Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2016-201729521 nr. 327

29 521 Nederlandse deelname aan vredesmissies

Nr. 327 BRIEF VAN DE MINISTERS VAN BUITENLANDSE ZAKEN, VAN DEFENSIE, VOOR BUITENLANDSE HANDEL EN ONTWIKKELINGSSAMENWERKING EN VAN VEILIGHEID EN JUSTITIE

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 7 oktober 2016

In overeenstemming met artikel 100 van de Grondwet, en onder verwijzing naar de artikel-100 brieven van 1 november 2013 (Kamerstuk 29 521, nr. 213) en 19 juni 2015 (Kamerstuk 29 521, nr. 293), informeren wij u hierbij over het besluit van het kabinet om ook in 2017 een bijdrage te leveren aan de United Nations Multidimensional Integrated Stabilisation Mission in Mali (MINUSMA). Tevens doen wij in deze brief twee toezeggingen gestand. Het betreft een overzicht van de humanitaire en economische situatie in Mali, toegezegd door de Minister voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking tijdens het algemeen overleg MINUSMA op 10 september 2015 (Kamerstuk 29 521, nr. 300), en de reactie van het kabinet op het Gatestone rapport (2014), toegezegd door de Minister van Buitenlandse Zaken tijdens het dertigledendebat financiering van terrorisme uit Qatar op 3 maart 2016 (Handelingen II 2015/16, nr. 60, item 8).

Op 6 juli 2016 zijn de 24-jarige korporaal Kevin Roggeveld en de 29-jarige sergeant der eerste klasse Henry Hoving door een tragisch ongeval om het leven gekomen. Een derde Nederlandse militair raakte zwaargewond. U bent hierover diezelfde dag geïnformeerd (Kamerstuk 29 521, nr. 318). Het kabinet betreurt de slachtoffers zeer en leeft mee met hun geliefden, nabestaanden en collega’s. Een onderzoek naar de toedracht is ingesteld. Uiteraard wordt u over de uitkomsten hiervan op de hoogte gesteld.

Het onderzoek naar de crash van de Apache op 17 maart 2015 is vrijwel afgerond. Zoals eerder toegezegd, wordt u binnen enkele weken van de bevindingen op de hoogte gesteld. Bij dit noodlottige ongeval kwamen de 30-jarige kapitein René Zeetsen en de 26-jarige eerste-luitenant Ernst Mollinger om het leven.

Essentie

Inhoud en resultaten Nederlandse bijdrage

Gelet op het belang van een stabiele Sahel en de centrale plaats die Mali in deze regio inneemt, zoals onlangs ook beschreven in de brief «Samenhang Nederlandse inspanningen in missies» (Kamerstukken 33 694 en 29 521, nr. 9), heeft het kabinet eind 2013 besloten een bijdrage te leveren aan de VN-missie MINUSMA.

De problematiek in Mali vraagt om een geïntegreerde benadering die zich richt op zowel de aanpak van grondoorzaken van het conflict als op het tegengaan van acute veiligheidsdreigingen. De Nederlandse bijdrage aan MINUSMA vormt een belangrijk onderdeel van de bredere inzet in Mali.

Belangrijkste taken van MINUSMA zijn de ondersteuning van de Malinese partijen bij de uitvoering van het vredesakkoord, het monitoren van het staakt-het-vuren en de bescherming van burgers. In de artikel-100 brief van 1 november 2013 (Kamerstuk 29 521, nr. 213) is uiteengezet dat de Nederlandse bijdrage in eerste instantie tot doel had MINUSMA met een specifieke bijdrage op de rails te krijgen en daarmee het welslagen van de missie te bevorderen. De Nederlandse bijdrage was gericht op het opzetten van een effectieve, duurzame en overdraagbare inlichtingencapaciteit. Hiermee werd een kritieke behoefte van de VN vervuld. De Nederlandse bijdrage aan MINUSMA is grotendeels militair, maar bevat ook een civiele component.

De samenstelling van het Nederlandse contingent is destijds mede bepaald door de Nederlandse wens een samenhangende en zelfredzame bijdrage te leveren. Ook werd onderstreept dat Nederland geen gebiedsverantwoordelijkheid zou dragen. De Nederlandse bijdrage zou voorts modulair zijn en daarmee overdraagbaar aan andere landen. De Nederlandse militairen zijn in het voorjaar van 2014 ontplooid. Naast inlichtingenvergaring, de hoofddoelstelling van de Nederlandse bijdrage, werden (en worden) Nederlandse eenheden en capaciteiten ook ingezet voor medische evacuatie, transport, escalatiedominantie voor MINUSMA-eenheden en de bescherming van burgers. In juni 2015 besloot het kabinet de Nederlandse militaire bijdrage te verlengen tot eind 2016.

Overdracht van Nederlandse taken aan andere partners in MINUSMA

Nederland spant zich al geruime tijd in om meer westerse landen bij VN-missies te betrekken. Zoals uiteengezet in de brief «Samenhang Nederlandse inspanningen in missies» (Kamerstukken 33 694 en 29 521, nr. 9) is het leveren van hoogwaardige capaciteiten aan VN-missies immers een verantwoordelijkheid van alle potentiële troepen leverende landen. Deze inspanningen werpen in MINUSMA vruchten af. In 2016 hebben Denemarken en Tsjechië een deel van de taken van de Nederlandse special forces overgenomen. Verder heeft Duitsland in 2016 de Intelligence Surveillance and Reconnaissance (ISR) compagnie en de beveiliging van kamp Castor overgenomen. Ook worden Nederlandse en Duitse logistieke eenheden en het Nederlandse contingentscommando de komende periode geïntegreerd in een Combined Joint Support Detachment. Duitsland zal deze inzet in 2017 voortzetten. Daarnaast hebben ook België, Estland en Zwitserland met kleine bijdragen de Nederlandse inzet in Mali de afgelopen periode versterkt. Als gevolg hiervan is de Nederlandse bijdrage aan MINUSMA in omvang afgenomen. In 2015 bestond de bijdrage uit 450 militairen. In 2016 is dit teruggebracht tot ongeveer 375. In 2017 zal de omvang van de complete Nederlandse bijdrage verder afnemen tot ongeveer 290 militairen. Dit past in het streven van Nederland om op verantwoorde wijze taken aan andere landen over te dragen, en is mogelijk dankzij de modulaire opzet van de Nederlandse bijdrage.

Nederlandse bijdrage MINUSMA in 2017

De afgelopen tijd is in Mali, met ondersteuning van MINUSMA, vooruitgang geboekt. Op het politieke vlak zijn belangrijke stappen gezet, vooral door de ondertekening van het vredesakkoord op 20 juni 2015 en de uitvoering daarvan door de Malinese partijen met ondersteuning van de internationale gemeenschap. Nederland bekleedt sinds de oprichting van de missie sleutelposities in MINUSMA. Zo is de Nederlander Koen Davidse plaatsvervangend hoofd van de missie, en verantwoordelijk voor politieke zaken. De vrede in Mali is echter nog broos, getuige ook de gevechten van juli jl. tussen de gewapende groepen in Kidal. Het tempo van de uitvoering van het vredesakkoord moet dan ook omhoog. Vanwege de aanhoudende dreiging vanuit jihadistische groepen blijft ook de veiligheidssituatie in Mali zorgwekkend. De aanwezigheid van MINUSMA blijft om die reden onverminderd noodzakelijk.

Bij de verlenging van het mandaat op 29 juni 2016 heeft de VN-Veiligheidsraad onderstreept dat, in een complexe omgeving zoals Mali, het van belang is dat MINUSMA met voldoende middelen is uitgerust om het mandaat te kunnen uitvoeren. De Veiligheidsraad besloot daarop het troepenplafond te verhogen tot 13.289.

Zoals bekend heeft Nederland de afgelopen jaren een grote inspanning geleverd door een effectieve, duurzame en overdraagbare inlichtingencapaciteit op te zetten. De VN heeft meerdere malen zijn waardering hiervoor uitgesproken. Ook heeft de VN bij herhaling, en nadrukkelijk, laten weten dat een Nederlandse bijdrage in 2017 zeer welkom is. Hoewel de inlichtingencapaciteit nu is opgezet, blijft betrokkenheid van Nederland in dit stadium van grote waarde. Zo heeft de missie een robuuste grondeenheid nodig in het noorden van Mali omdat de ontwikkelingen daar de voortgang van het vredesproces in hoge mate beïnvloeden. De Nederlandse inzet vindt plaats in nauwe samenwerking met de inzet van andere landen, met name Duitsland.

Mede met het oog op het strategische belang van de Sahel (irreguliere migratie en jihadistische dreiging) en de centrale rol van een stabiel Mali in deze regio, acht het kabinet het noodzakelijk om ook in 2017, naast de Nederlandse diplomatieke-en ontwikkelingsinspanningen in Mali, een militaire bijdrage aan MINUSMA te leveren. Dit is niet alleen in het belang van Mali maar ook in het belang van Europa, en daarmee Nederland. De beoogde bijdrage moet tevens worden bezien in het licht van het Franse steunverzoek van 11 december 2015, in het kader van artikel 42 lid 7 van het EU-verdrag.

De concrete Nederlandse bijdrage in 2017 bestaat uit de volgende elementen (ongeveer 290 personen):

  • een Long Range Reconaissance Patrol Task Group (hierna: eenheid voor langeafstandsverkenning);

  • een Nederlands aandeel in het Nederlands-Duitse Joint Support Detachment ter ondersteuning van Nederlandse en Duitse eenheden;

  • stafofficieren op het hoofdkwartier van MINUSMA;

  • een coördinerende rol in ASIFU met een commandant en een aantal inlichtingenanalisten;

  • een bijdrage aan United Nations Police (UNPOL) van maximaal 25 politiefunctionarissen;

  • bovenstaande bijdrage wordt aangevuld met enkele civiele experts.

De helikopters worden begin 2017 teruggetrokken. Daarbij gaat het kabinet uit van een naadloze overdracht. Nederland is hierover in gesprek met de VN en partners.

Door onder meer de jarenlange eenzijdige inzet in Afghanistan, gevolgd door MINUSMA en in combinatie met onvoldoende vlieguren om een volledig hersteltraject in te zetten, is de generieke geoefendheid van de Apache- en Chinook-vliegers bij inzet en in Nederland ernstig afgenomen. Bovendien is de uitzenddruk op het ondersteunende en technische personeel groot, met gevolgen voor het respecteren van de uitzendbescherming. Tot slot is het aantal reservedelen op dit moment niet voldoende om zowel de helikopters in de missie als die in Nederland inzetbaar te houden. Een verdere verlenging van deze inzet is dan ook niet verantwoord.

Met inachtneming van het Toetsingskader, gaan wij hieronder achtereenvolgens in op de gronden voor deelname, politieke ontwikkelingen in Mali, migratie, humanitaire situatie, mensenrechten, samenhang van de Nederlandse inzet in Mali en de regio, bilaterale inspanningen, het mandaat van MINUSMA, de organisatorische en operationele aspecten van de Nederlandse inzet, en de financiële aspecten.

Gronden voor deelname

Zoals uiteengezet in de brief «Samenhang Nederlandse inspanningen in missies» (Kamerstukken 33 694 en 29 521, nr. 9) heeft instabiliteit in regio’s grenzend aan Europa ook directe gevolgen voor onze veiligheid en economische belangen. Europa en Nederland worden daarmee dagelijks geconfronteerd. De Sahel, geplaagd door extreme armoede, klimaatverandering en tal van grensoverschrijdende problemen zoals terrorisme, criminaliteit, drugs- en wapensmokkel en irreguliere migratiestromen, is zo’n instabiele regio in de nabijheid van Europa. Mali speelt een sleutelrol in deze regio. Van oudsher komen handelsroutes en smokkelnetwerken hier samen, en deze vormen voor migranten tegelijkertijd de weg naar Europa.

In dit verband is ook de explosieve bevolkingsgroei in de Sahel-regio zorgwekkend. In deze regio verdrievoudigt de bevolking de komende dertig jaar. De vier Sahel-landen Mali, Burkina Faso, Tsjaad en Niger zullen aan het einde van deze eeuw samen meer dan 450 miljoen inwoners tellen. Deze sterke bevolkingsgroei zal niet alleen leiden tot grotere armoede voor de bevolking, maar zal onvermijdelijk ook gevolgen hebben voor Europa als de regio niet stabiel is. Het Kabinet hecht dan ook belang aan structurele investeringen in de sociaal economische ontwikkeling en stabiliteit van Mali en de bredere Sahel en zet hier via het Nederlandse ontwikkelingsprogramma op in.

In 2012 brak in Mali een burgeroorlog uit en namen jihadisten de gewapende opstand van Touareg-groeperingen in het noorden van Mali over. Zonder interventie van de Fransen en de aansluitende VN-missie MINUSMA was Mali onder de voet gelopen en in chaos beland. Jihadisten zouden voorts vrij spel gehad hebben op een strategische locatie tussen gebieden waar jihadisten reeds voet aan de grond hadden (en hebben) gekregen, te weten Boko Haram in Nigeria en ISIS in Libië. Daarmee zouden zij in de gelegenheid zijn geweest om in Mali te werken aan een verdere versterking en uitbreiding van terroristische capaciteiten, met alle risico’s van dien voor de regio en voor Europa.

Door de inzet van de internationale gemeenschap, MINUSMA in het bijzonder, is er de afgelopen tijd in Mali vooruitgang geboekt. Er is een vredesakkoord gesloten, er is een sterke afname van gevechten tussen gewapende groepen, een toename van economische ontwikkeling en de veiligheidssector in Mali is versterkt. Vanwege het gebrek aan staatsgezag en poreuze grenzen beschikken jihadisten echter nog altijd over bewegingsvrijheid in het noorden van het land. Voorkomen moet worden dat zij in Mali weer vaste voet aan de grond krijgen en dat het land opnieuw vervalt tot een onbeheersbare staat, een uitvalsbasis wordt voor terroristische aanslagen op het Westen en door de ontstane chaos in Mali een extra aanzuigende werking krijgt als transitland voor massamigratie via Libië naar Europa. MINUSMA speelt samen met de Franse Barkhane-missie een cruciale rol bij de stabilisatie van het land en moet robuust genoeg zijn om die rol te kunnen vervullen. Europese betrokkenheid is derhalve van groot belang.

Een stabiel Mali draagt bij aan veilige buitengrenzen aan de zuidkant van Europa en het indammen van de migrantenstroom via het centrale deel van de Middellandse Zee. Mede dankzij de belangrijke stabiliserende rol van MINUSMA zijn inmiddels meer dan 400.000 ontheemden en 16.000 vluchtelingen teruggekeerd naar Noord-Mali. Wel is het van groot belang om de grondoorzaken van instabiliteit te blijven aanpakken, in het bijzonder door het creëeren van perspectief voor de snel groeiende groep jongeren in Mali en de bredere Sahel regio.

Politieke ontwikkelingen

Na de ondertekening van het vredesakkoord in juni vorig jaar is het vredesproces in Mali met vallen en opstaan verlopen. Onderhandelingen, overeenkomsten en tijdelijke impasses volgen elkaar op. De ondertekenaars voeren overleg over de uitvoering van het akkoord in het Comité de Suivi de l’Accord (CSA), onder toeziend oog van MINUSMA, Algerije en andere internationale partners. De resultaten op het gebied van decentralisatie, verzoening en demobilisatie zijn essentieel, maar vereisen effectieve uitvoering.

Op politiek vlak bereikten de Malinese regering en gewapende groepen een doorbraak toen zij op 14 juni jl. een overeenkomst sloten over de installatie van lokale interim-besturen die uiteindelijk verkiezingen moeten gaan organiseren. President Keita benoemde bovendien een Hoge Vertegenwoordiger als zijn adviseur voor de implementatie van het akkoord en gouverneurs voor de nieuwe regio’s die na een herindeling zijn gecreëerd. Ook de nationale Waarheids- en Verzoeningscommissie is sinds het voorjaar operationeel. In de commissie zijn gewapende groepen, regering en oppositie vertegenwoordigd. De bouw van bases voor demobilisatie, ontwapening en re-integratie van strijders van gewapende groepen is begonnen.

Tegelijkertijd zijn er de nodige problemen ontstaan in de uitvoering van het vredesakkoord. In Kidal duren conflicten tussen gewapende groepen over machtsdeling voort. In de zomer ontstonden gevechten in en rondom de stad, waardoor interim-besturen nog niet zijn geïnstalleerd. Ook de verwevenheid van noordelijke gewapende groepen en jihadistische groepen vormt een belemmering voor het herstel van de rechtsorde en stabiliteit. Er is nog geen vastomlijnd plan voor de terugkeer van het Malinese leger in alle delen van het noorden. Daarnaast komen de gewapende groepen nog niet over de brug met lijsten van strijders voor demobilisatie. De regering van Mali dient te investeren in de snelle uitvoering van de hervormingen.

Uiteraard is het van groot belang dat de eerder genoemde resultaten een vervolg krijgen en dat het vredesproces niet wordt gegijzeld door lokale conflicten, zoals in Kidal. De aanhoudende dreiging van jihadistische groeperingen, onlangs ook in centraal Mali, en de gebrekkig functionerende overheid tonen het belang van spoedige en volledige uitvoering van cruciale onderdelen van het akkoord. Voor vrede en stabiliteit op langere termijn is onder andere de duurzame hervorming van bestuur, rechtsorde en de veiligheidssector nodig. Het vredesproces moet dus meer zijn dan een tijdelijke regeling of wapenstilstand tussen regering en gewapende groepen. Nederland ondersteunt dan ook initiatieven om de betrokkenheid van vooral jongeren en vrouwen bij de uitvoering van het vredesakkoord te versterken.

Diplomatieke inzet

De internationale gemeenschap uit in toenemende mate haar zorgen over de gebrekkige voortgang van het vredesproces. Ook Nederland speelt een actieve diplomatieke rol en onderstreept in diverse fora (VN, EU) en bilaterale contacten dat Malinese partijen hun verantwoordelijkheid voor de uitvoering van het vredesakkoord en duurzame hervormingen moeten nemen. Nederland dringt er bij de Malinese autoriteiten tevens op aan om in een serieuze dialoog te treden met de gemeenschappen in de noordelijke en centrale regio’s, mede in het licht van de recent toenemende instabiliteit in centraal-Mali. Het kabinet beklemtoont de eerder genoemde boodschappen ook in consultaties met regionale partners. Zo sprak de Minister van Buitenlandse Zaken in Den Haag met zijn Algerijnse collega (tevens voorzitter van de CSA) en de Tsjadische Minister van Buitenlandse Zaken. Tegenover internationale partners onderstreept Nederland eveneens het belang van voldoende capaciteiten voor MINUSMA, zodat de missie over voldoende middelen kan beschikken om het mandaat uit te voeren. Op initiatief van Nederland onderzoekt de VN de mogelijkheid om voor schaarse capaciteiten een rotatieschema op te stellen, zodat landen van te voren weten waar ze aan toe zijn.

Veiligheid

Recente incidenten, onder meer tussen het regeringsgezinde Platform en de overwegend separatistische Coordination des Mouvements de l’Azawad (CMA), hebben de spanningen tussen de verschillende groepen in met name de regio Kidal doen oplopen.

Daarnaast plegen terroristische organisaties zoals al-Murabitun, Ansar al-Dine en Al-Qa’ida in de Islamitische Maghreb (AQIM) aanslagen in het noorden van Mali. Deze aanslagen richten zich op doelen in de Malinese veiligheidssector, MINUSMA en de Franse Barkhane-missie. Regelmatig worden MINUSMA-konvooien aangevallen. Op 31 mei jl. is een drieledige aanval uitgevoerd in Gao-stad, waarbij onder andere een MINUSMA-kamp (niet zijnde kamp Castor) het doelwit was. Ook de hoofdstad Bamako kent nog altijd een dreiging van terroristische groeperingen, zoals al-Murabitun en AQIM.

In Midden- en Zuid-Mali worden eveneens aanslagen gepleegd, waarbij voornamelijk Malinese eenheden het doelwit zijn. Zo voerden geradicaliseerde leden van de Peul-bevolkingsgroep, met steun van AQIM, 19 juli jl. een aanval uit op een basis van het Malinese leger in Nampala. Hierbij kwamen 21 militairen om het leven en raakten meer dan 35 militairen gewond. In Midden-Mali zijn de spanningen tussen etnische groeperingen toegenomen.

Migratie

Nederland onderzoekt of het mogelijk is het Expertisecentrum Identiteitsfraude en Documenten (ECID) van de KMAR in Mali in te zetten. Het ECID zou Malinese functionarissen kunnen opleiden om valse paspoorten te kunnen onderscheiden, een belangrijke schakel in de keten ter bestrijding van illegale migratie. Uw Kamer zal op korte termijn worden geïnformeerd over de uitkomsten van dit onderzoek en de concrete uitwerking.

Het overgrote deel van de migratiestromen in de Sahel en West-Afrika, naar schatting zo’n 85 procent, beperkt zich tot de regio zelf. Irreguliere migratie naar Europa betreft vooral de oversteek vanuit Libië, en voor een klein deel Egypte, via de Centraal Mediterrane route. In 2015 waagden zo’n 153.000 mensen via deze route de oversteek naar Europa. De alternatieve Westelijke Mediterrane Route, via Marokko, heeft de laatste jaren sterk aan betekenis verloren na de gezamenlijke inzet van de Senegalese, Marokkaanse, Mauritaanse en Spaanse autoriteiten.

De aanpak van irreguliere migratiestromen vergt een brede, geïntegreerde inzet. Nederland richt zich hierbij op het bestrijden van smokkelnetwerken, het verbeteren van opvang in de regio, eerdere screening en registratie van migranten en het maken van afspraken met Afrikaanse landen over terugkeer. Nederland heeft ook oog voor het aanpakken van grondoorzaken van migratie. De economische component is daarbij essentieel. Met het oog daarop levert Nederland ook in Mali bij aan het bieden van perspectief via lokaal ondernemerschap en werkgelegenheid via onder andere het «Local Employment in Africa for Development» (LEAD) programma.

Zoals gemeld in de brief «Samenhang Nederlandse inspanningen in missies» (Kamerstukken 33 694 en 29 521, nr. 9) is Mali een belangrijk doorgangsland op de Centraal Mediterrane Route. In april jl. bezocht Minister Koenders Mali om namens de Hoge Vertegenwoordiger van de EU afspraken te maken over betere samenwerking op het gebied van grensbeheer, de aanpak van grondoorzaken en de terugkeer van irreguliere migranten vanuit Europa naar hun land van herkomst. De Hoge Vertegenwoordiger werkt momenteel aan Migration Compacts, dat wil zeggen specifiek op landen toegespitste pakketten, waarin alle bestaande maatregelen met betrekking tot migratie, de aanpak van grondoorzaken en mensensmokkel, grensbewaking en terugkeer, die aan derde landen worden aangeboden. De prioriteit van de EU ligt nu bij vijf landen, waaronder Mali.

Via het EU Trust Fund ondersteunt Europa de aanpak van grondoorzaken van migratie, het beschermen van migranten en een verbeterde samenwerking op het gebied van regionale veiligheid. Nederland heeft 15 miljoen euro aan dit fonds bijgedragen, waarvan 3 miljoen euro bestemd is voor de Sahel- en Tsjaadmeer-regio. Nederland beslist in Europees verband mee over de besteding van deze middelen. Nederland heeft een voorstel ter waarde van 15,5 miljoen euro ingediend gericht op het verbeteren van de jeugdwerkgelegenheid in Mali. Mede dankzij de brede Nederlandse inzet in Mali, zowel op het gebied van veiligheid als ontwikkeling, wordt Nederland nauw betrokken bij de onderhandelingen over het EU Migration Compact met Mali.

Naast de bijdrage aan MINUSMA en bovengenoemde initiatieven, draagt Nederland via regionale programma’s en bijdragen aan EU-missies in de Sahel tevens bij aan capaciteitsopbouw op het gebied van veiligheid in Mali en de bredere Sahel-regio (zie regionale aanpak, pagina 10). Hiermee streeft Nederland naar de versterking van de capaciteiten in de landen zelf om onder andere irreguliere migratie tegen te gaan.

Humanitaire situatie

De humanitaire situatie in Mali blijft vooral in het noorden zorgelijk. Er is een tekort aan basisvoorzieningen zoals water, elektriciteit, gezondheidszorg en onderwijs. Drie miljoen van de in totaal zeventien miljoen Malinezen worden geconfronteerd met voedselonzekerheid; 423.000 mensen zijn afhankelijk van voedselhulp. Ondanks de forse terugkeer van vluchtelingen en ontheemden, waren er in augustus 2016 nog altijd zo’n 39.182 Internally Displaced Persons (IDP’s) in Mali, en 134.058 Malinese vluchtelingen in Burkina Faso, Mauritanië en Niger.

Nederland verstrekt ongeoormerkte bijdragen aan internationale noodhulporganisaties en fondsen die in Mali actief zijn. In 2016 heeft Nederland bijgedragen geleverd aan het Central Emergency Response Fund (CERF), het International Committee of the Red Cross (ICRC), het World Food Program (WFP), de United Nations High Commissioner for Refugees (UNHCR), het United Nations Children Fund (UNICEF) en het Office for the Coordination of Humanitarian Affairs (OCHA). De bijdragen zijn bestemd voor basisbehoeften zoals tenten, voedselhulp, gezondheidszorg, water en onderwijs. Door ongeoormerkte bijdragen te verstrekken kunnen organisaties het geld inzetten waar de humanitaire noden het hoogst zijn. Nederland levert ook via de EU bijdrage aan humanitaire hulp voor Mali.

Mensenrechten

De mensenrechtensituatie in Mali blijft zorgwekkend. De afgelopen periode zijn mensenrechtenschendingen gepleegd door de Coördinatie, het Platform, terroristische groeperingen en de Malinese veiligheidstroepen (leger en politie). Hierover is gerapporteerd door onder andere MINUSMA. Ook is het proces tegen Sanogo, de leider van de staatsgreep in 2012 en zijn mede-coupplegers, nog niet begonnen. Wel heeft de Minister van Justitie en Mensenrechten samen met MINUSMA maandelijks overleg ingesteld om de gerapporteerde mensenrechtenschendingen te bespreken.

Op 24 augustus jl. eindigde het proces bij het Internationaal Strafhof in Den Haag tegen Ahmad al Faqi Al Mahdi. Het betrof het eerste proces bij het Strafhof inzake aanklachten van vernieling van cultureel erfgoed. Op 27 september jl. is Al Mahdi veroordeeld tot negen jaar celstraf wegens de vernieling van middeleeuwse tombes van Sufi-heiligen en het Sidi Yahya mausoleum in Timboektoe.

Samenhang

Zoals eerder in deze brief gemeld vraagt de problematiek in Mali om een brede, geïntegreerde benadering, gericht op zowel de aanpak van grondoorzaken van het conflict als het tegengaan van acute veiligheidsdreigingen. De Nederlandse inzet in Mali bestaat daarom uit een combinatie van multilaterale en bilaterale bijdragen op het gebied van veiligheid, stabiliteit en ontwikkeling. De bijdrage aan MINUSMA moet derhalve worden bezien in samenhang met de Nederlandse steun voor andere regionale veiligheidsinitiatieven, zoals EU-missies, UNODC en grensbeheerprojecten, en het bilaterale OS-programma. Met de bijdrage aan MINUSMA geeft Nederland een belangrijke impuls aan de effectiviteit van de missie. Hierdoor steunt Nederland de uitvoering van het vredesakkoord en de bevordering van de stabiliteit in Mali en de regio, en helpt Nederland de Malinese regering om op termijn de problemen weer zelf het hoofd te bieden. Naast de militaire component bestaat de Nederlandse bijdrage aan MINUSMA momenteel uit een personele bijdrage aan UNPOL, twee civiele adviseurs en een Nederlandse genderexpert.

Bilateraal OS-programma

Mali is een van de vijftien partnerlanden. Het Nederlandse bilaterale programma bestaat uit drie speerpunten: veiligheid en rechtsorde, water, en seksuele en reproductieve gezondheid en rechten. Via het Veiligheid en Rechtsorde programma ondersteunt Nederland het vergroten van de toegang tot recht en het versterken van het rechtssysteem. Met Nederlandse steun zijn in Noord-Mali raden georganiseerd waarin aanklagers, rechters, politie en NGO’s gezamenlijk bepalen wat nodig is om het rechtssysteem in de noordelijke regio’s te herstellen. Het Veiligheid en Rechtsorde programma is deels gekoppeld aan MINUSMA via de Nederlandse bijdrage aan het MINUSMA Trustfund; hieruit wordt een aantal projecten gefinancierd in de justitiesector in Noord-Mali die snelle en zichtbare resultaten opleveren, zoals de renovatie van rechtbanken.

Het waterbeheerprogramma richt zich op het duurzame beheer van de afnemende hoeveelheden water, zodat mens en dier blijvend in hun voedselbehoefte kunnen voorzien, ondanks de effecten van toenemende bevolkingsdruk en klimaatsverandering. Met Nederlandse steun worden lokale conflicten over land- en watergebruik opgelost.

Respect voor de rechten van vrouwen en betere gezondheidsdiensten bieden meer perspectief op ontwikkeling. Via het speerpunt Seksuele en Reproductieve Gezondheid en Rechten (SRGR) voert Nederland onder andere programma’s uit om traditionele en religieuze leiders, vrouwen- en jeugdgroepen, slachtoffers, en overheidsdiensten in onder andere Segou, Mopti, en Timbuktu te mobiliseren en te informeren over gevoelige thema’s zoals kindhuwelijken, vrouwenbesnijdenis en geweld tegen vrouwen. Het doel is dergelijke praktijken te voorkomen. Ook heeft het Nederlandse programma vrouwelijke slachtoffers in staat gesteld om rechtszaken aan te spannen tegen daders van seksueel geweld.

Regionale aanpak

Problemen zoals irreguliere migratie, terrorisme en grensoverschrijdende criminaliteit beperken zich niet tot landsgrenzen en vragen om een regionale aanpak. Nederland hecht veel belang aan regionale samenwerking in de Sahel en levert een financiele bijdrage van 300.000 euro aan capaciteitsopbouw van de G5-Sahel, te weten Mali, Mauritanië, Niger, Tsjaad en Burkina Faso. Deze landen komen met regelmaat bijeen. Dit heeft onder andere geleid tot gezamenlijke grenspatrouilles met ondersteuning van Barkhane. Tevens wordt een beveiligd systeem opgezet om inlichtingen te delen. Daarnaast draagt Nederland één miljoen euro bij aan het Sahelprogramma van UNODC (United Nations Office on Drugs and Crime) dat zich richt op het ondersteunen van overheden in de regio in de strijd tegen grensoverschrijdende criminaliteit, in het bijzonder drugs- en mensensmokkel, onder andere door het versterken van hun onderlinge samenwerking. Voorts draagt Nederland 500.000 euro bij aan een programma gericht op het verbeteren van grensbeheer in het grensgebied van Mali, Burkina Faso en Niger. Naast de bovengenoemde programma’s levert Nederland ook personeel aan de EU-missies EUCAP Sahel Mali (maximaal acht functionarissen) en EUTM Mali (een onderofficier). EUCAP Sahel Mali heeft operationele taken toebedeeld gekregen in het kader van het tegengaan van irreguliere migratie (zoals grensbeheer, bestrijden van mensensmokkel). Zowel EUCAP Sahel Mali als EUTM onderzoekt de mogelijkheden om op termijn de missies open te stellen voor landen in de regio om zo regionale capaciteitsopbouw in het kader van veiligheid te bevorderen.

Mandaat MINUSMA

Op 29 juni jl. verlengde de VN-Veiligheidsraad het mandaat van de missie met een jaar tot 30 juni 2017 (VN-resolutie 2295). Deze verlenging vormt tevens de rechtsgrondslag voor de missie. In het mandaat van MINUSMA worden de volgende prioritaire taken benoemd:

  • 1) ondersteunen van de Malinese partijen bij de uitvoering van het vredesakkoord, waaronder het herstel van staatsgezag, monitoren van het staakt-het-vuren en versterken van de veiligheidssector in Mali;

  • 2) herstel van publieke diensten en verzoening;

  • 3) bescherming van burgers en stabilisatie;

  • 4) verbeteren en beschermen van mensenrechten;

  • 5) beschermen van cultureel erfgoed.

Een belangrijk nieuw element in het verlengde mandaat is een verhoging van het troepenplafond met 2.500 militairen tot 13.289 militairen en maximaal 1.920 politiefunctionarissen. Hiermee krijgt de missie een robuuster karakter en is zij in staat het mandaat uit te voeren onder de complexe omstandigheden in Mali. In dit kader heeft de VN-Veiligheidsraad de Troop Contributing Countries (TCC’s) tevens opgeroepen om goed getrainde troepen en hoogwaardige capaciteiten beschikbaar te stellen.

Migratie

In de preambule van het mandaat van MINUSMA wordt eveneens het belang van het tegengaan van mensensmokkel en irreguliere migratiestromen onderstreept. Nederland heeft hierop aangedrongen. Door de huidige migratiecrisis staat dit onderwerp nu ook binnen de VN hoog op de agenda. Zowel binnen de inlichtingenketen van de missie als in de United Nations Police (UNPOL) wordt actief aandacht aan deze problematiek besteed. Daarnaast is het van belang dat de inzet op het gebied van training en ondersteuning van politie, justitie en douane in grensregio’s in de Sahel wordt geïntensiveerd. Nederland levert, zoals eerder beschreven, ook bijdragen aan deze programma’s.

Bescherming burgers

Om burgers te kunnen beschermen, voert MINUSMA samen met de Malinese politie dagelijks patrouilles uit in stedelijke gebieden. Ook voert MINUSMA lange-afstandspatrouilles uit om het geweld in afgelegen gebieden te monitoren en te stoppen. Het verzamelen en analyseren van inlichtingen is ook van belang voor het preventief beschermen van burgers. De United Nations Mine Action Service (UNMAS) heeft inmiddels ruim 15.000 Malinezen voorgelicht over het gevaar van explosieven. In samenwerking met UNMAS heeft MINUSMA inmiddels meer dan 300 ton wapens en explosieven in beslag genomen en vernietigd.

Gender

Om tot een evenwichtige en inclusieve uitvoering van het akkoord te komen, is de deelname van vrouwen aan de uitvoeringscommissies van het vredesakkoord van belang. MINUSMA zet zich hiervoor in, in samenwerking met andere (internationale) organisaties en de Malinese overheid. Ook ondersteunt MINUSMA de Malinese autoriteiten bij de uitvoering van het Malinese Actieplan op basis van VN-resolutie 1325 over vrouwen, vrede en veiligheid. Dit actieplan is in Mali op 14 januari jl. gelanceerd.

Deelnemende landen

Naast Nederland leveren momenteel onder andere België, Denemarken, Duitsland, Estland, Tsjechië, Zweden en Zwitserland een bijdrage aan MINUSMA. Andere landen die op dit moment aan de missie deelnemen zijn onder andere Bangladesh, Benin, Burkina Faso, Cambodja, China, Egypte, Ghana, Guinee, Indonesie, Niger, Noorwegen, Pakistan, Togo en Tsjaad.

Invloed

Sinds de oprichting van MINUSMA bekleedt Nederland een aantal sleutelposities in de missie, zowel civiel als militair. Zo is de Nederlandse diplomaat Koen Davidse Plaatsvervangend Speciale Vertegenwoordiger van de Secretaris Generaal. Ook heeft Nederland momenteel een gender-expert als tijdelijk hoofd van de gender unit binnen MINUSMA in de missie geplaatst. Op militair niveau levert Nederland een kolonel in de functie van Deputy Chief of Operations en ongeveer tien militaire staffunctionarissen. De internationale inlichtingenafdeling van MINUSMA, de All Sources Information Fusion Unit (ASIFU), staat onder Nederlands bevel.

Nederlandse militaire bijdrage aan MINUSMA

Bijdrage 2016

De Nederlandse bijdrage aan het militaire deel van MINUSMA bestond begin 2016 uit de Intelligence Surveillance Reconnaissance (ISR) compagnie, het helikopterdetachement (vier Apache- en drie Chinook-helikopters), de Special Operations Land Task Group (SOLTG), het Joint Support Detachement, ongeveer tien functionarissen in het hoofdkwartier van de All Sources Information Fusion Unit (ASIFU), en nog een aantal stafofficieren. Het voornaamste doel van deze inzet was het opzetten van een effectieve, duurzame en overdraagbare inlichtingencapaciteit.

Overdracht

Zoals reeds vermeld in de artikel 100-brief over de verlenging van het mandaat tot eind 2016, spant Nederland zich in om taken van de Nederlandse eenheden over te dragen. In de «Voortgangsrapportage MINUSMA» van 18 december 2015 (Kamerstuk 29 521, nr. 309) bent u reeds geïnformeerd over de komst van een human intelligence team uit Estland, ter vervanging van een Nederlands team in de ISR-compagnie. En zoals in deze voortgangsrapportage werd aangekondigd, heeft Duitsland in juni 2016 de gehele ISR-compagnie in Gao overgenomen. In februari jl. nam Duitsland reeds de beveiliging van kamp Castor over. Duitsland levert ook een groeiende bijdrage aan de instandhouding van kamp Castor. Het Joint Support Detachement wordt daartoe omgevormd tot het Combined Joint Support Detachement (CJSD). Tsjechische en Deense special forces hebben vanaf het voorjaar van 2016 tijdelijk een deel van de Nederlandse special forces in de SOLTG vervangen. Zij vertrekken respectievelijk eind november en medio december 2016. Als gevolg van deze overdracht van taken is het aantal Nederlanders in MINUSMA in de loop van 2016 teruggebracht tot ongeveer 375 Nederlandse militairen in Mali. Het Duitse contingent bestaat uit ruim 600 militairen.

Duitsland is hiermee onze belangrijkste partner in Mali. Zoals opgemerkt in de brief «Samenhang Nederlandse inspanningen in missies» (Kamerstukken 33 694 en 29 521, nr. 9), is de Duits-Nederlandse samenwerking een belangrijke leidraad voor de militaire inspanningen die ons land levert. Nederland is preferred partner van Duitsland en andersom is dat evenzeer het geval. De samenwerking en wederzijdse inzet in Mali moet dan ook in dit licht worden gezien. Behalve in Mali werken Nederland en Duitsland ook nauw samen in Irak, Afghanistan en in de Egeïsche en Middellandse Zee. Bovendien zal de Nederlandse bijdrage aan de Enhanced Forward Presence van de NAVO in Litouwen ook in samenwerking met Duitsland worden geleverd.

Met het overdragen van de ISR-compagnie heeft Nederland een eenheid met een belangrijke rol in de inlichtingentaak overgedragen. Niettemin blijft het inlichtingendomein voor de overige onderdelen nog steeds de belangrijkste taak. Zo treedt ook de SOLTG op als sensor en verzameld zij informatie die op het hoofdkwartier van ASIFU worden verwerkt tot inlichtingenproducten. Nederland heeft het commando over dit hoofdkwartier en vult daarnaast ongeveer tien functies in de staf en analyse-eenheid. Hiermee levert Nederland dus nog steeds een belangrijke bijdrage aan de inlichtingenketen.

Nederlandse militaire bijdrage in MINUSMA in 2017

Het kabinet heeft besloten om in 2017 de SOLTG te vervangen door een eenheid voor langeafstandsverkenning, de Long Range Recce Patrol Task Group (LRRPTG). De ervaringen van de afgelopen jaren met de SOLTG hebben de waarde bewezen van een dergelijke robuuste verkenningscapaciteit. Binnen de VN is dit breed erkend. Daarbij leren de ervaringen dat de inlichtingentaken in deze omstandigheden geen specifieke special operations deskundigheid vereisen, maar dat deze ook door andere eenheden kunnen worden uitgevoerd. Dit maakt het mogelijk om de hoge en eenzijdige belasting van de schaarse special forces capaciteit te verminderen, en deze in staat te stellen hun bredere inzetbaarheid weer op peil te brengen. De taak wordt derhalve overgenomen door lichte infanterie-eenheden die dezelfde inlichtingentaken kunnen uitvoeren en over voldoende escalatiedominantie beschikken om zichzelf ook zonder steun van gevechtshelikopters te kunnen beschermen.

De nieuwe eenheid combineert de kwaliteiten van een luchtmobiele eenheid met die van een Brigade Verkennings Eenheid (BVE) en is in staat om langeafstandverkenningen uit te voeren, inlichtingen te vergaren, speciale escortes uit te voeren en contacten te leggen met de lokale bevolking. Daarnaast is de eenheid in staat om de inzet van andere eenheden, zoals vuursteuneenheden, te ondersteunen door doelen aan te wijzen of hun komst voor te bereiden.

Buiten het scala aan taken die de eenheid voor langeafstandsverkenning kan uitvoeren, is de eenheid goed uitgerust met geavanceerde waarnemingsmiddelen optiek en robuuste vuursteunmiddelen. Daarbij is rekening gehouden met onder andere extra inlichtingen-, logistieke en EOD-capaciteit voor de eigen beveiliging en met het verlies van de capaciteiten van de helikoptereenheden. De eenheid, die hiermee qua uitrusting en veelzijdigheid voor MINUSMA bijzonder waardevol is, kan in 2017 in drie rotaties volgens de geldende uitzendnormen worden uitgezonden. De aanwezigheid van medische evacuatiecapaciteit is een voorwaarde voor de inzet van Nederlandse troepen. Dat geldt ook voor de inzet van langeafstandverkenners in MINUSMA.

Zoals reeds uiteengezet, heeft de intensieve inzet van helikopters in verschillende missies een groot beslag gelegd op deze capaciteit. Hier heeft het kabinet bij het vorige verlengingsbesluit al op gewezen. Naast de huidige inzet in MINUSMA kunnen op dit moment onvoldoende vlieguren worden gegenereerd om voldoende crews op te leiden, zelfs voor het beperkte aantal taken dat ze in deze missie moeten kunnen uitvoeren. Ook is er vanwege grote tekorten (oplopend tot ruim 50 procent) sprake van een te grote druk op specifieke categorieën technisch personeel en van grote beperkingen in de instandhouding van de helikopters in Nederland. Hierdoor ontstaat een vicieuze cirkel, waarin de materiële inzetbaarheid van de helikopters en het aantal vlieguren dat voor de training in Nederland kan worden geproduceerd voortdurend afneemt. Een verdere verlenging van deze inzet na begin 2017 is dan ook niet verantwoord.

Nederland heeft intensief contact met partnerlanden in de zoektocht van de VN naar een alternatief voor de Nederlandse inzet. De terugtrekking van het Nederlandse helikopterdetachement is noodzakelijk om helikopterbemanningen weer volledig inzetbaar te maken (de Full Combat Ready status) en problematiek bij het specialistisch personeel aan te pakken. Dit hersteltraject zal ongeveer twee jaar in beslag nemen.

Nederland blijft, mede op verzoek van Duitsland, een rol spelen bij de instandhouding van kamp Castor. Hiertoe wordt ook in 2017 een bijdrage geleverd aan het Combined Joint Support Detachment (CJSD). Daarnaast zal Nederland opnieuw een aantal stafofficieren plaatsen in het militaire hoofdkwartier van MINUSMA.

Nederland heeft een leidende rol gespeeld bij de oprichting van ASIFU. De ervaringen met ASIFU hebben bij de VN inmiddels geleid tot een verandering in het denken over het gebruik van inlichtingen in VN-missies. Nederland heeft de VN hierbij op verschillende manieren ondersteund. Afgelopen juni organiseerde Nederland hierover een expertmeeting in New York. Ook financiert Nederland de ontwikkeling van een beveiligd VN-netwerk, ter vervanging van het netwerk dat Nederland nu zelf aan de missie heeft geleverd. Tevens levert Nederland expertise voor de totstandkoming van een VN-handboek over het gebruik van inlichtingen in VN-missies. Hiermee heeft Nederland, als innovatieve speler, het gebruik van inlichtingen in de VN op de kaart gezet en het concept verder ontwikkeld. Nederland wil de ondersteuning van de VN-brede ontwikkeling van inlichtingen in de toekomst voortzetten.

Gebruikmakend van de nieuwe inzichten die deze ontwikkeling heeft opgeleverd, heeft de VN besloten ASIFU verder te integreren in de structuur van MINUSMA. De plannen voor deze aanpassing worden besproken met de landen die momenteel een bijdrage leveren aan ASIFU. Nederland is intensief bij dit overleg betrokken en pleit ervoor de sterke punten van ASIFU ook in een nieuwe opzet te waarborgen. Het betreft vooral de samenwerking met de civiele delen van de missie en het behoud van operationele inlichtingen. Nederland heeft het voornemen om in 2017 analisten en stafofficieren te blijven leveren voor de inlichtingencomponent van MINUSMA, ook als deze in de staf van de Force Commander gaan opereren in plaats van in ASIFU.

Met deze militaire bijdrage aan MINUSMA blijft ook in 2017 het zwaartepunt liggen op het verzamelen en analyseren van inlichtingen voor de missie, hoewel in een bescheidener rol dan voorheen. Nederland heeft in 2017 dan twee van de drie hoofdmodules aan andere landen overgedragen, te weten de ISR-compagnie en het helikopterdetachement. In 2017 zal Nederland ongeveer 290 militairen in Mali inzetten.

Haalbaarheid

Opstelling van de conflictpartijen ten opzichte van MINUSMA

Terroristische organisaties vormen de grootste bedreiging voor MINUSMA-troepen. Dit geldt ook voor Nederlandse militairen. MINUSMA is momenteel de VN-missie waarin de meeste slachtoffers zijn gevallen. Naast de onverminderde wil om aanslagen te plegen, nemen de capaciteiten van deze organisaties toe, vooral omdat zij meer samenwerken dan voorheen. Zo heeft de hernieuwde samenwerking tussen AQIM en al-Murabitun geleid tot aanslagen op hotels in Burkina Faso, Ivoorkust en Mali. Ook de meervoudige aanslag in Gao van 31 mei jl. is het werk van deze groeperingen. Daarbij wordt over en weer gebruik gemaakt van capaciteiten van separatistische en/of regeringsgezinde groeperingen.

Van de gewapende groeperingen die zich aan het vredesproces hebben verbonden gaat, anders dan van de terroristische groeperingen, waarschijnlijk geen directe dreiging uit voor MINUSMA. Desondanks is het niet geheel uit te sluiten dat MINUSMA-eenheden direct of indirect betrokken raken bij lokale conflicten tussen deze groeperingen.

Klimaat en terreinomstandigheden

In Mali vormen de hoge temperatuur en de stof- en zandrijke omgeving een zware belasting voor het personeel en het materieel. Inmiddels is er voldoende ervaring opgebouwd, waardoor de personele en materiele inzetbaarheid gewaarborgd is. De slijtage van het materieel blijft niettemin een aandachtspunt in Mali. Door de extreme omstandigheden slijt het materieel sneller dan elders. De extra kosten voor het garanderen van de inzetbaarheid van het materieel zijn gevalideerd en opgenomen in de financiële raming. Het werk in Mali blijft bijzonder zwaar voor het personeel van Defensie. Door het (medisch) acclimatiserings- en voorbereidingsprogramma en het accommoderen van personeel in geconditioneerde woon- en werkcontainers zijn de omstandigheden over het algemeen werkbaar.

Militair vermogen

De samenstelling van de Nederlandse capaciteiten is onverminderd toereikend voor de taken die in 2017 in MINUSMA moeten worden uitgevoerd. De aanwezigheid van medische evacuatiecapaciteit is een voorwaarde voor de inzet van Nederlandse troepen. De Nederlandse eenheden beschikken over uiteenlopende en geavanceerde middelen om de inlichtingentaken uit te voeren en zij zijn voldoende robuust uitgerust om op verschillende geweldsniveaus te kunnen optreden. De eenheid voor langeafstandsverkenning zal met extra personeel en wapensystemen worden uitgerust, waardoor de eenheid voldoende in staat is zichzelf te beschermen en alle voorkomende opdrachten uit te voeren.

Geweldsinstructie

Uit de rapportages van de uitgezonden militaire commandanten blijkt dat de geweldsinstructie duidelijk en toereikend is om de gestelde taken uit te kunnen voeren.

Bevelstructuur

De SOLTG en de helikopters worden momenteel direct aangestuurd door de Force Commander van MINUSMA. Dit zal ook het geval zijn voor de eenheid voor langeafstandsverkenning. De Nederlandse ISR-compagnie werd tot aan de overdracht aan Duitsland op 1 juni 2016 aangestuurd vanuit het hoofdkwartier van ASIFU, dat ook direct wordt aangestuurd door de Force Commander. De contingentscommandant draagt zorg voor de coördinatie tussen de Nederlandse eenheden onderling en met de Duitse eenheden ter plaatse, en met Nederland. De functie van contingentscommandant wordt in de komende periode geïntegreerd in het Nederlands-Duitse Combined Joint Support Detachment (CJSD). De logistieke ondersteuning van de Nederlandse en Duitse eenheden wordt verzorgd door het Nederlands-Duitse CJSD. De hoogste Nederlandse militair op het MINUSMA-hoofdkwartier in Bamako treedt op als Senior National Officer en is daarmee het aanspreekpunt voor de Nederlandse militairen in Bamako. Naast zijn functie binnen het hoofdkwartier houdt hij toezicht op de uitvoering van het Nederlandse mandaat.

Operationele risico’s

Dreiging algemeen

De dreiging tegen de Nederlandse bijdrage aan MINUSMA is in 2016 is in grote lijnen onveranderd. De grootste dreiging voor MINUSMA komt voort uit jihadistische groeperingen zoals al-Murabitun, Ansar al-Dine en AQIM, die niet betrokken zijn bij het vredesproces. De dreiging in de stad Gao is matig. De dreiging in de regio’s Gao en Kidal is significant en de dreiging in Timboektoe en Bamako-stad is matig. De dreiging van Improvised Explosive Devices (IED’s) in Mali laat twee belangrijke ontwikkelingen zien. De Radio Controlled IED’s (RCIED’s) die door jihadisten worden gebruikt zijn sinds eind 2015 geavanceerder. Daarnaast is bij een aantal IED-incidenten een grotere explosieve lading gebruikt dan voorheen.

Gezondheid

De gezondheidsrisico’s in Mali zijn onverminderd hoog, als gevolg van tropische ziektes, beperkte lokale hygiënische omstandigheden en extreme klimatologische omstandigheden. In de afgelopen periode is gebleken dat de preventieve maatregelen en verbeteringen in de infrastructuur afdoende zijn. Ook worden de Nederlandse militairen voldoende voorbereid om in deze omstandigheden hun werk te doen. Daarnaast doet Defensie onderzoek naar gezondheidsklachten die mogelijk te maken hebben met de blootstelling aan (fijn)stof. Het onderzoek volgt op de metingen van stofbelasting die Defensie sinds het begin van de missie doet in het gebied. De huidige metingen wijzen overigens uit dat de stofbelasting binnen acceptabele normen blijft.

Force Protection

Indien Nederlandse eenheden door gewapende groepen worden aangevallen, zijn ze in eerste instantie voldoende robuust uitgerust om zichzelf te kunnen beschermen. Aanvullend kan de eenheid een beroep doen op een zogenaamde Quick Reaction Force (QRF) van MINUSMA. In 2017 beschikt de eenheid voor langeafstandsverkenning over voldoende escalatiedominantie. Bij in extremis situaties kan MINUSMA bovendien een beroep doen op Franse troepen van de operatie Barkhane. Dat geldt ook andersom.

Gevolgen voor de gereedheid en geoefendheid

Nederland levert op dit moment gespecialiseerd personeel en schaarse middelen aan MINUSMA. Dit personeel en deze middelen zijn hiervoor geschikt en beschikbaar. Door het terugtrekken van de helikoptercapaciteit begin 2017 komen er meer uren beschikbaar voor de opleiding en training van de helikopterbemanningen en voor de ondersteuning van de opleiding en training van vooral de 11e Luchtmobiele Brigade. Hierdoor is het mogelijk om het trainingsniveau van de helikopterbemanningen te verhogen, waardoor de Combat Readiness (CR) verbetert. Met de aflossing van de Special Operations Land Task Group (SOLTG) door de eenheid voor langeafstandsverkenning zal het Korps Commando Troepen weer in staat zijn om de gereedstelling binnen het complete Special Operating Forces (SOF)-domein uit te voeren. Hierdoor zijn zij beter voorbereid om onvoorziene missies te kunnen uitvoeren.

Personeel en middelen die Nederland in Mali inzet, zijn vanzelfsprekend elders niet meer inzetbaar. Dat levert in de eerste helft van 2017 bijvoorbeeld beperkingen op bij de inzet van kleine onbemande vliegtuigen in andere operaties. Daarnaast blijft er sprake van een aanzienlijke uitzenddruk bij vooral logistiek personeel. De uitzendbescherming is onverkort van kracht. Ten slotte zullen de voertuigen die bestemd zijn voor de 13e Lichte Brigade nog langer dan voorzien niet beschikbaar zijn voor het gereedstellingsproces van deze brigade. De interim-oplossing heeft tot gevolg dat de 13e Lichte Brigade zijn gereedstellingsprogramma zo goed als mogelijk kan realiseren.

Politiebijdrage/UNPOL

Nederland levert in 2017 maximaal 25 politiefunctionarissen aan de United Nations Police (UNPOL) binnen MINUSMA. UNPOL richt zich op de bescherming van burgers en de ondersteuning bij het vredesproces. Daarnaast levert UNPOL operationele ondersteuning aan de Malinese veiligheidsdiensten en steun aan het herstel van de openbare orde en staatsgezag in het noorden van Mali. UNPOL heeft reeds circa 13.700 politie en gendarmerie functionarissen getraind en voert dagelijks gezamenlijk patrouilles uit ter versterking van de Malinese openbare orde en veiligheid.

In Bamako worden de Nederlandse Individual Police Officers (IPO’s) voornamelijk ingezet op staf- en liaisonposities die belangrijk zijn voor het functioneren van de UNPOL-organisatie en voor trainingsactiviteiten. Op andere locaties worden vooral mentoring en patrolling taken uitgevoerd. Tevens richt Nederland zich op thematische posities die informatiegestuurd politiewerk ondersteunen en posities in de serious organized crime unit, die onder andere de taak heeft de Malinese autoriteiten te ondersteunen bij het opbouwen van capaciteit voor de bestrijding van grensoverschrijdende criminaliteit en terrorisme. Nederland beziet of in 2017 een groter deel van de maximaal 25 IPO’s in deze unit kan worden geplaatst.

(Na)zorg

Voor het Nederlandse personeel dat wordt ingezet in MINUSMA geldt het reguliere nazorgtraject.

Toezegging financiering van terrorisme in Mali vanuit Qatar

Tijdens het dertigledendebat over «de financiering van terrorisme vanuit Qatar» (Handelingen II 2015/16, nr. 60, item 8) deed de Minister van Buitenlandse Zaken de toezegging om de Kamer te informeren over mogelijke steun vanuit Qatar aan groeperingen in Mali, naar aanleiding van de analyse «Qatar and Terror» van het Gatestone Institute (november 2014). Het kabinet heeft geen concrete bewijzen dat terroristische groeperingen in Mali steun (financieel, wapens) ontvangen uit Qatar en kan daarom het bericht van het Gatestone Institute niet bevestigen.

Toezegging economische situatie in Mali en instrumenten

In 2015 groeide het BNP van Mali met zeven procent en de verwachting voor 2016 is een groei van ruim vijf procent. Deze groeicijfers kunnen echter niet verhullen dat er aanzienlijke uitdagingen zijn, waaronder corruptiebestrijding, verbeterd begrotingsbeheer, transparantere uitgaven en de verantwoording daarvan. In het licht van de economische situatie in Mali en met name die van jongeren zet Nederland in op het bevorderen van handel en werkgelegenheid. De handelsbetrekkingen tussen Nederland en Mali zijn nog in opbouw, maar sinds 2013 is er wel sprake van een intensivering op dit gebied. Via het bedrijfsleveninstrumentarium ondersteunt Nederland bedrijven die handel willen drijven of willen investeren in Mali. Het aantal bedrijven in Mali dat zakelijke contacten met bedrijven in Nederland onderhoudt, ligt inmiddels boven de 30. In november 2013 waren dit nog slechts twee bedrijven. Daarnaast is begin dit jaar in Mali het LEAD programma van start gegaan dat als hoofddoelstelling heeft het ontwikkelen van kansen en banen voor jongeren waarmee een bijdrage wordt geleverd aan armoedebestrijding en het voorkomen van migratie. Nederland heeft in het kader van de aanpak van grondoorzaken van migratie via het EU Trust Fund een projectvoorstel ingediend ter waarde van 15 miljoen euro waarin het vergroten van werkgelegenheid voor de jeugd centraal staat.

Financiën

De additionele uitgaven voor de Nederlandse bijdrage aan MINUSMA in 2017 zijn geraamd op 78 miljoen euro. Deze raming gaat uit van vervanging van de SOLTG door de eenheid voor langeafstandsverkenning en terugtrekking van het volledige helikopterdetachement begin 2017. De additionele uitgaven voor de redeployment zijn verwerkt in de ramingen. De additionele uitgaven voor de totale militaire bijdrage worden gefinancierd uit het Budget Internationale Veiligheid (BIV) voor crisisbeheersingsoperaties. De specifiek aan deze missie gerelateerde additionele uitgaven voor nazorg worden gefinancierd uit de bestaande voorziening voor nazorg in het BIV. De UNPOL-bijdrage van de Nationale Politie wordt bekostigd uit de hiervoor bestemde HGIS-reservering. De uitgaven voor stabiliteit en ontwikkeling in Mali worden gefinancierd uit de reguliere begrotingen van Buitenlandse Zaken en Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking.

De Minister van Buitenlandse Zaken, A.G. Koenders

De Minister van Defensie, J.A. Hennis-Plasschaert

De Minister voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking, E.M.J. Ploumen

De Minister van Veiligheid en en Justitie, G.A. van der Steur