Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2015-201627925 nr. 571

27 925 Bestrijding internationaal terrorisme

Nr. 571 LIJST VAN VRAGEN EN ANTWOORDEN

Vastgesteld 15 februari 2016

De vaste commissie voor Buitenlandse Zaken heeft een aantal vragen voorgelegd aan de Ministers van Buitenlandse Zaken, van Defensie en voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking over de brief van 29 januari 2016 inzake de aanvullende artikel 100-brief Nederlandse bijdrage aan de strijd tegen ISIS (Kamerstuk 27 925, nr. 570).

De Ministers hebben deze vragen beantwoord bij brief van 6 februari 2016. Vragen en antwoorden zijn hierna afgedrukt.

De voorzitter van de commissie, Eijsink

De griffier van de commissie, Van Toor

Vraag 1

Kunt u per land aangeven hoeveel bombardementen de Arabische landen in de coalitie, te weten Saoedi-Arabië, Jordanië, Bahrein en de Verenigde Arabische Emiraten, tot nu toe hebben uitgevoerd?

Vraag 95

Klopt het dat sinds enkele maanden geen van de golfstaten uit de coalitie meer zelfstandig luchtbombardementen uitvoert in de strijd tegen ISIS?

Vraag 96

Waar bestaat de militaire bijdrage van de golfstaten in de strijd tegen ISIS op dit moment exact uit? Kunt u dat per land aangeven?

Antwoord op vragen 1, 95 en 96

Over het precieze aandeel (aantallen luchtaanvallen) van Arabische bondgenoten in de luchtcampagne in de strijd tegen ISIS wordt in het openbaar geen mededelingen gedaan. De Arabische partners blijven zeer actief in de verschillende sporen van de anti-ISIS coalitie.

Vraag 2

Hoeveel (precisie)bommen heeft Nederland tot nu toe afgevuurd?

Antwoord op vraag 2

Nederland heeft tot nu toe ongeveer 1.300 keer een precisiewapen ingezet.

Vraag 3

Hoeveel vluchten heeft Nederland tot nu toe uitgevoerd?

Antwoord op vraag 3

Nederland heeft tot op heden ongeveer 1.700 missies uitgevoerd.

Vraag 4

Waarom is er nog steeds geen besluit genomen over de inzet van Forward Air Controllers, terwijl de CDS al in november 2014 de militair-operationele meerwaarde hiervan aangaf? (http://www.telegraaf.nl/binnenland/23344183/__Middendorp_bepleit_grondtroepen_in_Irak__.html) Is inzet van FAC'ers nog steeds niet uitgesloten?

Antwoord op vraag 4

Nederland zet momenteel geen forward air controllers in. De coalitie maakt gebruik van Joint Terminal Air Control, een effectieve alternatieve methode. Om operationele redenen worden hierover in het openbaar geen verdere mededelingen gedaan.

Zoals toegezegd tijdens het algemeen overleg van 2 oktober 2014 (Kamerstuk 27 925, nr. 523) wordt de Kamer geïnformeerd indien Nederland wel forward air controllers zal inzetten.

Vraag 5

Waarom geeft het kabinet zonder caveats politieke steun aan het optreden van de anti-ISIS coalitie in Syrië, maar legt het wel caveats op bij eigen militaire inzet in diezelfde coalitie? Waarom hanteert u een dubbele standaard?

Vraag 183

Waarom voert u VN Veiligheidsraadresolutie 2254 «to eradicate the safe haven they have established over significant parts of Syria» niet volledig uit, door vele caveats op te leggen bij de inzet van F-16’s tegen ISIS in Syrië?

Antwoord op vragen 5 en 183

Nederland is deel van de internationale anti-ISIS coalitie en onderschrijft daarom nadrukkelijk de doelstelling van de coalitie: het uitschakelen van ISIS. Ook de EU en de VN Veiligheidsraad steunen de strijd tegen ISIS in Irak en Syrië. Of en waar coalitiepartners meedoen is een zelfstandige afweging voor elk lid van de coalitie. Om ISIS in Irak effectiever te kunnen bestrijden, heeft het kabinet besloten om de NL F-16’s naast hun missies in Irak ook in te zetten om de grensoverschrijdende aanvoerlijnen vanuit Oost-Syrië naar Irak met gerichte luchtaanvallen aan te pakken.

Dit is in lijn met de bijdrage van andere coalitiepartners die het luchtwapen inzetten. Nederland draagt hiermee ook actief bij aan de uitvoering van VN Veiligheidsraadresolutie 2254. Immers, zolang ISIS in staat blijft aanvallen aan te sturen en versterkingen aan te voeren vanuit Oost-Syrië naar Irak, zal het resultaat van de coalitie in Irak, en dus ook van de substantiële Nederlandse inzet daar, niet duurzaam zijn.

Vraag 6

Hoeveel mensen wonen, naar schatting, in gebied in handen van IS in Irak en in Syrië?

Antwoord op vraag 6

De cijfers hierover variëren sterk, omdat betrouwbare gegevens ontbreken en in sommige gebieden delen van de bevolking op drift zijn geraakt. De beste schattingen spreken van zes tot zeven miljoen.

Vraag 7

Kunt u een overzicht geven van de maatregelen die in Golflanden zijn genomen tegen financiering van IS en Al Nusra en andere Al Qaida achtige organisaties in Irak en Syrië en kunt u aangeven wat hiervan het resultaat is?

Antwoord op vraag 7

De Golflanden hebben in toenemende mate te maken met de terroristische dreiging van ISIS en Al-Qaida. Daartoe hebben landen hun wetgeving aangescherpt om terrorisme en terrorismefinanciering effectiever te kunnen bestrijden en aangegeven open te staan voor een dialoog over ongebruikelijke financieringsstromen. Concreet genomen maatregelen zijn: het controleren van geldstromen van (religieuze) liefdadigheidsinstellingen naar het buitenland, het monitoren van ongebruikelijke transacties en het opleggen van nationale bevriezingsmaatregelen in samenwerking met lokale overheden, nationale banken, internationale partners, financiële instellingen en Financial Intelligence Units, maar ook het aan banden leggen van prepaid betalingen en het stoppen van «geldkoeriers».

Deze maatregelen zijn het gevolg van het besef in de Golfstaten dat nodig is voor een effectieve aanpak van de financiering van terrorisme. Zo worden instellingen aangesproken op ongebruikelijke transacties, zijn er duizenden rekeningen bevroren en financiële stromen ter waarde van miljoenen euro’s aan banden gelegd in zowel de Golflanden als in aangrenzende landen.

Vraag 8

Hoeveel personen hebben Saudi-Arabië en Qatar op sanctielijsten geplaatst vanwege steun aan IS en Al Nusra en andere Al Qaida achtige organisaties in Irak en Syrië?

Antwoord op vraag 8

Het G20 rapport van de Financial Action Task Force (FATF) van november 2015 meldt dat Saoedi-Arabië de nationale bevriezingsmaatregel aan 2.187 personen/entiteiten heeft opgelegd en dat ongeveer EUR 31 miljoen aan tegoeden bevroren zijn. Het is onbekend hoeveel van de «bevroren» personen/entiteiten steun verleenden aan ISIS en/of Al Qaida. Qatar heeft zich eveneens gecommitteerd aan de internationale standaarden tegen terrorismefinanciering, waaronder de uitvoering van VN-sancties tegen ISIS, Al-Qaida en Jabhat al-Nusra. Ook heeft Qatar recent het toezicht op liefdadigheidsinstellingen en buitenlandse donaties herzien.

Vraag 9

Is het juist dat IS beschikt over trainingskampen o.i.d. in een of meer Balkanlanden? Wordt hiertegen opgetreden?

Antwoord op vraag 9

Het kabinet kan de aanwezigheid van dergelijke kampen in Balkanlanden niet bevestigen.

Vraag 10

Zijn u aanwijzingen bekend dat coalitielanden wapens hebben geleverd aan gewapende groepen in Syrië? Kunt u uw antwoord toelichten?

Antwoord op vraag 10

Ja, verschillende coalitielanden hebben wapens geleverd aan gewapende groepen in Syrië. Zo heeft de VS bijvoorbeeld Syrische strijders getraind en bewapend in het kader van het (vorig jaar opgeschorte) train & equip programma.

Vraag 11

Kunt u bevestigen dat Amerikaanse militairen of special forces een vliegveld in Syrië hebben ingenomen?

Antwoord op vraag 11

Het kabinet kan dit niet bevestigen.

Vraag 12

Is het waar dat door Duitsland aan de Koerdische Autonome Regio (KAR) geleverde wapens zijn doorverkocht? Zo ja, aan wie? Is dit ook gebeurd met andere wapens?

Antwoord op vraag 12

Naar aanleiding van berichten in Duitse media heeft de Koerdische overheid een onderzoek ingesteld. Hieruit is naar voren gekomen dat van de ruim 20.000 door Duitsland aan de Koerdische regering geleverde wapens er inderdaad een drietal wapens op de zwarte markt te koop zijn aangeboden. Hoewel er door Duitsland goede afspraken met de Koerdische regering zijn gemaakt over het gebruik van door Duitsland geleverde wapens, valt niet volledig uit te sluiten dat dergelijke incidenten ook in de toekomst plaatsvinden.

Vraag 13

In hoeverre staan sjiitische milities effectief onder controle van de centrale autoriteiten in Irak?

Antwoord op vraag 13

Formeel staan de Popular Mobilisation Units (PMU’s), waartoe veel van de sjiitische milities behoren, onder gezag van de premier. Ook in de praktijk opereren de milities bij de grote operaties in de strijd tegen ISIS conform het bevel van de bevelhebber van de Iraakse strijdkrachten ter plekke. Tegelijkertijd benadrukken de verschillende sjiitische milities in bepaalde situaties hun zelfstandigheid. De Iraakse regering probeert de bevelslijn met de PMU te verbeteren, zoals door de benoeming van een generaal van het Ministerie van Defensie als commandant van de PMU-eenheden in de provincie Anbar.

Vraag 14

Kunt u bevestigen dat sjiitische militieleden vorige maand in Muqdadiyah soennitische burgers hebben gedood? Wat is hier precies gebeurd en hoe treedt Bagdad hiertegen op?

Antwoord op vraag 14

Op dit moment is de exacte toedracht rond de gewelddadigheden in Muqdadiyah nog niet bekend. Premier Al-Abadi heeft de stad na het incident bezocht en toegezegd een comité in te stellen met vertegenwoordigers van de Ministeries van Defensie en Binnenlandse Zaken. Dit comité zal onderzoek doen naar de gewelddadigheden.

Vraag 15

Wanneer verwacht u dat IS verslagen zal zijn?

Antwoord op vraag 15

Sinds de start van de coalitie is er duidelijke voortgang geboekt in de strijd tegen ISIS in Irak en Syrië. Echter, het verslaan van ISIS is een kwestie van de lange adem, waarvan niet precies valt te voorspellen hoe lang dit zal duren en waarbij de internationalisering van de organisatie het kabinet in het bijzonder zorgen baart. De strijd tegen ISIS vergt een geïntegreerde aanpak van diplomatiek optreden, militair handelen en stabilisatieactiviteiten in de regio, geflankeerd door preventie- en repressieactiviteiten om radicalisering tegen te gaan. De voortgang van de strijd tegen ISIS, zowel op civiel als militair gebied, wordt in coalitieverband gemonitord en besproken, waarbij de strategie waar nodig kan worden bijgesteld.

Vraag 16

Waarom zijn Syrische Koerden niet uitgenodigd voor gesprekken in Genève?

Antwoord op vraag 16

De Syrische Koerden vormen geen homogene groep. Er zijn wel degelijk Koerden betrokken in Geneve, zo is de Kurdish National Council vertegenwoordigd in de High Negotiations Committee. De PYD, de grootste Koerdische groepering, is (nog) niet betrokken. Voornaamste reden daarvoor is de slechte relatie tussen de PYD en de andere oppositiegroepen, onder meer omdat de PYD naar verluid banden onderhoudt met het regime van Assad. Het kabinet is van mening dat het politieke proces zo inclusief mogelijk moet zijn, om het draagvlak voor gemaakte afspraken te vergroten.

Vraag 17

Ziet u mogelijkheden voor voedseldroppings in Syrië dan wel Irak?

Vraag 118

Is overwogen over te gaan tot voedseldroppings voor de naar schatting van de VN 720.000 hulpbehoevende mensen in Syrië die verstoken waren van voedselhulp? En zo nee, waarom niet? En zo ja, waarom is hiertoe niet overgegaan?

Vraag 125

Ook in plaatsen die belegerd worden door gewapende oppositiegroepen blijkt hulpverlening de afgelopen maanden moeilijk geweest te zijn, is overwogen in deze gebieden over te gaan tot voedseldroppings? En zo nee, waarom niet? En zo ja, waarom is hiertoe niet overgegaan?

Antwoord op vragen 17, 118 en 125

Voedseldroppings zijn een laatste redmiddel waartoe alleen wordt overgegaan wanneer geen andere vorm van hulpverlening meer mogelijk is. De VN en andere hulporganisaties geven de voorkeur aan hulpkonvooien, waarmee nauwkeuriger en uitgebreider hulp kan worden verleend. Aan voedseldropping kleven veiligheidsrisico’s; de hulpverlening is minder nauwkeurig en droppings brengen hoge kosten met zich mee, zonder gegarandeerd resultaat.

Op de plaatsen waar voedseldroppings op dit moment verlichting van de noden zouden kunnen bieden, is niet de benodigde structuur aanwezig op de grond om veilige verspreiding van hulp te kunnen controleren. Hierdoor kunnen de droppings in verkeerde handen vallen en is niet gezegd dat de meest kwetsbare mensen worden geholpen. Daarnaast kunnen voedseldroppings alleen plaatsvinden in open gebied (ter grootte van minstens 5 voetbalvelden), om te voorkomen dat burgers worden verwond of zelfs gedood door gedropte voedselhulp.

De VN krijgt van het Syrische regime geen toestemming voor voedseldroppings. Zonder instemming van het regime lopen hulporganisaties het risico beschoten te worden. Uitvoering van voedseldroppings met militaire vliegtuigen (zonder de VN) heeft dezelfde kwalitatieve en logistieke beperkingen als hierboven beschreven en loopt hetzelfde veiligheidsrisico. Hulpverlening door de VN met militaire vliegtuigen is onwenselijk vanwege het behoud van de neutrale positie van de VN. De VN en andere hulporganisaties hebben nog geen verzoek gedaan over te gaan tot voedseldroppings, maar we sluiten niets uit.

Vraag 18

Hoeveel gebied heeft het Assad-regime heroverd sinds de start van de Russische bombardementen in september vorig jaar?

Antwoord op vraag 18

Het Syrische regime is, met Russische luchtsteun, operaties in met name Noord-Syrië gestart om de opmars van de strijdgroepen in de eerste helft van 2015 te stoppen en terug te draaien. Dit heeft deels tot verovering van terrein geleid, zoals in de provincie Latakia en zeer recent met het offensief rond Aleppo. Op andere fronten is er weinig beweging.

Vraag 19

Voert Turkije aanvallen uit doelen in Koerdisch gebied in Syrië? Hoe omvangrijk is dit?

Antwoord op vraag 19

Het is algemeen bekend dat er spanningen zijn tussen Turkije en met name de Syrische Koerden. Er zijn berichten over dergelijke aanvallen, die echter door Turkije ontkend worden.

Vraag 20

Hoe is de verhouding tussen de Iraaks Koerdische partijen KDP en PUK op dit moment?

Antwoord op vraag 20

De politieke strijd in de Koerdische Autonome Regio wordt vooral gevoerd tussen KDP en Gorran. PUK neemt een bemiddelende houding aan. In de laatste week van januari heeft Nederland met andere vertegenwoordigers van de EU-lidstaten deelgenomen aan een tweede ronde consultaties met de vijf grootste Koerdische politieke partijen. Hieruit bleek dat de relatie tussen KDP en PUK (licht) verbeterd is.

Vraag 21

Hoe wordt wapensteun aan de Koerden verdeeld over Peshmerga’s van de KDP en de PUK?

Antwoord op vraag 21

Wapenleveranties aan de Peshmerga worden sinds kort centraal gecoördineerd door de VS in samenspraak met het Ministry of Peshmerga. Hierbij wordt specifiek aandacht besteed aan de evenredige verdeling van wapensteun tussen de KDP en de PUK.

Vraag 22

Hoe wordt het geschil rond de zittingstermijn van president Barzani opgelost?

Antwoord op vraag 22

Het geschil rond de zittingstermijn van President Barzani is een interne Koerdische kwestie, waarbij de Koerdische politieke partijen gezamenlijk tot een oplossing zullen moeten komen. De vertegenwoordigers van de EU-lidstaten in Erbil hebben tweemaal een uitgebreide ronde van consultaties gehouden met de vijf grootste Koerdische partijen, waarbij het probleem rond de positie van President Barzani ook is besproken. Daarnaast dringt NL in de bilaterale contacten met de Koerdische autoriteiten, en met vertegenwoordigers van de Koerdische partijen, aan op een snelle oplossing van de politieke patstelling.

Vraag 23

Hoe concreet zijn de plannen van de Koerdische Regionale regering om een referendum te houden over onafhankelijkheid?

Antwoord op vraag 23

President Barzani heeft in het verleden meerdere malen opgeroepen tot het houden van een referendum over Koerdische onafhankelijkheid. Vooralsnog is er geen concreet tijdsplan voor het houden van een referendum. Het is niet waarschijnlijk dat dit op korte termijn zal plaatsvinden.

Vraag 24

Is het juist dat het door Koerden op IS heroverd gebied vooral betwist gebied (art 140) betreft?

Antwoord op vraag 24

In Irak hebben Koerden zogeheten betwist gebied veroverd op ISIS. Het gaat hierbij vooral om gebied in de provincies Nineveh, Kirkuk en Salah al-Din.

Vraag 25

Zijn Koerdische militairen bereid om buiten Koerdisch of betwist gebied op te treden?

Antwoord op vraag 25

Het is op dit moment niet waarschijnlijk dat de Peshmerga structureel buiten het door hen als Koerdisch beschouwde gebied zullen optreden.

Vraag 26

Worden soennitische stammen bewapend en betrokken bij de strijd tegen IS?

Antwoord op vraag 26

Ja.

Vraag 27

Heeft u kennis genomen van de uitspraak van de Parlementaire Assemblee van de Raad van Europa dat ISIS zich schuldig maakt aan genocide http://www.katholieknieuwsblad.nl/nieuws/raad-van-europa-erkent-dat-is-genocide-pleegt-dankzij-amendement-omtzigt-cda)? Wat is uw oordeel over de aangenomen resolutie? Acht u de Genocide-conventie van toepassing ten aanzien van ISIS?

Antwoord op vraag 27

ISIS pleegt op systematische wijze grove mensenrechtenschendingen en is hoogstwaarschijnlijk verantwoordelijk voor zeer ernstige misdrijven, zoals genocide, misdrijven tegen de menselijkheid en oorlogsmisdrijven. De vaststelling of in juridische zin sprake is van genocide, misdrijven tegen de menselijkheid of oorlogsmisdaden is voorbehouden aan de rechter.

Vraag 28

Deelt u de opvatting dat het uitschakelen van strategische locaties in de aanvoerlijnen naar Irak «dweilen met de kraan open» is, zo lang Turkije de grens wagenwijd openzetten voor grote aantallen ISIS-terroristen naar Irak en Syrië?

Vraag 31

Waarom wordt er in de hele artikel 100-brief niet of nauwelijks over de (dubbel)rol van Turkije gesproken? Bent u bereid dit alsnog te doen?

Antwoord op vragen 28 en 31

Het kabinet verwijst in antwoord op deze vragen graag naar de brief aan uw Kamer van 7 januari 2016 met Kamerstuk 27 925, nr. 568, over de uitvoering van de motie Knops/Sjoerdsma over het opvoeren van de druk op Turkije wat betreft onder meer controle aan de Turkse grens met Syrië en Irak en de bredere rol van Turkije in de strijd tegen ISIS (Kamerstuk 34 300 V, nr. 23). In aanvulling daarop: Het aangrijpen van de aanvoerlijnen van ISIS draait de kraan juist dicht. Ook het aantasten van de geldstromen vermindert de aanvoer van wapens en strijders.

Vraag 29

Hoeveel buitenlandse jihadisten naar er het afgelopen jaar naar schatting naar Syrië en Irak afgereisd? Klopt het dat het aantal jihadisten dat binnenstroomt ongeveer gelijke tred houdt met de aantallen die uitgeschakeld worden?

Antwoord op vraag 29

Het fenomeen dat in de internationale gemeenschap bestempeld wordt als Foreign Terrorist Fighters is een probleem voor een groot aantal landen. Het feit dat het aantal gestegen is, is zorgwekkend. Nederland spant zich in internationaal kader in om de toestroom zo goed mogelijk tegen te gaan, onder meer door een actieve rol in te nemen binnen de coalitie als co-voorzitter van de Foreign Terrorist Fighters werkgroep. Onderzoekers schatten dat in totaal tussen 25.000 en 30.000 strijders de afgelopen jaren richting Syrië en Irak zijn vertrokken. Het aantal Nederlandse neemt uitreizigers nog toe. Hiervan is een deel overleden, dan wel teruggekeerd. De samenstelling en de loyaliteiten van individuen bij terroristische organisaties in Syrië en Irak zijn fluïde en veranderen continu. Deze trend kan dan ook niet bevestigd worden. Het is bekend dat Turkije zich inspant om bij binnenkomst in Turkije personen tegen te houden die voornemens zijn zich aan te sluiten bij terroristische organisaties, waaronder ISIS.

Vraag 30

Klopt het dat Nederland met dit kabinetsbesluit nog steeds geen enkele extra militair ter beschikking stelt in de strijd tegen ISIS, maar slechts mogelijkheden daartoe onderzoekt? Vindt u dit niet wat mager?

Vraag 226

Wanneer kan de Kamer de uitkomsten van de onderzoeken naar extra militaire inzet in Irak tegemoet zien?

Antwoord op vragen 30 en 226

De additionele maatregelen uit de aanvullende artikel 100-brief vormen een significante intensivering van de Nederlandse inzet in de strijd tegen ISIS op het gebied van diplomatiek en militair optreden, evenals stabilisatie. Nederland komt met de additionele inzet tegemoet aan de behoefte van de coalitie en de verzoeken van de VS en Frankrijk. Een aantal intensiveringen zal nader moeten worden uitgewerkt. Over deze uitwerking zal uw Kamer in de volgende voortgangsrapportage worden geïnformeerd of eerder indien mogelijk.

Vraag 32

Kunt u bevestigen dat voor Nederlandse vliegers die in actie komen boven Syrië dezelfde regels gelden als die voor onze bondgenoten? Anders geformuleerd: mogen Nederlandse F-16’s boven Syrië precies hetzelfde als jachtvliegtuigen van onze bondgenoten in de coalitie?

Vraag 176

Hanteert Nederland eigen caveats, die meer beperkingen opleggen dan de anti-ISIS coalitie onder leiding van de VS? In hoeverre legt Nederland zichzelf meer beperkingen op?

Antwoord op vragen 32 en 176

De kaders waarbinnen Nederland optreedt boven Syrië sluiten volledig aan bij de doelstellingen en het optreden van de coalitie. Alle leden van de coalitie zijn gehouden het humanitair oorlogsrecht na te leven bij hun inzet. Zie ook de antwoorden op vragen 33, 34, 179, 180 en 190.

Vraag 33

Behoort het bombarderen van olievelden/olieopslagplaatsen en gelddepots van ISIS in Syrië door Nederlandse F-16’s tot de mogelijkheden? Zo nee, waarom niet?

Vraag 34

Schenden onze bondgenoten – bijvoorbeeld het Verenigd Koninkrijk de Verenigde Staten en Frankrijk – het humanitair oorlogsrecht op het moment dat ze oliekonvooien, raffinaderijen of gelddepots bestoken? Hoe maken zij de afweging tussen de voordelen die uitschakeling van die doelen oplevert en de mogelijke nadelen van collateral damage?

Vraag 179

Klopt het dat het kabinet luchtaanvallen van Nederlandse F-16’s op olie-installaties van ISIS in Syrië niet op voorhand uitsluit? Waarom wel/niet?

Vraag 180

Klopt het dat het kabinet luchtaanvallen van Nederlandse F-16’s op banken van ISIS in Syrië niet op voorhand uitsluit? Waarom wel/niet?

Vraag 190

In hoeverre gaan de Nederlandse F16’s ook actief het verdienmodel van ISIS, zoals olieraffinaderijen en (informele) banken, bestrijden?

Vraag 210

Hoe ontdekt men van tevoren of een aanvoerlijn grensoverschrijdend is? En moeten we de brief zo lezen dat als niet zeker is dat deze grensoverschrijdend is, bombarderen er niet in zit? Wat als een belangrijk konvooi afwijkt van de verwachte route en de grens op het laatste moment niet besluit te passeren: mogen we dan bombarderen of niet?

Antwoord op vragen 33, 34, 179, 180, 190 en 210

Op grond van het humanitair oorlogsrecht mogen alleen militaire doelwitten worden aangevallen. Voor objecten betekent dit, dat zij door hun aard, ligging of gebruik een werkelijke bijdrage leveren aan de krijgsverrichtingen van de tegenstander en dat de vernietiging, uitschakeling of inbeslagname op dat moment een duidelijk militair voordeel oplevert. Dat zal per geval moeten worden beoordeeld. Olieraffinaderijen, maar ook banken, zullen op basis van het humanitair oorlogsrecht veelal moeten worden beschouwd als (beschermde) burgerobjecten, ook wanneer ze financieel lucratief zijn voor ISIS. Alleen olieraffinaderijen die een directe bijdrage leveren aan de gewapende strijd (bijvoorbeeld door olie te leveren aan het materieel van ISIS) kunnen een legitiem militair doel vormen. Uitschakeling ervan zou ook een duidelijk militair voordeel moeten opleveren. Echter, ook bij aanvallen op legitieme militaire doelen geldt het verbod om methoden of middelen van oorlogvoering te gebruiken die naar verwachting omvangrijke, langdurige en ernstige schade aan het milieu zullen toebrengen. Daarmee dient bij een aanval op een olieraffinaderij nadrukkelijk rekening te worden gehouden.

Vraag 35

Kunt u meer vertellen over de luchtverdediging in Syrië? Speelt moderne Russische afweer daarbij een doorslaggevende rol? Hoe zit dat in de gebieden waar Nederland vooral actief zal zijn? En hoe groot is de dreiging die uitgaat van ISIS op dit terrein? Kortom, kunt u de risico’s schetsen die Nederlandse F-16 vliegers lopen boven Syrië?

Antwoord op vraag 35

Het zwaartepunt van de Syrische luchtverdediging ligt in het westelijke deel van Syrië, waar het Assad regime dominant is en waar het veel waarde aan hecht. Het Syrische regime heeft terughoudend gereageerd op de luchtacties van de coalitie tegen ISIS in Syrië, mede om een grootschalig conflict met de coalitie te vermijden. De aanwezigheid van onderdelen van de Russische strijdkrachten in Latakia in West-Syrië, inclusief moderne (waaronder lange dracht S-400) luchtverdedigingssystemen, heeft tot dusver geen invloed op de dreiging jegens de coalitie. Rusland heeft geen intentie coalitietoestellen aan te vallen en richt zich volledig op het aanvallen van gronddoelen.

ISIS heeft in de afgelopen jaren zowel toestellen als luchtverdedigingssystemen buitgemaakt, maar nog niet operationeel gereed kunnen maken wegens gebrek aan kennis, ervaring en logistieke ondersteuning. Enkele buitgemaakte grondgebonden luchtdoelsystemen, zoals luchtdoelartillerie en moderne draagbare luchtdoelraketten (MANPADS), zijn wel operationeel ingezet tegen de Syrische luchtstrijdkrachten en de coalitie. Coalitietoestellen zijn echter buiten bereik gebleven. De systemen zijn effectief op lagere hoogte en bij juiste inzet ook tot middelbare hoogte. Net als in Irak is het risico dat een vlieger tijdens een noodsituatie zijn toestel moet verlaten altijd aanwezig. Defensie beoordeelt dagelijks hoe deze dreiging zich ontwikkelt en past zo nodig het optreden aan.

Vraag 36

Wie bombarderen er nu boven Syrië? Kunt u bovendien aangeven met welke frequentie ongeveer?

Vraag 63

Welke landen nemen deel aan de bombardementen van de coalitie boven Syrië?

Vraag 204

Welke landen in de coalitie hebben de afgelopen twee maanden IS-doelen in Syrië gebombardeerd?

Antwoord op vragen 36, 63 en 204

De volgende landen nemen deel aan de luchtaanvallen van de anti-ISIS coalitie in Syrië: Australië, Bahrein, Canada, Frankrijk, Jordanië, Saoedi-Arabië, Turkije, de Verenigde Arabische Emiraten, het Verenigd Koninkrijk en de Verenigde Staten. Deze informatie is beschikbaar op de website van het Amerikaanse Ministerie van Defensie (www.defense.gov). Over het precieze aandeel (aantallen luchtaanvallen) van bondgenoten in de luchtcampagne in de strijd tegen ISIS wordt in het openbaar geen mededelingen gedaan.

Vraag 37

Wat is het meest westelijke gebied in Syrië waar de coalitie heeft gebombardeerd?

Antwoord op vraag 37

Ten noorden van Aleppo, langs de zogeheten Mara-linie. Hier geven coalitiepartners luchtsteun aan gematigde Syrische oppositiegroepen.

Vraag 38

Is er een duidelijke grens aan te geven tot waar Nederlandse F-16’s mogen bombarderen in Syrië? Zo ja, waar ligt die grens? Zo nee, hoe wordt dan bepaald boven welke gebieden in afzonderlijke gevallen wel of niet gebombardeerd mag worden?

Vraag 187

Wat is precies de geografische beperking die geldt voor Nederlands optreden?

Antwoord op vragen 38 en 187

Het inzetgebied van de Nederlandse F-16’s omvat Irak en Oost-Syrië. In Oost-Syrië heeft de coalitie operatiegebieden gedefinieerd waarbinnen ook Nederland zal gaan optreden. De exacte geografische coördinaten van deze gebieden zijn geclassificeerde operationele informatie. Over de exacte operatiegebieden van coalitiepartners, worden geen uitspraken gedaan. Zie ook het antwoord op de vragen 69, 91, 177 en 194.

Vraag 39

Is de search & rescue van eventueel neergestorte Nederlandse piloten boven Syrië voldoende geborgd binnen de missie? Kan worden gegarandeerd dat S&R inzet altijd volgt op een incident?

Vraag 218

Kan de Nederlandse regering aangeven wat er concreet wordt ondernomen om mogelijke neergeschoten vliegers te beschermen en/of te bevrijden?

Antwoord op vragen 39 en 218

De S&R inzet boven Syrië is in voldoende mate geborgd overeenkomstig de tot op heden gehanteerde regelingen in Irak. De inzet van deze capaciteit hangt af van een aantal operationele factoren. Om veiligheidsredenen wordt hier niet nader op ingegaan.

Vraag 40

Klopt het dat de VS Nederland ook verzocht hebben om special forces in te zetten? Zo ja, wat is uw reactie daarop?

Antwoord op vraag 40

Op 2 december 2015 heeft het kabinet een verzoek van Verenigde Staten ontvangen om de Nederlandse militaire bijdrage aan de strijd tegen ISIS in Irak en Syrië te intensiveren. Zoals in de aanvullende artikel 100-brief is vermeld, onderzoekt het kabinet de behoefte aan aanvullende training en begeleiding van Iraakse eenheden nabij het front.

Vraag 41

Waarom heeft het kabinet op 29 januari jl. wel een besluit genomen over intensivering van de strijd tegen ISIS in Irak en Syrië, maar nog niet over inzet in de Sahel, die eerder wel genoemd werd in de notificatiebrief van 11 december jl. (Kamerstuk 27 925, nr. 566)? Waarom kunt u meer dan twee maanden na de aanslagen in Parijs nog steeds geen antwoord geven om een verzoek van Frankrijk op basis van de EU-solidariteitsclausule?

Antwoord op vraag 41

Het Franse verzoek op basis van art. 42.7 VEU kende twee belangrijke pijlers: intensivering van de strijd tegen ISIS en inzet in de Sahel. Dit is ook in de zogenaamde kennisgevingsbrief van 11 december jl. aan uw Kamer medegedeeld. Met betrekking tot het verzoek tot intensivering van de Nederlandse bijdrage aan de strijd tegen ISIS heeft het kabinet nu een besluit genomen. Over de inzet in de Sahel beraadt het kabinet zich nog. Zodra het kabinet een besluit daarover heeft genomen, wordt uw Kamer daarover op de gebruikelijke wijze geïnformeerd.

Vraag 42

Is er nieuw of aanvullend inzicht in de wijze waarop ISIS is georganiseerd ten opzicht van de situatie ten tijde van de eerst artikel 100 brief over de Nederlandse bijdrage aan de strijd tegen IS dd 24 september 2014?

Antwoord op vraag 42

Bij ISIS is de strategische besluitvorming gecentraliseerd, terwijl de operationele en vooral de tactische besluitvorming is gedecentraliseerd. Dit model heeft aan kracht gewonnen na de toegenomen militaire druk door het luchtoptreden van de coalitie en de verschillende tegenstanders van ISIS op de grond. Hierdoor hebben de ondercommandanten van ISIS waarschijnlijk meer vrijheid van handelen dan in 2014. De toename van vrijheid van handelen van ondercommandanten past bij de verschuiving naar een meer irreguliere manier van oorlogsvoering.

Vraag 43

De VN resolutie 2254 incorporeert twee elementen: een vredesproces met een tijdschema alsmede het uitschakelen van safe havens van ISIS in Syrië. Zijn de safe havens van ISIS in Syrië inmiddels beperkt tot alleen Oost-Syrië en/of is de uitvoer van explosieven als boobytraps en IED’s, alsook van wapens, geld, voertuigen en strijders door ISIS inmiddels beperkt tot alleen Oost-Syrië?

Antwoord op vraag 43

ISIS beschouwt haar terrein in Syrië en West-Irak als één operationeel theater. Personeel en middelen worden verplaatst naar behoefte, waarbij geldt dat dit in Syrië gemakkelijker gaat dan in Irak. De safe havens bevinden zich vooral in het oosten van Syrië. met al-Raqqa als «hoofdstad».

Vraag 44

Hoeveel procent van het eerder veroverde terrein heeft IS in Irak en in Syrië verloren?

Antwoord op vraag 44

Tijdens de Ministeriële Small Group in Rome begin februari 2016 stelden enkele grote coalitiepartners dat ISIS in Irak inmiddels 40 procent van zijn grondgebied zou hebben verloren, en in Syrië zo’n 20 30 procent. Het kabinet kan deze percentages zelf niet bevestigen, maar duidelijk is dat ISIS in het afgelopen jaar in Irak een aanzienlijk deel van het eerder veroverde terrein heeft verloren, met name in West, Centraal en Noord-Irak. In Noord-Syrië heeft ISIS in 2015 veel terrein verloren, maar in Centraal-Syrië heeft ISIS gebied veroverd.

Vraag 45

Kunt u aangeven of de verzoeken van de Franse regering op grond van artikel 42.7 van het Verdrag betreffende de Europese Unie van 23 november jl. en het verzoek van de Amerikaanse regering van 2 december jl. aan de Nederlandse regering om de Nederlandse militaire bijdrage op te schalen, gepaard zijn gegaan met uitingen en/of vragen over de belangen, de deelname en/of de betrokkenheid van Nederland op het gebied van andere vormen van internationale samenwerking of betrokkenheid van Nederland?

Antwoord op vraag 45

De verzoeken van de VS en Frankrijk zijn niet gepaard gegaan met dergelijke uitingen.

Vraag 46

Kunt u aangeven hoe stabilisatie en veiligheid in Oost-Syrië bereikt kunnen worden met Nederlandse bommen? Wat is hierbij de afweging en de onderbouwing?

Vraag 47

Heeft het militair aanpakken van ISIS in Syrië wel of geen gevolgen voor het diplomatieke en politieke spoor?

Vraag 53

Kunt u concreet schetsen hoe de twee in de brief beschreven sporen, het diplomatieke spoor voor de burgeroorlog in Syrië en het militaire spoor voor de strijd tegen ISIS in Syrië, elkaar mogelijk zouden kunnen beïnvloeden in de toekomst? Kunt u aangeven of er mogelijke scenario’s zijn waarin deze twee sporen elkaar op een contraproductieve wijze zouden kunnen beïnvloeden?

Antwoord op vragen 46, 47 en 53

Er zijn twee conflicten in Syrië: de Syrische burgeroorlog en de strijd tegen ISIS. Deze twee conflicten beïnvloeden elkaar, maar de aanpak verschilt. ISIS terroriseert de bevolking van Syrië (en Irak) en moet ook worden bestreden met militaire middelen. Zolang een groot deel van Syrië onder controle van ISIS staat, is een veilig en stabiel Syrië niet denkbaar. ISIS erkent de soevereiniteit van Syrië niet en is daarmee een spoiler in het politieke proces. Maar veiligheid en stabiliteit in (Oost-)Syrië kan niet worden bereikt met bommen alleen. Er is parallel een oplossing van de burgeroorlog in Syrië nodig in de vorm van een politiek proces. Een definitieve nederlaag van ISIS is immers onmogelijk zonder een structurele politieke oplossing voor de crisis in Syrië.

Vraag 48

Acht u het, om IS in Irak te verslaan, noodzakelijk dat IS in Syrië wordt verslagen?

Antwoord op vraag 48

Om ISIS in Irak te verslaan, is optreden tegen ISIS in Syrië noodzakelijk. ISIS is in staat om explosieven, wapens, geld, voertuigen en strijders aan te voeren vanuit met name Oost-Syrië naar Irak. Het aanpakken van ISIS in Syrië is daarom cruciaal voor het verslaan van ISIS in Irak.

Vraag 49

Wat is de stand van zaken met betrekking tot de uitvoering van de olie- en budgetdeal tussen de Iraakse regering en de Koerdische Autonome Regio (KAR)?

Antwoord op vraag 49

De oliedeal wordt sinds juli 2015 door beide partijen niet meer nageleefd. In het weekend van 30 januari jl. bezocht een delegatie onder leiding van president Barzani en vicepresident Talabani Bagdad, waar zij spraken met president Massoum en premier Al-Abadi. De relatie blijft echter moeizaam.

Vraag 50

Acht u, omdat u stelt dat er geen volkenrechtelijke grondslag is om militair in te grijpen in de burgeroorlog tussen Assad en de oppositie, wapenleveranties aan oppositie tegen Assad illegaal? Zo nee, op welke juridische basis zijn wapenleveranties toegestaan?

Antwoord op vraag 50

Het leveren van wapens door een derde staat aan een gewapende oppositiegroep zonder dat hiervoor een rechtsgrond bestaat, is niet in lijn met het geweldverbod, zoals verankerd in artikel 2.4 van het VN Handvest.

Vraag 51

Welke inspanningen levert het kabinet om ook de Syrische Koerden, christenen en andere minderheden te betrekken bij het politieke proces in Genève? In hoeverre levert de afwezigheid van deze groepen een gevaar op voor dit politieke proces?

Antwoord op vraag 51

Het kabinet is van mening dat een toekomstig politiek akkoord alleen duurzaam kan zijn als hiervoor voldoende draagvlak is in alle gelederen van de Syrische samenleving. Het kabinet probeert daarom, door middel van het faciliteren van informele dialogen (track II), een bijdrage te leveren aan het betrekken van verschillende groepen aan het politiek proces. Hierbij moet gedacht worden aan het bijeenbrengen van de verschillende Syrische civil society, stammen, gewapende groepen, etnische en religieuze minderheden aan alle zijden van het conflict. Gezien de vertrouwelijke aard van deze bijeenkomsten en het persoonlijke gevaar dat deelname aan deze dialogen voor sommige deelnemers met zich mee kan brengen, kan het kabinet hier niet diep op ingaan. De uitkomsten van de track II-dialogen voeden het politiek proces in Geneve, zowel via de deelnemers aan het proces als ook via de VN als bemiddelende partij.

Vraag 52

Kunt u concreet aangeven waarom er geen sprake is van een volkenrechtelijke grondslag om in te grijpen in de burgeroorlog tussen Assad en de oppositie? Hoe verschilt dit exact met de volkenrechtelijke grondslag voor het militair ingrijpen tegen ISIS in Syrië?

Vraag 151

Wat is de betekenis van de zin: «voor optreden in het gewapend conflict in Syrië tussen de oppositie en het regime van Assad bestaat naar de opvatting van het kabinet geen volkenrechtelijke grondslag»?

Antwoord op vragen 52 en 151

Aangezien er geen beroep kan worden gedaan op zelfverdediging (individueel of collectief) in relatie tot de burgeroorlog in Syrië of een VNVR mandatering voor geweldgebruik op basis van hoofdstuk VII van het VN Handvest, bestaat er ten aanzien van dit conflict geen volkenrechtelijke rechtsgrond voor geweldgebruik door derde staten, tenzij dit gebeurt met instemming van de Syrische regering. Ten aanzien van geweldgebruik tegen ISIS in Syrië wordt de rechtsgrond gevormd door collectieve zelfverdediging tegen de gewapende aanvallen van ISIS op Irak.

Vraag 54

Kan worden uitgelegd wie «alle» spelers zijn?

Antwoord op vraag 54

In de artikel 100 brief wordt met «alle spelers» verwezen naar de leden van de International Syria Support Group.

Vraag 55

Welke voortgang is er geboekt in de besprekingen tussen de Syrische regering en oppositiegroepen in Genève?

Antwoord op vraag 55

VN-Gezant De Mistura heeft een pauze aangekondigd in de besprekingen in Genève. De gesprekken zullen op 25 februari a.s. worden hervat.

Vraag 56

Kunt u toelichten in welke mate IS voet aan de grond heeft gekregen in andere landen dan Irak en Syrië?

Antwoord op vraag 56

In diverse landen, waaronder Jemen, hebben lokaal reeds aanwezige extremistische organisaties trouw gezworen aan ISIS. Dit gebeurt veelal om mee te liften op successen van ISIS en om mogelijk (financiële) steun van ISIS te ontvangen. Momenteel is Libië het enige land buiten de door ISIS beheerste gebiedsdelen in Syrië en Irak waar ISIS in beperkte mate voet aan de grond heeft, in de zin van permanente gebiedscontrole.

Vraag 57

Waarom stelt u dat de coalitie «inmiddels is overgegaan naar een volgende, tweede fase in het militaire campagneplan. In deze fase richt de coalitie zich ook op het aanpakken van de aanvoerlijnen van ISIS die voor een belangrijk deel in het oosten van Syrië zijn geconcentreerd»? De anti-ISIS coalitie onder leiding van de VS bombardeerde toch al veel langer ISIS in Syrië?

Antwoord op vraag 57

Dat klopt, de anti-ISIS coalitie bombardeert sinds het begin van de militaire campagne in het najaar van 2014 ook doelen van ISIS in Syrië. Gedurende de eerste fase stond deze inzet vooral in het teken van het stoppen van de opmars van ISIS. In deze tweede fase van het militaire campagneplan richt de coalitie zich in het bijzonder op de ontmanteling van ISIS, onder andere door aanvallen op de aanvoerlijnen van ISIS. Deze zijn voor een belangrijk deel in het oosten van Syrië geconcentreerd. Hier heeft ISIS de meeste bewegingsvrijheid en heeft het haar oorlogseconomie gevestigd.

Vraag 58

Hoe wordt in diplomatieke circuit ervaren dat Nederland in de brief al vooruitloopt op de uitkomst van de onderhandelingen die wij zelf actief ondersteunen?

Antwoord op vraag 58

De aanvullende artikel 100 brief geeft weer hoe het kabinet het politieke proces met betrekking tot de Syrische burgeroorlog steunt en stelt dat de afgelopen maanden duidelijke stappen voorwaarts zijn gezet op het politieke spoor, al zijn deze nog fragiel en niet onomkeerbaar. Er is dan ook geen sprake van dat het kabinet vooruit loopt op de uitkomst van onderhandelingen.

Vraag 59

Acht u het realistisch dat VN-resolutie 2254 over de politieke transitie in Syrië en het ingezette traject van besprekingen tussen de regering Assad en de oppositie als resultaat zullen hebben dat er een oplossing wordt gevonden waarin Assad en zijn regime afstand zullen doen van de macht?

Antwoord op vraag 59

In beginsel is het aan de Syriërs om de modaliteiten van politieke transitie overeen te komen. Tegelijkertijd is het kabinet van oordeel dat, voor een duurzame oplossing van het conflict, Assad zal moeten vertrekken. Zoals bekend bestaat er internationaal noch tussen Syrische conflictpartijen overeenstemming over de positie van president Assad. Deze kwestie blijft dan ook een van de grootste problemen in het verdere politieke traject.

Vraag 60

Acht u het realistisch dat VN-resolutie 2254 over de politieke transitie in Syrië en het ingezette traject van besprekingen tussen de regering Assad en de oppositie als resultaat zullen hebben dat de regering van Assad in een internationaal proces verantwoording aflegt voor de begane misdaden?

Antwoord op vraag 60

Het kabinet acht het van belang dat verantwoording wordt afgelegd voor misdaden die zijn gepleegd in het Syrische conflict. Het kabinet blijft met eensgezinde landen pleiten voor doorverwijzing van de situatie in Syrië naar het Internationaal Strafhof. Zoals bekend zijn de verhoudingen in de VN-Veiligheidsraad zodanig dat een dergelijke doorverwijzing wordt geblokkeerd.

Vraag 61

Is het bekend hoeveel burgerslachtoffers ISIS maakt vanuit Oost-Syrië?

Antwoord op vraag 61

Er zijn geen volledige gegevens voorhanden voor wat betreft het aantal (burger) slachtoffers dat gemaakt is door de verschillende strijdende partijen. De verschillende mensenrechtenorganisaties die zich bezighouden met het documenteren van deze gegevens hanteren verschillende aantallen. Onomstreden is dat veruit het grootste aantal burgerslachtoffers valt door luchtaanvallen van het Syrische regime.

Vraag 62

Wat zijn preventie- en repressieactiviteiten precies? En hoe zien deze activiteiten er uit?

Antwoord op vraag 62

ISIS oefent binnen en buiten ISIS-gedomineerd gebied een grote aantrekkingskracht uit op groepen die kwetsbaar zijn voor radicalisering. Preventie- en repressieactiviteiten om radicalisering tegen te gaan zijn bijvoorbeeld verscherpte grenscontroles, het droogleggen van financiering aan deze strijders en het intrekken van paspoorten. Het stimuleren van internationale samenwerking om deze maatregelen te stroomlijnen was de hoofddoelstelling van de bijeenkomst op 11 januari jl. in Den Haag over Foreign Terrorist Fighters. Daarnaast neemt het kabinet ook maatregelen om radicalisering te voorkomen. Hierbij gaat het bijvoorbeeld om het mitigeren van voedingsbodems voor radicaal gedachtegoed, zoals sociaaleconomische marginalisatie of gevoelens van onderdrukking, en het versterken van weerbaarheid van gemeenschappen tegen de roep van extremistisch geweld.

Vraag 64

Welk deel van de missies van de coalitie vindt plaats boven Syrië en welk deel boven Irak?

Antwoord op vraag 64

De coalitie heeft in totaal tot op heden ruim 65.000 sorties gevlogen. In totaal heeft de coalitie (stand datum 17 januari jl.) 9.782 aanvallen uitgevoerd waarvan 6.516 in Irak en 3.266 in Syrië. Deze informatie is beschikbaar op de website van het Amerikaanse Ministerie van Defensie (www.defense.gov).

Vraag 65

Welk deel van de Amerikaanse missies vindt plaats boven Syrië en welk deel boven Irak?

Antwoord op vraag 65

Over het precieze aandeel (aantallen luchtaanvallen) van bondgenoten in de luchtcampagne in de strijd tegen ISIS worden in het openbaar geen mededelingen gedaan.

Vraag 66

Houdt u er rekening mee dat de Westerse bombardementen op ISIS juist de aantrekkingskracht van de organisatie vergroten?

Antwoord op vraag 66

Het kabinet is zich er terdege van bewust dat ISIS niet verslagen zal worden op basis van luchtaanvallen alleen. Wat strijders motiveert verschilt per individu; voor sommigen is het sterven in Syrië en Irak het hoogst bereikbare, anderen zullen juist ontmoedigd worden door meer bombardementen. Daarom staat het kabinet een geïntegreerde aanpak van ISIS voor door zowel diplomatiek optreden, militair handelen en stabilisatieactiviteiten in de regio, geflankeerd door preventie- en repressieactiviteiten om radicalisering tegen te gaan.

Vraag 67

U stelt dat verzwakking van ISIS in het belang is van het politieke spoor. Waarom heeft u dan zo lang geaarzeld met ingrijpen in Syrië, ook lang nadat het kabinet zelf een rechtsgrond aanwezig achtte?

Antwoord op vraag 67

Het kabinet constateerde medio 2015 dat er een volkenrechtelijke grondslag is om ISIS te bestrijden in Syrië. Het besluit tot uitbreiding van de inzet van het luchtwapen naar Syrië is vervolgens genomen op basis van een zorgvuldige, eigenstandige afweging. Zoals gesteld in de voortgangsrapportage van 2 november 2015, achtte het kabinet het van belang meer duidelijkheid te verkrijgen over onder meer de implementatie van de afspraken over deconflictie met Rusland, de doelenselectie, de plaatsen waar zou worden opgetreden en de impact van het optreden op de kans op een oplossing voor Syrië zelf.

Vraag 68

Kunt u aangeven hoe u de grensoverschrijdende aanvoerlijnen van ISIS die zich buiten Syrië bevinden aanpakt? Kunt u hierbij specifiek ingaan op olie-inkomsten van en wapentoevoer naar ISIS? En op de verantwoordelijkheid die landen en bedrijven hierbij hebben?

Antwoord op vraag 68

Zoals aangegeven in het antwoord op vraag 48, is het noodzakelijk om de grensoverschrijdende aanvoerlijnen van ISIS tegen te gaan. Het aanpakken van deze aanvoerlijnen, waaronder explosieven, wapens, geld, voertuigen en strijders, is essentieel in de strijd tegen ISIS. De wapentoevoer richting ISIS is verboden, evenals het kopen van olie van ISIS, wat tevens blijkt uit VNVR-resolutie 2199 en 2253 die in 2015 zijn aangenomen. Deze resoluties, en de daarin opgenomen maatregelen, zijn aan bod gekomen tijdens een grote Foreign Terrorist Fighters conferentie die Nederland organiseerde in Den Haag op 11 januari jl. Daar is benadrukt dat het van belang is om hierover informatie uit te blijven wisselen en nauwer samen te werken met private organisaties. Maatregelen hiervoor worden uitgewerkt binnen o.a. de coalitiewerkgroep inzake de financiering van ISIS en de Financial Action Task Force.

Vraag 69

Hoe en op basis van welke informatie kan voorkomen worden dat de inzet van de Nederlandse F-16’s ten goede komen aan het Assad-regime?

Vraag 91

Kunt u concreet aangeven hoe hard gemaakt kan worden dat de voorgenomen acties van Nederlandse F-16’s niet ten goede komen aan het Assad-regime? Wat is hierbij precies de afweging en de procedure?

Vraag 177

Kunt u uitvoerig uitleggen wat wordt bedoeld met: «Er zullen geen militaire acties worden uitgevoerd als er aanwijzingen zijn dat deze ten goede komen van het Assad-regime»? Geldt deze caveat al wanneer er mogelijk zo'n risico is? Of wanneer het regime Assad indirect of op langere termijn profiteert?

Vraag 194

Kunt u nader uitleggen wat u bedoelt met: «Er zullen geen militaire acties worden uitgevoerd als er aanwijzingen zijn dat deze ten goede komen van het Assad-regime.»? Betekent dit dat zelfs van optreden kan worden afgezien als niet eens zeker is of het ten goede komt aan het Assad-regime?

Antwoord op vragen 69, 91, 177 en 194

De luchtcampagne in Oost-Syrië richt zich op het verzwakken van de grensoverschrijdende aanvoerlijnen van ISIS in en uit door ISIS gecontroleerd gebied naar de frontlijnen. Dit gebeurt met precisiebombardementen en met inachtneming van alle targeting processen zoals ook van toepassing in Irak en op andere coalitiepartners. ISIS richt zich in zijn strijd momenteel vooral op Irak en de oppositiepartijen in Noord-Syrië. Slechts op een paar locaties vecht ISIS tegen het regime. Deze locaties bevinden zich vooral in West-Syrië. Het Syrische regime is in het oosten van Syrië niet aanwezig, met uitzondering van een aantal strongholds (de provinciehoofdsteden van Al Hasakah en Deir-al-Zor). De Nederlandse «red card holder» zal, net zoals dat het geval is in Irak, van geval tot geval vaststellen in hoeverre een geplande Nederlandse aanval binnen het gestelde kader past. Dit geldt ook voor Close Air Support (CAS)-operaties die Nederlandse F-16’s waar nodig kunnen uitvoeren ten gunste van gematigde gewapende Syrische oppositiegroeperingen die strijden tegen ISIS.

Vraag 70

Steunt Nederland, naast de Free Syrian Army, ook andere gematigde groeperingen in Syrië? Zo ja, welke?

Antwoord op vraag 70

De Free Syrian Army (FSA) is een los samenwerkingsverband van verschillende gewapende groeperingen in Syrië. Het kabinet beperkt de steun tot groepen die aan de door het kabinet vastgestelde criteria voor ontvangst van steun voldoen. Vooralsnog zijn dat alleen groepen die zich tot de FSA rekenen.

Vraag 71

Uit welke groepen bestaan de in de Riyad-groep verenigde Syrische oppositiegroeperingen?

Antwoord op vraag 71

De Riyad-groep bestaat uit zowel politieke als gewapende oppositiegroeperingen, waaronder de Syrische Oppositie Coalitie, inclusief Koerdische delegaties, de Syrische Nationale Raad, de Moslimbroederschap, de Assyrische Democratische Organisatie, de Nationale Coördinatie Comités, Turkmeense delegaties, Building the Syrian State, de «Cairo groep», Syria the Mother, het Vrije Syrische Leger, Ahrar al-Sham, Jaysh al-Islam en onafhankelijke delegaties.

Vraag 72

Welke van de in de Riyad-groep verenigde Syrische oppositiegroeperingen zijn radicaal jihadistisch?

Antwoord op vraag 72

De kwalificatie radicaal jihadistisch gaat niet op voor de groepen die in Riyad aanwezig waren. Van de groepen Ahrar al-Sham en Jaysh al-Islam kan gesteld worden dat zij een sterk religieus karakter hebben.

Vraag 73

Hoeveel Iraakse strijdkrachten, inclusief Peshmerga, zijn er in totaal getraind door de coalitie onder leiding van de VS?

Antwoord op vraag 73

Het Central Command (CENTCOM) van de Verenigde Staten brengt regelmatig cijfers uit over het aantal door de coalitie getrainde Iraakse strijdkrachten, inclusief de Peshmerga. De meest recente cijfers dateren van 25 januari 2016. In totaal zijn er door de coalitie tot deze datum ruim 17.500 Iraakse strijdkrachten getraind, inclusief de Peshmerga.

Vraag 74

Heeft het Assad-regime baat bij het verzwakken van IS?

Vraag 195

Komt de doelstelling om ISIS te verslaan, ook in Syrië, niet per definitie ten goede van het Assad-regime? Kunt u uitleggen waarom niet?

Vraag 196

Kunt u uitleggen waarom het uitschakelen van wapendepots in Oost-Syrië, ook al is het in het kader van het aanvallen van aanvoerroutes naar Irak, niet in meer of mindere mate ten goede komt aan het Assad-regime, omdat het simpelweg een tegenstander van het regime verzwakt?

Vraag 197

Zal de Nederlandse inzet in Syrië, naast grensoverschrijdende aanvoerlijnen vanuit Oost-Syrië naar Irak, tevens betrekking hebben op andere ISIS-doelen? Zo ja, hoe kan er bij deze andere doelen hard gemaakt worden dat het Assad-regime er niet van profiteert?

Antwoord op vragen 74, 195, 196 en 197

De Nederlandse bijdrage aan de strijd tegen ISIS is gericht op het ondersteunen van Irak bij de zelfverdediging tegen deze terroristische organisatie, die ook een directe bedreiging vormt voor Europa en Nederland. Zolang een groot deel van Syrië onder controle staat van ISIS, zijn een veilig en stabiel Syrië en Irak niet denkbaar. Daarom dient ISIS ook in Syrië bestreden te worden.

Uitgangspunt voor de coalitie is daarbij dat het Assad-regime niet direct mag profiteren van de coalitie inzet. Dit risico is beperkt doordat ISIS in het oosten van Syrië vooral frontlijnen deelt met de gematigde oppositie. Daarnaast richt de coalitie de aandacht op de grensoverschrijdende aanvoerlijnen. De schade die de coalitie ISIS in het oosten toebrengt zal daarom voornamelijk effect hebben op het strijdtoneel in Irak. Het is echter niet geheel uit te sluiten dat, met het schaarser worden van middelen, ISIS keuzes maakt over de inzet van middelen en capaciteiten waar het regime van zou kunnen profiteren, bijvoorbeeld door manschappen elders in te zetten.

De luchtcampagne zal zich in Oost-Syrië met precisiebombardementen richten op het verzwakken van de grensoverschrijdende aanvoerlijnen van ISIS in en uit door ISIS gecontroleerd gebied. Dit gebeurt met precisiebombardementen en met inachtneming van alle targeting processen zoals ook van toepassing in Irak en op andere coalitiepartners. Het Syrische regime is in het oosten van Syrië niet aanwezig, met uitzondering van een aantal strongholds (de provinciehoofdsteden van Al Hasakah en Deir-al-Zor). De Nederlandse «red card holder» zal, net zoals dat het geval is in Irak, van geval tot geval vaststellen in hoeverre een geplande Nederlandse aanval binnen het gestelde kader past.

Vraag 75

Hoeveel burgerdoden zijn het gevolg van militair optreden door de coalitie onder leiding van de VS in Irak en in Syrië?

Vraag 76

Hoeveel burgerdoden zijn het gevolg van militair optreden door Nederland in Irak?

Vraag 77

Heeft u aanwijzingen voor Nederlandse betrokkenheid bij burgerdoden in Irak?

Vraag 78

Wordt steevast onderzoek gedaan in het geval er aanwijzingen zijn dat burgers zijn omgekomen door aanvallen van Nederlandse F-16’s? In hoeverre is dergelijk onderzoek mogelijk?

Vraag 198

Hoeveel burgerslachtoffers zijn er tot nu toe gevallen door bombardementen uitgevoerd door Nederlandse F-16’s?

Vraag 212

Op welke wijze onderzoekt de coalitie (mogelijke) burgerslachtoffers? In hoeverre bemoeilijkt de situatie «on the ground» de mogelijkheid om een dergelijk onderzoek te verrichten? Hoeveel onderzoeken zijn er tot nu toe door de coalitie uitgevoerd? Zijn er gevallen bekend waarbij door een dergelijk onderzoek is geconstateerd dat het (legitiem) doel wat werd aangevallen, niet in verhouding stond tot het aantal burgerslachtoffers?

Antwoord op vragen 75, 76, 77, 78, 198 en 212

Alle meldingen van mogelijke burgerslachtoffers als gevolg van optreden van de coalitie worden door het Amerikaanse hoofdkwartier CENTCOM zorgvuldig onderzocht. Daarbij wordt ook overlegd met de coalitiepartner die bij het mogelijk incident was betrokken. Defensie onderzoekt de feitelijke toedracht en doet melding van het incident aan het OM. Het is, zoals ook eerder met de Kamer gewisseld, om verscheidene redenen niet mogelijk exact te bepalen hoeveel burgerdoden er zijn te betreuren als gevolg van het optreden van de coalitie. Om operationele redenen worden geen details vrijgegeven van de afzonderlijke onderzoeken. Van de inmiddels ruim 1.300 wapeninzetten van Nederland worden twee gevallen van mogelijke burgerslachtoffers onderzocht. De Kamer zal worden geïnformeerd over de uitkomsten.

Vraag 79

Aan welke gematigde gewapende Syrische oppositiegroepen zal de additionele steun ter waarde van 10 miljoen euro worden geleverd en waaruit bestaat deze steun?

Vraag 88

Hoe ziet u «steun ter waarde van 5 miljoen euro voor de medische capaciteiten van gematigde Syrische gewapende oppositiegroepen en hun vermogen om (mensen)smokkel en de invloed van extremisten tegen te gaan» voor zich? Kunt u dit nader toelichten?

Vraag 90

Kunt u specifieker benoemen welke groeperingen worden geschaard onder de noemer gematigde gewapende groeperingen? Welke gematigde gewapende groeperingen steunt Nederland momenteel en waar zitten die in Syrië?

Vraag 153

Welke strijdende groeperingen maken onderdeel uit van de gematigde gewapende oppositie waar het kabinet de niet-lethale steun aan wil intensiveren?

Vraag 156

Komt de 10 miljoen euro aan aanvullende ondersteuning ook deels ten goede aan het Syrian Democratic Assembly en de Syrian Democratic Forces?

Vraag 157

Welke gematigde groeperingen is het kabinet van plan aanvullend te steunen in noord en zuid Syrië?

Vraag 158

Aan welke «gematigde» gewapende oppositie geeft Nederland steun? Klopt het dat veel rebellengroeperingen salafistisch zijn, de sharia invoeren, en samenwerken met Al Nusra?

Vraag 165

Hoe gaat u de 10 miljoen euro, bovenop de eerdere 10 miljoen, aan de «gematigde gewapende oppositie» besteden, nu het Syrische leger oprukt in rebellengebieden, met steun van Russische luchtaanvallen?

Antwoord op vragen 79, 88, 90, 153, 156, 157, 158 en 165

De ontvangende partijen van additionele steun ter waarde van 10 miljoen euro zijn nog niet geselecteerd. Het ligt in de rede – maar staat nog niet vast – dat een deel van de additionele steun naar de eerder geselecteerde ontvangers van steun gaat, onder meer in het belang van continuïteit van steunverlening. De huidige steun bestaat uit goederen, niet zijnde wapens, met een civiel karakter, die groepen helpen zichzelf (en burgers onder hun hoede) te beschermen, zoals voedselpakketten, medische kits, communicatiemiddelen, kleding, dekens, tenten en brandblussers. De nieuwe steun zal een continuering van het voorgaande zijn, maar er wordt ook nadrukkelijk gekeken naar andere goederen waaraan specifieke behoeften bestaan.

Om te bepalen of groeperingen in de ogen van het kabinet kwalificeren als gematigd, beoordeelt het kabinet groeperingen op basis van een aantal criteria, waaronder het uitsluiten van operationele samenwerking met extremistische groepen, het nastreven van een inclusieve politieke oplossing en de naleving van het humanitair oorlogsrecht. Uit veiligheidsoverwegingen wordt niet ingegaan op de exacte identiteit en locaties van de groeperingen die door het kabinet worden gesteund. Er bestaan ook rebellengroepen met een extremistische agenda. Het kabinet verleent juist steun aan gematigde groepen om hier tegenwicht aan te bieden. Zie ook beantwoording van vraag 171.

De uitrol van nieuwe steun voor de medische capaciteiten van gematigde Syrische gewapende oppositiegroepen en hun vermogen om (mensen)smokkel en de invloed van extremisten tegen te gaan bevindt zich in een verkennende fase. Zodra meer duidelijk is zal uw Kamer hierover nader worden geïnformeerd. Het uitgangspunt van het besluit tot deze nieuwe steun is dat voorkomen moet worden dat gematigde groepen worden verdrukt tussen Assad, ISIS en andere extremisten, door in de genoemde capaciteiten te investeren.

Vraag 80

Wat is tot nog toe het resultaat van de informele dialogen (track II)?

Antwoord op vraag 80

Het kabinet steunt ten aanzien van het conflict in Syrië verschillende informele dialogen (track II) gericht op het bijeenbrengen van verschillende stakeholders in het Syrische conflict. De track II dialogen staan in dienst van het politiek proces en resultaten van de informele dialogen kunnen dan ook niet los van worden gezien van dit proces. Voorbeelden van resultaten van – door Nederland gesteunde – track II-dialogen zijn het bijeenbrengen van verschillende delen van de politieke en gewapende oppositie in aanloop naar het politiek proces, het versterken van de gematigde stemmen binnen de oppositie en het creëren van een sterke positie van vrouwen in het politiek proces. Ook dient de informatie die uit de verschillende dialogen naar voren komt als belangrijke input voor het politiek proces onder leiding van de VN. Nederlandse steun voor Syrische vrouwen in het politieke traject heeft er mede toe bijgedragen dat zij in Genève deelnemen in het nieuwe Women’s Advisory Board in het VN-proces.

Vraag 81

Is er een afspraak met België of de coalitie om de missie na juli 2017 weer voort te zetten?

Antwoord op vraag 81

Voor een antwoord verwijs het kabinet naar de kamerbrief «Verlenging Nederlandse bijdrage aan de internationale strijd tegen ISIS» van 19 juni 2015 (Kamerstuk 27 925, nr. 539).

Vraag 82

Indien militaire acties niet ten goede mogen komen van het Assad-regime, aan welke partijen mogen de acties dan wel ten goede komen en sluit dit bijvoorbeeld al Nusra wel of niet uit?

Antwoord op vraag 82

De inzet van de coalitie is gericht op de bestrijding van ISIS. Deze inzet kan ook dienen ter ondersteuning van de gematigde oppositie, al dan niet door middel van Close Air Support. Het kabinet acht het onwenselijk dat de inzet van de coalitie ten goede zou komen aan het Assad regime, of terroristische groeperingen zoals Jabhat al-Nusra.

Vraag 83

Is het juist dat het Assad-regime minder bombardementen uitvoert boven gebieden onder controle van ISIS dan in gebieden onder controle van de gematigde oppositie? Indien dat het geval is, kan en gaat de coalitie dan voorkomen dat het Assad regime zijn bombardementen opvoert in gebieden die zullen worden veroverd op ISIS met alle gevolgen voor de burgerbevolking van dien?

Antwoord op vraag 83

Het Syrische regime richt zich, met steun van Rusland, momenteel primair op West-Syrië en specifiek op het zogeheten useful Syria, het gebied vanaf Damascus, via Homs naar het kustgebied en Aleppo. Hier worden dan ook de meeste operaties van de Syrische strijdkrachten uitgevoerd, waaronder die van de Syrische luchtmacht. In West-Syrië zijn de tegenstanders van het regime de verschillende strijdgroepen, variërend van gematigd tot jihadistisch. Zoals bekend is de coalitie in Syrië, net als in Irak, sterk afhankelijk van betrouwbare lokale partners op de grond.

Vraag 84

Kunt u in detail aangeven hoe de strenge toets eruit ziet op basis waarvan besloten kan worden om het bombarderen van dichtbevolkte gebieden te vermijden?

Vraag 85

Zijn bombardementen van bevolkte gebieden niet per definitie in strijd met de beginselen van proportionaliteit, zorgvuldigheid en nauwkeurigheid? Waarom sluit de regering bombardementen van dichtbevolkte gebieden niet te allen tijde uit?

Vraag 208

Aangegeven wordt dat «uiterste zorgvuldigheid en nauwkeurigheid, alsmede proportionaliteit voorop dienen te staan» en «als aan die strenge toets niet wordt voldaan, dichtbevolkte gebieden worden gemeden». Klopt het dat Nederland zichzelf strengere normen oplegt dan het humanitair oorlogsrecht toelaat? Zo ja, waarom?

Antwoord op vragen 84, 85 en 208

Op grond van het humanitair oorlogsrecht moet voorafgaand aan elke aanval, dus ook in dichtbevolkt gebied, worden getoetst of de verwachtbare nevenschade, zoals doden of gewonden onder de burgerbevolking of schade aan burgerobjecten, niet buitensporig is in vergelijking met het concrete en directe militaire voordeel dat met de aanval kan worden bereikt. Als niet aan deze toets kan worden voldaan, is de aanval verboden. Deze juridische eisen gelden voor alle coalitielanden. Nederland legt zichzelf geen strengere normen op en hanteert het humanitair oorlogsrecht zorgvuldig bij het optreden.

Vraag 86

Wat bedoelt u met «versterkte aandacht» voor de «Adressing Root Causes for Conflict» tender?

Vraag 92

Kunt u concreet aangeven wat u verstaat onder «versterkte aandacht voor Syrië» als het gaat om de Adressing Root Causes for Conflict tender?

Antwoord op vragen 86 en 92

Het Addressing Root Causes (ARC) Fund (2016–2021) is de opvolger van de Wederopbouwtender (2012–2016). Via de Wederopbouwtender worden geen NGO-programma’s in Syrië gefinancierd. Daarom is er voor gekozen om Syrië nu wel op te nemen in de landenlijst, bestaande uit twaalf landen, voor het ARC Fonds. Hiermee wordt de langere termijn steun van Nederland aan de Syrische bevolking via het NGO-kanaal geïntensiveerd.

Ook is besloten om voor Syrische lokale NGO’s een uitzondering te maken in de beleidsregels zodat ook deze NGO’s in aanmerking komen voor financiering uit het ARC Fund. Het ARC Fund staat open voor zowel Nederlandse, internationale als lokale ngo’s. Echter, omdat het de afgelopen jaren lastig is gebleken voor Syrische NGO’s om zich in Syrië te vestigen, hebben veel NGO’s zich in Turkije, Libanon of Jordanië gevestigd en werken vanuit die landen in Syrië. Officieel voldoen Syrische NGO’s daarmee niet aan de definitie van lokale NGO en daarom wordt deze uitzondering gemaakt.

Tenslotte, en afhankelijk van de kwaliteit van de voorstellen die worden ingediend, zal binnen de grenzen van de beleidsregels worden gekeken hoe de beschikbare middelen het beste over de twaalf landen verdeeld kunnen worden. Daarbij zal extra aandacht aan de Syrië-regio worden gegeven. De deadline voor het indienen van voorstellen is 4 maart 2016.

Vraag 87

Welke Syrische vrouwen gaat u steunen en welk resultaat verwacht u daarmee te bereiken?

Antwoord op vraag 87

Het kabinet is sinds 2013 nauw betrokken bij het Syrian Women’s Initiative for Peace and Democracy (SWIPD). Een delegatie uit deze groep Syrische vrouwen maakt onderdeel uit van de onlangs opgerichte Adviesraad van VN-gezant De Mistura. De Adviesraad roept alle partijen op om naar de onderhandelingstafel te komen en om hun verantwoordelijkheid te nemen om het lijden van het Syrische volk te beëindigen. Het kabinet steunt ook andere Syrische vrouwenorganisaties die tot de Adviesraad behoren.

Het kabinet steunt dit initiatief, samen met Hivos en UN Women, omdat het hecht aan een rol voor vrouwen bij vredesonderhandelingen over Syrië. Vrouwen vertolken een belangrijk deel van de stem van de bevolking en zijn van belang om een duurzame oplossing van het conflict dichterbij te brengen. Zie ook de beantwoording van vraag 51 en vraag 80.

Vraag 89

Hoe zal de tijdens de Syrië-conferentie op 4 februari a.s. in Londen toegezegde 75 miljoen euro humanitaire hulp aan de Syrië-regio worden besteed? Bent u ook bereid een specifiek hulpprogramma voor bedreigde christenen op te zetten? Zo nee, waarom niet?

Antwoord op vraag 89

Ongeveer 50 miljoen euro wordt ingezet op het leveren van basisbehoeften en op het stimuleren van zelfredzaamheid. Het geld zal onder meer via het Rode Kruis in Syrië, de VN-vluchtelingenorganisatie en de Nederlandse NGOs onder de Dutch Relief Alliance worden ingezet. 10 miljoen euro wordt via UNICEF besteed aan onderwijs voor gevluchte Syrische kinderen, ook in Syrië.

25 miljoen euro van de 75 miljoen euro is bestemd voor de Syrische bevolking en zal zo veel mogelijk ingezet worden in moeilijk te bereiken en belegerde gebieden, al naar gelang waar de noden het hoogst zijn. De levensomstandigheden van deze mensen zijn zeer ernstig en het is van groot belang dat zij hulp krijgen voor basisbehoeften zoals voedsel en medische hulp.

Humanitaire hulp wordt geleverd op basis van het humanitair imperatief en de humanitaire principes. Dit betekent dat hulp gaat naar hen die dit het hardst nodig hebben, zonder dat daarbij onderscheid wordt gemaakt op basis van nationaliteit, ras, religie of politieke voorkeur. Een specifiek hulpprogramma aan bedreigde christenen zou niet aansluiten bij deze principes. Het kabinet is zich ervan bewust dat christenen in moeilijke omstandigheden leven. Nederland vraagt daar regelmatig aandacht voor en zal dat ook blijven doen.

Vraag 93

Het kabinet zal bij de Voorjaarsnota middelen reserveren voor additionele investeringen om vluchtelingen in de regio Syrië (Turkije, Libanon en Jordanië) meer perspectief te bieden. Komt dit bedrag aan Turkije bovenop de 3 mld. die door de EU aan Turkije in het kader van het oplossen van de migratiecrisis beloofd zijn?

Antwoord op vraag 93

De nationale besluitvorming over de financieringsmodaliteiten van de Nederlandse bijdrage van ca. € 94 miljoen aan de EU Turkey Refugee Facility zal plaatsvinden bij de Voorjaarsnota (zie Kamerbrief 11 januari, 21 501-20, nr. 1074). De bijdrage aan de Turkey Refugee Facility zal worden betrokken in de bredere besluitvorming over het reserveren van additionele investeringen om vluchtelingen in de regio meer perspectief te bieden.

Vraag 94

Op welke manier wordt de integratie van het militaire spoor en de civiele sporen op initiatief van Nederland verder uitgewerkt?

Antwoord op vraag 94

Het Nederlandse initiatief voor verbeterde civiel-militaire coördinatie is de afgelopen maanden in samenwerking met het Verenigde Koninkrijk en de Verenigde Staten verder uitgewerkt en wordt ten dele al uitgevoerd. Het behelst verbeterde samenwerking tussen de verschillende coalitiewerkgroepen door middel van aanvullende vergaderingen, verbeterde informatie-uitwisseling en thematische projecten. Zo werken vertegenwoordigers van de counter-finance werkgroep samen met militaire vertegenwoordigers aan de indamming van financieringsstromen. Ook op het gebied van de strategische communicatie over de inspanningen van de coalitie wordt nauw samengewerkt tussen militairen en civiele experts.

Vraag 97

Al eerder is door het kabinet genoemd dat een belangrijke factor voor het welslagen van zowel het politieke proces als de militaire actie de constructieve opstelling in de gehele regio is, inclusief Saoedi-Arabië en Iran. Werken deze landen ook mee aan de integratie van de twee genoemde sporen? Welke andere landen in de regio werken mee aan de uitwerking van de integratie van het militaire en het civiele spoor?

Antwoord op vraag 97

De landen uit de regio, waaronder ook Saoedi-Arabië en Iran, werken mee aan de integratie van de twee sporen. Saoedi-Arabië is actief lid van de anti-ISIS coalitie, zowel op het militaire spoor als het niet-militaire spoor (zijnde covoorzitter van de counter-finance werkgroep). Ook heeft Saoedi-Arabië een belangrijke rol met betrekking tot het politieke proces voor Syrië, onder meer door het bijeenbrengen van de politieke en gewapende Syrische oppositie tijdens het Riyad-proces. Net als Saoedi-Arabië, neemt ook Iran deel aan de International Syria Support Group die tot stand is gekomen via het Wenen-proces. De International Syria Support Group onderschrijft in het Wenen Communiqué de noodzaak om ISIS te verslaan.

Vraag 98

Is het doel van het militaire meerjarenplan het vernietigen van IS in zowel Irak als Syrië?

Antwoord op vraag 98

Ja, het doel van het militaire meerjarenplan is het verslaan van ISIS. De militaire inspanningen staan echter niet op zichzelf, maar zijn onderdeel van een bredere campagne met ook politieke en civiele sporen die gericht zijn op het normaliseren van de situatie in Irak en Syrië.

Vraag 99

Hoeveel foreign terrorist fighters (FTF) zijn er (grofweg) via Turkije naar Syrië vertrokken sinds de luchtaanvallen van de coalitie onder leiding van de VS begonnen?

Antwoord op vraag 99

Zie ook het antwoord op vraag 29. Het kabinet beschikt niet over aantallen Foreign Terrorist Fighters die via Turkije vertrokken zijn. Het is bekend dat Turkije zich inspant om bij binnenkomst in Turkije personen tegen te houden die voornemens zijn zich aan te sluiten bij terroristische organisaties waaronder ISIS.

Vraag 100

Is het juist dat Libanon sinds oktober 2014 geen vluchtelingenstatus meer verleent aan Syrische vluchtelingen?

Antwoord op vraag 100

Libanon is geen partij bij het VN Vluchtelingenverdrag en verleent als zodanig zelf geen vluchtelingenstatus. De Libanese regering refereert aan individuen die uit Syrië naar Libanon gevlucht zijn na maart 2011 als «ontheemd». UNHCR heeft de registratie op zich genomen. In oktober 2014 besloot de Libanese regering, in het licht van de grote instroom van Syrische vluchtelingen en de daarmee gepaard gaande impact op de eigen sociale en economische veiligheid, tot een beleid dat moest leiden tot de afname van het aantal Syrische vluchtelingen in Libanon; tot het verschaffen van veiligheid voor Libanezen en Syriërs; en tot verlichting van de last op de Libanese bevolking en de economie. Dit leidde onder andere tot een zeer restrictief beleid aan de grenzen, waarbij Syrische vluchtelingen alleen in exceptionele humanitaire gevallen werden toegelaten. Sinds januari 2015 is hier invulling aan gegeven. In mei 2015 heeft de Libanese overheid UNHCR de opdracht gegeven geen nieuwe vluchtelingen meer te registreren, tenzij het gaat om specifieke gevallen die met goedkeuring van de Minister van Sociale Zaken Libanon zijn ingereisd.

Vraag 101

Hoe ziet het tijdsschema van de Migratie en Mobiliteitsdialoog van de EU met Libanon eruit? Is het mogelijk om bescherming van de rechten van vluchtelingen (in overeenstemming met het VN Vluchtelingenverdrag) als conditie te zien voor steun aan Libanon in het kader van deze dialoog?

Antwoord op vraag 101

De Migratie en Mobiliteitsdialoog is in 2015 gestart met een aantal verkennende gesprekken tussen de EU en Libanon. Het EU-voorstel voor een Mobiliteitspartnerschap is naar aanleiding van een besluit van de JBZ-Raad van 9 november aangeboden aan Libanon. Thans wordt hierover door de EU onderhandeld met Libanon. Juist deze dialoog biedt het beste kader om ook deze aspecten aan te kaarten. Internationale bescherming is een van de vier vaste pijlers waarover in het kader van Mobiliteitspartnerschappen afspraken worden gemaakt met derde landen. Respect voor en bescherming van fundamentele rechten van alle migranten en vluchtelingen vormt derhalve een integraal onderdeel van het Mobiliteitspartnerschap met Libanon. Nederland heeft aangegeven deel te zullen nemen aan het Mobiliteitspartnerschap en zal aandringen op snelle implementatie hiervan.

Vraag 102

Wat is de regering concreet van plan om vluchtelingen meer perspectief te bieden in Libanon, in het bijzonder om bescherming van hun rechten te bevorderen?

Antwoord op vraag 102

De regering zet zich in voor het tot stand brengen van een breed partnerschap van de EU met Libanon. Het bieden van perspectief voor vluchtelingen is een centrale doelstelling in een dergelijk partnerschap. In totaal heeft Nederland in de afgelopen jaren bilateraal voor ongeveer 98,7miljoen euro humanitaire hulp voor Libanon beschikbaar gesteld. Die hulp is verleend via beproefde kanalen, met name de VN en het Rode Kruis, maar ook via een aantal Nederlandse NGO’s en een trust-fund van de Wereldbank. In de dialoog met de Libanese regering dringt Nederland, samen met andere donoren, aan op het verbeteren van de omstandigheden van Syrische vluchtelingen, met name op het gebied van legaal verblijf, registratie van in Libanon geboren Syrische kinderen en mogelijkheden tot werk. Libanon zelf heeft tijdens de donorconferentie van 4 februari in Londen een intentieverklaring gepresenteerd waarin verdere internationale samenwerking opgenomen is. Libanon richt zich hierbij onder meer op versterking van onderwijs, het creëren van banen en nieuwe financieringsmogelijkheden.

Nederland ondersteunt ook de gastgemeenschappen die te kampen hebben met de enorme aantallen vluchtelingen en reeds beperkt beschikbare voorzieningen als water, elektriciteit en scholing met de vluchtelingen moeten delen. De Vereniging van Nederlandse Gemeenten speelt daarbij een belangrijke rol. Een belangrijk nieuw instrument is het Addressing Root Causes-fonds, waarover meer uitleg in het antwoord op vraag 86.

Tot slot is sinds november 2015 ook het Private Sector Development instrumentarium opengesteld voor Libanon waardoor meer mogelijkheden beschikbaar zijn voor het ondersteunen van programma’s die de economische groei moeten aanjagen en een positief effect op de werkgelegenheid hebben.

Vraag 103

U voert «sektarische verdeeldheid, gebrek aan politieke en economische inclusiviteit en afwezigheid van gelijke kansen voor verschillende bevolkingsgroepen» aan als oorzaken voor het draagvlak voor ISIS in Irak. Waarom gaat u wederom niet in op de belangrijkste grondoorzaak van ISIS, te weten de radicale islam, die ook verklaart waarom ISIS groeit in delen van Afrika en Azië die geografisch ver verwijderd zijn van Irak en Syrië?

Antwoord op vraag 103

Zoals gesteld in de aanvullende artikel 100 brief zijn sektarische verdeeldheid, gebrek aan politieke en economische inclusiviteit en afwezigheid van gelijke kansen voor verschillende bevolkingsgroepen de belangrijkste oorzaken voor het draagvlak van ISIS in Irak. De aanpak van deze grondoorzaken van gewelddadig extremisme is cruciaal in de bestrijding van terreur op de langere termijn. Voedingsbodems voor extremistisch geweldgebruik verschillen echter per individu en omgeving. Context-specifieke maatregelen om radicalisering tegen te gaan zijn daarom van belang. In Afrika en Azië draagt het kabinet daarom op andere manieren bij aan tegengaan van radicalisering dan in het Midden-Oosten.

Vraag 104

Wat heeft Irak concreet gedaan om de politieke inclusiviteit van de soennitische bevolking te bevorderen? Is hier vooruitgang geboekt?

Vraag 105

Wat heeft Irak concreet gedaan om de economische inclusiviteit van de soennitische bevolking te bevorderen? Is hier vooruitgang geboekt?

Antwoord op vragen 104 en 105

De politieke inclusiviteit van de soennitische bevolking is geborgd door hun deelname in het parlement. De regering van premier Al-Abadi heeft ook een aantal Ministers met een soennitische achtergrond. Van groter belang voor het herstel van het vertrouwen van de soennitische gemeenschap in de regering in Bagdad is de start van een proces van verzoening, het aannemen van een aantal voor verzoening belangrijke wetten en verbeteren van serviceverlening en infrastructuur. Door de politieke impasse op veel van deze dossiers, en de huidige druk op de Iraakse begroting als gevolg van de lage olieprijs, is er nog geen vooruitgang geboekt.

Vraag 106

Voor hoeveel procent bestaan de Popular Mobilisation Forces (PMU) op dit moment uit soennitische strijders?

Antwoord op vraag 106

De PMU hebben waarschijnlijk om en nabij de 100.000 leden, van wie een onbekend deel niet-strijdend, ondersteunend personeel is. Er vallen momenteel waarschijnlijk tussen de 7.000 en 10.000 soennitische strijders onder de PMU.

Vraag 107

Wat zijn de obstakels voor invoering van de de-baathificatiewet? Is de verwachting dat deze wet op korte termijn kan worden ingevoerd?

Antwoord op vraag 107

De de-baathificatiewet is politiek beladen, omdat het in de ogen van een groot deel van de Iraakse bevolking wordt gezien als amnestie voor ambtenaren die bijdroegen aan de onderdrukking van het volk tijdens de dictatuur van Saddam Hoessein. Het is daarom niet waarschijnlijk dat de politieke impasse rond de wet spoedig zal worden doorbroken.

Vraag 108

Welke rol spelen sjiitische milities in de herovering van gebied op IS in Irak?

Vraag 112

Hoe beoordeelt u de rol van de Iraakse sjiitische milities in de strijd?

Antwoord op vragen 108 en 112

Lokale, veelal sjiitische milities staan de Iraakse strijdkrachten bij in hun operaties. Deze milities leveren bij sommige operaties een essentiële bijdrage aan de benodigde gevechtskracht. De bevelvoering en discipline van vooral de kleinere milities schieten soms tekort, wat in bepaalde gevallen heeft geresulteerd in geweld tegen soennitische burgers en zelfs mensenrechtenschendingen. Om dit te verbeteren heeft premier Al-Abadi de Popular Mobilisation Units (PMU), waartoe de meeste sjiitische milities behoren, rechtstreeks onder zijn gezag geplaatst. Niettemin zijn de meeste sjiitische milities zelfstandige actoren, ondanks de financiële, logistieke en soms materiële steun die zij uit Bagdad ontvangen.

Vraag 109

Kunt u concreet aangeven hoe verdere voortgang op het economische en het politieke spoor in Irak wordt aangemoedigd?

Antwoord op vraag 109

Op verschillende terreinen wordt Irak ondersteund, onder andere met behulp van UNAMI, EU, Wereldbank en IMF. Nederland draagt hieraan bij, onder andere door het ondersteunen van de Iraakse overheid bij het aanpassen van voor verzoening relevante wetgeving, het hervormen van de veiligheidssector en samenwerking tussen de Nederlandse en Iraakse rekenkamers. Ook is Nederland actief op het gebied van handelsbevordering om daarmee de Iraakse economie te ondersteunen. Verder worden met regelmaat in bilateraal en multilateraal verband gesprekken gevoerd met Iraakse autoriteiten, zoals recent tijdens het bezoek van Vice-Minister-President Asscher en Minister Hennis-Plasschaert aan Bagdad en Erbil.

Vraag 110

Welke humanitaire dan wel andere hulp is beschikbaar voor de ontheemden uit de soennitische provincie Anbar die geen toegang krijgen tot de sjiitische buurprovincies in Irak?

Antwoord op vraag 110

De VN, ICRC en lokale NGO’s hebben toegang tot Anbar en ondersteunen de ontheemden zoveel mogelijk. Nederland draagt bij aan het VN fonds dat lokale en internationale organisaties steunt om zo snel en flexibel mogelijk hulp te verlenen in Irak. In 2015 droeg Nederland in totaal 31 miljoen euro bij aan de crisis in Irak, waarvan 19 miljoen euro aan het VN fonds werd besteed.

Vraag 111

Hoe komt het dat de VN en andere hulporganisaties maar beperkt toegang hebben tot Anbar en delen van Ninewa?

Antwoord op vraag 111

ISIS heeft Anbar en delen van Ninewa nog onder controle. Zij laten voedselhulp mondjesmaat binnen. Door de bevrijding van Iraakse steden, zoals Sinjar, door het Iraakse leger wordt de humanitaire toegang tot de getroffenen vergroot.

Vraag 113

Welke activiteiten noemt u om demographic engineering te voorkomen?

Vraag 167

Welke informatie heeft u dat groepen die steun van coalitielanden krijgen doen aan demographic engineering?

Antwoord op vragen 113 en 167

Nederland en de internationale partners hebben in verschillende bilaterale en multilaterale fora gesprekken met de Iraakse en Koerdische autoriteiten over het belang van het voorkomen van demographic engineering. Daarnaast is in de Nederlandse trainingen aan Iraakse special forces en Koerdische Peshmerga een mensenrechtencomponent opgenomen.

Vraag 114

Kunt u bevestigen dat de Iraakse stad Falluja wordt belegerd en daardoor burgers om het leven komen? Wat is hier de situatie?

Antwoord op vraag 114

Iraakse strijdkrachten, ondersteund door sjiitische milities, zijn al maanden bezig met het isoleren van al-Falluja. De operatie verloopt traag. ISIS heeft vooralsnog de controle over (de burgerbevolking in) de stad. Het is onbekend hoeveel burgers er bij de gevechten omkomen.

Vraag 115

Welke informatie is u bekend dat het Iraakse leger, Peshmerga strijders en sjiitische milities betrokken zijn bij oorlogsmisdaden in Irak?

Antwoord op vraag 115

De rapporten en bevindingen van mensenrechtenorganisaties, waaronder recente rapporten van Amnesty International en Human Rights Watch, zijn het kabinet bekend en zijn verontrustend. Deze meldingen worden door het kabinet serieus genomen en regelmatig aan de orde gebracht tijdens contacten met de Iraakse en Koerdische autoriteiten, waarbij het belang van het naleven van mensenrechten en het humanitair oorlogsrecht wordt onderstreept.

Vraag 116

Hoe hoog is het hulpverzoek van de VN voor Irak en in welke mate is deze reeds gevuld? Draagt Nederland een fair share bij?

Vraag 119

Hoe hoog is het hulpverzoek van de VN voor Syrië en in welke mate is deze reeds gevuld? Draagt Nederland een fair share bij?

Antwoord op vragen 116 en 119

De hulpverzoeken van de VN voor 2016 voor Irak en Syrië (en regio) bedragen respectievelijk 861 miljoen USD en 7,7 miljard USD. Het hulpverzoek voor Irak is voor 4% gedekt (33 miljoen USD) en het hulpverzoek voor Syrië (en regio) is voor 1% gedekt (59 miljoen USD). Op de pledging conference in Londen op 4 februari is door de internationale gemeenschap meer dan 10 miljard USD toegezegd aan hulp voor de Syrië regio.

Oxfam heeft op 1 februari jl. een rapport gepubliceerd, waarin op basis van de grootte van nationale economieën berekend is wat in 2016 een fair share zou zijn. Voor Nederland zou dit uitkomen op een geschatte bijdrage van 99,3 miljoen dollar. Met een pledge van 75 miljoen euro aan humanitaire hulp benadert Nederland de geschatte fair share voor 2016. Over 2015 scoorde Nederland een fair share van 246% op basis van een bijdrage van 232,4 miljoen USD. Hiermee was Nederland in 2015 de zesde humanitaire donor in de Syrië crisis.

Vraag 117

Bent u bereid te erkennen dat er nog bij lange na geen sprake is van een «breed gedragen politieke strategie» voor Syrië? Waarom wel/niet?

Antwoord op vraag 117

Afgelopen maanden zijn er voorzichtige stappen voorwaarts gezet op het politieke spoor. Zo is er voor het eerst een VN-Veiligheidsraadsresolutie (2254) aangenomen, die een kader biedt voor politieke transitie. Ook is, via de International Syria Support Group, een politiek proces op gang gebracht, waarbij ook Iran en Saoedi-Arabië aan tafel zitten. Beide landen hebben verklaard bij het politieke proces betrokken te blijven. Daarnaast zijn de besprekingen in Genève onder leiding van VN-gezant De Mistura met de Syrische regering en oppositiegroepen van start gegaan. Helaas zijn deze gesprekken op 3 februari tijdelijk opgeschort, onder meer omdat geen voortgang kon worden bereikt met betrekking tot de humanitaire situatie in Syrië. Deze pauze in de gesprekken toont aan dat de genomen stappen nog fragiel zijn en niet onomkeerbaar. Tegelijkertijd is er nu voor het eerst in vijf jaar een breed gedragen basis voor een proces naar een politieke oplossing. Het bereik verwezelijken zal echter nog veel tijd kosten.

Vraag 120

Sluiten ISIS en Jabhat Al-Nusra zelf deelname aan een staakt-het-vuren uit?

Antwoord op vraag 120

Op dit moment wijst niets aan de uitlatingen en gedragingen van deze terreurgroepen er op dat zij zouden willen deelnemen aan een staakt-het-vuren.

Vraag 121

Hoeveel doden zijn er ongeveer in Syrië gevallen sinds het moment dat het kabinet ervan overtuigd was dat er een volkenrechtelijke rechtsgrond was om in te grijpen tegen ISIS in Syrië?

Antwoord op vraag 121

Er zijn geen volledige gegevens voorhanden voor wat betreft het aantal (burger)slachtoffers dat gemaakt is door de verschillende strijdende partijen. De verschillende mensenrechtenorganisaties die zich bezighouden met het documenteren van deze gegevens hanteren verschillende aantallen. Onomstreden is dat veruit het grootste aantal burgerslachtoffers valt als gevolg van luchtaanvallen door het Syrische regime.

Vraag 122

Kunt u nader aangeven hoe u de militaire en politieke rol van de Russische regering beoordeelt in Syrië? Kunt u nader aangeven of de Russische betrokkenheid een productieve of contraproductieve invloed heeft op de door u beschreven sporen in Syrië? Worden de politieke en militaire operaties van de Russische regering en de coalitie onderling gecoördineerd? Wat wordt er door het kabinet, zowel eigenstandig als in internationaal verband, concreet gedaan om de Russische steun aan het Assad-regime aan banden te leggen?

Antwoord op vraag 122

De Russische militaire betrokkenheid is een complicerende factor in het Syrische conflict en baart het kabinet grote zorgen. Een overgrote meerderheid van de Russische aanvallen is gericht op gematigde oppositiegroeperingen, waaronder groepen die steun van de VS en andere coalitiegenoten, onder meer Nederland, ontvangen. Meerdere bronnen, waaronder Human Rights Watch en het Syrian Observatory for Human Rights, melden dat er bij het Russisch optreden sprake zou zijn van gerichte aanvallen op burgerdoelen, het onvoldoende onderscheid maken tussen militaire en civiele doelen en van het gebruik van clustermunitie. De Russische militaire acties ondermijnen bij een substantieel deel van de gematigde oppositie het draagvlak voor een politiek proces. Nederland heeft Rusland herhaaldelijk opgeroepen om aanvallen op de Syrische gematigde oppositie onmiddellijk te stoppen, burgerslachtoffers te vermijden, en zich te richten op de strijd tegen ISIS en een politieke oplossing voor het Syrische conflict. Tegelijkertijd is er het besef dat politieke betrokkenheid van Rusland hoe dan ook nodig is om tot een duurzame politieke oplossing in Syrië te komen. In de context van de International Syrian Support Group en via bilaterale en EU-contacten wordt Rusland hierop aangesproken. Er is geen sprake van actieve coördinatie tussen Rusland en de coalitie. Wel worden de afspraken met Rusland over deconflictie tot dusver goed nageleefd.

Vraag 123

Hoe verhoudt de opmerking in de Kamerbrief dat «militaire inzet van welke partij dan ook humanitaire toegang bemoeilijkt» zich tot de militaire inzet van Nederland in combinatie met de voorgenomen extra humanitaire hulp van Nederland?

Antwoord op vraag 123

Het kabinet heeft besloten met gerichte aanvallen deel te nemen aan het uitschakelen van strategische doelen in de aanvoerlijnen van ISIS vanuit Oost-Syrië naar Irak. Tegelijkertijd constateert het kabinet dat de humanitaire nood hoog is en daarom vindt ook op dat terrein een inspanning van Nederland plaats.

Vraag 124

Welke partijen worden bedoeld bij de opmerking naar aanleiding van het rapport van de VN-Secretaris-Generaal Ban Ki-moon dat «in deze gebieden verschillende partijen bombardementen uitvoeren»?

Antwoord op vraag 124

In het rapport wordt gerefereerd aan Russische en coalitiebombardementen.

Vraag 126

Worden de gewapende oppositiegroepen die plaatsen belegeren gesteund door de coalitie? Zo ja, op welke wijze?

Antwoord op vraag 126

Er zijn enkele enclaves van het regime in de provincie Idlib die door strijdgroepen worden belegerd. Van twee andere enclaves in de provincie Aleppo is het beleg dezer dagen gebroken door de Syrische strijdkrachten. De enclaves in Idlib worden voornamelijk belegerd door een samenwerkingsverband, waarin ook het al-Nusra Front zit. De coalitie verleent geen luchtsteun aan de strijdgroepen hier, voor zover zij in gevechtscontact staan met het regime. Hiervoor ontbreekt het mandaat. Zoals eerder gesteld ondersteunt de coalitie deze groeperingen wel in de strijd tegen ISIS.

Vraag 127

Zal de militaire inzet van Nederland meer ontheemden en vluchtelingen tot gevolg hebben?

Vraag 129

Kunt u nader ingaan op de gevolgen van de Nederlandse betrokkenheid voor de humanitaire situatie in Syrië? Wat zal het gevolg hierbij zijn voor het kunnen bereiken van groepen die humanitaire hulp behoeven? Wat zal het gevolg hiervan zijn voor de (sociale) veiligheid in Oost-Syrië?

Vraag 172

Kunt u aangeven of Nederlandse militaire acties mogelijk zouden kunnen bijdragen aan vluchtelingenstromen en radicalisering? Hoe tracht het kabinet dit te beperken?

Antwoord op vragen 127, 129 en 172

Vanwege de beperkte toegang tot grote delen van Syrië is het niet eenvoudig een compleet en verifieerbaar beeld te krijgen van de humanitaire gevolgen van de militaire activiteiten. In algemene zin kan worden gesteld dat de militaire inzet van welke partij dan ook de humanitaire toegang bemoeilijkt, meer ontheemden en vluchtelingen veroorzaakt en het risico van burgerslachtoffers in zich draagt. Dit geldt in het bijzonder voor de inzet door ISIS, het regime en Rusland, die geen of nauwelijks rekening houden met de burgerbevolking. De uitbreiding van het inzetgebied van de Nederlandse F-16’s, waardoor behalve in Irak nu ook in Oost-Syrië kan worden opgetreden, zal naar verwachting geen significante toename van het aantal ontheemden en vluchtelingen in Syrië tot gevolg hebben of een ernstige negatieve impact op de humanitaire situatie. Net als in Irak wordt gebruikgemaakt van precisiemunitie die pas wordt afgeworpen na een zorgvuldig doelselectieproces.

Om radicalisering tegen te gaan is het van groot belang dat aan het behoud en herstel van basisvoorzieningen in Syrië wordt gewerkt. Daarvoor heeft het kabinet op 4 februari in Londen 125 miljoen euro toegezegd, 75 miljoen voor humanitaire hulp en 50 miljoen voor opvang in de regio.

Vraag 128

Overweegt u de rapportage over bombardementen en over burgerslachtoffers te verbeteren?

Antwoord op vraag 128

Om veiligheidsredenen is Defensie zeer terughoudend met het verstrekken van gedetailleerde operationele informatie. CENTCOM (VS) heeft de leiding over deze operatie en maakt namens de coalitie informatie beschikbaar. Individuele landen maken daarnaast een eigen afweging over de communicatie over hun inzet. Informatie over specifieke aanvallen of doelen vergroot de risico’s en het gevaar voor de Nederlandse militairen en de Nederlandse samenleving. Indien een onderzoek naar Nederlandse betrokkenheid met mogelijke burgerslachtoffers is voltooid, wordt de Kamer daarover geïnformeerd.

Vraag 130

Hoe heeft de gevechtskracht en gebiedscontrole van het aan Al-Qaeda gelieerde Jabhat al-Nusra zich het afgelopen jaar ontwikkeld?

Antwoord op vraag 130

Het al-Nusra Front is aanhoudend een van de sterkste strijdgroepen in Syrië en is in verscheidene regio’s in Syrië present. In veel gebieden deelt het front de terreincontrole met andere strijdgroepen. In Noordwest-Syrië, in de provincie Idlib, beschikt het al-Nusra Front over enkele aaneengesloten gebieden. Zowel wat gevechtskracht als gebiedscontrole betreft is hierin in het afgelopen jaar weinig verandering opgetreden.

Vraag 131

Op welke wijze wordt de terreurgroep Jabhat al-Nusra door de coalitie bestreden?

Antwoord op vraag 131

Jabhat al-Nusra is door de VN aangemerkt als een terroristische organisatie. De anti-ISIS coalitie heeft als doel de terroristische organisatie ISIS te verslaan en in deze hoedanigheid bombardeert de coalitie dan ook niet Jabhat al-Nusra.

Vraag 132

Kunt u uitgebreid ingaan op uw bewering dat de «gewapende Syrische oppositie» gesteund wordt door «enkele Golfstaten en Turkije en Jordanië»? Om welke «steun» gaat het volgens u? Betreft het ook leveranties van wapens en munitie, en het opleiden en trainen van rebellen?

Vraag 133

Klopt het dat u nu voor het eerst toegeeft dat Turkije «gewapende Syrisch oppositie» steunt? Waar baseert u deze bewering op? Beschikt de regering over aanwijzingen dan wel bewijzen voor dergelijke steun van Turkije?

Antwoord op vragen 132 en 133

Het internationaal krachtenveld ten aanzien van Syrië is uw Kamer bekend. Het regime van Assad ontvangt steun van Iran en Rusland terwijl de oppositie steun ontvangt van de Golfstaten, Turkije, Jordanië en sommige westerse partners. Deze steun richt zich zowel op de politieke als op de gewapende oppositie. De steun aan de gewapende oppositie is deels politiek van aard. Zo geeft Turkije politieke steun aan de Free Syrian Army (FSA), en heeft Saoedi-Arabië de oppositie, inclusief de gewapende oppositie, weten te verenigen in Riyad.

Vraag 134

Hoe beoordeelt u de steun van «enkele Golfstaten, Turkije en Jordanië» aan de «gewapende Syrische oppositie»? Is dergelijke steun in strijd met het internationale recht?

Antwoord op vraag 134

Zie ook het antwoord op vraag 132. Politieke steun is niet in strijd met het internationale recht.

Vraag 135

Waarom gaat u niet nader in op de motie Knops/Sjoerdsma (Kamerstuk 34 300 V, nr. 23), die oproept om de druk op Turkije op te voeren, als het gaat om het faciliteren van ISIS, grensbewaking met ISIS-gebied en de strijd tegen de Koerden? Helemaal nu u zelf stelt dat Turkije de gewapende Syrische oppositie steunt?

Antwoord op vraag 135

Het kabinet heeft uw Kamer over de uitvoering van deze motie de Kamer geïnformeerd in zijn brief van 7 januari 2016 met Kamerstuk 27 925, nr. 568.

Vraag 136

Heeft u de vertegenwoordigers van de gematigde oppositie geconsulteerd over uw besluit om te gaan bombarderen boven Syrië?

Antwoord op vraag 136

Ja.

Vraag 137

Waaruit bestaat de steun van Golfstaten, Turkije en Jordanië aan gewapende oppositiegroepen in Syrië?

Antwoord op vraag 137

Zie antwoorden op vragen 132 en 134.

Vraag 138

Leveren Golfstaten, Turkije en Jordanië ook militair materieel aan gewapende oppositiegroepen in Syrië / is dergelijke steun in het verleden geleverd?

Antwoord op vraag 138

Zie antwoorden op vragen 132 en 134.

Vraag 139

Maken Al Nusra of andere Al Qaida achtige groepen onderdeel uit van de gewapende oppositiegroep in Syrië die steun krijgt van Golfstaten, Turkije en Jordanië?

Antwoord op vraag 139

Vooropgesteld dient te worden dat Jabhat al-Nusra en Al-Qaida terroristische organisaties zijn, zoals aangemerkt door de VN. Het kabinet is bekend met berichten over dergelijke steun. De samenstelling en de loyaliteiten van gewapende groeperingen in Syrië zijn fluïde en veranderen continu. Het valt in dit diffuse beeld dan ook niet uit te sluiten dat steun is verleend aan groeperingen die jihadistische uitgangspunten of -wortels hebben. De genoemde landen zijn alle betrokken bij de anti-ISIS coalitie, waarbinnen zij zich inspannen om financiering en andere steun aan terroristische groeperingen tegen te gaan, onder meer via nationale maatregelen.

Vraag 140

Hoe omvangrijk is de gewapende oppositiegroep in Syrië die steun krijgt van Golfstaten, Turkije en Jordanië?

Antwoord op vraag 140

Zie antwoorden op vragen 132, 134, 137, 138, 139 en 143.

Vraag 141

Wat onderneemt de Nederlandse regering concreet, zowel eigenstandig als in internationaal verband, om de Russische regering aansprakelijk te stellen voor vermeende (oorlogs-)misdaden en hier volledige duidelijkheid over te verkrijgen?

Antwoord op vraag 141

Het kabinet is van mening dat alle vermeende (oorlogs-)misdaden die in de context van het conflict in Syrië plaatsvinden grondig onderzocht moeten worden. De Mensenrechtenraad heeft hiertoe een onafhankelijke onderzoekscommissie ingesteld. Helaas weigert het regime-Assad deze commissie toegang.

In de bilaterale contacten met Rusland heeft Nederland zorg uitgesproken over de humanitaire situatie in Syrië en aangedrongen op het vermijden van burgerslachtoffers, en zal dit blijven doen.

Vraag 142

Waarom beweert u zo stellig dat dat het door Turkije neergehaalde Russische gevechtsvliegtuig op 24 november jl. het Turkse luchtruim geschonden zou hebben? Bent u bereid de schriftelijke vragen van het lid Knops («Toenemende twijfels over neerhalen Russisch gevechtsvliegtuig door Turkije» (ingezonden 20 januari 2016), die juist grote vraagtekens plaatsen bij de uitleg van Turkije, tijdig voor het Algemeen Overleg van 10 februari a.s. te beantwoorden?

Antwoord op vraag 142

Het kabinet verwijst hiervoor naar de antwoorden op de door het lid Knops ingediende schriftelijke vragen van 1 december 2015. Het kabinet streeft ernaar de schriftelijke vragen die het lid Knops op 20 januari 2016 heeft ingediend binnen de daarvoor gestelde termijn te beantwoorden.

Vraag 143

Wat is de verhouding tussen de Syrisch-Koerdische PYD en andere groepen onder de in uw brief genoemde Syrische Koerden? Klopt het dat de Syrische Koerden in het Noordwesten vrijwel uitsluitend door de PYD worden vertegenwoordigd?

Antwoord op vraag 143

De PYD domineert de Koerdische gebieden in Noord-Syrië, mede door de goed georganiseerde militie YPG. De PYD onderhoudt een moeizame relatie met Turkije, andere Syrisch-Koerdische partijen, Arabische en Turkmeense partijen en de Iraaks-Koerdische KDP van Masud Barzani.

Vraag 144

Welke relatie heeft de PYD tot het regime van Assad? Hoe beoordeelt u deze relatie?

Antwoord op vraag 144

De PYD richt zich primair op het leefgebied van de Syrische Koerden in Noord-Syrië. Sinds de opmars van ISIS in 2014 waarbij ISIS grote delen van het Koerdische gebied veroverde, beschouwt de PYD ISIS als de belangrijkste vijand. Met de twee garnizoenen van het Syrische regime (in Qamishli en al-Hasaka) bestaat naar verluid een soort afspraak dat men elkaar niet zal aanvallen, omdat ISIS aanhoudend voor beide hier de primaire vijand is. Dit «niet-aanvalspact», dat al zou gelden sinds het begin van het conflict, heeft ertoe geleid dat een groot deel van de soenni-Arabische oppositie de PYD als bondgenoot van Assad ziet en dat de oppositie die zich in Riyad heeft verenigd geen prijs stelt op de deelname van de PYD aan het politiek proces.

Vraag 145

Hoe beoordeelt u de verder oplopende spanningen tussen Rusland en Turkije? Klopt het dat Turkse luchtmachtbases op oranje alert staan, dat er extra jachtvliegtuigen naar bases bij de Syrische grens zijn ontplooid en dat de Turkse luchtmacht opdracht heeft gekregen om iedereen die het Turkse luchtruim schendt neer te halen, zonder nadere orders te hoeven af te wachten? (http://www.al-monitor.com/pulse/originals/2016/02/turkey-russia-moscow-tries-to-draw-ankara-into-fight.html#ixzz3z7CFSsN1)

Antwoord op vraag 145

Het kabinet beziet de opgelopen spanningen tussen Rusland en Turkije met zorg en roept beide zijden op de kalmte te bewaren. Dat is ook de consistente boodschap die de NAVO afgeeft. De Turkse Luchtmacht bewaakt het Turkse luchtruim en de grenzen op basis van Rules of Engagement die door de Turkse regering aan de Turkse luchtmacht zijn opgedragen. Deze worden niet bekend gesteld, net zomin als de precieze verdeling van haar vliegtuigen over het land.

Vraag 146

In hoeverre is Al Nusra doelwit van Russische bombardementen?

Antwoord op vraag 146

De Russische inspanning concentreert zich op het ondersteunen van het Syrische grondoptreden langs de fronten in het Westen van Syrië, wat betekent dat in voorkomend geval ook het al-Nusra Front wordt aangevallen. Het is onduidelijk in hoeverre dit gebeurt.

Vraag 147

Waarom voert u VN-Veiligheidsraadresolutie 2254, die oproept «to eradicate the safe haven they have established over significant parts of Syria» niet aan als rechtsgrond voor militair optreden tegen ISIS in Syrië?

Vraag 148

Waarom doet u uitsluitend een beroep op de rechtsgrond van collectieve zelfverdediging van Irak? Waarom baseert u zich niet ook op VN Veiligheidsraadsresolutie 2254, alsmede op collectieve zelfverdediging van Frankrijk na de aanslagen in Parijs?

Vraag 149

Waarom gaat u niet meer in op de uitspraak van de premier dat Nederland «in oorlog» is met ISIS, na de aanslagen in Parijs? Waarom bent u uitsluitend bereid op te komen voor de collectieve verdediging van Irak en niet voor de collectieve verdediging van het Westen?

Antwoord op vragen 147, 148 en 149

VNVR resolutie 2254 bevat geen mandatering voor geweldgebruik op basis van hoofdstuk VII van het VN Handvest. Zoals eerder genoemd vormt collectieve zelfverdediging ten behoeve van Irak de rechtsgrond voor optreden tegen ISIS in Syrië. Het Franse verzoek aan Nederland om intensivering van de militaire inzet tegen ISIS in Syrië (en Irak) kan eveneens een rechtsgrond bieden voor optreden in Syrië op basis van collectieve zelfverdediging. Een overig beroep op (collectieve) zelfverdediging kan pas worden gedaan in het geval van een (onmiddellijk dreigende) gewapende aanval in de zin van artikel 51 van het VN Handvest.

Vraag 150

Hoe verhoudt de uitspraak van de premier, die uitgereisde jihadisten uit Nederland liever dood ziet in Syrië, dan dat ze terugkeren naar Nederland, zich tot de caveats die u oplegt ten aanzien van optreden in Syrië?

Antwoord vraag 150

Het besluit van het kabinet de Nederlandse bijdrage aan de strijd tegen ISIS te intensiveren, ziet op een parallelle intensivering op alle sporen: politiek, militair en stabilisatie. Voor wat betreft het militaire spoor in Syrië, ziet de intensivering op het aanpakken van belangrijke strategische doelen in de aanvoerlijnen van ISIS vanuit Oost-Syrië naar Irak. De locatie van uitgereisde Nederlandse ISIS strijders heeft bij dit besluit geen rol gespeeld.

Vraag 152

Kunt u toelichten op welke wijze de niet-lethale steun aan de Syrische gematigde (gewapende) oppositie er aan bijdraagt dat die oppositie burgers kan beschermen?

Antwoord op vraag 152

De steun bestaat voor een deel uit potentieel levensreddende middelen, zoals voedselpakketten, medische kits en brandblussers. Zaken als communicatiemiddelen, kleding, dekens en andere basisbenodigdheden helpen de oppositie zich beter te handhaven en burgers onder hun hoede te beschermen. Communicatiemiddelen kunnen bovendien worden gebruikt om te waarschuwen tegen luchtaanvallen.

Vraag 154

Wordt de door u aangehaalde «gematigde gewapende oppositie» centraal geleid of is er sprake van los van elkaar opererende elementen?

Antwoord op vraag 154

Een groot deel van de gematigde gewapende oppositie rekent zich tot de Free Syrian Army, hetgeen een los samenwerkingsverband is. Het kabinet acht het van belang dat groepen die steun ontvangen naar een overkoepelende militaire commandostructuur voor de Syrische gematigde oppositie streven.

Vraag 155

Op welke manier faciliteert Nederland actief de dialoog tussen Syriërs uit verschillende politieke en maatschappelijke gelederen? En wat is het effect hiervan?

Antwoord op vraag 155

Het kabinet faciliteert de dialoog tussen Syriërs uit verschillende politieke en maatschappelijke gelederen door middel van discrete informele dialogen. Gezien de vertrouwelijke aard van deze informele dialogen en het persoonlijke gevaar voor sommige deelnemers dat deelname aan deze dialogen met zich mee kan brengen, kan het kabinet niet diep ingaan op hoe deze facilitatie precies plaatsvindt. Voorbeelden van facilitatie van informele dialogen zijn capaciteitsopbouw van gemarginaliseerde groepen, steun voor gespecialiseerde NGO’s op het gebied van conflictbemiddeling, en logistieke ondersteuning. Voor de effecten/resultaten van deze informele dialogen verwijst het kabinet u naar het antwoord op vraag 80.

Vraag 159

Kunt u nader ingaan op wat u gaat doen met 10 miljoen euro voor de «gematigde gewapende oppositie»? In hoeverre handhaaft de Free Syrian Police de sharia?

Antwoord op vraag 159

Zie voor beantwoording van de eerste vraag onder 159 de beantwoording van vraag 79.

De Free Syrian Police (FSP) richt zich voornamelijk op handhaving van de lokale openbare orde en community policing, in goed overleg met de lokale community security working groups. Het neutrale karakter van de FSP vindt waardering bij de lokale gemeenschappen. De FSP is in principe niet gewapend, houdt zich niet bezig met de harde toepassing van wetgeving en rechtspraak en is gecommitteerd aan de universele mensenrechten.

Vraag 160

Is de door Nederland voorgenomen steun aan de «gematigde gewapende oppositie» in strijd met het internationaal recht, in het bijzonder het steunen van de Free Syrian Police?

Antwoord op vraag 160

Aan de gematigde gewapende oppositie, waaronder de Free Syrian Police, wordt niet-lethale steun gegeven in de vorm van civiele middelen die dienen ter bescherming van de burgerbevolking en de eigen veiligheid. Bij de besluitvorming over de te verlenen steun zijn volkenrechtelijke aspecten, in het bijzonder het non-interventiebeginsel en het geweldverbod, doorslaggevend.

Vraag 161

Bent u bereid steun te verlenen aan de Syrische Koerden, de helden van Kobane, de boots on the ground tegen ISIS? Zo nee, waarom niet en waarom dan wel aan de «gematigde gewapende oppositie»?

Antwoord op vraag 161

De Syrische Koerden vormen geen homogene groep. Veruit de grootste groepering is de PYD. De gewapende tak van de PYD – de YPG – wordt door de VS in de strijd tegen ISIS in Syrië gezien als een effectieve militaire partner, althans in Koerdisch gebied. Tegelijkertijd overlappen de belangen van de PYD/YPG maar voor een deel overlappen. De PYD heeft een afwijkende politieke agenda, onderhoudt banden met de PKK en naar verluid het regime van Assad en maakt zich volgens bijvoorbeeld Amnesty International schuldig aan mensenrechtenschendingen tegen soenni-Arabische en Turkmeense bevolkingsgroepen. Overigens is het kabinet wel degelijk – via onze partners, waaronder PAX – actief in Syrisch-Koerdisch gebied, om respect voor mensenrechten en dialoog tussen de verschillende bevolkingsgroepen te bevorderen.

Vraag 162

Hoe worden groepen concreet doorgelicht?

Antwoord op vraag 162

Om te beginnen neemt het kabinet met name groepen in overweging die door partners – aan de hand van een zogenoemde vetting-procedure – als voldoende betrouwbaar zijn beoordeeld. In aanvulling op deze voorselectie hanteert het kabinet een eigen procedure, die erin voorziet groepen te toetsen aan een aantal voor het kabinet doorslaggevende criteria. Het betreft onder andere criteria om uit te sluiten dat operationele samenwerking met extremistische groepen aan de orde is, om zeker te stellen dat deze groepen een inclusieve politieke oplossing nastreven en om te garanderen dat groepen gecommitteerd zijn aan de naleving van het humanitair oorlogsrecht.

Vraag 163

Zijn u voorbeelden bekend dat steun aan gematigde groepen terechtkwam bij radicale groepen, waaronder IS en Al Nusra?

Antwoord op vraag 163

In de herfst van 2015 is een aantal Nederlandse voedselpakketten na een overval geconfisqueerd door Jabhat Al-Nusra. Deze goederen zijn kort daarna teruggegeven. Er zijn mitigerende maatregelen genomen om een dergelijk voorval in de toekomst te kunnen voorkomen.

Vraag 164

Waarop is het oordeel gebaseerd dat steun aan gematigde gewapende oppositie effectief is?

Antwoord op vraag 164

Dit oordeel is gebaseerd op monitoring en evaluatie van de steun, gesprekken met partners, de uitvoerende partij en de ontvangende partijen zelf. Daaruit blijkt dat groepen die Nederlandse steun ontvangen winnen aan lokaal draagvlak, strijders en burgers aan zich weten te binden en beter het hoofd kunnen bieden aan de aanvallen van het Assad-regime, ISIS en andere terroristische groepen. De steun geeft Nederland bovendien de mogelijkheid de dialoog over het politiek proces en transitie met deze groepen aan te gaan. Dat is belangrijk, want zonder de betrokkenheid van gewapende groepen heeft het politiek proces geen kans van slagen.

Vraag 166

Wat is op de grond de positie van gematigde gewapende oppositie ten opzichte van (radicale) jihadistische groepen?

Antwoord op vraag 166

Er bestaat een diffuus beeld van wie waar precies dominant is. In Noord-Syrië domineren op een aantal plaatsen islamistische strijdgroepen het terrein, vooral op het platteland van de provincie Idlib. De gematigde strijdgroepen zijn hier getalsmatig minder sterk. In Zuid-Syrië domineren de gematigde strijdgroepen en zijn de islamistische strijdgroepen minder groot in omvang. De term «jihadistisch» is slechts van toepassing op ISIS en Jabhat al-Nusra en enkele kleinere strijdgroepen.

Vraag 168

Wat is het verschil tussen demographic engineering en etnische zuivering?

Antwoord op vraag 168

Van demographic engineering is sprake wanneer er wordt ingegrepen in de demografie van een bepaald gebied. Etnische zuivering kan worden opgevat als zeer ernstige vorm hiervan, waarbij een gebied op gewelddadige wijze van een specifieke bevolkingsgroep wordt «gezuiverd». Afhankelijk van de omstandigheden kan etnische zuivering een internationaal misdrijf vormen.

Vraag 169

Zou Nederland extra inzet kunnen leveren op het gebied van ontmijning?

Antwoord op vraag 169

Boobytraps en IED’s vormen een groot obstakel bij de herovering en stabilisatie van ISIS gebieden. Ontmanteling ervan is een prioriteit van zowel de Iraakse overheid als de verzamelde donoren. Gebrek aan capaciteit bij Iraakse militaire en civiele anti-explosieve diensten is het voornaamste knelpunt. Nederland draagt daarom bij aan de lopende activiteiten van internationale ontmijnings-NGO’s Handicap International en de Mines Advisory Group (MAG). Capaciteitsopbouw maakt hier integraal onderdeel van uit. In het kader van de trainingen door Nederlandse militairen wordt in Erbil speciale aandacht besteed aan IED’s inclusief bijbehorend materiaal. Recent steunde Nederland, samen met aantal andere donoren, met EUR 6 mln. de hernieuwde inzet van UNMAS in Irak, met specifieke aandacht voor coördinatie en capaciteitsopbouw gericht op de heroverde gebieden. De Europese Unie heeft in het kader van de regionale EU-strategie de leiding op zich genomen van de donor inspanningen op dit terrein. De EU zit in dit kader de sub-working group on de-mining (valt onder de stabilisatie werkgroep) voor, waar ook Nederland aan deelneemt. Recent heeft de NAVO capaciteitsopbouw op het terrein van counter IED geïdentificeerd als een mogelijke niche, voor NAVO trainingen.

Vraag 170

Bent u bereid hulp te bieden aan bedreigde christenen, in Irak en Syrië? Zo nee, waarom niet en waarom staat er niets over in de brief?

Antwoord op vraag 170

De positie van minderheden in Syrië en Irak is zorgwekkend en heeft dan ook de aandacht van het kabinet. Naast Assyrische christenen en Yezidi’s zijn ook onder andere soennitische Arabieren, sjiitische Turkmenen, Koerden en sjiitische Shabaks doelwit en slachtoffer van ISIS. Gruweldaden van ISIS tegen religieuze en etnische minderheden vormen mede de aanleiding voor het kabinetsbesluit om militair in te grijpen tegen ISIS in Irak en nu ook in Syrië.

Nederland draagt via de Dutch Relief Alliance, een samenwerkingsverband van Nederlandse hulporganisaties, bij aan humanitaire hulp voor de bewoners van Noord-Irak en Syrië. Dit gebeurt op basis van de humanitaire principes waarbij hulp wordt gegeven zonder onderscheid te maken in religie, ras of anderszins. Het kabinet wordt hierin gesteund door de motie Van der Staaij c.s. (Kamerstuk 27 925, nr. 554) die de regering oproept aandacht te hebben voor de vele minderheden die leven in Ninewa. In de aanvullende artikel 100-brief d.d. 29 januari 2016 is een additionele bijdrage van 12 miljoen bestemd voor de Dutch Relief Alliance aangekondigd, als onderdeel van de 75 miljoen euro humanitaire hulp die Nederland in 2016 bijdraagt aan aanpak van de crisis in Syrië.

Humanitaire hulp wordt geleverd op basis van het humanitair imperatief en de humanitaire principes. Dit betekent dat hulp gaat naar hen die dit het hardst nodig hebben, zonder dat daarbij onderscheid wordt gemaakt op basis van nationaliteit, ras, religie of politieke voorkeur. Een specifiek hulpprogramma aan bedreigde christenen zou niet aansluiten bij deze principes. Het kabinet is zich ervan bewust dat christenen in moeilijke omstandigheden leven. Nederland vraagt daar regelmatig aandacht voor en zal dat ook blijven doen.

Vraag 171

In hoeverre werkt de Free Syrian Army ook samen met andere groeperingen zoals de Al-Nusra?

Antwoord op vraag 171

Sommige strijdgroepen werken in voorkomend geval samen met al-Nusra Front in de strijd tegen de gemeenschappelijke vijand, zijnde het regime. Deze samenwerking heeft een pragmatisch en incidenteel karakter. Het kabinet steunt geen groepen die samenwerken met extremistische groepen.

Vraag 173

Voorzien het mandaat en geweldsinstructies in de mogelijkheid van aanvallen van «Nederlandse F-16’s op chemische wapencapaciteit van ISIS, ook als er niet aantoonbaar sprake is van «grensaanvoerlijnen vanuit Oost-Syrië naar Irak? Waarom wel/niet?

Vraag 178

Mogen de Nederlandse F-16’s luchtaanvallen uitvoeren tegen ISIS bij (op handen zijnde) massaslachtingen en genocide in Syrië, ook als er geen sprake is van «grensoverschrijdende aanvoerlijnen» naar Irak? Zo nee, waarom niet en vindt u dit moreel te verdedigen?

Vraag 185

Biedt het voorgenomen nieuwe mandaat ook mogelijkheden om in te grijpen bij humanitaire noodsituaties in Oost-Syrië, bijvoorbeeld waar sprake is van uithongering van burgers door belegering van ISIS? Zo ja, hoe werkt dit in de praktijk?

Vraag 191

Kunnen en mogen Nederlandse F-16’s optreden tegen ISIS-cellen in Syrië die terroristische aanslagen voorbereiden tegen Nederland of andere Westerse landen, ook als er geen verband is met aanvoerlijnen naar Irak? Zo nee, waarom niet?

Vraag 192

Mogen onze F-16’s ingrijpen tegen ISIS in Syrië als ISIS chemische wapens inzet of in dreigt te zetten in Syrië, ook als er geen verband is met aanvoerlijnen naar Irak? Zo nee, waarom niet?

Antwoord op vragen 173, 178, 185, 191 en 192

Zoals in de artikel 100-brief en in de eerdere brieven aan de Kamer is uiteengezet, is er een volkenrechtelijke grondslag voor Nederland om op te treden tegen ISIS in Syrië op basis van het verzoek van Irak om hulp bij de verdediging van Irak. Het optreden tegen ISIS in Syrië moet dus worden gerelateerd aan de (voortdurende dreiging van) aanvallen van ISIS op Irak. Het spreekt vanzelf dat het optreden tegen ISIS op deze basis ook effect heeft op de mogelijkheden van ISIS om andere activiteiten te ontplooien.

Vraag 174

Aangegeven wordt dat Deir al Zor onderdeel uitmaakt van een «majeure as» van ISIS om zijn operaties in Irak te bevoorraden. Waarom legt u dan een geografische «caveat» op diezelfde stad?

Antwoord op vraag 174

De omvangrijke provincie Deir al-Zur speelt een grote rol in de aanvoerketen van ISIS. Bij de gelijknamige hoofdstad heeft het regime nog een garnizoen dat tot dusver standhoudt tegen ISIS. Om niet als luchtmacht van het regime op te treden, is de coalitie terughoudend in haar optreden rondom deze stad.

Vraag 175

Kunnen de F-16’s voor verkenning ingezet worden in heel Oost-Syrië, ook voor verkenningen van ISIS-doelen die niet aantoonbaar gerelateerd zijn aan «grensoverschrijdende aanvoerlijnen» naar Irak? Zo nee, waarom niet en welke beperkingen zijn er?

Antwoord op vraag 175

De Nederlandse F-16’s worden niet specifiek ingezet voor verkenningsvluchten, maar alle informatie die zij tijdens een vlucht met hun sensoren verkrijgen kan behulpzaam zijn in het operatiecentrum in Qatar bij de selectie en identificatie van doelen. Dat betreft ook informatie over mogelijke doelen die niet gerelateerd zijn aan grensoverschrijdende aanvoerlijnen. De Nederlandse F-16’s zetten alleen wapens in binnen de inzetkaders zoals deze in de aanvullende artikel 100-brief zijn verwoord.

Vraag 181

In hoeverre kunnen de Nederlandse F-16’s luchtsteun geven aan bijvoorbeeld de Syrische Koerden in de strijd tegen ISIS? Is dergelijke inzet ook wat dat betreft per definitie beperkt tot «grensoverschrijdende aanvoerlijnen» van ISIS naar Irak?

Vraag 203

Welke gewapende groepen kunnen (eventueel) rekenen op close air support?

Vraag 211

Kunt u nader toelichten wat het inhoudt dat de coalitie daar waar nodig close air support operaties kan uitvoeren ten gunste van gematigde gewapende Syrische oppositiegroepen die strijden tegen ISIS? Is het denkbaar dat ook Nederlandse F-16’s voor deze taak zullen worden ingezet? Hoe past dat binnen het mandaat van de missie, die nadrukkelijk niet gericht is op regime change in Syrië?

Vraag 213

Welke gewapende groep zal naar verwachting de controle over grondgebied kunnen vergroten door luchtaanvallen van Nederlandse F-16’s in Syrië?

Antwoord op vragen 181, 203, 211 en 213

De luchtaanvallen van Nederland zullen zich richten op de aanvoerlijnen van ISIS. Waar nodig kunnen ook Nederlandse F-16’s close air support (CAS) operaties uitvoeren ten gunste van gematigde gewapende Syrische oppositiegroepen die strijden tegen ISIS. Uit veiligheidsoverwegingen wordt niet ingegaan op de identiteit van deze oppositiegroepen. CAS-operaties passen binnen het mandaat van de missie en worden door Nederland ook uitgevoerd in Irak. Deze CAS-operaties hebben tot doel oppositiepartijen in voorkomend geval te ondersteunen in hun strijd tegen ISIS en dragen bij aan de beoogde ontmanteling van ISIS.

Vraag 182

Hoeveel doelen van ISIS in Oost-Syrië denkt u ongeveer uit te kunnen schakelen, als – bewegende componenten moeilijk te detecteren zijn – het weken tot zelfs maanden kan duren voordat een strategische locatie van ISIS kan worden uitgeschakeld – de missie van de F-16’s eind juni afloopt?

Antwoord op vraag 182

Het is niet mogelijk noch wenselijk hiervan een schatting te geven.

Vraag 184

Is het juist dat het doel van het vergroten van de strijd tegen ISIS in Irak is, door uitbreiding van het inzetgebied naar het uitnemen van die doelen in Syrië die de aanvoer van wapens, mensen en middelen door ISIS naar Irak mogelijk maken, de strijd tegen ISIS in Irak effectiever te maken en niet de positie van Assad te versterken?

Antwoord op vraag 184

Ja, dat is juist.

Vraag 186

Heeft u vanuit Syrië signalen ontvangen over de wenselijkheid van bombardementen door de coalitie? Van welke personen of partijen?

Antwoord op vraag 186

De wenselijkheid van bombardementen wordt doorlopend met diverse Syrische partners besproken.

Vraag 189

Zijn luchtaanvallen op bewoond gebied uitgesloten?

Antwoord op vraag 189

De Nederlandse F-16’s zullen worden ingezet binnen de kaders die het kabinet in de aanvullende artikel 100-brief heeft gesteld. Zij zullen worden ingezet om met grote zorgvuldigheid en precisie doelen uit te schakelen die onderdeel zijn van de aanvoerlijnen van ISIS. Dergelijke doelen liggen ook in bewoond gebied. Als aan de strenge toets van uiterste zorgvuldigheid en nauwkeurigheid alsmede proportionaliteit niet volledig kan worden voldaan, worden dichtbevolkte gebieden vermeden. Met het targeting proces en het toezicht daarop door de Red Card Holder wordt het risico van burgerslachtoffers en nevenschade minimaal gehouden. Het risico kan echter nooit geheel worden uitgesloten.

Vraag 193

Nederland is heel open over beleidsdoelstelling dat Assad niet mag profiteren van strijd tegen ISIS. Geven Amerikanen net zoveel in zoveel woorden weg? Zo ja, kunt u uitspraken geven waaruit dat blijkt?

Antwoord op vraag 193

Net als Nederland zijn de Verenigde Staten van mening dat in een toekomstig Syrië geen plaats kan zijn voor Assad. Het feit dat het grote merendeel van de coalitieaanvallen plaatsvinden in Oost-Syrië, buiten het bereik van Assad, moet dan ook in dit licht worden gezien.

Vraag 199

Heeft ISIS door de bombardementen van de coalitie in Irak en Syrië inmiddels een tekort aan wapens en munitievoorraden?

Vraag 200

Is ISIS nog steeds in staat om de wapens en munitievoorraden aan te vullen door veroveringen, illegale handel, en donaties van externe partijen?

Antwoord op vragen 199 en 200

Er zijn geen aanwijzingen dat ISIS op dit moment een tekort heeft aan wapens en munitie. ISIS kan nog steeds putten uit de ruime hoeveelheid wapens die zijn buitgemaakt op andere strijdgroepen en op de Syrische en de Iraakse strijdkrachten. Er zijn wel berichten over personele en financiële problemen. De primaire wijze waarop ISIS wapens en munitie verkrijgt, is door gebiedsverovering en daaropvolgende plundering van wapenopslagplaatsen. Omvangrijke wapentransacties via externe partijen zijn niet waarschijnlijk, maar gerichte smokkel van hoogwaardige onderdelen is denkbaar.

Vraag 201

Is het niet vanzelfsprekend dat alle vliegers die in internationaal verband ingezet worden gekwalificeerd genoeg om deel te nemen aan de militaire acties die in de strijd tegen ISIS worden ondernomen?

Antwoord op vraag 201

Alle vliegers die deelnemen aan de militaire acties in de strijd tegen ISIS zijn vanzelfsprekend gekwalificeerd. De kwaliteit van Nederlandse vliegers is dusdanig hoog dat Nederland t bij het uitvoeren van luchtoperaties regelmatig de leiding krijgt.

Vraag 202

Welke gematigde groepering is tot nu toe het meest effectief gebleken in de strijd tegen ISIS?

Antwoord op vraag 202

In Koerdisch gebied in Syrië zijn de YPG/Syrian Democratic Forces, dankzij steun van de VS, tot op heden de effectiefste strijdgroep tegen ISIS. In andere delen van Noord-Syrië hebben gematigde strijdgroepen, geassocieerd met het Vrije Syrische leger, eveneens successen geboekt tegen ISIS.

Vraag 205

Op welke wijze kan verantwoording worden afgelegd voor burgerdoden die vallen door aanvallen van Nederlandse F-16’s in Irak en Syrië?

Antwoord op vraag 205

De Nederlandse krijgsmacht stelt alles in het werk om burgerslachtoffers zoveel mogelijk te voorkomen. Mocht een Nederlandse inzet onverhoopt toch tot burgerslachtoffers leiden, dan zal per geval worden beoordeeld, aan de hand van de specifieke omstandigheden, of er aanleiding is tot het betalen van schadevergoeding of een «ex gratia» betaling. De praktische haalbaarheid van het verrichten van deze betalingen wordt gecompliceerd door het ontbreken van grondtroepen. Voorts wordt opgemerkt dat in alle gevallen waarin wordt overwogen over te gegaan tot het betalen van schadevergoeding of «ex gratia» betalingen aan individuele burgers, dergelijke betalingen niet kunnen worden verricht tijdens het gewapend conflict in gebieden die door ISIS worden beheerst. Zie ook het antwoord op vragen 75, 76, 77, 78, 198 en 212 en 216.

Vraag 206

Op basis van wat voor soort inlichtingen worden door de coalitie aanvallen uitgevoerd? Welke rol speelt Nederland in het verzamelen van deze inlichtingen?

Vraag 207

Is uitgesloten dat Nederland aanvallen uitvoert op basis van inlichtingen die het niet zelf heeft kunnen verifiëren?

Antwoord op vragen 206 en 207

Over de wijze waarop de coalitie inlichtingen verzamelt, alsmede de samenwerking tussen de Nederlandse en buitenlandse inlichtingendiensten, worden uit veiligheidsoverwegingen geen uitspraken gedaan.

Vraag 209

Nederland werkt net als VS met small diameter bombs. Is Nederland daarom niet juist bij uitstek aangewezen die doelen te bestoken die «chirurgische precisie» vergen, omdat wij dat het meest nauwkeurig kunnen? Zou vanuit oorlogsrecht niet juist Nederland daarbij ingezet moeten worden i.p.v. minder nauwkeurige bommen van bondgenoten? Graag een toelichting.

Antwoord op vraag 209

Op grond van het humanitair oorlogsrecht moet voorafgaand aan elke aanval worden getoetst of de verwachtbare nevenschade, zoals doden of gewonden onder de burgerbevolking of schade aan burgerobjecten, niet buitensporig is in vergelijking met het concrete en directe militaire voordeel dat met de aanval kan worden bereikt. Hierbij wordt onder andere rekening gehouden met het in te zetten wapen en de effecten daarvan. Het humanitair oorlogsrecht verplicht dus niet tot het gebruik van precisiewapens, maar door gebruik te maken van wapens zoals de small diameter bomb, kan inderdaad met meer precisie en mogelijk met minder gevaar voor nevenschade worden opgetreden. Dit is een van de redenen waarom de inzet van Nederland in de campagne van de coalitie zo waardevol is.

Vraag 214

Kunt u aangeven in hoeverre de Syrische Koerden verschillen van de Iraakse Koerden en de Free Syrian Army met betrekking tot het respecteren van het humanitair oorlogsrecht en/of mensenrechten?

Antwoord op vraag 214

Over de verschillende strijdende partijen in Syrië en Irak zijn berichten verschenen, waarin sprake is van het schenden van mensenrechten. Er is echter geen duidelijk beeld van de mate waarin deze schendingen zouden plaatsvinden.

Vraag 215

Vindt u de Syrische Koerden een «betrouwbare partner op de grond» in de strijd tegen ISIS? Zo nee, waarom niet?

Antwoord op vraag 215

De Syrische Koerden vormen geen homogene groep. De YPG, de gewapende tak van de PYG, is militair actief tegen ISIS en heeft daarbij successen geboekt, zoals in Kobane. De beperking van de YPG als partner op de grond is gelegen in het feit dat (grootschalige) inzet van de YPG buiten Koerdisch gebied niet in de rede ligt.

Vraag 216

Welke aanvullende acties onderneemt de Nederlandse regering eigenstandig om de mogelijkheid op burgerslachtoffers te beperken?

Antwoord op vraag 216

Het is er de Nederlandse regering alles aan gelegen om het luchtwapen zo zorgvuldig mogelijk in te zetten en het risico van burgerslachtoffers en nevenschade minimaal te houden.

In het operationele proces ziet de red card holder toe op de zorgvuldigheid van de doelselectie en toetst hij de uitkomsten van dit proces aan het Nederlandse mandaat, de targeting directives en de rules of engagement. De vlieger zelf voert kort voor inzet een Combat Collateral Damage Estimate uit waarin hij zorgvuldig toeziet op de uitvoerbaarheid van de missie.

Vraag 217

Kunt u een overzicht geven van de burgerslachtoffers die tot nog toe zijn gevallen door toedoen van ISIS, het Assad-regime, de coalitie, de Russische regering en de partijen die behoren tot de gematigde oppositie in Syrië?

Antwoord op vraag 217

Er zijn geen volledige gegevens voorhanden voor wat betreft het aantal (burger)slachtoffers dat gemaakt is door de verschillende strijdende partijen. De verschillende mensenrechtenorganisaties die zich bezighouden met het documenteren van deze gegevens hanteren verschillende aantallen. Onomstreden is dat veruit het grootste aantal burgerslachtoffers valt als gevolg van luchtaanvallen door het Syrische regime. Het is, zoals ook eerder met de Kamer gewisseld, om meerdere redenen niet mogelijk om exact aan te geven hoeveel burgerdoden er zijn te betreuren als gevolg van het optreden van de coalitie (zie ook antwoord op vragen 75, 76, 77, 78, 198 en 212).

Vraag 219

Wat kan precies worden verstaan onder re-fit trainingen?

Antwoord op vraag 219

In een re-fit training worden de vaardigheden van een operationele eenheid opgefrist en verbeterd. Het gaat om eenheden die van het front terugkeren voor een herstelperiode. Het doel van de re-fit training is om de operationele effectiviteit van de betreffende eenheid in korte tijd terug te brengen. Het programma is op maat gemaakt voor de betreffende eenheid en legt de nadruk op de lessen die door de eenheid zijn geleerd aan het front. Na de re-fit training keren de operationele eenheden terug naar de frontlinie.

Vraag 220

Slaagt Bagdad er in om de Iraakse militairen, waaronder de door Nederland opgeleide Special Operations Forces, tijdig hun loon uit te betalen?

Antwoord op vraag 220

Ja.

Vraag 221

Welke andere coalitie-landen maken gebruik van een «Mobile Support Team»? In hoeverre verschilt de beveiliging van deze teams van andere bestaande trainers?

Antwoord op vraag 221

Het Verenigd Koninkrijk maakt op dit moment reeds gebruik van een Mobile Support Team (MST). Andere partners, waaronder Italië, hebben te kennen gegeven eveneens een dergelijk team te willen inzetten.

De beveiliging van het team verschilt niet wezenlijk van de reeds aanwezige trainingsteams. Deze teams hanteren ook een flexibel concept en zijn op meerdere locaties inzetbaar. Het mobiele team gaat meer naar de Peshmerga-eenheden toe om ze achter de frontlinies aanvullende training te geven. De beveiliging wordt toegespitst op de actuele dreigingssituatie en de trainingslocatie. Elk team maakt gebruik van eigen force protection, persoonlijke bewapening en gepantserde voertuigen. Voor het MST gelden dezelfde veiligheidsvoorwaarden als voor de teams die momenteel de basistraining verzorgen.

Vraag 222

In hoeverre wordt er tijdens de training aandacht besteed aan het internationaal humanitair oorlogsrecht? In hoeverre wordt er bovendien aandacht besteed aan het belang van mensenrechten? In hoeverre wordt er gemeten of dit tot resultaat heeft geleid?

Antwoord op vraag 222

In de basisinfanterielessen wordt waar mogelijk aandacht besteed aan het internationaal humanitair oorlogsrecht en mensenrechten. Deze lessen worden ook ingebed in de praktijktraining zoals het uitvoeren van patrouilles en gevechtshandelingen. De eenheden worden aan het front door Nederland niet gevolgd.

Vraag 223

Kunt u bevestigen dat sjiitische milities hebben aangegeven Amerikaanse troepen in Irak te zullen bevechten?

Antwoord op vraag 223

Nee. Enkele Iraakse politieke partijen hebben zich wel publiekelijk uitgesproken tegen Amerikaanse «boots on the ground».

Vraag 224

Waarom onderzoekt u een Mobile Support Team van ongeveer 25 personen, terwijl hiermee slechts een deel van de behoefte bij de Peshmerga wordt ingevuld? Welk deel wordt niet ingevuld en zijn er bondgenoten die er invulling aan geven?

Antwoord op vraag 224

De Nederlandse bijdrage met een MST wordt onderzocht op basis de behoefte van de Peshmerga en de verwachte bijdrage van coalitiepartners. Nederland levert met één MST naast de drie reeds aanwezige training teams een passende bijdrage.

Vraag 225

Wat heeft het u de afgelopen maanden gedaan, dat u nu pas de mogelijkheden gaat onderzoeken om extra militairen te leveren in de strijd tegen ISIS? Hadden deze onderzoeken niet al veel eerder kunnen en moeten plaatsvinden?

Antwoord op vraag 225

Het trainersaanbod van de coalitie berust enerzijds op de behoefte van de Iraakse regering en anderzijds op de training die men in de Koerdische regio en in Bagdad aankan. Het aantal trainingslocaties en de beschikbare troepen om de training te ondergaan spelen hierbij een rol – eenheden worden vrijgemaakt aan het front om een training te volgen. Met het MST-concept kan nu ook elders in de Koerdische regio op locaties van de Peshmerga training worden gegeven. Hierbij zal wel moeten worden voldaan aan de voorwaarden voor veilige inzet van trainers.

Vraag 227

Kunt u nader toelichten hoe het zit met de belangstelling aan kant van de Peshmerga ten aanzien van (meer) trainingen?

Antwoord op vraag 227

De Ministry of Peshmerga heeft met nadruk gevraagd om een MST. De ervaringen van het Verenigd Koninkrijk in dit kader zijn zeer positief. De Peshmerga waarderen de MST-trainingen op locatie. Het bijwonen van trainingen vergt een relatief geringe inspanning voor Peshmerga. Daarnaast levert een MST-training een directe bijdrage aan het optreden aan het front.

Vraag 228

Kunt u nader toelichten wat u bedoelt met: «Er is op dit moment geen concreet verzoek om uitbreiding van de Nederlandse Special Operations Forces (SOF) training in Bagdad.»? Moet hieruit worden afgeleid dat er wel verzoeken daartoe zijn geweest, alleen niet «concreet»? Wat hielden deze verzoeken in en wie heeft ze gedaan?

Antwoord op vraag 228

Het hoofdkwartier van de trainingsmissie in Irak heeft nauw contact met de Iraakse overheid over de voortgang van en de behoefte aan trainingen voor de Iraqi Security Forces (ISF). Er is op dit moment geen formeel verzoek van de Iraakse overheid ontvangen voor uitbreiding van de Nederlandse Special Operations Forces (SOF) training in Bagdad. Via de coalitie wordt hierover nog nader overleg gevoerd.

Vraag 229

Wanneer verwacht u duidelijkheid te kunnen verschaffen over een eventuele bijdrage aan de bewapening van de Peshmerga?

Vraag 231

Welke concrete opties zijn er t.a.v. bewapening van de Koerdische Peshmerga? Wordt bewapening beperkt tot de Peshmerga? Hoeveel geld stelt Nederland hiervoor beschikbaar? En waar wordt dit uit gefinancierd?

Vraag 232

Hoe ziet de mensenrechtencheck bij mogelijke wapenleveranties er precies uit?

Antwoord op vragen 229, 231 en 232

Nederland heeft op hoogambtelijk niveau met meerdere coalitiepartners, evenals met het Ministry of Peshmerga, besproken waaruit een eventuele Nederlandse bijdrage aan de bewapening van de Peshmerga zou kunnen bestaan. Uit deze gesprekken is gebleken dat Nederland zelf niet beschikt over de wapens en munitie waar de Peshmerga vooral behoefte aan hebben, zoals middelzware wapens en antitankwapens. Een Nederlandse bijdrage kan zich daarom richten op het financieel of logistiek mogelijk maken van leveringen door een partner, zoals Duitsland of de VS. Dit wordt momenteel verder uitgewerkt. Zodra er sprake is van een concrete bijdrage, zal uw Kamer nader worden geïnformeerd. Bij de uitwerking zal de wijze waarop de Koerdische autoriteiten omgaan met zorgen van Nederland over de naleving van de mensenrechten door de Peshmerga nadrukkelijk worden meegewogen, te meer in het licht van de recente berichtgeving over mogelijke mensenrechtenschending door de Peshmerga. Meer in het algemeen geldt dat er nu al een humanitair oorlogsrecht- en mensenrechtencomponent is opgenomen in de Nederlandse trainingen aan de Peshmerga en de Iraakse Special Forces.

Met dit antwoord kom ik tevens tegemoet aan het verzoek van uw Kamer van 1 februari 2016.

Vraag 230

Wat is de houding van het Nederlandse kabinet t.a.v. de Syriac Military Council? Erkent het kabinet de Syriac Military Council ook als gematigd?

Antwoord op vraag 230

Het kabinet onderhoudt geen rechtstreekse contacten met de Syriac Military Council. Het kabinet heeft geen aanleiding om de Syriac Military Council te kwalificeren als niet-gematigd.

Vraag 233

Hoe is het mogelijk dat de MIVD op dit moment de capaciteit niet voor handen heeft om inzet van een Mobile Support Team te ondersteunen? Wat gaat u doen om zo snel mogelijk de capaciteiten van de MIVD te versterken en alsnog uitvoering te geven aan de overigens verworpen motie Knops en Segers (Kamerstuk 29 924, nr. 133)?

Antwoord op vraag 233

De vraag is altijd groter dan het aanbod. In samenspraak met afnemers worden vraag en aanbod (door middel van wegen en prioriteren) zo goed mogelijk op elkaar afgestemd.

Vraag 234

Hoe worden de extra vlieguren voor de F-16’s die toegekend zijn, gefinancierd?

Antwoord op vraag 234

In de oorspronkelijke raming van de Nederlandse bijdrage aan de strijd tegen ISIS is budget opgenomen voor het genereren van extra vlieguren. Dit wordt gefinancierd uit het Budget Internationale Veiligheid.

Vraag 235

Kunt u aangeven of er indicaties zijn of door Nederland getrainde Peshmerga-strijders mensenrechten hebben geschonden? Indien dit het geval is, wordt dit dan tot op de bodem uitgezocht?

Vraag 236

Kunt u aangeven of de internationale steun aan de Peshmerga en de YPG ertoe geleid hebben dat er acties zijn ondernomen in richting van burgers en/of NAVO-bondgenoten?

Antwoord op vragen 235 en 236

Het rapport van Amnesty en eerdere berichten over mensenrechtenschendingen door Peshmerga en de YPG zijn uiterst zorgwekkend. Er zijn geen indicaties dat de internationale steun aan de Peshmerga en de YPG heeft geleid tot acties tegen burgers en/of NAVO bondgenoten. Naar aanleiding van het verschenen rapport heeft Nederland bij Fuad Hussein, Hoofd Buitenlandse Betrekkingen van de Koerdische Regio, en bij Minister van Binnenlandse Zaken Karim Sinjari aangedrongen op het instellen van een onderzoek naar de aard en omvang van de verdenkingen.

Vraag 237

Wat acht u de voornaamste reden(en) dat westerse doelen, zoals vorig jaar in Parijs, worden aangevallen door (aanhangers van) IS?

Antwoord op vraag 237

De meeste slachtoffers van ISIS vallen niet in het Westen, maar in Irak en Syrië. Aanslagen daarbuiten vinden wereldwijd plaats, van Jakarta tot Istanbul, Sydney en Kopenhagen. Daders laten zich soms inspireren door ISIS en worden soms vanuit het strijdgebied aangestuurd. ISIS ontleedt zijn identiteit aan de gewapende strijd en zal altijd argumenten hebben om aanslagen te plegen. De aanslagen in Parijs werden in ISIS-propaganda gerechtvaardigd op grond van de Franse deelname aan de bombardementen op ISIS-gebied.

Vraag 238

Waarop baseert u dat deelneming van Nederland aan de luchtaanvallen op IS in Syrië het profiel van Nederland onder jihadisten en daarmee de dreiging tegen Nederland en Nederlandse belangen in het buitenland zou kunnen verhogen?

Antwoord op vraag 238

Uit propaganda en claims van ISIS zelf kan worden opgemaakt dat landen die deelnemen aan de strijd tegen ISIS beschouwd worden als de belangrijkste doelwitten voor het plegen van aanslagen. Op basis van informatie en ervaring moet ervan uitgegaan worden dat de Nederlandse deelname aan de bombardementen in Syrië op de korte termijn een toename van de dreiging in en tegen Nederland met zich meebrengt. Sinds de bekendmaking zijn er enkele dreigementen van jihadisten tegen Nederland geuit.

Vraag 239

In hoeverre zijn aanslagen van (aanhangers van) IS op doelen in het westen gepland of voorbereid in Irak en of Syrië?

Antwoord op vraag 239

De achtergrond en aansturing van de daders van aanslagen door (aanhangers van) ISIS zijn divers. Sommigen handelden alleen en sommigen hebben contact gehad met strijders in Syrië of Irak. Enkelen zijn in het strijdgebied zelf geweest. Over het algemeen kan worden gesteld dat ISIS het gebied in Syrië en Irak gebruikt om aanslagen in Europa voor te bereiden en aspirant-aanslagplegers te trainen.

Vraag 240

Waarom heeft het kabinet nu al besloten om extra geld uit te trekken bij de Voorjaarsnota voor additionele investeringen om vluchtelingen in de regio Syrië meer perspectief te bieden, maar neemt u vooralsnog geen enkel besluit om de eigen krijgsmacht, die kampt met ernstige tekortkomingen en beperkingen, meer perspectief te geven bij de Voorjaarsnota?

Antwoord op vraag 240

Besluitvorming over de hoofdlijnen van de uitgaven- en inkomstenkant van de begroting is aan de orde in het voorjaar bij het hoofdbesluitvormingsmoment. Op één moment in het jaar neemt het kabinet een integraal besluit over de hoofdlijnen van de uitgaven- en inkomstenkant van de begroting voor zowel het uitvoeringsjaar als het begrotingsjaar. Dit hoofdbesluitvormingsmoment is in het voorjaar. Zowel intensiveringen die ten goede moet komen aan de vluchtelingen in de regio Syrië als eventuele intensiveringen voor Defensie worden op dat moment integraal gewogen.

Vraag 241

Welke kosten worden er gemaakt in het kader van de deradicaliseringsmaatregelen? Kunt u de kosten per project in kaart brengen?

Antwoord op vraag 241

Het kabinet neemt zowel in binnen- als in buitenland intensieve maatregelen om radicalisering tegen te gaan. Zoals aangegeven in de Kamerbrief over de Versterking van de Veiligheidsketen (27 februari 2015) heeft het kabinet voor intensivering van binnenlandse preventieve maatregelen in de periode 2016–2020 jaarlijks gemiddeld EUR 11,5 miljoen uitgetrokken. Conform de brief aan de Kamer van 27 februari 2015 over Versterking veiligheidsketen zal dit budget onder andere besteed worden aan het versterken van de lokale aanpak, deskundigheidsbevordering van eerstelijns professionals, ondersteunen van families, stimuleren van maatschappelijke tegengeluiden en uitbreiding van de Expertise Unit Sociale stabiliteit.

Ook zal Nederland de komende jaren investeren om radicalisering wereldwijd (dus ook in de regio Syrië/Irak) gericht tegen te gaan. Hiervoor is in totaal EUR 42,6 miljoen vrijgemaakt voor de periode 2016–2020. De gelden komen deels ten goede aan versterking van het postennetwerk om context-specifieke trends en dreigingen van gewelddadig extremisme beter in kaart te brengen en gerichte preventieve projecten te kunnen ondersteunen. Jaarlijks is er gemiddeld EUR 1,2 miljoen bestemd voor onderzoek naar specifieke voedingsbodems van extremisme, ca. EUR 3 miljoen is gereserveerd voor projecten gericht op het wegnemen van deze specifieke voedingsbodems en deradicalisering, en EUR 2,3 miljoen voor het stimuleren van tegengeluid tegen extremistische propaganda.

Vraag 242

Kunt u aangeven welk aanvullend bedrag er geïnvesteerd wordt in de Nederlandse veiligheidsdiensten, daar de kans bestaat dat Nederland onder vergrote aandacht van terroristen kan staan door haar bijdrage in Syrië?

Antwoord op vraag 242

In de zomer van 2014 en de lente van 2015 zijn er verhogingen geweest van de budgetten van de I&V-diensten resp. de veiligheidsketen. Graag wordt u verwezen naar de brief die de Minister-President op 27 februari 2015 naar uw kamer verzond (referentie 3807309) met daarin de versterking van de veiligheidsketen. Er vinden geen aanvullende investeringen plaats in de Nederlandse veiligheidsdiensten, als gevolg van de mogelijk vergrote aandacht van terroristen door de bijdrage in Syrië.

Vraag 243

Kunt u aangeven of het kabinet zijn beleid ten aanzien van terugkeerders aanpast gezien de militaire bijdrage die Nederland gaat leveren?

Antwoord op vraag 243

Het kabinet zal zijn beleid ten aanzien van terugkeerders niet aanpassen.

Vraag 244

Is de militaire bijdrage die Nederland gaat leveren, gezien de relatief kleine omvang van onze krijgsmacht, het wel waard om onder mogelijke vergrote aandacht van terroristen te staan en de veiligheid van ons land mogelijk op het spel te zetten?

Antwoord op vraag 244

Het kabinet is ervan overtuigd dat het «uitschakelen van de safe havens in Syrië», waartoe de VN-Veiligheidsraad oproept (VNVR resoluties 2254 en 2249), noodzakelijk is om de capaciteit van ISIS aan te tasten, en zo de dreiging tegen westerse doelen en onze bondgenoten te verminderen. Het kabinet acht het van belang hieraan een bijdrage te leveren en heeft om deze reden de inzet geïntensiveerd.

Vraag 245

De 25 miljoen euro voor extra humanitaire hulp wordt gefinancierd uit de verwachte BNP-groei van de ODA-begroting in de jaren 2016–2020 (op basis van de Macro Economische Verkenningen 2015). Is hier niet gewoon sprake van een kasschuif? En kwalificeert het kabinet dit als een duurzame wijze van financiering?

Antwoord op vraag 245

Meerjarig is binnen het ODA-budget nog ruimte beschikbaar als gevolg van hogere economische groei (BNI-bijstelling). Met een kasschuif worden deze middelen naar 2016 gehaald voor extra humanitaire hulp in de regio Syrië. Een kasschuif is in het kader van het begrotingsbeleid een regulier instrument.

Vraag 246

Welke aanvullende maatregelen en middelen zet het kabinet in om mogelijke opgelopen maatschappelijke spanningen door de Nederlandse militaire bijdrage in Syrië te beperken en ronselaars de wind uit de zeilen te nemen?

Antwoord op vraag 246

Het Kabinet is zich er van bewust dat het intensiveren van de Nederlandse inzet in Syrië en Irak diverse gevoelens van onvrede los kan maken. Via bestaande netwerken binnen diverse Nederlandse gemeenschappen zal indien sprake is van onvrede specifiek een dialoog worden gevoerd over de Nederlandse militaire bijdrage in Syrië. Het Kabinet verkent momenteel initiatieven hiervoor. Transparante en gerichte communicatie over de aard van en motivatie voor de inzet staat hierbij centraal.

In het kader van het «Actieprogramma Integrale Aanpak Jihadisme» zijn voorts verschillende maatregelen genomen die ook relevant kunnen zijn met het oog op deze problematiek. Ouders, docenten, jeugdprofessionals en imams die werkzaam zijn op plekken waar radicalisering aan de orde is, worden getraind om met gevoelens van frustratie om te gaan en worden gewezen op gevaren van ronseling. Op scholen worden activiteiten georganiseerd die specifiek kunnen ingaan op gevoelens van onrecht die kunnen ontstaan naar aanleiding van het kabinetsbesluit. De uitvoering van deze maatregelen gaat dan ook onverminderd voort en zullen worden aangepast indien de actualiteit hierom vraagt.