Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2014-201528694 nr. 130

28 694 Verpakkingsbeleid

30 872 Landelijk afvalbeheerplan

Nr. 130 BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN INFRASTRUCTUUR EN MILIEU

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 18 juni 2015

Nederland heeft de kennis en ambitie de koploperspositie in recycling van afval tot waardevolle grondstoffen verder uit te bouwen. Het Rijk werkt daarvoor in het programma Van Afval Naar Grondstof 1 aan een versnelling van de realisatie van de circulaire economie. Het kabinet heeft met dit programma drie doelen: het vitaal houden van ons natuurlijk kapitaal, het verbeteren van de voorzieningszekerheid en het versterken van het verdienvermogen van de Nederlandse economie.

In een circulaire economie zijn kringlopen gesloten en ketens optimaal ingericht. Afval en emissies bestaan niet meer, mens en milieu worden niet meer belast en voorkomen wordt dat grondstoffen opraken. De kracht van de samenleving zal benut worden om dit doel te bereiken in samenwerking met de ketenpartijen.

De Raamovereenkomst Verpakkingen draagt bij aan het sluiten van kringlopen. Met deze brief wordt uw Kamer geïnformeerd over de onderzoeken die uitgevoerd zijn in het kader van de afspraken in de Raamovereenkomst Verpakkingen en in het kader van zwerfafval. Ik heb vorig jaar toegezegd deze onderzoeken te laten uitvoeren met het doel om de recycling van afval naar waardevolle grondstoffen te vergroten en het zwerfafval te verminderen. Ook is toen de toezegging gedaan dat de partners die samenwerken in de Raamovereenkomst Verpakkingen nog een jaar de tijd krijgen alle afspraken na te komen, voordat een besluit wordt genomen over statiegeld op grote PET-flessen.

In deze brief wordt ingegaan op de afspraken met de partijen in de Raamovereenkomst Verpakkingen. Daarop volgen, in paragraaf 2, de resultaten van een aantal onderzoeken naar:

  • Het effect van de Raamovereenkomst Verpakkingen op het milieu,

  • De bestrijding van zwerfafval, en

  • De resultaten van de monitoring van de relevante prestatiegaranties door de Inspectie Leefomgeving en Transport (ILT).

In paragraaf 3 staat hoe de resultaten van deze onderzoeken zich verhouden tot het nieuwe besluit over statiegeld. In paragraaf 4 staan de maatregelen en acties die extra worden ingezet voor de reductie van zwerfaval, waaronder een constructief voorstel van een brede coalitie voor de aanpak van de kleine flesjes en blikjes, dat ik zeer op prijs stel.

Deze brief sluit af met afspraken over de evaluatie van de Raamovereenkomst in 2017, waaronder de inzamelmethoden van kunststof verpakkingsafval en de kleine flesjes en blikjes. In bijlage 1 wordt ingegaan op moties en toezeggingen in het kader van het verpakkingendossier en het dossier VANG-huishoudelijk afval2.

1. Raamovereenkomst Verpakkingen

Voor de keten van verpakkingen en verpakkingsafval zijn er in 2012 nieuwe afspraken gemaakt tussen het Rijk, het verpakkende bedrijfsleven en de Vereniging Nederlandse Gemeenten (VNG). Deze afspraken zijn vastgelegd in de Raamovereenkomst Verpakkingen 2013–2022. Om de milieudruk van de keten van verpakkingen verder te verlagen, heeft verduurzaming een belangrijke plaats gekregen in deze overeenkomst. Over de voortgang van de Raamovereenkomstafspraken is uw Kamer op 16 april jl. geïnformeerd3.

De Raamovereenkomstafspraken leveren een bijdrage aan de volgende doelen in het kader van de transitie naar circulaire economie:

  • Minder milieudruk door ondermeer reductie van zwerfafval,

  • Koploper in recycling van waardevolle grondstoffen, en

  • Vereenvoudiging van systemen voor de consument die ook efficiënt zijn voor de gemeenten en het bedrijfsleven.

Vanuit het uitgangspunt dat de doelen centraal staan en de middelen daaraan ondergeschikt zijn, is over het middel statiegeld op grote PET-flessen een afspraak gemaakt in de Raamovereenkomst als onderdeel van een totaalpakket.

Er zijn zeven prestaties afgesproken waaraan het bedrijfsleven moet voldoen alvorens het de vrijheid krijgt in het kiezen van de instrumenten om de doelen te bereiken.

Vorig jaar heeft de ILT getoetst of er in 2013 voldaan was aan de afgesproken prestatiegaranties. Toen bleek dat aan één prestatiegarantie niet voldaan was, namelijk «einde aan het gebruik van PVC in verpakkingen bij de supermarkten, tenzij niet anders mogelijk».

In de brief van 11 juni 20144 over de besluitvorming over statiegeld is aangegeven dat ik veel waarde hecht aan de integrale afspraken van de Raamovereenkomst en op basis van goede samenwerking de doelen wil realiseren die gesteld zijn. Op basis van de uitkomsten van de toetsingsresultaten van de ILT is het statiegeld toen niet vrij gegeven.

2. Uitkomsten van de drie onderzoeken

Als gevolg van de afspraken over statiegeld van vorig jaar en de gedane toezeggingen zijn drie onderzoeken uitgevoerd. Hieronder wordt ingegaan op de uitkomsten van deze onderzoeken.

2a. Milieueffectenanalyse Raamovereenkomst Verpakkingen

Er is een analyse uitgevoerd naar de milieueffecten van de Raamovereenkomst Verpakkingen in vergelijking met de situatie in 2012.

In deze analyse is het milieueffect van het totaalpakket van de afspraken uit de Raamovereenkomst Verpakkingen 2013–2022 (de Raamovereenkomst), inclusief de mogelijkheid voor het afschaffen van statiegeld, vergeleken met de situatie vóór deze Raamovereenkomst, namelijk de situatie in 2012, inclusief een statiegeldsysteem. Kortweg doet deze analyse een uitspraak of de Raamovereenkomst een positief milieueffect heeft, ook wanneer statiegeld op grote flessen zou worden afgeschaft.

Er is gekozen voor deze benadering, omdat de Raamovereenkomst als een totaalpakket afgesproken is en gezien moet worden.

De afspraken zijn in samenhang met elkaar geformuleerd en gemaakt. In bijlage 2a tot en met 2e bij deze brief treft u de rapportage en de bijbehorende stukken aan5.

Uitkomsten van het onderzoek

Het totaalpakket van de maatregelen in de Raamovereenkomst geeft volgens de analyse een milieuwinst. De afspraken die eventueel een milieunadeel opleveren worden meer dan gecompenseerd door de afgesproken ophoging van het recyclingpercentage voor kunststof.

Onderzoeksopzet en uitvoering

Vorig jaar is, als gevolg van een toezegging aan uw Kamer, aan het Kennisinstituut Duurzaam Verpakken (KIDV) gevraagd om de analyse van de milieueffecten van de Raamovereenkomst Verpakkingen te begeleiden. Het onderzoek is uitgevoerd door TNO en CE Delft. Als methode voor het onderzoek is een levenscyclusanalyse (LCA) gebruikt. Voor deze analyse is een brede klankbordgroep geformeerd, bestaande uit NGO’s, uitvoeringsorganisaties, relevante brancheorganisaties en de Raamovereenkomstpartijen6.

Een kwantitatieve analyse van de milieueffecten van zwerfafval kon in deze analyse niet worden meegenomen. Dat komt omdat er geen gegevens beschikbaar zijn die de gevolgen van het beleid aantonen op de hoeveelheid zwerfafval. Bovendien bleek er geen bruikbare methodiek te zijn om de milieueffecten van zwerfafval kwantitatief mee te nemen.

In dit kader is er ook een motie aangenomen van het lid Dik-Faber7. De motie vraagt om in de analyse in te gaan op de kwaliteit van het te recyclen materiaal, door middel van een milieuvergelijking die zich toespitst op de gevolgen van het afschaffen of uitbreiden van de statiegeldinzameling van kunststof drankflessen.

Als reactie op deze motie heb ik aangegeven te kijken of dit verzoek in de lopende onderzoeken meegenomen kan worden. Het doel van de milieueffectenanalyse is te kunnen beoordelen of het totale pakket van de Raamovereenkomst een positief milieueffect heeft. Omdat het mogelijk vrijgeven van statiegeld op grote PET-flessen onderdeel is van de Raamovereenkomst, is in de milieueffectenanalyse het effect van de afschaffing van statiegeld op grote PET-flessen op de kwaliteit van het te recyclen materiaal meegenomen. Uitbreiding van statiegeld is geen onderdeel van de Raamovereenkomst. Om die reden hebben de onderzoekers dit deel niet mee kunnen nemen in de analyse, en heb ik hiermee gedeeltelijk uitvoering kunnen geven aan de motie.

De vervoersbewegingen zijn in deze analyse meegenomen. Het lid Smaling (SP) had hier om verzocht.

2b. Zwerfafvalonderzoeken

Naar aanleiding van toezeggingen aan uw Kamer en een aangenomen motie van het lid Dik-Faber8 in het kader van zwerfafval zijn een drietal onderzoeken uitgevoerd naar:

  • Beleid, uitvoering en monitoring in binnen- en buitenland,

  • Beloningssystemen, en

  • Een schatting van de omvang van zwerfafval en de kosten voor het opruimen ervan en de grondstofwaarde van onder meer de kleine PET-flesjes.

Beleid, uitvoering en monitoring in binnen- en buitenland

Er is een compacte beschrijving opgesteld van beleid, uitvoering en monitoring op het gebied van zwerfafval in Nederland en het omringende buitenland.

Specifiek voor zwerfafval op het land is er geen Europees beleid. In Nederland liggen beleid en uitvoering met name bij gemeenten, die een eigen invulling geven aan het schoonhouden van de openbare ruimte. Ook het bedrijfsleven speelt een belangrijke rol bij het bestrijden van zwerfafval in Nederland.

Uit de vergelijking met het Verenigd Koninkrijk, Duitsland en België (Vlaanderen) blijkt dat geen van deze landen een expliciete doelstelling voor reductie van zwerfafval heeft. In vergelijking met deze landen blijkt dat in Nederland de rijksoverheid verschillende activiteiten op het gebied van zwerfafval uitvoert, dat er verschillende nationale programma’s operationeel zijn en dat bijna alle gemeenten een vastgesteld plan voor zwerfafval hebben. Voor wat betreft beleid en uitvoering kan Nederland als voorloper worden beschouwd.

Monitoring vindt plaats op het beeld hoe schoon de openbare ruimte is. Uit bestaande monitoringsgegevens komt naar voren dat Nederland de laatste jaren redelijk schoon tot schoon is en ook zo wordt ervaren door de burger. In die zin is deze monitoring bruikbaar.

Er zijn geen expliciete doelen voor de omvang/hoeveelheid van het zwerfafval, noch op centraal noch op decentraal niveau. Daarom is daarop geen monitoring uitgevoerd. Wel worden tellingen uitgevoerd. Deze geven inzicht in de omvang van zwerfafval, maar zijn niet opgezet om statistisch verantwoorde uitspraken te doen over de hoeveelheid en samenstelling van zwerfafval in Nederland. Bestaande monitoringssystemen in Vlaanderen en het Verenigd Koninkrijk blijken weinig nieuwe methoden te bevatten die voor het Nederlandse systeem toegevoegde waarde zouden hebben.

Conclusie is dat de huidige landelijke monitoring geschikt is voor uitspraken over het landelijke beeld van schoon en de perceptie daarvan bij burgers. Ook levert die monitoring een ruwe indicatie van de samenstelling van zwerfafval. Om de hoeveelheden, samenstelling, effecten en landelijke kosten voor preventie en reiniging van zwerfafval zichtbaar te maken, dient de huidige landelijke monitoring aangevuld te worden met daartoe geëigende meetmethoden. Dit speelt ook in andere landen.

Beloningssystemen

Diverse beloningssystemen om zwerfafval te bestrijden zijn door Rijkswaterstaat samen met betrokken partijen uitgewerkt in het project Schoon Belonen.

Zo is onder andere gekeken naar inleversystemen voor kleine drankenverpakkingen en gezamenlijke opruimacties.

Het effect van deze beloningssystemen kan positief zijn voor de bestrijding van zwerfafval. De uitkomsten van de milieueffectenanalyse van de Raamovereenkomst Verpakkingen laten zien dat elke ombuiging van zwerfafval naar inzameling direct leidt tot milieuwinst.

Er is op basis van de onderzoeken een handleiding gemaakt voor gemeenten om beloningssystemen, waaronder systemen voor kleine drankenverpakkingen, verder toe te passen.

Onderzoek naar omvang en kosten van zwerfafval

Er is op basis van de momenteel beschikbare gegevens, waaronder het zwerfvuilonderzoek in Vlaanderen, een schatting gemaakt van de hoeveelheid zwerfafval in Nederland, de kosten die het opruimen met zich meebrengt en de aantallen flesjes, blikjes en tasjes die in het zwerfafval aanwezig zijn.

De hoeveelheid zwerfafval die jaarlijks vrijkomt, wordt geraamd op 50.000 ton met een totaal kostenniveau van € 250 mln (met een bandbreedte die varieert van € 127 miljoen tot € 325 miljoen), ofwel € 15/persoon/jaar.

Zwerfafval bestaat vooral uit sigarettenpeuken, kauwgom en verpakkingen, maar er zijn ook kleinere bestanddelen, bijvoorbeeld papier en ballonnen. Uitgaande van tellingen in de periode 2008–2014 (daarbij aansluitend bij het rapport over zwerfafval dat een beschrijving geeft van beleid, uitvoering en monitoring in binnen- en buitenland) bestaat van de totale massa zwerfafval 8% uit blikjes, 6,1% uit flesjes en 2,4% uit plastic tasjes, waarbij de opmerking past dat massa niet de enige manier is om de overlast door zwerfafval te bepalen.

In bijlage 3a, 3b, 3c en 3d bij deze brief treft u de rapportages aan9.

2c. Monitoring prestatiegaranties door ILT

Als gevolg van de afspraken van vorig jaar over statiegeld en de prestatiegaranties heeft de ILT dit jaar naar de vier10 relevante prestatiegaranties gekeken.

Uit de toetsing van de vier relevante prestatiegaranties blijkt dat het verpakkende bedrijfsleven:

  • voldaan heeft aan de prestatiegaranties voor 90 kton recycling bij huishoudens, een gemiddeld percentage van 25% gerecycled PET in grote PET-flessen en de afschaffing van de gratis plastic tassen bij de kassa in de supermarkten.

  • aan één van de prestatiegaranties niet voldaan heeft. De ILT heeft bij diverse supermarkten verpakkingen gevonden die PVC bevatten.

Het verpakkende bedrijfsleven heeft zichtbare stappen gezet om aan de prestatiegaranties te voldoen. De toegenomen recycling bij huishoudens en de stijging van het percentage recyclaat in grote PET-flessen maken duidelijk dat er aan deze prestaties is voldaan en dat de resultaten nog beter zijn dan vorig jaar.

De ILT heeft 132 supermarkten bezocht en bij geen enkele supermarkt is een gratis plastic tas bij de kassa aangetroffen. Ook hieruit blijkt dat de sector werk maakt van de afgesproken verduurzaming.

Alle supermarktketens hebben verklaard dat ze er alles aan gedaan hebben om PVC-houdende verpakkingen te weren. In hun inkoopvoorwaarden is bijvoorbeeld opgenomen dat er geen PVC-verpakkingen gebruikt worden, tenzij er aantoonbaar geen alternatieven zijn. Ondanks deze inspanningen van de sector het afgelopen jaar, heeft de ILT ook dit jaar PVC-houdende verpakkingen aangetroffen in de supermarkten.

Het verpakkende bedrijfsleven geeft aan dat het uitbannen van de allerlaatste PVC-houdende verpakkingen uit de supermarkten een proces van de lange adem blijkt te zijn, vanwege langlopende contracten, reeds gedane bestellingen en het grote aanbod van producten met een grote diversiteit. De supermarkten geven aan dat ze actief en aangescherpt beleid blijven voeren ten aanzien van PVC in verpakkingen.

In bijlage 4 bij deze brief is het volledige ILT-rapport toegevoegd11.

3. Besluitvorming over inzameling van kunststof flessen

De conclusies van de onderzoeken laten zien dat er zichtbare stappen zijn gezet met recycling.

Ik waardeer de inzet van het bedrijfsleven voor hun streven om meer afval te gaan hergebruiken als waardevolle grondstof en voor de resultaten die hierop behaald zijn in de afgelopen tijd. Daar staat tegenover dat ondanks deze inspanningen er toch nog PVC-houdende verpakkingen te vinden zijn in de supermarkten, waarmee niet aan alle prestatiegaranties van de Raamovereenkomst Verpakkingen wordt voldaan. Uit de zwerfafvalonderzoeken blijkt daarnaast dat met het inzamelen van met name kleine PET-flesjes een forse impuls gegeven kan worden aan recycling en vermindering van zwerfafval.

De uitkomsten van de onderzoeken zijn besproken met de partijen die betrokken zijn bij de Raambijeenkomst en ook met andere relevante partijen. Daaruit blijkt dat alle partijen de Raamovereenkomst in stand willen houden en de afspraken blijven uitvoeren in onderlinge samenwerking. De Raamovereenkomst wordt nog steeds ervaren als een totaalpakket van afspraken dat een solide basis vormt voor de verduurzaming van verpakkingen, de inzameling en recycling en voor de aanpak van verpakkingsafval in het zwerfafval.

Op basis van de onderzoeksresultaten van de ILT, de onderzoeksresultaten over zwerfafval en de gesprekken trek ik de volgende conclusies:

  • Statiegeld op grote PET-flessen wordt niet vrijgegeven. Hiermee geef ik invulling aan artikel 11, lid 3 van de Raamovereenkomst Verpakkingen;

  • Er is een integrale landelijke aanpak nodig voor het bestrijden van zwerfafval;

  • Als onderdeel van die aanpak moeten maatregelen worden genomen om recycling van kleine PET-flesjes en blikjes te bevorderen. Hiervoor heb ik een constructief aanbod van een brede coalitie ontvangen, dat in paragraaf 4 nader wordt toelicht.

4. Integrale landelijke aanpak zwerfafval

De onderzoeken geven een goed overzicht van de problematiek en aangrijpingspunten voor het verder ontwikkelen van beleid. Het aanpakken van zwerfafval heeft een positief effect op de leefbaarheid, de beleving van veiligheid en op de natuur. Het reduceert verder het verlies aan grondstoffen.

Zwerfafval dat in het milieu blijft of na opruimen wordt verbrand, betekent een verlies aan secundaire grondstoffen en daarmee een lekstroom in de circulaire economie.

Daarnaast heeft dit economische consequenties: de inspanningen die vanuit de overheid nodig zijn om de openbare ruimte schoon te houden, een verminderde economische waarde van de buitenruimte (bijvoorbeeld lagere huizenprijzen) en de waarde van de lekstroom aan grondstoffen. Daarom past zwerfafval niet in een circulaire economie en is reductie van zwerfafval belangrijk.

Uit de onderzoeken blijkt voorts dat op verschillende niveaus en door verschillende partijen gewerkt wordt aan de bestrijding van zwerfafval. Ik wil dit verder uitbouwen met een landelijke aanpak. Samen met de al bestaande aanpak voor het mariene zwerfvuil creëert het kabinet daarmee één samenhangende aanpak van zwerfafval op land en op zee.

Deze aanpak voor zwerfafval op land zal breder zijn dan verpakkingen, die het onderwerp zijn van de Raamovereenkomst, omdat zwerfafval uit meer dan alleen verpakkingen bestaat.

De aanpak vraagt om een goede samenwerking. De bestaande samenwerking met bedrijven en gemeenten biedt daar een goede basis voor, en de brede coalitie rond het initiatief om ook kleine kunststof flesjes en blikjes in te zamelen, bewijst dat samenwerking de sleutel is tot succes.

De landelijke aanpak voor de bestrijding van zwerfafval zal de komende maanden verder vormgegeven worden samen met gemeenten, bedrijfsleven en andere relevante stakeholders.

De aanpak kent de volgende elementen:

  • 1. Ontwikkelen van retourpremiesysteem voor kleine PET-flesjes en blikjes

    De kleine PET-flesjes worden nu via de bestaande inzamelsystemen, bron- of nascheiding, ingezameld. De gemeenten die kunststof verpakkingsafval via bronscheiding inzamelen, zijn aangesloten bij het Plastic Heroes systeem.

    Het overgrote deel van de blikjes wordt uit de assen van de Afvalenergiecentrales (AEC) gehaald. Echter, omdat toch een deel van deze kleine PET-flesjes en blikjes als zwerfafval in het milieu en in het restafval terechtkomt, is het wenselijk deze flesjes en blikjes ook zo veel mogelijk afzonderlijk in te zamelen en te recyclen.

    Bij de gesprekken die ik heb gevoerd, is aan alle partijen gevraagd na te denken over een creatieve aanpak voor de kleine PET-flesjes en blikjes. Dit heeft geleid tot een constructief aanbod om dit gezamenlijk op te pakken in een brede coalitie (zie bijlage 512). Dit geeft invulling aan een belangrijk deel van de motie Cegerek13.

    Het meer inzamelen van kleine flesjes en blikjes vraagt om samenwerking tussen gemeenten, bedrijfsleven en consumenten. Een breed draagvlak is essentieel.

    Het verpakkende bedrijfsleven en de VNG hebben de handschoen opgepakt en zijn in overleg gegaan met Stichting Natuur & Milieu. Deze brede coalitie heeft aangeboden om de nu reeds opgedane ervaringen met beloningssystemen voor de inzameling van kleine flesjes en blikjes te vertalen naar een landelijke aanpak (zie bijlage 5). In deze aanpak zullen ook verenigingen, scholen, clubs en maatschappelijke organisaties betrokken worden.

    De basis hiervoor is al gelegd in artikel 9.814 van de Raamovereenkomst. Deze partijen gaan nu een plan uitwerken voor een effectief en simpel systeem voor een retourpremie op kleine PET-flesjes en blikjes, in aanvulling op de bestaande inzamelsystemen, zoals het Plastic Heroes systeem.

    Per 1 januari 2016 wordt een start gemaakt met deze aanpak die als proefproject op landelijke schaal in 2016 en 2017 wordt doorgezet. Op basis van de resultaten wordt een uitgewerkt en landelijk dekkend plan per 1 januari 2018 ingevoerd. De exacte uitwerking en de manieren van vergoeding voor de kleine PET-flesjes en blikjes wordt nog uitgewerkt door de betrokken partijen. Het plan van aanpak is voor oktober 2015 gereed en zal met uw Kamer gedeeld worden.

  • 2. Versterken motivatie schoon gedrag

    De communicatie over gedrag in de openbare ruimte wordt verbeterd. Daarnaast worden acties ontwikkeld om de motivatie bij de burger te verhogen. Dit kan onder andere door er voor te zorgen dat ingezameld zwerfafval gerecycled wordt, door het uitwerken van gerichte beloningssystemen en gerichte lokale handhavingsaanpak.

  • 3. Totaalaanpak aandachtsgebieden

    Er worden afspraken gemaakt rondom gebieden die meer dan gemiddeld vervuild zijn (bijvoorbeeld winkelcentra, openbaar vervoersgebieden). Dit wordt aangevuld met een lokale gemeentelijke aanpak.

  • 4. Producentenverantwoordelijkheid

    Ik wil alle sectoren, waaronder producenten, die bijdragen aan zwerfafval aanspreken op hun verantwoordelijkheid voor het voorkomen én het opruimen van zwerfafval.

    De focus ligt nu vaak op verpakkingen, maar ook voor de andere onderdelen zoals kauwgom en sigarettenpeuken, is een bijdrage nodig. Daarbij is preventie, door producten en verpakkingen te maken die minder bijdragen aan zwerfafval, een minstens zo belangrijk onderdeel van de bestrijding van zwerfafval als het opruimen.

  • 5. Versterken kennis

    Om zwerfafval te bestrijden, is het benutten en ontwikkelen van kennis belangrijk. Gemeenten hebben als belangrijkste uitvoerders van het schoon houden van de openbare ruimte baat bij goede kennis over aard en hoeveelheid van zwerfafval en de monitoring die daar bij hoort. Ook is kennis over de diverse aanpakken van zwerfafval behulpzaam. Gedragskennis is daarbij van belang. Er zijn verschillende organisaties actief op dit vlak. Om hier een verbeterslag in te maken, wordt er toegewerkt naar samenwerking in een landelijke organisatie waarbij het gemeenten makkelijker gemaakt wordt om kennis te halen en te brengen. Bij de aanpak wordt daarom meer aangesloten bij de samenwerking die er is rondom huishoudelijk afval.

    Ook wordt aansluiting gezocht bij een Europees kennisnetwerk. Tenslotte zal ook worden gekeken naar aanpassingen in de bestaande monitoringssystematiek.

5. Tot slot

De Raamovereenkomst loopt tot en met 2022. De voortgang wordt, zoals afgesproken, in 2017 geëvalueerd. Ook de ervaring die wordt opgedaan met het retourpremiesysteem worden in deze evaluatie meegenomen. Er zal dan worden gekeken hoe de uitwerking van de afspraken bijdraagt aan het doel voor een gesloten keten en een schoon milieu. Hierbij wordt gekeken of het stelsel van inzamelsystemen voor kunststof verpakkingsafval verbeterd kan worden met als doel het verlagen van de milieudruk, het vergroten van het gemak voor de consument en het verlagen van de systeemkosten.

Om deze afweging in 2017 goed te kunnen maken, wordt aan NGO’s gevraagd de Raamovereenkomstpartijen hierover een advies te geven.

Er is het afgelopen jaar veel werk verzet, in onderzoeken en inspanningen tot verduurzaming, om de doelen van de Raamovereenkomst te realiseren. Die staan voorop: verhoging van recycling, verduurzaming van verpakkingen en vermindering van zwerfafval. Daarvoor is zowel de Raamovereenkomst als de samenwerking met gemeenten, bedrijven en NGO’s essentieel. De nu ontstane brede coalitie om te komen tot een aanpak van kleine flesjes en blikjes is een goede uitwerking hiervan.

Ik hoop met deze brief duidelijkheid gegeven te hebben over de stappen die de komende jaren gezet worden om te komen tot het beter sluiten van de verpakkingenketen en de bestrijding van zwerfafval, en zie uit naar een gedachtewisseling met uw Kamer hierover.

De Staatssecretaris van Infrastructuur en Milieu, W.J. Mansveld


X Noot
1

Kamerstuk 33 043, nr. 28

X Noot
2

Raadpleegbaar via www.tweedekamer.nl

X Noot
3

Kamerstuk 28 694, nr. 119

X Noot
4

Kamerstuk 28 694, nr. 117

X Noot
5

Raadpleegbaar via www.tweedekamer.nl

X Noot
6

Kamerstuk 30 872, nr. 185

X Noot
7

Kamerstuk 30 872, nr. 179

X Noot
8

Kamerstuk 30 872, nr. 178

X Noot
9

Raadpleegbaar via www.tweedekamer.nl

X Noot
10

90 kton recycling van huishoudelijk afval, gemiddeld 25% gerecycled PET in grote PET-flessen, einde gebruik van PVC in verpakkingen in supermarkten, tenzij niet anders mogelijk en afschaffing gratis plastic tassen bij de kassa in de supermarkt, tenzij niet anders mogelijk.

X Noot
11

Raadpleegbaar via www.tweedekamer.nl

X Noot
12

Raadpleegbaar via www.tweedekamer.nl

X Noot
13

Kamerstuk 30 872, nr. 170

X Noot
14

Als verenigingen, clubs en maatschappelijke organisaties actief bijdragen aan de inzameling, zal in overleg met de gemeente zo goed mogelijk worden gefaciliteerd dat een deel van de opbrengsten van diverse afvalstromen naar hen terugvloeien.