Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2019-202029325 nr. 122

29 325 Maatschappelijke Opvang

Nr. 122 BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN VOLKSGEZONDHEID, WELZIJN EN SPORT, MINISTER VAN BINNENLANDSE ZAKEN EN KONINKRIJKSRELATIES EN DE STAATSSECRETARIS VAN SOCIALE ZAKEN EN WERKGELEGENHEID

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 3 juni 2020

Ons land telt een te groot aantal dak- en thuisloze mensen. Het CBS schat dat het aantal dak- en thuisloze mensen sinds 2009 meer dan verdubbeld is naar bijna 40.000 mensen.1 Deze mensen hebben geen (t)huis waar zij zich kunnen terugtrekken en zich veilig kunnen voelen. In een welvarend land als Nederland is dat onacceptabel. Een brede aanpak op alle leefgebieden is nodig op het terrein van preventie, schulden, toeleiding naar onderwijs, werk en met name wonen. Een eigen passende woonplek met begeleiding vormt hierbij de basis, want voor iedereen geldt: Een (t)huis, een toekomst.

In verband met de COVID-19 crisis is reeds een aantal maatregelen genomen om te voorkomen dat als gevolg hiervan nóg meer mensen dak- en thuisloos worden. Zo zijn regelingen getroffen om financiële bestaanszekerheid voor een groot deel van de bevolking te behouden2 en met het «Gezamenlijk statement verhuurders over huisuitzettingen en tijdelijke huurcontracten tijdens de Coronacrisis»3 worden huisuitzettingen voorkomen.

Maar naast deze maatregelen is meer nodig: preventieve en langdurige inzet. Veel partijen hebben de handen ineen geslagen en gezamenlijk met VWS, BZK, SZW en in afstemming met de VNG een breed plan van aanpak opgesteld, zoals aangekondigd in brieven aan uw Kamer op 6 december 2019, 22 en 28 april 2020.4 Met Een (t)huis, een toekomst beoogt het kabinet gemeenten en andere betrokken partijen extra te ondersteunen op het gebied van preventie, vernieuwing van de opvang en wonen met begeleiding.

Dit plan vormt een aanvulling op de reeds lopende trajecten in het kader van de Meerjarenagenda beschermd wonen en maatschappelijke opvang en het Actieprogramma Dak- en Thuisloze Jongeren 2019–2021.5 Maar ook op bijvoorbeeld de maatregelen uit het Hoofdlijnenakkoord ggz, waarbij extra middelen voor gemeenten beschikbaar zijn gesteld, omdat met de ambulantisering van de GGZ een steeds groter beroep wordt gedaan op gemeenten om kwetsbare mensen op een goede manier in de thuisomgeving te helpen.

Naast het terugdringen van dak- en thuisloosheid is één van de centrale doelstellingen van dit plan om, uiterlijk eind 2021, 10.000 extra woonplekken met passende begeleiding te realiseren voor dak- en thuisloze mensen, bijvoorbeeld door middel van Housing First.6 Het gaat hierbij om een optelsom van extra tijdelijke en permanente woonplekken door middel van woningdelen, flexwonen, afspraken met woningcorporaties, inzet van leegstaand (maatschappelijk) vastgoed of nieuwbouw. Het kabinet stelt tot en met 2021 een extra financiële impuls van 200 mln. euro ter beschikking aan gemeenten voor de uitvoering van regionale plannen van aanpak, gericht op het terugdringen van dak- en thuisloosheid.

Deze brief is als volgt opgebouwd en gaat in op:

  • 1. de analyse van het probleem van dak- en thuisloosheid;

  • 2. de ambitie van het brede plan van aanpak;

  • 3. de aanpak en doelstellingen;

  • 4. de huisvestingsstrategie;

  • 5. het ondersteuningsaanbod;

  • 6. (omgang met) relevante wet- en regelgeving;

  • 7. monitoring

  • 8. een maatschappelijk kosten- en batenanalyse;

  • 9. financiën.

1. Probleemanalyse

De Raad voor Volksgezondheid en Samenleving (hierna: de RVS) concludeert in zijn rapport «Herstel begint met een huis. Dakloosheid voorkomen en verminderen»7 dat bestaansonzekerheid en gezondheidsproblemen het risico op dak- en thuisloosheid vergroten, omdat ze ertoe bijdragen dat mensen (geleidelijk) in een proces van sociale uitsluiting terecht kunnen komen.

Dit, in combinatie met een aantal maatschappelijke ontwikkelingen en institutionele factoren die mensen in een kwetsbare positie verder naar de rand van de samenleving duwen, verklaart volgens de RVS de grote stijging van het aantal dak- en thuisloze mensen in de afgelopen jaren. Gemeenten geven aan deze stijging te herkennen.

Bestaansonzekerheid komt relatief vaker voor bij kwetsbare jongeren en mensen met een migratieachtergrond8, wat de forse stijging onder deze groepen verklaart. De maatschappelijke opvang is de afgelopen jaren uitgebreid, maar is nog steeds overvol en er is een structureel tekort aan woonplekken in de onderste, goedkopere trede van de woningmarkt. De door- en uitstroom van dak- en thuisloze mensen uit de maatschappelijke opvang stokt.

In onze brief van 28 april jl. is de zorg- en woonbehoefte van de bij de centrumgemeenten bekende dak- en thuisloze mensen geschetst. De doelgroep is divers. Het kan gaan om mensen met enkel een huisvestingsvraag die wel of niet zelfredzaam en/of rechthebbend zijn tot mensen met een lichte of zwaardere begeleidingsbehoefte die recent of al geruime tijd dak- en of thuisloos zijn. Een (t)huis, een toekomst is erop gericht om dak- en thuisloze mensen met al deze verschillende achtergronden zo snel mogelijk toe te leiden naar een passende woonplek (al dan niet met begeleiding).9

2. Ambitie van het plan

De ambitie is om dak- en thuisloosheid zoveel mogelijk te voorkomen en ervoor te zorgen dat niemand op straat hoeft te slapen. Alleen als er echt geen andere mogelijkheid is, verblijven mensen in de maatschappelijke opvang – idealiter nooit langer dan drie maanden. Alle dak- en thuisloze mensen kunnen in lijn met het RVS-advies doorstromen naar een zo zelfstandig mogelijke passende woonplek met maatwerk begeleiding. De trend om de maatschappelijke opvang steeds kleinschaliger te willen organiseren zetten we door, door o.a. waar mogelijk slaapzalen om te bouwen tot één of tweepersoonskamers, en (op termijn) zoveel mogelijk af te bouwen.10 Het bieden van perspectief aan (dreigend) dak- en thuisloze mensen staat centraal.

3. Aanpak en doelstellingen

Een gezamenlijke inspanning van het Rijk, gemeenten, corporaties, zorgaanbieders, cliëntenorganisaties en private partijen is nodig om deze ambitie te realiseren. Gezamenlijk hebben de ministeries van VWS, BZK en SZW, VNG, centrumgemeenten, woningcorporaties, cliëntenorganisaties, zorgaanbieders en wetenschappers gewerkt aan een plan waarmee op relatief korte termijn forse stappen gezet kunnen worden.

In reactie op een uitvraag van VWS hebben 21 van de 43 centrumgemeenten, waaronder de G4, aangegeven in de tweede helft van 2020 te kunnen starten met het nemen van extra maatregelen. Het kabinet verwacht dat de andere 22 centrumgemeenten ook een regionaal plan zullen opstellen. Een (t)huis, een toekomst neemt de regionale plannen en de daarin als essentieel benoemde thema’s en beoogde maatregelen als uitgangspunt. Uit de plannen blijkt dat (centrum)gemeenten aan de slag willen gaan langs drie sporen: preventie, vernieuwing van de opvang en wonen met begeleiding.

In de plannen nemen de centrumgemeenten maatregelen die het beste passen bij de specifieke lokale uitdagingen. In de kern is de wens om hiermee de omslag te maken «van opvang naar wonen met begeleiding». Door middel van maatschappelijk kosten en batenanalyses wordt de komende 1,5 jaar in beeld gebracht wat de financiële effecten van deze beoogde beweging zijn, zodat het (financiële) beleid en doelstellingen voor de jaren erna nog gerichter kunnen worden vormgegeven.

In nauwe samenwerking met gemeenten en landelijke partijen is op basis van de regionale plannen een aantal terugkerende en daarmee gezamenlijke doelstellingen geformuleerd. In lijn met de aanbevelingen uit het RVS-advies zijn de doelstellingen erop gericht extra woonplekken te creëren voor (dreigend) dak- en thuisloze mensen en de routes naar dakloosheid te doorbreken, door «bestaansonzekerheid» eerder te signaleren en participatie van mensen te bevorderen. Er wordt daarnaast door centrumgemeenten ingezet op vernieuwing van de opvang, waarbij mensen vanuit een één of tweepersoonskamer worden begeleid naar de volgende stap: een eigen woonruimte en een toekomst met perspectief.

Een (t)huis, een toekomst vormt het startpunt van toekomstbestendig beleid. Met dit plan worden gemeenten in lijn met het RVS-advies in staat gesteld processen van sociale uitsluiting voor dak- en thuisloze mensen verder tegen te gaan door «wonen met passende begeleiding» als uitgangspunt te nemen. Het kabinet faciliteert (centrum)gemeenten om de volgende gezamenlijke landelijke doelstellingen (gebaseerd op de door henzelf vormgegeven plannen) vóór 1 januari 2022 te realiseren. Hiermee geeft het kabinet ook invulling aan de motie van het lid Regterschot c.s.11:

Thema 1: Preventie

1. Alle gemeenten hebben beleid geformuleerd op het gebied van de preventie en vroegsignalering van schulden om huisuitzettingen te voorkomen.

Het kabinet faciliteert dit door onder andere de wijziging van de Wet gemeentelijke schuldhulpverlening. Regionale cliëntenorganisaties worden actief betrokken bij de totstandkoming van dit gemeentelijk beleid.

2. Alle centrumgemeenten zetten in op preventie van dak- en thuisloosheid.

De inzet van buddy/mentorschap en ervaringsdeskundigheid zijn hiervoor bekende effectieve methoden. Het kabinet stimuleert gemeenten om regiogemeenten en regionale cliëntenorganisaties actief te betrokken bij de totstandkoming van dit gemeentelijk beleid.

3. Alle gemeenten voorkomen dat dak- en thuisloosheid plaatsvindt na uitstroom uit een institutie (bijv. Jeugdzorg (18-/18+), GGZ-instelling1 en na detentie).2 Het kabinet stimuleert gemeenten om in samenwerking met woningcorporaties, cliëntenorganisaties, zorgaanbieders en andere relevante partijen (aangescherpte) concrete bestuurlijke en uitvoeringsafspraken te maken en implementeren.

Thema 2: Vernieuwing van de opvang

4. Alle centrumgemeenten realiseren succesvolle uitstroom naar een passende woonplek. Het standaard werken met een met de cliënt afgestemd maatwerk perspectiefplan op alle levensgebieden (o.a. dagbesteding en werk) is hiervoor een effectieve methode. Er is hierbij (indien aan de orde) adequate schuldhulpverlening en continuïteit in de (ambulante) begeleiding na uitstroom beschikbaar.

5. Alle regio’s zetten in op de kwaliteit en kleinschaligheid van de maatschappelijke (nacht)opvang. Bijvoorbeeld door meer kleinschalige opvang beschikbaar te maken en hier regionale afspraken over te maken. En door af te spreken dat het aantal slaapzalen wordt verminderd en dat er wordt geïnvesteerd in één of tweepersoonskamers.

Thema 3: Wonen met begeleiding

6. Gemeenten pakken dak- en thuisloosheid aan op basis van het principe «wonen eerst». De gezamenlijke ambitie is om eind 2021 10.000 extra tijdelijke of permanente woonplekken te realiseren met de benodigde (ambulante) begeleiding voor (dreigend) dak- en thuisloze mensen. Gemeenten worden gefaciliteerd om hieraan bij te dragen en aandacht te geven aan o.a. voldoende en adequate ambulante begeleiding, sociale netwerken, inclusie in de wijken en (arbeid)participatie.

7. Alle gemeenten hebben voor eind 2021 (aangescherpte) prestatieafspraken gemaakt met woningcorporaties en huurdersorganisaties, over het aantal extra te realiseren woonplekken voor (dreigend) dak- en thuisloze mensen. Dit gebeurt in nauwe samenwerking met cliëntenorganisaties, zorgaanbieders en andere relevante partijen en sluit aan bij de reeds eerder gestelde ambitie van de Taskforce Wonen en Zorg.

X Noot
1

Conform de «Werkwijzer Medisch noodzakelijk verblijf ggz». De werkwijzer is in 2018 in opdracht van GGZ Nederland, MIND, VNG en ZN opgesteld en maakt duidelijk welke afspraken in de regio nodig zijn om de overgang van verblijf in een ggz instelling naar ggz zorg thuis te verbeteren.

X Noot
2

Dit sluit aan bij de ambities van de Taskforce Wonen en Zorg. De Taskforce heeft de ambitie dat eind 2020 in alle gemeenten een concrete analyse is gemaakt van de lokale opgaven op het gebied van wonen, zorg, welzijn en leefbaarheid voor ouderen en andere mensen met een ondersteunings- of zorgbehoefte, en dat alle gemeenten in 2021 prestatieafspraken hebben gemaakt over wonen, zorg, welzijn en leefbaarheid, als basis voor concrete plannen.

4. Huisvestingsstrategie

De ambitie van Een (t)huis, een toekomst is om uiterlijk eind 2021 10.000 extra woonplekken met passende begeleiding voor de doelgroep te realiseren. VNG en Aedes committeren zich aan deze ambitie en zetten zich hier samen met het Rijk volop voor in. In afstemming met gemeenten, corporaties en maatschappelijke organisaties komen de volgende drie strategische lijnen naar voren:

  • door het realiseren van nieuwe woonplekken (nieuwbouw of transformatie);

  • door bestaande vrijkomende woonruimte met voorrang toe te wijzen aan de doelgroep;

  • door woningen te delen waarmee de bestaande voorraad beter wordt benut.

Gemeenten kunnen er ook voor kiezen andere strategieën in te zetten. Met deze huisvestingsstrategie komt het kabinet tegemoet aan de motie van de leden Dik-Faber en Ronnes die tevens vroeg in overleg te gaan met gemeenten, woningcorporaties en maatschappelijke organisaties.12 Tevens geeft het kabinet met deze huisvestingsstrategie uitvoering aan de motie van het lid Ronnes, waarmee het kabinet werd verzocht om te kijken in hoeverre het inzicht in de gemeentelijke opgave voor dak- en thuisloze mensen te vertalen is naar kwantitatieve afspraken over aantallen plekken voor huisvesting in combinatie met de juiste begeleiding van deze mensen.13 De uitvraag onder gemeenten leerde dat de behoefte aan extra woonplekken lokaal verschilt maar landelijk gezien groot is. Met Een (t)huis, een toekomst slaan partijen de handen ineen voor een gezamenlijke landelijke doelstelling om 10.000 extra woonplekken te realiseren.

Zij doen dit mede op basis van voornemens uit de lokale plannen van aanpak van centrumgemeenten die aangeven fors in te zetten op het realiseren van extra woonplekken.

Opbouw extra woonplekken

Uit de plannen die de 21 centrumgemeenten reeds hebben opgesteld blijkt, vaak in samenwerking met woningcorporaties, reeds het voornemen om 3.000 extra woonplekken te realiseren, gebruikmakend van een combinatie van de bovenstaande drie strategische lijnen. De verwachting is dat dit, wanneer ook de andere 22 centrumgemeenten een plan indienen, eind 2021 zal leiden tot ongeveer 4.000 extra woonplekken.

Met de stimuleringsaanpak Flexwonen wordt reeds ingezet op de totstandkoming van meer tijdelijke en flexibele woningen op korte termijn, voor onder andere deze spoedzoekers op de woningmarkt. Met de inspanningen van Aedes en VNG zetten we erop in dat uiterlijk eind 2021 nog eens 3.000 flexwoningen ten behoeve van de doelgroep worden gebouwd en toegewezen. Hiervoor is het noodzakelijk dat voldoende betaalbare locaties worden toegewezen, zowel bij de eerste plaatsing als bij herplaatsing van flexwoningen.

Om provincies en gemeenten te helpen geschikte locaties voor flexwonen aan te wijzen, ontwikkelt het Planbureau voor de Leefomgeving in opdracht van het Rijk een locatiescanner die geschikte potentiële locaties in beeld brengt.

(Financiële) ondersteuning vanuit het Rijk

Om partijen in staat te stellen de resterende 3.000 extra woonplekken te realiseren zijn vanuit het Rijk verschillende maatregelen getroffen die de (financiële) haalbaarheid van huisvesting voor dak- en thuisloze mensen vergroten.

Het Rijksvastgoedbedrijf (hierna: het RVB) brengt, in opdracht van VWS, leegstand van publiek en maatschappelijk vastgoed in gemeenten in kaart en zal samen met het Atelier Rijksbouwmeester adviseren over de geschiktheid voor wonen. Het Platform Woonplek (in oprichting) zal in opdracht van VWS en BZK publieke en private partijen aan elkaar koppelen en op deze manier bijdragen aan de versnelling van de realisatie van woonplekken voor de doelgroep.

Eerder liet het kabinet al weten dat er 200 mln. euro extra beschikbaar is voor de zorg aan en begeleiding van dak- en thuisloze mensen. Dit is een belangrijke randvoorwaarde om deze mensen duurzaam te kunnen huisvesten.

Daarnaast zijn verschillende maatregelen genomen om de bouw van eenheden voor deze doelgroep te bevorderen. Zo is er onlangs 50 mln. euro beschikbaar gekomen uit het doorbouwpakket van de Minister van BZK voor de bouw van woningen voor kwetsbare doelgroepen, waaronder dak- en thuisloze mensen.14 Het kabinet roept gemeenten op plannen in te dienen zodat zij gebruik kunnen maken van deze regeling en extra betaalbare woonplekken voor de doelgroep realiseren.

De komende vijf jaar gaan corporaties 80.000 sociale huurwoningen met een huurprijs onder de eerste aftoppingsgrens bouwen, dankzij de vermindering verhuurderheffing nieuwbouw (RVV Nieuwbouw 2020).15 Het kabinet doet een beroep op gemeenten een deel van deze woningen met voorrang aan de doelgroep toe te wijzen. Als laatste spreekt het kabinet corporaties aan gebruik te maken van de tijdelijke vrijstelling in de verhuurderheffing voor de bouw van tijdelijke woningen (RVV Tijdelijke woningen) en gemeenten om hiervoor locaties aan te wijzen en te zorgen voor snelle vergunningsprocedures.

Deze gecombineerde (financiële) inspanningen om de bestaande woningvoorraad beter te benutten dragen bij aan de realisatie van de extra te realiseren woonplekken. Het kabinet is van mening dat er voldoende mogelijkheden liggen voor gemeenten, corporaties en andere lokale partijen om plannen voor de huisvesting van dak- en thuisloze mensen te maken en te realiseren.

We dagen gemeenten dan ook uit de betaalbaarheid van de woonplekken te vergroten en de businesscases rendabel te maken, door waar het kan korting te geven op de grondprijzen voor sociale huurwoningen. Gemeenten kunnen ervoor kiezen investeringskosten uit gemeentelijke budgetten voor te financieren, omdat de realisatie van woonplekken als een investering te beschouwen is waarmee vaak al op korte termijn kosten voor de maatschappelijke opvang te besparen zijn.

Bestuurlijke inbedding

Het kabinet legt de focus op de regio’s waar op relatief korte termijn het grootste effect kan worden bereikt. Daarbij wordt ook de verbinding gelegd met de plannen die centrumgemeenten reeds maken en de woondeals die de Minister van BZK met diverse (stedelijke) regio’s heeft gesloten. De Minister van BZK en de Staatssecretaris van VWS trekken hierin op bestuurlijk vlak samen op, zodat de diverse relevante kabinetsmaatregelen op het gebied van wonen én begeleiding door gemeenten op een goede manier in samenhang kunnen worden benut. Het kabinet benadrukt hierbij het belang om ook op lokaal bestuurlijk en uitvoerend niveau de verbinding tussen het fysieke en het sociale domein te versterken.

Prestatieafspraken tussen gemeenten en woningbouwcoöperaties

Om te stimuleren dat alle gemeenten in voldoende mate zicht hebben op de lokale opgave en daar samen met woningcorporaties mee aan de slag gaan, streven we ernaar dat uiterlijk eind 2021 alle gemeenten (aangescherpte) prestatieafspraken hebben gemaakt met woningcorporaties en huurdersorganisaties – in nauw overleg met cliëntenorganisaties, zorgaanbieders en andere relevante partijen – over het aantal (extra) te realiseren woonplekken voor (dreigend) dak- en thuisloze mensen. Het verdient sterk de aanbeveling in deze afspraken ook de koppeling met passende zorg en begeleiding voor de nieuwe bewoners te maken. Gemeenten doen er goed aan de woonbehoefte voor deze doelgroepen reeds te benoemen in hun woon(zorg)visie. We vragen gemeenten, corporaties en huurdersorganisaties waar mogelijk de doelgroep nog in de cyclus van prestatieafspraken die voor 2021 gelden mee te nemen.

Dit is in lijn met de ambitie van de Taskforce Wonen en Zorg16, die ernaar streeft dat alle gemeenten eind 2021 prestatieafspraken hebben gemaakt op het gebied van wonen, welzijn, zorg en leefbaarheid.

Met de motie van het lid Ronnes is het kabinet (naast het onderzoeken in hoeverre de gemeentelijke opgave voor dak- en thuisloze mensen te vertalen is naar kwantitatieve afspraken over aantallen plekken voor huisvesting in combinatie met de juiste begeleiding van deze mensen) verzocht te onderzoeken in hoeverre kwantitatieve ambities ten aanzien van extra huisvestingsplekken voor de doelgroep afdwingbaar moeten en kunnen zijn en na te gaan of provincies kunnen bijdragen aan het behalen van deze kwantitatieve afspraken17. De RVS doet in zijn advies de aanbeveling aan het Rijk een wettelijk verankerde «quotumregeling op inhoud» voor gemeenten in te stellen, waarbij het Rijk regisseert hoeveel dreigend dak- en thuisloze mensen gemeenten moeten opvangen en hiervoor vervolgens de toegang tot huisvesting moeten borgen.18 Om diverse redenen acht het kabinet een dergelijke quotumregeling, waarmee kwantitatieve ambities ten aanzien van extra huisvestingsplekken afdwingbaar worden gemaakt, momenteel niet opportuun. Ten principale geldt het uitgangspunt van landelijke toegankelijkheid binnen de Wmo. Ook dak- en thuisloze mensen staat het vrij zich tot iedere gemeente te wenden. Tevens achten we een quotumregeling niet uitvoerbaar, onder andere vanwege afbakenings- en definitieproblemen van de doelgroep. Ook kan het Rijk niet objectief aangeven welke gemeenten over voldoende woonplekken beschikken voor deze doelgroep.

Draagkracht in de wijk

Van belang is dat partijen bij het maken van afspraken over woonplekken op lokaal niveau ook aandacht hebben voor adequate begeleiding. De doelmatige inzet van o.a. de extra impuls van 200 mln. euro voor begeleiding is hierbij cruciaal. Het kan hierbij bijvoorbeeld gaan over passende vormen van sociaal beheer, (woon)begeleiding, beschermd wonen of psychische hulpverlening, maar ook het organiseren van een zachte landing in de wijk. Op deze manier geeft de Staatssecretaris van VWS tevens invulling aan de motie van het lid Dik-Faber c.s.19 die vraagt om een goed begeleide overgang en doorstroom. Van belang is dat kwetsbare spoedzoekers of mensen die uitstromen uit de maatschappelijke opvang terechtkomen in buurten die daar de draagkracht voor hebben en die de nieuwe bewoners zich snel thuis laten voelen. Binnen het programma Beschermd Thuis start een onderzoek naar de impact, de werkzame elementen en belemmerende factoren bij het door middel van bewustwordingsbijeenkomsten op gang brengen van een proces om de acceptatie in de wijk van bewoners met een (psychische) kwetsbaarheid te vergroten.

Om ervoor te zorgen dat de druk op kwetsbare wijken en haar bewoners niet te groot wordt, is het raadzaam in de lokale prestatieafspraken tussen gemeenten, corporaties en huurdersorganisaties aan de toewijzing van mensen over de verschillende delen van de stad/gemeente/regio en de daarbij behorende begeleiding nadrukkelijk aandacht te schenken.

Goede voorbeelden, zoals het inrichten van een transferpunt voor de bemiddeling van kwetsbare mensen die uitstromen uit opvanginstellingen en andere lessons learned uit o.a. het actieprogramma Weer Thuis! en het bijbehorende ondersteuningsprogramma (van Platform31), worden door de koepelorganisaties breed gedeeld. Met onder andere Aedes, VNG en de Woonbond is een informatietraject gestart om samenwerking op lokaal niveau te stimuleren. Zo wordt de Handreiking Prestatieafspraken geactualiseerd en komt er een inspirerend magazine over prestatieafspraken op het gebied van wonen en zorg.

5. Ondersteuningsaanbod

Om (centrum)gemeenten extra te ondersteunen, biedt het Rijk een stevig ondersteuningsaanbod aan gemeenten en andere betrokken partijen. De ondersteuning die gemeenten met behulp van deze aanpak ontvangen vormt ook een extra impuls om de ambities van het Actieprogramma Dak- en Thuisloze Jongeren 2019 – 2021 waar te kunnen maken.

Algemeen

  • Het Rijk zal een online platform ontwikkelen voor professionals die werken in het werkveld van dak- en thuisloosheid. Dit online platform krijgt de naam «Iedereen onder een dak» en gaat begin juni 2020 van start met een website www.iedereenondereendak.nl en een LinkedIn pagina. Professionals kunnen hier innovatieve ideeën delen en inspiratie opdoen voor vernieuwende projecten op het gebied van wonen met begeleiding en vernieuwing van de opvang.

  • De betrokkenheid van alle regiogemeenten aan de gezamenlijke regionale opgave is onmisbaar. Het Rijk zal alle regiogemeenten dan ook ondersteunen met financiële middelen om daarmee maatregelen te nemen die bijdragen aan het voorkomen en/of terugdringen van dak- en thuisloosheid. We doen dit voor een bedrag dat gelijk is aan 0,5 fte projectleider voor de duur van één jaar. In lijn met de regionale taken en verantwoordelijkheden van centrumgemeenten verdient het de aanbeveling dat zij hierover in gesprek gaan met de regiogemeenten.

Daarnaast biedt het Rijk de volgende ondersteuningsmaatregelen:

Thema 1: Preventie

  • Een speciaal hiertoe ingerichte Preventie Alliantie zal met financiële ondersteuning van het Rijk (centrum)gemeenten aanbieden het proces van preventie en vroegsignalering te analyseren en te adviseren over concrete verbeterstappen. Hierbij zullen o.a. bewezen effectieve interventies op het gebied van preventie en vroegsignalering onder de aandacht worden gebracht. De Preventie Alliantie is met name gericht op het in een zo vroeg mogelijk stadium signaleren van (beginnende) problemen en het voorkomen van huisverlies. Daarnaast worden ook andere «routes naar dakloosheid» meegenomen, zoals het verlaten van de jeugdinrichting of detentie. Concrete voorbeelden van interventies zijn de inzet van zelfregiecentra, herstelacademies en time out voorzieningen.

  • Het kabinet zet, samen met veel andere partijen, in op een breed scala van maatregelen over de hele breedte van de schuldenproblematiek. Gezien het feit dat dak- en thuisloze mensen in de meeste gevallen schulden hebben, hebben zij ook baat hierbij. Als onderdeel van het regeerakkoord hebben gemeenten voor drie jaar extra financiële middelen gekregen om aan de doorontwikkeling van lokaal armoede- en schuldenbeleid te werken.

    Een aantal acties binnen de Brede Schuldenaanpak zoals de professionalisering en verbetering van de kwaliteit van de schuldhulpverlening, maar ook een sociale (rijks-)incasso en het voorkomen van een problematische stapeling van boetes en kosten willen we in dit verband specifiek noemen20. De Minister voor Rechtsbescherming heeft u bijvoorbeeld recent geïnformeerd over de noodstopprocedure bij CJIB vorderingen, iets waar dak- en thuisloze mensen relatief vaak mee te maken krijgen.21 U ontvangt binnenkort een brief over de voortgang van deze en alle andere maatregelen die het kabinet neemt in de Brede Schuldenaanpak om het aantal mensen met problematische schulden terug te dringen en mensen met schulden beter te helpen.

  • De gemeenten Amsterdam, Den Haag, Haarlem, Nijmegen en Arnhem zijn samen met de ministeries van SZW en VWS de uitdaging aangegaan om met behulp van de CAK lijst (wanbetalers zorgverzekering) actief op zoek te gaan naar mensen met langdurige schuldenproblematiek die nog niet in beeld zijn bij gemeenten. Doel hiervan is te leren welke componenten nodig zijn op de verschillende leefgebieden om deze mensen een schuldenzorgvrij perspectief te bieden. Op basis van de analyses gaan gemeenten mensen proactief en intensief benaderen om te bepalen welke (multi)problematiek speelt en welke (schuldhulp)methode moet worden ingezet. De geleerde lessen worden door effectonderzoek opgehaald en breder onder gemeenten verspreid.

  • Het Rijk stelt in 2020 een aantal ervaren boegbeelden aan die het belang van investeren in preventie, vroegsignalering en het beschikbaar stellen van voldoende passende woonplekken op bestuurlijk niveau onder de aandacht brengt bij (centrum)gemeenten. Deze boegbeelden doen dit in nauwe afstemming met de Taskforce Wonen en Zorg en het Verbindend Landelijk Ondersteuningsteam (VLOT).22

Thema 2: Vernieuwing van de opvang

Het verbeteren van de kwaliteit van de maatschappelijke opvang, met name van de nachtopvang, staat bij gemeenten hoog op de agenda. We streven ernaar dat de maatschappelijke opvang op termijn grotendeels kan worden afgebouwd.23 In lijn met de motie van het lid Kerstens24 ondersteunt het Rijk centrumgemeenten die dit wenselijk, mogelijk en nodig achten in 2020 en 2021 bij het ombouwen van slaapzalen naar één en tweepersoonskamers.

Bij het realiseren van de ambitie van Een (t)huis, een toekomst om de omslag «van opvang naar wonen» te maken gaat het naast het op termijn af- en ombouwen van de capaciteit ook om het kunnen leveren van o.a. kwalitatieve begeleiding, maatwerk, dagbesteding, inzet van ervaringsdeskundigheid en kleinschalige ondersteuning van (dreigend) dak- en thuisloze mensen in de wijk. De Staatssecretaris van VWS gaat hierover in gesprek met betrokken stakeholders. In een eerstvolgende halfjaarlijkse rapportage wordt uw Kamer over mogelijke ondersteuningsmaatregelen geïnformeerd.

Thema 3: Wonen met begeleiding

  • In opdracht van VWS zal het RVB drie acties uitvoeren. Ten eerste zet het RVB tot eind 2021 adviseurs in om gemeenten naar behoefte te adviseren over de transformatie van leegstaand vastgoed tot geschikte woonplekken voor (dreigend) dak- en thuisloze mensen. Hierbij vormt het principe «gemengd wonen» het uitgangspunt. Ten tweede biedt het RVB centrumgemeenten een scan aan van leegstaand publiek vastgoed in de regio, dat eventueel geschikt is voor transformatie. Ten derde ontwikkelt het RVB in dit kader een aantal (model) business cases, die door alle gemeenten in Nederland kunnen worden benut. Deze business cases maken voor gemeenten inzichtelijk wat de (maatschappelijke) kosten en baten zijn van de inzet van leegstaand vastgoed. In verband met de COVID-19 crisis is de advisering vanuit het RVB aan gemeenten reeds op 15 april jl. gestart.

  • Nederland kent al diverse succesvolle initiatieven waarbij overheden, bedrijfsleven en maatschappelijke organisaties de krachten bundelen bij de aanpak van dak- en thuisloosheid. Om dit type samenwerking verder te stimuleren wordt in opdracht van VWS en BZK, het Platform Woonplek uiterlijk 1 januari 2021 ingericht. Het Platform Woonplek is specifiek gericht op het realiseren van extra woonplekken met begeleiding voor (dreigend) dak- en thuisloze mensen met behulp van publiek – private samenwerking. Het platform zal gemeenten ondersteunen bij de brede ambitie om 10.000 extra woonplekken te realiseren. Doel van het platform is kennisdeling, matchmaking en het organiseren van extra (private) middelen. Om zo projecten mogelijk te maken, te versnellen en het huidig aantal woonplekken voor dak- en thuisloze mensen op te schalen.25

  • De Versnellingskamers Flexwonen kunnen o.a. worden ingezet bij het vinden van geschikte locaties. In de Versnellingskamers Flexwonen wordt de gezamenlijke planvorming bespoedigd om de benodigde samenwerking tussen de betrokken partijen een vliegende start te geven. Er wordt op een gestructureerde wijze toegewerkt naar een haalbaar en gedragen flexwonen concept.

  • Vanuit de Transformatiefaciliteit worden geldleningen verstrekt aan private financiers om voorinvesteringen te doen die nodig zijn voor de transformatie van panden of gebieden zonder woonfunctie naar woningen. De beschikbaarheid van projectfinanciering in de voorfase is in de markt beperkt vanwege het ontbreken van planologische zekerheid. Met een geldlening uit de Transformatiefaciliteit kunnen woningbouwprojecten gerealiseerd worden die anders niet of veel trager tot ontwikkeling zouden komen.26

  • In 2021 stelt de Staatssecretaris van VWS subsidiegelden beschikbaar voor burgerinitiatieven, gericht op o.a. het tegengaan van stigmatisering van dak- en thuisloze mensen en acceptatie »in de wijk». Het Rijk deelt goede voorbeelden van (vernieuwende) vormen van wonen met begeleiding, die relatief snel realiseerbaar zijn, in de vorm van «woningwaaiers». Goede voorbeelden zijn bijvoorbeeld Onder de Pannen, Kamers met Aandacht, Humanitas Deventer, Credo Huis, Skills in de Stad en verschillende vormen van Housing First. Bij al deze voorbeelden wordt slim gebruik gemaakt van bestaande woonruimte, o.a. bij burgers en in leegstaand vastgoed.

  • Binnen het programma Beschermd Thuis bij ZonMw, onderdeel van de Meerjarenagenda Beschermd Wonen en Maatschappelijke Opvang, wordt een Vliegende Brigade Ervaringsdeskundigheid gevormd die gemeenten, cliënten- en naastenorganisaties, zorgaanbieders en andere partijen gevraagd en ongevraagd zal ondersteunen in het toerusten en borgen van het perspectief van ervaringskennis en van ervaringsdeskundigheid van cliënten en naasten.

6. (Omgang met) relevante wet- en regelgeving

In de gesprekken met o.a. landelijke (maatschappelijke) organisaties en gemeenten en ook uit het rapport van RVS komt naar voren dat op een aantal cruciale punten de maatwerkmogelijkheden die relevante wet- en regelgeving biedt, onvoldoende worden benut. Onbedoeld kan dit (meer) sociale uitsluiting tot gevolg hebben. Het kabinet brengt de maatwerkmogelijkheden uit deze relevante wet- en regelgeving en ontwikkelingen expliciet onder de aandacht van gemeenten en zal hierover in gesprek blijven met relevante partijen. Het gaat hierbij onder meer om het volgende:

  • De Staatssecretaris van SZW heeft op basis van de ervaringen binnen het Actieprogramma Dak- en Thuisloze Jongeren 2019–2021 aan Divosa gevraagd in kaart te brengen hoe gemeenten beter geholpen kunnen worden bij het toepassen van maatwerk binnen de mogelijkheden van de Participatiewet (bijvoorbeeld m.b.t. de vier weken zoekperiode; de jongerennorm tot 21 jaar en de kostendelersnorm). Daarbij is reeds gestart met de 14 pilotgemeenten van het Actieprogramma Dak- en Thuisloze Jongeren. Dit aanbod wordt in de periode tot eind 2021 gedaan aan de 43 centrumgemeenten. De opgedane lessen worden breed met gemeenten gedeeld.

  • Het kabinet vindt het belangrijk dat huurders altijd een laatste kans moeten krijgen wanneer het hebben van schulden de hoofdoorzaak is van een dreigende huisuitzetting. Uw Kamer riep het kabinet daartoe tevens op door middel van de motie van de leden Peters en Kuzu en de motie van de leden Smeulders en Dik-Faber.27 Het aantal gedwongen huisuitzettingen bij woningcorporaties is de afgelopen jaren gedaald.28 Het kabinet wil het aantal huisuitzettingen tot een absoluut minimum beperken. Het kabinet geeft met de wijziging van de Wet gemeentelijke schuldhulpverlening voor uitwisseling persoonsgegevens tussen woningverhuurders en gemeenten een effectief instrument om huisuitzetting vanwege betalingsachterstanden terug te dringen.

    Bij inwerkingtreding hiervan moeten alle verhuurders een signaal sturen over de betaalachterstanden naar de gemeente. Alle gemeenten moeten huurders vervolgens een aanbod tot schuldhulpverlening doen.

  • Ook in breder perspectief zet het kabinet in op het voorkomen van het onnodig oplopen van schulden. Zo wordt momenteel onderzocht welke mogelijkheden er zijn schuldeisers te bewegen schuldenaren een betalingsregeling aan te bieden alvorens incasso-vorderingen, waaronder ook huurvorderingen, voor de rechter worden gebracht.

  • Op grond van de Wet Basisregistratie Personen (Wet BRP) dient elke persoon die (naar verwachting) binnen een half jaar ten minste vier maanden rechtmatig in Nederland verblijft, te worden ingeschreven als ingezetene in de Wet BRP. Dit gebeurt in beginsel op basis van een woonadres, maar als dat ontbreekt wordt een briefadres geregistreerd.29 Aangezien de bewoordingen in de Wet BRP met betrekking tot het inschrijven van personen op een briefadres in de dagelijkse uitvoeringspraktijk nog niet altijd duidelijk genoeg blijken te zijn, is een wetswijziging in gang gezet waardoor gemeenten verplicht zijn een burger ambtshalve te registreren op een briefadres indien betrokkene geen woonadres heeft en zelf ook geen aangifte doet of kan doen van een briefadres.

  • Zoals de motie van de leden Peters en Jasper van Dijk30 verzoekt, laat de Staatssecretaris van SZW onderzoeken of, en zo ja in welke mate, bijstandsgerechtigden belemmeringen ervaren om hun woning te delen met andere mensen.31 Uiteraard zal de kostendelersnorm nadrukkelijk bij het onderzoek worden betrokken. Hierbij wil de Staatssecretaris van SZW tevens laten onderzoeken of de mogelijkheid van maatwerk die de Participatiewet biedt, voldoende is om eventuele belemmeringen bij het delen van woonruimte door bijstandsgerechtigden weg te nemen. De Staatssecretaris van SZW streeft ernaar om de onderzoeksresultaten rond de zomer aan uw Kamer te sturen.

7. Monitoring

Tot 1 januari 2022 monitort het kabinet samen met gemeenten de voortgang van de in dit plan beschreven doelstellingen. Zoals wij in de brief van 28 april 2020 aan uw Kamer meldden, verschilt de kwaliteit en de wijze van registreren van het aantal dak- en thuisloze mensen op dit moment sterk per centrumgemeente. Ook de gehanteerde definitie van dak- en thuisloosheid verschilt. Het doel is om Een (t)huis, een toekomst conform eenduidige definities kwantitatief en kwalitatief in samenwerking met gemeenten te monitoren. Gemeenten zullen hierbij naar behoefte worden geadviseerd over de verbetering van de registraties en kwaliteit van de monitoring, ook als het bijvoorbeeld gaat om de lastig in beeld te brengen groep «bankslapers».32

Voor het slagen van Een (t)huis, een toekomst is integrale en domein overstijgende samenwerking en kennisdeling cruciaal, zowel op landelijk als regionaal/lokaal niveau.

Het kabinet stelt daarom een bestuurlijk faciliterend gremium in, bestaande uit VWS (coördinatie), BZK, SZW, VNG, landelijke partijen en een afvaardiging van gemeenten, zodat onderlinge afstemming tussen onder andere het fysieke en sociale domein ook op bestuurlijk niveau optimaal kan plaatsvinden, en eventuele ervaren belemmeringen waar mogelijk kunnen worden weggenomen.

In lijn met het RVS advies zal daarnaast een interdepartementale werkgroep worden gevormd, ter bevordering van domein overstijgende samenwerking. Het kabinet roept gemeenten op dit met betrokken samenwerkingspartners ook op regionaal niveau te doen, voor zover dit nog niet het geval is. De interdepartementale werkgroep zal in samenspraak met gemeenten, landelijke partijen en wetenschappers, werken aan een Checklist aanpak dak- en thuisloosheid. De checklist zal cruciale acties beschrijven die diverse partijen kunnen ondernemen om dak- en thuisloosheid terug te dringen en kan daarmee dienen als leidraad voor gemeenten om het beleid kritisch te evalueren.

Uw Kamer wordt via de halfjaarlijkse voortgangsrapportage beschermd wonen en maatschappelijke opvang geïnformeerd over de voortgang van Een (t)huis, een toekomst.

8. Maatschappelijke Kosten-Baten Analyse

Verschillende onderzoeken laten zien dat het zoveel mogelijk voorkomen en inkorten van een periode van dak- en thuisloosheid aanzienlijk meer oplevert dan het kost.33 Om dit proces én de transitie van kwetsbare burgers van een verblijf in een woonvoorziening naar zelfstandig wonen in de wijk (advies-Dannenberg34), te ondersteunen, start het Ministerie van VWS medio 2020 met een maatschappelijke kosten-batenanalyse (MKBA). Maatregelen uit de regionale plannen worden daarin vergeleken met wat de «traditionele» maatschappelijke opvang biedt. Deze vergelijking levert (lokale) beleidsmakers en stakeholders veel nuttige informatie op die kansrijke en werkzame maatregelen verder kunnen versterken. Op basis hiervan kunnen het Rijk, (centrum)gemeenten en andere betrokken partijen ook in financiële zin toekomstbestendig en nog gerichter beleid ontwikkelen en implementeren. Informatie hierover wordt meegenomen in de halfjaarlijkse rapportages aan uw Kamer.

De COVID-19 crisis leidt tot nieuwe (organisatie)vraagstukken, ook voor de maatschappelijke opvang. Zeker nu de maatregel om 1,5 meter afstand te houden voor onbepaalde tijd van kracht blijft en gemeenten naar verwachting steeds minder gebruik kunnen maken van locaties als sporthallen en hotels, zullen zij op zoeken moeten gaan naar alternatieven. Ook hier geldt dat huisvesten van mensen (met begeleiding) de voorkeur heeft boven het uitbreiden van de maatschappelijke opvang. De Staatssecretaris van VWS laat een quick scan uitvoeren om de verwachte financiële kosten en baten van een versnelde investering in de beoogde omslag «van opvang naar wonen» in beeld te brengen. Het huidige beleid («meerwerk maatschappelijke opvang financieren voor tijdelijke noodopvanglocaties, gedurende corona periode») wordt vergeleken met de optie om al eerder en met voorrang in te zetten op duurzame vormen van wonen met begeleiding. Deze quick scan is voor de zomer van 2020 beschikbaar.

9. Financiën

Om gemeenten in staat te stellen de doelstellingen uit de regionale aanpakken (en de gezamenlijke landelijke doelstellingen 2,4, 5 en 6) te realiseren, stelt het kabinet tot eind 2021 200 mln. euro beschikbaar. De Staatssecretaris van VWS zal daarnaast met gemeenten in gesprek gaan over de mogelijkheden die er zijn om ook de bestaande middelen voor maatschappelijke opvang de komende jaren in te zetten voor de beoogde beweging van opvang naar wonen, waaronder vernieuwing van de opvang. Deze maatregelen tezamen moeten er toe leiden dat de gewenste transitie voortvarend wordt vormgegeven.

Tot slot

Het kabinet beseft dat de geschetste ambitie daadkracht vraagt op korte en middellange termijn én dat het vraagt om een lange adem. Een (t)huis, een toekomst richt zich op de periode tot en met eind 2021 en beoogt daarmee een stevig fundament te leggen voor de periode daarna, waarin continuering van de ingezette beweging blijvend van belang zal zijn.

Met de drie thema’s preventie, vernieuwing van de opvang en wonen met begeleiding werken we aan het terugdringen van het aantal dak- en thuislozen. Werken conform deze aanpak zal ook na 2021 nodig zijn om in hetzelfde tempo op deze drie thema’s vooruitgang te boeken. Dit plan slaagt alleen wanneer sprake is van goede samenwerking tussen Rijk, VNG, gemeenten, woningcorporaties, zorgaanbieders, cliëntenorganisaties, wetenschappers, burgers en andere relevante lokale en landelijke (publieke en private) partijen. Het kabinet roept alle partijen dan ook op om in actie te komen en hun bijdrage te leveren om dak- en thuisloosheid een halt toe te roepen.

De Staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, P. Blokhuis

De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, K.H. Ollongren

De Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, T. van Ark


X Noot
1

Het betreft een schatting van het aantal dak- en thuisloze mensen op 1 januari 2018. Https://www.cbs.nl/nl-nl/nieuws/2019/34/aantal-daklozen-sinds-2009-meer-dan-verdubbeld

X Noot
2

Kamerstuk 35 415, nr. 11

X Noot
3

Kamerstukken 27 926 en 25 295, nr. 319 en Aanhangsel Handelingen II 2019/20, nr. 2243

X Noot
4

Kamerstuk 29 325, nrs. 103, 119 en 120

X Noot
5

Doelstelling van het Actieprogramma Dak- en Thuisloze Jongeren is een forse vermindering van het aantal dak- en thuisloze jongeren t/m 27 jaar, voor eind 2021, in heel Nederland. 14 pilotgemeenten (waaronder de G4) hebben zelfs voor eind 2021 een «100% terugdringing» ambitie tot doel gesteld. Op 1 januari 2018 waren er naar schatting van het CBS 9400 dak- en thuisloze jongeren tot en met 27 jaar.

X Noot
6

Housing First biedt dak- en thuisloze mensen onvoorwaardelijk een eigen woning en de ondersteuning die nodig is om het te behouden. Naast het succesvol beëindigen van dakloosheid, richt de ondersteuning zich ook op het verbeteren van gezondheid en welzijn en het bevorderen van sociale integratie.

X Noot
8

Van huishoudens met een hoofdkostwinner met een migratieachtergrond heeft meer dan een kwart een laag inkomen. Dit staat tegenover 6% van de huishoudens met een hoofdkostwinner van Nederlandse komaf.

X Noot
9

Het kabinet komt op een later moment terug op de wijze waarop zelfredzame terugkerende remigranten worden ondersteund (motie van de leden Regterschot en El Yassini, Kamerstuk 29 325, nr. 114).

X Noot
10

De realiteit is dat in een aantal regio’s het tempo waarin beschikbare woonplekken vrij komt, niet snel genoeg gaat om bij te kunnen benen met het groeiende aantal dak- en thuisloze mensen. In de regionale plannen wordt hier rekening mee gehouden door afbouw te temporiseren dan wel, indien strikt noodzakelijk, tijdelijke uitbreiding van het aantal opvangplekken in een zo beperkt mogelijke mate als doelstelling op te nemen. Hierbij is uit de regionale plannen gebleken dat het zoveel mogelijk om kleinschalige opvang «in de wijk» gaat.

X Noot
11

Kamerstuk 29 325, nr. 113

X Noot
12

Kamerstuk 35 300 VII, nr. 68

X Noot
13

Kamerstuk 29 453, nr. 510

X Noot
14

Kamerstukken 32 847 en 25 295, nr. 650

X Noot
15

Kamerstuk 30 196, nr. 710

X Noot
16

Kamerstuk 31 765, nr. 488

X Noot
17

Kamerstuk 29 453, nr. 510

X Noot
18

De RVS adviseert een quotumregeling waarbij het aantal daklozen dat iedere gemeente moet huisvesten zou niet gebaseerd moeten worden op het aantal inwoners, maar op inhoudelijke argumenten. De opgave kan dus per stad of regio verschillen.»

X Noot
19

Kamerstuk 29 325, nr. 112

X Noot
20

Kamerstuk 24 515, nr. 489

X Noot
21

Kamerstuk 24 515, nr. 525

X Noot
22

VLOT bestaat uit een team van vertegenwoordigers van VWS, JenV, BZK en de VNG en tien regioadviseurs. VLOT ondersteunt tot eind 2020 gemeenten en partners vraaggericht in de regio bij het verder vormgeven van een goede aanpak voor kwetsbare personen en speelt een belangrijke rol in de kennisuitwisseling van beproefde praktijken Daarnaast verbindt VLOT lopende programma’s voor kwetsbare personen, te weten personen met verward gedrag, de implementatie van de Wet verplichte ggz (Wvggz), de Meerjarenagenda beschermd wonen en maatschappelijke opvang en de Meerjarenagenda van de Zorg- en Veiligheidshuizen met elkaar.

X Noot
23

Zie ook voetnoot 10.

X Noot
24

Kamerstuk 29 325, nr. 105

X Noot
25

Tot de oprichtingsdatum kunnen partijen die een bijdrage willen leveren aan de doelstelling van het platform zich via VWS melden.

X Noot
27

Kamerstuk 24 515, nr. 513 en Kamerstuk 35 431, nr. 30

X Noot
28

Uit de corporatiemonitors Voorkomen huisuitzetting van Aedes blijkt dat dit is afgenomen van 6.980 in 2013 naar 3.000 in 2018. https://www.aedes.nl/artikelen/klant-en-wonen/schuldhulpverlening/corporatiemonitor-voorkomen-huisuitzettingen.html

X Noot
29

Een briefadres is een adres, bijvoorbeeld van een familielid of een organisatie (zoals van maatschappelijke opvanginstellingen, welzijn/ dienstverleningsorganisaties of de gemeente zelf), waar de overheid een ingezetene die geen vast woonadres heeft toch kan bereiken.

X Noot
30

Kamerstuk 35 300 XV, nr. 85

X Noot
31

Kamerstuk 35 300 XV, nr. 91

X Noot
32

In deze monitoring zal ook de voortgang van de «100% ambitie pilots» van het Actieprogramma Dak- en Thuisloze Jongeren integraal worden meegenomen.