder aanzienlijke druk staan door de intensieve contraterrorisme operaties van het Franse Barkhane, het Malinese regeringsleger en de regionale G5-troepenmacht, behouden ze het vermogen om tegenaanvallen uit te voeren en aanslagen te plegen. Het terroristische geweld in het afgelopen jaar was vrijwel uitsluitend gericht tegen militaire doelen. Ook vond een aanslag plaats op de Franse ambassade in Ouagadougou, de hoofdstad van Burkina Faso.

Militair vermogen

Met de Salvadoraanse MD-500 gevechtshelikopters kan de eenheid voor langeafstandsverkenning ook beschikken over escalatiedominantie en waarneming vanuit de lucht. Planmatig nemen de Salvadoraanse helikopters deze taken van de Duitse Tigre-gevechtshelikopters naar verwachting in het najaar op zich. De langeafstandverkenningseenheid beschikt daarom over aanvullende escalatie- en Intellegence, Surveillance and Reconaissance-capaciteit. Vanuit Gao ondersteunt Canada Nederland met transporthelikoptercapaciteit bestaande uit drie Chinook en vijf Griffon helikopters. De Griffon helikopters zorgen voor de bescherming van de Chinook helikopters. De redeployment operatie wordt uitgevoerd door een logistieke eenheid die zorgdraagt voor een beheerste en zorgvuldige inname van het materiaal dat terug naar Nederland zal worden getransporteerd. Gedurende de redeployment zal er geen gevechtscapaciteit benodigd zijn. Na 1 mei 2019 bestaat de Nederlandse bijdrage uit twee tot drie stafofficieren op het MINUSMA-hoofdkwartier in Bamako. Deze stafofficieren zullen blijven om de behaalde resultaten van de Nederlandse inzet en de link met de bredere inspanningen in de Sahel te bestendigen. Dit zijn individueel uitgezonden militairen die geen gevechtsoperaties uitvoeren.

Bevelsstructuur

MINUSMA bestaat uit civiele, militaire en politionele componenten. De militaire component wordt aangestuurd door de Force Commander. Hij geeft leiding aan de sectorhoofdkwartieren in Gao (Oost), Kidal (Noord), en Timboektoe (West). Bovendien is hij eindverantwoordelijk voor de inlichtingenketen. De eenheid voor langeafstandsverkenning valt onder zijn directe verantwoordelijkheid. Nederland heeft een Liaison Officer in het hoofdkwartier te Bamako gestationeerd die bewaakt of de Nederlandse operaties voldoen aan de Nederlandse voorwaarden. Deze officier fungeert ook als «red card holder» namens Nederland. Door de Directie Operaties (DOPS) van het Ministerie van Defensie wordt bij ieder ingediend operatieplan gecontroleerd of aan de randvoorwaarden voor inzet is voldaan. De redeployment vanaf 1 mei 2019 is een nationale operatie die in coördinatie met MINUSMA wordt uitgevoerd.

Risico’s

Dreiging

De algemene dreigingsniveaus voor Centraal- en Noord-Mali zijn onveranderd significant. De dreiging in Bamako wordt beoordeeld als matig. Terroristische groeperingen maken in Mali onverminderd gebruik van IED’s en blijven zich concentreren op doorgaande wegen. In de omgeving van Kidal worden IED’s gebruikt op kwetsbare punten. De dreigingsniveaus voor IED’s zijn dan ook ongewijzigd: in de regio’s Ségou, Mopti, Gao, Ménaka en Kidal wordt de dreiging beoordeeld als significant, in de regio’s Timboektoe, Taoudenni en Gao-stad als matig en in Bamako wordt de dreiging verwaarloosbaar geacht.

Veiligheid en gezondheid militairen

In navolging van het rapport «Mortierongeval Mali» van de OvV dat op 28 september 2017 werd gepubliceerd, besteedt het Nederlandse contingent in de dag- en weekrapportages aan de Directie Operaties extra aandacht aan «veiligheid». Zo is de munitieopslag en munitieveiligheid verbeterd en is begin 2018 de onderhoudsstaat van voertuigen doorgelicht. Hierna zijn maatregelen ter verbetering genomen. Ook worden operaties alleen gepland en uitgevoerd wanneer aan alle randvoorwaarden is voldaan, waaronder een gesloten medische keten. Zoals hierboven aangegeven, is uw Kamer op 27 juli jl. geïnformeerd over het besluit om de Nederlandse permanente presentie in Kidal te beëindigen, nadat in juli jl. werd geconstateerd dat het Togolese role 2-ziekenhuis niet langer voldeed aan de normen voor levensreddende chirurgie (Kamerbrief «Beëindiging operaties Kidal», referentie: Kamerstuk 29 521, nr. 367).

De rotaties in april 2019 ondervinden de grootste temperatuurverschillen met Nederland. Dat betekent voor het Redeployment Element dat er een hoger risico ontstaat op warmteletsels. Het volgen van een weloverwogen acclimatisatieprogramma is hierbij essentieel. Tot het einde van de redeployment blijft de geneeskundige ondersteuning gehandhaafd met de medische capaciteit binnen de eigen Nederlandse bijdrage in combinatie met de steun van partners in de missie.

Force Protection

Op Camp Castor in Gao zijn diverse fysieke veiligheidsmaatregelen getroffen om de effecten van indirect fire en andere dreigingen te mitigeren. De eenheid voor langeafstandsverkenning is uitgerust om robuust op te kunnen treden tegen aanvallen van gewapende groeperingen. In de omgeving Gao kan de eenheid in bijzondere omstandigheden een beroep doen op een Quick Reaction Force van MINUSMA. Daarnaast kunnen Barkhane en MINUSMA elkaars hulp inroepen voor het verlenen van bijstand bij acute en ernstige dreigings- en veiligheidssituaties (in extremis situaties).

Het verplaatsen van materieel en personeel wordt daarom primair met luchttransport uitgevoerd in het kader van de redeployment.

Nazorg

Op alle uitgezonden Nederlandse militairen zijn de geldende regelingen van toepassing. Indien noodzakelijk of gewenst, kunnen leden van een sociaal medisch team in het operatiegebied toezien op het welzijn van de militairen. De redeployment leidt niet tot een inbreuk van de uitzendbescherming van Nederlandse militairen.

Gevolgen voor de gereedheid en geoefendheid

Tot aan het beëindigen van de huidige Nederlandse inzet per 1 mei 2019 blijven de effecten op de gereedheid van de krijgsmacht gelijk aan de effecten zoals beschreven in, onder andere de inzetbaarheidsrapportage. Juist vanwege de noodzaak om de gereedheid en het voortzettingsvermogen na jarenlange intensieve inzet van de krijgsmacht op het gewenste niveau te brengen, heeft het kabinet besloten om deze missie te beëindigen. De brief «Toekomstige Nederlandse inspanningen in missies en operaties» van 15 juni jl. (Kamerstuk 29 521, nr. 363) gaat hier, in samenhang met andere missies, ook nadrukkelijk op in. Het feit dat de inzet van de langeafstandverkenning eenheid, het national support element en het contingentscommando wordt beëindigd levert een belangrijke bijdrage aan het herstel van de gereedheid van met name de Landmacht.

Na 1 mei 2019 worden geen eenheden meer gereed gesteld voor MINUSMA, waardoor de eenheden zich kunnen richten op het herstel van hun gereedheid. Vanwege andere verplichtingen, zoals de Very High Readiness Joint Task Force, en problemen met de personele vulling van eenheden, zal het herstel pas op termijn merkbaar zijn. Het materieel dat nu is ingezet, zal na een intensieve onderhoud- en herstelperiode weer terugkeren naar de organieke eenheden en daarmee weer beschikbaar zijn voor het gereedstellingsproces. De verdringingseffecten van de inzet van het redeployment element zijn zeer beperkt. Een groot deel van deze capaciteit was reeds vrijgemaakt.

Geïntegreerde toekomstige Nederlandse inzet in Mali en de bredere Sahel-regio

Zoals ook gemeld in de Kamerbrief «Toekomstige Nederlandse inspanningen in missies en operaties» (Kamerstuk 29 521, nr. 363) acht het kabinet het van belang dat waar mogelijk Nederland inzet op een geïntegreerde aanpak. Het voorkomen en duurzaam oplossen van conflicten vraagt naast militaire inzet ook een inclusieve politieke oplossing en een duurzame aanpak van grondoorzaken. Om de Nederlandse belangen te behartigen intensiveert Nederland de diplomatieke aanwezigheid ter ondersteuning van de Nederlandse inzet in de Sahel. Zo is dit jaar een ambassadekantoor geopend in Niamey (Niger) en binnenkort volgen ambassadekantoren in Ouagadougou (Burkina Faso) en in Ndjamena (Tsjaad). Zoals ook eerder in de brief vermeld, blijft Nederland ook na 1 mei 2019 en tot met 2021 enkele stafofficieren en maximaal tien politie- en KMar functionarissen inzetten in MINUSMA om zo de behaalde resultaten te bestendigen en de link met de brede Nederlandse belangen en inzet in de Sahel te waarborgen.

Toekomstige inzet op veiligheid en stabiliteit

Ook na de beëindiging van de operaties in Mali per 1 mei 2019 blijft het kabinet inzetten op veiligheid en stabiliteit in de Sahel. Deze inzet op het gebied van veiligheid is gericht op het versterken van de capaciteit van de landen in de Sahel om hun eigen veiligheid op legitieme wijze te kunnen waarborgen en veiligheidsdreigingen zoals terrorisme en irreguliere migratie tegen kunnen gaan. Inzet op het versterken van grensbeheer vormt hiervan een belangrijk onderdeel. Complementair hieraan zet Nederland in op het versterken van de strafrechtketen in de desbetreffende Sahel-landen om zo ook bij te dragen aan het tegengaan van straffeloosheid. Deze inspanningen worden nadrukkelijk in samenhang bezien.

In dit kader en zoals gemeld in de brief «Toekomstige Nederlandse inspanningen in missies en operaties» (Kamerstuk 29 521, nr. 363) heeft het kabinet besloten om zowel een personele als financiële bijdrage te leveren aan de EU-missies in de Sahel1. De personele bijdrage zal bestaan uit ongeveer 20 functionarissen. Concreet betreft het een uitbreiding van de bijdrage aan de missies EUCAP Sahel Mali en EUCAP Sahel Niger van acht naar 15 functionarissen. Deze missies richten zich op de capaciteitsversterking van de binnenlandse veiligheidssector en in het bijzonder op het versterken van grensbeheer en het tegengaan van irreguliere migratie evenals georganiseerde criminaliteit. De genoemde personele intensivering is inclusief de bijdrage aan de regionale coördinatiecel van de EU. Deze cel richt zich op het ondersteunen van de G5 en de G5-troepenmacht evenals op het coördineren van de internationale steun. Momenteel valt deze cel nog onder EUCAP Sahel Mali. In de regionaliseringsplannen van de EU is ook de mogelijke uitbreiding van deze cel voorzien evenals de mogelijke verplaatsing naar Nouakchott in Mauritanië waar ook het G5-secretariaat is gevestigd. Nederland heeft de ambitie om ook aan de EUCAP-missies in de Sahel een geïntegreerde bijdrage van zowel politie, KMar als civiele functionarissen te leveren.

Om grensbeheer te versterken ondersteunt EUCAP Sahel Niger de Nigerijnse autoriteiten bij de oprichting en operationalisering van Nigerese mobiele grensteams om de grenzen beter te kunnen bewaken. Nederland is voornemens dit initiatief gezamenlijk met Duitsland financieel te ondersteunen. Dit sluit aan bij de Nederlandse veiligheidsinzet in de Sahel, die onder andere gericht is op het tegengaan van irreguliere migratie en terrorisme door de capaciteit van de landen in de Sahel op dit punt te versterken. Ook geeft Nederland hiermee concrete invulling aan het voortzetten van de samenwerking met Duitsland in de Sahel, ook na de beëindiging van operaties in MINUSMA per 1 mei 2019 EUCAP Sahel Niger is momenteel in nauw overleg met de Nigerijnse autoriteiten en in afstemming met Nederland over de modaliteiten en verdere operationalisering van deze grensteams.

In het kader van het versterken van grensbeheer blijft Nederland in samenwerking met Frankrijk trainingen geven om in Mali documentfraude tegen te gaan. Het Experticecentrum Identiteitsfraude en Documenten van de KMar geeft hiervoor sinds november 2017 trainingen aan de Malinese douane en grenspolitie op de luchthaven van Bamako. Om het resultaat van de trainingen te bestendigen wordt ook dit project komend jaar voortgezet en uitgebreid met train the trainer activiteiten.

Daarnaast maakt een Nederlandse bijdrage van vijf militairen aan EUTM deel uit van de toekomstige inzet. Het mandaat van deze missie is gericht op het verbeteren van de capaciteit van operationele eenheden en het bevorderen van de hervorming van de commandostructuur van het Malinese leger (FAMa). EUTM traint, ondersteunt en adviseert de FAMa op het gebied van commandovoering, defensiehervormingen, logistiek en mensenrechten. Het commando van de missie wordt eind 2018 overgenomen door Duitsland. Zoals gemeld in het verslag van de informele bijeenkomst van de 27 staatshoofden en regeringsleiders van de EU en Saheltop van 23 februari jl. (Kamerstuk 21 501-20 nr. 1307) levert Nederland via de African Peace Facility van de EU een bijdrage van vijf miljoen euro ten behoeve van de operationalisering van de G5-troepenmacht en het versterken van het mensenrechtenkader.

Aanpak grondoorzaken en toezegging nadere informatie OS-projecten Mali

Nederland draagt bij aan de aanpak van grondoorzaken van beperkte sociaaleconomische perspectieven, instabiliteit en irreguliere migratie in Mali en de Sahel door middel van een geïntegreerde benadering. Er wordt ingezet op thema’s waarop Nederland een duidelijke toegevoegde waarde heeft en relevante expertise kan inzetten. Om versnippering te voorkomen sluit Nederland zoveel mogelijk aan bij bestaande initiatieven in de regio.

Het Nederlandse programma op het gebied van veiligheid en rechtsorde richt zich op het verbeteren van relaties tussen burgers en overheid met speciale aandacht voor jongeren en vrouwen, het voorkomen en tegengaan van radicalisering, goede juridische voorlichting en de versterking van de strafrechtketen. In dit kader onderzoekt Nederland mogelijkheden hoe effectieve samenwerking tussen de nationale strafrechtketens en de G5-troepenmacht kan worden bevorderd. Dit is van groot belang om grensoverschrijdende criminaliteit, waaronder migrantensmokkel, effectiever aan te pakken maar ook om juridische bewijslast te vergaren en de (mensen)rechten van verdachten te beschermen. Daarnaast versterkt Nederland in de komende jaren de inzet op het gebied van klimaatadaptatie, voedselzekerheid, duurzaam watergebruik en het tegengaan van landdegradatie en verwoestijning. Deze programma’s beogen de bevolking beter bestand te maken tegen de effecten van klimaatverandering en conflicten over schaarse natuurlijke hulpbronnen te voorkomen. In 2017 is met Nederlandse steun in 83 dorpen gewerkt aan erosiebestrijding op de akkers, wateropslag voor irrigatie en het reguleren van de trekroutes voor de kuddes vee. In totaal waren 36.664 landbouwproducenten, waaronder 17.225 vrouwen, hier direct bij betrokken. Ook zal Nederland de inzet op het gebied van jeugdwerkgelegenheid en private sectorontwikkeling verder uitbouwen, onder meer in samenwerking met het EU Trust Fund voor de Sahel. Vooral de landbouwsector biedt goede mogelijkheden voor inclusieve economische ontwikkeling. Daarnaast draagt Nederland bij aan het versterken van regionale handel met speciale aandacht voor de positie van vrouwelijke ondernemers. Tot slot is het bevorderen van seksuele en reproductieve gezondheid en rechten een belangrijk speerpunt in Mali en de Sahel. Als onderdeel van het programma kregen in 2017 1,6 miljoen Malinezen voorlichting over gezinsplanning. Over de resultaten van de gehele Nederlandse ontwikkelingssamenwerking in Mali in 2017 wordt uw Kamer nader geïnformeerd in de resultatenrapportage die u in mei 2019 toekomt.

Het Nederlandse programma is complementair aan Europese inspanningen. In EU-verband vindt ontwikkelingssamenwerking plaats via het elfde Europese Ontwikkelingsfonds (EOF), waarvan voor de periode 2014–2020 590 miljoen euro bestemd is voor Mali. Thema’s van het EOF in Mali zijn het bevorderen van de rechtsstaat, goed bestuur, voedselzekerheid, onderwijs en infrastructuur, en het versterken van het maatschappelijk middenveld. Resultaten worden in 2020 gepubliceerd door de Europese Commissie.

Nederland heeft zich sinds 9 mei jl. aangesloten bij de Sahel Alliantie, een coördinatieplatform voor donoren actief in de Sahel, geleid door Frankrijk, Duitsland, de EU, de Wereldbank, de Afrikaanse Ontwikkelingsbank en United Nations Development Programme. Doel van het platform is het vergroten van de effectiviteit door betere afstemming over interventies van de afzonderlijke donoren.

Nederland heeft het afgelopen jaar als voorzitter van de internationale donorgemeenschap in Mali nauw contact gehad met de autoriteiten. Hierin is aangedrongen op het doorvoeren van hervormingen, bijvoorbeeld op het gebied van decentralisatie en justitie. Nederland zal zich ook na de beëindiging van de bijdrage aan MINUSMA blijven inzetten voor de implementatie van het vredesakkoord met nadrukkelijke aandacht voor de rol van vrouwen en jongeren in het vredesproces en voor vredesinitiatieven op lokaal niveau. Dit sluit aan bij de verplichtingen die voortvloeien uit VN-resolutie 1325. Ook de EU onderstreepte in de Raadsconclusies over de Sahel van juni jl. de essentiële rol van vrouwen bij het waarborgen van vrede, ontwikkeling en vooruitgang en riep daarbij Sahellanden op om de rechten van vrouwen te beschermen en te bevorderen.

Toezegging schadelijke effecten van goudmijnbouw en opbrengsten Malinezen

Goud is een belangrijke delfstof in Mali, en Mali is na Zuid-Afrika en Ghana de grootste goudproducent van Afrika (ongeveer 51 ton in 2016). Het grootste gedeelte van de goudproductie komt van industriële productie, ongeveer 47 ton in 2018. In deze sector werken zo’n 13.000 mensen.

Daarnaast bestaat er kleinschalige, artisanale mijnbouw die volgens officiële cijfers 4 tot 6 ton goud per jaar produceert. Volgens de Malinese overheid zijn ongeveer 1 miljoen mensen actief in deze kleinschalige mijnbouw. Er zijn zoals u bekend inderdaad een aantal uitdagingen, waar ook Nederland in contact en samenwerking met de Malinese overheid aandacht voor vraagt. In de artisanale goudmijnbouw komen gevallen van kinderarbeid voor. Ook heeft de kleinschalige mijnbouw schadelijke effecten op het milieu. De Malinese overheid probeert kleinschalige mijnbouw te formaliseren en beter toezicht te houden op de werkzaamheden. Daarnaast poogt de Malinese overheid grote bedrijven in het kader van verantwoord ondernemen te stimuleren rekening te houden met kleinschalige mijnbouw. Uit cijfers afkomstig van rapportages in het kader van het Extractive Industries Transparancy Initiative blijkt dat bedrijven in de grootschalige goudmijnbouwsector in 2015 circa 324 miljoen dollar afdroegen aan de Malinese staat; dat is 12% van de circa 2,7 miljard dollar Malinese staatsinkomsten dat jaar. Nederland financiert geen projecten met betrekking tot goudmijnbouw in Mali.

Duur van de deelname

Per 1 mei 2019 beëindigt Nederland de operaties in Mali, gevolgd door een periode van redeployment die naar verwachting vier maanden in beslag zal nemen. Nederland zal na 1 mei 2019 en tot en met 2021 nog met maximaal tien KMar- en politiefunctionarissen en twee tot drie stafofficieren een bijdrage leveren aan MINUSMA.

De Nederlandse bijdrage van circa 20 functionarissen aan de EU-missies in de Sahel is voorzien tot en met 2021, onder voorbehoud van de EU-mandaatsverlengingen.

Financiën

De additionele uitgaven voor de Nederlandse bijdrage aan MINUSMA in 2019 zijn geraamd op 48 miljoen euro in 2019 en op 14 miljoen euro in 2020. Het betreft hier de raming voor de uitvoering van de missie tot 1 mei 2019 en de reserveringen die gedaan zijn ten behoeve van de redeployment maar ook de inzet van stafofficieren op het hoofdkwartier en UNPOL tot en met 31 december 2019 evenals de reservering voor de reset van het materieel voor 2019 en 2020. De additionele uitgaven voor de totale militaire bijdrage worden gefinancierd uit het Budget Internationale Veiligheid (BIV) voor crisisbeheersingsoperaties. De Nederlandse bijdrage van maximaal vijf militairen aan de EUTM Mali wordt gefinancierd uit het Budget Internationale Veiligheid. De personele kosten hiervan bedragen ongeveer 0,5 miljoen. De circa 15 functionarissen aan de overige EU-missies wordt voor wat betreft de inzet van civiele functionarissen gefinancierd uit de bestaande jaarlijkse reservering in het Stabiliteitsfonds. De bijdrage van Defensie wordt gefinancierd uit het BIV en is voor wat betreft de personele kosten geraamd op ongeveer 1,2 miljoen euro. De inzet van politiefunctionarissen van J&V komt ten laste van de HGIS-voorziening op de begroting van J&V.

De Minister van Buitenlandse Zaken, S.A. Blok

De Minister van Defensie, A.Th.B. Bijleveld-Schouten

De Minister voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking, S.A.M. Kaag

De Minister van Justitie en Veiligheid, F.B.J. Grapperhaus


X Noot
1

Raadpleegbaar via www.tweedekamer.nl.